Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 28 november 2014, 2014-0000179536, tot vaststelling van de bepalingen betreffende cofinanciering sectorplannen 2015 (Regeling cofinanciering sectorplannen 2015)
Gelet op de artikelen 2, 3 en 5 van de Kaderwet SZW-subsidies;
Besluit:
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1.1. Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
- aanvraagtijdvak: een door de minister vastgesteld tijdvak waarin aanvragen tot cofinanciering van sectorplannen kunnen worden ingediend;
- algemene opleiding: een interne of externe opleiding, niet zijnde bedrijfsspecifieke training, met als oogmerk de leerling vakspecifieke beroepsvaardigheden aan te leren, de opleiding leidt tot een erkend diploma of certificaat;
- ander beroep: een ander beroep dan het beroep dat de werknemer of de zelfstandige zonder personeel uitoefent of dat de WW-gerechtigde voorheen uitoefende, voor zover dit beroep wordt uitgeoefend bij een andere werkgever, en in het geval van een WW-gerechtigde bij een andere werkgever dan de werkgever waarbij de werkloosheid is ontstaan;
- arbeidsmarktregio: een arbeidsmarktregio die is opgenomen in bijlage 1 bij deze regeling;
- arbeidsorganisatie: iedere eenheid, ongeacht haar rechtsvorm, die economische activiteiten uitoefent;
- baangarantie: zekerheid op een arbeidsovereenkomst of een aanstelling in openbare dienst van ten minste één jaar direct nadat de algemene opleiding succesvol is afgerond, met een minimale omvang per week van het gemiddelde aantal gewerkte uren en het aantal uren gevolgde scholing in de scholingsperiode voorafgaand aan het afronden daarvan;
- beroepsbegeleidende leerweg: een leerweg als bedoeld in artikel 7.2.7, tweede en vierde lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs;
- branche: een tak van een handel of nijverheid binnen een sector;
- beroep: een beroep opgenomen in de Standaard Beroepenclassificatie 2010, van het Centraal Bureau voor de Statistiek, dan wel in afwijking daarvan een door de sector erkend beroep;
- bijscholing: een algemene opleiding om de vakspecifieke beroepsvaardigheden binnen een beroep te actualiseren;
- CAO: een collectieve arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet op de collectieve arbeidsovereenkomst;
- centrale werkgeversorganisatie: een organisatie van werkgevers die is opgenomen in bijlage 2 bij deze regeling;
- centrumgemeente: een als zodanig in bijlage 1 bij deze regeling aangemerkte gemeente;
- cofinanciering: het deel van de kosten in de begroting van het sectorplan dat op grond van deze regeling wordt gesubsidieerd;
- hoofdaanvrager: de rechtspersoon die namens een samenwerkingsverband een sectorplan indient en de subsidie aanvraagt op grond van deze regeling;
- loonkosten: het brutoloon van de werknemer vermeerderd met een percentage van 32% van dit brutoloon, bij de bepaling van de loonkosten per uur wordt een norm gehanteerd van 1.720 uur bij een dienstverband van 40 uur per week, of op het maximaal aantal werkbare uren gebaseerd op afspraken in de betreffende CAO;
- maatregelen: alle activiteiten die tot realisatie van de doelen van het sectorplan leiden;
- de minister: de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
- O&O-fonds: een Opleidings- en Ontwikkelingsfonds, opgericht in een bij de minister aangemelde collectieve arbeidsovereenkomst;
- omscholing: een algemene opleiding, die benodigd is om de werknemer, de zelfstandige zonder personeel of de WW-gerechtigde in staat te stellen om een ander beroep uit te oefenen en de opleiding daartoe een adequaat middel is, met een duur van maximaal één jaar of bij een beroepsbegeleidende leerweg van maximaal twee jaar;
- prestatie: de daadwerkelijk uitgevoerde maatregelen;
- project: het geheel van gelijksoortige maatregelen, dat wordt uitgevoerd door een arbeidsorganisatie en dat wordt gesubsidieerd op grond van deze regeling;
- samenwerkingsverband: een samenwerkingsverband dat ten minste bestaat uit één werkgeversorganisatie en één werknemersorganisatie;
- sector: een sector die is opgenomen in bijlage 3 bij deze regeling;
- sectorplan: een door een hoofdaanvrager namens een samenwerkingsverband ingediend plan met maatregelen voor knelpunten die blijkens een arbeidsmarktanalyse in de betreffende sector, branches of arbeidsmarktregio’s aanwezig zijn;
- subsidiabele activiteiten: alle maatregelen in het sectorplan die voor cofinanciering in aanmerking komen;
- subsidiedossier: het subsidiedossier bevat de volgende documenten: het sectorplan, de aanvraag, gevoerde correspondentie in het kader van de aanvraag, eventueel voorgenomen besluit en zienswijze, de beschikking, gevoerde correspondentie na de beschikking, eventuele wijziging van de beschikking, gevoerde correspondentie over voorschotten, tussen- en eindrapportages, vaststellingsbeschikkingen en gegevens in het kader van evaluatie;
- werknemer: de natuurlijke persoon, jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd, die op grond van een arbeidsovereenkomst, dan wel een aanstelling in openbare dienst, arbeid verricht als werknemer;
- werkgeversorganisatie: een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid van werkgevers die partij is bij een op het moment van aanvraag voor de sector geldende collectieve arbeidsovereenkomst, of een voor de sector geldende collectieve arbeidsvoorwaardenregeling voor personen werkzaam in openbare dienst, dan wel bij afwezigheid daarvan bij de laatst voor de sector geldende collectieve arbeidsovereenkomst of collectieve arbeidsvoorwaardenregeling, dan wel een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid van werkgevers die is aangesloten bij een centrale werkgeversorganisatie;
- WW-gerechtigde: de persoon die recht heeft op een uitkering op grond van hoofdstuk II van de Werkloosheidswet;
- werknemersorganisatie: vereniging met volledige rechtsbevoegdheid van werknemers die partij is bij een op het moment van aanvraag voor de sector geldende collectieve arbeidsovereenkomst of een voor de sector geldende collectieve arbeidsvoorwaardenregeling voor personen werkzaam in openbare dienst, dan wel bij afwezigheid daarvan bij de laatst voor de sector geldende collectieve arbeidsovereenkomst of collectieve arbeidsvoorwaardenregeling;
- zelfstandige zonder personeel: een persoon die voor de toepassing van de Wet inkomstenbelasting 2001 ondernemer is en geen personeel in dienst heeft.
Artikel 1.2. Financiering sectorplannen
De sectorplannen worden gefinancierd uit de eigen middelen van de bij het sectorplan betrokken werknemersorganisaties en werkgeversorganisaties, de arbeidsorganisaties, werknemers en zelfstandigen zonder personeel waarop het sectorplan betrekking heeft.
Indien één of meer provincies of (centrum)gemeenten deel uitmaken van het samenwerkingsverband, kunnen zij, in afwijking van het eerste lid, maximaal 50% van de bijdrage van het samenwerkingsverband, financieren.
Onder eigen middelen van arbeidsorganisaties wordt niet verstaan middelen die voor dezelfde activiteiten als subsidie of uit private fondsen zijn verstrekt, met uitzondering van de middelen die uit één of meerdere O&O-fonds zijn verstrekt.
Het derde lid is niet van toepassing op in Nederland gevestigde rechtspersonen die een of meer subsidies ontvangen als bedoeld in artikel 4.21, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, die tezamen meer bedragen dan 50% van de jaarlijkse inkomsten van de rechtspersoon, met uitzondering van naamloze en besloten vennootschappen die een op winst gerichte arbeidsorganisatie drijven.
De minister stelt middelen beschikbaar voor de cofinanciering van maatregelen in sectorplannen teneinde subsidie te verlenen in de jaren 2015 en 2016.
Maatregelen in sectorplannen komen voor een maximale termijn van twee aaneengesloten jaren voor cofinanciering in aanmerking. De aanvang van deze termijn kan niet eerder liggen dan na publicatie van deze regeling in de Staatscourant.
In afwijking van het bepaalde in het eerste en tweede lid, kan de bijdrage van het samenwerkingsverband aan activiteiten voor grensoverschrijdende arbeidsbemiddeling voor maximaal 100% worden gefinancierd uit publieke middelen indien sprake is van een sectorplan in één of meerdere grensregio’s.
Artikel 1.3. Toepasselijkheid Algemene regeling SZW-subsidies
Op deze regeling is de Algemene regeling SZW-subsidies van toepassing voor zover daarvan in deze regeling niet wordt afgeweken.
Artikel 1.4. Subsidieplafond
De minister stelt 150 miljoen EUR beschikbaar voor de cofinanciering van sectorplannen, welk bedrag wordt onderverdeeld in door de minister vast te stellen aanvraagtijdvakken met voor de tijdvakken afzonderlijk vast te stellen subsidieplafonds.
De mogelijkheid tot het indienen van aanvragen voor subsidie bestaat slechts gedurende door de minister vastgestelde aanvraagtijdvakken. Indien deze mogelijkheid wordt geopend, wordt hiervan vooraf door de minister in de Staatscourant mededeling gedaan met vermelding van het subsidieplafond voor dat aanvraagtijdvak.
Artikel 1.5. Verdeling
Voor het bepalen van het bereiken van het subsidieplafond binnen een aanvraagtijdvak, worden de subsidieaanvragen op volgorde van binnenkomst behandeld, waarbij alleen een volledige subsidieaanvraag in behandeling wordt genomen. Van een volledige subsidieaanvraag is sprake wanneer wordt voldaan aan de voorwaarden opgenomen in artikel 2.3.
Wanneer de hoofdaanvrager op grond van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht in de gelegenheid is gesteld zijn aanvraag tot cofinanciering aan te vullen, geldt als moment van binnenkomst de datum en tijd van ontvangst van de volledige aanvraag tot cofinanciering.
Artikel 1.6. Mandaat directeur Agentschap SZW
Vervallen
Hoofdstuk 2. Subsidieverlening
Artikel 2.1. Het samenwerkingsverband
Een sectorplan wordt opgesteld en uitgevoerd door een samenwerkingsverband.
Het samenwerkingsverband kan, in afwijking van artikel 1.1, bestaan uit ten minste één werknemersorganisatie en meerdere bij een werkgeversorganisatie aangesloten arbeidsorganisaties.
De samenwerking kan worden georganiseerd binnen of tussen een of meer sectoren, branches of arbeidsmarktregio’s.
De samenwerking wordt vastgelegd in een samenwerkingsovereenkomst waarin tevens een hoofdaanvrager wordt aangewezen.
Artikel 2.2. De hoofdaanvrager
De hoofdaanvrager dient namens een samenwerkingsverband een sectorplan in en vraagt hiervoor subsidie aan.
De hoofdaanvrager toont aan dat de aanvraag wordt ingediend namens een samenwerkingsverband waarvan de betrokken partijen in staat zijn om het sectorplan binnen de gestelde tijd uit te voeren.
De hoofdaanvrager toont aan dat hij gemachtigd is het samenwerkingsverband in en buiten rechte te vertegenwoordigen.
Als hoofdaanvrager kan worden aangewezen:
- –. een werkgeversorganisatie;
- –. een werknemersorganisatie; of
- –. een O&O-fonds.
De hoofdaanvrager toont aan te beschikken over een eigen vermogen van ten minste 80% van het aangevraagde subsidiebedrag, exclusief overhead als bedoeld in artikel 4.6, tweede lid.
Indien de hoofdaanvrager niet beschikt over een eigen vermogen, als bedoeld in het vijfde lid, stelt of stellen één of meerdere partijen uit het samenwerkingsverband zich garant voor ten minste dit bedrag.
Indien het aanwijzen van een hoofdaanvrager als bedoeld in het vierde lid niet mogelijk is, kan een sectorplan eveneens worden ingediend door een andere rechtspersoon, met uitzondering van een provincie, een (centrum) gemeente, een openbaar lichaam, een gemeenschappelijk orgaan of een bedrijfsvoeringsorganisatie als bedoeld in artikel 8 van de Wet gemeenschappelijke regelingen, die als hoofdaanvrager optreedt, indien die daarbij aantoont dat het samenwerkingsverband of één of meer partijen van het samenwerkingsverband zich garant stelt of stellen voor ten minste 80% van het aangevraagde subsidiebedrag.
Artikel 2.3. De aanvraag
Het aangevraagde subsidiebedrag bedraagt ten minste 125.000 EUR, exclusief overhead als bedoeld in artikel 4.6, tweede lid.
De subsidieaanvraag wordt gedaan middels een namens de minister verstrekt (elektronisch) formulier.
De subsidieaanvraag wordt niet in behandeling genomen indien de hoofdaanvrager in hetzelfde aanvraagtijdvak reeds een aanvraag heeft ingediend met betrekking tot dezelfde sectoren, branches of arbeidsmarktregio’s, en die aanvraag op grond van deze regeling geheel of gedeeltelijk is toegekend.
Bij de aanvraag worden de volgende stukken overlegd:
- a. een samenwerkingsovereenkomst die is ondertekend door alle partijen die zijn betrokken in het samenwerkingsverband dat het sectorplan heeft opgesteld;
- b. een schriftelijke machtiging waaruit blijkt dat de hoofdaanvrager gemachtigd is het samenwerkingsverband in en buiten rechte te vertegenwoordigen;
- c. een analyse waarin inzicht wordt gegeven in de arbeidsbehoefte en het beschikbare arbeidsaanbod, hetgeen leidt tot een arbeidsmarktknelpunt nu en in de komende vijf jaren in beroepen in de sectoren, branches of arbeidsmarktregio’s waarop het sectorplan betrekking heeft;
- d. een plan van aanpak met ten minste de doelstellingen en beoogde effecten, maatregelen, de doelgroepen voor de maatregelen, het aantal toepassingen per maatregel en de hiermee beoogde resultaten voor het oplossen van de knelpunten, bedoeld in onderdeel c;
- e. een beschrijving van de uitvoering van het sectorplan, die in ieder geval een omschrijving van de organisatie en een tijdpad bevat;
- f. een beschrijving van de voorwaarden waaronder de verschillende maatregelen worden uitgevoerd en de wijze waarop deze voorwaarden worden gehandhaafd;
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.