Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 28 november 2014, 2014-0000179536, tot vaststelling van de bepalingen betreffende cofinanciering sectorplannen 2015 (Regeling cofinanciering sectorplannen 2015)

Type Ministeriële regeling
Publication 2018-11-14
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op de artikelen 2, 3 en 5 van de Kaderwet SZW-subsidies;

Besluit:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1.1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 1.2. Financiering sectorplannen
1.

De sectorplannen worden gefinancierd uit de eigen middelen van de bij het sectorplan betrokken werknemersorganisaties en werkgeversorganisaties, de arbeidsorganisaties, werknemers en zelfstandigen zonder personeel waarop het sectorplan betrekking heeft.

2.

Indien één of meer provincies of (centrum)gemeenten deel uitmaken van het samenwerkingsverband, kunnen zij, in afwijking van het eerste lid, maximaal 50% van de bijdrage van het samenwerkingsverband, financieren.

3.

Onder eigen middelen van arbeidsorganisaties wordt niet verstaan middelen die voor dezelfde activiteiten als subsidie of uit private fondsen zijn verstrekt, met uitzondering van de middelen die uit één of meerdere O&O-fonds zijn verstrekt.

4.

Het derde lid is niet van toepassing op in Nederland gevestigde rechtspersonen die een of meer subsidies ontvangen als bedoeld in artikel 4.21, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, die tezamen meer bedragen dan 50% van de jaarlijkse inkomsten van de rechtspersoon, met uitzondering van naamloze en besloten vennootschappen die een op winst gerichte arbeidsorganisatie drijven.

5.

De minister stelt middelen beschikbaar voor de cofinanciering van maatregelen in sectorplannen teneinde subsidie te verlenen in de jaren 2015 en 2016.

6.

Maatregelen in sectorplannen komen voor een maximale termijn van twee aaneengesloten jaren voor cofinanciering in aanmerking. De aanvang van deze termijn kan niet eerder liggen dan na publicatie van deze regeling in de Staatscourant.

7.

In afwijking van het bepaalde in het eerste en tweede lid, kan de bijdrage van het samenwerkingsverband aan activiteiten voor grensoverschrijdende arbeidsbemiddeling voor maximaal 100% worden gefinancierd uit publieke middelen indien sprake is van een sectorplan in één of meerdere grensregio’s.

Artikel 1.3. Toepasselijkheid Algemene regeling SZW-subsidies

Op deze regeling is de Algemene regeling SZW-subsidies van toepassing voor zover daarvan in deze regeling niet wordt afgeweken.

Artikel 1.4. Subsidieplafond
1.

De minister stelt 150 miljoen EUR beschikbaar voor de cofinanciering van sectorplannen, welk bedrag wordt onderverdeeld in door de minister vast te stellen aanvraagtijdvakken met voor de tijdvakken afzonderlijk vast te stellen subsidieplafonds.

2.

De mogelijkheid tot het indienen van aanvragen voor subsidie bestaat slechts gedurende door de minister vastgestelde aanvraagtijdvakken. Indien deze mogelijkheid wordt geopend, wordt hiervan vooraf door de minister in de Staatscourant mededeling gedaan met vermelding van het subsidieplafond voor dat aanvraagtijdvak.

Artikel 1.5. Verdeling
1.

Voor het bepalen van het bereiken van het subsidieplafond binnen een aanvraagtijdvak, worden de subsidieaanvragen op volgorde van binnenkomst behandeld, waarbij alleen een volledige subsidieaanvraag in behandeling wordt genomen. Van een volledige subsidieaanvraag is sprake wanneer wordt voldaan aan de voorwaarden opgenomen in artikel 2.3.

2.

Wanneer de hoofdaanvrager op grond van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht in de gelegenheid is gesteld zijn aanvraag tot cofinanciering aan te vullen, geldt als moment van binnenkomst de datum en tijd van ontvangst van de volledige aanvraag tot cofinanciering.

Artikel 1.6. Mandaat directeur Agentschap SZW

Vervallen

Hoofdstuk 2. Subsidieverlening

Artikel 2.1. Het samenwerkingsverband
1.

Een sectorplan wordt opgesteld en uitgevoerd door een samenwerkingsverband.

2.

Het samenwerkingsverband kan, in afwijking van artikel 1.1, bestaan uit ten minste één werknemersorganisatie en meerdere bij een werkgeversorganisatie aangesloten arbeidsorganisaties.

3.

De samenwerking kan worden georganiseerd binnen of tussen een of meer sectoren, branches of arbeidsmarktregio’s.

4.

De samenwerking wordt vastgelegd in een samenwerkingsovereenkomst waarin tevens een hoofdaanvrager wordt aangewezen.

Artikel 2.2. De hoofdaanvrager
1.

De hoofdaanvrager dient namens een samenwerkingsverband een sectorplan in en vraagt hiervoor subsidie aan.

2.

De hoofdaanvrager toont aan dat de aanvraag wordt ingediend namens een samenwerkingsverband waarvan de betrokken partijen in staat zijn om het sectorplan binnen de gestelde tijd uit te voeren.

3.

De hoofdaanvrager toont aan dat hij gemachtigd is het samenwerkingsverband in en buiten rechte te vertegenwoordigen.

4.

Als hoofdaanvrager kan worden aangewezen:

5.

De hoofdaanvrager toont aan te beschikken over een eigen vermogen van ten minste 80% van het aangevraagde subsidiebedrag, exclusief overhead als bedoeld in artikel 4.6, tweede lid.

6.

Indien de hoofdaanvrager niet beschikt over een eigen vermogen, als bedoeld in het vijfde lid, stelt of stellen één of meerdere partijen uit het samenwerkingsverband zich garant voor ten minste dit bedrag.

7.

Indien het aanwijzen van een hoofdaanvrager als bedoeld in het vierde lid niet mogelijk is, kan een sectorplan eveneens worden ingediend door een andere rechtspersoon, met uitzondering van een provincie, een (centrum) gemeente, een openbaar lichaam, een gemeenschappelijk orgaan of een bedrijfsvoeringsorganisatie als bedoeld in artikel 8 van de Wet gemeenschappelijke regelingen, die als hoofdaanvrager optreedt, indien die daarbij aantoont dat het samenwerkingsverband of één of meer partijen van het samenwerkingsverband zich garant stelt of stellen voor ten minste 80% van het aangevraagde subsidiebedrag.

Artikel 2.3. De aanvraag
1.

Het aangevraagde subsidiebedrag bedraagt ten minste 125.000 EUR, exclusief overhead als bedoeld in artikel 4.6, tweede lid.

2.

De subsidieaanvraag wordt gedaan middels een namens de minister verstrekt (elektronisch) formulier.

3.

De subsidieaanvraag wordt niet in behandeling genomen indien de hoofdaanvrager in hetzelfde aanvraagtijdvak reeds een aanvraag heeft ingediend met betrekking tot dezelfde sectoren, branches of arbeidsmarktregio’s, en die aanvraag op grond van deze regeling geheel of gedeeltelijk is toegekend.

4.

Bij de aanvraag worden de volgende stukken overlegd:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.