Besluit van het college van afgevaardigden van 4 december 2014 tot vaststelling van de verordening op de advocatuur (Verordening op de advocatuur)
Overwegende dat het uit een oogpunt van kenbaarheid en vermindering van regels wenselijk is de bestaande verordeningen te harmoniseren, te vereenvoudigen en in een verordening te integreren;
Gezien het voorstel van de algemene raad;
Gelet op de artikelen 4, vijfde lid, 9b, zesde lid, 9c, tweede lid, 9j, derde en vierde lid, 28, eerste en tweede lid, 32a, vijfde lid, 36a, vijfde lid, van de Advocatenwet;
Stelt de volgende verordening vast:
Hoofdstuk 1. Definities
Afdeling 1.1. Definities
Artikel 1.1. Definities
In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- advocaat: de in Nederland ingeschreven advocaat;
- advocaat bij de Hoge Raad: de advocaat, bedoeld in artikel 9j, eerste lid, van de Advocatenwet;
- advocatenpas: het door de Nederlandse orde van advocaten verstrekte authenticatiemiddel met een elektronische component dat een set van eigenschappen bevat waarmee toegang kan worden verleend tot bepaalde beveiligde internetdiensten;
- basistest: de test, bedoeld in artikel 3.14, eerste lid, onderdeel a;
- beoefenaar van een toegelaten vrij beroep: een beroepsbeoefenaar als bedoeld in artikel 5.4, eerste lid, onderdelen b en c;
- beroepsopleiding advocaten: de opleiding, bedoeld in artikel 9c, van de Advocatenwet;
- buitenstagiaire: de stagiaire aan wie op grond van artikel 9b, derde lid, van de Advocatenwet vrijstelling is verleend van de verplichting bij een patroon kantoor te houden;
- CCBE: Council of Bars and Law Societies of Europe;
- certificaat beroepsopleiding: het bewijs, bedoeld in artikel 8c, eerste lid, onderdeel c, onder 2°, van de Advocatenwet, dat met gunstig gevolg het in artikel 9c, eerste lid, van de Advocatenwetbedoelde examen is afgelegd;
- deken: de deken van de orde in het arrondissement, bedoeld in artikel 22, tweede lid, van de Advocatenwet;
- derdengelden: gelden die een relatie hebben met de dienst die door de advocaat wordt verleend en die niet zijn bestemd voor de advocaat in het kader van zijn optreden in die hoedanigheid, maar voor de cliënt of een derde, uitgezonderd verschotten en griffierechten;
- financiële resultaat: het totaal van de ontvangen hoofdsom, rente, kostenvergoedingen, inclusief vergoeding op grond van artikel 96 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek en (proces)kostenveroordelingen;
- geaccrediteerde opleidingsinstelling: een opleidingsinstelling die de in artikel 3.25 bedoelde accreditatie heeft verkregen;
- geheimhouder: een advocaat of een persoon met een van de advocaat afgeleide geheimhoudingsplicht en afgeleid verschoningsrecht;
- geheimhoudernummer: een telefoon- of faxnummer dat doorgaans gebruikt wordt door geheimhouders voor vertrouwelijke communicatie;
- gestructureerd intercollegiaal overleg: een gestructureerd overleg over vraagstukken met betrekking tot de dagelijkse praktijkvoering van advocaten;
- houdster-rechtspersoon: een rechtspersoon die als feitelijke en statutaire activiteit heeft direct of indirect aandelen te houden in een praktijkrechtspersoon, lid te zijn van een coöperatie of op daarmee vergelijkbare wijze deel te nemen in een praktijkrechtspersoon;
- intervisie: een gestructureerde en periodieke bespreking in een kleine groep hiërarchische gelijkwaardige professionals waarin dilemma’s en vragen over het eigen functioneren, de praktijkvoering en praktijkuitoefening centraal staan;
- klacht: iedere schriftelijke uiting van ongenoegen van of namens de cliënt jegens de advocaat of de onder diens verantwoordelijkheid werkzame personen over de totstandkoming en de uitvoering van een overeenkomst van opdracht, de kwaliteit van de dienstverlening of de hoogte van de declaratie, het verrichten of aanbieden van buitengerechtelijke incassowerkzaamheden, niet zijnde een klacht als bedoeld in paragraaf 4 van de Advocatenwet;
- onderwijsaanbieders: de aanbieder, bedoeld in artikel 3.24, de uitvoeringsorganisatie beroepsopleiding advocaten en een geaccrediteerde opleidingsinstelling;
- patroon: de advocaat onder wiens begeleiding de stagiaire de praktijk uitoefent;
- peer review: een gestructureerde inhoudelijke beoordeling van bij een advocaat in behandeling zijnde of behandelde dossiers door een reviewer, gevolgd door een gesprek tussen de advocaat en de reviewer;
- praktijk uitoefenen in dienst: een advocaat die op grond van een arbeidsovereenkomst of aanstelling een werkgever heeft;
- praktijkrechtspersoon: iedere op de uitoefening van de rechtspraktijk gerichte rechtspersoon die voldoet aan de in artikel 5.7 gestelde eisen, niet zijnde een houdster-rechtspersoon;
- raad van de orde: de raad van de orde in het arrondissement, bedoeld in artikel 22, eerste lid, van de Advocatenwet;
- samenwerkingsverband: een samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 5.3;
- specifieke kosten: kosten verbonden aan de behandeling van een zaak, waaronder in ieder geval
- a. kosten gemaakt in opdracht van de advocaat voor medische adviezen en medische informatieverstrekking, toedrachtsonderzoeken of inschakeling van rekenbureaus, arbeidsdeskundigen en schade-experts; en
- b. reiskosten van de advocaat, kosten van getuigen en tolken, deurwaarderskosten, kosten van gerechtelijk of buitengerechtelijk tussen partijen benoemde deskundigen, griffierecht, alsmede het bedrag van de eventuele kostenveroordeling van de rechtzoekende;
- stage: de uitoefening van de praktijk door een advocaat onder begeleiding van een patroon;
- stagiaire: een advocaat die verplicht is zijn praktijk uit te oefenen onder begeleiding van een patroon;
- stagiaire-ondernemer: de stagiaire die de praktijk voor eigen risico en rekening uitoefent;
- stichting derdengelden: een stichting die ten doel heeft de derdengelden te beheren;
- uitvoeringsorganisatie: de uitvoeringsorganisatie, bedoeld in artikel 3.23.
Hoofdstuk 2. Organisatie van de Nederlandse orde van advocaten
Afdeling 2.1. Raden en commissies
Paragraaf 2.1.1. Raad van advies
Artikel 2.1. Leden raad van advies
De leden van de raad van advies hebben daarin zitting op persoonlijke titel en oefenen hun functie zonder last of ruggespraak uit.
Benoeming vindt plaats op grond van deskundigheid en ervaring die nodig is voor een goede vervulling van de taak van de raad van advies.
Artikel 2.2. Taakomschrijving raad van advies
Onverminderd het bepaalde in artikel 32a, tweede lid, van de Advocatenwet heeft de raad van advies tot taak de algemene raad te adviseren over de maatschappelijke positionering van de Nederlandse orde van advocaten en over hoofdpunten van beleid die de algemene raad daartoe aan de raad van advies voorlegt.
Onverminderd het bepaalde in artikel 32a, derde lid, van de Advocatenwet voorziet de algemene raad in openbaarmaking van de adviesaanvraag, bedoeld in het eerste lid, en het aan het advies gegeven gevolg.
Artikel 2.3. Benoeming leden raad van advies
Op voordracht van de algemene raad benoemt het college van afgevaardigden de leden van de raad van advies voor een periode van ten hoogste vier jaar.
Een lid kan eenmaal worden herbenoemd.
Artikel 2.4. Werkwijze raad van advies
De algemene raad wijst uit de leden een voorzitter aan.
De raad van advies stelt zijn eigen werkwijze vast.
Paragraaf 2.1.2. Dekenberaad
Artikel 2.5. Leden dekenberaad
Er is een dekenberaad dat uit de dekens van de orden in de arrondissementen bestaat.
De deken en secretaris van de algemene raad nemen deel aan het overleg van het dekenberaad, tenzij het dekenberaad anders beslist.
Artikel 2.6. Werkzaamheden dekenberaad
De werkzaamheden van het dekenberaad zijn:
- a. het uitwisselen van informatie en kennis met betrekking tot toezicht en klachtbehandeling;
- b. het signaleren en bespreken van ontwikkelingen op het gebied van toezicht en klachtbehandeling;
- c. het verzamelen van informatie met betrekking tot toezicht en klachtbehandeling ten behoeve van de verslaglegging, bedoeld in artikel 2.24; en
- d. het uitwisselen van informatie en kennis ter bevordering van een uniforme uitvoering van bij of krachtens de Advocatenwet aan de dekens en de raden van de orde opgedragen taken.
Artikel 2.7. Werkwijze dekenberaad
Het dekenberaad kiest uit zijn leden een voorzitter.
Het dekenberaad stelt zijn eigen werkwijze vast.
Paragraaf 2.1.3. Commissie cassatie
Artikel 2.8. Leden van de commissie cassatie
Er is een commissie cassatie die bestaat uit ten minste vijf leden die deskundig zijn op het terrein van cassatie in burgerlijke zaken.
Een lid van de commissie cassatie is geen lid van of niet werkzaam bij:
- a. de Hoge Raad;
- b. het parket bij de Hoge Raad;
- c. een orgaan van de Nederlandse orde van advocaten;
- d. een orgaan van de orde van advocaten in een arrondissement, uitgezonderd de jaarlijkse vergadering van de orde, bedoeld in artikel 17a, tweede lid, aanhef en onderdeel c, van de Advocatenwet;
- e. de raden van discipline; of
- f. het hof van discipline.
Artikel 2.9. Taakomschrijving commissie cassatie
Een door de algemene raad te bepalen aantal leden van de commissie cassatie heeft tot taak namens de algemene raad het mondeling examen, bedoeld in artikel 4.9, eerste lid, onderdeel b, af te nemen van advocaten die de aantekening ‘advocaat bij de Hoge Raad’ wensen te verkrijgen en de proeve van bekwaamheid, bedoeld in artikel 4.11, eerste lid, af te nemen van advocaten bij de Hoge Raad.
Artikel 2.10. Benoeming leden commissie cassatie
De algemene raad benoemt de leden van de commissie cassatie voor een periode van ten hoogste vier jaar.
Een lid kan eenmaal worden herbenoemd.
Artikel 2.11. Werkwijze commissie cassatie
De algemene raad wijst uit de leden een voorzitter aan.
De commissie cassatie stelt haar werkwijze vast in overleg met de algemene raad.
Paragraaf 2.1.4. Nederlandse delegatie, commissies en werkgroepen CCBE
Artikel 2.12. Leden delegatie, commissies en werkgroepen CCBE
Er is een Nederlandse delegatie bij de CCBE die bestaat uit ten minste drie leden, waaronder de algemeen secretaris, een medewerker van het bureau van de Nederlandse orde van advocaten die als information officer optreedt en een lid van de algemene raad.
Artikel 2.14, eerste tot en met het vierde lid, is niet van toepassing op de algemeen secretaris en de medewerker van het bureau van de Nederlandse orde van advocaten die als information officer optreedt.
De algemene raad wijst uit zijn midden een hoofd van de delegatie aan.
De algemene raad kan één of meer vertegenwoordigers namens de Nederlandse orde van advocaten laten deelnemen in door de CCBE ingestelde commissies of werkgroepen.
Artikel 2.13. Taakomschrijving delegatie, commissies en werkgroepen CCBE
De delegatie bij de CCBE heeft tot taak het vertegenwoordigen van de Nederlandse orde van advocaten bij de standing committee en de plenary session van de CCBE.
De Nederlandse vertegenwoordiging in commissies en werkgroepen van de CCBE heeft tot taak, na afstemming met de algemene raad:
- a. het vertegenwoordigen van de Nederlandse orde van advocaten;
- b. het geven van advies aan de algemene raad over Europese wet- en regelgeving en beleidsvraagstukken die van belang zijn voor de advocatuur en de rechtzoekende in het algemeen.
Artikel 2.14. Benoeming delegatie, commissieleden en werkgroepleden CCBE
De algemene raad benoemt de leden van de delegatie voor een periode van ten hoogste vier jaar.
De algemene raad benoemt, op verzoek van de CCBE, de Nederlandse vertegenwoordigers in commissies en werkgroepen van de CCBE voor een periode van ten hoogste vier jaar.
Een lid van de delegatie, commissie of werkgroep kan eenmaal worden herbenoemd.
Het lidmaatschap van de delegatie, een commissie of werkgroep eindigt van rechtswege bij beëindiging van het lidmaatschap van de algemene raad.
⋯
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.