Besluit van 9 december 2014, houdende regels inzake de langdurige zorg (Besluit langdurige zorg)

Type AMvB
Publication 2026-04-01
State In force
Source BWB
artikelen 199
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
  • –. Drenthe
  • –. Zwolle
  • –. Twente
  • –. Apeldoorn, Zutphen, en omstreken
  • –. Arnhem
  • –. Nijmegen
  • –. Utrecht
  • –. Flevoland
  • –. ’t Gooi
  • –. Noord-Holland Noord
  • –. Kennemerland
  • –. Zaanstreek/Waterland
  • –. Amsterdam
  • –. Amstelland en de Meerlanden
  • –. Zuid-Holland Noord
  • –. Haaglanden
  • –. Westland Schieland Delfland
  • –. Midden-Holland
  • –. Rotterdam
  • –. Zuid-Hollandse Eilanden
  • –. Waardenland
  • –. Zeeland
  • –. West-Brabant
  • –. Midden-Brabant
  • –. Noordoost Brabant
  • –. Zuidoost Brabant
  • –. Noord- en Midden-Limburg
  • –. Zuid-Limburg
  • –. Midden IJssel.
2.

Bij ministeriële regeling wordt bepaald welke gemeenten tot welke regio behoren.

Artikel 4.2.2

1.

De administratieve werkzaamheden die een op grond van artikel 4.2.4 van de wet aangewezen Wlz-uitvoerder verricht, betreffen:

  • a. het verzorgen van de administratie ten aanzien van de zorg, verleend aan de verzekerden die wonen in de regio waarvoor de Wlz-uitvoerder is aangewezen;
  • b. het bevorderen van het administratieve contact tussen de zorgaanbieders in die regio enerzijds en het CAK anderzijds.
2.

Ten behoeve van het verrichten van de in het eerste lid bedoelde werkzaamheden beschikt de aangewezen Wlz-uitvoerder over een adequate cliëntvolgende bedrijfsadministratie, waarin een verband kan worden gelegd tussen de indicatiebesluiten van de Wlz-verzekerden, de in opdracht van Wlz-uitvoerders geleverde zorg en de betalingen van zorgaanbieders die deze zorg geleverd hebben.

§ 2. Regels ten behoeve van de aanwijzing, bedoeld in artikel 4.2.4, tweede lid, Wlz

Artikel 4.3.1

Een Wlz-uitvoerder besteedt de uitvoering van artikel 4.2.1, eerste lid, onderdelen a, en b, onder 2° en 3°, van de wet, middellijk noch onmiddellijk uit aan een zorgaanbieder.

Hoofdstuk 5. Het het Zorginstituut en het CIZ

§ 3. Uitbestedingsverbod

Artikel 5.1.1

1.

Het Zorginstituut voert ten behoeve van de gezamenlijke zorg voor de instandhouding van het elektronisch gegevensverkeer, bedoeld in artikel 9.1.6 van de wet, de volgende beheertaken uit:

  • a. de vaststelling van standaarden die in het elektronisch gegevensverkeer worden gebruikt, en
  • b. het beheer van de standaarden, bedoeld in onderdeel a.
2.

Het Zorginstituut bevordert de samenwerking tussen de Wlz-uitvoerders, zorgaanbieders, het CAK en het CIZ op het terrein van het elektronisch gegevensverkeer.

3.

Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de functionele beveiligingseisen voor het bewerken en vaststellen van gegevens en over de werkzaamheden van het Zorginstituut voor de instandhouding van het elektronische gegevensverkeer.

§ 1. Zorginstituut

Artikel 5.2.1

1.

Het CIZ beoordeelt of een verzekerde op grond van artikel 10.1.4, van de wet, in aanmerking komt voor ADL-assistentie.

2.

Het CIZ stelt de aanspraak op zorg vast voor in het buitenland wonende personen die verzekerd zijn of met toepassing van Verordening (EG) nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de coördinatie van sociale zekerheidsstelsels dan wel toepassing daarvan krachtens de overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of een verdrag inzake sociale zekerheid tijdens een verblijf in Nederland recht hebben op verstrekkingen overeenkomst de Nederlandse wetgeving.

3.

Het besluit, bedoeld in het tweede lid, houdt rekening met de verwachte verblijfsduur van de zorgvrager in Nederland en heeft een maximale geldigheidsduur van zes maanden, welke eenmalig kan worden verlengd met maximaal zes maanden.

4.

Indien daartoe aanleiding bestaat, verzoekt het CIZ de zorgvrager, bedoeld in het tweede lid, zich te behoeve van het onderzoek in persoon te melden. De daaraan verbonden reis- en verblijfskosten zijn voor rekening van de zorgvrager.

Artikel 5.2.2

Vervallen

Artikel 5.2.3

Het verbod op mandaatverlening, bedoeld in artikel 7.1.2, vierde lid, van de wet, geldt niet voor door Onze Minister aangewezen organisaties die voor 1 januari 2015 experimenten uitvoerden met regelarme indicatiestelling.

Hoofdstuk 6. Zorgplanbespreking

Artikel 6.1.1

Bij de bespreking, bedoeld in artikel 8.1.1, eerste lid, van de wet, tussen de zorgaanbieder en de verzekerde die zijn zorg geleverd wenst te krijgen in natura over de wijze waarop de verzekerde zijn leven wenst in te richten en de ondersteuning die de verzekerde daarbij van de zorgaanbieder zal ontvangen, wordt in ieder geval aandacht besteed aan:

  • a. zeggenschap van de verzekerde over de inrichting van zijn leven, waaronder de betrokkenheid van mantelzorgers en vrijwilligers;
  • b. de mogelijkheid om dagelijks te douchen, tijdige hulp bij toiletgang en het tijdig verwisselen van incontinentiemateriaal;
  • c. voldoende en gezonde voeding en drinken;
  • d. een schone en verzorgde leefruimte;
  • e. een respectvolle bejegening, passend bij de eigenheid van de verzekerde, en een veilige en aangename leefsfeer;
  • f. mogelijkheden voor de verzekerde tot het beleven van en leven overeenkomstig zijn godsdienst of levensovertuiging;
  • g. een zinvolle daginvulling en beweging;
  • h. de mogelijkheid om dagelijks in de buitenlucht te verkeren; en
  • i. ontwikkeling en ontplooiing van de verzekerde waaronder, in geval van deelname aan onderwijs, afstemming met de school waar verzekerde is aangemeld of toegelaten.

Hoofdstuk 6. Zorgplanbespreking

Artikel 7.1.1

1.

Het Zorginstituut verstrekt aan organisaties subsidies voor het verlenen van ADL-assistentie voor zover die organisaties de ADL-assistentie verlenen aan verzekerden die woonachtig zijn in ADL-woningen.

2.

De organisaties, bedoeld in het eerste lid, verlenen ADL-assistentie aan verzekerden volgens een door het CIZ genomen besluit als bedoeld in artikel 5.2.1, eerste lid.

3.

In de ADL-woningen wordt zorg geleverd aan verzekerden:

  • a. met een lichamelijke handicap of een somatische aandoening of beperking;
  • b. die zijn aangewezen op een rolstoeldoorgankelijke woning;
  • c. die zijn aangewezen op ten minste vijf uur oproepbare ADL-assistentie per week, en
  • d. die voldoende sociaal zelfredzaam zijn om zelfstandig te wonen en om zelfstandig zorg op te roepen en aanwijzingen te geven.
4.

Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de subsidieverlening voor ADL-assistentie, met inbegrip van de uitvoering daarvan, van wat onder ADL-woningen kan worden verstaan en de controle.

Hoofdstuk 6. Zorgplanbespreking

§ 1. Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Artikel 8.1.1

Wijzigt het Besluit beschikbaarheidbijdrage WMG.

Artikel 8.1.2

Wijzigt het Besluit uitbreiding en beperking werkingssfeer WMG.

Artikel 8.1.3

Wijzigt het Uitvoeringsbesluit WTZi.

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Artikel 8.1.4

Wijzigt het Uitvoeringsbesluit artikel 1, tweede lid, Kwaliteitswet zorginstellingen, enz.

Artikel 8.1.5

Wijzigt het Besluit zorgverzekering.

Artikel 8.1.6

Wijzigt het Besluit gebruik burgerservicenummer in de zorg.

Artikel 8.1.7

Wijzigt het Aanpassingsbesluit Zorgverzekeringswet.

Artikel 8.1.8

Wijzigt het Besluit Jeugdwet.

Artikel 8.1.9

Wijzigt het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015.

§ 2. Financiën

Artikel 8.2.2

Wijzigt het Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001.

§ 2. Financiën

Artikel 8.3.1

Wijzigt het Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen 1999.

Artikel 8.3.2

Wijzigt het Besluit Wfsv.

Artikel 8.3.3

Wijzigt het Besluit SUWI.

Artikel 8.3.4

Wijzigt het Besluit aanwijzing registraties gezamenlijke huishouding 1998.

Artikel 8.3.5

Wijzigt het Besluit uitvoering sociale werkvoorziening en begeleid werken.

Artikel 8.3.6

Wijzigt het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten.

§ 3. Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Artikel 8.4.1

Wijzigt het Interimbesluit forensische zorg.

Artikel 8.4.2

Wijzigt het Reglement verpleging ter beschikking gestelden.

Artikel 8.4.3

Wijzigt de Penitentiaire maatregel.

Artikel 8.4.4

Wijzigt het Vrijstellingsbesluit Wbp.

§ 5. Wonen en Rijksdienst

Artikel 8.5.1

Wijzigt het Besluit op de huurtoeslag.

§ 4. Veiligheid en Justitie

Artikel 8.6.1

Wijzigt het Besluit aanvullende arbeidsongeschiktheids- en invaliditeitsvoorzieningen militairen.

Artikel 8.6.2

Wijzigt het Besluit bijzondere militaire pensioenen.

§ 6. Defensie

Artikel 8.7.1

Wijzigt het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW).

§ 5. Wonen en Rijksdienst

Artikel 8.8.1

Wijzigt het Besluit Bibob.

§ 6. Defensie

Artikel 8.9.1

Wijzigt het Besluit tijdelijke verruiming toepassingsbereik concentratietoezicht op ondernemingen die zorg verlenen.

Hoofdstuk 9. Innovatie

Hoofdstuk 9. Innovatie

Artikel 10.1

Het Administratiebesluit Bijzondere Ziektekostenverzekering wordt ingetrokken.

Artikel 10.2

Het Besluit wachttijd bijzondere ziektekostenverzekering wordt ingetrokken.

Artikel 10.3

Het Besluit zorgaanspraken AWBZ wordt ingetrokken.

Artikel 10.4

Het Besluit zorgplanbespreking AWBZ-zorg wordt ingetrokken.

Artikel 10.5

Het Bijdragebesluit zorg wordt ingetrokken.

Artikel 10.6

Het Inschrijvingsbesluit bijzondere ziektekostenverzekering 1992 wordt ingetrokken.

Artikel 10.7

Het Zorgindicatiebesluit wordt ingetrokken.

Artikel 10.8

Na de inwerkingtreding van de wet berust het Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen 1999 mede op artikel 2.1.1, vierde en vijfde lid, van de wet.

Artikel 10.9

Dit artikel treedt niet meer in werking. Het artikel is ingetrokken door Stb. 2016/484.

Tot uiterlijk 1 mei 2015 is het derde lid van artikel 2.10 van het Besluit zorgverzekering niet van toepassing op de verzekerde aan wie onmiddellijk voorafgaand aan de intrekking van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten een persoonsgebonden budget op grond van die wet was verleend voor persoonlijke verzorging als bedoeld in artikel 4 van het Besluit zorgaanspraken AWBZ of voor verpleging als bedoeld in artikel 5 van dat besluit.

Artikel 10.10

Een zorgkantoor zorgt in afwijking van artikel 7.1.2 voor een project voor preventieve maatregelen waaraan het deelneemt op het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel B, van het Besluit van 4 februari 2026 tot wijziging van het Besluit langdurige zorg in verband met regels inzake maatregelen van zorgkantoren gericht op voorkoming, vermindering of uitstel van de behoefte aan zorg op grond van de Wet langdurige zorg en tot wijziging van het Besluit Wfsv (Stb. 2026, 24), binnen drie maanden na dat tijdstip, voor een projectplan dat voldoet aan artikel 7.1.2.

Artikel 10.11

Bij ministeriële regeling kunnen ten behoeve van een goede uitvoering van dit besluit nadere regels worden gesteld met betrekking tot de in dit besluit geregelde onderwerpen.

Artikel 10.12

1.

Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

2.

Artikel 8.1.3 werkt terug tot en met de datum waarop de wet in werking treedt.

Artikel 10.13

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit langdurige zorg.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 10.10a

Vervallen

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

§ 7. Infrastructuur en Milieu

Artikel 9.1. Begripsbepalingen

Vervallen

Artikel 9.2. Doel van het experiment

Vervallen

Artikel 9.3. Reikwijdte en toegang tot het experiment.

Vervallen

Artikel 9.4. Ondersteuningsplan

Vervallen

Artikel 9.5. Organisatie integraal budget

Vervallen

Artikel 9.6. Verlening, -vaststelling van het integrale budget en trekkingsrecht

Vervallen

Artikel 9.7. Evaluatie

Vervallen

Hoofdstuk 10. Slotbepalingen

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 3.3.2.4a

Vervallen

§ 3.3. Eigen bijdrage voor modulair pakket thuis

§ 4. Wachttijd

§ 5. Zorg in natura

§ 6. Persoonsgebonden budget

§ 7. Levering buiten Nederland

Hoofdstuk 4. De wlz-uitvoerders

§ 1. De aan- en afmelding en de statuten

§ 1. De aan- en afmelding en de statuten

§ 2. Regels ten behoeve van de aanwijzing, bedoeld in artikel 4.2.4, tweede lid, Wlz

Hoofdstuk 5. Het het Zorginstituut en het CIZ

§ 3. Uitbestedingsverbod

§ 1. Zorginstituut

Hoofdstuk 6. Zorgplanbespreking

Hoofdstuk 6. Zorgplanbespreking

Hoofdstuk 7. Overige bepalingen

§ 1. Volksgezondheid, Welzijn en Sport

§ 2. Financiën

§ 2. Financiën

§ 4. Veiligheid en Justitie

§ 5. Wonen en Rijksdienst

§ 5. Wonen en Rijksdienst

§ 6. Defensie

§ 7. Infrastructuur en Milieu

§ 8. Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

§ 9. Economische Zaken

Hoofdstuk 10. Slotbepalingen

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 3.3.1.2a

De vermogensinkomensbijtelling bedraagt 4% van het vermogen van de ongehuwde verzekerde, dan wel de opgetelde vermogens van de gehuwde verzekerden.

§ 3.2. De berekening van de eigen bijdragen

§ 3.3. Eigen bijdrage voor modulair pakket thuis

§ 4. Wachttijd

§ 5. Zorg in natura

§ 6. Persoonsgebonden budget

§ 7. Levering buiten Nederland

Hoofdstuk 4. De wlz-uitvoerders

§ 1. De aan- en afmelding en de statuten

§ 2. Regels ten behoeve van de aanwijzing, bedoeld in artikel 4.2.4, tweede lid, Wlz

§ 3. Uitbestedingsverbod

Hoofdstuk 5. Het het Zorginstituut en het CIZ

§ 1. Zorginstituut

Hoofdstuk 7. Overige bepalingen

§ 1. Volksgezondheid, Welzijn en Sport

§ 2. Financiën

§ 4. Veiligheid en Justitie

§ 5. Wonen en Rijksdienst

§ 8. Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Hoofdstuk 9. Innovatie

§ 8. Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Hoofdstuk 10. Slotbepalingen

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 3.3.2.2a

1.

In geval aan een verzekerde of gehuwde verzekerden tezamen meerdere leveringsvormen zijn toegekend, wordt met het oog op de samenloop van bijdragen bij de toepassing van de artikelen 3.3.2.1 en 3.3.2.2 de volgende rangorde in acht genomen bij de verschuldigdheid van bijdragen door de ongehuwde verzekerde of de gehuwde verzekerden tezamen:

  • 1°. verblijf in een instelling;
  • 2°. een volledig pakket thuis;
  • 3°. een persoonsgebonden budget; of
  • 4°. een modulair pakket thuis.
2.

Indien de verzekerde meerdere leveringsvormen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen 1° tot en met 4°, ontvangt, is telkens enkel de bijdrage voor de bovenstaande leveringsvorm in de rangorde, bedoeld in het eerste lid, verschuldigd.

§ 3.3. Eigen bijdrage voor modulair pakket thuis

§ 4. Wachttijd

§ 5. Zorg in natura

§ 6. Persoonsgebonden budget

§ 7. Levering buiten Nederland

Hoofdstuk 4. De wlz-uitvoerders

Hoofdstuk 5. Het het Zorginstituut en het CIZ

§ 2. Neventaken CIZ

Hoofdstuk 8. Aanpassing van andere algemene maatregelen van bestuur

§ 1. Volksgezondheid, Welzijn en Sport

§ 3. Sociale Zaken en Werkgelegenheid

§ 4. Veiligheid en Justitie

Hoofdstuk 9. Innovatie

§ 1. Experiment integraal budget

Hoofdstuk 10. Slotbepalingen

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 2.1.5

Als regio als bedoeld in artikel 2.2.1, eerste lid, onderdeel b, van de wet wordt aangewezen Utrecht.

Hoofdstuk 3. De inhoud van de verzekering

§ 1. Het verzekerde pakket en het recht op zorg

§ 2. Bepalingen over indicatiebesluiten

§ 3.1. Eigen bijdrage algemeen

§ 3.2. De berekening van de eigen bijdragen

§ 3.3. Eigen bijdrage voor modulair pakket thuis

§ 6. Persoonsgebonden budget

Hoofdstuk 4. De wlz-uitvoerders

Hoofdstuk 5. Het het Zorginstituut en het CIZ

§ 2. Neventaken CIZ

Hoofdstuk 8. Aanpassing van andere algemene maatregelen van bestuur

§ 1. Volksgezondheid, Welzijn en Sport

§ 3. Sociale Zaken en Werkgelegenheid

§ 4. Veiligheid en Justitie

Hoofdstuk 9. Innovatie

§ 9. Economische Zaken

Hoofdstuk 10. Slotbepalingen

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 7.1.2

Een zorgkantoor zorgt voorafgaand aan het deelnemen aan een project voor preventieve maatregelen voor een projectplan waarin worden opgenomen:

  • a. de wijze waarop het project naar verwachting bijdraagt aan de voorkoming, vermindering of uitstel van de behoefte van zorg op grond van de wet en daarbij de kwaliteit van leven van verzekerden verbetert;
  • b. de bij het opstellen van dat plan betrokken vertegenwoordigers of mantelzorgers van verzekerden en de wijze waarop die betrokkenheid heeft plaatsgevonden;
  • c. de geraamde kosten van het project die niet het op grond van de wet verzekerde pakket betreffen;
  • e. de financiële bijdrage van het zorgkantoor en van elk van de andere betrokken partijen bij het project;
  • f. een aannemelijke en navolgbare onderbouwing dat het bedrag van de verwachte besparing van kosten voor het op grond van de wet verzekerde pakket ten minste overeenkomt met de financiële bijdrage van het zorgkantoor.

Artikel 7.1.3

De financiële bijdrage van het zorgkantoor aan het project voor preventieve maatregelen bedraagt niet meer dan de in het projectplan aannemelijk en navolgbaar onderbouwde verwachte besparing van kosten van het op grond van de wet verzekerde pakket.

Artikel 7.1.4

1.

Het zorgkantoor zorgt jaarlijks voor 1 juli voor de monitoring van het project over het voorafgaande kalenderjaar.

2.

In de monitoring worden opgenomen:

  • a. de gerealiseerde bijdrage van het project aan de voorkoming, vermindering of uitstel van de behoefte van zorg op grond van de wet en aan de verbetering van de kwaliteit van leven van verzekerden;
  • b. de wijze waarop vertegenwoordigers of mantelzorgers van de deelnemende verzekerden zijn betrokken;
  • c. de gerealiseerde financiële bijdrage van het zorgkantoor en van elk van de andere betrokken andere partijen bij het project;
  • d. het aantal verzekerden dat heeft deelgenomen aan dat project;
  • f. een aannemelijke en navolgbare onderbouwing van eventuele negatieve verschillen tussen de gerealiseerde bijdrage van het zorgkantoor en gerealiseerde besparing van kosten voor het op grond van de wet verzekerde pakket;
  • g. het uitvoering geven aan de conclusies van de monitoring door het zorgkantoor.
3.

Het zorgkantoor verstrekt desgevraagd aan Onze Minister gegevens en inlichtingen uit de jaarlijkse monitoring.

Hoofdstuk 8. Aanpassing van andere algemene maatregelen van bestuur

§ 1. Volksgezondheid, Welzijn en Sport

§ 2. Financiën

Hoofdstuk 9. Innovatie

§ 1. Experiment integraal budget

Hoofdstuk 10. Slotbepalingen

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)