← Geldende tekst · Geschiedenis

Regeling van de Staatssecretaris van Financiën van 30 december 2014, nr. IZV 2014/715M, tot wijziging van enige uitvoeringsregelingen inzake de fiscaliteit en douane alsmede van de Wet op de accijns

Geldende tekst a fecha 2015-01-01
Artikel I

Wijzigt de Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001.

Artikel II

Wijzigt de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2011.

Artikel III

Wijzigt de Regeling gegevensuitvraag loonaangifte.

Artikel IV

Wijzigt de Uitvoeringsbeschikking vennootschapsbelasting 1971.

Artikel V

Wijzigt de Uitvoeringsregeling schenk- en erfbelasting.

Artikel VI

Wijzigt de Uitvoeringsbeschikking omzetbelasting 1968.

Artikel VII

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Artikel VIII

Wijzigt de Uitvoeringsregeling accijns.

Artikel IX

Wijzigt de Uitvoeringsregeling verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken.

Artikel IXa

Wijzigt het Algemeen douanebesluit.

Artikel X

Wijzigt de Algemene douaneregeling.

Artikel XI

Wijzigt de Uitvoeringsregeling belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992.

Artikel XII

Wijzigt de Uitvoeringsregeling belastingen op milieugrondslag.

Artikel XIII

Wijzigt de Uitvoeringsregeling Algemene wet inzake rijksbelastingen 1994.

Artikel XIV

Wijzigt de Uitvoeringsregeling Belastingdienst 2003.

Artikel XV

Wijzigt de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990.

Artikel XVI

Wijzigt de Uitvoeringsregeling Belastingwet BES.

Artikel XVII

Voor overeenkomsten tot het verlenen van diensten inzake het adviseren en ondersteunen van paritaire organisaties die zijn gesloten voor 1 januari 2015, blijft artikel 9a van de Uitvoeringsbeschikking omzetbelasting 1968, zoals dat op 31 december 2014 luidde, van toepassing tot en met 31 december 2017.

Artikel XVIII

Artikel 20, vierde lid, van de Uitvoeringsregeling Algemene wet inzake rijksbelastingen 1994 is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot een pseudo-eindheffing als bedoeld in artikel 32bc van de Wet op de loonbelasting 1964, zoals dat op 31 december 2014 luidde, over een tijdvak dat vóór 1 januari 2015 is geëindigd.

Artikel XIX

Tot 1 januari 2016 wordt de maximale aanspraak op het kindgebonden budget, bedoeld in artikel 15, eerste lid, onderdeel g, van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990, voor de alleenstaande ouder op wie het overgangsrecht, bedoeld in artikel XII, tweede lid, van de Wet hervorming kindregelingen, van toepassing is, vermeerderd met de verhoging van het kindgebonden budget, bedoeld in artikel 2, zesde lid, van de Wet op het kindgebonden budget.

Artikel XX

In afwijking van artikel 4.1, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling Belastingwet BES wordt een melding als bedoeld in dat lid met betrekking tot wijzigingen van een onroerende zaak die zich in 2013 hebben voorgedaan geacht binnen de termijn, bedoeld in de tweede volzin van dat lid, te zijn gedaan indien de melding in 2015 wordt gedaan.

Artikel XXI

Met betrekking tot een belastingaanslag inkomstenbelasting over het kalenderjaar 2014 waarvan het aanslagbiljet een dagtekening heeft die ligt in de periode die aanvangt op 1 mei 2015 en eindigt op 30 juni 2016 wordt geen invorderingsrente in rekening gebracht voor zover de betaling plaatsvindt uiterlijk 4 maanden na het verstrijken van de voor deze belastingaanslag geldende betalingstermijn.

Artikel XXII
1.

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2015, met dien verstande dat:

2.

In afwijking van het eerste lid treden artikel VII en artikel X, onderdeel I, met ingang van 1 april 2015 in werking.

3.

In afwijking van het eerste lid treedt artikel II, onderdeel F, met ingang van 1 januari 2016 in werking.

Handelende wat artikel 3.13 van de Wet inkomstenbelasting 2001 betreft in overeenstemming met de Minister van Infrastructuur en Milieu;

Handelende wat artikel 13 van de Wet op de loonbelasting 1964 betreft in overeenstemming met de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

Gelet op de artikelen 3.13, 3.22, 3.104, 3.133, 5.16a, 5.17f, 6.17 en 6.18 van de Wet inkomstenbelasting 2001, de artikelen 13, 28a, 31a en 32 van de Wet op de loonbelasting 1964, artikel 9 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969, artikel 33 van de Successiewet 1956, de artikelen 7, 9 en 23 van de Wet op de omzetbelasting 1968, de artikelen 4, 9 en 13 van het Uitvoeringsbesluit omzetbelasting 1968, de artikelen 2:1, 6:1, 6:3 en 9:6a van de Algemene douanewet, artikel 3:2 van het Algemeen douanebesluit, de artikelen 36, 37, 40, 63, 64, 71, 71b en 78 van de Wet op de accijns, artikel 14 van de Wet op de verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken in samenhang met artikel 40 van de Wet op de accijns, artikel 10 van de Wet op de belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992, de artikelen 23,31b, 50, 59, 59a en 71 van de Wet belastingen op milieugrondslag, de artikelen 3, 5b en 8 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de artikelen 19, 26 en 69 van de Invorderingswet 1990 en artikel 4.8 van de Belastingwet BES;

Besluit:

Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.