← Geldende tekst · Geschiedenis

Regeling van de Minister van Economische Zaken van 26 februari 2015, nr. WJZ/15030700, houdende regels inzake het gebruik van frequentieruimte zonder vergunning en zonder meldingsplicht en intrekking van de Regeling gebruik van frequentieruimte zonder vergunning 2008 (Regeling gebruik van frequentieruimte zonder vergunning en zonder meldingsplicht 2015)

Geldende tekst a fecha 2016-12-28

Gelet op artikel 3.9, onderdelen a tot en met c, van de Telecommunicatiewet, alsmede artikel 2, eerste en derde lid, van het Frequentiebesluit 2013;

Besluit:

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2
1.

Geen vergunning is vereist voor gebruik van frequentieruimte als bedoeld in artikel 2 van het besluit indien daarbij gebruik wordt gemaakt van de in het tweede lid aangewezen categorieën van radioapparaten.

2.

Als categorieën radioapparaten worden aangewezen:

3.

De aanwijzing, bedoeld in het eerste lid, heeft slechts betrekking op radioapparaten die voldoen aan het bij of krachtens het Besluit radioapparaten 2016 bepaalde.

Artikel 3

Bij gebruik van frequentieruimte wordt voldaan aan de volgende voorschriften:

Artikel 4

De Regeling gebruik van frequentieruimte zonder vergunning 2008 wordt ingetrokken.

Artikel 5

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 6

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling gebruik van frequentieruimte zonder vergunning en zonder meldingsplicht 2015.

Bijlagen

Bijlage 1, behorend bij artikel 2, tweede lid, onder c

(Zie voor een goed begrip van de tabellen het aanhangsel bij de bijlagen 1 tot en met 12)

Subcategorie 1. : radioapparaten bestemd voor koordloze telefonie

Subcategorie 2. : radioapparaten bestemd voor DECT

Bijlage 2: behorend bij artikel 2, tweede lid, onder d

Mobiel elektronisch communicatienetwerk met laag vermogen

(Zie voor een goed begrip van de tabellen het aanhangsel bij de bijlagen 1 tot en met 12)

Bijlage 3. Behorend bij artikel 2, tweede lid, onder e

radioapparaten bestemd voor CB

(Zie voor een goed begrip van de tabellen het aanhangsel bij de bijlagen 1 tot en met 12)

Bijlage 4, behorend bij artikel 2, tweede lid, onder h

radioapparaten bestemd voor PMR446

(Zie voor een goed begrip van de tabellen het aanhangsel bij de bijlagen 1 tot en met 12)

Bijlage 5, behorend bij artikel 2, tweede lid, onder i

radioapparaten bestemd voor satellietgrondstations, zijnde LEST, HEST of VSAT

(Zie voor een goed begrip van de tabellen het aanhangsel bij de bijlagen 1 tot en met 12)

Bijlage 6. Behorend bij artikel 2, tweede lid, onder j

radioapparaten bestemd voor een mobiel elektronisch communicatienetwerk aan boord van luchtvaartuigen (basisstations)

(Zie voor een goed begrip van de tabellen het aanhangsel bij de bijlagen 1 tot en met 12)

Bijlage 7, behorend bij artikel 2, tweede lid, onder k

radioapparaten die onderdeel uitmaken van, dan wel bestemd zijn voor aansluiting op, een mobiel elektronisch communicatienetwerk (basisstation) aan boord van schepen

(Zie voor een goed begrip van de tabellen het aanhangsel bij de bijlagen 1 tot en met 12)

Bijlage 8, behorend bij artikel 2, tweede lid, onder l

radioapparaten bestemd voor vaste verbindingen over korte afstand

(Zie voor een goed begrip van de tabellen het aanhangsel bij de bijlagen 1 tot en met 12)

Bijlage 9, behorend bij artikel 2, tweede lid, onder m

radioapparaten bestemd voor aansluiting op een elektronisch communicatienetwerk dat gebruik maakt van frequentieruimte in de band 2500 – 2690 MHz, voor zover voor het gebruik van de door dat netwerk gebruikte frequentieruimte een vergunning is verleend

(Zie voor een goed begrip van de tabellen het aanhangsel bij de bijlagen 1 tot en met 12)

Bijlage 10, behorend bij artikel 2, tweede lid, onder n

radioapparaten bestemd voor Maritiem mobiel gebruik

(Zie voor een goed begrip van de tabellen het aanhangsel bij de bijlagen 1 tot en met 12)

Bijlage 11, behorend bij artikel 2, tweede lid, onder o

Korteafstandapparatuur

(Zie voor een goed begrip van de tabellen het aanhangsel bij de bijlagen 1 tot en met 12)

Subcategorie 1. : radioapparaten bestemd voor telemetrie, telecommand, alarmering, data in het algemeen en andere soortgelijke toepassingen (Non specific SRD)

Subcategorie 2. : radioapparaten bestemd voor breedbanddata transmissieapparatuur

Subcategorie 3. : radioapparaten bestemd voor telematica-apparatuur voor vervoer en verkeer

Subcategorie 4. : radioapparaten bestemd voor radiodeterminatie en signalering

Subcategorie 5. : Radiozendapparten bestemd voor alarmering

Subcategorie 6. : radioapparaten bestemd voor Sociale alarmering

Subcategorie 7. : radioapparaten bestemd voor actieve medische implantaten en bijbehorende perifere apparatuur

Subcategorie 8. : radioapparaten bestemd voor laagvermogen draadloze audioverbindingen

Subcategorie 9. : radioapparaten bestemd voor hulpmiddelen voor slechthorenden

Subcategorie 10. : radioapparaten bestemd voor oproepsystemen

Subcategorie 11. : radioapparaten bestemd voor modelbesturing

Subcategorie 12. : radioapparaten bestemd voor inductieve apparatuur

Subcategorie 13. : radioapparaten bestemd voor identificatie toepassingen (RFID)

Subcategorie 14. : radioapparaten bestemd voor meteruitlezing

Bijlage 12, behorend bij artikel 2, tweede lid, onder p

(Zie voor een goed begrip van de tabellen het aanhangsel bij de bijlagen 1 tot en met 12)

Subcategorie 1. Generiek UWB-gebruik

Subcategorie 2. Locatiebepalingssystemen type 1 (LT1)

Subcategorie 3. In voertuigen en spoorwegvoertuigen geïnstalleerde UWB-apparatuur

Subcategorie 2. Locatiebepalingssystemen type 1 (LT1)

(1) De ‘detect and avoid’-mitigatietechniek (DAA) en de bijbehorende grenswaarden zijn vastgelegd in ETSI-norm EN 302 065-2

Subcategorie 3. In voertuigen en spoorwegvoertuigen geïnstalleerde UWB-apparatuur

5.1. Materiaaldetectieapparatuur

(2) De ‘detect and avoid’-mitigatietechniek (DAA) en de bijbehorende grenswaarden zijn vastgelegd in ETSI-norm EN 302 065-3.

(3) De ‘transmit power control’-mitigatietechniek (TPC) en de bijbehorende grenswaarden zijn vastgelegd in ETSI-norm EN 302 065-3.

5.2 Apparatuur voor de analyse van bouwmaterialen (BMA-apparatuur)

Subcategorie 4. Uwb aan boord van vliegtuigen

Subcategorie 7. Grond- en muur indringende radar

Subcategorie 8. Industriële niveau meetradar (Level Probing Radar: LPR)

Aanhangsel bij de bijlagen 1 tot en met 12

Opmerkingen bij de tabellen

Subcategorie 5. Materiaal detectieapparatuur die gebruikmaakt van UWB-technologie

5.1. Materiaaldetectieapparatuur

Duty-cycle

Emissies die worden uitgestraald door in het kader van deze beschikking toegestane materiaaldetectieapparatuur dienen tot een minimum te zijn beperkt en mogen in geen geval de in de onderstaande tabel vastgelegde e.i.r.p.-dichtheidsgrenswaarden overschrijden. De naleving van de in de onderstaande tabel vastgelegde grenswaarden voor niet-vaste installaties (toepassing B) moet worden gewaarborgd bij gebruik van de apparatuur op een representatieve structuur die uit het te onderzoeken materiaal bestaat (bijvoorbeeld een representatieve muur als bepaald in ETSI En 302 435-1 of ETSI EN 302 498-1).

Het piekvermogen (in dBm) gemeten binnen een bandbreedte van 50 MHz moet onder een grenswaarde liggen die wordt verkregen door een conversiefactor (25 dB) op te tellen bij de waarde ‘Maximale gemiddelde spectrale vermogensdichtheid’ (in dBm/MHz).

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

(1) Binnen de frequentieband 3,1 – 4,8 GHz. De ‘low duty cycle’-mitigatietechniek (LDC) en de bijbehorende grenswaarden zijn vastgelegd in ETSI-norm EN 302 065-1.

(2) Binnen de frequentieband 3,1–4,8 GHz en 8,5–9 GHz. De ‘detect and avoid’-mitigatietechniek (DAA) en de bijbehorende grenswaarden zijn vastgelegd in ETSI-norm EN 302 065-1.

(1) De ‘low duty cycle’-mitigatietechniek (LDC) en de bijbehorende grenswaarden zijn vastgelegd in ETSI-norm EN 302 065-3.

(4) De uitwendige grenswaarde (exterior limit, e.l.) ≤ -53,3 dBm/MHz is vereist. De uitwendige greswaarde is vastgelegd in ETSI-norm EN 302 065-3.

De onderstaande tabel bevat de waarden voor de maximale gemiddelde spectrale vermogensdichtheid (e.i.r.p.) en het maximaal piekvermogen (e.i.r.p.) voor korteafstandapparatuur (Short Range Devices, SRD) die gebruikmaken van ultrabreedbandtechnologie (UWB), met of zonder gebruik van mitigatietechnieken.

(1) Alternatieve mitigatietechnieken die gelijkwaardige bescherming bieden, zoals het gebruik van afgeschermde raampjes, zouden een oplossing kunnen zijn.

(2) Bescherming 7,25–7,75 GHz (Fixed Satellite Service, FSS) en 7,45–7,55 GHz (Meteorological Satellite, MetSat): –51,3-20*log10(10[km]/x[km])(dBm/MHz) voor hoogten boven de grond van meer dan 1.000 meter, waarbij x de hoogte van het vliegtuig boven de grond in kilometer is, en -71,3 dBm/MHz voor hoogten boven de grond van 1.000 meter of minder.

(3) Bescherming 7,75–7,9 GHz (Meteorological Satellite, MetSat): –44,3-20*log10(10[km]/x[km])(dBm/MHz) voor hoogten boven de grond van meer dan 1.000 m, waarbij x de hoogte van het vliegtuig boven de grond in kilometer is, en –64,3 dBm/MHz voor hoogten boven de grond van 1.000 m of minder.

In het kader van deze beschikking toegestane materiaaldetectieapparatuur voldoet aan de volgende vereisten:

(1) Apparatuur die gebruikmaakt van een LBT-mechanisme (Listen Before Talk) zoals bepaald in de

geharmoniseerde norm EN 302 498-2, mag gebruikmaken van de frequentiebereiken 2,5-2,69 GHz en

2,9-3,4 GHz met een maximale gemiddelde spectrale vermogensdichtheid van -50 dBm/MHz.

(2) Om radiodiensten te beschermen, moeten niet-vaste installaties (toepassing B) aan de volgende vereiste

voor de totale uitgestraalde spectrale vermogensdichtheid voldoen:

a)

in de frequentiebereiken 2,5-2,69 GHz en 4,8-5 GHz moet de totale uitgestraalde spectrale

vermogensdichtheid 10 dB minder dan de maximale gemiddelde spectrale vermogensdichtheid

bedragen;

b)

in het frequentiebereik 3,4-3,8 GHz moet de totale uitgestraalde spectrale vermogensdichtheid 5 dB

minder dan de maximale gemiddelde spectrale vermogensdichtheid bedragen.

(3) Beperking van de duty cycle tot 10% per seconde.

5.2 Apparatuur voor de analyse van bouwmaterialen (BMA-apparatuur)

(1) Apparatuur die gebruikmaakt van een LBT-mechanisme (Listen Before Talk) zoals bepaald in de geharmoniseerde norm EN 302 435-1 mag gebruikmaken van het frequentiebereik 1,215 – 1,73 GHz met een maximale gemiddelde spectrale vermogensdichtheid van -70 dBm/MHz en van de frequentiebereiken 2,5-2,69 GHz en 2,7-3,4 GHz met een maximale gemiddelde spectrale vermogensdichtheid van -50 dBm/MHz.

(2) Om de RAS-banden (Radio Astronomy Service) 2,69-2,7 GHz en 4,8-5 GHz te beschermen, moet de totale uitgestraalde spectrale vermogensdichtheid minder dan -65 dBm/MHz bedragen.

Subcategorie 6. Tankniveau-sondering radar (TLPR)

Subcategorie 7. Grond- en muur indringende radar

Subcategorie 8. Industriële niveau meetradar (Level Probing Radar: LPR)

(1) Automatische vermogensregeling en beperkingen ten aanzien van antennes en equivalente technieken om toegang te krijgen tot spectrum en om interferentie te beperken met een vermogen dat ten minste equivalent is aan dat van de technieken die zijn beschreven in de geharmoniseerde normen welke zijn vastgesteld in het kader van Richtlijn 1999/5/EG zijn verplicht.

(2) Voor de Radio Astronomie locatie Westerbork (52º55’01’ NB – 006º36’15’ OL) gelden de volgende extra beschermingseisen:

(a) Van 0 tot 4 km rondom Westerbork is de installatie van LPR apparatuur verboden;

(b) Van 4 tot 40 km rondom Westerbork is de antennehoogte van de LPR apparatuur beperkt tot 15 meter.

Aanhangsel bij de bijlagen 1 tot en met 12

Opmerkingen bij de tabellen

Kanaalindeling

Kanaalbreedte

Duty-cycle

De duty-cycle is gedefinieerd als de verhouding, uitgedrukt in een percentage, tussen de maximale uitzendtijd op 1 of meer frequenties relatief ten opzichte van een periode van 1 uur.

Indien erg geen duty-cycle is genoemd dan is iedere duty-cycle mogelijk.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.