Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 4 mei 2015, nr. 2015-0000255469, houdende regels voor de subsidiëring van de Stichting verdeling financiële overheidsbijdragen in het werk van de Centrales van Overheids- en Onderwijspersoneel (Subsidieregeling SVO 2015)

Type Ministeriële regeling
Publication 2018-12-19
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op de artikelen 3, eerste lid, en 4, eerste lid, onderdelen d en f, van de Kaderwet overige BZK-subsidies en de artikelen 11, tweede en derde lid, 18, eerste lid, 20 en 24, vijfde lid, van het Kaderbesluit BZK-subsidies;

Besluit:

§ 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2
1.

De minister verstrekt aan de stichting een subsidie met het oog op het subsidiëren van de Centrales ten behoeve van scholings- en vormingswerk, dat de Centrales en de bij hen aangesloten bonden en verenigingen verzorgen teneinde de (aspirant)leden van overlegcommissies de nodige opleiding en vorming te geven om hun taak als zodanig op adequate wijze te kunnen vervullen en ter bestrijding van de kosten voor het bijwonen van vergaderingen van overlegorganen door vertegenwoordigers van deze organisaties.

2.

De subsidie wordt per boekjaar verstrekt. Het boekjaar is gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 3

Op de subsidie, bedoeld in artikel 2, eerste lid, zijn de regels inzake een subsidie van € 25.000 tot € 125.000 van toepassing.

Artikel 4

De subsidie, bedoeld in artikel 2, eerste lid, bedraagt ten hoogste het bedrag dat uit de begroting van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties blijkt.

De subsidie wordt in een periode van twee jaar als volgt afgebouwd:

§ 2. De subsidieverlening

Artikel 5
1.

De stichting dient de aanvraag tot subsidieverlening uiterlijk in op 1 oktober voorafgaande aan het kalenderjaar waarop de subsidie betrekking heeft.

2.

De aanvraag gaat vergezeld van een opgave van de ledenaantallen van de bij de Centrales aangesloten bonden. Bij deze opgave van de ledenaantallen wordt een uitsplitsing naar werkende leden en gepensioneerde leden gemaakt.

§ 3. Voorschotverlening

Artikel 6

De minister verstrekt op de subsidie een voorschot dat gelijk is aan de verleende subsidie.

§ 4. De verplichtingen van de subsidieontvanger

Artikel 7

De stichting hanteert met betrekking tot het verstrekken van subsidies aan de Centrales in elk geval de volgende regels:

§ 5. Egalisatiereserve

Artikel 8
1.

De stichting kan een egalisatiereserve vormen als bedoeld in artikel 4:72 van de Algemene wet bestuursrecht.

2.

De egalisatiereserve bedraagt ten hoogste € 5.000. De jaarlijkse toevoeging aan de egalisatiereserve bedraagt ten hoogste € 1.500 per boekjaar.

3.

De egalisatiereserve wordt uitsluitend aangewend voor kosten die direct samenhangen met de activiteiten, bedoeld in artikel 2, eerste lid.

§ 6. De subsidievaststelling

Artikel 9
1.

De stichting dient de aanvraag tot subsidievaststelling uiterlijk in op 1 oktober na afloop van het boekjaar waarop de subsidieverlening betrekking heeft.

2.

De aanvraag tot subsidievaststelling hoeft niet vergezeld te gaan van een controleverklaring als bedoeld in artikel 24, eerste lid, onderdeel a, van het Kaderbesluit BZK-subsidies.

§ 7. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 10

Een subsidie die aan de stichting is verleend op grond van de begroting van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties wordt aangemerkt als een subsidie, verleend krachtens deze regeling.

Artikel 11
1.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 september 2014.

2.

Deze regeling vervalt op 1 januari 2021.

Artikel 12

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling SVO 2015.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.