Regeling van de Minister van Economische Zaken van 9 december 2014, nr. WJZ/14198645, houdende regels omtrent garanties van oorsprong voor energie uit hernieuwbare energiebronnen en HR-WKK-elektriciteit (Regeling garanties van oorsprong voor energie uit hernieuwbare energiebronnen en HR-WKK-elektriciteit)
Gelet op richtlijn nr. 2012/27/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 betreffende energie-efficiëntie, tot wijziging van Richtlijnen 2009/125/EG en 2010/30/EU en houdende intrekking van de Richtlijnen 2004/8/EG en 2006/32/EG (PbEU 2012, L 315) en 2009/28/EU van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen en houdende wijziging en intrekking van Richtlijn 2001/77/EG en Richtlijn 2003/30/EG (PbEG 2009, L28) en de artikelen 77 van de Elektriciteitswet 1998, 66l van de Gaswet en 29 van de Warmtewet;
Besluit:
§ 1. Begripsbepaling
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
- afvalverbrandingsinstallatie: een productie-installatie waarin al dan niet de opgewekte warmte wordt teruggewonnen en die uitsluitend of in hoofdzaak bestemd is voor:
- a. de verbranding door oxidatie van afvalstoffen,
- b. een andere thermische behandeling van afvalstoffen dan bedoeld onder a ingeval de producten daarvan vervolgens worden verbrand of,
- c. de verbranding van producten die voortkomen uit thermische behandeling van afvalstoffen;
- AVI-eenheid: een onderdeel binnen een afvalverbrandingsinstallatie dat ten minste bestaat uit een verbrandingsoven met bijbehorende ketel en een rookgasreinigingsinstallatie, waarvoor op grond van de AVI-meetvoorwaarden een systeemgrens is bepaald;
- ean-code: uniek 18-cijferig nummer dat dient om een productie-installatie of een productie-eenheid op het net te identificeren;
- eindafnemer: een afnemer aan wie uitsluitend voor eigen verbruik elektriciteit, gas of warmte wordt geleverd;
- energie uit hernieuwbare energiebronnen: duurzame elektriciteit, gas uit hernieuwbare energiebronnen of warmte uit hernieuwbare energiebronnen;
- garantie van oorsprong: een garantie van oorsprong voor duurzame elektriciteit, een garantie van oorsprong voor elektriciteit opgewekt in een installatie voor hoogrenderende warmtekrachtkoppeling, een garantie van oorsprong voor gas uit hernieuwbare energiebronnen en een garantie van oorsprong voor warmte uit hernieuwbare energiebronnen;
- garantie van oorsprong voor niet-netlevering: een garantie van oorsprong voor energie uit hernieuwbare energiebronnen die op een installatie of op een directe lijn wordt ingevoed of voor gas uit hernieuwbare energiebronnen dat wordt geleverd aan een bemeterd leverpunt, als bedoeld in artikel 1.1 van het Besluit hernieuwbare energie vervoer 2015;
- hoogrenderende warmtekrachtkoppeling: warmtekrachtkoppeling die voldoet aan bijlage I bij richtlijn 2012/27/EU;
- HR-WKK-eenheid: een onderdeel binnen een productie-installatie dat zelfstandig warmte en elektriciteit of mechanische energie opwekt op een zodanige wijze dat sprake is van hoogrenderende warmtekrachtkoppeling en waarvoor op grond van de meetvoorwaarden, opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 2, een systeemgrens is bepaald;
- HR-WKK-elektriciteit: de elektriciteit die wordt opgewekt door middel van hoogrenderende warmtekrachtkoppeling en die voldoet aan de rendementseisen als bedoeld in bijlage II bij richtlijn 2012/27/EU;
- HR-WKK-installatie: een productie-installatie bestemd voor het opwekken van elektriciteit, bestaande uit ten minste één productie-eenheid;
- gashub: een verzameling van productie-installaties voor de productie van gas uit hernieuwbare energiebronnen waarvoor voor de invoeding van dit gas op een gasnet gezamenlijk een of meerdere aansluitingen worden gebruikt;
- meetprotocol: een document waarin beschreven zijn de bemetering van een productie-installatie, de wijze van meten en de wijze van kwaliteitsborging van de meetgegevens ten aanzien van de hoeveelheden elektriciteit, gas, warmte of mechanische energie die de installatie opwekt, de hoeveelheden brandstof die de installatie verbruikt en de wijze van bepaling van de calorische waarde van de brandstof;
- meetrapport: een rapport dat alle meetgegevens van de desbetreffende kalendermaand bevat alsmede, indien het meetrapport van toepassing is op een afvalverbrandingsinstallatie, het rendement van de afvalverbrandingsinstallatie in het geheel en de AVI-eenheden afzonderlijk;
- meetverantwoordelijke: degene die op grond van de voorwaarden, bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel b, van de Elektriciteitswet 1998, door de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet is erkend en een meetbedrijf als bedoeld in artikel 27 van de Warmtewet;
- naar haar aard zuivere biomassa: de zuivere biomassa opgenomen in de NTA 8003:2008, met uitzondering van de groepsnummers 701, 709, 729, 800 tot en met 804, 809, 900 tot en met 904 en 909, waarbij brandstof na pyrolyse, torrefactie en carbonisatie worden toegevoegd aan de nummers 802, 803 en 804;
- naar zijn aard zuiver biogas: stortgas, rioolwaterzuiveringsgas en biogas dat is ontstaan door inwerking van micro-organismen op biologisch afbreekbare materialen en gas uit hernieuwbare energiebronnen dat is ontstaan na vergassing van naar haar aard zuivere biomassa;
- net: een net als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel i, van de Elektriciteitswet 1998, een gastransportnet als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel d, van de Gaswet en een warmtenet als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, van de Warmtewet;
- NTA 8003:2008: de Nederlands Technische Afspraak 8003, Classificatie van biomassa voor energietoepassingen, uitgegeven door het Nederlands Normalisatie-Instituut, zoals deze luidde op 31 december 2008;
- nuttig aangewende warmte: de warmte, uitgedrukt in GJ, die vrijkomt uit hernieuwbare energiebronnen en die wordt aangewend voor:
- a. gebouwklimatisering van de binnenruimten van gebouwen;
- b. tapwaterverwarming en verwarming van water dat wordt ingezet in bedrijfsprocessen, met uitzondering van het gebruik als voedingswater voor een productie-installatie waarmee elektriciteit wordt opgewekt;
- c. verwarming in industriële processen en van tuinbouwkassen, met uitzondering van:
- 1°. de inzet in een turbine of organische rankine cyclus waarmee elektriciteit wordt opgewekt;
- 2°. de inzet bij aardgasexpansie;
- 3°. het drogen en verwarmen van inputstromen van een productie-installatie voor het opwekken van elektriciteit, inclusief het voorverwarmen van verbrandingslucht;
- 4°. de inzet voor rookgasreiniging en waterzuivering van een productie-installatie;
- 5°. de verwarming van een installatie of een onderdeel daarvan, waarmee energie of een energiedrager wordt geproduceerd;
- 6°. de verwarming van opslagtanks van grondstoffen en producten die gebruikt worden om energie mee op te wekken;
- d. klimaatregeling van koelcellen en industriële koelingstoepasssingen;
- e. levering aan een warmtenet, mits de producent aannemelijk kan maken dat de warmte gebruikt wordt voor een van de toepassingen bedoeld onder a tot en met d;
- partij: de op basis van één specificatie geleverde hoeveelheid materiaal die voor controle op het aandeel onvermijdbare kunststoffen en ander materiaal van langcyclisch organische oorsprong door de producent, die door middel van het materiaal elektriciteit opwekt, gedurende een door hem vastgestelde periode als eenheid wordt aangemerkt en als zodanig identificeerbaar is;
- producent: een producent als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel g, van de Elektriciteitswet 1998, artikel 1, eerste lid, onderdeel ag, van de Gaswet en artikel 1, onderdeel i, van de Warmtewet en die in Nederland is gevestigd en in Nederland of binnen de Nederlandse exclusieve economische zone een productie-installatie voor de productie van duurzame elektriciteit, HR-WKK elektriciteit, gas uit hernieuwbare energiebronnen of warmte uit hernieuwbare energiebronnen in stand houdt;
- productie-eenheid: een deel van een productie-installatie dat zelfstandig kan worden ingezet voor het opwekken van duurzame elektriciteit, HR-WKK-elektriciteit, gas uit hernieuwbare energiebronnen of warmte uit hernieuwbare energiebronnen;
- productie-installatie: een installatie bestemd voor het opwekken van energie uit hernieuwbare energiebronnen of HR-WKK-elektriciteit, bestaande uit één of meer productie-eenheden en die is aangesloten op een in Nederland of binnen de Nederlandse exclusieve economische zone gelegen net dan wel voor zover niet aangesloten op een net, is gelegen in Nederland of binnen de Nederlandse exclusieve economische zone;
- richtlijn 2009/28/EG: richtlijn nr. 2009/28/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 23 april 2009 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen en houdende wijziging en intrekking van Richtlijn 2001/77/EG en Richtlijn 2003/30/EG (PbEU 2009, L 140);
- richtlijn 2012/27/EU: richtlijn 2012/27/EU van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 25 oktober 2012 betreffende energie-efficiëntie, tot wijziging van Richtlijnen 2009/125/EG en 2010/30/EU en houdende intrekking van Richtlijnen 2004/8/EG en 2006/32/EG (PbEU 2012, L 315);
- systeemgrens van een AVI-eenheid: een fictieve gesloten omhulling van de AVI-eenheid die de AVI-eenheid onderscheidt van andere AVI-eenheden binnen het bedrijf;
- systeemgrens van de HR-WKK-installatie: een fictieve, gesloten omhulling van de HR-WKK-eenheden die deel uitmaken van de HR-WKK-installatie, welke omhulling voldoet aan hetgeen in de bijlage bij de beschikking van de Commissie van 19 november 2008 tot vastlegging van gedetailleerde richtsnoeren voor de tenuitvoerlegging en toepassing van bijlage II bij Richtlijn 2004/8/EG van het Europees Parlement en de Raad (PbEU L 338) is bepaald ten aanzien van systeemgrenzen;
- systeemgrens van de productie-installatie: een fictieve gesloten omhulling van één of meer productie-eenheden die dezelfde wijze van opwekking van energie gebruiken;
- zuivere biomassa: producten, afvalstoffen en residuen van de landbouw – met inbegrip van plantaardige en dierlijke stoffen –, de bosbouw en aanverwante bedrijfstakken, die geheel biologisch afbreekbaar zijn, alsmede industrieel en huishoudelijk afval dat geheel biologisch afbreekbaar is.
§ 2. Onderzoek productie-installatie en openen rekening
Artikel 2
Indien een producent:
- a. de netbeheerder verzoekt om de vaststelling, bedoeld in artikel 16, eerste lid, onderdeel h, van de Elektriciteitswet 1998, te verrichten, gebruikt hij hiervoor voor duurzame elektriciteit het formulier dat is opgenomen in bijlage 1A;
- b. de netbeheerder verzoekt om de vaststelling, bedoeld in artikel 16, eerste lid, onderdeel h, van de Elektriciteitswet 1998, te verrichten, gebruikt hij hiervoor voor HR-WKK-elektriciteit het formulier dat is opgenomen in bijlage 1B;
- c. de netbeheerder verzoekt om de vaststelling, bedoeld in artikel 10, vijfde lid, onderdeel c, van de Gaswet te verrichten, gebruikt hij hiervoor het formulier dat is opgenomen in bijlage 1C;
- d. de meetverantwoordelijke verzoekt om de vaststelling, bedoeld in artikel 27 van de Warmtewet te verrichten, gebruikt hij hiervoor het formulier dat is opgenomen in bijlage 1D.
Een producent dient iedere vijf jaar een verzoek om vaststelling in.
Indien artikel 7 bepaalt dat een producent een meetprotocol moet opstellen, legt de producent bij het verzoek, bedoeld in het eerste lid, een op basis van artikel 7 goedgekeurd meetprotocol over aan de netbeheerder. De netbeheerder stelt vast of een toepasselijk meetprotocol aanwezig is dat is goedgekeurd door een meetverantwoordelijke vòòr de eerste dag van de kalendermaand waarin de producent het verzoek heeft ingediend.
De producent die een productie-installatie in stand houdt met een aansluitwaarde gelijk aan of kleiner dan 3 × 80 A die een verzoek als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a indient, kan afzien van het installeren van een meetinrichting die geschikt is voor meting van de hoeveelheid opgewekte elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen die op een net of een installatie wordt ingevoed. Hij maakt hiervan melding op het formulier bedoeld in het eerste lid.
Indien zich achter de aansluiting meerdere productie-installaties bevinden, bepaalt de producent bij het verzoek tot vaststelling, bedoeld in het eerste lid, de systeemgrens van iedere productie-installatie. De producent vraagt voor elke productie-installatie die zich achter de aansluiting bevindt garanties van oorsprong voor niet-netlevering aan.
Een wijziging van de systeemgrens van een productie-installatie leidt er niet toe dat één of meer productie-eenheden van de desbetreffende productie-installatie gaan behoren aan een andere productie-installatie.
De netbeheerder of, in geval van warmte uit hernieuwbare energiebronnen, de meetverantwoordelijke, doet de vaststelling door een onderzoek in te stellen naar de productie-installatie en de aansluiting daarvan op het net. De producent stelt de netbeheerder dan wel de meetverantwoordelijke in staat het onderzoek te verrichten.
De netbeheerder of, in geval van warmte uit hernieuwbare energiebronnen, de meetverantwoordelijke deelt het resultaat van de vaststelling binnen vier weken na ontvangst van het verzoek, bedoeld in het eerste lid, mee aan de producent en aan de minister.
Indien een producent voornemens is een aanpassing door te voeren in zijn productie-installatie die een wijziging van een van de gegevens, vermeld in het vaststellingsverzoek, ten gevolge heeft, dient de producent alvorens hij die aanpassing daadwerkelijk doorvoert, een nieuw verzoek tot vaststelling in bij de netbeheerder of, in geval van warmte uit hernieuwbare energiebronnen, de meetverantwoordelijke. Het derde tot en met het achtste lid zijn in dat geval van toepassing, de eerder verrichte vaststelling vervalt en de termijn van vijf jaar, bedoeld in het tweede lid, vangt aan op de eerste dag van de eerste kalendermaand na de datum van indiening van het nieuw ingevulde formulier.
Artikel 3
De minister verifieert voorafgaand aan het openen van een rekening door een leverancier of een handelaar de identiteit van de aanvrager van een rekening.
§ 3. Meten, meetprotocol en meetrapport
§ 3.1. Algemeen
Artikel 4
De meetinrichting van de productie-installatie voldoet aan dezelfde nauwkeurigheidseisen als de meetinrichting op de aansluiting waarachter deze installatie zich bevindt en zoals deze zijn vastgesteld in:
- a. voor elektriciteit, de voorwaarden op grond van artikel 31, eerste lid, onderdeel b, van de Elektriciteitswet 1998;
- b. voor gas, de voorwaarden op grond van artikel 12b, eerste lid, onderdeel b, van de Gaswet;
- c. voor warmte, de voorwaarden die zijn opgenomen in bijlage 2C.
Een productie-installatie voor het produceren van gas uit hernieuwbare energiebronnen is voorzien van een nippel waarop gasanalyse apparatuur kan worden aangesloten.
Artikel 5
Indien zich achter een aansluiting één productie-installatie bevindt:
- a. meet en stelt de netbeheerder of in het geval van warmte de meetverantwoordelijke, maandelijks een meetbericht op waarin de hoeveelheid energie uit hernieuwbare energiebronnen of HR- WKK-elektriciteit die de betreffende productie-installatie op het net heeft ingevoed, wordt vermeld;
- b. waarvoor de producent garanties van oorsprong voor niet-netlevering aanvraagt, meet de producent de hoeveelheid energie uit hernieuwbare energiebronnen of HR- WKK-elektriciteit die de betreffende productie-installatie heeft opgewekt.
In afwijking van het eerste lid, meet de netbeheerder bij productie-installaties met een aansluitwaarde gelijk aan of kleiner dan 3 x 80 A jaarlijks de hoeveelheid opgewekte duurzame elektriciteit of HR-WKK-elektriciteit en gelijktijdig met de jaarlijkse bepaling van de meterstanden een meetbericht op, tenzij de producent de netbeheerder verzoekt iedere kalendermaand een meetbericht op te stellen.
Indien jaarlijks een meetbericht wordt opgesteld, wordt de meetwaarde toegewezen aan de laatste volledige kalendermaand van de periode die is bemeten.
Indien een producent als bedoeld in artikel 2, vierde lid, voor de opwekking van duurzame elektriciteit geen meetinrichting heeft die geschikt is voor de meting van de hoeveelheid duurzaam opgewekte elektriciteit die op een net wordt ingevoed, wordt de hoeveelheid duurzaam opgewekte elektriciteit die door de betreffende productie-installaties op een net wordt ingevoed gesteld op nul kWh.
Artikel 6
Indien de productie-installatie van de producent voor de opwekking van duurzame elektriciteit of van HR-WKK-elektriciteit gebruik maakt van elektriciteit die is afgenomen van een net, brengt de netbeheerder de hoeveelheid elektriciteit die daarvoor is afgenomen van het net in mindering op de hoeveelheid duurzame elektriciteit of HR-WKK-elektriciteit die hij op grond van artikel 16, eerste lid, onderdeel i, van de Elektriciteitswet 1998 meet.
Indien de productie-installatie van de producent voor de opwekking van gas uit hernieuwbare energiebronnen gebruik maakt van gas dat is afgenomen van een net, brengt de netbeheerder de hoeveelheid gas die daarvoor is afgenomen van het net in mindering op de hoeveelheid energie uit hernieuwbare energiebronnen die hij op grond van artikel 10, vijfde lid, onderdeel d, van de Gaswet meet.
§ 3.2. Meetprotocol en meetrapport
Artikel 7
Voor het verkrijgen van garanties van oorsprong stelt een producent die een productie-installatie in stand houd voor:
- a. het opwekken van duurzame elektriciteit door middel van een afvalverbrandingsinstallatie en aan de producent die deze installatie in stand houdt subsidie op grond van artikel 2 van het Besluit stimulering duurzame energieproductie is verleend;
- b. het opwekken van duurzame elektriciteit door middel van een afvalverbrandingsinstallatie en aan de producent die deze installatie in stand houdt subsidie op grond van artikel 72m van de Elektriciteitswet 1998 zoals dat luidde op 31 december 2008, is verleend,
iedere vijf jaar een meetprotocol op dat voldoet aan de meetvoorwaarden die zijn opgenomen in bijlage 2A.
Voor het verkrijgen van garanties van oorsprong stelt een producent die een productie-installatie in stand houd voor het opwekken van duurzame elektriciteit door middel van naar zijn aard zuiver biogas en waarvan het nominaal elektrisch vermogen van de installatie gelijk is of kleiner is dan 2 MW iedere vijf jaar een meetprotocol op dat voldoet aan de meetvoorwaarden die zijn opgenomen in bijlage 2B.
Voor het verkrijgen van garanties van oorsprong stelt een producent die een productie-installatie in stand houd voor het opwekken van warmte uit hernieuwbare energiebronnen iedere vijf jaar een meetprotocol op dat voldoet aan de meetvoorwaarden die zijn opgenomen in bijlage 2C.
Voor het verkrijgen van garanties van oorsprong stelt een producent die een productie-installatie in stand houd voor het opwekken van gas uit hernieuwbare energiebronnen iedere vijf jaar een meetprotocol op dat voldoet aan de meetvoorwaarden die zijn opgenomen in bijlage 2D.
Voor het verkrijgen van garanties van oorsprong stelt een producent die een productie-installatie in stand houd voor het opwekken van HR-WKK-elektriciteit iedere vijf jaar een meetprotocol op dat voldoet aan de meetvoorwaarden die zijn opgenomen in bijlage 2E.
De producent laat het meetprotocol voor de eerste dag van de kalendermaand waarin hij het verzoek, bedoeld in artikel 2, eerste lid, indient, goedkeuren door een meetverantwoordelijke.
Indien de producent voornemens is een aanpassing door te voeren die een wijziging van het meetprotocol tot gevolg heeft, draagt hij er zorg voor dat alvorens hij die aanpassing doorvoert, een nieuw meetprotocol wordt opgesteld en wordt goedgekeurd door een meetverantwoordelijke. De termijn van 5 jaar, bedoeld in het eerste tot en met het vijfde lid, wordt geacht aan te vangen op het moment van goedkeuring van het nieuwe meetprotocol.
De producent legt het goedgekeurde meetprotocol over aan de minister.
Artikel 8
Indien de producent op grond van artikel 7 een meetprotocol vaststelt, draagt de producent er zorg voor dat alle energiestromen die zijn omschreven in de meetvoorwaarden die zijn opgenomen in bijlagen 2A tot en met 2E en die de systeemgrens passeren gemeten worden volgens het meetprotocol.
Artikel 9
Indien zich achter de aansluiting meerdere productie-installaties bevinden meet de producent de hoeveelheid energie uit hernieuwbare energiebronnen of HR- WKK-elektriciteit die de betreffende productie-installatie heeft opgewekt.
De energie uit hernieuwbare energiebronnen of HR-WKK-elektriciteit die door de betreffende productie-installaties aan het net wordt geleverd, wordt bepaald door de energie uit hernieuwbare energiebronnen of HR-WKK-elektriciteit die wordt verbruikt door de installatie achter de aansluiting naar rato van de feitelijke opwekking van alle productie-installaties achter de aansluiting, in mindering te brengen op de energie uit hernieuwbare energiebronnen of HR-WKK-elektriciteit en andere vormen van elektriciteit, die is opgewekt door de betreffende productie-installaties.
Artikel 10
Indien de producent op grond van artikel 7 een meetprotocol vaststelt, draagt de producent er zorg voor dat per kalendermaand onder toepassing van het meetprotocol een meetrapport wordt opgesteld dat:
- a. voldoet aan de meetvoorwaarden, opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlagen 2A tot en met 2E;
- b. de wijze van totstandkoming van de meetgegevens beschrijft, en
- c. geverifieerd wordt door een meetverantwoordelijke.
Artikel 11
Een producent legt uiterlijk vier maanden na afloop van het kalenderjaar de meetrapporten die betrekking hebben op dat jaar over de minister.
In afwijking van het eerste lid legt een producent die:
- a. een afvalverbrandingsinstallatie in stand houdt het meetrapport uiterlijk twee maanden na afloop van het kwartaal waarvan de kalendermaand waar het meetrapport betrekking op heeft over aan de minister;
- b. een productie-installatie voor warmte uit hernieuwbare energiebronnen groter dan 3 MWth of een HR-WKK-installatie in stand houdt het meetrapport uiterlijk twee maanden na afloop van de kalendermaand waar het meetrapport betrekking op heeft over aan de minister.
Indien in een productie-installatie naar zijn aard zuiver biogas wordt verwerkt en de producent subsidie ontvangt op grond van artikel 2 van het Besluit stimulering duurzame energieproductie, rapporteert de producent gelijktijdig met de overlegging van het meetrapport over de ingezette biomassa middels het formulier dat is opgenomen in bijlage 3A.
Indien in een productie-installatie biomassa wordt verwerkt, verklaart de producent gelijktijdig met het overleggen van het meetbericht, bedoeld in artikel 5, welk gewogen percentage van de door zijn productie-installatie in de desbetreffende kalendermaand of het desbetreffende kalenderjaar opgewekte totale hoeveelheid energie uit hernieuwbare energiebronnen is opgewekt door middel van:
- a. zuivere biomassa;
- b. niet-zuivere biomassa, waarbij hij een onderscheid maakt in het biologisch afbreekbare en het niet biologisch afbreekbare gedeelte;
- c. overige brandstoffen.
Indien in een productie-installatie biomassa wordt verwerkt, kan de producent gelijktijdig met de overlegging van het meetrapport een verklaring overleggen waaruit de norm blijkt conform welke de ingezette biomassa is gecertificeerd en welke certificeerder het certificaat heeft verstrekt.
Artikel 12
In afwijking van artikel 11 legt een producent die een productie-installatie voor gas uit hernieuwbare energiebronnen in stand houdt het meetrapport uiterlijk 20 dagen na afloop van de kalendermaand waar het meetrapport betrekking op heeft over aan de netbeheerder.
De netbeheerder berekent op basis van de in het meetrapport opgenomen meetgegevens de hoeveelheid gas uit hernieuwbare energiebronnen in m3(n) aardgasequivalent.
De netbeheerder vermeldt de in het tweede lid bedoelde hoeveelheid gas in het meetbericht, bedoeld in artikel 5.
Artikel 13
Indien een producent die een afvalverbrandingsinstallatie in stand houdt het tijdstip van indienen van meetrapport als bedoeld in artikel 11, tweede lid, overschrijdt, wordt het gewogen maandelijks rendement als bedoeld in artikel 20, derde lid, voor de betreffende maand verminderd met een procentpunt per overschrijdingstijdvak van een dag tot en met een maand. Indien voor de producent een gewogen maandelijks rendement groter dan 31% van toepassing is, vindt de vermindering plaats vanaf 31%.
Indien een producent die een afvalverbrandingsinstallatie in stand houdt het tijdstip van indienen van meetrapport als bedoeld in artikel 11, tweede lid, met meer dan zes maanden overschrijdt, bedragen zowel het gewogen maandelijks rendement als het rendement als bedoeld in artikel 20, tweede lid, voor de betreffende kalendermaand 20%.
§ 4. Biomassa
Artikel 14
Deze paragraaf is niet van toepassing op afvalverbrandingsinstallaties.
Artikel 15
Indien in een productie-installatie zuivere biomassa wordt verwerkt, verklaart de producent dat hij door middel van een daartoe geëigende methode als bedoeld in artikel 16 aan de hand van bemonstering per partij vaststelt dat het materiaal waaruit de energie uit hernieuwbare energiebronnen wordt opgewekt, is aan te merken als zuivere biomassa.
Indien in een productie-installatie biomassa wordt verwerkt die een behandeling heeft ondergaan, zoals pyrolyse, torrefactie of carbonisatie, hanteert de producent in afwijking van het eerste lid, een daartoe geëigende methode om vast te stellen dat de biomassa vóór de behandeling is aan te merken als zuivere biomassa.
Indien in een productie-installatie niet-zuivere biomassa wordt verwerkt, verklaart de producent dat hij door middel van een daartoe geëigende methode aan de hand van bemonstering per partij vaststelt wat het biologisch afbreekbaar gedeelte is van de niet-zuivere biomassa waaruit de energie uit hernieuwbare energiebronnen wordt opgewekt. Het biologisch afbreekbare gedeelte dient te worden bepaald op grond van de energiebasis met twee decimalen nauwkeurigheid.
Indien in een productie-installatie energie uit hernieuwbare energiebronnen uitsluitend wordt opgewekt door middel van naar haar aard zuivere biomassa of naar zijn aard zuiver biogas, verklaart de producent dat hij gedurende de periode waarop de verklaring betrekking heeft, uitsluitend door middel van naar haar aard zuivere biomassa of naar zijn aard zuiver biogas energie uit hernieuwbare energiebronnen zal opwekken.
Indien in een productie-installatie niet naar zijn aard zuiver biogas of niet-zuiver biogas wordt verwerkt, hanteert de producent ten aanzien van de grondstof die bij het ontstaan van dit biogas wordt gebruikt een daartoe geëigende methode om aan de hand van bemonstering per partij vast te stellen dat materiaal waaruit de energie uit hernieuwbare energiebronnen is opgewekt, is aan te merken als zuivere of als niet-zuivere biomassa.
Zuivere biomassa met een aandeel onvermijdbare kunststoffen en ander materiaal van langcyclisch organische oorsprong van ten hoogste 3,00 massaprocent per partij wordt geacht geheel biologisch afbreekbaar te zijn.
Artikel 16
De methode van vaststelling, bedoeld in artikel 15, eerste, derde en vijfde lid, is geëigend als de producent ter zake van de werkzaamheden voor de bepaling van het biologisch afbreekbare gedeelte van de biomassa beschikt over:
- a. een productcertificaat als bedoeld in de Kiwa-beoordelingsrichtlijn BRL-K 10016 voor de vaststelling van het aandeel biomassa in secundaire brandstoffen, of
- b. een schriftelijk bewijs dat hij voldoet aan vergelijkbare procesnormen als vastgelegd in Kiwa-beoordelingsrichtlijn BRL-K 10016.
De methode van vaststelling, bedoeld in artikel 15, tweede lid, is geëigend als de producent beschikt over:
- a. een certificaat behorend bij de behandelde biomassa, afgegeven door een certificeringsinstantie, waaruit blijkt dat de oorsprong van de biomassa van die partijen volledig is aan te merken als zuivere biomassa, en
- b. het certificaat voldoet aan de eis dat dit per partij wordt aangebracht en gevolgd en gereproduceerd kan worden.
De certificeringsinstantie is onafhankelijk en werkt volgens kwaliteitsstandaarden die zijn gecertificeerd door een organisatie die is geaccrediteerd door een accreditatie-organisatie die is aangesloten bij de European co-operation for Accreditation of het International Accreditation Forum.
Artikel 17
Dit artikel is uitsluitend van toepassing op producenten die:
- a. met biomassa duurzame elektriciteit produceren met een productie-installatie waarvan het nominaal elektrisch vermogen groter is dan 2 MW;
- b. met biomassa, niet bestaande uit uitsluitend één soort naar zijn aard zuiver biogas, duurzame elektriciteit produceren;
- c. met biomassa warmte uit hernieuwbare energiebronnen produceren met een productie-installatie waarvan het nominaal vermogen groter is dan 3 MWth;
- d. met biomassa gas uit hernieuwbare energiebronnen produceren.
Uiterlijk vier maanden na afloop van het kalenderjaar overlegt een producent aan de minister een assurancerapport van een externe accountant dat betrekking heeft op dat kalenderjaar en dat is opgesteld met inachtneming van het onderzoeksprotocol Assurance rapport biomassa dat:
- a. voor duurzame elektriciteit en warmte uit hernieuwbare energie bronnen is opgenomen in bijlage 3A en,
- b. voor gas uit hernieuwbare energiebronnen is opgenomen in bijlage 3B.
Uit het assurancerapport blijkt eenduidig:
- a. per kalendermaand wat de aard en de verhouding van de in de productie-installatie verwerkte brandstoffen is in honderdsten van procenten nauwkeurig;
- b. of de door de producent op grond van artikel 15, derde lid, meegedeelde percentages overeenstemmen met de verhouding van de onder a bedoelde brandstoffen;
- c. of uit de administratie van de producent van uit andere de accountant ter beschikking staande gegevens volgt dat er gedurende het afgelopen jaar in overeenstemming is gehandeld met de overgelegde verklaring, bedoeld in artikel 11, vierde lid.
Ten behoeve van het bepalen van de gegevens, bedoeld in het derde lid, gaat de accountant na of een juiste toepassing is gegeven aan de geëigende methode, bedoeld in artikel 16, eerste en tweede lid.
Indien op verzoek van de producent op de garantie van oorsprong voor gas uit hernieuwbare energiebronnen de gegevens, bedoeld in artikel 24 derde lid, worden opgenomen, blijkt uit het assurancerapport tevens dat deze gegevens overeenkomen met de gegevens uit de audit die is uitgevoerd op het toegepaste duurzaamheidssysteem.
Artikel 18
De minister bepaalt na ontvangst van het meetrapport op verzoek van de producent die een productie-installatie in stand houdt waarin biomassa wordt verwerkt, niet zijn een afvalverbrandingsinstallatie, de nuttig aangewende warmte in MWh.
§ 5. Afvalverbrandingsinstallaties
Artikel 19
De minister stelt jaarlijks uiterlijk op 1 december ten behoeve van het daaropvolgende kalenderjaar een percentage vast dat uitdrukt welk gedeelte van de totale hoeveelheid elektriciteit die wordt opgewekt door middel van verbranding van huishoudelijk afval of vergelijkbaar bedrijfsafval in een afvalverbrandingsinstallatie, duurzame elektriciteit of warmte uit hernieuwbare energiebronnen is.
Indien de minister constateert dat in een afvalverbrandingsinstallatie of in een AVI-eenheid substantiële hoeveelheden homogemene afvalstromen worden verwerkt met een substantieel ander percentage dan bedoeld in het eerste lid, of dat er substantiële hoeveelheden fossiele brandstoffen worden gebruikt, kan de minister, in afwijking van het eerste lid, voor die afvalverbrandingsinstallatie of die AVI-eenheid het percentage vaststellen dat uitdrukt welk gedeelte van de totale hoeveelheid elektriciteit die wordt opgewekt door middel van die homogene afvalstromen, duurzame elektriciteit of warmte uit hernieuwbare energiebronnen is.
Artikel 20
Dit artikel is uitsluitend van toepassing op een producent als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdelen a en b.
Het rendement van een afvalverbrandingsinstallatie of van een AVI-eenheid bedraagt:
- a. de som van:
- 1°. de door de afvalverbrandingsinstallatie of door een AVI-eenheid per kalendermaand opgewekte en aan het net of aan andere productie-installaties dan de productie-installatie of de AVI-eenheid die de elektriciteit opwekt geleverde elektriciteit, en
- 2°. tweederde van de door de afvalverbrandingsinstallatie of door de AVI-eenheid per kalendermaand opgewekte en nuttig aangewende warmte,
- b. gedeeld door het product van:
- 1°. de massa van het in de afvalverbrandingsinstallatie of de AVI-eenheid per kalendermaand verwerkte afval en overige brandstoffen, en
- 2°. de calorische waarde van het verwerkte afval en overige brandstoffen.
Het gewogen maandelijks rendement van een afvalverbrandingsinstallatie of van een AVI-eenheid bedraagt de uitkomst van:
(EmRm + Em-1Rm-1 + ...Em-11*Rm-11) / (Em + Em-1 + ...Em-11)
waarbij
Em = de hoeveelheid opgewekte elektriciteit in maand m
Rm = het rendement als bedoeld in het tweede lid voor maand m
Em-1 = de hoeveelheid opgewekte elektriciteit in de maand voorafgaand aan m
Rm-1 = het rendement als bedoeld in het derde lid voor de maand voorafgaand aan m.
De minister bepaalt na ontvangst van het meetrapport het rendement en het gewogen maandelijks rendement van een afvalverbrandingsinstallatie en van een AVI-eenheid. Het rendement wordt niet bepaald voor de periode die ligt vóór het moment dat de producent een verzoek als bedoeld in artikel 2, eerste lid, heeft gedaan. Het gewogen maandelijks rendement wordt in het eerste jaar bepaald over de maanden nadat de producent een verzoek als bedoeld in artikel 2, eerste lid, heeft gedaan.
De minister kan het product van de massa van het in de afvalverbrandingsinstallatie en de AVI-eenheid per kalendermaand verwerkte afval en overige brandstoffen, en de calorische waarde van het verwerkte afval en overige brandstoffen mede bepalen op basis van de in de meetvoorwaarden beschreven iteratieve methode.
§ 6. Garanties van oorsprong
Artikel 21
Een garantie van oorsprong heeft betrekking op een hoeveelheid energie ter grootte van 1 MWh.
Artikel 22
De minister boekt garanties van oorsprong die betrekking hebben op de energie uit hernieuwbare energiebronnen of HR-WKK-elektriciteit die is opgewekt vanaf de eerste dag van de kalendermaand waarin de producent het verzoek, bedoeld in artikel 2, eerste lid, heeft gedaan op de door de producent gespecificeerde rekening, indien:
- a. de producent beschikt over een geldige vaststelling, bedoeld in artikel 2, en
- b. het meetbericht, bedoeld in artikel 5 of de benodigde meetgegevens, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel a en artikel 9, eerste lid en voor zover van toepassing de biomassapercentages met betrekking tot de hoeveelheid energie uit hernieuwbare energiebronnen of HR-WKK-elektriciteit die vanaf dat moment is opgewekt zijn overlegd.
Indien de producent een afvalverbrandingsinstallatie in stand houdt, hanteert de minister bij het bepalen van het aantal uit te geven garanties van oorsprong de percentages, bedoeld in artikel 18, eerste en tweede lid.
Artikel 23
Een rekeninghouder die over garanties van oorsprong beschikt kan deze garanties van oorsprong, niet zijnde garanties van oorsprong voor niet-netlevering en garanties van oorsprong voor gas uit hernieuwbare energiebronnen die worden overgeboekt aan de Nederlandse Emissieautoriteit, overboeken op een andere rekening.
Een rekeninghouder die over garanties van oorsprong beschikt waarop de gegevens, genoemd in artikel 24, derde lid, zijn vermeld, die hij wil gebruiken om hernieuwbare brandstofeenheden als bedoeld in artikel 9.7.3.1 van de Wet milieubeheer te verwerven, boekt deze garanties over op de rekening van de Nederlandse Emissieautoriteit.
In afwijking van het tweede lid kan een rekeninghouder die over garanties van oorsprong voor niet-netlevering voor gas uit hernieuwbare energiebronnen dat wordt geleverd aan een bemeterd leverpunt beschikt en waarop de gegevens, genoemd in artikel 24, derde lid, zijn vermeld, die hij wil gebruiken om hernieuwbare brandstofeenheden als bedoeld in artikel 9.7.3.1 van de Wet milieubeheer te verwerven, deze garanties overboeken op de rekening van de Nederlandse Emissieautoriteit.
Artikel 24
Op een garantie van oorsprong wordt in ieder geval vermeld:
- a. op welke vorm van energie de garantie van oorsprong betrekking heeft;
- b. de gebruikte energiebron;
- c. in het geval van het gebruik van biomassa:
- 1°. de soort biomassa;
- 2°. de afgegeven certificaten, bedoeld in artikel 11, vijfde lid;
- d. de begindatum en einddatum van de productie;
- e. een aanduiding van de productie-installatie, waaronder de locatie, het type en de capaciteit;
- f. de datum waarop de productie-installatie in gebruik is genomen;
- g. of en in welke mate de productie-installatie overheidssteun heeft ontvangen of genoten en het type overheidssteun;
- h. een uniek identificatienummer;
- i. de datum en het land van afgifte.
Op een garantie van oorsprong voor HR-WKK-elektriciteit wordt tevens vermeld:
- a. de identiteit en het thermisch en elektrisch vermogen van de installatie;
- b. de lagere calorische waarde van de brandstofbron waaruit de elektriciteit werd geproduceerd;
- c. de hoeveelheid en het gebruik van de samen met de elektriciteit opgewekte warmte
- d. overeenkomstig bijlage II bij richtlijn 2012/27/EU de hoeveelheid elektriciteit gewonnen uit hoogrenderende warmtekrachtkoppeling waarvoor de garantie geldt;
- e. de besparing op primaire energie berekend overeenkomstig bijlage II bij richtlijn 2012/27/EU op basis van de in bijlage II, onder f), bij richtlijn 2012/27/EU vastgestelde geharmoniseerde rendementsreferentiewaarden;
- f. het nominale elektrische en thermische rendement van de installatie.
Op een garantie van oorsprong voor gas uit hernieuwbare energiebronnen wordt op verzoek van de producent tevens vermeld:
- a. de grondstof volgens het gehanteerde duurzaamheiddsysteem:
- b. het land van herkomst van de grondstof;
- c. indien meerdere grondstoffen gebruikt zijn, de bijdrage aan de energie per grondstof;
- d. het gehanteerde duurzaamheidssysteem;
- e. broeikasgasemissie zoals berekend door het duurzaamheidsysteem tot aan de invoeding in het net;
- f. energieproductie zonder, indien toegepast, correctie voor eigen gebruik van het gas als vermeld in artikel 6 tweede lid.
Artikel 25
De leverancier boekt als bewijs van levering van energie uit hernieuwbare energiebronnen of HR-WKK-elektriciteit aan een in Nederland gevestigde eindafnemer, binnen één maand na de levering de hoeveelheid garanties van oorsprong die correspondeert met de hoeveelheid energie uit hernieuwbare energiebronnen of HR-WKK-elektriciteit die is geleverd aan een in Nederlands gevestigde eindafnemer van zijn Nederlandse rekening af.
Voor de toepassing van het eerste lid draagt de leverancier er zorg voor dat hij op de eerste dag van de kalendermaand van levering beschikt over de benodigde hoeveelheid garanties van oorsprong op zijn Nederlandse rekening die overeenkomen met de aard van de leveringen.
Voor de toepassing van het eerste lid geldt een garantie van oorsprong voor niet-netlevering, met uitzondering van een garantie van oorsprong voor niet-netlevering voor gas uit hernieuwbare energiebronnen dat wordt geleverd aan een bemeterd leverpunt en waarop de gegevens, genoemd in artikel 24, derde lid, zijn vermeld, niet als bewijs.
In afwijking van het bepaalde in het eerste lid, boekt een leverancier als bewijs voor een levering gas uit hernieuwbare energiebronnen ten behoeve van vervoer aan een in Nederland gevestigde eindafnemer binnen één maand na de levering de hoeveelheid garanties van oorsprong voor gas uit hernieuwbare energiebronnen waarop de gegevens, genoemd in artikel 24, derde lid, zijn vermeld, die correspondeert met de hoeveelheid met de hoeveelheid gas uit hernieuwbare energiebronnen die is geleverd ten behoeve van vervoer aan een in Nederland gevestigde eindafnemer naar de rekening van de Nederlandse Emissieautoriteit over.
Artikel 26
Een garantie van oorsprong, niet zijnde een garantie van oorsprong voor niet-netlevering of een garantie van oorsprong voor gas uit hernieuwbare energiebronnen die wordt overgeboekt aan de Nederlandse Emissieautoriteit, verliest haar geldigheid:
- a. na afboeking als bewijs van levering als bedoeld in artikel 25, eerste lid;
- b. uiterlijk na het verstrijken van de twaalf maanden na de einddatum van de productie van de energie uit hernieuwbare energiebronnen of HR-WKK-elektriciteit waarvoor de garantie van oorsprong is geboekt.
Een garantie van oorsprong voor niet-netlevering verliest haar geldigheid nadat ze is gebruikt om het voorschot, bedoeld in artikel 72w, tweede lid, van de Elektriciteitswet 1998 zoals dat luidde op 31 december 2007 dan wel in artikel 66 van het Besluit stimulering duurzame energieproductie te ontvangen.
Een garantie van oorsprong voor gas uit hernieuwbare energiebronnen die is overgeboekt aan de Nederlandse Emissieautoriteit verliest haar geldigheid uiterlijk na twaalf maanden na de einddatum van de productie van het gas uit hernieuwbare energiebronnen waarvoor de garantie van oorsprong is geboekt.
Artikel 27
De minister trekt garanties van oorsprong die in strijd met het bepaalde in deze regeling zijn afgegeven, in.
Indien de garanties van oorsprong, bedoeld in het eerste lid, al zijn afgeboekt, vermindert de minister het aantal garanties van oorsprong op de rekening van de rekeninghouder met het aantal ten onrechte afgegeven garanties van oorsprong.
Artikel 28
Indien de overeenkomstig artikel 11, vierde lid, meegedeelde percentages afwijken van de percentages die uit het meetrapport als bedoeld in artikel 10 of uit assurancerapport als bedoeld in artikel 17 blijken, corrigeert de minister het ten gevolge van deze afwijking ontstane verschil door garanties van oorsprong bij te boeken of af te boeken van de desbetreffende rekening.
Indien het in artikel 11, eerste en tweede lid, artikel 12, eerste lid of artikel 17, tweede lid, bedoelde tijdstip van indiening van het meetrapport of het assurancerapport wordt overschreden, vermindert de minister het aantal garanties van oorsprong op de rekening van de rekeninghouder met toepassing van de formule:
hoeveelheid af te boeken garanties van oorsprong = [EHE/12 * OT] / 1 MWh,
waarbij:
EHE = de hoeveel energie uit hernieuwbare energiebronnen, opgewekt in de periode waarop het meetrapport of het assurancerapport betrekking heeft;
OT = aantal overschrijdingstijdvakken van een dag tot en met een maand.
Indien het meetrapport of het assurancerapport niet voldoet aan de vereisten, bedoeld in de artikelen 11, 12 of 17 geeft de minister de producent vier weken de tijd om het meetrapport of de assuranceverklaring alsnog aan deze eisen te laten voldoen. Indien de producent hieraan geen of onvoldoende gehoor geeft, vermindert de minister het aantal garanties van oorsprong op de rekening van de rekeninghouder met toepassing van de in het tweede lid opgenomen formule.
§ 7. Tarieven
Artikel 29
De tarieven ter dekking van de kosten die gepaard gaan met handelingen met betrekking tot garanties van oorsprong zijn gebaseerd op de volgende kosten:
- a. het ontwikkelen en in stand houden van een elektronisch systeem voor garanties van oorsprong;
- b. het op aanvraag openen van een rekening;
- c. het boeken en afboeken van garanties van oorsprong;
- d. het overdragen van garanties van oorsprong;
- e. het bevorderen van de nationale en internationale marktwerking voor garanties van oorsprong;
- f. het op grond van een wettelijk voorschrift verstrekken van gegevens;
- g. het behandelen van bezwaar- en beroepschriften.
De tarieven voor 2016 voor garanties van oorsprong voor duurzame elektriciteit bedragen voor:
- a. aanmaken, per garantie van oorsprong voor zover duurzame elektriciteit is opgewekt uit wind, water of zon: € 0,021;
- b. aanmaken, per garantie van oorsprong voor zover duurzame elektriciteit is opgewekt uit biomassa: € 0,048;
- c. afboeken, per garantie van oorsprong: € 0,021;
- d. overboeken, per garantie van oorsprong: € 0,008;
- e. import, per garantie van garantie van oorsprong: € 0,021;
- f. export, per garantie van oorsprong: € 0,008;
- g. lidmaatschap voor handelaren, per jaar: € 500,00.
De tarieven voor 2016 voor garanties van oorsprong voor warmte uit hernieuwbare energiebronnen bedragen voor:
- a. aanmaken, per garantie van oorsprong: € 0,048;
- b. afboeken, per garantie van oorsprong: € 0,021;
- c. overboeken, per garantie van oorsprong: € 0,008;
- d. import, per garantie van garantie van oorsprong: € 0,021;
- e. export, per garantie van oorsprong: € 0,008;
- f. lidmaatschap voor handelaren, per jaar: € 500,00.
De tarieven voor 2016 voor garanties van oorsprong voor gas uit hernieuwbare energiebronnen bedragen voor:
- a. aanmaken, per garantie van oorsprong: € 0,21;
- b. afboeken, per garantie van oorsprong: € 0,015;
- c. overboeken, met uitzondering van het overboeken naar de rekening van de Nederlandse Emissieautoriteit, per garantie van oorsprong: € 0,027;
- d. lidmaatschap voor producenten, per jaar: € 520,00;
- e. lidmaatschap voor handelaren, per jaar: € 520,00.
Artikel 30
De kosten van het beheer van de rekening worden niet in rekening gebracht indien aan de rekeninghouder subsidie is verleend op grond van artikel 2 van het Besluit stimulering duurzame energieproductie juncto:
§ 8. Overgangs- en slotbepalingen
Artikel 31
De Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie wordt als volgt gewijzigd:
-
- De artikelen 7 tot en met 7f vervallen.
-
- De bijlagen 4 en 6 vervallen.
Artikel 32
Een rekeninghouder die beschikt over een rekening die op grond van artikel 77, eerste lid, of artikel 77cb, eerste lid, van de Elektriciteitswet 1998 zoals dat luidde op 31 december 2014, is geopend bij de garantiebeheersinstantie, wordt geacht te beschikken over een rekening als bedoeld in artikel 73, tweede lid, van de Elektriciteitswet 1998.
Het aantal garanties van oorsprong en het aantal garanties van oorsprong voor niet-netlevering dat op het moment van inwerkingtreding van deze regeling is geboekt op een rekening als bedoeld in artikel 77, eerste lid, of artikel 77cb, eerste lid, van de Elektriciteitswet 1998 zoals dat luidde op 31 december 2014 wordt geacht te zijn geboekt op een rekening als bedoeld in artikel 73, tweede lid, van de Elektriciteitswet 1998.
De periode van vijf jaar, bedoeld in artikel 3, eerste lid, en artikel 5, eerste lid wordt ten aanzien van een producent, die op het moment van inwerkingtreding van deze regeling beschikt over een rekening als bedoeld in artikel 77, eerste lid, of artikel 77cb, eerste lid, van de Elektriciteitswet 1998 zoals dat luidde op 31 december 2014, geacht aan te vangen op het moment dat de netbeheerder de vaststelling verrichtte, als bedoeld in artikel 2 van de Regeling garanties van oorsprong voor duurzame elektriciteit zoals dat luidde op 31 december 2014 of in artikel 3 van de Regeling garanties van oorsprong voor elektriciteit opgewekt in installatie voor hoogrenderende warmtekrachtkoppeling zoals dat luidde op december juni 2014.
Een producent die voor de inwerkingtreding van deze regeling een productie-installatie voor het opwekken van gas uit hernieuwbare energiebronnen in stand houdt en beschikt over een door Vertogas B.V. goedgekeurd meetprotocol wordt voor de periode waarvoor deze goedkeuring is verleend geacht te beschikken over een vaststelling als bedoeld in artikel 2.
Het aantal certificaten dat door Vertogas B.V. zijn geboekt op rekening als bewijs dat gas uit hernieuwbare energiebronnen is geproduceerd, wordt geacht te zijn geboekt op een rekening als bedoeld in artikel 66i van de Gaswet.
Artikel 33
De volgende regelingen worden ingetrokken:
Artikel 34
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2015.
Artikel 35
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling garanties van oorsprong voor energie uit hernieuwbare energiebronnen en HR-WKK-elektriciteit.
Bijlage 1A. behorende bij artikel 2, eerste lid, onderdeel a van de Regeling garanties van oorsprong voor energie uit hernieuwbare energiebronnen en HR-WKK-elektriciteit
Verzoek tot vaststelling van een productie-installatie voor de opwekking van duurzame elektriciteit en mededeling van meetgegevens omtrent duurzame elektriciteit
Toelichting
Met dit formulier verklaart u duurzame elektriciteit te produceren en verzoekt u de netbeheerder vast te stellen of uw productie-installatie geschikt is voor de opwekking van duurzame elektriciteit en of uw meetinrichting geschikt is voor de meting van duurzame elektriciteit en verzoekt u de netbeheerder de meetgegevens met betrekking tot de door u geproduceerde duurzame elektriciteit als zodanig mede te delen aan de Minister.
Dit formulier dient te allen tijde volledig, juist, in origineel, ondertekend en – voor zover van toepassing – voorzien van de noodzakelijke bijlage(n) te worden ingediend bij de Minister.
Indien zich meerdere productie-installaties achter één aansluiting bevinden waarvoor u garanties van oorsprong en/of WKK-certificaten heeft aangevraagd, dient u tevens een systeemgrens van de productie-installaties te bepalen. Deze systeemgrens kan meerdere productie-eenheden omvatten.
1. Gegevens producent
2. Locatiegegevens productie-installatie
3. Typegegevens productie-installatie
Kruis aan om wat voor soort installatie het gaat bij deze aanvraag. Er is slechts één antwoord mogelijk.
4. Gegevens met betrekking tot de ingevoede elektriciteit
Indien u de eerdere vraag 2g (zijn er meerdere installaties achter dezelfde netaansluiting waarvoor u garanties van oorsprong en/of WKK-certificaten aanvraagt) met ‘Ja’ heeft beantwoord bent u, op grond van artikel 2, vijfde lid, van de Regeling garanties van oorsprong voor energie uit hernieuwbare energiebronnen en HR-WKK-elektriciteit, verplicht om vraag 4a met ‘Nee’ en vraag 4b met ‘Ja’ te beantwoorden.
5. Algemene verklaring
U verklaart door het invullen en ondertekenen van dit formulier:
6. Ondertekening
Plaats:
Datum:
Handtekening aanvrager:
Bijlage(n):
*Let op!* Maak een kopie van dit ingevulde aanvraagformulier voor eigen gebruik.
Ruimte voor opmerkingen producent:
Plaats:
Datum:
Naam netbeheerder:
Handtekening netbeheerder:
Ruimte voor opmerkingen netbeheerder:
Bijlage 1B. behorende bij artikel 2, eerste lid, onderdeel b, van de Regeling garanties van oorsprong voor energie uit hernieuwbare energiebronnen en HR-WKK-elektriciteit
Verzoek tot vaststelling van een productie-installatie voor de opwekking van HR-WKK-elektriciteit en mededeling van meetgegevens omtrent HR-WKK-elektriciteit
Toelichting
Met dit formulier verklaart u WKK-elektriciteit te produceren, verzoekt u de netbeheerder vast te stellen of uw installatie geschikt is voor de opwekking van WKK-elektriciteit en of uw meetinrichting geschikt is voor de meting van WKK-elektriciteit en verzoekt u de netbeheerder de meetgegevens met betrekking tot de door u geproduceerde WKK-elektriciteit als zodanig mede te delen aan de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet.
In het algemeen geldt het volgende: Indien zich meerdere productie-installaties achter één aansluiting bevinden waarvoor u WKK-certificaten en/of Garanties van Oorsprong heeft aangevraagd, dient u tevens de systeemgrenzen van de productie-installaties te bepalen. Deze systeemgrenzen kunnen meerdere productie-eenheden omvatten.
1. Gegevens producent
2. Locatiegegevens productie-installatie
3. Typegegevens productie-installatie
Geef aan om wat voor soort installatie het gaat bij deze aanvraag en welke brandstof in deze installatie wordt gebruikt. Zowel bij de vraag over het installatie-type als bij de vraag over de brandstofsoort zijn meerdere antwoorden mogelijk.
Uit hoeveel afzonderlijke WKK-eenheden bestaat uw WKK-installatie?
Vul voor elk van deze eenheden de volgende vragen in
U dient een meetprotocol, dat voldoet aan de eisen vastgelegd in de WKK-meetvoorwaarden (bijlage 1 bij de regeling) en dat door een gecertificeerd meetbedrijf is goedgekeurd, als bijlage bij dit verzoek te voegen.
4. Algemene verklaring
U verklaart door het invullen en ondertekenen van deze verklaring:
5. Ondertekening
Plaats:
Datum:
Handtekening aanvrager:
Bijlage(n):
Let op! Maak een kopie van deze ingevulde verklaring voor eigen gebruik.
Ruimte voor opmerkingen producent:
Plaats:
Datum:
Naam netbeheerder:
Handtekening netbeheerder:
Ruimte voor opmerkingen netbeheerder:
Bijlage 1C. behorende bij artikel 2, eerste lid, onderdeel c, van de Regeling garanties van oorsprong voor energie uit hernieuwbare bronnen en HR-WKK-elektriciteit
Verzoek tot vaststelling van een productie-installatie voor de opwekking van gas uit hernieuwbare energiebronnen en mededeling van meetgegevens omtrent gas uit hernieuwbare energiebronnen
Toelichting
Met dit formulier verklaart u gas uit hernieuwbare energiebronnen te produceren en verzoekt u de netbeheerder vast te stellen of uw productie-installatie geschikt is voor de opwekking van gas uit hernieuwbare energiebronnen en of uw meetinrichting geschikt is voor de meting van gas uit hernieuwbare energiebronnen en verzoekt u de netbeheerder de meetgegevens met betrekking tot het door u geproduceerde gas uit hernieuwbare energiebronnen als zodanig mede te delen aan de minister.
Dit formulier dient te allen tijde volledig, juist, in origineel, ondertekend en – voor zover van toepassing – voorzien van de noodzakelijke bijlage(n) te worden ingediend bij de minister.
Indien zich meerdere productie-installaties achter één aansluiting bevinden waarvoor u garanties van oorsprong heeft aangevraagd, dient u tevens een systeemgrens van de productie-installaties te bepalen. Deze systeemgrens kan meerdere productie-eenheden omvatten.
1. Gegevens producent
2. Locatiegegevens productie-installatie
3. Typegegevens productie-installatie
Kruis aan om wat voor soort installatie het gaat bij deze aanvraag. Er is slechts één antwoord mogelijk.
4. Gegevens met betrekking tot het ingevoede gas uit hernieuwbare energiebronnen
Indien u de eerdere vraag 2g (zijn er meerdere installaties achter dezelfde netaansluiting waarvoor u garanties van oorsprong aanvraagt) met ‘Ja’ heeft beantwoord bent u, op grond van artikel 2, vijfde lid, van de Regeling garanties van oorsprong voor energie uit hernieuwbare energiebronnen en HR-WKK-elektriciteit, verplicht om vraag 4a met ‘Nee’ en vraag 4b met ‘Ja’ te beantwoorden.
5. Algemene verklaring
U verklaart door het invullen en ondertekenen van dit formulier:
6. Ondertekening
Plaats:
Datum:
Handtekening aanvrager:
Bijlage(n):
*Let op!* Maak een kopie van dit ingevulde aanvraagformulier voor eigen gebruik.
Ruimte voor opmerkingen producent:
Plaats:
Datum:
Naam netbeheerder:
Handtekening netbeheerder:
Ruimte voor opmerkingen netbeheerder:
Bijlage 1d. behorende bij artikel 2, eerste lid, onderdeel d, van de Regeling garanties van oorsprong voor energie uit hernieuwbare energiebronnen en HR-WKK-elektriciteit
Verzoek tot vaststelling van de geschiktheid van een productie-installatie voor de opwekking van hernieuwbare warmte en mededeling van meetgegevens van hernieuwbare warmte
Toelichting
Met dit formulier verklaart u duurzame warmte te produceren en verzoekt u het toegelaten meetbedrijf vast te stellen of uw productie-installatie geschikt is voor de opwekking van duurzame warmte en of uw meetinrichting geschikt is voor de meting van duurzame warmte en verzoekt u het toegelaten meetbedrijf de meetgegevens met betrekking tot de door u geproduceerde duurzame warmte als zodanig mede te delen aan de minister van Economische Zaken.
Dit formulier dient te allen tijde volledig, juist, in origineel, ondertekend en – voor zover van toepassing – voorzien van de noodzakelijke bijlage(n) te worden ingediend.
Indien zich meerdere productie-installaties achter één aansluiting bevinden, dient u tevens een systeemgrens van de productie-installaties te bepalen. Deze systeemgrens kan meerdere productie-eenheden omvatten.
1. Gegevens producent
2. Locatiegegevens productie-installatie
3. Typegegevens productie-installatie
Kruis aan om wat voor soort installatie het gaat bij deze aanvraag. Er is slechts één antwoord mogelijk.
4. Algemene verklaring
U verklaart door het invullen en ondertekenen van dit formulier:
5. Ondertekening
Plaats:
Datum:
Handtekening aanvrager:
Bijlage(n):
Let op! Maak een kopie van deze ingevulde verklaring voor eigen gebruik.
Ruimte voor opmerkingen producent:
Plaats:
Datum:
Naam toegelaten meetbedrijf:
Handtekening toegelaten meetbedrijf:
Ruimte voor opmerkingen toegelaten meetbedrijf:
Bijlage 2A. bij artikel 7, eerste lid, van de Regeling garanties van oorsprong voor energie uit hernieuwbare energiebronnen en HR-WKK-elektriciteit
Avi-meetvoorwaarden
1. Definities
2. Algemene eisen
3. Systeemgrens
4. Nauwkeurigheidseisen aan de meetinrichting en meters
5. Alternatieve meting
6. Iteratieve berekening die mede gebruik maakt van de indirecte methode
Bijlage 2B. behorende bij artikel 7, tweede lid, van de Regeling garanties van oorsprong voor energie uit hernieuwbare energiebronnen en HR-WKK-elektriciteit
Meetvoorwaarden voor productie-installaties met verwerking van ‘naar zijn aard zuiver biogas’ met een nominaal elektrisch vermogen van 2 mw of minder
1. Definities
2. Algemene eisen
3. Systeemgrens
4. Nauwkeurigheidseisen aan meetinrichtingen en meters
5. Alternatieve meting
Bijlage 2C. behorende bij artikel 7, derde lid, van de Regeling garanties van oorsprong voor energie uit hernieuwbare energiebronnen en HR-WKK-elektriciteit
Meetvoorwaarden voor productie-installaties met registratie van nuttig aangewende warmte
1. Definities
2. Algemene eisen
3. Systeemgrens
4. Nauwkeurigheidseisen aan meetinrichtingen en meters
5. Alternatieve meting
Bijlage 2d. behorende bij artikel 7, vierde lid, van de Regeling garanties van oorsprong voor energie uit hernieuwbare energiebronnen en HR-WKK-elektriciteit
Meetvoorwaarden voor productie-installaties voor het opwekken van gas uit hernieuwbare energiebronnen
§ 1. Algemene bepalingen
§ 2. Nauwkeurigheidseisen
§ 3. Meetinrichting
§ 4. Meetgegevensverzameling
§ 5. Productie-installatie(s) geen aansluiting RNB of LNB
§ 6. Energiebepaling
§ 7. Meetprotocol
§ 8. Meetrapport
Bijlage 2e. bij artikel 7, vijfde lid van de Regeling garanties van oorsprong voor energie uit hernieuwbare energiebronnen en HR-WKK-elektriciteit
HR-WKK-meetvoorwaarden
1. Definities
2. Algemene eisen
3. Systeemgrens
4. Nauwkeurigheidseisen aan meetinrichtingen en meters
5. Alternatieve meting
Bijlage 3A. behorende bij artikel 17, tweede lid, onderdeel a van de Regeling garanties van oorsprong voor energie uit hernieuwbare energiebronnen en HR-WKK-elektriciteit
Controleprotocol en voorbeeld assurancerapport productie duurzame elektriciteit of hernieuwbare warmte uit biomassa
Toelichting
Op grond van artikel 17, tweede lid, onderdeel a, van de Regeling garanties van oorsprong voor energie uit hernieuwbare energiebronnen en HR-WKK-elektriciteit overlegt de producent die is beschreven in artikel 17, eerste lid, een assurance rapport van een externe accountant over aan de minister.
Het assurance rapport dient ter controle van de rapportage van de producent over de aard en de verhouding van de in de productie-installatie verwerkte brandstoffen.
Het assurance rapport dient te worden opgesteld conform de in deze bijlage opgenomen model, met inachtneming van het in deze bijlage opgenomen onderzoeksprotocol Assurance rapport productie duurzame elektriciteit of hernieuwbare warmte uit biomassa.
Het assurance rapport moet samen met de door een producent opgegeven rapportage over de verhoudingen van de in de installatie verwerkte brandstoffen uiterlijk vier maanden na afloop van het kalenderjaar worden opgestuurd naar de minister. Voor iedere afzonderlijke productie-installatie dient een assurance rapport te worden opgesteld.
Assurance rapport productie duurzame elektriciteit of hernieuwbare warmte uit biomassa
In artikel 17, tweede lid, van de Regeling garanties van oorsprong voor energie uit hernieuwbare bronnen en HR-WKK elektriciteit is bepaald dat de producent uiterlijk binnen vier maanden na afloop van ieder kalenderjaar aan de minister een assurance rapport (conform NV COS richtlijn 3000) 1 overlegt inzake, onder meer, de aard en de verhouding van de in de installatie verwerkte brandstoffen.
Dit onderzoeksprotocol beoogt in aanvulling op (het stramien voor Assurance-opdrachten en) de nadere voorschriften Controle- en overige standaarden richtlijn 3000 (zie website NIVRA.nl) een handreiking aan de controlerend accountant te geven met specifieke aandachtspunten bij de inrichting van zijn onderzoek. De accountant onderzoekt de definitieve opgave van de producent met toelichtingen op conformiteit met artikel 15 en 16 van de regeling (zie NV COS 3000 nr. 33). Dit ter onderbouwing van zijn conclusies/oordeel. Hiertoe onderzoekt de accountant de door de producent verantwoorde definitieve uitkomsten van de verhouding voor wat betreft de gebruikte biomassagrondstoffen, de aard en verhouding van de in de productie-installatie verwerkte brandstoffen.
Het doel van het assurance rapport is om – met redelijke mate van zekerheid – een oordeel te verstrekken over de juistheid van de door de producent (of zijn gemachtigde) opgegeven verhouding van de in de installatie verwerkte brandstoffen. In het geval de opgewekte energie wordt aangemerkt als duurzame energie, waarvoor een subsidie-beschikking is afgegeven, zal voor de subsidiabele hoeveelheid duurzaam opgewekte energie subsidie worden verstrekt. De accountant dient derhalve rekening te houden met een tendentie in de opgegeven verhouding.
In het assurance rapport moet verwezen worden naar het stramien voor Assurance-opdrachten en de nadere voorschriften zoals opgenomen in de controle- en overige standaard (NV COS richtlijn 3000), zoals vermeld op de website van het NIVRA2, en naar de aanvullende specifieke punten van aandacht zoals vermeld in het betreffende protocol.
Ten behoeve van de controle van de opgegeven verhouding van de in de installatie verwerkte brandstoffen onderzoekt de accountant wat de aard en de calorische verhouding is van de gebruikte biomassa en welke biomassagrondstoffen zijn ingezet en in welke hoeveelheid.
De Auditdienst van het Ministerie van Economische Zaken kan een review uitvoeren op de uitgevoerde accountantscontrole inzake deze subsidie. De accountant, die de controle heeft uitgevoerd, verstrekt de Auditdienst desgevraagd alle inlichtingen en bescheiden. De eventuele extra kosten van de accountant in verband met de review zijn niet voor rekening van het ministerie.
De aan de individuele regels van de rapportage toegerekende onderzoekstolerantie bedraagt maximaal éénhonderdste deel van het verantwoorde percentage. Het onderzoek van de accountant dient er op gericht te zijn om redelijke mate van zekerheid te verkrijgen dat deze tolerantie niet wordt overschreden.
1 3000 assurance-opdrachten anders dan opdrachten tot controle of beoordeling van historische financiële informatie.
2www.Nivra.nl.
3 Krachtens de Comptabiliteitswet 2001 (artikelen 43, 43a) heeft de Minister – bij commanditaire vennootschappen, vennootschappen onder firma en natuurlijke personen die een beroep of bedrijf uitoefenen aan wie door de Staat of een derde voor rekening of risico van de Staat rechtstreeks of middellijk een subsidie, een lening of garantie wordt verstrekt – het recht nadere inlichtingen in te winnen n.a.v. terzake ontvangen bescheiden. Ook zijn onze Ministers bevoegd inzage te vorderen in de controledossiers van de accountant die de betreffende bescheiden heeft gecontroleerd om te bepalen of bij de vaststelling kan worden gesteund op de door deze accountant uitgevoerde controle. Met betrekking tot het verlenen van inzage in het controledossier kan de accountant zich niet beroepen op de omstandigheid dat hij op grond van andere bij of krachtens de wet opgelegde verplichtingen tot geheimhouding is verplicht van in dit dossier opgenomen vertrouwelijke gegevens. Onze Ministers zijn bevoegd van stukken inzake de betreffende controle uit de controledossiers kopieën te maken.
Toelichting op de opgave van de ingezette brandstoffen
In de praktijk blijkt de regeling met betrekking tot biomassa complexe materie. Dit document bevat een toelichting bij het format van de jaarlijks op te stellen opgave en de daarbij te hanteren biomassa indeling, type installaties en de vereisten waaraan het assurance rapport moet voldoen.
Op basis van de regeling is biomassa ingedeeld in zuiver en niet zuiver. Zuivere biomassa bevat niet meer dan drie massaprocent onvermijdbare kunststoffen.
Zuivere biomassa kan worden verdeeld in twee groepen: 1) Naar haar aard zuiver en 2) niet naar haar aard zuiver. Voor biogassen wordt gesproken over resp. naar zijn aard zuiver en niet naar zijn aard zuiver. De definitie van naar haar aard zuivere biomassa is opgenomen in artikel 1, eerste lid, van de Regeling garanties van oorsprong voor energie uit hernieuwbare bronnen en HR-WKK elektriciteit.
Niet zuivere biomassa wordt in de regeling ook wel aangeduid als mengstromen. Het dient bemonsterd te worden (volgens BRL-K10016). Bepaald dient te worden in welke mate het biogene gedeelte bijdraagt in de energieopwekking. Dat betekent dat het calorische aandeel van het biogene deel dient te worden bepaald in verhouding tot de totale calorische waarde.
De volgende soorten biogassen worden beschouwd als naar zijn aard zuiver: Stortgas, rioolwaterzuiveringsgas, afvalwaterzuiveringsgas en biogas dat ontstaat door middel van vergisting. Voor overige soorten biogas dient te worden aangetoond of het gaat om zuiver biogas. Hiertoe dient het basismateriaal waaruit het biogas ontstaat te worden bemonsterd.
In het geval van hernieuwbare warmte dienen producenten naast de gebruikte soort tevens te rapporteren over de hoeveelheid biomassagrondstoffen, gespecificeerd in NTA-codes. In het geval dat biogas is gebruikt, dient te worden gerapporteerd over de soort biomassagrondstof waaruit het biogas is geproduceerd.
Voorbeeld assurancerapport productie duurzame elektriciteit of hernieuwbare warmte uit biomassa
Naam accountantskantoor:
Aan*:
*. Opdrachtgever/producent
Assurancerapport
Ingevolge uw opdracht hebben wij de bijgevoegde, door ons gewaarmerkte rapportage betreffende de aard en calorische verhouding van de gebruikte biomassa en de soort en hoeveelheid biomassagrondstoffen die zijn ingezet voor de productie van hernieuwbare energie in de installatie, bekend onder EAN-code <123456789012345678>, met betrekking tot de periode van t/m onderzocht op juistheid en overeenstemming met de wettelijke bepalingen zoals opgenomen in artikel 17 van de Regeling garanties van oorsprong voor energie uit hernieuwbare energiebronnen en HR-WKK-elektriciteit (hierna aangeduid als de regeling),
De opgave is opgesteld onder verantwoordelijkheid van . Het is onze verantwoordelijkheid om een assurance rapport inzake deze rapportage te verstrekken.
Wij hebben ons onderzoek verricht in overeenstemming met het Nederlands recht, waaronder Standaard 3000 assurance-opdrachten anders dan opdrachten tot controle en beoordeling van historische financiële informatie- en het onderzoeksprotocol dat als bijlage bij de regeling is gepubliceerd.
Dienovereenkomstig dient het onderzoek zodanig te worden gepland en uitgevoerd dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat de opgave geen afwijkingen van materieel belang bevat.
Wij zijn van mening dat de door ons verkregen assurance-informatie voldoende en geschikt is voor onze conclusie.
Op grond van onze werkzaamheden concluderen wij dat de bovengenoemde rapportage juist weergeeft en in overeenstemming met de wettelijke bepalingen zoals opgenomen in de artikelen 15 en 16 van de regeling de opgave van:
Tevens concluderen wij dat de door de op grond van artikel 15, derde lid, van de regeling meegedeelde percentages overeenstemmen met de in bovengenoemde rapportage weergegeven verhouding van de brandstoffen
{Ingeval van zuivere en niet naar haar aard zuiver biomassa}
{Ingeval van niet zuivere biomassa}
De accountant kan hier overige informatie en uiteenzettingen opnemen die niet als doel hebben afbreuk te doen aan zijn conclusie.
Dit assurancerapport is uitsluitend bedoeld ter onderbouwing van het jaarlijks door de directie van de onderneming te verstrekken rapportage aan de minister (artikel 17 van de regeling) en kan derhalve niet voor andere doeleinden worden gebruikt.
Plaats en datum:
Ondertekening:
Bijlage 3B. behorende bij artikel 17, tweede lid, onderdeel b van de Regeling garanties van oorsprong voor energie uit hernieuwbare energiebronnen en HR-WKK-elektriciteit
Controleprotocol en voorbeeld assurancerapport productie gas uit biomassa
Controleprotocol Assurancerapport Biomassa
Inhoud
1. Inleiding
Dit document is bedoeld als handleiding bij de jaarlijkse assurancescontrole. Dit document bevat een inleiding met een overzicht van de biomassa indeling, type installaties, vereisten waaraan het assurancerapport moet voldoen en enkele instructies voor de productie van hernieuwbaar gas met biogas uit co-vergisting van dierlijke mest of biogas uit vergisting van groente-, fruit- en tuinafval en de productie van hernieuwbaar gas met stortgas of biogas uit afvalwater of rioolwaterzuiveringsinstallaties.
Naast de inleiding is een protocol opgenomen waarin de instructies voor de accountant (formeel) zijn weergegeven. Het is de bedoeling dat de accountant het protocol toepast en dat in het assurancerapport wordt verwezen naar het betreffende protocol. Het is de bedoeling dat jaarlijks een assurancerapport wordt ingediend.
De minister van Economische Zaken heeft de bevoegdheid tot de uitgifte van garanties van oorsprong voor gas uit hernieuwwbare energiebronnen gemandateerd aan Vertogas. Overal waar in dit protocol onze minister wordt genoemd, moeten gegevens aan Vertogas worden overgelegd.
2. Biomassa: ‘Zuiver’, ‘naar haar/zijn aard zuiver’, ‘niet zuiver’
Als uitgangspunt kan hierbij dienen de criteria voor biomassa zoals die zijn vastgelegd in de NTA 8003.
Voor iedere producent van hernieuwbaar gas worden maandelijks meetgegevens door het meetbedrijf of de regionale netbeheerder naar de minister gestuurd.
De definitieve controle van de groenpercentages vindt jaarlijks plaats door middel van een assurancecontrole. Eventuele verschillen die uit de controle voortvloeien worden vervolgens gecorrigeerd door de minister.
Na afloop van een kalenderjaar hebben producenten van hernieuwbaar gas 4 maanden de tijd om een assurancerapport te overleggen. Voor productie over kalenderjaar t dient dus uiterlijk 1 mei t +1 een assurancerapport bij de minister te worden ingediend.
Tenslotte dient de accountant na te gaan of de producent van hernieuwbaar gas heeft gehandeld volgens de biomassaverklaring en biomassa registraties die destijds zijn ingediend voor het betreffende kalenderjaar. In de biomassaverklaring heeft de producent destijds aangegeven welke stoffen mogelijk ingezet worden. De accountant dient te controleren of de ingezette biomassa ook is vermeld op de biomassaverklaring.
Een gewaarmerkte tabel. Deze tabel bevat de groenpercentages op maandniveau zoals die zijn opgesteld door de producent en gecontroleerd door de accountant. Om de minister een goede consistentiecheck te kunnen laten uitvoeren, zijn onderliggende gegevens gewenst. Daarbij moet worden gedacht aan hoeveelheden ingezette biomassa (tonnen) en bijbehorende calorische waarden.
3. Controleprotocol Assurancerapport Biomassa
In artikel 17, lid 2 van de Regeling garanties van oorsprong voor energie uit hernieuwbare energiebronnen en HR-WKK-elektriciteit, is bepaald dat de producent binnen 4 maanden na afloop van ieder kalenderjaar aan de minister een assurancerapport overlegt inzake dat uitsluitend biomassa is gebruikt zoals is genoemd in artikel 14 van de Regeling garanties van oorsprong voor energie uit hernieuwbare energiebronnen en HR-WKK-elektriciteit.
Dit controleprotocol beoogt een handreiking door middel van aandachtspunten te geven aan de accountant bij de inrichting van zijn controle volgens de uitgangspunten zoals benoemd in artikel 17 lid 3 van Regeling garanties van oorsprong voor energie uit hernieuwbare energiebronnen en HR-WKK-elektriciteit. Deze aandachtspunten, die niet limitatief zijn, moeten in samenhang worden beschouwd met de richtlijnen voor de assurancecontrole zoals uitgevaardigd door het Nivra.
Het doel van het assurancerapport is te komen tot een redelijke mate van zekerheid over de juistheid van de door de producent (of zijn gemachtigde) opgegeven verhouding van de in de installatie verwerkte biomassa. Op basis van de bevindingen zoals weergegeven in het assurancerapport wordt (een deel van) het geproduceerde al dan niet aangemerkt als afkomstig uit hernieuwbare energiebronnen. In geval geproduceerd gas wordt aangemerkt als gas uit hernieuwbare energiebronnen zullen er door de minister garanties van oorsprong worden aangemaakt overeenkomstig het aantal MWh geproduceerde gas uit hernieuwbare energiebronnen. Deze vertegenwoordigen een waarde en zijn verhandelbaar in het geval het gas betreft dat is opgewerkt tot aardgas kwaliteit. In geval het biogas betreft zullen deze garanties van oorsprong een vaste bestemming krijgen waarvoor ze afgeboekt kunnen worden en derhalve dus niet vrij verhandelbaar zullen zijn.
Na afloop van een maand wordt door de netbeheerder een meetbericht (ball bericht) verzonden aan de minister waarin gerapporteerd wordt over de totale productie gas uit hernieuwbare energiebronnen van die maand. Dit meetbericht bevat in ieder geval de hoeveelheid aan het net geleverd gas, maar indien de producent hierom verzoekt, bevat het ook het totale opgewekte gas. De minister voert deze gegevens in het systeem via een externe web-based applicatie. Na afloop van het kalenderjaar voert de producent een controleberekening uit en bepaalt hij definitief de verhouding van de in de installatie verwerkte brandstoffen. De assurancecontrole vormt het sluitstuk in dit proces.
De accountant
De accountant rapporteert over de uitkomsten van bovengenoemde controles en over eventuele overige uitkomsten van de controlewerkzaamheden van de accountant (verslag van bevindingen). Wanneer blijkt dat de producent niet in overeenstemming heeft gehandeld met zijn conform de overgelegde verklaringen, wordt de desbetreffende hoeveelheid gas alsnog als niet afkomstig uit hernieuwbare energiebronnen aangemerkt.
De rapportage over de verhouding van de verwerkte biomassa dient maximaal op honderdsten van procenten nauwkeurig te zijn. De aan de individuele regels van de rapportage toegerekende controletolerantie bedraagt maximaal éénhonderdste deel van het verantwoorde percentage. De assurancecontrole dient gericht te zijn op het verkrijgen van een redelijke mate van zekerheid dat deze tolerantie niet wordt overschreden.
De accountant dient in ieder geval vast te stellen:
In dit stelsel is minimaal een sluitende goederenbeweging van de biomassa aanwezig. Indien een geëigende methode is toegepast voor de vaststelling of de in de installatie verwerkte materiaal als zuivere biomassa kan worden aangemerkt, dient de accountant vast te stellen dat deze methode op een juiste wijze is toegepast. Wanneer de producent gedurende de periode waarop de rapportage ziet, tussentijds een nieuwe biomassaverklaring heeft overlegd, dient de accountant vast te stellen dat zowel ten aanzien van de eerdere als de latere verklaring(en) in overeenstemming hiermee is gehandeld.
Een assarancecontrole kan derhalve meerdere biomassaverklaringen omvatten, maar omvat altijd het zelfde tijdvak van een kalenderjaar.
In geval het aantal brandstofsoorten (volgens de NTA-codes) meer bedraagt dan zes, kunnen regels worden toegevoegd. In de rapportage zijn de letters A t/m D toegevoegd. De indeling is van belang voor de verkrijging van juiste type garanties van oorsprong.
4. Voorbeeld Assurancerapport
Naam accountantskantoor
Aan: Opdrachtgever/producent
Assurancerapport
Dit assurancerapport wordt verstrekt ten behoeve van de rapportage aan de minister en mag uitsluitend worden gebruikt door de minister.
Ingevolge uw opdracht hebben wij de bijgevoegde, door ons gewaarmerkte rapportage betreffende de aard en de verhouding van de in de installatie, bekend onder EAN-code <123456789012345678>, verwerkte biomassa met betrekking tot de periode van t/m gecontroleerd. Deze rapportage is opgesteld onder verantwoordelijkheid van . Het is onze verantwoordelijkheid een assurancerapport inzake deze rapportage te verstrekken.
Onze controle is verricht overeenkomstig in Nederland algemeen aanvaarde richtlijnen met betrekking tot controleopdrachten en in overeenstemming met het controleprotocol (bijlage 5B bij de Regeling garanties van oorsprong voor energie uit hernieuwbare energiebronnen en HR-WKK-elektriciteit). Volgens deze richtlijnen dient onze controle zodanig te worden gepland en uitgevoerd dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat de rapportage geen onjuistheden van materieel belang bevatten. Een controle omvat onder meer een onderzoek door middel van deelwaarnemingen van informatie ter onderbouwing van de aard en de verhouding van de verwerkte brandstoffen. Wij zijn van mening dat onze controle een deugdelijke grondslag vormt voor ons oordeel.
Wij zijn van oordeel dat bovengenoemde rapportage de aard en de verhouding van de in de installatie verwerkte brandstoffen juist weergeeft en in overeenstemming is met de bepalingen van controleprotocol.
Tevens zijn wij van oordeel dat de door de op grond van artikel 11, eerste lid, van de Regeling garanties van oorsprong voor energie uit hernieuwbare energiebronnen en HR-WKK-elektriciteit meegedeelde percentages overeenstemmen met de in bovengenoemde rapportage weergegeven verhouding van de brandstoffen
{Ingeval van zuivere en ‘niet naar haar aard zuivere’ biomassa}
{Ingeval van niet zuivere biomassa}
is gebleken dat er gedurende bovengenoemde periode in overeenstemming is gehandeld met de op grond van artikel 4.1 van de procesvoorwaarden overgelegde verklaringen.
Plaats___, datum___
Ondertekening
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.