Besluit van het college van afgevaardigden van 4 december 2014 tot vaststelling van de verordening op de advocatuur (Verordening op de advocatuur)
Artikel 5.7 is van toepassing op statuten van praktijk- en houdster-rechtspersonen die bestaan op het moment van inwerkingtreding van dat artikel indien deze na dat moment worden aangepast of nadat vijf jaar zijn verstreken na inwerkingtreding van dat artikel.
Afdeling 9.3. Samenwerking
Artikel 9.4. Overgangsrecht bestuurders en statuten
Op een samenwerkingsverband dat of praktijkrechtspersoon die voor het moment van inwerkingtreding van artikel 5.6 een bestuurder heeft die niet voldoet aan artikel 5.6, tweede lid, aanhef en onderdeel b, is artikel 5.6, tweede lid, van toepassing een jaar na inwerkingtreding van dat artikel.
Artikel 5.7 is van toepassing op statuten van praktijk- en houdster-rechtspersonen die bestaan op het moment van inwerkingtreding van dat artikel indien deze na dat moment worden aangepast of nadat vijf jaar zijn verstreken na inwerkingtreding van dat artikel.
Hoofdstuk 10. Slotbepalingen
Artikel 10.1. Intrekken van bestaande verordeningen
De volgende verordeningen worden ingetrokken:
- d. de Stageverordening 2012;
Artikel 10.2. Intrekken van bestaande regelingen
De volgende regelingen worden ingetrokken:
- a. de Regeling vacatiegelden en kostenvergoedingen 2012;
- b. het Reglement van de Adviescommissie Regelgeving;
- c. het Reglement voor de Adviescommissies Wetgeving;
- d. de Regeling vakbekwaamheid;
- e. de Regeling erkenning opleidingsinstellingen;
- f. de Richtlijn Klachten- en Geschillenregeling Advocatuur;
- g. de Richtlijn Registratie Rechtsgebieden Advocatuur;
- h. de Regeling Registratie Rechtsgebieden advocatuur;
- i. het Reglement vakbekwaamheidseisen civiele cassatieadvocatuur.
Artikel 10.3. Einde experiment letsel- en overlijdensschadezaken
Vervallen
Artikel 10.4. Einde experiment rechtsbijstandsverzekeraars
De volgende wijzigingen treden in werking met ingang van 1 januari 2028:
- a. na afdeling 5.5 Praktijkuitoefening in dienst vervalt de paragraaftitel ‘Paragraaf 5.5.1 Bescherming kernwaarden bij dienstverbanden’;
- b. in artikel 5.9, aanhef en onderdeel e, vervalt de zinssnede ‘, of paragraaf 5.5.2’;
- c. paragraaf 5.5.2 vervalt.
Artikel 10.5. Inwerkingtreding
De artikelen in deze verordening treden in werking op een door de algemene raad te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen en onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
Artikel 10.6. Citeertitel
Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening op de advocatuur.
Artikel 2.23a. Leden commissie disciplinaire rechtspraak
Er is een commissie disciplinaire rechtspraak die uit drie tot zes personen bestaat, waarvan de meerderheid advocaat is.
Een lid van de commissie disciplinaire rechtspraak is geen lid of niet werkzaam bij:
- a. de algemene raad,
- b. een raad van de orde in een arrondissement,
- c. een raad van discipline, of
- d. het hof van discipline.
Artikel 2.23b. Taakomschrijving commissie disciplinaire rechtspraak
De commissie disciplinaire rechtspraak heeft tot taak tuchtrechtelijke beslissingen te selecteren en te annoteren voor publicatie.
Artikel 2.23c. Benoeming leden commissie disciplinaire rechtspraak
De algemene raad benoemt de leden van de commissie disciplinaire rechtspraak voor een periode van ten hoogste vier jaar.
Een lid kan tweemaal worden herbenoemd.
Artikel 2.23d. Werkwijze commissie disciplinaire rechtspraak
De algemene raad wijst uit de leden een voorzitter aan.
De commissie disciplinaire rechtspraak stelt haar werkwijze vast in overleg met de algemene raad.
Paragraaf 2.1.6a. Commissie disciplinaire rechtspraak
Afdeling 2.2. Inkomsten en uitgaven
Paragraaf 2.2.1. Bijdragen aan de Nederlandse orde van advocaten
Paragraaf 2.2.2. Cursus- en examengelden
Paragraaf 2.2.3. Vacatiegelden en kostenvergoedingen
Paragraaf 2.2.4. Subsidie ondersteuning tuchtcolleges
Artikel 2.36a. Reikwijdte
Deze paragraaf is van toepassing op het verlenen van subsidie voor activiteiten die door de stichting ondersteuning tuchtcolleges advocatuur worden uitgevoerd en welke passen binnen de statutaire doelstellingen van de stichting.
Artikel 2.36b. Overeenkomstige toepassing
Afdeling 4.2.8 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op alle per boekjaar verstrekte subsidies.
Artikel 4:76 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing, indien de subsidie-ontvanger zijn inkomsten in overwegende mate ontleent aan de subsidie.
Artikel 2.36c. Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud
De algemene raad kan jaarlijks bij de vaststelling van de begroting besluiten tot het instellen van een subsidieplafond.
De algemene raad wijst bij de bekendmaking van een subsidieplafond op de mogelijkheid dat dit subsidieplafond kan worden verlaagd en betrekt daarbij de gevolgen voor de reeds ingediende aanvragen.
Een subsidie ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld, wordt uitsluitend verleend onder de voorwaarde dat voldoende middelen op de begroting beschikbaar worden gesteld.
Artikel 2.36d. Subsidieaanvraag
De aanvraag tot subsidieverlening wordt schriftelijk ingediend bij de algemene raad.
Een aanvraag wordt ingediend uiterlijk 1 oktober van het kalenderjaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarop de subsidieaanvraag betrekking heeft.
Artikel 2.36e. Egalisatiereserve
De stichting ondersteuning tuchtcolleges advocatuur vormt een egalisatiereserve met inachtneming van artikel 4:72 van de Algemene wet bestuursrecht.
Artikel 2.36f. Subsidieverlening
De algemene raad kan besluiten tot het verstrekken van subsidie met inachtneming van de in de begroting van de Nederlandse orde van advocaten opgenomen financiële middelen en het subsidieplafond.
De algemene raad besluit op een volledige aanvraag tot subsidieverlening uiterlijk vóór 31 december van het kalenderjaar waarin de aanvraag is ingediend.
De algemene raad kan voorwaarden verbinden aan de subsidieverlening.
De algemene raad geeft in het besluit tot subsidieverlening aan op welke wijze de verantwoording van de subsidie door de verkrijger plaatsvindt.
Indien een subsidie wordt verstrekt vindt eenmalige betaling plaats door overmaking van de gehele subsidie.
Artikel 2.36g. Verplichtingen en toestemming
De algemene raad kan de subsidie-ontvanger de verplichtingen genoemd in artikel 4:37 van de Algemene wet bestuursrecht opleggen.
De algemene raad kan de subsidie-ontvanger de verplichting opleggen van voorafgaande toestemming voor handelingen als genoemd in artikel 4:71, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
Onverminderd het eerste en tweede lid kan de algemene raad verplichtingen opleggen met betrekking tot:
- a. het aangaan van verplichtingen met een looptijd langer dan één jaar;
- b. het verhogen van de personeelsformatie van de subsidieontvanger;
- c. het uitputten en onderling aanvullen van begrotingsposten;
- d. de maximale grootte en jaarlijkse toename van de egalisatiereserve;
- e. de berekening van uurtarieven, de gebruikmaking van kostenbegrippen en productienormen;
- f. de aan de subsidie gekoppelde productie gedurende een kalenderjaar;
- g. de wijze waarop het betalingsverkeer en de autorisatie van een betaling plaatsvindt;
Artikel 2.36h. Verantwoording en subsidievaststelling
De aanvraag tot subsidievaststelling wordt schriftelijk ingediend bij de algemene raad uiterlijk dertien weken na het verrichten van de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend.
De aanvraag wordt in ieder geval vergezeld van:
- a. een inhoudelijk verslag, waaruit blijkt dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend zijn verricht;
- b. een overzicht van de activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten in een financieel verslag of jaarrekening; en
- c. een balans op het einde van het afgelopen subsidietijdvak met een toelichting daarop.
De algemene raad kan afwijken van het bepaalde in het tweede lid of andere gegevens opvragen die voor de subsidievaststelling van belang zijn.
De algemene raad besluit op een aanvraag tot subsidievaststelling binnen dertien weken na ontvangst van de volledige aanvraag.
Afdeling 2.3. Arbeidsvoorwaarden medewerkers college van toezicht
Hoofdstuk 3. Stage
Afdeling 3.1. Stage
Paragraaf 3.1.1. Algemeen
Paragraaf 3.1.1. Algemeen
Paragraaf 3.1.3. Verplichtingen stagiaire
Paragraaf 3.1.3. Verplichtingen stagiaire
Afdeling 3.2. Beroepsopleiding advocaten
Afdeling 3.3. Organisatie beroepsopleiding advocaten
Afdeling 3.2a. Kwaliteits- en accreditatiekader beroepsopleiding advocaten
Hoofdstuk 4. Vakbekwaamheid van de advocaat
Afdeling 4.1. Vakbekwaamheid
Paragraaf 4.1.1. Algemeen
Paragraaf 4.1.2. Professionele kennis en kunde
Artikel 4.3a. Kwaliteitstoetsen
Een advocaat is verplicht ieder kalenderjaar, en voor het eerst het kalenderjaar volgend op de onvoorwaardelijke inschrijving op het tableau, deel te nemen aan kwaliteitstoetsen door:
- a. intervisie ofwel onder begeleiding van een gespreksleider ofwel als gespreksleider die is aangewezen als deskundige als bedoeld in artikel 26, eerste lid, van de Advocatenwet, gedurende ten minste acht uur per jaar, met ten minste twee uur en ten hoogste vier uur aaneengesloten per dag; of
- b. peer review door een reviewer die is aangewezen als deskundige als bedoeld in artikel 26, eerste lid, van de Advocatenwet, gedurende ten minste vier uur per jaar, met ten minste twee uur en ten hoogste vier uur aaneengesloten per dag.
De algemene raad stelt nadere regels over:
- a. de vereisten aan intervisie en peer review; en
- b. de vereisten aan de aanwijzing, de intrekking van de aanwijzing en de registratie van gespreksleiders en reviewers.
Artikel 4.3b. Gestructureerd intercollegiaal overleg
In plaats van de in artikel 4.3a, eerste lid, bedoelde verplichting kan een advocaat deelnemen aan gestructureerd intercollegiaal overleg onder begeleiding van een begeleider, gedurende ten minste acht uur per jaar, met ten minste twee uur en ten hoogste vier uur aaneengesloten per dag.
De algemene raad stelt nadere regels over:
- a. de vereisten aan gestructureerd intercollegiaal overleg; en
- b. de vereisten aan begeleiders.
Afdeling 4.2. Vakbekwaamheidseisen cassatie
Paragraaf 4.2.1. Verkrijgen hoedanigheid ‘advocaat bij de Hoge Raad’ in burgerlijke zaken
Artikel 4.7a. Bekwaamheid cassatie
Vervallen
Paragraaf 4.2.1. Verkrijgen hoedanigheid ‘advocaat bij de Hoge Raad’ in burgerlijke zaken
Hoofdstuk 5. Praktijkstructuren
Afdeling 5.1. Algemeen
Afdeling 5.1. Algemeen
Afdeling 5.1. Algemeen
Afdeling 5.1. Algemeen
Hoofdstuk 6. Kantoororganisatie
Afdeling 5.4. Rechtspersonen
Afdeling 6.2. Administratie
Paragraaf 6.3.2. Verstrekking geheimhoudernummers
Paragraaf 6.3.3. Opgave geheimhoudernummers
Afdeling 6.4. Advocatenpas en authenticatiemiddel
Afdeling 6.5. Derdengelden
Paragraaf 6.5.1. Derdengelden
Paragraaf 6.5.1. Derdengelden
Afdeling 6.6. Beroepsaansprakelijkheid
Afdeling 6.5. Derdengelden
Afdeling 6.8. Klachten en geschillen
Hoofdstuk 7. Relatie advocaat – cliënt
Afdeling 6.9. Registratie rechtsgebieden
Afdeling 7.2. Communicatie algemeen
Afdeling 6.9. Registratie rechtsgebieden
Paragraaf 7.4.1. Verbod op resultaatgerelateerd honorarium
Paragraaf 7.4.2. Incassotarief
Paragraaf 7.4.3. Experiment letsel- en overlijdensschadezaken
Hoofdstuk 8. Besluitvorming en rechtsbescherming
Hoofdstuk 9. Overgangsrecht
Afdeling 7.2. Communicatie algemeen
Afdeling 7.3. Cassatieadvies civiel
Afdeling 7.4. Resultaatgerelateerd honorarium
Hoofdstuk 8. Besluitvorming en rechtsbescherming
Afdeling 6.8. Klachten en geschillen
Hoofdstuk 7. Relatie advocaat – cliënt
Afdeling 6.7. Betalingen aan en door advocaat
Afdeling 7.2. Communicatie algemeen
Afdeling 6.8. Klachten en geschillen
Afdeling 6.7. Betalingen aan en door advocaat
Paragraaf 7.4.1. Verbod op resultaatgerelateerd honorarium
Paragraaf 7.4.1. Verbod op resultaatgerelateerd honorarium
Paragraaf 7.4.2. Incassotarief
Hoofdstuk 7. Relatie advocaat – cliënt
Hoofdstuk 8. Besluitvorming en rechtsbescherming
Afdeling 7.4. Resultaatgerelateerd honorarium
Afdeling 9.2. Vakbekwaamheid
Afdeling 9.1. Stage
Hoofdstuk 9. Overgangsrecht
Artikel 6.31. Reikwijdte
Deze afdeling is van toepassing op de advocaat die onvoorwaardelijk op het tableau is ingeschreven.
In afwijking van het eerste lid is deze afdeling van toepassing op een advocaat die is ingeschreven op basis van een ten aanzien van het beroep van advocaat afgegeven erkenning van beroepskwalificaties als bedoeld in artikel 5 van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties of op grond van artikel 16h van de Advocatenwet.
Artikel 6.32. Registratie rechtsgebiedenregister
Een advocaat registreert zich op het tableau op ten minste één en ten hoogste vier rechtsgebieden waarop hij tien opleidingspunten als bedoeld in artikel 4.4, tweede lid, heeft behaald, aan de hand van een lijst van rechtsgebieden, bedoeld in het vijfde lid.
Een advocaat die in het voorafgaande kalenderjaar op een desbetreffend geregistreerd rechtsgebied tien opleidingspunten als bedoeld in artikel 4.4, tweede lid, heeft behaald, maakt gemakkelijk fysiek of elektronisch toegankelijk bekend dat hij staat geregistreerd op een wijze overeenkomstig een model, bedoeld in het vierde lid.
Een advocaat actualiseert zijn registratie op het tableau en zijn openbare bekendmaking als bedoeld in het tweede lid onverwijld bij wijzigingen.
De algemene raad stelt modellen vast voor het gemakkelijk fysiek of elektronisch toegankelijk bekend maken van de registratie.
De algemene raad stelt een lijst van rechtsgebieden vast, waarop in ieder geval staat ‘algemene praktijk’.
De algemene raad stelt nadere regels over de wijze waarop de registratie op het tableau plaatsvindt en het gemakkelijk fysiek of elektronisch toegankelijk maken van de registratie.
Met ingang van het moment waarop deze afdeling op een advocaat van toepassing is, kan hij zich registreren als bedoeld in het eerste lid op basis van opleidingspunten als bedoeld in artikel 4.4, tweede lid, die voorafgaand aan dat moment zijn behaald, maar nadat hij in het bezit is gesteld van het certificaat beroepsopleiding advocaten.
Hoofdstuk 7. Relatie advocaat – cliënt
Afdeling 6.8. Klachten en geschillen
Paragraaf 7.4.3. Experiment letsel- en overlijdensschadezaken
Hoofdstuk 8. Besluitvorming en rechtsbescherming
Hoofdstuk 9. Overgangsrecht
Afdeling 9.3. Samenwerking
Hoofdstuk 10. Slotbepalingen
Artikel 6.17a. In bewaring geven advocatenpas
Een advocaat aan wie de maatregel tot schorsing in de uitoefening van de praktijk is opgelegd, geeft op de datum waarop de maatregel ten uitvoer wordt gelegd de advocatenpas in fysieke vorm in bewaring bij de deken.
Afdeling 6.4. Advocatenpas en authenticatiemiddel
Paragraaf 6.3.2. Verstrekking geheimhoudernummers
Paragraaf 6.3.3. Opgave geheimhoudernummers
Afdeling 6.7. Betalingen aan en door advocaat
Afdeling 6.8. Klachten en geschillen
Artikel 6.32a. Controle gegevens tableau
Een advocaat controleert elk kalenderjaar uiterlijk op 1 februari of de op hem betrekking hebbende gegevens, bedoeld in artikel 8, eerste lid, aanhef en onderdelen a tot en met g, van de Advocatenwet, juist, actueel en volledig zijn.
Indien de gegevens, bedoeld in het eerste lid, niet of niet langer juist, actueel of volledig zijn, stelt een advocaat de secretaris van de algemene raad hiervan onverwijld in kennis.
Hoofdstuk 7. Relatie advocaat – cliënt
Afdeling 6.6. Beroepsaansprakelijkheid
Afdeling 7.1. Controle door advocaat
Afdeling 6.10. Tableau
Paragraaf 7.4.1. Verbod op resultaatgerelateerd honorarium
Paragraaf 7.4.2. Incassotarief
Paragraaf 7.4.3. Experiment letsel- en overlijdensschadezaken
Hoofdstuk 9. Overgangsrecht
Afdeling 9.1. Stage
Hoofdstuk 10. Slotbepalingen
Paragraaf 4.2.2. Behouden hoedanigheid ‘advocaat bij de Hoge Raad’ in burgerlijke zaken
Paragraaf 4.2.2. Behouden hoedanigheid ‘advocaat bij de Hoge Raad’ in burgerlijke zaken
Artikel 4.15. Doorhaling voorwaardelijke aantekening
De secretaris van de algemene raad haalt de aantekening ‘advocaat bij de Hoge Raad’ in burgerlijke zaken door, indien een advocaat gedurende een onafgebroken tijdvak van drie jaar met een voorwaardelijke aantekening ‘advocaat bij de Hoge Raad’ in burgerlijke zaken op het tableau ingeschreven heeft gestaan zonder dat het bewijsstuk kan worden overgelegd dat de proeve van bekwaamheid, bedoeld in artikel 4.11, eerste lid, met goed gevolg is afgelegd.
Indien de algemene raad toepassing geeft aan artikel 4.11, tweede lid, eerste volzin, wordt de termijn, bedoeld in het eerste lid, verlengd met de in de beslissing, bedoeld in artikel 4.11, tweede lid, eerste volzin, opgenomen termijn.
De doorhaling, bedoeld in het eerste lid, geschiedt door middel van een beschikking van de algemene raad met ingang van een tijdstip dat, gelet op het belang van de rechtzoekende, ten minste één maand en ten hoogste drie maanden na de datum van de beschikking gelegen is. De algemene raad geeft van de beschikking kennis aan de raad van de orde.
De secretaris van de algemene raad geeft van de doorhaling binnen acht dagen kennis aan de algemene raad en de raad van de orde, onverminderd artikel 9j, tweede lid, tweede volzin, van de Advocatenwet.
Artikel 4.16. Gevolg doorhaling aantekening
Indien de aantekening ‘advocaat bij de Hoge Raad’ in burgerlijke zaken door de secretaris van de algemene raad al dan niet op verzoek van de advocaat is doorgehaald, vervalt van rechtswege de verklaring, bedoeld in artikel 9j, tweede lid, van de Advocatenwet, en, indien van toepassing, het bewijsstuk, bedoeld in artikel 4.11, achtste lid.
Hoofdstuk 5. Praktijkstructuren
Afdeling 5.2. Samenwerking
Afdeling 5.2. Samenwerking
Afdeling 5.2. Samenwerking
Hoofdstuk 6. Kantoororganisatie
Afdeling 5.5. Praktijkuitoefening in dienst
Afdeling 6.2. Administratie
Afdeling 6.3. Geheimhoudernummers
Paragraaf 6.3.1. Doel registreren geheimhoudernummers
Paragraaf 6.3.2. Verstrekking geheimhoudernummers
Paragraaf 6.3.2. Verstrekking geheimhoudernummers
Afdeling 6.2. Administratie
Afdeling 6.5. Derdengelden
Paragraaf 6.5.1. Derdengelden
Afdeling 6.5. Derdengelden
Afdeling 6.9. Registratie rechtsgebieden
Afdeling 7.1. Controle door advocaat
Paragraaf 7.4.1. Verbod op resultaatgerelateerd honorarium
Paragraaf 7.4.2. Incassotarief
Paragraaf 7.4.1. Verbod op resultaatgerelateerd honorarium
Hoofdstuk 8. Besluitvorming en rechtsbescherming
Afdeling 9.2. Samenwerking
Afdeling 9.2a. Cassatie in burgerlijke zaken
Artikel 9.3a. Overgangsrecht cassatie in burgerlijke zaken
Van een voor 1 februari 2020 afgegeven verklaring als bedoeld in artikel 9j, tweede lid, van de Advocatenwet wordt door de algemene raad binnen twee weken na deze datum kennisgegeven aan de secretaris van de algemene raad. Met deze kennisgeving wordt de advocaat geacht een verzoek aan de secretaris van de algemene raad te hebben gedaan ter verkrijging van de aantekening ‘advocaat bij de Hoge Raad’ in burgerlijke zaken.
Van een voor 1 februari 2020 plaatsgevonden voorwaardelijke aantekening ‘advocaat bij de Hoge Raad’ in burgerlijke zaken vervalt de beperkte geldigheidsduur van drie jaar als bedoeld in artikel 4.11, tweede en vierde lid, zoals dat luidde op 31 januari 2020.
Hoofdstuk 8. Besluitvorming en rechtsbescherming
Paragraaf 2.1.6. Overige adviescommissies
Paragraaf 2.1.6a. Commissie disciplinaire rechtspraak
Paragraaf 2.1.7. Verslag en ondersteuning
Afdeling 2.2. Inkomsten en uitgaven
Paragraaf 2.2.2. Cursus- en examengelden
Paragraaf 2.2.3. Vacatiegelden en kostenvergoedingen
Paragraaf 2.2.4. Subsidie ondersteuning tuchtcolleges
Afdeling 2.3. Arbeidsvoorwaarden medewerkers college van toezicht
Hoofdstuk 3. Stage
Afdeling 3.1. Stage
Paragraaf 3.1.2. Goedkeuring stage en patroon
Artikel 3.5a. Cursus voor patroons
Een beoogd patroon heeft in de drie jaar voorafgaand aan het verzoek om goedkeuring, bedoeld in artikel 3.5, tweede lid, een cursus voor patroons gevolgd.
Een cursus als bedoeld in het eerste lid is gevolgd, indien de beoogd patroon ten minste zes uur onderwijs heeft gevolgd dat het patroonschap voor een stagiaire ten goede komt en:
- a. dat onderwijs is gegeven door een of meerdere deskundige docenten; en
- b. de identiteit en de aanwezigheid van de deelnemers zijn vastgesteld.
In afwijking van het tweede lid, aanhef, geldt voor de duur van een cursus ten minste drie uur onderwijs, indien de beoogd patroon in de drie jaar voorafgaand aan de cursus reeds een in het tweede lid bedoelde cursus heeft gevolgd.
De algemene raad kan nadere regels stellen over de inhoud van de cursus, bedoeld in het tweede en derde lid.
Paragraaf 3.1.3. Verplichtingen stagiaire
Paragraaf 3.1.4. Verplichtingen patroon
Artikel 3.15a. Examenreglement
De algemene raad stelt een examenreglement vast over:
- a. de inrichting en de organisatie van de basistest en het examen, bedoeld in artikel 3.19;
- b. de wijze waarop daaraan kan worden deelgenomen;
- c. de wijze waarop de basistest en het examen wordt afgenomen;
- d. de wijze waarop en de termijn waarbinnen de uitslag bekend wordt gemaakt alsmede of en op welke wijze van deze termijn kan worden afgeweken;
- e. de wijze waarop en de termijn gedurende welke de stagiaire die de basistest of een onderdeel van het examen heeft afgelegd, inzage verkrijgt in zijn beoordeelde werk;
- f. de mogelijkheid van een herbeoordeling van het examen;
- g. de geldigheidsduur van de studieresultaten;
- h. de instelling, de samenstelling en de taken van de examencommissie.
De examencommissie heeft in ieder geval tot taak op objectieve en deskundige wijze vast te stellen of een stagiaire voldoet aan de eindtermen en de uit het opleidingsreglement voortvloeiende opleidingsverplichtingen die nodig zijn voor het verkrijgen van het certificaat, bedoeld in artikel 3.21, eerste lid.
De algemene raad kan in het examenreglement bevoegdheden betreffende het examen delegeren of toekennen aan de examencommissie.
Afdeling 3.3. Organisatie beroepsopleiding advocaten
Afdeling 3.2a. Kwaliteits- en accreditatiekader beroepsopleiding advocaten
Hoofdstuk 4. Vakbekwaamheid van de advocaat
Afdeling 4.1. Vakbekwaamheid
Paragraaf 4.1.1. Algemeen
Paragraaf 4.1.2. Professionele kennis en kunde
Paragraaf 4.2.3. Verliezen hoedanigheid ‘advocaat bij de Hoge Raad’ in burgerlijke zaken
Hoofdstuk 5. Praktijkstructuren
Afdeling 5.3. Bestuurders
Afdeling 5.4. Rechtspersonen
Afdeling 5.3. Bestuurders
Hoofdstuk 6. Kantoororganisatie
Afdeling 6.1. Interne organisatie en beschrijving werkwijze
Afdeling 6.3. Geheimhoudernummers
Paragraaf 6.3.1. Doel registreren geheimhoudernummers
Paragraaf 6.3.3. Opgave geheimhoudernummers
Afdeling 6.5. Derdengelden
Hoofdstuk 7. Relatie advocaat – cliënt
Afdeling 7.2. Communicatie algemeen
Afdeling 7.3. Cassatieadvies civiel
Afdeling 7.1. Controle door advocaat
Paragraaf 7.4.2. Incassotarief
Paragraaf 7.4.3. Experiment letsel- en overlijdensschadezaken
Hoofdstuk 8. Besluitvorming en rechtsbescherming
Afdeling 9.1. Stage
Artikel 9.2a. Overgangsrecht beroepsopleiding advocaten 2020
Op een stagiaire die uiterlijk in september 2020 de beroepsopleiding advocaten aanvangt en met ingang van 1 oktober 2020 zonder onderbreking op het tableau staat ingeschreven, en op zijn patroon blijft het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2.28, 3.8 en 3.9 en afdeling 3.2, zoals deze artikelen luidden op 30 september 2020, van toepassing totdat hij aan de daaruit voortvloeiende verplichtingen heeft voldaan.
In afwijking van het eerste lid kan de algemene raad de stagiaire, bedoeld in het eerste lid, die op 1 september 2023 niet in het bezit is van het certificaat beroepsopleiding advocaten, alternatieve maatregelen aanbieden ter afronding van de beroepsopleiding.
Onverminderd artikel 9.1, vierde en vijfde lid, kan de algemene raad een stagiaire op zijn verzoek toelaten tot de beroepsopleiding op grond van de regelgeving, zoals deze gold op 30 september 2020, indien hij:
- a. met onderbreking staat ingeschreven op het tableau; en
- b. met de beroepsopleiding, op grond van de regelgeving, zoals deze gold op 30 september 2020, was begonnen.
Onverminderd artikel 9.1, eerste lid, blijft op een stagiaire die in het bezit is van het certificaat beroepsopleiding advocaten op grond van de beroepsopleiding advocaten, zoals deze gold tot 1 oktober 2020, het bepaalde bij of krachtens de artikelen 3.2, 3.8 en 3.9, zoals deze artikelen luidden op 30 september 2020, van toepassing totdat hij aan de daaruit voortvloeiende verplichtingen heeft voldaan.
Artikel 9.2b. Overgangsrecht geaccrediteerde opleidingsinstelling
Op een geaccrediteerde opleidingsinstelling die vóór 1 oktober 2020 de onderdelen van de beroepsopleiding advocaten, bedoeld in artikel 3.15, eerste lid, onderdelen b en c, zoals dit artikel luidde op 30 september 2020, mag aanbieden, blijft het bepaalde bij of krachtens artikel 3.25, zoals dit artikel luidde op 30 september 2020, van toepassing voor de resterende duur van de accreditatie.
Afdeling 9.1. Stage
Afdeling 9.2a. Cassatie in burgerlijke zaken
Hoofdstuk 10. Slotbepalingen
Artikel 2.19a. Leden adviescommissie beroepsopleiding advocaten
Er is een adviescommissie beroepsopleiding advocaten.
Een lid van de adviescommissie beroepsopleiding advocaten is geen lid van of werkzaam bij een orgaan van de Nederlandse orde van advocaten of een orgaan van de orde van advocaten.
Artikel 2.19b. Taakomschrijving adviescommissie beroepsopleiding advocaten
De adviescommissie beroepsopleiding advocaten heeft tot taak de algemene raad gevraagd en ongevraagd te adviseren over:
- a. de kwaliteit en de uitvoering van de beroepsopleiding advocaten;
- b. de beroepsopleiding advocaten, waaronder in ieder geval de eindtermen.
Artikel 2.19c. Benoeming leden adviescommissie beroepsopleiding advocaten
De algemene raad benoemt de leden van de adviescommissie beroepsopleiding advocaten voor een periode van ten hoogste vier jaar.
Bij de benoeming draagt de algemene raad er zorg voor dat in ieder geval:
- a. ten minste drie leden advocaat zijn;
- b. ten minste drie leden afkomstig zijn uit het wetenschappelijk onderwijs;
- c. één lid afkomstig is per organisatie, bedoeld in de artikelen 3.24 en 3.25;
- d. ten minste twee leden uit de rechterlijke macht.
Een lid kan eenmaal worden herbenoemd.
Artikel 2.19d. Werkwijze adviescommissie beroepsopleiding advocaten
De algemene raad wijst uit de leden een voorzitter aan.
De adviescommissie beroepsopleiding advocaten stelt haar werkwijze vast in overleg met de algemene raad.
Afdeling 2.2. Inkomsten en uitgaven
Paragraaf 2.2.1. Bijdragen aan de Nederlandse orde van advocaten
Paragraaf 2.2.2. Opleidings- en examengelden
Paragraaf 2.2.3. Vacatiegelden en kostenvergoedingen
Paragraaf 2.2.4. Subsidie ondersteuning tuchtcolleges
Afdeling 2.3. Arbeidsvoorwaarden medewerkers college van toezicht
Hoofdstuk 3. Stage
Afdeling 3.1. Stage
Paragraaf 3.1.2. Goedkeuring stage en patroon
Paragraaf 3.1.4. Verplichtingen patroon
Afdeling 3.2. Beroepsopleiding advocaten
Artikel 3.22a
De algemene raad stelt een kwaliteits- en accreditatiekader vast voor de onderwijsaanbieders die de beroepsopleiding advocaten of onderdelen daarvan verzorgen. Het kwaliteits- en accreditatiekader omvat regels over:
- a. de beoordeling van bestaande onderwijsaanbieders;
- b. de accreditatie van nieuwe onderwijsaanbieders;
- c. beoordelingsstandaarden.
Afdeling 3.3. Organisatie beroepsopleiding advocaten
Afdeling 3.4. Accreditatie beroepsopleiding advocaten
Hoofdstuk 4. Vakbekwaamheid van de advocaat
Afdeling 4.1. Vakbekwaamheid
Paragraaf 4.1.1. Algemeen
Paragraaf 4.1.2. Professionele kennis en kunde
Afdeling 4.2. Vakbekwaamheidseisen cassatie
Paragraaf 4.2.1. Verkrijgen hoedanigheid ‘advocaat bij de Hoge Raad’ in burgerlijke zaken
Paragraaf 4.2.2. Behouden hoedanigheid ‘advocaat bij de Hoge Raad’ in burgerlijke zaken
Paragraaf 4.2.3. Verliezen hoedanigheid ‘advocaat bij de Hoge Raad’ in burgerlijke zaken
Hoofdstuk 5. Praktijkstructuren
Hoofdstuk 6. Kantoororganisatie
Afdeling 6.2. Administratie
Afdeling 6.3. Geheimhoudernummers
Paragraaf 6.3.1. Doel registreren geheimhoudernummers
Paragraaf 6.3.2. Verstrekking geheimhoudernummers
Afdeling 6.4. Advocatenpas en authenticatiemiddel
Paragraaf 6.5.1. Derdengelden
Paragraaf 6.5.1. Derdengelden
Afdeling 6.6. Beroepsaansprakelijkheid
Hoofdstuk 7. Relatie advocaat – cliënt
Afdeling 7.3. Cassatieadvies civiel
Paragraaf 7.4.1. Verbod op resultaatgerelateerd honorarium
Paragraaf 7.4.2. Incassotarief
Paragraaf 7.4.1. Verbod op resultaatgerelateerd honorarium
Hoofdstuk 9. Overgangsrecht
Afdeling 9.2. Samenwerking
Afdeling 9.2a. Cassatie in burgerlijke zaken
Hoofdstuk 10. Slotbepalingen
Paragraaf 5.5.1. Bescherming kernwaarden bij dienstverbanden
Artikel 5.16. Experiment en voorwaarden deelname
In afwijking van artikel 5.11, eerste lid, kan de advocaat in dienst van een werkgever als bedoeld in artikel 5.9, aanhef en onderdeel e, in die hoedanigheid ook optreden voor niet bij die werkgever verzekerden, indien:
- a. het gezag over die advocaat wordt uitgeoefend door een werkgever, waarvan de meerderheid van de leden van het bestuur en de voorzitter daarvan, advocaat is;
- b. in voorkomend geval een meerderheid van de aandelen van de werkgever worden gehouden door een andere rechtspersoon, de meerderheid van de leden van het bestuur en de voorzitter daarvan, advocaat is; en
- c. diens werkgever zich voorafgaand als deelnemer aan het experiment bij de algemene raad heeft gemeld en daarbij alle noodzakelijke gegevens over de nakoming van de voorwaarden overlegt.
Als lid van het bestuur heeft tevens te gelden een rechtspersoon waarvan de meerderheid van de leden en de voorzitter daarvan, advocaat is.
Artikel 5.17. Informeren ten behoeve van de evaluatie
De advocaat in dienst van een aan het experiment deelnemende werkgever verstrekt ten behoeve van de evaluatie jaarlijks aan de algemene raad geaggregeerde en geanonimiseerde gegevens over:
- a. het door de advocaat behandelde aantal zaken in een kalenderjaar met een uitsplitsing tussen verzekerden en niet-verzekerde cliënten;
- b. de wijze waarop de kernwaarden van de advocaten in dienst zijn gewaarborgd; en
- c. eventuele tussentijdse wijzigingen in de nakoming van de voorwaarden, bedoeld in artikel 5.16.
Hoofdstuk 6. Kantoororganisatie
Afdeling 6.3. Geheimhoudernummers
Paragraaf 6.3.1. Doel registreren geheimhoudernummers
Paragraaf 6.5.2. Stichting derdengelden
Afdeling 6.10. Tableau
Paragraaf 7.4.2. Incassotarief
Paragraaf 7.4.3. Letsel- en overlijdensschadezaken
Hoofdstuk 9. Overgangsrecht
Afdeling 9.1. Stage
Afdeling 9.2. Samenwerking
Afdeling 9.2a. Cassatie in burgerlijke zaken
Hoofdstuk 10. Slotbepalingen
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)