← Geldende tekst · Geschiedenis

Beleidsregel Ontheffingverlening exceptionele transporten RDW 2015

Geldende tekst a fecha 2015-01-01

Gelet op artikel 149a, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994, artikel 4:83 van de Algemene wet Bestuursrecht, het Besluit ontheffingverlening exceptionele transporten, het Besluit voertuigen, de Regeling voertuigen en de Beleidsregel ontheffing gerelateerde voertuigdocumenten;

Besluit:

§ 1. Algemeen

Artikel 1. Definities

Voor de toepassing van deze beleidsregel worden de begripsbepalingen van de Regeling voertuigen overgenomen.

Voorts wordt verstaan onder:

Artikel 2. Toepassingsgebied

Deze beleidsregel is van toepassing op de behandeling van aanvragen voor ontheffingen voor een exceptioneel transport op basis van artikel 149a, tweede lid Wegenverkeerswet 1994.

Artikel 3. Soorten ontheffingen

Ontheffingen worden onderscheiden in langlopende ontheffingen en incidentele ontheffingen.

Artikel 4. Langlopende ontheffing
1.

Een langlopende ontheffing wordt verleend voor:

2.

Een langlopende ontheffing kan worden verleend indien de aanvraag betrekking heeft op

Artikel 5. Incidentele ontheffing
1.

Een incidentele ontheffing kan worden verleend voor een bepaalde route en voor maximaal vier voertuigen of vier samenstellen van voertuigen.

2.

Incidentele ontheffingen kunnen worden verleend met een geldigheidsduur van:

3.

Incidentele ontheffingen als bedoeld in het tweede lid, onder b, worden slechts verleend indien meerdere identieke exceptionele transporten door dezelfde transporteur gedurende een bepaalde en beperkte periode over een bepaalde route moeten worden uitgevoerd. Een ontheffing met een geldigheidsduur van zes weken of meer wordt slechts verleend voor een exceptioneel transport indien:

4.

Incidentele ontheffingen als bedoeld in het tweede lid, onder c, kunnen slechts worden verleend indien het exceptionele transport:

Artikel 6. Ontheffingen voor lengte bij onbeladen voertuigen
1.

Een langlopende ontheffing voor een samenstel van voertuigen bestemd voor het vervoer van ondeelbare lading, waarbij in onbeladen toestand niet wordt voldaan aan artikel 5.18.11 van de Regeling voertuigen, kan worden verleend:

2.

Een incidentele ontheffing voor een samenstel van voertuigen bestemd voor het vervoer van ondeelbare lading, waarbij in onbeladen toestand niet wordt voldaan aan artikel 5.18.11 van de Regeling voertuigen kan worden verleend:

Artikel 7. Ontheffingen voor lengte bij beladen voertuigen
1.

Een langlopende ontheffing voor een samenstel van voertuigen bestemd voor het vervoer van ondeelbare lading, waarbij in beladen toestand niet wordt voldaan aan artikel 5.18.11 respectievelijk artikel 5.18.13 van de Regeling voertuigen kan worden verleend:

2.

Een incidentele ontheffing voor een samenstel van voertuigen bestemd voor het vervoer van ondeelbare lading, waarbij in beladen toestand niet wordt voldaan aan artikel 5.18.11 respectievelijk artikel 5.18.13 van de Regeling voertuigen kan worden verleend:

Artikel 8. Ontheffingsdocument met bijlagen
1.

In het ontheffingsdocument wordt voor het voertuig of het samenstel van voertuigen vermeld:

2.

Een langlopende ontheffing bestaat uit:

3.

De aanvrager van een langlopende ontheffing ontvangt tevens een wijzigingsabonnement, waarbij gedurende en uitsluitend voor de resterende geldigheidsduur van de langlopende ontheffing, de digitale wegenkaart moet worden vervangen in verband met de wijziging in de autonome beslisruimte dan wel het gebruik van de ontheffing.

4.

De Dienst Wegverkeer geeft op een door deze dienst bepaalde wijze de aangepaste digitale wegenkaart af voor zover zich wijzigingen in de autonome beslisruimte hebben voorgedaan dan wel voor het gebruik van de ontheffing noodzakelijk is.

5.

Een incidentele ontheffing bestaat uit:

§ 2. Aanvragen ontheffingen

Artikel 9. Aanvraagformulier Ontheffing
1.

De aanvrager van een ontheffing dient zijn aanvraag te doen op het door de Dienst Wegverkeer vastgestelde model aanvraagformulier.

2.

Het aanvraagformulier wordt schriftelijk beschikbaar gesteld.

Artikel 10. Wijze van indienen van de aanvraag

Indiening van aanvragen kan uitsluitend schriftelijk plaatsvinden.

Artikel 11. Intrekken van de aanvraag
1.

Een ontheffingsaanvraag kan uitsluitend schriftelijk door de indiener worden ingetrokken.

2.

Het annuleren van een ingediende aanvraag wordt uitsluitend conform de actuele Regeling tarieven Dienst Wegverkeer1Jaarlijks gepubliceerd in de Staatscourant behandeld indien de intrekking binnen 24 uur na registratie van de aanvraag is gedaan en op dat moment nog en niet de status in behandeling heeft.

Artikel 12. Duur van de behandeling van de ontheffingsaanvraag
1.

Aanvragen die binnen de autonome beslisruimte van de Dienst Wegverkeer vallen, worden in beginsel afgehandeld binnen 2 werkdagen.

2.

Voor aanvragen die buiten de autonome beslisruimte van de Dienst Wegverkeer vallen, geldt in beginsel een termijn van meer dan 2 werkdagen.

3.

Uitsluitend op last van de politie kan een ontheffingsaanvraag met spoed worden behandeld.

Artikel 13. Beoordeling route aanvraag
1.

De Dienst Wegverkeer hanteert bij de beoordeling van aanvragen ten aanzien van de hoogte bij in de route gelegen kunstwerken een speling van minimaal 0,15 meter ten opzichte van de hoogte van het exceptioneel transport.

2.

Van het eerste lid kan worden afgeweken, indien:

Artikel 14. Beoordeling beperking rijtijden en voorschrift transportbegeleiding wegbeheerder Rijk
1.

Bij de beoordeling van de aanvraag of een en welke rijtijdbeperking zal gaan gelden, of het voorschrift transportbegeleiding aan de ontheffing wordt verbonden, en welk aantal transportbegeleiders wordt voorgeschreven, geldt ten aanzien van de breedte van het transport op autosnelwegen, alsmede op nader door de wegbeheerder benoemde N-wegen, in beginsel het volgende toetsingskader:

2.

Bij de beoordeling van de aanvraag of een en welke rijtijdbeperking zal gaan gelden, of het voorschrift transportbegeleiding aan de ontheffing wordt verbonden, en welk aantal transportbegeleiders wordt voorgeschreven, geldt in beginsel ten aanzien van de lengte van het transport op autosnelwegen, alsmede op nader door de wegbeheerder benoemde N-wegen het volgende toetsingskader:

3.

Bij de beoordeling van de aanvraag of een en welke rijtijdbeperking zal gaan gelden, of het voorschrift transportbegeleiding aan de ontheffing wordt verbonden, en welk aantal transportbegeleiders wordt voorgeschreven, geldt op autosnelwegen, alsmede op nader door de wegbeheerder benoemde N-wegen in beginsel ten aanzien van de massa van het transport het volgende toetsingskader:

4.

Bij de beoordeling van de aanvraag of en welke rijtijdbeperking zal gaan gelden en of het voorschrift transportbegeleiding aan de ontheffing wordt verbonden, en welk aantal transportbegeleiders wordt voorgeschreven, geldt in beginsel ten aanzien van de hoogte van het transport op autosnelwegen, alsmede nader door de wegbeheerder benoemde N-wegen het volgende toetsingskader:

5.

Indien sprake is van een aanvraag als bedoeld in artikel 13, tweede lid, wordt het voorschrift van ten minste twee transportbegeleiders aan de ontheffing verbonden.

6.

Indien er sprake is van een aanvraag met een bijzondere voertuigconfiguratie kan het voorschrift transportbegeleiding uitgevoerd door één dan wel twee transportbegeleiders aan de ontheffing worden verbonden.

Artikel 15. Beoordeling beperking rijtijden en voorschrift transportbegeleiding overige wegbeheerders en wegbeheerder Rijk voor N-wegen
1.

Bij de beoordeling van de aanvraag of een en welke rijtijdbeperking zal gaan gelden, of het voorschrift transportbegeleiding aan de ontheffing wordt verbonden, en welk aantal transportbegeleiders wordt voorgeschreven, geldt in beginsel ten aanzien van de breedte van het transport bij wegen, niet zijnde autosnelwegen, alsmede nader door de wegbeheerder benoemde N-wegen het volgende toetsingskader:

2.

Bij de beoordeling van de aanvraag of een en welke rijtijdbeperking zal gaan gelden, of het voorschrift transportbegeleiding aan de ontheffing wordt verbonden, en welk aantal transportbegeleiders wordt voorgeschreven, geldt in beginsel ten aanzien van de lengte van het transport bij wegen, niet zijnde autosnelwegen, alsmede nader door de wegbeheerder benoemde N-wegen het volgende toetsingskader:

3.

Bij de beoordeling van de aanvraag of een en welke rijtijdbeperking zal gaan gelden, of het voorschrift transportbegeleiding aan de ontheffing wordt verbonden, en welk aantal transportbegeleiders wordt voorgeschreven, geldt in beginsel ten aanzien van de massa van het transport bij wegen, niet zijnde autosnelwegen, alsmede nader door de wegbeheerder benoemde N-wegen, het volgende toetsingskader:

4.

Bij de beoordeling van de aanvraag of een en welke rijtijdbeperking zal gaan gelden, of het voorschrift transportbegeleiding aan de ontheffing wordt verbonden, en welk aantal transportbegeleiders wordt voorgeschreven, geldt in beginsel ten aanzien van de hoogte van het transport bij wegen, niet zijnde autosnelwegen, alsmede nader door de wegbeheerder benoemde N-wegen het volgende toetsingskader:

5.

Indien sprake is van een aanvraag als bedoeld in artikel 10, tweede lid, wordt het voorschrift van ten minste twee transportbegeleiders aan de ontheffing verbonden.

6.

Indien er sprake is van een aanvraag met een bijzondere voertuigconfiguratie kan het voorschrift transportbegeleiding uitgevoerd door één dan wel twee transportbegeleiders aan de ontheffing worden verbonden.

Artikel 16. Nadere gegevens ontheffingsaanvraag
1.

Naar aanleiding van een ontheffingsaanvraag kunnen nadere gegevens worden opgevraagd ten behoeve van de beoordeling van:

2.

Bij de beoordeling door de Dienst Wegverkeer van de geschiktheid van een motorvoertuig voor de uitvoering van een exceptioneel transport met een toegestane maximummassa van een samenstel van voertuigen groter dan het wettelijk maximum, is het volgende van toepassing:

3.

Ten behoeve van de voertuigbeoordeling als bedoeld in het eerste lid, onder a, kan een technisch onderzoek van het voertuig noodzakelijk zijn naar:

4.

Ten behoeve van de route als bedoeld in het eerste lid, onder b, kunnen worden opgevraagd:

§ 3. Voorschriften verbonden aan ontheffingen

Artikel 17. Voorschriften verbonden aan de ontheffing
1.

De Dienst Wegverkeer verbindt aan iedere ontheffing algemene voorschriften, zoals opgenomen in bijlage A.

2.

De Dienst Wegverkeer kan aan iedere ontheffing bijzondere voorschriften verbinden.

§ 4. Slotbepalingen

Artikel 18. Overgangsbepaling

De voor inwerkingtreding van deze beleidsregel aangevraagde en verleende ontheffingen behouden hun geldigheid voor de geldigheidsduur van de desbetreffende ontheffing.

Artikel 19. Intrekking

De Beleidsregel Ontheffingverlening exceptionele transporten Dienst Wegverkeer 2013 (Stct. 2013, nr. 7573) wordt ingetrokken.

Artikel 20. Inwerkingtreding

Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van 1 januari 2015.

Artikel 21. Citeertitel

Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel Ontheffingverlening exceptionele transporten RDW 2015.

Bijlage A. Bij artikel 17, eerste en tweede lid

Algemene voorschriften

Artikel 1. Voertuigdocumenten

Artikel 2. Passagemogelijkheden

Artikel 3. Buitengewone omstandigheden

Artikel 4. Plaats op de rijbaan

Artikel 5. Konvooien

Artikel 6. Markering

Artikel 7. Hulpbesturing

Indien in het voertuig hulpbesturing aanwezig is, geldt ten aanzien van het gebruik van de hulpbesturing dat:

Artikel 8. Bijplaatsen lading

Het bijplaatsen van lading is toegestaan, indien deze lading:

Artikel 9. Modulaire voertuigen

Voor modulaire voertuigen geldt dat het modulair samengestelde voertuig het kenteken van het voor het achterste asstel afgegeven kenteken moet voeren.

Artikel 10. Dollycombinatie

Artikel 11. Gebruik voertuig in onbeladen toestand

Het voertuig of samenstel van voertuigen moet bij gebruik in onbeladen toestand volledig zijn ingeschoven.

Artikel 12. Bestreken baaneisen

Een samenstel van voertuigen voor exceptioneel transport moet tot een lengte van maximaal 27 meter, naar beide zijden een cirkel kunnen beschrijven binnen een ruimte die wordt begrensd door twee concentrische cirkels zoals in onderstaande tabel en tekening is vermeld zonder dat één van de buitenpunten van de voertuigen buiten de omtrek van de cirkels komt.

Voor een samenstel van voertuigen waarvan het getrokken voertuig een getrokken werktuig is moet deze vanaf een lengte van 22 meter voldoen aan onderstaande tabel en tekening

Artikel 13. Vervangend voertuig of samenstel van voertuigen

Indien een ander, vervangend, voertuig of samenstel van voertuigen dan in de ontheffing is vermeld bij de uitvoering van het exceptioneel transport wordt gebruikt, geldt onverminderd het bepaalde in artikel 1 van deze bijlage, het volgende:

Deze beleidsregel zal met bijlagen en de toelichting in de Staatcourant worden geplaatst.