← Geldende tekst · Geschiedenis

Regeling van de Minister van Economische Zaken van 9 december 2014, nr. WJZ/14198645, houdende regels omtrent garanties van oorsprong voor energie uit hernieuwbare energiebronnen en HR-WKK-elektriciteit (Regeling garanties van oorsprong voor energie uit hernieuwbare energiebronnen en HR-WKK-elektriciteit)

Geldende tekst a fecha 2023-01-01

Gelet op richtlijn nr. 2012/27/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 betreffende energie-efficiëntie, tot wijziging van Richtlijnen 2009/125/EG en 2010/30/EU en houdende intrekking van de Richtlijnen 2004/8/EG en 2006/32/EG (PbEU 2012, L 315) en 2009/28/EU van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen en houdende wijziging en intrekking van Richtlijn 2001/77/EG en Richtlijn 2003/30/EG (PbEG 2009, L28) en de artikelen 77 van de Elektriciteitswet 1998, 66l van de Gaswet en 29 van de Warmtewet;

Besluit:

§ 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

§ 2. Onderzoek productie-installatie en openen rekening

Artikel 2
1.

Indien een producent de netbeheerder verzoekt om de vaststelling, bedoeld in artikel 16, eerste lid, onderdeel h, van de Elektriciteitswet 1998, of artikel 10, vijfde lid, onderdeel c, van de Gaswet, te verrichten of de meetverantwoordelijke verzoekt om de vaststelling, bedoeld in artikel 27 van de Warmtewet of artikel 4 van de Wet implementatie EU-richtlijn hernieuwbare energie voor garanties van oorsprong, te verrichten, maakt hij daarbij gebruik van een formulier dat door de Minister beschikbaar wordt gesteld. De producent verklaart via dat formulier energie uit hernieuwbare energiebronnen of niet-hernieuwbare elektriciteit te produceren en verzoekt de netbeheerder of meetverantwoordelijke de bijbehorende meetgegevens mede te delen aan de Minister. De producent overlegt bij het verzoek:

2.

Een producent:

3.

Het tweede lid, onderdeel b, is niet van toepassing op een producent voor zover deze een productie-installatie in stand houdt met een nominaal elektrisch vermogen kleiner dan 15 kW.

4.

Indien artikel 7 bepaalt dat een producent een meetprotocol moet opstellen, legt de producent bij het verzoek, bedoeld in het eerste lid, een op basis van artikel 7 goedgekeurd meetprotocol over aan de netbeheerder. De netbeheerder stelt vast of een toepasselijk meetprotocol aanwezig is dat is goedgekeurd door een meetverantwoordelijke vòòr de eerste dag van de kalendermaand waarin de producent het verzoek heeft ingediend.

5.

De producent die een productie-installatie in stand houdt met een aansluitwaarde gelijk aan of kleiner dan 3 × 80 A die een verzoek als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a indient, kan afzien van het installeren van een meetinrichting die geschikt is voor meting van de hoeveelheid opgewekte elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen die op een net of een installatie wordt ingevoed. Hij maakt hiervan melding op het formulier bedoeld in het eerste lid.

6.

Indien zich achter de aansluiting meerdere productie-installaties bevinden, bepaalt de producent bij het verzoek tot vaststelling, bedoeld in het eerste lid, de systeemgrens van iedere productie-installatie. De producent kan voor elke productie-installatie die zich achter de aansluiting bevindt garanties van oorsprong voor niet-netlevering of certificaten van oorsprong voor niet-netlevering aanvragen.

7.

Een wijziging van de systeemgrens van een productie-installatie leidt er niet toe dat één of meer productie-eenheden van de desbetreffende productie-installatie gaan behoren aan een andere productie-installatie.

8.

De netbeheerder of, in geval van thermische energie uit hernieuwbare bronnen of ander gas uit hernieuwbare bronnen, de meetverantwoordelijke, doet de vaststelling door een onderzoek in te stellen naar de productie-installatie en de aansluiting daarvan op het net. De producent stelt de netbeheerder dan wel de meetverantwoordelijke in staat het onderzoek te verrichten.

9.

De netbeheerder of, in geval van thermische energie uit hernieuwbare bronnen of ander gas uit hernieuwbare bronnen, de meetverantwoordelijke deelt het resultaat van de vaststelling binnen een redelijke termijn na ontvangst van het verzoek, bedoeld in het eerste lid, mee aan de producent en aan de minister.

10.

Indien een producent voornemens is een aanpassing door te voeren in zijn productie-installatie die een wijziging van een van de gegevens, vermeld in het vaststellingsverzoek, ten gevolge heeft, dient de producent alvorens hij die aanpassing daadwerkelijk doorvoert, een nieuw verzoek tot vaststelling in bij de netbeheerder of, in geval van thermische energie uit hernieuwbare bronnen of ander gas uit hernieuwbare bronnen, de meetverantwoordelijke. Het vierde tot en met negende lid zijn in dat geval van toepassing, de eerder verrichte vaststelling vervalt en de termijn van vijf jaar, bedoeld in het tweede lid, vangt aan op de eerste dag van de eerste kalendermaand na de datum van indiening van het nieuw ingevulde formulier.

Artikel 3

De minister verifieert voorafgaand aan het openen van een rekening door een leverancier of een handelaar de identiteit van de aanvrager van een rekening.

§ 3. Meten, meetprotocol en meetrapport

§ 3.1. Algemeen

Artikel 4
1.

De meetinrichting van de productie-installatie voldoet aan dezelfde nauwkeurigheidseisen als de meetinrichting op de aansluiting waarachter deze installatie zich bevindt en zoals deze zijn vastgesteld in:

2.

In het geval de nauwkeurigheidseisen van de meetinrichting op de aansluiting waarachter deze installatie zich bevindt niet passend zijn bij het vermogen van de productie-installatie, voldoet de meetinrichting van de productie-installatie in afwijking van het eerste lid aan de nauwkeurigheidseisen zoals passend bij het vermogen van de productie-installatie.

3.

Een productie-installatie voor het produceren van gas uit hernieuwbare energiebronnen of ander gas uit hernieuwbare bronnen is voorzien van een nippel waarop gasanalyse apparatuur kan worden aangesloten.

Artikel 5
1.

Indien zich achter een aansluiting één productie-installatie bevindt:

2.

In afwijking van het eerste lid, meet de netbeheerder bij productie-installaties met een aansluitwaarde gelijk aan of kleiner dan 3 x 80 A jaarlijks de hoeveelheid opgewekte elektriciteit en gelijktijdig met de jaarlijkse bepaling van de meterstanden een meetbericht op, tenzij de producent de netbeheerder verzoekt iedere kalendermaand een meetbericht op te stellen.

3.

Indien jaarlijks een meetbericht wordt opgesteld, wordt de meetwaarde toegewezen aan de laatste volledige kalendermaand van de periode die is bemeten.

4.

Indien een producent als bedoeld in artikel 2, vijfde lid, voor de opwekking van duurzame elektriciteit geen meetinrichting heeft die geschikt is voor de meting van de hoeveelheid duurzaam opgewekte elektriciteit die op een net wordt ingevoed, wordt de hoeveelheid duurzaam opgewekte elektriciteit die door de betreffende productie-installaties op een net wordt ingevoed gesteld op nul kWh.

Artikel 6
1.

Indien de productie-installatie van de producent voor de opwekking van elektriciteit gebruik maakt van elektriciteit die is afgenomen van een net, brengt de netbeheerder de hoeveelheid elektriciteit die daarvoor is afgenomen van het net in mindering op de hoeveelheid elektriciteit die hij op grond van artikel 16, eerste lid, onderdeel i, van de Elektriciteitswet 1998 meet.

2.

Indien de productie-installatie van de producent voor de opwekking van gas uit hernieuwbare energiebronnen gebruik maakt van gas dat is afgenomen van een net, brengt de netbeheerder de hoeveelheid gas die daarvoor is afgenomen van het net in mindering op de hoeveelheid energie uit hernieuwbare energiebronnen die hij op grond van artikel 10, vijfde lid, onderdeel d, van de Gaswet meet.

§ 3.2. Meetprotocol en meetrapport

Artikel 7
1.

Voor het verkrijgen van garanties van oorsprong stelt een producent die een productie-installatie in stand houdt voor:

iedere vijf jaar een meetprotocol vast dat voldoet aan de meetvoorwaarden die zijn opgenomen in bijlage 2A.

2.

Voor het verkrijgen van garanties van oorsprong stelt een producent die een productie-installatie in stand houdt voor het opwekken van duurzame elektriciteit door middel van naar zijn aard zuiver biogas en waarvan het nominaal elektrisch vermogen van de installatie gelijk is of kleiner is dan 2 MW iedere vijf jaar een meetprotocol vast dat voldoet aan de meetvoorwaarden die zijn opgenomen in bijlage 2B.

3.

Voor het verkrijgen van garanties van oorsprong stelt een producent die een productie-installatie in stand houdt voor het opwekken van thermische energie uit hernieuwbare bronnen iedere vijf jaar een meetprotocol vast dat voldoet aan de meetvoorwaarden die zijn opgenomen in bijlage 2C.

4.

Voor het verkrijgen van garanties van oorsprong stelt een producent die een productie-installatie in stand houdt voor het opwekken van gas uit hernieuwbare energiebronnen iedere vijf jaar een meetprotocol vast dat voldoet aan de meetvoorwaarden die zijn opgenomen in bijlage 2D.

5.

Voor het verkrijgen van garanties van oorsprong stelt een producent die een productie-installatie in stand houdt voor het opwekken van HR-WKK-elektriciteit iedere vijf jaar een meetprotocol vast dat voldoet aan de meetvoorwaarden die zijn opgenomen in bijlage 2E.

6.

Voor het verkrijgen van garanties van oorsprong stelt een producent die een productie-installatie in stand houdt voor het opwekken van ander gas uit hernieuwbare bronnen iedere vijf jaar een meetprotocol vast dat voldoet aan de meetvoorwaarden die zijn opgenomen in bijlage 2F.

7.

De producent laat het meetprotocol voor de eerste dag van de kalendermaand waarin hij het verzoek, bedoeld in artikel 2, eerste lid, indient, goedkeuren door een meetverantwoordelijke.

8.

Indien de producent voornemens is een aanpassing door te voeren die een wijziging van het meetprotocol tot gevolg heeft, draagt hij er zorg voor dat alvorens hij die aanpassing doorvoert, een nieuw meetprotocol wordt opgesteld en wordt goedgekeurd door een meetverantwoordelijke. De termijn van 5 jaar, bedoeld in het eerste tot en met het vijfde lid, wordt geacht aan te vangen op het moment van goedkeuring van het nieuwe meetprotocol.

9.

De producent legt het goedgekeurde meetprotocol over aan de minister.

Artikel 8
1.

Indien de producent op grond van artikel 7 een meetprotocol vaststelt, draagt de producent er zorg voor dat alle energiestromen die zijn omschreven in de meetvoorwaarden die zijn opgenomen in bijlagen 2A tot en met 2F en die de systeemgrens passeren gemeten worden volgens het meetprotocol.

2.

Indien een meetverantwoordelijke afwijkingen van het meetprotocol constateert meldt de meetverantwoordelijke de Minister dat binnen vier weken na constatering.

Artikel 9
1.

Indien zich achter de aansluiting meerdere productie-installaties bevinden meet de producent de hoeveelheid energie uit hernieuwbare energiebronnen of HR- WKK-elektriciteit die de betreffende productie-installatie heeft opgewekt.

2.

Indien zich achter een allocatiepunt, van een aansluiting met meerderde allocatiepunten, meerdere productie-installaties bevinden meet de producent de hoeveelheid energie die de betreffende productie-installatie heeft opgewekt.

3.

De energie die door de betreffende productie-installaties aan het net wordt geleverd, wordt bepaald door de energie die wordt verbruikt door de installatie achter de aansluiting naar rato van de feitelijke opwekking van alle productie-installaties achter de aansluiting, in mindering te brengen op de energie die is opgewekt door de betreffende productie-installaties.

4.

Indien niet alle installaties achter de aansluiting een geschikte meetinrichting hebben, worden door de netbeheerder de meetwaarden voor energie die op het net is ingevoed gesteld op nul kWh.

Artikel 10
1.

Indien de producent op grond van artikel 7 een meetprotocol vaststelt, draagt de producent er zorg voor dat per kalendermaand onder toepassing van het meetprotocol een meetrapport wordt opgesteld dat:

2.

Het eerste lid is niet van toepassing op producenten als bedoeld in artikel 17, eerste lid, onderdeel a.

Artikel 11
1.

Een producent legt uiterlijk vier maanden na afloop van het kalenderjaar de meetrapporten die betrekking hebben op dat jaar over de minister.

2.

In afwijking van het eerste lid legt een producent die:

3.

Indien in een productie-installatie naar zijn aard zuiver biogas wordt verwerkt en de producent subsidie ontvangt op grond van artikel 2 van het Besluit stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie, rapporteert de producent gelijktijdig met de overlegging van het meetrapport over de ingezette biomassa.

4.

Indien in een productie-installatie biomassa of overige brandstoffen worden verwerkt, verklaart de producent gelijktijdig met het overleggen van het meetbericht, bedoeld in artikel 5, welk gewogen percentage van de door zijn productie-installatie in de desbetreffende kalendermaand of het desbetreffende kalenderjaar opgewekte totale hoeveelheid energie uit hernieuwbare energiebronnen is opgewekt door middel van:

5.

Indien in een productie-installatie biomassa wordt verwerkt, kan de producent gelijktijdig met de overlegging van het meetrapport een verklaring overleggen waaruit de norm blijkt conform welke de ingezette biomassa is gecertificeerd en welke certificeerder het certificaat heeft verstrekt.

Artikel 12
1.

In afwijking van artikel 11 legt een producent die een productie-installatie voor gas uit hernieuwbare energiebronnen in stand houdt het meetrapport uiterlijk 20 dagen na afloop van de kalendermaand waar het meetrapport betrekking op heeft over aan de netbeheerder.

2.

De netbeheerder berekent op basis van de in het meetrapport opgenomen meetgegevens de hoeveelheid gas uit hernieuwbare energiebronnen in m3(n) aardgasequivalent.

3.

De netbeheerder vermeldt de in het tweede lid bedoelde hoeveelheid gas in het meetbericht, bedoeld in artikel 5.

Artikel 13

Vervallen

§ 4. Biomassa

Artikel 14

Deze paragraaf is niet van toepassing op afvalverbrandingsinstallaties.

Artikel 15
1.

Indien in een productie-installatie zuivere biomassa wordt verwerkt, verklaart de producent dat hij door middel van een daartoe geëigende methode als bedoeld in artikel 16 aan de hand van bemonstering per partij vaststelt dat het materiaal waaruit de energie uit hernieuwbare energiebronnen wordt opgewekt, is aan te merken als zuivere biomassa.

2.

Indien in een productie-installatie biomassa wordt verwerkt die een behandeling heeft ondergaan, zoals pyrolyse, torrefactie of carbonisatie, hanteert de producent in afwijking van het eerste lid, een daartoe geëigende methode om vast te stellen dat de biomassa vóór de behandeling is aan te merken als zuivere biomassa.

3.

Indien in een productie-installatie niet-zuivere biomassa wordt verwerkt, verklaart de producent dat hij door middel van een daartoe geëigende methode aan de hand van bemonstering per partij vaststelt wat het biologisch afbreekbaar gedeelte is van de niet-zuivere biomassa waaruit de energie uit hernieuwbare energiebronnen wordt opgewekt. Het biologisch afbreekbare gedeelte dient te worden bepaald op grond van de energiebasis met twee decimalen nauwkeurigheid.

4.

Indien in een productie-installatie energie uit hernieuwbare energiebronnen uitsluitend wordt opgewekt door middel van naar haar aard zuivere biomassa of naar zijn aard zuiver biogas, verklaart de producent dat hij gedurende de periode waarop de verklaring betrekking heeft, uitsluitend door middel van naar haar aard zuivere biomassa of naar zijn aard zuiver biogas energie uit hernieuwbare energiebronnen zal opwekken.

5.

Indien in een productie-installatie niet naar zijn aard zuiver biogas of niet-zuiver biogas wordt verwerkt, hanteert de producent ten aanzien van de grondstof die bij het ontstaan van dit biogas wordt gebruikt een daartoe geëigende methode om aan de hand van bemonstering per partij vast te stellen dat materiaal waaruit de energie uit hernieuwbare energiebronnen is opgewekt, is aan te merken als zuivere of als niet-zuivere biomassa.

Artikel 16
1.

De methode van vaststelling, bedoeld in artikel 15, eerste, derde en vijfde lid, is geëigend als de producent ter zake van de werkzaamheden voor de bepaling van het biologisch afbreekbare gedeelte van de biomassa beschikt over:

2.

De methode van vaststelling, bedoeld in artikel 15, tweede lid, is geëigend als de producent beschikt over:

3.

De certificeringinstantie is geaccrediteerd door de Raad voor Accreditatie of een andere accreditatie-instantie als bedoeld in artikel 4 van verordening (EG) nr. 765/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 9 juli 2008 tot vaststelling van de eisen inzake accreditatie en markttoezicht betreffende het verhandelen van producten en tot intrekking van verordening (EEG) nr. 339/93 (PbEU 2008 L 218) of een accreditatie-instantie die is aangesloten bij het International Accreditation Forum.

Artikel 17
1.

Dit artikel is uitsluitend van toepassing op producenten die:

2.

Uiterlijk vier maanden na afloop van het kalenderjaar overlegt een producent aan de minister een assurancerapport van een externe accountant dat betrekking heeft op dat kalenderjaar.

3.

Uit het assurancerapport blijkt eenduidig:

4.

Ten behoeve van het bepalen van de gegevens, bedoeld in het derde lid, gaat de accountant na of de producent beschikt over de benodigde documentatie voor de onderbouwing van het gebruik van de geëigende methode, bedoeld in artikel 16, eerste en tweede lid.

5.

Indien op verzoek van de producent op de garantie van oorsprong voor gas uit hernieuwbare energiebronnen de gegevens, bedoeld in artikel 24 derde lid, worden opgenomen, blijkt uit het assurancerapport tevens dat deze gegevens overeenkomen met de gegevens uit de audit die is uitgevoerd op het toegepaste duurzaamheidssysteem.

Artikel 18

De minister bepaalt na ontvangst van het meetrapport op verzoek van de producent die een productie-installatie in stand houdt waarin biomassa wordt verwerkt, niet zijnde een afvalverbrandingsinstallatie, de nuttig aangewende warmte in MWh.

§ 5. Afvalverbrandingsinstallaties

Artikel 19
1.

De minister stelt jaarlijks uiterlijk op 1 december ten behoeve van het daaropvolgende kalenderjaar een percentage vast dat uitdrukt welk gedeelte van de totale hoeveelheid elektriciteit die wordt opgewekt door middel van verbranding van huishoudelijk afval of vergelijkbaar bedrijfsafval in een afvalverbrandingsinstallatie, duurzame elektriciteit of thermische energie uit hernieuwbare bronnen is.

2.

Indien de minister constateert dat in een afvalverbrandingsinstallatie of in een AVI-eenheid substantiële hoeveelheden homogemene afvalstromen worden verwerkt met een substantieel ander percentage dan bedoeld in het eerste lid, of dat er substantiële hoeveelheden fossiele brandstoffen worden gebruikt, kan de minister, in afwijking van het eerste lid, voor die afvalverbrandingsinstallatie of die AVI-eenheid het percentage vaststellen dat uitdrukt welk gedeelte van de totale hoeveelheid elektriciteit die wordt opgewekt door middel van die homogene afvalstromen, duurzame elektriciteit of thermische energie uit hernieuwbare bronnen is.

Artikel 20
1.

Dit artikel is uitsluitend van toepassing op een producent als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdelen a en b.

2.

Het rendement van een afvalverbrandingsinstallatie of van een AVI-eenheid bedraagt:

3.

Het gewogen maandelijks rendement van een afvalverbrandingsinstallatie of van een AVI-eenheid bedraagt de uitkomst van:

(EmRm + Em-1Rm-1 + ...Em-11*Rm-11) / (Em + Em-1 + ...Em-11)

waarbij

Em = de hoeveelheid opgewekte elektriciteit in maand m

Rm = het rendement als bedoeld in het tweede lid voor maand m

Em-1 = de hoeveelheid opgewekte elektriciteit in de maand voorafgaand aan m

Rm-1 = het rendement als bedoeld in het derde lid voor de maand voorafgaand aan m.

4.

De minister bepaalt na ontvangst van het meetrapport het rendement en het gewogen maandelijks rendement van een afvalverbrandingsinstallatie en van een AVI-eenheid. Het rendement wordt niet bepaald voor de periode die ligt vóór het moment dat de producent een verzoek als bedoeld in artikel 2, eerste lid, heeft gedaan. Het gewogen maandelijks rendement wordt in het eerste jaar bepaald over de maanden nadat de producent een verzoek als bedoeld in artikel 2, eerste lid, heeft gedaan.

5.

De minister kan het product van de massa van het in de afvalverbrandingsinstallatie en de AVI-eenheid per kalendermaand verwerkte afval en overige brandstoffen, en de calorische waarde van het verwerkte afval en overige brandstoffen mede bepalen op basis van de in de meetvoorwaarden beschreven iteratieve methode.

§ 6. Garanties van oorsprong en certificaten van oorsprong

Artikel 21

Een garantie van oorsprong of een certificaat van oorsprong heeft betrekking op een hoeveelheid energie ter grootte van 1 MWh.

Artikel 22
1.

De minister boekt garanties van oorsprong en certificaten van oorsprong die betrekking hebben op de energie die is opgewekt vanaf de eerste dag van de kalendermaand waarin de producent het verzoek, bedoeld in artikel 2, eerste lid, heeft gedaan op de door de producent gespecificeerde rekening, indien:

2.

Indien de producent een afvalverbrandingsinstallatie in stand houdt, hanteert de minister bij het bepalen van het aantal uit te geven garanties van oorsprong de percentages, bedoeld in artikel 19, eerste en tweede lid.

Artikel 23
1.

Een rekeninghouder die over garanties van oorsprong of certificaten van oorsprong beschikt kan deze garanties van oorsprong, niet zijnde garanties van oorsprong voor niet-netlevering, of certificaten van oorsprong, niet zijnde certificaten van oorsprong voor niet-netlevering, overboeken op een andere rekening.

2.

Een producent of handelaar die over garanties van oorsprong beschikt waarop de gegevens, genoemd in artikel 24, derde of vijfde lid, zijn vermeld, die hij wil gebruiken of wil doen gebruiken om hernieuwbare brandstofeenheden als bedoeld in artikel 9.7.3.1. van de Wet milieubeheer te verwerven, boekt deze garanties over op de rekening van de Nederlandse Emissieautoriteit.

3.

Een exploitant als bedoeld in artikel 16.2a, tweede lid, van de Wet Milieubeheer die over garanties van oorsprong voor gas uit hernieuwbare energiebronnen beschikt waarop de gegevens, genoemd in artikel 24, derde lid, zijn vermeld, die hij wil gebruiken of wil doen gebruiken om de biomassafractie te bepalen conform artikel 39, vierde lid, van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2066 van de Commissie van 19 december 2018 inzake de monitoring en rapportage van de emissies van broeikasgassen overeenkomstig Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 601/2012 van de Commissie (PbEU 2018, L 334), boekt deze garanties van oorsprong van zijn rekening af onder het doel “Emissiehandel”.

Artikel 24
1.

Op een garantie van oorsprong wordt in ieder geval vermeld:

2.

Op een garantie van oorsprong voor HR-WKK-elektriciteit wordt tevens vermeld:

3.

Op een garantie van oorsprong voor gas uit hernieuwbare energiebronnen wordt op verzoek van de producent tevens vermeld:

4.

Op een certificaat van oorsprong wordt in ieder geval vermeld:

5.

Op een garantie van oorsprong voor ander gas uit hernieuwbare bronnen wordt tevens vermeld:

Artikel 25

De leverancier boekt als bewijs van levering van gas uit hernieuwbare energiebronnen aan een in Nederland gevestigde eindafnemer, binnen één maand na de levering de hoeveelheid garanties van oorsprong die correspondeert met de hoeveelheid gas uit hernieuwbare energiebronnen die is geleverd aan een in Nederland gevestigde eindafnemer van zijn Nederlandse rekening af.

Artikel 26
1.

Een certificaat van oorsprong en een garantie van oorsprong, niet zijnde een garantie van oorsprong voor gas uit hernieuwbare bronnen of een garantie van oorsprong voor ander gas uit hernieuwbare bronnen die is overgeboekt aan de Nederlandse Emissieautoriteit, verliest haar geldigheid:

2.

Een garantie van oorsprong voor niet-netlevering verliest haar geldigheid nadat ze is gebruikt om het voorschot, bedoeld in artikel 72w, tweede lid, van de Elektriciteitswet 1998 zoals dat luidde op 31 december 2007 dan wel in artikel 66 van het Besluit stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie te ontvangen.

3.

Een garantie van oorsprong voor gas uit hernieuwbare energiebronnen of een garantie van oorsprong voor ander gas uit hernieuwbare bronnen die is overgeboekt aan de Nederlandse Emissieautoriteit verliest haar geldigheid uiterlijk na twaalf maanden na de einddatum van de productie van het gas uit hernieuwbare energiebronnen of het ander gas uit hernieuwbare bronnen waarvoor de garantie van oorsprong is afgeboekt.

Artikel 27
1.

De minister trekt garanties van oorsprong of certificaten van oorsprong die in strijd met het bepaalde in deze regeling zijn afgegeven, in.

2.

Indien de garanties van oorsprong of certificaten van oorsprong, bedoeld in het eerste lid, al zijn afgeboekt, vermindert de minister het aantal garanties van oorsprong of certificaten van oorsprong op de rekening van de rekeninghouder met het aantal ten onrechte afgegeven garanties van oorsprong of certificaten van oorsprong.

Artikel 28
1.

Indien de overeenkomstig artikel 11, vierde lid, meegedeelde percentages afwijken van de percentages die uit het meetrapport als bedoeld in artikel 10 of uit assurancerapport als bedoeld in artikel 17 blijken, corrigeert de minister het ten gevolge van deze afwijking ontstane verschil door garanties van oorsprong of certificaten van oorsprong bij te boeken of af te boeken van de desbetreffende rekening.

2.

Indien het in artikel 11, eerste en tweede lid, artikel 12, eerste lid, of artikel 17, tweede lid, bedoelde tijdstip van indiening van het meetrapport of het assurancerapport wordt overschreden, vermindert de minister het aantal garanties van oorsprong of certificaten van oorsprong op de rekening van de rekeninghouder met toepassing van de formule:

hoeveelheid af te boeken garanties van oorsprong of certificaten van oorsprong = [EHE/365 * OT] / 1 MWh,

waarbij:

EHE = de hoeveelheid energie, opgewekt in de periode waarop het meetrapport of het assurancerapport betrekking heeft;

OT = aantal overschrijdingstijdvakken van één dag.

3.

Indien het meetrapport of het assurancerapport niet voldoet aan de vereisten, bedoeld in de artikelen 11, 12 of 17 geeft de minister de producent vier weken de tijd om het meetrapport of het assurancerapport alsnog aan deze eisen te laten voldoen. Indien de producent hieraan geen of onvoldoende gehoor geeft, vermindert de minister het aantal garanties van oorsprong of certificaten van oorsprong op de rekening van de rekeninghouder met toepassing van de in het tweede lid opgenomen formule.

4.

In afwijking van het derde lid kan de Minister op verzoek van een producent de in dat lid genoemde termijn verlengen indien de producent aantoont dat het onmogelijk is om aan deze termijn te voldoen.

§ 7. Tarieven

Artikel 29
1.

De tarieven ter dekking van de kosten die gepaard gaan met handelingen met betrekking tot garanties van oorsprong zijn gebaseerd op de volgende kosten:

2.

De tarieven voor 2023 voor garanties van oorsprong voor duurzame elektriciteit en certificaten van oorsprong bedragen voor:

3.

De tarieven voor 2023 voor garanties van oorsprong voor thermische energie uit hernieuwbare bronnen bedragen voor:

4.

De tarieven voor 2023 voor garanties van oorsprong voor gas uit hernieuwbare energiebronnen of voor garanties van oorsprong voor ander gas uit hernieuwbare bronnen bedragen voor:

5.

De Minister kan een tarief in rekening brengen voor het op verzoek van de aanvrager herstellen van een aanvraag.

Artikel 30

De kosten van het beheer van de rekening worden niet in rekening gebracht indien aan de rekeninghouder subsidie is verleend op grond van artikel 2 van het Besluit stimulering duurzame energieproductie juncto:

§ 7. Tarieven

Artikel 31

De Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie wordt als volgt gewijzigd:

Artikel 32
1.

Een rekeninghouder die beschikt over een rekening die op grond van artikel 77, eerste lid, of artikel 77cb, eerste lid, van de Elektriciteitswet 1998 zoals dat luidde op 31 december 2014, is geopend bij de garantiebeheersinstantie, wordt geacht te beschikken over een rekening als bedoeld in artikel 73, tweede lid, van de Elektriciteitswet 1998.

2.

Het aantal garanties van oorsprong en het aantal garanties van oorsprong voor niet-netlevering dat op het moment van inwerkingtreding van deze regeling is geboekt op een rekening als bedoeld in artikel 77, eerste lid, of artikel 77cb, eerste lid, van de Elektriciteitswet 1998 zoals dat luidde op 31 december 2014 wordt geacht te zijn geboekt op een rekening als bedoeld in artikel 73, tweede lid, van de Elektriciteitswet 1998.

3.

De periode van vijf jaar, bedoeld in artikel 3, eerste lid, en artikel 5, eerste lid wordt ten aanzien van een producent, die op het moment van inwerkingtreding van deze regeling beschikt over een rekening als bedoeld in artikel 77, eerste lid, of artikel 77cb, eerste lid, van de Elektriciteitswet 1998 zoals dat luidde op 31 december 2014, geacht aan te vangen op het moment dat de netbeheerder de vaststelling verrichtte, als bedoeld in artikel 2 van de Regeling garanties van oorsprong voor duurzame elektriciteit zoals dat luidde op 31 december 2014 of in artikel 3 van de Regeling garanties van oorsprong voor elektriciteit opgewekt in installatie voor hoogrenderende warmtekrachtkoppeling zoals dat luidde op december juni 2014.

4.

Een producent die voor de inwerkingtreding van deze regeling een productie-installatie voor het opwekken van gas uit hernieuwbare energiebronnen in stand houdt en beschikt over een door Vertogas B.V. goedgekeurd meetprotocol wordt voor de periode waarvoor deze goedkeuring is verleend geacht te beschikken over een vaststelling als bedoeld in artikel 2.

5.

Het aantal certificaten dat door Vertogas B.V. zijn geboekt op rekening als bewijs dat gas uit hernieuwbare energiebronnen is geproduceerd, wordt geacht te zijn geboekt op een rekening als bedoeld in artikel 66i van de Gaswet.

Artikel 33

De volgende regelingen worden ingetrokken:

Artikel 34

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2015.

Artikel 35

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling garanties van oorsprong en certificaten van oorsprong.

Bijlage 1A. behorende bij artikel 2, eerste lid, onderdeel a, van de Regeling garanties van oorsprong voor energie uit hernieuwbare energiebronnen en HR-WKK-elektriciteit

Met dit formulier verklaart u duurzame elektriciteit te produceren, verzoekt u de netbeheerder vast te stellen of uw meetinrichting geschikt is voor de meting van duurzame elektriciteit en verzoekt u de netbeheerder de meetgegevens met betrekking tot de door u geproduceerde duurzame elektriciteit mede te delen aan de Minister.

Vestigingsadres Postadres Factuuradres
Aanspreekvorm: o De heer o Mevrouw o De heer o Mevrouw o De heer o Mevrouw
Voorletters:
Tussenvoegsel:
Achternaam:
Adres:
Postcode:
Woonplaats:
Land:
Telefoonnummer:
E-mailadres:

Verzoek tot vaststelling van de geschiktheid van een productie-installatie voor de opwekking van duurzame elektriciteit en mededeling van meetgegevens omtrent duurzame elektriciteit

1. Gegevens producent

Met dit formulier verklaart u duurzame elektriciteit te produceren en verzoekt u de netbeheerder vast te stellen of uw productie-installatie geschikt is voor de opwekking van duurzame elektriciteit en of uw meetinrichting geschikt is voor de meting van duurzame elektriciteit en verzoekt u de netbeheerder de meetgegevens met betrekking tot de door u geproduceerde duurzame elektriciteit als zodanig mede te delen aan de Minister.

Dit formulier dient te allen tijde volledig, juist, in origineel, ondertekend en – voor zover van toepassing – voorzien van de noodzakelijke bijlage(n) te worden ingediend bij de Minister.

Met dit formulier verklaart u gas uit hernieuwbare energiebronnen te produceren en verzoekt u de netbeheerder vast te stellen of uw productie-installatie geschikt is voor de opwekking van gas uit hernieuwbare energiebronnen en of uw meetinrichting geschikt is voor de meting van gas uit hernieuwbare energiebronnen en verzoekt u de netbeheerder de meetgegevens met betrekking tot het door u geproduceerde gas uit hernieuwbare energiebronnen als zodanig mede te delen aan de minister.

Verzoek tot vaststelling van een productie-installatie voor de opwekking van gas uit hernieuwbare energiebronnen en mededeling van meetgegevens omtrent gas uit hernieuwbare energiebronnen

Toelichting

1. Gegevens producent

Dit formulier dient te allen tijde volledig, juist, in origineel, ondertekend en – voor zover van toepassing – voorzien van de noodzakelijke bijlage(n) te worden ingediend bij de minister.

1. Definities

Kruis aan om wat voor soort installatie het gaat bij deze aanvraag. Er is slechts één antwoord mogelijk.

3. Systeemgrens

Indien u de eerdere vraag 2g (zijn er meerdere installaties achter dezelfde netaansluiting waarvoor u garanties van oorsprong aanvraagt) met ‘Ja’ heeft beantwoord bent u, op grond van artikel 2, vijfde lid, van de Regeling garanties van oorsprong voor energie uit hernieuwbare energiebronnen en HR-WKK-elektriciteit, verplicht om vraag 4a met ‘Nee’ en vraag 4b met ‘Ja’ te beantwoorden.

5. Alternatieve meting

U verklaart door het invullen en ondertekenen van dit formulier:

Indien u de eerdere vraag 2g (zijn er meerdere installaties achter dezelfde netaansluiting waarvoor u garanties van oorsprong aanvraagt) met ‘Ja’ heeft beantwoord bent u, op grond van artikel 2, vijfde lid, van de Regeling garanties van oorsprong voor energie uit hernieuwbare energiebronnen en HR-WKK-elektriciteit, verplicht om vraag 4a met ‘Nee’ en vraag 4b met ‘Ja’ te beantwoorden.

Plaats:

U verklaart door het invullen en ondertekenen van dit formulier:

Handtekening aanvrager:

Plaats:

Datum:

Handtekening aanvrager:

Bijlage(n):

*Let op!* Maak een kopie van dit ingevulde aanvraagformulier voor eigen gebruik.

Ruimte voor opmerkingen producent:

Bijlage 1B. behorende bij artikel 2, eerste lid, onderdeel b, van de Regeling garanties van oorsprong voor energie uit hernieuwbare energiebronnen en HR-WKK-elektriciteit

3. Systeemgrens

4. Nauwkeurigheidseisen aan meetinrichtingen en meters

Handtekening netbeheerder:

Ruimte voor opmerkingen netbeheerder:

Meetvoorwaarden voor productie-installaties voor het opwekken van gas uit hernieuwbare energiebronnen

§ 1. Algemene bepalingen

§ 2. Nauwkeurigheidseisen

U dient een meetprotocol, dat voldoet aan de eisen vastgelegd in de WKK-meetvoorwaarden (bijlage 1 bij de regeling) en dat door een gecertificeerd meetbedrijf is goedgekeurd, als bijlage bij dit verzoek te voegen.

Uit hoeveel afzonderlijke WKK-eenheden bestaat uw WKK-installatie?

U verklaart door het invullen en ondertekenen van deze verklaring:

U dient een meetprotocol, dat voldoet aan de eisen vastgelegd in de WKK-meetvoorwaarden (bijlage 1 bij de regeling) en dat door een gecertificeerd meetbedrijf is goedgekeurd, als bijlage bij dit verzoek te voegen.

§ 7. Meetprotocol

Datum:

2. Algemene eisen

Bijlage(n):

Let op! Maak een kopie van deze ingevulde verklaring voor eigen gebruik.

Ruimte voor opmerkingen producent:

Plaats:

Datum:

Naam netbeheerder:

Handtekening netbeheerder:

Ruimte voor opmerkingen netbeheerder:

Naam netbeheerder:

Handtekening netbeheerder:

Ruimte voor opmerkingen netbeheerder:

Bijlage 1C. behorende bij artikel 2, eerste lid, onderdeel c, van de Regeling garanties van oorsprong voor energie uit hernieuwbare bronnen en HR-WKK-elektriciteit

§ 6. Overig

§ 2. Nauwkeurigheidseisen

Met dit formulier verklaart u gas uit hernieuwbare energiebronnen te produceren en verzoekt u de netbeheerder vast te stellen of uw productie-installatie geschikt is voor de opwekking van gas uit hernieuwbare energiebronnen en of uw meetinrichting geschikt is voor de meting van gas uit hernieuwbare energiebronnen en verzoekt u de netbeheerder de meetgegevens met betrekking tot het door u geproduceerde gas uit hernieuwbare energiebronnen als zodanig mede te delen aan de minister.

Dit formulier dient te allen tijde volledig, juist, in origineel, ondertekend en – voor zover van toepassing – voorzien van de noodzakelijke bijlage(n) te worden ingediend bij de minister.

Indien zich meerdere productie-installaties achter één aansluiting bevinden waarvoor u garanties van oorsprong heeft aangevraagd, dient u tevens een systeemgrens van de productie-installaties te bepalen. Deze systeemgrens kan meerdere productie-eenheden omvatten.

§ 3. Meetinrichting

§ 4. Meetgegevensverzameling

§ 5. Productie-installatie(s) geen aansluiting RNB of LNB

Kruis aan om wat voor soort installatie het gaat bij deze aanvraag. Er is slechts één antwoord mogelijk.

§ 7. Meetprotocol

Indien u de eerdere vraag 2g (zijn er meerdere installaties achter dezelfde netaansluiting waarvoor u garanties van oorsprong aanvraagt) met ‘Ja’ heeft beantwoord bent u, op grond van artikel 2, vijfde lid, van de Regeling garanties van oorsprong voor energie uit hernieuwbare energiebronnen en HR-WKK-elektriciteit, verplicht om vraag 4a met ‘Nee’ en vraag 4b met ‘Ja’ te beantwoorden.

2. Algemene eisen

Datum:

1. Definities

Bijlage(n):

*Let op!* Maak een kopie van dit ingevulde aanvraagformulier voor eigen gebruik.

Ruimte voor opmerkingen producent:

Plaats:

Datum:

Dit document is bedoeld als handleiding bij de jaarlijkse assuranceopdracht. Dit document bevat een inleiding met een overzicht van de biomassa indeling, type installaties, vereisten waaraan het assurancerapport moet voldoen en enkele instructies voor de productie van hernieuwbaar gas met biogas uit co-vergisting van dierlijke mest of biogas uit vergisting van groente-, fruit- en tuinafval en de productie van hernieuwbaar gas met stortgas of biogas uit afvalwater of rioolwaterzuiveringsinstallaties.

Naast de inleiding is een protocol opgenomen waarin de instructies voor de accountant (formeel) zijn weergegeven. Het is de bedoeling dat de accountant het protocol toepast en dat in het assurancerapport wordt verwezen naar het betreffende protocol. Het is de bedoeling dat jaarlijks een assurancerapport wordt ingediend.

De Minister van Economische Zaken en Klimaat heeft de bevoegdheid tot de uitgifte van garanties van oorsprong voor gas uit hernieuwbare energiebronnen gemandateerd aan Vertogas. Overal waar in dit protocol Onze Minister wordt genoemd, moeten gegevens aan Vertogas worden overgelegd.

Dit document is bedoeld als handleiding bij de jaarlijkse assuranceopdracht. Dit document bevat een inleiding met een overzicht van de biomassa indeling, type installaties, vereisten waaraan het assurancerapport moet voldoen en enkele instructies voor de productie van hernieuwbaar gas met biogas uit co-vergisting van dierlijke mest of biogas uit vergisting van groente-, fruit- en tuinafval en de productie van hernieuwbaar gas met stortgas of biogas uit afvalwater of rioolwaterzuiveringsinstallaties.

Naast de inleiding is een protocol opgenomen waarin de instructies voor de accountant (formeel) zijn weergegeven. Het is de bedoeling dat de accountant het protocol toepast en dat in het assurancerapport wordt verwezen naar het betreffende protocol. Het is de bedoeling dat jaarlijks een assurancerapport wordt ingediend.

De Minister van Economische Zaken en Klimaat heeft de bevoegdheid tot de uitgifte van garanties van oorsprong voor gas uit hernieuwbare energiebronnen gemandateerd aan Vertogas. Overal waar in dit protocol Onze Minister wordt genoemd, moeten gegevens aan Vertogas worden overgelegd.

Bijlage 1d. behorende bij artikel 2, eerste lid, onderdeel d, van de Regeling garanties van oorsprong voor energie uit hernieuwbare energiebronnen en HR-WKK-elektriciteit

3. Locatiegegevens productie-installatie

4. Typegegevens productie-installatie

De definitieve controle van de groenpercentages vindt jaarlijks plaats door middel van een assuranceopdracht. Eventuele verschillen die uit de controle voortvloeien worden vervolgens gecorrigeerd door de minister.

Na afloop van een kalenderjaar hebben producenten van hernieuwbaar gas 4 maanden de tijd om een assurancerapport te overleggen. Voor productie over kalenderjaar t dient dus uiterlijk 1 mei t +1 een assurancerapport bij de minister te worden ingediend.

Tenslotte dient de accountant na te gaan of de producent van hernieuwbaar gas heeft gehandeld volgens de biomassaverklaring en biomassa registraties die destijds zijn ingediend voor het betreffende kalenderjaar. In de biomassaverklaring heeft de producent destijds aangegeven welke stoffen mogelijk ingezet worden. De accountant dient te controleren of de ingezette biomassa ook is vermeld op de biomassaverklaring.

4. Controleprotocol Assurancerapport Biomassa

3. Reviewbeleid Ministerie van Economische Zaken en Klimaat

3. Typegegevens productie-installatie

Het doel van het assurancerapport is te komen tot een redelijke mate van zekerheid over de juistheid van de door de producent (of zijn gemachtigde) opgegeven verhouding van de in de installatie verwerkte biomassa. Op basis van de bevindingen zoals weergegeven in het assurancerapport wordt (een deel van) het geproduceerde al dan niet aangemerkt als afkomstig uit hernieuwbare energiebronnen. In geval geproduceerd gas wordt aangemerkt als gas uit hernieuwbare energiebronnen zullen er door de minister garanties van oorsprong worden aangemaakt overeenkomstig het aantal MWh geproduceerde gas uit hernieuwbare energiebronnen. Deze vertegenwoordigen een waarde en zijn verhandelbaar in het geval het gas betreft dat is opgewerkt tot aardgas kwaliteit. In geval het biogas betreft zullen deze garanties van oorsprong een vaste bestemming krijgen waarvoor ze afgeboekt kunnen worden en derhalve dus niet vrij verhandelbaar zullen zijn.

4. Algemene verklaring

Dit controleprotocol beoogt een handreiking door middel van aandachtspunten te geven aan de accountant bij de inrichting van zijn controle volgens de uitgangspunten zoals benoemd in artikel 17, derde lid, van Regeling garanties van oorsprong voor energie uit hernieuwbare energiebronnen en HR-WKK-elektriciteit. Deze aandachtspunten, die niet limitatief zijn, moeten in samenhang worden beschouwd met de richtlijnen voor de assuranceopdracht zoals uitgevaardigd door het NBA.

5. Ondertekening

Na afloop van een maand wordt door de netbeheerder een meetbericht (ball bericht) verzonden aan de minister waarin gerapporteerd wordt over de totale productie gas uit hernieuwbare energiebronnen van die maand. Dit meetbericht bevat in ieder geval de hoeveelheid aan het net geleverd gas, maar indien de producent hierom verzoekt, bevat het ook het totale opgewekte gas. De minister voert deze gegevens in het systeem via een externe web-based applicatie. Na afloop van het kalenderjaar voert de producent een controleberekening uit en bepaalt hij definitief de verhouding van de in de installatie verwerkte brandstoffen. De assuranceopdracht vormt het sluitstuk in dit proces.

De accountant

De accountant rapporteert over de uitkomsten van bovengenoemde controles en over eventuele overige uitkomsten van de controlewerkzaamheden van de accountant (verslag van bevindingen). Wanneer blijkt dat de producent niet in overeenstemming heeft gehandeld met zijn conform de overgelegde verklaringen, wordt de desbetreffende hoeveelheid gas alsnog als niet afkomstig uit hernieuwbare energiebronnen aangemerkt.

De rapportage over de verhouding van de verwerkte biomassa dient maximaal op honderdsten van procenten nauwkeurig te zijn. De aan de individuele regels van de rapportage toegerekende controletolerantie bedraagt maximaal éénhonderdste deel van het verantwoorde percentage. De assuranceopdracht dient gericht te zijn op het verkrijgen van een redelijke mate van zekerheid dat deze tolerantie niet wordt overschreden.

De accountant dient in ieder geval vast te stellen:

In dit stelsel is minimaal een sluitende goederenbeweging van de biomassa aanwezig. Indien een geëigende methode is toegepast voor de vaststelling of de in de installatie verwerkte materiaal als zuivere biomassa kan worden aangemerkt, dient de accountant vast te stellen dat deze methode op een juiste wijze is toegepast. Wanneer de producent gedurende de periode waarop de rapportage ziet, tussentijds een nieuwe biomassaverklaring heeft overgelegd, dient de accountant vast te stellen dat zowel ten aanzien van de eerdere als de latere verklaring(en) in overeenstemming hiermee is gehandeld.

Een assarancecontrole kan derhalve meerdere biomassaverklaringen omvatten, maar omvat altijd hetzelfde tijdvak van een kalenderjaar.

In geval het aantal brandstofsoorten (volgens de NTA-codes) meer bedraagt dan zes, kunnen regels worden toegevoegd. In de rapportage zijn de letters A t/m D toegevoegd. De indeling is van belang voor de verkrijging van juiste type garanties van oorsprong.

*. Opdrachtgever/producent

Naam accountantskantoor:

Aan*:

Bijlage 2A. bij artikel 7, eerste lid, van de Regeling garanties van oorsprong voor energie uit hernieuwbare energiebronnen en HR-WKK-elektriciteit

2. Algemene eisen

3. Systeemgrens

4. Nauwkeurigheidseisen aan de meetinrichting en meters

5. Alternatieve meting

6. Iteratieve berekening die mede gebruik maakt van de indirecte methode

5. Alternatieve meting

Meetvoorwaarden voor productie-installaties met verwerking van ‘naar zijn aard zuiver biogas’ met een nominaal elektrisch vermogen van 2 mw of minder

Bijlage 2B. behorende bij artikel 7, tweede lid, van de Regeling garanties van oorsprong voor energie uit hernieuwbare energiebronnen en HR-WKK-elektriciteit

2. Algemene eisen

3. Systeemgrens

4. Nauwkeurigheidseisen aan meetinrichtingen en meters

5. Alternatieve meting

4. Nauwkeurigheidseisen aan meetinrichtingen en meters

Meetvoorwaarden voor productie-installaties met registratie van nuttig aangewende warmte

Bijlage 2C. behorende bij artikel 7, derde lid, van de Regeling garanties van oorsprong voor energie uit hernieuwbare energiebronnen en HR-WKK-elektriciteit

2. Algemene eisen

3. Systeemgrens

4. Nauwkeurigheidseisen aan meetinrichtingen en meters

5. Alternatieve meting

4. Nauwkeurigheidseisen aan meetinrichtingen en meters

Meetvoorwaarden voor productie-installaties voor het opwekken van gas uit hernieuwbare energiebronnen

Bijlage 2d. behorende bij artikel 7, vierde lid, van de Regeling garanties van oorsprong voor energie uit hernieuwbare energiebronnen en HR-WKK-elektriciteit

§ 2. Nauwkeurigheidseisen

§ 3. Meetinrichting

§ 4. Meetgegevensverzameling

§ 5. Productie-installatie(s) geen aansluiting RNB of LNB

§ 6. Energiebepaling

§ 7. Meetprotocol

§ 8. Meetrapport

§ 7. Meetprotocol

HR-WKK-meetvoorwaarden

Bijlage 2e. bij artikel 7, vijfde lid van de Regeling garanties van oorsprong voor energie uit hernieuwbare energiebronnen en HR-WKK-elektriciteit

2. Algemene eisen

3. Systeemgrens

4. Nauwkeurigheidseisen aan meetinrichtingen en meters

5. Alternatieve meting

4. Nauwkeurigheidseisen aan meetinrichtingen en meters

Controleprotocol en voorbeeld assurancerapport productie duurzame elektriciteit of hernieuwbare warmte uit biomassa

Bijlage 3A. behorende bij artikel 17, tweede lid, onderdeel a van de Regeling garanties van oorsprong voor energie uit hernieuwbare energiebronnen en HR-WKK-elektriciteit

Controleprotocol en voorbeeld assurancerapport productie duurzame elektriciteit of hernieuwbare warmte uit biomassa

Toelichting

Het assurancerapport moet samen met de door een producent opgegeven rapportage over de verhoudingen van de in de installatie verwerkte brandstoffen uiterlijk vier maanden na afloop van het kalenderjaar worden opgestuurd naar de minister. Voor iedere afzonderlijke productie-installatie dient een assurancerapport te worden opgesteld.

In artikel 17, tweede lid, van de Regeling garanties van oorsprong voor energie uit hernieuwbare bronnen en HR-WKK elektriciteit is bepaald dat de producent uiterlijk binnen vier maanden na afloop van ieder kalenderjaar aan de minister een assurancerapport (conform NV COS richtlijn 3000)13000 assurance-opdrachten anders dan opdrachten tot controle of beoordeling van historische financiële informatie. overlegt inzake, onder meer, de aard en de verhouding van de in de installatie verwerkte brandstoffen.

Dit controleprotocol beoogt in aanvulling op (het stramien voor Assurance-opdrachten en) de NV COS richtlijn 3000 (zie website NBA.nl) een handreiking aan de controlerend accountant te geven met specifieke aandachtspunten bij de inrichting van zijn onderzoek. De accountant onderzoekt de definitieve opgave van de producent met toelichtingen op conformiteit met artikel 15 en 16 van de regeling (zie NV COS richtlijn 3000 nr. 33). Dit ter onderbouwing van zijn conclusies/oordeel. Hiertoe onderzoekt de accountant de door de producent verantwoorde definitieve uitkomsten van de verhouding voor wat betreft de gebruikte biomassagrondstoffen, de aard en verhouding van de in de productie-installatie verwerkte brandstoffen.

Het doel van het assurancerapport is om – met redelijke mate van zekerheid – een oordeel te verstrekken over de juistheid van de door de producent (of zijn gemachtigde) opgegeven verhouding van de in de installatie verwerkte brandstoffen. In het geval de opgewekte energie wordt aangemerkt als duurzame energie, waarvoor een subsidie-beschikking is afgegeven, zal voor de subsidiabele hoeveelheid duurzaam opgewekte energie subsidie worden verstrekt. De accountant dient derhalve rekening te houden met een tendentie in de opgegeven verhouding.

Assurance rapport productie duurzame elektriciteit of hernieuwbare warmte uit biomassa

Ten behoeve van de controle van de opgegeven verhouding van de in de installatie verwerkte brandstoffen onderzoekt de accountant wat de aard en de calorische verhouding is van de gebruikte biomassa en welke biomassagrondstoffen zijn ingezet en in welke hoeveelheid.

De Auditdienst Rijk kan een review uitvoeren op de uitgevoerde accountantscontrole inzake deze subsidie. De accountant, die de controle heeft uitgevoerd, verstrekt de Auditdienst Rijk desgevraagd alle inlichtingen en bescheiden2Krachtens de Comptabiliteitswet 2016 (artikelen 6.1 en 6.3) heeft Onze Minister – bij commanditaire vennootschappen, vennootschappen onder firma en natuurlijke personen die een beroep of bedrijf uitoefenen aan wie door de Staat of een derde voor rekening of risico van de Staat rechtstreeks of middellijk een subsidie, een lening of garantie wordt verstrekt – het recht nadere inlichtingen in te winnen n.a.v. terzake ontvangen bescheiden. Ook is Onze Minister bevoegd inzage te vorderen in de controledossiers van de accountant die de betreffende bescheiden heeft gecontroleerd om te bepalen of bij de vaststelling kan worden gesteund op de door deze accountant uitgevoerde controle. Met betrekking tot het verlenen van inzage in het controledossier kan de accountant zich niet beroepen op de omstandigheid dat hij op grond van andere bij of krachtens de wet opgelegde verplichtingen tot geheimhouding is verplicht van in dit dossier opgenomen vertrouwelijke gegevens. Onze Minister is bevoegd van stukken inzake de betreffende controle uit de controledossiers kopieën te maken.. De eventuele extra kosten van de accountant in verband met de review zijn niet voor rekening van het ministerie.

De aan de individuele regels van de rapportage toegerekende onderzoekstolerantie bedraagt maximaal éénhonderdste deel van het verantwoorde percentage. Het onderzoek van de accountant dient er op gericht te zijn om redelijke mate van zekerheid te verkrijgen dat deze tolerantie niet wordt overschreden.

In de praktijk blijkt de regeling met betrekking tot biomassa complexe materie. Dit document bevat een toelichting bij het format van de jaarlijks op te stellen opgave en de daarbij te hanteren biomassa indeling, type installaties en de vereisten waaraan het assurancerapport moet voldoen.

Op basis van de regeling is biomassa ingedeeld in zuiver en niet zuiver. Zuivere biomassa bevat niet meer dan drie massaprocent onvermijdbare kunststoffen.

Zuivere biomassa kan worden verdeeld in twee groepen: 1) Naar haar aard zuiver en 2) niet naar haar aard zuiver. Voor biogassen wordt gesproken over resp. naar zijn aard zuiver en niet naar zijn aard zuiver. De definitie van naar haar aard zuivere biomassa is opgenomen in artikel 1, eerste lid, van de Regeling garanties van oorsprong voor energie uit hernieuwbare bronnen en HR-WKK elektriciteit.

Niet zuivere biomassa wordt in de regeling ook wel aangeduid als mengstromen. Het dient bemonsterd te worden (volgens BRL-K10016). Bepaald dient te worden in welke mate het biogene gedeelte bijdraagt in de energieopwekking. Dat betekent dat het calorische aandeel van het biogene deel dient te worden bepaald in verhouding tot de totale calorische waarde.

De volgende soorten biogassen worden beschouwd als naar zijn aard zuiver: Stortgas, rioolwaterzuiveringsgas, afvalwaterzuiveringsgas en biogas dat ontstaat door middel van vergisting. Voor overige soorten biogas dient te worden aangetoond of het gaat om zuiver biogas. Hiertoe dient het basismateriaal waaruit het biogas ontstaat te worden bemonsterd.

In het geval van hernieuwbare warmte dienen producenten naast de gebruikte soort tevens te rapporteren over de hoeveelheid biomassagrondstoffen, gespecificeerd in NTA-codes. In het geval dat biogas is gebruikt, dient te worden gerapporteerd over de soort biomassagrondstof waaruit het biogas is geproduceerd.

Naam accountantskantoor:

Toelichting op de opgave van de ingezette brandstoffen

*. Opdrachtgever/producent

Ingevolge uw opdracht hebben wij de bijgevoegde, door ons gewaarmerkte rapportage betreffende de aard en calorische verhouding van de gebruikte biomassa en de soort en hoeveelheid biomassagrondstoffen die zijn ingezet voor de productie van hernieuwbare energie in de installatie, bekend onder EAN-code <123456789012345678>, met betrekking tot de periode van t/m onderzocht op juistheid en overeenstemming met de wettelijke bepalingen zoals opgenomen in artikel 17 van de Regeling garanties van oorsprong voor energie uit hernieuwbare energiebronnen en HR-WKK-elektriciteit (hierna aangeduid als de regeling),

De opgave is opgesteld onder verantwoordelijkheid van . Het is onze verantwoordelijkheid om een assurancerapport inzake deze rapportage te verstrekken.

Wij hebben ons onderzoek verricht in overeenstemming met het Nederlands recht, waaronder Standaard 3000 assurance-opdrachten anders dan opdrachten tot controle en beoordeling van historische financiële informatie- en het controleprotocol dat als bijlage bij de regeling is gepubliceerd.

Dienovereenkomstig dient het onderzoek zodanig te worden gepland en uitgevoerd dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat de opgave geen afwijkingen van materieel belang bevat.

Wij zijn van mening dat de door ons verkregen assurance-informatie voldoende en geschikt is voor onze conclusie.

Voorbeeld assurancerapport productie duurzame elektriciteit of hernieuwbare warmte uit biomassa

Tevens concluderen wij dat de door de op grond van artikel 11, vierde lid, van de regeling meegedeelde percentages overeenstemmen met de in bovengenoemde rapportage weergegeven verhouding van de brandstoffen.

Ingeval van zuivere en niet naar haar aard zuiver biomassa

.

Assurancerapport

.

De accountant kan hier overige informatie en uiteenzettingen opnemen die niet als doel hebben afbreuk te doen aan zijn conclusie.

Dit assurancerapport is uitsluitend bedoeld ter onderbouwing van het jaarlijks door de directie van de onderneming te verstrekken rapportage aan de minister (artikel 17 van de regeling) en kan derhalve niet voor andere doeleinden worden gebruikt.

Plaats en datum:

Ondertekening:

{Ingeval van zuivere en niet naar haar aard zuiver biomassa}

{Ingeval van niet zuivere biomassa}

Dit document is bedoeld als handleiding bij de jaarlijkse assuranceopdracht. Dit document bevat een inleiding met een overzicht van de biomassa indeling, type installaties, vereisten waaraan het assurancerapport moet voldoen en enkele instructies voor de productie van hernieuwbaar gas met biogas uit co-vergisting van dierlijke mest of biogas uit vergisting van groente-, fruit- en tuinafval en de productie van hernieuwbaar gas met stortgas of biogas uit afvalwater of rioolwaterzuiveringsinstallaties.

Naast de inleiding is een protocol opgenomen waarin de instructies voor de accountant (formeel) zijn weergegeven. Het is de bedoeling dat de accountant het protocol toepast en dat in het assurancerapport wordt verwezen naar het betreffende protocol. Het is de bedoeling dat jaarlijks een assurancerapport wordt ingediend.

De Minister van Economische Zaken en Klimaat heeft de bevoegdheid tot de uitgifte van garanties van oorsprong voor gas uit hernieuwbare energiebronnen gemandateerd aan Vertogas. Overal waar in dit protocol Onze Minister wordt genoemd, moeten gegevens aan Vertogas worden overgelegd.

Plaats en datum:

Als uitgangspunt kan hierbij dienen de criteria voor biomassa zoals die zijn vastgelegd in de NTA 8003.

Voor iedere producent van hernieuwbaar gas worden maandelijks meetgegevens door het meetbedrijf of de regionale netbeheerder naar de minister gestuurd.

De definitieve controle van de groenpercentages vindt jaarlijks plaats door middel van een assuranceopdracht. Eventuele verschillen die uit de controle voortvloeien worden vervolgens gecorrigeerd door de minister.

Bijlage 3B. behorende bij artikel 17, tweede lid, onderdeel b van de Regeling garanties van oorsprong voor energie uit hernieuwbare energiebronnen en HR-WKK-elektriciteit

Inhoud

1. Inleiding

3. Reviewbeleid Ministerie van Economische Zaken en Klimaat

1. Inleiding

De minister van Economische Zaken heeft de bevoegdheid tot de uitgifte van garanties van oorsprong voor gas uit hernieuwwbare energiebronnen gemandateerd aan Vertogas. Overal waar in dit protocol onze minister wordt genoemd, moeten gegevens aan Vertogas worden overgelegd.

In artikel 17, tweede lid, van de Regeling garanties van oorsprong voor energie uit hernieuwbare energiebronnen en HR-WKK-elektriciteit, is bepaald dat de producent binnen 4 maanden na afloop van ieder kalenderjaar aan de minister een assurancerapport overlegt inzake dat uitsluitend biomassa is gebruikt zoals is genoemd in artikel 15 van de Regeling garanties van oorsprong voor energie uit hernieuwbare energiebronnen en HR-WKK-elektriciteit.

Dit controleprotocol beoogt een handreiking door middel van aandachtspunten te geven aan de accountant bij de inrichting van zijn controle volgens de uitgangspunten zoals benoemd in artikel 17, derde lid, van Regeling garanties van oorsprong voor energie uit hernieuwbare energiebronnen en HR-WKK-elektriciteit. Deze aandachtspunten, die niet limitatief zijn, moeten in samenhang worden beschouwd met de richtlijnen voor de assuranceopdracht zoals uitgevaardigd door het NBA.

2. Biomassa: ‘Zuiver’, ‘naar haar/zijn aard zuiver’, ‘niet zuiver’

Na afloop van een maand wordt door de netbeheerder een meetbericht (ball bericht) verzonden aan de minister waarin gerapporteerd wordt over de totale productie gas uit hernieuwbare energiebronnen van die maand. Dit meetbericht bevat in ieder geval de hoeveelheid aan het net geleverd gas, maar indien de producent hierom verzoekt, bevat het ook het totale opgewekte gas. De minister voert deze gegevens in het systeem via een externe web-based applicatie. Na afloop van het kalenderjaar voert de producent een controleberekening uit en bepaalt hij definitief de verhouding van de in de installatie verwerkte brandstoffen. De assuranceopdracht vormt het sluitstuk in dit proces.

De accountant

De accountant rapporteert over de uitkomsten van bovengenoemde controles en over eventuele overige uitkomsten van de controlewerkzaamheden van de accountant (verslag van bevindingen). Wanneer blijkt dat de producent niet in overeenstemming heeft gehandeld met zijn conform de overgelegde verklaringen, wordt de desbetreffende hoeveelheid gas alsnog als niet afkomstig uit hernieuwbare energiebronnen aangemerkt.

De rapportage over de verhouding van de verwerkte biomassa dient maximaal op honderdsten van procenten nauwkeurig te zijn. De aan de individuele regels van de rapportage toegerekende controletolerantie bedraagt maximaal éénhonderdste deel van het verantwoorde percentage. De assuranceopdracht dient gericht te zijn op het verkrijgen van een redelijke mate van zekerheid dat deze tolerantie niet wordt overschreden.

De accountant dient in ieder geval vast te stellen:

In dit stelsel is minimaal een sluitende goederenbeweging van de biomassa aanwezig. Indien een geëigende methode is toegepast voor de vaststelling of de in de installatie verwerkte materiaal als zuivere biomassa kan worden aangemerkt, dient de accountant vast te stellen dat deze methode op een juiste wijze is toegepast. Wanneer de producent gedurende de periode waarop de rapportage ziet, tussentijds een nieuwe biomassaverklaring heeft overgelegd, dient de accountant vast te stellen dat zowel ten aanzien van de eerdere als de latere verklaring(en) in overeenstemming hiermee is gehandeld.

3. Controleprotocol Assurancerapport Biomassa

In geval het aantal brandstofsoorten (volgens de NTA-codes) meer bedraagt dan zes, kunnen regels worden toegevoegd. In de rapportage zijn de letters A t/m D toegevoegd. De indeling is van belang voor de verkrijging van juiste type garanties van oorsprong.

Na afloop van een maand wordt door de netbeheerder een meetbericht (ball bericht) verzonden aan de minister waarin gerapporteerd wordt over de totale productie gas uit hernieuwbare energiebronnen van die maand. Dit meetbericht bevat in ieder geval de hoeveelheid aan het net geleverd gas, maar indien de producent hierom verzoekt, bevat het ook het totale opgewekte gas. De minister voert deze gegevens in het systeem via een externe web-based applicatie. Na afloop van het kalenderjaar voert de producent een controleberekening uit en bepaalt hij definitief de verhouding van de in de installatie verwerkte brandstoffen. De assurancecontrole vormt het sluitstuk in dit proces.

Naam accountantskantoor:

Aan*:

*. Opdrachtgever/producent

Dit assurancerapport wordt verstrekt ten behoeve van de rapportage aan de minister en mag uitsluitend worden gebruikt door de minister.

Ingevolge uw opdracht hebben wij de bijgevoegde, door ons gewaarmerkte rapportage betreffende de aard en de verhouding van de in de installatie, bekend onder EAN-code <123456789012345678>, verwerkte biomassa met betrekking tot de periode van t/m gecontroleerd. Deze rapportage is opgesteld onder verantwoordelijkheid van . Het is onze verantwoordelijkheid een assurancerapport inzake deze rapportage te verstrekken.

Onze controle is verricht overeenkomstig in Nederland algemeen aanvaarde richtlijnen met betrekking tot controleopdrachten en in overeenstemming met het controleprotocol (bijlage 3B bij de Regeling garanties van oorsprong voor energie uit hernieuwbare energiebronnen en HR-WKK-elektriciteit). Volgens deze richtlijnen dient onze controle zodanig te worden gepland en uitgevoerd dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat de rapportage geen onjuistheden van materieel belang bevatten. Een controle omvat onder meer een onderzoek door middel van deelwaarnemingen van informatie ter onderbouwing van de aard en de verhouding van de verwerkte brandstoffen. Wij zijn van mening dat onze controle een deugdelijke grondslag vormt voor ons oordeel.

Wij zijn van oordeel dat bovengenoemde rapportage de aard en de verhouding van de in de installatie verwerkte brandstoffen juist weergeeft en in overeenstemming is met de bepalingen van het controleprotocol.

Tevens zijn wij van oordeel dat de door de op grond van artikel 11, eerste lid, van de Regeling garanties van oorsprong voor energie uit hernieuwbare energiebronnen en HR-WKK-elektriciteit meegedeelde percentages overeenstemmen met de in bovengenoemde rapportage weergegeven verhouding van de brandstoffen.

Ingeval van zuivere en ‘niet naar haar aard zuivere’ biomassa

4. Voorbeeld Assurancerapport

Ingeval van niet zuivere biomassa

.

Assurancerapport

Plaats………, datum……….

Ondertekening

………

{Ingeval van zuivere en ‘niet naar haar aard zuivere’ biomassa}

{Ingeval van niet zuivere biomassa}

is gebleken dat er gedurende bovengenoemde periode in overeenstemming is gehandeld met de op grond van artikel 4.1 van de procesvoorwaarden overgelegde verklaringen.

Plaats___, datum___

Ondertekening


Ondertekening


Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Verzoek tot vaststelling van een productie-installatie voor de opwekking van gas uit hernieuwbare energiebronnen en mededeling van meetgegevens omtrent gas uit hernieuwbare energiebronnen

Toelichting

4. Typegegevens productie-installatie

Dit formulier dient te allen tijde volledig, juist, in origineel, ondertekend en – voor zover van toepassing – voorzien van de noodzakelijke bijlage(n) te worden ingediend bij de minister.

Datum:

Kruis aan om wat voor soort installatie het gaat bij deze aanvraag. Er is slechts één antwoord mogelijk.

Bijlage 2C. behorende bij artikel 7, derde lid, van de Regeling garanties van oorsprong en certificaten van oorsprong

Meetvoorwaarden voor productie-installaties met registratie van nuttig aangewende warmte

1. Definities

Plaats:

Datum:

5. Alternatieve meting

Avi-meetvoorwaarden

Geef aan om wat voor soort installatie het gaat bij deze aanvraag en welke brandstof in deze installatie wordt gebruikt. Zowel bij de vraag over het installatie-type als bij de vraag over de brandstofsoort zijn meerdere antwoorden mogelijk.

Uit hoeveel afzonderlijke WKK-eenheden bestaat uw WKK-installatie?

Vul voor elk van deze eenheden de volgende vragen in

§ 4. Meetgegevensverzameling

§ 6. Energiebepaling

Plaats:

Handtekening aanvrager:

Bijlage 1C. behorende bij artikel 2, eerste lid, onderdeel c, van de Regeling garanties van oorsprong voor energie uit hernieuwbare bronnen en HR-WKK-elektriciteit

§ 3. Meetinrichting

§ 4. Meetprotocol

Met dit formulier verklaart u gas uit hernieuwbare energiebronnen te produceren en verzoekt u de netbeheerder vast te stellen of uw productie-installatie geschikt is voor de opwekking van gas uit hernieuwbare energiebronnen en of uw meetinrichting geschikt is voor de meting van gas uit hernieuwbare energiebronnen en verzoekt u de netbeheerder de meetgegevens met betrekking tot het door u geproduceerde gas uit hernieuwbare energiebronnen als zodanig mede te delen aan de minister.

Dit formulier dient te allen tijde volledig, juist, in origineel, ondertekend en – voor zover van toepassing – voorzien van de noodzakelijke bijlage(n) te worden ingediend bij de minister.

Indien zich meerdere productie-installaties achter één aansluiting bevinden waarvoor u garanties van oorsprong heeft aangevraagd, dient u tevens een systeemgrens van de productie-installaties te bepalen. Deze systeemgrens kan meerdere productie-eenheden omvatten.

Meetvoorwaarden voor productie-installaties voor het opwekken van gas uit hernieuwbare energiebronnen

§ 1. Algemene bepalingen

§ 2. Nauwkeurigheidseisen

Kruis aan om wat voor soort installatie het gaat bij deze aanvraag. Er is slechts één antwoord mogelijk.

Indien u de eerdere vraag 2g (zijn er meerdere installaties achter dezelfde netaansluiting waarvoor u garanties van oorsprong aanvraagt) met ‘Ja’ heeft beantwoord bent u, op grond van artikel 2, vijfde lid, van de Regeling garanties van oorsprong voor energie uit hernieuwbare energiebronnen en HR-WKK-elektriciteit, verplicht om vraag 4a met ‘Nee’ en vraag 4b met ‘Ja’ te beantwoorden.

§ 6. Energiebepaling

U verklaart door het invullen en ondertekenen van dit formulier:

§ 8. Meetrapport

Plaats:

Handtekening aanvrager:

Bijlage 1d. behorende bij artikel 2, eerste lid, onderdeel d, van de Regeling garanties van oorsprong voor energie uit hernieuwbare energiebronnen en HR-WKK-elektriciteit

Verzoek tot vaststelling van de geschiktheid van een productie-installatie voor de opwekking van hernieuwbare warmte en mededeling van meetgegevens van hernieuwbare warmte

1. Gegevens producent

2. Biomassa: ‘Zuiver’, ‘naar haar/zijn aard zuiver’, ‘niet zuiver’

3. Reviewbeleid Ministerie van Economische Zaken en Klimaat

Een gewaarmerkte tabel. Deze tabel bevat de groenpercentages op maandniveau zoals die zijn opgesteld door de producent en gecontroleerd door de accountant. Om de minister een goede consistentiecheck te kunnen laten uitvoeren, zijn onderliggende gegevens gewenst. Daarbij moet worden gedacht aan hoeveelheden ingezette biomassa (tonnen) en bijbehorende calorische waarden.

De Auditdienst Rijk kan een review uitvoeren op de uitgevoerde accountantscontrole inzake deze subsidie. De accountant, die de controle heeft uitgevoerd, verstrekt de Auditdienst Rijk desgevraagd alle inlichtingen en bescheiden1. De eventuele extra kosten van de accountant in verband met de review zijn niet voor rekening van het ministerie.

4. Controleprotocol Assurancerapport Biomassa

In artikel 17, tweede lid, van de Regeling garanties van oorsprong voor energie uit hernieuwbare energiebronnen en HR-WKK-elektriciteit, is bepaald dat de producent binnen 4 maanden na afloop van ieder kalenderjaar aan de minister een assurancerapport overlegt inzake dat uitsluitend biomassa is gebruikt zoals is genoemd in artikel 15 van de Regeling garanties van oorsprong voor energie uit hernieuwbare energiebronnen en HR-WKK-elektriciteit.

Het doel van het assurancerapport is te komen tot een redelijke mate van zekerheid over de juistheid van de door de producent (of zijn gemachtigde) opgegeven verhouding van de in de installatie verwerkte biomassa. Op basis van de bevindingen zoals weergegeven in het assurancerapport wordt (een deel van) het geproduceerde al dan niet aangemerkt als afkomstig uit hernieuwbare energiebronnen. In geval geproduceerd gas wordt aangemerkt als gas uit hernieuwbare energiebronnen zullen er door de minister garanties van oorsprong worden aangemaakt overeenkomstig het aantal MWh geproduceerde gas uit hernieuwbare energiebronnen. Deze vertegenwoordigen een waarde en zijn verhandelbaar in het geval het gas betreft dat is opgewerkt tot aardgas kwaliteit. In geval het biogas betreft zullen deze garanties van oorsprong een vaste bestemming krijgen waarvoor ze afgeboekt kunnen worden en derhalve dus niet vrij verhandelbaar zullen zijn.

Bijlage 2A. bij artikel 7, eerste lid, van de Regeling garanties van oorsprong voor energie uit hernieuwbare energiebronnen en HR-WKK-elektriciteit

Avi-meetvoorwaarden

1. Definities

Bijlage 2B. behorende bij artikel 7, tweede lid, van de Regeling garanties van oorsprong voor energie uit hernieuwbare energiebronnen en HR-WKK-elektriciteit

1. Definities

Bijlage 2C. behorende bij artikel 7, derde lid, van de Regeling garanties van oorsprong voor energie uit hernieuwbare energiebronnen en HR-WKK-elektriciteit

1. Definities

Bijlage 2d. behorende bij artikel 7, vierde lid, van de Regeling garanties van oorsprong voor energie uit hernieuwbare energiebronnen en HR-WKK-elektriciteit

§ 1. Algemene bepalingen

Bijlage 2e. bij artikel 7, vijfde lid van de Regeling garanties van oorsprong voor energie uit hernieuwbare energiebronnen en HR-WKK-elektriciteit

1. Definities

Bijlage 3A. behorende bij artikel 17, tweede lid, onderdeel a, van de Regeling garanties van oorsprong voor energie uit hernieuwbare energiebronnen en HR-WKK-elektriciteit

Toelichting

Het assurancerapport dient ter controle van de rapportage van de producent over de aard en de verhouding van de in de productie-installatie verwerkte brandstoffen.

Het assurancerapport dient te worden opgesteld conform de in deze bijlage opgenomen model, met inachtneming van het in deze bijlage opgenomen controleprotocol Assurancerapport productie duurzame elektriciteit of hernieuwbare warmte uit biomassa.

Assurance rapport productie duurzame elektriciteit of hernieuwbare warmte uit biomassa

In het assurancerapport moet verwezen worden naar het stramien voor Assurance-opdrachten en de nadere voorschriften zoals opgenomen in de controle- en overige standaard (NV COS richtlijn 3000), zoals vermeld op de website van het NBA, en naar de aanvullende specifieke punten van aandacht zoals vermeld in het betreffende protocol.

Toelichting op de opgave van de ingezette brandstoffen

Aan*:

Voorbeeld assurancerapport productie duurzame elektriciteit of hernieuwbare warmte uit biomassa

Op grond van onze werkzaamheden concluderen wij dat de bovengenoemde rapportage juist weergeeft en in overeenstemming met de wettelijke bepalingen zoals opgenomen in de artikelen 15 en 16 van de regeling de opgave van:

Assurancerapport

Ingeval van niet zuivere biomassa

Bijlage 3B. behorende bij artikel 17, tweede lid, onderdeel b van de Regeling garanties van oorsprong voor energie uit hernieuwbare energiebronnen en HR-WKK-elektriciteit

Controleprotocol en voorbeeld assurancerapport productie gas uit biomassa

Controleprotocol Assurancerapport Biomassa

Dit document is bedoeld als handleiding bij de jaarlijkse assurancescontrole. Dit document bevat een inleiding met een overzicht van de biomassa indeling, type installaties, vereisten waaraan het assurancerapport moet voldoen en enkele instructies voor de productie van hernieuwbaar gas met biogas uit co-vergisting van dierlijke mest of biogas uit vergisting van groente-, fruit- en tuinafval en de productie van hernieuwbaar gas met stortgas of biogas uit afvalwater of rioolwaterzuiveringsinstallaties.

De Auditdienst Rijk kan een review uitvoeren op de uitgevoerde accountantscontrole inzake deze subsidie. De accountant, die de controle heeft uitgevoerd, verstrekt de Auditdienst Rijk desgevraagd alle inlichtingen en bescheiden. De eventuele extra kosten van de accountant in verband met de review zijn niet voor rekening van het ministerie.

2. Biomassa: ‘Zuiver’, ‘naar haar/zijn aard zuiver’, ‘niet zuiver’

Het doel van het assurancerapport is te komen tot een redelijke mate van zekerheid over de juistheid van de door de producent (of zijn gemachtigde) opgegeven verhouding van de in de installatie verwerkte biomassa. Op basis van de bevindingen zoals weergegeven in het assurancerapport wordt (een deel van) het geproduceerde al dan niet aangemerkt als afkomstig uit hernieuwbare energiebronnen. In geval geproduceerd gas wordt aangemerkt als gas uit hernieuwbare energiebronnen zullen er door de minister garanties van oorsprong worden aangemaakt overeenkomstig het aantal MWh geproduceerde gas uit hernieuwbare energiebronnen. Deze vertegenwoordigen een waarde en zijn verhandelbaar in het geval het gas betreft dat is opgewerkt tot aardgas kwaliteit. In geval het biogas betreft zullen deze garanties van oorsprong een vaste bestemming krijgen waarvoor ze afgeboekt kunnen worden en derhalve dus niet vrij verhandelbaar zullen zijn.

3. Controleprotocol Assurancerapport Biomassa

Een assarancecontrole kan derhalve meerdere biomassaverklaringen omvatten, maar omvat altijd hetzelfde tijdvak van een kalenderjaar.

4. Voorbeeld Assurancerapport

.

Assurancerapport

is gebleken dat er gedurende bovengenoemde periode in overeenstemming is gehandeld met de op grond van artikel 4.1 van de procesvoorwaarden overgelegde verklaringen.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Op grond van artikel 17, tweede lid, onderdeel a, van de Regeling garanties van oorsprong voor energie uit hernieuwbare energiebronnen en HR-WKK-elektriciteit overlegt de producent die is beschreven in artikel 17, eerste lid, een assurancerapport van een externe accountant over aan de minister.

Bijlage 3B. behorende bij artikel 17, tweede lid, onderdeel b, van de Regeling garanties van oorsprong voor energie uit hernieuwbare energiebronnen en HR-WKK-elektriciteit

Controleprotocol en voorbeeld assurancerapport productie gas uit biomassa

1. Inleiding

2. Biomassa: ‘Zuiver’, ‘naar haar/zijn aard zuiver’, ‘niet zuiver’

Na afloop van een kalenderjaar hebben producenten van hernieuwbaar gas 4 maanden de tijd om een assurancerapport te overleggen. Voor productie over kalenderjaar t dient dus uiterlijk 1 mei t +1 een assurancerapport bij de minister te worden ingediend.

Tenslotte dient de accountant na te gaan of de producent van hernieuwbaar gas heeft gehandeld volgens de biomassaverklaring en biomassa registraties die destijds zijn ingediend voor het betreffende kalenderjaar. In de biomassaverklaring heeft de producent destijds aangegeven welke stoffen mogelijk ingezet worden. De accountant dient te controleren of de ingezette biomassa ook is vermeld op de biomassaverklaring.

Een gewaarmerkte tabel. Deze tabel bevat de groenpercentages op maandniveau zoals die zijn opgesteld door de producent en gecontroleerd door de accountant. Om de minister een goede consistentiecheck te kunnen laten uitvoeren, zijn onderliggende gegevens gewenst. Daarbij moet worden gedacht aan hoeveelheden ingezette biomassa (tonnen) en bijbehorende calorische waarden.

4. Controleprotocol Assurancerapport Biomassa

5. Voorbeeld Assurancerapport

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Bijlage 1B. behorende bij artikel 2, eerste lid, onderdeel b, van de Regeling garanties van oorsprong voor energie uit hernieuwbare energiebronnen en HR-WKK-elektriciteit

Vervallen

Bijlage 1C. behorende bij artikel 2, eerste lid, onderdeel b, van de Regeling garanties van oorsprong voor energie uit hernieuwbare bronnen en HR-WKK-elektriciteit

Indien zich meerdere productie-installaties achter één aansluiting bevinden waarvoor u garanties van oorsprong heeft aangevraagd, dient u tevens een systeemgrens van de productie-installaties te bepalen. Deze systeemgrens kan meerdere productie-eenheden omvatten.

AVI-meetvoorwaarden

6. Ondertekening

Bijlage 1d. behorende bij artikel 2, eerste lid, onderdeel c, van de Regeling garanties van oorsprong voor energie uit hernieuwbare energiebronnen en HR-WKK-elektriciteit

Met dit formulier verklaart u:

Dit formulier dient te allen tijde volledig, juist en ondertekend door zowel producent als meetbedrijf en – voor zover van toepassing – voorzien van de noodzakelijke bijlage(n) te worden ingediend.

Indien zich meerdere productie-installaties achter één aansluiting bevinden, dient u tevens een systeemgrens van de productie-installaties te bepalen. Deze systeemgrens kan meerdere productie-eenheden omvatten.

Bijlage 2A. bij artikel 7, eerste lid, van de Regeling garanties van oorsprong voor energie uit hernieuwbare energiebronnen en HR-WKK-elektriciteit

§ 3. Meetinrichting

§ 5. Productie-installatie(s) geen aansluiting RNB of LNB

Bijlage 2B. behorende bij artikel 7, tweede lid, van de Regeling garanties van oorsprong voor energie uit hernieuwbare energiebronnen en HR-WKK-elektriciteit

§ 8. Meetrapport

HR-WKK-meetvoorwaarden

1. Definities

2. Algemene eisen

Bijlage 2C. behorende bij artikel 7, derde lid, van de Regeling garanties van oorsprong voor energie uit hernieuwbare energiebronnen en HR-WKK-elektriciteit

4. Nauwkeurigheidseisen aan meetinrichtingen en meters

5. Alternatieve meting

2. Algemene eisen

§ 1. Algemene bepalingen

§ 2. Nauwkeurigheidseisen

Bijlage 2d. behorende bij artikel 7, vierde lid, van de Regeling garanties van oorsprong voor energie uit hernieuwbare energiebronnen en HR-WKK-elektriciteit

§ 5. Meetrapport

Bijlage 2e. bij artikel 7, vijfde lid van de Regeling garanties van oorsprong voor energie uit hernieuwbare energiebronnen en HR-WKK-elektriciteit

HR-WKK-meetvoorwaarden

2. Algemene eisen

Bijlage 3A. behorende bij artikel 17, tweede lid, onderdeel a, van de Regeling garanties van oorsprong

Op grond van artikel 17, tweede lid, onderdeel a, van de Regeling garanties van oorsprong (hierna: regeling) overlegt de producent die is beschreven in artikel 17, eerste lid, een assurance rapport van een externe accountant over aan de Minister.

Het assurance rapport dient ter controle van de rapportage van de producent over de aard en de verhouding van de in de productie-installatie verwerkte brandstoffen.

Het assurance rapport dient te worden opgesteld conform het in deze bijlage opgenomen model, met inachtneming van het in deze bijlage opgenomen onderzoeksprotocol Assurancerapport productie elektriciteit (en warmte) uit meerdere brandstoffen.

Het assurance rapport moet samen met de door een producent opgegeven rapportage over de verhoudingen van de in de installatie verwerkte brandstoffen uiterlijk vier maanden na afloop van het kalenderjaar worden opgestuurd naar de Minister. Voor iedere afzonderlijke productie-installatie dient een assurance rapport te worden opgesteld. Enkel als er sprake is van meerdere vergelijkbare productie-installaties die gezamenlijk een nominaal elektrisch vermogen groter dan 2 MW hebben, kan het assurance rapport voor meerdere productie-installaties gezamenlijk worden opgesteld. Een productie-installatie kan uit verschillende eenheden bestaan en heeft één netaansluiting.

In artikel 17, tweede lid, van de regeling is bepaald dat de producent uiterlijk binnen vier maanden na afloop van ieder kalenderjaar aan de Minister een assurance rapport (conform NV COS richtlijn 3000)1 overlegt inzake, onder meer, de aard en de verhouding van de in de installatie verwerkte brandstoffen.

Dit controleprotocol beoogt in aanvulling op (het stramien voor Assurance-opdrachten en) de NV COS richtlijn 3000 (zie website NBA.nl) een handreiking aan de controlerend accountant te geven met specifieke aandachtspunten bij de inrichting van zijn onderzoek. De accountant onderzoekt de definitieve opgave van de producent met toelichtingen op conformiteit met artikel 15 en 16 van de regeling (zie NV COS richtlijn 3000 nr. 33). Dit ter onderbouwing van zijn conclusies/oordeel. Hiertoe onderzoekt de accountant de door de producent verantwoorde definitieve uitkomsten van de aard en verhouding van de in de productie-installatie verwerkte brandstoffen.

Het doel van het assurance rapport is om – met redelijke mate van zekerheid – een oordeel te verstrekken over de juistheid van de door de producent (of zijn gemachtigde) opgegeven verhouding van de in de installatie verwerkte brandstoffen. In het geval de opgewekte energie wordt aangemerkt als duurzame energie, waarvoor een subsidie-beschikking is afgegeven, zal voor de subsidiabele hoeveelheid duurzaam opgewekte energie subsidie worden verstrekt. De accountant dient derhalve rekening te houden met een tendentie in de opgegeven verhouding.

In het assurance rapport moet verwezen worden naar het stramien voor Assurance-opdrachten en de nadere voorschriften zoals opgenomen in de controle- en overige standaard (NV COS richtlijn 3000), zoals vermeld op de website van het NBA, en naar de aanvullende specifieke punten van aandacht zoals vermeld in het betreffende protocol.

Ten behoeve van de controle van de opgegeven verhouding van de in de installatie verwerkte brandstoffen onderzoekt de accountant wat de aard en de calorische verhouding is van de gebruikte brandstoffen en welke brandstoffen zijn ingezet en in welke hoeveelheid.

De Auditdienst van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat kan een review uitvoeren op de uitgevoerde accountantscontrole. De accountant, die de controle heeft uitgevoerd, verstrekt de Auditdienst desgevraagd alle inlichtingen en bescheiden. De eventuele extra kosten van de accountant in verband met de review zijn niet voor rekening van het ministerie.

De aan de individuele regels van de rapportage toegerekende onderzoekstolerantie bedraagt maximaal éénhonderdste deel van het verantwoorde percentage. Het onderzoek van de accountant dient er op gericht te zijn om redelijke mate van zekerheid te verkrijgen dat deze tolerantie niet wordt overschreden.

In de praktijk blijkt de regeling met betrekking tot de inzet van brandstoffen complexe materie. Dit document bevat een toelichting bij het format van de jaarlijks op te stellen opgave en de daarbij te hanteren brandstofindeling, type installaties en de vereisten waaraan het assurance rapport moet voldoen.

Op basis van de regeling is biomassa ingedeeld in zuiver en niet zuiver. Zuivere biomassa bevat niet meer dan drie massaprocent onvermijdbare kunststoffen.

Zuivere biomassa kan worden verdeeld in twee groepen: 1) Naar haar aard zuiver en 2) niet naar haar aard zuiver. Voor biogassen wordt gesproken over resp. naar zijn aard zuiver en niet naar zijn aard zuiver. De definitie van naar haar aard zuivere biomassa is opgenomen in artikel 1, eerste lid, van de regeling.

Niet zuivere biomassa wordt in de regeling ook wel aangeduid als mengstromen. Het dient bemonsterd te worden (volgens BRL-K10016). Bepaald dient te worden in welke mate het biogene gedeelte bijdraagt in de energieopwekking. Dat betekent dat het calorische aandeel van het biogene deel dient te worden bepaald in verhouding tot de totale calorische waarde.

De volgende soorten biogassen worden beschouwd als naar zijn aard zuiver: Stortgas, rioolwaterzuiveringsgas, afvalwaterzuiveringsgas en biogas dat ontstaat door middel van vergisting. Voor overige soorten biogas dient te worden aangetoond of het gaat om zuiver biogas. Hiertoe dient het basismateriaal waaruit het biogas ontstaat te worden bemonsterd. Voor mest (co-)vergisting op basis van bijlage Aa, behorende bij artikel 4 van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet en voor de overige vergisting op basis van NTA-codes.

Niet-hernieuwbare brandstoffen worden per soort brandstof gerapporteerd met daarbij een omschrijving van de brandstof

In het geval van hernieuwbare elektriciteit en/of warmte dienen producenten naast de gebruikte soort tevens te rapporteren over de hoeveelheid biomassagrondstoffen, gespecificeerd in NTA-codes. In het geval dat biogas is gebruikt, dient te worden gerapporteerd over de soort biomassagrondstof waaruit het biogas is geproduceerd. Voor mest (co-)vergisting op basis van bijlage Aa, behorende bij artikel 4 van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet en voor overige vergisting en bij inzet van vaste en vloeibare biomassa op basis van de codes uit NTA8003:2017.

Naam accountantskantoor:

Aan*:

*. Opdrachtgever/producent

Ingevolge uw opdracht hebben wij de bijgevoegde, door ons gewaarmerkte rapportage betreffende de aard en calorische verhouding van de gebruikte brandstoffen en de soort en hoeveelheid daarvan die zijn ingezet voor de productie van energie in de installatie, bekend onder EAN-code <123456789012345678>, met betrekking tot de periode van t/m onderzocht op juistheid en overeenstemming met de wettelijke bepalingen zoals opgenomen in artikel 17 van de Regeling garanties van oorsprong (hierna aangeduid als de regeling),

De opgave is opgesteld onder verantwoordelijkheid van . Het is onze verantwoordelijkheid om een assurance rapport inzake deze rapportage te verstrekken.

Wij hebben ons onderzoek verricht in overeenstemming met het Nederlands recht, waaronder Standaard 3000 assurance-opdrachten anders dan opdrachten tot controle en beoordeling van historische financiële informatie- en het onderzoeksprotocol dat als bijlage bij de regeling is gepubliceerd.

Dienovereenkomstig dient het onderzoek zodanig te worden gepland en uitgevoerd dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat de opgave geen afwijkingen van materieel belang bevat.

Wij zijn van mening dat de door ons verkregen assurance-informatie voldoende en geschikt is voor onze conclusie.

Op grond van onze werkzaamheden concluderen wij dat de bovengenoemde rapportage juist weergeeft en in overeenstemming met de wettelijke bepalingen zoals opgenomen in de artikelen 15 en 16 van de regeling de opgave van:

Tevens concluderen wij dat de door de op grond van artikel 15, derde lid, van de regeling meegedeelde percentages overeenstemmen met de in bovengenoemde rapportage weergegeven verhouding van de brandstoffen

Ingeval van zuivere en niet naar haar aard zuiver biomassa

Ingeval van niet zuivere biomassa

In geval van niet-hernieuwbare brandstoffen

De accountant kan hier overige informatie en uiteenzettingen opnemen die niet als doel hebben afbreuk te doen aan zijn conclusie.

Dit assurancerapport is uitsluitend bedoeld ter onderbouwing van het jaarlijks door de directie van de onderneming te verstrekken rapportage aan de Minister (artikel 17 van de regeling) en kan derhalve niet voor andere doeleinden worden gebruikt.

Plaats en datum:

Ondertekening:

Bijlage 3B. behorende bij artikel 17, tweede lid, onderdeel b, van de Regeling garanties van oorsprong voor energie uit hernieuwbare energiebronnen en HR-WKK-elektriciteit

5. Alternatieve meting

1. Inleiding

2. Biomassa: ‘Zuiver’, ‘naar haar/zijn aard zuiver’, ‘niet zuiver’

De definitieve controle van de groenpercentages vindt jaarlijks plaats door middel van een assuranceopdracht. Eventuele verschillen die uit de controle voortvloeien worden vervolgens gecorrigeerd door de minister.

Als uitgangspunt kan hierbij dienen de criteria voor biomassa zoals die zijn vastgelegd in de NTA 8003:2017 of bijlage Aa, behorende bij artikel 4 van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet.

Voor iedere producent van hernieuwbaar gas worden maandelijks meetgegevens door het meetbedrijf of de regionale netbeheerder naar de minister gestuurd.

In artikel 17, tweede lid, van de Regeling garanties van oorsprong voor energie uit hernieuwbare energiebronnen en HR-WKK-elektriciteit, is bepaald dat de producent binnen 4 maanden na afloop van ieder kalenderjaar aan de minister een assurancerapport overlegt inzake dat uitsluitend biomassa is gebruikt zoals is genoemd in artikel 15 van de Regeling garanties van oorsprong voor energie uit hernieuwbare energiebronnen en HR-WKK-elektriciteit.

5. Voorbeeld Assurancerapport

*. Opdrachtgever/producent

Dit assurancerapport wordt verstrekt ten behoeve van de rapportage aan de minister en mag uitsluitend worden gebruikt door de minister.

Ingevolge uw opdracht hebben wij de bijgevoegde, door ons gewaarmerkte rapportage betreffende de aard en de verhouding van de in de installatie, bekend onder EAN-code <123456789012345678>, verwerkte biomassa met betrekking tot de periode van t/m gecontroleerd. Deze rapportage is opgesteld onder verantwoordelijkheid van . Het is onze verantwoordelijkheid een assurancerapport inzake deze rapportage te verstrekken.

Onze controle is verricht overeenkomstig in Nederland algemeen aanvaarde richtlijnen met betrekking tot controleopdrachten en in overeenstemming met het controleprotocol (bijlage 3B bij de Regeling garanties van oorsprong en certificaten van oorsprong voor energie uit hernieuwbare energiebronnen en HR-WKK-elektriciteit). Volgens deze richtlijnen dient onze controle zodanig te worden gepland en uitgevoerd dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat de rapportage geen onjuistheden van materieel belang bevatten. Een controle omvat onder meer een onderzoek door middel van deelwaarnemingen van informatie ter onderbouwing van de aard en de verhouding van de verwerkte brandstoffen. Wij zijn van mening dat onze controle een deugdelijke grondslag vormt voor ons oordeel.

Wij zijn van oordeel dat bovengenoemde rapportage de aard en de verhouding van de in de installatie verwerkte brandstoffen juist weergeeft en in overeenstemming is met de bepalingen van het controleprotocol.

Tevens zijn wij van oordeel dat de door de op grond van artikel 11, eerste lid, van de Regeling garanties van oorsprong voor energie uit hernieuwbare energiebronnen en HR-WKK-elektriciteit meegedeelde percentages overeenstemmen met de in bovengenoemde rapportage weergegeven verhouding van de brandstoffen.

Ingeval van zuivere en ‘niet naar haar aard zuivere’ biomassa

.

Ingeval van niet zuivere biomassa

.

is gebleken dat er gedurende bovengenoemde periode in overeenstemming is gehandeld met de op grond van artikel 4.1 van de procesvoorwaarden overgelegde verklaringen.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 25a

Voor de toepassing van artikel 77a van de Elektriciteitswet 1998, artikel 5 van de Wet implementatie EU-richtlijn hernieuwbare energie voor garanties van oorsprong, artikel 28a van de Warmtewet en artikel 25 geldt een:

Artikel 28a
1.

Certificaten van oorsprong uitgegeven door onafhankelijke instanties in een andere lidstaat van de Europese Unie, die naar aard en strekking overeenkomen met in Nederland uitgegeven certificaten van oorsprong worden, daarmee gelijkgesteld.

2.

Certificaten van oorsprong uitgegeven door een onafhankelijke instantie in een derde land, die naar aard en strekking overeenkomen met in Nederland uitgegeven certificaten van oorsprong, worden niet erkend, behalve indien de Europese Unie daarvoor een overeenkomst heeft afgesloten met het derde land en de energie rechtstreeks uit dat land wordt ingevoerd of uitgevoerd.

§ 7. Tarieven

§ 8. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 33a

Etiketteringscertificaten die zijn afgegeven op grond van artikel 15 van de Regeling afnemers en monitoring Elektriciteitswet 1998 en Gaswet voor elektriciteit opgewekt in juli tot en met december 2019 worden vanaf 1 januari 2020 gezien als certificaten van oorsprong.

Bijlage 1A. behorende bij artikel 2, eerste lid, onderdeel a, van de Regeling garanties van oorsprong en certificaten van oorsprong

Met dit formulier verklaart u duurzame elektriciteit te produceren, verzoekt u de netbeheerder vast te stellen of uw meetinrichting geschikt is voor de meting van duurzame elektriciteit en verzoekt u de netbeheerder de meetgegevens met betrekking tot de door u geproduceerde duurzame elektriciteit mede te delen aan de Minister.

Vestigingsadres Postadres Factuuradres
Aanspreekvorm: o De heer o Mevrouw o De heer o Mevrouw o De heer o Mevrouw
Voorletters:
Tussenvoegsel:
Achternaam:
Adres:
Postcode:
Woonplaats:
Land:
Telefoonnummer:
E-mailadres:

Bijlage 1A. behorende bij artikel 2, eerste lid, onderdeel a, van de Regeling garanties van oorsprong en certificaten van oorsprong

Vervallen

Bijlage 1B. behorende bij artikel 2, eerste lid, onderdeel b, van de Regeling garanties van oorsprong voor energie uit hernieuwbare energiebronnen en HR-WKK-elektriciteit

Vervallen

Met dit formulier verklaart u gas uit hernieuwbare energiebronnen te produceren en verzoekt u de netbeheerder vast te stellen of uw productie-installatie geschikt is voor de opwekking van gas uit hernieuwbare energiebronnen en of uw meetinrichting geschikt is voor de meting van gas uit hernieuwbare energiebronnen en verzoekt u de netbeheerder de meetgegevens met betrekking tot het door u geproduceerde gas uit hernieuwbare energiebronnen als zodanig mede te delen aan de minister.

Indien zich meerdere productie-installaties achter één aansluiting bevinden waarvoor u garanties van oorsprong heeft aangevraagd, dient u tevens een systeemgrens van de productie-installaties te bepalen. Deze systeemgrens kan meerdere productie-eenheden omvatten.

2. Algemene eisen

4. Nauwkeurigheidseisen aan de meetinrichting en meters

6. Iteratieve berekening die mede gebruik maakt van de indirecte methode

Meetvoorwaarden voor productie-installaties met verwerking van ‘naar zijn aard zuiver biogas’ met een nominaal elektrisch vermogen van 2 mw of minder

2. Algemene eisen

Naam netbeheerder:

Bijlage 1d. behorende bij artikel 2, eerste lid, onderdeel c, van de Regeling garanties van oorsprong en certificaten van oorsprong

Met dit formulier verklaart u:

Dit formulier dient te allen tijde volledig, juist en ondertekend door zowel producent als meetbedrijf en – voor zover van toepassing – voorzien van de noodzakelijke bijlage(n) te worden ingediend.

Indien zich meerdere productie-installaties achter één aansluiting bevinden, dient u tevens een systeemgrens van de productie-installaties te bepalen. Deze systeemgrens kan meerdere productie-eenheden omvatten.

Bijlage 2A. behorende bij artikel 7, eerste lid, van de Regeling garanties van oorsprong en certificaten van oorsprong

Bijlage 2e. behorende bij artikel 7, vijfde lid, van de Regeling garanties van oorsprong en certificaten van oorsprong

3. Systeemgrens

Bijlage 2F. behorende bij artikel 7, zesde lid, van de Regeling garanties van oorsprong en certificaten van oorsprong

Bijlage 3A. behorende bij artikel 17, tweede lid, onderdeel a van de Regeling garanties van oorsprong en certificaten van oorsprong

Vervallen

Bijlage 2e. behorende bij artikel 7, vijfde lid, van de Regeling garanties van oorsprong en certificaten van oorsprong

3. Systeemgrens

4. Nauwkeurigheidseisen aan meetinrichtingen en meters

Bijlage 3A. behorende bij artikel 17, tweede lid, onderdeel a van de Regeling garanties van oorsprong en certificaten van oorsprong

Vervallen

Bijlage 3B. behorende bij artikel 17, tweede lid, onderdeel b, van de Regeling garanties van oorsprong en certificaten van oorsprong

Vervallen

Controleprotocol en voorbeeld assurancerapport productie gas uit biomassa

1. Inleiding

5. Voorbeeld Assurancerapport

Plaats………, datum……….

Ondertekening

………

1 Krachtens de Comptabiliteitswet 2016 (artikelen 6.1 en 6.3) heeft de Minister (die het aangaat) - bij commanditaire vennootschappen, vennootschappen onder firma en natuurlijke personen die een beroep of bedrijf uitoefenen aan wie door de Staat of een derde voor rekening of risico van de Staat rechtstreeks of middellijk een subsidie, een lening of garantie wordt verstrekt - het recht nadere inlichtingen in te winnen n.a.v. ter zake ontvangen bescheiden. Ook is de Minister (die het aangaat) bevoegd inzage te vorderen in de controledossiers van de accountant die de betreffende bescheiden heeft gecontroleerd om te bepalen of bij de vaststelling kan worden gesteund op de door deze accountant uitgevoerde controle. Met betrekking tot het verlenen van inzage in het controledossier kan de accountant zich niet beroepen op de omstandigheid dat hij op grond van andere bij of krachtens de wet opgelegde verplichtingen tot geheimhouding is verplicht van in dit dossier opgenomen vertrouwelijke gegevens. De Minister (die het aangaat) is bevoegd van stukken inzake de betreffende controle uit de controledossiers kopieën te maken.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 1a

Deze regeling berust mede op artikel 7 van de Wet implementatie EU-richtlijn hernieuwbare energie voor garanties van oorsprong en artikel 1, derde lid, van het Besluit stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie.

§ 2. Onderzoek productie-installatie en openen rekening

§ 3. Meten, meetprotocol en meetrapport

§ 3.1. Algemeen

§ 3.2. Meetprotocol en meetrapport

§ 4. Biomassa

§ 5. Afvalverbrandingsinstallaties

§ 6. Garanties van oorsprong en certificaten van oorsprong

§ 8. Overgangs- en slotbepalingen

Bijlage 1C. behorende bij artikel 2, eerste lid, onderdeel b, van de Regeling garanties van oorsprong en certificaten van oorsprong

Vervallen

Bijlage 1d. behorende bij artikel 2, eerste lid, onderdeel c, van de Regeling garanties van oorsprong en certificaten van oorsprong

Vervallen

Bijlage 2A. behorende bij artikel 7, eerste lid, van de Regeling garanties van oorsprong en certificaten van oorsprong

Bijlage 2B. behorende bij artikel 7, tweede lid, van de Regeling garanties van oorsprong en certificaten van oorsprong

1. Definities

3. Systeemgrens

4. Nauwkeurigheidseisen aan meetinrichtingen en meters

5. Alternatieve meting

2. Algemene eisen

Bijlage 2d. behorende bij artikel 7, vierde lid, van de Regeling garanties van oorsprong en certificaten van oorsprong

Bijlage 3B. behorende bij artikel 17, tweede lid, onderdeel b, van de Regeling garanties van oorsprong en certificaten van oorsprong

Vervallen

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.