← Geldende tekst · Geschiedenis

Regeling van de Staatssecretaris van Economische Zaken van 28 juni 2015, nr. WJZ / 15083650, houdende vaststelling van subsidie-instrumenten in het kader van de Europese structuur- en investeringsfondsen op het terrein van Economische Zaken (Regeling Europese EZ-subsidies)

Geldende tekst a fecha 2020-01-01

Gelet op:

verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad (PbEU 2013, L347);

verordening (EU) nr. 1380/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 inzake het gemeenschappelijk visserijbeleid, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1954/2003 en (EG) nr. 1224/2009 van de Raad en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 2371/2002 en (EG) nr. 639/2004 van de Raad en Besluit 2004/585/EG van de Raad (PbEU 2013, L354);

verordening (EU) nr. 508/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 inzake het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 2328/2003, (EG) nr. 861/2006, (EG) nr. 1198/2006 en (EG) nr. 791/2007 van de Raad en Verordening (EU) nr. 1255/2011 van het Europees Parlement en de Raad (PbEU 2014,L 149);

verordening (EU) nr. 1305/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake steun voor plattelandsontwikkeling (ELFPO) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad (PbEU 2013, L347);

verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordeningen (EEG) nr. 352/78, (EG) nr. 165/94, (EG) nr. 2799/98, (EG) nr. 814/2000, (EG) nr. 1290/2005 en (EG) nr. 485/2008 van de Raad (PbEU 2013, L347);

verordening (EU) nr. 640/2014 van de Commissie van 11 maart 2014 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft het geïntegreerd beheers- en controlesysteem en de voorwaarden voor weigering of intrekking van betalingen en voor administratieve sancties in het kader van rechtstreekse betalingen, plattelandsontwikkelingsbijstand en de randvoorwaarden (PbEU 2014, L181);

verordening (EU) nr. 809/2014 van de Commissie van 17 juli 2014 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft het geïntegreerd beheers- en controlesysteem, plattelandsontwikkelingsmaatregelen en de randvoorwaarden (PbEU 2014, L227);

verordening (EU) nr. 1301/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling en specifieke bepalingen met betrekking tot de doelstelling ‘Investeren in groei en werkgelegenheid’, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1080/2006 (PbEU 2013, L347);

verordening (EU) nr. 1299/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende specifieke bepalingen voor steun uit het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling ter verwezenlijking van de doelstelling ‘Europese territoriale samenwerking (PbEU 2013, L347);

artikel 4:89, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht;

artikel 3 van de Kaderwet EZ-subsidies;

de artikelen 15, 19 en 27 van de Landbouwwet;

artikel 6 van de Uitvoeringswet EFRO;

Besluit:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1.1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 1.2. Cumulatie

Onverminderd artikel 65, elfde lid, van verordening 1303/2013, wordt, indien reeds door een bestuursorgaan of de Europese Commissie subsidie is verstrekt voor de subsidiabele kosten of een deel daarvan, slechts een zodanig bedrag aan subsidie verstrekt dat het totale bedrag aan subsidies niet meer bedraagt dan het bedrag dat volgens de toepasselijke Europese verordeningen toegestaan is.

Artikel 1.3. Subsidiabele kosten
1.

Voor zover zij direct verbonden zijn met de uitvoering van de desbetreffende subsidiabele activiteit, komen als subsidiabele kosten in aanmerking:

2.

De kosten, bedoeld in het eerste lid, onderdelen b en c, kunnen worden berekend overeenkomstig artikel 1.4a.

3.

Het eerste lid is niet van toepassing op het verstrekken van subsidie in het kader van Europese territoriale samenwerking als bedoeld in paragraaf 5.4.

Artikel 1.4. Berekening loonkosten en eigen arbeid
1.

Loonkosten worden berekend:

2.

De kosten van de door een subsidieontvanger verrichte eigen arbeid als bedoeld in artikel 69, eerste lid, onderdeel e, van verordening 1303/2013 ten behoeve van het project of de investering worden, indien een berekening overeenkomstig het eerste lid niet mogelijk is, berekend door het aantal uren dat de betrokken persoon ten behoeve van het project of de investering heeft gemaakt te vermenigvuldigen met een vast uurtarief van € 39.

3.

In afwijking van het tweede lid wordt in geval van subsidies op grond van verordening 508/2014, een vast uurtarief van € 36 berekend.

4.

Indien subsidie wordt verleend in de vorm, bedoeld in artikel 67, eerste lid, onder c, van verordening 1303/2013, is dit artikel niet van toepassing.

5.

Indien wordt gekozen voor de integrale kostensystematiek, zijn artikel 12, derde lid, van het Kaderbesluit nationale EZ-subsidies en artikel 1.2, eerste lid, van de Regeling nationale EZ-subsidies, van overeenkomstige toepassing.

Artikel 1.5. Niet-subsidiabele kosten

Onverminderd artikel 69, derde lid, van verordening 1303/2013, komen in geval van artikel 1.3, onderdeel d, de volgende kosten niet in aanmerking voor subsidie:

Artikel 1.6. Wettelijke rente bij terugvordering

Indien toepassing wordt gegeven aan artikel 4:57 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 6 van de Kaderwet EZ-subsidies of in geval van terugvordering op grond van verordening 1303/2013, verordening 1301/2013, verordening 1305/2013, verordening 508/2014 of verordening 809/2014, worden terug te vorderen bedragen vermeerderd met de wettelijke rente, bedoeld in artikel 6:120, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek, die wordt berekend over de periode vanaf de datum van het verstrijken van de termijn waarbinnen betaling door de subsidieontvanger moet plaatsvinden en de datum van terugbetaling door de subsidieontvanger.

Artikel 1.7. Methode verrekenen van netto-inkomsten

In geval een project of investering netto-inkomsten als bedoeld in artikel 61 van verordening 1303/2013 genereert, brengt de bevoegde autoriteit de netto-inkomsten bij de beschikking tot subsidieverlening in mindering op de subsidiabele kosten overeenkomstig de methode, bedoeld in artikel 61, derde lid, onderdeel b, van verordening 1303/2013, tenzij de bevoegde autoriteit voor de desbetreffende sector of subsector heeft gekozen voor een vast netto-inkomstenpercentage als bedoeld in artikel 61, derde lid, onderdeel a, van verordening 1303/2013.

Artikel 1.8. Vaststelling beleidsregels

De bevoegde autoriteit stelt beleidsregels vast voor de toepassing van financiële correcties, als bedoeld in artikel 143, tweede lid, van verordening 1303/2013.

Artikel 1.9. Vaststelling procedure

Als procedure, bedoeld in artikel 140, vijfde lid, van verordening 1303/2013 wordt vastgesteld de procedure van bijlage 1 bij deze regeling.

Hoofdstuk 2. Regels omtrent subsidieverstrekking door de minister

Artikel 2.1. Reikwijdte

Dit hoofdstuk is van toepassing op hoofdstuk 3 en hoofdstuk 4, titel 4.2 tot en met 4.6.

Artikel 2.2. Subsidiabele activiteiten

De minister kan op aanvraag voor activiteiten op de gebieden, genoemd in artikel 2 van de Kaderwet EZ-subsidies, en voor activiteiten als bedoeld in verordening 508/2014 subsidie verstrekken.

Artikel 2.3. Openstelling
1.

De minister kan op grond van deze regeling uitsluitend subsidie verstrekken indien hij de mogelijkheid tot het doen van een aanvraag tot subsidieverlening heeft opengesteld door vaststelling van een subsidieplafond en een periode voor indiening van de aanvraag.

2.

De minister kan de openstelling beperken tot bepaalde activiteiten, categorieën van aanvragers of een bepaald aantal aanvragen.

3.

De minister kan verschillende subsidieplafonds vaststellen voor verschillende activiteiten of categorieën van aanvragers.

Artikel 2.4. Wijze van verdelen

De minister verdeelt het subsidieplafond:

Artikel 2.5. Verdeling op volgorde van binnenkomst
1.

Indien wordt gekozen voor verdeling van het subsidieplafond op volgorde van binnenkomst van de aanvragen, komt de aanvraag die het eerst is binnengekomen, het eerst voor subsidie in aanmerking.

2.

Indien een aanvrager niet heeft voldaan aan enig wettelijk voorschrift voor het in behandeling nemen van de aanvraag en met toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt met betrekking tot de verdeling de dag of het tijdstip waarop de aanvraag voldoet aan de wettelijke voorschriften als datum of tijdstip van binnenkomst.

3.

Indien de minister op de dag dat het subsidieplafond wordt bereikt meer dan één aanvraag ontvangt, en de volgorde van die aanvragen niet op grond van het tijdstip van binnenkomst kan worden vastgesteld, stelt hij de onderlinge rangschikking van die aanvragen vast door middel van loting.

Artikel 2.6. Verdeling op volgorde van rangschikking
1.

Indien wordt gekozen voor verdeling van het subsidieplafond op volgorde van rangschikking van de aanvragen, komt de aanvraag die naar het oordeel van de minister de grootste bijdrage levert aan de doelstelling van de subsidie, het eerst voor subsidie in aanmerking.

2.

Voor zover het subsidieplafond wordt overschreden, stelt de minister de onderlinge rangschikking van die aanvragen die bij de beoordeling gelijk zijn gerangschikt vast door middel van loting.

Artikel 2.7. Verdeling van subsidieplafond per categorie

Indien per categorie van aanvragers of activiteiten een subsidieplafond is vastgesteld, vindt de verdeling, bedoeld in artikel 2.4, plaats per categorie.

Artikel 2.8. Adviescommissie
1.

De minister kan een adviescommissie instellen.

2.

Een adviescommissie heeft tot taak de minister op zijn verzoek te adviseren omtrent aanvragen om subsidie.

3.

De adviezen van een adviescommissie gaan vergezeld van een deugdelijke motivering.

4.

Een adviescommissie bestaat uit een voorzitter en een aantal leden. De leden zijn deskundig op het terrein waarop de adviescommissie een taak heeft. De voorzitter en de leden zijn geen ambtenaren, werkzaam bij het Ministerie van Economische Zaken of andere ministeries die voor de subsidie verantwoordelijk zijn of mede verantwoordelijk zijn.

5.

De voorzitter en de leden worden door de minister benoemd en ontslagen.

6.

Bij de instelling van een adviescommissie worden de periode waarvoor de voorzitter en de leden worden benoemd en het aantal leden vastgesteld.

7.

Een adviescommissie stelt haar eigen werkwijze schriftelijk vast.

8.

Een lid van een adviescommissie neemt niet deel aan de voorbereiding en vaststelling van een advies, indien hij een persoonlijk belang heeft bij de beschikking op de aanvraag.

9.

De minister kan waarnemers aanwijzen, die het recht hebben de vergaderingen van een adviescommissie bij te wonen.

10.

In het secretariaat van een adviescommissie wordt door de minister voorzien.

11.

Het beheer van de bescheiden betreffende de werkzaamheden van een adviescommissie geschiedt op overeenkomstige wijze als bij het Ministerie van Economische Zaken. De bescheiden worden na beëindiging van de werkzaamheden van een adviescommissie bewaard in het archief van dat ministerie.

12.

Een adviescommissie verstrekt desgevraagd aan de minister de voor de uitoefening van zijn taak benodigde inlichtingen. De minister kan inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig is.

Artikel 2.9. Indienen van de aanvraag tot subsidieverlening
1.

Een aanvraag tot subsidieverlening wordt ingediend met gebruikmaking van een middel, dat door de minister beschikbaar wordt gesteld.

2.

Bij een aanvraag tot subsidieverlening wordt in voorkomend geval mededeling gedaan van andere inkomsten, waaronder subsidies, waarmee de activiteit waarop de subsidie betrekking heeft wordt of zal worden gefinancierd.

3.

Een aanvraag tot subsidieverlening bevat in ieder geval gegevens over:

4.

Een aanvraag tot subsidieverlening voor een project gaat vergezeld van een projectplan, waarin ten minste zijn opgenomen:

5.

Indien aanvragers van subsidie samenwerken in een samenwerkingsverband, dient de penvoerder een aanvraag in.

Artikel 2.10. Niet-subsidiabele kosten samenwerkingsverband

Onverminderd artikel 1.5, komen in geval van een samenwerkingsverband, kosten die een deelnemer van het samenwerkingsverband in rekening brengt bij een andere deelnemer aan het samenwerkingsverband niet voor subsidie in aanmerking.

Artikel 2.11. Afwijzingsgronden
1.

De minister beslist afwijzend op een aanvraag tot subsidieverlening indien de aanvraag niet voldoet aan de bij deze regeling gestelde regels.

2.

De minister beslist afwijzend op een aanvraag tot subsidieverlening voor zover:

Artikel 2.12. Beslissing op de aanvraag
1.

Indien het subsidieplafond wordt verdeeld op volgorde van rangschikking, wordt een beschikking tot subsidieverlening gegeven binnen 22 weken na afloop van de periode van het aanvragen van de subsidie.

2.

Indien het subsidieplafond op een andere wijze wordt verdeeld, wordt een beschikking tot subsidieverlening gegeven binnen 13 weken na afloop van het aanvragen van de subsidie.

Artikel 2.13. Beslissing samenwerkingsverband

Indien de subsidie wordt verleend aan deelnemers in een samenwerkingsverband, verzendt de minister de beschikkingen tot subsidieverlening aan de penvoerder.

Artikel 2.14. Bevoorschotting
1.

Indien in deze regeling is bepaald dat er voorschotten worden verstrekt, bedraagt het voorschot ten hoogste 90% van de te verlenen subsidie.

2.

Een voorschot wordt op aanvraag verstrekt met gebruikmaking van een middel, dat door de minister beschikbaar wordt gesteld.

3.

Het voorschot wordt aangevraagd door de subsidieontvanger of de penvoerder.

4.

Een voorschot wordt verstrekt voor de volgende gemaakte kosten:

5.

Voor zover van toepassing gaat een aanvraag om een voorschot vergezeld van gegevens over de netto-inkomsten, bedoeld in artikel 65, achtste lid, van verordening 1303/2013.

Artikel 2.15. Algemene verplichtingen subsidieontvanger
1.

De subsidieontvanger of de penvoerder doet onverwijld schriftelijk mededeling aan de minister van de indiening bij de rechtbank van een verzoek tot het op hem respectievelijk op een van de deelnemers van het samenwerkingsverband van toepassing verklaren van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen, tot verlening van surseance van betaling aan hem respectievelijk aan een van de deelnemers van het samenwerkingsverband, of tot faillietverklaring van hem respectievelijk van een van de deelnemers van het samenwerkingsverband.

2.

De subsidieontvanger of penvoerder doet onverwijld schriftelijk mededeling aan de minister zodra aannemelijk is dat:

Artikel 2.16. Uitvoering projectplan
1.

Aan de beschikking tot subsidieverlening is, in geval deze betrekking heeft op een projectplan, de verplichting verbonden om de activiteiten overeenkomstig dit plan uit te voeren.

2.

De subsidieontvanger of de penvoerder meldt aan de minister indien de subsidiabele kosten zoals opgenomen in de mijlpalen in het projectplan of, indien er geen mijlpalenplanning is, in het desbetreffende kalenderjaar meer dan 25% afwijken van de begroting.

3.

De minister kan voor het vertragen of het essentieel wijzigen van de wijze van uitvoering van de activiteiten op voorafgaand verzoek van de subsidieontvanger of de penvoerder ontheffing verlenen van de verplichting, bedoeld in het eerste lid, tenzij hierdoor afbreuk wordt gedaan aan de activiteit waarvoor subsidie is verleend, de doelstelling van de subsidie of de voorwaarden van de subsidieverstrekking. Aan de ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden.

Artikel 2.17. Administratieve verplichtingen subsidieontvanger
1.

De subsidieontvanger of penvoerder voert een zodanige administratie dat daaruit te allen tijde op eenvoudige en duidelijke wijze is af te leiden:

2.

Het eerste lid, aanhef en onderdeel c, is niet van toepassing indien loonkosten worden berekend overeenkomstig artikel 1.4, eerste lid, onderdeel c. Indien de subsidieontvanger werkgever is, stelt deze voor personen als bedoeld in artikel 1.4, eerste lid, onderdeel c, een document op met vermelding van het vaste percentage, bedoeld in dat onderdeel.

3.

De administratie wordt ten minste zeven jaar na de datum van de laatste betaling bewaard.

Artikel 2.18. Tussenrapportage projecten
1.

Indien de periode van uitvoering van een project dat voor subsidie in aanmerking komt meer dan twaalf maanden in beslag neemt, wordt bij de beschikking tot subsidieverlening de verplichting opgelegd tot indiening van één of meer rapportages waarin de voortgang van het project wordt beschreven, waarbij rekening wordt gehouden met de mijlpalen van het project.

2.

Indien subsidieontvangers samenwerken in een samenwerkingsverband, kan de penvoerder hun rapportages indienen.

Artikel 2.19. Instandhouding investering
1.

Indien subsidie wordt verstrekt voor een investering als bedoeld in artikel 71, eerste lid, van verordening 1303/2013, wordt de beschikking tot subsidievaststelling onverminderd artikel 4:49 van de Algemene wet bestuursrecht ingetrokken of ten nadele van de subsidieontvanger gewijzigd indien de investering gedurende vijf jaar te rekenen vanaf de datum van de laatste betaling een belangrijke wijziging ondergaat die:

2.

Indien subsidie wordt verstrekt voor een investering als bedoeld in artikel 71, tweede lid, van verordening 1303/2013, wordt de beschikking tot subsidievaststelling onverminderd artikel 4:49 van de Algemene wet bestuursrecht ingetrokken of ten nadele van de subsidieontvanger gewijzigd indien de investering binnen tien jaar na de laatste betaling wordt verplaatst naar een locatie buiten de Europese Unie.

3.

Het tweede lid is niet van toepassing op het mkb.

Artikel 2.20. Indienen aanvraag subsidievaststelling
1.

De subsidieontvanger dient zijn aanvraag tot subsidievaststelling in binnen dertien weken na het tijdstip waarop de activiteiten moeten zijn voltooid.

2.

De aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van een middel dat door de minister beschikbaar wordt gesteld.

3.

Bij een aanvraag tot subsidievaststelling wordt in voorkomend geval mededeling gedaan van andere inkomsten, waaronder subsidies, waarmee de activiteit waarop de subsidie betrekking heeft is gefinancierd.

4.

De aanvraag tot subsidievaststelling bevat in ieder geval:

5.

Een aanvraag tot vaststelling van een subsidie voor de uitvoering van een project gaat vergezeld van een eindverslag. Het eindverslag bevat ten minste:

Artikel 2.21. Indienen aanvraag subsidievaststelling samenwerkingsverband

Indien subsidieontvangers samenwerken in een samenwerkingsverband, dient de penvoerder hun aanvraag tot subsidievaststelling in.

Artikel 2.22. Beschikking subsidievaststelling
1.

De minister geeft de beschikking tot subsidievaststelling binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag daartoe dan wel nadat de voor het indienen ervan geldende termijn is verstreken.

2.

Indien subsidieontvangers samenwerken in een samenwerkingsverband, verzendt de minister de beschikkingen tot subsidievaststelling aan de penvoerder

Hoofdstuk 3. Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij

Titel 3.1. Algemene bepalingen

Artikel 3.1.1. Begripsbepalingen

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

Artikel 3.1.2. Niet-subsidiabele kosten

Onverminderd artikel 1.5, komen de kosten van de activiteiten bedoeld in artikel 11 van verordening 508/2014 niet voor subsidie in aanmerking.

Artikel 3.1.3. Afwijzingsgronden

Onverminderd artikel 2.11, beslist de minister afwijzend op een aanvraag tot subsidieverlening indien:

Artikel 3.1.4. Indiening aanvraag tot subsidieverlening

Onverminderd artikel 2.9 bevat een aanvraag tot subsidieverlening in ieder geval:

Artikel 3.1.5. Indiening aanvraag tot subsidievaststelling

Onverminderd artikel 2.20, bevat de aanvraag tot subsidievaststelling:

Artikel 3.1.6. Verplichtingen subsidieontvanger
1.

De subsidieontvanger blijft gedurende ten minste vijf jaar na de datum van de laatste betaling voldoen aan de voorwaarden van artikel 10, eerste lid, van verordening 508/2014.

2.

Indien de subsidieontvanger subsidie aanwendt voor het verlenen van een opdracht waarbij de totale kosten bij één opdrachtnemer hoger zullen zijn dan € 25.000, vraagt hij voorafgaand aan de opdrachtverlening drie offertes op bij van elkaar onafhankelijke aanbieders. De subsidieontvanger gunt de opdracht aan de aanbieder met de economisch meest voordelige offerte.

3.

De minister kan op verzoek van de subsidieontvanger of de penvoerder ontheffing verlenen van de verplichting, bedoeld in het tweede lid. Aan de ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden.

4.

Het tweede lid is niet van toepassing als de subsidieontvanger die subsidie wil aanwenden voor het verlenen van een opdracht een aanbestedende dienst is als bedoeld in artikel 1.1 van de Aanbestedingswet 2012 en de opdracht die hij wil verlenen op grond van de Aanbestedingswet 2012 moet worden aanbesteed.

5.

Indien het vierde lid van toepassing is, stelt de subsidieontvanger of de penvoerder de minister op de hoogte van de gevolgde procedure en de gunningsbeslissing, overeenkomstig artikel 2.130 van de Aanbestedingswet 2012.

6.

Het tweede lid is niet van toepassing indien de subsidie wordt aangewend voor het verlenen van een opdracht aan een wetenschappelijke organisatie.

7.

De subsidieontvanger voert de communicatieactiviteiten uit, bedoeld in artikel 3.1.4, onderdeel g.

8.

De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat bij alle op het publiek gerichte voorlichtings- en publiciteitsmaatregelen duidelijk wordt gemaakt dat voor de desbetreffende concrete actie steun uit het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij is verleend, overeenkomstig de vereisten uit verordening 763/2014.

9.

De subsidieontvanger verleent de Europese Audit Autoriteit, de Europese Commissie of de Europese Rekenkamer alle medewerking die deze redelijkerwijs kan vorderen bij de uitoefening van hun taken.

Artikel 3.1.7. Instandhouding van investeringen
1.

Indien subsidie wordt verstrekt aan een eigenaar van een vissersvaartuig als bedoeld in artikel 25 van verordening 508/2014, wordt de beschikking tot subsidievaststelling onverminderd artikel 4:49 van de Algemene wet bestuursrecht ingetrokken of ten nadele van de subsidieontvanger gewijzigd indien het vissersvaartuig binnen vijf jaar te rekenen vanaf de datum van de laatste betaling naar buiten de Europese Unie wordt overgedragen.

2.

Indien subsidie wordt verstrekt voor een vaartuig dat uitsluitend in binnenwateren actief is als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel 15, van verordening 508/2014, wordt de beschikking tot subsidievaststelling, onverminderd het eerste lid en artikel 4:49 van de Algemene wet bestuursrecht, ingetrokken of ten nadele van de subsidieontvanger gewijzigd, indien het vaartuig binnen vijf jaar te rekenen vanaf de datum van de laatste betaling niet uitsluitend actief is in binnenwateren.

Titel 3.2. Jonge vissers

Artikel 3.2.1. Begripsbepalingen

In deze titel wordt verstaan onder:

Artikel 3.2.2. Subsidiabele activiteiten
1.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een jonge visser voor een eerste aanschaf van een vissersvaartuig, of een deel daarvan, met een lengte over alles van minder dan 24 meter, dat:

2.

In geval van aanschaf van een vissersvaartuig dat is uitgerust voor de binnenvisserij met uitzondering van het IJsselmeer:

3.

In geval van aanschaf van een vissersvaartuig dat is uitgerust voor de binnenvisserij en dat wordt gebruikt om te vissen op het IJsselmeer:

Artikel 3.2.3. Indiening aanvraag tot subsidieverlening

Onverminderd de artikelen 2.9 en 3.1.4 bevat een aanvraag tot subsidieverlening:

Artikel 3.2.4. Verdeling van het subsidieplafond

De minister verdeelt het subsidieplafond op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.

Artikel 3.2.5. Subsidiabele kosten
1.

Slechts de door de jonge visser gemaakte aanschafkosten van het vissersvaartuig als bedoeld in artikel 3.2.2, komen voor subsidie in aanmerking.

2.

Al hetgeen volgens verkeersopvatting onderdeel van het vissersvaartuig uitmaakt, is deel van het vissersvaartuig en mag worden meegerekend bij de aanschafkosten.

Artikel 3.2.6. Niet-subsidiabele kosten

Onverminderd de artikelen 1.5 en 3.1.2, komen de volgende kosten niet in aanmerking voor subsidie:

Artikel 3.2.7. Hoogte van de subsidie
1.

De subsidie bedraagt ten hoogste 25 procent van de subsidiabele kosten.

2.

De subsidie bedraagt ten hoogste € 75.000 per jonge visser.

Artikel 3.2.8. Realisatietermijn
1.

De aanschaf van het vissersvaartuig vindt plaats na de datum van ontvangst van de subsidieaanvraag, bedoeld in artikel 2.9, en binnen 6 maanden na de datum van subsidieverlening.

2.

De betaling en levering van het vissersvaartuig vindt plaats na de datum van ontvangst van de subsidieaanvraag, bedoeld in artikel 2.9, en voor het indienen van de aanvraag tot subsidievaststelling, bedoeld in artikel 2.20.

Artikel 3.2.9. Afwijzingsgronden

De minister beslist afwijzend op een aanvraag tot subsidieverlening voor zover:

Artikel 3.2.10. Indienen aanvraag subsidievaststelling
1.

Onverminderd artikel 2.20 en 3.1.5, bevat de aanvraag tot subsidievaststelling in ieder geval:

2.

De artikelen 3.1.5, onderdeel b, en 3.1.6, tweede lid, zijn niet van toepassing op deze titel.

Artikel 3.2.11

Deze titel vervalt met ingang van 1 juli 2020.

Hoofdstuk 4. Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling

Titel 3.3. Aanlandplichtinnovatieprojecten

Paragraaf 4.1.1. Algemene bepalingen

Artikel 4.1.1. Begripsbepalingen

In deze titel wordt verstaan onder:

Paragraaf 4.1.2. Voorschriften inzake de landbouwer

Artikel 4.1.2. Subsidieaanvraag
1.

De minister verstrekt subsidie aan een landbouwer in de vorm van een financiële bijdrage voor de premie ten behoeve van een verzekering tegen de financiële gevolgen van ongunstige weersomstandigheden, die overeenkomstig artikel 4.1.11 is goedgekeurd.

2.

De landbouwer die in aanmerking wil komen voor de subsidie, bedoeld in het eerste lid, maakt voor de aanvraag gebruik van de verzamelaanvraag, bedoeld in artikel 4.2 van de Uitvoeringsregeling rechtstreekse betalingen GLB.

3.

De landbouwer legt vóór 1 november van het jaar waarin hij de aanvraag, bedoeld in het tweede lid, indient de in artikel 4.1.8 genoemde gegevens over. De bewijsstukken worden schriftelijk overgelegd voor zover deze niet elektronisch overgelegd kunnen worden.

4.

De aanvrager is van de verplichting, bedoeld in het derde lid, vrijgesteld voor zover de bewijsstukken vóór het verstrijken van de in dat lid genoemde termijn door de verzekeraar worden verstrekt.

5.

Artikel 2.3 van de Uitvoeringsregeling rechtstreekse betalingen GLB is van overeenkomstige toepassing op een landbouwer als bedoeld in het eerste lid.

Artikel 4.1.3. Afwijzingsgronden
1.

Onverminderd artikel 1.2, wordt geen subsidie verstrekt voor zover de landbouwer van overheidswege een andere bijdrage ontvangt voor de premie, bedoeld in artikel 4.1.2, eerste lid.

2.

Geen subsidie wordt verstrekt indien de landbouwer zijn teelt niet tegen alle ongunstige weersomstandigheden, genoemd in artikel 4.1.13, heeft verzekerd.

3.

Geen subsidie wordt verstrekt ten behoeve van de premie die wordt betaald voor de verzekering van de open teelt op landbouwgrond die is gelegen buiten Nederland.

4.

Onverminderd artikel 13, eerste lid, tweede alinea, van verordening 640/2014 beslist de minister afwijzend op een aanvraag om subsidie, indien:

Artikel 4.1.4. Hoogte van de subsidie
1.

De subsidie bedraagt 63,7% van de verzekeringspremie, exclusief belastingen.

2.

De subsidie betreft enkel de oppervlakte van de verzekerde percelen die via de verzamelaanvraag als zodanig zijn opgegeven.

Artikel 4.1.5. Verdeling subsidieplafond

Indien het subsidieplafond wordt overschreden, wordt het percentage, bedoeld in artikel 4.1.4, eerste lid, evenredig verlaagd.

Artikel 4.1.6. Aanvullende afwijzingsgronden

Vervallen

Artikel 4.1.7. Beslistermijn aanvraag

De minister beslist op een aanvraag om subsidieverlening uiterlijk 15 mei van het jaar volgend op het jaar van de aanvraag.

Artikel 4.1.8. Verplichtingen aanvrager

De aanvrager verstrekt de volgende gegevens aan de minister:

Artikel 4.1.9. Betaling subsidie
1.

De betaling van de subsidie, bedoeld in artikel 4.1.2, geschiedt overeenkomstig artikel 4:89, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en overeenkomstig een door de aanvrager daartoe verstrekte volmacht als bedoeld in titel 3 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, aan de verzekeraar met wie de landbouwer de verzekering heeft gesloten.

2.

Bij gebreke van een volmacht als bedoeld in het eerste lid vindt betaling plaats door bijschrijving op een door de aanvrager opgegeven bankrekening.

Paragraaf 4.1.2. Voorschriften inzake de verzekeraar

Artikel 4.1.10. Aanvraag verzekeraar
1.

Een verzekeraar dient vóór 1 december, voorafgaand aan het jaar waarvoor de goedkeuring wordt gevraagd, een aanvraag in bij de minister voor goedkeuring van de voorwaarden van een verzekering.

2.

De aanvraag, bedoeld in het eerste lid, gaat vergezeld van:

3.

De minister beslist binnen een termijn van 22 weken op de aanvraag, bedoeld in het eerste lid.

Artikel 4.1.11. Voorwaarden goedkeuring verzekering
1.

De minister verleent uitsluitend goedkeuring aan de verzekeringsvoorwaarden indien:

2.

De minister verleent de goedkeuring voor een periode van een jaar, en kan aan de goedkeuring nadere voorschriften verbinden.

Artikel 4.1.12. Verlenging goedkeuring
1.

De goedkeuring, bedoeld in artikel 4.1.11, eerste lid, kan op verzoek van de verzekeraar steeds voor een periode van een jaar worden verlengd.

2.

De verzekeraar dient vóór 15 januari een verzoek tot verlenging van de goedkeuring in bij de minister en meldt daarbij de eventuele wijzigingen van de verzekeringsvoorwaarden.

3.

De minister beslist binnen 6 weken op het verzoek, bedoeld in het eerste lid.

4.

Bij een verzoek tot verlenging verstrekt de verzekeraar het totaalbedrag aan schade-uitkeringen gedaan op het product brede weersverzekering van het jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor verzoek tot verlenging van de goedkeuring van de verzekeringsvoorwaarden wordt aangevraagd.

5.

Alvorens te besluiten op het verzoek tot verlenging beoordeelt de minister de redelijkheid van kosten als bedoeld in artikel 48, tweede lid, onderdeel e, van verordening 809/2014 aan de hand van de met de schade-uitkeringsbedragen berekende loss ratio over de vijf voorafgaande jaren. Indien de minister na onderzoek concludeert dat niet meer van redelijke kosten kan worden gesproken moet de verzekeraar binnen een door de minister te bepalen termijn aangeven op welke wijze het meerjarig loss ratio getal in het nieuwe verzekeringsjaar weer boven de daartoe door de minister vastgestelde signaleringswaarde wordt gebracht. Indien niet afdoende gewaarborgd is dat het meerjarig loss ratio getal beneden de signaleringswaarde blijft, wordt de goedkeuring geweigerd.

Artikel 4.1.13. Ongunstige weersomstandigheden
1.

Onder ongunstige weersomstandigheden worden in elk geval begrepen:

2.

De weersomstandigheden, bedoeld in het eerste lid, worden geacht vooraf te zijn erkend door de minister als bedoeld in artikel 37, tweede lid, van verordening 1305/2013. De minister kan in aanvulling daarop, na overleg met de brancheorganisatie van verzekeraars, ook andere ongunstige weersomstandigheden erkennen.

Artikel 4.1.14. Bijzondere voorwaarden
1.

In afwijking van artikel 4.1.11, eerste lid, onderdeel a, onder 1°, mag een verzekering ook tot uitkering komen bij een financieel verlies van 20% of minder, mits de verzekeraar ten genoegen van de minister onderscheidt welk deel van de premie betrekking heeft op vergoeding van het financieel verlies van de landbouwer van 20% of minder. In dat geval heeft de steun slechts betrekking op het gedeelte van de premie dat ziet op verzekeringsvoorwaarden die in overeenstemming zijn met de bepalingen van deze regeling.

2.

Het onderscheid, bedoeld in het eerste lid, moet helder zijn omschreven in de verzekeringsvoorwaarden.

3.

In afwijking van artikel 4.1.11, eerste lid, onderdeel g, mag een verzekering voor langer dan twaalf maanden worden aangegaan, mits de premie jaarlijks wordt betaald en de jaarlijkse premie betrekking heeft op de productie van een periode van twaalf maanden.

4.

De minister publiceert een lijst van de goedgekeurde verzekeringen op de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.

Artikel 4.1.15. Rekenmodel
1.

In afwijking van artikel 4.1.11, eerste lid, onderdeel d, mag de schade worden vastgesteld op basis van een rekenmodel.

2.

Het rekenmodel wordt tezamen met de verzekeringsvoorwaarden goedgekeurd door de minister.

3.

De minister keurt het rekenmodel uitsluitend goed indien de verzekeraar aantoont dat de uitkomsten van het rekenmodel vergelijkbaar zijn met een schadebeoordeling door een schade-expert. Het rekenmodel bevat daartoe tenminste de noodzakelijke gegevens om de schade vast te kunnen stellen aan de hand van bedrijfsspecifieke gegevens van het landbouwbedrijf zoals het gewas en de grondsoort op perceelsniveau en de feitelijke weersomstandigheid die de schade veroorzaakt.

4.

De verzekeraar onderzoekt elk gebruik van het rekenmodel met behulp van een steekproef. De resultaten worden ter beschikking gehouden van de minister.

Paragraaf 4.1.3. Controles en sancties

Artikel 4.1.16. Onregelmatigheden

De minister geeft in voorkomende gevallen uitvoering aan artikel 54, eerste en derde lid, en artikel 56 van verordening 1306/2013.

Artikel 4.1.17. Administratieve controles en controles ter plaatse

De minister verricht de controles, bedoeld in artikel 59 van verordening 1306/2013.

Artikel 4.1.18. Onverschuldigde betalingen, sancties en terugvorderingen
1.

De minister besluit tot het niet betalen dan wel de gehele of gedeeltelijke intrekking van de subsidie overeenkomstig artikel 63, eerste lid, van verordening 1306/2013.

2.

De minister stelt de sancties, bedoeld in artikel 63, tweede lid, van verordening 1306/2013, vast met inachtneming van artikel 64 van verordening 1306/2013.

3.

De minister geeft bij de uitvoering van de bevoegdheden, genoemd in het eerste en tweede lid, toepassing aan artikel 63 van verordening 809/2014.

4.

Indien de verstrekte subsidie lager is dan de aangevraagde subsidie als gevolg van een bij besluit van de minister vastgestelde verlaging van de subsidie, dient de landbouwer de met dit verschil overeenkomende premie te voldoen vóór 1 juli volgend op het jaar van de aanvraag aan de verzekeraar.

5.

Indien de landbouwer niet of niet geheel het in het vierde lid bedoelde bedrag tijdig heeft betaald, wordt de subsidie evenredig percentueel verlaagd met het verschil tussen het bedrag dat tijdig is betaald en het bedrag dat had moeten zijn betaald.

Artikel 4.1.19. Vervaldatum

Deze titel vervalt met ingang van 21 januari 2025.

Hoofdstuk 5. Europees Fonds voor regionale ontwikkeling

§ 5.1. Algemene bepalingen

Artikel 5.1.1. Begripsbepalingen

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

Artikel 5.1.2. Vervaldatum

Dit hoofdstuk vervalt met ingang van 1 januari 2024.

§ 5.2. Regels omtrent subsidieverstrekking door de managementautoriteit

Artikel 5.2.1. Subsidiabele activiteiten
1.

De managementautoriteit verstrekt subsidie voor activiteiten passend binnen het programma waarvoor de managementautoriteit is aangewezen.

2.

Een subsidie als bedoeld in het eerste lid kan worden verstrekt in de vorm van een bijdrage aan een financieringsinstrument.

Artikel 5.2.2. Subsidieplafond en subsidiebedrag
1.

De managementautoriteit stelt een subsidieplafond of twee of meer deelplafonds ter uitvoering van deze regeling vast, alsmede de wijze van verdeling van het beschikbare bedrag onder het desbetreffende plafond.

2.

De managementautoriteit kan een beschikbaar subsidiebedrag bestemmen voor een of meer financieringsinstrumenten.

3.

De managementautoriteit maakt de criteria, bedoeld in artikel 125, derde lid, van verordening 1303/2013, die worden gehanteerd binnen de wijze van verdeling, bedoeld in het eerste lid, bekend.

Artikel 5.2.3. Indiening subsidieaanvraag

Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van een middel dat door de managementautoriteit beschikbaar wordt gesteld.

Artikel 5.2.4. Beslissing op de aanvraag
1.

De managementautoriteit geeft binnen 26 weken een beschikking op een aanvraag tot subsidieverlening.

2.

In het geval van de verdeling van een beschikbaar subsidiebedrag, als bedoeld in artikel 5.2.6, onderdeel b, begint de termijn, bedoeld in het eerste lid, op de eerste dag na afloop van de aanvraagperiode.

Artikel 5.2.5. Afwijzingsgronden
1.

De managementautoriteit beslist afwijzend op een aanvraag indien:

2.

De managementautoriteit kan geheel of gedeeltelijk afwijzend beslissen op een aanvraag indien blijkt dat de beoogde financiering door de overige financiers geheel of gedeeltelijk niet zal worden verleend.

3.

De managementautoriteit kan in afwijking van het eerste lid, aanhef en onderdeel a, bij de wijze van verdeling, bedoeld in artikel 5.2.2, eerste lid, bepalen dat het eerste lid, onderdeel a, niet van toepassing is op subsidies voor het mkb.

4.

Het eerste lid, onderdeel a, is niet van toepassing op het verstrekken van subsidie door de managementautoriteit van het programma, bedoeld in artikel 5.4.2, eerste lid, onderdeel d.

Artikel 5.2.6. Verdeling subsidiebedrag

Behoudens de bijdrage aan een financieringsinstrument, bedoeld in artikel 5.2.2, tweede lid, verdeelt de managementautoriteit een beschikbaar subsidiebedrag

Artikel 5.2.7. Volgorde van ontvangst
1.

Volgens de volgorde van ontvangst, bedoeld in artikel 5.2.6, onderdeel a, komt de eerst ontvangen aanvraag het eerst voor subsidie in aanmerking.

2.

Indien een aanvrager niet heeft voldaan aan enig wettelijk voorschrift voor het in behandeling nemen van de aanvraag en met toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt met betrekking tot de verdeling de dag waarop de aanvraag voldoet aan de wettelijke voorschriften als datum van ontvangst.

3.

Indien de managementautoriteit op de dag dat het subsidieplafond wordt bereikt meer dan één aanvraag ontvangt, stelt zij de onderlinge rangschikking van die aanvragen vast door middel van loting.

Artikel 5.2.8. Rangschikking naar geschiktheid
1.

Volgens de rangschikking naar geschiktheid, bedoeld in artikel 5.2.6, onderdeel b, komt de hoogst gerangschikte aanvraag het eerst voor subsidie in aanmerking.

2.

Voor zover het subsidieplafond dreigt te worden overschreden, stelt de managementautoriteit de onderlinge rangschikking van die aanvragen die bij de beoordeling gelijk zijn gerangschikt vast door middel van loting.

Artikel 5.2.9. Verplichtingen subsidieontvanger
1.

De subsidieontvanger voert het project uit overeenkomstig het projectplan waarop de subsidieverlening betrekking heeft en voltooit het uiterlijk op het bij de verlening bepaalde tijdstip.

2.

De in artikel 71, eerste lid, van verordening 1303/2013 bedoelde termijn van vijf jaar wordt in geval van het behoud van investeringen of van door het mkb gecreëerde werkgelegenheid, verkort tot drie jaar.

Artikel 5.2.10. Wijziging project

Een wijziging van een project waarvoor subsidie wordt verstrekt, betreffende

behoeft de goedkeuring van de managementautoriteit.

Artikel 5.2.11. Meldingsplicht subsidieontvanger

De subsidieontvanger doet onverwijld schriftelijk melding aan de managementautoriteit zodra aannemelijk is dat

Artikel 5.2.12. Administratie
1.

De subsidieontvanger voert een administratie die zodanig is ingericht dat daaruit te allen tijde op eenvoudige en duidelijke wijze alle door hem gemaakte en betaalde kosten en de aan het project toe te rekenen opbrengsten kunnen worden afgelezen en gespecificeerd, met dien verstande dat ter zake van de kosten bedoeld in artikel 1.4, eerste lid, onderdeel a, en tweede lid, een door middel van een inzichtelijke tijdschrijving controleerbare urenverantwoording per werknemer aanwezig dient te zijn.

2.

Indien de subsidieontvanger werkgever is, stelt deze voor personen als bedoeld in artikel 1.4, eerste lid, onderdeel c, een document op met vermelding van het vaste percentage, bedoeld in dat onderdeel.

Artikel 5.2.13. Verplichtingen
1.

De managementautoriteit kan verplichtingen verbinden aan de subsidie.

2.

De managementautoriteit verbindt zodanig verplichtingen aan de subsidie dat de subsidieontvanger aan de certificeringsautoriteit en de auditautoriteit de medewerking verleent die zij voor hun taakvervulling nodig hebben.

Artikel 5.2.14. Aanvraag om subsidievaststelling

Een aanvraag om subsidievaststelling wordt ingediend met gebruikmaking van een middel dat door de managementautoriteit beschikbaar wordt gesteld.

Artikel 5.2.15. Beslissing op de aanvraag om subsidievaststelling

De managementautoriteit geeft binnen 26 weken een beschikking op een aanvraag tot subsidievaststelling.

§ 5.1. Algemene bepalingen

Artikel 5.3.1. Subsidieaanvraag

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan degene die een project tot stand brengt dat past in een programma en dat bijdraagt aan de realisatie van het Rijksbeleid op het gebied van innovatie of koolstofarme economie.

Artikel 5.3.2. Subsidieplafond
1.

Het subsidieplafond voor subsidies als bedoeld in artikel 5.3.1 is voor de gehele programmaperiode:

2.

Het voor de cofinanciering beschikbare bedrag wordt in jaarlijkse tranches beschikbaar gesteld.

Artikel 5.3.3. Afwijzingsgronden

De minister beslist afwijzend op een aanvraag om subsidie indien het project onvoldoende bijdraagt aan de realisatie van het in artikel 5.3.1 bedoelde Rijksbeleid of de subsidieaanvrager niet in aanmerking komt voor subsidie op grond van paragraaf 5.2.

Artikel 5.3.4. Schakelbepaling

In afwijking van hoofdstuk 2, zijn de artikelen 5.2.3 tot en met 5.2.15 van overeenkomstige toepassing.

Paragraaf 4.1.1. Algemene bepalingen

Artikel 5.4.1. Subsidieaanvraag
1.

De Minister verstrekt op aanvraag een programmasubsidie voor de programma’s, bedoeld in artikel 5.4.2, eerste lid, onderdelen a, b en d.

2.

De Minister verstrekt op aanvraag een subsidie aan degene die een project tot stand brengt dat past in het programma, bedoeld in artikel 5.4.2, eerste lid, onderdeel c.

Artikel 5.4.2. Subsidieplafond
1.

Het subsidieplafond voor subsidies als bedoeld in artikel 5.4.1 is voor de gehele programmaperiode:

2.

De minister verleent eenmaal per jaar een voorschot.

3.

Rentebaten over een voorschot worden op dezelfde wijze besteed als de programmasubsidie of als de subsidie, bedoeld in artikel 5.4.1, tweede lid.

Artikel 5.4.3. Instemming Minister en afwijzingsgronden
1.

De ontvanger van een programmasubsidie als bedoeld in artikel 5.4.1, eerste lid, financiert geen projecten ten laste van de programmasubsidie als bedoeld in artikel 5.4.1, eerste lid, zonder voorafgaande schriftelijke instemming van de minister.

2.

De minister onthoudt de instemming, bedoeld in het eerste lid, indien:

3.

De Minister onthoudt tevens de instemming of wijst een aanvraag als bedoeld in artikel 5.4.1, tweede lid, af indien het project niet in voldoende mate bijdraagt aan tenminste vier van de volgende aspecten:

4.

Het derde lid is niet van toepassing op projecten in de prioriteit Technische Bijstand.

Hoofdstuk 6. Overige bepalingen en slotbepalingen

Artikel 6.1. Wijziging van de Regeling openstelling EZ-subsidies 2015

Wijzigt de Regeling openstelling EZ-subsidies 2015.

Artikel 6.2. Overgangsrecht
1.

Het recht zoals dat luidde voor 1 juli 2015, blijft van toepassing op:

2.

Het recht zoals dat luidde voor 1 januari 2016 blijft van toepassing op:

Artikel 6.3. Intrekken regelingen
1.

De Regeling LNV-subsidies wordt ingetrokken.

Artikel 6.4. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juli 2015, met uitzondering van artikel 6.3, eerste lid, dat in werking treedt met ingang van 1 januari 2016.

Artikel 6.5. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling Europese EZK- en LNV-subsidies.

Bijlage. behorende bij artikel 1.9 Regeling Europese EZ-subsidies

Procedure als bedoeld in artikel 140, vijfde lid, van verordening 1303/2013

Verordening 1303/2013 maakt het mogelijk kopieën of volledig digitale documenten te accepteren als bewijsstuk. In deze bijlage worden de in artikel 140, vijfde lid, van verordening 1303/2013 bedoelde procedures vastgesteld voor documenten die in het kader van de uitvoering van deze regeling en verantwoording op grond van verordening 1303/2013 kan worden gebruikt.

1. Typen documenten

De volgende documenten worden als bewijsstukken geaccepteerd:

2. Procedure voor het gebruik van de documenten, bedoeld onder 1, onderdelen a, b en c

De in 1 onder a, b en c bedoelde bewijsstukken zijn geconverteerde documenten of gegevensdragers. Bij conversie van het origineel naar het geconverteerde document of gegevensdrager wordt aan de hieronder vermelde voorwaarden voldaan:

Het in samenhang bezien van de verschillende bewijsstukken strekt er mede toe de authenticiteit van het geconverteerde document of de gegevensdrager te waarborgen en dat hierop voor controledoeleinden kan worden vertrouwd.

Als de conversie op de juiste wijze gebeurt, is het in het kader van de verantwoording, niet meer noodzakelijk de bewijsstukken op de originele gegevensdrager te bewaren. Het geconverteerde bewijsstuk mag na conversie niet meer gewijzigd kunnen worden.

3. Procedure voor het bewaren van stukken die uitsluitend in een elektronische versie bestaan, bedoeld in 1, onderdeel d

Indien een subsidieontvanger gebruik maakt van elektronische documenten waarbij uitsluitend een elektronische versie bestaat, worden de geautomatiseerde systemen voorzien van beheers- en beveiligingsmaatregelen die de betrouwbaarheid, authenticiteit en integriteit van de elektronische gegevens gedurende de gehele vereiste bewaartermijn waarborgen. Het is aan de subsidieontvanger om dit aan te tonen. Voor een tweetal veel voorkomende situaties zijn de voorschriften hieronder uitgewerkt:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 3.1.8. Adviescommissie
1.

Er is een adviescommissie EFMZV die tot taak heeft de minister te adviseren over de afwijzingsgrond, bedoeld in artikel 2.11, tweede lid, onderdeel d, en de rangschikking van aanvragen tot subsidieverlening, indien de verdeling van een subsidieplafond overeenkomstig artikel 2.4, onderdeel b, wordt bepaald.

2.

De commissie bestaat uit ten minste vijf en ten hoogste tien leden.

3.

De voorzitter en de leden worden voor een periode van drie jaar benoemd.

Titel 3.2. Jonge vissers

Artikel 3.3.1. Begripsbepalingen

In deze titel wordt verstaan onder:

Artikel 3.3.2. Subsidiabele activiteiten

De minister verstrekt op aanvraag subsidie voor de uitvoering van een aanlandplichtinnovatieproject aan:

Artikel 3.3.3. Betrokkenheid van een technische of wetenschappelijke organisatie

Een aanlandplichtinnovatieproject wordt uitgevoerd met actieve betrokkenheid van een wetenschappelijke of technische organisatie, die de resultaten van het project en het wetenschappelijk of technisch rapport, bedoeld in artikel 3.3.11, derde lid, valideert.

Artikel 3.3.4. Indiening aanvraag tot subsidieverlening

Onverminderd de artikelen 2.9 en 3.1.4, bevat een aanvraag tot subsidieverlening in ieder geval:

Artikel 3.3.5. Verdeling van het subsidieplafond

De minister verdeelt de subsidieplafonds voor aanlandplichtinnovatieprojecten selectiviteit of aanlandplichtinnovatieprojecten overlevingskans op volgorde van rangschikking van de aanvragen als bedoeld in artikel 2.4, onderdeel b.

Artikel 3.3.6. Rangschikkingscriteria
1.

De minister rangschikt een aanvraag voor een aanlandplichtinnovatieproject selectiviteit, waarop niet afwijzend is beslist, hoger naarmate deze:

2.

De minister rangschikt een aanvraag voor een aanlandplichtinnovatieproject overlevingskans, waarop niet afwijzend is beslist, hoger naarmate deze:

Artikel 3.3.7. Beschikkingen onder opschortende voorwaarde
1.

Indien bij de rangschikking van de aanlandinnovatieprojecten blijkt dat één van de in artikel 39, vierde lid, van verordening 508/2014 vastgestelde maxima wordt overschreden, komen de aanlandplichtinnovatieprojecten die het hoogste zijn gerangschikt op grond van artikel 3.3.6, eerste of tweede lid, als eerste in aanmerking voor subsidie totdat dit maximum is bereikt, en wordt subsidie aan de overige aanlandinnovatieprojecten die op basis van de rangschikking en de hoogte van het subsidieplafond in aanmerking zouden komen voor subsidie, verleend onder de opschortende voorwaarde van goedkeuring door de Europese Commissie.

2.

De overige gerangschikte aanlandplichtinnovatieprojecten worden afgewezen, maar komen alsnog voor subsidie in aanmerking indien:

3.

De minister stelt de subsidieaanvrager zo spoedig mogelijk nadat het oordeel van de Europese Commissie bekend is op de hoogte van dit oordeel en eventuele gevolgen voor de eerder afgegeven beschikking.

Artikel 3.3.8. Niet subsidiabele kosten

Onverminderd de artikelen 1.5 en 3.1.2, komen operationele kosten als bedoeld in artikel 25, tweede lid, van verordening 508/2014 niet in aanmerking voor subsidie.

Artikel 3.3.9. Hoogte van de subsidie
1.

De subsidie bedraagt 75 procent van de subsidiabele kosten.

2.

Indien de subsidie wordt aangevraagd door een samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 3.3.2, onderdeel c, bedraagt de subsidie 85 procent van de subsidiabele kosten.

3.

De subsidie bedraagt ten hoogste € 600 000 per aanlandplichtinnovatieproject.

Artikel 3.3.10. Start- en realisatietermijn
1.

Met de uitvoering van de op grond van deze titel gesubsidieerde aanlandplichtinnovatieprojecten wordt gestart na de datum van ontvangst van de subsidieaanvraag, bedoeld in artikel 2.9, maar uiterlijk binnen 12 maanden na de subsidieverlening.

2.

De op grond van deze titel gesubsidieerde aanlandplichtinnovatieprojecten worden voltooid binnen 36 maanden na subsidieverlening.

3.

Indien er sprake is van een subsidieverlening onder opschortende voorwaarde als bedoeld in artikel 3.3.7, eerste lid, beginnen de termijnen, bedoeld in het eerste en tweede lid, te lopen vanaf de datum waarop de minister de subsidieaanvrager op de hoogte heeft gesteld van het oordeel, bedoeld in artikel 3.3.7, derde lid, indien het aanlandinnovatieproject is goedgekeurd door de Europese Commissie.

Artikel 3.3.11. Verplichtingen subsidieontvanger
1.

De subsidieontvanger of het samenwerkingsverband zet niet meer vissersvaartuigen in en overschrijdt niet de bruttotonnage, zoals aangegeven bij de aanvraag op grond van artikel 3.3.4, onderdeel b.

2.

De subsidieontvanger of het samenwerkingsverband zorgt dat de onderzoeksopzet die aan het aanlandplichtinnovatieproject ten grondslag ligt, voldoet aan de algemeen aanvaarde wetenschappelijke standaarden en dat de resultaten voldoende wetenschappelijk worden onderbouwd.

3.

De subsidieontvanger of het samenwerkingsverband stelt een wetenschappelijk of technisch rapport op of laat deze opstellen door de technische of wetenschappelijke organisatie, waarin de onderzoeksopzet, de resultaten van het aanlandplichtinnovatieproject en de bijdrage van de technische of wetenschappelijke organisatie aan het project wordt beschreven.

4.

De subsidieontvanger of het samenwerkingsverband, dan wel een van de deelnemers aan een samenwerkingsverband, stelt het wetenschappelijk of technisch rapport, bedoeld in het derde lid, gelijktijdig met het indienen van de aanvraag tot subsidievaststelling, gedurende een periode van drie jaar, beschikbaar op zijn website.

Artikel 3.3.12. Afwijzingsgrond

De minister beslist afwijzend op een aanvraag tot subsidieverlening voor zover de subsidiabele kosten, bedoeld in artikel 1.3, minder dan € 500 000 bedragen.

Artikel 3.3.13. Intellectuele eigendomsrechten

Op de resultaten van een aanlandplichtinnovatieproject worden geen intellectuele eigendomsrechten gevestigd.

Artikel 3.3.14. Voorschot
1.

Er kan een voorschot worden verstrekt als bedoeld in artikel 2.14.

2.

Een aanvraag om een voorschot wordt in ieder geval ingediend tegelijkertijd met een tussenrapportage als bedoeld in artikel 2.18, eerste lid.

3.

Tevens kan een aanvraag om een voorschot op een ander moment worden ingediend. In dit geval gaat zij vergezeld van een beschrijving van de voortgang van het aanlandplichtinnovatieproject.

Artikel 3.3.15. Netto-inkomsten

Voor de toepassing van de artikelen 2.9, derde lid, onderdeel b, 2.14, vijfde lid, 2.20, vierde lid, onderdeel c, en 3.1.9 wordt voor deze titel onder netto-inkomsten mede verstaan netto-inkomsten als bedoeld in artikel 39, zesde en zevende lid, van verordening 508/2014.

Artikel 3.3.16. Indienen aanvraag tot subsidievaststelling

Onverminderd de artikelen 2.20 en 3.1.5, bevat de aanvraag tot subsidievaststelling in ieder geval:

Artikel 3.3.17. Vervaltermijn

Deze titel vervalt met ingang van 1 september 2020, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op subsidies die voor die datum zijn verleend.

Hoofdstuk 4. Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling

Titel 3.4. Rendementsverbeteringsprojecten

Paragraaf 4.1.1. Algemene bepalingen

Paragraaf 4.1.2. Voorschriften inzake de landbouwer

Paragraaf 4.1.2. Voorschriften inzake de verzekeraar

Paragraaf 4.1.3. Controles en sancties

Hoofdstuk 5. Europees Fonds voor regionale ontwikkeling

§ 5.2. Regels omtrent subsidieverstrekking door de managementautoriteit

Paragraaf 4.1.2. Voorschriften inzake de landbouwer

§ 4. Regels omtrent subsidieverstrekking in het kader van Europese territoriale samenwerking

Hoofdstuk 5. Europees Fonds voor regionale ontwikkeling

Bijlage. behorende bij artikel 1.9 Regeling Europese EZ-subsidies

Procedure als bedoeld in artikel 140, vijfde lid, van verordening 1303/2013

Verordening 1303/2013 maakt het mogelijk kopieën of volledig digitale documenten te accepteren als bewijsstuk. In deze bijlage worden de in artikel 140, vijfde lid, van verordening 1303/2013 bedoelde procedures vastgesteld voor documenten die in het kader van de uitvoering van deze regeling en verantwoording op grond van verordening 1303/2013 kan worden gebruikt.

1. Typen documenten

De volgende documenten worden als bewijsstukken geaccepteerd:

2. Procedure voor het gebruik van de documenten, bedoeld onder 1, onderdelen a, b en c

De in 1 onder a, b en c bedoelde bewijsstukken zijn geconverteerde documenten of gegevensdragers. Bij conversie van het origineel naar het geconverteerde document of gegevensdrager wordt aan de hieronder vermelde voorwaarden voldaan:

De in 1 onder a, b en c bedoelde bewijsstukken zijn geconverteerde documenten of gegevensdragers. Bij conversie van het origineel naar het geconverteerde document of gegevensdrager wordt aan de hieronder vermelde voorwaarden voldaan:

Het in samenhang bezien van de verschillende bewijsstukken strekt er mede toe de authenticiteit van het geconverteerde document of de gegevensdrager te waarborgen en dat hierop voor controledoeleinden kan worden vertrouwd.

3. Procedure voor het bewaren van stukken die uitsluitend in een elektronische versie bestaan, bedoeld in 1, onderdeel d

Indien een subsidieontvanger gebruik maakt van elektronische documenten waarbij uitsluitend een elektronische versie bestaat, worden de geautomatiseerde systemen voorzien van beheers- en beveiligingsmaatregelen die de betrouwbaarheid, authenticiteit en integriteit van de elektronische gegevens gedurende de gehele vereiste bewaartermijn waarborgen. Het is aan de subsidieontvanger om dit aan te tonen. Voor een tweetal veel voorkomende situaties zijn de voorschriften hieronder uitgewerkt:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Titel 3.4. Rendementsverbeteringsprojecten

Hoofdstuk 4. Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling

Titel 3.4. Rendementsverbeteringsprojecten

Paragraaf 4.1.1. Algemene bepalingen

Paragraaf 4.1.2. Voorschriften inzake de landbouwer

Paragraaf 4.1.2. Voorschriften inzake de verzekeraar

Paragraaf 4.1.3. Controles en sancties

Hoofdstuk 5. Europees Fonds voor regionale ontwikkeling

§ 5.1. Algemene bepalingen

§ 5.2. Regels omtrent subsidieverstrekking door de managementautoriteit

§ 5.3. Regels omtrent subsidieverstrekking ten laste van de Rijkscofinanciering

§ 4. Regels omtrent subsidieverstrekking in het kader van Europese territoriale samenwerking

Hoofdstuk 6. Overige bepalingen en slotbepalingen

Bijlage. behorende bij artikel 1.9 Regeling Europese EZ-subsidies

Procedure als bedoeld in artikel 140, vijfde lid, van verordening 1303/2013

Verordening 1303/2013 maakt het mogelijk kopieën of volledig digitale documenten te accepteren als bewijsstuk. In deze bijlage worden de in artikel 140, vijfde lid, van verordening 1303/2013 bedoelde procedures vastgesteld voor documenten die in het kader van de uitvoering van deze regeling en verantwoording op grond van verordening 1303/2013 kan worden gebruikt.

1. Typen documenten

De volgende documenten worden als bewijsstukken geaccepteerd:

2. Procedure voor het gebruik van de documenten, bedoeld onder 1, onderdelen a, b en c

Als de conversie op de juiste wijze gebeurt, is het in het kader van de verantwoording, niet meer noodzakelijk de bewijsstukken op de originele gegevensdrager te bewaren. Het geconverteerde bewijsstuk mag na conversie niet meer gewijzigd kunnen worden.

3. Procedure voor het bewaren van stukken die uitsluitend in een elektronische versie bestaan, bedoeld in 1, onderdeel d

Indien een subsidieontvanger gebruik maakt van elektronische documenten waarbij uitsluitend een elektronische versie bestaat, worden de geautomatiseerde systemen voorzien van beheers- en beveiligingsmaatregelen die de betrouwbaarheid, authenticiteit en integriteit van de elektronische gegevens gedurende de gehele vereiste bewaartermijn waarborgen. Het is aan de subsidieontvanger om dit aan te tonen. Voor een tweetal veel voorkomende situaties zijn de voorschriften hieronder uitgewerkt:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 3.4.1. Begripsbepaling

In deze titel wordt verstaan onder een rendementsverbeteringsproject, een project dat:

Artikel 3.4.2. Subsidiabele activiteiten

De minister verstrekt op aanvraag subsidie voor de uitvoering van een rendementsverbeteringsproject aan:

Artikel 3.4.3. Betrokkenheid van een technische of wetenschappelijke organisatie

Een rendementsverbeteringsproject wordt uitgevoerd met actieve betrokkenheid van een wetenschappelijke of technische organisatie.

Artikel 3.4.4. Indiening aanvraag tot subsidieverlening

Onverminderd de artikelen 2.9 en 3.1.4, bevat een aanvraag tot subsidieverlening in ieder geval:

Artikel 3.4.5. Verdeling van het subsidieplafond

De minister verdeelt het subsidieplafond voor rendementsverbeteringsprojecten op volgorde van rangschikking van de aanvragen als bedoeld in artikel 2.4, onderdeel b.

Artikel 3.4.6. Rangschikkingscriteria

De minister rangschikt een aanvraag voor een rendementsverbeteringsproject, waarop niet afwijzend is beslist, hoger naarmate deze:

Artikel 3.4.7. Niet subsidiabele kosten

Onverminderd de artikelen 1.5 en 3.1.2, komen de volgende kosten niet in aanmerking voor subsidie:

Artikel 3.4.8. Hoogte van de subsidie
1.

De subsidie bedraagt 50 procent van de subsidiabele kosten.

2.

In afwijking van het eerste lid bedraagt de subsidie 30 procent van de subsidiabele kosten voor ondernemingen die geen mkb zijn.

3.

De subsidie bedraagt ten hoogste € 375.000 per rendementsverbeteringsproject.

Artikel 3.4.9. Start- en realisatietermijn
1.

Met de uitvoering van de op grond van deze titel gesubsidieerde rendementsverbeteringsprojecten wordt gestart na de datum van ontvangst van de subsidieaanvraag, bedoeld in artikel 2.9, maar uiterlijk binnen 12 maanden na de subsidieverlening.

2.

De op grond van deze titel gesubsidieerde rendementsverbeteringsprojecten worden voltooid binnen 36 maanden na subsidieverlening.

Artikel 3.4.10. Toepassing artikel 3.1.7, eerste lid

Artikel 3.1.7, eerste lid is van toepassing op eigenaars van vissersvaartuigen die subsidie ontvangen op grond van deze titel.

Artikel 3.4.11. Afwijzingsgrond

De minister beslist afwijzend op een aanvraag tot subsidieverlening voor zover de subsidiabele kosten, bedoeld in artikel 1.3, minder dan € 300.000 bedragen.

Artikel 3.4.12. Voorschot
1.

Er kan een voorschot worden verstrekt als bedoeld in artikel 2.14.

2.

Een aanvraag om een voorschot wordt in ieder geval ingediend tegelijkertijd met een tussenrapportage als bedoeld in artikel 2.18, eerste lid.

3.

Tevens kan een aanvraag om een voorschot op een ander moment worden ingediend. In dit geval gaat zij vergezeld van een beschrijving van de voortgang van het rendementsverbeteringsproject.

Artikel 3.4.13. Indienen aanvraag tot subsidievaststelling

Onverminderd de artikelen 2.20 en 3.1.5, bevat de aanvraag tot subsidievaststelling in ieder geval:

Artikel 3.4.14. Vervaltermijn

Deze titel vervalt met ingang van 1 januari 2021, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op subsidies die voor die datum zijn verleend.

Hoofdstuk 4. Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling

Titel 3.5. Aquacultuurinnovatieprojecten

Paragraaf 4.1.1. Algemene bepalingen

Paragraaf 4.1.2. Voorschriften inzake de landbouwer

Paragraaf 4.1.2. Voorschriften inzake de verzekeraar

Paragraaf 4.1.3. Controles en sancties

Hoofdstuk 5. Europees Fonds voor regionale ontwikkeling

§ 5.1. Algemene bepalingen

§ 5.2. Regels omtrent subsidieverstrekking door de managementautoriteit

§ 5.3. Regels omtrent subsidieverstrekking ten laste van de Rijkscofinanciering

Paragraaf 4.1.2. Voorschriften inzake de verzekeraar

Hoofdstuk 6. Overige bepalingen en slotbepalingen

Bijlage. behorende bij artikel 1.9 Regeling Europese EZ-subsidies

Procedure als bedoeld in artikel 140, vijfde lid, van verordening 1303/2013

Verordening 1303/2013 maakt het mogelijk kopieën of volledig digitale documenten te accepteren als bewijsstuk. In deze bijlage worden de in artikel 140, vijfde lid, van verordening 1303/2013 bedoelde procedures vastgesteld voor documenten die in het kader van de uitvoering van deze regeling en verantwoording op grond van verordening 1303/2013 kan worden gebruikt.

1. Typen documenten

De volgende documenten worden als bewijsstukken geaccepteerd:

2. Procedure voor het gebruik van de documenten, bedoeld onder 1, onderdelen a, b en c

De in 1 onder a, b en c bedoelde bewijsstukken zijn geconverteerde documenten of gegevensdragers. Bij conversie van het origineel naar het geconverteerde document of gegevensdrager wordt aan de hieronder vermelde voorwaarden voldaan:

Het in samenhang bezien van de verschillende bewijsstukken strekt er mede toe de authenticiteit van het geconverteerde document of de gegevensdrager te waarborgen en dat hierop voor controledoeleinden kan worden vertrouwd.

Als de conversie op de juiste wijze gebeurt, is het in het kader van de verantwoording, niet meer noodzakelijk de bewijsstukken op de originele gegevensdrager te bewaren. Het geconverteerde bewijsstuk mag na conversie niet meer gewijzigd kunnen worden.

3. Procedure voor het bewaren van stukken die uitsluitend in een elektronische versie bestaan, bedoeld in 1, onderdeel d

Indien een subsidieontvanger gebruik maakt van elektronische documenten waarbij uitsluitend een elektronische versie bestaat, worden de geautomatiseerde systemen voorzien van beheers- en beveiligingsmaatregelen die de betrouwbaarheid, authenticiteit en integriteit van de elektronische gegevens gedurende de gehele vereiste bewaartermijn waarborgen. Het is aan de subsidieontvanger om dit aan te tonen. Voor een tweetal veel voorkomende situaties zijn de voorschriften hieronder uitgewerkt:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Titel 3.5. Aquacultuurinnovatieprojecten

Artikel 3.5.1. Begripsbepalingen

In deze titel wordt verstaan onder:

Artikel 3.5.2. Subsidiabele activiteiten

De minister verstrekt op aanvraag subsidie voor de uitvoering van een aquacultuurinnovatieproject aan:

Artikel 3.5.3. Betrokkenheid van een technische of wetenschappelijke organisatie

Een aquacultuurinnovatieproject wordt uitgevoerd met actieve betrokkenheid van een wetenschappelijke of technische organisatie.

Artikel 3.5.4. Indiening aanvraag tot subsidieverlening

Onverminderd de artikelen 2.9 en 3.1.4, bevat een aanvraag tot subsidieverlening in ieder geval:

Artikel 3.5.5. Verdeling van het subsidieplafond

De minister verdeelt het subsidieplafond voor aquacultuurinnovatieprojecten op volgorde van rangschikking van de aanvragen als bedoeld in artikel 2.4, onderdeel b.

Artikel 3.5.6. Rangschikkingscriteria

De minister rangschikt een aanvraag voor een aquacultuurinnovatieproject, waarop niet afwijzend is beslist, hoger naarmate deze:

Artikel 3.5.7. Hoogte van de subsidie
1.

De subsidie bedraagt 50 procent van de subsidiabele kosten.

2.

In afwijking van het eerste lid bedraagt de subsidie 30 procent van de subsidiabele kosten voor aquacultuurondernemingen die geen mkb zijn.

3.

De subsidie bedraagt ten hoogste € 500.000 per aquacultuurinnovatieproject.

Artikel 3.5.8. Start- en realisatietermijn
1.

Met de uitvoering van de op grond van deze titel gesubsidieerde aquacultuurinnovatieprojecten wordt gestart na de datum van ontvangst van de subsidieaanvraag, bedoeld in artikel 2.9, eerste lid, maar uiterlijk binnen 12 maanden na de subsidieverlening.

2.

De op grond van deze titel gesubsidieerde aquacultuurinnovatieprojecten worden uitgevoerd binnen 36 maanden na subsidieverlening.

3.

De minister kan op verzoek van de subsidieontvanger ontheffing verlenen van de verplichtingen in het eerste en tweede lid, indien de subsidieontvanger:

Artikel 3.5.9. Milieueffecten
1.

De subsidieontvanger die een aquacultuurinnovatieproject wil uitvoeren draagt er, voordat hij start met de uitvoering van het project, zorg voor dat hij alle noodzakelijke vergunningen en ontheffingen bezit op milieugebied.

2.

De subsidieontvanger toont aan dat hij alle noodzakelijke vergunningen en ontheffingen als bedoeld in het eerste lid bezit bij de tussenrapportage, bedoeld in artikel 2.18, eerste lid, of, wanneer dit eerder is, bij de aanvraag om een voorschot als bedoeld in artikel 3.5.11.

Artikel 3.5.10. Afwijzingsgronden

De minister beslist afwijzend op een aanvraag tot subsidieverlening, voor zover:

Artikel 3.5.11. Voorschot
1.

Er kan een voorschot worden verstrekt als bedoeld in artikel 2.14.

2.

Een aanvraag om een voorschot wordt in ieder geval ingediend tegelijkertijd met een tussenrapportage als bedoeld in artikel 2.18, eerste lid.

3.

Tevens kan een aanvraag om een voorschot op een ander moment worden ingediend. In dit geval gaat zij vergezeld van een beschrijving van de voortgang van het aquacultuurinnovatieproject.

Artikel 3.5.12. Indienen aanvraag tot subsidievaststelling

Onverminderd de artikelen 2.20 en 3.1.5, bevat de aanvraag tot subsidievaststelling in ieder geval:

Artikel 3.5.13. Vervaltermijn

Deze titel vervalt met ingang van 1 april 2021, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op subsidies die voor die datum zijn verleend.

Hoofdstuk 4. Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling

Titel 3.6. Afzetbevorderingsprojecten

Paragraaf 4.1.2. Voorschriften inzake de landbouwer

Paragraaf 4.1.2. Voorschriften inzake de verzekeraar

Paragraaf 4.1.3. Controles en sancties

§ 5.1. Algemene bepalingen

§ 5.2. Regels omtrent subsidieverstrekking door de managementautoriteit

§ 5.3. Regels omtrent subsidieverstrekking ten laste van de Rijkscofinanciering

§ 5.2. Regels omtrent subsidieverstrekking door de managementautoriteit

Hoofdstuk 6. Overige bepalingen en slotbepalingen

Bijlage. behorende bij artikel 1.9 Regeling Europese EZ-subsidies

Procedure als bedoeld in artikel 140, vijfde lid, van verordening 1303/2013

Verordening 1303/2013 maakt het mogelijk kopieën of volledig digitale documenten te accepteren als bewijsstuk. In deze bijlage worden de in artikel 140, vijfde lid, van verordening 1303/2013 bedoelde procedures vastgesteld voor documenten die in het kader van de uitvoering van deze regeling en verantwoording op grond van verordening 1303/2013 kan worden gebruikt.

1. Typen documenten

De volgende documenten worden als bewijsstukken geaccepteerd:

2. Procedure voor het gebruik van de documenten, bedoeld onder 1, onderdelen a, b en c

De in 1 onder a, b en c bedoelde bewijsstukken zijn geconverteerde documenten of gegevensdragers. Bij conversie van het origineel naar het geconverteerde document of gegevensdrager wordt aan de hieronder vermelde voorwaarden voldaan:

Het in samenhang bezien van de verschillende bewijsstukken strekt er mede toe de authenticiteit van het geconverteerde document of de gegevensdrager te waarborgen en dat hierop voor controledoeleinden kan worden vertrouwd.

Als de conversie op de juiste wijze gebeurt, is het in het kader van de verantwoording, niet meer noodzakelijk de bewijsstukken op de originele gegevensdrager te bewaren. Het geconverteerde bewijsstuk mag na conversie niet meer gewijzigd kunnen worden.

3. Procedure voor het bewaren van stukken die uitsluitend in een elektronische versie bestaan, bedoeld in 1, onderdeel d

Indien een subsidieontvanger gebruik maakt van elektronische documenten waarbij uitsluitend een elektronische versie bestaat, worden de geautomatiseerde systemen voorzien van beheers- en beveiligingsmaatregelen die de betrouwbaarheid, authenticiteit en integriteit van de elektronische gegevens gedurende de gehele vereiste bewaartermijn waarborgen. Het is aan de subsidieontvanger om dit aan te tonen. Voor een tweetal veel voorkomende situaties zijn de voorschriften hieronder uitgewerkt:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 3.1.4.a. Voorschotverlening en opdrachtgunning

Voor zover de subsidieontvanger voor de kosten waarvoor hij een voorschot als bedoeld in artikel 2.14 aanvraagt, een opdracht als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid, heeft verleend, bevat de aanvraag tot voorschotverlening als bedoeld in artikel 2.14, kopieën van de opgevraagde offertes als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid, en de relevante redenen voor een op basis van deze offertes genomen gunningsbeslissing.

Titel 3.2. Jonge vissers

Titel 3.3. Aanlandplichtinnovatieprojecten

Titel 3.6. Afzetbevorderingsprojecten

Artikel 3.7.1. Begripsbepalingen

In deze titel wordt verstaan onder:

Artikel 3.7.2. Subsidiabele activiteiten

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producentenorganisatie voor de voorbereiding van een productie- en afzetprogramma als bedoeld in artikel 66 van verordening 508/2014.

Artikel 3.7.3. Aantal aanvragen

Een producentenorganisatie kan voor de voorbereiding van een productie- en afzetprogramma als bedoeld in artikel 3.7.2 slechts één aanvraag tot subsidieverlening indienen.

Artikel 3.7.4. Verdeling van het subsidieplafond

De minister verdeelt het subsidieplafond op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.

Artikel 3.7.5. Hoogte van de subsidie
1.

In afwijking van artikel 1.3, bedraagt de subsidie € 4.425.

2.

In afwijking van het eerste lid, bedraagt de subsidie ten hoogste:

Artikel 3.7.6. Afwijzingsgronden

Onverminderd artikel 2.11, beslist de minister afwijzend op een aanvraag tot subsidieverlening als bedoeld in de artikelen 2.9 en 3.1.4, indien:

Artikel 3.7.7. Realisatietermijn
1.

Het productie- en afzetprogramma wordt ingediend binnen de termijn, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van uitvoeringsverordening 1418/2013.

2.

Onverminderd het eerste lid, legt de producentenorganisatie het productie- en afzetprogramma, bedoeld in artikel 3.7.2, voor de indiening van de aanvraag tot subsidievaststelling, bedoeld in de artikelen 2.20 en 3.1.5, ter goedkeuring voor aan de minister.

Artikel 3.7.8. Verplichtingen

Het productie- en afzetprogramma voldoet voor de indiening van de aanvraag tot subsidievaststelling, bedoeld in de artikelen 2.20 en 3.1.5, aan de eisen, genoemd in artikel 28, eerste en tweede lid, van verordening 1379/2013 en artikel 1 van verordening 1418/2013.

Artikel 3.7.9. Vervaltermijn

Deze titel vervalt met ingang van 29 augustus 2021, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op subsidies die voor die datum zijn verleend.

Hoofdstuk 4. Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling

Titel 4.1. Brede weersverzekering

Paragraaf 4.1.1. Algemene bepalingen

Paragraaf 4.1.1. Algemene bepalingen

Paragraaf 4.1.3. Controles en sancties

Hoofdstuk 5. Europees Fonds voor regionale ontwikkeling

§ 5.1. Algemene bepalingen

Paragraaf 4.1.3. Controles en sancties

Paragraaf 4.2.3. Voorschriften inzake de subsidieregeling

Paragraaf 4.1.2. Voorschriften inzake de landbouwer

Hoofdstuk 6. Overige bepalingen en slotbepalingen

Bijlage. behorende bij artikel 1.9 Regeling Europese EZ-subsidies

Procedure als bedoeld in artikel 140, vijfde lid, van verordening 1303/2013

Verordening 1303/2013 maakt het mogelijk kopieën of volledig digitale documenten te accepteren als bewijsstuk. In deze bijlage worden de in artikel 140, vijfde lid, van verordening 1303/2013 bedoelde procedures vastgesteld voor documenten die in het kader van de uitvoering van deze regeling en verantwoording op grond van verordening 1303/2013 kan worden gebruikt.

1. Typen documenten

De volgende documenten worden als bewijsstukken geaccepteerd:

2. Procedure voor het gebruik van de documenten, bedoeld onder 1, onderdelen a, b en c

De in 1 onder a, b en c bedoelde bewijsstukken zijn geconverteerde documenten of gegevensdragers. Bij conversie van het origineel naar het geconverteerde document of gegevensdrager wordt aan de hieronder vermelde voorwaarden voldaan:

Het in samenhang bezien van de verschillende bewijsstukken strekt er mede toe de authenticiteit van het geconverteerde document of de gegevensdrager te waarborgen en dat hierop voor controledoeleinden kan worden vertrouwd.

Als de conversie op de juiste wijze gebeurt, is het in het kader van de verantwoording, niet meer noodzakelijk de bewijsstukken op de originele gegevensdrager te bewaren. Het geconverteerde bewijsstuk mag na conversie niet meer gewijzigd kunnen worden.

3. Procedure voor het bewaren van stukken die uitsluitend in een elektronische versie bestaan, bedoeld in 1, onderdeel d

Indien een subsidieontvanger gebruik maakt van elektronische documenten waarbij uitsluitend een elektronische versie bestaat, worden de geautomatiseerde systemen voorzien van beheers- en beveiligingsmaatregelen die de betrouwbaarheid, authenticiteit en integriteit van de elektronische gegevens gedurende de gehele vereiste bewaartermijn waarborgen. Het is aan de subsidieontvanger om dit aan te tonen. Voor een tweetal veel voorkomende situaties zijn de voorschriften hieronder uitgewerkt:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 3.6.1. Begripsbepalingen

In deze titel wordt verstaan onder:

Artikel 3.6.2. Subsidiabele activiteiten
1.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie voor de uitvoering van een afzetbevorderingsproject voor:

2.

De in het eerste lid, onderdeel b, onder 1°, en onderdeel e, bedoelde activiteiten zijn niet gericht op handelsmerken.

3.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie voor de uitvoering van een afzetbevorderingsproject aan:

Artikel 3.6.3. Verdeling van het subsidieplafond

De minister verdeelt het subsidieplafond voor afzetbevorderingsprojecten op volgorde van rangschikking van de aanvragen als bedoeld in artikel 2.4, onderdeel b.

Artikel 3.6.4. Rangschikkingscriteria

De minister rangschikt een aanvraag voor een afzetbevorderingsproject, waarop niet afwijzend is beslist, hoger, naarmate deze:

Artikel 3.6.5. Hoogte van de subsidie
1.

De subsidie bedraagt 50 procent van de subsidiabele kosten.

2.

In afwijking van het eerste lid bedraagt de subsidie:

3.

De subsidie bedraagt ten hoogste € 900.000 per afzetbevorderingsproject.

Artikel 3.6.6. Start- en realisatietermijn
1.

Met de uitvoering van de op grond van deze titel gesubsidieerde afzetbevorderingsprojecten wordt gestart na de datum van ontvangst van de subsidieaanvraag, bedoeld in artikel 2.9, eerste lid, maar uiterlijk binnen 12 maanden na subsidieverlening.

2.

De op grond van deze titel gesubsidieerde afzetbevorderingsprojecten worden voltooid binnen 36 maanden na subsidieverlening.

Artikel 3.6.7. Afwijzingsgrond

Onverminderd de artikelen 2.11 en 3.1.3, beslist de minister afwijzend op een aanvraag tot subsidieverlening voor zover de subsidiabele kosten, bedoeld in artikel 1.3, minder dan € 400.000 bedragen.

Artikel 3.6.8. Voorschot
1.

Er kan een voorschot worden verstrekt als bedoeld in artikel 2.14.

2.

Een aanvraag om een voorschot wordt in ieder geval ingediend tegelijkertijd met een tussenrapportage als bedoeld in artikel 2.18, eerste lid.

3.

Tevens kan een aanvraag om een voorschot op een ander moment worden ingediend. In dat geval gaat zij vergezeld van een beschrijving van de voortgang van het afzetbevorderingsproject.

Artikel 3.6.9. Vervaltermijn

Deze titel vervalt met ingang van 1 oktober 2021, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op subsidies die voor die datum zijn verleend.

Titel 3.7. Productie- en afzetprogramma's

Hoofdstuk 4. Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling

Titel 3.8. Innovatieprojecten duurzame visserij

Paragraaf 4.1.1. Algemene bepalingen

Paragraaf 4.1.2. Voorschriften inzake de verzekeraar

Hoofdstuk 5. Europees Fonds voor regionale ontwikkeling

§ 5.1. Algemene bepalingen

§ 5.3. Regels omtrent subsidieverstrekking ten laste van de Rijkscofinanciering

Paragraaf 4.1.1. Algemene bepalingen

Hoofdstuk 6. Overige bepalingen en slotbepalingen

Bijlage. behorende bij artikel 1.9 Regeling Europese EZ-subsidies

Procedure als bedoeld in artikel 140, vijfde lid, van verordening 1303/2013

Verordening 1303/2013 maakt het mogelijk kopieën of volledig digitale documenten te accepteren als bewijsstuk. In deze bijlage worden de in artikel 140, vijfde lid, van verordening 1303/2013 bedoelde procedures vastgesteld voor documenten die in het kader van de uitvoering van deze regeling en verantwoording op grond van verordening 1303/2013 kan worden gebruikt.

1. Typen documenten

De volgende documenten worden als bewijsstukken geaccepteerd:

2. Procedure voor het gebruik van de documenten, bedoeld onder 1, onderdelen a, b en c

De in 1 onder a, b en c bedoelde bewijsstukken zijn geconverteerde documenten of gegevensdragers. Bij conversie van het origineel naar het geconverteerde document of gegevensdrager wordt aan de hieronder vermelde voorwaarden voldaan:

Het in samenhang bezien van de verschillende bewijsstukken strekt er mede toe de authenticiteit van het geconverteerde document of de gegevensdrager te waarborgen en dat hierop voor controledoeleinden kan worden vertrouwd.

Als de conversie op de juiste wijze gebeurt, is het in het kader van de verantwoording, niet meer noodzakelijk de bewijsstukken op de originele gegevensdrager te bewaren. Het geconverteerde bewijsstuk mag na conversie niet meer gewijzigd kunnen worden.

3. Procedure voor het bewaren van stukken die uitsluitend in een elektronische versie bestaan, bedoeld in 1, onderdeel d

Indien een subsidieontvanger gebruik maakt van elektronische documenten waarbij uitsluitend een elektronische versie bestaat, worden de geautomatiseerde systemen voorzien van beheers- en beveiligingsmaatregelen die de betrouwbaarheid, authenticiteit en integriteit van de elektronische gegevens gedurende de gehele vereiste bewaartermijn waarborgen. Het is aan de subsidieontvanger om dit aan te tonen. Voor een tweetal veel voorkomende situaties zijn de voorschriften hieronder uitgewerkt:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 3.1.9. Verrekening netto-inkomsten
1.

Voor zover van toepassing worden bij subsidieverlening de subsidiabele kosten overeenkomstig artikel 61 of artikel 65, achtste lid, van verordening 1303/2013 verminderd met de netto-inkomsten, bedoeld in de artikelen 61 of 65, achtste lid, van die verordening.

2.

Voor zover van toepassing worden, indien bij het verstrekken van een voorschot als bedoeld in artikel 2.14 of bij de subsidievaststelling blijkt dat de netto-inkomsten, bedoeld in artikel 65, achtste lid, van verordening 1303/2013, de eerder met de subsidiabele kosten verrekende netto-inkomsten te boven gaan, de subsidiabele kosten overeenkomstig artikel 65, achtste lid, van die verordening verminderd met het verschil tussen deze bedragen aan netto-inkomsten.

3.

In afwijking van artikel 1.7 worden, indien de netto-inkomsten, bedoeld in artikel 61 van verordening 1303/2013, niet vooraf objectief te bepalen zijn, de subsidiabele kosten na afloop van het project verminderd met de gerealiseerde netto-inkomsten overeenkomstig artikel 61, zesde lid, van die verordening.

Titel 3.2. Jonge vissers

Titel 3.3. Aanlandplichtinnovatieprojecten

Titel 3.5. Aquacultuurinnovatieprojecten

Titel 3.7. Productie- en afzetprogramma's

Hoofdstuk 4. Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling

Titel 4.1. Brede weersverzekering

Paragraaf 4.1.2. Voorschriften inzake de landbouwer

Paragraaf 4.1.3. Controles en sancties

Titel 4.2. Kwaliteitsregeling voor de kalfsvleessector

Paragraaf 4.2.1. Algemene bepalingen

Artikel 4.2.1. Begripsbepalingen

In deze titel wordt verstaan onder ‘betaalorgaan’, ‘landbouwer’ en ‘verordening 1306/2013’ hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 4.1.1 en wordt verder verstaan onder:

Paragraaf 4.2.2. Voorschriften inzake de erkenning van een kwaliteitsregeling

Artikel 4.2.2. Eisen aan erkenning
1.

De minister verleent op aanvraag een erkenning aan een kwaliteitsregeling, indien wordt voldaan aan de eisen van de navolgende leden.

2.

De kwaliteitsregeling bevat voorschriften om het antibioticagebruik te verlagen, waaronder:

3.

De kwaliteitsregeling bevat voorschriften voor een keteninformatiesysteem waarmee de transparantie in de keten, vanaf het melkveebedrijf tot aan de slacht, wordt vergroot op het gebied van diergezondheid en dierenwelzijn, waarvan deel uitmaakt:

4.

De kwaliteitsregeling bevat ten minste een voorschrift dat voorziet in een jaarlijkse evaluatie met een mogelijkheid tot wijziging van de regeling wanneer de uitkomsten hiervan of gewijzigde inzichten of nieuwe ontwikkelingen daarom vragen.

5.

De kwaliteitsregeling bevat aantoonbaar nieuwe voorschriften voor de productie van kalfsvlees, in het bijzonder wat betreft de voorschriften bedoeld in de leden 2 en 3, ten opzichte van de bestaande voorschriften zoals opgenomen in bijlage 2 bij deze regeling.

Artikel 4.2.3. Aanvraag en verlening erkenning
1.

Een aanvraag voor erkenning kan tot 10 februari 2017 worden ingediend.

2.

Bij de aanvraag worden ten minste de volgende gegevens verstrekt:

3.

De beschikking waarmee de erkenning wordt verleend, vermeldt ten minste de naam en vestigingsplaats van de organisatie.

4.

Een erkenning wordt verleend voor de looptijd van deze titel.

5.

Een erkenning is niet overdraagbaar.

Artikel 4.2.4. Schorsing en intrekking erkenning
1.

De minister kan een erkenning intrekken:

2.

De minister kan de erkenning schorsen indien:

Artikel 4.2.5. Wijzigingen doorgeven

Een aanvragende organisatie meldt wijzigingen in de gegevens, bedoeld in artikel 4.2.3, tweede lid, binnen 30 dagen aan de minister.

Artikel 4.2.6. Verplichtingen certificerende instantie
1.

De certificeringsinstantie verstrekt een certificaat aan landbouwers die deelnemen aan de kwaliteitsregeling.

2.

De certificeringsinstantie controleert jaarlijks of de landbouwer voldoet aan de kwaliteitsregeling.

3.

Indien blijkt dat de landbouwer niet voldoet aan de kwaliteitsregeling:

4.

In geval van intrekking of schorsing als bedoeld in artikel 4.2.4 geeft de certificerende instantie de in het eerste lid bedoelde certificaten niet meer af.

Artikel 4.2.7. Subsidieaanvraag en openstellingsperiode
1.

Een subsidieaanvraag kan door een landbouwer ingediend worden in de volgende periodes:

2.

Onverminderd artikel 2.9 bevat een aanvraag tot subsidieverlening in ieder geval:

Artikel 4.2.8. Absolute weigeringsgronden
1.

Onverminderd artikel 1.2, wordt geen subsidie verstrekt voor zover de landbouwer van overheidswege een andere bijdrage ontvangt voor de activiteit, bedoeld in artikel 4.2.9, eerste lid.

2.

Geen subsidie wordt verstrekt wanneer de aanvraag wordt gedaan na meer dan vijf jaar na toetreding tot een kwaliteitsregeling door de landbouwer.

Artikel 4.2.9. Subsidiabele activiteiten en kosten
1.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie voor deelname door een landbouwer aan een kwaliteitsregeling voor een periode van maximaal vijf jaar, met dien verstande dat de maximale duur van de periode wordt verminderd met het aantal dagen dat de landbouwer deel heeft genomen aan een kwaliteitsregeling voorafgaand aan de aanvraag.

2.

Voor zover zij direct verbonden zijn aan de uitvoering van de subsidiabele activiteit als bedoeld in het voorgaande lid, komen als subsidiabele kosten in aanmerking:

3.

Artikel 2.3 van de Uitvoeringsregeling rechtstreekse betalingen GLB is van overeenkomstige toepassing op een landbouwer als bedoeld in het eerste lid.

Artikel 4.2.10. Hoogte van de subsidie

De subsidie voor activiteiten bedoeld in artikel 4.2.9, eerste lid, bedraagt ten hoogste € 3.000 per landbouwer per jaar.

Artikel 4.2.11. Subsidieplafond en verdeling
1.

Het subsidieplafond voor deze regeling bedraagt € 6.000.000 per jaar voor een periode van vijf jaren.

2.

De minister verdeelt het subsidieplafond, bedoeld in het eerste lid, op volgorde van rangschikking van de aanvragen per openstelling als bedoeld in artikel 2.4, onderdeel b.

Artikel 4.2.12. Rangschikkingscriteria
1.

De minister rangschikt een aanvraag voor deelname aan een kwaliteitsregeling, waarop niet afwijzend is beslist, hoger naarmate de landbouwer meer kalveren houdt en er sprake is van een laag antibioticagebruik. Voor de rangschikking worden de volgende criteria toegepast:

2.

Het aantal punten dat wordt behaald betreft de score onder a en b van het eerste lid vermenigvuldigd met de wegingsfactor. Het maximum aantal punten is 11.

3.

Indien een aanvraag minder dan 6 punten behaalt, wordt de aanvraag afgewezen.

4.

Aanvragen worden op volgorde van rangschikking toegewezen.

Artikel 4.2.13. Verplichtingen aanvrager

De aanvrager moet voldoen aan de kwaliteitsregeling als bedoeld in artikel 4.2.6.

Artikel 4.2.14. Betaling subsidie

De aanvraag tot betaling vindt jaarlijks plaats en bevat in ieder geval:

Artikel 4.2.15. Overdracht van bedrijf
1.

De aanspraak op betaling in enig jaar van aanvraag op basis van de overdracht van een bedrijf als bedoeld in artikel 8 van Verordening 809/2014, kan slechts worden gemaakt indien de landbouwer die het recht op subsidie voortvloeiende uit de deelname aan de kwaliteitsregeling heeft overgedragen de minister uiterlijk op 1 mei van het desbetreffende jaar van aanvraag met gebruikmaking van een middel dat door de minister beschikbaar wordt gesteld in kennis heeft gesteld van de overdracht.

2.

De kennisgeving, bedoeld in het eerste lid, wordt volledig en naar waarheid door de landbouwer ingevuld, ondertekend en gedagtekend.

Paragraaf 4.2.4. Controles en sancties

Artikel 4.2.16. Onregelmatigheden, controles en sancties

De artikelen 4.1.16 tot en met 4.1.18 zijn van overeenkomstige toepassing.

Artikel 4.2.17. Vervaldatum

Deze titel vervalt met ingang van 1 maart 2022, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op subsidies die voor die datum zijn verleend.

Hoofdstuk 4. Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling

Paragraaf 4.1.2. Voorschriften inzake de landbouwer

Paragraaf 4.1.3. Controles en sancties

Paragraaf 4.2.1. Algemene bepalingen

Hoofdstuk 6. Overige bepalingen en slotbepalingen

Bijlage 1. behorende bij artikel 1.9 Regeling Europese EZ-subsidies

Procedure als bedoeld in artikel 140, vijfde lid, van verordening 1303/2013

Verordening 1303/2013 maakt het mogelijk kopieën of volledig digitale documenten te accepteren als bewijsstuk. In deze bijlage worden de in artikel 140, vijfde lid, van verordening 1303/2013 bedoelde procedures vastgesteld voor documenten die in het kader van de uitvoering van deze regeling en verantwoording op grond van verordening 1303/2013 kan worden gebruikt.

1. Typen documenten

De volgende documenten worden als bewijsstukken geaccepteerd:

2. Procedure voor het gebruik van de documenten, bedoeld onder 1, onderdelen a, b en c

De in 1 onder a, b en c bedoelde bewijsstukken zijn geconverteerde documenten of gegevensdragers. Bij conversie van het origineel naar het geconverteerde document of gegevensdrager wordt aan de hieronder vermelde voorwaarden voldaan:

Het in samenhang bezien van de verschillende bewijsstukken strekt er mede toe de authenticiteit van het geconverteerde document of de gegevensdrager te waarborgen en dat hierop voor controledoeleinden kan worden vertrouwd.

Als de conversie op de juiste wijze gebeurt, is het in het kader van de verantwoording, niet meer noodzakelijk de bewijsstukken op de originele gegevensdrager te bewaren. Het geconverteerde bewijsstuk mag na conversie niet meer gewijzigd kunnen worden.

3. Procedure voor het bewaren van stukken die uitsluitend in een elektronische versie bestaan, bedoeld in 1, onderdeel d

Indien een subsidieontvanger gebruik maakt van elektronische documenten waarbij uitsluitend een elektronische versie bestaat, worden de geautomatiseerde systemen voorzien van beheers- en beveiligingsmaatregelen die de betrouwbaarheid, authenticiteit en integriteit van de elektronische gegevens gedurende de gehele vereiste bewaartermijn waarborgen. Het is aan de subsidieontvanger om dit aan te tonen. Voor een tweetal veel voorkomende situaties zijn de voorschriften hieronder uitgewerkt:

Bijlage 2. behorende bij artikel 4.2.2, vijfde lid, Regeling Europese EZ-subsidies

Bestaande voorschriften kwaliteitssysteem kalfsvleessector

Voorschrift Interpretatie Bron
Algemeen
Er is een actuele door de certificerende instantie (hierna: ‘CI’) gewaarmerkte plattegrond van het bedrijf aanwezig. De plattegrond geeft voor zover van toepassing alle ruimten, de perceelgrenzen- en toegangen, bedrijfsgedeelte, de situering silo's (inclusief silonummers), mestopslag, opslag en aanbiedingsplaats destructiemateriaal, medicijnopslag, opslag van reinigings-, desinfectie- en ongediertebestrijdingsmiddelen, aggregaat, hygiënesluis, de gebruikelijke loop- en rijroutes, de afmetingen van de stallen en per stal het aantal afdelingen en aantal hokken en de hoeveelheid kalveren die per hok mogen zijn gehuisvest, gebaseerd op 1,8 m2/kalf aan. Indien het bedrijf nuchtere kalveren (nuka’s) opzet tot max. 15 weken (startbedrijf), dan mag een plattegrond op basis van 1,5 m2/kalf worden opgesteld. De totale hoeveelheid kalveren die op het bedrijf mag worden gehuisvest is eveneens aangegeven. Het bedrijfsgedeelte is het gedeelte van het perceel waar zich de kalverhouderij bevindt aangevuld met het gedeelte van het perceel waar verkeer van personen en/of transport van kalveren, voer en materialen tussen stallen / afdelingen plaatsvindt. De plattegrond is aangepast aan de laatste stand van zaken. IKB Vleeskalveren 2008 (www.Kalversector.nl ).
De rapportages en certificaten van de inspecties van de drie voorgaande jaren zijn beschikbaar. IKB Vleeskalveren 2008, Bovenwettelijke invulling van Verordening(EG) nr. 852/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake levensmiddelenhygiëne.
Hygiëneregels en plattegrond (met bedrijfsgedeelte en looproutes) zijn zichtbaar aanwezig in hygiënesluis voor medewerkers en bezoekers en worden toegepast. Op schrift gestelde hygiëneregels, aanwezig in de hygiënesluis bevatten minimaal de volgende meldingen: alleen beroepsmatige betreding van het deel van het bedrijf waar dieren staan, alleen na omkleden in hygiënesluis betreden van het schone (bedrijfs-) gedeelte, alleen bij toestemming eigenaar is betreding mogelijk, voor betreden melden bij eigenaar. U kunt hiervoor het voorbeeld formulier 'Hygiëneregels Kalverhouderij' gebruiken. Dit formulier is te vinden op www.kalversector.nl. IKB Vleeskalveren 2008.
Het bedrijfseigen personeel is adequaat opgeleid. Geldt alleen voor personeel dat in dienst is. Adequaat: ten minste opleiding op minimaal MBO niveau of 1 jaar werkervaring in de intensieve kalverhouderij, of anders onder verantwoordelijkheid van iemand met genoemde kwalificaties. Arbeidsomstandigheden-wet (wetten.overheid.nl).
Het bedrijf verkeert in goede staat van onderhoud. Heeft betrekking op toegangswegen tot bedrijfsgedeelte, dierverblijven en voerkeuken. Goede staat is: geen lekkages, geen zwaar achterstallig onderhoud, bestrating en/of verharding in redelijke staat (geen kuilen), geen open of loshangende elektrische bedrading. Bijlage 2 van Richtlijn 91/629/EEG tot vaststelling van minimumnormen ter bescherming van kalveren. QS (Quality Scheme for food, www.q-s.de).
Materialen in de stal waar de vleeskalveren mee in aanraking komen, zijn niet schadelijk voor de vleeskalveren en kunnen worden gereinigd en ontsmet. Er mag bijvoorbeeld geen sprake zijn van contact van de vleeskalveren met zware metalen (lood, kwik, cadmium). Bijlage 2 van Richtlijn 91/629/EEG.
Het bedrijf maakt een visueel schoon en opgeruimde indruk. Opgeruimde indruk: geen onnodig aanwezige materialen, maar alleen materialen aanwezig van werkzaamheden van desbetreffende werkdag. Visueel schoon: ten minste geen visueel zichtbare restanten aanwezig op bijvoorbeeld koelkast, weegschaal, bureau etc. De hygiënecode kalverhouderij is opgenomen in de regeling IKB Vleeskalveren gebaseerd op de verordening (EG) nr. 852/2004.
Het bedrijfsgedeelte en de stallen met directe toegang tot de dieren kunnen niet zonder meer betreden worden. Niet zonder meer betreden: bijvoorbeeld door borden met de melding ‘geen vrije toegang tot stallen’ bij de ingang of door linten, kettingen, etc. Zodanig dat geen ongehinderde toegang verschaft kan worden. Hygiënecode kalverhouderij.
Om het principe van schone (bedrijfs-) en vuile (externe) gedeelte op het bedrijf toe te kunnen passen is het noodzakelijk dat: – er een duidelijk zichtbare lijn (of gespannen draad) op vloerhoogte van het erf is geplaatst, zodat verkeer van transportmiddelen niet belemmerd wordt; OF – er een zodanig duidelijke aanduiding aanwezig is dat een bezoeker zich dient te melden, en door de hygiënesluis moet, voordat het schone (bedrijfs-) gedeelte betreden wordt; OF – er een fysieke afscheiding (bijv. sloot, heg of hek) aanwezig is op de grens van het schone (bedrijfs-) en / of vuile (externe) gedeelte. IKB Vleeskalveren 2008, \Bovenwettelijke invulling van Verordening (EG) nr. 852/2004.
Er is een bijgehouden bezoekersregister, per locatie, aanwezig met daarin naam, bedrijfsnaam en datum van bezoek. Bezoekers die de stallen betreden dienen in het register te worden opgenomen. Transporteurs die dieren komen laden of lossen kunnen het register tekenen. Transporteurs dienen in plaats van voormelde gegevens de volgende informatie te noteren in het register: – datum transport; – Naam transportonderneming. Hygiënecode kalverhouderij.
Ongediertebestrijding
Ongedierte wordt geweerd en waar nodig bestreden. Indien overlast van ongedierte aanwezig blijft, is een gediplomeerd ongediertebestrijdingsbedrijf ingeschakeld. Ongedierte: ratten, muizen en vliegen. Hygiënecode kalverhouderij.
Er dient op het bedrijf een plattegrond aanwezig te zijn waarop is aangegeven waar lokdozen en bestrijdings-middelen zich bevinden. Dit voorschrift is niet van toepassing als er geen ongedierte aanwezig is en bestrijding niet uitgevoerd wordt. IKB vleeskalveren 2008.
Er zijn alleen toegestane ongediertebestrijdingsmiddelen aanwezig, die in een gesloten kast en apart van dieren, diergeneesmiddelen en voedermiddelen worden opgeslagen. Toegestane ongediertebestrijdingsmiddelen: de meest actuele lijst van toegelaten ongediertebestrijdingsmiddelen zoals opgenomen in de databank van College voor Toelating van Bestrijdingsmiddelen: www.ctb-wageningen.nl. Hygiënecode kalverhouderij.
Het bestrijdingsmiddel voor ratten en muizen wordt in daarvoor geschikte lokdozen aangeboden. Lokdozen dienen gesloten zijn. Hygiënecode kalverhouderij.
De vleeskalveren hebben geen toegang tot bestrijdingsmiddelen. Hygiënecode kalverhouderij.
Op het bedrijf zijn de aankoop en leverbonnen van alle op het bedrijf aanwezige ongediertebestrijdingsmiddelen aanwezig. Hygiënecode kalverhouderij.
Aan- en afvoer van dieren
Alle aanwezige dieren zijn voorzien van 2 oormerken. 1 oormerk is toegestaan. Als er geen oormerk is, dient de aanvraag tot nieuwe oormerken aanwezig te zijn. Regeling identificatie en registratie van dieren (wetten.overheid.nl).
Kalverhouder kan aantonen dat aangevoerde dieren vrij zijn van besmettelijke veeziekten d.m.v. importdocumenten / gezondheidsverklaring. Bij een I&R blokkade dient kalverhouder de reden aan te geven. Hygiënecode kalverhouderij.
I&R administratie is ten minste 3 jaar bewaard. In deze I&R administratie is elke verplaatsing (zoals geboorte, afvoer, aanvoer, dood, import, etc.) opgenomen. Mag aantoonbaar gemaakt worden via digitaal bedrijfsregister, indien daarin tevens historie van 3 jaar bewaard is. Richtlijn 92/102/EEG van de Raad van 27 november 1992 met betrekking tot de identificatie en de registratie van dieren.
Indien een deelnemende kalverhouder startkalveren opzet, controleert die kalverhouder of in voorkomend geval het toeleverende Nederlandse startbedrijf gecertificeerd is. Controleren via het register van de SKV. M.u.v. opzet startkalveren van buitenlandse startbedrijven. IKB Vleeskalveren 2008.
Indien een kalverhouder startkalveren ontvangt, worden de meegeleverde gegevens m.b.t. diergeneesmiddelen-gebruik meegeleverd en ten minste 1 jaar in de administratie bewaard. Deze gegevens omvatten: – de koppelbehandelingen die bij de ontvangen koppel startkalveren uitgevoerd zijn, en; – de individuele behandelingen die bij de ontvangen koppel startkalveren uitgevoerd zijn. De diergeneesmiddelenregistratie moet herleidbaar zijn tot het herkomstbedrijf en de op het afmestbedrijf aanwezige kalveren. Dit geldt zowel voor binnenlandse als buitenlandse kalveren. Bovenwettelijke invulling van Verordening (EG) nr. 852/2004.
Indien een kalverhouder start-kalveren aflevert aan een vleeskalverhouderij voor verdere opfok, worden gegevens m.b.t. diergenees-middelengebruik bij deze startkalveren meegeleverd. Deze gegevens omvatten: – de koppelbehandelingen die bij de ontvangen koppel startkalveren (blank, rosé) uitgevoerd zijn, en; – de individuele behandelingen die bij de ontvangen koppel startkalveren uitgevoerd zijn. Bovenwettelijke invulling van Verordening (EG) nr. 852/2004.
Voer (installaties)
Indien geen transport van voer in eigen beheer plaatsvindt, dan moet voer zijn getransporteerd door GMP erkende transporteurs. Verklaring aangegeven op aflever / vervoersdocumenten. GMP erkende transporteurs zijn te vinden op www.gmpplus.nl. Code Diervoeder (www.gmpplus.org), Bovenwettelijke invulling Verordening (EG) nr. 852/2004.
Al het aanwezige voer is afkomstig van GMP+ gecertificeerde diervoederleveranciers. Aantonen d.m.v. voerbonnen. GMP+ gecertificeerde diervoederleveranciers zijn te vinden op www.gmpplus.nl. Code Diervoeder.
Bij voerleverantie wordt of een ingangscontrole of een controle vóór vervoedering uitgevoerd, hierbij wordt gelet op de volgende punten: – staat van het voer; – houdbaarheidstermijn. In geval van balen en/of kuilvoer is gecontroleerd (visueel / geur) of er geen broei aanwezig is, voer met broei wordt niet vervoederd. In geval van aanvullende mengvoeders wordt gecontroleerd op dat: – per aangekochte partij het type mengvoeder is aangegeven; – per aangekochte partij de houdbaarheidstermijn zichtbaar is; – per type mengvoeder de gebruiksvoorschriften bekend zijn. Staat van het voer: het product mag geen zichtbare schimmels of niet-voederbestanddelen bevatten. Voer mag niet over de houdbaarheidsdatum zijn. Dit voorschrift is niet van toepassing als de leverancier geen uiteindelijke houdbaarheidstermijn heeft aangegeven. Partijen mengvoerder zijn zodanig opgeslagen dat verschillende type mengvoeders herkenbaar zijn. De gebruiksvoorschriften zijn bekend doordat deze in de administratie zijn opgenomen of op de verpakking van het mengvoeder zijn weergegeven. Code Diervoeder.
Voor baal/kuilvoer zijn uitsluitend toegelaten toevoegingsmiddelen gebruikt. Toegelaten overeenkomstig Verordening (EG) Nr. 1831/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2003 betreffende toevoegings-middelen voor diervoeding. Aan te tonen met afleverbonnen van toevoegingsmiddelen. Hygiënecode kalverhouderij.
De kuil (met gras/maïs) is afgedekt (met uitzondering van het snijvlak). Hygiënecode kalverhouderij.
Voer is volgens voorschriften leverancier opgeslagen. Code Diervoeder.
Voer voor verschillende diersoorten is gescheiden en duidelijk herkenbaar opgeslagen. Diervoeder dat is bestemd voor andere diersoorten mag niet kunnen vermengen met het diervoeder dat is bestemd voor de vleeskalveren. Uitzondering: enkelvoudige voeders die buiten de stallen zijn opgeslagen en voor meerdere diersoorten gebruikt kunnen worden. Code Diervoeder.
Voer is niet in dezelfde ruimte waar dieren verblijven opgeslagen. Werkvoorraad is toegestaan. Code Diervoeder.
Voer is duidelijk gescheiden opgeslagen van chemicaliën. Code Diervoeder.
Opgeslagen voeders zijn goed afgedekt of verpakt of overkapt of overdekt. Indien nodig met aanvullende ongediertebestrijding. Verpakking of afdekking of overkapping of overdekking is in onbeschadigde staat. Opgeslagen voeders zijn zodanig afgedekt of verpakt of afgedekt of bedekt dat verontreiniging met uitwerpselen van ongedierte of vogels zo goed mogelijk wordt voorkomen. Indien er ongedierte aanwezig is, moet ongediertebestrijding worden toegepast. Ongedierte: ratten, muizen en vliegen. Code Diervoeder.
Voerinstallaties en waterinstallaties zijn in goede staat van onderhoud. Geen lekkende slangen en / of gebroken kettingen e.d. en geen visueel aanwezige aangekoekte resten van voer of medicijnen. Besluit houders van dieren (wetten.overheid.nl).
Er is geen beschimmeld voer aanwezig in de dierverblijven. Code Diervoeder.
Indien middelen aan het voer zijn toegevoegd, is dit gedaan conform adviezen van leverancier van de toevoegingsmiddelen. Advies leverancier van de toevoegingsmiddelen is aanwezig op het bedrijf. Code Diervoeder.
Het rantsoen bevat ten minste 50 gram vezelhoudend droog-voer per dag per dier van 8 tot 20 weken oud. Het rantsoen bevat ten minste 250 gram vezelhoudend voer per dag per dier vanaf 20 weken oud. Vezelhoudend voer: ruwvoer (maïsproducten, hooi, stro, etc.). Krachtvoer dat vezels bevat mag worden gerekend als vezelhoudend droogvoer. Hierbij moet worden uitgegaan van het gewicht van het verstrekte krachtvoer. Besluit houders van dieren.
Bij beperkte voedering is de voerbaklengte per kalf minimaal 0,40 meter. Besluit houders van dieren.
Bij onbeperkte voedering is het mogelijk dat ten minste 3 dieren tegelijk eten. Minimale voerbaklengte van 1.20m. Besluit houders van dieren.
Alle kalveren krijgen ten minste 2 maal per dag voer en kalveren in groepshokken moeten allemaal tegelijk kunnen eten. N.v.t. bij ad libitum voedering of via automatisch voedersysteem. Besluit houders van dieren.
Alle middelen die, naast voer en diergeneesmiddelen, worden toegediend voldoen aan GMP+, hebben een RegNL nummer of zijn toegelaten homeopathische middelen. Ook enkelvoudig voor humaan gebruik toegelaten homeopathische middelen zijn toegestaan. Toegelaten homeopathische middelen zijn te vinden op: https://www.cbg-meb.nl/dieren IKB Vleeskalveren 2008.
Medicijnmenger verkeert in goede staat van onderhoud. Geen lekkende slangen en / of buizen e.d. en geen visueel aanwezige aangekoekte resten van medicijnen. IKB Vleeskalveren 2008.
Afleverbewijzen van voer en toevoegingsmiddelen van de afgelopen 5 jaar zijn aanwezig. Code Diervoeder.
De dieren hebben onbeperkt de beschikking over drinkwater. Niet noodzakelijk indien melkvoedering wordt gegeven. Bij warm weer (buitentemp > 25˚C) en voor zieke kalveren dient altijd vers drinkwater beschikbaar te zijn en moet het altijd mogelijk zijn om extra watergift te geven. Besluit houders van dieren.
De aan-, afvoer of sterfte van dieren wordt binnen 24 uur na aan-, afvoer of sterfte in het I&R-systeem gemeld. Alle meldingen moeten correct zijn gedaan in het I&R systeem. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s (www.wetten.overheid.nl)
Gewasbeschermingsmiddelen
Er zijn alleen toegestane gewasbeschermingsmiddelen gebruikt. Toegestaan volgens de databank van College voor Toelating van Bestrijdingsmiddelen (CTB) (www.ctb-wageningen.nl). Aan te tonen met afleverbonnen. Hygiënecode kalverhouderij.
Gewasbeschermingsmiddelen zijn, indien aanwezig, in een gesloten kast of ruimte, apart van dieren, diergeneesmiddelen, R&O middelen en voedermiddelen opgeslagen. Hygiënecode kalverhouderij.
Wachttijden van gewasbeschermingsmiddelen zijn in acht genomen. Moet aantoonbaar gemaakt worden aan de hand van de perceeladministratie Hygiënecode kalverhouderij, Bovenwettelijke invulling van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden (www.wetten.overheid.nl).
Aankoop en leverbonnen van gewasbeschermingsmiddelen zijn in de administratie opgenomen. Hygiënecode kalverhouderij.
Huisvesting
In de ruimte waar vleeskalveren gehuisvest zijn, worden geen andere landbouwhuisdieren dan runderen gehouden. Vleesvee, fokkalveren etc. behoren ook tot de categorie 'andere landbouwhuisdieren'. IKB Vleeskalveren 2008.
De stallen / dierverblijven worden geventileerd. Besluit houders van dieren.
De stal is voorzien van licht doorlatende delen die ten minste 2% van het vloeroppervlak van de stal beslaan. Lichtdoorlatend materiaal is schoon. Alle oppervlaktes / delen die licht doorlaten worden meegerekend, tenzij de normale afsluitwijze van dit deel (deur / luik / gordijn) niet lichtdoorlatend is. Delen moeten gelijkmatig over de stal verspreid zijn. Besluit houders van dieren.
Het mestopvangsysteem in de dierverblijven is zodanig dat kalveren schoon blijven. Besluit houders van dieren.
Zieke en gewonde kalveren kunnen indien nodig worden geïsoleerd in adequate lokalen (eenlingbox/ ziekenbox) met indien nodig droog en comfortabel strooisel. De vereiste ruimte beslaat minimaal 1 procent van de kalverplaatsen, met een minimum van 1 plaats. Indien ruimte niet standaard aanwezig is, maar gecreëerd wordt, dan moet dit aantoonbaar zijn. Besluit houders van dieren.
Dierruimtes, voerruimtes, voerkeukens e.d. zijn visueel schoon. Besluit houders van dieren.
Eenlingboxen worden alleen gebruikt voor kalveren niet ouder dan 8 weken of als ziekenboxen op voorschrift van een dierenarts. Niet van toepassing als een dierenarts heeft verklaard dat het kalf in verband met zijn gezondheid of gedrag moet worden geïsoleerd om te worden behandeld. Besluit houders van dieren.
De breedte van de eenlingboxen is minimaal gelijk aan de schofthoogte van het kalf. De schofthoogte wordt gemeten terwijl het kalf rechtop staat. Besluit houders van dieren.
De lengte van een eenlingbox is ten minste 1,1 maal de lengte van het kalf. De lengte van het kalf wordt gemeten van de neuspunt tot aan de achterkant van de zitbeenknobbel. Besluit houders van dieren.
De zijwanden van een eenlingbox zijn opengewerkt zodanig dat dieren elkaar kunnen zien en aanraken. Niet van toepassing op eenlingboxen voor zieke dieren. Besluit houders van dieren.
Indien niet in eenlingboxen gehuisvest is het vloeroppervlak per kalf (levend gewicht) minimaal: bij gewicht < 150 kg: 1,5 m2; bij gewicht > 150 kg; 1,8 m2. Besluit houders van dieren.
Kalveren moeten kunnen liggen op een vloer die is ingestrooid of is voorzien van een kunststof mat, houten latten rooster of rubber toplaag. Voor rosé stierkalveren geldt dit voorschrift tot een leeftijd van 2 maanden. Besluit houders van dieren.
De vloeren zijn stroef, zonder scherpe uitsteeksels. Besluit houders van dieren.
Er is verlichting in de stal aanwezig om de vleeskalveren te allen tijde te kunnen inspecteren. De verlichting moet van zodanige sterkte zijn dat de vleeskalveren goed te zien zijn. Besluit houders van dieren.
Er zijn geen scherpe randen of scherpe uitsteeksels aanwezig in de stallen en/of dierverblijven die kalveren kunnen verwonden (geldt ook voor hekken en wanden die gebruikt worden bij het verplaatsen van de kalveren). Richtlijn 98/58/EG van de Raad van 20 juli 1998 inzake de bescherming van voor landbouwdoeleinden gehouden dieren.
Diergezondheid
Voor de bewaking van de gezondheid van de dieren is een overeenkomst gesloten met een door Geborgde Vleeskalverendierenarts gecertificeerde dierenarts en deze overeenkomst is inzichtelijk via InfoKalf (https://infokalf.skv.info) Kalverhouder heeft met de dierenarts de Overeenkomst kalverhouder, kalvereigenaar en Geborgde Vleeskalverendierenarts (conform Bijlage I van het Reglement Geborgde Vleeskalverendierenarts) gesloten. Er mag slechts één overeenkomst per diersoort, per UBN afgesloten worden. De overeenkomst is digitaal inzichtelijk via InfoKalf. Regeling diergeneesmiddelen (www.overheid.nl).
De kalverhouder heeft ervoor gezorgd dat de dierenarts minimaal 1 maal per kwartaal het bedrijf bezoekt. Het is ook toegestaan om 2x per half jaar de dierenarts het bedrijf te laten bezoeken. Voor een klinische inspectie en bedrijfsbegeleiding (op grond van bijvoorbeeld productiegegevens, AM en PM keuringsresultaten). Aan te tonen door bezoekersrapportage dierenarts. Regeling diergeneesmiddelen.
Zieke dieren zijn, indien nodig, ondergebracht in ruimte voor zieke en gewonde dieren. Ruimte voldoet aan voorwaarden huisvesting. Zieke dieren zijn op verklaring dierenarts (bezoekrapportage), dieren met zware kreupelheden, dieren met zware verwondingen en sterk verzwakte dieren als gevolg van ziekte of anderszins. Besluit houders van dieren.
De kalverhouder bewaakt het hemoglobinegehalte van de blanke vleeskalveren. Bewaken kan door bloedonderzoeken en/of toediening van ijzer. Deelnemer kan dit schriftelijk aantonen via leverbonnen van ijzerpreparaten of de uitslagen van onderzoek. N.v.t. op rosé vleeskalveren. Besluit houders van dieren.
Diergeneesmiddelen
Toediening diergeneesmiddelen gebeurt volgens de bijgeleverde gebruiksvoorschriften (toedieningswijze en duur dosering, wachttijd). Regeling diergeneesmiddelen, Besluit houders van dieren.
Er worden alleen schone en werkende bedrijfseigen hulpmiddelen gebruikt bij het toedienen van diergeneesmiddelen. Indien dierenarts eigen schone hulpmiddelen gebruikt is dit ook toegestaan. Hygiënecode kalverhouderij.
Eventuele niet zichtbare afwijkingen als gevolg van toedienen van diergeneesmiddelen (bv. door een naald) zijn, indien bekend, gemeld aan het slachthuis. Afwijkingen worden gemeld op de afleververklaring met locatie van afwijking plus identificatie dier. IKB Vleeskalveren 2008.
Er is een bedrijfsbehandelplan. Het bedrijfsbehandelplan moet voldoen aan de volgende criteria: - op een duidelijke manier is aangegeven dat het betreffende document bedrijfsbehandelplan heet; - het bedrijfsbehandelplan dient te zijn voorzien van een datum van uitgifte. Besluit houders van dieren.
Er zijn alleen antimicrobiële middelen op het bedrijf aanwezig die staan vermeld in het bedrijfsbehandelplan (BBP) óf er moet een onderbouwing (schriftelijk verslag) aanwezig zijn die door de dierenarts is opgemaakt. Regeling diergeneesmiddelen.
De kalverhouder heeft voorgeschreven UDD-/UDA-diergeneesmiddelen voor de vleeskalveren uitsluitend afgenomen van de dierenarts waarmee hij een overeenkomst heeft gesloten, of van de apotheek van de praktijk van de dierenarts waarmee hij een overeenkomst heeft afgesloten. Indien er bij een spoedgeval een andere dierenarts wordt ingeschakeld, die UDD- / UDA-diergeneesmiddelen afgeeft, moet er een visitebrief aanwezig zijn waarin staat vermeld dat het een spoedconsult betrof. Bovenwettelijke invulling van de Regeling diergeneesmiddelen.
De kalverhouder heeft UDD-diergeneesmiddelen voor de vleeskalveren uitsluitend laten toepassen door de dierenarts waarmee hij een overeenkomst heeft gesloten, of diens vervanger. Onder voorwaarden mogen sommige antibiotica, op voorschrift van de dierenarts, zelf door kalverhouder worden toegepast. Deze voorwaarden zijn minimaal een instructie van de dierenarts (voor tweede keus antibiotica) en / of vermelding in het bedrijfsbehandelplan. Bovenwettelijke invulling van de Regeling diergeneesmiddelen.
Er zijn slechts voor runderen geregistreerde diergeneesmiddelen op het bedrijf aanwezig. Indien sprake is van voorgeschreven middelen volgens de cascaderegeling (incl. buitenlandse diergeneesmiddelen) voor runderen: er is een verklaring van de dierenarts aanwezig voor het toepassen van deze middelen. Indien op het bedrijf meerdere diersoorten worden gehouden mogen diergeneesmiddelen aanwezig zijn die voor deze diersoorten zijn geregistreerd. Deze moeten per diersoort apart worden bewaard. IKB Vleeskalveren 2008, Bovenwettelijke invullingregeling van het Besluit houders van dieren.
De aanwezige URA-diergeneesmiddelen zijn afkomstig van een toegelaten verkoopkanaal. Aantonen met. afleverbonnen. Toegelaten verkoopkanaal: medicijnen zijn afkomstig van de dierenarts zelf, een openbare apotheker of een leverancier met een afleververgunning van gekanaliseerde middelen. Bovenwettelijke invulling van het Besluit houders van dieren en van de Regeling diergeneesmiddelen.
Diergeneesmiddelen zijn in een gesloten kast / ruimte gescheiden van dieren en / of voeders opgeslagen. Kast of ruimte moet met een deur afgesloten of gescheiden zijn. Deze hoeft niet op slot te zijn. In deze kast of ruimte mogen alléén diergeneesmiddelen worden opgeslagen. Hygiënecode kalverhouderij.
Diergeneesmiddelen zijn per diersoort opgeslagen. Diersoort: runderen, varkens, pluimvee, etc. Binnen 1 (koel)kast verschillende compartimenten of planken per diersoort is toegestaan. IKB Vleeskalveren 2008, Bovenwettelijke invulling van het Besluit houders van dieren.
De kalverhouder heeft geen volledige koppelkuur antibiotica op voorraad. Op voorraad: termijn tussen ontvangst koppelkuur en gebruik koppelkuur is maximaal 2 werkdagen. Gebruik is aantoonbaar door recept of/ bezoekersrapportage dierenarts. Bij annulering of wijziging koppelkuur of uitgifte 2 kuren in 1 keer dient de dierenarts waarmee een overeenkomst is getekend in het bezoekersverslag een reden aan te geven. UDD-regeling (Stcrt. 2013, 23390).
De kalverhouder stelt i.s.m. de dierenarts en eventueel vertegenwoordiger van de kalvereigenaar jaarlijks een bedrijfsgezondheidsplan op. Jaarlijks: 1x per kalenderjaar. UDD-regeling.
Het bedrijfsgezondheidsplan is voorzien van de naam en de handtekening van de kalverhouder en de dierenarts en, indien hier sprake van is, de vertegenwoordiger van de kalvereigenaar. UDD-regeling.
Het bedrijfsgezondheidsplan is voorzien van het UBN van het bedrijf. UDD-regeling.
Het bedrijfsgezondheidsplan is voorzien van de datum waarop het bedrijfsgezondheidsplan is opgesteld. UDD-regeling.
Het bedrijfsgezondheidsplan beschrijft welke aspecten van de bedrijfsgezondheid aandachtspunten zijn of verbetermaatregelen nodig hebben. Hierbij worden de volgende aspecten overwogen: – verteringsproblemen tijdens de startperiode; – verteringsproblemen tijdens de mestperiode; – luchtwegaandoeningen tijdens de startperiode; – luchtwegaandoeningen tijdens de mestperiode; – overige aandoeningen die zich op het bedrijf voordoen; – uitval tijdens de startperiode; – uitval tijdens de mestperiode; – groei van de dieren; – achterblijvers of onvolwaardige groei; – medicijngebruik voor individuele behandelingen; – medicijngebruik voor koppelbehandelingen; – vleeskleur; – overige aspecten die relevant zijn voor het bedrijf. Aanvullende bovenwettelijke invulling van de UDD-regeling.
Er is actueel een bedrijfsgezondheidsplan aanwezig. Actueel betekent daterend uit het lopende kalenderjaar of ten minste het voorgaande kalenderjaar. UDD-regeling
De kalverhouder gebruikt geen cefalosporinen voor de behandeling van vleeskalveren. Voorschrift geldt zowel voor individuele behandelingen als koppelbehandelingen. IKB Vleeskalveren 2008.
De kalverhouder heeft geen derde keus middelen antibiotica op het bedrijf op voorraad. Derde keus middelen zijn middelen die zoals genoemd in het document 'Overzicht derde keus middelen' gepubliceerd door de SDa in mei 2012. Op voorraad: termijn tussen ontvangst van een derde keuze middel en het gebruik van het derde keuze middel is maximaal 2 werkdagen. Gebruik is aantoonbaar door recept / bezoekersrapportage dierenarts. Bij annulering / wijziging behandeling: dierenarts waarmee een overeenkomst is getekend dient in bezoekersverslag reden aan te geven. " UDD-regeling.
Bij individuele behandeling (m.i.v. dag 1) na het opzetten van de eerste kalveren van de lopende ronde is ten minste het volgende, per kalf, genoteerd in het logboek: – naam diergeneesmiddel of registratienummer; – Gebruikte hoeveelheid diergeneesmiddel (dosering per dier); – werknummer; – behandeldagen. Het 'Registratieformulier individuele behandelingen'. Dit formulier is te vinden op www.kalversector.nl. Registratie is niet verplicht indien de wachttermijn 0 dagen bedraagt. Werknummer: Of, indien noodzakelijk i.v.m. tracering, ID-code volledig. Bij behandeldagen heeft de kalverhouder de keuze tussen het noteren van de startdatum met het aantal behandeldagen of het noteren van de data van de behandeldagen. Bovenwettelijke invulling van het Besluit houders van dieren en de Regeling diergeneesmiddelen.
Diergeneesmiddelen die verloren gaan op een andere wijze dan door toediening zijn in het logboek geregistreerd. Genoteerd moeten worden: de datum, naam diergeneesmiddel, verloren gegane hoeveelheid en wijze van verloren gaan Regeling diergeneesmiddelen.
Verslagen van dierenartsbezoeken die door de dierenarts worden achtergelaten bij de kalverhouder, worden door de kalverhouder bewaard. Dit mag ook middels een doordruk of een kopie (evt. digitaal). Regeling diergeneesmiddelen.
Overig
Kadavers zijn volgens de geldende regelgeving gemeld bij destructiebedrijf. Geldende regelgeving: Gezondheids- en welzijnswet voor dieren of Wet Dieren. Hygiënecode kalverhouderij, Bovenwettelijke invulling van de Regeling dierlijke bijproducten (wetten.overheid.nl).
Kadavers zijn direct na ontdekken ter destructie aangeboden op de aanbiedingsplaats voor kadavers. Hygiënecode kalverhouderij, Bovenwettelijke invulling van de Regeling dierlijke bijproducten.
Kadaveropslag en aanbiedings-plaats zonder kadavers zijn te allen tijden visueel schoon. Visueel schoon: geen aanwezigheid van dierlijke resten of andere afvalstoffen. Hygiënecode kalverhouderij
Er is een verharde reinigbare aanbiedingsplaats voor kadavers aanwezig. Verhard: klinkers, tegels, asfalt of beton. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s, Bovenwettelijke invulling van de Regeling dierlijke bijproducten.
De aanbiedingsplaats voor kadavers is af te dekken (bv. met de kadaverstolp). Zodanig dat de kadavers niet zichtbaar zijn voor passanten en niet vrij toegankelijk zijn voor vogels, knaagdieren, honden, katten, etc. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s, Bovenwettelijke invulling van de Regeling dierlijke bijproducten.
Restanten van chemicaliën inclusief direct verpakkingsmateriaal worden afgevoerd via de lokale voorzieningen. Chemicaliën: gewasbeschermingsmiddelen, R&O middelen, dierbehandelingsmiddelen, verf, diergeneesmiddelen, enz. Toegestane lokale voorzieningen: afvoer via chemobox, afvoer door afgifte bij gemeentelijke afvalverzamelpunt. Milieuregelgeving (www.ilent.nl), Bovenwettelijke invulling van Verordening (EG) nr. 852/2004.
Op het bedrijf zijn REOB gecertificeerde brandblusmiddelen beschikbaar. De brandblusmiddelen moeten onderhouden worden door REOB gecertificeerde onderhoudsbedrijven voor blusmiddelen. Na iedere onderhoudsbeurt wordt de gele sticker op het brandblusmiddel vervangen. REOB gecertificeerde bedrijven zijn te vinden op: http://cibv.nl/erkende-bedrijven/ of http://www.kiwa.nl/gecertificeerde-bedrijven.aspx. IKB Vleeskalveren 2008.
Bij volledige mechanische ventilatie en afwezigheid mogelijkheid tot natuurlijke ventilatie: Er is een noodstroomaggregaat op het bedrijf aanwezig inclusief werkend alarmsysteem voor stroomuitval. Andere noodvoorziening is ook toegestaan. Besluit houders van dieren.
Calamiteiten en klachten zijn geregistreerd (omschrijving van calamiteit en corrigerende maatregel). Calamiteiten en klachten: uitval ventilatie, brand, water- of bodemvervuiling, achtergebleven naalden, klacht van slachterij over vieze dieren. Hiervoor is een formulier beschikbaar op het bedrijf. Onveilige situaties worden beschreven in Verordening (EG) nr. 178/2002 van 28 januari 2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving. IKB Vleeskalveren 2008.
Bedrijfshygiëne
Voldoende ontsmettingsmiddelen, minimaal halve liter van het middel aanwezig op het bedrijf. Voor de meest actuele lijst van toegelaten ontsmettingsmiddelen (desinfecteermiddelen) voor transportmiddelen wordt verwezen naar de databank van College voor Toelating van Bestrijdingsmiddelen op internet: www.ctbg.nl. Bovenwettelijke invulling van de Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s.
Er is een R&O (Reiniging en Ontsmetting) plaats aanwezig. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s.
De R&O plaats beslaat de gehele lengte van een vervoerseenheid. Vervoerseenheid: uitgaande van een transportmiddel met aanhanger. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s.
Bij de R&O plaats kan voldoende verlicht worden. Onder voldoende verlicht wordt verstaan, zodanig dat te allen tijden R&O uitgevoerd kan worden. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s.
De R&O plaats is zodanig aangelegd dat water en eventueel andere vloeistoffen die bij de reiniging en ontsmetting worden gebruikt, niet in grond- of oppervlakte water terecht kunnen komen. De plaats is voorzien van een zodanige afvoer dat water en eventueel andere vloeistoffen die bij de reiniging en ontsmetting worden gebruikt, niet in het grond- of oppervlaktewater terecht kunnen komen. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s.
Op de R&O plaats kan voldoende water onder druk worden geleverd voor reiniging en ontsmetting van de vervoerseenheid. Er is een werkende hoge druk spuit aanwezig of een werkende pomp die zorgt voor extra waterdruk. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s.
R&O middelen zijn in een gesloten kast of ruimte, apart van dieren, diergeneesmiddelen, gewasbeschermingsmiddelen en voedermiddelen opgeslagen. Bovenwettelijke invulling van Verordening (EG) nr. 852/2004.
Op het bedrijf zijn de aankoop- en afleverbewijzen van R&O middelen aanwezig. Deze voorwaarde is alleen van belang als er geen voorraad R&O middelen aantoonbaar is. Bovenwettelijke invulling van Verordening (EG) nr. 852/2004.
Verbeterplan structureel veel gebruik antibiotica
Kalverhouder dient binnen 3 maanden na de datum genoemd in de berichtgeving dat het bedrijf in de categorie 'Structureel Veelgebruik, fase 1' of 'Structureel Veelgebruik, fase 2' valt een driehoeksoverleg over het BGP te organiseren met de kalverhouder, kalvereigenaar (vertegenwoordiger) en de dierenarts, het bedrijfsgezondheidsplan te vernieuwen en op te sturen naar de CI. Het dossier bevat ten minste: – de opgestelde bedrijfsgezondheidsplannen; – een uitslag van de analyse van een monster uit de melkleiding waaruit blijkt dat minder dan 1.000 kve/ml Enterobacteriacea aanwezig waren in de melkleiding; – de verklaring van de monsternemer dat het monster, behorende bij de bovengenoemde analyse uitslag, op voorgeschreven wijze uit de melkleiding is genomen. Indien van toepassing bevat het dossier: – een of meerdere onderbouwingen voor de antibioticabehandelingen die zijn verstrekt; – bij verstrekking koppelkuur: de verklaring van de dierenarts dat er voldoende individueel is behandeld voordat is overgegaan tot een koppelbehandeling, dan wel dat er sprake is van een progressief ziekteverloop waarbij in de laatste 24 uur sprake was van 4% of meer nieuwe ziektegevallen. IKB Vleeskalveren 2008.
Indien gedurende een aaneengesloten periode van 5 dagen 10% of meer dieren in het koppel ziek wordt, dient de dierenarts een verklaring af te geven dat er voldoende individueel is behandeld en dat een koppelkuur moet worden ingezet. IKB Vleeskalveren 2008.
Indien sprake is van een progressief ziekteverloop waarbij in de laatste 24 uur een toename is van 4% of meer nieuwe ziektegevallen, dient de dierenarts een verklaring af te geven dat er sprake is van een progressief ziekteverloop met een toename van 4% of meer zieke kalveren in de laatste 24 uur. In de bepaling van de toename van het ziekteverloop dienen de kalveren die gedurende deze periode zijn uitgevallen te worden meegenomen. IKB Vleeskalveren 2008.
Bedrijven die meerdere leeftijdsgroepen kalveren houden, dienen binnen 3 maanden na de datum genoemd in de berichtgeving dat het bedrijf in de categorie 'Structureel Veelgebruik, fase 2' valt, nader onderzoek te laten verrichten betreffende (recidiverende) longproblemen. Dit kan door middel van: – een (gepaard) bloedonderzoek van 5 representatieve dieren per leeftijdsgroep, of; – het nemen van neusswabs van 5 representatieve dieren, of; – het laten uitvoeren van sectie bij de Gezondheidsdienst voor Dieren. Onafhankelijk van stal of compartiment. Indien binnen drie maanden geen ziekteverschijnselen worden vertoond, is een verklaring dierenarts over gezondheid koppel verplicht om onderzoek te mogen verschuiven naar eerst volgend moment dat ziekteverschijnselen worden geconstateerd. IKB Vleeskalveren 2008.
Kalverhouder dient binnen 3 maanden na de datum genoemd in de berichtgeving dat het bedrijf in de categorie 'Structureel Veelgebruik, fase 2' valt, een bedrijfsanalyse op te stellen aan de hand van de 'Uitgebreide checklist' en deze op te sturen naar de CI. Deze checklist is te downloaden via www.kalversector.nl. IKB Vleeskalveren 2008.
Transport
Alle aangevoerde in NL geboren nuka's, die niet rechtstreeks van een rundveebedrijf van geboorte zijn aangevoerd, dienen te zijn verzameld op een deelnemend, erkend verzamelcentrum. Alle nuka’s moeten rechtstreeks afkomstig zijn van een Nederlands rundveebedrijf of van een deelnemend, erkend verzamelcentrum. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s
Ieder kalf dient vanaf het moment van opzet tot 3 weken na de opzetdatum gehuisvest te worden in een ruimte met een temperatuur van minimaal 15 °C. De temperatuur in de huisvesting van kalveren tot 3 weken na opzet moet > 15°C is. Indien de buitentemperatuur -5°C of minder bedraagt, dient de temperatuur > 10°C te zijn. Per 200 gehuisveste kalveren moet 1 meting in het midden van een babybox, op hoogte van 25 cm boven een staand kalf verricht worden. Bovenwettelijke invulling van het Besluit houders van dieren.
Alle (deel)koppels met gewicht onder 42 kg dienen tot 2 weken na aanvoer van het kalf 3 maal daags te worden gevoerd (verspreid over een periode van 12 uur of meer). Bovenwettelijke invulling van het Besluit houders van dieren.
Alle personen die bedrijfsmatig op het schone (bedrijfs-) gedeelte en in de stallen – waarin dieren zijn gehuisvest – komen, moeten gebruik maken van de hygiënesluis en schone bedrijfskleding en – schoeisel aantrekken, voordat het schone (bedrijfs-) gedeelte en de stallen betreden worden. Alleen personen behorende bij het transportmiddel, die niet in de stal komen, mogen over het bedrijfsgedeelte van het erf rijden zonder gebruik te maken van de hygiënesluis. Een persoon die bedrijfsmatig het bedrijfsgedeelte betreedt is een ieder die per week meerdere veehouderijbedrijven bezoekt en hierbij ook in de stallen – waarin dieren zijn gehuisvest – komt. Hieronder vallen ook personen die op andere bedrijven in stallen komen (bv. buurman melkveehouder). Bedrijfsgedeelte (zie B007): het gedeelte van het perceel waar zich de kalverhouderij bevindt aangevuld met het gedeelte van het perceel waar verkeer van personen en/of transport van kalveren, voer en materialen tussen stallen / afdelingen plaatsvindt. Dit voorschrift is niet van toepassing voor transporteurs van kalveren. IKB Vleeskalveren 2008.
De hygiënesluis is voorzien van een handenwasgelegenheid met warm en koud-, stromend water, zeep / desinfectans, papieren handdoeken en schoon schoeisel en schone bedrijfseigen kleding. De handenwasgelegenheid bevindt zich bij voorkeur in het schone gedeelte van de hygiënesluis en zo dicht mogelijk bij de fysieke barrière. Bedrijfseigen kleding en – schoeisel zijn bijvoorbeeld overalls, laarzen of klompen. IKB Vleeskalveren 2008.
De kalverhouder reinigt minimaal 1x per 4 weken de melkleiding. Controleer via de registratie van de kalverhouder of de melkleidingen minimaal 1x per 4 weken zijn gereinigd met een reinigingsmiddel. In het geval van rosé start / afmest waarbij het melkleidingsysteem niet gebruikt wordt, hoeft het melkleidingsysteem niet gereinigd te worden. Onder melkleiding wordt verstaan elk systeem waarmee melk aan de kalveren wordt gevoerd, zoals melkleidingsystemen, rijdende mengers, voerslangen en drinkautomaten. Bovenwettelijke invulling van Verordening (EG) nr. 852/2004.
De kalverhouder houdt een register bij van de reinigingsbeurten. In het register staan ten minste de datum en het gebruikte reinigingsmiddel vermeld. Gecontroleerd moet worden of in het register ten minste de datum en het gebruikte reinigingsmiddel genoteerd staan. Bovenwettelijke invulling van Verordening (EG) nr. 852/2004.
Als een kalverhouder kalveren opzet, die al op een ander bedrijf zijn gestart, worden deze kalveren aangevoerd van maximaal 4 verschillende UBN’s. Indien niet aan dit voorschrift kan worden voldaan dient aan het hierop volgend voorschrift te worden voldaan. IKB Vleeskalveren 2008.
Als een kalverhouder kalveren opzet, die al op een ander bedrijf zijn gestart, wordt in 1 compartiment eerder gestarte kalveren van maximaal 2 verschillende UBN's gehuisvest. Een compartiment is een ruimte die door vloer, plafond en wanden / muren van vloer tot plafond gescheiden is van andere ruimtes. Het is toegestaan dat in de wand / muur een deur is aangebracht. Deze deur mag slechts geopend zijn tijdens doorgang, zodat de luchtcirculatie van 1 compartiment niet direct verbonden is met een ander compartiment / ruimte waarin kalveren zijn gehuisvest. Indien niet aan dit voorschrift kan worden voldaan dient aan het vorige voorschrift te worden voldaan. IKB Vleeskalveren 2008.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 3.8.1. Begripsbepalingen

In deze titel wordt verstaan onder:

Artikel 3.8.2. Subsidiabele activiteiten

De minister verstrekt op aanvraag subsidie voor de uitvoering van een innovatieproject duurzame visserij aan:

Artikel 3.8.3. Betrokkenheid van een wetenschappelijke of technische organisatie

Een innovatieproject duurzame visserij wordt uitgevoerd met actieve betrokkenheid van een wetenschappelijke of technische organisatie.

Artikel 3.8.4. Validatie door een wetenschappelijke organisatie

De resultaten van het project en het wetenschappelijk of technisch rapport, bedoeld in artikel 3.8.12, derde lid, worden door een wetenschappelijke organisatie gevalideerd.

Artikel 3.8.5. Indiening aanvraag tot subsidieverlening

Onverminderd de artikelen 2.9 en 3.1.4, bevat een aanvraag tot subsidieverlening in ieder geval:

Artikel 3.8.6. Verdeling van het subsidieplafond

De minister verdeelt het subsidieplafond voor innovatieprojecten duurzame visserij op volgorde van rangschikking van de aanvragen als bedoeld in artikel 2.4, onderdeel b.

Artikel 3.8.7. Rangschikkingscriteria

De minister rangschikt een aanvraag voor een innovatieproject duurzame visserij, waarop niet afwijzend is beslist, hoger naarmate deze:

Artikel 3.8.8. Beschikkingen onder opschortende voorwaarde
1.

Indien bij de rangschikking van de innovatieprojecten duurzame visserij blijkt dat de in artikel 39, vierde lid, van verordening 508/2014 vastgestelde maxima worden overschreden, komen de innovatieprojecten duurzame visserij die het hoogst zijn gerangschikt op grond van artikel 3.8.7 als eerste in aanmerking voor subsidie totdat deze maxima zijn bereikt, en wordt subsidie aan de overige innovatieprojecten duurzame visserij op het gebied van zeevisserij of kustvisserij die op basis van de rangschikking en de hoogte van het subsidieplafond in aanmerking zouden komen voor subsidie, verleend onder de opschortende voorwaarde van goedkeuring door de Europese Commissie.

2.

De minister stelt de subsidieaanvrager zo spoedig mogelijk nadat het oordeel van de Europese Commissie bekend is, op de hoogte van dit oordeel en de eventuele gevolgen voor de eerder afgegeven beschikking.

Artikel 3.8.9. Niet-subsidiabele kosten

Onverminderd de artikelen 1.5, 2.10 en 3.1.2, komen de volgende kosten niet in aanmerking voor subsidie:

Artikel 3.8.10. Hoogte van de subsidie
1.

De subsidie bedraagt 50 procent van de subsidiabele kosten.

2.

In afwijking van het eerste lid bedraagt de subsidie:

3.

De subsidie bedraagt ten hoogste € 700.000 per innovatieproject duurzame visserij.

Artikel 3.8.11. Start- en realisatietermijn
1.

Met de uitvoering van de op grond van deze titel gesubsidieerde innovatieprojecten duurzame visserij wordt gestart na de datum van ontvangst van de subsidieaanvraag, bedoeld in artikel 2.9, maar uiterlijk binnen 12 maanden na subsidieverlening.

2.

De op grond van deze titel gesubsidieerde innovatieprojecten duurzame visserij worden voltooid binnen 36 maanden na subsidieverlening.

3.

Indien er sprake is van een subsidieverlening onder opschortende voorwaarde als bedoeld in artikel 3.8.8, eerste lid, beginnen de termijnen, bedoeld in het eerste en tweede lid, te lopen vanaf de datum waarop de minister de subsidieaanvrager op de hoogte heeft gesteld van het oordeel, bedoeld in artikel 3.8.8, tweede lid, indien het innovatieproject duurzame visserij is goedgekeurd door de Europese Commissie.

Artikel 3.8.12. Verplichtingen subsidieontvanger
1.

De subsidieontvanger of het samenwerkingsverband zet voor een innovatieproject duurzame visserij op het gebied van zeevisserij of kustvisserij niet meer vissersvaartuigen in dan en overschrijdt niet de bruto-tonnage, zoals opgegeven bij de aanvraag op grond van artikel 3.8.5, onderdeel b.

2.

De subsidieontvanger of het samenwerkingsverband zorgt dat de onderzoeksopzet die aan het innovatieproject duurzame visserij ten grondslag ligt, voldoet aan de algemeen aanvaarde wetenschappelijke standaarden en dat de resultaten voldoende wetenschappelijk worden onderbouwd.

3.

De subsidieontvanger of het samenwerkingsverband stelt een wetenschappelijk of technisch rapport op of laat deze opstellen door de wetenschappelijke of technische organisatie, waarin de onderzoeksopzet, de resultaten van het innovatieproject duurzame visserij en de bijdrage van de wetenschappelijke of technische organisatie aan het project wordt beschreven.

4.

De subsidieontvanger of het samenwerkingsverband, dan wel een van de deelnemers aan het samenwerkingsverband, stelt het wetenschappelijk of technisch rapport, bedoeld in het derde lid, gelijktijdig met het indienen van de aanvraag tot subsidievaststelling, gedurende een periode van drie jaar, beschikbaar op zijn website.

Artikel 3.8.13. Afwijzingsgrond
1.

De minister beslist afwijzend op een aanvraag tot subsidieverlening voor een innovatieproject duurzame visserij voor zover de subsidiabele kosten, bedoeld in artikel 1.3, eerste lid, minder dan € 250.000 bedragen.

2.

In afwijking van het eerste lid beslist de minister afwijzend op een aanvraag tot subsidieverlening voor een innovatieproject duurzame visserij dat uitsluitend betrekking heeft op binnenvisserij of kustvisserij, voor zover de subsidiabele kosten, bedoeld in artikel 1.3, eerste lid, minder dan € 100.000 bedragen.

Artikel 3.8.14. Intellectuele eigendomsrechten

Op de resultaten van een innovatieproject duurzame visserij worden geen intellectuele eigendomsrechten gevestigd.

Artikel 3.8.15. Voorschot
1.

Er kan een voorschot worden verstrekt als bedoeld in artikel 2.14.

2.

Een aanvraag om een voorschot wordt in ieder geval ingediend tegelijkertijd met een tussenrapportage als bedoeld in artikel 2.18, eerste lid.

3.

Tevens kan een aanvraag om een voorschot op een ander moment worden ingediend. In dit geval gaat zij vergezeld van een beschrijving van de voortgang van het innovatieproject duurzame visserij.

4.

Een aanvraag van een voorschot gaat in geval van een innovatieproject duurzame visserij op het gebied van zeevisserij of kustvisserij vergezeld van het nummer waaronder een vissersvaartuig dat wordt ingezet in het kader van het project geregistreerd staat in het vlootregister, indien dit bij de aanvraag tot subsidieverlening niet is opgegeven en dit nummer op het moment van indienen van een aanvraag van het voorschot bekend is.

Artikel 3.8.16. Netto-inkomsten

Voor de toepassing van de artikelen 2.9, derde lid, onderdeel b, 2.14, vijfde lid, 2.20, vierde lid, onderdeel c, en 3.1.9 wordt voor deze titel onder netto-inkomsten mede verstaan netto-inkomsten als bedoeld in artikel 39, zesde en zevende lid, van verordening 508/2014.

Artikel 3.8.17. Indienen aanvraag tot subsidievaststelling

Onverminderd de artikelen 2.20 en 3.1.5, bevat de aanvraag tot subsidievaststelling in ieder geval:

Artikel 3.8.18. Vervaltermijn

Deze titel vervalt met ingang van 1 maart 2022, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op subsidies die voor die datum zijn verleend.

Titel 3.9. Samenwerkingsprojecten wetenschap en visserij

Hoofdstuk 4. Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling

Titel 4.1. Brede weersverzekering

Paragraaf 4.1.1. Algemene bepalingen

Paragraaf 4.1.2. Voorschriften inzake de landbouwer

Paragraaf 4.1.2. Voorschriften inzake de verzekeraar

Titel 4.2. Kwaliteitsregeling voor de kalfsvleessector

Paragraaf 4.2.1. Algemene bepalingen

Paragraaf 4.1.1. Algemene bepalingen

Paragraaf 4.2.3. Voorschriften inzake de subsidieregeling

Paragraaf 4.2.2. Voorschriften inzake de erkenning van een kwaliteitsregeling

Hoofdstuk 5. Europees Fonds voor regionale ontwikkeling

§ 5.2. Regels omtrent subsidieverstrekking door de managementautoriteit

§ 5.2. Regels omtrent subsidieverstrekking door de managementautoriteit

Paragraaf 4.2.4. Controles en sancties

Hoofdstuk 6. Overige bepalingen en slotbepalingen

Bijlage 1. behorende bij artikel 1.9 Regeling Europese EZ-subsidies

Procedure als bedoeld in artikel 140, vijfde lid, van verordening 1303/2013

Verordening 1303/2013 maakt het mogelijk kopieën of volledig digitale documenten te accepteren als bewijsstuk. In deze bijlage worden de in artikel 140, vijfde lid, van verordening 1303/2013 bedoelde procedures vastgesteld voor documenten die in het kader van de uitvoering van deze regeling en verantwoording op grond van verordening 1303/2013 kan worden gebruikt.

1. Typen documenten

De volgende documenten worden als bewijsstukken geaccepteerd:

2. Procedure voor het gebruik van de documenten, bedoeld onder 1, onderdelen a, b en c

De in 1 onder a, b en c bedoelde bewijsstukken zijn geconverteerde documenten of gegevensdragers. Bij conversie van het origineel naar het geconverteerde document of gegevensdrager wordt aan de hieronder vermelde voorwaarden voldaan:

Het in samenhang bezien van de verschillende bewijsstukken strekt er mede toe de authenticiteit van het geconverteerde document of de gegevensdrager te waarborgen en dat hierop voor controledoeleinden kan worden vertrouwd.

Als de conversie op de juiste wijze gebeurt, is het in het kader van de verantwoording, niet meer noodzakelijk de bewijsstukken op de originele gegevensdrager te bewaren. Het geconverteerde bewijsstuk mag na conversie niet meer gewijzigd kunnen worden.

3. Procedure voor het bewaren van stukken die uitsluitend in een elektronische versie bestaan, bedoeld in 1, onderdeel d

Indien een subsidieontvanger gebruik maakt van elektronische documenten waarbij uitsluitend een elektronische versie bestaat, worden de geautomatiseerde systemen voorzien van beheers- en beveiligingsmaatregelen die de betrouwbaarheid, authenticiteit en integriteit van de elektronische gegevens gedurende de gehele vereiste bewaartermijn waarborgen. Het is aan de subsidieontvanger om dit aan te tonen. Voor een tweetal veel voorkomende situaties zijn de voorschriften hieronder uitgewerkt:

Bijlage 2. behorende bij artikel 4.2.2, vijfde lid, Regeling Europese EZ-subsidies

Bestaande voorschriften kwaliteitssysteem kalfsvleessector

Voorschrift Interpretatie Bron
Algemeen
Er is een actuele door de certificerende instantie (hierna: ‘CI’) gewaarmerkte plattegrond van het bedrijf aanwezig. De plattegrond geeft voor zover van toepassing alle ruimten, de perceelgrenzen- en toegangen, bedrijfsgedeelte, de situering silo's (inclusief silonummers), mestopslag, opslag en aanbiedingsplaats destructiemateriaal, medicijnopslag, opslag van reinigings-, desinfectie- en ongediertebestrijdingsmiddelen, aggregaat, hygiënesluis, de gebruikelijke loop- en rijroutes, de afmetingen van de stallen en per stal het aantal afdelingen en aantal hokken en de hoeveelheid kalveren die per hok mogen zijn gehuisvest, gebaseerd op 1,8 m2/kalf aan. Indien het bedrijf nuchtere kalveren (nuka’s) opzet tot max. 15 weken (startbedrijf), dan mag een plattegrond op basis van 1,5 m2/kalf worden opgesteld. De totale hoeveelheid kalveren die op het bedrijf mag worden gehuisvest is eveneens aangegeven. Het bedrijfsgedeelte is het gedeelte van het perceel waar zich de kalverhouderij bevindt aangevuld met het gedeelte van het perceel waar verkeer van personen en/of transport van kalveren, voer en materialen tussen stallen / afdelingen plaatsvindt. De plattegrond is aangepast aan de laatste stand van zaken. IKB Vleeskalveren 2008 (www.Kalversector.nl ).
De rapportages en certificaten van de inspecties van de drie voorgaande jaren zijn beschikbaar. IKB Vleeskalveren 2008, Bovenwettelijke invulling van Verordening(EG) nr. 852/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake levensmiddelenhygiëne.
Hygiëneregels en plattegrond (met bedrijfsgedeelte en looproutes) zijn zichtbaar aanwezig in hygiënesluis voor medewerkers en bezoekers en worden toegepast. Op schrift gestelde hygiëneregels, aanwezig in de hygiënesluis bevatten minimaal de volgende meldingen: alleen beroepsmatige betreding van het deel van het bedrijf waar dieren staan, alleen na omkleden in hygiënesluis betreden van het schone (bedrijfs-) gedeelte, alleen bij toestemming eigenaar is betreding mogelijk, voor betreden melden bij eigenaar. U kunt hiervoor het voorbeeld formulier 'Hygiëneregels Kalverhouderij' gebruiken. Dit formulier is te vinden op www.kalversector.nl. IKB Vleeskalveren 2008.
Het bedrijfseigen personeel is adequaat opgeleid. Geldt alleen voor personeel dat in dienst is. Adequaat: ten minste opleiding op minimaal MBO niveau of 1 jaar werkervaring in de intensieve kalverhouderij, of anders onder verantwoordelijkheid van iemand met genoemde kwalificaties. Arbeidsomstandigheden-wet (wetten.overheid.nl).
Het bedrijf verkeert in goede staat van onderhoud. Heeft betrekking op toegangswegen tot bedrijfsgedeelte, dierverblijven en voerkeuken. Goede staat is: geen lekkages, geen zwaar achterstallig onderhoud, bestrating en/of verharding in redelijke staat (geen kuilen), geen open of loshangende elektrische bedrading. Bijlage 2 van Richtlijn 91/629/EEG tot vaststelling van minimumnormen ter bescherming van kalveren. QS (Quality Scheme for food, www.q-s.de).
Materialen in de stal waar de vleeskalveren mee in aanraking komen, zijn niet schadelijk voor de vleeskalveren en kunnen worden gereinigd en ontsmet. Er mag bijvoorbeeld geen sprake zijn van contact van de vleeskalveren met zware metalen (lood, kwik, cadmium). Bijlage 2 van Richtlijn 91/629/EEG.
Het bedrijf maakt een visueel schoon en opgeruimde indruk. Opgeruimde indruk: geen onnodig aanwezige materialen, maar alleen materialen aanwezig van werkzaamheden van desbetreffende werkdag. Visueel schoon: ten minste geen visueel zichtbare restanten aanwezig op bijvoorbeeld koelkast, weegschaal, bureau etc. De hygiënecode kalverhouderij is opgenomen in de regeling IKB Vleeskalveren gebaseerd op de verordening (EG) nr. 852/2004.
Het bedrijfsgedeelte en de stallen met directe toegang tot de dieren kunnen niet zonder meer betreden worden. Niet zonder meer betreden: bijvoorbeeld door borden met de melding ‘geen vrije toegang tot stallen’ bij de ingang of door linten, kettingen, etc. Zodanig dat geen ongehinderde toegang verschaft kan worden. Hygiënecode kalverhouderij.
Om het principe van schone (bedrijfs-) en vuile (externe) gedeelte op het bedrijf toe te kunnen passen is het noodzakelijk dat: – er een duidelijk zichtbare lijn (of gespannen draad) op vloerhoogte van het erf is geplaatst, zodat verkeer van transportmiddelen niet belemmerd wordt; OF – er een zodanig duidelijke aanduiding aanwezig is dat een bezoeker zich dient te melden, en door de hygiënesluis moet, voordat het schone (bedrijfs-) gedeelte betreden wordt; OF – er een fysieke afscheiding (bijv. sloot, heg of hek) aanwezig is op de grens van het schone (bedrijfs-) en / of vuile (externe) gedeelte. IKB Vleeskalveren 2008, \Bovenwettelijke invulling van Verordening (EG) nr. 852/2004.
Er is een bijgehouden bezoekersregister, per locatie, aanwezig met daarin naam, bedrijfsnaam en datum van bezoek. Bezoekers die de stallen betreden dienen in het register te worden opgenomen. Transporteurs die dieren komen laden of lossen kunnen het register tekenen. Transporteurs dienen in plaats van voormelde gegevens de volgende informatie te noteren in het register: – datum transport; – Naam transportonderneming. Hygiënecode kalverhouderij.
Ongediertebestrijding
Ongedierte wordt geweerd en waar nodig bestreden. Indien overlast van ongedierte aanwezig blijft, is een gediplomeerd ongediertebestrijdingsbedrijf ingeschakeld. Ongedierte: ratten, muizen en vliegen. Hygiënecode kalverhouderij.
Er dient op het bedrijf een plattegrond aanwezig te zijn waarop is aangegeven waar lokdozen en bestrijdings-middelen zich bevinden. Dit voorschrift is niet van toepassing als er geen ongedierte aanwezig is en bestrijding niet uitgevoerd wordt. IKB vleeskalveren 2008.
Er zijn alleen toegestane ongediertebestrijdingsmiddelen aanwezig, die in een gesloten kast en apart van dieren, diergeneesmiddelen en voedermiddelen worden opgeslagen. Toegestane ongediertebestrijdingsmiddelen: de meest actuele lijst van toegelaten ongediertebestrijdingsmiddelen zoals opgenomen in de databank van College voor Toelating van Bestrijdingsmiddelen: www.ctb-wageningen.nl. Hygiënecode kalverhouderij.
Het bestrijdingsmiddel voor ratten en muizen wordt in daarvoor geschikte lokdozen aangeboden. Lokdozen dienen gesloten zijn. Hygiënecode kalverhouderij.
De vleeskalveren hebben geen toegang tot bestrijdingsmiddelen. Hygiënecode kalverhouderij.
Op het bedrijf zijn de aankoop en leverbonnen van alle op het bedrijf aanwezige ongediertebestrijdingsmiddelen aanwezig. Hygiënecode kalverhouderij.
Aan- en afvoer van dieren
Alle aanwezige dieren zijn voorzien van 2 oormerken. 1 oormerk is toegestaan. Als er geen oormerk is, dient de aanvraag tot nieuwe oormerken aanwezig te zijn. Regeling identificatie en registratie van dieren (wetten.overheid.nl).
Kalverhouder kan aantonen dat aangevoerde dieren vrij zijn van besmettelijke veeziekten d.m.v. importdocumenten / gezondheidsverklaring. Bij een I&R blokkade dient kalverhouder de reden aan te geven. Hygiënecode kalverhouderij.
I&R administratie is ten minste 3 jaar bewaard. In deze I&R administratie is elke verplaatsing (zoals geboorte, afvoer, aanvoer, dood, import, etc.) opgenomen. Mag aantoonbaar gemaakt worden via digitaal bedrijfsregister, indien daarin tevens historie van 3 jaar bewaard is. Richtlijn 92/102/EEG van de Raad van 27 november 1992 met betrekking tot de identificatie en de registratie van dieren.
Indien een deelnemende kalverhouder startkalveren opzet, controleert die kalverhouder of in voorkomend geval het toeleverende Nederlandse startbedrijf gecertificeerd is. Controleren via het register van de SKV. M.u.v. opzet startkalveren van buitenlandse startbedrijven. IKB Vleeskalveren 2008.
Indien een kalverhouder startkalveren ontvangt, worden de meegeleverde gegevens m.b.t. diergeneesmiddelen-gebruik meegeleverd en ten minste 1 jaar in de administratie bewaard. Deze gegevens omvatten: – de koppelbehandelingen die bij de ontvangen koppel startkalveren uitgevoerd zijn, en; – de individuele behandelingen die bij de ontvangen koppel startkalveren uitgevoerd zijn. De diergeneesmiddelenregistratie moet herleidbaar zijn tot het herkomstbedrijf en de op het afmestbedrijf aanwezige kalveren. Dit geldt zowel voor binnenlandse als buitenlandse kalveren. Bovenwettelijke invulling van Verordening (EG) nr. 852/2004.
Indien een kalverhouder start-kalveren aflevert aan een vleeskalverhouderij voor verdere opfok, worden gegevens m.b.t. diergenees-middelengebruik bij deze startkalveren meegeleverd. Deze gegevens omvatten: – de koppelbehandelingen die bij de ontvangen koppel startkalveren (blank, rosé) uitgevoerd zijn, en; – de individuele behandelingen die bij de ontvangen koppel startkalveren uitgevoerd zijn. Bovenwettelijke invulling van Verordening (EG) nr. 852/2004.
Voer (installaties)
Indien geen transport van voer in eigen beheer plaatsvindt, dan moet voer zijn getransporteerd door GMP erkende transporteurs. Verklaring aangegeven op aflever / vervoersdocumenten. GMP erkende transporteurs zijn te vinden op www.gmpplus.nl. Code Diervoeder (www.gmpplus.org), Bovenwettelijke invulling Verordening (EG) nr. 852/2004.
Al het aanwezige voer is afkomstig van GMP+ gecertificeerde diervoederleveranciers. Aantonen d.m.v. voerbonnen. GMP+ gecertificeerde diervoederleveranciers zijn te vinden op www.gmpplus.nl. Code Diervoeder.
Bij voerleverantie wordt of een ingangscontrole of een controle vóór vervoedering uitgevoerd, hierbij wordt gelet op de volgende punten: – staat van het voer; – houdbaarheidstermijn. In geval van balen en/of kuilvoer is gecontroleerd (visueel / geur) of er geen broei aanwezig is, voer met broei wordt niet vervoederd. In geval van aanvullende mengvoeders wordt gecontroleerd op dat: – per aangekochte partij het type mengvoeder is aangegeven; – per aangekochte partij de houdbaarheidstermijn zichtbaar is; – per type mengvoeder de gebruiksvoorschriften bekend zijn. Staat van het voer: het product mag geen zichtbare schimmels of niet-voederbestanddelen bevatten. Voer mag niet over de houdbaarheidsdatum zijn. Dit voorschrift is niet van toepassing als de leverancier geen uiteindelijke houdbaarheidstermijn heeft aangegeven. Partijen mengvoerder zijn zodanig opgeslagen dat verschillende type mengvoeders herkenbaar zijn. De gebruiksvoorschriften zijn bekend doordat deze in de administratie zijn opgenomen of op de verpakking van het mengvoeder zijn weergegeven. Code Diervoeder.
Voor baal/kuilvoer zijn uitsluitend toegelaten toevoegingsmiddelen gebruikt. Toegelaten overeenkomstig Verordening (EG) Nr. 1831/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2003 betreffende toevoegings-middelen voor diervoeding. Aan te tonen met afleverbonnen van toevoegingsmiddelen. Hygiënecode kalverhouderij.
De kuil (met gras/maïs) is afgedekt (met uitzondering van het snijvlak). Hygiënecode kalverhouderij.
Voer is volgens voorschriften leverancier opgeslagen. Code Diervoeder.
Voer voor verschillende diersoorten is gescheiden en duidelijk herkenbaar opgeslagen. Diervoeder dat is bestemd voor andere diersoorten mag niet kunnen vermengen met het diervoeder dat is bestemd voor de vleeskalveren. Uitzondering: enkelvoudige voeders die buiten de stallen zijn opgeslagen en voor meerdere diersoorten gebruikt kunnen worden. Code Diervoeder.
Voer is niet in dezelfde ruimte waar dieren verblijven opgeslagen. Werkvoorraad is toegestaan. Code Diervoeder.
Voer is duidelijk gescheiden opgeslagen van chemicaliën. Code Diervoeder.
Opgeslagen voeders zijn goed afgedekt of verpakt of overkapt of overdekt. Indien nodig met aanvullende ongediertebestrijding. Verpakking of afdekking of overkapping of overdekking is in onbeschadigde staat. Opgeslagen voeders zijn zodanig afgedekt of verpakt of afgedekt of bedekt dat verontreiniging met uitwerpselen van ongedierte of vogels zo goed mogelijk wordt voorkomen. Indien er ongedierte aanwezig is, moet ongediertebestrijding worden toegepast. Ongedierte: ratten, muizen en vliegen. Code Diervoeder.
Voerinstallaties en waterinstallaties zijn in goede staat van onderhoud. Geen lekkende slangen en / of gebroken kettingen e.d. en geen visueel aanwezige aangekoekte resten van voer of medicijnen. Besluit houders van dieren (wetten.overheid.nl).
Er is geen beschimmeld voer aanwezig in de dierverblijven. Code Diervoeder.
Indien middelen aan het voer zijn toegevoegd, is dit gedaan conform adviezen van leverancier van de toevoegingsmiddelen. Advies leverancier van de toevoegingsmiddelen is aanwezig op het bedrijf. Code Diervoeder.
Het rantsoen bevat ten minste 50 gram vezelhoudend droog-voer per dag per dier van 8 tot 20 weken oud. Het rantsoen bevat ten minste 250 gram vezelhoudend voer per dag per dier vanaf 20 weken oud. Vezelhoudend voer: ruwvoer (maïsproducten, hooi, stro, etc.). Krachtvoer dat vezels bevat mag worden gerekend als vezelhoudend droogvoer. Hierbij moet worden uitgegaan van het gewicht van het verstrekte krachtvoer. Besluit houders van dieren.
Bij beperkte voedering is de voerbaklengte per kalf minimaal 0,40 meter. Besluit houders van dieren.
Bij onbeperkte voedering is het mogelijk dat ten minste 3 dieren tegelijk eten. Minimale voerbaklengte van 1.20m. Besluit houders van dieren.
Alle kalveren krijgen ten minste 2 maal per dag voer en kalveren in groepshokken moeten allemaal tegelijk kunnen eten. N.v.t. bij ad libitum voedering of via automatisch voedersysteem. Besluit houders van dieren.
Alle middelen die, naast voer en diergeneesmiddelen, worden toegediend voldoen aan GMP+, hebben een RegNL nummer of zijn toegelaten homeopathische middelen. Ook enkelvoudig voor humaan gebruik toegelaten homeopathische middelen zijn toegestaan. Toegelaten homeopathische middelen zijn te vinden op: https://www.cbg-meb.nl/dieren IKB Vleeskalveren 2008.
Medicijnmenger verkeert in goede staat van onderhoud. Geen lekkende slangen en / of buizen e.d. en geen visueel aanwezige aangekoekte resten van medicijnen. IKB Vleeskalveren 2008.
Afleverbewijzen van voer en toevoegingsmiddelen van de afgelopen 5 jaar zijn aanwezig. Code Diervoeder.
De dieren hebben onbeperkt de beschikking over drinkwater. Niet noodzakelijk indien melkvoedering wordt gegeven. Bij warm weer (buitentemp > 25˚C) en voor zieke kalveren dient altijd vers drinkwater beschikbaar te zijn en moet het altijd mogelijk zijn om extra watergift te geven. Besluit houders van dieren.
De aan-, afvoer of sterfte van dieren wordt binnen 24 uur na aan-, afvoer of sterfte in het I&R-systeem gemeld. Alle meldingen moeten correct zijn gedaan in het I&R systeem. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s (www.wetten.overheid.nl)
Gewasbeschermingsmiddelen
Er zijn alleen toegestane gewasbeschermingsmiddelen gebruikt. Toegestaan volgens de databank van College voor Toelating van Bestrijdingsmiddelen (CTB) (www.ctb-wageningen.nl). Aan te tonen met afleverbonnen. Hygiënecode kalverhouderij.
Gewasbeschermingsmiddelen zijn, indien aanwezig, in een gesloten kast of ruimte, apart van dieren, diergeneesmiddelen, R&O middelen en voedermiddelen opgeslagen. Hygiënecode kalverhouderij.
Wachttijden van gewasbeschermingsmiddelen zijn in acht genomen. Moet aantoonbaar gemaakt worden aan de hand van de perceeladministratie Hygiënecode kalverhouderij, Bovenwettelijke invulling van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden (www.wetten.overheid.nl).
Aankoop en leverbonnen van gewasbeschermingsmiddelen zijn in de administratie opgenomen. Hygiënecode kalverhouderij.
Huisvesting
In de ruimte waar vleeskalveren gehuisvest zijn, worden geen andere landbouwhuisdieren dan runderen gehouden. Vleesvee, fokkalveren etc. behoren ook tot de categorie 'andere landbouwhuisdieren'. IKB Vleeskalveren 2008.
De stallen / dierverblijven worden geventileerd. Besluit houders van dieren.
De stal is voorzien van licht doorlatende delen die ten minste 2% van het vloeroppervlak van de stal beslaan. Lichtdoorlatend materiaal is schoon. Alle oppervlaktes / delen die licht doorlaten worden meegerekend, tenzij de normale afsluitwijze van dit deel (deur / luik / gordijn) niet lichtdoorlatend is. Delen moeten gelijkmatig over de stal verspreid zijn. Besluit houders van dieren.
Het mestopvangsysteem in de dierverblijven is zodanig dat kalveren schoon blijven. Besluit houders van dieren.
Zieke en gewonde kalveren kunnen indien nodig worden geïsoleerd in adequate lokalen (eenlingbox/ ziekenbox) met indien nodig droog en comfortabel strooisel. De vereiste ruimte beslaat minimaal 1 procent van de kalverplaatsen, met een minimum van 1 plaats. Indien ruimte niet standaard aanwezig is, maar gecreëerd wordt, dan moet dit aantoonbaar zijn. Besluit houders van dieren.
Dierruimtes, voerruimtes, voerkeukens e.d. zijn visueel schoon. Besluit houders van dieren.
Eenlingboxen worden alleen gebruikt voor kalveren niet ouder dan 8 weken of als ziekenboxen op voorschrift van een dierenarts. Niet van toepassing als een dierenarts heeft verklaard dat het kalf in verband met zijn gezondheid of gedrag moet worden geïsoleerd om te worden behandeld. Besluit houders van dieren.
De breedte van de eenlingboxen is minimaal gelijk aan de schofthoogte van het kalf. De schofthoogte wordt gemeten terwijl het kalf rechtop staat. Besluit houders van dieren.
De lengte van een eenlingbox is ten minste 1,1 maal de lengte van het kalf. De lengte van het kalf wordt gemeten van de neuspunt tot aan de achterkant van de zitbeenknobbel. Besluit houders van dieren.
De zijwanden van een eenlingbox zijn opengewerkt zodanig dat dieren elkaar kunnen zien en aanraken. Niet van toepassing op eenlingboxen voor zieke dieren. Besluit houders van dieren.
Indien niet in eenlingboxen gehuisvest is het vloeroppervlak per kalf (levend gewicht) minimaal: bij gewicht < 150 kg: 1,5 m2; bij gewicht > 150 kg; 1,8 m2. Besluit houders van dieren.
Kalveren moeten kunnen liggen op een vloer die is ingestrooid of is voorzien van een kunststof mat, houten latten rooster of rubber toplaag. Voor rosé stierkalveren geldt dit voorschrift tot een leeftijd van 2 maanden. Besluit houders van dieren.
De vloeren zijn stroef, zonder scherpe uitsteeksels. Besluit houders van dieren.
Er is verlichting in de stal aanwezig om de vleeskalveren te allen tijde te kunnen inspecteren. De verlichting moet van zodanige sterkte zijn dat de vleeskalveren goed te zien zijn. Besluit houders van dieren.
Er zijn geen scherpe randen of scherpe uitsteeksels aanwezig in de stallen en/of dierverblijven die kalveren kunnen verwonden (geldt ook voor hekken en wanden die gebruikt worden bij het verplaatsen van de kalveren). Richtlijn 98/58/EG van de Raad van 20 juli 1998 inzake de bescherming van voor landbouwdoeleinden gehouden dieren.
Diergezondheid
Voor de bewaking van de gezondheid van de dieren is een overeenkomst gesloten met een door Geborgde Vleeskalverendierenarts gecertificeerde dierenarts en deze overeenkomst is inzichtelijk via InfoKalf (https://infokalf.skv.info) Kalverhouder heeft met de dierenarts de Overeenkomst kalverhouder, kalvereigenaar en Geborgde Vleeskalverendierenarts (conform Bijlage I van het Reglement Geborgde Vleeskalverendierenarts) gesloten. Er mag slechts één overeenkomst per diersoort, per UBN afgesloten worden. De overeenkomst is digitaal inzichtelijk via InfoKalf. Regeling diergeneesmiddelen (www.overheid.nl).
De kalverhouder heeft ervoor gezorgd dat de dierenarts minimaal 1 maal per kwartaal het bedrijf bezoekt. Het is ook toegestaan om 2x per half jaar de dierenarts het bedrijf te laten bezoeken. Voor een klinische inspectie en bedrijfsbegeleiding (op grond van bijvoorbeeld productiegegevens, AM en PM keuringsresultaten). Aan te tonen door bezoekersrapportage dierenarts. Regeling diergeneesmiddelen.
Zieke dieren zijn, indien nodig, ondergebracht in ruimte voor zieke en gewonde dieren. Ruimte voldoet aan voorwaarden huisvesting. Zieke dieren zijn op verklaring dierenarts (bezoekrapportage), dieren met zware kreupelheden, dieren met zware verwondingen en sterk verzwakte dieren als gevolg van ziekte of anderszins. Besluit houders van dieren.
De kalverhouder bewaakt het hemoglobinegehalte van de blanke vleeskalveren. Bewaken kan door bloedonderzoeken en/of toediening van ijzer. Deelnemer kan dit schriftelijk aantonen via leverbonnen van ijzerpreparaten of de uitslagen van onderzoek. N.v.t. op rosé vleeskalveren. Besluit houders van dieren.
Diergeneesmiddelen
Toediening diergeneesmiddelen gebeurt volgens de bijgeleverde gebruiksvoorschriften (toedieningswijze en duur dosering, wachttijd). Regeling diergeneesmiddelen, Besluit houders van dieren.
Er worden alleen schone en werkende bedrijfseigen hulpmiddelen gebruikt bij het toedienen van diergeneesmiddelen. Indien dierenarts eigen schone hulpmiddelen gebruikt is dit ook toegestaan. Hygiënecode kalverhouderij.
Eventuele niet zichtbare afwijkingen als gevolg van toedienen van diergeneesmiddelen (bv. door een naald) zijn, indien bekend, gemeld aan het slachthuis. Afwijkingen worden gemeld op de afleververklaring met locatie van afwijking plus identificatie dier. IKB Vleeskalveren 2008.
Er is een bedrijfsbehandelplan. Het bedrijfsbehandelplan moet voldoen aan de volgende criteria: - op een duidelijke manier is aangegeven dat het betreffende document bedrijfsbehandelplan heet; - het bedrijfsbehandelplan dient te zijn voorzien van een datum van uitgifte. Besluit houders van dieren.
Er zijn alleen antimicrobiële middelen op het bedrijf aanwezig die staan vermeld in het bedrijfsbehandelplan (BBP) óf er moet een onderbouwing (schriftelijk verslag) aanwezig zijn die door de dierenarts is opgemaakt. Regeling diergeneesmiddelen.
De kalverhouder heeft voorgeschreven UDD-/UDA-diergeneesmiddelen voor de vleeskalveren uitsluitend afgenomen van de dierenarts waarmee hij een overeenkomst heeft gesloten, of van de apotheek van de praktijk van de dierenarts waarmee hij een overeenkomst heeft afgesloten. Indien er bij een spoedgeval een andere dierenarts wordt ingeschakeld, die UDD- / UDA-diergeneesmiddelen afgeeft, moet er een visitebrief aanwezig zijn waarin staat vermeld dat het een spoedconsult betrof. Bovenwettelijke invulling van de Regeling diergeneesmiddelen.
De kalverhouder heeft UDD-diergeneesmiddelen voor de vleeskalveren uitsluitend laten toepassen door de dierenarts waarmee hij een overeenkomst heeft gesloten, of diens vervanger. Onder voorwaarden mogen sommige antibiotica, op voorschrift van de dierenarts, zelf door kalverhouder worden toegepast. Deze voorwaarden zijn minimaal een instructie van de dierenarts (voor tweede keus antibiotica) en / of vermelding in het bedrijfsbehandelplan. Bovenwettelijke invulling van de Regeling diergeneesmiddelen.
Er zijn slechts voor runderen geregistreerde diergeneesmiddelen op het bedrijf aanwezig. Indien sprake is van voorgeschreven middelen volgens de cascaderegeling (incl. buitenlandse diergeneesmiddelen) voor runderen: er is een verklaring van de dierenarts aanwezig voor het toepassen van deze middelen. Indien op het bedrijf meerdere diersoorten worden gehouden mogen diergeneesmiddelen aanwezig zijn die voor deze diersoorten zijn geregistreerd. Deze moeten per diersoort apart worden bewaard. IKB Vleeskalveren 2008, Bovenwettelijke invullingregeling van het Besluit houders van dieren.
De aanwezige URA-diergeneesmiddelen zijn afkomstig van een toegelaten verkoopkanaal. Aantonen met. afleverbonnen. Toegelaten verkoopkanaal: medicijnen zijn afkomstig van de dierenarts zelf, een openbare apotheker of een leverancier met een afleververgunning van gekanaliseerde middelen. Bovenwettelijke invulling van het Besluit houders van dieren en van de Regeling diergeneesmiddelen.
Diergeneesmiddelen zijn in een gesloten kast / ruimte gescheiden van dieren en / of voeders opgeslagen. Kast of ruimte moet met een deur afgesloten of gescheiden zijn. Deze hoeft niet op slot te zijn. In deze kast of ruimte mogen alléén diergeneesmiddelen worden opgeslagen. Hygiënecode kalverhouderij.
Diergeneesmiddelen zijn per diersoort opgeslagen. Diersoort: runderen, varkens, pluimvee, etc. Binnen 1 (koel)kast verschillende compartimenten of planken per diersoort is toegestaan. IKB Vleeskalveren 2008, Bovenwettelijke invulling van het Besluit houders van dieren.
De kalverhouder heeft geen volledige koppelkuur antibiotica op voorraad. Op voorraad: termijn tussen ontvangst koppelkuur en gebruik koppelkuur is maximaal 2 werkdagen. Gebruik is aantoonbaar door recept of/ bezoekersrapportage dierenarts. Bij annulering of wijziging koppelkuur of uitgifte 2 kuren in 1 keer dient de dierenarts waarmee een overeenkomst is getekend in het bezoekersverslag een reden aan te geven. UDD-regeling (Stcrt. 2013, 23390).
De kalverhouder stelt i.s.m. de dierenarts en eventueel vertegenwoordiger van de kalvereigenaar jaarlijks een bedrijfsgezondheidsplan op. Jaarlijks: 1x per kalenderjaar. UDD-regeling.
Het bedrijfsgezondheidsplan is voorzien van de naam en de handtekening van de kalverhouder en de dierenarts en, indien hier sprake van is, de vertegenwoordiger van de kalvereigenaar. UDD-regeling.
Het bedrijfsgezondheidsplan is voorzien van het UBN van het bedrijf. UDD-regeling.
Het bedrijfsgezondheidsplan is voorzien van de datum waarop het bedrijfsgezondheidsplan is opgesteld. UDD-regeling.
Het bedrijfsgezondheidsplan beschrijft welke aspecten van de bedrijfsgezondheid aandachtspunten zijn of verbetermaatregelen nodig hebben. Hierbij worden de volgende aspecten overwogen: – verteringsproblemen tijdens de startperiode; – verteringsproblemen tijdens de mestperiode; – luchtwegaandoeningen tijdens de startperiode; – luchtwegaandoeningen tijdens de mestperiode; – overige aandoeningen die zich op het bedrijf voordoen; – uitval tijdens de startperiode; – uitval tijdens de mestperiode; – groei van de dieren; – achterblijvers of onvolwaardige groei; – medicijngebruik voor individuele behandelingen; – medicijngebruik voor koppelbehandelingen; – vleeskleur; – overige aspecten die relevant zijn voor het bedrijf. Aanvullende bovenwettelijke invulling van de UDD-regeling.
Er is actueel een bedrijfsgezondheidsplan aanwezig. Actueel betekent daterend uit het lopende kalenderjaar of ten minste het voorgaande kalenderjaar. UDD-regeling
De kalverhouder gebruikt geen cefalosporinen voor de behandeling van vleeskalveren. Voorschrift geldt zowel voor individuele behandelingen als koppelbehandelingen. IKB Vleeskalveren 2008.
De kalverhouder heeft geen derde keus middelen antibiotica op het bedrijf op voorraad. Derde keus middelen zijn middelen die zoals genoemd in het document 'Overzicht derde keus middelen' gepubliceerd door de SDa in mei 2012. Op voorraad: termijn tussen ontvangst van een derde keuze middel en het gebruik van het derde keuze middel is maximaal 2 werkdagen. Gebruik is aantoonbaar door recept / bezoekersrapportage dierenarts. Bij annulering / wijziging behandeling: dierenarts waarmee een overeenkomst is getekend dient in bezoekersverslag reden aan te geven. " UDD-regeling.
Bij individuele behandeling (m.i.v. dag 1) na het opzetten van de eerste kalveren van de lopende ronde is ten minste het volgende, per kalf, genoteerd in het logboek: – naam diergeneesmiddel of registratienummer; – Gebruikte hoeveelheid diergeneesmiddel (dosering per dier); – werknummer; – behandeldagen. Het 'Registratieformulier individuele behandelingen'. Dit formulier is te vinden op www.kalversector.nl. Registratie is niet verplicht indien de wachttermijn 0 dagen bedraagt. Werknummer: Of, indien noodzakelijk i.v.m. tracering, ID-code volledig. Bij behandeldagen heeft de kalverhouder de keuze tussen het noteren van de startdatum met het aantal behandeldagen of het noteren van de data van de behandeldagen. Bovenwettelijke invulling van het Besluit houders van dieren en de Regeling diergeneesmiddelen.
Diergeneesmiddelen die verloren gaan op een andere wijze dan door toediening zijn in het logboek geregistreerd. Genoteerd moeten worden: de datum, naam diergeneesmiddel, verloren gegane hoeveelheid en wijze van verloren gaan Regeling diergeneesmiddelen.
Verslagen van dierenartsbezoeken die door de dierenarts worden achtergelaten bij de kalverhouder, worden door de kalverhouder bewaard. Dit mag ook middels een doordruk of een kopie (evt. digitaal). Regeling diergeneesmiddelen.
Overig
Kadavers zijn volgens de geldende regelgeving gemeld bij destructiebedrijf. Geldende regelgeving: Gezondheids- en welzijnswet voor dieren of Wet Dieren. Hygiënecode kalverhouderij, Bovenwettelijke invulling van de Regeling dierlijke bijproducten (wetten.overheid.nl).
Kadavers zijn direct na ontdekken ter destructie aangeboden op de aanbiedingsplaats voor kadavers. Hygiënecode kalverhouderij, Bovenwettelijke invulling van de Regeling dierlijke bijproducten.
Kadaveropslag en aanbiedings-plaats zonder kadavers zijn te allen tijden visueel schoon. Visueel schoon: geen aanwezigheid van dierlijke resten of andere afvalstoffen. Hygiënecode kalverhouderij
Er is een verharde reinigbare aanbiedingsplaats voor kadavers aanwezig. Verhard: klinkers, tegels, asfalt of beton. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s, Bovenwettelijke invulling van de Regeling dierlijke bijproducten.
De aanbiedingsplaats voor kadavers is af te dekken (bv. met de kadaverstolp). Zodanig dat de kadavers niet zichtbaar zijn voor passanten en niet vrij toegankelijk zijn voor vogels, knaagdieren, honden, katten, etc. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s, Bovenwettelijke invulling van de Regeling dierlijke bijproducten.
Restanten van chemicaliën inclusief direct verpakkingsmateriaal worden afgevoerd via de lokale voorzieningen. Chemicaliën: gewasbeschermingsmiddelen, R&O middelen, dierbehandelingsmiddelen, verf, diergeneesmiddelen, enz. Toegestane lokale voorzieningen: afvoer via chemobox, afvoer door afgifte bij gemeentelijke afvalverzamelpunt. Milieuregelgeving (www.ilent.nl), Bovenwettelijke invulling van Verordening (EG) nr. 852/2004.
Op het bedrijf zijn REOB gecertificeerde brandblusmiddelen beschikbaar. De brandblusmiddelen moeten onderhouden worden door REOB gecertificeerde onderhoudsbedrijven voor blusmiddelen. Na iedere onderhoudsbeurt wordt de gele sticker op het brandblusmiddel vervangen. REOB gecertificeerde bedrijven zijn te vinden op: http://cibv.nl/erkende-bedrijven/ of http://www.kiwa.nl/gecertificeerde-bedrijven.aspx. IKB Vleeskalveren 2008.
Bij volledige mechanische ventilatie en afwezigheid mogelijkheid tot natuurlijke ventilatie: Er is een noodstroomaggregaat op het bedrijf aanwezig inclusief werkend alarmsysteem voor stroomuitval. Andere noodvoorziening is ook toegestaan. Besluit houders van dieren.
Calamiteiten en klachten zijn geregistreerd (omschrijving van calamiteit en corrigerende maatregel). Calamiteiten en klachten: uitval ventilatie, brand, water- of bodemvervuiling, achtergebleven naalden, klacht van slachterij over vieze dieren. Hiervoor is een formulier beschikbaar op het bedrijf. Onveilige situaties worden beschreven in Verordening (EG) nr. 178/2002 van 28 januari 2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving. IKB Vleeskalveren 2008.
Bedrijfshygiëne
Voldoende ontsmettingsmiddelen, minimaal halve liter van het middel aanwezig op het bedrijf. Voor de meest actuele lijst van toegelaten ontsmettingsmiddelen (desinfecteermiddelen) voor transportmiddelen wordt verwezen naar de databank van College voor Toelating van Bestrijdingsmiddelen op internet: www.ctbg.nl. Bovenwettelijke invulling van de Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s.
Er is een R&O (Reiniging en Ontsmetting) plaats aanwezig. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s.
De R&O plaats beslaat de gehele lengte van een vervoerseenheid. Vervoerseenheid: uitgaande van een transportmiddel met aanhanger. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s.
Bij de R&O plaats kan voldoende verlicht worden. Onder voldoende verlicht wordt verstaan, zodanig dat te allen tijden R&O uitgevoerd kan worden. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s.
De R&O plaats is zodanig aangelegd dat water en eventueel andere vloeistoffen die bij de reiniging en ontsmetting worden gebruikt, niet in grond- of oppervlakte water terecht kunnen komen. De plaats is voorzien van een zodanige afvoer dat water en eventueel andere vloeistoffen die bij de reiniging en ontsmetting worden gebruikt, niet in het grond- of oppervlaktewater terecht kunnen komen. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s.
Op de R&O plaats kan voldoende water onder druk worden geleverd voor reiniging en ontsmetting van de vervoerseenheid. Er is een werkende hoge druk spuit aanwezig of een werkende pomp die zorgt voor extra waterdruk. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s.
R&O middelen zijn in een gesloten kast of ruimte, apart van dieren, diergeneesmiddelen, gewasbeschermingsmiddelen en voedermiddelen opgeslagen. Bovenwettelijke invulling van Verordening (EG) nr. 852/2004.
Op het bedrijf zijn de aankoop- en afleverbewijzen van R&O middelen aanwezig. Deze voorwaarde is alleen van belang als er geen voorraad R&O middelen aantoonbaar is. Bovenwettelijke invulling van Verordening (EG) nr. 852/2004.
Verbeterplan structureel veel gebruik antibiotica
Kalverhouder dient binnen 3 maanden na de datum genoemd in de berichtgeving dat het bedrijf in de categorie 'Structureel Veelgebruik, fase 1' of 'Structureel Veelgebruik, fase 2' valt een driehoeksoverleg over het BGP te organiseren met de kalverhouder, kalvereigenaar (vertegenwoordiger) en de dierenarts, het bedrijfsgezondheidsplan te vernieuwen en op te sturen naar de CI. Het dossier bevat ten minste: – de opgestelde bedrijfsgezondheidsplannen; – een uitslag van de analyse van een monster uit de melkleiding waaruit blijkt dat minder dan 1.000 kve/ml Enterobacteriacea aanwezig waren in de melkleiding; – de verklaring van de monsternemer dat het monster, behorende bij de bovengenoemde analyse uitslag, op voorgeschreven wijze uit de melkleiding is genomen. Indien van toepassing bevat het dossier: – een of meerdere onderbouwingen voor de antibioticabehandelingen die zijn verstrekt; – bij verstrekking koppelkuur: de verklaring van de dierenarts dat er voldoende individueel is behandeld voordat is overgegaan tot een koppelbehandeling, dan wel dat er sprake is van een progressief ziekteverloop waarbij in de laatste 24 uur sprake was van 4% of meer nieuwe ziektegevallen. IKB Vleeskalveren 2008.
Indien gedurende een aaneengesloten periode van 5 dagen 10% of meer dieren in het koppel ziek wordt, dient de dierenarts een verklaring af te geven dat er voldoende individueel is behandeld en dat een koppelkuur moet worden ingezet. IKB Vleeskalveren 2008.
Indien sprake is van een progressief ziekteverloop waarbij in de laatste 24 uur een toename is van 4% of meer nieuwe ziektegevallen, dient de dierenarts een verklaring af te geven dat er sprake is van een progressief ziekteverloop met een toename van 4% of meer zieke kalveren in de laatste 24 uur. In de bepaling van de toename van het ziekteverloop dienen de kalveren die gedurende deze periode zijn uitgevallen te worden meegenomen. IKB Vleeskalveren 2008.
Bedrijven die meerdere leeftijdsgroepen kalveren houden, dienen binnen 3 maanden na de datum genoemd in de berichtgeving dat het bedrijf in de categorie 'Structureel Veelgebruik, fase 2' valt, nader onderzoek te laten verrichten betreffende (recidiverende) longproblemen. Dit kan door middel van: – een (gepaard) bloedonderzoek van 5 representatieve dieren per leeftijdsgroep, of; – het nemen van neusswabs van 5 representatieve dieren, of; – het laten uitvoeren van sectie bij de Gezondheidsdienst voor Dieren. Onafhankelijk van stal of compartiment. Indien binnen drie maanden geen ziekteverschijnselen worden vertoond, is een verklaring dierenarts over gezondheid koppel verplicht om onderzoek te mogen verschuiven naar eerst volgend moment dat ziekteverschijnselen worden geconstateerd. IKB Vleeskalveren 2008.
Kalverhouder dient binnen 3 maanden na de datum genoemd in de berichtgeving dat het bedrijf in de categorie 'Structureel Veelgebruik, fase 2' valt, een bedrijfsanalyse op te stellen aan de hand van de 'Uitgebreide checklist' en deze op te sturen naar de CI. Deze checklist is te downloaden via www.kalversector.nl. IKB Vleeskalveren 2008.
Transport
Alle aangevoerde in NL geboren nuka's, die niet rechtstreeks van een rundveebedrijf van geboorte zijn aangevoerd, dienen te zijn verzameld op een deelnemend, erkend verzamelcentrum. Alle nuka’s moeten rechtstreeks afkomstig zijn van een Nederlands rundveebedrijf of van een deelnemend, erkend verzamelcentrum. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s
Ieder kalf dient vanaf het moment van opzet tot 3 weken na de opzetdatum gehuisvest te worden in een ruimte met een temperatuur van minimaal 15 °C. De temperatuur in de huisvesting van kalveren tot 3 weken na opzet moet > 15°C is. Indien de buitentemperatuur -5°C of minder bedraagt, dient de temperatuur > 10°C te zijn. Per 200 gehuisveste kalveren moet 1 meting in het midden van een babybox, op hoogte van 25 cm boven een staand kalf verricht worden. Bovenwettelijke invulling van het Besluit houders van dieren.
Alle (deel)koppels met gewicht onder 42 kg dienen tot 2 weken na aanvoer van het kalf 3 maal daags te worden gevoerd (verspreid over een periode van 12 uur of meer). Bovenwettelijke invulling van het Besluit houders van dieren.
Alle personen die bedrijfsmatig op het schone (bedrijfs-) gedeelte en in de stallen – waarin dieren zijn gehuisvest – komen, moeten gebruik maken van de hygiënesluis en schone bedrijfskleding en – schoeisel aantrekken, voordat het schone (bedrijfs-) gedeelte en de stallen betreden worden. Alleen personen behorende bij het transportmiddel, die niet in de stal komen, mogen over het bedrijfsgedeelte van het erf rijden zonder gebruik te maken van de hygiënesluis. Een persoon die bedrijfsmatig het bedrijfsgedeelte betreedt is een ieder die per week meerdere veehouderijbedrijven bezoekt en hierbij ook in de stallen – waarin dieren zijn gehuisvest – komt. Hieronder vallen ook personen die op andere bedrijven in stallen komen (bv. buurman melkveehouder). Bedrijfsgedeelte (zie B007): het gedeelte van het perceel waar zich de kalverhouderij bevindt aangevuld met het gedeelte van het perceel waar verkeer van personen en/of transport van kalveren, voer en materialen tussen stallen / afdelingen plaatsvindt. Dit voorschrift is niet van toepassing voor transporteurs van kalveren. IKB Vleeskalveren 2008.
De hygiënesluis is voorzien van een handenwasgelegenheid met warm en koud-, stromend water, zeep / desinfectans, papieren handdoeken en schoon schoeisel en schone bedrijfseigen kleding. De handenwasgelegenheid bevindt zich bij voorkeur in het schone gedeelte van de hygiënesluis en zo dicht mogelijk bij de fysieke barrière. Bedrijfseigen kleding en – schoeisel zijn bijvoorbeeld overalls, laarzen of klompen. IKB Vleeskalveren 2008.
De kalverhouder reinigt minimaal 1x per 4 weken de melkleiding. Controleer via de registratie van de kalverhouder of de melkleidingen minimaal 1x per 4 weken zijn gereinigd met een reinigingsmiddel. In het geval van rosé start / afmest waarbij het melkleidingsysteem niet gebruikt wordt, hoeft het melkleidingsysteem niet gereinigd te worden. Onder melkleiding wordt verstaan elk systeem waarmee melk aan de kalveren wordt gevoerd, zoals melkleidingsystemen, rijdende mengers, voerslangen en drinkautomaten. Bovenwettelijke invulling van Verordening (EG) nr. 852/2004.
De kalverhouder houdt een register bij van de reinigingsbeurten. In het register staan ten minste de datum en het gebruikte reinigingsmiddel vermeld. Gecontroleerd moet worden of in het register ten minste de datum en het gebruikte reinigingsmiddel genoteerd staan. Bovenwettelijke invulling van Verordening (EG) nr. 852/2004.
Als een kalverhouder kalveren opzet, die al op een ander bedrijf zijn gestart, worden deze kalveren aangevoerd van maximaal 4 verschillende UBN’s. Indien niet aan dit voorschrift kan worden voldaan dient aan het hierop volgend voorschrift te worden voldaan. IKB Vleeskalveren 2008.
Als een kalverhouder kalveren opzet, die al op een ander bedrijf zijn gestart, wordt in 1 compartiment eerder gestarte kalveren van maximaal 2 verschillende UBN's gehuisvest. Een compartiment is een ruimte die door vloer, plafond en wanden / muren van vloer tot plafond gescheiden is van andere ruimtes. Het is toegestaan dat in de wand / muur een deur is aangebracht. Deze deur mag slechts geopend zijn tijdens doorgang, zodat de luchtcirculatie van 1 compartiment niet direct verbonden is met een ander compartiment / ruimte waarin kalveren zijn gehuisvest. Indien niet aan dit voorschrift kan worden voldaan dient aan het vorige voorschrift te worden voldaan. IKB Vleeskalveren 2008.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 3.4.3a. Validatie door een wetenschappelijke organisatie

De resultaten van het project worden door een wetenschappelijke organisatie gevalideerd.

Titel 3.5. Aquacultuurinnovatieprojecten

Artikel 3.5.3a. Validatie door een wetenschappelijke organisatie

De resultaten van het project worden door een wetenschappelijke organisatie gevalideerd.

Artikel 3.5.6a. Niet subsidiabele kosten

Onverminderd de artikelen 1.5 en 3.1.2, komen kosten voor vervanging of modernisering van hoofd- of hulpmotoren niet in aanmerking voor subsidie.

Titel 3.6. Afzetbevorderingsprojecten

Titel 3.7. Productie- en afzetprogramma's

Titel 3.8. Innovatieprojecten duurzame visserij

Titel 3.9. Samenwerkingsprojecten wetenschap en visserij

Artikel 3.9.1. Begripsbepalingen

In deze titel wordt verstaan onder:

Artikel 3.9.2. Subsidiabele activiteiten

De minister verstrekt op aanvraag subsidie voor de uitvoering van een samenwerkingsproject wetenschap en visserij aan:

Artikel 3.9.3. Indiening aanvraag tot subsidieverlening

Onverminderd de artikelen 2.9 en 3.1.4 bevat een aanvraag tot subsidieverlening:

Artikel 3.9.4. Verdeling van het subsidieplafond

De minister verdeelt het subsidieplafond voor samenwerkingsprojecten wetenschap en visserij op volgorde van rangschikking van de aanvragen als bedoeld in artikel 2.4, onderdeel b.

Artikel 3.9.5. Rangschikkingscriteria

De minister rangschikt een aanvraag voor een samenwerkingsproject wetenschap en visserij, waarop niet afwijzend is beslist, hoger, naarmate deze:

Artikel 3.9.6. Niet-subsidiabele kosten

Onverminderd de artikelen 1.5, 2.10 en 3.1.2 komen operationele kosten als bedoeld in artikel 25, tweede lid, van verordening 508/2014 niet in aanmerking voor subsidie.

Artikel 3.9.7. Hoogte van de subsidie
1.

De subsidie bedraagt 50 procent van de subsidiabele kosten.

2.

In afwijking van het eerste lid bedraagt de subsidie:

3.

De subsidie bedraagt ten hoogste € 1.000.000 per samenwerkingsproject wetenschap en visserij.

Artikel 3.9.8. Start- en realisatietermijn
1.

Met de uitvoering van de op grond van deze titel gesubsidieerde samenwerkingsprojecten wetenschap en visserij wordt gestart na de datum van ontvangst van de subsidieaanvraag, bedoeld in artikel 2.9, maar uiterlijk binnen 12 maanden na de subsidieverlening.

2.

De op grond van deze titel gesubsidieerde samenwerkingsprojecten wetenschap en visserij worden voltooid binnen 36 maanden na subsidieverlening.

Artikel 3.9.9. Verplichtingen subsidieontvanger

De subsidieontvanger of het samenwerkingsverband draagt er zorg voor dat de resultaten van kennisvragen en onderzoeken waarvoor op grond van deze titel subsidie is verstrekt, vanaf het moment dat de desbetreffende kennisvragen en onderzoeken zijn afgerond en tot drie jaar na het tijdstip waarop de aanvraag tot subsidievaststelling is ingediend, beschikbaar worden gesteld op een website die voor een ieder gratis toegankelijk is.

Artikel 3.9.10. Afwijzingsgronden

De minister beslist afwijzend op een aanvraag tot subsidieverlening voor een samenwerkingsproject wetenschap en visserij voor zover de subsidiabele kosten, bedoeld in artikel 1.3, eerste lid, minder dan € 150.000 bedragen.

Artikel 3.9.11. Voorschot
1.

Er kan een voorschot worden verstrekt als bedoeld in artikel 2.14.

2.

Een aanvraag om een voorschot wordt in ieder geval ingediend tegelijkertijd met een tussenrapportage als bedoeld in artikel 2.18, eerste lid.

3.

Tevens kan een aanvraag om een voorschot op een ander moment worden ingediend. In dat geval gaat zij vergezeld van een beschrijving van de voortgang van het samenwerkingsproject wetenschap en visserij.

Artikel 3.9.12. Adviescommissie

Indien de subsidieaanvrager een visserijorganisatie of een algemeen nut beogende instelling is en deze bij de aanvraag aangeeft het subsidiepercentage, bedoeld in artikel 3.9.7, tweede lid, onderdeel b, onder 2°, te willen ontvangen, adviseert de adviescommissie EFMZV, in aanvulling op artikel 3.1.8, de minister over de innovatieve kenmerken van het door die subsidieaanvrager ingediende samenwerkingsproject wetenschap en visserij.

Artikel 3.9.13. Vervaltermijn

Deze titel vervalt met ingang van 1 april 2022, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op subsidies die voor die datum zijn verleend.

Hoofdstuk 4. Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling

Titel 3.10. Investeringen voor toegevoegde waarde van visserijproducten

Paragraaf 4.1.1. Algemene bepalingen

Paragraaf 4.1.3. Controles en sancties

Titel 4.2. Kwaliteitsregeling voor de kalfsvleessector

Paragraaf 4.2.1. Algemene bepalingen

Paragraaf 4.2.3. Voorschriften inzake de subsidieregeling

Paragraaf 4.2.3. Voorschriften inzake de subsidieregeling

Hoofdstuk 5. Europees Fonds voor regionale ontwikkeling

§ 5.1. Algemene bepalingen

§ 5.3. Regels omtrent subsidieverstrekking ten laste van de Rijkscofinanciering

Paragraaf 4.4.1. Algemene bepalingen

Hoofdstuk 6. Overige bepalingen en slotbepalingen

Bijlage 1. behorende bij artikel 1.9 Regeling Europese EZ-subsidies

Procedure als bedoeld in artikel 140, vijfde lid, van verordening 1303/2013

Verordening 1303/2013 maakt het mogelijk kopieën of volledig digitale documenten te accepteren als bewijsstuk. In deze bijlage worden de in artikel 140, vijfde lid, van verordening 1303/2013 bedoelde procedures vastgesteld voor documenten die in het kader van de uitvoering van deze regeling en verantwoording op grond van verordening 1303/2013 kan worden gebruikt.

1. Typen documenten

De volgende documenten worden als bewijsstukken geaccepteerd:

2. Procedure voor het gebruik van de documenten, bedoeld onder 1, onderdelen a, b en c

De in 1 onder a, b en c bedoelde bewijsstukken zijn geconverteerde documenten of gegevensdragers. Bij conversie van het origineel naar het geconverteerde document of gegevensdrager wordt aan de hieronder vermelde voorwaarden voldaan:

Het in samenhang bezien van de verschillende bewijsstukken strekt er mede toe de authenticiteit van het geconverteerde document of de gegevensdrager te waarborgen en dat hierop voor controledoeleinden kan worden vertrouwd.

Als de conversie op de juiste wijze gebeurt, is het in het kader van de verantwoording, niet meer noodzakelijk de bewijsstukken op de originele gegevensdrager te bewaren. Het geconverteerde bewijsstuk mag na conversie niet meer gewijzigd kunnen worden.

3. Procedure voor het bewaren van stukken die uitsluitend in een elektronische versie bestaan, bedoeld in 1, onderdeel d

Indien een subsidieontvanger gebruik maakt van elektronische documenten waarbij uitsluitend een elektronische versie bestaat, worden de geautomatiseerde systemen voorzien van beheers- en beveiligingsmaatregelen die de betrouwbaarheid, authenticiteit en integriteit van de elektronische gegevens gedurende de gehele vereiste bewaartermijn waarborgen. Het is aan de subsidieontvanger om dit aan te tonen. Voor een tweetal veel voorkomende situaties zijn de voorschriften hieronder uitgewerkt:

Bijlage 2. behorende bij artikel 4.2.2, vijfde lid, Regeling Europese EZ-subsidies

Bestaande voorschriften kwaliteitssysteem kalfsvleessector

Voorschrift Interpretatie Bron
Algemeen
Er is een actuele door de certificerende instantie (hierna: ‘CI’) gewaarmerkte plattegrond van het bedrijf aanwezig. De plattegrond geeft voor zover van toepassing alle ruimten, de perceelgrenzen- en toegangen, bedrijfsgedeelte, de situering silo's (inclusief silonummers), mestopslag, opslag en aanbiedingsplaats destructiemateriaal, medicijnopslag, opslag van reinigings-, desinfectie- en ongediertebestrijdingsmiddelen, aggregaat, hygiënesluis, de gebruikelijke loop- en rijroutes, de afmetingen van de stallen en per stal het aantal afdelingen en aantal hokken en de hoeveelheid kalveren die per hok mogen zijn gehuisvest, gebaseerd op 1,8 m2/kalf aan. Indien het bedrijf nuchtere kalveren (nuka’s) opzet tot max. 15 weken (startbedrijf), dan mag een plattegrond op basis van 1,5 m2/kalf worden opgesteld. De totale hoeveelheid kalveren die op het bedrijf mag worden gehuisvest is eveneens aangegeven. Het bedrijfsgedeelte is het gedeelte van het perceel waar zich de kalverhouderij bevindt aangevuld met het gedeelte van het perceel waar verkeer van personen en/of transport van kalveren, voer en materialen tussen stallen / afdelingen plaatsvindt. De plattegrond is aangepast aan de laatste stand van zaken. IKB Vleeskalveren 2008 (www.Kalversector.nl ).
De rapportages en certificaten van de inspecties van de drie voorgaande jaren zijn beschikbaar. IKB Vleeskalveren 2008, Bovenwettelijke invulling van Verordening(EG) nr. 852/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake levensmiddelenhygiëne.
Hygiëneregels en plattegrond (met bedrijfsgedeelte en looproutes) zijn zichtbaar aanwezig in hygiënesluis voor medewerkers en bezoekers en worden toegepast. Op schrift gestelde hygiëneregels, aanwezig in de hygiënesluis bevatten minimaal de volgende meldingen: alleen beroepsmatige betreding van het deel van het bedrijf waar dieren staan, alleen na omkleden in hygiënesluis betreden van het schone (bedrijfs-) gedeelte, alleen bij toestemming eigenaar is betreding mogelijk, voor betreden melden bij eigenaar. U kunt hiervoor het voorbeeld formulier 'Hygiëneregels Kalverhouderij' gebruiken. Dit formulier is te vinden op www.kalversector.nl. IKB Vleeskalveren 2008.
Het bedrijfseigen personeel is adequaat opgeleid. Geldt alleen voor personeel dat in dienst is. Adequaat: ten minste opleiding op minimaal MBO niveau of 1 jaar werkervaring in de intensieve kalverhouderij, of anders onder verantwoordelijkheid van iemand met genoemde kwalificaties. Arbeidsomstandigheden-wet (wetten.overheid.nl).
Het bedrijf verkeert in goede staat van onderhoud. Heeft betrekking op toegangswegen tot bedrijfsgedeelte, dierverblijven en voerkeuken. Goede staat is: geen lekkages, geen zwaar achterstallig onderhoud, bestrating en/of verharding in redelijke staat (geen kuilen), geen open of loshangende elektrische bedrading. Bijlage 2 van Richtlijn 91/629/EEG tot vaststelling van minimumnormen ter bescherming van kalveren. QS (Quality Scheme for food, www.q-s.de).
Materialen in de stal waar de vleeskalveren mee in aanraking komen, zijn niet schadelijk voor de vleeskalveren en kunnen worden gereinigd en ontsmet. Er mag bijvoorbeeld geen sprake zijn van contact van de vleeskalveren met zware metalen (lood, kwik, cadmium). Bijlage 2 van Richtlijn 91/629/EEG.
Het bedrijf maakt een visueel schoon en opgeruimde indruk. Opgeruimde indruk: geen onnodig aanwezige materialen, maar alleen materialen aanwezig van werkzaamheden van desbetreffende werkdag. Visueel schoon: ten minste geen visueel zichtbare restanten aanwezig op bijvoorbeeld koelkast, weegschaal, bureau etc. De hygiënecode kalverhouderij is opgenomen in de regeling IKB Vleeskalveren gebaseerd op de verordening (EG) nr. 852/2004.
Het bedrijfsgedeelte en de stallen met directe toegang tot de dieren kunnen niet zonder meer betreden worden. Niet zonder meer betreden: bijvoorbeeld door borden met de melding ‘geen vrije toegang tot stallen’ bij de ingang of door linten, kettingen, etc. Zodanig dat geen ongehinderde toegang verschaft kan worden. Hygiënecode kalverhouderij.
Om het principe van schone (bedrijfs-) en vuile (externe) gedeelte op het bedrijf toe te kunnen passen is het noodzakelijk dat: – er een duidelijk zichtbare lijn (of gespannen draad) op vloerhoogte van het erf is geplaatst, zodat verkeer van transportmiddelen niet belemmerd wordt; OF – er een zodanig duidelijke aanduiding aanwezig is dat een bezoeker zich dient te melden, en door de hygiënesluis moet, voordat het schone (bedrijfs-) gedeelte betreden wordt; OF – er een fysieke afscheiding (bijv. sloot, heg of hek) aanwezig is op de grens van het schone (bedrijfs-) en / of vuile (externe) gedeelte. IKB Vleeskalveren 2008, \Bovenwettelijke invulling van Verordening (EG) nr. 852/2004.
Er is een bijgehouden bezoekersregister, per locatie, aanwezig met daarin naam, bedrijfsnaam en datum van bezoek. Bezoekers die de stallen betreden dienen in het register te worden opgenomen. Transporteurs die dieren komen laden of lossen kunnen het register tekenen. Transporteurs dienen in plaats van voormelde gegevens de volgende informatie te noteren in het register: – datum transport; – Naam transportonderneming. Hygiënecode kalverhouderij.
Ongediertebestrijding
Ongedierte wordt geweerd en waar nodig bestreden. Indien overlast van ongedierte aanwezig blijft, is een gediplomeerd ongediertebestrijdingsbedrijf ingeschakeld. Ongedierte: ratten, muizen en vliegen. Hygiënecode kalverhouderij.
Er dient op het bedrijf een plattegrond aanwezig te zijn waarop is aangegeven waar lokdozen en bestrijdings-middelen zich bevinden. Dit voorschrift is niet van toepassing als er geen ongedierte aanwezig is en bestrijding niet uitgevoerd wordt. IKB vleeskalveren 2008.
Er zijn alleen toegestane ongediertebestrijdingsmiddelen aanwezig, die in een gesloten kast en apart van dieren, diergeneesmiddelen en voedermiddelen worden opgeslagen. Toegestane ongediertebestrijdingsmiddelen: de meest actuele lijst van toegelaten ongediertebestrijdingsmiddelen zoals opgenomen in de databank van College voor Toelating van Bestrijdingsmiddelen: www.ctb-wageningen.nl. Hygiënecode kalverhouderij.
Het bestrijdingsmiddel voor ratten en muizen wordt in daarvoor geschikte lokdozen aangeboden. Lokdozen dienen gesloten zijn. Hygiënecode kalverhouderij.
De vleeskalveren hebben geen toegang tot bestrijdingsmiddelen. Hygiënecode kalverhouderij.
Op het bedrijf zijn de aankoop en leverbonnen van alle op het bedrijf aanwezige ongediertebestrijdingsmiddelen aanwezig. Hygiënecode kalverhouderij.
Aan- en afvoer van dieren
Alle aanwezige dieren zijn voorzien van 2 oormerken. 1 oormerk is toegestaan. Als er geen oormerk is, dient de aanvraag tot nieuwe oormerken aanwezig te zijn. Regeling identificatie en registratie van dieren (wetten.overheid.nl).
Kalverhouder kan aantonen dat aangevoerde dieren vrij zijn van besmettelijke veeziekten d.m.v. importdocumenten / gezondheidsverklaring. Bij een I&R blokkade dient kalverhouder de reden aan te geven. Hygiënecode kalverhouderij.
I&R administratie is ten minste 3 jaar bewaard. In deze I&R administratie is elke verplaatsing (zoals geboorte, afvoer, aanvoer, dood, import, etc.) opgenomen. Mag aantoonbaar gemaakt worden via digitaal bedrijfsregister, indien daarin tevens historie van 3 jaar bewaard is. Richtlijn 92/102/EEG van de Raad van 27 november 1992 met betrekking tot de identificatie en de registratie van dieren.
Indien een deelnemende kalverhouder startkalveren opzet, controleert die kalverhouder of in voorkomend geval het toeleverende Nederlandse startbedrijf gecertificeerd is. Controleren via het register van de SKV. M.u.v. opzet startkalveren van buitenlandse startbedrijven. IKB Vleeskalveren 2008.
Indien een kalverhouder startkalveren ontvangt, worden de meegeleverde gegevens m.b.t. diergeneesmiddelen-gebruik meegeleverd en ten minste 1 jaar in de administratie bewaard. Deze gegevens omvatten: – de koppelbehandelingen die bij de ontvangen koppel startkalveren uitgevoerd zijn, en; – de individuele behandelingen die bij de ontvangen koppel startkalveren uitgevoerd zijn. De diergeneesmiddelenregistratie moet herleidbaar zijn tot het herkomstbedrijf en de op het afmestbedrijf aanwezige kalveren. Dit geldt zowel voor binnenlandse als buitenlandse kalveren. Bovenwettelijke invulling van Verordening (EG) nr. 852/2004.
Indien een kalverhouder start-kalveren aflevert aan een vleeskalverhouderij voor verdere opfok, worden gegevens m.b.t. diergenees-middelengebruik bij deze startkalveren meegeleverd. Deze gegevens omvatten: – de koppelbehandelingen die bij de ontvangen koppel startkalveren (blank, rosé) uitgevoerd zijn, en; – de individuele behandelingen die bij de ontvangen koppel startkalveren uitgevoerd zijn. Bovenwettelijke invulling van Verordening (EG) nr. 852/2004.
Voer (installaties)
Indien geen transport van voer in eigen beheer plaatsvindt, dan moet voer zijn getransporteerd door GMP erkende transporteurs. Verklaring aangegeven op aflever / vervoersdocumenten. GMP erkende transporteurs zijn te vinden op www.gmpplus.nl. Code Diervoeder (www.gmpplus.org), Bovenwettelijke invulling Verordening (EG) nr. 852/2004.
Al het aanwezige voer is afkomstig van GMP+ gecertificeerde diervoederleveranciers. Aantonen d.m.v. voerbonnen. GMP+ gecertificeerde diervoederleveranciers zijn te vinden op www.gmpplus.nl. Code Diervoeder.
Bij voerleverantie wordt of een ingangscontrole of een controle vóór vervoedering uitgevoerd, hierbij wordt gelet op de volgende punten: – staat van het voer; – houdbaarheidstermijn. In geval van balen en/of kuilvoer is gecontroleerd (visueel / geur) of er geen broei aanwezig is, voer met broei wordt niet vervoederd. In geval van aanvullende mengvoeders wordt gecontroleerd op dat: – per aangekochte partij het type mengvoeder is aangegeven; – per aangekochte partij de houdbaarheidstermijn zichtbaar is; – per type mengvoeder de gebruiksvoorschriften bekend zijn. Staat van het voer: het product mag geen zichtbare schimmels of niet-voederbestanddelen bevatten. Voer mag niet over de houdbaarheidsdatum zijn. Dit voorschrift is niet van toepassing als de leverancier geen uiteindelijke houdbaarheidstermijn heeft aangegeven. Partijen mengvoerder zijn zodanig opgeslagen dat verschillende type mengvoeders herkenbaar zijn. De gebruiksvoorschriften zijn bekend doordat deze in de administratie zijn opgenomen of op de verpakking van het mengvoeder zijn weergegeven. Code Diervoeder.
Voor baal/kuilvoer zijn uitsluitend toegelaten toevoegingsmiddelen gebruikt. Toegelaten overeenkomstig Verordening (EG) Nr. 1831/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2003 betreffende toevoegings-middelen voor diervoeding. Aan te tonen met afleverbonnen van toevoegingsmiddelen. Hygiënecode kalverhouderij.
De kuil (met gras/maïs) is afgedekt (met uitzondering van het snijvlak). Hygiënecode kalverhouderij.
Voer is volgens voorschriften leverancier opgeslagen. Code Diervoeder.
Voer voor verschillende diersoorten is gescheiden en duidelijk herkenbaar opgeslagen. Diervoeder dat is bestemd voor andere diersoorten mag niet kunnen vermengen met het diervoeder dat is bestemd voor de vleeskalveren. Uitzondering: enkelvoudige voeders die buiten de stallen zijn opgeslagen en voor meerdere diersoorten gebruikt kunnen worden. Code Diervoeder.
Voer is niet in dezelfde ruimte waar dieren verblijven opgeslagen. Werkvoorraad is toegestaan. Code Diervoeder.
Voer is duidelijk gescheiden opgeslagen van chemicaliën. Code Diervoeder.
Opgeslagen voeders zijn goed afgedekt of verpakt of overkapt of overdekt. Indien nodig met aanvullende ongediertebestrijding. Verpakking of afdekking of overkapping of overdekking is in onbeschadigde staat. Opgeslagen voeders zijn zodanig afgedekt of verpakt of afgedekt of bedekt dat verontreiniging met uitwerpselen van ongedierte of vogels zo goed mogelijk wordt voorkomen. Indien er ongedierte aanwezig is, moet ongediertebestrijding worden toegepast. Ongedierte: ratten, muizen en vliegen. Code Diervoeder.
Voerinstallaties en waterinstallaties zijn in goede staat van onderhoud. Geen lekkende slangen en / of gebroken kettingen e.d. en geen visueel aanwezige aangekoekte resten van voer of medicijnen. Besluit houders van dieren (wetten.overheid.nl).
Er is geen beschimmeld voer aanwezig in de dierverblijven. Code Diervoeder.
Indien middelen aan het voer zijn toegevoegd, is dit gedaan conform adviezen van leverancier van de toevoegingsmiddelen. Advies leverancier van de toevoegingsmiddelen is aanwezig op het bedrijf. Code Diervoeder.
Het rantsoen bevat ten minste 50 gram vezelhoudend droog-voer per dag per dier van 8 tot 20 weken oud. Het rantsoen bevat ten minste 250 gram vezelhoudend voer per dag per dier vanaf 20 weken oud. Vezelhoudend voer: ruwvoer (maïsproducten, hooi, stro, etc.). Krachtvoer dat vezels bevat mag worden gerekend als vezelhoudend droogvoer. Hierbij moet worden uitgegaan van het gewicht van het verstrekte krachtvoer. Besluit houders van dieren.
Bij beperkte voedering is de voerbaklengte per kalf minimaal 0,40 meter. Besluit houders van dieren.
Bij onbeperkte voedering is het mogelijk dat ten minste 3 dieren tegelijk eten. Minimale voerbaklengte van 1.20m. Besluit houders van dieren.
Alle kalveren krijgen ten minste 2 maal per dag voer en kalveren in groepshokken moeten allemaal tegelijk kunnen eten. N.v.t. bij ad libitum voedering of via automatisch voedersysteem. Besluit houders van dieren.
Alle middelen die, naast voer en diergeneesmiddelen, worden toegediend voldoen aan GMP+, hebben een RegNL nummer of zijn toegelaten homeopathische middelen. Ook enkelvoudig voor humaan gebruik toegelaten homeopathische middelen zijn toegestaan. Toegelaten homeopathische middelen zijn te vinden op: https://www.cbg-meb.nl/dieren IKB Vleeskalveren 2008.
Medicijnmenger verkeert in goede staat van onderhoud. Geen lekkende slangen en / of buizen e.d. en geen visueel aanwezige aangekoekte resten van medicijnen. IKB Vleeskalveren 2008.
Afleverbewijzen van voer en toevoegingsmiddelen van de afgelopen 5 jaar zijn aanwezig. Code Diervoeder.
De dieren hebben onbeperkt de beschikking over drinkwater. Niet noodzakelijk indien melkvoedering wordt gegeven. Bij warm weer (buitentemp > 25˚C) en voor zieke kalveren dient altijd vers drinkwater beschikbaar te zijn en moet het altijd mogelijk zijn om extra watergift te geven. Besluit houders van dieren.
De aan-, afvoer of sterfte van dieren wordt binnen 24 uur na aan-, afvoer of sterfte in het I&R-systeem gemeld. Alle meldingen moeten correct zijn gedaan in het I&R systeem. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s (www.wetten.overheid.nl)
Gewasbeschermingsmiddelen
Er zijn alleen toegestane gewasbeschermingsmiddelen gebruikt. Toegestaan volgens de databank van College voor Toelating van Bestrijdingsmiddelen (CTB) (www.ctb-wageningen.nl). Aan te tonen met afleverbonnen. Hygiënecode kalverhouderij.
Gewasbeschermingsmiddelen zijn, indien aanwezig, in een gesloten kast of ruimte, apart van dieren, diergeneesmiddelen, R&O middelen en voedermiddelen opgeslagen. Hygiënecode kalverhouderij.
Wachttijden van gewasbeschermingsmiddelen zijn in acht genomen. Moet aantoonbaar gemaakt worden aan de hand van de perceeladministratie Hygiënecode kalverhouderij, Bovenwettelijke invulling van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden (www.wetten.overheid.nl).
Aankoop en leverbonnen van gewasbeschermingsmiddelen zijn in de administratie opgenomen. Hygiënecode kalverhouderij.
Huisvesting
In de ruimte waar vleeskalveren gehuisvest zijn, worden geen andere landbouwhuisdieren dan runderen gehouden. Vleesvee, fokkalveren etc. behoren ook tot de categorie 'andere landbouwhuisdieren'. IKB Vleeskalveren 2008.
De stallen / dierverblijven worden geventileerd. Besluit houders van dieren.
De stal is voorzien van licht doorlatende delen die ten minste 2% van het vloeroppervlak van de stal beslaan. Lichtdoorlatend materiaal is schoon. Alle oppervlaktes / delen die licht doorlaten worden meegerekend, tenzij de normale afsluitwijze van dit deel (deur / luik / gordijn) niet lichtdoorlatend is. Delen moeten gelijkmatig over de stal verspreid zijn. Besluit houders van dieren.
Het mestopvangsysteem in de dierverblijven is zodanig dat kalveren schoon blijven. Besluit houders van dieren.
Zieke en gewonde kalveren kunnen indien nodig worden geïsoleerd in adequate lokalen (eenlingbox/ ziekenbox) met indien nodig droog en comfortabel strooisel. De vereiste ruimte beslaat minimaal 1 procent van de kalverplaatsen, met een minimum van 1 plaats. Indien ruimte niet standaard aanwezig is, maar gecreëerd wordt, dan moet dit aantoonbaar zijn. Besluit houders van dieren.
Dierruimtes, voerruimtes, voerkeukens e.d. zijn visueel schoon. Besluit houders van dieren.
Eenlingboxen worden alleen gebruikt voor kalveren niet ouder dan 8 weken of als ziekenboxen op voorschrift van een dierenarts. Niet van toepassing als een dierenarts heeft verklaard dat het kalf in verband met zijn gezondheid of gedrag moet worden geïsoleerd om te worden behandeld. Besluit houders van dieren.
De breedte van de eenlingboxen is minimaal gelijk aan de schofthoogte van het kalf. De schofthoogte wordt gemeten terwijl het kalf rechtop staat. Besluit houders van dieren.
De lengte van een eenlingbox is ten minste 1,1 maal de lengte van het kalf. De lengte van het kalf wordt gemeten van de neuspunt tot aan de achterkant van de zitbeenknobbel. Besluit houders van dieren.
De zijwanden van een eenlingbox zijn opengewerkt zodanig dat dieren elkaar kunnen zien en aanraken. Niet van toepassing op eenlingboxen voor zieke dieren. Besluit houders van dieren.
Indien niet in eenlingboxen gehuisvest is het vloeroppervlak per kalf (levend gewicht) minimaal: bij gewicht < 150 kg: 1,5 m2; bij gewicht > 150 kg; 1,8 m2. Besluit houders van dieren.
Kalveren moeten kunnen liggen op een vloer die is ingestrooid of is voorzien van een kunststof mat, houten latten rooster of rubber toplaag. Voor rosé stierkalveren geldt dit voorschrift tot een leeftijd van 2 maanden. Besluit houders van dieren.
De vloeren zijn stroef, zonder scherpe uitsteeksels. Besluit houders van dieren.
Er is verlichting in de stal aanwezig om de vleeskalveren te allen tijde te kunnen inspecteren. De verlichting moet van zodanige sterkte zijn dat de vleeskalveren goed te zien zijn. Besluit houders van dieren.
Er zijn geen scherpe randen of scherpe uitsteeksels aanwezig in de stallen en/of dierverblijven die kalveren kunnen verwonden (geldt ook voor hekken en wanden die gebruikt worden bij het verplaatsen van de kalveren). Richtlijn 98/58/EG van de Raad van 20 juli 1998 inzake de bescherming van voor landbouwdoeleinden gehouden dieren.
Diergezondheid
Voor de bewaking van de gezondheid van de dieren is een overeenkomst gesloten met een door Geborgde Vleeskalverendierenarts gecertificeerde dierenarts en deze overeenkomst is inzichtelijk via InfoKalf (https://infokalf.skv.info) Kalverhouder heeft met de dierenarts de Overeenkomst kalverhouder, kalvereigenaar en Geborgde Vleeskalverendierenarts (conform Bijlage I van het Reglement Geborgde Vleeskalverendierenarts) gesloten. Er mag slechts één overeenkomst per diersoort, per UBN afgesloten worden. De overeenkomst is digitaal inzichtelijk via InfoKalf. Regeling diergeneesmiddelen (www.overheid.nl).
De kalverhouder heeft ervoor gezorgd dat de dierenarts minimaal 1 maal per kwartaal het bedrijf bezoekt. Het is ook toegestaan om 2x per half jaar de dierenarts het bedrijf te laten bezoeken. Voor een klinische inspectie en bedrijfsbegeleiding (op grond van bijvoorbeeld productiegegevens, AM en PM keuringsresultaten). Aan te tonen door bezoekersrapportage dierenarts. Regeling diergeneesmiddelen.
Zieke dieren zijn, indien nodig, ondergebracht in ruimte voor zieke en gewonde dieren. Ruimte voldoet aan voorwaarden huisvesting. Zieke dieren zijn op verklaring dierenarts (bezoekrapportage), dieren met zware kreupelheden, dieren met zware verwondingen en sterk verzwakte dieren als gevolg van ziekte of anderszins. Besluit houders van dieren.
De kalverhouder bewaakt het hemoglobinegehalte van de blanke vleeskalveren. Bewaken kan door bloedonderzoeken en/of toediening van ijzer. Deelnemer kan dit schriftelijk aantonen via leverbonnen van ijzerpreparaten of de uitslagen van onderzoek. N.v.t. op rosé vleeskalveren. Besluit houders van dieren.
Diergeneesmiddelen
Toediening diergeneesmiddelen gebeurt volgens de bijgeleverde gebruiksvoorschriften (toedieningswijze en duur dosering, wachttijd). Regeling diergeneesmiddelen, Besluit houders van dieren.
Er worden alleen schone en werkende bedrijfseigen hulpmiddelen gebruikt bij het toedienen van diergeneesmiddelen. Indien dierenarts eigen schone hulpmiddelen gebruikt is dit ook toegestaan. Hygiënecode kalverhouderij.
Eventuele niet zichtbare afwijkingen als gevolg van toedienen van diergeneesmiddelen (bv. door een naald) zijn, indien bekend, gemeld aan het slachthuis. Afwijkingen worden gemeld op de afleververklaring met locatie van afwijking plus identificatie dier. IKB Vleeskalveren 2008.
Er is een bedrijfsbehandelplan. Het bedrijfsbehandelplan moet voldoen aan de volgende criteria: - op een duidelijke manier is aangegeven dat het betreffende document bedrijfsbehandelplan heet; - het bedrijfsbehandelplan dient te zijn voorzien van een datum van uitgifte. Besluit houders van dieren.
Er zijn alleen antimicrobiële middelen op het bedrijf aanwezig die staan vermeld in het bedrijfsbehandelplan (BBP) óf er moet een onderbouwing (schriftelijk verslag) aanwezig zijn die door de dierenarts is opgemaakt. Regeling diergeneesmiddelen.
De kalverhouder heeft voorgeschreven UDD-/UDA-diergeneesmiddelen voor de vleeskalveren uitsluitend afgenomen van de dierenarts waarmee hij een overeenkomst heeft gesloten, of van de apotheek van de praktijk van de dierenarts waarmee hij een overeenkomst heeft afgesloten. Indien er bij een spoedgeval een andere dierenarts wordt ingeschakeld, die UDD- / UDA-diergeneesmiddelen afgeeft, moet er een visitebrief aanwezig zijn waarin staat vermeld dat het een spoedconsult betrof. Bovenwettelijke invulling van de Regeling diergeneesmiddelen.
De kalverhouder heeft UDD-diergeneesmiddelen voor de vleeskalveren uitsluitend laten toepassen door de dierenarts waarmee hij een overeenkomst heeft gesloten, of diens vervanger. Onder voorwaarden mogen sommige antibiotica, op voorschrift van de dierenarts, zelf door kalverhouder worden toegepast. Deze voorwaarden zijn minimaal een instructie van de dierenarts (voor tweede keus antibiotica) en / of vermelding in het bedrijfsbehandelplan. Bovenwettelijke invulling van de Regeling diergeneesmiddelen.
Er zijn slechts voor runderen geregistreerde diergeneesmiddelen op het bedrijf aanwezig. Indien sprake is van voorgeschreven middelen volgens de cascaderegeling (incl. buitenlandse diergeneesmiddelen) voor runderen: er is een verklaring van de dierenarts aanwezig voor het toepassen van deze middelen. Indien op het bedrijf meerdere diersoorten worden gehouden mogen diergeneesmiddelen aanwezig zijn die voor deze diersoorten zijn geregistreerd. Deze moeten per diersoort apart worden bewaard. IKB Vleeskalveren 2008, Bovenwettelijke invullingregeling van het Besluit houders van dieren.
De aanwezige URA-diergeneesmiddelen zijn afkomstig van een toegelaten verkoopkanaal. Aantonen met. afleverbonnen. Toegelaten verkoopkanaal: medicijnen zijn afkomstig van de dierenarts zelf, een openbare apotheker of een leverancier met een afleververgunning van gekanaliseerde middelen. Bovenwettelijke invulling van het Besluit houders van dieren en van de Regeling diergeneesmiddelen.
Diergeneesmiddelen zijn in een gesloten kast / ruimte gescheiden van dieren en / of voeders opgeslagen. Kast of ruimte moet met een deur afgesloten of gescheiden zijn. Deze hoeft niet op slot te zijn. In deze kast of ruimte mogen alléén diergeneesmiddelen worden opgeslagen. Hygiënecode kalverhouderij.
Diergeneesmiddelen zijn per diersoort opgeslagen. Diersoort: runderen, varkens, pluimvee, etc. Binnen 1 (koel)kast verschillende compartimenten of planken per diersoort is toegestaan. IKB Vleeskalveren 2008, Bovenwettelijke invulling van het Besluit houders van dieren.
De kalverhouder heeft geen volledige koppelkuur antibiotica op voorraad. Op voorraad: termijn tussen ontvangst koppelkuur en gebruik koppelkuur is maximaal 2 werkdagen. Gebruik is aantoonbaar door recept of/ bezoekersrapportage dierenarts. Bij annulering of wijziging koppelkuur of uitgifte 2 kuren in 1 keer dient de dierenarts waarmee een overeenkomst is getekend in het bezoekersverslag een reden aan te geven. UDD-regeling (Stcrt. 2013, 23390).
De kalverhouder stelt i.s.m. de dierenarts en eventueel vertegenwoordiger van de kalvereigenaar jaarlijks een bedrijfsgezondheidsplan op. Jaarlijks: 1x per kalenderjaar. UDD-regeling.
Het bedrijfsgezondheidsplan is voorzien van de naam en de handtekening van de kalverhouder en de dierenarts en, indien hier sprake van is, de vertegenwoordiger van de kalvereigenaar. UDD-regeling.
Het bedrijfsgezondheidsplan is voorzien van het UBN van het bedrijf. UDD-regeling.
Het bedrijfsgezondheidsplan is voorzien van de datum waarop het bedrijfsgezondheidsplan is opgesteld. UDD-regeling.
Het bedrijfsgezondheidsplan beschrijft welke aspecten van de bedrijfsgezondheid aandachtspunten zijn of verbetermaatregelen nodig hebben. Hierbij worden de volgende aspecten overwogen: – verteringsproblemen tijdens de startperiode; – verteringsproblemen tijdens de mestperiode; – luchtwegaandoeningen tijdens de startperiode; – luchtwegaandoeningen tijdens de mestperiode; – overige aandoeningen die zich op het bedrijf voordoen; – uitval tijdens de startperiode; – uitval tijdens de mestperiode; – groei van de dieren; – achterblijvers of onvolwaardige groei; – medicijngebruik voor individuele behandelingen; – medicijngebruik voor koppelbehandelingen; – vleeskleur; – overige aspecten die relevant zijn voor het bedrijf. Aanvullende bovenwettelijke invulling van de UDD-regeling.
Er is actueel een bedrijfsgezondheidsplan aanwezig. Actueel betekent daterend uit het lopende kalenderjaar of ten minste het voorgaande kalenderjaar. UDD-regeling
De kalverhouder gebruikt geen cefalosporinen voor de behandeling van vleeskalveren. Voorschrift geldt zowel voor individuele behandelingen als koppelbehandelingen. IKB Vleeskalveren 2008.
De kalverhouder heeft geen derde keus middelen antibiotica op het bedrijf op voorraad. Derde keus middelen zijn middelen die zoals genoemd in het document 'Overzicht derde keus middelen' gepubliceerd door de SDa in mei 2012. Op voorraad: termijn tussen ontvangst van een derde keuze middel en het gebruik van het derde keuze middel is maximaal 2 werkdagen. Gebruik is aantoonbaar door recept / bezoekersrapportage dierenarts. Bij annulering / wijziging behandeling: dierenarts waarmee een overeenkomst is getekend dient in bezoekersverslag reden aan te geven. " UDD-regeling.
Bij individuele behandeling (m.i.v. dag 1) na het opzetten van de eerste kalveren van de lopende ronde is ten minste het volgende, per kalf, genoteerd in het logboek: – naam diergeneesmiddel of registratienummer; – Gebruikte hoeveelheid diergeneesmiddel (dosering per dier); – werknummer; – behandeldagen. Het 'Registratieformulier individuele behandelingen'. Dit formulier is te vinden op www.kalversector.nl. Registratie is niet verplicht indien de wachttermijn 0 dagen bedraagt. Werknummer: Of, indien noodzakelijk i.v.m. tracering, ID-code volledig. Bij behandeldagen heeft de kalverhouder de keuze tussen het noteren van de startdatum met het aantal behandeldagen of het noteren van de data van de behandeldagen. Bovenwettelijke invulling van het Besluit houders van dieren en de Regeling diergeneesmiddelen.
Diergeneesmiddelen die verloren gaan op een andere wijze dan door toediening zijn in het logboek geregistreerd. Genoteerd moeten worden: de datum, naam diergeneesmiddel, verloren gegane hoeveelheid en wijze van verloren gaan Regeling diergeneesmiddelen.
Verslagen van dierenartsbezoeken die door de dierenarts worden achtergelaten bij de kalverhouder, worden door de kalverhouder bewaard. Dit mag ook middels een doordruk of een kopie (evt. digitaal). Regeling diergeneesmiddelen.
Overig
Kadavers zijn volgens de geldende regelgeving gemeld bij destructiebedrijf. Geldende regelgeving: Gezondheids- en welzijnswet voor dieren of Wet Dieren. Hygiënecode kalverhouderij, Bovenwettelijke invulling van de Regeling dierlijke bijproducten (wetten.overheid.nl).
Kadavers zijn direct na ontdekken ter destructie aangeboden op de aanbiedingsplaats voor kadavers. Hygiënecode kalverhouderij, Bovenwettelijke invulling van de Regeling dierlijke bijproducten.
Kadaveropslag en aanbiedings-plaats zonder kadavers zijn te allen tijden visueel schoon. Visueel schoon: geen aanwezigheid van dierlijke resten of andere afvalstoffen. Hygiënecode kalverhouderij
Er is een verharde reinigbare aanbiedingsplaats voor kadavers aanwezig. Verhard: klinkers, tegels, asfalt of beton. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s, Bovenwettelijke invulling van de Regeling dierlijke bijproducten.
De aanbiedingsplaats voor kadavers is af te dekken (bv. met de kadaverstolp). Zodanig dat de kadavers niet zichtbaar zijn voor passanten en niet vrij toegankelijk zijn voor vogels, knaagdieren, honden, katten, etc. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s, Bovenwettelijke invulling van de Regeling dierlijke bijproducten.
Restanten van chemicaliën inclusief direct verpakkingsmateriaal worden afgevoerd via de lokale voorzieningen. Chemicaliën: gewasbeschermingsmiddelen, R&O middelen, dierbehandelingsmiddelen, verf, diergeneesmiddelen, enz. Toegestane lokale voorzieningen: afvoer via chemobox, afvoer door afgifte bij gemeentelijke afvalverzamelpunt. Milieuregelgeving (www.ilent.nl), Bovenwettelijke invulling van Verordening (EG) nr. 852/2004.
Op het bedrijf zijn REOB gecertificeerde brandblusmiddelen beschikbaar. De brandblusmiddelen moeten onderhouden worden door REOB gecertificeerde onderhoudsbedrijven voor blusmiddelen. Na iedere onderhoudsbeurt wordt de gele sticker op het brandblusmiddel vervangen. REOB gecertificeerde bedrijven zijn te vinden op: http://cibv.nl/erkende-bedrijven/ of http://www.kiwa.nl/gecertificeerde-bedrijven.aspx. IKB Vleeskalveren 2008.
Bij volledige mechanische ventilatie en afwezigheid mogelijkheid tot natuurlijke ventilatie: Er is een noodstroomaggregaat op het bedrijf aanwezig inclusief werkend alarmsysteem voor stroomuitval. Andere noodvoorziening is ook toegestaan. Besluit houders van dieren.
Calamiteiten en klachten zijn geregistreerd (omschrijving van calamiteit en corrigerende maatregel). Calamiteiten en klachten: uitval ventilatie, brand, water- of bodemvervuiling, achtergebleven naalden, klacht van slachterij over vieze dieren. Hiervoor is een formulier beschikbaar op het bedrijf. Onveilige situaties worden beschreven in Verordening (EG) nr. 178/2002 van 28 januari 2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving. IKB Vleeskalveren 2008.
Bedrijfshygiëne
Voldoende ontsmettingsmiddelen, minimaal halve liter van het middel aanwezig op het bedrijf. Voor de meest actuele lijst van toegelaten ontsmettingsmiddelen (desinfecteermiddelen) voor transportmiddelen wordt verwezen naar de databank van College voor Toelating van Bestrijdingsmiddelen op internet: www.ctbg.nl. Bovenwettelijke invulling van de Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s.
Er is een R&O (Reiniging en Ontsmetting) plaats aanwezig. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s.
De R&O plaats beslaat de gehele lengte van een vervoerseenheid. Vervoerseenheid: uitgaande van een transportmiddel met aanhanger. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s.
Bij de R&O plaats kan voldoende verlicht worden. Onder voldoende verlicht wordt verstaan, zodanig dat te allen tijden R&O uitgevoerd kan worden. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s.
De R&O plaats is zodanig aangelegd dat water en eventueel andere vloeistoffen die bij de reiniging en ontsmetting worden gebruikt, niet in grond- of oppervlakte water terecht kunnen komen. De plaats is voorzien van een zodanige afvoer dat water en eventueel andere vloeistoffen die bij de reiniging en ontsmetting worden gebruikt, niet in het grond- of oppervlaktewater terecht kunnen komen. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s.
Op de R&O plaats kan voldoende water onder druk worden geleverd voor reiniging en ontsmetting van de vervoerseenheid. Er is een werkende hoge druk spuit aanwezig of een werkende pomp die zorgt voor extra waterdruk. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s.
R&O middelen zijn in een gesloten kast of ruimte, apart van dieren, diergeneesmiddelen, gewasbeschermingsmiddelen en voedermiddelen opgeslagen. Bovenwettelijke invulling van Verordening (EG) nr. 852/2004.
Op het bedrijf zijn de aankoop- en afleverbewijzen van R&O middelen aanwezig. Deze voorwaarde is alleen van belang als er geen voorraad R&O middelen aantoonbaar is. Bovenwettelijke invulling van Verordening (EG) nr. 852/2004.
Verbeterplan structureel veel gebruik antibiotica
Kalverhouder dient binnen 3 maanden na de datum genoemd in de berichtgeving dat het bedrijf in de categorie 'Structureel Veelgebruik, fase 1' of 'Structureel Veelgebruik, fase 2' valt een driehoeksoverleg over het BGP te organiseren met de kalverhouder, kalvereigenaar (vertegenwoordiger) en de dierenarts, het bedrijfsgezondheidsplan te vernieuwen en op te sturen naar de CI. Het dossier bevat ten minste: – de opgestelde bedrijfsgezondheidsplannen; – een uitslag van de analyse van een monster uit de melkleiding waaruit blijkt dat minder dan 1.000 kve/ml Enterobacteriacea aanwezig waren in de melkleiding; – de verklaring van de monsternemer dat het monster, behorende bij de bovengenoemde analyse uitslag, op voorgeschreven wijze uit de melkleiding is genomen. Indien van toepassing bevat het dossier: – een of meerdere onderbouwingen voor de antibioticabehandelingen die zijn verstrekt; – bij verstrekking koppelkuur: de verklaring van de dierenarts dat er voldoende individueel is behandeld voordat is overgegaan tot een koppelbehandeling, dan wel dat er sprake is van een progressief ziekteverloop waarbij in de laatste 24 uur sprake was van 4% of meer nieuwe ziektegevallen. IKB Vleeskalveren 2008.
Indien gedurende een aaneengesloten periode van 5 dagen 10% of meer dieren in het koppel ziek wordt, dient de dierenarts een verklaring af te geven dat er voldoende individueel is behandeld en dat een koppelkuur moet worden ingezet. IKB Vleeskalveren 2008.
Indien sprake is van een progressief ziekteverloop waarbij in de laatste 24 uur een toename is van 4% of meer nieuwe ziektegevallen, dient de dierenarts een verklaring af te geven dat er sprake is van een progressief ziekteverloop met een toename van 4% of meer zieke kalveren in de laatste 24 uur. In de bepaling van de toename van het ziekteverloop dienen de kalveren die gedurende deze periode zijn uitgevallen te worden meegenomen. IKB Vleeskalveren 2008.
Bedrijven die meerdere leeftijdsgroepen kalveren houden, dienen binnen 3 maanden na de datum genoemd in de berichtgeving dat het bedrijf in de categorie 'Structureel Veelgebruik, fase 2' valt, nader onderzoek te laten verrichten betreffende (recidiverende) longproblemen. Dit kan door middel van: – een (gepaard) bloedonderzoek van 5 representatieve dieren per leeftijdsgroep, of; – het nemen van neusswabs van 5 representatieve dieren, of; – het laten uitvoeren van sectie bij de Gezondheidsdienst voor Dieren. Onafhankelijk van stal of compartiment. Indien binnen drie maanden geen ziekteverschijnselen worden vertoond, is een verklaring dierenarts over gezondheid koppel verplicht om onderzoek te mogen verschuiven naar eerst volgend moment dat ziekteverschijnselen worden geconstateerd. IKB Vleeskalveren 2008.
Kalverhouder dient binnen 3 maanden na de datum genoemd in de berichtgeving dat het bedrijf in de categorie 'Structureel Veelgebruik, fase 2' valt, een bedrijfsanalyse op te stellen aan de hand van de 'Uitgebreide checklist' en deze op te sturen naar de CI. Deze checklist is te downloaden via www.kalversector.nl. IKB Vleeskalveren 2008.
Transport
Alle aangevoerde in NL geboren nuka's, die niet rechtstreeks van een rundveebedrijf van geboorte zijn aangevoerd, dienen te zijn verzameld op een deelnemend, erkend verzamelcentrum. Alle nuka’s moeten rechtstreeks afkomstig zijn van een Nederlands rundveebedrijf of van een deelnemend, erkend verzamelcentrum. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s
Ieder kalf dient vanaf het moment van opzet tot 3 weken na de opzetdatum gehuisvest te worden in een ruimte met een temperatuur van minimaal 15 °C. De temperatuur in de huisvesting van kalveren tot 3 weken na opzet moet > 15°C is. Indien de buitentemperatuur -5°C of minder bedraagt, dient de temperatuur > 10°C te zijn. Per 200 gehuisveste kalveren moet 1 meting in het midden van een babybox, op hoogte van 25 cm boven een staand kalf verricht worden. Bovenwettelijke invulling van het Besluit houders van dieren.
Alle (deel)koppels met gewicht onder 42 kg dienen tot 2 weken na aanvoer van het kalf 3 maal daags te worden gevoerd (verspreid over een periode van 12 uur of meer). Bovenwettelijke invulling van het Besluit houders van dieren.
Alle personen die bedrijfsmatig op het schone (bedrijfs-) gedeelte en in de stallen – waarin dieren zijn gehuisvest – komen, moeten gebruik maken van de hygiënesluis en schone bedrijfskleding en – schoeisel aantrekken, voordat het schone (bedrijfs-) gedeelte en de stallen betreden worden. Alleen personen behorende bij het transportmiddel, die niet in de stal komen, mogen over het bedrijfsgedeelte van het erf rijden zonder gebruik te maken van de hygiënesluis. Een persoon die bedrijfsmatig het bedrijfsgedeelte betreedt is een ieder die per week meerdere veehouderijbedrijven bezoekt en hierbij ook in de stallen – waarin dieren zijn gehuisvest – komt. Hieronder vallen ook personen die op andere bedrijven in stallen komen (bv. buurman melkveehouder). Bedrijfsgedeelte (zie B007): het gedeelte van het perceel waar zich de kalverhouderij bevindt aangevuld met het gedeelte van het perceel waar verkeer van personen en/of transport van kalveren, voer en materialen tussen stallen / afdelingen plaatsvindt. Dit voorschrift is niet van toepassing voor transporteurs van kalveren. IKB Vleeskalveren 2008.
De hygiënesluis is voorzien van een handenwasgelegenheid met warm en koud-, stromend water, zeep / desinfectans, papieren handdoeken en schoon schoeisel en schone bedrijfseigen kleding. De handenwasgelegenheid bevindt zich bij voorkeur in het schone gedeelte van de hygiënesluis en zo dicht mogelijk bij de fysieke barrière. Bedrijfseigen kleding en – schoeisel zijn bijvoorbeeld overalls, laarzen of klompen. IKB Vleeskalveren 2008.
De kalverhouder reinigt minimaal 1x per 4 weken de melkleiding. Controleer via de registratie van de kalverhouder of de melkleidingen minimaal 1x per 4 weken zijn gereinigd met een reinigingsmiddel. In het geval van rosé start / afmest waarbij het melkleidingsysteem niet gebruikt wordt, hoeft het melkleidingsysteem niet gereinigd te worden. Onder melkleiding wordt verstaan elk systeem waarmee melk aan de kalveren wordt gevoerd, zoals melkleidingsystemen, rijdende mengers, voerslangen en drinkautomaten. Bovenwettelijke invulling van Verordening (EG) nr. 852/2004.
De kalverhouder houdt een register bij van de reinigingsbeurten. In het register staan ten minste de datum en het gebruikte reinigingsmiddel vermeld. Gecontroleerd moet worden of in het register ten minste de datum en het gebruikte reinigingsmiddel genoteerd staan. Bovenwettelijke invulling van Verordening (EG) nr. 852/2004.
Als een kalverhouder kalveren opzet, die al op een ander bedrijf zijn gestart, worden deze kalveren aangevoerd van maximaal 4 verschillende UBN’s. Indien niet aan dit voorschrift kan worden voldaan dient aan het hierop volgend voorschrift te worden voldaan. IKB Vleeskalveren 2008.
Als een kalverhouder kalveren opzet, die al op een ander bedrijf zijn gestart, wordt in 1 compartiment eerder gestarte kalveren van maximaal 2 verschillende UBN's gehuisvest. Een compartiment is een ruimte die door vloer, plafond en wanden / muren van vloer tot plafond gescheiden is van andere ruimtes. Het is toegestaan dat in de wand / muur een deur is aangebracht. Deze deur mag slechts geopend zijn tijdens doorgang, zodat de luchtcirculatie van 1 compartiment niet direct verbonden is met een ander compartiment / ruimte waarin kalveren zijn gehuisvest. Indien niet aan dit voorschrift kan worden voldaan dient aan het vorige voorschrift te worden voldaan. IKB Vleeskalveren 2008.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Titel 3.10. Investeringen voor toegevoegde waarde van visserijproducten

Artikel 3.10.1. Subsidiabele activiteiten
1.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een visserijonderneming voor investeringen die waarde toevoegen aan visserijproducten als bedoeld in artikel 42, aanhef en eerste lid, onderdeel a, van verordening 508/2014.

2.

Een investering betreft de aanschaf en het gebruiksklaar maken van:

Artikel 3.10.2. Aantal aanvragen

Per visserijonderneming kan slechts één aanvraag worden ingediend.

Artikel 3.10.3. Indiening aanvraag tot subsidieverlening
1.

Onverminderd de artikelen 2.9 en 3.1.4 gaat de aanvraag tot subsidieverlening, voor zover van toepassing, vergezeld van bescheiden waaruit blijkt dat de activiteiten waarvoor een investering is bestemd, worden uitgevoerd met inachtneming van de wettelijke voorschriften die daarop van toepassing zijn.

2.

De artikelen 3.1.4, aanhef en onderdeel e, en 3.1.6, tweede lid, zijn niet van toepassing op deze titel.

Artikel 3.10.4. Verdeling van het subsidieplafond

De minister verdeelt het subsidieplafond op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.

Artikel 3.10.5. Hoogte van de subsidie

In afwijking van artikel 1.3, bedraagt de subsidie voor visserijondernemingen die mkb zijn respectievelijk visserijondernemingen die geen mkb zijn:

Artikel 3.10.6. Realisatietermijn
1.

Een investering als bedoeld in artikel 3.10.1, tweede lid, vindt plaats binnen 12 maanden na de subsidieverlening.

2.

De betaling van de kosten voor een investering vindt plaats voor het indienen van de aanvraag tot subsidievaststelling.

Artikel 3.10.7. Afwijzingsgronden

Onverminderd de artikelen 2.11 en 3.1.3 beslist de minister afwijzend op een aanvraag tot subsidieverlening indien:

Artikel 3.10.8. Indiening aanvraag tot subsidievaststelling
1.

Onverminderd de artikelen 2.20 en 3.1.5 gaat de aanvraag tot subsidievaststelling vergezeld van een afschrift van de factuur en het betalingsbewijs voor de investering.

2.

Artikel 3.1.5, aanhef en onderdeel b, is niet van toepassing op deze titel.

Artikel 3.10.9. Vervaltermijn

Deze titel vervalt met ingang van 1 april 2023, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op subsidies die voor die datum zijn verleend.

Hoofdstuk 4. Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling

Titel 3.11. Tijdelijke stopzetting van visserijactiviteiten vanwege Brexit

Paragraaf 4.1.1. Algemene bepalingen

Paragraaf 4.1.2. Voorschriften inzake de verzekeraar

Paragraaf 4.1.3. Controles en sancties

Titel 4.2. Kwaliteitsregeling voor de kalfsvleessector

Paragraaf 4.2.1. Algemene bepalingen

Paragraaf 4.2.1. Algemene bepalingen

Paragraaf 4.2.4. Controles en sancties

Hoofdstuk 5. Europees Fonds voor regionale ontwikkeling

Paragraaf 4.3.1. Algemene bepalingen

Paragraaf 4.3.2. Voorschriften inzake de vleeskalverenhouder

§ 5.3. Regels omtrent subsidieverstrekking ten laste van de Rijkscofinanciering

Paragraaf 4.4.3. Controles en sancties

Hoofdstuk 6. Overige bepalingen en slotbepalingen

Bijlage 1. behorende bij artikel 1.9 Regeling Europese EZ-subsidies

Procedure als bedoeld in artikel 140, vijfde lid, van verordening 1303/2013

Verordening 1303/2013 maakt het mogelijk kopieën of volledig digitale documenten te accepteren als bewijsstuk. In deze bijlage worden de in artikel 140, vijfde lid, van verordening 1303/2013 bedoelde procedures vastgesteld voor documenten die in het kader van de uitvoering van deze regeling en verantwoording op grond van verordening 1303/2013 kan worden gebruikt.

1. Typen documenten

De volgende documenten worden als bewijsstukken geaccepteerd:

2. Procedure voor het gebruik van de documenten, bedoeld onder 1, onderdelen a, b en c

De in 1 onder a, b en c bedoelde bewijsstukken zijn geconverteerde documenten of gegevensdragers. Bij conversie van het origineel naar het geconverteerde document of gegevensdrager wordt aan de hieronder vermelde voorwaarden voldaan:

Het in samenhang bezien van de verschillende bewijsstukken strekt er mede toe de authenticiteit van het geconverteerde document of de gegevensdrager te waarborgen en dat hierop voor controledoeleinden kan worden vertrouwd.

Als de conversie op de juiste wijze gebeurt, is het in het kader van de verantwoording, niet meer noodzakelijk de bewijsstukken op de originele gegevensdrager te bewaren. Het geconverteerde bewijsstuk mag na conversie niet meer gewijzigd kunnen worden.

3. Procedure voor het bewaren van stukken die uitsluitend in een elektronische versie bestaan, bedoeld in 1, onderdeel d

Indien een subsidieontvanger gebruik maakt van elektronische documenten waarbij uitsluitend een elektronische versie bestaat, worden de geautomatiseerde systemen voorzien van beheers- en beveiligingsmaatregelen die de betrouwbaarheid, authenticiteit en integriteit van de elektronische gegevens gedurende de gehele vereiste bewaartermijn waarborgen. Het is aan de subsidieontvanger om dit aan te tonen. Voor een tweetal veel voorkomende situaties zijn de voorschriften hieronder uitgewerkt:

Bijlage 2. behorende bij artikel 4.2.2, vijfde lid, Regeling Europese EZ-subsidies

Bestaande voorschriften kwaliteitssysteem kalfsvleessector

Voorschrift Interpretatie Bron
Algemeen
Er is een actuele door de certificerende instantie (hierna: ‘CI’) gewaarmerkte plattegrond van het bedrijf aanwezig. De plattegrond geeft voor zover van toepassing alle ruimten, de perceelgrenzen- en toegangen, bedrijfsgedeelte, de situering silo's (inclusief silonummers), mestopslag, opslag en aanbiedingsplaats destructiemateriaal, medicijnopslag, opslag van reinigings-, desinfectie- en ongediertebestrijdingsmiddelen, aggregaat, hygiënesluis, de gebruikelijke loop- en rijroutes, de afmetingen van de stallen en per stal het aantal afdelingen en aantal hokken en de hoeveelheid kalveren die per hok mogen zijn gehuisvest, gebaseerd op 1,8 m2/kalf aan. Indien het bedrijf nuchtere kalveren (nuka’s) opzet tot max. 15 weken (startbedrijf), dan mag een plattegrond op basis van 1,5 m2/kalf worden opgesteld. De totale hoeveelheid kalveren die op het bedrijf mag worden gehuisvest is eveneens aangegeven. Het bedrijfsgedeelte is het gedeelte van het perceel waar zich de kalverhouderij bevindt aangevuld met het gedeelte van het perceel waar verkeer van personen en/of transport van kalveren, voer en materialen tussen stallen / afdelingen plaatsvindt. De plattegrond is aangepast aan de laatste stand van zaken. IKB Vleeskalveren 2008 (www.Kalversector.nl ).
De rapportages en certificaten van de inspecties van de drie voorgaande jaren zijn beschikbaar. IKB Vleeskalveren 2008, Bovenwettelijke invulling van Verordening(EG) nr. 852/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake levensmiddelenhygiëne.
Hygiëneregels en plattegrond (met bedrijfsgedeelte en looproutes) zijn zichtbaar aanwezig in hygiënesluis voor medewerkers en bezoekers en worden toegepast. Op schrift gestelde hygiëneregels, aanwezig in de hygiënesluis bevatten minimaal de volgende meldingen: alleen beroepsmatige betreding van het deel van het bedrijf waar dieren staan, alleen na omkleden in hygiënesluis betreden van het schone (bedrijfs-) gedeelte, alleen bij toestemming eigenaar is betreding mogelijk, voor betreden melden bij eigenaar. U kunt hiervoor het voorbeeld formulier 'Hygiëneregels Kalverhouderij' gebruiken. Dit formulier is te vinden op www.kalversector.nl. IKB Vleeskalveren 2008.
Het bedrijfseigen personeel is adequaat opgeleid. Geldt alleen voor personeel dat in dienst is. Adequaat: ten minste opleiding op minimaal MBO niveau of 1 jaar werkervaring in de intensieve kalverhouderij, of anders onder verantwoordelijkheid van iemand met genoemde kwalificaties. Arbeidsomstandigheden-wet (wetten.overheid.nl).
Het bedrijf verkeert in goede staat van onderhoud. Heeft betrekking op toegangswegen tot bedrijfsgedeelte, dierverblijven en voerkeuken. Goede staat is: geen lekkages, geen zwaar achterstallig onderhoud, bestrating en/of verharding in redelijke staat (geen kuilen), geen open of loshangende elektrische bedrading. Bijlage 2 van Richtlijn 91/629/EEG tot vaststelling van minimumnormen ter bescherming van kalveren. QS (Quality Scheme for food, www.q-s.de).
Materialen in de stal waar de vleeskalveren mee in aanraking komen, zijn niet schadelijk voor de vleeskalveren en kunnen worden gereinigd en ontsmet. Er mag bijvoorbeeld geen sprake zijn van contact van de vleeskalveren met zware metalen (lood, kwik, cadmium). Bijlage 2 van Richtlijn 91/629/EEG.
Het bedrijf maakt een visueel schoon en opgeruimde indruk. Opgeruimde indruk: geen onnodig aanwezige materialen, maar alleen materialen aanwezig van werkzaamheden van desbetreffende werkdag. Visueel schoon: ten minste geen visueel zichtbare restanten aanwezig op bijvoorbeeld koelkast, weegschaal, bureau etc. De hygiënecode kalverhouderij is opgenomen in de regeling IKB Vleeskalveren gebaseerd op de verordening (EG) nr. 852/2004.
Het bedrijfsgedeelte en de stallen met directe toegang tot de dieren kunnen niet zonder meer betreden worden. Niet zonder meer betreden: bijvoorbeeld door borden met de melding ‘geen vrije toegang tot stallen’ bij de ingang of door linten, kettingen, etc. Zodanig dat geen ongehinderde toegang verschaft kan worden. Hygiënecode kalverhouderij.
Om het principe van schone (bedrijfs-) en vuile (externe) gedeelte op het bedrijf toe te kunnen passen is het noodzakelijk dat: – er een duidelijk zichtbare lijn (of gespannen draad) op vloerhoogte van het erf is geplaatst, zodat verkeer van transportmiddelen niet belemmerd wordt; OF – er een zodanig duidelijke aanduiding aanwezig is dat een bezoeker zich dient te melden, en door de hygiënesluis moet, voordat het schone (bedrijfs-) gedeelte betreden wordt; OF – er een fysieke afscheiding (bijv. sloot, heg of hek) aanwezig is op de grens van het schone (bedrijfs-) en / of vuile (externe) gedeelte. IKB Vleeskalveren 2008, \Bovenwettelijke invulling van Verordening (EG) nr. 852/2004.
Er is een bijgehouden bezoekersregister, per locatie, aanwezig met daarin naam, bedrijfsnaam en datum van bezoek. Bezoekers die de stallen betreden dienen in het register te worden opgenomen. Transporteurs die dieren komen laden of lossen kunnen het register tekenen. Transporteurs dienen in plaats van voormelde gegevens de volgende informatie te noteren in het register: – datum transport; – Naam transportonderneming. Hygiënecode kalverhouderij.
Ongediertebestrijding
Ongedierte wordt geweerd en waar nodig bestreden. Indien overlast van ongedierte aanwezig blijft, is een gediplomeerd ongediertebestrijdingsbedrijf ingeschakeld. Ongedierte: ratten, muizen en vliegen. Hygiënecode kalverhouderij.
Er dient op het bedrijf een plattegrond aanwezig te zijn waarop is aangegeven waar lokdozen en bestrijdings-middelen zich bevinden. Dit voorschrift is niet van toepassing als er geen ongedierte aanwezig is en bestrijding niet uitgevoerd wordt. IKB vleeskalveren 2008.
Er zijn alleen toegestane ongediertebestrijdingsmiddelen aanwezig, die in een gesloten kast en apart van dieren, diergeneesmiddelen en voedermiddelen worden opgeslagen. Toegestane ongediertebestrijdingsmiddelen: de meest actuele lijst van toegelaten ongediertebestrijdingsmiddelen zoals opgenomen in de databank van College voor Toelating van Bestrijdingsmiddelen: www.ctb-wageningen.nl. Hygiënecode kalverhouderij.
Het bestrijdingsmiddel voor ratten en muizen wordt in daarvoor geschikte lokdozen aangeboden. Lokdozen dienen gesloten zijn. Hygiënecode kalverhouderij.
De vleeskalveren hebben geen toegang tot bestrijdingsmiddelen. Hygiënecode kalverhouderij.
Op het bedrijf zijn de aankoop en leverbonnen van alle op het bedrijf aanwezige ongediertebestrijdingsmiddelen aanwezig. Hygiënecode kalverhouderij.
Aan- en afvoer van dieren
Alle aanwezige dieren zijn voorzien van 2 oormerken. 1 oormerk is toegestaan. Als er geen oormerk is, dient de aanvraag tot nieuwe oormerken aanwezig te zijn. Regeling identificatie en registratie van dieren (wetten.overheid.nl).
Kalverhouder kan aantonen dat aangevoerde dieren vrij zijn van besmettelijke veeziekten d.m.v. importdocumenten / gezondheidsverklaring. Bij een I&R blokkade dient kalverhouder de reden aan te geven. Hygiënecode kalverhouderij.
I&R administratie is ten minste 3 jaar bewaard. In deze I&R administratie is elke verplaatsing (zoals geboorte, afvoer, aanvoer, dood, import, etc.) opgenomen. Mag aantoonbaar gemaakt worden via digitaal bedrijfsregister, indien daarin tevens historie van 3 jaar bewaard is. Richtlijn 92/102/EEG van de Raad van 27 november 1992 met betrekking tot de identificatie en de registratie van dieren.
Indien een deelnemende kalverhouder startkalveren opzet, controleert die kalverhouder of in voorkomend geval het toeleverende Nederlandse startbedrijf gecertificeerd is. Controleren via het register van de SKV. M.u.v. opzet startkalveren van buitenlandse startbedrijven. IKB Vleeskalveren 2008.
Indien een kalverhouder startkalveren ontvangt, worden de meegeleverde gegevens m.b.t. diergeneesmiddelen-gebruik meegeleverd en ten minste 1 jaar in de administratie bewaard. Deze gegevens omvatten: – de koppelbehandelingen die bij de ontvangen koppel startkalveren uitgevoerd zijn, en; – de individuele behandelingen die bij de ontvangen koppel startkalveren uitgevoerd zijn. De diergeneesmiddelenregistratie moet herleidbaar zijn tot het herkomstbedrijf en de op het afmestbedrijf aanwezige kalveren. Dit geldt zowel voor binnenlandse als buitenlandse kalveren. Bovenwettelijke invulling van Verordening (EG) nr. 852/2004.
Indien een kalverhouder start-kalveren aflevert aan een vleeskalverhouderij voor verdere opfok, worden gegevens m.b.t. diergenees-middelengebruik bij deze startkalveren meegeleverd. Deze gegevens omvatten: – de koppelbehandelingen die bij de ontvangen koppel startkalveren (blank, rosé) uitgevoerd zijn, en; – de individuele behandelingen die bij de ontvangen koppel startkalveren uitgevoerd zijn. Bovenwettelijke invulling van Verordening (EG) nr. 852/2004.
Voer (installaties)
Indien geen transport van voer in eigen beheer plaatsvindt, dan moet voer zijn getransporteerd door GMP erkende transporteurs. Verklaring aangegeven op aflever / vervoersdocumenten. GMP erkende transporteurs zijn te vinden op www.gmpplus.nl. Code Diervoeder (www.gmpplus.org), Bovenwettelijke invulling Verordening (EG) nr. 852/2004.
Al het aanwezige voer is afkomstig van GMP+ gecertificeerde diervoederleveranciers. Aantonen d.m.v. voerbonnen. GMP+ gecertificeerde diervoederleveranciers zijn te vinden op www.gmpplus.nl. Code Diervoeder.
Bij voerleverantie wordt of een ingangscontrole of een controle vóór vervoedering uitgevoerd, hierbij wordt gelet op de volgende punten: – staat van het voer; – houdbaarheidstermijn. In geval van balen en/of kuilvoer is gecontroleerd (visueel / geur) of er geen broei aanwezig is, voer met broei wordt niet vervoederd. In geval van aanvullende mengvoeders wordt gecontroleerd op dat: – per aangekochte partij het type mengvoeder is aangegeven; – per aangekochte partij de houdbaarheidstermijn zichtbaar is; – per type mengvoeder de gebruiksvoorschriften bekend zijn. Staat van het voer: het product mag geen zichtbare schimmels of niet-voederbestanddelen bevatten. Voer mag niet over de houdbaarheidsdatum zijn. Dit voorschrift is niet van toepassing als de leverancier geen uiteindelijke houdbaarheidstermijn heeft aangegeven. Partijen mengvoerder zijn zodanig opgeslagen dat verschillende type mengvoeders herkenbaar zijn. De gebruiksvoorschriften zijn bekend doordat deze in de administratie zijn opgenomen of op de verpakking van het mengvoeder zijn weergegeven. Code Diervoeder.
Voor baal/kuilvoer zijn uitsluitend toegelaten toevoegingsmiddelen gebruikt. Toegelaten overeenkomstig Verordening (EG) Nr. 1831/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2003 betreffende toevoegings-middelen voor diervoeding. Aan te tonen met afleverbonnen van toevoegingsmiddelen. Hygiënecode kalverhouderij.
De kuil (met gras/maïs) is afgedekt (met uitzondering van het snijvlak). Hygiënecode kalverhouderij.
Voer is volgens voorschriften leverancier opgeslagen. Code Diervoeder.
Voer voor verschillende diersoorten is gescheiden en duidelijk herkenbaar opgeslagen. Diervoeder dat is bestemd voor andere diersoorten mag niet kunnen vermengen met het diervoeder dat is bestemd voor de vleeskalveren. Uitzondering: enkelvoudige voeders die buiten de stallen zijn opgeslagen en voor meerdere diersoorten gebruikt kunnen worden. Code Diervoeder.
Voer is niet in dezelfde ruimte waar dieren verblijven opgeslagen. Werkvoorraad is toegestaan. Code Diervoeder.
Voer is duidelijk gescheiden opgeslagen van chemicaliën. Code Diervoeder.
Opgeslagen voeders zijn goed afgedekt of verpakt of overkapt of overdekt. Indien nodig met aanvullende ongediertebestrijding. Verpakking of afdekking of overkapping of overdekking is in onbeschadigde staat. Opgeslagen voeders zijn zodanig afgedekt of verpakt of afgedekt of bedekt dat verontreiniging met uitwerpselen van ongedierte of vogels zo goed mogelijk wordt voorkomen. Indien er ongedierte aanwezig is, moet ongediertebestrijding worden toegepast. Ongedierte: ratten, muizen en vliegen. Code Diervoeder.
Voerinstallaties en waterinstallaties zijn in goede staat van onderhoud. Geen lekkende slangen en / of gebroken kettingen e.d. en geen visueel aanwezige aangekoekte resten van voer of medicijnen. Besluit houders van dieren (wetten.overheid.nl).
Er is geen beschimmeld voer aanwezig in de dierverblijven. Code Diervoeder.
Indien middelen aan het voer zijn toegevoegd, is dit gedaan conform adviezen van leverancier van de toevoegingsmiddelen. Advies leverancier van de toevoegingsmiddelen is aanwezig op het bedrijf. Code Diervoeder.
Het rantsoen bevat ten minste 50 gram vezelhoudend droog-voer per dag per dier van 8 tot 20 weken oud. Het rantsoen bevat ten minste 250 gram vezelhoudend voer per dag per dier vanaf 20 weken oud. Vezelhoudend voer: ruwvoer (maïsproducten, hooi, stro, etc.). Krachtvoer dat vezels bevat mag worden gerekend als vezelhoudend droogvoer. Hierbij moet worden uitgegaan van het gewicht van het verstrekte krachtvoer. Besluit houders van dieren.
Bij beperkte voedering is de voerbaklengte per kalf minimaal 0,40 meter. Besluit houders van dieren.
Bij onbeperkte voedering is het mogelijk dat ten minste 3 dieren tegelijk eten. Minimale voerbaklengte van 1.20m. Besluit houders van dieren.
Alle kalveren krijgen ten minste 2 maal per dag voer en kalveren in groepshokken moeten allemaal tegelijk kunnen eten. N.v.t. bij ad libitum voedering of via automatisch voedersysteem. Besluit houders van dieren.
Alle middelen die, naast voer en diergeneesmiddelen, worden toegediend voldoen aan GMP+, hebben een RegNL nummer of zijn toegelaten homeopathische middelen. Ook enkelvoudig voor humaan gebruik toegelaten homeopathische middelen zijn toegestaan. Toegelaten homeopathische middelen zijn te vinden op: https://www.cbg-meb.nl/dieren IKB Vleeskalveren 2008.
Medicijnmenger verkeert in goede staat van onderhoud. Geen lekkende slangen en / of buizen e.d. en geen visueel aanwezige aangekoekte resten van medicijnen. IKB Vleeskalveren 2008.
Afleverbewijzen van voer en toevoegingsmiddelen van de afgelopen 5 jaar zijn aanwezig. Code Diervoeder.
De dieren hebben onbeperkt de beschikking over drinkwater. Niet noodzakelijk indien melkvoedering wordt gegeven. Bij warm weer (buitentemp > 25˚C) en voor zieke kalveren dient altijd vers drinkwater beschikbaar te zijn en moet het altijd mogelijk zijn om extra watergift te geven. Besluit houders van dieren.
De aan-, afvoer of sterfte van dieren wordt binnen 24 uur na aan-, afvoer of sterfte in het I&R-systeem gemeld. Alle meldingen moeten correct zijn gedaan in het I&R systeem. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s (www.wetten.overheid.nl)
Gewasbeschermingsmiddelen
Er zijn alleen toegestane gewasbeschermingsmiddelen gebruikt. Toegestaan volgens de databank van College voor Toelating van Bestrijdingsmiddelen (CTB) (www.ctb-wageningen.nl). Aan te tonen met afleverbonnen. Hygiënecode kalverhouderij.
Gewasbeschermingsmiddelen zijn, indien aanwezig, in een gesloten kast of ruimte, apart van dieren, diergeneesmiddelen, R&O middelen en voedermiddelen opgeslagen. Hygiënecode kalverhouderij.
Wachttijden van gewasbeschermingsmiddelen zijn in acht genomen. Moet aantoonbaar gemaakt worden aan de hand van de perceeladministratie Hygiënecode kalverhouderij, Bovenwettelijke invulling van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden (www.wetten.overheid.nl).
Aankoop en leverbonnen van gewasbeschermingsmiddelen zijn in de administratie opgenomen. Hygiënecode kalverhouderij.
Huisvesting
In de ruimte waar vleeskalveren gehuisvest zijn, worden geen andere landbouwhuisdieren dan runderen gehouden. Vleesvee, fokkalveren etc. behoren ook tot de categorie 'andere landbouwhuisdieren'. IKB Vleeskalveren 2008.
De stallen / dierverblijven worden geventileerd. Besluit houders van dieren.
De stal is voorzien van licht doorlatende delen die ten minste 2% van het vloeroppervlak van de stal beslaan. Lichtdoorlatend materiaal is schoon. Alle oppervlaktes / delen die licht doorlaten worden meegerekend, tenzij de normale afsluitwijze van dit deel (deur / luik / gordijn) niet lichtdoorlatend is. Delen moeten gelijkmatig over de stal verspreid zijn. Besluit houders van dieren.
Het mestopvangsysteem in de dierverblijven is zodanig dat kalveren schoon blijven. Besluit houders van dieren.
Zieke en gewonde kalveren kunnen indien nodig worden geïsoleerd in adequate lokalen (eenlingbox/ ziekenbox) met indien nodig droog en comfortabel strooisel. De vereiste ruimte beslaat minimaal 1 procent van de kalverplaatsen, met een minimum van 1 plaats. Indien ruimte niet standaard aanwezig is, maar gecreëerd wordt, dan moet dit aantoonbaar zijn. Besluit houders van dieren.
Dierruimtes, voerruimtes, voerkeukens e.d. zijn visueel schoon. Besluit houders van dieren.
Eenlingboxen worden alleen gebruikt voor kalveren niet ouder dan 8 weken of als ziekenboxen op voorschrift van een dierenarts. Niet van toepassing als een dierenarts heeft verklaard dat het kalf in verband met zijn gezondheid of gedrag moet worden geïsoleerd om te worden behandeld. Besluit houders van dieren.
De breedte van de eenlingboxen is minimaal gelijk aan de schofthoogte van het kalf. De schofthoogte wordt gemeten terwijl het kalf rechtop staat. Besluit houders van dieren.
De lengte van een eenlingbox is ten minste 1,1 maal de lengte van het kalf. De lengte van het kalf wordt gemeten van de neuspunt tot aan de achterkant van de zitbeenknobbel. Besluit houders van dieren.
De zijwanden van een eenlingbox zijn opengewerkt zodanig dat dieren elkaar kunnen zien en aanraken. Niet van toepassing op eenlingboxen voor zieke dieren. Besluit houders van dieren.
Indien niet in eenlingboxen gehuisvest is het vloeroppervlak per kalf (levend gewicht) minimaal: bij gewicht < 150 kg: 1,5 m2; bij gewicht > 150 kg; 1,8 m2. Besluit houders van dieren.
Kalveren moeten kunnen liggen op een vloer die is ingestrooid of is voorzien van een kunststof mat, houten latten rooster of rubber toplaag. Voor rosé stierkalveren geldt dit voorschrift tot een leeftijd van 2 maanden. Besluit houders van dieren.
De vloeren zijn stroef, zonder scherpe uitsteeksels. Besluit houders van dieren.
Er is verlichting in de stal aanwezig om de vleeskalveren te allen tijde te kunnen inspecteren. De verlichting moet van zodanige sterkte zijn dat de vleeskalveren goed te zien zijn. Besluit houders van dieren.
Er zijn geen scherpe randen of scherpe uitsteeksels aanwezig in de stallen en/of dierverblijven die kalveren kunnen verwonden (geldt ook voor hekken en wanden die gebruikt worden bij het verplaatsen van de kalveren). Richtlijn 98/58/EG van de Raad van 20 juli 1998 inzake de bescherming van voor landbouwdoeleinden gehouden dieren.
Diergezondheid
Voor de bewaking van de gezondheid van de dieren is een overeenkomst gesloten met een door Geborgde Vleeskalverendierenarts gecertificeerde dierenarts en deze overeenkomst is inzichtelijk via InfoKalf (https://infokalf.skv.info) Kalverhouder heeft met de dierenarts de Overeenkomst kalverhouder, kalvereigenaar en Geborgde Vleeskalverendierenarts (conform Bijlage I van het Reglement Geborgde Vleeskalverendierenarts) gesloten. Er mag slechts één overeenkomst per diersoort, per UBN afgesloten worden. De overeenkomst is digitaal inzichtelijk via InfoKalf. Regeling diergeneesmiddelen (www.overheid.nl).
De kalverhouder heeft ervoor gezorgd dat de dierenarts minimaal 1 maal per kwartaal het bedrijf bezoekt. Het is ook toegestaan om 2x per half jaar de dierenarts het bedrijf te laten bezoeken. Voor een klinische inspectie en bedrijfsbegeleiding (op grond van bijvoorbeeld productiegegevens, AM en PM keuringsresultaten). Aan te tonen door bezoekersrapportage dierenarts. Regeling diergeneesmiddelen.
Zieke dieren zijn, indien nodig, ondergebracht in ruimte voor zieke en gewonde dieren. Ruimte voldoet aan voorwaarden huisvesting. Zieke dieren zijn op verklaring dierenarts (bezoekrapportage), dieren met zware kreupelheden, dieren met zware verwondingen en sterk verzwakte dieren als gevolg van ziekte of anderszins. Besluit houders van dieren.
De kalverhouder bewaakt het hemoglobinegehalte van de blanke vleeskalveren. Bewaken kan door bloedonderzoeken en/of toediening van ijzer. Deelnemer kan dit schriftelijk aantonen via leverbonnen van ijzerpreparaten of de uitslagen van onderzoek. N.v.t. op rosé vleeskalveren. Besluit houders van dieren.
Diergeneesmiddelen
Toediening diergeneesmiddelen gebeurt volgens de bijgeleverde gebruiksvoorschriften (toedieningswijze en duur dosering, wachttijd). Regeling diergeneesmiddelen, Besluit houders van dieren.
Er worden alleen schone en werkende bedrijfseigen hulpmiddelen gebruikt bij het toedienen van diergeneesmiddelen. Indien dierenarts eigen schone hulpmiddelen gebruikt is dit ook toegestaan. Hygiënecode kalverhouderij.
Eventuele niet zichtbare afwijkingen als gevolg van toedienen van diergeneesmiddelen (bv. door een naald) zijn, indien bekend, gemeld aan het slachthuis. Afwijkingen worden gemeld op de afleververklaring met locatie van afwijking plus identificatie dier. IKB Vleeskalveren 2008.
Er is een bedrijfsbehandelplan. Het bedrijfsbehandelplan moet voldoen aan de volgende criteria: - op een duidelijke manier is aangegeven dat het betreffende document bedrijfsbehandelplan heet; - het bedrijfsbehandelplan dient te zijn voorzien van een datum van uitgifte. Besluit houders van dieren.
Er zijn alleen antimicrobiële middelen op het bedrijf aanwezig die staan vermeld in het bedrijfsbehandelplan (BBP) óf er moet een onderbouwing (schriftelijk verslag) aanwezig zijn die door de dierenarts is opgemaakt. Regeling diergeneesmiddelen.
De kalverhouder heeft voorgeschreven UDD-/UDA-diergeneesmiddelen voor de vleeskalveren uitsluitend afgenomen van de dierenarts waarmee hij een overeenkomst heeft gesloten, of van de apotheek van de praktijk van de dierenarts waarmee hij een overeenkomst heeft afgesloten. Indien er bij een spoedgeval een andere dierenarts wordt ingeschakeld, die UDD- / UDA-diergeneesmiddelen afgeeft, moet er een visitebrief aanwezig zijn waarin staat vermeld dat het een spoedconsult betrof. Bovenwettelijke invulling van de Regeling diergeneesmiddelen.
De kalverhouder heeft UDD-diergeneesmiddelen voor de vleeskalveren uitsluitend laten toepassen door de dierenarts waarmee hij een overeenkomst heeft gesloten, of diens vervanger. Onder voorwaarden mogen sommige antibiotica, op voorschrift van de dierenarts, zelf door kalverhouder worden toegepast. Deze voorwaarden zijn minimaal een instructie van de dierenarts (voor tweede keus antibiotica) en / of vermelding in het bedrijfsbehandelplan. Bovenwettelijke invulling van de Regeling diergeneesmiddelen.
Er zijn slechts voor runderen geregistreerde diergeneesmiddelen op het bedrijf aanwezig. Indien sprake is van voorgeschreven middelen volgens de cascaderegeling (incl. buitenlandse diergeneesmiddelen) voor runderen: er is een verklaring van de dierenarts aanwezig voor het toepassen van deze middelen. Indien op het bedrijf meerdere diersoorten worden gehouden mogen diergeneesmiddelen aanwezig zijn die voor deze diersoorten zijn geregistreerd. Deze moeten per diersoort apart worden bewaard. IKB Vleeskalveren 2008, Bovenwettelijke invullingregeling van het Besluit houders van dieren.
De aanwezige URA-diergeneesmiddelen zijn afkomstig van een toegelaten verkoopkanaal. Aantonen met. afleverbonnen. Toegelaten verkoopkanaal: medicijnen zijn afkomstig van de dierenarts zelf, een openbare apotheker of een leverancier met een afleververgunning van gekanaliseerde middelen. Bovenwettelijke invulling van het Besluit houders van dieren en van de Regeling diergeneesmiddelen.
Diergeneesmiddelen zijn in een gesloten kast / ruimte gescheiden van dieren en / of voeders opgeslagen. Kast of ruimte moet met een deur afgesloten of gescheiden zijn. Deze hoeft niet op slot te zijn. In deze kast of ruimte mogen alléén diergeneesmiddelen worden opgeslagen. Hygiënecode kalverhouderij.
Diergeneesmiddelen zijn per diersoort opgeslagen. Diersoort: runderen, varkens, pluimvee, etc. Binnen 1 (koel)kast verschillende compartimenten of planken per diersoort is toegestaan. IKB Vleeskalveren 2008, Bovenwettelijke invulling van het Besluit houders van dieren.
De kalverhouder heeft geen volledige koppelkuur antibiotica op voorraad. Op voorraad: termijn tussen ontvangst koppelkuur en gebruik koppelkuur is maximaal 2 werkdagen. Gebruik is aantoonbaar door recept of/ bezoekersrapportage dierenarts. Bij annulering of wijziging koppelkuur of uitgifte 2 kuren in 1 keer dient de dierenarts waarmee een overeenkomst is getekend in het bezoekersverslag een reden aan te geven. UDD-regeling (Stcrt. 2013, 23390).
De kalverhouder stelt i.s.m. de dierenarts en eventueel vertegenwoordiger van de kalvereigenaar jaarlijks een bedrijfsgezondheidsplan op. Jaarlijks: 1x per kalenderjaar. UDD-regeling.
Het bedrijfsgezondheidsplan is voorzien van de naam en de handtekening van de kalverhouder en de dierenarts en, indien hier sprake van is, de vertegenwoordiger van de kalvereigenaar. UDD-regeling.
Het bedrijfsgezondheidsplan is voorzien van het UBN van het bedrijf. UDD-regeling.
Het bedrijfsgezondheidsplan is voorzien van de datum waarop het bedrijfsgezondheidsplan is opgesteld. UDD-regeling.
Het bedrijfsgezondheidsplan beschrijft welke aspecten van de bedrijfsgezondheid aandachtspunten zijn of verbetermaatregelen nodig hebben. Hierbij worden de volgende aspecten overwogen: – verteringsproblemen tijdens de startperiode; – verteringsproblemen tijdens de mestperiode; – luchtwegaandoeningen tijdens de startperiode; – luchtwegaandoeningen tijdens de mestperiode; – overige aandoeningen die zich op het bedrijf voordoen; – uitval tijdens de startperiode; – uitval tijdens de mestperiode; – groei van de dieren; – achterblijvers of onvolwaardige groei; – medicijngebruik voor individuele behandelingen; – medicijngebruik voor koppelbehandelingen; – vleeskleur; – overige aspecten die relevant zijn voor het bedrijf. Aanvullende bovenwettelijke invulling van de UDD-regeling.
Er is actueel een bedrijfsgezondheidsplan aanwezig. Actueel betekent daterend uit het lopende kalenderjaar of ten minste het voorgaande kalenderjaar. UDD-regeling
De kalverhouder gebruikt geen cefalosporinen voor de behandeling van vleeskalveren. Voorschrift geldt zowel voor individuele behandelingen als koppelbehandelingen. IKB Vleeskalveren 2008.
De kalverhouder heeft geen derde keus middelen antibiotica op het bedrijf op voorraad. Derde keus middelen zijn middelen die zoals genoemd in het document 'Overzicht derde keus middelen' gepubliceerd door de SDa in mei 2012. Op voorraad: termijn tussen ontvangst van een derde keuze middel en het gebruik van het derde keuze middel is maximaal 2 werkdagen. Gebruik is aantoonbaar door recept / bezoekersrapportage dierenarts. Bij annulering / wijziging behandeling: dierenarts waarmee een overeenkomst is getekend dient in bezoekersverslag reden aan te geven. " UDD-regeling.
Bij individuele behandeling (m.i.v. dag 1) na het opzetten van de eerste kalveren van de lopende ronde is ten minste het volgende, per kalf, genoteerd in het logboek: – naam diergeneesmiddel of registratienummer; – Gebruikte hoeveelheid diergeneesmiddel (dosering per dier); – werknummer; – behandeldagen. Het 'Registratieformulier individuele behandelingen'. Dit formulier is te vinden op www.kalversector.nl. Registratie is niet verplicht indien de wachttermijn 0 dagen bedraagt. Werknummer: Of, indien noodzakelijk i.v.m. tracering, ID-code volledig. Bij behandeldagen heeft de kalverhouder de keuze tussen het noteren van de startdatum met het aantal behandeldagen of het noteren van de data van de behandeldagen. Bovenwettelijke invulling van het Besluit houders van dieren en de Regeling diergeneesmiddelen.
Diergeneesmiddelen die verloren gaan op een andere wijze dan door toediening zijn in het logboek geregistreerd. Genoteerd moeten worden: de datum, naam diergeneesmiddel, verloren gegane hoeveelheid en wijze van verloren gaan Regeling diergeneesmiddelen.
Verslagen van dierenartsbezoeken die door de dierenarts worden achtergelaten bij de kalverhouder, worden door de kalverhouder bewaard. Dit mag ook middels een doordruk of een kopie (evt. digitaal). Regeling diergeneesmiddelen.
Overig
Kadavers zijn volgens de geldende regelgeving gemeld bij destructiebedrijf. Geldende regelgeving: Gezondheids- en welzijnswet voor dieren of Wet Dieren. Hygiënecode kalverhouderij, Bovenwettelijke invulling van de Regeling dierlijke bijproducten (wetten.overheid.nl).
Kadavers zijn direct na ontdekken ter destructie aangeboden op de aanbiedingsplaats voor kadavers. Hygiënecode kalverhouderij, Bovenwettelijke invulling van de Regeling dierlijke bijproducten.
Kadaveropslag en aanbiedings-plaats zonder kadavers zijn te allen tijden visueel schoon. Visueel schoon: geen aanwezigheid van dierlijke resten of andere afvalstoffen. Hygiënecode kalverhouderij
Er is een verharde reinigbare aanbiedingsplaats voor kadavers aanwezig. Verhard: klinkers, tegels, asfalt of beton. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s, Bovenwettelijke invulling van de Regeling dierlijke bijproducten.
De aanbiedingsplaats voor kadavers is af te dekken (bv. met de kadaverstolp). Zodanig dat de kadavers niet zichtbaar zijn voor passanten en niet vrij toegankelijk zijn voor vogels, knaagdieren, honden, katten, etc. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s, Bovenwettelijke invulling van de Regeling dierlijke bijproducten.
Restanten van chemicaliën inclusief direct verpakkingsmateriaal worden afgevoerd via de lokale voorzieningen. Chemicaliën: gewasbeschermingsmiddelen, R&O middelen, dierbehandelingsmiddelen, verf, diergeneesmiddelen, enz. Toegestane lokale voorzieningen: afvoer via chemobox, afvoer door afgifte bij gemeentelijke afvalverzamelpunt. Milieuregelgeving (www.ilent.nl), Bovenwettelijke invulling van Verordening (EG) nr. 852/2004.
Op het bedrijf zijn REOB gecertificeerde brandblusmiddelen beschikbaar. De brandblusmiddelen moeten onderhouden worden door REOB gecertificeerde onderhoudsbedrijven voor blusmiddelen. Na iedere onderhoudsbeurt wordt de gele sticker op het brandblusmiddel vervangen. REOB gecertificeerde bedrijven zijn te vinden op: http://cibv.nl/erkende-bedrijven/ of http://www.kiwa.nl/gecertificeerde-bedrijven.aspx. IKB Vleeskalveren 2008.
Bij volledige mechanische ventilatie en afwezigheid mogelijkheid tot natuurlijke ventilatie: Er is een noodstroomaggregaat op het bedrijf aanwezig inclusief werkend alarmsysteem voor stroomuitval. Andere noodvoorziening is ook toegestaan. Besluit houders van dieren.
Calamiteiten en klachten zijn geregistreerd (omschrijving van calamiteit en corrigerende maatregel). Calamiteiten en klachten: uitval ventilatie, brand, water- of bodemvervuiling, achtergebleven naalden, klacht van slachterij over vieze dieren. Hiervoor is een formulier beschikbaar op het bedrijf. Onveilige situaties worden beschreven in Verordening (EG) nr. 178/2002 van 28 januari 2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving. IKB Vleeskalveren 2008.
Bedrijfshygiëne
Voldoende ontsmettingsmiddelen, minimaal halve liter van het middel aanwezig op het bedrijf. Voor de meest actuele lijst van toegelaten ontsmettingsmiddelen (desinfecteermiddelen) voor transportmiddelen wordt verwezen naar de databank van College voor Toelating van Bestrijdingsmiddelen op internet: www.ctbg.nl. Bovenwettelijke invulling van de Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s.
Er is een R&O (Reiniging en Ontsmetting) plaats aanwezig. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s.
De R&O plaats beslaat de gehele lengte van een vervoerseenheid. Vervoerseenheid: uitgaande van een transportmiddel met aanhanger. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s.
Bij de R&O plaats kan voldoende verlicht worden. Onder voldoende verlicht wordt verstaan, zodanig dat te allen tijden R&O uitgevoerd kan worden. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s.
De R&O plaats is zodanig aangelegd dat water en eventueel andere vloeistoffen die bij de reiniging en ontsmetting worden gebruikt, niet in grond- of oppervlakte water terecht kunnen komen. De plaats is voorzien van een zodanige afvoer dat water en eventueel andere vloeistoffen die bij de reiniging en ontsmetting worden gebruikt, niet in het grond- of oppervlaktewater terecht kunnen komen. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s.
Op de R&O plaats kan voldoende water onder druk worden geleverd voor reiniging en ontsmetting van de vervoerseenheid. Er is een werkende hoge druk spuit aanwezig of een werkende pomp die zorgt voor extra waterdruk. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s.
R&O middelen zijn in een gesloten kast of ruimte, apart van dieren, diergeneesmiddelen, gewasbeschermingsmiddelen en voedermiddelen opgeslagen. Bovenwettelijke invulling van Verordening (EG) nr. 852/2004.
Op het bedrijf zijn de aankoop- en afleverbewijzen van R&O middelen aanwezig. Deze voorwaarde is alleen van belang als er geen voorraad R&O middelen aantoonbaar is. Bovenwettelijke invulling van Verordening (EG) nr. 852/2004.
Verbeterplan structureel veel gebruik antibiotica
Kalverhouder dient binnen 3 maanden na de datum genoemd in de berichtgeving dat het bedrijf in de categorie 'Structureel Veelgebruik, fase 1' of 'Structureel Veelgebruik, fase 2' valt een driehoeksoverleg over het BGP te organiseren met de kalverhouder, kalvereigenaar (vertegenwoordiger) en de dierenarts, het bedrijfsgezondheidsplan te vernieuwen en op te sturen naar de CI. Het dossier bevat ten minste: – de opgestelde bedrijfsgezondheidsplannen; – een uitslag van de analyse van een monster uit de melkleiding waaruit blijkt dat minder dan 1.000 kve/ml Enterobacteriacea aanwezig waren in de melkleiding; – de verklaring van de monsternemer dat het monster, behorende bij de bovengenoemde analyse uitslag, op voorgeschreven wijze uit de melkleiding is genomen. Indien van toepassing bevat het dossier: – een of meerdere onderbouwingen voor de antibioticabehandelingen die zijn verstrekt; – bij verstrekking koppelkuur: de verklaring van de dierenarts dat er voldoende individueel is behandeld voordat is overgegaan tot een koppelbehandeling, dan wel dat er sprake is van een progressief ziekteverloop waarbij in de laatste 24 uur sprake was van 4% of meer nieuwe ziektegevallen. IKB Vleeskalveren 2008.
Indien gedurende een aaneengesloten periode van 5 dagen 10% of meer dieren in het koppel ziek wordt, dient de dierenarts een verklaring af te geven dat er voldoende individueel is behandeld en dat een koppelkuur moet worden ingezet. IKB Vleeskalveren 2008.
Indien sprake is van een progressief ziekteverloop waarbij in de laatste 24 uur een toename is van 4% of meer nieuwe ziektegevallen, dient de dierenarts een verklaring af te geven dat er sprake is van een progressief ziekteverloop met een toename van 4% of meer zieke kalveren in de laatste 24 uur. In de bepaling van de toename van het ziekteverloop dienen de kalveren die gedurende deze periode zijn uitgevallen te worden meegenomen. IKB Vleeskalveren 2008.
Bedrijven die meerdere leeftijdsgroepen kalveren houden, dienen binnen 3 maanden na de datum genoemd in de berichtgeving dat het bedrijf in de categorie 'Structureel Veelgebruik, fase 2' valt, nader onderzoek te laten verrichten betreffende (recidiverende) longproblemen. Dit kan door middel van: – een (gepaard) bloedonderzoek van 5 representatieve dieren per leeftijdsgroep, of; – het nemen van neusswabs van 5 representatieve dieren, of; – het laten uitvoeren van sectie bij de Gezondheidsdienst voor Dieren. Onafhankelijk van stal of compartiment. Indien binnen drie maanden geen ziekteverschijnselen worden vertoond, is een verklaring dierenarts over gezondheid koppel verplicht om onderzoek te mogen verschuiven naar eerst volgend moment dat ziekteverschijnselen worden geconstateerd. IKB Vleeskalveren 2008.
Kalverhouder dient binnen 3 maanden na de datum genoemd in de berichtgeving dat het bedrijf in de categorie 'Structureel Veelgebruik, fase 2' valt, een bedrijfsanalyse op te stellen aan de hand van de 'Uitgebreide checklist' en deze op te sturen naar de CI. Deze checklist is te downloaden via www.kalversector.nl. IKB Vleeskalveren 2008.
Transport
Alle aangevoerde in NL geboren nuka's, die niet rechtstreeks van een rundveebedrijf van geboorte zijn aangevoerd, dienen te zijn verzameld op een deelnemend, erkend verzamelcentrum. Alle nuka’s moeten rechtstreeks afkomstig zijn van een Nederlands rundveebedrijf of van een deelnemend, erkend verzamelcentrum. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s
Ieder kalf dient vanaf het moment van opzet tot 3 weken na de opzetdatum gehuisvest te worden in een ruimte met een temperatuur van minimaal 15 °C. De temperatuur in de huisvesting van kalveren tot 3 weken na opzet moet > 15°C is. Indien de buitentemperatuur -5°C of minder bedraagt, dient de temperatuur > 10°C te zijn. Per 200 gehuisveste kalveren moet 1 meting in het midden van een babybox, op hoogte van 25 cm boven een staand kalf verricht worden. Bovenwettelijke invulling van het Besluit houders van dieren.
Alle (deel)koppels met gewicht onder 42 kg dienen tot 2 weken na aanvoer van het kalf 3 maal daags te worden gevoerd (verspreid over een periode van 12 uur of meer). Bovenwettelijke invulling van het Besluit houders van dieren.
Alle personen die bedrijfsmatig op het schone (bedrijfs-) gedeelte en in de stallen – waarin dieren zijn gehuisvest – komen, moeten gebruik maken van de hygiënesluis en schone bedrijfskleding en – schoeisel aantrekken, voordat het schone (bedrijfs-) gedeelte en de stallen betreden worden. Alleen personen behorende bij het transportmiddel, die niet in de stal komen, mogen over het bedrijfsgedeelte van het erf rijden zonder gebruik te maken van de hygiënesluis. Een persoon die bedrijfsmatig het bedrijfsgedeelte betreedt is een ieder die per week meerdere veehouderijbedrijven bezoekt en hierbij ook in de stallen – waarin dieren zijn gehuisvest – komt. Hieronder vallen ook personen die op andere bedrijven in stallen komen (bv. buurman melkveehouder). Bedrijfsgedeelte (zie B007): het gedeelte van het perceel waar zich de kalverhouderij bevindt aangevuld met het gedeelte van het perceel waar verkeer van personen en/of transport van kalveren, voer en materialen tussen stallen / afdelingen plaatsvindt. Dit voorschrift is niet van toepassing voor transporteurs van kalveren. IKB Vleeskalveren 2008.
De hygiënesluis is voorzien van een handenwasgelegenheid met warm en koud-, stromend water, zeep / desinfectans, papieren handdoeken en schoon schoeisel en schone bedrijfseigen kleding. De handenwasgelegenheid bevindt zich bij voorkeur in het schone gedeelte van de hygiënesluis en zo dicht mogelijk bij de fysieke barrière. Bedrijfseigen kleding en – schoeisel zijn bijvoorbeeld overalls, laarzen of klompen. IKB Vleeskalveren 2008.
De kalverhouder reinigt minimaal 1x per 4 weken de melkleiding. Controleer via de registratie van de kalverhouder of de melkleidingen minimaal 1x per 4 weken zijn gereinigd met een reinigingsmiddel. In het geval van rosé start / afmest waarbij het melkleidingsysteem niet gebruikt wordt, hoeft het melkleidingsysteem niet gereinigd te worden. Onder melkleiding wordt verstaan elk systeem waarmee melk aan de kalveren wordt gevoerd, zoals melkleidingsystemen, rijdende mengers, voerslangen en drinkautomaten. Bovenwettelijke invulling van Verordening (EG) nr. 852/2004.
De kalverhouder houdt een register bij van de reinigingsbeurten. In het register staan ten minste de datum en het gebruikte reinigingsmiddel vermeld. Gecontroleerd moet worden of in het register ten minste de datum en het gebruikte reinigingsmiddel genoteerd staan. Bovenwettelijke invulling van Verordening (EG) nr. 852/2004.
Als een kalverhouder kalveren opzet, die al op een ander bedrijf zijn gestart, worden deze kalveren aangevoerd van maximaal 4 verschillende UBN’s. Indien niet aan dit voorschrift kan worden voldaan dient aan het hierop volgend voorschrift te worden voldaan. IKB Vleeskalveren 2008.
Als een kalverhouder kalveren opzet, die al op een ander bedrijf zijn gestart, wordt in 1 compartiment eerder gestarte kalveren van maximaal 2 verschillende UBN's gehuisvest. Een compartiment is een ruimte die door vloer, plafond en wanden / muren van vloer tot plafond gescheiden is van andere ruimtes. Het is toegestaan dat in de wand / muur een deur is aangebracht. Deze deur mag slechts geopend zijn tijdens doorgang, zodat de luchtcirculatie van 1 compartiment niet direct verbonden is met een ander compartiment / ruimte waarin kalveren zijn gehuisvest. Indien niet aan dit voorschrift kan worden voldaan dient aan het vorige voorschrift te worden voldaan. IKB Vleeskalveren 2008.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Titel 4.3. Welzijnsvriendelijke stalvloeren voor vleeskalveren

Artikel 4.3.1. Begripsbepalingen

In deze titel wordt verstaan onder:

Paragraaf 4.3.1. Algemene bepalingen

Artikel 4.3.2. Subsidieaanvraag en hoogte subsidie
1.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie voor de aanschaf en installatie van een welzijnsvriendelijke stalvloer en indien van toepassing, wanneer de welzijnsvriendelijke stalvloer niet op de bestaande roostervloer kan worden bevestigd, voor de aanschaf van nieuwe roostervloeren of voor de kosten voor het laten infrezen van de bestaande roostervloeren door een vleeskalverenhouder.

2.

Onverminderd artikel 2.9 bevat een aanvraag voor subsidieverlening in ieder geval:

3.

De subsidie bedraagt 40 procent van de aanschaf- en installatiekosten, bedoeld in het eerste lid.

Artikel 4.3.3. Absolute afwijzingsgronden

Onverminderd artikel 1.2, wordt geen subsidie verstrekt voor zover de vleeskalverenhouder van overheidswege een andere bijdrage ontvangt voor de aanschaf- en installatiekosten, bedoeld in artikel 4.3.2, eerste lid.

Artikel 4.3.4. Subsidieplafond en verdeling

De minister verdeelt per openstelling het subsidieplafond op volgorde van rangschikking van de aanvragen als bedoeld in de artikelen 2.4, onderdeel b, en 2.6.

Artikel 4.3.5. Rangschikkingscriteria
1.

De minister rangschikt een aanvraag voor subsidie, waarop niet afwijzend is beslist, hoger naarmate de vleeskalverenhouder meer stalplaatsen heeft, een hoger percentage van het aantal stalplaatsen een welzijnsvriendelijke stalvloer krijgt en als sprake is van renovatie van een bestaande stal in tegenstelling tot nieuwbouw. Voor de rangschikking worden de volgende criteria toegepast:

2.

Het aantal punten dat wordt behaald betreft de score onder a, b en c van het eerste lid vermeerderd met de wegingsfactor. Het maximum aantal punten is 11.

3.

Indien een aanvraag minder dan 4 punten behaalt, wordt de aanvraag afgewezen.

4.

Aanvragen worden op volgorde van rangschikking toegewezen.

Artikel 4.3.6. Niet-subsidiabele kosten

Onverminderd artikel 1.5 en in afwijking van artikel 1.3, komen de volgende kosten niet in aanmerking voor subsidie:

Artikel 4.3.7. Realisatietermijn
1.

De aanschaf van een welzijnsvriendelijke stalvloer vindt plaats na de datum van indiening van de aanvraag tot subsidieverlening, bedoeld in artikel 2.9, en binnen twee jaar na de datum van subsidieverlening.

2.

De betaling, levering en installatie van een welzijnsvriendelijke stalvloer vinden plaats binnen twee jaar na de datum van subsidieverlening en voor het indienen van de aanvraag tot subsidievaststelling, bedoeld in artikel 2.20.

Artikel 4.3.8. Indienen aanvraag subsidievaststelling

Onverminderd artikel 2.20 bevat de aanvraag tot subsidievaststelling in ieder geval:

Paragraaf 4.3.3. Controles en sancties

Artikel 4.3.9. Onregelmatigheden, controles en sancties

De artikelen 4.1.16 tot en met 4.1.18 zijn van overeenkomstige toepassing.

Artikel 4.3.10. Vervaldatum

Deze titel vervalt met ingang van 1 oktober 2022, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op subsidies die voor die datum zijn verleend.

Titel 4.4. Ammoniakreductie in stallen voor vleeskalveren

Artikel 4.4.1. Begripsbepalingen

In deze titel wordt verstaan onder:

Paragraaf 4.4.1. Algemene bepalingen

Artikel 4.4.2. Subsidieaanvraag en hoogte subsidie
1.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie voor de aanschaf en installatie van een ammoniak reducerende eenheid door een vleeskalverenhouder.

2.

Onverminderd artikel 2.9 bevat een aanvraag voor subsidieverlening in ieder geval:

3.

De subsidie bedraagt 40 procent van de aanschaf- en installatiekosten, bedoeld in het eerste lid.

4.

De subsidie bedraagt ten hoogste € 100.000 per vleeskalverenhouder.

Artikel 4.4.3. Absolute afwijzingsgronden

Onverminderd artikel 1.2, wordt geen subsidie verstrekt voor zover de vleeskalverenhouder van overheidswege een andere bijdrage ontvangt voor de aanschaf- en installatiekosten, bedoeld in artikel 4.4.2, eerste lid.

Artikel 4.4.4. Subsidieplafond en verdeling
1.

Het subsidieplafond voor deze module bedraagt € 7.500.000.

2.

De minister verdeelt per openstelling het subsidieplafond op volgorde van rangschikking van de aanvragen als bedoeld in de artikelen 2.4, onderdeel b, en 2.6.

Artikel 4.4.5. Rangschikkingscriteria
1.

De minister rangschikt een aanvraag voor subsidie, waarop niet afwijzend is beslist, hoger naarmate de vleeskalverenhouder meer stalplaatsen heeft, een hoger percentage van ammoniakreductie wordt bereikt en in een groter deel van het bedrijf deze ammoniakreductie wordt bereikt. Voor de rangschikking worden de volgende criteria toegepast:

2.

Het aantal punten dat wordt behaald, betreft de score onder a, b en c van het eerste lid vermeerderd met de wegingsfactor. Het maximum aantal punten is 12.

3.

Indien een aanvraag minder dan 4 punten behaalt, wordt de aanvraag afgewezen.

4.

Aanvragen worden op volgorde van rangschikking toegewezen.

Artikel 4.4.6. Niet-subsidiabele kosten

Onverminderd artikel 1.5 en in afwijking van artikel 1.3 komen de volgende kosten niet in aanmerking voor subsidie:

Artikel 4.4.7. Realisatietermijn
1.

De aanschaf van een ammoniak reducerende eenheid vindt plaats na de datum van indiening van de aanvraag tot subsidieverlening, bedoeld in artikel 2.9, en binnen drie jaar na de datum van subsidieverlening.

2.

De betaling, levering en installatie van de ammoniak reducerende eenheid vinden plaats binnen drie jaar na de datum van subsidieverlening en voor het indienen van de aanvraag tot subsidievaststelling, bedoeld in artikel 2.20.

Artikel 4.4.8. Indienen aanvraag subsidievaststelling

Onverminderd artikel 2.20 bevat de aanvraag tot subsidievaststelling in ieder geval een gespecificeerde factuur en een afschrift van het betalingsbewijs van de ammoniak reducerende eenheid.

Artikel 4.4.9. Onregelmatigheden, controles en sancties

De artikelen 4.1.16 tot en met 4.1.18 zijn van overeenkomstige toepassing.

Artikel 4.4.10. Vervaldatum

Deze titel vervalt met ingang van 1 oktober 2023, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op subsidies die voor die datum zijn verleend.

Hoofdstuk 5. Europees Fonds voor regionale ontwikkeling

§ 5.1. Algemene bepalingen

§ 5.2. Regels omtrent subsidieverstrekking door de managementautoriteit

§ 5.3. Regels omtrent subsidieverstrekking ten laste van de Rijkscofinanciering

§ 4. Regels omtrent subsidieverstrekking in het kader van Europese territoriale samenwerking

Hoofdstuk 5. Europees Fonds voor regionale ontwikkeling

Bijlage 1. behorende bij artikel 1.9 Regeling Europese EZ-subsidies

Procedure als bedoeld in artikel 140, vijfde lid, van verordening 1303/2013

Verordening 1303/2013 maakt het mogelijk kopieën of volledig digitale documenten te accepteren als bewijsstuk. In deze bijlage worden de in artikel 140, vijfde lid, van verordening 1303/2013 bedoelde procedures vastgesteld voor documenten die in het kader van de uitvoering van deze regeling en verantwoording op grond van verordening 1303/2013 kan worden gebruikt.

Procedure als bedoeld in artikel 140, vijfde lid, van verordening 1303/2013

Verordening 1303/2013 maakt het mogelijk kopieën of volledig digitale documenten te accepteren als bewijsstuk. In deze bijlage worden de in artikel 140, vijfde lid, van verordening 1303/2013 bedoelde procedures vastgesteld voor documenten die in het kader van de uitvoering van deze regeling en verantwoording op grond van verordening 1303/2013 kan worden gebruikt.

1. Typen documenten

De volgende documenten worden als bewijsstukken geaccepteerd:

Het in samenhang bezien van de verschillende bewijsstukken strekt er mede toe de authenticiteit van het geconverteerde document of de gegevensdrager te waarborgen en dat hierop voor controledoeleinden kan worden vertrouwd.

De in 1 onder a, b en c bedoelde bewijsstukken zijn geconverteerde documenten of gegevensdragers. Bij conversie van het origineel naar het geconverteerde document of gegevensdrager wordt aan de hieronder vermelde voorwaarden voldaan:

3. Procedure voor het bewaren van stukken die uitsluitend in een elektronische versie bestaan, bedoeld in 1, onderdeel d

Als de conversie op de juiste wijze gebeurt, is het in het kader van de verantwoording, niet meer noodzakelijk de bewijsstukken op de originele gegevensdrager te bewaren. Het geconverteerde bewijsstuk mag na conversie niet meer gewijzigd kunnen worden.

Bijlage 2. behorende bij artikel 4.2.2, vijfde lid, Regeling Europese EZ-subsidies

Bestaande voorschriften kwaliteitssysteem kalfsvleessector

Voorschrift Interpretatie Bron
Algemeen
Er is een actuele door de certificerende instantie (hierna: ‘CI’) gewaarmerkte plattegrond van het bedrijf aanwezig. De plattegrond geeft voor zover van toepassing alle ruimten, de perceelgrenzen- en toegangen, bedrijfsgedeelte, de situering silo's (inclusief silonummers), mestopslag, opslag en aanbiedingsplaats destructiemateriaal, medicijnopslag, opslag van reinigings-, desinfectie- en ongediertebestrijdingsmiddelen, aggregaat, hygiënesluis, de gebruikelijke loop- en rijroutes, de afmetingen van de stallen en per stal het aantal afdelingen en aantal hokken en de hoeveelheid kalveren die per hok mogen zijn gehuisvest, gebaseerd op 1,8 m2/kalf aan. Indien het bedrijf nuchtere kalveren (nuka’s) opzet tot max. 15 weken (startbedrijf), dan mag een plattegrond op basis van 1,5 m2/kalf worden opgesteld. De totale hoeveelheid kalveren die op het bedrijf mag worden gehuisvest is eveneens aangegeven. Het bedrijfsgedeelte is het gedeelte van het perceel waar zich de kalverhouderij bevindt aangevuld met het gedeelte van het perceel waar verkeer van personen en/of transport van kalveren, voer en materialen tussen stallen / afdelingen plaatsvindt. De plattegrond is aangepast aan de laatste stand van zaken. IKB Vleeskalveren 2008 (www.Kalversector.nl ).
De rapportages en certificaten van de inspecties van de drie voorgaande jaren zijn beschikbaar. IKB Vleeskalveren 2008, Bovenwettelijke invulling van Verordening(EG) nr. 852/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake levensmiddelenhygiëne.
Hygiëneregels en plattegrond (met bedrijfsgedeelte en looproutes) zijn zichtbaar aanwezig in hygiënesluis voor medewerkers en bezoekers en worden toegepast. Op schrift gestelde hygiëneregels, aanwezig in de hygiënesluis bevatten minimaal de volgende meldingen: alleen beroepsmatige betreding van het deel van het bedrijf waar dieren staan, alleen na omkleden in hygiënesluis betreden van het schone (bedrijfs-) gedeelte, alleen bij toestemming eigenaar is betreding mogelijk, voor betreden melden bij eigenaar. U kunt hiervoor het voorbeeld formulier 'Hygiëneregels Kalverhouderij' gebruiken. Dit formulier is te vinden op www.kalversector.nl. IKB Vleeskalveren 2008.
Het bedrijfseigen personeel is adequaat opgeleid. Geldt alleen voor personeel dat in dienst is. Adequaat: ten minste opleiding op minimaal MBO niveau of 1 jaar werkervaring in de intensieve kalverhouderij, of anders onder verantwoordelijkheid van iemand met genoemde kwalificaties. Arbeidsomstandigheden-wet (wetten.overheid.nl).
Het bedrijf verkeert in goede staat van onderhoud. Heeft betrekking op toegangswegen tot bedrijfsgedeelte, dierverblijven en voerkeuken. Goede staat is: geen lekkages, geen zwaar achterstallig onderhoud, bestrating en/of verharding in redelijke staat (geen kuilen), geen open of loshangende elektrische bedrading. Bijlage 2 van Richtlijn 91/629/EEG tot vaststelling van minimumnormen ter bescherming van kalveren. QS (Quality Scheme for food, www.q-s.de).
Materialen in de stal waar de vleeskalveren mee in aanraking komen, zijn niet schadelijk voor de vleeskalveren en kunnen worden gereinigd en ontsmet. Er mag bijvoorbeeld geen sprake zijn van contact van de vleeskalveren met zware metalen (lood, kwik, cadmium). Bijlage 2 van Richtlijn 91/629/EEG.
Het bedrijf maakt een visueel schoon en opgeruimde indruk. Opgeruimde indruk: geen onnodig aanwezige materialen, maar alleen materialen aanwezig van werkzaamheden van desbetreffende werkdag. Visueel schoon: ten minste geen visueel zichtbare restanten aanwezig op bijvoorbeeld koelkast, weegschaal, bureau etc. De hygiënecode kalverhouderij is opgenomen in de regeling IKB Vleeskalveren gebaseerd op de verordening (EG) nr. 852/2004.
Het bedrijfsgedeelte en de stallen met directe toegang tot de dieren kunnen niet zonder meer betreden worden. Niet zonder meer betreden: bijvoorbeeld door borden met de melding ‘geen vrije toegang tot stallen’ bij de ingang of door linten, kettingen, etc. Zodanig dat geen ongehinderde toegang verschaft kan worden. Hygiënecode kalverhouderij.
Om het principe van schone (bedrijfs-) en vuile (externe) gedeelte op het bedrijf toe te kunnen passen is het noodzakelijk dat: – er een duidelijk zichtbare lijn (of gespannen draad) op vloerhoogte van het erf is geplaatst, zodat verkeer van transportmiddelen niet belemmerd wordt; OF – er een zodanig duidelijke aanduiding aanwezig is dat een bezoeker zich dient te melden, en door de hygiënesluis moet, voordat het schone (bedrijfs-) gedeelte betreden wordt; OF – er een fysieke afscheiding (bijv. sloot, heg of hek) aanwezig is op de grens van het schone (bedrijfs-) en / of vuile (externe) gedeelte. IKB Vleeskalveren 2008, \Bovenwettelijke invulling van Verordening (EG) nr. 852/2004.
Er is een bijgehouden bezoekersregister, per locatie, aanwezig met daarin naam, bedrijfsnaam en datum van bezoek. Bezoekers die de stallen betreden dienen in het register te worden opgenomen. Transporteurs die dieren komen laden of lossen kunnen het register tekenen. Transporteurs dienen in plaats van voormelde gegevens de volgende informatie te noteren in het register: – datum transport; – Naam transportonderneming. Hygiënecode kalverhouderij.
Ongediertebestrijding
Ongedierte wordt geweerd en waar nodig bestreden. Indien overlast van ongedierte aanwezig blijft, is een gediplomeerd ongediertebestrijdingsbedrijf ingeschakeld. Ongedierte: ratten, muizen en vliegen. Hygiënecode kalverhouderij.
Er dient op het bedrijf een plattegrond aanwezig te zijn waarop is aangegeven waar lokdozen en bestrijdings-middelen zich bevinden. Dit voorschrift is niet van toepassing als er geen ongedierte aanwezig is en bestrijding niet uitgevoerd wordt. IKB vleeskalveren 2008.
Er zijn alleen toegestane ongediertebestrijdingsmiddelen aanwezig, die in een gesloten kast en apart van dieren, diergeneesmiddelen en voedermiddelen worden opgeslagen. Toegestane ongediertebestrijdingsmiddelen: de meest actuele lijst van toegelaten ongediertebestrijdingsmiddelen zoals opgenomen in de databank van College voor Toelating van Bestrijdingsmiddelen: www.ctb-wageningen.nl. Hygiënecode kalverhouderij.
Het bestrijdingsmiddel voor ratten en muizen wordt in daarvoor geschikte lokdozen aangeboden. Lokdozen dienen gesloten zijn. Hygiënecode kalverhouderij.
De vleeskalveren hebben geen toegang tot bestrijdingsmiddelen. Hygiënecode kalverhouderij.
Op het bedrijf zijn de aankoop en leverbonnen van alle op het bedrijf aanwezige ongediertebestrijdingsmiddelen aanwezig. Hygiënecode kalverhouderij.
Aan- en afvoer van dieren
Alle aanwezige dieren zijn voorzien van 2 oormerken. 1 oormerk is toegestaan. Als er geen oormerk is, dient de aanvraag tot nieuwe oormerken aanwezig te zijn. Regeling identificatie en registratie van dieren (wetten.overheid.nl).
Kalverhouder kan aantonen dat aangevoerde dieren vrij zijn van besmettelijke veeziekten d.m.v. importdocumenten / gezondheidsverklaring. Bij een I&R blokkade dient kalverhouder de reden aan te geven. Hygiënecode kalverhouderij.
I&R administratie is ten minste 3 jaar bewaard. In deze I&R administratie is elke verplaatsing (zoals geboorte, afvoer, aanvoer, dood, import, etc.) opgenomen. Mag aantoonbaar gemaakt worden via digitaal bedrijfsregister, indien daarin tevens historie van 3 jaar bewaard is. Richtlijn 92/102/EEG van de Raad van 27 november 1992 met betrekking tot de identificatie en de registratie van dieren.
Indien een deelnemende kalverhouder startkalveren opzet, controleert die kalverhouder of in voorkomend geval het toeleverende Nederlandse startbedrijf gecertificeerd is. Controleren via het register van de SKV. M.u.v. opzet startkalveren van buitenlandse startbedrijven. IKB Vleeskalveren 2008.
Indien een kalverhouder startkalveren ontvangt, worden de meegeleverde gegevens m.b.t. diergeneesmiddelen-gebruik meegeleverd en ten minste 1 jaar in de administratie bewaard. Deze gegevens omvatten: – de koppelbehandelingen die bij de ontvangen koppel startkalveren uitgevoerd zijn, en; – de individuele behandelingen die bij de ontvangen koppel startkalveren uitgevoerd zijn. De diergeneesmiddelenregistratie moet herleidbaar zijn tot het herkomstbedrijf en de op het afmestbedrijf aanwezige kalveren. Dit geldt zowel voor binnenlandse als buitenlandse kalveren. Bovenwettelijke invulling van Verordening (EG) nr. 852/2004.
Indien een kalverhouder start-kalveren aflevert aan een vleeskalverhouderij voor verdere opfok, worden gegevens m.b.t. diergenees-middelengebruik bij deze startkalveren meegeleverd. Deze gegevens omvatten: – de koppelbehandelingen die bij de ontvangen koppel startkalveren (blank, rosé) uitgevoerd zijn, en; – de individuele behandelingen die bij de ontvangen koppel startkalveren uitgevoerd zijn. Bovenwettelijke invulling van Verordening (EG) nr. 852/2004.
Voer (installaties)
Indien geen transport van voer in eigen beheer plaatsvindt, dan moet voer zijn getransporteerd door GMP erkende transporteurs. Verklaring aangegeven op aflever / vervoersdocumenten. GMP erkende transporteurs zijn te vinden op www.gmpplus.nl. Code Diervoeder (www.gmpplus.org), Bovenwettelijke invulling Verordening (EG) nr. 852/2004.
Al het aanwezige voer is afkomstig van GMP+ gecertificeerde diervoederleveranciers. Aantonen d.m.v. voerbonnen. GMP+ gecertificeerde diervoederleveranciers zijn te vinden op www.gmpplus.nl. Code Diervoeder.
Bij voerleverantie wordt of een ingangscontrole of een controle vóór vervoedering uitgevoerd, hierbij wordt gelet op de volgende punten: – staat van het voer; – houdbaarheidstermijn. In geval van balen en/of kuilvoer is gecontroleerd (visueel / geur) of er geen broei aanwezig is, voer met broei wordt niet vervoederd. In geval van aanvullende mengvoeders wordt gecontroleerd op dat: – per aangekochte partij het type mengvoeder is aangegeven; – per aangekochte partij de houdbaarheidstermijn zichtbaar is; – per type mengvoeder de gebruiksvoorschriften bekend zijn. Staat van het voer: het product mag geen zichtbare schimmels of niet-voederbestanddelen bevatten. Voer mag niet over de houdbaarheidsdatum zijn. Dit voorschrift is niet van toepassing als de leverancier geen uiteindelijke houdbaarheidstermijn heeft aangegeven. Partijen mengvoerder zijn zodanig opgeslagen dat verschillende type mengvoeders herkenbaar zijn. De gebruiksvoorschriften zijn bekend doordat deze in de administratie zijn opgenomen of op de verpakking van het mengvoeder zijn weergegeven. Code Diervoeder.
Voor baal/kuilvoer zijn uitsluitend toegelaten toevoegingsmiddelen gebruikt. Toegelaten overeenkomstig Verordening (EG) Nr. 1831/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2003 betreffende toevoegings-middelen voor diervoeding. Aan te tonen met afleverbonnen van toevoegingsmiddelen. Hygiënecode kalverhouderij.
De kuil (met gras/maïs) is afgedekt (met uitzondering van het snijvlak). Hygiënecode kalverhouderij.
Voer is volgens voorschriften leverancier opgeslagen. Code Diervoeder.
Voer voor verschillende diersoorten is gescheiden en duidelijk herkenbaar opgeslagen. Diervoeder dat is bestemd voor andere diersoorten mag niet kunnen vermengen met het diervoeder dat is bestemd voor de vleeskalveren. Uitzondering: enkelvoudige voeders die buiten de stallen zijn opgeslagen en voor meerdere diersoorten gebruikt kunnen worden. Code Diervoeder.
Voer is niet in dezelfde ruimte waar dieren verblijven opgeslagen. Werkvoorraad is toegestaan. Code Diervoeder.
Voer is duidelijk gescheiden opgeslagen van chemicaliën. Code Diervoeder.
Opgeslagen voeders zijn goed afgedekt of verpakt of overkapt of overdekt. Indien nodig met aanvullende ongediertebestrijding. Verpakking of afdekking of overkapping of overdekking is in onbeschadigde staat. Opgeslagen voeders zijn zodanig afgedekt of verpakt of afgedekt of bedekt dat verontreiniging met uitwerpselen van ongedierte of vogels zo goed mogelijk wordt voorkomen. Indien er ongedierte aanwezig is, moet ongediertebestrijding worden toegepast. Ongedierte: ratten, muizen en vliegen. Code Diervoeder.
Voerinstallaties en waterinstallaties zijn in goede staat van onderhoud. Geen lekkende slangen en / of gebroken kettingen e.d. en geen visueel aanwezige aangekoekte resten van voer of medicijnen. Besluit houders van dieren (wetten.overheid.nl).
Er is geen beschimmeld voer aanwezig in de dierverblijven. Code Diervoeder.
Indien middelen aan het voer zijn toegevoegd, is dit gedaan conform adviezen van leverancier van de toevoegingsmiddelen. Advies leverancier van de toevoegingsmiddelen is aanwezig op het bedrijf. Code Diervoeder.
Het rantsoen bevat ten minste 50 gram vezelhoudend droog-voer per dag per dier van 8 tot 20 weken oud. Het rantsoen bevat ten minste 250 gram vezelhoudend voer per dag per dier vanaf 20 weken oud. Vezelhoudend voer: ruwvoer (maïsproducten, hooi, stro, etc.). Krachtvoer dat vezels bevat mag worden gerekend als vezelhoudend droogvoer. Hierbij moet worden uitgegaan van het gewicht van het verstrekte krachtvoer. Besluit houders van dieren.
Bij beperkte voedering is de voerbaklengte per kalf minimaal 0,40 meter. Besluit houders van dieren.
Bij onbeperkte voedering is het mogelijk dat ten minste 3 dieren tegelijk eten. Minimale voerbaklengte van 1.20m. Besluit houders van dieren.
Alle kalveren krijgen ten minste 2 maal per dag voer en kalveren in groepshokken moeten allemaal tegelijk kunnen eten. N.v.t. bij ad libitum voedering of via automatisch voedersysteem. Besluit houders van dieren.
Alle middelen die, naast voer en diergeneesmiddelen, worden toegediend voldoen aan GMP+, hebben een RegNL nummer of zijn toegelaten homeopathische middelen. Ook enkelvoudig voor humaan gebruik toegelaten homeopathische middelen zijn toegestaan. Toegelaten homeopathische middelen zijn te vinden op: https://www.cbg-meb.nl/dieren IKB Vleeskalveren 2008.
Medicijnmenger verkeert in goede staat van onderhoud. Geen lekkende slangen en / of buizen e.d. en geen visueel aanwezige aangekoekte resten van medicijnen. IKB Vleeskalveren 2008.
Afleverbewijzen van voer en toevoegingsmiddelen van de afgelopen 5 jaar zijn aanwezig. Code Diervoeder.
De dieren hebben onbeperkt de beschikking over drinkwater. Niet noodzakelijk indien melkvoedering wordt gegeven. Bij warm weer (buitentemp > 25˚C) en voor zieke kalveren dient altijd vers drinkwater beschikbaar te zijn en moet het altijd mogelijk zijn om extra watergift te geven. Besluit houders van dieren.
De aan-, afvoer of sterfte van dieren wordt binnen 24 uur na aan-, afvoer of sterfte in het I&R-systeem gemeld. Alle meldingen moeten correct zijn gedaan in het I&R systeem. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s (www.wetten.overheid.nl)
Gewasbeschermingsmiddelen
Er zijn alleen toegestane gewasbeschermingsmiddelen gebruikt. Toegestaan volgens de databank van College voor Toelating van Bestrijdingsmiddelen (CTB) (www.ctb-wageningen.nl). Aan te tonen met afleverbonnen. Hygiënecode kalverhouderij.
Gewasbeschermingsmiddelen zijn, indien aanwezig, in een gesloten kast of ruimte, apart van dieren, diergeneesmiddelen, R&O middelen en voedermiddelen opgeslagen. Hygiënecode kalverhouderij.
Wachttijden van gewasbeschermingsmiddelen zijn in acht genomen. Moet aantoonbaar gemaakt worden aan de hand van de perceeladministratie Hygiënecode kalverhouderij, Bovenwettelijke invulling van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden (www.wetten.overheid.nl).
Aankoop en leverbonnen van gewasbeschermingsmiddelen zijn in de administratie opgenomen. Hygiënecode kalverhouderij.
Huisvesting
In de ruimte waar vleeskalveren gehuisvest zijn, worden geen andere landbouwhuisdieren dan runderen gehouden. Vleesvee, fokkalveren etc. behoren ook tot de categorie 'andere landbouwhuisdieren'. IKB Vleeskalveren 2008.
De stallen / dierverblijven worden geventileerd. Besluit houders van dieren.
De stal is voorzien van licht doorlatende delen die ten minste 2% van het vloeroppervlak van de stal beslaan. Lichtdoorlatend materiaal is schoon. Alle oppervlaktes / delen die licht doorlaten worden meegerekend, tenzij de normale afsluitwijze van dit deel (deur / luik / gordijn) niet lichtdoorlatend is. Delen moeten gelijkmatig over de stal verspreid zijn. Besluit houders van dieren.
Het mestopvangsysteem in de dierverblijven is zodanig dat kalveren schoon blijven. Besluit houders van dieren.
Zieke en gewonde kalveren kunnen indien nodig worden geïsoleerd in adequate lokalen (eenlingbox/ ziekenbox) met indien nodig droog en comfortabel strooisel. De vereiste ruimte beslaat minimaal 1 procent van de kalverplaatsen, met een minimum van 1 plaats. Indien ruimte niet standaard aanwezig is, maar gecreëerd wordt, dan moet dit aantoonbaar zijn. Besluit houders van dieren.
Dierruimtes, voerruimtes, voerkeukens e.d. zijn visueel schoon. Besluit houders van dieren.
Eenlingboxen worden alleen gebruikt voor kalveren niet ouder dan 8 weken of als ziekenboxen op voorschrift van een dierenarts. Niet van toepassing als een dierenarts heeft verklaard dat het kalf in verband met zijn gezondheid of gedrag moet worden geïsoleerd om te worden behandeld. Besluit houders van dieren.
De breedte van de eenlingboxen is minimaal gelijk aan de schofthoogte van het kalf. De schofthoogte wordt gemeten terwijl het kalf rechtop staat. Besluit houders van dieren.
De lengte van een eenlingbox is ten minste 1,1 maal de lengte van het kalf. De lengte van het kalf wordt gemeten van de neuspunt tot aan de achterkant van de zitbeenknobbel. Besluit houders van dieren.
De zijwanden van een eenlingbox zijn opengewerkt zodanig dat dieren elkaar kunnen zien en aanraken. Niet van toepassing op eenlingboxen voor zieke dieren. Besluit houders van dieren.
Indien niet in eenlingboxen gehuisvest is het vloeroppervlak per kalf (levend gewicht) minimaal: bij gewicht < 150 kg: 1,5 m2; bij gewicht > 150 kg; 1,8 m2. Besluit houders van dieren.
Kalveren moeten kunnen liggen op een vloer die is ingestrooid of is voorzien van een kunststof mat, houten latten rooster of rubber toplaag. Voor rosé stierkalveren geldt dit voorschrift tot een leeftijd van 2 maanden. Besluit houders van dieren.
De vloeren zijn stroef, zonder scherpe uitsteeksels. Besluit houders van dieren.
Er is verlichting in de stal aanwezig om de vleeskalveren te allen tijde te kunnen inspecteren. De verlichting moet van zodanige sterkte zijn dat de vleeskalveren goed te zien zijn. Besluit houders van dieren.
Er zijn geen scherpe randen of scherpe uitsteeksels aanwezig in de stallen en/of dierverblijven die kalveren kunnen verwonden (geldt ook voor hekken en wanden die gebruikt worden bij het verplaatsen van de kalveren). Richtlijn 98/58/EG van de Raad van 20 juli 1998 inzake de bescherming van voor landbouwdoeleinden gehouden dieren.
Diergezondheid
Voor de bewaking van de gezondheid van de dieren is een overeenkomst gesloten met een door Geborgde Vleeskalverendierenarts gecertificeerde dierenarts en deze overeenkomst is inzichtelijk via InfoKalf (https://infokalf.skv.info) Kalverhouder heeft met de dierenarts de Overeenkomst kalverhouder, kalvereigenaar en Geborgde Vleeskalverendierenarts (conform Bijlage I van het Reglement Geborgde Vleeskalverendierenarts) gesloten. Er mag slechts één overeenkomst per diersoort, per UBN afgesloten worden. De overeenkomst is digitaal inzichtelijk via InfoKalf. Regeling diergeneesmiddelen (www.overheid.nl).
De kalverhouder heeft ervoor gezorgd dat de dierenarts minimaal 1 maal per kwartaal het bedrijf bezoekt. Het is ook toegestaan om 2x per half jaar de dierenarts het bedrijf te laten bezoeken. Voor een klinische inspectie en bedrijfsbegeleiding (op grond van bijvoorbeeld productiegegevens, AM en PM keuringsresultaten). Aan te tonen door bezoekersrapportage dierenarts. Regeling diergeneesmiddelen.
Zieke dieren zijn, indien nodig, ondergebracht in ruimte voor zieke en gewonde dieren. Ruimte voldoet aan voorwaarden huisvesting. Zieke dieren zijn op verklaring dierenarts (bezoekrapportage), dieren met zware kreupelheden, dieren met zware verwondingen en sterk verzwakte dieren als gevolg van ziekte of anderszins. Besluit houders van dieren.
De kalverhouder bewaakt het hemoglobinegehalte van de blanke vleeskalveren. Bewaken kan door bloedonderzoeken en/of toediening van ijzer. Deelnemer kan dit schriftelijk aantonen via leverbonnen van ijzerpreparaten of de uitslagen van onderzoek. N.v.t. op rosé vleeskalveren. Besluit houders van dieren.
Diergeneesmiddelen
Toediening diergeneesmiddelen gebeurt volgens de bijgeleverde gebruiksvoorschriften (toedieningswijze en duur dosering, wachttijd). Regeling diergeneesmiddelen, Besluit houders van dieren.
Er worden alleen schone en werkende bedrijfseigen hulpmiddelen gebruikt bij het toedienen van diergeneesmiddelen. Indien dierenarts eigen schone hulpmiddelen gebruikt is dit ook toegestaan. Hygiënecode kalverhouderij.
Eventuele niet zichtbare afwijkingen als gevolg van toedienen van diergeneesmiddelen (bv. door een naald) zijn, indien bekend, gemeld aan het slachthuis. Afwijkingen worden gemeld op de afleververklaring met locatie van afwijking plus identificatie dier. IKB Vleeskalveren 2008.
Er is een bedrijfsbehandelplan. Het bedrijfsbehandelplan moet voldoen aan de volgende criteria: - op een duidelijke manier is aangegeven dat het betreffende document bedrijfsbehandelplan heet; - het bedrijfsbehandelplan dient te zijn voorzien van een datum van uitgifte. Besluit houders van dieren.
Er zijn alleen antimicrobiële middelen op het bedrijf aanwezig die staan vermeld in het bedrijfsbehandelplan (BBP) óf er moet een onderbouwing (schriftelijk verslag) aanwezig zijn die door de dierenarts is opgemaakt. Regeling diergeneesmiddelen.
De kalverhouder heeft voorgeschreven UDD-/UDA-diergeneesmiddelen voor de vleeskalveren uitsluitend afgenomen van de dierenarts waarmee hij een overeenkomst heeft gesloten, of van de apotheek van de praktijk van de dierenarts waarmee hij een overeenkomst heeft afgesloten. Indien er bij een spoedgeval een andere dierenarts wordt ingeschakeld, die UDD- / UDA-diergeneesmiddelen afgeeft, moet er een visitebrief aanwezig zijn waarin staat vermeld dat het een spoedconsult betrof. Bovenwettelijke invulling van de Regeling diergeneesmiddelen.
De kalverhouder heeft UDD-diergeneesmiddelen voor de vleeskalveren uitsluitend laten toepassen door de dierenarts waarmee hij een overeenkomst heeft gesloten, of diens vervanger. Onder voorwaarden mogen sommige antibiotica, op voorschrift van de dierenarts, zelf door kalverhouder worden toegepast. Deze voorwaarden zijn minimaal een instructie van de dierenarts (voor tweede keus antibiotica) en / of vermelding in het bedrijfsbehandelplan. Bovenwettelijke invulling van de Regeling diergeneesmiddelen.
Er zijn slechts voor runderen geregistreerde diergeneesmiddelen op het bedrijf aanwezig. Indien sprake is van voorgeschreven middelen volgens de cascaderegeling (incl. buitenlandse diergeneesmiddelen) voor runderen: er is een verklaring van de dierenarts aanwezig voor het toepassen van deze middelen. Indien op het bedrijf meerdere diersoorten worden gehouden mogen diergeneesmiddelen aanwezig zijn die voor deze diersoorten zijn geregistreerd. Deze moeten per diersoort apart worden bewaard. IKB Vleeskalveren 2008, Bovenwettelijke invullingregeling van het Besluit houders van dieren.
De aanwezige URA-diergeneesmiddelen zijn afkomstig van een toegelaten verkoopkanaal. Aantonen met. afleverbonnen. Toegelaten verkoopkanaal: medicijnen zijn afkomstig van de dierenarts zelf, een openbare apotheker of een leverancier met een afleververgunning van gekanaliseerde middelen. Bovenwettelijke invulling van het Besluit houders van dieren en van de Regeling diergeneesmiddelen.
Diergeneesmiddelen zijn in een gesloten kast / ruimte gescheiden van dieren en / of voeders opgeslagen. Kast of ruimte moet met een deur afgesloten of gescheiden zijn. Deze hoeft niet op slot te zijn. In deze kast of ruimte mogen alléén diergeneesmiddelen worden opgeslagen. Hygiënecode kalverhouderij.
Diergeneesmiddelen zijn per diersoort opgeslagen. Diersoort: runderen, varkens, pluimvee, etc. Binnen 1 (koel)kast verschillende compartimenten of planken per diersoort is toegestaan. IKB Vleeskalveren 2008, Bovenwettelijke invulling van het Besluit houders van dieren.
De kalverhouder heeft geen volledige koppelkuur antibiotica op voorraad. Op voorraad: termijn tussen ontvangst koppelkuur en gebruik koppelkuur is maximaal 2 werkdagen. Gebruik is aantoonbaar door recept of/ bezoekersrapportage dierenarts. Bij annulering of wijziging koppelkuur of uitgifte 2 kuren in 1 keer dient de dierenarts waarmee een overeenkomst is getekend in het bezoekersverslag een reden aan te geven. UDD-regeling (Stcrt. 2013, 23390).
De kalverhouder stelt i.s.m. de dierenarts en eventueel vertegenwoordiger van de kalvereigenaar jaarlijks een bedrijfsgezondheidsplan op. Jaarlijks: 1x per kalenderjaar. UDD-regeling.
Het bedrijfsgezondheidsplan is voorzien van de naam en de handtekening van de kalverhouder en de dierenarts en, indien hier sprake van is, de vertegenwoordiger van de kalvereigenaar. UDD-regeling.
Het bedrijfsgezondheidsplan is voorzien van het UBN van het bedrijf. UDD-regeling.
Het bedrijfsgezondheidsplan is voorzien van de datum waarop het bedrijfsgezondheidsplan is opgesteld. UDD-regeling.
Het bedrijfsgezondheidsplan beschrijft welke aspecten van de bedrijfsgezondheid aandachtspunten zijn of verbetermaatregelen nodig hebben. Hierbij worden de volgende aspecten overwogen: – verteringsproblemen tijdens de startperiode; – verteringsproblemen tijdens de mestperiode; – luchtwegaandoeningen tijdens de startperiode; – luchtwegaandoeningen tijdens de mestperiode; – overige aandoeningen die zich op het bedrijf voordoen; – uitval tijdens de startperiode; – uitval tijdens de mestperiode; – groei van de dieren; – achterblijvers of onvolwaardige groei; – medicijngebruik voor individuele behandelingen; – medicijngebruik voor koppelbehandelingen; – vleeskleur; – overige aspecten die relevant zijn voor het bedrijf. Aanvullende bovenwettelijke invulling van de UDD-regeling.
Er is actueel een bedrijfsgezondheidsplan aanwezig. Actueel betekent daterend uit het lopende kalenderjaar of ten minste het voorgaande kalenderjaar. UDD-regeling
De kalverhouder gebruikt geen cefalosporinen voor de behandeling van vleeskalveren. Voorschrift geldt zowel voor individuele behandelingen als koppelbehandelingen. IKB Vleeskalveren 2008.
De kalverhouder heeft geen derde keus middelen antibiotica op het bedrijf op voorraad. Derde keus middelen zijn middelen die zoals genoemd in het document 'Overzicht derde keus middelen' gepubliceerd door de SDa in mei 2012. Op voorraad: termijn tussen ontvangst van een derde keuze middel en het gebruik van het derde keuze middel is maximaal 2 werkdagen. Gebruik is aantoonbaar door recept / bezoekersrapportage dierenarts. Bij annulering / wijziging behandeling: dierenarts waarmee een overeenkomst is getekend dient in bezoekersverslag reden aan te geven. " UDD-regeling.
Bij individuele behandeling (m.i.v. dag 1) na het opzetten van de eerste kalveren van de lopende ronde is ten minste het volgende, per kalf, genoteerd in het logboek: – naam diergeneesmiddel of registratienummer; – Gebruikte hoeveelheid diergeneesmiddel (dosering per dier); – werknummer; – behandeldagen. Het 'Registratieformulier individuele behandelingen'. Dit formulier is te vinden op www.kalversector.nl. Registratie is niet verplicht indien de wachttermijn 0 dagen bedraagt. Werknummer: Of, indien noodzakelijk i.v.m. tracering, ID-code volledig. Bij behandeldagen heeft de kalverhouder de keuze tussen het noteren van de startdatum met het aantal behandeldagen of het noteren van de data van de behandeldagen. Bovenwettelijke invulling van het Besluit houders van dieren en de Regeling diergeneesmiddelen.
Diergeneesmiddelen die verloren gaan op een andere wijze dan door toediening zijn in het logboek geregistreerd. Genoteerd moeten worden: de datum, naam diergeneesmiddel, verloren gegane hoeveelheid en wijze van verloren gaan Regeling diergeneesmiddelen.
Verslagen van dierenartsbezoeken die door de dierenarts worden achtergelaten bij de kalverhouder, worden door de kalverhouder bewaard. Dit mag ook middels een doordruk of een kopie (evt. digitaal). Regeling diergeneesmiddelen.
Overig
Kadavers zijn volgens de geldende regelgeving gemeld bij destructiebedrijf. Geldende regelgeving: Gezondheids- en welzijnswet voor dieren of Wet Dieren. Hygiënecode kalverhouderij, Bovenwettelijke invulling van de Regeling dierlijke bijproducten (wetten.overheid.nl).
Kadavers zijn direct na ontdekken ter destructie aangeboden op de aanbiedingsplaats voor kadavers. Hygiënecode kalverhouderij, Bovenwettelijke invulling van de Regeling dierlijke bijproducten.
Kadaveropslag en aanbiedings-plaats zonder kadavers zijn te allen tijden visueel schoon. Visueel schoon: geen aanwezigheid van dierlijke resten of andere afvalstoffen. Hygiënecode kalverhouderij
Er is een verharde reinigbare aanbiedingsplaats voor kadavers aanwezig. Verhard: klinkers, tegels, asfalt of beton. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s, Bovenwettelijke invulling van de Regeling dierlijke bijproducten.
De aanbiedingsplaats voor kadavers is af te dekken (bv. met de kadaverstolp). Zodanig dat de kadavers niet zichtbaar zijn voor passanten en niet vrij toegankelijk zijn voor vogels, knaagdieren, honden, katten, etc. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s, Bovenwettelijke invulling van de Regeling dierlijke bijproducten.
Restanten van chemicaliën inclusief direct verpakkingsmateriaal worden afgevoerd via de lokale voorzieningen. Chemicaliën: gewasbeschermingsmiddelen, R&O middelen, dierbehandelingsmiddelen, verf, diergeneesmiddelen, enz. Toegestane lokale voorzieningen: afvoer via chemobox, afvoer door afgifte bij gemeentelijke afvalverzamelpunt. Milieuregelgeving (www.ilent.nl), Bovenwettelijke invulling van Verordening (EG) nr. 852/2004.
Op het bedrijf zijn REOB gecertificeerde brandblusmiddelen beschikbaar. De brandblusmiddelen moeten onderhouden worden door REOB gecertificeerde onderhoudsbedrijven voor blusmiddelen. Na iedere onderhoudsbeurt wordt de gele sticker op het brandblusmiddel vervangen. REOB gecertificeerde bedrijven zijn te vinden op: http://cibv.nl/erkende-bedrijven/ of http://www.kiwa.nl/gecertificeerde-bedrijven.aspx. IKB Vleeskalveren 2008.
Bij volledige mechanische ventilatie en afwezigheid mogelijkheid tot natuurlijke ventilatie: Er is een noodstroomaggregaat op het bedrijf aanwezig inclusief werkend alarmsysteem voor stroomuitval. Andere noodvoorziening is ook toegestaan. Besluit houders van dieren.
Calamiteiten en klachten zijn geregistreerd (omschrijving van calamiteit en corrigerende maatregel). Calamiteiten en klachten: uitval ventilatie, brand, water- of bodemvervuiling, achtergebleven naalden, klacht van slachterij over vieze dieren. Hiervoor is een formulier beschikbaar op het bedrijf. Onveilige situaties worden beschreven in Verordening (EG) nr. 178/2002 van 28 januari 2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving. IKB Vleeskalveren 2008.
Bedrijfshygiëne
Voldoende ontsmettingsmiddelen, minimaal halve liter van het middel aanwezig op het bedrijf. Voor de meest actuele lijst van toegelaten ontsmettingsmiddelen (desinfecteermiddelen) voor transportmiddelen wordt verwezen naar de databank van College voor Toelating van Bestrijdingsmiddelen op internet: www.ctbg.nl. Bovenwettelijke invulling van de Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s.
Er is een R&O (Reiniging en Ontsmetting) plaats aanwezig. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s.
De R&O plaats beslaat de gehele lengte van een vervoerseenheid. Vervoerseenheid: uitgaande van een transportmiddel met aanhanger. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s.
Bij de R&O plaats kan voldoende verlicht worden. Onder voldoende verlicht wordt verstaan, zodanig dat te allen tijden R&O uitgevoerd kan worden. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s.
De R&O plaats is zodanig aangelegd dat water en eventueel andere vloeistoffen die bij de reiniging en ontsmetting worden gebruikt, niet in grond- of oppervlakte water terecht kunnen komen. De plaats is voorzien van een zodanige afvoer dat water en eventueel andere vloeistoffen die bij de reiniging en ontsmetting worden gebruikt, niet in het grond- of oppervlaktewater terecht kunnen komen. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s.
Op de R&O plaats kan voldoende water onder druk worden geleverd voor reiniging en ontsmetting van de vervoerseenheid. Er is een werkende hoge druk spuit aanwezig of een werkende pomp die zorgt voor extra waterdruk. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s.
R&O middelen zijn in een gesloten kast of ruimte, apart van dieren, diergeneesmiddelen, gewasbeschermingsmiddelen en voedermiddelen opgeslagen. Bovenwettelijke invulling van Verordening (EG) nr. 852/2004.
Op het bedrijf zijn de aankoop- en afleverbewijzen van R&O middelen aanwezig. Deze voorwaarde is alleen van belang als er geen voorraad R&O middelen aantoonbaar is. Bovenwettelijke invulling van Verordening (EG) nr. 852/2004.
Verbeterplan structureel veel gebruik antibiotica
Kalverhouder dient binnen 3 maanden na de datum genoemd in de berichtgeving dat het bedrijf in de categorie 'Structureel Veelgebruik, fase 1' of 'Structureel Veelgebruik, fase 2' valt een driehoeksoverleg over het BGP te organiseren met de kalverhouder, kalvereigenaar (vertegenwoordiger) en de dierenarts, het bedrijfsgezondheidsplan te vernieuwen en op te sturen naar de CI. Het dossier bevat ten minste: – de opgestelde bedrijfsgezondheidsplannen; – een uitslag van de analyse van een monster uit de melkleiding waaruit blijkt dat minder dan 1.000 kve/ml Enterobacteriacea aanwezig waren in de melkleiding; – de verklaring van de monsternemer dat het monster, behorende bij de bovengenoemde analyse uitslag, op voorgeschreven wijze uit de melkleiding is genomen. Indien van toepassing bevat het dossier: – een of meerdere onderbouwingen voor de antibioticabehandelingen die zijn verstrekt; – bij verstrekking koppelkuur: de verklaring van de dierenarts dat er voldoende individueel is behandeld voordat is overgegaan tot een koppelbehandeling, dan wel dat er sprake is van een progressief ziekteverloop waarbij in de laatste 24 uur sprake was van 4% of meer nieuwe ziektegevallen. IKB Vleeskalveren 2008.
Indien gedurende een aaneengesloten periode van 5 dagen 10% of meer dieren in het koppel ziek wordt, dient de dierenarts een verklaring af te geven dat er voldoende individueel is behandeld en dat een koppelkuur moet worden ingezet. IKB Vleeskalveren 2008.
Indien sprake is van een progressief ziekteverloop waarbij in de laatste 24 uur een toename is van 4% of meer nieuwe ziektegevallen, dient de dierenarts een verklaring af te geven dat er sprake is van een progressief ziekteverloop met een toename van 4% of meer zieke kalveren in de laatste 24 uur. In de bepaling van de toename van het ziekteverloop dienen de kalveren die gedurende deze periode zijn uitgevallen te worden meegenomen. IKB Vleeskalveren 2008.
Bedrijven die meerdere leeftijdsgroepen kalveren houden, dienen binnen 3 maanden na de datum genoemd in de berichtgeving dat het bedrijf in de categorie 'Structureel Veelgebruik, fase 2' valt, nader onderzoek te laten verrichten betreffende (recidiverende) longproblemen. Dit kan door middel van: – een (gepaard) bloedonderzoek van 5 representatieve dieren per leeftijdsgroep, of; – het nemen van neusswabs van 5 representatieve dieren, of; – het laten uitvoeren van sectie bij de Gezondheidsdienst voor Dieren. Onafhankelijk van stal of compartiment. Indien binnen drie maanden geen ziekteverschijnselen worden vertoond, is een verklaring dierenarts over gezondheid koppel verplicht om onderzoek te mogen verschuiven naar eerst volgend moment dat ziekteverschijnselen worden geconstateerd. IKB Vleeskalveren 2008.
Kalverhouder dient binnen 3 maanden na de datum genoemd in de berichtgeving dat het bedrijf in de categorie 'Structureel Veelgebruik, fase 2' valt, een bedrijfsanalyse op te stellen aan de hand van de 'Uitgebreide checklist' en deze op te sturen naar de CI. Deze checklist is te downloaden via www.kalversector.nl. IKB Vleeskalveren 2008.
Transport
Alle aangevoerde in NL geboren nuka's, die niet rechtstreeks van een rundveebedrijf van geboorte zijn aangevoerd, dienen te zijn verzameld op een deelnemend, erkend verzamelcentrum. Alle nuka’s moeten rechtstreeks afkomstig zijn van een Nederlands rundveebedrijf of van een deelnemend, erkend verzamelcentrum. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s
Ieder kalf dient vanaf het moment van opzet tot 3 weken na de opzetdatum gehuisvest te worden in een ruimte met een temperatuur van minimaal 15 °C. De temperatuur in de huisvesting van kalveren tot 3 weken na opzet moet > 15°C is. Indien de buitentemperatuur -5°C of minder bedraagt, dient de temperatuur > 10°C te zijn. Per 200 gehuisveste kalveren moet 1 meting in het midden van een babybox, op hoogte van 25 cm boven een staand kalf verricht worden. Bovenwettelijke invulling van het Besluit houders van dieren.
Alle (deel)koppels met gewicht onder 42 kg dienen tot 2 weken na aanvoer van het kalf 3 maal daags te worden gevoerd (verspreid over een periode van 12 uur of meer). Bovenwettelijke invulling van het Besluit houders van dieren.
Alle personen die bedrijfsmatig op het schone (bedrijfs-) gedeelte en in de stallen – waarin dieren zijn gehuisvest – komen, moeten gebruik maken van de hygiënesluis en schone bedrijfskleding en – schoeisel aantrekken, voordat het schone (bedrijfs-) gedeelte en de stallen betreden worden. Alleen personen behorende bij het transportmiddel, die niet in de stal komen, mogen over het bedrijfsgedeelte van het erf rijden zonder gebruik te maken van de hygiënesluis. Een persoon die bedrijfsmatig het bedrijfsgedeelte betreedt is een ieder die per week meerdere veehouderijbedrijven bezoekt en hierbij ook in de stallen – waarin dieren zijn gehuisvest – komt. Hieronder vallen ook personen die op andere bedrijven in stallen komen (bv. buurman melkveehouder). Bedrijfsgedeelte (zie B007): het gedeelte van het perceel waar zich de kalverhouderij bevindt aangevuld met het gedeelte van het perceel waar verkeer van personen en/of transport van kalveren, voer en materialen tussen stallen / afdelingen plaatsvindt. Dit voorschrift is niet van toepassing voor transporteurs van kalveren. IKB Vleeskalveren 2008.
De hygiënesluis is voorzien van een handenwasgelegenheid met warm en koud-, stromend water, zeep / desinfectans, papieren handdoeken en schoon schoeisel en schone bedrijfseigen kleding. De handenwasgelegenheid bevindt zich bij voorkeur in het schone gedeelte van de hygiënesluis en zo dicht mogelijk bij de fysieke barrière. Bedrijfseigen kleding en – schoeisel zijn bijvoorbeeld overalls, laarzen of klompen. IKB Vleeskalveren 2008.
De kalverhouder reinigt minimaal 1x per 4 weken de melkleiding. Controleer via de registratie van de kalverhouder of de melkleidingen minimaal 1x per 4 weken zijn gereinigd met een reinigingsmiddel. In het geval van rosé start / afmest waarbij het melkleidingsysteem niet gebruikt wordt, hoeft het melkleidingsysteem niet gereinigd te worden. Onder melkleiding wordt verstaan elk systeem waarmee melk aan de kalveren wordt gevoerd, zoals melkleidingsystemen, rijdende mengers, voerslangen en drinkautomaten. Bovenwettelijke invulling van Verordening (EG) nr. 852/2004.
De kalverhouder houdt een register bij van de reinigingsbeurten. In het register staan ten minste de datum en het gebruikte reinigingsmiddel vermeld. Gecontroleerd moet worden of in het register ten minste de datum en het gebruikte reinigingsmiddel genoteerd staan. Bovenwettelijke invulling van Verordening (EG) nr. 852/2004.
Als een kalverhouder kalveren opzet, die al op een ander bedrijf zijn gestart, worden deze kalveren aangevoerd van maximaal 4 verschillende UBN’s. Indien niet aan dit voorschrift kan worden voldaan dient aan het hierop volgend voorschrift te worden voldaan. IKB Vleeskalveren 2008.
Als een kalverhouder kalveren opzet, die al op een ander bedrijf zijn gestart, wordt in 1 compartiment eerder gestarte kalveren van maximaal 2 verschillende UBN's gehuisvest. Een compartiment is een ruimte die door vloer, plafond en wanden / muren van vloer tot plafond gescheiden is van andere ruimtes. Het is toegestaan dat in de wand / muur een deur is aangebracht. Deze deur mag slechts geopend zijn tijdens doorgang, zodat de luchtcirculatie van 1 compartiment niet direct verbonden is met een ander compartiment / ruimte waarin kalveren zijn gehuisvest. Indien niet aan dit voorschrift kan worden voldaan dient aan het vorige voorschrift te worden voldaan. IKB Vleeskalveren 2008.

Bijlage 3. behorende bij artikel 4.3.1. van de Regeling Europese EZ-subsidies

Een welzijnsvriendelijke stalvloer bestaat uit een roostervloer met een indrukbare toplaag die meer ligcomfort biedt dan de gangbare vloeren voor vleeskalveren.

Hierbij bedekt de indrukbare toplaag de (harde) roosterbalken volledig. Voor de stevigheid wordt de toplaag fabrieksmatig verankerd aan de ondervloer of, via knelling of anderszins doelmatig gefixeerd aan de ondervloer, zodanig dat deze niet kan verschuiven of bij gebruik door de kalveren van de ondervloer los kan raken. Bij gebruik van harde bevestigings- materialen zijn deze ten minste 5 mm onder het loopoppervlak verzonken zodat de dieren zich hier niet aan kunnen verwonden. Voor een goede reiniging zijn de mest- en urine afvoerende spleten van de steunvloer en indrukbare toplaag volledig op elkaar afgestemd.

De fabrikant geeft op deze vloer ten minste 5 jaar garantie op slijtage, productiefouten en beschadiging bij normaal gebruik.

• beschadigingen: 0, + of ++
• slijtvastheid: + of ++
• vervormbaarheid: ++
Balkbreedte (inclusief toplaag) mm Effectieve spleetbreedte (inclusief toplaag) mm
Blank vlees & opfok rosé kalf (bij opzet jonger dan 10 weken) 80 – 130 27 – 30
Afmest rosé kalf (bij opzet ouder dan 10 weken) 80 – 140 30 – 35

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 5.4.4. Schakelbepaling

Voor het programma, bedoeld in artikel 5.4.1, tweede lid, is paragraaf 5.2, met uitzondering van de artikelen 5.2.2, 5.2.6, onderdeel b, en 5.2.8, van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor ‘de managementautoriteit’ telkens wordt gelezen: ‘de Minister’.

Artikel 5.4.5. Hoogte van de subsidie

De subsidie, bedoeld in artikel 5.4.1, tweede lid, bedraagt ten hoogste 15 procent van de subsidiabele kosten van het project.

Hoofdstuk 6. Overige bepalingen en slotbepalingen

Bijlage 1. behorende bij artikel 1.9 Regeling Europese EZ-subsidies

2. Procedure voor het gebruik van de documenten, bedoeld onder 1, onderdelen a, b en c

Het in samenhang bezien van de verschillende bewijsstukken strekt er mede toe de authenticiteit van het geconverteerde document of de gegevensdrager te waarborgen en dat hierop voor controledoeleinden kan worden vertrouwd.

3. Procedure voor het bewaren van stukken die uitsluitend in een elektronische versie bestaan, bedoeld in 1, onderdeel d

Indien een subsidieontvanger gebruik maakt van elektronische documenten waarbij uitsluitend een elektronische versie bestaat, worden de geautomatiseerde systemen voorzien van beheers- en beveiligingsmaatregelen die de betrouwbaarheid, authenticiteit en integriteit van de elektronische gegevens gedurende de gehele vereiste bewaartermijn waarborgen. Het is aan de subsidieontvanger om dit aan te tonen. Voor een tweetal veel voorkomende situaties zijn de voorschriften hieronder uitgewerkt:

Bijlage 2. behorende bij artikel 4.2.2, vijfde lid, Regeling Europese EZ-subsidies

Bestaande voorschriften kwaliteitssysteem kalfsvleessector

Voorschrift Interpretatie Bron
Algemeen
Er is een actuele door de certificerende instantie (hierna: ‘CI’) gewaarmerkte plattegrond van het bedrijf aanwezig. De plattegrond geeft voor zover van toepassing alle ruimten, de perceelgrenzen- en toegangen, bedrijfsgedeelte, de situering silo's (inclusief silonummers), mestopslag, opslag en aanbiedingsplaats destructiemateriaal, medicijnopslag, opslag van reinigings-, desinfectie- en ongediertebestrijdingsmiddelen, aggregaat, hygiënesluis, de gebruikelijke loop- en rijroutes, de afmetingen van de stallen en per stal het aantal afdelingen en aantal hokken en de hoeveelheid kalveren die per hok mogen zijn gehuisvest, gebaseerd op 1,8 m2/kalf aan. Indien het bedrijf nuchtere kalveren (nuka’s) opzet tot max. 15 weken (startbedrijf), dan mag een plattegrond op basis van 1,5 m2/kalf worden opgesteld. De totale hoeveelheid kalveren die op het bedrijf mag worden gehuisvest is eveneens aangegeven. Het bedrijfsgedeelte is het gedeelte van het perceel waar zich de kalverhouderij bevindt aangevuld met het gedeelte van het perceel waar verkeer van personen en/of transport van kalveren, voer en materialen tussen stallen / afdelingen plaatsvindt. De plattegrond is aangepast aan de laatste stand van zaken. IKB Vleeskalveren 2008 (www.Kalversector.nl ).
De rapportages en certificaten van de inspecties van de drie voorgaande jaren zijn beschikbaar. IKB Vleeskalveren 2008, Bovenwettelijke invulling van Verordening(EG) nr. 852/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake levensmiddelenhygiëne.
Hygiëneregels en plattegrond (met bedrijfsgedeelte en looproutes) zijn zichtbaar aanwezig in hygiënesluis voor medewerkers en bezoekers en worden toegepast. Op schrift gestelde hygiëneregels, aanwezig in de hygiënesluis bevatten minimaal de volgende meldingen: alleen beroepsmatige betreding van het deel van het bedrijf waar dieren staan, alleen na omkleden in hygiënesluis betreden van het schone (bedrijfs-) gedeelte, alleen bij toestemming eigenaar is betreding mogelijk, voor betreden melden bij eigenaar. U kunt hiervoor het voorbeeld formulier 'Hygiëneregels Kalverhouderij' gebruiken. Dit formulier is te vinden op www.kalversector.nl. IKB Vleeskalveren 2008.
Het bedrijfseigen personeel is adequaat opgeleid. Geldt alleen voor personeel dat in dienst is. Adequaat: ten minste opleiding op minimaal MBO niveau of 1 jaar werkervaring in de intensieve kalverhouderij, of anders onder verantwoordelijkheid van iemand met genoemde kwalificaties. Arbeidsomstandigheden-wet (wetten.overheid.nl).
Het bedrijf verkeert in goede staat van onderhoud. Heeft betrekking op toegangswegen tot bedrijfsgedeelte, dierverblijven en voerkeuken. Goede staat is: geen lekkages, geen zwaar achterstallig onderhoud, bestrating en/of verharding in redelijke staat (geen kuilen), geen open of loshangende elektrische bedrading. Bijlage 2 van Richtlijn 91/629/EEG tot vaststelling van minimumnormen ter bescherming van kalveren. QS (Quality Scheme for food, www.q-s.de).
Materialen in de stal waar de vleeskalveren mee in aanraking komen, zijn niet schadelijk voor de vleeskalveren en kunnen worden gereinigd en ontsmet. Er mag bijvoorbeeld geen sprake zijn van contact van de vleeskalveren met zware metalen (lood, kwik, cadmium). Bijlage 2 van Richtlijn 91/629/EEG.
Het bedrijf maakt een visueel schoon en opgeruimde indruk. Opgeruimde indruk: geen onnodig aanwezige materialen, maar alleen materialen aanwezig van werkzaamheden van desbetreffende werkdag. Visueel schoon: ten minste geen visueel zichtbare restanten aanwezig op bijvoorbeeld koelkast, weegschaal, bureau etc. De hygiënecode kalverhouderij is opgenomen in de regeling IKB Vleeskalveren gebaseerd op de verordening (EG) nr. 852/2004.
Het bedrijfsgedeelte en de stallen met directe toegang tot de dieren kunnen niet zonder meer betreden worden. Niet zonder meer betreden: bijvoorbeeld door borden met de melding ‘geen vrije toegang tot stallen’ bij de ingang of door linten, kettingen, etc. Zodanig dat geen ongehinderde toegang verschaft kan worden. Hygiënecode kalverhouderij.
Om het principe van schone (bedrijfs-) en vuile (externe) gedeelte op het bedrijf toe te kunnen passen is het noodzakelijk dat: – er een duidelijk zichtbare lijn (of gespannen draad) op vloerhoogte van het erf is geplaatst, zodat verkeer van transportmiddelen niet belemmerd wordt; OF – er een zodanig duidelijke aanduiding aanwezig is dat een bezoeker zich dient te melden, en door de hygiënesluis moet, voordat het schone (bedrijfs-) gedeelte betreden wordt; OF – er een fysieke afscheiding (bijv. sloot, heg of hek) aanwezig is op de grens van het schone (bedrijfs-) en / of vuile (externe) gedeelte. IKB Vleeskalveren 2008, \Bovenwettelijke invulling van Verordening (EG) nr. 852/2004.
Er is een bijgehouden bezoekersregister, per locatie, aanwezig met daarin naam, bedrijfsnaam en datum van bezoek. Bezoekers die de stallen betreden dienen in het register te worden opgenomen. Transporteurs die dieren komen laden of lossen kunnen het register tekenen. Transporteurs dienen in plaats van voormelde gegevens de volgende informatie te noteren in het register: – datum transport; – Naam transportonderneming. Hygiënecode kalverhouderij.
Ongediertebestrijding
Ongedierte wordt geweerd en waar nodig bestreden. Indien overlast van ongedierte aanwezig blijft, is een gediplomeerd ongediertebestrijdingsbedrijf ingeschakeld. Ongedierte: ratten, muizen en vliegen. Hygiënecode kalverhouderij.
Er dient op het bedrijf een plattegrond aanwezig te zijn waarop is aangegeven waar lokdozen en bestrijdings-middelen zich bevinden. Dit voorschrift is niet van toepassing als er geen ongedierte aanwezig is en bestrijding niet uitgevoerd wordt. IKB vleeskalveren 2008.
Er zijn alleen toegestane ongediertebestrijdingsmiddelen aanwezig, die in een gesloten kast en apart van dieren, diergeneesmiddelen en voedermiddelen worden opgeslagen. Toegestane ongediertebestrijdingsmiddelen: de meest actuele lijst van toegelaten ongediertebestrijdingsmiddelen zoals opgenomen in de databank van College voor Toelating van Bestrijdingsmiddelen: www.ctb-wageningen.nl. Hygiënecode kalverhouderij.
Het bestrijdingsmiddel voor ratten en muizen wordt in daarvoor geschikte lokdozen aangeboden. Lokdozen dienen gesloten zijn. Hygiënecode kalverhouderij.
De vleeskalveren hebben geen toegang tot bestrijdingsmiddelen. Hygiënecode kalverhouderij.
Op het bedrijf zijn de aankoop en leverbonnen van alle op het bedrijf aanwezige ongediertebestrijdingsmiddelen aanwezig. Hygiënecode kalverhouderij.
Aan- en afvoer van dieren
Alle aanwezige dieren zijn voorzien van 2 oormerken. 1 oormerk is toegestaan. Als er geen oormerk is, dient de aanvraag tot nieuwe oormerken aanwezig te zijn. Regeling identificatie en registratie van dieren (wetten.overheid.nl).
Kalverhouder kan aantonen dat aangevoerde dieren vrij zijn van besmettelijke veeziekten d.m.v. importdocumenten / gezondheidsverklaring. Bij een I&R blokkade dient kalverhouder de reden aan te geven. Hygiënecode kalverhouderij.
I&R administratie is ten minste 3 jaar bewaard. In deze I&R administratie is elke verplaatsing (zoals geboorte, afvoer, aanvoer, dood, import, etc.) opgenomen. Mag aantoonbaar gemaakt worden via digitaal bedrijfsregister, indien daarin tevens historie van 3 jaar bewaard is. Richtlijn 92/102/EEG van de Raad van 27 november 1992 met betrekking tot de identificatie en de registratie van dieren.
Indien een deelnemende kalverhouder startkalveren opzet, controleert die kalverhouder of in voorkomend geval het toeleverende Nederlandse startbedrijf gecertificeerd is. Controleren via het register van de SKV. M.u.v. opzet startkalveren van buitenlandse startbedrijven. IKB Vleeskalveren 2008.
Indien een kalverhouder startkalveren ontvangt, worden de meegeleverde gegevens m.b.t. diergeneesmiddelen-gebruik meegeleverd en ten minste 1 jaar in de administratie bewaard. Deze gegevens omvatten: – de koppelbehandelingen die bij de ontvangen koppel startkalveren uitgevoerd zijn, en; – de individuele behandelingen die bij de ontvangen koppel startkalveren uitgevoerd zijn. De diergeneesmiddelenregistratie moet herleidbaar zijn tot het herkomstbedrijf en de op het afmestbedrijf aanwezige kalveren. Dit geldt zowel voor binnenlandse als buitenlandse kalveren. Bovenwettelijke invulling van Verordening (EG) nr. 852/2004.
Indien een kalverhouder start-kalveren aflevert aan een vleeskalverhouderij voor verdere opfok, worden gegevens m.b.t. diergenees-middelengebruik bij deze startkalveren meegeleverd. Deze gegevens omvatten: – de koppelbehandelingen die bij de ontvangen koppel startkalveren (blank, rosé) uitgevoerd zijn, en; – de individuele behandelingen die bij de ontvangen koppel startkalveren uitgevoerd zijn. Bovenwettelijke invulling van Verordening (EG) nr. 852/2004.
Voer (installaties)
Indien geen transport van voer in eigen beheer plaatsvindt, dan moet voer zijn getransporteerd door GMP erkende transporteurs. Verklaring aangegeven op aflever / vervoersdocumenten. GMP erkende transporteurs zijn te vinden op www.gmpplus.nl. Code Diervoeder (www.gmpplus.org), Bovenwettelijke invulling Verordening (EG) nr. 852/2004.
Al het aanwezige voer is afkomstig van GMP+ gecertificeerde diervoederleveranciers. Aantonen d.m.v. voerbonnen. GMP+ gecertificeerde diervoederleveranciers zijn te vinden op www.gmpplus.nl. Code Diervoeder.
Bij voerleverantie wordt of een ingangscontrole of een controle vóór vervoedering uitgevoerd, hierbij wordt gelet op de volgende punten: – staat van het voer; – houdbaarheidstermijn. In geval van balen en/of kuilvoer is gecontroleerd (visueel / geur) of er geen broei aanwezig is, voer met broei wordt niet vervoederd. In geval van aanvullende mengvoeders wordt gecontroleerd op dat: – per aangekochte partij het type mengvoeder is aangegeven; – per aangekochte partij de houdbaarheidstermijn zichtbaar is; – per type mengvoeder de gebruiksvoorschriften bekend zijn. Staat van het voer: het product mag geen zichtbare schimmels of niet-voederbestanddelen bevatten. Voer mag niet over de houdbaarheidsdatum zijn. Dit voorschrift is niet van toepassing als de leverancier geen uiteindelijke houdbaarheidstermijn heeft aangegeven. Partijen mengvoerder zijn zodanig opgeslagen dat verschillende type mengvoeders herkenbaar zijn. De gebruiksvoorschriften zijn bekend doordat deze in de administratie zijn opgenomen of op de verpakking van het mengvoeder zijn weergegeven. Code Diervoeder.
Voor baal/kuilvoer zijn uitsluitend toegelaten toevoegingsmiddelen gebruikt. Toegelaten overeenkomstig Verordening (EG) Nr. 1831/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2003 betreffende toevoegings-middelen voor diervoeding. Aan te tonen met afleverbonnen van toevoegingsmiddelen. Hygiënecode kalverhouderij.
De kuil (met gras/maïs) is afgedekt (met uitzondering van het snijvlak). Hygiënecode kalverhouderij.
Voer is volgens voorschriften leverancier opgeslagen. Code Diervoeder.
Voer voor verschillende diersoorten is gescheiden en duidelijk herkenbaar opgeslagen. Diervoeder dat is bestemd voor andere diersoorten mag niet kunnen vermengen met het diervoeder dat is bestemd voor de vleeskalveren. Uitzondering: enkelvoudige voeders die buiten de stallen zijn opgeslagen en voor meerdere diersoorten gebruikt kunnen worden. Code Diervoeder.
Voer is niet in dezelfde ruimte waar dieren verblijven opgeslagen. Werkvoorraad is toegestaan. Code Diervoeder.
Voer is duidelijk gescheiden opgeslagen van chemicaliën. Code Diervoeder.
Opgeslagen voeders zijn goed afgedekt of verpakt of overkapt of overdekt. Indien nodig met aanvullende ongediertebestrijding. Verpakking of afdekking of overkapping of overdekking is in onbeschadigde staat. Opgeslagen voeders zijn zodanig afgedekt of verpakt of afgedekt of bedekt dat verontreiniging met uitwerpselen van ongedierte of vogels zo goed mogelijk wordt voorkomen. Indien er ongedierte aanwezig is, moet ongediertebestrijding worden toegepast. Ongedierte: ratten, muizen en vliegen. Code Diervoeder.
Voerinstallaties en waterinstallaties zijn in goede staat van onderhoud. Geen lekkende slangen en / of gebroken kettingen e.d. en geen visueel aanwezige aangekoekte resten van voer of medicijnen. Besluit houders van dieren (wetten.overheid.nl).
Er is geen beschimmeld voer aanwezig in de dierverblijven. Code Diervoeder.
Indien middelen aan het voer zijn toegevoegd, is dit gedaan conform adviezen van leverancier van de toevoegingsmiddelen. Advies leverancier van de toevoegingsmiddelen is aanwezig op het bedrijf. Code Diervoeder.
Het rantsoen bevat ten minste 50 gram vezelhoudend droog-voer per dag per dier van 8 tot 20 weken oud. Het rantsoen bevat ten minste 250 gram vezelhoudend voer per dag per dier vanaf 20 weken oud. Vezelhoudend voer: ruwvoer (maïsproducten, hooi, stro, etc.). Krachtvoer dat vezels bevat mag worden gerekend als vezelhoudend droogvoer. Hierbij moet worden uitgegaan van het gewicht van het verstrekte krachtvoer. Besluit houders van dieren.
Bij beperkte voedering is de voerbaklengte per kalf minimaal 0,40 meter. Besluit houders van dieren.
Bij onbeperkte voedering is het mogelijk dat ten minste 3 dieren tegelijk eten. Minimale voerbaklengte van 1.20m. Besluit houders van dieren.
Alle kalveren krijgen ten minste 2 maal per dag voer en kalveren in groepshokken moeten allemaal tegelijk kunnen eten. N.v.t. bij ad libitum voedering of via automatisch voedersysteem. Besluit houders van dieren.
Alle middelen die, naast voer en diergeneesmiddelen, worden toegediend voldoen aan GMP+, hebben een RegNL nummer of zijn toegelaten homeopathische middelen. Ook enkelvoudig voor humaan gebruik toegelaten homeopathische middelen zijn toegestaan. Toegelaten homeopathische middelen zijn te vinden op: https://www.cbg-meb.nl/dieren IKB Vleeskalveren 2008.
Medicijnmenger verkeert in goede staat van onderhoud. Geen lekkende slangen en / of buizen e.d. en geen visueel aanwezige aangekoekte resten van medicijnen. IKB Vleeskalveren 2008.
Afleverbewijzen van voer en toevoegingsmiddelen van de afgelopen 5 jaar zijn aanwezig. Code Diervoeder.
De dieren hebben onbeperkt de beschikking over drinkwater. Niet noodzakelijk indien melkvoedering wordt gegeven. Bij warm weer (buitentemp > 25˚C) en voor zieke kalveren dient altijd vers drinkwater beschikbaar te zijn en moet het altijd mogelijk zijn om extra watergift te geven. Besluit houders van dieren.
De aan-, afvoer of sterfte van dieren wordt binnen 24 uur na aan-, afvoer of sterfte in het I&R-systeem gemeld. Alle meldingen moeten correct zijn gedaan in het I&R systeem. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s (www.wetten.overheid.nl)
Gewasbeschermingsmiddelen
Er zijn alleen toegestane gewasbeschermingsmiddelen gebruikt. Toegestaan volgens de databank van College voor Toelating van Bestrijdingsmiddelen (CTB) (www.ctb-wageningen.nl). Aan te tonen met afleverbonnen. Hygiënecode kalverhouderij.
Gewasbeschermingsmiddelen zijn, indien aanwezig, in een gesloten kast of ruimte, apart van dieren, diergeneesmiddelen, R&O middelen en voedermiddelen opgeslagen. Hygiënecode kalverhouderij.
Wachttijden van gewasbeschermingsmiddelen zijn in acht genomen. Moet aantoonbaar gemaakt worden aan de hand van de perceeladministratie Hygiënecode kalverhouderij, Bovenwettelijke invulling van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden (www.wetten.overheid.nl).
Aankoop en leverbonnen van gewasbeschermingsmiddelen zijn in de administratie opgenomen. Hygiënecode kalverhouderij.
Huisvesting
In de ruimte waar vleeskalveren gehuisvest zijn, worden geen andere landbouwhuisdieren dan runderen gehouden. Vleesvee, fokkalveren etc. behoren ook tot de categorie 'andere landbouwhuisdieren'. IKB Vleeskalveren 2008.
De stallen / dierverblijven worden geventileerd. Besluit houders van dieren.
De stal is voorzien van licht doorlatende delen die ten minste 2% van het vloeroppervlak van de stal beslaan. Lichtdoorlatend materiaal is schoon. Alle oppervlaktes / delen die licht doorlaten worden meegerekend, tenzij de normale afsluitwijze van dit deel (deur / luik / gordijn) niet lichtdoorlatend is. Delen moeten gelijkmatig over de stal verspreid zijn. Besluit houders van dieren.
Het mestopvangsysteem in de dierverblijven is zodanig dat kalveren schoon blijven. Besluit houders van dieren.
Zieke en gewonde kalveren kunnen indien nodig worden geïsoleerd in adequate lokalen (eenlingbox/ ziekenbox) met indien nodig droog en comfortabel strooisel. De vereiste ruimte beslaat minimaal 1 procent van de kalverplaatsen, met een minimum van 1 plaats. Indien ruimte niet standaard aanwezig is, maar gecreëerd wordt, dan moet dit aantoonbaar zijn. Besluit houders van dieren.
Dierruimtes, voerruimtes, voerkeukens e.d. zijn visueel schoon. Besluit houders van dieren.
Eenlingboxen worden alleen gebruikt voor kalveren niet ouder dan 8 weken of als ziekenboxen op voorschrift van een dierenarts. Niet van toepassing als een dierenarts heeft verklaard dat het kalf in verband met zijn gezondheid of gedrag moet worden geïsoleerd om te worden behandeld. Besluit houders van dieren.
De breedte van de eenlingboxen is minimaal gelijk aan de schofthoogte van het kalf. De schofthoogte wordt gemeten terwijl het kalf rechtop staat. Besluit houders van dieren.
De lengte van een eenlingbox is ten minste 1,1 maal de lengte van het kalf. De lengte van het kalf wordt gemeten van de neuspunt tot aan de achterkant van de zitbeenknobbel. Besluit houders van dieren.
De zijwanden van een eenlingbox zijn opengewerkt zodanig dat dieren elkaar kunnen zien en aanraken. Niet van toepassing op eenlingboxen voor zieke dieren. Besluit houders van dieren.
Indien niet in eenlingboxen gehuisvest is het vloeroppervlak per kalf (levend gewicht) minimaal: bij gewicht < 150 kg: 1,5 m2; bij gewicht > 150 kg; 1,8 m2. Besluit houders van dieren.
Kalveren moeten kunnen liggen op een vloer die is ingestrooid of is voorzien van een kunststof mat, houten latten rooster of rubber toplaag. Voor rosé stierkalveren geldt dit voorschrift tot een leeftijd van 2 maanden. Besluit houders van dieren.
De vloeren zijn stroef, zonder scherpe uitsteeksels. Besluit houders van dieren.
Er is verlichting in de stal aanwezig om de vleeskalveren te allen tijde te kunnen inspecteren. De verlichting moet van zodanige sterkte zijn dat de vleeskalveren goed te zien zijn. Besluit houders van dieren.
Er zijn geen scherpe randen of scherpe uitsteeksels aanwezig in de stallen en/of dierverblijven die kalveren kunnen verwonden (geldt ook voor hekken en wanden die gebruikt worden bij het verplaatsen van de kalveren). Richtlijn 98/58/EG van de Raad van 20 juli 1998 inzake de bescherming van voor landbouwdoeleinden gehouden dieren.
Diergezondheid
Voor de bewaking van de gezondheid van de dieren is een overeenkomst gesloten met een door Geborgde Vleeskalverendierenarts gecertificeerde dierenarts en deze overeenkomst is inzichtelijk via InfoKalf (https://infokalf.skv.info) Kalverhouder heeft met de dierenarts de Overeenkomst kalverhouder, kalvereigenaar en Geborgde Vleeskalverendierenarts (conform Bijlage I van het Reglement Geborgde Vleeskalverendierenarts) gesloten. Er mag slechts één overeenkomst per diersoort, per UBN afgesloten worden. De overeenkomst is digitaal inzichtelijk via InfoKalf. Regeling diergeneesmiddelen (www.overheid.nl).
De kalverhouder heeft ervoor gezorgd dat de dierenarts minimaal 1 maal per kwartaal het bedrijf bezoekt. Het is ook toegestaan om 2x per half jaar de dierenarts het bedrijf te laten bezoeken. Voor een klinische inspectie en bedrijfsbegeleiding (op grond van bijvoorbeeld productiegegevens, AM en PM keuringsresultaten). Aan te tonen door bezoekersrapportage dierenarts. Regeling diergeneesmiddelen.
Zieke dieren zijn, indien nodig, ondergebracht in ruimte voor zieke en gewonde dieren. Ruimte voldoet aan voorwaarden huisvesting. Zieke dieren zijn op verklaring dierenarts (bezoekrapportage), dieren met zware kreupelheden, dieren met zware verwondingen en sterk verzwakte dieren als gevolg van ziekte of anderszins. Besluit houders van dieren.
De kalverhouder bewaakt het hemoglobinegehalte van de blanke vleeskalveren. Bewaken kan door bloedonderzoeken en/of toediening van ijzer. Deelnemer kan dit schriftelijk aantonen via leverbonnen van ijzerpreparaten of de uitslagen van onderzoek. N.v.t. op rosé vleeskalveren. Besluit houders van dieren.
Diergeneesmiddelen
Toediening diergeneesmiddelen gebeurt volgens de bijgeleverde gebruiksvoorschriften (toedieningswijze en duur dosering, wachttijd). Regeling diergeneesmiddelen, Besluit houders van dieren.
Er worden alleen schone en werkende bedrijfseigen hulpmiddelen gebruikt bij het toedienen van diergeneesmiddelen. Indien dierenarts eigen schone hulpmiddelen gebruikt is dit ook toegestaan. Hygiënecode kalverhouderij.
Eventuele niet zichtbare afwijkingen als gevolg van toedienen van diergeneesmiddelen (bv. door een naald) zijn, indien bekend, gemeld aan het slachthuis. Afwijkingen worden gemeld op de afleververklaring met locatie van afwijking plus identificatie dier. IKB Vleeskalveren 2008.
Er is een bedrijfsbehandelplan. Het bedrijfsbehandelplan moet voldoen aan de volgende criteria: - op een duidelijke manier is aangegeven dat het betreffende document bedrijfsbehandelplan heet; - het bedrijfsbehandelplan dient te zijn voorzien van een datum van uitgifte. Besluit houders van dieren.
Er zijn alleen antimicrobiële middelen op het bedrijf aanwezig die staan vermeld in het bedrijfsbehandelplan (BBP) óf er moet een onderbouwing (schriftelijk verslag) aanwezig zijn die door de dierenarts is opgemaakt. Regeling diergeneesmiddelen.
De kalverhouder heeft voorgeschreven UDD-/UDA-diergeneesmiddelen voor de vleeskalveren uitsluitend afgenomen van de dierenarts waarmee hij een overeenkomst heeft gesloten, of van de apotheek van de praktijk van de dierenarts waarmee hij een overeenkomst heeft afgesloten. Indien er bij een spoedgeval een andere dierenarts wordt ingeschakeld, die UDD- / UDA-diergeneesmiddelen afgeeft, moet er een visitebrief aanwezig zijn waarin staat vermeld dat het een spoedconsult betrof. Bovenwettelijke invulling van de Regeling diergeneesmiddelen.
De kalverhouder heeft UDD-diergeneesmiddelen voor de vleeskalveren uitsluitend laten toepassen door de dierenarts waarmee hij een overeenkomst heeft gesloten, of diens vervanger. Onder voorwaarden mogen sommige antibiotica, op voorschrift van de dierenarts, zelf door kalverhouder worden toegepast. Deze voorwaarden zijn minimaal een instructie van de dierenarts (voor tweede keus antibiotica) en / of vermelding in het bedrijfsbehandelplan. Bovenwettelijke invulling van de Regeling diergeneesmiddelen.
Er zijn slechts voor runderen geregistreerde diergeneesmiddelen op het bedrijf aanwezig. Indien sprake is van voorgeschreven middelen volgens de cascaderegeling (incl. buitenlandse diergeneesmiddelen) voor runderen: er is een verklaring van de dierenarts aanwezig voor het toepassen van deze middelen. Indien op het bedrijf meerdere diersoorten worden gehouden mogen diergeneesmiddelen aanwezig zijn die voor deze diersoorten zijn geregistreerd. Deze moeten per diersoort apart worden bewaard. IKB Vleeskalveren 2008, Bovenwettelijke invullingregeling van het Besluit houders van dieren.
De aanwezige URA-diergeneesmiddelen zijn afkomstig van een toegelaten verkoopkanaal. Aantonen met. afleverbonnen. Toegelaten verkoopkanaal: medicijnen zijn afkomstig van de dierenarts zelf, een openbare apotheker of een leverancier met een afleververgunning van gekanaliseerde middelen. Bovenwettelijke invulling van het Besluit houders van dieren en van de Regeling diergeneesmiddelen.
Diergeneesmiddelen zijn in een gesloten kast / ruimte gescheiden van dieren en / of voeders opgeslagen. Kast of ruimte moet met een deur afgesloten of gescheiden zijn. Deze hoeft niet op slot te zijn. In deze kast of ruimte mogen alléén diergeneesmiddelen worden opgeslagen. Hygiënecode kalverhouderij.
Diergeneesmiddelen zijn per diersoort opgeslagen. Diersoort: runderen, varkens, pluimvee, etc. Binnen 1 (koel)kast verschillende compartimenten of planken per diersoort is toegestaan. IKB Vleeskalveren 2008, Bovenwettelijke invulling van het Besluit houders van dieren.
De kalverhouder heeft geen volledige koppelkuur antibiotica op voorraad. Op voorraad: termijn tussen ontvangst koppelkuur en gebruik koppelkuur is maximaal 2 werkdagen. Gebruik is aantoonbaar door recept of/ bezoekersrapportage dierenarts. Bij annulering of wijziging koppelkuur of uitgifte 2 kuren in 1 keer dient de dierenarts waarmee een overeenkomst is getekend in het bezoekersverslag een reden aan te geven. UDD-regeling (Stcrt. 2013, 23390).
De kalverhouder stelt i.s.m. de dierenarts en eventueel vertegenwoordiger van de kalvereigenaar jaarlijks een bedrijfsgezondheidsplan op. Jaarlijks: 1x per kalenderjaar. UDD-regeling.
Het bedrijfsgezondheidsplan is voorzien van de naam en de handtekening van de kalverhouder en de dierenarts en, indien hier sprake van is, de vertegenwoordiger van de kalvereigenaar. UDD-regeling.
Het bedrijfsgezondheidsplan is voorzien van het UBN van het bedrijf. UDD-regeling.
Het bedrijfsgezondheidsplan is voorzien van de datum waarop het bedrijfsgezondheidsplan is opgesteld. UDD-regeling.
Het bedrijfsgezondheidsplan beschrijft welke aspecten van de bedrijfsgezondheid aandachtspunten zijn of verbetermaatregelen nodig hebben. Hierbij worden de volgende aspecten overwogen: – verteringsproblemen tijdens de startperiode; – verteringsproblemen tijdens de mestperiode; – luchtwegaandoeningen tijdens de startperiode; – luchtwegaandoeningen tijdens de mestperiode; – overige aandoeningen die zich op het bedrijf voordoen; – uitval tijdens de startperiode; – uitval tijdens de mestperiode; – groei van de dieren; – achterblijvers of onvolwaardige groei; – medicijngebruik voor individuele behandelingen; – medicijngebruik voor koppelbehandelingen; – vleeskleur; – overige aspecten die relevant zijn voor het bedrijf. Aanvullende bovenwettelijke invulling van de UDD-regeling.
Er is actueel een bedrijfsgezondheidsplan aanwezig. Actueel betekent daterend uit het lopende kalenderjaar of ten minste het voorgaande kalenderjaar. UDD-regeling
De kalverhouder gebruikt geen cefalosporinen voor de behandeling van vleeskalveren. Voorschrift geldt zowel voor individuele behandelingen als koppelbehandelingen. IKB Vleeskalveren 2008.
De kalverhouder heeft geen derde keus middelen antibiotica op het bedrijf op voorraad. Derde keus middelen zijn middelen die zoals genoemd in het document 'Overzicht derde keus middelen' gepubliceerd door de SDa in mei 2012. Op voorraad: termijn tussen ontvangst van een derde keuze middel en het gebruik van het derde keuze middel is maximaal 2 werkdagen. Gebruik is aantoonbaar door recept / bezoekersrapportage dierenarts. Bij annulering / wijziging behandeling: dierenarts waarmee een overeenkomst is getekend dient in bezoekersverslag reden aan te geven. " UDD-regeling.
Bij individuele behandeling (m.i.v. dag 1) na het opzetten van de eerste kalveren van de lopende ronde is ten minste het volgende, per kalf, genoteerd in het logboek: – naam diergeneesmiddel of registratienummer; – Gebruikte hoeveelheid diergeneesmiddel (dosering per dier); – werknummer; – behandeldagen. Het 'Registratieformulier individuele behandelingen'. Dit formulier is te vinden op www.kalversector.nl. Registratie is niet verplicht indien de wachttermijn 0 dagen bedraagt. Werknummer: Of, indien noodzakelijk i.v.m. tracering, ID-code volledig. Bij behandeldagen heeft de kalverhouder de keuze tussen het noteren van de startdatum met het aantal behandeldagen of het noteren van de data van de behandeldagen. Bovenwettelijke invulling van het Besluit houders van dieren en de Regeling diergeneesmiddelen.
Diergeneesmiddelen die verloren gaan op een andere wijze dan door toediening zijn in het logboek geregistreerd. Genoteerd moeten worden: de datum, naam diergeneesmiddel, verloren gegane hoeveelheid en wijze van verloren gaan Regeling diergeneesmiddelen.
Verslagen van dierenartsbezoeken die door de dierenarts worden achtergelaten bij de kalverhouder, worden door de kalverhouder bewaard. Dit mag ook middels een doordruk of een kopie (evt. digitaal). Regeling diergeneesmiddelen.
Overig
Kadavers zijn volgens de geldende regelgeving gemeld bij destructiebedrijf. Geldende regelgeving: Gezondheids- en welzijnswet voor dieren of Wet Dieren. Hygiënecode kalverhouderij, Bovenwettelijke invulling van de Regeling dierlijke bijproducten (wetten.overheid.nl).
Kadavers zijn direct na ontdekken ter destructie aangeboden op de aanbiedingsplaats voor kadavers. Hygiënecode kalverhouderij, Bovenwettelijke invulling van de Regeling dierlijke bijproducten.
Kadaveropslag en aanbiedings-plaats zonder kadavers zijn te allen tijden visueel schoon. Visueel schoon: geen aanwezigheid van dierlijke resten of andere afvalstoffen. Hygiënecode kalverhouderij
Er is een verharde reinigbare aanbiedingsplaats voor kadavers aanwezig. Verhard: klinkers, tegels, asfalt of beton. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s, Bovenwettelijke invulling van de Regeling dierlijke bijproducten.
De aanbiedingsplaats voor kadavers is af te dekken (bv. met de kadaverstolp). Zodanig dat de kadavers niet zichtbaar zijn voor passanten en niet vrij toegankelijk zijn voor vogels, knaagdieren, honden, katten, etc. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s, Bovenwettelijke invulling van de Regeling dierlijke bijproducten.
Restanten van chemicaliën inclusief direct verpakkingsmateriaal worden afgevoerd via de lokale voorzieningen. Chemicaliën: gewasbeschermingsmiddelen, R&O middelen, dierbehandelingsmiddelen, verf, diergeneesmiddelen, enz. Toegestane lokale voorzieningen: afvoer via chemobox, afvoer door afgifte bij gemeentelijke afvalverzamelpunt. Milieuregelgeving (www.ilent.nl), Bovenwettelijke invulling van Verordening (EG) nr. 852/2004.
Op het bedrijf zijn REOB gecertificeerde brandblusmiddelen beschikbaar. De brandblusmiddelen moeten onderhouden worden door REOB gecertificeerde onderhoudsbedrijven voor blusmiddelen. Na iedere onderhoudsbeurt wordt de gele sticker op het brandblusmiddel vervangen. REOB gecertificeerde bedrijven zijn te vinden op: http://cibv.nl/erkende-bedrijven/ of http://www.kiwa.nl/gecertificeerde-bedrijven.aspx. IKB Vleeskalveren 2008.
Bij volledige mechanische ventilatie en afwezigheid mogelijkheid tot natuurlijke ventilatie: Er is een noodstroomaggregaat op het bedrijf aanwezig inclusief werkend alarmsysteem voor stroomuitval. Andere noodvoorziening is ook toegestaan. Besluit houders van dieren.
Calamiteiten en klachten zijn geregistreerd (omschrijving van calamiteit en corrigerende maatregel). Calamiteiten en klachten: uitval ventilatie, brand, water- of bodemvervuiling, achtergebleven naalden, klacht van slachterij over vieze dieren. Hiervoor is een formulier beschikbaar op het bedrijf. Onveilige situaties worden beschreven in Verordening (EG) nr. 178/2002 van 28 januari 2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving. IKB Vleeskalveren 2008.
Bedrijfshygiëne
Voldoende ontsmettingsmiddelen, minimaal halve liter van het middel aanwezig op het bedrijf. Voor de meest actuele lijst van toegelaten ontsmettingsmiddelen (desinfecteermiddelen) voor transportmiddelen wordt verwezen naar de databank van College voor Toelating van Bestrijdingsmiddelen op internet: www.ctbg.nl. Bovenwettelijke invulling van de Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s.
Er is een R&O (Reiniging en Ontsmetting) plaats aanwezig. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s.
De R&O plaats beslaat de gehele lengte van een vervoerseenheid. Vervoerseenheid: uitgaande van een transportmiddel met aanhanger. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s.
Bij de R&O plaats kan voldoende verlicht worden. Onder voldoende verlicht wordt verstaan, zodanig dat te allen tijden R&O uitgevoerd kan worden. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s.
De R&O plaats is zodanig aangelegd dat water en eventueel andere vloeistoffen die bij de reiniging en ontsmetting worden gebruikt, niet in grond- of oppervlakte water terecht kunnen komen. De plaats is voorzien van een zodanige afvoer dat water en eventueel andere vloeistoffen die bij de reiniging en ontsmetting worden gebruikt, niet in het grond- of oppervlaktewater terecht kunnen komen. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s.
Op de R&O plaats kan voldoende water onder druk worden geleverd voor reiniging en ontsmetting van de vervoerseenheid. Er is een werkende hoge druk spuit aanwezig of een werkende pomp die zorgt voor extra waterdruk. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s.
R&O middelen zijn in een gesloten kast of ruimte, apart van dieren, diergeneesmiddelen, gewasbeschermingsmiddelen en voedermiddelen opgeslagen. Bovenwettelijke invulling van Verordening (EG) nr. 852/2004.
Op het bedrijf zijn de aankoop- en afleverbewijzen van R&O middelen aanwezig. Deze voorwaarde is alleen van belang als er geen voorraad R&O middelen aantoonbaar is. Bovenwettelijke invulling van Verordening (EG) nr. 852/2004.
Verbeterplan structureel veel gebruik antibiotica
Kalverhouder dient binnen 3 maanden na de datum genoemd in de berichtgeving dat het bedrijf in de categorie 'Structureel Veelgebruik, fase 1' of 'Structureel Veelgebruik, fase 2' valt een driehoeksoverleg over het BGP te organiseren met de kalverhouder, kalvereigenaar (vertegenwoordiger) en de dierenarts, het bedrijfsgezondheidsplan te vernieuwen en op te sturen naar de CI. Het dossier bevat ten minste: – de opgestelde bedrijfsgezondheidsplannen; – een uitslag van de analyse van een monster uit de melkleiding waaruit blijkt dat minder dan 1.000 kve/ml Enterobacteriacea aanwezig waren in de melkleiding; – de verklaring van de monsternemer dat het monster, behorende bij de bovengenoemde analyse uitslag, op voorgeschreven wijze uit de melkleiding is genomen. Indien van toepassing bevat het dossier: – een of meerdere onderbouwingen voor de antibioticabehandelingen die zijn verstrekt; – bij verstrekking koppelkuur: de verklaring van de dierenarts dat er voldoende individueel is behandeld voordat is overgegaan tot een koppelbehandeling, dan wel dat er sprake is van een progressief ziekteverloop waarbij in de laatste 24 uur sprake was van 4% of meer nieuwe ziektegevallen. IKB Vleeskalveren 2008.
Indien gedurende een aaneengesloten periode van 5 dagen 10% of meer dieren in het koppel ziek wordt, dient de dierenarts een verklaring af te geven dat er voldoende individueel is behandeld en dat een koppelkuur moet worden ingezet. IKB Vleeskalveren 2008.
Indien sprake is van een progressief ziekteverloop waarbij in de laatste 24 uur een toename is van 4% of meer nieuwe ziektegevallen, dient de dierenarts een verklaring af te geven dat er sprake is van een progressief ziekteverloop met een toename van 4% of meer zieke kalveren in de laatste 24 uur. In de bepaling van de toename van het ziekteverloop dienen de kalveren die gedurende deze periode zijn uitgevallen te worden meegenomen. IKB Vleeskalveren 2008.
Bedrijven die meerdere leeftijdsgroepen kalveren houden, dienen binnen 3 maanden na de datum genoemd in de berichtgeving dat het bedrijf in de categorie 'Structureel Veelgebruik, fase 2' valt, nader onderzoek te laten verrichten betreffende (recidiverende) longproblemen. Dit kan door middel van: – een (gepaard) bloedonderzoek van 5 representatieve dieren per leeftijdsgroep, of; – het nemen van neusswabs van 5 representatieve dieren, of; – het laten uitvoeren van sectie bij de Gezondheidsdienst voor Dieren. Onafhankelijk van stal of compartiment. Indien binnen drie maanden geen ziekteverschijnselen worden vertoond, is een verklaring dierenarts over gezondheid koppel verplicht om onderzoek te mogen verschuiven naar eerst volgend moment dat ziekteverschijnselen worden geconstateerd. IKB Vleeskalveren 2008.
Kalverhouder dient binnen 3 maanden na de datum genoemd in de berichtgeving dat het bedrijf in de categorie 'Structureel Veelgebruik, fase 2' valt, een bedrijfsanalyse op te stellen aan de hand van de 'Uitgebreide checklist' en deze op te sturen naar de CI. Deze checklist is te downloaden via www.kalversector.nl. IKB Vleeskalveren 2008.
Transport
Alle aangevoerde in NL geboren nuka's, die niet rechtstreeks van een rundveebedrijf van geboorte zijn aangevoerd, dienen te zijn verzameld op een deelnemend, erkend verzamelcentrum. Alle nuka’s moeten rechtstreeks afkomstig zijn van een Nederlands rundveebedrijf of van een deelnemend, erkend verzamelcentrum. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s
Ieder kalf dient vanaf het moment van opzet tot 3 weken na de opzetdatum gehuisvest te worden in een ruimte met een temperatuur van minimaal 15 °C. De temperatuur in de huisvesting van kalveren tot 3 weken na opzet moet > 15°C is. Indien de buitentemperatuur -5°C of minder bedraagt, dient de temperatuur > 10°C te zijn. Per 200 gehuisveste kalveren moet 1 meting in het midden van een babybox, op hoogte van 25 cm boven een staand kalf verricht worden. Bovenwettelijke invulling van het Besluit houders van dieren.
Alle (deel)koppels met gewicht onder 42 kg dienen tot 2 weken na aanvoer van het kalf 3 maal daags te worden gevoerd (verspreid over een periode van 12 uur of meer). Bovenwettelijke invulling van het Besluit houders van dieren.
Alle personen die bedrijfsmatig op het schone (bedrijfs-) gedeelte en in de stallen – waarin dieren zijn gehuisvest – komen, moeten gebruik maken van de hygiënesluis en schone bedrijfskleding en – schoeisel aantrekken, voordat het schone (bedrijfs-) gedeelte en de stallen betreden worden. Alleen personen behorende bij het transportmiddel, die niet in de stal komen, mogen over het bedrijfsgedeelte van het erf rijden zonder gebruik te maken van de hygiënesluis. Een persoon die bedrijfsmatig het bedrijfsgedeelte betreedt is een ieder die per week meerdere veehouderijbedrijven bezoekt en hierbij ook in de stallen – waarin dieren zijn gehuisvest – komt. Hieronder vallen ook personen die op andere bedrijven in stallen komen (bv. buurman melkveehouder). Bedrijfsgedeelte (zie B007): het gedeelte van het perceel waar zich de kalverhouderij bevindt aangevuld met het gedeelte van het perceel waar verkeer van personen en/of transport van kalveren, voer en materialen tussen stallen / afdelingen plaatsvindt. Dit voorschrift is niet van toepassing voor transporteurs van kalveren. IKB Vleeskalveren 2008.
De hygiënesluis is voorzien van een handenwasgelegenheid met warm en koud-, stromend water, zeep / desinfectans, papieren handdoeken en schoon schoeisel en schone bedrijfseigen kleding. De handenwasgelegenheid bevindt zich bij voorkeur in het schone gedeelte van de hygiënesluis en zo dicht mogelijk bij de fysieke barrière. Bedrijfseigen kleding en – schoeisel zijn bijvoorbeeld overalls, laarzen of klompen. IKB Vleeskalveren 2008.
De kalverhouder reinigt minimaal 1x per 4 weken de melkleiding. Controleer via de registratie van de kalverhouder of de melkleidingen minimaal 1x per 4 weken zijn gereinigd met een reinigingsmiddel. In het geval van rosé start / afmest waarbij het melkleidingsysteem niet gebruikt wordt, hoeft het melkleidingsysteem niet gereinigd te worden. Onder melkleiding wordt verstaan elk systeem waarmee melk aan de kalveren wordt gevoerd, zoals melkleidingsystemen, rijdende mengers, voerslangen en drinkautomaten. Bovenwettelijke invulling van Verordening (EG) nr. 852/2004.
De kalverhouder houdt een register bij van de reinigingsbeurten. In het register staan ten minste de datum en het gebruikte reinigingsmiddel vermeld. Gecontroleerd moet worden of in het register ten minste de datum en het gebruikte reinigingsmiddel genoteerd staan. Bovenwettelijke invulling van Verordening (EG) nr. 852/2004.
Als een kalverhouder kalveren opzet, die al op een ander bedrijf zijn gestart, worden deze kalveren aangevoerd van maximaal 4 verschillende UBN’s. Indien niet aan dit voorschrift kan worden voldaan dient aan het hierop volgend voorschrift te worden voldaan. IKB Vleeskalveren 2008.
Als een kalverhouder kalveren opzet, die al op een ander bedrijf zijn gestart, wordt in 1 compartiment eerder gestarte kalveren van maximaal 2 verschillende UBN's gehuisvest. Een compartiment is een ruimte die door vloer, plafond en wanden / muren van vloer tot plafond gescheiden is van andere ruimtes. Het is toegestaan dat in de wand / muur een deur is aangebracht. Deze deur mag slechts geopend zijn tijdens doorgang, zodat de luchtcirculatie van 1 compartiment niet direct verbonden is met een ander compartiment / ruimte waarin kalveren zijn gehuisvest. Indien niet aan dit voorschrift kan worden voldaan dient aan het vorige voorschrift te worden voldaan. IKB Vleeskalveren 2008.

Bijlage 3. behorende bij artikel 4.3.1. van de Regeling Europese EZ-subsidies

Een welzijnsvriendelijke stalvloer bestaat uit een roostervloer met een indrukbare toplaag die meer ligcomfort biedt dan de gangbare vloeren voor vleeskalveren.

Hierbij bedekt de indrukbare toplaag de (harde) roosterbalken volledig. Voor de stevigheid wordt de toplaag fabrieksmatig verankerd aan de ondervloer of, via knelling of anderszins doelmatig gefixeerd aan de ondervloer, zodanig dat deze niet kan verschuiven of bij gebruik door de kalveren van de ondervloer los kan raken. Bij gebruik van harde bevestigings- materialen zijn deze ten minste 5 mm onder het loopoppervlak verzonken zodat de dieren zich hier niet aan kunnen verwonden. Voor een goede reiniging zijn de mest- en urine afvoerende spleten van de steunvloer en indrukbare toplaag volledig op elkaar afgestemd.

De fabrikant geeft op deze vloer ten minste 5 jaar garantie op slijtage, productiefouten en beschadiging bij normaal gebruik.

• beschadigingen: 0, + of ++
• slijtvastheid: + of ++
• vervormbaarheid: ++
Balkbreedte (inclusief toplaag) mm Effectieve spleetbreedte (inclusief toplaag) mm
Blank vlees & opfok rosé kalf (bij opzet jonger dan 10 weken) 80 – 130 27 – 30
Afmest rosé kalf (bij opzet ouder dan 10 weken) 80 – 140 30 – 35

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 1.4a. Berekening overige subsidiabele kosten

De kosten, bedoeld in artikel 1.3, eerste lid, onderdelen b tot en met d, kunnen worden berekend door de loonkosten, berekend overeenkomstig artikel 1.4, eerste lid, onderdeel a, onder 5°, te vermenigvuldigen met 40%.

Hoofdstuk 2. Regels omtrent subsidieverstrekking door de minister

Hoofdstuk 3. Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij

Titel 3.1. Algemene bepalingen

Titel 3.2. Jonge vissers

Titel 3.3. Aanlandplichtinnovatieprojecten

Titel 3.4. Rendementsverbeteringsprojecten

Titel 3.5. Aquacultuurinnovatieprojecten

Titel 3.6. Afzetbevorderingsprojecten

Titel 3.7. Productie- en afzetprogramma's

Titel 3.8. Innovatieprojecten duurzame visserij

Titel 3.9. Samenwerkingsprojecten wetenschap en visserij

Hoofdstuk 4. Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling

Titel 4.1. Brede weersverzekering

Paragraaf 4.1.2. Voorschriften inzake de landbouwer

Paragraaf 4.1.2. Voorschriften inzake de verzekeraar

Paragraaf 4.1.3. Controles en sancties

Titel 4.2. Kwaliteitsregeling voor de kalfsvleessector

Paragraaf 4.2.2. Voorschriften inzake de erkenning van een kwaliteitsregeling

Paragraaf 4.2.3. Voorschriften inzake de subsidieregeling

Paragraaf 4.2.4. Controles en sancties

Titel 4.3. Welzijnsvriendelijke stalvloeren voor vleeskalveren

Paragraaf 4.3.1. Algemene bepalingen

Paragraaf 4.3.3. Controles en sancties

Titel 4.4. Ammoniakreductie in stallen voor vleeskalveren

Paragraaf 4.4.1. Algemene bepalingen

Paragraaf 4.4.2. Voorschriften inzake de landbouwer

Paragraaf 4.4.3. Controles en sancties

Titel 4.5. Pilots toekomstbestendige landbouw nieuw GLB

Artikel 4.5.1. Begripsbepalingen

Vervallen

Artikel 4.5.2. Subsidieaanvraag

Vervallen

Artikel 4.5.3. Begunstigden

Vervallen

Artikel 4.5.4. Hoogte subsidie

Vervallen

Artikel 4.5.5. Verdeling subsidieplafond

Vervallen

Artikel 4.5.6. Realisatietermijn

Vervallen

Artikel 4.5.7. Afwijzingsgronden

Vervallen

Artikel 4.5.8. Rangschikkingscriteria

Vervallen

Artikel 4.5.9. Verplichtingen subsidieontvanger

Vervallen

Artikel 4.5.10. Voorschotverlening

Vervallen

Artikel 4.5.11. Onregelmatigheden, administratieve controles en controles ter plaatse

Vervallen

Artikel 4.5.12. Onverschuldigde betalingen, sancties en terugvorderingen

Vervallen

Artikel 4.5.13. Vervaltermijn

Vervallen

Titel 4.6. Niet-productieve investeringen agrarisch natuurbeheer leefgebieden weidevogels en akkervogels

Artikel 4.6.1. Begripsbepalingen

In deze titel wordt verstaan onder:

Artikel 4.6.2. Subsidieaanvraag
1.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie voor een project bestaande uit niet-productieve investeringen die:

2.

De subsidie wordt verleend aan een gecertificeerd agrarisch collectief of een samenwerkingsverband van twee of meer gecertificeerde agrarische collectieven.

3.

Onverminderd artikel 2.9, vierde lid, bevat het projectplan een kaart waarop de locatie van de beoogde niet-productieve investeringen is aangegeven.

Artikel 4.6.3. Hoogte subsidie

De subsidie bedraagt 100% van de subsidiabele kosten, doch ten hoogste € 1.000.000.

Artikel 4.6.4. Subsidiabele kosten

Voor subsidie komen uitsluitend kosten als bedoeld in artikel 1.3, eerste lid, onderdelen a en d, in aanmerking, voor zover deze bestaan uit:

Artikel 4.6.5. Verdeling subsidieplafond

De minister verdeelt het subsidieplafond op volgorde van rangschikking van de aanvragen.

Artikel 4.6.6. Realisatietermijn

De investering is afgerond op 31 december 2021.

Artikel 4.6.7. Afwijzingsgronden

Onverminderd artikel 2.11 beslist de minister afwijzend op een aanvraag voor subsidieverlening indien:

Artikel 4.6.8. Rangschikkingscriteria
1.

De minister kent aan een aanvraag een hoger aantal punten toe naarmate naar verwachting:

2.

Het aantal punten bedraagt per onderdeel van het eerste lid ten hoogste 5.

3.

Voor de rangschikking wordt het aantal punten gegeven voor het eerste lid, onderdelen a, b, c en d, vermenigvuldigd met onderscheidenlijk 4, 3, 2 en 1.

4.

De minister rangschikt de aanvragen waarop niet afwijzend is beslist hoger naarmate in totaal meer punten aan het project zijn toegekend.

5.

Indien aan twee of meer aanvragen in totaal een gelijk aantal punten is toegekend, naarmate meer punten zijn toegekend aan respectievelijk onderdeel a, b, c en d, van het eerste lid.

Artikel 4.6.9. Bevoorschotting
1.

De minister verleent ten hoogste vier maal per jaar een voorschot.

2.

Onverminderd artikel 2.14, eerste lid, bedraagt het voorschot ten minste € 25.000.

Artikel 4.6.10. Onregelmatigheden, administratieve controles en controles ter plaatse
1.

De minister geeft in voorkomende gevallen uitvoering aan artikel 54, eerste en derde lid, en artikel 56 van verordening 1306/2013.

2.

De minister verricht de controles, bedoeld in artikel 59 van verordening 1306/2013.

Artikel 4.6.11. Onverschuldigde betalingen, sancties en terugvorderingen
1.

De minister besluit tot het niet betalen dan wel de gehele of gedeeltelijke intrekking van de subsidie overeenkomstig artikel 63, eerste lid, van verordening 1306/2013.

2.

De minister stelt de sancties, bedoeld in artikel 63, tweede lid, van verordening 1306/2013, vast met inachtneming van artikel 64 van verordening 1306/2013.

3.

De minister geeft bij de uitvoering van de bevoegdheden, genoemd in het eerste en tweede lid, toepassing aan artikel 63 van verordening 809/2014.

Artikel 4.6.12. Vervaldatum

Deze titel vervalt met ingang van 31 december 2021, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op subsidies die voor die datum zijn verleend.

Hoofdstuk 5. Europees Fonds voor regionale ontwikkeling

§ 5.1. Algemene bepalingen

§ 5.2. Regels omtrent subsidieverstrekking door de managementautoriteit

§ 5.3. Regels omtrent subsidieverstrekking ten laste van de Rijkscofinanciering

§ 4. Regels omtrent subsidieverstrekking in het kader van Europese territoriale samenwerking

Hoofdstuk 6. Overige bepalingen en slotbepalingen

Bijlage 1. behorende bij artikel 1.9 Regeling Europese EZ-subsidies

Procedure als bedoeld in artikel 140, vijfde lid, van verordening 1303/2013

Verordening 1303/2013 maakt het mogelijk kopieën of volledig digitale documenten te accepteren als bewijsstuk. In deze bijlage worden de in artikel 140, vijfde lid, van verordening 1303/2013 bedoelde procedures vastgesteld voor documenten die in het kader van de uitvoering van deze regeling en verantwoording op grond van verordening 1303/2013 kan worden gebruikt.

1. Typen documenten

De volgende documenten worden als bewijsstukken geaccepteerd:

2. Procedure voor het gebruik van de documenten, bedoeld onder 1, onderdelen a, b en c

De in 1 onder a, b en c bedoelde bewijsstukken zijn geconverteerde documenten of gegevensdragers. Bij conversie van het origineel naar het geconverteerde document of gegevensdrager wordt aan de hieronder vermelde voorwaarden voldaan:

De in 1 onder a, b en c bedoelde bewijsstukken zijn geconverteerde documenten of gegevensdragers. Bij conversie van het origineel naar het geconverteerde document of gegevensdrager wordt aan de hieronder vermelde voorwaarden voldaan:

Het in samenhang bezien van de verschillende bewijsstukken strekt er mede toe de authenticiteit van het geconverteerde document of de gegevensdrager te waarborgen en dat hierop voor controledoeleinden kan worden vertrouwd.

3. Procedure voor het bewaren van stukken die uitsluitend in een elektronische versie bestaan, bedoeld in 1, onderdeel d

Indien een subsidieontvanger gebruik maakt van elektronische documenten waarbij uitsluitend een elektronische versie bestaat, worden de geautomatiseerde systemen voorzien van beheers- en beveiligingsmaatregelen die de betrouwbaarheid, authenticiteit en integriteit van de elektronische gegevens gedurende de gehele vereiste bewaartermijn waarborgen. Het is aan de subsidieontvanger om dit aan te tonen. Voor een tweetal veel voorkomende situaties zijn de voorschriften hieronder uitgewerkt:

Bijlage 2. behorende bij artikel 4.2.2, vijfde lid, Regeling Europese EZ-subsidies

Bestaande voorschriften kwaliteitssysteem kalfsvleessector

Voorschrift Interpretatie Bron
Algemeen
Er is een actuele door de certificerende instantie (hierna: ‘CI’) gewaarmerkte plattegrond van het bedrijf aanwezig. De plattegrond geeft voor zover van toepassing alle ruimten, de perceelgrenzen- en toegangen, bedrijfsgedeelte, de situering silo's (inclusief silonummers), mestopslag, opslag en aanbiedingsplaats destructiemateriaal, medicijnopslag, opslag van reinigings-, desinfectie- en ongediertebestrijdingsmiddelen, aggregaat, hygiënesluis, de gebruikelijke loop- en rijroutes, de afmetingen van de stallen en per stal het aantal afdelingen en aantal hokken en de hoeveelheid kalveren die per hok mogen zijn gehuisvest, gebaseerd op 1,8 m2/kalf aan. Indien het bedrijf nuchtere kalveren (nuka’s) opzet tot max. 15 weken (startbedrijf), dan mag een plattegrond op basis van 1,5 m2/kalf worden opgesteld. De totale hoeveelheid kalveren die op het bedrijf mag worden gehuisvest is eveneens aangegeven. Het bedrijfsgedeelte is het gedeelte van het perceel waar zich de kalverhouderij bevindt aangevuld met het gedeelte van het perceel waar verkeer van personen en/of transport van kalveren, voer en materialen tussen stallen / afdelingen plaatsvindt. De plattegrond is aangepast aan de laatste stand van zaken. IKB Vleeskalveren 2008 (www.Kalversector.nl ).
De rapportages en certificaten van de inspecties van de drie voorgaande jaren zijn beschikbaar. IKB Vleeskalveren 2008, Bovenwettelijke invulling van Verordening(EG) nr. 852/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake levensmiddelenhygiëne.
Hygiëneregels en plattegrond (met bedrijfsgedeelte en looproutes) zijn zichtbaar aanwezig in hygiënesluis voor medewerkers en bezoekers en worden toegepast. Op schrift gestelde hygiëneregels, aanwezig in de hygiënesluis bevatten minimaal de volgende meldingen: alleen beroepsmatige betreding van het deel van het bedrijf waar dieren staan, alleen na omkleden in hygiënesluis betreden van het schone (bedrijfs-) gedeelte, alleen bij toestemming eigenaar is betreding mogelijk, voor betreden melden bij eigenaar. U kunt hiervoor het voorbeeld formulier 'Hygiëneregels Kalverhouderij' gebruiken. Dit formulier is te vinden op www.kalversector.nl. IKB Vleeskalveren 2008.
Het bedrijfseigen personeel is adequaat opgeleid. Geldt alleen voor personeel dat in dienst is. Adequaat: ten minste opleiding op minimaal MBO niveau of 1 jaar werkervaring in de intensieve kalverhouderij, of anders onder verantwoordelijkheid van iemand met genoemde kwalificaties. Arbeidsomstandigheden-wet (wetten.overheid.nl).
Het bedrijf verkeert in goede staat van onderhoud. Heeft betrekking op toegangswegen tot bedrijfsgedeelte, dierverblijven en voerkeuken. Goede staat is: geen lekkages, geen zwaar achterstallig onderhoud, bestrating en/of verharding in redelijke staat (geen kuilen), geen open of loshangende elektrische bedrading. Bijlage 2 van Richtlijn 91/629/EEG tot vaststelling van minimumnormen ter bescherming van kalveren. QS (Quality Scheme for food, www.q-s.de).
Materialen in de stal waar de vleeskalveren mee in aanraking komen, zijn niet schadelijk voor de vleeskalveren en kunnen worden gereinigd en ontsmet. Er mag bijvoorbeeld geen sprake zijn van contact van de vleeskalveren met zware metalen (lood, kwik, cadmium). Bijlage 2 van Richtlijn 91/629/EEG.
Het bedrijf maakt een visueel schoon en opgeruimde indruk. Opgeruimde indruk: geen onnodig aanwezige materialen, maar alleen materialen aanwezig van werkzaamheden van desbetreffende werkdag. Visueel schoon: ten minste geen visueel zichtbare restanten aanwezig op bijvoorbeeld koelkast, weegschaal, bureau etc. De hygiënecode kalverhouderij is opgenomen in de regeling IKB Vleeskalveren gebaseerd op de verordening (EG) nr. 852/2004.
Het bedrijfsgedeelte en de stallen met directe toegang tot de dieren kunnen niet zonder meer betreden worden. Niet zonder meer betreden: bijvoorbeeld door borden met de melding ‘geen vrije toegang tot stallen’ bij de ingang of door linten, kettingen, etc. Zodanig dat geen ongehinderde toegang verschaft kan worden. Hygiënecode kalverhouderij.
Om het principe van schone (bedrijfs-) en vuile (externe) gedeelte op het bedrijf toe te kunnen passen is het noodzakelijk dat: – er een duidelijk zichtbare lijn (of gespannen draad) op vloerhoogte van het erf is geplaatst, zodat verkeer van transportmiddelen niet belemmerd wordt; OF – er een zodanig duidelijke aanduiding aanwezig is dat een bezoeker zich dient te melden, en door de hygiënesluis moet, voordat het schone (bedrijfs-) gedeelte betreden wordt; OF – er een fysieke afscheiding (bijv. sloot, heg of hek) aanwezig is op de grens van het schone (bedrijfs-) en / of vuile (externe) gedeelte. IKB Vleeskalveren 2008, \Bovenwettelijke invulling van Verordening (EG) nr. 852/2004.
Er is een bijgehouden bezoekersregister, per locatie, aanwezig met daarin naam, bedrijfsnaam en datum van bezoek. Bezoekers die de stallen betreden dienen in het register te worden opgenomen. Transporteurs die dieren komen laden of lossen kunnen het register tekenen. Transporteurs dienen in plaats van voormelde gegevens de volgende informatie te noteren in het register: – datum transport; – Naam transportonderneming. Hygiënecode kalverhouderij.
Ongediertebestrijding
Ongedierte wordt geweerd en waar nodig bestreden. Indien overlast van ongedierte aanwezig blijft, is een gediplomeerd ongediertebestrijdingsbedrijf ingeschakeld. Ongedierte: ratten, muizen en vliegen. Hygiënecode kalverhouderij.
Er dient op het bedrijf een plattegrond aanwezig te zijn waarop is aangegeven waar lokdozen en bestrijdings-middelen zich bevinden. Dit voorschrift is niet van toepassing als er geen ongedierte aanwezig is en bestrijding niet uitgevoerd wordt. IKB vleeskalveren 2008.
Er zijn alleen toegestane ongediertebestrijdingsmiddelen aanwezig, die in een gesloten kast en apart van dieren, diergeneesmiddelen en voedermiddelen worden opgeslagen. Toegestane ongediertebestrijdingsmiddelen: de meest actuele lijst van toegelaten ongediertebestrijdingsmiddelen zoals opgenomen in de databank van College voor Toelating van Bestrijdingsmiddelen: www.ctb-wageningen.nl. Hygiënecode kalverhouderij.
Het bestrijdingsmiddel voor ratten en muizen wordt in daarvoor geschikte lokdozen aangeboden. Lokdozen dienen gesloten zijn. Hygiënecode kalverhouderij.
De vleeskalveren hebben geen toegang tot bestrijdingsmiddelen. Hygiënecode kalverhouderij.
Op het bedrijf zijn de aankoop en leverbonnen van alle op het bedrijf aanwezige ongediertebestrijdingsmiddelen aanwezig. Hygiënecode kalverhouderij.
Aan- en afvoer van dieren
Alle aanwezige dieren zijn voorzien van 2 oormerken. 1 oormerk is toegestaan. Als er geen oormerk is, dient de aanvraag tot nieuwe oormerken aanwezig te zijn. Regeling identificatie en registratie van dieren (wetten.overheid.nl).
Kalverhouder kan aantonen dat aangevoerde dieren vrij zijn van besmettelijke veeziekten d.m.v. importdocumenten / gezondheidsverklaring. Bij een I&R blokkade dient kalverhouder de reden aan te geven. Hygiënecode kalverhouderij.
I&R administratie is ten minste 3 jaar bewaard. In deze I&R administratie is elke verplaatsing (zoals geboorte, afvoer, aanvoer, dood, import, etc.) opgenomen. Mag aantoonbaar gemaakt worden via digitaal bedrijfsregister, indien daarin tevens historie van 3 jaar bewaard is. Richtlijn 92/102/EEG van de Raad van 27 november 1992 met betrekking tot de identificatie en de registratie van dieren.
Indien een deelnemende kalverhouder startkalveren opzet, controleert die kalverhouder of in voorkomend geval het toeleverende Nederlandse startbedrijf gecertificeerd is. Controleren via het register van de SKV. M.u.v. opzet startkalveren van buitenlandse startbedrijven. IKB Vleeskalveren 2008.
Indien een kalverhouder startkalveren ontvangt, worden de meegeleverde gegevens m.b.t. diergeneesmiddelen-gebruik meegeleverd en ten minste 1 jaar in de administratie bewaard. Deze gegevens omvatten: – de koppelbehandelingen die bij de ontvangen koppel startkalveren uitgevoerd zijn, en; – de individuele behandelingen die bij de ontvangen koppel startkalveren uitgevoerd zijn. De diergeneesmiddelenregistratie moet herleidbaar zijn tot het herkomstbedrijf en de op het afmestbedrijf aanwezige kalveren. Dit geldt zowel voor binnenlandse als buitenlandse kalveren. Bovenwettelijke invulling van Verordening (EG) nr. 852/2004.
Indien een kalverhouder start-kalveren aflevert aan een vleeskalverhouderij voor verdere opfok, worden gegevens m.b.t. diergenees-middelengebruik bij deze startkalveren meegeleverd. Deze gegevens omvatten: – de koppelbehandelingen die bij de ontvangen koppel startkalveren (blank, rosé) uitgevoerd zijn, en; – de individuele behandelingen die bij de ontvangen koppel startkalveren uitgevoerd zijn. Bovenwettelijke invulling van Verordening (EG) nr. 852/2004.
Voer (installaties)
Indien geen transport van voer in eigen beheer plaatsvindt, dan moet voer zijn getransporteerd door GMP erkende transporteurs. Verklaring aangegeven op aflever / vervoersdocumenten. GMP erkende transporteurs zijn te vinden op www.gmpplus.nl. Code Diervoeder (www.gmpplus.org), Bovenwettelijke invulling Verordening (EG) nr. 852/2004.
Al het aanwezige voer is afkomstig van GMP+ gecertificeerde diervoederleveranciers. Aantonen d.m.v. voerbonnen. GMP+ gecertificeerde diervoederleveranciers zijn te vinden op www.gmpplus.nl. Code Diervoeder.
Bij voerleverantie wordt of een ingangscontrole of een controle vóór vervoedering uitgevoerd, hierbij wordt gelet op de volgende punten: – staat van het voer; – houdbaarheidstermijn. In geval van balen en/of kuilvoer is gecontroleerd (visueel / geur) of er geen broei aanwezig is, voer met broei wordt niet vervoederd. In geval van aanvullende mengvoeders wordt gecontroleerd op dat: – per aangekochte partij het type mengvoeder is aangegeven; – per aangekochte partij de houdbaarheidstermijn zichtbaar is; – per type mengvoeder de gebruiksvoorschriften bekend zijn. Staat van het voer: het product mag geen zichtbare schimmels of niet-voederbestanddelen bevatten. Voer mag niet over de houdbaarheidsdatum zijn. Dit voorschrift is niet van toepassing als de leverancier geen uiteindelijke houdbaarheidstermijn heeft aangegeven. Partijen mengvoerder zijn zodanig opgeslagen dat verschillende type mengvoeders herkenbaar zijn. De gebruiksvoorschriften zijn bekend doordat deze in de administratie zijn opgenomen of op de verpakking van het mengvoeder zijn weergegeven. Code Diervoeder.
Voor baal/kuilvoer zijn uitsluitend toegelaten toevoegingsmiddelen gebruikt. Toegelaten overeenkomstig Verordening (EG) Nr. 1831/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2003 betreffende toevoegings-middelen voor diervoeding. Aan te tonen met afleverbonnen van toevoegingsmiddelen. Hygiënecode kalverhouderij.
De kuil (met gras/maïs) is afgedekt (met uitzondering van het snijvlak). Hygiënecode kalverhouderij.
Voer is volgens voorschriften leverancier opgeslagen. Code Diervoeder.
Voer voor verschillende diersoorten is gescheiden en duidelijk herkenbaar opgeslagen. Diervoeder dat is bestemd voor andere diersoorten mag niet kunnen vermengen met het diervoeder dat is bestemd voor de vleeskalveren. Uitzondering: enkelvoudige voeders die buiten de stallen zijn opgeslagen en voor meerdere diersoorten gebruikt kunnen worden. Code Diervoeder.
Voer is niet in dezelfde ruimte waar dieren verblijven opgeslagen. Werkvoorraad is toegestaan. Code Diervoeder.
Voer is duidelijk gescheiden opgeslagen van chemicaliën. Code Diervoeder.
Opgeslagen voeders zijn goed afgedekt of verpakt of overkapt of overdekt. Indien nodig met aanvullende ongediertebestrijding. Verpakking of afdekking of overkapping of overdekking is in onbeschadigde staat. Opgeslagen voeders zijn zodanig afgedekt of verpakt of afgedekt of bedekt dat verontreiniging met uitwerpselen van ongedierte of vogels zo goed mogelijk wordt voorkomen. Indien er ongedierte aanwezig is, moet ongediertebestrijding worden toegepast. Ongedierte: ratten, muizen en vliegen. Code Diervoeder.
Voerinstallaties en waterinstallaties zijn in goede staat van onderhoud. Geen lekkende slangen en / of gebroken kettingen e.d. en geen visueel aanwezige aangekoekte resten van voer of medicijnen. Besluit houders van dieren (wetten.overheid.nl).
Er is geen beschimmeld voer aanwezig in de dierverblijven. Code Diervoeder.
Indien middelen aan het voer zijn toegevoegd, is dit gedaan conform adviezen van leverancier van de toevoegingsmiddelen. Advies leverancier van de toevoegingsmiddelen is aanwezig op het bedrijf. Code Diervoeder.
Het rantsoen bevat ten minste 50 gram vezelhoudend droog-voer per dag per dier van 8 tot 20 weken oud. Het rantsoen bevat ten minste 250 gram vezelhoudend voer per dag per dier vanaf 20 weken oud. Vezelhoudend voer: ruwvoer (maïsproducten, hooi, stro, etc.). Krachtvoer dat vezels bevat mag worden gerekend als vezelhoudend droogvoer. Hierbij moet worden uitgegaan van het gewicht van het verstrekte krachtvoer. Besluit houders van dieren.
Bij beperkte voedering is de voerbaklengte per kalf minimaal 0,40 meter. Besluit houders van dieren.
Bij onbeperkte voedering is het mogelijk dat ten minste 3 dieren tegelijk eten. Minimale voerbaklengte van 1.20m. Besluit houders van dieren.
Alle kalveren krijgen ten minste 2 maal per dag voer en kalveren in groepshokken moeten allemaal tegelijk kunnen eten. N.v.t. bij ad libitum voedering of via automatisch voedersysteem. Besluit houders van dieren.
Alle middelen die, naast voer en diergeneesmiddelen, worden toegediend voldoen aan GMP+, hebben een RegNL nummer of zijn toegelaten homeopathische middelen. Ook enkelvoudig voor humaan gebruik toegelaten homeopathische middelen zijn toegestaan. Toegelaten homeopathische middelen zijn te vinden op: https://www.cbg-meb.nl/dieren IKB Vleeskalveren 2008.
Medicijnmenger verkeert in goede staat van onderhoud. Geen lekkende slangen en / of buizen e.d. en geen visueel aanwezige aangekoekte resten van medicijnen. IKB Vleeskalveren 2008.
Afleverbewijzen van voer en toevoegingsmiddelen van de afgelopen 5 jaar zijn aanwezig. Code Diervoeder.
De dieren hebben onbeperkt de beschikking over drinkwater. Niet noodzakelijk indien melkvoedering wordt gegeven. Bij warm weer (buitentemp > 25˚C) en voor zieke kalveren dient altijd vers drinkwater beschikbaar te zijn en moet het altijd mogelijk zijn om extra watergift te geven. Besluit houders van dieren.
De aan-, afvoer of sterfte van dieren wordt binnen 24 uur na aan-, afvoer of sterfte in het I&R-systeem gemeld. Alle meldingen moeten correct zijn gedaan in het I&R systeem. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s (www.wetten.overheid.nl)
Gewasbeschermingsmiddelen
Er zijn alleen toegestane gewasbeschermingsmiddelen gebruikt. Toegestaan volgens de databank van College voor Toelating van Bestrijdingsmiddelen (CTB) (www.ctb-wageningen.nl). Aan te tonen met afleverbonnen. Hygiënecode kalverhouderij.
Gewasbeschermingsmiddelen zijn, indien aanwezig, in een gesloten kast of ruimte, apart van dieren, diergeneesmiddelen, R&O middelen en voedermiddelen opgeslagen. Hygiënecode kalverhouderij.
Wachttijden van gewasbeschermingsmiddelen zijn in acht genomen. Moet aantoonbaar gemaakt worden aan de hand van de perceeladministratie Hygiënecode kalverhouderij, Bovenwettelijke invulling van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden (www.wetten.overheid.nl).
Aankoop en leverbonnen van gewasbeschermingsmiddelen zijn in de administratie opgenomen. Hygiënecode kalverhouderij.
Huisvesting
In de ruimte waar vleeskalveren gehuisvest zijn, worden geen andere landbouwhuisdieren dan runderen gehouden. Vleesvee, fokkalveren etc. behoren ook tot de categorie 'andere landbouwhuisdieren'. IKB Vleeskalveren 2008.
De stallen / dierverblijven worden geventileerd. Besluit houders van dieren.
De stal is voorzien van licht doorlatende delen die ten minste 2% van het vloeroppervlak van de stal beslaan. Lichtdoorlatend materiaal is schoon. Alle oppervlaktes / delen die licht doorlaten worden meegerekend, tenzij de normale afsluitwijze van dit deel (deur / luik / gordijn) niet lichtdoorlatend is. Delen moeten gelijkmatig over de stal verspreid zijn. Besluit houders van dieren.
Het mestopvangsysteem in de dierverblijven is zodanig dat kalveren schoon blijven. Besluit houders van dieren.
Zieke en gewonde kalveren kunnen indien nodig worden geïsoleerd in adequate lokalen (eenlingbox/ ziekenbox) met indien nodig droog en comfortabel strooisel. De vereiste ruimte beslaat minimaal 1 procent van de kalverplaatsen, met een minimum van 1 plaats. Indien ruimte niet standaard aanwezig is, maar gecreëerd wordt, dan moet dit aantoonbaar zijn. Besluit houders van dieren.
Dierruimtes, voerruimtes, voerkeukens e.d. zijn visueel schoon. Besluit houders van dieren.
Eenlingboxen worden alleen gebruikt voor kalveren niet ouder dan 8 weken of als ziekenboxen op voorschrift van een dierenarts. Niet van toepassing als een dierenarts heeft verklaard dat het kalf in verband met zijn gezondheid of gedrag moet worden geïsoleerd om te worden behandeld. Besluit houders van dieren.
De breedte van de eenlingboxen is minimaal gelijk aan de schofthoogte van het kalf. De schofthoogte wordt gemeten terwijl het kalf rechtop staat. Besluit houders van dieren.
De lengte van een eenlingbox is ten minste 1,1 maal de lengte van het kalf. De lengte van het kalf wordt gemeten van de neuspunt tot aan de achterkant van de zitbeenknobbel. Besluit houders van dieren.
De zijwanden van een eenlingbox zijn opengewerkt zodanig dat dieren elkaar kunnen zien en aanraken. Niet van toepassing op eenlingboxen voor zieke dieren. Besluit houders van dieren.
Indien niet in eenlingboxen gehuisvest is het vloeroppervlak per kalf (levend gewicht) minimaal: bij gewicht < 150 kg: 1,5 m2; bij gewicht > 150 kg; 1,8 m2. Besluit houders van dieren.
Kalveren moeten kunnen liggen op een vloer die is ingestrooid of is voorzien van een kunststof mat, houten latten rooster of rubber toplaag. Voor rosé stierkalveren geldt dit voorschrift tot een leeftijd van 2 maanden. Besluit houders van dieren.
De vloeren zijn stroef, zonder scherpe uitsteeksels. Besluit houders van dieren.
Er is verlichting in de stal aanwezig om de vleeskalveren te allen tijde te kunnen inspecteren. De verlichting moet van zodanige sterkte zijn dat de vleeskalveren goed te zien zijn. Besluit houders van dieren.
Er zijn geen scherpe randen of scherpe uitsteeksels aanwezig in de stallen en/of dierverblijven die kalveren kunnen verwonden (geldt ook voor hekken en wanden die gebruikt worden bij het verplaatsen van de kalveren). Richtlijn 98/58/EG van de Raad van 20 juli 1998 inzake de bescherming van voor landbouwdoeleinden gehouden dieren.
Diergezondheid
Voor de bewaking van de gezondheid van de dieren is een overeenkomst gesloten met een door Geborgde Vleeskalverendierenarts gecertificeerde dierenarts en deze overeenkomst is inzichtelijk via InfoKalf (https://infokalf.skv.info) Kalverhouder heeft met de dierenarts de Overeenkomst kalverhouder, kalvereigenaar en Geborgde Vleeskalverendierenarts (conform Bijlage I van het Reglement Geborgde Vleeskalverendierenarts) gesloten. Er mag slechts één overeenkomst per diersoort, per UBN afgesloten worden. De overeenkomst is digitaal inzichtelijk via InfoKalf. Regeling diergeneesmiddelen (www.overheid.nl).
De kalverhouder heeft ervoor gezorgd dat de dierenarts minimaal 1 maal per kwartaal het bedrijf bezoekt. Het is ook toegestaan om 2x per half jaar de dierenarts het bedrijf te laten bezoeken. Voor een klinische inspectie en bedrijfsbegeleiding (op grond van bijvoorbeeld productiegegevens, AM en PM keuringsresultaten). Aan te tonen door bezoekersrapportage dierenarts. Regeling diergeneesmiddelen.
Zieke dieren zijn, indien nodig, ondergebracht in ruimte voor zieke en gewonde dieren. Ruimte voldoet aan voorwaarden huisvesting. Zieke dieren zijn op verklaring dierenarts (bezoekrapportage), dieren met zware kreupelheden, dieren met zware verwondingen en sterk verzwakte dieren als gevolg van ziekte of anderszins. Besluit houders van dieren.
De kalverhouder bewaakt het hemoglobinegehalte van de blanke vleeskalveren. Bewaken kan door bloedonderzoeken en/of toediening van ijzer. Deelnemer kan dit schriftelijk aantonen via leverbonnen van ijzerpreparaten of de uitslagen van onderzoek. N.v.t. op rosé vleeskalveren. Besluit houders van dieren.
Diergeneesmiddelen
Toediening diergeneesmiddelen gebeurt volgens de bijgeleverde gebruiksvoorschriften (toedieningswijze en duur dosering, wachttijd). Regeling diergeneesmiddelen, Besluit houders van dieren.
Er worden alleen schone en werkende bedrijfseigen hulpmiddelen gebruikt bij het toedienen van diergeneesmiddelen. Indien dierenarts eigen schone hulpmiddelen gebruikt is dit ook toegestaan. Hygiënecode kalverhouderij.
Eventuele niet zichtbare afwijkingen als gevolg van toedienen van diergeneesmiddelen (bv. door een naald) zijn, indien bekend, gemeld aan het slachthuis. Afwijkingen worden gemeld op de afleververklaring met locatie van afwijking plus identificatie dier. IKB Vleeskalveren 2008.
Er is een bedrijfsbehandelplan. Het bedrijfsbehandelplan moet voldoen aan de volgende criteria: - op een duidelijke manier is aangegeven dat het betreffende document bedrijfsbehandelplan heet; - het bedrijfsbehandelplan dient te zijn voorzien van een datum van uitgifte. Besluit houders van dieren.
Er zijn alleen antimicrobiële middelen op het bedrijf aanwezig die staan vermeld in het bedrijfsbehandelplan (BBP) óf er moet een onderbouwing (schriftelijk verslag) aanwezig zijn die door de dierenarts is opgemaakt. Regeling diergeneesmiddelen.
De kalverhouder heeft voorgeschreven UDD-/UDA-diergeneesmiddelen voor de vleeskalveren uitsluitend afgenomen van de dierenarts waarmee hij een overeenkomst heeft gesloten, of van de apotheek van de praktijk van de dierenarts waarmee hij een overeenkomst heeft afgesloten. Indien er bij een spoedgeval een andere dierenarts wordt ingeschakeld, die UDD- / UDA-diergeneesmiddelen afgeeft, moet er een visitebrief aanwezig zijn waarin staat vermeld dat het een spoedconsult betrof. Bovenwettelijke invulling van de Regeling diergeneesmiddelen.
De kalverhouder heeft UDD-diergeneesmiddelen voor de vleeskalveren uitsluitend laten toepassen door de dierenarts waarmee hij een overeenkomst heeft gesloten, of diens vervanger. Onder voorwaarden mogen sommige antibiotica, op voorschrift van de dierenarts, zelf door kalverhouder worden toegepast. Deze voorwaarden zijn minimaal een instructie van de dierenarts (voor tweede keus antibiotica) en / of vermelding in het bedrijfsbehandelplan. Bovenwettelijke invulling van de Regeling diergeneesmiddelen.
Er zijn slechts voor runderen geregistreerde diergeneesmiddelen op het bedrijf aanwezig. Indien sprake is van voorgeschreven middelen volgens de cascaderegeling (incl. buitenlandse diergeneesmiddelen) voor runderen: er is een verklaring van de dierenarts aanwezig voor het toepassen van deze middelen. Indien op het bedrijf meerdere diersoorten worden gehouden mogen diergeneesmiddelen aanwezig zijn die voor deze diersoorten zijn geregistreerd. Deze moeten per diersoort apart worden bewaard. IKB Vleeskalveren 2008, Bovenwettelijke invullingregeling van het Besluit houders van dieren.
De aanwezige URA-diergeneesmiddelen zijn afkomstig van een toegelaten verkoopkanaal. Aantonen met. afleverbonnen. Toegelaten verkoopkanaal: medicijnen zijn afkomstig van de dierenarts zelf, een openbare apotheker of een leverancier met een afleververgunning van gekanaliseerde middelen. Bovenwettelijke invulling van het Besluit houders van dieren en van de Regeling diergeneesmiddelen.
Diergeneesmiddelen zijn in een gesloten kast / ruimte gescheiden van dieren en / of voeders opgeslagen. Kast of ruimte moet met een deur afgesloten of gescheiden zijn. Deze hoeft niet op slot te zijn. In deze kast of ruimte mogen alléén diergeneesmiddelen worden opgeslagen. Hygiënecode kalverhouderij.
Diergeneesmiddelen zijn per diersoort opgeslagen. Diersoort: runderen, varkens, pluimvee, etc. Binnen 1 (koel)kast verschillende compartimenten of planken per diersoort is toegestaan. IKB Vleeskalveren 2008, Bovenwettelijke invulling van het Besluit houders van dieren.
De kalverhouder heeft geen volledige koppelkuur antibiotica op voorraad. Op voorraad: termijn tussen ontvangst koppelkuur en gebruik koppelkuur is maximaal 2 werkdagen. Gebruik is aantoonbaar door recept of/ bezoekersrapportage dierenarts. Bij annulering of wijziging koppelkuur of uitgifte 2 kuren in 1 keer dient de dierenarts waarmee een overeenkomst is getekend in het bezoekersverslag een reden aan te geven. UDD-regeling (Stcrt. 2013, 23390).
De kalverhouder stelt i.s.m. de dierenarts en eventueel vertegenwoordiger van de kalvereigenaar jaarlijks een bedrijfsgezondheidsplan op. Jaarlijks: 1x per kalenderjaar. UDD-regeling.
Het bedrijfsgezondheidsplan is voorzien van de naam en de handtekening van de kalverhouder en de dierenarts en, indien hier sprake van is, de vertegenwoordiger van de kalvereigenaar. UDD-regeling.
Het bedrijfsgezondheidsplan is voorzien van het UBN van het bedrijf. UDD-regeling.
Het bedrijfsgezondheidsplan is voorzien van de datum waarop het bedrijfsgezondheidsplan is opgesteld. UDD-regeling.
Het bedrijfsgezondheidsplan beschrijft welke aspecten van de bedrijfsgezondheid aandachtspunten zijn of verbetermaatregelen nodig hebben. Hierbij worden de volgende aspecten overwogen: – verteringsproblemen tijdens de startperiode; – verteringsproblemen tijdens de mestperiode; – luchtwegaandoeningen tijdens de startperiode; – luchtwegaandoeningen tijdens de mestperiode; – overige aandoeningen die zich op het bedrijf voordoen; – uitval tijdens de startperiode; – uitval tijdens de mestperiode; – groei van de dieren; – achterblijvers of onvolwaardige groei; – medicijngebruik voor individuele behandelingen; – medicijngebruik voor koppelbehandelingen; – vleeskleur; – overige aspecten die relevant zijn voor het bedrijf. Aanvullende bovenwettelijke invulling van de UDD-regeling.
Er is actueel een bedrijfsgezondheidsplan aanwezig. Actueel betekent daterend uit het lopende kalenderjaar of ten minste het voorgaande kalenderjaar. UDD-regeling
De kalverhouder gebruikt geen cefalosporinen voor de behandeling van vleeskalveren. Voorschrift geldt zowel voor individuele behandelingen als koppelbehandelingen. IKB Vleeskalveren 2008.
De kalverhouder heeft geen derde keus middelen antibiotica op het bedrijf op voorraad. Derde keus middelen zijn middelen die zoals genoemd in het document 'Overzicht derde keus middelen' gepubliceerd door de SDa in mei 2012. Op voorraad: termijn tussen ontvangst van een derde keuze middel en het gebruik van het derde keuze middel is maximaal 2 werkdagen. Gebruik is aantoonbaar door recept / bezoekersrapportage dierenarts. Bij annulering / wijziging behandeling: dierenarts waarmee een overeenkomst is getekend dient in bezoekersverslag reden aan te geven. " UDD-regeling.
Bij individuele behandeling (m.i.v. dag 1) na het opzetten van de eerste kalveren van de lopende ronde is ten minste het volgende, per kalf, genoteerd in het logboek: – naam diergeneesmiddel of registratienummer; – Gebruikte hoeveelheid diergeneesmiddel (dosering per dier); – werknummer; – behandeldagen. Het 'Registratieformulier individuele behandelingen'. Dit formulier is te vinden op www.kalversector.nl. Registratie is niet verplicht indien de wachttermijn 0 dagen bedraagt. Werknummer: Of, indien noodzakelijk i.v.m. tracering, ID-code volledig. Bij behandeldagen heeft de kalverhouder de keuze tussen het noteren van de startdatum met het aantal behandeldagen of het noteren van de data van de behandeldagen. Bovenwettelijke invulling van het Besluit houders van dieren en de Regeling diergeneesmiddelen.
Diergeneesmiddelen die verloren gaan op een andere wijze dan door toediening zijn in het logboek geregistreerd. Genoteerd moeten worden: de datum, naam diergeneesmiddel, verloren gegane hoeveelheid en wijze van verloren gaan Regeling diergeneesmiddelen.
Verslagen van dierenartsbezoeken die door de dierenarts worden achtergelaten bij de kalverhouder, worden door de kalverhouder bewaard. Dit mag ook middels een doordruk of een kopie (evt. digitaal). Regeling diergeneesmiddelen.
Overig
Kadavers zijn volgens de geldende regelgeving gemeld bij destructiebedrijf. Geldende regelgeving: Gezondheids- en welzijnswet voor dieren of Wet Dieren. Hygiënecode kalverhouderij, Bovenwettelijke invulling van de Regeling dierlijke bijproducten (wetten.overheid.nl).
Kadavers zijn direct na ontdekken ter destructie aangeboden op de aanbiedingsplaats voor kadavers. Hygiënecode kalverhouderij, Bovenwettelijke invulling van de Regeling dierlijke bijproducten.
Kadaveropslag en aanbiedings-plaats zonder kadavers zijn te allen tijden visueel schoon. Visueel schoon: geen aanwezigheid van dierlijke resten of andere afvalstoffen. Hygiënecode kalverhouderij
Er is een verharde reinigbare aanbiedingsplaats voor kadavers aanwezig. Verhard: klinkers, tegels, asfalt of beton. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s, Bovenwettelijke invulling van de Regeling dierlijke bijproducten.
De aanbiedingsplaats voor kadavers is af te dekken (bv. met de kadaverstolp). Zodanig dat de kadavers niet zichtbaar zijn voor passanten en niet vrij toegankelijk zijn voor vogels, knaagdieren, honden, katten, etc. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s, Bovenwettelijke invulling van de Regeling dierlijke bijproducten.
Restanten van chemicaliën inclusief direct verpakkingsmateriaal worden afgevoerd via de lokale voorzieningen. Chemicaliën: gewasbeschermingsmiddelen, R&O middelen, dierbehandelingsmiddelen, verf, diergeneesmiddelen, enz. Toegestane lokale voorzieningen: afvoer via chemobox, afvoer door afgifte bij gemeentelijke afvalverzamelpunt. Milieuregelgeving (www.ilent.nl), Bovenwettelijke invulling van Verordening (EG) nr. 852/2004.
Op het bedrijf zijn REOB gecertificeerde brandblusmiddelen beschikbaar. De brandblusmiddelen moeten onderhouden worden door REOB gecertificeerde onderhoudsbedrijven voor blusmiddelen. Na iedere onderhoudsbeurt wordt de gele sticker op het brandblusmiddel vervangen. REOB gecertificeerde bedrijven zijn te vinden op: http://cibv.nl/erkende-bedrijven/ of http://www.kiwa.nl/gecertificeerde-bedrijven.aspx. IKB Vleeskalveren 2008.
Bij volledige mechanische ventilatie en afwezigheid mogelijkheid tot natuurlijke ventilatie: Er is een noodstroomaggregaat op het bedrijf aanwezig inclusief werkend alarmsysteem voor stroomuitval. Andere noodvoorziening is ook toegestaan. Besluit houders van dieren.
Calamiteiten en klachten zijn geregistreerd (omschrijving van calamiteit en corrigerende maatregel). Calamiteiten en klachten: uitval ventilatie, brand, water- of bodemvervuiling, achtergebleven naalden, klacht van slachterij over vieze dieren. Hiervoor is een formulier beschikbaar op het bedrijf. Onveilige situaties worden beschreven in Verordening (EG) nr. 178/2002 van 28 januari 2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving. IKB Vleeskalveren 2008.
Bedrijfshygiëne
Voldoende ontsmettingsmiddelen, minimaal halve liter van het middel aanwezig op het bedrijf. Voor de meest actuele lijst van toegelaten ontsmettingsmiddelen (desinfecteermiddelen) voor transportmiddelen wordt verwezen naar de databank van College voor Toelating van Bestrijdingsmiddelen op internet: www.ctbg.nl. Bovenwettelijke invulling van de Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s.
Er is een R&O (Reiniging en Ontsmetting) plaats aanwezig. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s.
De R&O plaats beslaat de gehele lengte van een vervoerseenheid. Vervoerseenheid: uitgaande van een transportmiddel met aanhanger. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s.
Bij de R&O plaats kan voldoende verlicht worden. Onder voldoende verlicht wordt verstaan, zodanig dat te allen tijden R&O uitgevoerd kan worden. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s.
De R&O plaats is zodanig aangelegd dat water en eventueel andere vloeistoffen die bij de reiniging en ontsmetting worden gebruikt, niet in grond- of oppervlakte water terecht kunnen komen. De plaats is voorzien van een zodanige afvoer dat water en eventueel andere vloeistoffen die bij de reiniging en ontsmetting worden gebruikt, niet in het grond- of oppervlaktewater terecht kunnen komen. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s.
Op de R&O plaats kan voldoende water onder druk worden geleverd voor reiniging en ontsmetting van de vervoerseenheid. Er is een werkende hoge druk spuit aanwezig of een werkende pomp die zorgt voor extra waterdruk. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s.
R&O middelen zijn in een gesloten kast of ruimte, apart van dieren, diergeneesmiddelen, gewasbeschermingsmiddelen en voedermiddelen opgeslagen. Bovenwettelijke invulling van Verordening (EG) nr. 852/2004.
Op het bedrijf zijn de aankoop- en afleverbewijzen van R&O middelen aanwezig. Deze voorwaarde is alleen van belang als er geen voorraad R&O middelen aantoonbaar is. Bovenwettelijke invulling van Verordening (EG) nr. 852/2004.
Verbeterplan structureel veel gebruik antibiotica
Kalverhouder dient binnen 3 maanden na de datum genoemd in de berichtgeving dat het bedrijf in de categorie 'Structureel Veelgebruik, fase 1' of 'Structureel Veelgebruik, fase 2' valt een driehoeksoverleg over het BGP te organiseren met de kalverhouder, kalvereigenaar (vertegenwoordiger) en de dierenarts, het bedrijfsgezondheidsplan te vernieuwen en op te sturen naar de CI. Het dossier bevat ten minste: – de opgestelde bedrijfsgezondheidsplannen; – een uitslag van de analyse van een monster uit de melkleiding waaruit blijkt dat minder dan 1.000 kve/ml Enterobacteriacea aanwezig waren in de melkleiding; – de verklaring van de monsternemer dat het monster, behorende bij de bovengenoemde analyse uitslag, op voorgeschreven wijze uit de melkleiding is genomen. Indien van toepassing bevat het dossier: – een of meerdere onderbouwingen voor de antibioticabehandelingen die zijn verstrekt; – bij verstrekking koppelkuur: de verklaring van de dierenarts dat er voldoende individueel is behandeld voordat is overgegaan tot een koppelbehandeling, dan wel dat er sprake is van een progressief ziekteverloop waarbij in de laatste 24 uur sprake was van 4% of meer nieuwe ziektegevallen. IKB Vleeskalveren 2008.
Indien gedurende een aaneengesloten periode van 5 dagen 10% of meer dieren in het koppel ziek wordt, dient de dierenarts een verklaring af te geven dat er voldoende individueel is behandeld en dat een koppelkuur moet worden ingezet. IKB Vleeskalveren 2008.
Indien sprake is van een progressief ziekteverloop waarbij in de laatste 24 uur een toename is van 4% of meer nieuwe ziektegevallen, dient de dierenarts een verklaring af te geven dat er sprake is van een progressief ziekteverloop met een toename van 4% of meer zieke kalveren in de laatste 24 uur. In de bepaling van de toename van het ziekteverloop dienen de kalveren die gedurende deze periode zijn uitgevallen te worden meegenomen. IKB Vleeskalveren 2008.
Bedrijven die meerdere leeftijdsgroepen kalveren houden, dienen binnen 3 maanden na de datum genoemd in de berichtgeving dat het bedrijf in de categorie 'Structureel Veelgebruik, fase 2' valt, nader onderzoek te laten verrichten betreffende (recidiverende) longproblemen. Dit kan door middel van: – een (gepaard) bloedonderzoek van 5 representatieve dieren per leeftijdsgroep, of; – het nemen van neusswabs van 5 representatieve dieren, of; – het laten uitvoeren van sectie bij de Gezondheidsdienst voor Dieren. Onafhankelijk van stal of compartiment. Indien binnen drie maanden geen ziekteverschijnselen worden vertoond, is een verklaring dierenarts over gezondheid koppel verplicht om onderzoek te mogen verschuiven naar eerst volgend moment dat ziekteverschijnselen worden geconstateerd. IKB Vleeskalveren 2008.
Kalverhouder dient binnen 3 maanden na de datum genoemd in de berichtgeving dat het bedrijf in de categorie 'Structureel Veelgebruik, fase 2' valt, een bedrijfsanalyse op te stellen aan de hand van de 'Uitgebreide checklist' en deze op te sturen naar de CI. Deze checklist is te downloaden via www.kalversector.nl. IKB Vleeskalveren 2008.
Transport
Alle aangevoerde in NL geboren nuka's, die niet rechtstreeks van een rundveebedrijf van geboorte zijn aangevoerd, dienen te zijn verzameld op een deelnemend, erkend verzamelcentrum. Alle nuka’s moeten rechtstreeks afkomstig zijn van een Nederlands rundveebedrijf of van een deelnemend, erkend verzamelcentrum. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s
Ieder kalf dient vanaf het moment van opzet tot 3 weken na de opzetdatum gehuisvest te worden in een ruimte met een temperatuur van minimaal 15 °C. De temperatuur in de huisvesting van kalveren tot 3 weken na opzet moet > 15°C is. Indien de buitentemperatuur -5°C of minder bedraagt, dient de temperatuur > 10°C te zijn. Per 200 gehuisveste kalveren moet 1 meting in het midden van een babybox, op hoogte van 25 cm boven een staand kalf verricht worden. Bovenwettelijke invulling van het Besluit houders van dieren.
Alle (deel)koppels met gewicht onder 42 kg dienen tot 2 weken na aanvoer van het kalf 3 maal daags te worden gevoerd (verspreid over een periode van 12 uur of meer). Bovenwettelijke invulling van het Besluit houders van dieren.
Alle personen die bedrijfsmatig op het schone (bedrijfs-) gedeelte en in de stallen – waarin dieren zijn gehuisvest – komen, moeten gebruik maken van de hygiënesluis en schone bedrijfskleding en – schoeisel aantrekken, voordat het schone (bedrijfs-) gedeelte en de stallen betreden worden. Alleen personen behorende bij het transportmiddel, die niet in de stal komen, mogen over het bedrijfsgedeelte van het erf rijden zonder gebruik te maken van de hygiënesluis. Een persoon die bedrijfsmatig het bedrijfsgedeelte betreedt is een ieder die per week meerdere veehouderijbedrijven bezoekt en hierbij ook in de stallen – waarin dieren zijn gehuisvest – komt. Hieronder vallen ook personen die op andere bedrijven in stallen komen (bv. buurman melkveehouder). Bedrijfsgedeelte (zie B007): het gedeelte van het perceel waar zich de kalverhouderij bevindt aangevuld met het gedeelte van het perceel waar verkeer van personen en/of transport van kalveren, voer en materialen tussen stallen / afdelingen plaatsvindt. Dit voorschrift is niet van toepassing voor transporteurs van kalveren. IKB Vleeskalveren 2008.
De hygiënesluis is voorzien van een handenwasgelegenheid met warm en koud-, stromend water, zeep / desinfectans, papieren handdoeken en schoon schoeisel en schone bedrijfseigen kleding. De handenwasgelegenheid bevindt zich bij voorkeur in het schone gedeelte van de hygiënesluis en zo dicht mogelijk bij de fysieke barrière. Bedrijfseigen kleding en – schoeisel zijn bijvoorbeeld overalls, laarzen of klompen. IKB Vleeskalveren 2008.
De kalverhouder reinigt minimaal 1x per 4 weken de melkleiding. Controleer via de registratie van de kalverhouder of de melkleidingen minimaal 1x per 4 weken zijn gereinigd met een reinigingsmiddel. In het geval van rosé start / afmest waarbij het melkleidingsysteem niet gebruikt wordt, hoeft het melkleidingsysteem niet gereinigd te worden. Onder melkleiding wordt verstaan elk systeem waarmee melk aan de kalveren wordt gevoerd, zoals melkleidingsystemen, rijdende mengers, voerslangen en drinkautomaten. Bovenwettelijke invulling van Verordening (EG) nr. 852/2004.
De kalverhouder houdt een register bij van de reinigingsbeurten. In het register staan ten minste de datum en het gebruikte reinigingsmiddel vermeld. Gecontroleerd moet worden of in het register ten minste de datum en het gebruikte reinigingsmiddel genoteerd staan. Bovenwettelijke invulling van Verordening (EG) nr. 852/2004.
Als een kalverhouder kalveren opzet, die al op een ander bedrijf zijn gestart, worden deze kalveren aangevoerd van maximaal 4 verschillende UBN’s. Indien niet aan dit voorschrift kan worden voldaan dient aan het hierop volgend voorschrift te worden voldaan. IKB Vleeskalveren 2008.
Als een kalverhouder kalveren opzet, die al op een ander bedrijf zijn gestart, wordt in 1 compartiment eerder gestarte kalveren van maximaal 2 verschillende UBN's gehuisvest. Een compartiment is een ruimte die door vloer, plafond en wanden / muren van vloer tot plafond gescheiden is van andere ruimtes. Het is toegestaan dat in de wand / muur een deur is aangebracht. Deze deur mag slechts geopend zijn tijdens doorgang, zodat de luchtcirculatie van 1 compartiment niet direct verbonden is met een ander compartiment / ruimte waarin kalveren zijn gehuisvest. Indien niet aan dit voorschrift kan worden voldaan dient aan het vorige voorschrift te worden voldaan. IKB Vleeskalveren 2008.

Bijlage 2. behorende bij artikel 4.2.2, vijfde lid, Regeling Europese EZ-subsidies

Bestaande voorschriften kwaliteitssysteem kalfsvleessector

Voorschrift Interpretatie Bron
Algemeen
Er is een actuele door de certificerende instantie (hierna: ‘CI’) gewaarmerkte plattegrond van het bedrijf aanwezig. De plattegrond geeft voor zover van toepassing alle ruimten, de perceelgrenzen- en toegangen, bedrijfsgedeelte, de situering silo's (inclusief silonummers), mestopslag, opslag en aanbiedingsplaats destructiemateriaal, medicijnopslag, opslag van reinigings-, desinfectie- en ongediertebestrijdingsmiddelen, aggregaat, hygiënesluis, de gebruikelijke loop- en rijroutes, de afmetingen van de stallen en per stal het aantal afdelingen en aantal hokken en de hoeveelheid kalveren die per hok mogen zijn gehuisvest, gebaseerd op 1,8 m2/kalf aan. Indien het bedrijf nuchtere kalveren (nuka’s) opzet tot max. 15 weken (startbedrijf), dan mag een plattegrond op basis van 1,5 m2/kalf worden opgesteld. De totale hoeveelheid kalveren die op het bedrijf mag worden gehuisvest is eveneens aangegeven. Het bedrijfsgedeelte is het gedeelte van het perceel waar zich de kalverhouderij bevindt aangevuld met het gedeelte van het perceel waar verkeer van personen en/of transport van kalveren, voer en materialen tussen stallen / afdelingen plaatsvindt. De plattegrond is aangepast aan de laatste stand van zaken. IKB Vleeskalveren 2008 (www.Kalversector.nl ).
De rapportages en certificaten van de inspecties van de drie voorgaande jaren zijn beschikbaar. IKB Vleeskalveren 2008, Bovenwettelijke invulling van Verordening(EG) nr. 852/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake levensmiddelenhygiëne.
Hygiëneregels en plattegrond (met bedrijfsgedeelte en looproutes) zijn zichtbaar aanwezig in hygiënesluis voor medewerkers en bezoekers en worden toegepast. Op schrift gestelde hygiëneregels, aanwezig in de hygiënesluis bevatten minimaal de volgende meldingen: alleen beroepsmatige betreding van het deel van het bedrijf waar dieren staan, alleen na omkleden in hygiënesluis betreden van het schone (bedrijfs-) gedeelte, alleen bij toestemming eigenaar is betreding mogelijk, voor betreden melden bij eigenaar. U kunt hiervoor het voorbeeld formulier 'Hygiëneregels Kalverhouderij' gebruiken. Dit formulier is te vinden op www.kalversector.nl. IKB Vleeskalveren 2008.
Het bedrijfseigen personeel is adequaat opgeleid. Geldt alleen voor personeel dat in dienst is. Adequaat: ten minste opleiding op minimaal MBO niveau of 1 jaar werkervaring in de intensieve kalverhouderij, of anders onder verantwoordelijkheid van iemand met genoemde kwalificaties. Arbeidsomstandigheden-wet (wetten.overheid.nl).
Het bedrijf verkeert in goede staat van onderhoud. Heeft betrekking op toegangswegen tot bedrijfsgedeelte, dierverblijven en voerkeuken. Goede staat is: geen lekkages, geen zwaar achterstallig onderhoud, bestrating en/of verharding in redelijke staat (geen kuilen), geen open of loshangende elektrische bedrading. Bijlage 2 van Richtlijn 91/629/EEG tot vaststelling van minimumnormen ter bescherming van kalveren. QS (Quality Scheme for food, www.q-s.de).
Materialen in de stal waar de vleeskalveren mee in aanraking komen, zijn niet schadelijk voor de vleeskalveren en kunnen worden gereinigd en ontsmet. Er mag bijvoorbeeld geen sprake zijn van contact van de vleeskalveren met zware metalen (lood, kwik, cadmium). Bijlage 2 van Richtlijn 91/629/EEG.
Het bedrijf maakt een visueel schoon en opgeruimde indruk. Opgeruimde indruk: geen onnodig aanwezige materialen, maar alleen materialen aanwezig van werkzaamheden van desbetreffende werkdag. Visueel schoon: ten minste geen visueel zichtbare restanten aanwezig op bijvoorbeeld koelkast, weegschaal, bureau etc. De hygiënecode kalverhouderij is opgenomen in de regeling IKB Vleeskalveren gebaseerd op de verordening (EG) nr. 852/2004.
Het bedrijfsgedeelte en de stallen met directe toegang tot de dieren kunnen niet zonder meer betreden worden. Niet zonder meer betreden: bijvoorbeeld door borden met de melding ‘geen vrije toegang tot stallen’ bij de ingang of door linten, kettingen, etc. Zodanig dat geen ongehinderde toegang verschaft kan worden. Hygiënecode kalverhouderij.
Om het principe van schone (bedrijfs-) en vuile (externe) gedeelte op het bedrijf toe te kunnen passen is het noodzakelijk dat: – er een duidelijk zichtbare lijn (of gespannen draad) op vloerhoogte van het erf is geplaatst, zodat verkeer van transportmiddelen niet belemmerd wordt; OF – er een zodanig duidelijke aanduiding aanwezig is dat een bezoeker zich dient te melden, en door de hygiënesluis moet, voordat het schone (bedrijfs-) gedeelte betreden wordt; OF – er een fysieke afscheiding (bijv. sloot, heg of hek) aanwezig is op de grens van het schone (bedrijfs-) en / of vuile (externe) gedeelte. IKB Vleeskalveren 2008, \Bovenwettelijke invulling van Verordening (EG) nr. 852/2004.
Er is een bijgehouden bezoekersregister, per locatie, aanwezig met daarin naam, bedrijfsnaam en datum van bezoek. Bezoekers die de stallen betreden dienen in het register te worden opgenomen. Transporteurs die dieren komen laden of lossen kunnen het register tekenen. Transporteurs dienen in plaats van voormelde gegevens de volgende informatie te noteren in het register: – datum transport; – Naam transportonderneming. Hygiënecode kalverhouderij.
Ongediertebestrijding
Ongedierte wordt geweerd en waar nodig bestreden. Indien overlast van ongedierte aanwezig blijft, is een gediplomeerd ongediertebestrijdingsbedrijf ingeschakeld. Ongedierte: ratten, muizen en vliegen. Hygiënecode kalverhouderij.
Er dient op het bedrijf een plattegrond aanwezig te zijn waarop is aangegeven waar lokdozen en bestrijdings-middelen zich bevinden. Dit voorschrift is niet van toepassing als er geen ongedierte aanwezig is en bestrijding niet uitgevoerd wordt. IKB vleeskalveren 2008.
Er zijn alleen toegestane ongediertebestrijdingsmiddelen aanwezig, die in een gesloten kast en apart van dieren, diergeneesmiddelen en voedermiddelen worden opgeslagen. Toegestane ongediertebestrijdingsmiddelen: de meest actuele lijst van toegelaten ongediertebestrijdingsmiddelen zoals opgenomen in de databank van College voor Toelating van Bestrijdingsmiddelen: www.ctb-wageningen.nl. Hygiënecode kalverhouderij.
Het bestrijdingsmiddel voor ratten en muizen wordt in daarvoor geschikte lokdozen aangeboden. Lokdozen dienen gesloten zijn. Hygiënecode kalverhouderij.
De vleeskalveren hebben geen toegang tot bestrijdingsmiddelen. Hygiënecode kalverhouderij.
Op het bedrijf zijn de aankoop en leverbonnen van alle op het bedrijf aanwezige ongediertebestrijdingsmiddelen aanwezig. Hygiënecode kalverhouderij.
Aan- en afvoer van dieren
Alle aanwezige dieren zijn voorzien van 2 oormerken. 1 oormerk is toegestaan. Als er geen oormerk is, dient de aanvraag tot nieuwe oormerken aanwezig te zijn. Regeling identificatie en registratie van dieren (wetten.overheid.nl).
Kalverhouder kan aantonen dat aangevoerde dieren vrij zijn van besmettelijke veeziekten d.m.v. importdocumenten / gezondheidsverklaring. Bij een I&R blokkade dient kalverhouder de reden aan te geven. Hygiënecode kalverhouderij.
I&R administratie is ten minste 3 jaar bewaard. In deze I&R administratie is elke verplaatsing (zoals geboorte, afvoer, aanvoer, dood, import, etc.) opgenomen. Mag aantoonbaar gemaakt worden via digitaal bedrijfsregister, indien daarin tevens historie van 3 jaar bewaard is. Richtlijn 92/102/EEG van de Raad van 27 november 1992 met betrekking tot de identificatie en de registratie van dieren.
Indien een deelnemende kalverhouder startkalveren opzet, controleert die kalverhouder of in voorkomend geval het toeleverende Nederlandse startbedrijf gecertificeerd is. Controleren via het register van de SKV. M.u.v. opzet startkalveren van buitenlandse startbedrijven. IKB Vleeskalveren 2008.
Indien een kalverhouder startkalveren ontvangt, worden de meegeleverde gegevens m.b.t. diergeneesmiddelen-gebruik meegeleverd en ten minste 1 jaar in de administratie bewaard. Deze gegevens omvatten: – de koppelbehandelingen die bij de ontvangen koppel startkalveren uitgevoerd zijn, en; – de individuele behandelingen die bij de ontvangen koppel startkalveren uitgevoerd zijn. De diergeneesmiddelenregistratie moet herleidbaar zijn tot het herkomstbedrijf en de op het afmestbedrijf aanwezige kalveren. Dit geldt zowel voor binnenlandse als buitenlandse kalveren. Bovenwettelijke invulling van Verordening (EG) nr. 852/2004.
Indien een kalverhouder start-kalveren aflevert aan een vleeskalverhouderij voor verdere opfok, worden gegevens m.b.t. diergenees-middelengebruik bij deze startkalveren meegeleverd. Deze gegevens omvatten: – de koppelbehandelingen die bij de ontvangen koppel startkalveren (blank, rosé) uitgevoerd zijn, en; – de individuele behandelingen die bij de ontvangen koppel startkalveren uitgevoerd zijn. Bovenwettelijke invulling van Verordening (EG) nr. 852/2004.
Voer (installaties)
Indien geen transport van voer in eigen beheer plaatsvindt, dan moet voer zijn getransporteerd door GMP erkende transporteurs. Verklaring aangegeven op aflever / vervoersdocumenten. GMP erkende transporteurs zijn te vinden op www.gmpplus.nl. Code Diervoeder (www.gmpplus.org), Bovenwettelijke invulling Verordening (EG) nr. 852/2004.
Al het aanwezige voer is afkomstig van GMP+ gecertificeerde diervoederleveranciers. Aantonen d.m.v. voerbonnen. GMP+ gecertificeerde diervoederleveranciers zijn te vinden op www.gmpplus.nl. Code Diervoeder.
Bij voerleverantie wordt of een ingangscontrole of een controle vóór vervoedering uitgevoerd, hierbij wordt gelet op de volgende punten: – staat van het voer; – houdbaarheidstermijn. In geval van balen en/of kuilvoer is gecontroleerd (visueel / geur) of er geen broei aanwezig is, voer met broei wordt niet vervoederd. In geval van aanvullende mengvoeders wordt gecontroleerd op dat: – per aangekochte partij het type mengvoeder is aangegeven; – per aangekochte partij de houdbaarheidstermijn zichtbaar is; – per type mengvoeder de gebruiksvoorschriften bekend zijn. Staat van het voer: het product mag geen zichtbare schimmels of niet-voederbestanddelen bevatten. Voer mag niet over de houdbaarheidsdatum zijn. Dit voorschrift is niet van toepassing als de leverancier geen uiteindelijke houdbaarheidstermijn heeft aangegeven. Partijen mengvoerder zijn zodanig opgeslagen dat verschillende type mengvoeders herkenbaar zijn. De gebruiksvoorschriften zijn bekend doordat deze in de administratie zijn opgenomen of op de verpakking van het mengvoeder zijn weergegeven. Code Diervoeder.
Voor baal/kuilvoer zijn uitsluitend toegelaten toevoegingsmiddelen gebruikt. Toegelaten overeenkomstig Verordening (EG) Nr. 1831/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2003 betreffende toevoegings-middelen voor diervoeding. Aan te tonen met afleverbonnen van toevoegingsmiddelen. Hygiënecode kalverhouderij.
De kuil (met gras/maïs) is afgedekt (met uitzondering van het snijvlak). Hygiënecode kalverhouderij.
Voer is volgens voorschriften leverancier opgeslagen. Code Diervoeder.
Voer voor verschillende diersoorten is gescheiden en duidelijk herkenbaar opgeslagen. Diervoeder dat is bestemd voor andere diersoorten mag niet kunnen vermengen met het diervoeder dat is bestemd voor de vleeskalveren. Uitzondering: enkelvoudige voeders die buiten de stallen zijn opgeslagen en voor meerdere diersoorten gebruikt kunnen worden. Code Diervoeder.
Voer is niet in dezelfde ruimte waar dieren verblijven opgeslagen. Werkvoorraad is toegestaan. Code Diervoeder.
Voer is duidelijk gescheiden opgeslagen van chemicaliën. Code Diervoeder.
Opgeslagen voeders zijn goed afgedekt of verpakt of overkapt of overdekt. Indien nodig met aanvullende ongediertebestrijding. Verpakking of afdekking of overkapping of overdekking is in onbeschadigde staat. Opgeslagen voeders zijn zodanig afgedekt of verpakt of afgedekt of bedekt dat verontreiniging met uitwerpselen van ongedierte of vogels zo goed mogelijk wordt voorkomen. Indien er ongedierte aanwezig is, moet ongediertebestrijding worden toegepast. Ongedierte: ratten, muizen en vliegen. Code Diervoeder.
Voerinstallaties en waterinstallaties zijn in goede staat van onderhoud. Geen lekkende slangen en / of gebroken kettingen e.d. en geen visueel aanwezige aangekoekte resten van voer of medicijnen. Besluit houders van dieren (wetten.overheid.nl).
Er is geen beschimmeld voer aanwezig in de dierverblijven. Code Diervoeder.
Indien middelen aan het voer zijn toegevoegd, is dit gedaan conform adviezen van leverancier van de toevoegingsmiddelen. Advies leverancier van de toevoegingsmiddelen is aanwezig op het bedrijf. Code Diervoeder.
Het rantsoen bevat ten minste 50 gram vezelhoudend droog-voer per dag per dier van 8 tot 20 weken oud. Het rantsoen bevat ten minste 250 gram vezelhoudend voer per dag per dier vanaf 20 weken oud. Vezelhoudend voer: ruwvoer (maïsproducten, hooi, stro, etc.). Krachtvoer dat vezels bevat mag worden gerekend als vezelhoudend droogvoer. Hierbij moet worden uitgegaan van het gewicht van het verstrekte krachtvoer. Besluit houders van dieren.
Bij beperkte voedering is de voerbaklengte per kalf minimaal 0,40 meter. Besluit houders van dieren.
Bij onbeperkte voedering is het mogelijk dat ten minste 3 dieren tegelijk eten. Minimale voerbaklengte van 1.20m. Besluit houders van dieren.
Alle kalveren krijgen ten minste 2 maal per dag voer en kalveren in groepshokken moeten allemaal tegelijk kunnen eten. N.v.t. bij ad libitum voedering of via automatisch voedersysteem. Besluit houders van dieren.
Alle middelen die, naast voer en diergeneesmiddelen, worden toegediend voldoen aan GMP+, hebben een RegNL nummer of zijn toegelaten homeopathische middelen. Ook enkelvoudig voor humaan gebruik toegelaten homeopathische middelen zijn toegestaan. Toegelaten homeopathische middelen zijn te vinden op: https://www.cbg-meb.nl/dieren IKB Vleeskalveren 2008.
Medicijnmenger verkeert in goede staat van onderhoud. Geen lekkende slangen en / of buizen e.d. en geen visueel aanwezige aangekoekte resten van medicijnen. IKB Vleeskalveren 2008.
Afleverbewijzen van voer en toevoegingsmiddelen van de afgelopen 5 jaar zijn aanwezig. Code Diervoeder.
De dieren hebben onbeperkt de beschikking over drinkwater. Niet noodzakelijk indien melkvoedering wordt gegeven. Bij warm weer (buitentemp > 25˚C) en voor zieke kalveren dient altijd vers drinkwater beschikbaar te zijn en moet het altijd mogelijk zijn om extra watergift te geven. Besluit houders van dieren.
De aan-, afvoer of sterfte van dieren wordt binnen 24 uur na aan-, afvoer of sterfte in het I&R-systeem gemeld. Alle meldingen moeten correct zijn gedaan in het I&R systeem. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s (www.wetten.overheid.nl)
Gewasbeschermingsmiddelen
Er zijn alleen toegestane gewasbeschermingsmiddelen gebruikt. Toegestaan volgens de databank van College voor Toelating van Bestrijdingsmiddelen (CTB) (www.ctb-wageningen.nl). Aan te tonen met afleverbonnen. Hygiënecode kalverhouderij.
Gewasbeschermingsmiddelen zijn, indien aanwezig, in een gesloten kast of ruimte, apart van dieren, diergeneesmiddelen, R&O middelen en voedermiddelen opgeslagen. Hygiënecode kalverhouderij.
Wachttijden van gewasbeschermingsmiddelen zijn in acht genomen. Moet aantoonbaar gemaakt worden aan de hand van de perceeladministratie Hygiënecode kalverhouderij, Bovenwettelijke invulling van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden (www.wetten.overheid.nl).
Aankoop en leverbonnen van gewasbeschermingsmiddelen zijn in de administratie opgenomen. Hygiënecode kalverhouderij.
Huisvesting
In de ruimte waar vleeskalveren gehuisvest zijn, worden geen andere landbouwhuisdieren dan runderen gehouden. Vleesvee, fokkalveren etc. behoren ook tot de categorie 'andere landbouwhuisdieren'. IKB Vleeskalveren 2008.
De stallen / dierverblijven worden geventileerd. Besluit houders van dieren.
De stal is voorzien van licht doorlatende delen die ten minste 2% van het vloeroppervlak van de stal beslaan. Lichtdoorlatend materiaal is schoon. Alle oppervlaktes / delen die licht doorlaten worden meegerekend, tenzij de normale afsluitwijze van dit deel (deur / luik / gordijn) niet lichtdoorlatend is. Delen moeten gelijkmatig over de stal verspreid zijn. Besluit houders van dieren.
Het mestopvangsysteem in de dierverblijven is zodanig dat kalveren schoon blijven. Besluit houders van dieren.
Zieke en gewonde kalveren kunnen indien nodig worden geïsoleerd in adequate lokalen (eenlingbox/ ziekenbox) met indien nodig droog en comfortabel strooisel. De vereiste ruimte beslaat minimaal 1 procent van de kalverplaatsen, met een minimum van 1 plaats. Indien ruimte niet standaard aanwezig is, maar gecreëerd wordt, dan moet dit aantoonbaar zijn. Besluit houders van dieren.
Dierruimtes, voerruimtes, voerkeukens e.d. zijn visueel schoon. Besluit houders van dieren.
Eenlingboxen worden alleen gebruikt voor kalveren niet ouder dan 8 weken of als ziekenboxen op voorschrift van een dierenarts. Niet van toepassing als een dierenarts heeft verklaard dat het kalf in verband met zijn gezondheid of gedrag moet worden geïsoleerd om te worden behandeld. Besluit houders van dieren.
De breedte van de eenlingboxen is minimaal gelijk aan de schofthoogte van het kalf. De schofthoogte wordt gemeten terwijl het kalf rechtop staat. Besluit houders van dieren.
De lengte van een eenlingbox is ten minste 1,1 maal de lengte van het kalf. De lengte van het kalf wordt gemeten van de neuspunt tot aan de achterkant van de zitbeenknobbel. Besluit houders van dieren.
De zijwanden van een eenlingbox zijn opengewerkt zodanig dat dieren elkaar kunnen zien en aanraken. Niet van toepassing op eenlingboxen voor zieke dieren. Besluit houders van dieren.
Indien niet in eenlingboxen gehuisvest is het vloeroppervlak per kalf (levend gewicht) minimaal: bij gewicht < 150 kg: 1,5 m2; bij gewicht > 150 kg; 1,8 m2. Besluit houders van dieren.
Kalveren moeten kunnen liggen op een vloer die is ingestrooid of is voorzien van een kunststof mat, houten latten rooster of rubber toplaag. Voor rosé stierkalveren geldt dit voorschrift tot een leeftijd van 2 maanden. Besluit houders van dieren.
De vloeren zijn stroef, zonder scherpe uitsteeksels. Besluit houders van dieren.
Er is verlichting in de stal aanwezig om de vleeskalveren te allen tijde te kunnen inspecteren. De verlichting moet van zodanige sterkte zijn dat de vleeskalveren goed te zien zijn. Besluit houders van dieren.
Er zijn geen scherpe randen of scherpe uitsteeksels aanwezig in de stallen en/of dierverblijven die kalveren kunnen verwonden (geldt ook voor hekken en wanden die gebruikt worden bij het verplaatsen van de kalveren). Richtlijn 98/58/EG van de Raad van 20 juli 1998 inzake de bescherming van voor landbouwdoeleinden gehouden dieren.
Diergezondheid
Voor de bewaking van de gezondheid van de dieren is een overeenkomst gesloten met een door Geborgde Vleeskalverendierenarts gecertificeerde dierenarts en deze overeenkomst is inzichtelijk via InfoKalf (https://infokalf.skv.info) Kalverhouder heeft met de dierenarts de Overeenkomst kalverhouder, kalvereigenaar en Geborgde Vleeskalverendierenarts (conform Bijlage I van het Reglement Geborgde Vleeskalverendierenarts) gesloten. Er mag slechts één overeenkomst per diersoort, per UBN afgesloten worden. De overeenkomst is digitaal inzichtelijk via InfoKalf. Regeling diergeneesmiddelen (www.overheid.nl).
De kalverhouder heeft ervoor gezorgd dat de dierenarts minimaal 1 maal per kwartaal het bedrijf bezoekt. Het is ook toegestaan om 2x per half jaar de dierenarts het bedrijf te laten bezoeken. Voor een klinische inspectie en bedrijfsbegeleiding (op grond van bijvoorbeeld productiegegevens, AM en PM keuringsresultaten). Aan te tonen door bezoekersrapportage dierenarts. Regeling diergeneesmiddelen.
Zieke dieren zijn, indien nodig, ondergebracht in ruimte voor zieke en gewonde dieren. Ruimte voldoet aan voorwaarden huisvesting. Zieke dieren zijn op verklaring dierenarts (bezoekrapportage), dieren met zware kreupelheden, dieren met zware verwondingen en sterk verzwakte dieren als gevolg van ziekte of anderszins. Besluit houders van dieren.
De kalverhouder bewaakt het hemoglobinegehalte van de blanke vleeskalveren. Bewaken kan door bloedonderzoeken en/of toediening van ijzer. Deelnemer kan dit schriftelijk aantonen via leverbonnen van ijzerpreparaten of de uitslagen van onderzoek. N.v.t. op rosé vleeskalveren. Besluit houders van dieren.
Diergeneesmiddelen
Toediening diergeneesmiddelen gebeurt volgens de bijgeleverde gebruiksvoorschriften (toedieningswijze en duur dosering, wachttijd). Regeling diergeneesmiddelen, Besluit houders van dieren.
Er worden alleen schone en werkende bedrijfseigen hulpmiddelen gebruikt bij het toedienen van diergeneesmiddelen. Indien dierenarts eigen schone hulpmiddelen gebruikt is dit ook toegestaan. Hygiënecode kalverhouderij.
Eventuele niet zichtbare afwijkingen als gevolg van toedienen van diergeneesmiddelen (bv. door een naald) zijn, indien bekend, gemeld aan het slachthuis. Afwijkingen worden gemeld op de afleververklaring met locatie van afwijking plus identificatie dier. IKB Vleeskalveren 2008.
Er is een bedrijfsbehandelplan. Het bedrijfsbehandelplan moet voldoen aan de volgende criteria: - op een duidelijke manier is aangegeven dat het betreffende document bedrijfsbehandelplan heet; - het bedrijfsbehandelplan dient te zijn voorzien van een datum van uitgifte. Besluit houders van dieren.
Er zijn alleen antimicrobiële middelen op het bedrijf aanwezig die staan vermeld in het bedrijfsbehandelplan (BBP) óf er moet een onderbouwing (schriftelijk verslag) aanwezig zijn die door de dierenarts is opgemaakt. Regeling diergeneesmiddelen.
De kalverhouder heeft voorgeschreven UDD-/UDA-diergeneesmiddelen voor de vleeskalveren uitsluitend afgenomen van de dierenarts waarmee hij een overeenkomst heeft gesloten, of van de apotheek van de praktijk van de dierenarts waarmee hij een overeenkomst heeft afgesloten. Indien er bij een spoedgeval een andere dierenarts wordt ingeschakeld, die UDD- / UDA-diergeneesmiddelen afgeeft, moet er een visitebrief aanwezig zijn waarin staat vermeld dat het een spoedconsult betrof. Bovenwettelijke invulling van de Regeling diergeneesmiddelen.
De kalverhouder heeft UDD-diergeneesmiddelen voor de vleeskalveren uitsluitend laten toepassen door de dierenarts waarmee hij een overeenkomst heeft gesloten, of diens vervanger. Onder voorwaarden mogen sommige antibiotica, op voorschrift van de dierenarts, zelf door kalverhouder worden toegepast. Deze voorwaarden zijn minimaal een instructie van de dierenarts (voor tweede keus antibiotica) en / of vermelding in het bedrijfsbehandelplan. Bovenwettelijke invulling van de Regeling diergeneesmiddelen.
Er zijn slechts voor runderen geregistreerde diergeneesmiddelen op het bedrijf aanwezig. Indien sprake is van voorgeschreven middelen volgens de cascaderegeling (incl. buitenlandse diergeneesmiddelen) voor runderen: er is een verklaring van de dierenarts aanwezig voor het toepassen van deze middelen. Indien op het bedrijf meerdere diersoorten worden gehouden mogen diergeneesmiddelen aanwezig zijn die voor deze diersoorten zijn geregistreerd. Deze moeten per diersoort apart worden bewaard. IKB Vleeskalveren 2008, Bovenwettelijke invullingregeling van het Besluit houders van dieren.
De aanwezige URA-diergeneesmiddelen zijn afkomstig van een toegelaten verkoopkanaal. Aantonen met. afleverbonnen. Toegelaten verkoopkanaal: medicijnen zijn afkomstig van de dierenarts zelf, een openbare apotheker of een leverancier met een afleververgunning van gekanaliseerde middelen. Bovenwettelijke invulling van het Besluit houders van dieren en van de Regeling diergeneesmiddelen.
Diergeneesmiddelen zijn in een gesloten kast / ruimte gescheiden van dieren en / of voeders opgeslagen. Kast of ruimte moet met een deur afgesloten of gescheiden zijn. Deze hoeft niet op slot te zijn. In deze kast of ruimte mogen alléén diergeneesmiddelen worden opgeslagen. Hygiënecode kalverhouderij.
Diergeneesmiddelen zijn per diersoort opgeslagen. Diersoort: runderen, varkens, pluimvee, etc. Binnen 1 (koel)kast verschillende compartimenten of planken per diersoort is toegestaan. IKB Vleeskalveren 2008, Bovenwettelijke invulling van het Besluit houders van dieren.
De kalverhouder heeft geen volledige koppelkuur antibiotica op voorraad. Op voorraad: termijn tussen ontvangst koppelkuur en gebruik koppelkuur is maximaal 2 werkdagen. Gebruik is aantoonbaar door recept of/ bezoekersrapportage dierenarts. Bij annulering of wijziging koppelkuur of uitgifte 2 kuren in 1 keer dient de dierenarts waarmee een overeenkomst is getekend in het bezoekersverslag een reden aan te geven. UDD-regeling (Stcrt. 2013, 23390).
De kalverhouder stelt i.s.m. de dierenarts en eventueel vertegenwoordiger van de kalvereigenaar jaarlijks een bedrijfsgezondheidsplan op. Jaarlijks: 1x per kalenderjaar. UDD-regeling.
Het bedrijfsgezondheidsplan is voorzien van de naam en de handtekening van de kalverhouder en de dierenarts en, indien hier sprake van is, de vertegenwoordiger van de kalvereigenaar. UDD-regeling.
Het bedrijfsgezondheidsplan is voorzien van het UBN van het bedrijf. UDD-regeling.
Het bedrijfsgezondheidsplan is voorzien van de datum waarop het bedrijfsgezondheidsplan is opgesteld. UDD-regeling.
Het bedrijfsgezondheidsplan beschrijft welke aspecten van de bedrijfsgezondheid aandachtspunten zijn of verbetermaatregelen nodig hebben. Hierbij worden de volgende aspecten overwogen: – verteringsproblemen tijdens de startperiode; – verteringsproblemen tijdens de mestperiode; – luchtwegaandoeningen tijdens de startperiode; – luchtwegaandoeningen tijdens de mestperiode; – overige aandoeningen die zich op het bedrijf voordoen; – uitval tijdens de startperiode; – uitval tijdens de mestperiode; – groei van de dieren; – achterblijvers of onvolwaardige groei; – medicijngebruik voor individuele behandelingen; – medicijngebruik voor koppelbehandelingen; – vleeskleur; – overige aspecten die relevant zijn voor het bedrijf. Aanvullende bovenwettelijke invulling van de UDD-regeling.
Er is actueel een bedrijfsgezondheidsplan aanwezig. Actueel betekent daterend uit het lopende kalenderjaar of ten minste het voorgaande kalenderjaar. UDD-regeling
De kalverhouder gebruikt geen cefalosporinen voor de behandeling van vleeskalveren. Voorschrift geldt zowel voor individuele behandelingen als koppelbehandelingen. IKB Vleeskalveren 2008.
De kalverhouder heeft geen derde keus middelen antibiotica op het bedrijf op voorraad. Derde keus middelen zijn middelen die zoals genoemd in het document 'Overzicht derde keus middelen' gepubliceerd door de SDa in mei 2012. Op voorraad: termijn tussen ontvangst van een derde keuze middel en het gebruik van het derde keuze middel is maximaal 2 werkdagen. Gebruik is aantoonbaar door recept / bezoekersrapportage dierenarts. Bij annulering / wijziging behandeling: dierenarts waarmee een overeenkomst is getekend dient in bezoekersverslag reden aan te geven. " UDD-regeling.
Bij individuele behandeling (m.i.v. dag 1) na het opzetten van de eerste kalveren van de lopende ronde is ten minste het volgende, per kalf, genoteerd in het logboek: – naam diergeneesmiddel of registratienummer; – Gebruikte hoeveelheid diergeneesmiddel (dosering per dier); – werknummer; – behandeldagen. Het 'Registratieformulier individuele behandelingen'. Dit formulier is te vinden op www.kalversector.nl. Registratie is niet verplicht indien de wachttermijn 0 dagen bedraagt. Werknummer: Of, indien noodzakelijk i.v.m. tracering, ID-code volledig. Bij behandeldagen heeft de kalverhouder de keuze tussen het noteren van de startdatum met het aantal behandeldagen of het noteren van de data van de behandeldagen. Bovenwettelijke invulling van het Besluit houders van dieren en de Regeling diergeneesmiddelen.
Diergeneesmiddelen die verloren gaan op een andere wijze dan door toediening zijn in het logboek geregistreerd. Genoteerd moeten worden: de datum, naam diergeneesmiddel, verloren gegane hoeveelheid en wijze van verloren gaan Regeling diergeneesmiddelen.
Verslagen van dierenartsbezoeken die door de dierenarts worden achtergelaten bij de kalverhouder, worden door de kalverhouder bewaard. Dit mag ook middels een doordruk of een kopie (evt. digitaal). Regeling diergeneesmiddelen.
Overig
Kadavers zijn volgens de geldende regelgeving gemeld bij destructiebedrijf. Geldende regelgeving: Gezondheids- en welzijnswet voor dieren of Wet Dieren. Hygiënecode kalverhouderij, Bovenwettelijke invulling van de Regeling dierlijke bijproducten (wetten.overheid.nl).
Kadavers zijn direct na ontdekken ter destructie aangeboden op de aanbiedingsplaats voor kadavers. Hygiënecode kalverhouderij, Bovenwettelijke invulling van de Regeling dierlijke bijproducten.
Kadaveropslag en aanbiedings-plaats zonder kadavers zijn te allen tijden visueel schoon. Visueel schoon: geen aanwezigheid van dierlijke resten of andere afvalstoffen. Hygiënecode kalverhouderij
Er is een verharde reinigbare aanbiedingsplaats voor kadavers aanwezig. Verhard: klinkers, tegels, asfalt of beton. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s, Bovenwettelijke invulling van de Regeling dierlijke bijproducten.
De aanbiedingsplaats voor kadavers is af te dekken (bv. met de kadaverstolp). Zodanig dat de kadavers niet zichtbaar zijn voor passanten en niet vrij toegankelijk zijn voor vogels, knaagdieren, honden, katten, etc. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s, Bovenwettelijke invulling van de Regeling dierlijke bijproducten.
Restanten van chemicaliën inclusief direct verpakkingsmateriaal worden afgevoerd via de lokale voorzieningen. Chemicaliën: gewasbeschermingsmiddelen, R&O middelen, dierbehandelingsmiddelen, verf, diergeneesmiddelen, enz. Toegestane lokale voorzieningen: afvoer via chemobox, afvoer door afgifte bij gemeentelijke afvalverzamelpunt. Milieuregelgeving (www.ilent.nl), Bovenwettelijke invulling van Verordening (EG) nr. 852/2004.
Op het bedrijf zijn REOB gecertificeerde brandblusmiddelen beschikbaar. De brandblusmiddelen moeten onderhouden worden door REOB gecertificeerde onderhoudsbedrijven voor blusmiddelen. Na iedere onderhoudsbeurt wordt de gele sticker op het brandblusmiddel vervangen. REOB gecertificeerde bedrijven zijn te vinden op: http://cibv.nl/erkende-bedrijven/ of http://www.kiwa.nl/gecertificeerde-bedrijven.aspx. IKB Vleeskalveren 2008.
Bij volledige mechanische ventilatie en afwezigheid mogelijkheid tot natuurlijke ventilatie: Er is een noodstroomaggregaat op het bedrijf aanwezig inclusief werkend alarmsysteem voor stroomuitval. Andere noodvoorziening is ook toegestaan. Besluit houders van dieren.
Calamiteiten en klachten zijn geregistreerd (omschrijving van calamiteit en corrigerende maatregel). Calamiteiten en klachten: uitval ventilatie, brand, water- of bodemvervuiling, achtergebleven naalden, klacht van slachterij over vieze dieren. Hiervoor is een formulier beschikbaar op het bedrijf. Onveilige situaties worden beschreven in Verordening (EG) nr. 178/2002 van 28 januari 2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving. IKB Vleeskalveren 2008.
Bedrijfshygiëne
Voldoende ontsmettingsmiddelen, minimaal halve liter van het middel aanwezig op het bedrijf. Voor de meest actuele lijst van toegelaten ontsmettingsmiddelen (desinfecteermiddelen) voor transportmiddelen wordt verwezen naar de databank van College voor Toelating van Bestrijdingsmiddelen op internet: www.ctbg.nl. Bovenwettelijke invulling van de Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s.
Er is een R&O (Reiniging en Ontsmetting) plaats aanwezig. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s.
De R&O plaats beslaat de gehele lengte van een vervoerseenheid. Vervoerseenheid: uitgaande van een transportmiddel met aanhanger. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s.
Bij de R&O plaats kan voldoende verlicht worden. Onder voldoende verlicht wordt verstaan, zodanig dat te allen tijden R&O uitgevoerd kan worden. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s.
De R&O plaats is zodanig aangelegd dat water en eventueel andere vloeistoffen die bij de reiniging en ontsmetting worden gebruikt, niet in grond- of oppervlakte water terecht kunnen komen. De plaats is voorzien van een zodanige afvoer dat water en eventueel andere vloeistoffen die bij de reiniging en ontsmetting worden gebruikt, niet in het grond- of oppervlaktewater terecht kunnen komen. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s.
Op de R&O plaats kan voldoende water onder druk worden geleverd voor reiniging en ontsmetting van de vervoerseenheid. Er is een werkende hoge druk spuit aanwezig of een werkende pomp die zorgt voor extra waterdruk. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s.
R&O middelen zijn in een gesloten kast of ruimte, apart van dieren, diergeneesmiddelen, gewasbeschermingsmiddelen en voedermiddelen opgeslagen. Bovenwettelijke invulling van Verordening (EG) nr. 852/2004.
Op het bedrijf zijn de aankoop- en afleverbewijzen van R&O middelen aanwezig. Deze voorwaarde is alleen van belang als er geen voorraad R&O middelen aantoonbaar is. Bovenwettelijke invulling van Verordening (EG) nr. 852/2004.
Verbeterplan structureel veel gebruik antibiotica
Kalverhouder dient binnen 3 maanden na de datum genoemd in de berichtgeving dat het bedrijf in de categorie 'Structureel Veelgebruik, fase 1' of 'Structureel Veelgebruik, fase 2' valt een driehoeksoverleg over het BGP te organiseren met de kalverhouder, kalvereigenaar (vertegenwoordiger) en de dierenarts, het bedrijfsgezondheidsplan te vernieuwen en op te sturen naar de CI. Het dossier bevat ten minste: – de opgestelde bedrijfsgezondheidsplannen; – een uitslag van de analyse van een monster uit de melkleiding waaruit blijkt dat minder dan 1.000 kve/ml Enterobacteriacea aanwezig waren in de melkleiding; – de verklaring van de monsternemer dat het monster, behorende bij de bovengenoemde analyse uitslag, op voorgeschreven wijze uit de melkleiding is genomen. Indien van toepassing bevat het dossier: – een of meerdere onderbouwingen voor de antibioticabehandelingen die zijn verstrekt; – bij verstrekking koppelkuur: de verklaring van de dierenarts dat er voldoende individueel is behandeld voordat is overgegaan tot een koppelbehandeling, dan wel dat er sprake is van een progressief ziekteverloop waarbij in de laatste 24 uur sprake was van 4% of meer nieuwe ziektegevallen. IKB Vleeskalveren 2008.
Indien gedurende een aaneengesloten periode van 5 dagen 10% of meer dieren in het koppel ziek wordt, dient de dierenarts een verklaring af te geven dat er voldoende individueel is behandeld en dat een koppelkuur moet worden ingezet. IKB Vleeskalveren 2008.
Indien sprake is van een progressief ziekteverloop waarbij in de laatste 24 uur een toename is van 4% of meer nieuwe ziektegevallen, dient de dierenarts een verklaring af te geven dat er sprake is van een progressief ziekteverloop met een toename van 4% of meer zieke kalveren in de laatste 24 uur. In de bepaling van de toename van het ziekteverloop dienen de kalveren die gedurende deze periode zijn uitgevallen te worden meegenomen. IKB Vleeskalveren 2008.
Bedrijven die meerdere leeftijdsgroepen kalveren houden, dienen binnen 3 maanden na de datum genoemd in de berichtgeving dat het bedrijf in de categorie 'Structureel Veelgebruik, fase 2' valt, nader onderzoek te laten verrichten betreffende (recidiverende) longproblemen. Dit kan door middel van: – een (gepaard) bloedonderzoek van 5 representatieve dieren per leeftijdsgroep, of; – het nemen van neusswabs van 5 representatieve dieren, of; – het laten uitvoeren van sectie bij de Gezondheidsdienst voor Dieren. Onafhankelijk van stal of compartiment. Indien binnen drie maanden geen ziekteverschijnselen worden vertoond, is een verklaring dierenarts over gezondheid koppel verplicht om onderzoek te mogen verschuiven naar eerst volgend moment dat ziekteverschijnselen worden geconstateerd. IKB Vleeskalveren 2008.
Kalverhouder dient binnen 3 maanden na de datum genoemd in de berichtgeving dat het bedrijf in de categorie 'Structureel Veelgebruik, fase 2' valt, een bedrijfsanalyse op te stellen aan de hand van de 'Uitgebreide checklist' en deze op te sturen naar de CI. Deze checklist is te downloaden via www.kalversector.nl. IKB Vleeskalveren 2008.
Transport
Alle aangevoerde in NL geboren nuka's, die niet rechtstreeks van een rundveebedrijf van geboorte zijn aangevoerd, dienen te zijn verzameld op een deelnemend, erkend verzamelcentrum. Alle nuka’s moeten rechtstreeks afkomstig zijn van een Nederlands rundveebedrijf of van een deelnemend, erkend verzamelcentrum. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s
Ieder kalf dient vanaf het moment van opzet tot 3 weken na de opzetdatum gehuisvest te worden in een ruimte met een temperatuur van minimaal 15 °C. De temperatuur in de huisvesting van kalveren tot 3 weken na opzet moet > 15°C is. Indien de buitentemperatuur -5°C of minder bedraagt, dient de temperatuur > 10°C te zijn. Per 200 gehuisveste kalveren moet 1 meting in het midden van een babybox, op hoogte van 25 cm boven een staand kalf verricht worden. Bovenwettelijke invulling van het Besluit houders van dieren.
Alle (deel)koppels met gewicht onder 42 kg dienen tot 2 weken na aanvoer van het kalf 3 maal daags te worden gevoerd (verspreid over een periode van 12 uur of meer). Bovenwettelijke invulling van het Besluit houders van dieren.
Alle personen die bedrijfsmatig op het schone (bedrijfs-) gedeelte en in de stallen – waarin dieren zijn gehuisvest – komen, moeten gebruik maken van de hygiënesluis en schone bedrijfskleding en – schoeisel aantrekken, voordat het schone (bedrijfs-) gedeelte en de stallen betreden worden. Alleen personen behorende bij het transportmiddel, die niet in de stal komen, mogen over het bedrijfsgedeelte van het erf rijden zonder gebruik te maken van de hygiënesluis. Een persoon die bedrijfsmatig het bedrijfsgedeelte betreedt is een ieder die per week meerdere veehouderijbedrijven bezoekt en hierbij ook in de stallen – waarin dieren zijn gehuisvest – komt. Hieronder vallen ook personen die op andere bedrijven in stallen komen (bv. buurman melkveehouder). Bedrijfsgedeelte (zie B007): het gedeelte van het perceel waar zich de kalverhouderij bevindt aangevuld met het gedeelte van het perceel waar verkeer van personen en/of transport van kalveren, voer en materialen tussen stallen / afdelingen plaatsvindt. Dit voorschrift is niet van toepassing voor transporteurs van kalveren. IKB Vleeskalveren 2008.
De hygiënesluis is voorzien van een handenwasgelegenheid met warm en koud-, stromend water, zeep / desinfectans, papieren handdoeken en schoon schoeisel en schone bedrijfseigen kleding. De handenwasgelegenheid bevindt zich bij voorkeur in het schone gedeelte van de hygiënesluis en zo dicht mogelijk bij de fysieke barrière. Bedrijfseigen kleding en – schoeisel zijn bijvoorbeeld overalls, laarzen of klompen. IKB Vleeskalveren 2008.
De kalverhouder reinigt minimaal 1x per 4 weken de melkleiding. Controleer via de registratie van de kalverhouder of de melkleidingen minimaal 1x per 4 weken zijn gereinigd met een reinigingsmiddel. In het geval van rosé start / afmest waarbij het melkleidingsysteem niet gebruikt wordt, hoeft het melkleidingsysteem niet gereinigd te worden. Onder melkleiding wordt verstaan elk systeem waarmee melk aan de kalveren wordt gevoerd, zoals melkleidingsystemen, rijdende mengers, voerslangen en drinkautomaten. Bovenwettelijke invulling van Verordening (EG) nr. 852/2004.
De kalverhouder houdt een register bij van de reinigingsbeurten. In het register staan ten minste de datum en het gebruikte reinigingsmiddel vermeld. Gecontroleerd moet worden of in het register ten minste de datum en het gebruikte reinigingsmiddel genoteerd staan. Bovenwettelijke invulling van Verordening (EG) nr. 852/2004.
Als een kalverhouder kalveren opzet, die al op een ander bedrijf zijn gestart, worden deze kalveren aangevoerd van maximaal 4 verschillende UBN’s. Indien niet aan dit voorschrift kan worden voldaan dient aan het hierop volgend voorschrift te worden voldaan. IKB Vleeskalveren 2008.
Als een kalverhouder kalveren opzet, die al op een ander bedrijf zijn gestart, wordt in 1 compartiment eerder gestarte kalveren van maximaal 2 verschillende UBN's gehuisvest. Een compartiment is een ruimte die door vloer, plafond en wanden / muren van vloer tot plafond gescheiden is van andere ruimtes. Het is toegestaan dat in de wand / muur een deur is aangebracht. Deze deur mag slechts geopend zijn tijdens doorgang, zodat de luchtcirculatie van 1 compartiment niet direct verbonden is met een ander compartiment / ruimte waarin kalveren zijn gehuisvest. Indien niet aan dit voorschrift kan worden voldaan dient aan het vorige voorschrift te worden voldaan. IKB Vleeskalveren 2008.

Bijlage 3. behorende bij artikel 4.3.1. van de Regeling Europese EZ-subsidies

Een welzijnsvriendelijke stalvloer bestaat uit een roostervloer met een indrukbare toplaag die meer ligcomfort biedt dan de gangbare vloeren voor vleeskalveren.

Hierbij bedekt de indrukbare toplaag de (harde) roosterbalken volledig. Voor de stevigheid wordt de toplaag fabrieksmatig verankerd aan de ondervloer of, via knelling of anderszins doelmatig gefixeerd aan de ondervloer, zodanig dat deze niet kan verschuiven of bij gebruik door de kalveren van de ondervloer los kan raken. Bij gebruik van harde bevestigings- materialen zijn deze ten minste 5 mm onder het loopoppervlak verzonken zodat de dieren zich hier niet aan kunnen verwonden. Voor een goede reiniging zijn de mest- en urine afvoerende spleten van de steunvloer en indrukbare toplaag volledig op elkaar afgestemd.

De fabrikant geeft op deze vloer ten minste 5 jaar garantie op slijtage, productiefouten en beschadiging bij normaal gebruik.

• beschadigingen: 0, + of ++
• slijtvastheid: + of ++
• vervormbaarheid: ++
Balkbreedte (inclusief toplaag) mm Effectieve spleetbreedte (inclusief toplaag) mm
Blank vlees & opfok rosé kalf (bij opzet jonger dan 10 weken) 80 – 130 27 – 30
Afmest rosé kalf (bij opzet ouder dan 10 weken) 80 – 140 30 – 35

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Titel 4.1. Brede weersverzekering

Paragraaf 4.1.2. Voorschriften inzake de verzekeraar

Titel 4.2. Kwaliteitsregeling voor de kalfsvleessector

Paragraaf 4.2.2. Voorschriften inzake de erkenning van een kwaliteitsregeling

Paragraaf 4.2.3. Voorschriften inzake de subsidieregeling

Titel 4.3. Welzijnsvriendelijke stalvloeren voor vleeskalveren

Paragraaf 4.3.2. Voorschriften inzake de vleeskalverenhouder

Paragraaf 4.3.3. Controles en sancties

Titel 4.4. Ammoniakreductie in stallen voor vleeskalveren

Paragraaf 4.4.2. Voorschriften inzake de landbouwer

Paragraaf 4.4.3. Controles en sancties

Titel 4.5. Pilots toekomstbestendige landbouw nieuw GLB

Titel 4.6. Niet-productieve investeringen agrarisch natuurbeheer leefgebieden weidevogels en akkervogels

§ 5.1. Algemene bepalingen

§ 5.2. Regels omtrent subsidieverstrekking door de managementautoriteit

§ 5.3. Regels omtrent subsidieverstrekking ten laste van de Rijkscofinanciering

§ 4. Regels omtrent subsidieverstrekking in het kader van Europese territoriale samenwerking

Hoofdstuk 6. Overige bepalingen en slotbepalingen

Bijlage 1. behorende bij artikel 1.9 Regeling Europese EZ-subsidies

Procedure als bedoeld in artikel 140, vijfde lid, van verordening 1303/2013

Verordening 1303/2013 maakt het mogelijk kopieën of volledig digitale documenten te accepteren als bewijsstuk. In deze bijlage worden de in artikel 140, vijfde lid, van verordening 1303/2013 bedoelde procedures vastgesteld voor documenten die in het kader van de uitvoering van deze regeling en verantwoording op grond van verordening 1303/2013 kan worden gebruikt.

1. Typen documenten

De volgende documenten worden als bewijsstukken geaccepteerd:

2. Procedure voor het gebruik van de documenten, bedoeld onder 1, onderdelen a, b en c

Als de conversie op de juiste wijze gebeurt, is het in het kader van de verantwoording, niet meer noodzakelijk de bewijsstukken op de originele gegevensdrager te bewaren. Het geconverteerde bewijsstuk mag na conversie niet meer gewijzigd kunnen worden.

3. Procedure voor het bewaren van stukken die uitsluitend in een elektronische versie bestaan, bedoeld in 1, onderdeel d

Indien een subsidieontvanger gebruik maakt van elektronische documenten waarbij uitsluitend een elektronische versie bestaat, worden de geautomatiseerde systemen voorzien van beheers- en beveiligingsmaatregelen die de betrouwbaarheid, authenticiteit en integriteit van de elektronische gegevens gedurende de gehele vereiste bewaartermijn waarborgen. Het is aan de subsidieontvanger om dit aan te tonen. Voor een tweetal veel voorkomende situaties zijn de voorschriften hieronder uitgewerkt:

Bijlage 4. behorende bij de artikelen 4.5.2, derde lid, onderdeel c, en 4.5.4

Vervallen

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.