Besluit van de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking van 3 juni 2015, nr. TFVG 122-15, tot vaststelling van beleidsregels en een subsidieplafond voor subsidiëring op grond van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (Funding Leadership Opportunities for Women 2016–2020)

Type Ministeriële regeling
Publication 2015-11-25
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op de artikelen 6 en 7 van het Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken;

Gelet op artikel 5.1 van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006;

Besluit:

Artikel 1

Voor subsidieverlening op grond van artikel 5.1 van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 op het terrein van gelijke rechten en kansen voor vrouwen in het kader van Funding Leadership for Women 2016–2020 gelden de als bijlage bij dit besluit gevoegde beleidsregels.

Artikel 2

Voor subsidieverlening in het kader van Funding Leadership for Women 2016–2020 geldt voor de periode vanaf de inwerkingtreding van dit besluit tot en met 31 december 2020 een subsidieplafond van € 95.000.000,–.

Artikel 3

Aanvragen om in aanmerking te komen voor een subsidie in het kader van Funding Leadership and Opportunities for Women 2016–2020 worden ingediend in de periode vanaf de inwerkingtreding van dit besluit tot en met 31 augustus aan de hand van het daartoe door de minister vastgestelde aanvraagformulier en voorzien van de op het aanvraagformulier gevraagde bescheiden.1Het aanvraagformulier is met de daarbij behorende annexannexen ook geplaatst op http://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/subsidies-voor-ontwikkelingssamenwerking-en-europa/subsidies-maatschappelijke-organisaties

Artikel 4

De verdeling van de middelen vindt plaats op grond van een beoordeling overeenkomstig de maatstaven die in de bijlage bij dit besluit zijn neergelegd, met dien verstande dat uit alle aanvragen die voldoen aan de maatstaven, de aanvragen die het beste daaraan voldoen het eerst voor een subsidie in aanmerking komen, binnen het raam van een evenwichtige spreiding als bedoeld in artikel 8, derde lid, sub d, van het Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken.

Artikel 5

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 januari 2021 met dien verstande dat het van toepassing blijft op subsidies die voor die datum zijn verleend.

Dit besluit zal met de bijlage, met uitzondering van de annexen bij de bijlage, in de Staatscourant worden geplaatst. Annexen bij de bijlage worden via internet bekend gemaakt2http://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/subsidies-voor-ontwikkelingssamenwerking-en-europa/subsidies-maatschappelijke-organisaties..

Bijlage

Beleidskader. Leadership and Opportunities for Women 2016–2020

Hoofdstuk 1. Inleiding en achtergrond

In de beleidsagenda voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking staat het tegengaan van ongelijkheid centraal. Daarbij gaat het niet alleen om economische ongelijkheid, maar ook om ongelijkheid in sociaal, politiek, religieus of etnisch opzicht alsook vanwege sekse of seksuele geaardheid. Dit beleidskader is een uitwerking van het internationale genderbeleid zoals onder andere verwoord in de Kamerbrief Internationaal Genderbeleid van november 20113http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/kamerstukken/2011/11/15/kamerbrief-internationaal-genderbeleid.htmlen de meer recente kamerbrieven ‘Wat de wereld verdient’4http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/notas/2013/04/05/wat-de-wereld-verdient-een-nieuwe-agenda-voor-hulp-handel-en-investeringen.html en ‘Respect en Recht voor ieder Mens van 14 juni 2013’5http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/notas/2013/06/14/beleidsbrief-respect-en-recht-voor-ieder-mens.html.

De laatste decennia is er wereldwijd sprake van enige vooruitgang op het gebied van vrouwenrechten en gelijke behandeling. Veel landen hebben discriminerende wetgeving vervangen en geweld tegen vrouwen gecriminaliseerd. Ook is er geïnvesteerd in gezondheid en onderwijs en is er in sommige landen sprake van toegenomen economische participatie. Over het algemeen is het tempo van de veranderingen echter langzaam. In enkele landen en op bepaalde gebieden is sprake van stagnatie en zelfs terugval. Hoewel de regionale en contextuele verschillen groot zijn, zijn experts het er over eens dat transitie naar gendergelijkheid nog nergens in de wereld vanzelfsprekend is, en evenmin onomkeerbaar6Review and appraisal of the implementation of the Beijing Declaration and Platform for Action and the outcomes of the twenty-third special session of the General Assembly Report of the Secretary-General, ECOSOC E/CN.6/2015/3.

Bepaalde kwetsbare groepen hebben bovendien nog nauwelijks geprofiteerd van betere kansen. Dit geldt bijvoorbeeld voor vrouwen en meisjes die in extreme armoede leven en eveneens voor vrouwen die te maken krijgen met meervoudige discriminatie (lesbische, biseksuele en transgender vrouwen; gehandicapte en arbeidsongeschikte vrouwen; vrouwen met HIV, migranten).

Ongelijkheid in het openbare leven vindt vaak zijn oorsprong in ongelijke machtsrelaties op het persoonlijke vlak. Onderzoekers hebben vastgesteld dat in een derde van de huwelijken tussen een man en een vrouw, de vrouw helemaal geen zeggenschap heeft over belangrijke zaken zoals grote aankopen, woonplaats en leefstijl.7UN-Women: calculations based on data from demographic and health surveys. Uit: Review and appraisal of the implementation of the BeijingDeclaration and Platform for Action and the outcomes of the twenty-third special session of the General Assembly Report of the Secretary-General E/CN.6/2015/3

De laatste jaren is in een aanzienlijk aantal lage- en middeninkomenslanden sprake van substantiële economische groei. Die groei leidt echter niet vanzelf tot gendergelijkheid of verbetering van de positie van vrouwen. Het verband tussen gendergelijkheid en economische groei is complex en asymmetrisch. Economische groei op zichzelf blijkt niet voldoende om de positie van vrouwen te verbeteren, zelfs al wordt er in sommige gevallen betaald werk gegenereerd. Zonder additionele investeringen in veiligheid, kennis, gezondheid en gelijke rechten blijft de bijdrage van vrouwen suboptimaal. Omgekeerd echter, is het bewijs dat investeringen in vrouwen en meisjes, vooral in kennis en werkgelegenheid bijdragen aan economische groei onmiskenbaar8The Gender Divident: Making the business case for investing in Women. Deloitte, 2011 http://www.slideshare.net/ljubab/the-gender-dividend-making-the-business-case-for-investing-in-women 9World Bank Development report 2012 10Kabeer and Natali (2013): 3, 34-36, 38..

Het FLOW2016–2020 – fondsis de tweede opvolger van het MDG3 Fonds, dat in 2009 in het leven werd geroepen om de achterblijvende resultaten op Millenniumdoel 3 (gelijke rechten en kansen voor vrouwen) in te lopen. De MDG3- en FLOW-fondsen11Vaststelling beleidsregels subsidiëring op grond van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (MDG3-Fonds: Investeren in gelijkheid) Staatscourant 29 februari 2008, nr. 43 en Besluit van de Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken van 10 mei 2011, nr. DJZ/BR-0457/11, tot vaststelling van beleidsregels en een subsidieplafond voor subsidiëring op grond van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006, Funding Leadership and Opportunities for Women (FLOW), Stcrt. 2011, nr. 8466.hebben maatschappelijke organisaties voor vrouwenrechten in staat gesteld om brede netwerken van grassroots organisaties te bereiken, lobby & advocacy capaciteit te ontwikkelen en als organisaties te groeien. Dit beleidskader dat de leidraad vormt voor de vernieuwing van Funding Leadership and Opportunities for Women (FLOW), bouwt voort op wat bereikt is in de twee eerdere fondsen en sluit aan op de voortgaande internationale debat over vrouwenrechten, met name in het kader van de VN Review van 20 jaar Implementatie van het Beijing Actieplan en de totstandkoming van de Post 2015 Wereldwijde Ontwikkelingsagenda en de voorziene specifieke duurzame ontwikkelingsdoelstelling voor gender (Sustainable Development Goal 5 over Gender Equality) die daarin is opgenomen.

Dit document is als volgt opgebouwd. In hoofdstuk 2 worden de beleidsuitgangspunten, de reikwijdte en de prioriteitsgebieden van FLOW 2016–2020omschreven. Hoofdstuk 3 geeft de betekenis van een aantal kernbegrippen in het verband van dit kader. Hoofdstuk 4 bepaalt welke organisaties in aanmerking kunnen komen voor een subsidie in het kader van FLOW 2016–2020. Hoofdstuk 5 beschrijft het beoordelingsproces voor aanvrager/penvoerders van een subsidie in het kader van dit fonds. Hoofdstuk 6 gaat in op de monitoring en evaluatie van activiteiten waarvoor subsidie is verkregen. Hoofdstuk 7 geeft een overzicht van de criteria die worden gehanteerd om de aanvragen te selecteren die in aanmerking komen voor subsidie.

Hoofdstuk 2. Beleidsuitgangspunten

Het Ministerie van Buitenlandse Zaken voert een driesporenbeleid voor vrouwenrechten en gendergelijkheid; naast de diplomatieke inzet voor gendergelijkheid en vrouwenrechten (i) en de integratie van gelijke rechten en kansen voor vrouwen in het brede buitenlandbeleid (ii) voorziet dit beleid in gerichte financiering voor gendergelijkheid en vrouwenrechten in lage- en lage-middeninkomenslanden (iii).

In de Beleidstheorie voor het internationaal genderbeleid, hieronder schematisch weergegeven, is de wisselwerking te zien tussen de versterking van maatschappelijke organisaties voor vrouwenrechten en gendergelijkheid (de linker kolom in de figuur) en de institutionele transformatie die nodig is voor de realisatie van gendergelijkheid en de implementatie van vrouwenrechten (de rechter kolom).

Het uitgangspunt is hierbij dat voor duurzame verbetering van rechten en kansen van vrouwen en rechtvaardige verdeling van de macht, een structurele transformatie nodig is van de normen, waarden en gedragsregels voor mannen en vrouwen. Het gaat daarbij onder andere om het doorbreken van bestaande verhoudingen. Door de wisselwerking tussen meer handelingsvrijheid (agency/ empowerment12Wereldbankgroep (2014), Voice and Agency: Empowering women for shared prosperity) van vrouwen en verbetering van de omgevingsfactoren (normen, wetten, instituties) ontstaat een opwaartse spiraal. Organisaties die zich inzetten voor vrouwenrechten en gendergelijkheid zijn onmisbaar voor het op gang brengen van die structurele transformatie. Gelijktijdige druk van organisaties (van onderop) en internationale normen en toezichtmechanismen (van bovenaf) is nodig om de rechten van vrouwen te verankeren in nationale instituties13Htun and Weldon (2012) – ‘The civic origins of progressive policy change: combating violence against women in global perspective, 1975–2005’.

Met het FLOW2016–2020 fonds en de andere gerichte programma’s en fondsen – het eerste ‘spoor’ in de Beleidstheorie hierboven – wil Nederland deze wisselwerking versterken. Lokale maatschappelijke organisaties wordt de mogelijkheid geboden via samenwerking of coalitievorming met eventuele institutionele partners14Dienstverleners, medische instellingen, gemeenten, onderwijsinstellingen, politieke organisaties, vakbonden, overheidsorganisaties. gezamenlijke strategieën uit te werken en uit te voeren om bij te dragen aan een enabling environmentvoor gendergelijkheid.

2015 is het jaar van de viering van 20 jaar internationaal emancipatiebeleid in het kader van de Verklaring van Beijing en het Beijing Actieplan. Daarnaast is 2015 het jaar dat de Post 2015 Ontwikkelingsagenda wordt vastgesteld door de internationale gemeenschap. Gendergelijkheid neemt een belangrijke plaats in die kaders in15A transformative stand-alone goal on achieving gender equality, women’s rights and women’s empowerment: imperative and key components. UN Women Policy divison, 2013. http://www.unwomen.org/en/what-we-do/~/media/AC04A69BF6AE48C1A23DECAEED24A452.ashx, onder andere doordat één van de Duurzame Ontwikkelingsdoelen (SDG 5) zich speciaal op gendergelijkheid richt. Al met al een geschikt moment om de tussenstand op te maken en om een vernieuwd fonds het licht te laten zien dat kan helpen de positieve trends te versterken en bestaande leemtes te overbruggen. De gerichte financiering van het FLOW2016–2020fonds draagt bij aan de implementatie van het SDG5 voor Gendergelijkheid en aan de implementatie van de strategische doelen van het Beijing Actieplan. De strategische doelstellingen van het Beijing Actieplan en de voorziene SDG5 geven richting aan de internationale samenwerking op het gebied van gender en tevens aan dit fonds.

2.1. Doelstelling en afbakening FLOW2016–2020

Het FLOW 2016–2020-fonds wil interventies van maatschappelijke organisaties (en hun partners) ondersteunen die via een specifieke, strategische, context- en resultaatgerichte benadering bijdragen aan een enabling evironmentvoor gelijke kansen, rechten en veiligheid voor vrouwen en meisjes in alle lage- en lage-middeninkomenslanden, aangevuld met een groep midden-inkomenslanden die van speciaal belang zijn voor de thema’s van FLOW, te weten; China, Maleisië, Thailand, Jordanië, Algerije, Iran, Jordanië, Libanon, Libië en Tunesië16Alle lage- en lage-middeninkomenslanden volgens de classificaties van OESO/DAC (http://www.oecd.org/dac/stats/49483614.pdf) aangevuld met de landen: China, Maleisië, Thailand, Jordanië, Algerije, Iran, Jordanië, Libanon, Libië en Tunesië. Zie ook Annex 2 bij dit beleidskader voor de lijst van verkiesbare landen. Het FLOW2016–2020fonds steunt via de programma’s activiteiten die lokale maatschappelijke organisaties eigenstandig of samen met hun eventuele (institutionele) partners gezamenlijk ondernemen.

Het fonds biedt financiële steun op middellange termijn aan gendergelijkheid – en vrouwenrechtenprogramma’s van Nederlandse en internationale maatschappelijke organisaties die in lage- en lage-middeninkomenslanden17Alle lage- en lage-middeninkomenslanden volgens de classificaties van OESO/DAC (http://www.oecd.org/dac/stats/49483614.pdf) aangevuld met de landen: China, Maleisië, Thailand, Jordanië, Algerije, Iran, Jordanië, Libanon, Libië en Tunesië. Zie ook Annex 2 bij dit beleidskader voor de lijst van verkiesbare landen. worden uitgevoerd. Door het creëren van betere kansen voor vrouwen en meisjes en het scheppen van een klimaat waarin vrouwenrechten beter worden gewaarborgd draagt het fonds bij aan duurzame inclusieve ontwikkeling en aan het bestrijden van armoede en rechteloosheid op lokaal en nationaal niveau.

Maatschappelijke organisaties zetten bij hun lobby steeds meer in op strategische samenwerking met diverse stakeholders die institutioneel kunnen bijdragen aan verbetering van de positie van vrouwen en meisjes (zoals andere maatschappelijke organisaties, vakbonden, bedrijven, kennisinstellingen, dienstverleners18Bijv. medische dienstverleners, kinderopvang, gemeenten, vakbonden, politieke organisaties, bedrijven, arbeidsbemiddeling, financiële dienstverleners., burgergroeperingen, politieke groeperingen, lokale overheidsorganisaties). Met FLOW2016–2020wil Nederland deze trend ondersteunen door op lokaal niveau alliantievorming en samenwerking met lokale institutionele partners mogelijk te maken. Deze vorm van samenwerking vereist een contextanalyse en vraagt om complementaire rollen van maatschappelijke organisaties wereldwijd, maar ook om een andere manier van samenwerken met overheden, kennisinstellingen, bedrijven en maatschappelijke organisaties en particulieren binnen de nationale context. Doel van een dergelijke strategische samenwerking is het scheppen van de juiste voorwaarden (enabling environment) voor duurzame transformatie van instituties, wetten en normen voor de realisatie van gendergelijkheid en implementatie van vrouwenrechten.

2.2. Thematische reikwijdte

De inhoudelijke focus van de te financieren programma’s dient te zijn gerelateerd aan het genderbeleid van het Ministerie van Buitenlandse Zaken zoals verwoord in de Kamerbrief Internationaal Genderbeleid van november 201119http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/kamerstukken/2011/11/15/kamerbrief-internationaal-genderbeleid.html en de meer recente kamerbrieven ‘Wat de wereld verdient’20http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/notas/2013/04/05/wat-de-wereld-verdient-een-nieuwe-agenda-voor-hulp-handel-en-investeringen.html en ‘Respect en Recht voor ieder Mens van 14 juni 2013’21http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/notas/2013/06/14/beleidsbrief-respect-en-recht-voor-ieder-mens.html (zie hiervoor ook Hoofdstuk 1 Inleiding en Achtergrond). Gebaseerd op dit beleid richt FLOW2016–2020zich op drie onderling samenhangende thematische prioriteiten:

Het fonds richt zich niet specifiek op het speerpunt ‘Bevordering van Seksuele en Reproductieve Gezondheid en Rechten’, omdat voor dit speerpunt andere fondsen bestaan. Voor de implementatie van deVNVR resolutie 1325, worden middelen beschikbaar gemaakt in het kader van het Nationaal Actieplan 1325. Echter, gezien de raakvlakken met de prioriteitsgebieden in het FLOW 2016–2020 fonds, en vanwege het feit dat het ook openstaat voor fragiele staten, is enige overlap mogelijk tussen de projecten, met name onder het prioriteitsgebied ‘Tegengaan van geweld tegen vrouwen’. Bij voorkeur versterken de verschillende Nederlandse financieringsinstrumenten en de gefinancierde projecten elkaar. Nota bene: activiteiten waarvoor reeds subsidie of een bijdrage van ten laste van de begroting van het Ministerie van Buitenlandse Zaken is verkregen, komen niet in aanmerking voor een subsidie in het kader van FLOW 2016–2020.

2.2.1. Thematische prioriteit 1: Tegengaan van geweld tegen vrouwen

Internationale vrouwenorganisaties hebben een belangrijke rol gespeeld om de integrale benadering bij geweld tegen vrouwen (Violence Against Women, hierna VAW) op de agenda te plaatsen22Voice and Agency: Empowering Women and Girls for Shared Prosperity http://www.worldbank.org/en/topic/gender/publication/voice-and-agency-empowering-women-and-girls-for-shared-prosperity. Ze pleitten ook voor betere wetgeving en criminalisering van alle vormen van misbruik, inclusief huiselijk geweld en misbruik binnen het huwelijk. De resultaten van deze lobby variëren per land: In sommige landen was de lobby zeer succesvol en leidde ze tot integrale zorg- en opvangmechanismen, een toepasselijk juridisch raamwerk en richtlijnen voor politie en maatschappelijk werk om de zorg en de vervolging na VAW beter te regelen. In veel landen ontbreken dergelijke mechanismen echter nog geheel, of zijn er grote leemtes in de implementatie ervan. De laatste jaren worden vrouwen in veel landen bovendien geconfronteerd met politieke veranderingen en conservatieve wetgeving waarbij verworven rechten worden teruggedraaid of de uitvoering ervan bemoeilijkt. Politieke en economische spanningen, conflict, groeiende sociale ongelijkheid en werkeloosheid doen in sommige gevallen het geweld tegen vrouwen toenemen.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.