Regeling van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, de Minister van Veiligheid en Justitie en de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 26 maart 2015, nummer 625779, tot besteding van de gelden uit het Europese Fonds voor asiel, migratie en integratie en het Fonds voor interne veiligheid (instrument voor financiële steun voor politiële samenwerking, voorkoming en bestrijding van criminaliteit, en crisisbeheersing en instrument voor financiële steun voor de buitengrenzen en visa) (Subsidieregeling AMIF en ISF 2014–2020)

Type Ministeriële regeling
Publication 2022-07-21
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 3, eerste en tweede lid, artikel 5 en artikel 8, eerste lid, van de Kaderwet SZW-subsidies, artikel 2, eerste lid, onder g, artikel 3 en artikel 4, van de Kaderwet overige BZK-subsidies en de artikelen 48s en 48t van de Wet Justitie-subsidies;

Besluit:

Artikel 1. Definities

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. Inleidende bepaling
1.

De minister kan, overeenkomstig deze regeling, subsidie verstrekken aan de nader krachtens deze regeling aangewezen rechtspersonen die een bijdrage leveren aan de uitvoering van het nationale programma AMIF 2014–2020 en de uitvoering van het nationale programma ISF 2014–2020. De minister neemt daarbij de Horizontale verordening, de Verordening AMIF, de Verordening ISF Politie en de Verordening ISF Grenzen in acht.

2.

De Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS is niet van toepassing op de subsidieverlening bij subsidies met betrekking tot een actie als bedoeld in artikel 4, onderdeel b.

3.

Indien de Europese Commissie op het tijdstip van subsidieverlening nog niet heeft ingestemd met het desbetreffende nationale programma, wordt de subsidie, bedoeld in het eerste lid, verleend onder de voorwaarde dat de Europese Commissie instemt met dat nationale programma.

4.

In geval van het niet vervullen van de voorwaarde, bedoeld in het derde lid, kan de minister de subsidieverlening aanpassen aan het gewijzigde nationale programma, dat de instemming van de Europese Commissie heeft verkregen.

5.

De bepalingen in de bijlagen gelden in aanvulling op hetgeen in het algemeen deel van de regeling is vastgelegd. Voor zover de bepalingen uit de bijlagen in tegenspraak zijn met bepalingen uit het algemeen deel van de regeling, prevaleren de bepalingen in de bijlagen boven de bepalingen in het algemeen deel van de regeling.

Artikel 3. Aanwijzing instanties
1.

Als verantwoordelijke instantie als bedoeld in artikel 25, eerste lid, onderdeel a, van de Horizontale verordening, wordt aangewezen de Directie Regie Migratieketen van het Ministerie van Justitie en Veiligheid.

2.

Als auditinstantie als bedoeld in artikel 25, eerste lid, onderdeel b, van de Horizontale verordening wordt aangewezen de Auditdienst Rijk van het Ministerie van Financiën.

3.

Als gedelegeerde instantie als bedoeld in artikel 25, eerste lid, onderdeel c, van de Horizontale verordening wordt aangewezen de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Artikel 4. Aard van de projecten

De minister kan met inachtneming van deze regeling en onder het voorbehoud, bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de Horizontale Verordening, subsidie verlenen ten behoeve van projecten zonder winstoogmerk op het gebied van:

Artikel 5. Aanvraagtijdvakken en subsidieplafond

De mogelijkheid tot het indienen van aanvragen om subsidie bestaat slechts gedurende door de minister vastgestelde aanvraagtijdvakken, gelegen in de jaren 2014 tot en met 2022. De minister maakt de aanvraagtijdvakken vooraf bekend in de Nederlandse Staatscourant, waarbij tevens het maximaal beschikbare bedrag per actie per aanvraagtijdvak wordt vastgesteld.

Artikel 6. Subsidieaanvrager
1.

De subsidie met betrekking tot een project op het gebied van een actie als bedoeld in artikel 4, onderdelen a, b, c en i, wordt aangevraagd door de als zodanig geregistreerde subsidieaanvrager, die per actie is aangewezen in de bijlagen A tot en met C bij deze regeling.

2.

De registratie als subsidieaanvrager, bedoeld in het eerste lid, vindt plaats bij de gedelegeerde instantie, bedoeld in artikel 3, derde lid, onder gebruikmaking van een daartoe door de minister elektronisch beschikbaar gesteld formulier.

3.

De subsidie met betrekking tot een project op het gebied van een actie als bedoeld in artikel 4, onderdelen d tot en met o, wordt aangevraagd door de subsidieaanvrager, die per actie is aangewezen in de bijlagen D tot en met Hi bij deze regeling.

Artikel 7. De subsidieaanvraag
1.

De subsidieaanvraag heeft steeds betrekking op één project.

2.

Als meerdere organisaties in een project samenwerken, kan slecht één van hen de subsidie aanvragen. Indien het project wordt uitgevoerd door een samenwerkingsverband van organisaties wordt bij de subsidieaanvraag een kopie van de door de subsidieaanvrager alsmede de samenwerkingspartner getekende samenwerkingsverklaring meegezonden.

3.

De subsidieaanvraag bevat in ieder geval een projectbeschrijving met bijbehorende begroting en financieringsplan.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.