Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 9 december 2014, nr. HO&S/695142, houdende onder meer het vaststellen van de normbedragen in de Wet studiefinanciering 2000, de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten alsmede de Wet studiefinanciering BES voor het jaar 2015 (Regeling normen WSF 2000, WTOS en WSF BES, voor het jaar 2015)

Type Ministeriële regeling
Publication 2026-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op de artikelen 6.3, 7.4, vijfde lid, en 11.1, eerste lid, van de Wet studiefinanciering 2000, artikel 17 van het Besluit studiefinanciering 2000, de artikelen 8.1, eerste lid, en 11.1, eerste lid, van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten, artikel 5 van het Besluit tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten en de artikelen 4.3, 5.2, derde lid, en 8.1 van de Wet studiefinanciering BES;

BESLUIT:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. Indexcijfer cao-lonen en consumentenprijsindex
1.

Voor de toepassing van artikel 17, derde lid, van het BSF 2000 en artikel 5, derde lid, van het BTOS wordt onder indexcijfer van de cao-lonen verstaan: de reeks ‘CAO-lonen per maand inclusief bijzondere beloningen’, zoals die is berekend door het Centraal Bureau voor de Statistiek en is gepubliceerd in het Statistisch Bulletin. De van toepassing zijnde procentuele ontwikkeling is 6,33 procent.

2.

Voor de toepassing van artikel 17, derde lid, van het BSF 2000, en artikel 5, derde lid, van het BTOS, wordt onder consumentenprijsindex verstaan: de reeks ‘consumentenprijsindex alle huishoudens’, zoals die is berekend door het Centraal Bureau voor de Statistiek en is gepubliceerd in het Statistisch Bulletin. De van toepassing zijnde procentuele ontwikkeling is 3,35 procent.

3.

Voor de toepassing van artikel 8.1, tweede lid van de WSF BES wordt onder consumentenprijsindex verstaan: de index in de reeks ‘consumentenprijsindex Caribisch Nederland’ met de grootste procentuele stijging. De van toepassing zijnde procentuele ontwikkeling is 2,56 procent.

Artikel 3. Rentepercentage WSF 2000 en WSF BES
1.

Het rentepercentage, bedoeld in artikel 6.3, eerste lid, van de WSF 2000 zoals dat luidde voor inwerkingtreding van artikel I, onderdeel N, van de Wet herinvoering basisbeurs hoger onderwijs, wordt voor het jaar 2026 vastgesteld op 2,29 procent.

2.

Het rentepercentage, bedoeld in artikel 6.3 van de WSF 2000, wordt voor het jaar 2026 vastgesteld op 2,33 procent.

3.

Het rentepercentage, bedoeld in artikel 4.3 van de WSF BES, wordt voor het jaar 2026 vastgesteld op 2,29 procent.

Hoofdstuk 2. Normen WSF 2000 en BSF 2000

Artikel 4. Toetsingsinkomen partner

Vervallen

Artikel 5. Vrije voet veronderstelde ouderlijke bijdrage beroepsonderwijs

Met ingang van 1 januari 2026 worden de bedragen, genoemd in artikel 3.9, tweede lid, van de WSF 2000, vastgesteld op € 23.152,70 onderscheidenlijk € 29.333,26.

Artikel 6. Vordering wegens eigen inkomsten mbo-student

Vervallen

Artikel 7. Normbedragen studiefinanciering

Met ingang van 1 januari 2026 luiden de bedragen, genoemd in de overzichten 1, 2 en 3 van artikel 3.18 van de WSF 2000, als volgt:

A. Beroepsonderwijs
Normbedrag thuiswonend € 657,49
Normbedrag uitwonend € 928,58
B. Hoger onderwijs
Normbedrag thuiswonend € 936,46
Normbedrag uitwonend € 1.130,77
A. Beroepsonderwijs
--- ---
Basisbeurs (exclusief toeslag eenoudergezin) Basisbeurs (exclusief toeslag eenoudergezin)
• Thuiswonend € 107,26
• uitwonend € 350,03
Basislening Basislening
• thuis- en uitwonend € 233,65
Maximale aanvullende beurs/lening of veronderstelde ouderlijke bijdrage1 Maximale aanvullende beurs/lening of veronderstelde ouderlijke bijdrage1
• thuiswonend € 316,58
• uitwonend € 344,90
B. Hoger onderwijs B. Hoger onderwijs
Basisbeurs
• Thuiswonend € 130,21
• Uitwonend € 324,52
Basislening € 315,17
Maximale aanvullende beurs/lening of veronderstelde ouderlijke bijdrage € 491,08

1 Voor mbo-studenten die lesgeld verschuldigd zijn, wordt de maximale aanvullende beurs/lening ingevolge artikel 3.2, derde lid, van de Wet studiefinanciering 2000 vanaf 1 januari 2026 verhoogd met € 121,50 en per 1 augustus 2026 met € 125,92 per maand.

Hoger onderwijs Beroepsonderwijs
Toeslag eenoudergezin € 327,15 € 327,15
Artikel 8. Maximale hoogte lening

Met ingang van 1 januari 2026 wordt het bedrag, genoemd in de artikelen 4.7, derde lid, 4.18, tweede lid, en 5.2, vierde lid, van de WSF 2000, vastgesteld op € 1.213,95.

Hoofdstuk 3. Normen WTOS

Artikel 9. Grensbedragen draagkracht en toetsingsinkomen

Met ingang van schooljaar 2026–2027 wordt het grensbedrag draagkracht, bedoeld in artikel 2.23, tweede lid, van de WTOS, vastgesteld op € 45.686,11.

Artikel 10. Normbedragen basistoelage

Met ingang van 1 januari 2026 wordt de hoogte van de basistoelage per kalendermaand, bedoeld in artikel 4.3 van de WTOS, als volgt vastgesteld:

Artikel 11. Normbedragen tegemoetkoming schoolkosten ex artikel 4.6 WTOS

Met ingang van schooljaar 2026–2027 luiden de bedragen van de tegemoetkoming schoolkosten, bedoeld in artikel 4.6 van de WTOS, als volgt:

a. onderbouw op grond van de WVO bekostigd onderwijs € 104,11
b. bovenbouw op grond van de WVO bekostigd onderwijs € 113,98
c. onderbouw niet volledig en rechtstreeks bekostigd vo € 142,53
d. bovenbouw niet volledig en rechtstreeks bekostigd vo € 152,47
e. speciaal onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs € 69,15
f. voortgezet algemeen volwassenen onderwijs (vavo) € 152,47
Artikel 12. Normbedrag tegemoetkoming schoolkosten ex artikel 5.4

Met ingang van schooljaar 2026–2027 wordt de tegemoetkoming schoolkosten, bedoeld in artikel 5.4 van de WTOS, vastgesteld op € 959,01.

Artikel 13. Normbedragen tegemoetkoming schoolkosten ex artikel 5.10 WTOS

Met ingang van schooljaar 2026–2027 luiden de bedragen van de tegemoetkoming schoolkosten, bedoeld in de overzichten 1 en 2 van artikel 5.10 van de WTOS, als volgt:

Aantal minuten per week Schoolkosten
540 of meer € 410,34
540 of meer en voor 1 januari 270 tot 540 € 205,17+ € 205,17 naar rato aantal minuten dat onderwijs wordt gevolgd
270 tot 540 € 276,45
270 tot 540 en voor 1 januari minder dan 270 € 138,23 + € 138,23 naar rato aantal minuten dat onderwijs wordt gevolgd
minder dan 270 Nihil
Aantal minuten per week Schoolkosten
--- ---
540 of meer € 205,17
540 of meer en voor 1 januari 270 tot 540 € 102,59 + € 102,59 naar rato aantal minuten dat onderwijs wordt gevolgd
270 tot 540 € 138,23
270 tot 540 en voor 1 januari minder dan 270 € 69,12 + € 69,12 naar rato aantal minuten dat onderwijs wordt gevolgd
Minder dan 270 Nihil
Artikel 14. Normbedragen tegemoetkoming schoolkosten ex artikel 10.7

Vervallen

Hoofdstuk 4. Normen WSF BES

Artikel 15. Normbedragen studiefinanciering en opstarttoelage BES

Met ingang van 1 januari 2026 luiden de bedragen, bedoeld in artikel 2.2 van de WSF BES, als volgt:

I. Onderwijstype II. Plaats opleiding III. Prestatiebeurs of gift per maand IV. Lening tijdens prestatiebeurs per maand V. Lening na prestatiebeurs per maand
Beroepsonderwijs Eigen openbaar lichaam USD 94,61 USD 189,22 USD 283,83
Ander openbaar lichaam, Aruba, Curaçao, Sint Maarten USD 307,45 USD 614,90 USD 922,35
Overig deel Caribische regio USD 472,97 USD 945,94 USD 1.418,91
Verenigde Staten van Amerika en Canada USD 648,81 USD 1.297,62 USD 1.946,43
Hoger onderwijs Eigen openbaar lichaam USD 177,36 USD 354,72 USD 532,08
Ander openbaar lichaam, Aruba, Curaçao, Sint Maarten USD 354,71 USD 709,42 USD 1.064,13
Overig deel Caribische regio USD 472,97 USD 945,94 USD 1.418,91
Verenigde Staten van Amerika en Canada USD 648,81 USD 1.297,62 USD 1.946,43
I. Onderwijstype II. Plaats opleiding III. Prestatiebeurs IV. Lening
--- --- --- ---
Beroepsonderwijs opleiding niveau 3 of 4 en hoger onderwijs Europees deel van Nederland USD 3.264,99 USD 6.529,98

Hoofdstuk 5. Wijziging bedragen in andere regelingen

Artikel 16. Maximale verrekenbedrag 2015 in de Regeling studiefinanciering 2000

Vervallen

Artikel 17. Maximale verrekenbedrag 2015 in de Regeling tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten

Vervallen

Artikel 18. Maximale verrekenbedrag 2015 in de Regeling studiefinanciering BES

Vervallen

Hoofdstuk 4. Normen WSF BES

Artikel 19. Inwerkingtreding en vervaldatum

Vervallen

Artikel 20. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling normen WSF 2000, WTOS en WSF BES.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 8a. Normbedrag kwijtschelding studieschuld

Met ingang van 1 januari 2026 wordt het bedrag, genoemd in artikel 6.2a, tweede lid, van de WSF 2000, zoals dat luidde voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel M, van de Wet herinvoering basisbeurs hoger onderwijs, vastgesteld op € 1.628,53.

Artikel 8b. Normbedragen cohortgarantie

Met ingang van 1 januari 2026 luiden de bedragen, genoemd in artikel 12.14, tweede lid, van de WSF 2000, als volgt:

thuiswonende uitwonende
a. maandbedrag als bedoeld in overzicht 1 van artikel 3.18 € 859,63 € 1.130,77
b. basisbeurs als bedoeld in overzicht 2 van artikel 3.18 € 136,07 € 378,82
c. maximale aanvullende beurs of lening als bedoeld in overzicht 2 van artikel 3.18 € 334,37 € 362,76
d. basislening als bedoeld in overzicht 2 van artikel 3.18 € 389,19 € 389,19
Artikel 8c. Bedrag tegemoetkoming voor de eerste vier cohorten onder het studievoorschot hoger onderwijs

Met ingang van 1 januari 2026 wordt het bedrag, genoemd in artikel 12.15, derde lid, van de WSF 2000, vastgesteld op € 2.167,34.

Artikel 8d. Bedrag tegemoetkoming voor cohorten onder het studievoorschot hoger onderwijs

Met ingang van 1 januari 2026 wordt het bedrag, genoemd in artikel 12.30, derde lid, van de WSF 2000, vastgesteld op € 35,31.

Hoofdstuk 3. Normen WTOS

Hoofdstuk 4. Normen WSF BES

Hoofdstuk 6. Slotbepalingen

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 5a. Vrije voet veronderstelde ouderlijke bijdrage hoger onderwijs

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.