← Geldende tekst · Geschiedenis

Regeling van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 11 december 2014, houdende Subsidieregeling ADL-assistentie

Geldende tekst a fecha 2025-01-01

Gelet op artikel 7.1.1 van het Besluit langdurige zorg;

Besluit:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1.1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 1.2
1.

Het Zorginstituut kan aan een ADL-aanbieder een subsidie verstrekken ten behoeve van het verlenen van ADL-assistentie aan verzekerden die:

2.

Ten behoeve van een verzekerde als bedoeld in het eerste lid die een indicatiebesluit als bedoeld in artikel 3.2.3 van de wet ontvangt, wordt de subsidie voor het verlenen van ADL-assistentie ten hoogste gedurende een redelijke termijn verstrekt.

Artikel 1.3
1.

Voor subsidie komt in aanmerking ADL-assistentie in en om een ADL-woning die aan de volgende eisen voldoet:

2.

Indien voor de bouw van de ADL-woning een subsidie is verstrekt op grond van de Regeling subsidies AWBZ, voldoet de ADL-woning in afwijking van het eerste lid aan de eisen die aan die subsidie verbonden waren.

3.

Voor subsidie komen in aanmerking de extra gemaakte personele en materiële kosten, bedoeld in artikel 4 van de Beleidsregel SARS-CoV-2 virus extra kosten Wlz 2022 die in de periode van 1 januari 2022 tot en met 31 december 2022 gemaakt zijn als gevolg van Covid-19, ten behoeve van het verlenen van ADL-assistentie in en om een ADL-woning die voldoet aan de eisen, genoemd in het eerste lid.

4.

Het Zorginstituut verhoogt op aanvraag de voor 2022 op grond van artikel 5.5 vastgestelde subsidie met 0,37% voor de extra gemaakte energiekosten.

Artikel 1.4
1.

ADL-assistentie in een sociale huurwoning komt slechts voor subsidie in aanmerking indien de ADL-aanbieder een schriftelijke overeenkomst heeft gesloten met de rechtspersoon die het ADL-cluster beheert en de ADL-woningen verhuurt.

2.

In de overeenkomst is bepaald dat de ADL-woningen uitsluitend worden verhuurd aan verzekerden die:

Artikel 1.5

De subsidie wordt per kalenderjaar verstrekt.

Artikel 1.6
1.

Het subsidieplafond voor het verstrekken van de subsidies bedraagt voor het jaar 2025 € 137.145.000.

2.

Het bedrag van de subsidie die voor het jaar 2025 ten hoogste wordt verleend aan een subsidieontvanger wordt berekend overeenkomstig de formule

(A / B) x € 137.145.000

waarbij wordt verstaan onder:

A: de som van:

B: de som van A voor alle subsidieontvangers.

3.

De raming, bedoeld in het tweede lid, onderdeel A, onder 2°, wordt gebaseerd op het aantal ADL-woningen en een berekening van de behoefte aan ADL-assistentie in en om die woningen.

4.

De subsidie die aan een subsidieontvanger voor het jaar 2025 ten hoogste wordt verleend bedraagt niet meer dan het aantal uren ADL-assistentie, bedoeld in het tweede lid, onderdeel A, vermenigvuldigd met het uurtarief, bedoeld in artikel 5.5.

Hoofdstuk 2. Aanvraag

Artikel 2.1
1.

De subsidie wordt op aanvraag verstrekt.

2.

Een aanvraag tot verlening van de subsidie wordt ontvangen uiterlijk vier weken voor de aanvang van het jaar waarvoor de subsidie wordt aangevraagd.

3.

Een aanvraag die na de termijn, bedoeld in het vorige lid, wordt ontvangen wordt afgewezen.

Artikel 2.2

De aanvrager doet in de aanvraag tot verlening van de subsidie opgave van:

Artikel 2.3
1.

Voor een aanvraag tot verlening van de subsidie wordt een door het Zorginstituut vastgesteld formulier gebruikt.

2.

Het aanvraagformulier wordt ondertekend door een persoon die bevoegd is de aanvrager te vertegenwoordigen.

Artikel 2.4
1.

De aanvraag tot verlening van de subsidie gaat vergezeld van:

2.

De stukken, bedoeld in het eerste lid, onderdelen b tot en met e, kunnen achterwege blijven, indien de aanvrager er redelijkerwijs van uit mag gaan dat deze gegevens bij het Zorginstituut bekend zijn.

Artikel 2.5
1.

Indien de aanvrager niet heeft voldaan aan enig wettelijk voorschrift voor het in behandeling nemen van de aanvraag of indien de verstrekte gegevens en bescheiden onvoldoende zijn voor de beoordeling van de aanvraag of de voorbereiding van de beschikking stelt het Zorginstituut de subsidieaanvrager in de gelegenheid de aanvraag tot verlening van de subsidie binnen drie weken aan te vullen.

2.

Het Zorginstituut besluit de aanvraag niet te behandelen indien de aanvraag binnen de termijn, bedoeld in het eerste lid, niet of niet voldoende is aangevuld.

Hoofdstuk 3. Verlening

Artikel 3.1

Het Zorginstituut besluit voor de aanvang van het jaar waarvoor de subsidie wordt aangevraagd over de verlening van de subsidie.

Artikel 3.2

Het Zorginstituut vermeldt in het besluit tot verlening van de subsidie in ieder geval het maximum bedrag dat aan subsidie wordt verleend.

Hoofdstuk 4. Bevoorschotting en verplichtingen

Artikel 4.1
1.

Het Zorginstituut verleent bij het besluit tot verlening van de subsidie ambtshalve tevens de volgende voorschotten: in januari 8%, februari 8%, maart 8%, april 7%, mei 16%, juni 7%, juli 8%, augustus 8%, september 7%, oktober 8%, november 8% en december 7% van het bedrag van de verleende subsidie.

2.

Op verzoek van de subsidieontvanger kan het Zorginstituut van de percentages, genoemd in het eerste lid, afwijken.

Artikel 4.2

De subsidieontvanger verleent ADL-assistentie aan elke verzekerde die:

Artikel 4.3
1.

De subsidieontvanger legt binnen acht weken na aanvang van het verlenen van de ADL-assistentie in overleg met de verzekerde een dossier aan waarin in ieder geval zijn opgenomen:

2.

In overleg met de verzekerde evalueert en actualiseert de subsidieontvanger jaarlijks het dossier.

Artikel 4.4

De subsidieontvanger zorgt ervoor dat:

Artikel 4.5
1.

De subsidieontvanger houdt een zodanig ingerichte administratie bij dat daarin altijd kan worden nagegaan:

2.

De administratie wordt op overzichtelijke, controleerbare en doelmatige wijze ingericht.

3.

De administratie en de daartoe behorende bescheiden worden gedurende tien jaren bewaard.

Artikel 4.6
1.

De subsidieontvanger meldt meteen aan het Zorginstituut als:

2.

De melding wordt schriftelijk gedaan. De melding wordt voorzien van een toelichting. Bij de melding worden de relevante stukken overgelegd.

Artikel 4.7
1.

De subsidieontvanger werkt, onder meer door het verschaffen van de daartoe benodigde inlichtingen, gegevens en bescheiden, mee aan door of namens het Zorginstituut ingesteld onderzoek dat erop is gericht het Zorginstituut inlichtingen te verschaffen die van belang zijn voor het nemen van een besluit over het verstrekken van de subsidie. De subsidieontvanger verplicht zijn accountant tot medewerking aan het onderzoek.

2.

De subsidieontvanger werkt, onder meer door het verschaffen van de daartoe benodigde inlichtingen, gegevens en bescheiden, mee aan door of namens de minister ingesteld onderzoek dat erop is gericht de minister inlichtingen te verschaffen voor de ontwikkeling van het beleid van de minister.

Artikel 4.8

Indien de activiteiten waarvoor de subsidie is verstrekt geheel of gedeeltelijk worden beëindigd of indien de subsidie wordt beëindigd, verstrekt de subsidieontvanger aan het Zorginstituut op diens verzoek alle gegevens, bescheiden, informatie en medewerking die redelijkerwijs verlangd kan worden of kunnen worden voor de continuïteit van de activiteiten waarvoor de subsidie is verstrekt.

Artikel 4.9

Het Zorginstituut kan bij de verlening van de subsidie verplichtingen opleggen als bedoeld in artikel 4:38 van de Algemene wet bestuursrecht.

Hoofdstuk 5. Vaststelling

Artikel 5.1
1.

De subsidieontvanger dient binnen tweeëntwintig weken na afloop van het jaar waarvoor de subsidie is verleend een aanvraag in tot vaststelling van de subsidie.

2.

Het Zorginstituut kan ontheffing verlenen van de termijn, bedoeld in het eerste lid.

Artikel 5.2
1.

Voor een aanvraag tot vaststelling van de subsidie wordt een door het Zorginstituut vastgesteld formulier gebruikt.

2.

Het aanvraagformulier wordt ondertekend door een persoon die bevoegd is de aanvrager te vertegenwoordigen.

Artikel 5.3
1.

De subsidieontvanger doet in de aanvraag tot vaststelling van de subsidie opgave van het totaal aantal uren ADL-assistentie dat is verleend in het jaar waarvoor de subsidie is verleend.

2.

De subsidieontvanger toont in de aanvraag tot vaststelling aan dat voldaan is aan de verplichtingen die verbonden zijn aan de verleende subsidie.

Artikel 5.4
1.

De aanvraag tot vaststelling gaat vergezeld van een assurancerapport van een accountant dat is opgesteld overeenkomstig een door het Zorginstituut vastgesteld model met inachtneming van een door het Zorginstituut vastgesteld protocol.

2.

Op verzoek van het Zorginstituut legt de subsidieontvanger in aanvulling op de aanvraag tot vaststelling van de subsidie een jaarrekening over.

Artikel 5.5
1.

De subsidie ten behoeve van het jaar 2024 wordt vastgesteld op het totaal aantal in dat jaar door de subsidieontvanger verleende uren ADL-assistentie vermenigvuldigd met € 88,40 tot ten hoogste het maximum bedrag van de verleende subsidie.

2.

De subsidie ten behoeve van het jaar 2025 wordt vastgesteld op het totaal aantal in dat jaar door de subsidieontvanger verleende uren ADL-assistentie vermenigvuldigd met € 92,61 tot ten hoogste het maximum bedrag van de verleende subsidie.

Artikel 5.6

Binnen tweeëntwintig weken na ontvangst van de aanvraag tot vaststelling van de subsidie neemt het Zorginstituut een besluit op de aanvraag.

Hoofdstuk 6. Slotbepalingen

Artikel 6.1

Vervallen

Artikel 6.2

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2015.

Artikel 6.3

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling ADL-assistentie.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst

Artikel 1.7
1.

De hoofdstukken 2 tot en met 5 zijn, met uitzondering van artikel 4.5, niet van toepassing op de verstrekking van subsidies als bedoeld in artikel 1.3, derde en vierde lid.

2.

Hoofdstuk 5A is uitsluitend van toepassing op de verstrekking van subsidies als bedoeld in artikel 1.3, derde lid.

3.

Hoofdstuk 5B is uitsluitend van toepassing op de verstrekking van subsidies als bedoeld in artikel 1.3, vierde lid.

Hoofdstuk 2. Aanvraag

Hoofdstuk 3. Verlening

Hoofdstuk 4. Bevoorschotting en verplichtingen

Hoofdstuk 5. Vaststelling

Hoofdstuk 5a. Subsidies in verband met Covid-19

Artikel 5a.1
1.

Het subsidieplafond voor het verstrekken van subsidie als bedoeld in artikel 1.3, derde lid, bedraagt € 3.700.000.

2.

Indien het totaal van de te verstrekken subsidiebedragen hoger is dan het subsidieplafond, verdeelt het Zorginstituut het ingevolge het subsidieplafond beschikbare bedrag evenredig over ingediende aanvragen voor zover deze voor subsidie in aanmerking komen.

Artikel 5a.2
1.

De subsidie wordt op aanvraag verstrekt.

2.

De aanvraag van de subsidie, bedoeld in artikel 1.3, derde lid, wordt uiterlijk 1 juli 2023 ontvangen.

3.

Een aanvraag na 1 juli 2023 wordt afgewezen.

4.

De aanvrager doet in de aanvraag van de subsidie, bedoeld in artikel 1.3, derde lid, opgave van de gemaakte personele en materiële kosten, bedoeld in artikel 1.3 derde lid.

5.

Voor een aanvraag van de subsidie wordt een door het Zorginstituut vastgesteld formulier gebruikt.

6.

Het aanvraagformulier wordt ondertekend door een persoon die bevoegd is de aanvrager te vertegenwoordigen.

7.

De aanvraag gaat vergezeld van een assurancerapport van een accountant dat is opgesteld overeenkomstig een door het Zorginstituut vastgesteld model met inachtneming van een door het Zorginstituut vastgesteld protocol.

8.

De subsidie wordt vastgesteld zonder voorafgaande beschikking tot subsidieverlening.

Artikel 5a.3

Vervallen

Hoofdstuk 6. Slotbepalingen

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst

Hoofdstuk 5b. Subsidies in verband energiecompensatie

Artikel 5b.1

Het subsidieplafond voor het verstrekken van subsidies als bedoeld in artikel 1.3, vierde lid, bedraagt € 409.000.

Artikel 5b.2
1.

De subsidie wordt op aanvraag verstrekt.

2.

De aanvraag van de subsidie, bedoeld in artikel 1.3, vierde lid, wordt uiterlijk 1 juli 2023 ontvangen.

3.

Een aanvraag na de datum, bedoeld in het tweede lid, wordt afgewezen.

4.

Voor een aanvraag van de subsidie wordt een door het Zorginstituut vastgesteld formulier gebruikt.

5.

Het aanvraagformulier wordt ondertekend door een persoon die bevoegd is de aanvrager te vertegenwoordigen.

6.

De subsidie wordt vastgesteld zonder voorafgaande beschikking tot subsidieverlening.

Hoofdstuk 6. Slotbepalingen

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst