← Geldende tekst · Geschiedenis

Regeling van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie van 26 maart 2015, houdende regels voor het verstrekken en dragen van dienstkleding van ambtenaren van de Dienst Justitiële Inrichtingen (Regeling dienstkleding Dienst Justitiële Inrichtingen)

Geldende tekst a fecha 2015-04-01

Gelet op artikel 65 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement;

Besluit:

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder dienstkleding: de ingevolge deze regeling door de Dienst Justitiële Inrichtingen aan de ambtenaar verstrekte, gedurende de voor deze geldende werktijden te dragen kleding en schoeisel.

Artikel 2
1.

Het bevoegd gezag draagt zorg voor de verstrekking van:

2.

Naast de in het eerste lid bedoelde ambtenaren kan door het bevoegd gezag aan andere ambtenaren toestemming worden verleend tot het dragen van dienstkleding indien:

3.

De verplichtingen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, onder 2° en 3°, zijn niet van toepassing op ambtenaren die werkzaamheden verrichten in het Pieter Baan Centrum.

Artikel 3
1.

Het bevoegd gezag draagt er zorg voor dat de aan de functie van de ambtenaar gebonden dienstkleding kosteloos ter beschikking wordt gesteld overeenkomstig de voor die functie in de bijlage aangegeven kledingstukken.

2.

Het bevoegd gezag draagt er zorg voor dat het aan de functie van de ambtenaar voorgeschreven onderscheidingsteken ter beschikking wordt gesteld.

3.

Aan de ambtenaar worden de volgende in het eerste lid bedoelde verstrekkingen gedaan:

4.

Toepassing van het derde lid laat het bepaalde bij of krachtens de Arbeidsomstandighedenwet 1998 onverlet.

5.

De overeenkomstig dit artikel beschikbaar gestelde dienstkleding wordt in bruikleen gegeven aan de ambtenaar en blijft te allen tijde in eigendom van de Dienst Justitiële Inrichtingen.

6.

De ambtenaar is verantwoordelijk voor de aan deze verstrekte dienstkleding en voor de reiniging daarvan.

Artikel 4

De ambtenaar draagt de dienstkleding:

Artikel 5
1.

Het bevoegd gezag kan de ambtenaar toestemming verlenen af te wijken van het bepaalde in artikel 4 indien:

2.

Toepassing van het eerste lid laat het bepaalde bij of krachtens de Arbeidsomstandighedenwet 1998 onverlet.

Artikel 6
1.

De ambtenaar is verantwoordelijk voor het op de juiste wijze dragen van de dienstkleding, waarbij niet is toegestaan:

2.

Het is de ambtenaar ten tijde van het dragen van de dienstkleding zonder specifieke toestemming van het bevoegd gezag niet toegestaan:

Artikel 7
1.

Het is de ambtenaar die dienstkleding draagt niet toegestaan daarbij kledingstukken en sieraden te dragen die mogelijk uitdrukking geven aan een religieuze overtuiging.

2.

Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de ambtenaar, zijnde de directeur als bedoeld in artikel 1, aanhef en onder d, van de Penitentiaire beginselenwet, het hoofd van een rijksinrichting als bedoeld in artikel 1, aanhef en onder g, van de Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden en de directeur van een rijksinrichting als bedoeld in artikel 1, aanhef en onder i, van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen.

Artikel 8

De ambtenaar is verplicht de aan deze verstrekte dienstkleding te doen inleveren indien:

Artikel 9

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 april 2015 en vervalt met ingang van 1 april 2016.

Artikel 10

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling dienstkleding Dienst Justitiële Inrichtingen.

Bijlage. behorende bij artikel 3, eerste lid, van de Regeling dienstkleding Dienst Justitiële Inrichtingen

1. Uniform dienstkledingpakket

2. Sportkleding en sportschoenen

3. Sportkleding en sportschoenen voor lichamelijke opvoeding

Het standaardpakket voor instructeurs lichamelijke opvoeding bestaat uit:

Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.