Regeling van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, de Minister van Veiligheid en Justitie en de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 26 maart 2015, nummer 625779, tot besteding van de gelden uit het Europese Fonds voor asiel, migratie en integratie en het Fonds voor interne veiligheid (instrument voor financiële steun voor politiële samenwerking, voorkoming en bestrijding van criminaliteit, en crisisbeheersing en instrument voor financiële steun voor de buitengrenzen en visa) (Subsidieregeling AMIF en ISF 2014–2020)
Gelet op artikel 3, eerste en tweede lid, artikel 5 en artikel 8, eerste lid, van de Kaderwet SZW-subsidies, artikel 2, eerste lid, onder g, artikel 3 en artikel 4, van de Kaderwet overige BZK-subsidies en de artikelen 48s en 48t van de Wet Justitie-subsidies;
Besluit:
Artikel 1. Definities
In deze regeling wordt verstaan onder:
- •. actie: een door of onder verantwoordelijkheid van de voor het betrokken nationale programma verantwoordelijke instantie gekozen project of groep projecten, bedoeld in artikel 4, die bijdragen aan de verwezenlijking van de algemene of specifieke doelstellingen van de specifieke verordeningen;
- •. brutoloon: bruto salaris, inclusief eindejaarsuitkering of een beloning in de vorm van een dertiende maand, zijnde een vast bedrag of vastgesteld percentage van het salaris, dat werknemers als extra loon ontvangen, voor zover dit is geregeld in de geldende collectieve arbeidsovereenkomst of arbeidsovereenkomst, exclusief vakantiegeld, exclusief vergoedingen, bijzondere beloningen, winst- of prestatieafhankelijke uitkeringen en aanvullende werkgeverslasten;
- •. cofinanciering: deel van het financieringsplan dat niet door de Subsidieregeling AMIF en ISF 2014–2020 wordt gefinancierd;
- •. deelnemers: personen uit de doelgroep die deelnemen aan activiteiten uit het project van de subsidieaanvrager en personen die rechtstreeks gekoppeld kunnen worden aan de uitvoering van een activiteit uit het project van de subsidieaanvrager;
- •. directe loonkosten: loonkosten van personeel, waarbij sprake is van direct aan deelnemers van het project bestede uren, dan wel loonkosten welke direct aan deelnemers van het project bestede uren, dan wel loonkosten welke direct te relateren zijn aan de uitvoering van subsidiabele activiteiten als bedoeld in bijlagen A tot en met Hf;
- •. Horizontale verordening: Verordening (EU) nr. 514/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 tot vaststelling van de algemene bepalingen inzake het Fonds voor asiel, migratie en integratie en inzake het instrument voor financiële steun voor politiële samenwerking, voorkoming en bestrijding van criminaliteit en crisisbeheersing (PbEU L 150/112);
- •. indirecte kosten: kosten die, met inachtneming van de subsidiabiliteitsvereisten, bedoeld in artikel 17 van de Horizontale verordening, niet kunnen worden aangewezen als specifieke kosten van het project, en niet rechtstreeks verband houden met de uitvoering ervan;
- •. internationale organisatie: een organisatie als bedoeld in artikel 43, eerste lid, van de Gedelegeerde Verordening (EU) Nr. 1268/2012 van de Commissie van 29 oktober 2012, houdende uitvoeringsvoorschriften voor Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie;
- •. minister: De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid voor zover het betreft subsidiëring van projecten inzake integratie en de Minister van Justitie en Veiligheid voor zover het overige te subsidiëren projecten betreft;
- •. naaste verwanten: de echtgenoten of partners, alsmede elke persoon die rechtstreeks familiebanden in opgaande of neergaande lijn heeft met de onderdaan uit een derde land voor wie de integratiemaatregelen bedoeld zijn en die anders niet onder de werking van de Verordening AMIF zou vallen;
- •. nationaal programma AMIF 2014–2020: het programma, bedoeld in artikel 19 van de Verordening AMIF;
- •. nationaal programma ISF 2014–2020: het programma, bedoeld in artikel 7 van de Verordening ISF Politie en artikel 9 van de Verordening ISF Grenzen;
- •. onderdaan van een derde land: eenieder die geen burger van de Europese Unie is in de zin van artikel 20, eerste lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie;
- •. project: het specifieke, praktische middel waarmee een subsidieontvanger een actie geheel of gedeeltelijk uitvoert;
- •. projectperiode: periode tussen het tijdstip waarop activiteiten starten en worden beëindigd;
- •. rechtstreekse subsidietoekenning: de verantwoordelijke instantie kan subsidies rechtstreeks toekennen indien er door de specifieke aard van het project of de deskundigheid dan wel administratieve bevoegdheid van de betrokken organen geen andere keus is;
- •. subsidieaanvrager: de aanvrager van een subsidie op grond van deze regeling;
- •. subsidieontvanger: de subsidieaanvrager aan wie krachtens deze regeling subsidie is verleend;
- •. uitgezonden medewerker: van 1 juli 2019 tot 1 januari 2020 de ambtenaar die valt onder het Dienst Buitenlandse Zaken Voorzieningenstelsel 2018 en vanaf 1 januari 2020 de ambtenaar die valt onder de Aanvullende Cao Rijk Uitzendingen 2020–2024;
- •. Verordening AMIF: Verordening (EU) Nr. 516/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 tot oprichting van het Fonds voor asiel, migratie en integratie (PbEU L 150/168);
- •. Verordening ISF Politie: Verordening (EU) Nr. 513/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 tot vaststelling, als onderdeel van het Fonds voor interne veiligheid, van het instrument voor financiële steun voor politiële samenwerking, voorkoming en bestrijding van criminaliteit, en crisisbeheer en tot intrekking van het Besluit nr. 2007/125/JBZ van de Raad (PbEU L 150/93);
- •. Verordening ISF Grenzen: Verordening (EU) Nr. 515/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 tot vaststelling, als onderdeel van het Fonds voor interne veiligheid, van het instrument voor financiële steun voor de buitengrenzen en visa en tot intrekking van Beschikking nr. 574/2007/EG (PbEU L 150/143);
- •. vreemdeling: ieder die de Nederlandse nationaliteit niet bezit en niet op grond van een wettelijke bepaling als Nederlander moet worden behandeld.
Artikel 2. Inleidende bepaling
De minister kan, overeenkomstig deze regeling, subsidie verstrekken aan de nader krachtens deze regeling aangewezen rechtspersonen die een bijdrage leveren aan de uitvoering van het nationale programma AMIF 2014–2020 en de uitvoering van het nationale programma ISF 2014–2020. De minister neemt daarbij de Horizontale verordening, de Verordening AMIF, de Verordening ISF Politie en de Verordening ISF Grenzen in acht.
De Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS is niet van toepassing op de subsidieverlening bij subsidies met betrekking tot een actie als bedoeld in artikel 4, onderdeel b.
Indien de Europese Commissie op het tijdstip van subsidieverlening nog niet heeft ingestemd met het desbetreffende nationale programma, wordt de subsidie, bedoeld in het eerste lid, verleend onder de voorwaarde dat de Europese Commissie instemt met dat nationale programma.
In geval van het niet vervullen van de voorwaarde, bedoeld in het derde lid, kan de minister de subsidieverlening aanpassen aan het gewijzigde nationale programma, dat de instemming van de Europese Commissie heeft verkregen.
De bepalingen in de bijlagen gelden in aanvulling op hetgeen in het algemeen deel van de regeling is vastgelegd. Voor zover de bepalingen uit de bijlagen in tegenspraak zijn met bepalingen uit het algemeen deel van de regeling, prevaleren de bepalingen in de bijlagen boven de bepalingen in het algemeen deel van de regeling.
Artikel 3. Aanwijzing instanties
Als verantwoordelijke instantie als bedoeld in artikel 25, eerste lid, onderdeel a, van de Horizontale verordening, wordt aangewezen de Directie Regie Migratieketen van het Ministerie van Justitie en Veiligheid.
Als auditinstantie als bedoeld in artikel 25, eerste lid, onderdeel b, van de Horizontale verordening wordt aangewezen de Auditdienst Rijk van het Ministerie van Financiën.
Als gedelegeerde instantie als bedoeld in artikel 25, eerste lid, onderdeel c, van de Horizontale verordening wordt aangewezen de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
Artikel 4. Aard van de projecten
De minister kan met inachtneming van deze regeling en onder het voorbehoud, bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de Horizontale Verordening, subsidie verlenen ten behoeve van projecten zonder winstoogmerk op het gebied van:
- a. het behouden en verbeteren van de kwaliteit van het opvang- en asielstelsel, nader uitgewerkt in bijlage A, behorende bij deze regeling;
- b. de bevordering van de participatie in de samenleving van onderdanen van een niet-westers derde land en hun naaste verwanten, nader uitgewerkt in bijlage B, behorende bij deze regeling;
- c. de bevordering van terugkeer van vreemdelingen die geen recht op verblijf in Nederland hebben, dan wel van vreemdelingen die nog in afwachting zijn van een beslissing op hun verzoek tot verblijf, dan wel van vreemdelingen met een tijdelijk verblijfsrecht, nader uitgewerkt in bijlage C, behorende bij deze regeling;
- d. financieel rechercheren, nader uitgewerkt in bijlage D, behorende bij deze regeling;
- e. het Europees opleidingsprogramma voor Rechtshandhaving, nader uitgewerkt in bijlage E, behorende bij deze regeling;
- f. het verbeteren van slachtofferzorg, nader uitgewerkt in bijlage F, behorende bij deze regeling;
- g. risico- en crisisbeheersing, nader uitgewerkt in bijlage G, behorende bij deze regeling;
- h. management van de externe EU-grenzen, zowel op visa als op grenzen, nader uitgewerkt in bijlage H, behorende bij deze regeling;
- i. specifieke maatregelen, bedoeld in bijlage Ha;
- j. het inrichten van een nationale passagiersinformatie-eenheid (Pi-NL), nader uitgewerkt in bijlage Hb, behorende bij deze regeling;
- k. het ontwikkelen van noodzakelijke IT oplossingen om de informatie uitwisseling met andere EU lidstaten en de interoperabiliteit met IT systemen en databases ontwikkeld door de EU of andere EU lidstaten te verbeteren, nader uitgewerkt in de bijlagen Hc en Hd, behorende bij deze regeling;
- l. Inreis- en uitreissysteem, nader uitgewerkt in bijlage He, behorende bij deze regeling;
- m. Specifieke Maatregel Frontex uitrusting die ter beschikking wordt gesteld aan het Europese Grens en Kustwacht Agentschap, nader uitgewerkt in bijlage Hf, behorende bij deze regeling;
- n. de inzet van additionele AMIF-middelen, aansluitend op de acties, bedoeld in de onderdelen a en c, nader uitgewerkt in de bijlagen Hg en Hh;
- o. de inzet van additionele AMIF-middelen, gericht op Legale migratie, nader uitgewerkt in de bijlage Hi;
- p. het Europees systeem voor reisinformatie en -autorisatie, nader uitgewerkt in bijlage Hj, behorende bij deze regeling;
- q. het Schengen Informatiesysteem, nader uitgewerkt in bijlage Hk, behorende bij deze regeling.
Artikel 5. Aanvraagtijdvakken en subsidieplafond
De mogelijkheid tot het indienen van aanvragen om subsidie bestaat slechts gedurende door de minister vastgestelde aanvraagtijdvakken, gelegen in de jaren 2014 tot en met 2022. De minister maakt de aanvraagtijdvakken vooraf bekend in de Nederlandse Staatscourant, waarbij tevens het maximaal beschikbare bedrag per actie per aanvraagtijdvak wordt vastgesteld.
Artikel 6. Subsidieaanvrager
De subsidie met betrekking tot een project op het gebied van een actie als bedoeld in artikel 4, onderdelen a, b, c en i, wordt aangevraagd door de als zodanig geregistreerde subsidieaanvrager, die per actie is aangewezen in de bijlagen A tot en met C bij deze regeling.
De registratie als subsidieaanvrager, bedoeld in het eerste lid, vindt plaats bij de gedelegeerde instantie, bedoeld in artikel 3, derde lid, onder gebruikmaking van een daartoe door de minister elektronisch beschikbaar gesteld formulier.
De subsidie met betrekking tot een project op het gebied van een actie als bedoeld in artikel 4, onderdelen d tot en met o, wordt aangevraagd door de subsidieaanvrager, die per actie is aangewezen in de bijlagen D tot en met Hi bij deze regeling.
Artikel 7. De subsidieaanvraag
De subsidieaanvraag heeft steeds betrekking op één project.
Als meerdere organisaties in een project samenwerken, kan slecht één van hen de subsidie aanvragen. Indien het project wordt uitgevoerd door een samenwerkingsverband van organisaties wordt bij de subsidieaanvraag een kopie van de door de subsidieaanvrager alsmede de samenwerkingspartner getekende samenwerkingsverklaring meegezonden.
De subsidieaanvraag bevat in ieder geval een projectbeschrijving met bijbehorende begroting en financieringsplan.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.