Wet van 24 juni 2015, houdende regels omtrent windenergie op zee (Wet windenergie op zee)

Type Wet
Publication 2026-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het realiseren van meer windenergie op zee bijdraagt aan het verwezenlijken van de hernieuwbare energiedoelstellingen, dat op zee meerdere activiteiten plaatsvinden waar windparken op zee ingepast moeten worden, dat het aansluiten van windparken op het elektriciteitsnet tegen de laagst mogelijke maatschappelijke kosten moet plaatsvinden waardoor het wenselijk is om coördinatie van de ruimtelijke inpassing van windenergie op zee te versterken;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Hoofdstuk 1. Begripsbepalingen en werkingssfeer

Artikel 1

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Artikel 2

Deze wet is mede van toepassing in de Nederlandse exclusieve economische zone.

Hoofdstuk 2. Kavelbesluit

Artikel 3
1.

Onze Minister kan, in overeenstemming met Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat en Onze Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, een kavelbesluit nemen.

2.

Een kavel kan slechts worden aangewezen binnen gebieden die in het nationaal waterprogramma, bedoeld in artikel 3.9, tweede lid, onder e, van de Omgevingswet, zijn aangewezen als voor windenergie geschikte gebieden. Het tracé voor de aansluitverbinding tussen het windpark en het aansluitpunt wordt niet verder aangewezen dan tot de laagwaterlijn, bedoeld in de artikelen 1, tweede lid, en 2, eerste lid, van de Wet grenzen Nederlandse territoriale zee.

3.

Onze Minister betrekt bij de afweging tot het nemen van een kavelbesluit:

4.

Op de voorbereiding van een kavelbesluit is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing, met dien verstande dat zienswijzen naar voren kunnen worden gebracht door een ieder.

Artikel 4
1.

Onze Minister verbindt aan een kavelbesluit regels en voorschriften die in ieder geval betrekking hebben op:

2.

Onze Minister neemt in een kavelbesluit de volgende onderdelen op:

3.

Bij kavelbesluit kan worden afgeweken van de op grond van artikel 4.3, eerste lid, aanhef en onder f, onder 2°en 3°, en vierde lid, van de Omgevingswet gestelde regels met betrekking tot het gebruik van het waterstaatswerk Noordzee door het plaatsen van installaties of kabels.

4.

Het is verboden te handelen in strijd met het kavelbesluit en de daaraan verbonden regels en voorschriften.

Artikel 5

Artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Omgevingswet is niet van toepassing op Natura 2000-activiteiten als bedoeld in die wet waarop het kavelbesluit van toepassing is. Indien die Natura 2000-activiteiten afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied, zijn artikel 16.53c van de Omgevingswet en de op grond van de artikelen 5.18 en artikel 16.6 van die wet gestelde regels over Natura 2000-activiteiten van overeenkomstige toepassing op het vaststellen van een kavelbesluit.

Artikel 6

Vervallen

Artikel 7
1.

Onze Minister kan in het kavelbesluit afwijken van het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder g, van de Omgevingswet.

2.

Een afwijking als bedoeld in het eerste lid is uitsluitend toegestaan indien is voldaan aan de op grond van artikel 5.18 van de Omgevingswet gestelde regels over de desbetreffende flora- en fauna-activiteit en indien aan het kavelbesluit de voorschriften worden verbonden die op grond van artikel 5.34, tweede lid, van die wet zijn vereist voor de desbetreffende flora- en fauna-activiteit.

3.

Aan een afwijking als bedoeld in het eerste lid kunnen in het kavelbesluit voorschriften worden verbonden, onverminderd het tweede lid. Een afwijking kan onder beperkingen worden vastgesteld.

Artikel 8

Vervallen

Artikel 9
1.

Om te voorkomen dat een locatie, waarvoor een kavelbesluit wordt voorbereid, minder geschikt wordt voor de verwezenlijking van windparken kan Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat, voor die locatie een voorbereidingsbesluit nemen.

2.

Bij het voorbereidingsbesluit kan worden bepaald dat het in daarbij aangewezen gevallen verboden is:

3.

Het voorbereidingsbesluit vervalt indien niet binnen een jaar na de inwerkingtreding daarvan een ontwerp voor een kavelbesluit ter inzage is gelegd.

4.

Het is verboden te handelen in strijd met een voorbereidingsbesluit.

Artikel 10
1.

Kosten die samenhangen met het verrichten van werkzaamheden als bedoeld in de artikelen 3, 4, 5, en 7 kunnen ten laste komen van degene aan wie de vergunning wordt verleend.

2.

Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de verhaalbare kostensoorten.

3.

De bedragen ter vergoeding van de kosten worden vastgesteld bij ministeriële regeling.

Artikel 11
1.

Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat en Onze Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, kan een kavelbesluit wijzigen of geheel of gedeeltelijk intrekken indien:

2.

De artikelen 3, derde en vierde lid4, eerste lid, 5 en 7 zijn van overeenkomstige toepassing op een wijziging van een kavelbesluit.

3.

Tot intrekking van een kavelbesluit wordt niet overgegaan voor zover kan worden volstaan met wijziging of aanvulling van de aan het kavelbesluit verbonden regels en voorschriften.

Hoofdstuk 3. Vergunning

§ 3.1. Algemene bepalingen

Artikel 12

Het is verboden zonder vergunning van Onze Minister een windpark te bouwen of te exploiteren in de Nederlandse territoriale zee of de Nederlandse exclusieve economische zone.

Artikel 13

Onze Minister verleent geen vergunning voor:

Artikel 14
1.

Een vergunning kan slechts worden verleend indien op grond van de aanvraag voldoende aannemelijk is dat de bouw en exploitatie van het windpark:

2.

Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de beoordelingscriteria, bedoeld in het eerste lid.

3.

Onze Minister beslist tevens afwijzend op een aanvraag indien:

Artikel 15
1.

In een vergunning wordt bepaald:

2.

Het tijdvak, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, is passend bij de te verwachten levensduur van een windpark en het specifieke gebied waarop de vergunning betrekking heeft, maar ten hoogste 40 jaar.

3.

Onze Minister kan aan een vergunning voorwaarden en voorschriften verbinden.

4.

Onze Minister kan ontheffing verlenen van het eerste lid, onderdeel c. Aan de ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden en de ontheffing kan onder beperkingen worden verleend.

5.

Het is verboden te handelen in strijd met de vergunning, de daaraan verbonden voorwaarden en voorschriften, alsmede de ontheffing, bedoeld in het vierde lid, en de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen.

Artikel 16

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.