← Geldende tekst · Geschiedenis

Regeling van de Minister van Economische Zaken van 26 februari 2015, nr. WJZ/15030700, houdende regels inzake het gebruik van frequentieruimte zonder vergunning en zonder meldingsplicht en intrekking van de Regeling gebruik van frequentieruimte zonder vergunning 2008 (Regeling gebruik van frequentieruimte zonder vergunning en zonder meldingsplicht 2015)

Geldende tekst a fecha 2015-03-05

Gelet op artikel 3.9, onderdelen a tot en met c, van de Telecommunicatiewet, alsmede artikel 2, eerste en derde lid, van het Frequentiebesluit 2013;

Besluit:

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2
1.

Geen vergunning is vereist voor gebruik van frequentieruimte als bedoeld in artikel 2 van het besluit indien daarbij gebruik wordt gemaakt van de in het tweede lid aangewezen categorieën van radiozendapparaten.

2.

Als categorieën radiozendapparaten worden aangewezen:

3.

De aanwijzing, bedoeld in het eerste lid, heeft slechts betrekking op apparaten die voldoen aan het bij of krachtens het Besluit randapparaten en radioapparaten 2007 bepaalde.

Artikel 3

Bij gebruik van frequentieruimte wordt voldaan aan de volgende voorschriften:

Artikel 4

De Regeling gebruik van frequentieruimte zonder vergunning 2008 wordt ingetrokken.

Artikel 5

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 6

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling gebruik van frequentieruimte zonder vergunning en zonder meldingsplicht 2015.

Bijlagen

Bijlage 1, behorend bij artikel 2, tweede lid, onder c

(Zie voor een goed begrip van de tabellen het aanhangsel bij de bijlagen 1 tot en met 12)

Subcategorie 1. : Radiozendapparaten bestemd voor koordloze telefonie

Subcategorie 2. : Radiozendapparaten bestemd voor DECT

Bijlage 2: behorend bij artikel 2, tweede lid, onder d

Mobiel elektronisch communicatienetwerk met laag vermogen

(Zie voor een goed begrip van de tabellen het aanhangsel bij de bijlagen 1 tot en met 12)

Bijlage 3. Behorend bij artikel 2, tweede lid, onder e

Radiozendapparaten bestemd voor CB

(Zie voor een goed begrip van de tabellen het aanhangsel bij de bijlagen 1 tot en met 12)

Bijlage 4, behorend bij artikel 2, tweede lid, onder h

Radiozendapparaten bestemd voor PMR446

(Zie voor een goed begrip van de tabellen het aanhangsel bij de bijlagen 1 tot en met 12)

Bijlage 5, behorend bij artikel 2, tweede lid, onder i

Radiozendapparaten bestemd voor satellietgrondstations, zijnde LEST, HEST of VSAT

(Zie voor een goed begrip van de tabellen het aanhangsel bij de bijlagen 1 tot en met 12)

Bijlage 6. Behorend bij artikel 2, tweede lid, onder j

Radiozendapparaten bestemd voor een mobiel elektronisch communicatienetwerk aan boord van luchtvaartuigen (basisstations)

(Zie voor een goed begrip van de tabellen het aanhangsel bij de bijlagen 1 tot en met 12)

Bijlage 7, behorend bij artikel 2, tweede lid, onder k

Radiozendapparaten die onderdeel uitmaken van, dan wel bestemd zijn voor aansluiting op, een mobiel elektronisch communicatienetwerk (basisstation) aan boord van schepen

(Zie voor een goed begrip van de tabellen het aanhangsel bij de bijlagen 1 tot en met 12)

Bijlage 8, behorend bij artikel 2, tweede lid, onder l

Radiozendapparaten bestemd voor vaste verbindingen over korte afstand

(Zie voor een goed begrip van de tabellen het aanhangsel bij de bijlagen 1 tot en met 12)

Bijlage 9, behorend bij artikel 2, tweede lid, onder m

Radiozendapparaten bestemd voor aansluiting op een elektronisch communicatienetwerk dat gebruik maakt van frequentieruimte in de band 2500 – 2690 MHz, voor zover voor het gebruik van de door dat netwerk gebruikte frequentieruimte een vergunning is verleend

(Zie voor een goed begrip van de tabellen het aanhangsel bij de bijlagen 1 tot en met 12)

Bijlage 10, behorend bij artikel 2, tweede lid, onder n

Radiozendapparaten bestemd voor Maritiem mobiel gebruik

(Zie voor een goed begrip van de tabellen het aanhangsel bij de bijlagen 1 tot en met 12)

Bijlage 11, behorend bij artikel 2, tweede lid, onder o

Korteafstandapparatuur

(Zie voor een goed begrip van de tabellen het aanhangsel bij de bijlagen 1 tot en met 12)

Subcategorie 1. : Radiozendapparaten bestemd voor telemetrie, telecommand, alarmering, data in het algemeen en andere soortgelijke toepassingen (Non specific SRD)

Subcategorie 2. : Radiozendapparaten bestemd voor breedbanddata transmissieapparatuur

Subcategorie 3. : Radiozendapparaten bestemd voor telematica-apparatuur voor vervoer en verkeer

Subcategorie 4. : Radiozendapparaten bestemd voor radiodeterminatie en signalering

Subcategorie 5. : Radiozendapparten bestemd voor alarmering

Subcategorie 6. : Radiozendapparaten bestemd voor Sociale alarmering

Subcategorie 7. : Radiozendapparaten bestemd voor actieve medische implantaten en bijbehorende perifere apparatuur

Subcategorie 8. : Radiozendapparaten bestemd voor laagvermogen draadloze audioverbindingen

Subcategorie 9. : Radiozendapparaten bestemd voor hulpmiddelen voor slechthorenden

Subcategorie 10. : Radiozendapparaten bestemd voor oproepsystemen

Subcategorie 11. : Radiozendapparaten bestemd voor modelbesturing

Subcategorie 12. : Radiozendapparaten bestemd voor inductieve apparatuur

Subcategorie 13. : Radiozendapparaten bestemd voor identificatie toepassingen (RFID)

Subcategorie 14. : Radiozendapparaten bestemd voor meteruitlezing

Bijlage 12, behorend bij artikel 2, tweede lid, onder p

(Zie voor een goed begrip van de tabellen het aanhangsel bij de bijlagen 1 tot en met 12)

Subcategorie 1. Generiek UWB-gebruik

Subcategorie 2. Locatiebepalingssystemen type 1 (LT1)

Subcategorie 3. In voertuigen en spoorwegvoertuigen geïnstalleerde UWB-apparatuur

Subcategorie 4. Uwb aan boord van vliegtuigen

De onderstaande tabel bevat de waarden voor de maximale gemiddelde spectrale vermogensdichtheid (e.i.r.p.) en het maximaal piekvermogen (e.i.r.p.) voor korteafstandapparatuur (Short Range Devices, SRD) die gebruikmaken van ultrabreedbandtechnologie (UWB), met of zonder gebruik van mitigatietechnieken.

Subcategorie 5. Materiaal detectieapparatuur die gebruikmaakt van UWB-technologie

5.1. Materiaaldetectieapparatuur

In het kader van deze beschikking toegestane materiaaldetectieapparatuur voldoet aan de volgende vereisten:

Emissies die worden uitgestraald door in het kader van deze beschikking toegestane materiaaldetectieapparatuur dienen tot een minimum te zijn beperkt en mogen in geen geval de in de onderstaande tabel vastgelegde e.i.r.p.-dichtheidsgrenswaarden overschrijden. De naleving van de in de onderstaande tabel vastgelegde grenswaarden voor niet-vaste installaties (toepassing B) moet worden gewaarborgd bij gebruik van de apparatuur op een representatieve structuur die uit het te onderzoeken materiaal bestaat (bijvoorbeeld een representatieve muur als bepaald in ETSI En 302 435-1 of ETSI EN 302 498-1).

5.2 Apparatuur voor de analyse van bouwmaterialen (BMA-apparatuur)

Subcategorie 6. Tankniveau-sondering radar (TLPR)

Subcategorie 7. Grond- en muur indringende radar

Subcategorie 8. Industriële niveau meetradar (Level Probing Radar: LPR)

Aanhangsel bij de bijlagen 1 tot en met 12

Opmerkingen bij de tabellen

Kanaalindeling

Kanaalbreedte

Duty-cycle

De duty-cycle is gedefinieerd als de verhouding, uitgedrukt in een percentage, tussen de maximale uitzendtijd op 1 of meer frequenties relatief ten opzichte van een periode van 1 uur.

Indien erg geen duty-cycle is genoemd dan is iedere duty-cycle mogelijk.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.