Besluit van de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking van 19 maart 2015 nr. DSO/GA-83/15, tot vaststelling van beleidsregels voor subsidiëring op grond van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (SRGR Partnerschappen 2016–2020)

Type Ministeriële regeling
Publication 2015-05-05
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op de artikelen 6 en 7 van het Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken;

Gelet op artikel 5.1 van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006;

Besluit:

Artikel 1

Voor subsidieverlening op grond van artikel 5.1 van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 op het terrein van seksuele en reproductieve gezondheid en rechten aan Nederlandse rechtspersonen gelden voor de periode vanaf de inwerkingtreding van dit besluit tot en met 31 december 2020 de als bijlage bij dit besluit gevoegde beleidsregels.

Artikel 2

Aanvragen om in aanmerking te komen voor een partnerschap in het kader van SRGR partnerschappen 2016–2020 worden ingediend in de periode vanaf de inwerkingtreding van dit besluit tot 1 juni 2015, 12.00 uur aan de hand van het daartoe door de minister vastgestelde aanvraagformulier en voorzien van de op het aanvraagformulier gevraagde bescheiden.1Het aanvraagformulier is met de daarbij behorende annex ook geplaatst op http://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/subsidies-voor-ontwikkelingssamenwerking-en-europa/subsidies-maatschappelijke-organisaties

Artikel 3

De selectie van de SRGR partners vindt plaats op grond van een beoordeling overeenkomstig de maatstaven die in de bijlage bij dit besluit zijn neergelegd, met dien verstande dat uit alle aanvragen die voldoen aan de maatstaven, de aanvragen die het beste daaraan voldoen het eerst voor een SRGR partnerschap in aanmerking komen, binnen het raam van een evenwichtige spreiding als bedoeld in artikel 8, derde lid, sub d, van het Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken.

Artikel 4

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 januari 2021 met dien verstande dat het van toepassing blijft op subsidies die voor die datum zijn verleend.

Bijlage. SRGR Partnerschap Fonds

Een nieuw beleidskader voor SRGR voor de periode 2016–2020

1. Inleiding en achtergrond

Al meer dan twee decennia, sinds de International Conference on Population and Development van 1994 en de afspraken in VN-verband over de acht millenniumdoelen (2000–2015), behoort het terrein van seksuele en reproductieve gezondheid en rechten, inclusief hiv/aids (hieronder verder afgekort tot SRGR), tot een prioriteit van het Nederlandse ontwikkelingsbeleid. De IOB beleidsdoorlichting uit 2013 over het SRGR-beleid in de periode 2007 tot en met 2012 concludeerde dat de consistente Nederlandse pleitbezorging voor en investering in SRGR heeft bijgedragen aan de verbetering van kennis over SRGR, met name onder jongeren, grotere beschikbaarheid van voorbehoedsmiddelen en SRGR-gerelateerde medicijnen zoals aidsremmers, een toename in het gebruik van SRGR-diensten en een daling in moedersterfte en sterfte aan hiv/aids2IOB (2012): Balancing ideals with practice: Policy evaluation of Dutch involvement in sexual and reproductive health and rights 2007–2012:http://www.iob-evaluatie.nl/sites/iob-evaluatie.nl/files/B85-619492_IOB%20381_WEB.pdf.

Er zijn wereldwijd op de millenniumdoelen voor gezondheid positieve ontwikkelingen te melden, al zullen de doelen niet worden gehaald. Moedersterfte is gedaald met 45% tussen 1990 en 2013, maar dat is nog ver verwijderd van de doelstelling om moedersterfte met 75% te reduceren in 2015. In 2013 overleden nog altijd 289.000 vrouwen als gevolg van zwangerschap en bevalling3WHO (2014): Trends in maternal mortality: 1990 to 2013. Estimates by WHO, UNFPA, The World Bank and the United Nations Population Division.. Op het gebied van hiv/aids is er vooruitgang geboekt, vooral in de toegang tot aidsremmers. Het aantal nieuwe hiv-infecties is sinds 2001 met 33% gedaald tot 2,1 miljoen in 2012, terwijl het aantal aids-gerelateerde sterfgevallen sinds 2005 is gedaald met 30% tot 1,6 miljoen4http://www.unaids.org/sites/default/files/en/media/unaids/contentassets/documents/epidemiology/2013/gr2013/ 20130923_FactSheet_Global_en.pdf. De vraag naar family planning en anticonceptie stijgt. Toch zijn er nog altijd meer dan 220 miljoen vrouwen die aangeven dat ze niet zwanger willen worden, maar geen toegang hebben tot betrouwbare voorbehoedmiddelen. Het is daarom ook essentieel dat SRGR goed geïntegreerd is in de Sustainable Development Goals die de millenniumdoelen zullen opvolgen in de nieuwe ontwikkelingsagenda na 2015.

In de beleidsnota Wat de wereld verdient: een nieuwe agenda voor hulp, handel en investeringen5http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/notas/2013/04/05/wat-de-wereld-verdient-een-nieuwe-agenda-voor-hulp-handel-en-investeringen.html, worden SRGR en vrouwenrechten als prioriteit benoemd, waarin Nederland investeert omdat het om fundamentele rechten gaat. Daarnaast zijn er verschillende dwarsverbanden tussen SRGR en de andere speerpunten van het ontwikkelingsbeleid. Investeren in seksuele gezondheid draagt bij aan lagere bevolkingsgroei, omdat vrouwen, als ze echt kunnen kiezen, vaak minder kinderen krijgen. Dit is belangrijk want een te hoge bevolkingsgroei is een rem op ontwikkeling, vooral in landen waar ecosystemen precair zijn en waar de druk op onderwijs- en gezondheidssystemen en op land en water nu al aanzienlijk is. In kleinere gezinnen zijn kinderen gezonder en de vrouwen productiever. Dat draagt bij aan economische productiviteit en grotere voedselzekerheid. Nederland werkt op dit terrein samen met nationale overheden in partnerlanden, multilaterale organisaties, internationale fondsen, maatschappelijke organisaties, onderzoeksinstellingen en bedrijven.

Non-gouvernementele en community-based organisaties zijn van groot belang in het SRGR-veld. Zowel in de bilaterale programma’s in partnerlanden als rechtstreeks vanuit het ministerie wordt nauw samengewerkt met het maatschappelijk middenveld dat effectief is in het aan de kaak stellen van discriminatie en taboes en in het ter verantwoording roepen van overheden. Maatschappelijke organisaties zijn vaak beter in staat dan overheden of grote multilaterale organisaties om nieuwe dingen te bedenken en uit te proberen. Bovendien spelen deze organisaties een cruciale rol bij het bereiken van achtergestelde groepen en bij het aanbieden van diensten die gevoelig liggen, zoals voorlichting en diensten aan jongeren en risicogroepen voor hiv-infectie, of voor een thema als veilige abortus. Dit geeft ze een rol in het bereiken van een meer inclusieve aanpak op het terrein van SRGR.

Binnen het SRGR-werkveld worden Nederlandse organisaties internationaal erkend en gewaardeerd. Dit is deels te danken aan de goede resultaten in eigen land, waarbij de inzet van maatschappelijke organisaties voor seksuele voorlichting op school en beschikbaarheid van voorbehoedsmiddelen hebben geleid tot lage aantallen tienerzwangerschappen en abortussen en ook tot succesvolle aidsbestrijding. Ngo’s hebben een doorslaggevende rol gespeeld bij het aankaarten van taboeonderwerpen als LGBT, drugs of sekswerk, waar Nederland een voortrekkersrol speelt (denk aan het homohuwelijk) en kiest voor pragmatische oplossingen bijv. op het terrein van spuitomruil.

Tegen deze achtergrond heeft de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (hierna te noemen de Minister) besloten tot de financiering van activiteiten van Nederlandse maatschappelijke organisaties op het terrein van SRGR. De vorm die hiervoor is gekozen, is het aangaan van SRGR partnerschappen tussen Nederlandse maatschappelijke organisaties en de Minister, in aansluiting op de toepassing van dit concept in het beleidskader Samenspraak en Tegenspraak6Besluit van de minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking van 7 mei 2014, nr. DSO/MO-113/2014, tot vaststelling van beleidsregels voor subsidiëring op grond van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (Strategische partnerschappen pleiten en beïnvloeden), Stcrt 2014, nr. 13509.. De te selecteren partners kunnen in aanmerking komen voor een subsidie op het terrein van SRGR. De Minister zal hiervoor een bedrag van € 215.000.000 ter beschikking stellen voor de periode van 1 januari 2016 tot en met 31 december 2020.

Dit kader is als volgt opgebouwd:

In hoofdstuk 2 worden de beleidsuitgangspunten benoemd die de basis vormen voor de nieuwe samenwerkingsvorm. Naast de inhoudelijke doelstelling treft u een korte beschrijving van de kernbegrippen SRGR partnerschap,Theory of Changeen Track Record. Ook gaat dit hoofdstuk in op de vraag wie als partner in aanmerking komen voor het fonds.

Hoofdstuk 3 beschrijft het proces van selectie van partners. Hier wordt onder andere toegelicht op basis van welke kwaliteiten organisaties in aanmerking kunnen komen voor een SRGR partnerschap, hoe het beoordelingsproces eruit ziet en op welke punten organisaties worden beoordeeld om te bepalen of zij kunnen kwalificeren als partner. De uitwerking van de criteria vindt u in het bijgevoegde aanvraagstramien dat onderdeel uitmaakt van dit kader.

Hoofdstuk 4 gaat in op de monitoring en evaluatie van de partnerschappen.

Hoofdstuk 5 beschrijft de financiële middelen en het tijdpad.

2. Beleidsuitgangspunten

Sinds 2009 heeft de Minister meerdere fondsen in het leven geroepen voor samenwerking met internationale en Nederlandse maatschappelijke organisaties specifiek gericht op SRGR: Fonds Keuzes en Kansen, Key Populations Fund, Opstapfonds (fase I en II), SRGR Fonds en Kindhuwelijkenfonds. Deze fondsen lopen op 31 december 2015 af, met een beperkte uitloop van het SRGR Fonds tot medio 2016. Ook het subsidiebeleidskader MFS-II, van waaruit verschillende programma’s worden gefinancierd op het terrein van SRGR en gezondheid, eindigt per 31 december 2015.

Om samenwerking met maatschappelijke organisaties op het terrein van SRGR voort te zetten, heeft de Minister besloten tot de oprichting van het SRGR Partnerschap Fonds dat financiering biedt voor partnerschappen met Nederlandse maatschappelijke organisaties op het terrein van SRGR, al dan niet in alliantieverband met andere Nederlandse, lokale, regionale en internationale ngo’s, bedrijfsleven en/of kennisinstellingen.

2.1. Doelstelling

Het Nederlandse SRGR-beleid richt zich op vier resultaatgebieden:

Het SRGR Partnerschap Fonds beoogt Nederlandse organisaties en/of allianties, in samenwerking met hun partners en via hun netwerken op lokaal, nationaal en internationaal niveau, en in partnerschap met het Ministerie van Buitenlandse Zaken, in staat te stellen bij te dragen aan dit beleid, waarbij de nadruk ligt op twee resultaatgebieden waarop Nederland en Nederlandse organisaties goede resultaten en toegevoegde waarde hebben. Voor het SRGR Partnerschap Fonds betreft dit de resultaatgebieden 1 (jongeren) en 4 (rechten).

De focus op de resultaatgebieden 1 en 4 voor dit kader is gekozen vanwege de ervaring en meerwaarde van Nederlandse organisaties op dit terrein, terwijl op de andere resultaatgebieden, meer dan bij de resultaatgebieden 1 en 4, ook nauw wordt samengewerkt met andere actoren, zoals nationale overheden in partnerlanden, multilaterale organisaties, internationale fondsen, maatschappelijke organisaties, onderzoeksinstellingen en bedrijven.

Veel jongeren zijn seksueel actief of worden dat op enig moment. Het is belangrijk dat ze daarin verstandige keuzes kunnen maken die bijdragen aan een positieve beleving van seksualiteit. Helaas is seksualiteit van jongeren nog vaak een taboe. Daardoor hebben jongeren veelal te weinig feitelijke kennis over seks en seksuele gezondheid. Bovendien hebben ze vaak geen of onvoldoende toegang tot voorbehoedmiddelen en dienstverlening. Dit heeft ernstige gevolgen, zoals zwangerschap op jonge leeftijd en een hoge infectiegraad van hiv en andere soa’s. Juist nu er wereldwijd nog nooit zo’n groot cohort van jonge mensen is geweest als op dit moment, is het van groot belang te investeren in jongeren. Nederland wil daarom specifiek inzetten op de volgende (sub)thema’s:

De wereldwijde oppositie tegen seksuele en reproductieve rechten is aanzienlijk en groeit. Veel landen hebben wet- en regelgeving die toegang van vrouwen en jongeren tot informatie over en dienstverlening voor seksuele gezondheid verhindert. Vooral rond veilige abortus bestaan beperkingen die kunnen leiden tot gevaarlijke praktijken en moedersterfte. Verder zijn er groepen die lijden onder stigma en discriminatie en daardoor geen toegang hebben tot informatie of diensten, zoals key populations (risicogroepen voor hiv-infectie: mannen die seks hebben met mannen, injecterende drugsgebruikers en sekswerkers, maar ook meisjes in Afrika), vluchtelingen of gehandicapten. Nederland wil daarom specifiek inzetten op de volgende (sub)thema’s:

Voorstellen mogen ook elementen uit de andere twee resultaatgebieden bevatten, maar dienen in ieder geval duidelijk in te zetten op resultaatgebied 1 (jongeren) en/of resultaatgebied 4 (seksuele en reproductieve rechten). Het staat de aanvragende partner vrij binnen deze twee resultaatgebieden zelf thema’s of sub-thema’s te definiëren waarop zij werkzaam willen zijn.

Vanwege de positieve feedback van partners in het huidige SRGR Fonds op de mogelijkheid om operationeel onderzoek uit te voeren en met elkaar te delen in de context van Share-Net, het kennisplatform SRGR, bieden de SRGR partnerschappen onder het nieuwe fonds ook ruimte voor dit type onderzoek als onderdeel van het programmavoorstel.

Het nieuwe fonds onderscheidt zich van eerdere fondsen doordat het zich richt op de selectie van organisaties/allianties waarmee op strategische basis wordt samengewerkt, in plaats van op selectie op van te voren geformuleerde programma’s. Pas na selectie van de SRGR partners wordt in samenspraak met het Ministerie van Buitenlandse een programmavoorstel uitgewerkt.

Een geselecteerde partner ontwikkelt in de 2e helft van 2015 een programmavoorstel op hoofdlijnen. Hiervoor werkt de partner samen met het Ministerie van Buitenlandse Zaken, waarmee afspraken worden gemaakt over doelen, specifieke thema’s, landenkeuze en governance van het partnerschap, op basis van de meerwaarde en complementariteit van de geselecteerde partner in relatie tot multilaterale, bilaterale en andere maatschappelijke partners.

2.2. Kernbegrippen

2.2.1. Srgr partnerschap

Een SRGR partnerschap betreft een in een samenwerkingsovereenkomst verankerd samenwerkingsverband van de Minister met een maatschappelijke organisatie, of met meerdere organisaties verenigd in een alliantie, gericht op een gezamenlijke lange-termijndoelstelling op het terrein van SRGR. De partners werken, ieder op eigen wijze en vanuit hun specifieke rol en verantwoordelijkheid, aan het bereiken van dit doel. Dit kan door samen op te trekken, door juist aanvullend te zijn of een combinatie van samenwerking en complementariteit, waarbij partners elkaar kritisch kunnen bevragen. Het partnerschap biedt meerwaarde voor alle partners, omdat het doel waarop het zich richt, moeilijk door de partijen afzonderlijk kan worden behaald. In een SRGR partnerschap wordt overeenstemming gezocht over de wederzijdse verwachtingen ten aanzien van partnerschap, de inhoud, het strategisch doel, de stappen om het doel te bereiken en de te verwachten resultaten. Elk van de partijen heeft hierin een eigen autonome rol.

Dit type partnerschap veronderstelt duidelijke resultaatafspraken op strategisch niveau en de nodige vrijheid op operationeel niveau. Het na selectie als partner te ontwikkelen programmavoorstel vergt daarom geen gedetailleerd activiteitenplan of budget, maar richt zich eerder op de strategie en de doelen en resultaten die de partner met zijn activiteiten wil bereiken. Een partnerschap vraagt om regelmatig, actief en open overleg op basis van actualiteit; dit kan zowel op landenniveau met ambassades als met het departement plaatsvinden. Daarnaast is er jaarlijks een strategisch beleidsoverleg waarin de resultaten worden besproken aan de hand van de Theory of Change van de organisatie/alliantie, het programma en op basis van actuele ontwikkelingen. Partners spreken elkaar aan op behaalde resultaten.

Het uitgangspunt van het SRGR Partnerschap Fonds is de wens maximaal 6 partnerschappen tot stand te brengen tussen maatschappelijke organisaties of allianties van maatschappelijke organisaties en de Minister, gebaseerd op wederzijds vertrouwen en respect voor elkaars identiteit, expertise, ervaring en netwerk. Het SRGR partnerschap is meer dan alleen een subsidierelatie. Daarbij hoort dat de partners zich bewust zijn van elkaars rollen en verantwoordelijkheden en daar ook duidelijke afspraken over maken. Flexibel en snel kunnen inspelen op nieuwe ontwikkelingen betekent ook dat gemaakte afspraken kunnen variëren en kunnen worden aangepast. De inspanningen van de partners richten zich op internationaal niveau en het niveau van afzonderlijke lage- en lage-middeninkomenslanden (zie landenlijst in annex 2). In aanvulling op de inzet op bovengenoemde landen, kunnen partners zich ook richten op andere landen met aanzienlijke achterstanden in het bereiken van de doelstellingen van de resultaatgebieden 1 (jongeren) en 4 (rechten) van het SRGR-beleid.

Het maximum van 6 partnerschappen is gekozen om enerzijds recht te doen aan de verschillende (sub)thema’s binnen de resultaatgebieden 1 en 4 en anderzijds te garanderen dat elk partnerschap kwalitatief kan worden ingevuld.

2.2.2. Theory of change7https://www.theoryofchange.org

De basis voor een partnerschap in het kader van het SRGR Partnerschap Fonds is een veranderstrategie of Theory of Change(of meerdere Theories of Change8Een organisatie of alliantie die op meerdere aan de onder paragraaf 2.1 resultaatgebieden of subthema’s werkt, kanvoor maximaal 3 thema’s een Theory of Change inleveren.). Een Theory of Change is een serie bouwstenen die in hun samenhang beschrijven hoe een lange-termijndoel te behalen. De onderliggende analyse van de probleemstelling, context, actoren, aannames, voorwaarden en beoogde resultaten in termen van outputs, outcomes en impact, worden hierin op een logische wijze gepresenteerd. De Theory of Change dient als basis om per stap in het proces interventies te kunnen definiëren. Hierbij wordt ook inzichtelijk gemaakt welke rollen de verschillende stakeholders spelen. De aannames verklaren waarom bovengenoemde bouwstenen leiden tot het bereiken van de doelstellingen van het geschetste veranderproces.

2.2.3. Track Record

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.