Regeling van de Minister van Economische Zaken van 26 februari 2015, nr. WJZ/15030714, houdende regels inzake het gebruik van frequentieruimte zonder vergunning met meldingsplicht en wijziging van de Examenregeling frequentiegebruik 2008 (Regeling gebruik van frequentieruimte met meldingsplicht 2015)

Type Ministeriële regeling
Publication 2024-06-20
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 3.9 van de Telecommunicatiewet, alsmede de artikelen 3 tot en met 5, van het Frequentiebesluit 2013;

Besluit:

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2

De artikelen 3 tot en met 10 zijn van toepassing op gebruik van frequentieruimte zonder vergunning als bedoeld in de artikelen 3 tot en met 5 van het besluit, met uitzondering van maritiem mobiele communicatie vanaf het land.

Artikel 3

Een rechtspersoon kan slechts gebruik maken van frequentieruimte die ingevolge het frequentieplan de bestemming ‘amateur´ of ‘amateursatelliet´ heeft, indien het betreft:

Artikel 4
1.

Degene die een radioapparaat bedient ten behoeve van maritiem mobiele communicatie beschikt over een certificaat van bediening als bedoeld in artikel 12 van de Examenregeling frequentiegebruik 2008, dat geldig is voor het desbetreffende frequentiegebruik overeenkomstig het bepaalde in bijlage 2, en heeft een leeftijd van ten minste zestien jaren.

2.

De radiozendamateur die een radioapparaat bedient, heeft met goed gevolg een examen als bedoeld in artikel 7 van de Examenregeling frequentiegebruik 2008 afgelegd, dat geldig is voor het desbetreffende frequentiegebruik overeenkomstig het bepaalde in bijlage 1.

3.

In afwijking van het eerste en het tweede lid kan een persoon die niet voldoet aan de desbetreffende voorwaarde een radioapparaat bedienen indien de bediening plaatsvindt in directe aanwezigheid en onder verantwoordelijkheid van een persoon die wel aan deze voorwaarde voldoet.

Artikel 5
1.

De melding, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van het besluit, wordt gedaan bij de Minister, met gebruikmaking van een door hem ter beschikking gesteld middel.

2.

Bij de melding worden in elk geval de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

3.

De melding kan, met uitzondering van de melding, bedoeld in artikel 6, tweede lid, onderdeel c, langs elektronische weg worden gedaan met gebruikmaking van een daartoe strekkend elektronisch formulier en de in het vierde lid bedoelde persoonlijke code of DigiD-code.

4.

Degene die voor de eerste maal een melding langs elektronische weg doet en die niet eerder een melding voor het gebruik van frequentieruimte langs elektronische weg heeft gedaan, geeft daarbij een DigiD-code of persoonlijke code op. De persoonlijke code wordt na aanvraag door middel van een daartoe strekkend formulier verstrekt aan de aanvrager.

5.

Indien als gevolg van gewijzigde omstandigheden de gegevens die bij de melding zijn verstrekt niet langer overeenkomen met de feitelijke situatie, doet degene die de melding heeft gedaan bij de Minister een nieuwe melding van de actuele gegevens. Het derde en vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing.

Artikel 6
1.

De Minister registreert het voorgenomen frequentiegebruik overeenkomstig de melding tenzij niet wordt voldaan aan de artikelen 2 tot en met 5 en 7, en bericht hierover degene die de melding heeft gedaan, onder verstrekking van een bewijs van registratie aan degene wiens melding is geregistreerd. Een registratie kan door de Minister worden geweigerd voor zover een eerdere registratie is doorgehaald wegens overtreding van bij of krachtens de wet gestelde regels.

2.

Onverminderd het eerste lid registreert de Minister het voorgenomen frequentiegebruik ten behoeve van maritiem mobiele communicatie aan boord van een schip uitsluitend voor gebruik aan boord van:

3.

Voor zover vereist op grond van het Radioreglement wordt bij de registratie een combinatie van letters of cijfers toegekend met het oog op de identificatie van het radiostation.

4.

Degene die op grond van de melding als frequentiegebruiker geregistreerd is, draagt er voor zorg dat indien het geregistreerde radioapparaat door een ander wordt bediend, daarbij de in deze regeling bepaalde voorschriften worden nageleefd.

5.

De Minister haalt de registratie door op verzoek van de betrokkene of indien is vastgesteld dat de betrokkene niet langer gebruik maakt van de frequentieruimte. De Minister kan de registratie doorhalen indien niet wordt voldaan aan de artikelen 2 tot en met 10, of indien de betrokkene de verschuldigde vergoeding voor de registratie niet heeft voldaan. De Minister bericht de betrokkene over de doorhaling.

Artikel 7

Bij het gebruik van frequentieruimte wordt voldaan aan de beperkingen en voorschriften ten aanzien van de beschikbare frequentieruimte, de toepassingen, het zendvermogen en de bekwaamheid die:

Artikel 8
1.

Bij gebruik van frequentieruimte als bedoeld in artikel 7 wordt voorts voldaan aan de volgende voorschriften:

Artikel 9
1.

Bij gebruik van frequentieruimte met de bestemming ‘maritiem mobiele communicatie’ aan boord van een schip is het radioapparaat dat aan boord van het schip gebruikt wordt, geregistreerd voor gebruik aan boord van dat schip en wordt, onverlet artikel 8, voldaan aan de volgende voorschriften:

Artikel 10
1.

Bij gebruik van frequentieruimte met de bestemming ‘amateur´ of ‘amateursatelliet´ wordt, onverlet artikel 8, voldaan aan de volgende voorschriften:

2.

Voor gezamenlijk gebruik van frequentieruimte ten dienste van radiozendamateurs tijdens groepsevenementen gelden de volgende voorschriften:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.