Regeling van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie en de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 8 december 2014, nr. 590600, houdende regels omtrent de verzending en ontvangst van berichten inzake jeugdhulp, kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering (Regeling justitiële keteninformatisering Jeugdwet)
Gelet op de artikelen 7.3.11, vijfde lid, van de Jeugdwet en 5.33, vierde lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;
Besluit:
Artikel 1. Begripsbepaling
In deze regeling wordt verstaan onder:
- –. CORV: collectieve opdracht routeervoorziening als bedoeld in artikel 2, eerste lid;
- –. foutmelding: melding dat een bericht in CORV niet is gerouteerd of door de ontvanger niet goed kan worden verwerkt;
- –. justitiële ketenpartner:
- a. Veilig Thuis: Veilig Thuis-organisatie als bedoeld in artikel 4.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;
- b. college: college als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet;
- c. gecertificeerde instelling: gecertificeerde instelling als bedoeld in artikel 1.1 Jeugdwet;
- d. raad voor de kinderbescherming: raad voor de kinderbescherming als bedoeld in artikel 238, eerste lid, Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek;
- –. Minister: Minister van Justitie en Veiligheid;
- –. verkeersgegevens: gegevens over de aard en status van berichten die via CORV zijn verzonden en ontvangen, inclusief gegevens over foutmeldingen.
Artikel 2. CORV
Er is een collectieve opdracht routeervoorziening waarmee justitiële ketenpartners op veilige en zorgvuldige wijze berichten verzenden en ontvangen zonder dat deze berichten bij verzending of voor ontvangst inhoudelijk worden bewerkt.
De Minister draagt zorg voor de inrichting en het beheer van CORV.
De Minister is de verwerkingsverantwoordelijke in de zin van artikel 4 van de Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) (PbEU 2016, L 119), met betrekking tot het verwerken van persoonsgegevens in CORV.
Artikel 3. Gebruik CORV
Behoudens gevallen van onverwijlde spoed verzenden de justitiële ketenpartners uitsluitend via CORV de berichten vermeld in Bijlage 1 bij deze regeling overeenkomstig de daarbij vermelde aanwijzingen.
De justitiële ketenpartners dragen er zorg voor dat zij in staat zijn om via CORV berichten te ontvangen op grond van:
- b. artikel 11c, eerste lid, en artikel 17, eerste lid, aanhef en onder c, van het Besluit justitiële en strafvorderlijke gegevens;
voor zover voornoemde artikelen betrekking hebben op de taken en werkzaamheden van de justitiële ketenpartners.
De berichten, bedoeld in het eerste en tweede lid, voor zover deze niet via CORV door of aan gecertificeerde instellingen kunnen worden verzonden, worden uiterlijk tot 1 april 2015 op een andere veilige en zorgvuldige wijze verzonden.
De Minister kan Bijlage 1 van deze regeling wijzigen of vervangen.
Artikel 4. Routering en vernietiging CORV-berichten
De Minister vernietigt een bericht dat met CORV is verzonden, uiterlijk binnen 72 uur vanaf het tijdstip dat in CORV een bevestiging is ontvangen dat het verzonden bericht juist is gerouteerd.
De Minister bewaart verkeersgegevens maximaal twaalf maanden na het ontstaan van deze gegevens.
Artikel 5. Aanmelding voor aansluiting op CORV
Een Veilig Thuis-organisatie wendt zich voor aansluiting op CORV tot de Minister met gebruikmaking van het formulier in Bijlage 2 van deze regeling. Daarbij verklaart de Veilig Thuis-organisatie dat zij voldoet aan de aansluitingsvoorwaarden voor CORV.
Een college wendt zich voor aansluiting op CORV tot de Minister met gebruikmaking van het formulier in Bijlage 3 van deze regeling. Daarbij verklaart het college dat het voldoet aan de aansluitingsvoorwaarden voor CORV.
Een gecertificeerde instelling wendt zich voor aansluiting op CORV tot de Minister met gebruikmaking van het formulier in Bijlage 4 van deze regeling. Daarbij verklaart de gecertificeerde instelling dat het voldoet aan de aansluitingsvoorwaarden voor CORV.
De aansluitingsvoorwaarden voor CORV, bedoeld in het eerste tot en met het derde lid, worden vastgesteld overeenkomstig Bijlage 5 van deze regeling.
De Minister kan Bijlagen 2 tot en met 5 van deze regeling wijzigen of vervangen.
Artikel 6. Aansluiting op CORV
Aansluiting op CORV vindt uitsluitend plaats indien de infrastructuur voor gegevensuitwisseling van de justitiële ketenpartner aansluiting op CORV mogelijk maakt en deze aansluiting voldoende verantwoord is.
Artikel 7. Nadere eisen aan aansluiting op CORV
Bij aansluiting van een justitiële ketenpartner op CORV stelt de Minister in ieder geval nadere eisen omtrent:
- a. het aantal aansluitingen van de justitiële ketenpartner;
- b. de actualiteit van de bij de aansluiting te gebruiken programmatuur;
- c. het vervallen van de aansluiting.
Artikel 8. Wijzigingen van de regeling
Onverminderd artikel 3, vierde lid, en artikel 5, vijfde lid, kan de Minister deze regeling wijzigen, voor zover hij dit afstemt met de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
Artikel 9. Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2015.
Artikel 10. Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling justitiële keteninformatisering Jeugdwet.
Bijlage 1. bij de Regeling justitiële keteninformatisering Jeugdwet
CORV-berichten
Jeugdbescherming:
-
- Bericht verzoek tot onderzoek Het verzoek tot onderzoek is een bericht aan de raad voor de kinderbescherming. Indien de zorgen over de ontwikkeling van een kind groot zijn en hulp in het vrijwillig kader onvoldoende lijkt te zijn, dan kan worden overwogen om een verzoek tot onderzoek bij de raad voor de kinderbescherming (VTO) in te dienen (artikel 3.1, eerste lid, van de Jeugdwet). Gemeenten (artikel 2.4, eerste lid, van de Jeugdwet), gecertificeerde instellingen, Veilig Thuis of een door het college aangewezen jeugdhulpaanbieder (artikel 3.1, eerste lid, van de Jeugdwet) kunnen dit verzoek indienen. In uitzonderingssituaties kan een ieder de raad voor de kinderbescherming verzoeken een onderzoek te starten (artikel 3.1, tweede lid, onderdeel a, van de Jeugdwet). Dit kan – overeenkomstig de huidige praktijk – indien er sprake is van een acute en ernstig bedreigende situatie voor de minderjarige, als er geen tijd te verliezen is. Hiertoe wordt geen elektronisch bericht met CORV verzonden. In het Bericht verzoek tot onderzoek kunnen meerdere kinderen (zowel geboren als ongeboren) gemeld worden en kunnen bijlagen toegevoegd worden. Met het Bericht verzoek tot onderzoek van de indiener wordt ten behoeve van de uitvoering door de raad voor de kinderbescherming ten minste verstrekt:
- •. casus waar het verzoek betrekking op heeft waaronder het nummer waarmee de casus bekend is bij de indiener van het VTO. Daarbij worden verder ten hoogste de volgende gegevens verstrekt:
- ○. omschrijving;
- ○. startdatum;
- ○. registratiedatum;
- ○. indicatie dat de casus urgent is.
- •. gegevens van de verzoeker: Daarbij worden verder ten hoogste de volgende gegevens verstrekt:
- ○. contactgegevens van de organisatie en;
- ○. gegevens van de medewerker die verzoek opmaakt; naam, telefoonnummer, emailadres.
- ○. RSIN1RSIN: Rechtspersonen en Samenwerkingsverbanden Informatienummer (RSIN). Alle rechtspersonen en samenwerkingsverbanden, zoals bv’s, verenigingen, stichtingen, vof’s en maatschappen krijgen bij inschrijving bij de Kamer van Koophandel naast een KvK-nummer ook een RSIN. Dit nummer wordt gebruikt om gegevens uit te wisselen met andere organisaties. van de organisatie.
- •. gegevens van de jeugdige(n) waar verzoek betrekking op heeft: Daarbij worden verder ten hoogste de volgende gegevens verstrekt:
- ○. geslacht
- ○. BSN (op grond van artikel 7.2.1, eerste lid, van de Jeugdwet);
- ○. personalia (als bedoeld in artikel 7.2.4 van de Jeugdwet) als er geen BSN bekend is.
- ○. GBA-verblijfadres;
- ○. naam;
- ○. geboortedatum;
- ○. telefoonnummer/emailadres.
- •. gegevens van de gezaghebbende(n) of ouders: Daarbij worden verder ten hoogste de volgende gegevens verstrekt:
- ○. naam of naam voogdijinstelling;
- ○. telefoonnummer en/of emailadres;
- ○. indicatie of gezaghebbende wel of niet is geïnformeerd over dit VTO, en zo niet wat daarvan de reden is.
- ○. KvK-nummer voogdijinstelling.
- •. gegevens, indien het verzoek tot onderzoek een ongeboren kind betreft,: Ten behoeve van de geachte noodzaak tot het verrichten van een onderzoek wordt ten minste het formulier verzoek tot onderzoek gebruikt voor bij de doorzending van gegevens. Daarbij worden en hoogste de volgende gegevens verstrekt: De voornoemde gegevens kunnen worden verstrekt in de vorm van een bijlage/documenten ten behoeve van de beschrijving van de geachte noodzaak tot onderzoek, de ontwikkelingsbedreiging evenals de leefsituatie van het kind waarop de melding betrekking heeft.
- ○. naam van de moeder;
- ○. uitgerekende geboortedatum van het kind.
- ○. gegevens met betrekking tot de situatie van het kind in het gezin;
- ○. beschrijving van de gezinssituatie van het kind;
- ○. rapportages met betrekking tot hulpverlening;
- ○. rapportages met betrekking tot diagnostisch onderzoek.
-
- Notificatie intake Na ontvangst van een VTO kan de raad voor de kinderbescherming besluiten een onderzoek op te starten (artikel 3.1, eerste lid, van de Jeugdwet). Het besluit om al dan niet een onderzoek op te starten, wordt door middel van het bericht ‘notificatie intake’ gecommuniceerd aan de indiener van het verzoek tot onderzoek. Met dit bericht wordt aan de verzoeker door de raad voor de kinderbescherming en ten behoeve van de registratie en monitoring ten minste de volgende gegevens verstrekt:
- •. casus waar het verzoek betrekking op heeft met daarbij:
- ○. het nummer waaronder de casus bekend is bij de raad voor de kinderbescherming;
- ○. het nummer waaronder de casus bekend is bij de indiener van het VTO;
- ○. de status van de zaak bij de raad voor de kinderbescherming
- ○. de startdatum van die status van de zaak bij de raad voor de kinderbescherming;
- •. indicatie of raad voor de kinderbescherming voornemens is onderzoek te gaan doen;
- •. instantiecode van de behandelende regio van de raad voor de kinderbescherming (SYSDA-code2SYSDA-code: Ketenpartners moeten gebruik kunnen maken van codes uit de SYSDA-instantietabel als waarde om specifieke partijen in Justitie- of Politieketens te identificeren en berichten naar deze partijen te routeren.);
- •. gegevens van de jeugdige waar het verzoek betrekking op heeft, voor zover het geen ongeboren kind betreft. Daarbij worden ten minste de volgende gegevens verstrekt: Daarbij worden verder ten hoogste de volgende gegevens verstrekt:
- ○. geslacht;
- ○. BSN op grond van artikel 7.2.1, eerste lid, van de Jeugdwet;
- ○. personalia (als bedoeld in artikel 7.2.4 van de Jeugdwet) als er geen BSN bekend is.
- ○. naam;
- ○. geboortedatum;
- ○. telefoonnummer/emailadres;
- •. Gegevens van de jeugdige waar verzoek betrekking, voor zover het een ongeboren kind betreft. Daarbij worden ten minste de volgende gegevens verstrekt: Daarbij worden verder ten hoogste de volgende gegevens verstrekt:
- ○. naam van de moeder;
- ○. identificerend nummer van de moeder (BSN);
- ○. uitgerekende geboortedatum van het kind.
-
- Notificatie start ambtshalve onderzoek De raad voor de kinderbescherming kan ambtshalve besluiten een onderzoek op te starten naar de opvoedingssituatie van een (of meer) kind(eren) (artikel 3.2, tweede lid, onderdeel b, van de Jeugdwet). In de praktijk gebeurt dit vooral vanuit jeugdstrafzaken, schoolverzuimzaken, onderzoeken rond gezag en omgang na scheiding (die de raad op verzoek van de rechter uitvoert) en vanuit beschermingsonderzoeken waar in het gezin meerdere kinderen aanwezig zijn. Indien de raad voor de kinderbescherming ambtshalve een onderzoek opstart dan is de verantwoordelijke gemeente nog niet op de hoogte van dat onderzoek. De gemeente of een hiertoe aangewezen jeugdhulpaanbieder wordt, door de raad voor de kinderbescherming, als gevolg van artikel 3.1, derde lid, van de Jeugdwet, met een notificatiebericht hierover geïnformeerd. Met het notificatiebericht ‘start ambtshalve onderzoek’ verstrekt de raad voor de kinderbescherming tenminste de volgende gegevens aan het college:
- •. casus waar het verzoek betrekking op heeft met daarbij de volgende gegevens:
- ○. het nummer waaronder de casus bekend is bij de raad voor de kinderbescherming;
- ○. de status van de zaak bij de raad voor de kinderbescherming;
- ○. de startdatum van die status van de zaak bij de raad voor de kinderbescherming;
- •. gegevens van de behandelende regio van de raad voor de kinderbescherming:
- ○. instantiecode van de raad voor de kinderbescherming-regio (SYSDA-code);
- •. gegevens van de jeugdige waar het verzoek betrekking op heeft en voor zover het een geboren kind betreft. Daarbij worden ten minste de volgende gegevens verstrekt: Daarbij worden ten hoogste de volgende gegevens verstrekt:
- ○. geslacht;
- ○. BSN op grond van artikel 7.2.1, eerste lid, van de Jeugdwet;
- ○. personalia (als bedoeld in artikel 7.2.4 van de Jeugdwet) als er geen BSN bekend is
- ○. naam;
- ○. geboortedatum;
- ○. telefoonnummer/emailadres;
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.