Regeling van de Minister van Veiligheid en Justitie van 1 juli 2015, houdende regels over het toezicht op de arrestantenzorg bij de politie (Regeling toezicht arrestantenzorg politie)

Type Ministeriële regeling
Publication 2023-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 24, vijfde lid, van het Besluit beheer politie;

Besluit:

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2
1.

De commissie bestaat uit ten minste vijf leden.

2.

De leden worden benoemd op basis van een open sollicitatieprocedure.

3.

De benoeming van de voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter en de overige leden van een commissie voor een regionale eenheid vindt plaats op gezamenlijke aanbeveling van de regioburgemeester en de hoofdofficier van justitie. De regioburgemeester hoort voor de aanbeveling de burgemeesters van de gemeenten in het gebied waarin de regionale eenheid de politietaak uitvoert.

4.

De commissie adviseert de regioburgemeester en de hoofdofficier van justitie over de aanbeveling bedoeld in het derde lid.

5.

Bij de samenstelling van de commissie wordt rekening gehouden met de benodigde maatschappelijke en bestuurlijke deskundigheid en ervaring van de leden.

6.

De leden van de commissie worden benoemd voor de duur van ten hoogste vier jaren. Zij kunnen eenmaal worden herbenoemd voor ten hoogste vier jaren.

7.

De politiechef wijst een secretaris voor de commissie aan. De secretaris is een ambtenaar van politie als bedoeld in artikel 2, onder a of b, van de Politiewet 2012. De secretaris is geen lid van de commissie, neemt niet deel aan de besluitvorming van de commissie en is in diens taak niet betrokken bij de arrestantenzorg.

Artikel 3

Voor benoeming als lid komen niet in aanmerking:

Artikel 4
1.

Een lid van de commissie wordt tussentijds ontslagen:

2.

Hangende de procedure voor ontslag kan het lid in de uitoefening van zijn functie worden geschorst.

Artikel 5
1.

De commissie stelt zich regelmatig en op het door haar te bepalen tijdstip door inspecties op de hoogte van de toestand van de arrestantenzorg teneinde haar taken zo goed mogelijk te kunnen vervullen.

2.

De leden van de commissie hebben, op vertoon van een door de korpschef vastgesteld legitimatiebewijs waaruit blijkt dat zij lid zijn van de commissie, te allen tijde toegang tot de door de politie gebruikte locaties en vervoermiddelen voor arrestantenzorg, behalve indien het een plaats betreft waar een ingeslotene in het kader van een politieonderzoek wordt gehoord of waar hij medisch wordt onderzocht.

3.

De leden van de commissie zijn, ter uitvoering van hun taken, bevoegd alle ingeslotenen en bezoekers van politiecellen en politiecellencomplexen vragen te stellen.

4.

De leden van de commissie worden door de politiechef geïnformeerd over de veiligheidsvoorschriften en dienen de op grond daarvan gegeven aanwijzingen door ambtenaren van politie en het personeel, bedoeld in artikel 49, tweede lid, van het Besluit beheer politie, terstond op te volgen.

5.

De politiechef brengt alle voor de uitoefening van de taken van de commissie van belang zijnde beleidsvoorschriften en uitvoeringsregels, feiten en omstandigheden, ter kennis van de commissie.

6.

Leden van de commissie zijn tot geheimhouding verplicht van al hetgeen hen in de uitoefening van hun taken ter kennis komt behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hen tot bekendmaking verplicht of uit de tenuitvoerlegging van hun taken de noodzaak tot bekendmaking voortvloeit.

7.

Van de bevindingen tijdens een inspectie wordt ten behoeve van de voor de arrestantenzorg direct verantwoordelijke leidinggevende een verslag gemaakt. De politiechef ontvangt een afschrift van dit verslag.

8.

De commissie overlegt jaarlijks met de politiechef over haar werkzaamheden en bevindingen op het terrein van het toezicht op de arrestantenzorg.

Artikel 6
1.

Er is een landelijk afstemmingsoverleg voor de borging van de kwaliteit van het toezicht op de arrestantenzorg. Het landelijk afstemmingsoverleg bestaat uit maximaal vier leden die door de voorzitters van de commissies uit hun midden worden aangewezen.

2.

Het landelijk afstemmingsoverleg ontwikkelt ten behoeve van de commissies handreikingen met betrekking tot de kwaliteit en frequentie van het toezicht op de arrestantenzorg.

3.

Het landelijk afstemmingsoverleg rapporteert jaarlijks aan de korpschef over haar activiteiten en bevindingen op het terrein van het toezicht op de arrestantenzorg door de politie en voert hierover jaarlijks overleg met de korpschef. Artikel 50, zesde lid, van het Besluit beheer politie is van overeenkomstige toepassing op de rapporten van het landelijke afstemmingsoverleg.

4.

De korpschef wijst een secretaris voor het landelijk afstemmingsoverleg aan. De secretaris is een ambtenaar van politie als bedoeld in artikel 2, onder a of b, van de Politiewet 2012. De secretaris is geen lid van het landelijk afstemmingsoverleg, neemt niet deel aan de besluitvorming van het landelijk afstemmingsoverleg en is in diens taak niet betrokken bij de arrestantenzorg.

Artikel 7

De korpschef voorziet in de bekostiging van de commissies en het landelijk afstemmingsoverleg, waaronder de vergoeding aan de leden overeenkomstig een op grond van artikel 2, eerste lid, van de Wet vergoedingen adviescolleges en commissies door de minister te nemen besluit.

Artikel 8

In afwijking van artikel 2, tweede lid, kunnen de leden van de commissies van toezicht op de arrestantenzorg tot uiterlijk 1 januari 2016 worden benoemd op voordracht van de leden van deze commissies uit hun midden.

Artikel 9

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juli 2015.

Artikel 10

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling toezicht arrestantenzorg politie.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden gepubliceerd.

Artikel 8a

Deze regeling berust op artikel 50, vijfde lid, van het Besluit beheer politie.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden gepubliceerd.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.