Circulaire bijzondere opsporingsgelden

Type Circulaire
Publication 2015-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Houdende regels van de Minister van Veiligheid en Justitie inzake het toekennen en beschikbaar stellen van gelden ten behoeve van de financiële beloning van informanten, burgerinfiltranten, burgerpseudokopers, burgerpseudodienstverleners, burgers met wie een overeenkomst ex artikel 126v of 126zt Wetboek van Strafvordering is afgesloten en tipgevers, alsmede voor het toekennen en beschikbaar stellen van toon-, pseudokoop-, opkoop- en andere bijzondere gelden ter ondersteuning van de opsporing.

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze Circulaire wordt verstaan onder:

Artikel 2. Soorten toe te kennen bijzondere opsporingsgelden
1.

Op verzoek van de betrokken hoofdofficier van justitie kan de Minister van Veiligheid en Justitie op grond van deze circulaire de volgende gelden toekennen:

2.

Onkosten- en uurvergoedingen, als bedoeld in artikel 1, onder h en schadevergoedingen, als bedoeld in artikel 1, onder i, worden in beginsel uit de financiële middelen van de betrokken opsporingsdienst betaald. In bijzondere gevallen kan de Minister van Veiligheid en Justitie, op verzoek van de betrokken hoofdofficier van justitie, echter besluiten een onkosten-, uur- of schadevergoeding toe te kennen.

3.

In het belang van de opsporing van een ernstig misdrijf of de voorkoming daarvan, of indien andere zwaarwichtige redenen in het kader van de opsporing daartoe aanleiding geven, kan de Minister van Veiligheid en Justitie onder nader te stellen voorwaarden, op verzoek van de betrokken hoofdofficier van justitie, ook in andere gevallen dan genoemd in het eerste en tweede lid, bijzondere gelden toekennen.

Artikel 3. Centrale registratie en jaaroverzicht bijzondere opsporingsgelden
1.

Het Team Nationale Criminele Inlichtingen (TNCI) van de Landelijke Eenheid verwerkt in een doorlopend systeem alle tipgeldzaken waarbij het in het kader van de uitvoering van deze circulaire betrokken is geweest.

2.

Jaarlijks, in de maand maart, zendt de politiechef van de Landelijke Eenheid, door tussenkomst van de hoofdofficier van justitie van het Landelijk Parket, aan de Minister van Veiligheid en Justitie een overzicht van de zaken waarin in het voorafgaande kalenderjaar tipgeld is toegekend.

Dit overzicht bevat, uitgesplitst per opsporingsdienst:

Het jaaroverzicht bevat voorts het aantal en de soort zaken (met vermelding van de bedragen), waarin de Landelijke Eenheid bij de uitvoering van toongeld-, pseudokoopgeld- of opkoopgeldzaken, dan wel zaken als bedoeld in artikel 2, derde lid, een adviserende, ondersteunende of uitvoerende rol heeft gespeeld.

Daarnaast worden in dit overzicht gegevens opgenomen over de uitgeloofde beloningen. In het jaaroverzicht worden geen gegevens vermeld die herleidbaar zijn tot concrete zaken of personen.

De hoofdofficier van justitie van het Landelijk Parket zendt een exemplaar van dit jaaroverzicht ter kennisneming aan de voorzitter van het College van procureurs-generaal.

Artikel 4. Geen toekenning of beschikbaarstelling van tipgeld

Onverminderd de overige voorwaarden die in deze circulaire aan de toekenning of beschikbaarstelling zijn gesteld, wordt geen tipgeld toegekend of beschikbaar gesteld indien:

Artikel 5. Financiële beloning van informanten door derden
1.

In het geval met betrekking tot een Nederlands strafrechtelijk onderzoek een derde een financiële beloning ten behoeve van een informant in het vooruitzicht heeft gesteld of aan de desbetreffende opsporingsdienst heeft uitbetaald, wordt in beginsel door de Minister van Veiligheid en Justitie geen tipgeld meer beschikbaar gesteld.

2.

In het geval de door een derde ten behoeve van een informant in het vooruitzicht gestelde of betaalde financiële beloning meer dan € 275 lager ligt dan de financiële beloning die in het concrete geval door de Minister van Veiligheid en Justitie zou zijn toegekend, kan een informant, in afwijking van het bepaalde in het eerste lid, ter aanvulling tot het gebruikelijke bedrag, tipgeld worden toegekend.

Artikel 6. Geen toekenning of beschikbaarstelling van een beloning

Onverminderd de overige voorwaarden die in deze regeling aan de toekenning of beschikbaarstelling zijn gesteld, wordt geen beloning toegekend of beschikbaar gesteld indien:

Artikel 7. Verplicht volgen aanvraagprocedures

Aanvragen voor de toekenning en beschikbaarstelling van de gelden, genoemd in artikel 2 van deze circulaire, worden afgehandeld overeenkomstig de procedure zoals voor het betreffende geval in de instructie van het Openbaar Ministerie is voorgeschreven.

Artikel 8. Verzoek tot herziening van een beslissing
1.

Indien (voor een deel) een afwijzende beslissing is genomen op een op grond van deze circulaire gedaan verzoek, kan de betrokken hoofdofficier van justitie de Minister van Veiligheid en Justitie, door tussenkomst van de aangewezen ambtenaar van het Landelijk Parket en uiterlijk binnen zes weken na het bekend worden van de beslissing, verzoeken een nieuwe beslissing te nemen.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.