← Geldende tekst · Geschiedenis

Regeling van de Staatssecretaris van Economische Zaken van 28 juni 2015, nr. WJZ / 15083650, houdende vaststelling van subsidie-instrumenten in het kader van de Europese structuur- en investeringsfondsen op het terrein van Economische Zaken (Regeling Europese EZ-subsidies)

Geldende tekst a fecha 2024-01-01

Gelet op:

verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad (PbEU 2013, L347);

verordening (EU) nr. 1380/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 inzake het gemeenschappelijk visserijbeleid, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1954/2003 en (EG) nr. 1224/2009 van de Raad en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 2371/2002 en (EG) nr. 639/2004 van de Raad en Besluit 2004/585/EG van de Raad (PbEU 2013, L354);

verordening (EU) nr. 508/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 inzake het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 2328/2003, (EG) nr. 861/2006, (EG) nr. 1198/2006 en (EG) nr. 791/2007 van de Raad en Verordening (EU) nr. 1255/2011 van het Europees Parlement en de Raad (PbEU 2014,L 149);

verordening (EU) nr. 1305/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake steun voor plattelandsontwikkeling (ELFPO) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad (PbEU 2013, L347);

verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordeningen (EEG) nr. 352/78, (EG) nr. 165/94, (EG) nr. 2799/98, (EG) nr. 814/2000, (EG) nr. 1290/2005 en (EG) nr. 485/2008 van de Raad (PbEU 2013, L347);

verordening (EU) nr. 640/2014 van de Commissie van 11 maart 2014 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft het geïntegreerd beheers- en controlesysteem en de voorwaarden voor weigering of intrekking van betalingen en voor administratieve sancties in het kader van rechtstreekse betalingen, plattelandsontwikkelingsbijstand en de randvoorwaarden (PbEU 2014, L181);

verordening (EU) nr. 809/2014 van de Commissie van 17 juli 2014 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft het geïntegreerd beheers- en controlesysteem, plattelandsontwikkelingsmaatregelen en de randvoorwaarden (PbEU 2014, L227);

verordening (EU) nr. 1301/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling en specifieke bepalingen met betrekking tot de doelstelling ‘Investeren in groei en werkgelegenheid’, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1080/2006 (PbEU 2013, L347);

verordening (EU) nr. 1299/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende specifieke bepalingen voor steun uit het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling ter verwezenlijking van de doelstelling ‘Europese territoriale samenwerking (PbEU 2013, L347);

artikel 4:89, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht;

artikel 3 van de Kaderwet EZ-subsidies;

de artikelen 15, 19 en 27 van de Landbouwwet;

artikel 6 van de Uitvoeringswet EFRO;

Besluit:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1.1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 1.2. Cumulatie

Onverminderd artikel 65, elfde lid, van verordening 1303/2013, wordt, indien reeds door een bestuursorgaan of de Europese Commissie subsidie is verstrekt voor de subsidiabele kosten of een deel daarvan, slechts een zodanig bedrag aan subsidie verstrekt dat het totale bedrag aan subsidies niet meer bedraagt dan het bedrag dat volgens de toepasselijke Europese verordeningen toegestaan is.

Artikel 1.3. Subsidiabele kosten
1.

Voor zover zij direct verbonden zijn met de uitvoering van de desbetreffende subsidiabele activiteit, komen als subsidiabele kosten in aanmerking:

2.

De kosten, bedoeld in het eerste lid, onderdelen b en c, kunnen worden berekend overeenkomstig artikel 1.4a.

3.

Het eerste lid is niet van toepassing op het verstrekken van subsidie in het kader van Europese territoriale samenwerking als bedoeld in paragraaf 5.4.

Artikel 1.4. Berekening loonkosten en eigen arbeid
1.

Loonkosten worden berekend:

2.

De kosten van de door een subsidieontvanger verrichte eigen arbeid als bedoeld in artikel 69, eerste lid, onderdeel e, van verordening 1303/2013 ten behoeve van het project of de investering worden, indien een berekening overeenkomstig het eerste lid niet mogelijk is, berekend door het aantal uren dat de betrokken persoon ten behoeve van het project of de investering heeft gemaakt te vermenigvuldigen met een vast uurtarief van € 39.

3.

In afwijking van het tweede lid wordt in geval van subsidies op grond van verordening 508/2014, een vast uurtarief van € 36 berekend.

4.

Indien subsidie wordt verleend in de vorm, bedoeld in artikel 67, eerste lid, onder c, van verordening 1303/2013, is dit artikel niet van toepassing.

5.

Indien wordt gekozen voor de integrale kostensystematiek, zijn artikel 12, derde lid, van het Kaderbesluit nationale EZ-subsidies en artikel 1.2, eerste lid, van de Regeling nationale EZ-subsidies, van overeenkomstige toepassing.

Artikel 1.5. Niet-subsidiabele kosten

Onverminderd artikel 69, derde lid, van verordening 1303/2013, komen in geval van artikel 1.3, onderdeel d, de volgende kosten niet in aanmerking voor subsidie:

Artikel 1.6. Wettelijke rente bij terugvordering

Indien toepassing wordt gegeven aan artikel 4:57 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 6 van de Kaderwet EZ-subsidies of in geval van terugvordering op grond van verordening 1303/2013, verordening 1301/2013, verordening 1305/2013, verordening 508/2014 of verordening 809/2014, worden terug te vorderen bedragen vermeerderd met de wettelijke rente, bedoeld in artikel 6:120, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek, die wordt berekend over de periode vanaf de datum van het verstrijken van de termijn waarbinnen betaling door de subsidieontvanger moet plaatsvinden en de datum van terugbetaling door de subsidieontvanger.

Artikel 1.7. Methode verrekenen van netto-inkomsten

In geval een project of investering netto-inkomsten als bedoeld in artikel 61 van verordening 1303/2013 genereert, brengt de bevoegde autoriteit de netto-inkomsten bij de beschikking tot subsidieverlening in mindering op de subsidiabele kosten overeenkomstig de methode, bedoeld in artikel 61, derde lid, onderdeel b, van verordening 1303/2013, tenzij de bevoegde autoriteit voor de desbetreffende sector of subsector heeft gekozen voor een vast netto-inkomstenpercentage als bedoeld in artikel 61, derde lid, onderdeel a, van verordening 1303/2013.

Artikel 1.8. Vaststelling beleidsregels

De bevoegde autoriteit stelt beleidsregels vast voor de toepassing van financiële correcties, als bedoeld in artikel 143, tweede lid, van verordening 1303/2013.

Artikel 1.9. Vaststelling procedure

Als procedure, bedoeld in artikel 140, vijfde lid, van verordening 1303/2013 wordt vastgesteld de procedure van bijlage 1 bij deze regeling.

Hoofdstuk 2. Regels omtrent subsidieverstrekking door de minister

Artikel 2.1. Reikwijdte

Dit hoofdstuk is van toepassing op hoofdstuk 3 en hoofdstuk 4, met uitzondering van titel 4.1.

Artikel 2.2. Subsidiabele activiteiten

De minister kan op aanvraag voor activiteiten op de gebieden, genoemd in artikel 2 van de Kaderwet EZ-subsidies, en voor activiteiten als bedoeld in verordening 508/2014 subsidie verstrekken.

Artikel 2.3. Openstelling
1.

De minister kan op grond van deze regeling uitsluitend subsidie verstrekken indien hij de mogelijkheid tot het doen van een aanvraag tot subsidieverlening heeft opengesteld door vaststelling van een subsidieplafond en een periode voor indiening van de aanvraag.

2.

De minister kan de openstelling beperken tot bepaalde activiteiten, categorieën van aanvragers of een bepaald aantal aanvragen.

3.

De minister kan verschillende subsidieplafonds vaststellen voor verschillende activiteiten of categorieën van aanvragers.

Artikel 2.4. Wijze van verdelen

De minister verdeelt het subsidieplafond:

Artikel 2.5. Verdeling op volgorde van binnenkomst
1.

Indien wordt gekozen voor verdeling van het subsidieplafond op volgorde van binnenkomst van de aanvragen, komt de aanvraag die het eerst is binnengekomen, het eerst voor subsidie in aanmerking.

2.

Indien een aanvrager niet heeft voldaan aan enig wettelijk voorschrift voor het in behandeling nemen van de aanvraag en met toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt met betrekking tot de verdeling de dag of het tijdstip waarop de aanvraag voldoet aan de wettelijke voorschriften als datum of tijdstip van binnenkomst.

3.

Indien de minister op de dag dat het subsidieplafond wordt bereikt meer dan één aanvraag ontvangt, en de volgorde van die aanvragen niet op grond van het tijdstip van binnenkomst kan worden vastgesteld, stelt hij de onderlinge rangschikking van die aanvragen vast door middel van loting.

Artikel 2.6. Verdeling op volgorde van rangschikking
1.

Indien wordt gekozen voor verdeling van het subsidieplafond op volgorde van rangschikking van de aanvragen, komt de aanvraag die naar het oordeel van de minister de grootste bijdrage levert aan de doelstelling van de subsidie, het eerst voor subsidie in aanmerking.

2.

Voor zover het subsidieplafond wordt overschreden, stelt de minister de onderlinge rangschikking van die aanvragen die bij de beoordeling gelijk zijn gerangschikt vast door middel van loting.

Artikel 2.7. Verdeling van subsidieplafond per categorie

Indien per categorie van aanvragers of activiteiten een subsidieplafond is vastgesteld, vindt de verdeling, bedoeld in artikel 2.4, plaats per categorie.

Artikel 2.8. Adviescommissie
1.

De minister kan een adviescommissie instellen.

2.

Een adviescommissie heeft tot taak de minister op zijn verzoek te adviseren omtrent aanvragen om subsidie.

3.

De adviezen van een adviescommissie gaan vergezeld van een deugdelijke motivering.

4.

Een adviescommissie bestaat uit een voorzitter en een aantal leden. De leden zijn deskundig op het terrein waarop de adviescommissie een taak heeft. De voorzitter en de leden zijn geen ambtenaren, werkzaam bij het Ministerie van Economische Zaken of andere ministeries die voor de subsidie verantwoordelijk zijn of mede verantwoordelijk zijn.

5.

De voorzitter en de leden worden door de minister benoemd en ontslagen.

6.

Bij de instelling van een adviescommissie worden de periode waarvoor de voorzitter en de leden worden benoemd en het aantal leden vastgesteld.

7.

Een adviescommissie stelt haar eigen werkwijze schriftelijk vast.

8.

Een lid van een adviescommissie neemt niet deel aan de voorbereiding en vaststelling van een advies, indien hij een persoonlijk belang heeft bij de beschikking op de aanvraag.

9.

De minister kan waarnemers aanwijzen, die het recht hebben de vergaderingen van een adviescommissie bij te wonen.

10.

In het secretariaat van een adviescommissie wordt door de minister voorzien.

11.

Het beheer van de bescheiden betreffende de werkzaamheden van een adviescommissie geschiedt op overeenkomstige wijze als bij het Ministerie van Economische Zaken. De bescheiden worden na beëindiging van de werkzaamheden van een adviescommissie bewaard in het archief van dat ministerie.

12.

Een adviescommissie verstrekt desgevraagd aan de minister de voor de uitoefening van zijn taak benodigde inlichtingen. De minister kan inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig is.

Artikel 2.9. Indienen van de aanvraag tot subsidieverlening
1.

Een aanvraag tot subsidieverlening wordt ingediend met gebruikmaking van een middel, dat door de minister beschikbaar wordt gesteld.

2.

Bij een aanvraag tot subsidieverlening wordt in voorkomend geval mededeling gedaan van andere inkomsten, waaronder subsidies, waarmee de activiteit waarop de subsidie betrekking heeft wordt of zal worden gefinancierd.

3.

Een aanvraag tot subsidieverlening bevat in ieder geval gegevens over:

4.

Een aanvraag tot subsidieverlening voor een project gaat vergezeld van een projectplan, waarin ten minste zijn opgenomen:

5.

Indien aanvragers van subsidie samenwerken in een samenwerkingsverband, dient de penvoerder een aanvraag in.

Artikel 2.10. Niet-subsidiabele kosten samenwerkingsverband

Onverminderd artikel 1.5, komen in geval van een samenwerkingsverband, kosten die een deelnemer van het samenwerkingsverband in rekening brengt bij een andere deelnemer aan het samenwerkingsverband niet voor subsidie in aanmerking.

Artikel 2.11. Afwijzingsgronden
1.

De minister beslist afwijzend op een aanvraag tot subsidieverlening indien de aanvraag niet voldoet aan de bij deze regeling gestelde regels.

2.

De minister beslist afwijzend op een aanvraag tot subsidieverlening voor zover:

Artikel 2.12. Beslissing op de aanvraag
1.

Indien het subsidieplafond wordt verdeeld op volgorde van rangschikking, wordt een beschikking tot subsidieverlening gegeven binnen 22 weken na afloop van de periode van het aanvragen van de subsidie.

2.

Indien het subsidieplafond op een andere wijze wordt verdeeld, wordt een beschikking tot subsidieverlening gegeven binnen 13 weken na afloop van het aanvragen van de subsidie.

Artikel 2.13. Beslissing samenwerkingsverband

Indien de subsidie wordt verleend aan deelnemers in een samenwerkingsverband, verzendt de minister de beschikkingen tot subsidieverlening aan de penvoerder.

Artikel 2.14. Bevoorschotting
1.

Indien in deze regeling is bepaald dat er voorschotten worden verstrekt, bedraagt het voorschot ten hoogste 90% van de te verlenen subsidie.

2.

Een voorschot wordt op aanvraag verstrekt met gebruikmaking van een middel, dat door de minister beschikbaar wordt gesteld.

3.

Het voorschot wordt aangevraagd door de subsidieontvanger of de penvoerder.

4.

Een voorschot wordt verstrekt voor de volgende gemaakte kosten:

5.

Voor zover van toepassing gaat een aanvraag om een voorschot vergezeld van gegevens over de netto-inkomsten, bedoeld in artikel 65, achtste lid, van verordening 1303/2013.

Artikel 2.15. Algemene verplichtingen subsidieontvanger
1.

De subsidieontvanger of de penvoerder doet onverwijld schriftelijk mededeling aan de minister van de indiening bij de rechtbank van een verzoek tot het op hem respectievelijk op een van de deelnemers van het samenwerkingsverband van toepassing verklaren van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen, tot verlening van surseance van betaling aan hem respectievelijk aan een van de deelnemers van het samenwerkingsverband, of tot faillietverklaring van hem respectievelijk van een van de deelnemers van het samenwerkingsverband.

2.

De subsidieontvanger of penvoerder doet onverwijld schriftelijk mededeling aan de minister zodra aannemelijk is dat:

Artikel 2.16. Uitvoering projectplan
1.

Aan de beschikking tot subsidieverlening is, in geval deze betrekking heeft op een projectplan, de verplichting verbonden om de activiteiten overeenkomstig dit plan uit te voeren.

2.

De subsidieontvanger of de penvoerder meldt aan de minister indien de subsidiabele kosten zoals opgenomen in de mijlpalen in het projectplan of, indien er geen mijlpalenplanning is, in het desbetreffende kalenderjaar meer dan 25% afwijken van de begroting.

3.

De minister kan voor het vertragen of het essentieel wijzigen van de wijze van uitvoering van de activiteiten op voorafgaand verzoek van de subsidieontvanger of de penvoerder ontheffing verlenen van de verplichting, bedoeld in het eerste lid, tenzij hierdoor afbreuk wordt gedaan aan de activiteit waarvoor subsidie is verleend, de doelstelling van de subsidie of de voorwaarden van de subsidieverstrekking. Aan de ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden.

4.

Voor de toepassing van het derde lid geldt de voorwaarde dat door de ontheffing geen afbreuk wordt gedaan aan de activiteit waarvoor subsidie is verleend, het doel van de subsidie of de voorwaarden van de subsidieverstrekking, niet indien aan de verplichting, bedoeld in het eerste lid, niet kan worden voldaan uitsluitend als direct gevolg van de crisis in verband met COVID-19.

Artikel 2.17. Administratieve verplichtingen subsidieontvanger
1.

De subsidieontvanger of penvoerder voert een zodanige administratie dat daaruit te allen tijde op eenvoudige en duidelijke wijze is af te leiden:

2.

Het eerste lid, aanhef en onderdeel c, is niet van toepassing indien loonkosten worden berekend overeenkomstig artikel 1.4, eerste lid, onderdeel c. Indien de subsidieontvanger werkgever is, stelt deze voor personen als bedoeld in artikel 1.4, eerste lid, onderdeel c, een document op met vermelding van het vaste percentage, bedoeld in dat onderdeel.

3.

De administratie wordt ten minste zeven jaar na de datum van de laatste betaling bewaard.

Artikel 2.18. Tussenrapportage projecten
1.

Indien de periode van uitvoering van een project dat voor subsidie in aanmerking komt meer dan twaalf maanden in beslag neemt, wordt bij de beschikking tot subsidieverlening de verplichting opgelegd tot indiening van één of meer rapportages waarin de voortgang van het project wordt beschreven, waarbij rekening wordt gehouden met de mijlpalen van het project.

2.

Indien subsidieontvangers samenwerken in een samenwerkingsverband, kan de penvoerder hun rapportages indienen.

Artikel 2.19. Instandhouding investering
1.

Indien subsidie wordt verstrekt voor een investering als bedoeld in artikel 71, eerste lid, van verordening 1303/2013, wordt de beschikking tot subsidievaststelling onverminderd artikel 4:49 van de Algemene wet bestuursrecht ingetrokken of ten nadele van de subsidieontvanger gewijzigd indien de investering gedurende vijf jaar te rekenen vanaf de datum van de laatste betaling een belangrijke wijziging ondergaat die:

2.

Indien subsidie wordt verstrekt voor een investering als bedoeld in artikel 71, tweede lid, van verordening 1303/2013, wordt de beschikking tot subsidievaststelling onverminderd artikel 4:49 van de Algemene wet bestuursrecht ingetrokken of ten nadele van de subsidieontvanger gewijzigd indien de investering binnen tien jaar na de laatste betaling wordt verplaatst naar een locatie buiten de Europese Unie.

3.

Het tweede lid is niet van toepassing op het mkb.

Artikel 2.20. Indienen aanvraag subsidievaststelling
1.

De subsidieontvanger dient zijn aanvraag tot subsidievaststelling in binnen dertien weken na het tijdstip waarop de activiteiten moeten zijn voltooid.

2.

De aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van een middel dat door de minister beschikbaar wordt gesteld.

3.

Bij een aanvraag tot subsidievaststelling wordt in voorkomend geval mededeling gedaan van andere inkomsten, waaronder subsidies, waarmee de activiteit waarop de subsidie betrekking heeft is gefinancierd.

4.

De aanvraag tot subsidievaststelling bevat in ieder geval:

5.

Een aanvraag tot vaststelling van een subsidie voor de uitvoering van een project gaat vergezeld van een eindverslag. Het eindverslag bevat ten minste:

Artikel 2.21. Indienen aanvraag subsidievaststelling samenwerkingsverband

Indien subsidieontvangers samenwerken in een samenwerkingsverband, dient de penvoerder hun aanvraag tot subsidievaststelling in.

Artikel 2.22. Beschikking subsidievaststelling
1.

De minister geeft de beschikking tot subsidievaststelling binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag daartoe dan wel nadat de voor het indienen ervan geldende termijn is verstreken.

2.

Indien subsidieontvangers samenwerken in een samenwerkingsverband, verzendt de minister de beschikkingen tot subsidievaststelling aan de penvoerder

Hoofdstuk 3. Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij

Titel 3.1. Algemene bepalingen

Artikel 3.1.1. Begripsbepalingen

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

Artikel 3.1.2. Niet-subsidiabele kosten

Onverminderd artikel 1.5, komen de kosten van de activiteiten bedoeld in artikel 11 van verordening 508/2014 niet voor subsidie in aanmerking.

Artikel 3.1.3. Afwijzingsgronden

Onverminderd artikel 2.11, beslist de minister afwijzend op een aanvraag tot subsidieverlening indien:

Artikel 3.1.4. Indiening aanvraag tot subsidieverlening

Onverminderd artikel 2.9 bevat een aanvraag tot subsidieverlening in ieder geval:

Artikel 3.1.5. Indiening aanvraag tot subsidievaststelling
1.

Onverminderd artikel 2.20, bevat de aanvraag tot subsidievaststelling:

2.

De aanvrager dient uiterlijk 31 oktober 2023 een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in.

Artikel 3.1.6. Verplichtingen subsidieontvanger
1.

De subsidieontvanger blijft gedurende ten minste vijf jaar na de datum van de laatste betaling voldoen aan de voorwaarden van artikel 10, eerste lid, van verordening 508/2014.

2.

Indien de subsidieontvanger subsidie aanwendt voor het verlenen van een opdracht waarbij de totale kosten bij één opdrachtnemer hoger zullen zijn dan € 25.000, vraagt hij voorafgaand aan de opdrachtverlening drie offertes op bij van elkaar onafhankelijke aanbieders. De subsidieontvanger gunt de opdracht aan de aanbieder met de economisch meest voordelige offerte.

3.

De minister kan op verzoek van de subsidieontvanger of de penvoerder ontheffing verlenen van de verplichting, bedoeld in het tweede lid. Aan de ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden.

4.

Het tweede lid is niet van toepassing als de subsidieontvanger die subsidie wil aanwenden voor het verlenen van een opdracht een aanbestedende dienst is als bedoeld in artikel 1.1 van de Aanbestedingswet 2012 en de opdracht die hij wil verlenen op grond van de Aanbestedingswet 2012 moet worden aanbesteed.

5.

Indien het vierde lid van toepassing is, stelt de subsidieontvanger of de penvoerder de minister op de hoogte van de gevolgde procedure en de gunningsbeslissing, overeenkomstig artikel 2.130 van de Aanbestedingswet 2012.

6.

Het tweede lid is niet van toepassing indien de subsidie wordt aangewend voor het verlenen van een opdracht aan een wetenschappelijke organisatie.

7.

De subsidieontvanger voert de communicatieactiviteiten uit, bedoeld in artikel 3.1.4, onderdeel g.

8.

De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat bij alle op het publiek gerichte voorlichtings- en publiciteitsmaatregelen duidelijk wordt gemaakt dat voor de desbetreffende concrete actie steun uit het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij is verleend, overeenkomstig de vereisten uit verordening 763/2014.

9.

De subsidieontvanger verleent de Europese Audit Autoriteit, de Europese Commissie of de Europese Rekenkamer alle medewerking die deze redelijkerwijs kan vorderen bij de uitoefening van hun taken.

Artikel 3.1.7. Instandhouding van investeringen
1.

Indien subsidie wordt verstrekt aan een eigenaar van een vissersvaartuig als bedoeld in artikel 25 van verordening 508/2014, wordt de beschikking tot subsidievaststelling onverminderd artikel 4:49 van de Algemene wet bestuursrecht ingetrokken of ten nadele van de subsidieontvanger gewijzigd indien het vissersvaartuig binnen vijf jaar te rekenen vanaf de datum van de laatste betaling naar buiten de Europese Unie wordt overgedragen.

2.

Indien subsidie wordt verstrekt voor een vaartuig dat uitsluitend in binnenwateren actief is als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel 15, van verordening 508/2014, wordt de beschikking tot subsidievaststelling, onverminderd het eerste lid en artikel 4:49 van de Algemene wet bestuursrecht, ingetrokken of ten nadele van de subsidieontvanger gewijzigd, indien het vaartuig binnen vijf jaar te rekenen vanaf de datum van de laatste betaling niet uitsluitend actief is in binnenwateren.

Titel 3.2. Jonge vissers

Artikel 3.2.1. Begripsbepalingen

Vervallen

Artikel 3.2.2. Subsidiabele activiteiten

Vervallen

Artikel 3.2.3. Indiening aanvraag tot subsidieverlening

Vervallen

Artikel 3.2.4. Verdeling van het subsidieplafond

Vervallen

Artikel 3.2.5. Subsidiabele kosten

Vervallen

Artikel 3.2.6. Niet-subsidiabele kosten

Vervallen

Artikel 3.2.7. Hoogte van de subsidie

Vervallen

Artikel 3.2.8. Realisatietermijn

Vervallen

Artikel 3.2.9. Afwijzingsgronden

Vervallen

Artikel 3.2.10. Indienen aanvraag subsidievaststelling

Vervallen

Artikel 3.2.11

Vervallen

Hoofdstuk 4. Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling

Titel 3.3. Aanlandplichtinnovatieprojecten

Paragraaf 4.1.1. Algemene bepalingen

Artikel 4.1.1. Begripsbepalingen

Vervallen

Paragraaf 4.1.2. Voorschriften inzake de landbouwer

Artikel 4.1.2. Subsidieaanvraag

Vervallen

Artikel 4.1.3. Afwijzingsgronden

Vervallen

Artikel 4.1.4. Hoogte van de subsidie

Vervallen

Artikel 4.1.5. Verdeling subsidieplafond

Vervallen

Artikel 4.1.6. Aanvullende afwijzingsgronden

Vervallen

Artikel 4.1.7. Beslistermijn aanvraag

Vervallen

Artikel 4.1.8. Verplichtingen aanvrager

Vervallen

Artikel 4.1.9. Betaling subsidie

Vervallen

Paragraaf 4.1.2. Voorschriften inzake de verzekeraar

Artikel 4.1.10. Aanvraag verzekeraar

Vervallen

Artikel 4.1.11. Voorwaarden goedkeuring verzekering

Vervallen

Artikel 4.1.12. Verlenging goedkeuring

Vervallen

Artikel 4.1.13. Ongunstige weersomstandigheden

Vervallen

Artikel 4.1.14. Bijzondere voorwaarden

Vervallen

Artikel 4.1.15. Rekenmodel

Vervallen

Paragraaf 4.1.3. Controles en sancties

Artikel 4.1.16. Onregelmatigheden

Vervallen

Artikel 4.1.17. Administratieve controles en controles ter plaatse

Vervallen

Artikel 4.1.18. Onverschuldigde betalingen, sancties en terugvorderingen

Vervallen

Artikel 4.1.19. Vervaldatum

Vervallen

Hoofdstuk 5. Europees Fonds voor regionale ontwikkeling

§ 5.1. Algemene bepalingen

Artikel 5.1.1. Begripsbepalingen

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

Artikel 5.1.2. Vervaldatum

Dit hoofdstuk vervalt met ingang van 1 januari 2024.

§ 5.2. Regels omtrent subsidieverstrekking door de managementautoriteit

Artikel 5.2.1. Subsidiabele activiteiten
1.

De managementautoriteit verstrekt subsidie voor activiteiten passend binnen het programma waarvoor de managementautoriteit is aangewezen.

2.

Een subsidie als bedoeld in het eerste lid kan worden verstrekt in de vorm van een bijdrage aan een financieringsinstrument.

Artikel 5.2.2. Subsidieplafond en subsidiebedrag
1.

De managementautoriteit stelt een subsidieplafond of twee of meer deelplafonds ter uitvoering van deze regeling vast, alsmede de wijze van verdeling van het beschikbare bedrag onder het desbetreffende plafond.

2.

De managementautoriteit kan een beschikbaar subsidiebedrag bestemmen voor een of meer financieringsinstrumenten.

3.

De managementautoriteit maakt de criteria, bedoeld in artikel 125, derde lid, van verordening 1303/2013, die worden gehanteerd binnen de wijze van verdeling, bedoeld in het eerste lid, bekend.

Artikel 5.2.3. Indiening subsidieaanvraag

Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van een middel dat door de managementautoriteit beschikbaar wordt gesteld.

Artikel 5.2.4. Beslissing op de aanvraag
1.

De managementautoriteit geeft binnen 26 weken een beschikking op een aanvraag tot subsidieverlening.

2.

In het geval van de verdeling van een beschikbaar subsidiebedrag, als bedoeld in artikel 5.2.6, onderdeel b, begint de termijn, bedoeld in het eerste lid, op de eerste dag na afloop van de aanvraagperiode.

Artikel 5.2.5. Afwijzingsgronden
1.

De managementautoriteit beslist afwijzend op een aanvraag indien:

2.

De managementautoriteit kan geheel of gedeeltelijk afwijzend beslissen op een aanvraag indien blijkt dat de beoogde financiering door de overige financiers geheel of gedeeltelijk niet zal worden verleend.

3.

De managementautoriteit kan in afwijking van het eerste lid, aanhef en onderdeel a, bij de wijze van verdeling, bedoeld in artikel 5.2.2, eerste lid, bepalen dat het eerste lid, onderdeel a, niet van toepassing is op subsidies voor het mkb.

4.

Het eerste lid, onderdeel a, is niet van toepassing op het verstrekken van subsidie door de managementautoriteit van het programma, bedoeld in artikel 5.4.2, eerste lid, onderdeel d.

Artikel 5.2.6. Verdeling subsidiebedrag

Behoudens de bijdrage aan een financieringsinstrument, bedoeld in artikel 5.2.2, tweede lid, verdeelt de managementautoriteit een beschikbaar subsidiebedrag

Artikel 5.2.7. Volgorde van ontvangst
1.

Volgens de volgorde van ontvangst, bedoeld in artikel 5.2.6, onderdeel a, komt de eerst ontvangen aanvraag het eerst voor subsidie in aanmerking.

2.

Indien een aanvrager niet heeft voldaan aan enig wettelijk voorschrift voor het in behandeling nemen van de aanvraag en met toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt met betrekking tot de verdeling de dag waarop de aanvraag voldoet aan de wettelijke voorschriften als datum van ontvangst.

3.

Indien de managementautoriteit op de dag dat het subsidieplafond wordt bereikt meer dan één aanvraag ontvangt, stelt zij de onderlinge rangschikking van die aanvragen vast door middel van loting.

Artikel 5.2.8. Rangschikking naar geschiktheid
1.

Volgens de rangschikking naar geschiktheid, bedoeld in artikel 5.2.6, onderdeel b, komt de hoogst gerangschikte aanvraag het eerst voor subsidie in aanmerking.

2.

Voor zover het subsidieplafond dreigt te worden overschreden, stelt de managementautoriteit de onderlinge rangschikking van die aanvragen die bij de beoordeling gelijk zijn gerangschikt vast door middel van loting.

Artikel 5.2.9. Verplichtingen subsidieontvanger
1.

De subsidieontvanger voert het project uit overeenkomstig het projectplan waarop de subsidieverlening betrekking heeft en voltooit het uiterlijk op het bij de verlening bepaalde tijdstip.

2.

De in artikel 71, eerste lid, van verordening 1303/2013 bedoelde termijn van vijf jaar wordt in geval van het behoud van investeringen of van door het mkb gecreëerde werkgelegenheid, verkort tot drie jaar.

Artikel 5.2.10. Wijziging project

Een wijziging van een project waarvoor subsidie wordt verstrekt, betreffende

behoeft de goedkeuring van de managementautoriteit.

Artikel 5.2.11. Meldingsplicht subsidieontvanger

De subsidieontvanger doet onverwijld schriftelijk melding aan de managementautoriteit zodra aannemelijk is dat

Artikel 5.2.12. Administratie
1.

De subsidieontvanger voert een administratie die zodanig is ingericht dat daaruit te allen tijde op eenvoudige en duidelijke wijze alle door hem gemaakte en betaalde kosten en de aan het project toe te rekenen opbrengsten kunnen worden afgelezen en gespecificeerd, met dien verstande dat ter zake van de kosten bedoeld in artikel 1.4, eerste lid, onderdeel a, en tweede lid, een door middel van een inzichtelijke tijdschrijving controleerbare urenverantwoording per werknemer aanwezig dient te zijn.

2.

Indien de subsidieontvanger werkgever is, stelt deze voor personen als bedoeld in artikel 1.4, eerste lid, onderdeel c, een document op met vermelding van het vaste percentage, bedoeld in dat onderdeel.

Artikel 5.2.13. Verplichtingen
1.

De managementautoriteit kan verplichtingen verbinden aan de subsidie.

2.

De managementautoriteit verbindt zodanig verplichtingen aan de subsidie dat de subsidieontvanger aan de certificeringsautoriteit en de auditautoriteit de medewerking verleent die zij voor hun taakvervulling nodig hebben.

Artikel 5.2.14. Aanvraag om subsidievaststelling

Een aanvraag om subsidievaststelling wordt ingediend met gebruikmaking van een middel dat door de managementautoriteit beschikbaar wordt gesteld.

Artikel 5.2.15. Beslissing op de aanvraag om subsidievaststelling

De managementautoriteit geeft binnen 26 weken een beschikking op een aanvraag tot subsidievaststelling.

§ 5.1. Algemene bepalingen

Artikel 5.3.1. Subsidieaanvraag
1.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan degene die een project tot stand brengt dat past in een programma en dat bijdraagt aan de realisatie van het Rijksbeleid op het gebied van innovatie of koolstofarme economie.

2.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan degene die een project tot stand brengt dat past in een programma en dat bijdraagt aan:

Artikel 5.3.2. Subsidieplafond
1.

Het subsidieplafond voor subsidies als bedoeld in artikel 5.3.1, eerste lid, is voor de gehele programmaperiode:

2.

Het subsidieplafond voor subsidies als bedoeld in artikel 5.3.1, tweede lid, is voor de gehele programmaperiode:

3.

Het voor de cofinanciering beschikbare bedrag wordt in jaarlijkse tranches beschikbaar gesteld.

Artikel 5.3.3. Afwijzingsgronden

De minister beslist afwijzend op een aanvraag om subsidie, indien:

Artikel 5.3.4. Schakelbepaling

In afwijking van hoofdstuk 2, zijn de artikelen 5.2.3 tot en met 5.2.15 van overeenkomstige toepassing.

Paragraaf 4.1.1. Algemene bepalingen

Artikel 5.4.1. Subsidieaanvraag
1.

De Minister verstrekt op aanvraag een programmasubsidie voor de programma’s, bedoeld in artikel 5.4.2, eerste lid, onderdelen a, b en d.

2.

De Minister verstrekt op aanvraag een subsidie aan degene die een project tot stand brengt dat past in het programma, bedoeld in artikel 5.4.2, eerste lid, onderdeel c.

Artikel 5.4.2. Subsidieplafond
1.

Het subsidieplafond voor subsidies als bedoeld in artikel 5.4.1 is voor de gehele programmaperiode:

2.

De minister verleent eenmaal per jaar een voorschot.

3.

Rentebaten over een voorschot worden op dezelfde wijze besteed als de programmasubsidie of als de subsidie, bedoeld in artikel 5.4.1, tweede lid.

Artikel 5.4.3. Instemming Minister en afwijzingsgronden
1.

De ontvanger van een programmasubsidie als bedoeld in artikel 5.4.1, eerste lid, financiert geen projecten ten laste van de programmasubsidie als bedoeld in artikel 5.4.1, eerste lid, zonder voorafgaande schriftelijke instemming van de minister.

2.

De minister onthoudt de instemming, bedoeld in het eerste lid, indien:

3.

De Minister onthoudt tevens de instemming of wijst een aanvraag als bedoeld in artikel 5.4.1, tweede lid, af indien het project niet in voldoende mate bijdraagt aan tenminste vier van de volgende aspecten:

4.

Het derde lid is niet van toepassing op projecten in de prioriteit Technische Bijstand.

Hoofdstuk 6. Overige bepalingen en slotbepalingen

Artikel 6.1. Wijziging van de Regeling openstelling EZ-subsidies 2015

Wijzigt de Regeling openstelling EZ-subsidies 2015.

Artikel 6.2. Overgangsrecht
1.

Het recht zoals dat luidde voor 1 juli 2015, blijft van toepassing op:

2.

Het recht zoals dat luidde voor 1 januari 2016 blijft van toepassing op:

3.

Op aanvragen om subsidie die zijn ingediend voor het tijdstip van inwerkingtreding van een wijziging van deze regeling, op subsidies die voor dat tijdstip zijn verleend en op subsidies die voor dat tijdstip zijn vastgesteld, blijft deze regeling van toepassing zoals deze luidde voor dat tijdstip tenzij de wijziging met terugwerkende kracht in werking treedt.

Artikel 6.3. Intrekken regelingen
1.

De Regeling LNV-subsidies wordt ingetrokken.

Artikel 6.4. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juli 2015, met uitzondering van artikel 6.3, eerste lid, dat in werking treedt met ingang van 1 januari 2016.

Artikel 6.5. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling Europese EZK- en LNV-subsidies.

Bijlage. behorende bij artikel 1.9 Regeling Europese EZ-subsidies

Procedure als bedoeld in artikel 140, vijfde lid, van verordening 1303/2013

Verordening 1303/2013 maakt het mogelijk kopieën of volledig digitale documenten te accepteren als bewijsstuk. In deze bijlage worden de in artikel 140, vijfde lid, van verordening 1303/2013 bedoelde procedures vastgesteld voor documenten die in het kader van de uitvoering van deze regeling en verantwoording op grond van verordening 1303/2013 kan worden gebruikt.

1. Typen documenten

De volgende documenten worden als bewijsstukken geaccepteerd:

2. Procedure voor het gebruik van de documenten, bedoeld onder 1, onderdelen a, b en c

De in 1 onder a, b en c bedoelde bewijsstukken zijn geconverteerde documenten of gegevensdragers. Bij conversie van het origineel naar het geconverteerde document of gegevensdrager wordt aan de hieronder vermelde voorwaarden voldaan:

Het in samenhang bezien van de verschillende bewijsstukken strekt er mede toe de authenticiteit van het geconverteerde document of de gegevensdrager te waarborgen en dat hierop voor controledoeleinden kan worden vertrouwd.

Als de conversie op de juiste wijze gebeurt, is het in het kader van de verantwoording, niet meer noodzakelijk de bewijsstukken op de originele gegevensdrager te bewaren. Het geconverteerde bewijsstuk mag na conversie niet meer gewijzigd kunnen worden.

3. Procedure voor het bewaren van stukken die uitsluitend in een elektronische versie bestaan, bedoeld in 1, onderdeel d

Indien een subsidieontvanger gebruik maakt van elektronische documenten waarbij uitsluitend een elektronische versie bestaat, worden de geautomatiseerde systemen voorzien van beheers- en beveiligingsmaatregelen die de betrouwbaarheid, authenticiteit en integriteit van de elektronische gegevens gedurende de gehele vereiste bewaartermijn waarborgen. Het is aan de subsidieontvanger om dit aan te tonen. Voor een tweetal veel voorkomende situaties zijn de voorschriften hieronder uitgewerkt:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 3.1.8. Adviescommissie
1.

Er is een adviescommissie EFMZV die tot taak heeft de minister te adviseren over de afwijzingsgrond, bedoeld in artikel 2.11, tweede lid, onderdeel d, en de rangschikking van aanvragen tot subsidieverlening, indien de verdeling van een subsidieplafond overeenkomstig artikel 2.4, onderdeel b, wordt bepaald.

2.

De commissie bestaat uit ten minste vijf en ten hoogste tien leden.

3.

De voorzitter en de leden worden voor een periode van drie jaar benoemd.

Titel 3.2. Jonge vissers

Artikel 3.3.1. Begripsbepalingen

Vervallen

Artikel 3.3.2. Subsidiabele activiteiten

Vervallen

Artikel 3.3.3. Betrokkenheid van een technische of wetenschappelijke organisatie

Vervallen

Artikel 3.3.4. Indiening aanvraag tot subsidieverlening

Vervallen

Artikel 3.3.5. Verdeling van het subsidieplafond

Vervallen

Artikel 3.3.6. Rangschikkingscriteria

Vervallen

Artikel 3.3.7. Beschikkingen onder opschortende voorwaarde

Vervallen

Artikel 3.3.8. Niet subsidiabele kosten

Vervallen

Artikel 3.3.9. Hoogte van de subsidie

Vervallen

Artikel 3.3.10. Start- en realisatietermijn

Vervallen

Artikel 3.3.11. Verplichtingen subsidieontvanger

Vervallen

Artikel 3.3.12. Afwijzingsgrond

Vervallen

Artikel 3.3.13. Intellectuele eigendomsrechten

Vervallen

Artikel 3.3.14. Voorschot

Vervallen

Artikel 3.3.15. Verrekening van netto-inkomsten

Vervallen

Artikel 3.3.16. Indienen aanvraag tot subsidievaststelling

Vervallen

Artikel 3.3.17. Vervaltermijn

Vervallen

Hoofdstuk 4. Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling

Titel 3.4. Rendementsverbeteringsprojecten

Paragraaf 4.1.1. Algemene bepalingen

Paragraaf 4.1.2. Voorschriften inzake de landbouwer

Paragraaf 4.1.2. Voorschriften inzake de verzekeraar

Paragraaf 4.1.3. Controles en sancties

Hoofdstuk 5. Europees Fonds voor regionale ontwikkeling

§ 5.2. Regels omtrent subsidieverstrekking door de managementautoriteit

Paragraaf 4.1.2. Voorschriften inzake de landbouwer

§ 4. Regels omtrent subsidieverstrekking in het kader van Europese territoriale samenwerking

Hoofdstuk 5. Europees Fonds voor regionale ontwikkeling

Bijlage. behorende bij artikel 1.9 Regeling Europese EZ-subsidies

Procedure als bedoeld in artikel 140, vijfde lid, van verordening 1303/2013

Verordening 1303/2013 maakt het mogelijk kopieën of volledig digitale documenten te accepteren als bewijsstuk. In deze bijlage worden de in artikel 140, vijfde lid, van verordening 1303/2013 bedoelde procedures vastgesteld voor documenten die in het kader van de uitvoering van deze regeling en verantwoording op grond van verordening 1303/2013 kan worden gebruikt.

1. Typen documenten

De volgende documenten worden als bewijsstukken geaccepteerd:

2. Procedure voor het gebruik van de documenten, bedoeld onder 1, onderdelen a, b en c

De in 1 onder a, b en c bedoelde bewijsstukken zijn geconverteerde documenten of gegevensdragers. Bij conversie van het origineel naar het geconverteerde document of gegevensdrager wordt aan de hieronder vermelde voorwaarden voldaan:

De in 1 onder a, b en c bedoelde bewijsstukken zijn geconverteerde documenten of gegevensdragers. Bij conversie van het origineel naar het geconverteerde document of gegevensdrager wordt aan de hieronder vermelde voorwaarden voldaan:

Het in samenhang bezien van de verschillende bewijsstukken strekt er mede toe de authenticiteit van het geconverteerde document of de gegevensdrager te waarborgen en dat hierop voor controledoeleinden kan worden vertrouwd.

3. Procedure voor het bewaren van stukken die uitsluitend in een elektronische versie bestaan, bedoeld in 1, onderdeel d

Indien een subsidieontvanger gebruik maakt van elektronische documenten waarbij uitsluitend een elektronische versie bestaat, worden de geautomatiseerde systemen voorzien van beheers- en beveiligingsmaatregelen die de betrouwbaarheid, authenticiteit en integriteit van de elektronische gegevens gedurende de gehele vereiste bewaartermijn waarborgen. Het is aan de subsidieontvanger om dit aan te tonen. Voor een tweetal veel voorkomende situaties zijn de voorschriften hieronder uitgewerkt:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Titel 3.4. Rendementsverbeteringsprojecten

Hoofdstuk 4. Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling

Titel 3.4. Rendementsverbeteringsprojecten

Paragraaf 4.1.1. Algemene bepalingen

Paragraaf 4.1.2. Voorschriften inzake de landbouwer

Paragraaf 4.1.2. Voorschriften inzake de verzekeraar

Paragraaf 4.1.3. Controles en sancties

Hoofdstuk 5. Europees Fonds voor regionale ontwikkeling

§ 5.1. Algemene bepalingen

§ 5.2. Regels omtrent subsidieverstrekking door de managementautoriteit

§ 5.3. Regels omtrent subsidieverstrekking ten laste van de Rijkscofinanciering

§ 4. Regels omtrent subsidieverstrekking in het kader van Europese territoriale samenwerking

Hoofdstuk 6. Overige bepalingen en slotbepalingen

Bijlage. behorende bij artikel 1.9 Regeling Europese EZ-subsidies

Procedure als bedoeld in artikel 140, vijfde lid, van verordening 1303/2013

Verordening 1303/2013 maakt het mogelijk kopieën of volledig digitale documenten te accepteren als bewijsstuk. In deze bijlage worden de in artikel 140, vijfde lid, van verordening 1303/2013 bedoelde procedures vastgesteld voor documenten die in het kader van de uitvoering van deze regeling en verantwoording op grond van verordening 1303/2013 kan worden gebruikt.

1. Typen documenten

De volgende documenten worden als bewijsstukken geaccepteerd:

2. Procedure voor het gebruik van de documenten, bedoeld onder 1, onderdelen a, b en c

Als de conversie op de juiste wijze gebeurt, is het in het kader van de verantwoording, niet meer noodzakelijk de bewijsstukken op de originele gegevensdrager te bewaren. Het geconverteerde bewijsstuk mag na conversie niet meer gewijzigd kunnen worden.

3. Procedure voor het bewaren van stukken die uitsluitend in een elektronische versie bestaan, bedoeld in 1, onderdeel d

Indien een subsidieontvanger gebruik maakt van elektronische documenten waarbij uitsluitend een elektronische versie bestaat, worden de geautomatiseerde systemen voorzien van beheers- en beveiligingsmaatregelen die de betrouwbaarheid, authenticiteit en integriteit van de elektronische gegevens gedurende de gehele vereiste bewaartermijn waarborgen. Het is aan de subsidieontvanger om dit aan te tonen. Voor een tweetal veel voorkomende situaties zijn de voorschriften hieronder uitgewerkt:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 3.4.1. Begripsbepaling

Vervallen

Artikel 3.4.2. Subsidiabele activiteiten

Vervallen

Artikel 3.4.3. Betrokkenheid van een technische of wetenschappelijke organisatie

Vervallen

Artikel 3.4.4. Indiening aanvraag tot subsidieverlening

Vervallen

Artikel 3.4.5. Verdeling van het subsidieplafond

Vervallen

Artikel 3.4.6. Rangschikkingscriteria

Vervallen

Artikel 3.4.7. Niet subsidiabele kosten

Vervallen

Artikel 3.4.8. Hoogte van de subsidie

Vervallen

Artikel 3.4.9. Start- en realisatietermijn

Vervallen

Artikel 3.4.10. Toepassing artikel 3.1.7

Vervallen

Artikel 3.4.11. Afwijzingsgrond

Vervallen

Artikel 3.4.12. Voorschot

Vervallen

Artikel 3.4.13. Indienen aanvraag tot subsidievaststelling

Vervallen

Artikel 3.4.14. Vervaltermijn

Vervallen

Hoofdstuk 4. Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling

Titel 3.5. Aquacultuurinnovatieprojecten

Paragraaf 4.1.1. Algemene bepalingen

Paragraaf 4.1.2. Voorschriften inzake de landbouwer

Paragraaf 4.1.2. Voorschriften inzake de verzekeraar

Paragraaf 4.1.3. Controles en sancties

Hoofdstuk 5. Europees Fonds voor regionale ontwikkeling

§ 5.1. Algemene bepalingen

§ 5.2. Regels omtrent subsidieverstrekking door de managementautoriteit

§ 5.3. Regels omtrent subsidieverstrekking ten laste van de Rijkscofinanciering

Paragraaf 4.1.2. Voorschriften inzake de verzekeraar

Hoofdstuk 6. Overige bepalingen en slotbepalingen

Bijlage. behorende bij artikel 1.9 Regeling Europese EZ-subsidies

Procedure als bedoeld in artikel 140, vijfde lid, van verordening 1303/2013

Verordening 1303/2013 maakt het mogelijk kopieën of volledig digitale documenten te accepteren als bewijsstuk. In deze bijlage worden de in artikel 140, vijfde lid, van verordening 1303/2013 bedoelde procedures vastgesteld voor documenten die in het kader van de uitvoering van deze regeling en verantwoording op grond van verordening 1303/2013 kan worden gebruikt.

1. Typen documenten

De volgende documenten worden als bewijsstukken geaccepteerd:

2. Procedure voor het gebruik van de documenten, bedoeld onder 1, onderdelen a, b en c

De in 1 onder a, b en c bedoelde bewijsstukken zijn geconverteerde documenten of gegevensdragers. Bij conversie van het origineel naar het geconverteerde document of gegevensdrager wordt aan de hieronder vermelde voorwaarden voldaan:

Het in samenhang bezien van de verschillende bewijsstukken strekt er mede toe de authenticiteit van het geconverteerde document of de gegevensdrager te waarborgen en dat hierop voor controledoeleinden kan worden vertrouwd.

Als de conversie op de juiste wijze gebeurt, is het in het kader van de verantwoording, niet meer noodzakelijk de bewijsstukken op de originele gegevensdrager te bewaren. Het geconverteerde bewijsstuk mag na conversie niet meer gewijzigd kunnen worden.

3. Procedure voor het bewaren van stukken die uitsluitend in een elektronische versie bestaan, bedoeld in 1, onderdeel d

Indien een subsidieontvanger gebruik maakt van elektronische documenten waarbij uitsluitend een elektronische versie bestaat, worden de geautomatiseerde systemen voorzien van beheers- en beveiligingsmaatregelen die de betrouwbaarheid, authenticiteit en integriteit van de elektronische gegevens gedurende de gehele vereiste bewaartermijn waarborgen. Het is aan de subsidieontvanger om dit aan te tonen. Voor een tweetal veel voorkomende situaties zijn de voorschriften hieronder uitgewerkt:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Titel 3.5. Aquacultuurinnovatieprojecten

Artikel 3.5.1. Begripsbepalingen

Vervallen

Artikel 3.5.2. Subsidiabele activiteiten

Vervallen

Artikel 3.5.3. Betrokkenheid van een technische of wetenschappelijke organisatie

Vervallen

Artikel 3.5.4. Indiening aanvraag tot subsidieverlening

Vervallen

Artikel 3.5.5. Verdeling van het subsidieplafond

Vervallen

Artikel 3.5.6. Rangschikkingscriteria

Vervallen

Artikel 3.5.7. Hoogte van de subsidie

Vervallen

Artikel 3.5.8. Start- en realisatietermijn

Vervallen

Artikel 3.5.9. Milieueffecten

Vervallen

Artikel 3.5.10. Afwijzingsgronden

Vervallen

Artikel 3.5.11. Voorschot

Vervallen

Artikel 3.5.12. Indienen aanvraag tot subsidievaststelling

Vervallen

Artikel 3.5.13. Vervaltermijn

Vervallen

Hoofdstuk 4. Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling

Titel 3.6. Afzetbevorderingsprojecten

Paragraaf 4.1.2. Voorschriften inzake de landbouwer

Paragraaf 4.1.2. Voorschriften inzake de verzekeraar

Paragraaf 4.1.3. Controles en sancties

§ 5.1. Algemene bepalingen

§ 5.2. Regels omtrent subsidieverstrekking door de managementautoriteit

§ 5.3. Regels omtrent subsidieverstrekking ten laste van de Rijkscofinanciering

§ 5.2. Regels omtrent subsidieverstrekking door de managementautoriteit

Hoofdstuk 6. Overige bepalingen en slotbepalingen

Bijlage. behorende bij artikel 1.9 Regeling Europese EZ-subsidies

Procedure als bedoeld in artikel 140, vijfde lid, van verordening 1303/2013

Verordening 1303/2013 maakt het mogelijk kopieën of volledig digitale documenten te accepteren als bewijsstuk. In deze bijlage worden de in artikel 140, vijfde lid, van verordening 1303/2013 bedoelde procedures vastgesteld voor documenten die in het kader van de uitvoering van deze regeling en verantwoording op grond van verordening 1303/2013 kan worden gebruikt.

1. Typen documenten

De volgende documenten worden als bewijsstukken geaccepteerd:

2. Procedure voor het gebruik van de documenten, bedoeld onder 1, onderdelen a, b en c

De in 1 onder a, b en c bedoelde bewijsstukken zijn geconverteerde documenten of gegevensdragers. Bij conversie van het origineel naar het geconverteerde document of gegevensdrager wordt aan de hieronder vermelde voorwaarden voldaan:

Het in samenhang bezien van de verschillende bewijsstukken strekt er mede toe de authenticiteit van het geconverteerde document of de gegevensdrager te waarborgen en dat hierop voor controledoeleinden kan worden vertrouwd.

Als de conversie op de juiste wijze gebeurt, is het in het kader van de verantwoording, niet meer noodzakelijk de bewijsstukken op de originele gegevensdrager te bewaren. Het geconverteerde bewijsstuk mag na conversie niet meer gewijzigd kunnen worden.

3. Procedure voor het bewaren van stukken die uitsluitend in een elektronische versie bestaan, bedoeld in 1, onderdeel d

Indien een subsidieontvanger gebruik maakt van elektronische documenten waarbij uitsluitend een elektronische versie bestaat, worden de geautomatiseerde systemen voorzien van beheers- en beveiligingsmaatregelen die de betrouwbaarheid, authenticiteit en integriteit van de elektronische gegevens gedurende de gehele vereiste bewaartermijn waarborgen. Het is aan de subsidieontvanger om dit aan te tonen. Voor een tweetal veel voorkomende situaties zijn de voorschriften hieronder uitgewerkt:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 3.1.4.a. Voorschotverlening en opdrachtgunning

Voor zover de subsidieontvanger voor de kosten waarvoor hij een voorschot als bedoeld in artikel 2.14 aanvraagt, een opdracht als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid, heeft verleend, bevat de aanvraag tot voorschotverlening als bedoeld in artikel 2.14, kopieën van de opgevraagde offertes als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid, en de relevante redenen voor een op basis van deze offertes genomen gunningsbeslissing.

Titel 3.2. Jonge vissers

Titel 3.3. Aanlandplichtinnovatieprojecten

Titel 3.6. Afzetbevorderingsprojecten

Artikel 3.7.1. Begripsbepalingen

Vervallen

Artikel 3.7.2. Subsidiabele activiteiten

Vervallen

Artikel 3.7.3. Aantal aanvragen

Vervallen

Artikel 3.7.4. Verdeling van het subsidieplafond

Vervallen

Artikel 3.7.5. Hoogte van de subsidie

Vervallen

Artikel 3.7.6. Afwijzingsgronden

Vervallen

Artikel 3.7.7. Realisatietermijn

Vervallen

Artikel 3.7.8. Verplichtingen

Vervallen

Artikel 3.7.9. Vervaltermijn

Vervallen

Hoofdstuk 4. Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling

Titel 4.1. Brede weersverzekering

Paragraaf 4.1.1. Algemene bepalingen

Paragraaf 4.1.1. Algemene bepalingen

Paragraaf 4.1.3. Controles en sancties

Hoofdstuk 5. Europees Fonds voor regionale ontwikkeling

§ 5.1. Algemene bepalingen

Paragraaf 4.1.3. Controles en sancties

Paragraaf 4.2.3. Voorschriften inzake de subsidieregeling

Paragraaf 4.1.2. Voorschriften inzake de landbouwer

Hoofdstuk 6. Overige bepalingen en slotbepalingen

Bijlage. behorende bij artikel 1.9 Regeling Europese EZ-subsidies

Procedure als bedoeld in artikel 140, vijfde lid, van verordening 1303/2013

Verordening 1303/2013 maakt het mogelijk kopieën of volledig digitale documenten te accepteren als bewijsstuk. In deze bijlage worden de in artikel 140, vijfde lid, van verordening 1303/2013 bedoelde procedures vastgesteld voor documenten die in het kader van de uitvoering van deze regeling en verantwoording op grond van verordening 1303/2013 kan worden gebruikt.

1. Typen documenten

De volgende documenten worden als bewijsstukken geaccepteerd:

2. Procedure voor het gebruik van de documenten, bedoeld onder 1, onderdelen a, b en c

De in 1 onder a, b en c bedoelde bewijsstukken zijn geconverteerde documenten of gegevensdragers. Bij conversie van het origineel naar het geconverteerde document of gegevensdrager wordt aan de hieronder vermelde voorwaarden voldaan:

Het in samenhang bezien van de verschillende bewijsstukken strekt er mede toe de authenticiteit van het geconverteerde document of de gegevensdrager te waarborgen en dat hierop voor controledoeleinden kan worden vertrouwd.

Als de conversie op de juiste wijze gebeurt, is het in het kader van de verantwoording, niet meer noodzakelijk de bewijsstukken op de originele gegevensdrager te bewaren. Het geconverteerde bewijsstuk mag na conversie niet meer gewijzigd kunnen worden.

3. Procedure voor het bewaren van stukken die uitsluitend in een elektronische versie bestaan, bedoeld in 1, onderdeel d

Indien een subsidieontvanger gebruik maakt van elektronische documenten waarbij uitsluitend een elektronische versie bestaat, worden de geautomatiseerde systemen voorzien van beheers- en beveiligingsmaatregelen die de betrouwbaarheid, authenticiteit en integriteit van de elektronische gegevens gedurende de gehele vereiste bewaartermijn waarborgen. Het is aan de subsidieontvanger om dit aan te tonen. Voor een tweetal veel voorkomende situaties zijn de voorschriften hieronder uitgewerkt:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 3.6.1. Begripsbepalingen

Vervallen

Artikel 3.6.2. Subsidiabele activiteiten

Vervallen

Artikel 3.6.3. Verdeling van het subsidieplafond

Vervallen

Artikel 3.6.4. Rangschikkingscriteria

Vervallen

Artikel 3.6.5. Hoogte van de subsidie

Vervallen

Artikel 3.6.6. Start- en realisatietermijn

Vervallen

Artikel 3.6.7. Afwijzingsgrond

Vervallen

Artikel 3.6.8. Voorschot

Vervallen

Artikel 3.6.9. Vervaltermijn

Vervallen

Titel 3.7. Productie- en afzetprogramma's

Hoofdstuk 4. Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling

Titel 3.8. Innovatieprojecten duurzame visserij

Paragraaf 4.1.1. Algemene bepalingen

Paragraaf 4.1.2. Voorschriften inzake de verzekeraar

Hoofdstuk 5. Europees Fonds voor regionale ontwikkeling

§ 5.1. Algemene bepalingen

§ 5.3. Regels omtrent subsidieverstrekking ten laste van de Rijkscofinanciering

Paragraaf 4.1.1. Algemene bepalingen

Hoofdstuk 6. Overige bepalingen en slotbepalingen

Bijlage. behorende bij artikel 1.9 Regeling Europese EZ-subsidies

Procedure als bedoeld in artikel 140, vijfde lid, van verordening 1303/2013

Verordening 1303/2013 maakt het mogelijk kopieën of volledig digitale documenten te accepteren als bewijsstuk. In deze bijlage worden de in artikel 140, vijfde lid, van verordening 1303/2013 bedoelde procedures vastgesteld voor documenten die in het kader van de uitvoering van deze regeling en verantwoording op grond van verordening 1303/2013 kan worden gebruikt.

1. Typen documenten

De volgende documenten worden als bewijsstukken geaccepteerd:

2. Procedure voor het gebruik van de documenten, bedoeld onder 1, onderdelen a, b en c

De in 1 onder a, b en c bedoelde bewijsstukken zijn geconverteerde documenten of gegevensdragers. Bij conversie van het origineel naar het geconverteerde document of gegevensdrager wordt aan de hieronder vermelde voorwaarden voldaan:

Het in samenhang bezien van de verschillende bewijsstukken strekt er mede toe de authenticiteit van het geconverteerde document of de gegevensdrager te waarborgen en dat hierop voor controledoeleinden kan worden vertrouwd.

Als de conversie op de juiste wijze gebeurt, is het in het kader van de verantwoording, niet meer noodzakelijk de bewijsstukken op de originele gegevensdrager te bewaren. Het geconverteerde bewijsstuk mag na conversie niet meer gewijzigd kunnen worden.

3. Procedure voor het bewaren van stukken die uitsluitend in een elektronische versie bestaan, bedoeld in 1, onderdeel d

Indien een subsidieontvanger gebruik maakt van elektronische documenten waarbij uitsluitend een elektronische versie bestaat, worden de geautomatiseerde systemen voorzien van beheers- en beveiligingsmaatregelen die de betrouwbaarheid, authenticiteit en integriteit van de elektronische gegevens gedurende de gehele vereiste bewaartermijn waarborgen. Het is aan de subsidieontvanger om dit aan te tonen. Voor een tweetal veel voorkomende situaties zijn de voorschriften hieronder uitgewerkt:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 3.1.9. Verrekening netto-inkomsten
1.

Voor zover van toepassing worden bij subsidieverlening de subsidiabele kosten overeenkomstig artikel 61 of artikel 65, achtste lid, van verordening 1303/2013 verminderd met de netto-inkomsten, bedoeld in de artikelen 61 of 65, achtste lid, van die verordening.

2.

Voor zover van toepassing worden, indien bij het verstrekken van een voorschot als bedoeld in artikel 2.14 of bij de subsidievaststelling blijkt dat de netto-inkomsten, bedoeld in artikel 65, achtste lid, van verordening 1303/2013, de eerder met de subsidiabele kosten verrekende netto-inkomsten te boven gaan, de subsidiabele kosten overeenkomstig artikel 65, achtste lid, van die verordening verminderd met het verschil tussen deze bedragen aan netto-inkomsten.

3.

In afwijking van artikel 1.7 worden, indien de netto-inkomsten, bedoeld in artikel 61 van verordening 1303/2013, niet vooraf objectief te bepalen zijn, de subsidiabele kosten na afloop van het project verminderd met de gerealiseerde netto-inkomsten overeenkomstig artikel 61, zesde lid, van die verordening.

Titel 3.2. Jonge vissers

Titel 3.3. Aanlandplichtinnovatieprojecten

Titel 3.5. Aquacultuurinnovatieprojecten

Titel 3.7. Productie- en afzetprogramma's

Hoofdstuk 4. Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling

Titel 3.8. Innovatieprojecten duurzame visserij

Paragraaf 4.1.2. Voorschriften inzake de landbouwer

Paragraaf 4.1.3. Controles en sancties

Titel 4.2. Kwaliteitsregeling voor de kalfsvleessector

Paragraaf 4.2.1. Algemene bepalingen

Artikel 4.2.1. Begripsbepalingen

Vervallen

Paragraaf 4.2.2. Voorschriften inzake de erkenning van een kwaliteitsregeling

Artikel 4.2.2. Eisen aan erkenning

Vervallen

Artikel 4.2.3. Aanvraag en verlening erkenning

Vervallen

Artikel 4.2.4. Schorsing en intrekking erkenning

Vervallen

Artikel 4.2.5. Wijzigingen doorgeven

Vervallen

Artikel 4.2.6. Verplichtingen certificerende instantie

Vervallen

Artikel 4.2.7. Subsidieaanvraag en openstellingsperiode

Vervallen

Artikel 4.2.8. Absolute weigeringsgronden

Vervallen

Artikel 4.2.9. Subsidiabele activiteiten en kosten

Vervallen

Artikel 4.2.10. Hoogte van de subsidie

Vervallen

Artikel 4.2.11. Subsidieplafond en verdeling

Vervallen

Artikel 4.2.12. Rangschikkingscriteria

Vervallen

Artikel 4.2.13. Verplichtingen aanvrager

Vervallen

Artikel 4.2.14. Betaling subsidie

Vervallen

Artikel 4.2.15. Overdracht van bedrijf

Vervallen

Paragraaf 4.2.4. Controles en sancties

Artikel 4.2.16. Onregelmatigheden, controles en sancties

Vervallen

Artikel 4.2.17. Vervaldatum

Vervallen

Hoofdstuk 4. Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling

Paragraaf 4.1.2. Voorschriften inzake de landbouwer

Paragraaf 4.1.3. Controles en sancties

Paragraaf 4.2.1. Algemene bepalingen

Hoofdstuk 6. Overige bepalingen en slotbepalingen

Bijlage 1. behorende bij artikel 1.9 Regeling Europese EZ-subsidies

Procedure als bedoeld in artikel 140, vijfde lid, van verordening 1303/2013

Verordening 1303/2013 maakt het mogelijk kopieën of volledig digitale documenten te accepteren als bewijsstuk. In deze bijlage worden de in artikel 140, vijfde lid, van verordening 1303/2013 bedoelde procedures vastgesteld voor documenten die in het kader van de uitvoering van deze regeling en verantwoording op grond van verordening 1303/2013 kan worden gebruikt.

1. Typen documenten

De volgende documenten worden als bewijsstukken geaccepteerd:

2. Procedure voor het gebruik van de documenten, bedoeld onder 1, onderdelen a, b en c

De in 1 onder a, b en c bedoelde bewijsstukken zijn geconverteerde documenten of gegevensdragers. Bij conversie van het origineel naar het geconverteerde document of gegevensdrager wordt aan de hieronder vermelde voorwaarden voldaan:

Het in samenhang bezien van de verschillende bewijsstukken strekt er mede toe de authenticiteit van het geconverteerde document of de gegevensdrager te waarborgen en dat hierop voor controledoeleinden kan worden vertrouwd.

Als de conversie op de juiste wijze gebeurt, is het in het kader van de verantwoording, niet meer noodzakelijk de bewijsstukken op de originele gegevensdrager te bewaren. Het geconverteerde bewijsstuk mag na conversie niet meer gewijzigd kunnen worden.

3. Procedure voor het bewaren van stukken die uitsluitend in een elektronische versie bestaan, bedoeld in 1, onderdeel d

Indien een subsidieontvanger gebruik maakt van elektronische documenten waarbij uitsluitend een elektronische versie bestaat, worden de geautomatiseerde systemen voorzien van beheers- en beveiligingsmaatregelen die de betrouwbaarheid, authenticiteit en integriteit van de elektronische gegevens gedurende de gehele vereiste bewaartermijn waarborgen. Het is aan de subsidieontvanger om dit aan te tonen. Voor een tweetal veel voorkomende situaties zijn de voorschriften hieronder uitgewerkt:

Bijlage 2. behorende bij artikel 4.2.2, vijfde lid, Regeling Europese EZ-subsidies

Bestaande voorschriften kwaliteitssysteem kalfsvleessector

Voorschrift Interpretatie Bron
Algemeen
Er is een actuele door de certificerende instantie (hierna: ‘CI’) gewaarmerkte plattegrond van het bedrijf aanwezig. De plattegrond geeft voor zover van toepassing alle ruimten, de perceelgrenzen- en toegangen, bedrijfsgedeelte, de situering silo's (inclusief silonummers), mestopslag, opslag en aanbiedingsplaats destructiemateriaal, medicijnopslag, opslag van reinigings-, desinfectie- en ongediertebestrijdingsmiddelen, aggregaat, hygiënesluis, de gebruikelijke loop- en rijroutes, de afmetingen van de stallen en per stal het aantal afdelingen en aantal hokken en de hoeveelheid kalveren die per hok mogen zijn gehuisvest, gebaseerd op 1,8 m2/kalf aan. Indien het bedrijf nuchtere kalveren (nuka’s) opzet tot max. 15 weken (startbedrijf), dan mag een plattegrond op basis van 1,5 m2/kalf worden opgesteld. De totale hoeveelheid kalveren die op het bedrijf mag worden gehuisvest is eveneens aangegeven. Het bedrijfsgedeelte is het gedeelte van het perceel waar zich de kalverhouderij bevindt aangevuld met het gedeelte van het perceel waar verkeer van personen en/of transport van kalveren, voer en materialen tussen stallen / afdelingen plaatsvindt. De plattegrond is aangepast aan de laatste stand van zaken. IKB Vleeskalveren 2008 (www.Kalversector.nl ).
De rapportages en certificaten van de inspecties van de drie voorgaande jaren zijn beschikbaar. IKB Vleeskalveren 2008, Bovenwettelijke invulling van Verordening(EG) nr. 852/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake levensmiddelenhygiëne.
Hygiëneregels en plattegrond (met bedrijfsgedeelte en looproutes) zijn zichtbaar aanwezig in hygiënesluis voor medewerkers en bezoekers en worden toegepast. Op schrift gestelde hygiëneregels, aanwezig in de hygiënesluis bevatten minimaal de volgende meldingen: alleen beroepsmatige betreding van het deel van het bedrijf waar dieren staan, alleen na omkleden in hygiënesluis betreden van het schone (bedrijfs-) gedeelte, alleen bij toestemming eigenaar is betreding mogelijk, voor betreden melden bij eigenaar. U kunt hiervoor het voorbeeld formulier 'Hygiëneregels Kalverhouderij' gebruiken. Dit formulier is te vinden op www.kalversector.nl. IKB Vleeskalveren 2008.
Het bedrijfseigen personeel is adequaat opgeleid. Geldt alleen voor personeel dat in dienst is. Adequaat: ten minste opleiding op minimaal MBO niveau of 1 jaar werkervaring in de intensieve kalverhouderij, of anders onder verantwoordelijkheid van iemand met genoemde kwalificaties. Arbeidsomstandigheden-wet (wetten.overheid.nl).
Het bedrijf verkeert in goede staat van onderhoud. Heeft betrekking op toegangswegen tot bedrijfsgedeelte, dierverblijven en voerkeuken. Goede staat is: geen lekkages, geen zwaar achterstallig onderhoud, bestrating en/of verharding in redelijke staat (geen kuilen), geen open of loshangende elektrische bedrading. Bijlage 2 van Richtlijn 91/629/EEG tot vaststelling van minimumnormen ter bescherming van kalveren. QS (Quality Scheme for food, www.q-s.de).
Materialen in de stal waar de vleeskalveren mee in aanraking komen, zijn niet schadelijk voor de vleeskalveren en kunnen worden gereinigd en ontsmet. Er mag bijvoorbeeld geen sprake zijn van contact van de vleeskalveren met zware metalen (lood, kwik, cadmium). Bijlage 2 van Richtlijn 91/629/EEG.
Het bedrijf maakt een visueel schoon en opgeruimde indruk. Opgeruimde indruk: geen onnodig aanwezige materialen, maar alleen materialen aanwezig van werkzaamheden van desbetreffende werkdag. Visueel schoon: ten minste geen visueel zichtbare restanten aanwezig op bijvoorbeeld koelkast, weegschaal, bureau etc. De hygiënecode kalverhouderij is opgenomen in de regeling IKB Vleeskalveren gebaseerd op de verordening (EG) nr. 852/2004.
Het bedrijfsgedeelte en de stallen met directe toegang tot de dieren kunnen niet zonder meer betreden worden. Niet zonder meer betreden: bijvoorbeeld door borden met de melding ‘geen vrije toegang tot stallen’ bij de ingang of door linten, kettingen, etc. Zodanig dat geen ongehinderde toegang verschaft kan worden. Hygiënecode kalverhouderij.
Om het principe van schone (bedrijfs-) en vuile (externe) gedeelte op het bedrijf toe te kunnen passen is het noodzakelijk dat: – er een duidelijk zichtbare lijn (of gespannen draad) op vloerhoogte van het erf is geplaatst, zodat verkeer van transportmiddelen niet belemmerd wordt; OF – er een zodanig duidelijke aanduiding aanwezig is dat een bezoeker zich dient te melden, en door de hygiënesluis moet, voordat het schone (bedrijfs-) gedeelte betreden wordt; OF – er een fysieke afscheiding (bijv. sloot, heg of hek) aanwezig is op de grens van het schone (bedrijfs-) en / of vuile (externe) gedeelte. IKB Vleeskalveren 2008, \Bovenwettelijke invulling van Verordening (EG) nr. 852/2004.
Er is een bijgehouden bezoekersregister, per locatie, aanwezig met daarin naam, bedrijfsnaam en datum van bezoek. Bezoekers die de stallen betreden dienen in het register te worden opgenomen. Transporteurs die dieren komen laden of lossen kunnen het register tekenen. Transporteurs dienen in plaats van voormelde gegevens de volgende informatie te noteren in het register: – datum transport; – Naam transportonderneming. Hygiënecode kalverhouderij.
Ongediertebestrijding
Ongedierte wordt geweerd en waar nodig bestreden. Indien overlast van ongedierte aanwezig blijft, is een gediplomeerd ongediertebestrijdingsbedrijf ingeschakeld. Ongedierte: ratten, muizen en vliegen. Hygiënecode kalverhouderij.
Er dient op het bedrijf een plattegrond aanwezig te zijn waarop is aangegeven waar lokdozen en bestrijdings-middelen zich bevinden. Dit voorschrift is niet van toepassing als er geen ongedierte aanwezig is en bestrijding niet uitgevoerd wordt. IKB vleeskalveren 2008.
Er zijn alleen toegestane ongediertebestrijdingsmiddelen aanwezig, die in een gesloten kast en apart van dieren, diergeneesmiddelen en voedermiddelen worden opgeslagen. Toegestane ongediertebestrijdingsmiddelen: de meest actuele lijst van toegelaten ongediertebestrijdingsmiddelen zoals opgenomen in de databank van College voor Toelating van Bestrijdingsmiddelen: www.ctb-wageningen.nl. Hygiënecode kalverhouderij.
Het bestrijdingsmiddel voor ratten en muizen wordt in daarvoor geschikte lokdozen aangeboden. Lokdozen dienen gesloten zijn. Hygiënecode kalverhouderij.
De vleeskalveren hebben geen toegang tot bestrijdingsmiddelen. Hygiënecode kalverhouderij.
Op het bedrijf zijn de aankoop en leverbonnen van alle op het bedrijf aanwezige ongediertebestrijdingsmiddelen aanwezig. Hygiënecode kalverhouderij.
Aan- en afvoer van dieren
Alle aanwezige dieren zijn voorzien van 2 oormerken. 1 oormerk is toegestaan. Als er geen oormerk is, dient de aanvraag tot nieuwe oormerken aanwezig te zijn. Regeling identificatie en registratie van dieren (wetten.overheid.nl).
Kalverhouder kan aantonen dat aangevoerde dieren vrij zijn van besmettelijke veeziekten d.m.v. importdocumenten / gezondheidsverklaring. Bij een I&R blokkade dient kalverhouder de reden aan te geven. Hygiënecode kalverhouderij.
I&R administratie is ten minste 3 jaar bewaard. In deze I&R administratie is elke verplaatsing (zoals geboorte, afvoer, aanvoer, dood, import, etc.) opgenomen. Mag aantoonbaar gemaakt worden via digitaal bedrijfsregister, indien daarin tevens historie van 3 jaar bewaard is. Richtlijn 92/102/EEG van de Raad van 27 november 1992 met betrekking tot de identificatie en de registratie van dieren.
Indien een deelnemende kalverhouder startkalveren opzet, controleert die kalverhouder of in voorkomend geval het toeleverende Nederlandse startbedrijf gecertificeerd is. Controleren via het register van de SKV. M.u.v. opzet startkalveren van buitenlandse startbedrijven. IKB Vleeskalveren 2008.
Indien een kalverhouder startkalveren ontvangt, worden de meegeleverde gegevens m.b.t. diergeneesmiddelen-gebruik meegeleverd en ten minste 1 jaar in de administratie bewaard. Deze gegevens omvatten: – de koppelbehandelingen die bij de ontvangen koppel startkalveren uitgevoerd zijn, en; – de individuele behandelingen die bij de ontvangen koppel startkalveren uitgevoerd zijn. De diergeneesmiddelenregistratie moet herleidbaar zijn tot het herkomstbedrijf en de op het afmestbedrijf aanwezige kalveren. Dit geldt zowel voor binnenlandse als buitenlandse kalveren. Bovenwettelijke invulling van Verordening (EG) nr. 852/2004.
Indien een kalverhouder start-kalveren aflevert aan een vleeskalverhouderij voor verdere opfok, worden gegevens m.b.t. diergenees-middelengebruik bij deze startkalveren meegeleverd. Deze gegevens omvatten: – de koppelbehandelingen die bij de ontvangen koppel startkalveren (blank, rosé) uitgevoerd zijn, en; – de individuele behandelingen die bij de ontvangen koppel startkalveren uitgevoerd zijn. Bovenwettelijke invulling van Verordening (EG) nr. 852/2004.
Voer (installaties)
Indien geen transport van voer in eigen beheer plaatsvindt, dan moet voer zijn getransporteerd door GMP erkende transporteurs. Verklaring aangegeven op aflever / vervoersdocumenten. GMP erkende transporteurs zijn te vinden op www.gmpplus.nl. Code Diervoeder (www.gmpplus.org), Bovenwettelijke invulling Verordening (EG) nr. 852/2004.
Al het aanwezige voer is afkomstig van GMP+ gecertificeerde diervoederleveranciers. Aantonen d.m.v. voerbonnen. GMP+ gecertificeerde diervoederleveranciers zijn te vinden op www.gmpplus.nl. Code Diervoeder.
Bij voerleverantie wordt of een ingangscontrole of een controle vóór vervoedering uitgevoerd, hierbij wordt gelet op de volgende punten: – staat van het voer; – houdbaarheidstermijn. In geval van balen en/of kuilvoer is gecontroleerd (visueel / geur) of er geen broei aanwezig is, voer met broei wordt niet vervoederd. In geval van aanvullende mengvoeders wordt gecontroleerd op dat: – per aangekochte partij het type mengvoeder is aangegeven; – per aangekochte partij de houdbaarheidstermijn zichtbaar is; – per type mengvoeder de gebruiksvoorschriften bekend zijn. Staat van het voer: het product mag geen zichtbare schimmels of niet-voederbestanddelen bevatten. Voer mag niet over de houdbaarheidsdatum zijn. Dit voorschrift is niet van toepassing als de leverancier geen uiteindelijke houdbaarheidstermijn heeft aangegeven. Partijen mengvoerder zijn zodanig opgeslagen dat verschillende type mengvoeders herkenbaar zijn. De gebruiksvoorschriften zijn bekend doordat deze in de administratie zijn opgenomen of op de verpakking van het mengvoeder zijn weergegeven. Code Diervoeder.
Voor baal/kuilvoer zijn uitsluitend toegelaten toevoegingsmiddelen gebruikt. Toegelaten overeenkomstig Verordening (EG) Nr. 1831/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2003 betreffende toevoegings-middelen voor diervoeding. Aan te tonen met afleverbonnen van toevoegingsmiddelen. Hygiënecode kalverhouderij.
De kuil (met gras/maïs) is afgedekt (met uitzondering van het snijvlak). Hygiënecode kalverhouderij.
Voer is volgens voorschriften leverancier opgeslagen. Code Diervoeder.
Voer voor verschillende diersoorten is gescheiden en duidelijk herkenbaar opgeslagen. Diervoeder dat is bestemd voor andere diersoorten mag niet kunnen vermengen met het diervoeder dat is bestemd voor de vleeskalveren. Uitzondering: enkelvoudige voeders die buiten de stallen zijn opgeslagen en voor meerdere diersoorten gebruikt kunnen worden. Code Diervoeder.
Voer is niet in dezelfde ruimte waar dieren verblijven opgeslagen. Werkvoorraad is toegestaan. Code Diervoeder.
Voer is duidelijk gescheiden opgeslagen van chemicaliën. Code Diervoeder.
Opgeslagen voeders zijn goed afgedekt of verpakt of overkapt of overdekt. Indien nodig met aanvullende ongediertebestrijding. Verpakking of afdekking of overkapping of overdekking is in onbeschadigde staat. Opgeslagen voeders zijn zodanig afgedekt of verpakt of afgedekt of bedekt dat verontreiniging met uitwerpselen van ongedierte of vogels zo goed mogelijk wordt voorkomen. Indien er ongedierte aanwezig is, moet ongediertebestrijding worden toegepast. Ongedierte: ratten, muizen en vliegen. Code Diervoeder.
Voerinstallaties en waterinstallaties zijn in goede staat van onderhoud. Geen lekkende slangen en / of gebroken kettingen e.d. en geen visueel aanwezige aangekoekte resten van voer of medicijnen. Besluit houders van dieren (wetten.overheid.nl).
Er is geen beschimmeld voer aanwezig in de dierverblijven. Code Diervoeder.
Indien middelen aan het voer zijn toegevoegd, is dit gedaan conform adviezen van leverancier van de toevoegingsmiddelen. Advies leverancier van de toevoegingsmiddelen is aanwezig op het bedrijf. Code Diervoeder.
Het rantsoen bevat ten minste 50 gram vezelhoudend droog-voer per dag per dier van 8 tot 20 weken oud. Het rantsoen bevat ten minste 250 gram vezelhoudend voer per dag per dier vanaf 20 weken oud. Vezelhoudend voer: ruwvoer (maïsproducten, hooi, stro, etc.). Krachtvoer dat vezels bevat mag worden gerekend als vezelhoudend droogvoer. Hierbij moet worden uitgegaan van het gewicht van het verstrekte krachtvoer. Besluit houders van dieren.
Bij beperkte voedering is de voerbaklengte per kalf minimaal 0,40 meter. Besluit houders van dieren.
Bij onbeperkte voedering is het mogelijk dat ten minste 3 dieren tegelijk eten. Minimale voerbaklengte van 1.20m. Besluit houders van dieren.
Alle kalveren krijgen ten minste 2 maal per dag voer en kalveren in groepshokken moeten allemaal tegelijk kunnen eten. N.v.t. bij ad libitum voedering of via automatisch voedersysteem. Besluit houders van dieren.
Alle middelen die, naast voer en diergeneesmiddelen, worden toegediend voldoen aan GMP+, hebben een RegNL nummer of zijn toegelaten homeopathische middelen. Ook enkelvoudig voor humaan gebruik toegelaten homeopathische middelen zijn toegestaan. Toegelaten homeopathische middelen zijn te vinden op: https://www.cbg-meb.nl/dieren IKB Vleeskalveren 2008.
Medicijnmenger verkeert in goede staat van onderhoud. Geen lekkende slangen en / of buizen e.d. en geen visueel aanwezige aangekoekte resten van medicijnen. IKB Vleeskalveren 2008.
Afleverbewijzen van voer en toevoegingsmiddelen van de afgelopen 5 jaar zijn aanwezig. Code Diervoeder.
De dieren hebben onbeperkt de beschikking over drinkwater. Niet noodzakelijk indien melkvoedering wordt gegeven. Bij warm weer (buitentemp > 25˚C) en voor zieke kalveren dient altijd vers drinkwater beschikbaar te zijn en moet het altijd mogelijk zijn om extra watergift te geven. Besluit houders van dieren.
De aan-, afvoer of sterfte van dieren wordt binnen 24 uur na aan-, afvoer of sterfte in het I&R-systeem gemeld. Alle meldingen moeten correct zijn gedaan in het I&R systeem. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s (www.wetten.overheid.nl)
Gewasbeschermingsmiddelen
Er zijn alleen toegestane gewasbeschermingsmiddelen gebruikt. Toegestaan volgens de databank van College voor Toelating van Bestrijdingsmiddelen (CTB) (www.ctb-wageningen.nl). Aan te tonen met afleverbonnen. Hygiënecode kalverhouderij.
Gewasbeschermingsmiddelen zijn, indien aanwezig, in een gesloten kast of ruimte, apart van dieren, diergeneesmiddelen, R&O middelen en voedermiddelen opgeslagen. Hygiënecode kalverhouderij.
Wachttijden van gewasbeschermingsmiddelen zijn in acht genomen. Moet aantoonbaar gemaakt worden aan de hand van de perceeladministratie Hygiënecode kalverhouderij, Bovenwettelijke invulling van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden (www.wetten.overheid.nl).
Aankoop en leverbonnen van gewasbeschermingsmiddelen zijn in de administratie opgenomen. Hygiënecode kalverhouderij.
Huisvesting
In de ruimte waar vleeskalveren gehuisvest zijn, worden geen andere landbouwhuisdieren dan runderen gehouden. Vleesvee, fokkalveren etc. behoren ook tot de categorie 'andere landbouwhuisdieren'. IKB Vleeskalveren 2008.
De stallen / dierverblijven worden geventileerd. Besluit houders van dieren.
De stal is voorzien van licht doorlatende delen die ten minste 2% van het vloeroppervlak van de stal beslaan. Lichtdoorlatend materiaal is schoon. Alle oppervlaktes / delen die licht doorlaten worden meegerekend, tenzij de normale afsluitwijze van dit deel (deur / luik / gordijn) niet lichtdoorlatend is. Delen moeten gelijkmatig over de stal verspreid zijn. Besluit houders van dieren.
Het mestopvangsysteem in de dierverblijven is zodanig dat kalveren schoon blijven. Besluit houders van dieren.
Zieke en gewonde kalveren kunnen indien nodig worden geïsoleerd in adequate lokalen (eenlingbox/ ziekenbox) met indien nodig droog en comfortabel strooisel. De vereiste ruimte beslaat minimaal 1 procent van de kalverplaatsen, met een minimum van 1 plaats. Indien ruimte niet standaard aanwezig is, maar gecreëerd wordt, dan moet dit aantoonbaar zijn. Besluit houders van dieren.
Dierruimtes, voerruimtes, voerkeukens e.d. zijn visueel schoon. Besluit houders van dieren.
Eenlingboxen worden alleen gebruikt voor kalveren niet ouder dan 8 weken of als ziekenboxen op voorschrift van een dierenarts. Niet van toepassing als een dierenarts heeft verklaard dat het kalf in verband met zijn gezondheid of gedrag moet worden geïsoleerd om te worden behandeld. Besluit houders van dieren.
De breedte van de eenlingboxen is minimaal gelijk aan de schofthoogte van het kalf. De schofthoogte wordt gemeten terwijl het kalf rechtop staat. Besluit houders van dieren.
De lengte van een eenlingbox is ten minste 1,1 maal de lengte van het kalf. De lengte van het kalf wordt gemeten van de neuspunt tot aan de achterkant van de zitbeenknobbel. Besluit houders van dieren.
De zijwanden van een eenlingbox zijn opengewerkt zodanig dat dieren elkaar kunnen zien en aanraken. Niet van toepassing op eenlingboxen voor zieke dieren. Besluit houders van dieren.
Indien niet in eenlingboxen gehuisvest is het vloeroppervlak per kalf (levend gewicht) minimaal: bij gewicht < 150 kg: 1,5 m2; bij gewicht > 150 kg; 1,8 m2. Besluit houders van dieren.
Kalveren moeten kunnen liggen op een vloer die is ingestrooid of is voorzien van een kunststof mat, houten latten rooster of rubber toplaag. Voor rosé stierkalveren geldt dit voorschrift tot een leeftijd van 2 maanden. Besluit houders van dieren.
De vloeren zijn stroef, zonder scherpe uitsteeksels. Besluit houders van dieren.
Er is verlichting in de stal aanwezig om de vleeskalveren te allen tijde te kunnen inspecteren. De verlichting moet van zodanige sterkte zijn dat de vleeskalveren goed te zien zijn. Besluit houders van dieren.
Er zijn geen scherpe randen of scherpe uitsteeksels aanwezig in de stallen en/of dierverblijven die kalveren kunnen verwonden (geldt ook voor hekken en wanden die gebruikt worden bij het verplaatsen van de kalveren). Richtlijn 98/58/EG van de Raad van 20 juli 1998 inzake de bescherming van voor landbouwdoeleinden gehouden dieren.
Diergezondheid
Voor de bewaking van de gezondheid van de dieren is een overeenkomst gesloten met een door Geborgde Vleeskalverendierenarts gecertificeerde dierenarts en deze overeenkomst is inzichtelijk via InfoKalf (https://infokalf.skv.info) Kalverhouder heeft met de dierenarts de Overeenkomst kalverhouder, kalvereigenaar en Geborgde Vleeskalverendierenarts (conform Bijlage I van het Reglement Geborgde Vleeskalverendierenarts) gesloten. Er mag slechts één overeenkomst per diersoort, per UBN afgesloten worden. De overeenkomst is digitaal inzichtelijk via InfoKalf. Regeling diergeneesmiddelen (www.overheid.nl).
De kalverhouder heeft ervoor gezorgd dat de dierenarts minimaal 1 maal per kwartaal het bedrijf bezoekt. Het is ook toegestaan om 2x per half jaar de dierenarts het bedrijf te laten bezoeken. Voor een klinische inspectie en bedrijfsbegeleiding (op grond van bijvoorbeeld productiegegevens, AM en PM keuringsresultaten). Aan te tonen door bezoekersrapportage dierenarts. Regeling diergeneesmiddelen.
Zieke dieren zijn, indien nodig, ondergebracht in ruimte voor zieke en gewonde dieren. Ruimte voldoet aan voorwaarden huisvesting. Zieke dieren zijn op verklaring dierenarts (bezoekrapportage), dieren met zware kreupelheden, dieren met zware verwondingen en sterk verzwakte dieren als gevolg van ziekte of anderszins. Besluit houders van dieren.
De kalverhouder bewaakt het hemoglobinegehalte van de blanke vleeskalveren. Bewaken kan door bloedonderzoeken en/of toediening van ijzer. Deelnemer kan dit schriftelijk aantonen via leverbonnen van ijzerpreparaten of de uitslagen van onderzoek. N.v.t. op rosé vleeskalveren. Besluit houders van dieren.
Diergeneesmiddelen
Toediening diergeneesmiddelen gebeurt volgens de bijgeleverde gebruiksvoorschriften (toedieningswijze en duur dosering, wachttijd). Regeling diergeneesmiddelen, Besluit houders van dieren.
Er worden alleen schone en werkende bedrijfseigen hulpmiddelen gebruikt bij het toedienen van diergeneesmiddelen. Indien dierenarts eigen schone hulpmiddelen gebruikt is dit ook toegestaan. Hygiënecode kalverhouderij.
Eventuele niet zichtbare afwijkingen als gevolg van toedienen van diergeneesmiddelen (bv. door een naald) zijn, indien bekend, gemeld aan het slachthuis. Afwijkingen worden gemeld op de afleververklaring met locatie van afwijking plus identificatie dier. IKB Vleeskalveren 2008.
Er is een bedrijfsbehandelplan. Het bedrijfsbehandelplan moet voldoen aan de volgende criteria: - op een duidelijke manier is aangegeven dat het betreffende document bedrijfsbehandelplan heet; - het bedrijfsbehandelplan dient te zijn voorzien van een datum van uitgifte. Besluit houders van dieren.
Er zijn alleen antimicrobiële middelen op het bedrijf aanwezig die staan vermeld in het bedrijfsbehandelplan (BBP) óf er moet een onderbouwing (schriftelijk verslag) aanwezig zijn die door de dierenarts is opgemaakt. Regeling diergeneesmiddelen.
De kalverhouder heeft voorgeschreven UDD-/UDA-diergeneesmiddelen voor de vleeskalveren uitsluitend afgenomen van de dierenarts waarmee hij een overeenkomst heeft gesloten, of van de apotheek van de praktijk van de dierenarts waarmee hij een overeenkomst heeft afgesloten. Indien er bij een spoedgeval een andere dierenarts wordt ingeschakeld, die UDD- / UDA-diergeneesmiddelen afgeeft, moet er een visitebrief aanwezig zijn waarin staat vermeld dat het een spoedconsult betrof. Bovenwettelijke invulling van de Regeling diergeneesmiddelen.
De kalverhouder heeft UDD-diergeneesmiddelen voor de vleeskalveren uitsluitend laten toepassen door de dierenarts waarmee hij een overeenkomst heeft gesloten, of diens vervanger. Onder voorwaarden mogen sommige antibiotica, op voorschrift van de dierenarts, zelf door kalverhouder worden toegepast. Deze voorwaarden zijn minimaal een instructie van de dierenarts (voor tweede keus antibiotica) en / of vermelding in het bedrijfsbehandelplan. Bovenwettelijke invulling van de Regeling diergeneesmiddelen.
Er zijn slechts voor runderen geregistreerde diergeneesmiddelen op het bedrijf aanwezig. Indien sprake is van voorgeschreven middelen volgens de cascaderegeling (incl. buitenlandse diergeneesmiddelen) voor runderen: er is een verklaring van de dierenarts aanwezig voor het toepassen van deze middelen. Indien op het bedrijf meerdere diersoorten worden gehouden mogen diergeneesmiddelen aanwezig zijn die voor deze diersoorten zijn geregistreerd. Deze moeten per diersoort apart worden bewaard. IKB Vleeskalveren 2008, Bovenwettelijke invullingregeling van het Besluit houders van dieren.
De aanwezige URA-diergeneesmiddelen zijn afkomstig van een toegelaten verkoopkanaal. Aantonen met. afleverbonnen. Toegelaten verkoopkanaal: medicijnen zijn afkomstig van de dierenarts zelf, een openbare apotheker of een leverancier met een afleververgunning van gekanaliseerde middelen. Bovenwettelijke invulling van het Besluit houders van dieren en van de Regeling diergeneesmiddelen.
Diergeneesmiddelen zijn in een gesloten kast / ruimte gescheiden van dieren en / of voeders opgeslagen. Kast of ruimte moet met een deur afgesloten of gescheiden zijn. Deze hoeft niet op slot te zijn. In deze kast of ruimte mogen alléén diergeneesmiddelen worden opgeslagen. Hygiënecode kalverhouderij.
Diergeneesmiddelen zijn per diersoort opgeslagen. Diersoort: runderen, varkens, pluimvee, etc. Binnen 1 (koel)kast verschillende compartimenten of planken per diersoort is toegestaan. IKB Vleeskalveren 2008, Bovenwettelijke invulling van het Besluit houders van dieren.
De kalverhouder heeft geen volledige koppelkuur antibiotica op voorraad. Op voorraad: termijn tussen ontvangst koppelkuur en gebruik koppelkuur is maximaal 2 werkdagen. Gebruik is aantoonbaar door recept of/ bezoekersrapportage dierenarts. Bij annulering of wijziging koppelkuur of uitgifte 2 kuren in 1 keer dient de dierenarts waarmee een overeenkomst is getekend in het bezoekersverslag een reden aan te geven. UDD-regeling (Stcrt. 2013, 23390).
De kalverhouder stelt i.s.m. de dierenarts en eventueel vertegenwoordiger van de kalvereigenaar jaarlijks een bedrijfsgezondheidsplan op. Jaarlijks: 1x per kalenderjaar. UDD-regeling.
Het bedrijfsgezondheidsplan is voorzien van de naam en de handtekening van de kalverhouder en de dierenarts en, indien hier sprake van is, de vertegenwoordiger van de kalvereigenaar. UDD-regeling.
Het bedrijfsgezondheidsplan is voorzien van het UBN van het bedrijf. UDD-regeling.
Het bedrijfsgezondheidsplan is voorzien van de datum waarop het bedrijfsgezondheidsplan is opgesteld. UDD-regeling.
Het bedrijfsgezondheidsplan beschrijft welke aspecten van de bedrijfsgezondheid aandachtspunten zijn of verbetermaatregelen nodig hebben. Hierbij worden de volgende aspecten overwogen: – verteringsproblemen tijdens de startperiode; – verteringsproblemen tijdens de mestperiode; – luchtwegaandoeningen tijdens de startperiode; – luchtwegaandoeningen tijdens de mestperiode; – overige aandoeningen die zich op het bedrijf voordoen; – uitval tijdens de startperiode; – uitval tijdens de mestperiode; – groei van de dieren; – achterblijvers of onvolwaardige groei; – medicijngebruik voor individuele behandelingen; – medicijngebruik voor koppelbehandelingen; – vleeskleur; – overige aspecten die relevant zijn voor het bedrijf. Aanvullende bovenwettelijke invulling van de UDD-regeling.
Er is actueel een bedrijfsgezondheidsplan aanwezig. Actueel betekent daterend uit het lopende kalenderjaar of ten minste het voorgaande kalenderjaar. UDD-regeling
De kalverhouder gebruikt geen cefalosporinen voor de behandeling van vleeskalveren. Voorschrift geldt zowel voor individuele behandelingen als koppelbehandelingen. IKB Vleeskalveren 2008.
De kalverhouder heeft geen derde keus middelen antibiotica op het bedrijf op voorraad. Derde keus middelen zijn middelen die zoals genoemd in het document 'Overzicht derde keus middelen' gepubliceerd door de SDa in mei 2012. Op voorraad: termijn tussen ontvangst van een derde keuze middel en het gebruik van het derde keuze middel is maximaal 2 werkdagen. Gebruik is aantoonbaar door recept / bezoekersrapportage dierenarts. Bij annulering / wijziging behandeling: dierenarts waarmee een overeenkomst is getekend dient in bezoekersverslag reden aan te geven. " UDD-regeling.
Bij individuele behandeling (m.i.v. dag 1) na het opzetten van de eerste kalveren van de lopende ronde is ten minste het volgende, per kalf, genoteerd in het logboek: – naam diergeneesmiddel of registratienummer; – Gebruikte hoeveelheid diergeneesmiddel (dosering per dier); – werknummer; – behandeldagen. Het 'Registratieformulier individuele behandelingen'. Dit formulier is te vinden op www.kalversector.nl. Registratie is niet verplicht indien de wachttermijn 0 dagen bedraagt. Werknummer: Of, indien noodzakelijk i.v.m. tracering, ID-code volledig. Bij behandeldagen heeft de kalverhouder de keuze tussen het noteren van de startdatum met het aantal behandeldagen of het noteren van de data van de behandeldagen. Bovenwettelijke invulling van het Besluit houders van dieren en de Regeling diergeneesmiddelen.
Diergeneesmiddelen die verloren gaan op een andere wijze dan door toediening zijn in het logboek geregistreerd. Genoteerd moeten worden: de datum, naam diergeneesmiddel, verloren gegane hoeveelheid en wijze van verloren gaan Regeling diergeneesmiddelen.
Verslagen van dierenartsbezoeken die door de dierenarts worden achtergelaten bij de kalverhouder, worden door de kalverhouder bewaard. Dit mag ook middels een doordruk of een kopie (evt. digitaal). Regeling diergeneesmiddelen.
Overig
Kadavers zijn volgens de geldende regelgeving gemeld bij destructiebedrijf. Geldende regelgeving: Gezondheids- en welzijnswet voor dieren of Wet Dieren. Hygiënecode kalverhouderij, Bovenwettelijke invulling van de Regeling dierlijke bijproducten (wetten.overheid.nl).
Kadavers zijn direct na ontdekken ter destructie aangeboden op de aanbiedingsplaats voor kadavers. Hygiënecode kalverhouderij, Bovenwettelijke invulling van de Regeling dierlijke bijproducten.
Kadaveropslag en aanbiedings-plaats zonder kadavers zijn te allen tijden visueel schoon. Visueel schoon: geen aanwezigheid van dierlijke resten of andere afvalstoffen. Hygiënecode kalverhouderij
Er is een verharde reinigbare aanbiedingsplaats voor kadavers aanwezig. Verhard: klinkers, tegels, asfalt of beton. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s, Bovenwettelijke invulling van de Regeling dierlijke bijproducten.
De aanbiedingsplaats voor kadavers is af te dekken (bv. met de kadaverstolp). Zodanig dat de kadavers niet zichtbaar zijn voor passanten en niet vrij toegankelijk zijn voor vogels, knaagdieren, honden, katten, etc. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s, Bovenwettelijke invulling van de Regeling dierlijke bijproducten.
Restanten van chemicaliën inclusief direct verpakkingsmateriaal worden afgevoerd via de lokale voorzieningen. Chemicaliën: gewasbeschermingsmiddelen, R&O middelen, dierbehandelingsmiddelen, verf, diergeneesmiddelen, enz. Toegestane lokale voorzieningen: afvoer via chemobox, afvoer door afgifte bij gemeentelijke afvalverzamelpunt. Milieuregelgeving (www.ilent.nl), Bovenwettelijke invulling van Verordening (EG) nr. 852/2004.
Op het bedrijf zijn REOB gecertificeerde brandblusmiddelen beschikbaar. De brandblusmiddelen moeten onderhouden worden door REOB gecertificeerde onderhoudsbedrijven voor blusmiddelen. Na iedere onderhoudsbeurt wordt de gele sticker op het brandblusmiddel vervangen. REOB gecertificeerde bedrijven zijn te vinden op: http://cibv.nl/erkende-bedrijven/ of http://www.kiwa.nl/gecertificeerde-bedrijven.aspx. IKB Vleeskalveren 2008.
Bij volledige mechanische ventilatie en afwezigheid mogelijkheid tot natuurlijke ventilatie: Er is een noodstroomaggregaat op het bedrijf aanwezig inclusief werkend alarmsysteem voor stroomuitval. Andere noodvoorziening is ook toegestaan. Besluit houders van dieren.
Calamiteiten en klachten zijn geregistreerd (omschrijving van calamiteit en corrigerende maatregel). Calamiteiten en klachten: uitval ventilatie, brand, water- of bodemvervuiling, achtergebleven naalden, klacht van slachterij over vieze dieren. Hiervoor is een formulier beschikbaar op het bedrijf. Onveilige situaties worden beschreven in Verordening (EG) nr. 178/2002 van 28 januari 2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving. IKB Vleeskalveren 2008.
Bedrijfshygiëne
Voldoende ontsmettingsmiddelen, minimaal halve liter van het middel aanwezig op het bedrijf. Voor de meest actuele lijst van toegelaten ontsmettingsmiddelen (desinfecteermiddelen) voor transportmiddelen wordt verwezen naar de databank van College voor Toelating van Bestrijdingsmiddelen op internet: www.ctbg.nl. Bovenwettelijke invulling van de Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s.
Er is een R&O (Reiniging en Ontsmetting) plaats aanwezig. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s.
De R&O plaats beslaat de gehele lengte van een vervoerseenheid. Vervoerseenheid: uitgaande van een transportmiddel met aanhanger. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s.
Bij de R&O plaats kan voldoende verlicht worden. Onder voldoende verlicht wordt verstaan, zodanig dat te allen tijden R&O uitgevoerd kan worden. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s.
De R&O plaats is zodanig aangelegd dat water en eventueel andere vloeistoffen die bij de reiniging en ontsmetting worden gebruikt, niet in grond- of oppervlakte water terecht kunnen komen. De plaats is voorzien van een zodanige afvoer dat water en eventueel andere vloeistoffen die bij de reiniging en ontsmetting worden gebruikt, niet in het grond- of oppervlaktewater terecht kunnen komen. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s.
Op de R&O plaats kan voldoende water onder druk worden geleverd voor reiniging en ontsmetting van de vervoerseenheid. Er is een werkende hoge druk spuit aanwezig of een werkende pomp die zorgt voor extra waterdruk. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s.
R&O middelen zijn in een gesloten kast of ruimte, apart van dieren, diergeneesmiddelen, gewasbeschermingsmiddelen en voedermiddelen opgeslagen. Bovenwettelijke invulling van Verordening (EG) nr. 852/2004.
Op het bedrijf zijn de aankoop- en afleverbewijzen van R&O middelen aanwezig. Deze voorwaarde is alleen van belang als er geen voorraad R&O middelen aantoonbaar is. Bovenwettelijke invulling van Verordening (EG) nr. 852/2004.
Verbeterplan structureel veel gebruik antibiotica
Kalverhouder dient binnen 3 maanden na de datum genoemd in de berichtgeving dat het bedrijf in de categorie 'Structureel Veelgebruik, fase 1' of 'Structureel Veelgebruik, fase 2' valt een driehoeksoverleg over het BGP te organiseren met de kalverhouder, kalvereigenaar (vertegenwoordiger) en de dierenarts, het bedrijfsgezondheidsplan te vernieuwen en op te sturen naar de CI. Het dossier bevat ten minste: – de opgestelde bedrijfsgezondheidsplannen; – een uitslag van de analyse van een monster uit de melkleiding waaruit blijkt dat minder dan 1.000 kve/ml Enterobacteriacea aanwezig waren in de melkleiding; – de verklaring van de monsternemer dat het monster, behorende bij de bovengenoemde analyse uitslag, op voorgeschreven wijze uit de melkleiding is genomen. Indien van toepassing bevat het dossier: – een of meerdere onderbouwingen voor de antibioticabehandelingen die zijn verstrekt; – bij verstrekking koppelkuur: de verklaring van de dierenarts dat er voldoende individueel is behandeld voordat is overgegaan tot een koppelbehandeling, dan wel dat er sprake is van een progressief ziekteverloop waarbij in de laatste 24 uur sprake was van 4% of meer nieuwe ziektegevallen. IKB Vleeskalveren 2008.
Indien gedurende een aaneengesloten periode van 5 dagen 10% of meer dieren in het koppel ziek wordt, dient de dierenarts een verklaring af te geven dat er voldoende individueel is behandeld en dat een koppelkuur moet worden ingezet. IKB Vleeskalveren 2008.
Indien sprake is van een progressief ziekteverloop waarbij in de laatste 24 uur een toename is van 4% of meer nieuwe ziektegevallen, dient de dierenarts een verklaring af te geven dat er sprake is van een progressief ziekteverloop met een toename van 4% of meer zieke kalveren in de laatste 24 uur. In de bepaling van de toename van het ziekteverloop dienen de kalveren die gedurende deze periode zijn uitgevallen te worden meegenomen. IKB Vleeskalveren 2008.
Bedrijven die meerdere leeftijdsgroepen kalveren houden, dienen binnen 3 maanden na de datum genoemd in de berichtgeving dat het bedrijf in de categorie 'Structureel Veelgebruik, fase 2' valt, nader onderzoek te laten verrichten betreffende (recidiverende) longproblemen. Dit kan door middel van: – een (gepaard) bloedonderzoek van 5 representatieve dieren per leeftijdsgroep, of; – het nemen van neusswabs van 5 representatieve dieren, of; – het laten uitvoeren van sectie bij de Gezondheidsdienst voor Dieren. Onafhankelijk van stal of compartiment. Indien binnen drie maanden geen ziekteverschijnselen worden vertoond, is een verklaring dierenarts over gezondheid koppel verplicht om onderzoek te mogen verschuiven naar eerst volgend moment dat ziekteverschijnselen worden geconstateerd. IKB Vleeskalveren 2008.
Kalverhouder dient binnen 3 maanden na de datum genoemd in de berichtgeving dat het bedrijf in de categorie 'Structureel Veelgebruik, fase 2' valt, een bedrijfsanalyse op te stellen aan de hand van de 'Uitgebreide checklist' en deze op te sturen naar de CI. Deze checklist is te downloaden via www.kalversector.nl. IKB Vleeskalveren 2008.
Transport
Alle aangevoerde in NL geboren nuka's, die niet rechtstreeks van een rundveebedrijf van geboorte zijn aangevoerd, dienen te zijn verzameld op een deelnemend, erkend verzamelcentrum. Alle nuka’s moeten rechtstreeks afkomstig zijn van een Nederlands rundveebedrijf of van een deelnemend, erkend verzamelcentrum. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s
Ieder kalf dient vanaf het moment van opzet tot 3 weken na de opzetdatum gehuisvest te worden in een ruimte met een temperatuur van minimaal 15 °C. De temperatuur in de huisvesting van kalveren tot 3 weken na opzet moet > 15°C is. Indien de buitentemperatuur -5°C of minder bedraagt, dient de temperatuur > 10°C te zijn. Per 200 gehuisveste kalveren moet 1 meting in het midden van een babybox, op hoogte van 25 cm boven een staand kalf verricht worden. Bovenwettelijke invulling van het Besluit houders van dieren.
Alle (deel)koppels met gewicht onder 42 kg dienen tot 2 weken na aanvoer van het kalf 3 maal daags te worden gevoerd (verspreid over een periode van 12 uur of meer). Bovenwettelijke invulling van het Besluit houders van dieren.
Alle personen die bedrijfsmatig op het schone (bedrijfs-) gedeelte en in de stallen – waarin dieren zijn gehuisvest – komen, moeten gebruik maken van de hygiënesluis en schone bedrijfskleding en – schoeisel aantrekken, voordat het schone (bedrijfs-) gedeelte en de stallen betreden worden. Alleen personen behorende bij het transportmiddel, die niet in de stal komen, mogen over het bedrijfsgedeelte van het erf rijden zonder gebruik te maken van de hygiënesluis. Een persoon die bedrijfsmatig het bedrijfsgedeelte betreedt is een ieder die per week meerdere veehouderijbedrijven bezoekt en hierbij ook in de stallen – waarin dieren zijn gehuisvest – komt. Hieronder vallen ook personen die op andere bedrijven in stallen komen (bv. buurman melkveehouder). Bedrijfsgedeelte (zie B007): het gedeelte van het perceel waar zich de kalverhouderij bevindt aangevuld met het gedeelte van het perceel waar verkeer van personen en/of transport van kalveren, voer en materialen tussen stallen / afdelingen plaatsvindt. Dit voorschrift is niet van toepassing voor transporteurs van kalveren. IKB Vleeskalveren 2008.
De hygiënesluis is voorzien van een handenwasgelegenheid met warm en koud-, stromend water, zeep / desinfectans, papieren handdoeken en schoon schoeisel en schone bedrijfseigen kleding. De handenwasgelegenheid bevindt zich bij voorkeur in het schone gedeelte van de hygiënesluis en zo dicht mogelijk bij de fysieke barrière. Bedrijfseigen kleding en – schoeisel zijn bijvoorbeeld overalls, laarzen of klompen. IKB Vleeskalveren 2008.
De kalverhouder reinigt minimaal 1x per 4 weken de melkleiding. Controleer via de registratie van de kalverhouder of de melkleidingen minimaal 1x per 4 weken zijn gereinigd met een reinigingsmiddel. In het geval van rosé start / afmest waarbij het melkleidingsysteem niet gebruikt wordt, hoeft het melkleidingsysteem niet gereinigd te worden. Onder melkleiding wordt verstaan elk systeem waarmee melk aan de kalveren wordt gevoerd, zoals melkleidingsystemen, rijdende mengers, voerslangen en drinkautomaten. Bovenwettelijke invulling van Verordening (EG) nr. 852/2004.
De kalverhouder houdt een register bij van de reinigingsbeurten. In het register staan ten minste de datum en het gebruikte reinigingsmiddel vermeld. Gecontroleerd moet worden of in het register ten minste de datum en het gebruikte reinigingsmiddel genoteerd staan. Bovenwettelijke invulling van Verordening (EG) nr. 852/2004.
Als een kalverhouder kalveren opzet, die al op een ander bedrijf zijn gestart, worden deze kalveren aangevoerd van maximaal 4 verschillende UBN’s. Indien niet aan dit voorschrift kan worden voldaan dient aan het hierop volgend voorschrift te worden voldaan. IKB Vleeskalveren 2008.
Als een kalverhouder kalveren opzet, die al op een ander bedrijf zijn gestart, wordt in 1 compartiment eerder gestarte kalveren van maximaal 2 verschillende UBN's gehuisvest. Een compartiment is een ruimte die door vloer, plafond en wanden / muren van vloer tot plafond gescheiden is van andere ruimtes. Het is toegestaan dat in de wand / muur een deur is aangebracht. Deze deur mag slechts geopend zijn tijdens doorgang, zodat de luchtcirculatie van 1 compartiment niet direct verbonden is met een ander compartiment / ruimte waarin kalveren zijn gehuisvest. Indien niet aan dit voorschrift kan worden voldaan dient aan het vorige voorschrift te worden voldaan. IKB Vleeskalveren 2008.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 3.8.1. Begripsbepalingen

Vervallen

Artikel 3.8.2. Subsidiabele activiteiten

Vervallen

Artikel 3.8.3. Betrokkenheid van een wetenschappelijke of technische organisatie

Vervallen

Artikel 3.8.4. Validatie door een wetenschappelijke organisatie

Vervallen

Artikel 3.8.5. Indiening aanvraag tot subsidieverlening

Vervallen

Artikel 3.8.6. Verdeling van het subsidieplafond

Vervallen

Artikel 3.8.7. Rangschikkingscriteria

Vervallen

Artikel 3.8.8. Beschikkingen onder opschortende voorwaarde

Vervallen

Artikel 3.8.9. Niet-subsidiabele kosten

Vervallen

Artikel 3.8.10. Hoogte van de subsidie

Vervallen

Artikel 3.8.11. Start- en realisatietermijn

Vervallen

Artikel 3.8.12. Verplichtingen subsidieontvanger

Vervallen

Artikel 3.8.13. Afwijzingsgrond

Vervallen

Artikel 3.8.14. Intellectuele eigendomsrechten

Vervallen

Artikel 3.8.15. Voorschot

Vervallen

Artikel 3.8.16. Netto-inkomsten

Vervallen

Artikel 3.8.17. Indienen aanvraag tot subsidievaststelling

Vervallen

Artikel 3.8.18. Vervaltermijn

Vervallen

Titel 3.9. Samenwerkingsprojecten wetenschap en visserij

Hoofdstuk 4. Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling

Titel 3.9. Samenwerkingsprojecten wetenschap en visserij

Paragraaf 4.1.1. Algemene bepalingen

Paragraaf 4.1.2. Voorschriften inzake de landbouwer

Paragraaf 4.1.2. Voorschriften inzake de verzekeraar

Titel 3.11. Tijdelijk stopzetten van visserijactiviteiten als gevolg van COVID-19

Paragraaf 4.2.1. Algemene bepalingen

Paragraaf 4.1.1. Algemene bepalingen

Paragraaf 4.2.3. Voorschriften inzake de subsidieregeling

Paragraaf 4.2.2. Voorschriften inzake de erkenning van een kwaliteitsregeling

Hoofdstuk 5. Europees Fonds voor regionale ontwikkeling

§ 5.2. Regels omtrent subsidieverstrekking door de managementautoriteit

§ 5.2. Regels omtrent subsidieverstrekking door de managementautoriteit

Paragraaf 4.2.4. Controles en sancties

Hoofdstuk 6. Overige bepalingen en slotbepalingen

Bijlage 1. behorende bij artikel 1.9 Regeling Europese EZ-subsidies

Procedure als bedoeld in artikel 140, vijfde lid, van verordening 1303/2013

Verordening 1303/2013 maakt het mogelijk kopieën of volledig digitale documenten te accepteren als bewijsstuk. In deze bijlage worden de in artikel 140, vijfde lid, van verordening 1303/2013 bedoelde procedures vastgesteld voor documenten die in het kader van de uitvoering van deze regeling en verantwoording op grond van verordening 1303/2013 kan worden gebruikt.

1. Typen documenten

De volgende documenten worden als bewijsstukken geaccepteerd:

2. Procedure voor het gebruik van de documenten, bedoeld onder 1, onderdelen a, b en c

De in 1 onder a, b en c bedoelde bewijsstukken zijn geconverteerde documenten of gegevensdragers. Bij conversie van het origineel naar het geconverteerde document of gegevensdrager wordt aan de hieronder vermelde voorwaarden voldaan:

Het in samenhang bezien van de verschillende bewijsstukken strekt er mede toe de authenticiteit van het geconverteerde document of de gegevensdrager te waarborgen en dat hierop voor controledoeleinden kan worden vertrouwd.

Als de conversie op de juiste wijze gebeurt, is het in het kader van de verantwoording, niet meer noodzakelijk de bewijsstukken op de originele gegevensdrager te bewaren. Het geconverteerde bewijsstuk mag na conversie niet meer gewijzigd kunnen worden.

3. Procedure voor het bewaren van stukken die uitsluitend in een elektronische versie bestaan, bedoeld in 1, onderdeel d

Indien een subsidieontvanger gebruik maakt van elektronische documenten waarbij uitsluitend een elektronische versie bestaat, worden de geautomatiseerde systemen voorzien van beheers- en beveiligingsmaatregelen die de betrouwbaarheid, authenticiteit en integriteit van de elektronische gegevens gedurende de gehele vereiste bewaartermijn waarborgen. Het is aan de subsidieontvanger om dit aan te tonen. Voor een tweetal veel voorkomende situaties zijn de voorschriften hieronder uitgewerkt:

Bijlage 2. behorende bij artikel 4.2.2, vijfde lid, Regeling Europese EZ-subsidies

Bestaande voorschriften kwaliteitssysteem kalfsvleessector

Voorschrift Interpretatie Bron
Algemeen
Er is een actuele door de certificerende instantie (hierna: ‘CI’) gewaarmerkte plattegrond van het bedrijf aanwezig. De plattegrond geeft voor zover van toepassing alle ruimten, de perceelgrenzen- en toegangen, bedrijfsgedeelte, de situering silo's (inclusief silonummers), mestopslag, opslag en aanbiedingsplaats destructiemateriaal, medicijnopslag, opslag van reinigings-, desinfectie- en ongediertebestrijdingsmiddelen, aggregaat, hygiënesluis, de gebruikelijke loop- en rijroutes, de afmetingen van de stallen en per stal het aantal afdelingen en aantal hokken en de hoeveelheid kalveren die per hok mogen zijn gehuisvest, gebaseerd op 1,8 m2/kalf aan. Indien het bedrijf nuchtere kalveren (nuka’s) opzet tot max. 15 weken (startbedrijf), dan mag een plattegrond op basis van 1,5 m2/kalf worden opgesteld. De totale hoeveelheid kalveren die op het bedrijf mag worden gehuisvest is eveneens aangegeven. Het bedrijfsgedeelte is het gedeelte van het perceel waar zich de kalverhouderij bevindt aangevuld met het gedeelte van het perceel waar verkeer van personen en/of transport van kalveren, voer en materialen tussen stallen / afdelingen plaatsvindt. De plattegrond is aangepast aan de laatste stand van zaken. IKB Vleeskalveren 2008 (www.Kalversector.nl ).
De rapportages en certificaten van de inspecties van de drie voorgaande jaren zijn beschikbaar. IKB Vleeskalveren 2008, Bovenwettelijke invulling van Verordening(EG) nr. 852/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake levensmiddelenhygiëne.
Hygiëneregels en plattegrond (met bedrijfsgedeelte en looproutes) zijn zichtbaar aanwezig in hygiënesluis voor medewerkers en bezoekers en worden toegepast. Op schrift gestelde hygiëneregels, aanwezig in de hygiënesluis bevatten minimaal de volgende meldingen: alleen beroepsmatige betreding van het deel van het bedrijf waar dieren staan, alleen na omkleden in hygiënesluis betreden van het schone (bedrijfs-) gedeelte, alleen bij toestemming eigenaar is betreding mogelijk, voor betreden melden bij eigenaar. U kunt hiervoor het voorbeeld formulier 'Hygiëneregels Kalverhouderij' gebruiken. Dit formulier is te vinden op www.kalversector.nl. IKB Vleeskalveren 2008.
Het bedrijfseigen personeel is adequaat opgeleid. Geldt alleen voor personeel dat in dienst is. Adequaat: ten minste opleiding op minimaal MBO niveau of 1 jaar werkervaring in de intensieve kalverhouderij, of anders onder verantwoordelijkheid van iemand met genoemde kwalificaties. Arbeidsomstandigheden-wet (wetten.overheid.nl).
Het bedrijf verkeert in goede staat van onderhoud. Heeft betrekking op toegangswegen tot bedrijfsgedeelte, dierverblijven en voerkeuken. Goede staat is: geen lekkages, geen zwaar achterstallig onderhoud, bestrating en/of verharding in redelijke staat (geen kuilen), geen open of loshangende elektrische bedrading. Bijlage 2 van Richtlijn 91/629/EEG tot vaststelling van minimumnormen ter bescherming van kalveren. QS (Quality Scheme for food, www.q-s.de).
Materialen in de stal waar de vleeskalveren mee in aanraking komen, zijn niet schadelijk voor de vleeskalveren en kunnen worden gereinigd en ontsmet. Er mag bijvoorbeeld geen sprake zijn van contact van de vleeskalveren met zware metalen (lood, kwik, cadmium). Bijlage 2 van Richtlijn 91/629/EEG.
Het bedrijf maakt een visueel schoon en opgeruimde indruk. Opgeruimde indruk: geen onnodig aanwezige materialen, maar alleen materialen aanwezig van werkzaamheden van desbetreffende werkdag. Visueel schoon: ten minste geen visueel zichtbare restanten aanwezig op bijvoorbeeld koelkast, weegschaal, bureau etc. De hygiënecode kalverhouderij is opgenomen in de regeling IKB Vleeskalveren gebaseerd op de verordening (EG) nr. 852/2004.
Het bedrijfsgedeelte en de stallen met directe toegang tot de dieren kunnen niet zonder meer betreden worden. Niet zonder meer betreden: bijvoorbeeld door borden met de melding ‘geen vrije toegang tot stallen’ bij de ingang of door linten, kettingen, etc. Zodanig dat geen ongehinderde toegang verschaft kan worden. Hygiënecode kalverhouderij.
Om het principe van schone (bedrijfs-) en vuile (externe) gedeelte op het bedrijf toe te kunnen passen is het noodzakelijk dat: – er een duidelijk zichtbare lijn (of gespannen draad) op vloerhoogte van het erf is geplaatst, zodat verkeer van transportmiddelen niet belemmerd wordt; OF – er een zodanig duidelijke aanduiding aanwezig is dat een bezoeker zich dient te melden, en door de hygiënesluis moet, voordat het schone (bedrijfs-) gedeelte betreden wordt; OF – er een fysieke afscheiding (bijv. sloot, heg of hek) aanwezig is op de grens van het schone (bedrijfs-) en / of vuile (externe) gedeelte. IKB Vleeskalveren 2008, \Bovenwettelijke invulling van Verordening (EG) nr. 852/2004.
Er is een bijgehouden bezoekersregister, per locatie, aanwezig met daarin naam, bedrijfsnaam en datum van bezoek. Bezoekers die de stallen betreden dienen in het register te worden opgenomen. Transporteurs die dieren komen laden of lossen kunnen het register tekenen. Transporteurs dienen in plaats van voormelde gegevens de volgende informatie te noteren in het register: – datum transport; – Naam transportonderneming. Hygiënecode kalverhouderij.
Ongediertebestrijding
Ongedierte wordt geweerd en waar nodig bestreden. Indien overlast van ongedierte aanwezig blijft, is een gediplomeerd ongediertebestrijdingsbedrijf ingeschakeld. Ongedierte: ratten, muizen en vliegen. Hygiënecode kalverhouderij.
Er dient op het bedrijf een plattegrond aanwezig te zijn waarop is aangegeven waar lokdozen en bestrijdings-middelen zich bevinden. Dit voorschrift is niet van toepassing als er geen ongedierte aanwezig is en bestrijding niet uitgevoerd wordt. IKB vleeskalveren 2008.
Er zijn alleen toegestane ongediertebestrijdingsmiddelen aanwezig, die in een gesloten kast en apart van dieren, diergeneesmiddelen en voedermiddelen worden opgeslagen. Toegestane ongediertebestrijdingsmiddelen: de meest actuele lijst van toegelaten ongediertebestrijdingsmiddelen zoals opgenomen in de databank van College voor Toelating van Bestrijdingsmiddelen: www.ctb-wageningen.nl. Hygiënecode kalverhouderij.
Het bestrijdingsmiddel voor ratten en muizen wordt in daarvoor geschikte lokdozen aangeboden. Lokdozen dienen gesloten zijn. Hygiënecode kalverhouderij.
De vleeskalveren hebben geen toegang tot bestrijdingsmiddelen. Hygiënecode kalverhouderij.
Op het bedrijf zijn de aankoop en leverbonnen van alle op het bedrijf aanwezige ongediertebestrijdingsmiddelen aanwezig. Hygiënecode kalverhouderij.
Aan- en afvoer van dieren
Alle aanwezige dieren zijn voorzien van 2 oormerken. 1 oormerk is toegestaan. Als er geen oormerk is, dient de aanvraag tot nieuwe oormerken aanwezig te zijn. Regeling identificatie en registratie van dieren (wetten.overheid.nl).
Kalverhouder kan aantonen dat aangevoerde dieren vrij zijn van besmettelijke veeziekten d.m.v. importdocumenten / gezondheidsverklaring. Bij een I&R blokkade dient kalverhouder de reden aan te geven. Hygiënecode kalverhouderij.
I&R administratie is ten minste 3 jaar bewaard. In deze I&R administratie is elke verplaatsing (zoals geboorte, afvoer, aanvoer, dood, import, etc.) opgenomen. Mag aantoonbaar gemaakt worden via digitaal bedrijfsregister, indien daarin tevens historie van 3 jaar bewaard is. Richtlijn 92/102/EEG van de Raad van 27 november 1992 met betrekking tot de identificatie en de registratie van dieren.
Indien een deelnemende kalverhouder startkalveren opzet, controleert die kalverhouder of in voorkomend geval het toeleverende Nederlandse startbedrijf gecertificeerd is. Controleren via het register van de SKV. M.u.v. opzet startkalveren van buitenlandse startbedrijven. IKB Vleeskalveren 2008.
Indien een kalverhouder startkalveren ontvangt, worden de meegeleverde gegevens m.b.t. diergeneesmiddelen-gebruik meegeleverd en ten minste 1 jaar in de administratie bewaard. Deze gegevens omvatten: – de koppelbehandelingen die bij de ontvangen koppel startkalveren uitgevoerd zijn, en; – de individuele behandelingen die bij de ontvangen koppel startkalveren uitgevoerd zijn. De diergeneesmiddelenregistratie moet herleidbaar zijn tot het herkomstbedrijf en de op het afmestbedrijf aanwezige kalveren. Dit geldt zowel voor binnenlandse als buitenlandse kalveren. Bovenwettelijke invulling van Verordening (EG) nr. 852/2004.
Indien een kalverhouder start-kalveren aflevert aan een vleeskalverhouderij voor verdere opfok, worden gegevens m.b.t. diergenees-middelengebruik bij deze startkalveren meegeleverd. Deze gegevens omvatten: – de koppelbehandelingen die bij de ontvangen koppel startkalveren (blank, rosé) uitgevoerd zijn, en; – de individuele behandelingen die bij de ontvangen koppel startkalveren uitgevoerd zijn. Bovenwettelijke invulling van Verordening (EG) nr. 852/2004.
Voer (installaties)
Indien geen transport van voer in eigen beheer plaatsvindt, dan moet voer zijn getransporteerd door GMP erkende transporteurs. Verklaring aangegeven op aflever / vervoersdocumenten. GMP erkende transporteurs zijn te vinden op www.gmpplus.nl. Code Diervoeder (www.gmpplus.org), Bovenwettelijke invulling Verordening (EG) nr. 852/2004.
Al het aanwezige voer is afkomstig van GMP+ gecertificeerde diervoederleveranciers. Aantonen d.m.v. voerbonnen. GMP+ gecertificeerde diervoederleveranciers zijn te vinden op www.gmpplus.nl. Code Diervoeder.
Bij voerleverantie wordt of een ingangscontrole of een controle vóór vervoedering uitgevoerd, hierbij wordt gelet op de volgende punten: – staat van het voer; – houdbaarheidstermijn. In geval van balen en/of kuilvoer is gecontroleerd (visueel / geur) of er geen broei aanwezig is, voer met broei wordt niet vervoederd. In geval van aanvullende mengvoeders wordt gecontroleerd op dat: – per aangekochte partij het type mengvoeder is aangegeven; – per aangekochte partij de houdbaarheidstermijn zichtbaar is; – per type mengvoeder de gebruiksvoorschriften bekend zijn. Staat van het voer: het product mag geen zichtbare schimmels of niet-voederbestanddelen bevatten. Voer mag niet over de houdbaarheidsdatum zijn. Dit voorschrift is niet van toepassing als de leverancier geen uiteindelijke houdbaarheidstermijn heeft aangegeven. Partijen mengvoerder zijn zodanig opgeslagen dat verschillende type mengvoeders herkenbaar zijn. De gebruiksvoorschriften zijn bekend doordat deze in de administratie zijn opgenomen of op de verpakking van het mengvoeder zijn weergegeven. Code Diervoeder.
Voor baal/kuilvoer zijn uitsluitend toegelaten toevoegingsmiddelen gebruikt. Toegelaten overeenkomstig Verordening (EG) Nr. 1831/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2003 betreffende toevoegings-middelen voor diervoeding. Aan te tonen met afleverbonnen van toevoegingsmiddelen. Hygiënecode kalverhouderij.
De kuil (met gras/maïs) is afgedekt (met uitzondering van het snijvlak). Hygiënecode kalverhouderij.
Voer is volgens voorschriften leverancier opgeslagen. Code Diervoeder.
Voer voor verschillende diersoorten is gescheiden en duidelijk herkenbaar opgeslagen. Diervoeder dat is bestemd voor andere diersoorten mag niet kunnen vermengen met het diervoeder dat is bestemd voor de vleeskalveren. Uitzondering: enkelvoudige voeders die buiten de stallen zijn opgeslagen en voor meerdere diersoorten gebruikt kunnen worden. Code Diervoeder.
Voer is niet in dezelfde ruimte waar dieren verblijven opgeslagen. Werkvoorraad is toegestaan. Code Diervoeder.
Voer is duidelijk gescheiden opgeslagen van chemicaliën. Code Diervoeder.
Opgeslagen voeders zijn goed afgedekt of verpakt of overkapt of overdekt. Indien nodig met aanvullende ongediertebestrijding. Verpakking of afdekking of overkapping of overdekking is in onbeschadigde staat. Opgeslagen voeders zijn zodanig afgedekt of verpakt of afgedekt of bedekt dat verontreiniging met uitwerpselen van ongedierte of vogels zo goed mogelijk wordt voorkomen. Indien er ongedierte aanwezig is, moet ongediertebestrijding worden toegepast. Ongedierte: ratten, muizen en vliegen. Code Diervoeder.
Voerinstallaties en waterinstallaties zijn in goede staat van onderhoud. Geen lekkende slangen en / of gebroken kettingen e.d. en geen visueel aanwezige aangekoekte resten van voer of medicijnen. Besluit houders van dieren (wetten.overheid.nl).
Er is geen beschimmeld voer aanwezig in de dierverblijven. Code Diervoeder.
Indien middelen aan het voer zijn toegevoegd, is dit gedaan conform adviezen van leverancier van de toevoegingsmiddelen. Advies leverancier van de toevoegingsmiddelen is aanwezig op het bedrijf. Code Diervoeder.
Het rantsoen bevat ten minste 50 gram vezelhoudend droog-voer per dag per dier van 8 tot 20 weken oud. Het rantsoen bevat ten minste 250 gram vezelhoudend voer per dag per dier vanaf 20 weken oud. Vezelhoudend voer: ruwvoer (maïsproducten, hooi, stro, etc.). Krachtvoer dat vezels bevat mag worden gerekend als vezelhoudend droogvoer. Hierbij moet worden uitgegaan van het gewicht van het verstrekte krachtvoer. Besluit houders van dieren.
Bij beperkte voedering is de voerbaklengte per kalf minimaal 0,40 meter. Besluit houders van dieren.
Bij onbeperkte voedering is het mogelijk dat ten minste 3 dieren tegelijk eten. Minimale voerbaklengte van 1.20m. Besluit houders van dieren.
Alle kalveren krijgen ten minste 2 maal per dag voer en kalveren in groepshokken moeten allemaal tegelijk kunnen eten. N.v.t. bij ad libitum voedering of via automatisch voedersysteem. Besluit houders van dieren.
Alle middelen die, naast voer en diergeneesmiddelen, worden toegediend voldoen aan GMP+, hebben een RegNL nummer of zijn toegelaten homeopathische middelen. Ook enkelvoudig voor humaan gebruik toegelaten homeopathische middelen zijn toegestaan. Toegelaten homeopathische middelen zijn te vinden op: https://www.cbg-meb.nl/dieren IKB Vleeskalveren 2008.
Medicijnmenger verkeert in goede staat van onderhoud. Geen lekkende slangen en / of buizen e.d. en geen visueel aanwezige aangekoekte resten van medicijnen. IKB Vleeskalveren 2008.
Afleverbewijzen van voer en toevoegingsmiddelen van de afgelopen 5 jaar zijn aanwezig. Code Diervoeder.
De dieren hebben onbeperkt de beschikking over drinkwater. Niet noodzakelijk indien melkvoedering wordt gegeven. Bij warm weer (buitentemp > 25˚C) en voor zieke kalveren dient altijd vers drinkwater beschikbaar te zijn en moet het altijd mogelijk zijn om extra watergift te geven. Besluit houders van dieren.
De aan-, afvoer of sterfte van dieren wordt binnen 24 uur na aan-, afvoer of sterfte in het I&R-systeem gemeld. Alle meldingen moeten correct zijn gedaan in het I&R systeem. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s (www.wetten.overheid.nl)
Gewasbeschermingsmiddelen
Er zijn alleen toegestane gewasbeschermingsmiddelen gebruikt. Toegestaan volgens de databank van College voor Toelating van Bestrijdingsmiddelen (CTB) (www.ctb-wageningen.nl). Aan te tonen met afleverbonnen. Hygiënecode kalverhouderij.
Gewasbeschermingsmiddelen zijn, indien aanwezig, in een gesloten kast of ruimte, apart van dieren, diergeneesmiddelen, R&O middelen en voedermiddelen opgeslagen. Hygiënecode kalverhouderij.
Wachttijden van gewasbeschermingsmiddelen zijn in acht genomen. Moet aantoonbaar gemaakt worden aan de hand van de perceeladministratie Hygiënecode kalverhouderij, Bovenwettelijke invulling van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden (www.wetten.overheid.nl).
Aankoop en leverbonnen van gewasbeschermingsmiddelen zijn in de administratie opgenomen. Hygiënecode kalverhouderij.
Huisvesting
In de ruimte waar vleeskalveren gehuisvest zijn, worden geen andere landbouwhuisdieren dan runderen gehouden. Vleesvee, fokkalveren etc. behoren ook tot de categorie 'andere landbouwhuisdieren'. IKB Vleeskalveren 2008.
De stallen / dierverblijven worden geventileerd. Besluit houders van dieren.
De stal is voorzien van licht doorlatende delen die ten minste 2% van het vloeroppervlak van de stal beslaan. Lichtdoorlatend materiaal is schoon. Alle oppervlaktes / delen die licht doorlaten worden meegerekend, tenzij de normale afsluitwijze van dit deel (deur / luik / gordijn) niet lichtdoorlatend is. Delen moeten gelijkmatig over de stal verspreid zijn. Besluit houders van dieren.
Het mestopvangsysteem in de dierverblijven is zodanig dat kalveren schoon blijven. Besluit houders van dieren.
Zieke en gewonde kalveren kunnen indien nodig worden geïsoleerd in adequate lokalen (eenlingbox/ ziekenbox) met indien nodig droog en comfortabel strooisel. De vereiste ruimte beslaat minimaal 1 procent van de kalverplaatsen, met een minimum van 1 plaats. Indien ruimte niet standaard aanwezig is, maar gecreëerd wordt, dan moet dit aantoonbaar zijn. Besluit houders van dieren.
Dierruimtes, voerruimtes, voerkeukens e.d. zijn visueel schoon. Besluit houders van dieren.
Eenlingboxen worden alleen gebruikt voor kalveren niet ouder dan 8 weken of als ziekenboxen op voorschrift van een dierenarts. Niet van toepassing als een dierenarts heeft verklaard dat het kalf in verband met zijn gezondheid of gedrag moet worden geïsoleerd om te worden behandeld. Besluit houders van dieren.
De breedte van de eenlingboxen is minimaal gelijk aan de schofthoogte van het kalf. De schofthoogte wordt gemeten terwijl het kalf rechtop staat. Besluit houders van dieren.
De lengte van een eenlingbox is ten minste 1,1 maal de lengte van het kalf. De lengte van het kalf wordt gemeten van de neuspunt tot aan de achterkant van de zitbeenknobbel. Besluit houders van dieren.
De zijwanden van een eenlingbox zijn opengewerkt zodanig dat dieren elkaar kunnen zien en aanraken. Niet van toepassing op eenlingboxen voor zieke dieren. Besluit houders van dieren.
Indien niet in eenlingboxen gehuisvest is het vloeroppervlak per kalf (levend gewicht) minimaal: bij gewicht < 150 kg: 1,5 m2; bij gewicht > 150 kg; 1,8 m2. Besluit houders van dieren.
Kalveren moeten kunnen liggen op een vloer die is ingestrooid of is voorzien van een kunststof mat, houten latten rooster of rubber toplaag. Voor rosé stierkalveren geldt dit voorschrift tot een leeftijd van 2 maanden. Besluit houders van dieren.
De vloeren zijn stroef, zonder scherpe uitsteeksels. Besluit houders van dieren.
Er is verlichting in de stal aanwezig om de vleeskalveren te allen tijde te kunnen inspecteren. De verlichting moet van zodanige sterkte zijn dat de vleeskalveren goed te zien zijn. Besluit houders van dieren.
Er zijn geen scherpe randen of scherpe uitsteeksels aanwezig in de stallen en/of dierverblijven die kalveren kunnen verwonden (geldt ook voor hekken en wanden die gebruikt worden bij het verplaatsen van de kalveren). Richtlijn 98/58/EG van de Raad van 20 juli 1998 inzake de bescherming van voor landbouwdoeleinden gehouden dieren.
Diergezondheid
Voor de bewaking van de gezondheid van de dieren is een overeenkomst gesloten met een door Geborgde Vleeskalverendierenarts gecertificeerde dierenarts en deze overeenkomst is inzichtelijk via InfoKalf (https://infokalf.skv.info) Kalverhouder heeft met de dierenarts de Overeenkomst kalverhouder, kalvereigenaar en Geborgde Vleeskalverendierenarts (conform Bijlage I van het Reglement Geborgde Vleeskalverendierenarts) gesloten. Er mag slechts één overeenkomst per diersoort, per UBN afgesloten worden. De overeenkomst is digitaal inzichtelijk via InfoKalf. Regeling diergeneesmiddelen (www.overheid.nl).
De kalverhouder heeft ervoor gezorgd dat de dierenarts minimaal 1 maal per kwartaal het bedrijf bezoekt. Het is ook toegestaan om 2x per half jaar de dierenarts het bedrijf te laten bezoeken. Voor een klinische inspectie en bedrijfsbegeleiding (op grond van bijvoorbeeld productiegegevens, AM en PM keuringsresultaten). Aan te tonen door bezoekersrapportage dierenarts. Regeling diergeneesmiddelen.
Zieke dieren zijn, indien nodig, ondergebracht in ruimte voor zieke en gewonde dieren. Ruimte voldoet aan voorwaarden huisvesting. Zieke dieren zijn op verklaring dierenarts (bezoekrapportage), dieren met zware kreupelheden, dieren met zware verwondingen en sterk verzwakte dieren als gevolg van ziekte of anderszins. Besluit houders van dieren.
De kalverhouder bewaakt het hemoglobinegehalte van de blanke vleeskalveren. Bewaken kan door bloedonderzoeken en/of toediening van ijzer. Deelnemer kan dit schriftelijk aantonen via leverbonnen van ijzerpreparaten of de uitslagen van onderzoek. N.v.t. op rosé vleeskalveren. Besluit houders van dieren.
Diergeneesmiddelen
Toediening diergeneesmiddelen gebeurt volgens de bijgeleverde gebruiksvoorschriften (toedieningswijze en duur dosering, wachttijd). Regeling diergeneesmiddelen, Besluit houders van dieren.
Er worden alleen schone en werkende bedrijfseigen hulpmiddelen gebruikt bij het toedienen van diergeneesmiddelen. Indien dierenarts eigen schone hulpmiddelen gebruikt is dit ook toegestaan. Hygiënecode kalverhouderij.
Eventuele niet zichtbare afwijkingen als gevolg van toedienen van diergeneesmiddelen (bv. door een naald) zijn, indien bekend, gemeld aan het slachthuis. Afwijkingen worden gemeld op de afleververklaring met locatie van afwijking plus identificatie dier. IKB Vleeskalveren 2008.
Er is een bedrijfsbehandelplan. Het bedrijfsbehandelplan moet voldoen aan de volgende criteria: - op een duidelijke manier is aangegeven dat het betreffende document bedrijfsbehandelplan heet; - het bedrijfsbehandelplan dient te zijn voorzien van een datum van uitgifte. Besluit houders van dieren.
Er zijn alleen antimicrobiële middelen op het bedrijf aanwezig die staan vermeld in het bedrijfsbehandelplan (BBP) óf er moet een onderbouwing (schriftelijk verslag) aanwezig zijn die door de dierenarts is opgemaakt. Regeling diergeneesmiddelen.
De kalverhouder heeft voorgeschreven UDD-/UDA-diergeneesmiddelen voor de vleeskalveren uitsluitend afgenomen van de dierenarts waarmee hij een overeenkomst heeft gesloten, of van de apotheek van de praktijk van de dierenarts waarmee hij een overeenkomst heeft afgesloten. Indien er bij een spoedgeval een andere dierenarts wordt ingeschakeld, die UDD- / UDA-diergeneesmiddelen afgeeft, moet er een visitebrief aanwezig zijn waarin staat vermeld dat het een spoedconsult betrof. Bovenwettelijke invulling van de Regeling diergeneesmiddelen.
De kalverhouder heeft UDD-diergeneesmiddelen voor de vleeskalveren uitsluitend laten toepassen door de dierenarts waarmee hij een overeenkomst heeft gesloten, of diens vervanger. Onder voorwaarden mogen sommige antibiotica, op voorschrift van de dierenarts, zelf door kalverhouder worden toegepast. Deze voorwaarden zijn minimaal een instructie van de dierenarts (voor tweede keus antibiotica) en / of vermelding in het bedrijfsbehandelplan. Bovenwettelijke invulling van de Regeling diergeneesmiddelen.
Er zijn slechts voor runderen geregistreerde diergeneesmiddelen op het bedrijf aanwezig. Indien sprake is van voorgeschreven middelen volgens de cascaderegeling (incl. buitenlandse diergeneesmiddelen) voor runderen: er is een verklaring van de dierenarts aanwezig voor het toepassen van deze middelen. Indien op het bedrijf meerdere diersoorten worden gehouden mogen diergeneesmiddelen aanwezig zijn die voor deze diersoorten zijn geregistreerd. Deze moeten per diersoort apart worden bewaard. IKB Vleeskalveren 2008, Bovenwettelijke invullingregeling van het Besluit houders van dieren.
De aanwezige URA-diergeneesmiddelen zijn afkomstig van een toegelaten verkoopkanaal. Aantonen met. afleverbonnen. Toegelaten verkoopkanaal: medicijnen zijn afkomstig van de dierenarts zelf, een openbare apotheker of een leverancier met een afleververgunning van gekanaliseerde middelen. Bovenwettelijke invulling van het Besluit houders van dieren en van de Regeling diergeneesmiddelen.
Diergeneesmiddelen zijn in een gesloten kast / ruimte gescheiden van dieren en / of voeders opgeslagen. Kast of ruimte moet met een deur afgesloten of gescheiden zijn. Deze hoeft niet op slot te zijn. In deze kast of ruimte mogen alléén diergeneesmiddelen worden opgeslagen. Hygiënecode kalverhouderij.
Diergeneesmiddelen zijn per diersoort opgeslagen. Diersoort: runderen, varkens, pluimvee, etc. Binnen 1 (koel)kast verschillende compartimenten of planken per diersoort is toegestaan. IKB Vleeskalveren 2008, Bovenwettelijke invulling van het Besluit houders van dieren.
De kalverhouder heeft geen volledige koppelkuur antibiotica op voorraad. Op voorraad: termijn tussen ontvangst koppelkuur en gebruik koppelkuur is maximaal 2 werkdagen. Gebruik is aantoonbaar door recept of/ bezoekersrapportage dierenarts. Bij annulering of wijziging koppelkuur of uitgifte 2 kuren in 1 keer dient de dierenarts waarmee een overeenkomst is getekend in het bezoekersverslag een reden aan te geven. UDD-regeling (Stcrt. 2013, 23390).
De kalverhouder stelt i.s.m. de dierenarts en eventueel vertegenwoordiger van de kalvereigenaar jaarlijks een bedrijfsgezondheidsplan op. Jaarlijks: 1x per kalenderjaar. UDD-regeling.
Het bedrijfsgezondheidsplan is voorzien van de naam en de handtekening van de kalverhouder en de dierenarts en, indien hier sprake van is, de vertegenwoordiger van de kalvereigenaar. UDD-regeling.
Het bedrijfsgezondheidsplan is voorzien van het UBN van het bedrijf. UDD-regeling.
Het bedrijfsgezondheidsplan is voorzien van de datum waarop het bedrijfsgezondheidsplan is opgesteld. UDD-regeling.
Het bedrijfsgezondheidsplan beschrijft welke aspecten van de bedrijfsgezondheid aandachtspunten zijn of verbetermaatregelen nodig hebben. Hierbij worden de volgende aspecten overwogen: – verteringsproblemen tijdens de startperiode; – verteringsproblemen tijdens de mestperiode; – luchtwegaandoeningen tijdens de startperiode; – luchtwegaandoeningen tijdens de mestperiode; – overige aandoeningen die zich op het bedrijf voordoen; – uitval tijdens de startperiode; – uitval tijdens de mestperiode; – groei van de dieren; – achterblijvers of onvolwaardige groei; – medicijngebruik voor individuele behandelingen; – medicijngebruik voor koppelbehandelingen; – vleeskleur; – overige aspecten die relevant zijn voor het bedrijf. Aanvullende bovenwettelijke invulling van de UDD-regeling.
Er is actueel een bedrijfsgezondheidsplan aanwezig. Actueel betekent daterend uit het lopende kalenderjaar of ten minste het voorgaande kalenderjaar. UDD-regeling
De kalverhouder gebruikt geen cefalosporinen voor de behandeling van vleeskalveren. Voorschrift geldt zowel voor individuele behandelingen als koppelbehandelingen. IKB Vleeskalveren 2008.
De kalverhouder heeft geen derde keus middelen antibiotica op het bedrijf op voorraad. Derde keus middelen zijn middelen die zoals genoemd in het document 'Overzicht derde keus middelen' gepubliceerd door de SDa in mei 2012. Op voorraad: termijn tussen ontvangst van een derde keuze middel en het gebruik van het derde keuze middel is maximaal 2 werkdagen. Gebruik is aantoonbaar door recept / bezoekersrapportage dierenarts. Bij annulering / wijziging behandeling: dierenarts waarmee een overeenkomst is getekend dient in bezoekersverslag reden aan te geven. " UDD-regeling.
Bij individuele behandeling (m.i.v. dag 1) na het opzetten van de eerste kalveren van de lopende ronde is ten minste het volgende, per kalf, genoteerd in het logboek: – naam diergeneesmiddel of registratienummer; – Gebruikte hoeveelheid diergeneesmiddel (dosering per dier); – werknummer; – behandeldagen. Het 'Registratieformulier individuele behandelingen'. Dit formulier is te vinden op www.kalversector.nl. Registratie is niet verplicht indien de wachttermijn 0 dagen bedraagt. Werknummer: Of, indien noodzakelijk i.v.m. tracering, ID-code volledig. Bij behandeldagen heeft de kalverhouder de keuze tussen het noteren van de startdatum met het aantal behandeldagen of het noteren van de data van de behandeldagen. Bovenwettelijke invulling van het Besluit houders van dieren en de Regeling diergeneesmiddelen.
Diergeneesmiddelen die verloren gaan op een andere wijze dan door toediening zijn in het logboek geregistreerd. Genoteerd moeten worden: de datum, naam diergeneesmiddel, verloren gegane hoeveelheid en wijze van verloren gaan Regeling diergeneesmiddelen.
Verslagen van dierenartsbezoeken die door de dierenarts worden achtergelaten bij de kalverhouder, worden door de kalverhouder bewaard. Dit mag ook middels een doordruk of een kopie (evt. digitaal). Regeling diergeneesmiddelen.
Overig
Kadavers zijn volgens de geldende regelgeving gemeld bij destructiebedrijf. Geldende regelgeving: Gezondheids- en welzijnswet voor dieren of Wet Dieren. Hygiënecode kalverhouderij, Bovenwettelijke invulling van de Regeling dierlijke bijproducten (wetten.overheid.nl).
Kadavers zijn direct na ontdekken ter destructie aangeboden op de aanbiedingsplaats voor kadavers. Hygiënecode kalverhouderij, Bovenwettelijke invulling van de Regeling dierlijke bijproducten.
Kadaveropslag en aanbiedings-plaats zonder kadavers zijn te allen tijden visueel schoon. Visueel schoon: geen aanwezigheid van dierlijke resten of andere afvalstoffen. Hygiënecode kalverhouderij
Er is een verharde reinigbare aanbiedingsplaats voor kadavers aanwezig. Verhard: klinkers, tegels, asfalt of beton. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s, Bovenwettelijke invulling van de Regeling dierlijke bijproducten.
De aanbiedingsplaats voor kadavers is af te dekken (bv. met de kadaverstolp). Zodanig dat de kadavers niet zichtbaar zijn voor passanten en niet vrij toegankelijk zijn voor vogels, knaagdieren, honden, katten, etc. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s, Bovenwettelijke invulling van de Regeling dierlijke bijproducten.
Restanten van chemicaliën inclusief direct verpakkingsmateriaal worden afgevoerd via de lokale voorzieningen. Chemicaliën: gewasbeschermingsmiddelen, R&O middelen, dierbehandelingsmiddelen, verf, diergeneesmiddelen, enz. Toegestane lokale voorzieningen: afvoer via chemobox, afvoer door afgifte bij gemeentelijke afvalverzamelpunt. Milieuregelgeving (www.ilent.nl), Bovenwettelijke invulling van Verordening (EG) nr. 852/2004.
Op het bedrijf zijn REOB gecertificeerde brandblusmiddelen beschikbaar. De brandblusmiddelen moeten onderhouden worden door REOB gecertificeerde onderhoudsbedrijven voor blusmiddelen. Na iedere onderhoudsbeurt wordt de gele sticker op het brandblusmiddel vervangen. REOB gecertificeerde bedrijven zijn te vinden op: http://cibv.nl/erkende-bedrijven/ of http://www.kiwa.nl/gecertificeerde-bedrijven.aspx. IKB Vleeskalveren 2008.
Bij volledige mechanische ventilatie en afwezigheid mogelijkheid tot natuurlijke ventilatie: Er is een noodstroomaggregaat op het bedrijf aanwezig inclusief werkend alarmsysteem voor stroomuitval. Andere noodvoorziening is ook toegestaan. Besluit houders van dieren.
Calamiteiten en klachten zijn geregistreerd (omschrijving van calamiteit en corrigerende maatregel). Calamiteiten en klachten: uitval ventilatie, brand, water- of bodemvervuiling, achtergebleven naalden, klacht van slachterij over vieze dieren. Hiervoor is een formulier beschikbaar op het bedrijf. Onveilige situaties worden beschreven in Verordening (EG) nr. 178/2002 van 28 januari 2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving. IKB Vleeskalveren 2008.
Bedrijfshygiëne
Voldoende ontsmettingsmiddelen, minimaal halve liter van het middel aanwezig op het bedrijf. Voor de meest actuele lijst van toegelaten ontsmettingsmiddelen (desinfecteermiddelen) voor transportmiddelen wordt verwezen naar de databank van College voor Toelating van Bestrijdingsmiddelen op internet: www.ctbg.nl. Bovenwettelijke invulling van de Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s.
Er is een R&O (Reiniging en Ontsmetting) plaats aanwezig. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s.
De R&O plaats beslaat de gehele lengte van een vervoerseenheid. Vervoerseenheid: uitgaande van een transportmiddel met aanhanger. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s.
Bij de R&O plaats kan voldoende verlicht worden. Onder voldoende verlicht wordt verstaan, zodanig dat te allen tijden R&O uitgevoerd kan worden. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s.
De R&O plaats is zodanig aangelegd dat water en eventueel andere vloeistoffen die bij de reiniging en ontsmetting worden gebruikt, niet in grond- of oppervlakte water terecht kunnen komen. De plaats is voorzien van een zodanige afvoer dat water en eventueel andere vloeistoffen die bij de reiniging en ontsmetting worden gebruikt, niet in het grond- of oppervlaktewater terecht kunnen komen. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s.
Op de R&O plaats kan voldoende water onder druk worden geleverd voor reiniging en ontsmetting van de vervoerseenheid. Er is een werkende hoge druk spuit aanwezig of een werkende pomp die zorgt voor extra waterdruk. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s.
R&O middelen zijn in een gesloten kast of ruimte, apart van dieren, diergeneesmiddelen, gewasbeschermingsmiddelen en voedermiddelen opgeslagen. Bovenwettelijke invulling van Verordening (EG) nr. 852/2004.
Op het bedrijf zijn de aankoop- en afleverbewijzen van R&O middelen aanwezig. Deze voorwaarde is alleen van belang als er geen voorraad R&O middelen aantoonbaar is. Bovenwettelijke invulling van Verordening (EG) nr. 852/2004.
Verbeterplan structureel veel gebruik antibiotica
Kalverhouder dient binnen 3 maanden na de datum genoemd in de berichtgeving dat het bedrijf in de categorie 'Structureel Veelgebruik, fase 1' of 'Structureel Veelgebruik, fase 2' valt een driehoeksoverleg over het BGP te organiseren met de kalverhouder, kalvereigenaar (vertegenwoordiger) en de dierenarts, het bedrijfsgezondheidsplan te vernieuwen en op te sturen naar de CI. Het dossier bevat ten minste: – de opgestelde bedrijfsgezondheidsplannen; – een uitslag van de analyse van een monster uit de melkleiding waaruit blijkt dat minder dan 1.000 kve/ml Enterobacteriacea aanwezig waren in de melkleiding; – de verklaring van de monsternemer dat het monster, behorende bij de bovengenoemde analyse uitslag, op voorgeschreven wijze uit de melkleiding is genomen. Indien van toepassing bevat het dossier: – een of meerdere onderbouwingen voor de antibioticabehandelingen die zijn verstrekt; – bij verstrekking koppelkuur: de verklaring van de dierenarts dat er voldoende individueel is behandeld voordat is overgegaan tot een koppelbehandeling, dan wel dat er sprake is van een progressief ziekteverloop waarbij in de laatste 24 uur sprake was van 4% of meer nieuwe ziektegevallen. IKB Vleeskalveren 2008.
Indien gedurende een aaneengesloten periode van 5 dagen 10% of meer dieren in het koppel ziek wordt, dient de dierenarts een verklaring af te geven dat er voldoende individueel is behandeld en dat een koppelkuur moet worden ingezet. IKB Vleeskalveren 2008.
Indien sprake is van een progressief ziekteverloop waarbij in de laatste 24 uur een toename is van 4% of meer nieuwe ziektegevallen, dient de dierenarts een verklaring af te geven dat er sprake is van een progressief ziekteverloop met een toename van 4% of meer zieke kalveren in de laatste 24 uur. In de bepaling van de toename van het ziekteverloop dienen de kalveren die gedurende deze periode zijn uitgevallen te worden meegenomen. IKB Vleeskalveren 2008.
Bedrijven die meerdere leeftijdsgroepen kalveren houden, dienen binnen 3 maanden na de datum genoemd in de berichtgeving dat het bedrijf in de categorie 'Structureel Veelgebruik, fase 2' valt, nader onderzoek te laten verrichten betreffende (recidiverende) longproblemen. Dit kan door middel van: – een (gepaard) bloedonderzoek van 5 representatieve dieren per leeftijdsgroep, of; – het nemen van neusswabs van 5 representatieve dieren, of; – het laten uitvoeren van sectie bij de Gezondheidsdienst voor Dieren. Onafhankelijk van stal of compartiment. Indien binnen drie maanden geen ziekteverschijnselen worden vertoond, is een verklaring dierenarts over gezondheid koppel verplicht om onderzoek te mogen verschuiven naar eerst volgend moment dat ziekteverschijnselen worden geconstateerd. IKB Vleeskalveren 2008.
Kalverhouder dient binnen 3 maanden na de datum genoemd in de berichtgeving dat het bedrijf in de categorie 'Structureel Veelgebruik, fase 2' valt, een bedrijfsanalyse op te stellen aan de hand van de 'Uitgebreide checklist' en deze op te sturen naar de CI. Deze checklist is te downloaden via www.kalversector.nl. IKB Vleeskalveren 2008.
Transport
Alle aangevoerde in NL geboren nuka's, die niet rechtstreeks van een rundveebedrijf van geboorte zijn aangevoerd, dienen te zijn verzameld op een deelnemend, erkend verzamelcentrum. Alle nuka’s moeten rechtstreeks afkomstig zijn van een Nederlands rundveebedrijf of van een deelnemend, erkend verzamelcentrum. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s
Ieder kalf dient vanaf het moment van opzet tot 3 weken na de opzetdatum gehuisvest te worden in een ruimte met een temperatuur van minimaal 15 °C. De temperatuur in de huisvesting van kalveren tot 3 weken na opzet moet > 15°C is. Indien de buitentemperatuur -5°C of minder bedraagt, dient de temperatuur > 10°C te zijn. Per 200 gehuisveste kalveren moet 1 meting in het midden van een babybox, op hoogte van 25 cm boven een staand kalf verricht worden. Bovenwettelijke invulling van het Besluit houders van dieren.
Alle (deel)koppels met gewicht onder 42 kg dienen tot 2 weken na aanvoer van het kalf 3 maal daags te worden gevoerd (verspreid over een periode van 12 uur of meer). Bovenwettelijke invulling van het Besluit houders van dieren.
Alle personen die bedrijfsmatig op het schone (bedrijfs-) gedeelte en in de stallen – waarin dieren zijn gehuisvest – komen, moeten gebruik maken van de hygiënesluis en schone bedrijfskleding en – schoeisel aantrekken, voordat het schone (bedrijfs-) gedeelte en de stallen betreden worden. Alleen personen behorende bij het transportmiddel, die niet in de stal komen, mogen over het bedrijfsgedeelte van het erf rijden zonder gebruik te maken van de hygiënesluis. Een persoon die bedrijfsmatig het bedrijfsgedeelte betreedt is een ieder die per week meerdere veehouderijbedrijven bezoekt en hierbij ook in de stallen – waarin dieren zijn gehuisvest – komt. Hieronder vallen ook personen die op andere bedrijven in stallen komen (bv. buurman melkveehouder). Bedrijfsgedeelte (zie B007): het gedeelte van het perceel waar zich de kalverhouderij bevindt aangevuld met het gedeelte van het perceel waar verkeer van personen en/of transport van kalveren, voer en materialen tussen stallen / afdelingen plaatsvindt. Dit voorschrift is niet van toepassing voor transporteurs van kalveren. IKB Vleeskalveren 2008.
De hygiënesluis is voorzien van een handenwasgelegenheid met warm en koud-, stromend water, zeep / desinfectans, papieren handdoeken en schoon schoeisel en schone bedrijfseigen kleding. De handenwasgelegenheid bevindt zich bij voorkeur in het schone gedeelte van de hygiënesluis en zo dicht mogelijk bij de fysieke barrière. Bedrijfseigen kleding en – schoeisel zijn bijvoorbeeld overalls, laarzen of klompen. IKB Vleeskalveren 2008.
De kalverhouder reinigt minimaal 1x per 4 weken de melkleiding. Controleer via de registratie van de kalverhouder of de melkleidingen minimaal 1x per 4 weken zijn gereinigd met een reinigingsmiddel. In het geval van rosé start / afmest waarbij het melkleidingsysteem niet gebruikt wordt, hoeft het melkleidingsysteem niet gereinigd te worden. Onder melkleiding wordt verstaan elk systeem waarmee melk aan de kalveren wordt gevoerd, zoals melkleidingsystemen, rijdende mengers, voerslangen en drinkautomaten. Bovenwettelijke invulling van Verordening (EG) nr. 852/2004.
De kalverhouder houdt een register bij van de reinigingsbeurten. In het register staan ten minste de datum en het gebruikte reinigingsmiddel vermeld. Gecontroleerd moet worden of in het register ten minste de datum en het gebruikte reinigingsmiddel genoteerd staan. Bovenwettelijke invulling van Verordening (EG) nr. 852/2004.
Als een kalverhouder kalveren opzet, die al op een ander bedrijf zijn gestart, worden deze kalveren aangevoerd van maximaal 4 verschillende UBN’s. Indien niet aan dit voorschrift kan worden voldaan dient aan het hierop volgend voorschrift te worden voldaan. IKB Vleeskalveren 2008.
Als een kalverhouder kalveren opzet, die al op een ander bedrijf zijn gestart, wordt in 1 compartiment eerder gestarte kalveren van maximaal 2 verschillende UBN's gehuisvest. Een compartiment is een ruimte die door vloer, plafond en wanden / muren van vloer tot plafond gescheiden is van andere ruimtes. Het is toegestaan dat in de wand / muur een deur is aangebracht. Deze deur mag slechts geopend zijn tijdens doorgang, zodat de luchtcirculatie van 1 compartiment niet direct verbonden is met een ander compartiment / ruimte waarin kalveren zijn gehuisvest. Indien niet aan dit voorschrift kan worden voldaan dient aan het vorige voorschrift te worden voldaan. IKB Vleeskalveren 2008.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 3.4.3a. Validatie door een wetenschappelijke organisatie

Vervallen

Titel 3.5. Aquacultuurinnovatieprojecten

Artikel 3.5.3a. Validatie door een wetenschappelijke organisatie

De resultaten van het project worden door een wetenschappelijke organisatie gevalideerd.

Artikel 3.5.6a. Niet subsidiabele kosten

Onverminderd de artikelen 1.5 en 3.1.2, komen kosten voor vervanging of modernisering van hoofd- of hulpmotoren niet in aanmerking voor subsidie.

Titel 3.6. Afzetbevorderingsprojecten

Titel 3.7. Productie- en afzetprogramma's

Titel 3.8. Innovatieprojecten duurzame visserij

Titel 3.9. Samenwerkingsprojecten wetenschap en visserij

Artikel 3.9.1. Begripsbepalingen

Vervallen

Artikel 3.9.2. Subsidiabele activiteiten

Vervallen

Artikel 3.9.3. Indiening aanvraag tot subsidieverlening

Vervallen

Artikel 3.9.4. Verdeling van het subsidieplafond

Vervallen

Artikel 3.9.5. Rangschikkingscriteria

Vervallen

Artikel 3.9.6. Niet-subsidiabele kosten

Vervallen

Artikel 3.9.7. Hoogte van de subsidie

Vervallen

Artikel 3.9.8. Start- en realisatietermijn

Vervallen

Artikel 3.9.9. Verplichtingen subsidieontvanger

Vervallen

Artikel 3.9.10. Afwijzingsgronden

Vervallen

Artikel 3.9.11. Voorschot

Vervallen

Artikel 3.9.12. Adviescommissie

Vervallen

Artikel 3.9.13. Vervaltermijn

Vervallen

Hoofdstuk 4. Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling

Titel 3.10. Investeringen voor toegevoegde waarde van visserijproducten

Paragraaf 4.1.1. Algemene bepalingen

Paragraaf 4.1.3. Controles en sancties

Titel 4.2. Kwaliteitsregeling voor de kalfsvleessector

Paragraaf 4.2.1. Algemene bepalingen

Paragraaf 4.1.2. Voorschriften inzake de verzekeraar

Paragraaf 4.2.3. Voorschriften inzake de subsidieregeling

Hoofdstuk 5. Europees Fonds voor regionale ontwikkeling

§ 5.1. Algemene bepalingen

§ 5.3. Regels omtrent subsidieverstrekking ten laste van de Rijkscofinanciering

Paragraaf 4.4.1. Algemene bepalingen

Hoofdstuk 6. Overige bepalingen en slotbepalingen

Bijlage 1. behorende bij artikel 1.9 Regeling Europese EZ-subsidies

Procedure als bedoeld in artikel 140, vijfde lid, van verordening 1303/2013

Verordening 1303/2013 maakt het mogelijk kopieën of volledig digitale documenten te accepteren als bewijsstuk. In deze bijlage worden de in artikel 140, vijfde lid, van verordening 1303/2013 bedoelde procedures vastgesteld voor documenten die in het kader van de uitvoering van deze regeling en verantwoording op grond van verordening 1303/2013 kan worden gebruikt.

1. Typen documenten

De volgende documenten worden als bewijsstukken geaccepteerd:

2. Procedure voor het gebruik van de documenten, bedoeld onder 1, onderdelen a, b en c

De in 1 onder a, b en c bedoelde bewijsstukken zijn geconverteerde documenten of gegevensdragers. Bij conversie van het origineel naar het geconverteerde document of gegevensdrager wordt aan de hieronder vermelde voorwaarden voldaan:

Het in samenhang bezien van de verschillende bewijsstukken strekt er mede toe de authenticiteit van het geconverteerde document of de gegevensdrager te waarborgen en dat hierop voor controledoeleinden kan worden vertrouwd.

Als de conversie op de juiste wijze gebeurt, is het in het kader van de verantwoording, niet meer noodzakelijk de bewijsstukken op de originele gegevensdrager te bewaren. Het geconverteerde bewijsstuk mag na conversie niet meer gewijzigd kunnen worden.

3. Procedure voor het bewaren van stukken die uitsluitend in een elektronische versie bestaan, bedoeld in 1, onderdeel d

Indien een subsidieontvanger gebruik maakt van elektronische documenten waarbij uitsluitend een elektronische versie bestaat, worden de geautomatiseerde systemen voorzien van beheers- en beveiligingsmaatregelen die de betrouwbaarheid, authenticiteit en integriteit van de elektronische gegevens gedurende de gehele vereiste bewaartermijn waarborgen. Het is aan de subsidieontvanger om dit aan te tonen. Voor een tweetal veel voorkomende situaties zijn de voorschriften hieronder uitgewerkt:

Bijlage 2. behorende bij artikel 4.2.2, vijfde lid, Regeling Europese EZ-subsidies

Bestaande voorschriften kwaliteitssysteem kalfsvleessector

Voorschrift Interpretatie Bron
Algemeen
Er is een actuele door de certificerende instantie (hierna: ‘CI’) gewaarmerkte plattegrond van het bedrijf aanwezig. De plattegrond geeft voor zover van toepassing alle ruimten, de perceelgrenzen- en toegangen, bedrijfsgedeelte, de situering silo's (inclusief silonummers), mestopslag, opslag en aanbiedingsplaats destructiemateriaal, medicijnopslag, opslag van reinigings-, desinfectie- en ongediertebestrijdingsmiddelen, aggregaat, hygiënesluis, de gebruikelijke loop- en rijroutes, de afmetingen van de stallen en per stal het aantal afdelingen en aantal hokken en de hoeveelheid kalveren die per hok mogen zijn gehuisvest, gebaseerd op 1,8 m2/kalf aan. Indien het bedrijf nuchtere kalveren (nuka’s) opzet tot max. 15 weken (startbedrijf), dan mag een plattegrond op basis van 1,5 m2/kalf worden opgesteld. De totale hoeveelheid kalveren die op het bedrijf mag worden gehuisvest is eveneens aangegeven. Het bedrijfsgedeelte is het gedeelte van het perceel waar zich de kalverhouderij bevindt aangevuld met het gedeelte van het perceel waar verkeer van personen en/of transport van kalveren, voer en materialen tussen stallen / afdelingen plaatsvindt. De plattegrond is aangepast aan de laatste stand van zaken. IKB Vleeskalveren 2008 (www.Kalversector.nl ).
De rapportages en certificaten van de inspecties van de drie voorgaande jaren zijn beschikbaar. IKB Vleeskalveren 2008, Bovenwettelijke invulling van Verordening(EG) nr. 852/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake levensmiddelenhygiëne.
Hygiëneregels en plattegrond (met bedrijfsgedeelte en looproutes) zijn zichtbaar aanwezig in hygiënesluis voor medewerkers en bezoekers en worden toegepast. Op schrift gestelde hygiëneregels, aanwezig in de hygiënesluis bevatten minimaal de volgende meldingen: alleen beroepsmatige betreding van het deel van het bedrijf waar dieren staan, alleen na omkleden in hygiënesluis betreden van het schone (bedrijfs-) gedeelte, alleen bij toestemming eigenaar is betreding mogelijk, voor betreden melden bij eigenaar. U kunt hiervoor het voorbeeld formulier 'Hygiëneregels Kalverhouderij' gebruiken. Dit formulier is te vinden op www.kalversector.nl. IKB Vleeskalveren 2008.
Het bedrijfseigen personeel is adequaat opgeleid. Geldt alleen voor personeel dat in dienst is. Adequaat: ten minste opleiding op minimaal MBO niveau of 1 jaar werkervaring in de intensieve kalverhouderij, of anders onder verantwoordelijkheid van iemand met genoemde kwalificaties. Arbeidsomstandigheden-wet (wetten.overheid.nl).
Het bedrijf verkeert in goede staat van onderhoud. Heeft betrekking op toegangswegen tot bedrijfsgedeelte, dierverblijven en voerkeuken. Goede staat is: geen lekkages, geen zwaar achterstallig onderhoud, bestrating en/of verharding in redelijke staat (geen kuilen), geen open of loshangende elektrische bedrading. Bijlage 2 van Richtlijn 91/629/EEG tot vaststelling van minimumnormen ter bescherming van kalveren. QS (Quality Scheme for food, www.q-s.de).
Materialen in de stal waar de vleeskalveren mee in aanraking komen, zijn niet schadelijk voor de vleeskalveren en kunnen worden gereinigd en ontsmet. Er mag bijvoorbeeld geen sprake zijn van contact van de vleeskalveren met zware metalen (lood, kwik, cadmium). Bijlage 2 van Richtlijn 91/629/EEG.
Het bedrijf maakt een visueel schoon en opgeruimde indruk. Opgeruimde indruk: geen onnodig aanwezige materialen, maar alleen materialen aanwezig van werkzaamheden van desbetreffende werkdag. Visueel schoon: ten minste geen visueel zichtbare restanten aanwezig op bijvoorbeeld koelkast, weegschaal, bureau etc. De hygiënecode kalverhouderij is opgenomen in de regeling IKB Vleeskalveren gebaseerd op de verordening (EG) nr. 852/2004.
Het bedrijfsgedeelte en de stallen met directe toegang tot de dieren kunnen niet zonder meer betreden worden. Niet zonder meer betreden: bijvoorbeeld door borden met de melding ‘geen vrije toegang tot stallen’ bij de ingang of door linten, kettingen, etc. Zodanig dat geen ongehinderde toegang verschaft kan worden. Hygiënecode kalverhouderij.
Om het principe van schone (bedrijfs-) en vuile (externe) gedeelte op het bedrijf toe te kunnen passen is het noodzakelijk dat: – er een duidelijk zichtbare lijn (of gespannen draad) op vloerhoogte van het erf is geplaatst, zodat verkeer van transportmiddelen niet belemmerd wordt; OF – er een zodanig duidelijke aanduiding aanwezig is dat een bezoeker zich dient te melden, en door de hygiënesluis moet, voordat het schone (bedrijfs-) gedeelte betreden wordt; OF – er een fysieke afscheiding (bijv. sloot, heg of hek) aanwezig is op de grens van het schone (bedrijfs-) en / of vuile (externe) gedeelte. IKB Vleeskalveren 2008, \Bovenwettelijke invulling van Verordening (EG) nr. 852/2004.
Er is een bijgehouden bezoekersregister, per locatie, aanwezig met daarin naam, bedrijfsnaam en datum van bezoek. Bezoekers die de stallen betreden dienen in het register te worden opgenomen. Transporteurs die dieren komen laden of lossen kunnen het register tekenen. Transporteurs dienen in plaats van voormelde gegevens de volgende informatie te noteren in het register: – datum transport; – Naam transportonderneming. Hygiënecode kalverhouderij.
Ongediertebestrijding
Ongedierte wordt geweerd en waar nodig bestreden. Indien overlast van ongedierte aanwezig blijft, is een gediplomeerd ongediertebestrijdingsbedrijf ingeschakeld. Ongedierte: ratten, muizen en vliegen. Hygiënecode kalverhouderij.
Er dient op het bedrijf een plattegrond aanwezig te zijn waarop is aangegeven waar lokdozen en bestrijdings-middelen zich bevinden. Dit voorschrift is niet van toepassing als er geen ongedierte aanwezig is en bestrijding niet uitgevoerd wordt. IKB vleeskalveren 2008.
Er zijn alleen toegestane ongediertebestrijdingsmiddelen aanwezig, die in een gesloten kast en apart van dieren, diergeneesmiddelen en voedermiddelen worden opgeslagen. Toegestane ongediertebestrijdingsmiddelen: de meest actuele lijst van toegelaten ongediertebestrijdingsmiddelen zoals opgenomen in de databank van College voor Toelating van Bestrijdingsmiddelen: www.ctb-wageningen.nl. Hygiënecode kalverhouderij.
Het bestrijdingsmiddel voor ratten en muizen wordt in daarvoor geschikte lokdozen aangeboden. Lokdozen dienen gesloten zijn. Hygiënecode kalverhouderij.
De vleeskalveren hebben geen toegang tot bestrijdingsmiddelen. Hygiënecode kalverhouderij.
Op het bedrijf zijn de aankoop en leverbonnen van alle op het bedrijf aanwezige ongediertebestrijdingsmiddelen aanwezig. Hygiënecode kalverhouderij.
Aan- en afvoer van dieren
Alle aanwezige dieren zijn voorzien van 2 oormerken. 1 oormerk is toegestaan. Als er geen oormerk is, dient de aanvraag tot nieuwe oormerken aanwezig te zijn. Regeling identificatie en registratie van dieren (wetten.overheid.nl).
Kalverhouder kan aantonen dat aangevoerde dieren vrij zijn van besmettelijke veeziekten d.m.v. importdocumenten / gezondheidsverklaring. Bij een I&R blokkade dient kalverhouder de reden aan te geven. Hygiënecode kalverhouderij.
I&R administratie is ten minste 3 jaar bewaard. In deze I&R administratie is elke verplaatsing (zoals geboorte, afvoer, aanvoer, dood, import, etc.) opgenomen. Mag aantoonbaar gemaakt worden via digitaal bedrijfsregister, indien daarin tevens historie van 3 jaar bewaard is. Richtlijn 92/102/EEG van de Raad van 27 november 1992 met betrekking tot de identificatie en de registratie van dieren.
Indien een deelnemende kalverhouder startkalveren opzet, controleert die kalverhouder of in voorkomend geval het toeleverende Nederlandse startbedrijf gecertificeerd is. Controleren via het register van de SKV. M.u.v. opzet startkalveren van buitenlandse startbedrijven. IKB Vleeskalveren 2008.
Indien een kalverhouder startkalveren ontvangt, worden de meegeleverde gegevens m.b.t. diergeneesmiddelen-gebruik meegeleverd en ten minste 1 jaar in de administratie bewaard. Deze gegevens omvatten: – de koppelbehandelingen die bij de ontvangen koppel startkalveren uitgevoerd zijn, en; – de individuele behandelingen die bij de ontvangen koppel startkalveren uitgevoerd zijn. De diergeneesmiddelenregistratie moet herleidbaar zijn tot het herkomstbedrijf en de op het afmestbedrijf aanwezige kalveren. Dit geldt zowel voor binnenlandse als buitenlandse kalveren. Bovenwettelijke invulling van Verordening (EG) nr. 852/2004.
Indien een kalverhouder start-kalveren aflevert aan een vleeskalverhouderij voor verdere opfok, worden gegevens m.b.t. diergenees-middelengebruik bij deze startkalveren meegeleverd. Deze gegevens omvatten: – de koppelbehandelingen die bij de ontvangen koppel startkalveren (blank, rosé) uitgevoerd zijn, en; – de individuele behandelingen die bij de ontvangen koppel startkalveren uitgevoerd zijn. Bovenwettelijke invulling van Verordening (EG) nr. 852/2004.
Voer (installaties)
Indien geen transport van voer in eigen beheer plaatsvindt, dan moet voer zijn getransporteerd door GMP erkende transporteurs. Verklaring aangegeven op aflever / vervoersdocumenten. GMP erkende transporteurs zijn te vinden op www.gmpplus.nl. Code Diervoeder (www.gmpplus.org), Bovenwettelijke invulling Verordening (EG) nr. 852/2004.
Al het aanwezige voer is afkomstig van GMP+ gecertificeerde diervoederleveranciers. Aantonen d.m.v. voerbonnen. GMP+ gecertificeerde diervoederleveranciers zijn te vinden op www.gmpplus.nl. Code Diervoeder.
Bij voerleverantie wordt of een ingangscontrole of een controle vóór vervoedering uitgevoerd, hierbij wordt gelet op de volgende punten: – staat van het voer; – houdbaarheidstermijn. In geval van balen en/of kuilvoer is gecontroleerd (visueel / geur) of er geen broei aanwezig is, voer met broei wordt niet vervoederd. In geval van aanvullende mengvoeders wordt gecontroleerd op dat: – per aangekochte partij het type mengvoeder is aangegeven; – per aangekochte partij de houdbaarheidstermijn zichtbaar is; – per type mengvoeder de gebruiksvoorschriften bekend zijn. Staat van het voer: het product mag geen zichtbare schimmels of niet-voederbestanddelen bevatten. Voer mag niet over de houdbaarheidsdatum zijn. Dit voorschrift is niet van toepassing als de leverancier geen uiteindelijke houdbaarheidstermijn heeft aangegeven. Partijen mengvoerder zijn zodanig opgeslagen dat verschillende type mengvoeders herkenbaar zijn. De gebruiksvoorschriften zijn bekend doordat deze in de administratie zijn opgenomen of op de verpakking van het mengvoeder zijn weergegeven. Code Diervoeder.
Voor baal/kuilvoer zijn uitsluitend toegelaten toevoegingsmiddelen gebruikt. Toegelaten overeenkomstig Verordening (EG) Nr. 1831/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2003 betreffende toevoegings-middelen voor diervoeding. Aan te tonen met afleverbonnen van toevoegingsmiddelen. Hygiënecode kalverhouderij.
De kuil (met gras/maïs) is afgedekt (met uitzondering van het snijvlak). Hygiënecode kalverhouderij.
Voer is volgens voorschriften leverancier opgeslagen. Code Diervoeder.
Voer voor verschillende diersoorten is gescheiden en duidelijk herkenbaar opgeslagen. Diervoeder dat is bestemd voor andere diersoorten mag niet kunnen vermengen met het diervoeder dat is bestemd voor de vleeskalveren. Uitzondering: enkelvoudige voeders die buiten de stallen zijn opgeslagen en voor meerdere diersoorten gebruikt kunnen worden. Code Diervoeder.
Voer is niet in dezelfde ruimte waar dieren verblijven opgeslagen. Werkvoorraad is toegestaan. Code Diervoeder.
Voer is duidelijk gescheiden opgeslagen van chemicaliën. Code Diervoeder.
Opgeslagen voeders zijn goed afgedekt of verpakt of overkapt of overdekt. Indien nodig met aanvullende ongediertebestrijding. Verpakking of afdekking of overkapping of overdekking is in onbeschadigde staat. Opgeslagen voeders zijn zodanig afgedekt of verpakt of afgedekt of bedekt dat verontreiniging met uitwerpselen van ongedierte of vogels zo goed mogelijk wordt voorkomen. Indien er ongedierte aanwezig is, moet ongediertebestrijding worden toegepast. Ongedierte: ratten, muizen en vliegen. Code Diervoeder.
Voerinstallaties en waterinstallaties zijn in goede staat van onderhoud. Geen lekkende slangen en / of gebroken kettingen e.d. en geen visueel aanwezige aangekoekte resten van voer of medicijnen. Besluit houders van dieren (wetten.overheid.nl).
Er is geen beschimmeld voer aanwezig in de dierverblijven. Code Diervoeder.
Indien middelen aan het voer zijn toegevoegd, is dit gedaan conform adviezen van leverancier van de toevoegingsmiddelen. Advies leverancier van de toevoegingsmiddelen is aanwezig op het bedrijf. Code Diervoeder.
Het rantsoen bevat ten minste 50 gram vezelhoudend droog-voer per dag per dier van 8 tot 20 weken oud. Het rantsoen bevat ten minste 250 gram vezelhoudend voer per dag per dier vanaf 20 weken oud. Vezelhoudend voer: ruwvoer (maïsproducten, hooi, stro, etc.). Krachtvoer dat vezels bevat mag worden gerekend als vezelhoudend droogvoer. Hierbij moet worden uitgegaan van het gewicht van het verstrekte krachtvoer. Besluit houders van dieren.
Bij beperkte voedering is de voerbaklengte per kalf minimaal 0,40 meter. Besluit houders van dieren.
Bij onbeperkte voedering is het mogelijk dat ten minste 3 dieren tegelijk eten. Minimale voerbaklengte van 1.20m. Besluit houders van dieren.
Alle kalveren krijgen ten minste 2 maal per dag voer en kalveren in groepshokken moeten allemaal tegelijk kunnen eten. N.v.t. bij ad libitum voedering of via automatisch voedersysteem. Besluit houders van dieren.
Alle middelen die, naast voer en diergeneesmiddelen, worden toegediend voldoen aan GMP+, hebben een RegNL nummer of zijn toegelaten homeopathische middelen. Ook enkelvoudig voor humaan gebruik toegelaten homeopathische middelen zijn toegestaan. Toegelaten homeopathische middelen zijn te vinden op: https://www.cbg-meb.nl/dieren IKB Vleeskalveren 2008.
Medicijnmenger verkeert in goede staat van onderhoud. Geen lekkende slangen en / of buizen e.d. en geen visueel aanwezige aangekoekte resten van medicijnen. IKB Vleeskalveren 2008.
Afleverbewijzen van voer en toevoegingsmiddelen van de afgelopen 5 jaar zijn aanwezig. Code Diervoeder.
De dieren hebben onbeperkt de beschikking over drinkwater. Niet noodzakelijk indien melkvoedering wordt gegeven. Bij warm weer (buitentemp > 25˚C) en voor zieke kalveren dient altijd vers drinkwater beschikbaar te zijn en moet het altijd mogelijk zijn om extra watergift te geven. Besluit houders van dieren.
De aan-, afvoer of sterfte van dieren wordt binnen 24 uur na aan-, afvoer of sterfte in het I&R-systeem gemeld. Alle meldingen moeten correct zijn gedaan in het I&R systeem. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s (www.wetten.overheid.nl)
Gewasbeschermingsmiddelen
Er zijn alleen toegestane gewasbeschermingsmiddelen gebruikt. Toegestaan volgens de databank van College voor Toelating van Bestrijdingsmiddelen (CTB) (www.ctb-wageningen.nl). Aan te tonen met afleverbonnen. Hygiënecode kalverhouderij.
Gewasbeschermingsmiddelen zijn, indien aanwezig, in een gesloten kast of ruimte, apart van dieren, diergeneesmiddelen, R&O middelen en voedermiddelen opgeslagen. Hygiënecode kalverhouderij.
Wachttijden van gewasbeschermingsmiddelen zijn in acht genomen. Moet aantoonbaar gemaakt worden aan de hand van de perceeladministratie Hygiënecode kalverhouderij, Bovenwettelijke invulling van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden (www.wetten.overheid.nl).
Aankoop en leverbonnen van gewasbeschermingsmiddelen zijn in de administratie opgenomen. Hygiënecode kalverhouderij.
Huisvesting
In de ruimte waar vleeskalveren gehuisvest zijn, worden geen andere landbouwhuisdieren dan runderen gehouden. Vleesvee, fokkalveren etc. behoren ook tot de categorie 'andere landbouwhuisdieren'. IKB Vleeskalveren 2008.
De stallen / dierverblijven worden geventileerd. Besluit houders van dieren.
De stal is voorzien van licht doorlatende delen die ten minste 2% van het vloeroppervlak van de stal beslaan. Lichtdoorlatend materiaal is schoon. Alle oppervlaktes / delen die licht doorlaten worden meegerekend, tenzij de normale afsluitwijze van dit deel (deur / luik / gordijn) niet lichtdoorlatend is. Delen moeten gelijkmatig over de stal verspreid zijn. Besluit houders van dieren.
Het mestopvangsysteem in de dierverblijven is zodanig dat kalveren schoon blijven. Besluit houders van dieren.
Zieke en gewonde kalveren kunnen indien nodig worden geïsoleerd in adequate lokalen (eenlingbox/ ziekenbox) met indien nodig droog en comfortabel strooisel. De vereiste ruimte beslaat minimaal 1 procent van de kalverplaatsen, met een minimum van 1 plaats. Indien ruimte niet standaard aanwezig is, maar gecreëerd wordt, dan moet dit aantoonbaar zijn. Besluit houders van dieren.
Dierruimtes, voerruimtes, voerkeukens e.d. zijn visueel schoon. Besluit houders van dieren.
Eenlingboxen worden alleen gebruikt voor kalveren niet ouder dan 8 weken of als ziekenboxen op voorschrift van een dierenarts. Niet van toepassing als een dierenarts heeft verklaard dat het kalf in verband met zijn gezondheid of gedrag moet worden geïsoleerd om te worden behandeld. Besluit houders van dieren.
De breedte van de eenlingboxen is minimaal gelijk aan de schofthoogte van het kalf. De schofthoogte wordt gemeten terwijl het kalf rechtop staat. Besluit houders van dieren.
De lengte van een eenlingbox is ten minste 1,1 maal de lengte van het kalf. De lengte van het kalf wordt gemeten van de neuspunt tot aan de achterkant van de zitbeenknobbel. Besluit houders van dieren.
De zijwanden van een eenlingbox zijn opengewerkt zodanig dat dieren elkaar kunnen zien en aanraken. Niet van toepassing op eenlingboxen voor zieke dieren. Besluit houders van dieren.
Indien niet in eenlingboxen gehuisvest is het vloeroppervlak per kalf (levend gewicht) minimaal: bij gewicht < 150 kg: 1,5 m2; bij gewicht > 150 kg; 1,8 m2. Besluit houders van dieren.
Kalveren moeten kunnen liggen op een vloer die is ingestrooid of is voorzien van een kunststof mat, houten latten rooster of rubber toplaag. Voor rosé stierkalveren geldt dit voorschrift tot een leeftijd van 2 maanden. Besluit houders van dieren.
De vloeren zijn stroef, zonder scherpe uitsteeksels. Besluit houders van dieren.
Er is verlichting in de stal aanwezig om de vleeskalveren te allen tijde te kunnen inspecteren. De verlichting moet van zodanige sterkte zijn dat de vleeskalveren goed te zien zijn. Besluit houders van dieren.
Er zijn geen scherpe randen of scherpe uitsteeksels aanwezig in de stallen en/of dierverblijven die kalveren kunnen verwonden (geldt ook voor hekken en wanden die gebruikt worden bij het verplaatsen van de kalveren). Richtlijn 98/58/EG van de Raad van 20 juli 1998 inzake de bescherming van voor landbouwdoeleinden gehouden dieren.
Diergezondheid
Voor de bewaking van de gezondheid van de dieren is een overeenkomst gesloten met een door Geborgde Vleeskalverendierenarts gecertificeerde dierenarts en deze overeenkomst is inzichtelijk via InfoKalf (https://infokalf.skv.info) Kalverhouder heeft met de dierenarts de Overeenkomst kalverhouder, kalvereigenaar en Geborgde Vleeskalverendierenarts (conform Bijlage I van het Reglement Geborgde Vleeskalverendierenarts) gesloten. Er mag slechts één overeenkomst per diersoort, per UBN afgesloten worden. De overeenkomst is digitaal inzichtelijk via InfoKalf. Regeling diergeneesmiddelen (www.overheid.nl).
De kalverhouder heeft ervoor gezorgd dat de dierenarts minimaal 1 maal per kwartaal het bedrijf bezoekt. Het is ook toegestaan om 2x per half jaar de dierenarts het bedrijf te laten bezoeken. Voor een klinische inspectie en bedrijfsbegeleiding (op grond van bijvoorbeeld productiegegevens, AM en PM keuringsresultaten). Aan te tonen door bezoekersrapportage dierenarts. Regeling diergeneesmiddelen.
Zieke dieren zijn, indien nodig, ondergebracht in ruimte voor zieke en gewonde dieren. Ruimte voldoet aan voorwaarden huisvesting. Zieke dieren zijn op verklaring dierenarts (bezoekrapportage), dieren met zware kreupelheden, dieren met zware verwondingen en sterk verzwakte dieren als gevolg van ziekte of anderszins. Besluit houders van dieren.
De kalverhouder bewaakt het hemoglobinegehalte van de blanke vleeskalveren. Bewaken kan door bloedonderzoeken en/of toediening van ijzer. Deelnemer kan dit schriftelijk aantonen via leverbonnen van ijzerpreparaten of de uitslagen van onderzoek. N.v.t. op rosé vleeskalveren. Besluit houders van dieren.
Diergeneesmiddelen
Toediening diergeneesmiddelen gebeurt volgens de bijgeleverde gebruiksvoorschriften (toedieningswijze en duur dosering, wachttijd). Regeling diergeneesmiddelen, Besluit houders van dieren.
Er worden alleen schone en werkende bedrijfseigen hulpmiddelen gebruikt bij het toedienen van diergeneesmiddelen. Indien dierenarts eigen schone hulpmiddelen gebruikt is dit ook toegestaan. Hygiënecode kalverhouderij.
Eventuele niet zichtbare afwijkingen als gevolg van toedienen van diergeneesmiddelen (bv. door een naald) zijn, indien bekend, gemeld aan het slachthuis. Afwijkingen worden gemeld op de afleververklaring met locatie van afwijking plus identificatie dier. IKB Vleeskalveren 2008.
Er is een bedrijfsbehandelplan. Het bedrijfsbehandelplan moet voldoen aan de volgende criteria: - op een duidelijke manier is aangegeven dat het betreffende document bedrijfsbehandelplan heet; - het bedrijfsbehandelplan dient te zijn voorzien van een datum van uitgifte. Besluit houders van dieren.
Er zijn alleen antimicrobiële middelen op het bedrijf aanwezig die staan vermeld in het bedrijfsbehandelplan (BBP) óf er moet een onderbouwing (schriftelijk verslag) aanwezig zijn die door de dierenarts is opgemaakt. Regeling diergeneesmiddelen.
De kalverhouder heeft voorgeschreven UDD-/UDA-diergeneesmiddelen voor de vleeskalveren uitsluitend afgenomen van de dierenarts waarmee hij een overeenkomst heeft gesloten, of van de apotheek van de praktijk van de dierenarts waarmee hij een overeenkomst heeft afgesloten. Indien er bij een spoedgeval een andere dierenarts wordt ingeschakeld, die UDD- / UDA-diergeneesmiddelen afgeeft, moet er een visitebrief aanwezig zijn waarin staat vermeld dat het een spoedconsult betrof. Bovenwettelijke invulling van de Regeling diergeneesmiddelen.
De kalverhouder heeft UDD-diergeneesmiddelen voor de vleeskalveren uitsluitend laten toepassen door de dierenarts waarmee hij een overeenkomst heeft gesloten, of diens vervanger. Onder voorwaarden mogen sommige antibiotica, op voorschrift van de dierenarts, zelf door kalverhouder worden toegepast. Deze voorwaarden zijn minimaal een instructie van de dierenarts (voor tweede keus antibiotica) en / of vermelding in het bedrijfsbehandelplan. Bovenwettelijke invulling van de Regeling diergeneesmiddelen.
Er zijn slechts voor runderen geregistreerde diergeneesmiddelen op het bedrijf aanwezig. Indien sprake is van voorgeschreven middelen volgens de cascaderegeling (incl. buitenlandse diergeneesmiddelen) voor runderen: er is een verklaring van de dierenarts aanwezig voor het toepassen van deze middelen. Indien op het bedrijf meerdere diersoorten worden gehouden mogen diergeneesmiddelen aanwezig zijn die voor deze diersoorten zijn geregistreerd. Deze moeten per diersoort apart worden bewaard. IKB Vleeskalveren 2008, Bovenwettelijke invullingregeling van het Besluit houders van dieren.
De aanwezige URA-diergeneesmiddelen zijn afkomstig van een toegelaten verkoopkanaal. Aantonen met. afleverbonnen. Toegelaten verkoopkanaal: medicijnen zijn afkomstig van de dierenarts zelf, een openbare apotheker of een leverancier met een afleververgunning van gekanaliseerde middelen. Bovenwettelijke invulling van het Besluit houders van dieren en van de Regeling diergeneesmiddelen.
Diergeneesmiddelen zijn in een gesloten kast / ruimte gescheiden van dieren en / of voeders opgeslagen. Kast of ruimte moet met een deur afgesloten of gescheiden zijn. Deze hoeft niet op slot te zijn. In deze kast of ruimte mogen alléén diergeneesmiddelen worden opgeslagen. Hygiënecode kalverhouderij.
Diergeneesmiddelen zijn per diersoort opgeslagen. Diersoort: runderen, varkens, pluimvee, etc. Binnen 1 (koel)kast verschillende compartimenten of planken per diersoort is toegestaan. IKB Vleeskalveren 2008, Bovenwettelijke invulling van het Besluit houders van dieren.
De kalverhouder heeft geen volledige koppelkuur antibiotica op voorraad. Op voorraad: termijn tussen ontvangst koppelkuur en gebruik koppelkuur is maximaal 2 werkdagen. Gebruik is aantoonbaar door recept of/ bezoekersrapportage dierenarts. Bij annulering of wijziging koppelkuur of uitgifte 2 kuren in 1 keer dient de dierenarts waarmee een overeenkomst is getekend in het bezoekersverslag een reden aan te geven. UDD-regeling (Stcrt. 2013, 23390).
De kalverhouder stelt i.s.m. de dierenarts en eventueel vertegenwoordiger van de kalvereigenaar jaarlijks een bedrijfsgezondheidsplan op. Jaarlijks: 1x per kalenderjaar. UDD-regeling.
Het bedrijfsgezondheidsplan is voorzien van de naam en de handtekening van de kalverhouder en de dierenarts en, indien hier sprake van is, de vertegenwoordiger van de kalvereigenaar. UDD-regeling.
Het bedrijfsgezondheidsplan is voorzien van het UBN van het bedrijf. UDD-regeling.
Het bedrijfsgezondheidsplan is voorzien van de datum waarop het bedrijfsgezondheidsplan is opgesteld. UDD-regeling.
Het bedrijfsgezondheidsplan beschrijft welke aspecten van de bedrijfsgezondheid aandachtspunten zijn of verbetermaatregelen nodig hebben. Hierbij worden de volgende aspecten overwogen: – verteringsproblemen tijdens de startperiode; – verteringsproblemen tijdens de mestperiode; – luchtwegaandoeningen tijdens de startperiode; – luchtwegaandoeningen tijdens de mestperiode; – overige aandoeningen die zich op het bedrijf voordoen; – uitval tijdens de startperiode; – uitval tijdens de mestperiode; – groei van de dieren; – achterblijvers of onvolwaardige groei; – medicijngebruik voor individuele behandelingen; – medicijngebruik voor koppelbehandelingen; – vleeskleur; – overige aspecten die relevant zijn voor het bedrijf. Aanvullende bovenwettelijke invulling van de UDD-regeling.
Er is actueel een bedrijfsgezondheidsplan aanwezig. Actueel betekent daterend uit het lopende kalenderjaar of ten minste het voorgaande kalenderjaar. UDD-regeling
De kalverhouder gebruikt geen cefalosporinen voor de behandeling van vleeskalveren. Voorschrift geldt zowel voor individuele behandelingen als koppelbehandelingen. IKB Vleeskalveren 2008.
De kalverhouder heeft geen derde keus middelen antibiotica op het bedrijf op voorraad. Derde keus middelen zijn middelen die zoals genoemd in het document 'Overzicht derde keus middelen' gepubliceerd door de SDa in mei 2012. Op voorraad: termijn tussen ontvangst van een derde keuze middel en het gebruik van het derde keuze middel is maximaal 2 werkdagen. Gebruik is aantoonbaar door recept / bezoekersrapportage dierenarts. Bij annulering / wijziging behandeling: dierenarts waarmee een overeenkomst is getekend dient in bezoekersverslag reden aan te geven. " UDD-regeling.
Bij individuele behandeling (m.i.v. dag 1) na het opzetten van de eerste kalveren van de lopende ronde is ten minste het volgende, per kalf, genoteerd in het logboek: – naam diergeneesmiddel of registratienummer; – Gebruikte hoeveelheid diergeneesmiddel (dosering per dier); – werknummer; – behandeldagen. Het 'Registratieformulier individuele behandelingen'. Dit formulier is te vinden op www.kalversector.nl. Registratie is niet verplicht indien de wachttermijn 0 dagen bedraagt. Werknummer: Of, indien noodzakelijk i.v.m. tracering, ID-code volledig. Bij behandeldagen heeft de kalverhouder de keuze tussen het noteren van de startdatum met het aantal behandeldagen of het noteren van de data van de behandeldagen. Bovenwettelijke invulling van het Besluit houders van dieren en de Regeling diergeneesmiddelen.
Diergeneesmiddelen die verloren gaan op een andere wijze dan door toediening zijn in het logboek geregistreerd. Genoteerd moeten worden: de datum, naam diergeneesmiddel, verloren gegane hoeveelheid en wijze van verloren gaan Regeling diergeneesmiddelen.
Verslagen van dierenartsbezoeken die door de dierenarts worden achtergelaten bij de kalverhouder, worden door de kalverhouder bewaard. Dit mag ook middels een doordruk of een kopie (evt. digitaal). Regeling diergeneesmiddelen.
Overig
Kadavers zijn volgens de geldende regelgeving gemeld bij destructiebedrijf. Geldende regelgeving: Gezondheids- en welzijnswet voor dieren of Wet Dieren. Hygiënecode kalverhouderij, Bovenwettelijke invulling van de Regeling dierlijke bijproducten (wetten.overheid.nl).
Kadavers zijn direct na ontdekken ter destructie aangeboden op de aanbiedingsplaats voor kadavers. Hygiënecode kalverhouderij, Bovenwettelijke invulling van de Regeling dierlijke bijproducten.
Kadaveropslag en aanbiedings-plaats zonder kadavers zijn te allen tijden visueel schoon. Visueel schoon: geen aanwezigheid van dierlijke resten of andere afvalstoffen. Hygiënecode kalverhouderij
Er is een verharde reinigbare aanbiedingsplaats voor kadavers aanwezig. Verhard: klinkers, tegels, asfalt of beton. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s, Bovenwettelijke invulling van de Regeling dierlijke bijproducten.
De aanbiedingsplaats voor kadavers is af te dekken (bv. met de kadaverstolp). Zodanig dat de kadavers niet zichtbaar zijn voor passanten en niet vrij toegankelijk zijn voor vogels, knaagdieren, honden, katten, etc. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s, Bovenwettelijke invulling van de Regeling dierlijke bijproducten.
Restanten van chemicaliën inclusief direct verpakkingsmateriaal worden afgevoerd via de lokale voorzieningen. Chemicaliën: gewasbeschermingsmiddelen, R&O middelen, dierbehandelingsmiddelen, verf, diergeneesmiddelen, enz. Toegestane lokale voorzieningen: afvoer via chemobox, afvoer door afgifte bij gemeentelijke afvalverzamelpunt. Milieuregelgeving (www.ilent.nl), Bovenwettelijke invulling van Verordening (EG) nr. 852/2004.
Op het bedrijf zijn REOB gecertificeerde brandblusmiddelen beschikbaar. De brandblusmiddelen moeten onderhouden worden door REOB gecertificeerde onderhoudsbedrijven voor blusmiddelen. Na iedere onderhoudsbeurt wordt de gele sticker op het brandblusmiddel vervangen. REOB gecertificeerde bedrijven zijn te vinden op: http://cibv.nl/erkende-bedrijven/ of http://www.kiwa.nl/gecertificeerde-bedrijven.aspx. IKB Vleeskalveren 2008.
Bij volledige mechanische ventilatie en afwezigheid mogelijkheid tot natuurlijke ventilatie: Er is een noodstroomaggregaat op het bedrijf aanwezig inclusief werkend alarmsysteem voor stroomuitval. Andere noodvoorziening is ook toegestaan. Besluit houders van dieren.
Calamiteiten en klachten zijn geregistreerd (omschrijving van calamiteit en corrigerende maatregel). Calamiteiten en klachten: uitval ventilatie, brand, water- of bodemvervuiling, achtergebleven naalden, klacht van slachterij over vieze dieren. Hiervoor is een formulier beschikbaar op het bedrijf. Onveilige situaties worden beschreven in Verordening (EG) nr. 178/2002 van 28 januari 2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving. IKB Vleeskalveren 2008.
Bedrijfshygiëne
Voldoende ontsmettingsmiddelen, minimaal halve liter van het middel aanwezig op het bedrijf. Voor de meest actuele lijst van toegelaten ontsmettingsmiddelen (desinfecteermiddelen) voor transportmiddelen wordt verwezen naar de databank van College voor Toelating van Bestrijdingsmiddelen op internet: www.ctbg.nl. Bovenwettelijke invulling van de Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s.
Er is een R&O (Reiniging en Ontsmetting) plaats aanwezig. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s.
De R&O plaats beslaat de gehele lengte van een vervoerseenheid. Vervoerseenheid: uitgaande van een transportmiddel met aanhanger. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s.
Bij de R&O plaats kan voldoende verlicht worden. Onder voldoende verlicht wordt verstaan, zodanig dat te allen tijden R&O uitgevoerd kan worden. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s.
De R&O plaats is zodanig aangelegd dat water en eventueel andere vloeistoffen die bij de reiniging en ontsmetting worden gebruikt, niet in grond- of oppervlakte water terecht kunnen komen. De plaats is voorzien van een zodanige afvoer dat water en eventueel andere vloeistoffen die bij de reiniging en ontsmetting worden gebruikt, niet in het grond- of oppervlaktewater terecht kunnen komen. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s.
Op de R&O plaats kan voldoende water onder druk worden geleverd voor reiniging en ontsmetting van de vervoerseenheid. Er is een werkende hoge druk spuit aanwezig of een werkende pomp die zorgt voor extra waterdruk. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s.
R&O middelen zijn in een gesloten kast of ruimte, apart van dieren, diergeneesmiddelen, gewasbeschermingsmiddelen en voedermiddelen opgeslagen. Bovenwettelijke invulling van Verordening (EG) nr. 852/2004.
Op het bedrijf zijn de aankoop- en afleverbewijzen van R&O middelen aanwezig. Deze voorwaarde is alleen van belang als er geen voorraad R&O middelen aantoonbaar is. Bovenwettelijke invulling van Verordening (EG) nr. 852/2004.
Verbeterplan structureel veel gebruik antibiotica
Kalverhouder dient binnen 3 maanden na de datum genoemd in de berichtgeving dat het bedrijf in de categorie 'Structureel Veelgebruik, fase 1' of 'Structureel Veelgebruik, fase 2' valt een driehoeksoverleg over het BGP te organiseren met de kalverhouder, kalvereigenaar (vertegenwoordiger) en de dierenarts, het bedrijfsgezondheidsplan te vernieuwen en op te sturen naar de CI. Het dossier bevat ten minste: – de opgestelde bedrijfsgezondheidsplannen; – een uitslag van de analyse van een monster uit de melkleiding waaruit blijkt dat minder dan 1.000 kve/ml Enterobacteriacea aanwezig waren in de melkleiding; – de verklaring van de monsternemer dat het monster, behorende bij de bovengenoemde analyse uitslag, op voorgeschreven wijze uit de melkleiding is genomen. Indien van toepassing bevat het dossier: – een of meerdere onderbouwingen voor de antibioticabehandelingen die zijn verstrekt; – bij verstrekking koppelkuur: de verklaring van de dierenarts dat er voldoende individueel is behandeld voordat is overgegaan tot een koppelbehandeling, dan wel dat er sprake is van een progressief ziekteverloop waarbij in de laatste 24 uur sprake was van 4% of meer nieuwe ziektegevallen. IKB Vleeskalveren 2008.
Indien gedurende een aaneengesloten periode van 5 dagen 10% of meer dieren in het koppel ziek wordt, dient de dierenarts een verklaring af te geven dat er voldoende individueel is behandeld en dat een koppelkuur moet worden ingezet. IKB Vleeskalveren 2008.
Indien sprake is van een progressief ziekteverloop waarbij in de laatste 24 uur een toename is van 4% of meer nieuwe ziektegevallen, dient de dierenarts een verklaring af te geven dat er sprake is van een progressief ziekteverloop met een toename van 4% of meer zieke kalveren in de laatste 24 uur. In de bepaling van de toename van het ziekteverloop dienen de kalveren die gedurende deze periode zijn uitgevallen te worden meegenomen. IKB Vleeskalveren 2008.
Bedrijven die meerdere leeftijdsgroepen kalveren houden, dienen binnen 3 maanden na de datum genoemd in de berichtgeving dat het bedrijf in de categorie 'Structureel Veelgebruik, fase 2' valt, nader onderzoek te laten verrichten betreffende (recidiverende) longproblemen. Dit kan door middel van: – een (gepaard) bloedonderzoek van 5 representatieve dieren per leeftijdsgroep, of; – het nemen van neusswabs van 5 representatieve dieren, of; – het laten uitvoeren van sectie bij de Gezondheidsdienst voor Dieren. Onafhankelijk van stal of compartiment. Indien binnen drie maanden geen ziekteverschijnselen worden vertoond, is een verklaring dierenarts over gezondheid koppel verplicht om onderzoek te mogen verschuiven naar eerst volgend moment dat ziekteverschijnselen worden geconstateerd. IKB Vleeskalveren 2008.
Kalverhouder dient binnen 3 maanden na de datum genoemd in de berichtgeving dat het bedrijf in de categorie 'Structureel Veelgebruik, fase 2' valt, een bedrijfsanalyse op te stellen aan de hand van de 'Uitgebreide checklist' en deze op te sturen naar de CI. Deze checklist is te downloaden via www.kalversector.nl. IKB Vleeskalveren 2008.
Transport
Alle aangevoerde in NL geboren nuka's, die niet rechtstreeks van een rundveebedrijf van geboorte zijn aangevoerd, dienen te zijn verzameld op een deelnemend, erkend verzamelcentrum. Alle nuka’s moeten rechtstreeks afkomstig zijn van een Nederlands rundveebedrijf of van een deelnemend, erkend verzamelcentrum. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s
Ieder kalf dient vanaf het moment van opzet tot 3 weken na de opzetdatum gehuisvest te worden in een ruimte met een temperatuur van minimaal 15 °C. De temperatuur in de huisvesting van kalveren tot 3 weken na opzet moet > 15°C is. Indien de buitentemperatuur -5°C of minder bedraagt, dient de temperatuur > 10°C te zijn. Per 200 gehuisveste kalveren moet 1 meting in het midden van een babybox, op hoogte van 25 cm boven een staand kalf verricht worden. Bovenwettelijke invulling van het Besluit houders van dieren.
Alle (deel)koppels met gewicht onder 42 kg dienen tot 2 weken na aanvoer van het kalf 3 maal daags te worden gevoerd (verspreid over een periode van 12 uur of meer). Bovenwettelijke invulling van het Besluit houders van dieren.
Alle personen die bedrijfsmatig op het schone (bedrijfs-) gedeelte en in de stallen – waarin dieren zijn gehuisvest – komen, moeten gebruik maken van de hygiënesluis en schone bedrijfskleding en – schoeisel aantrekken, voordat het schone (bedrijfs-) gedeelte en de stallen betreden worden. Alleen personen behorende bij het transportmiddel, die niet in de stal komen, mogen over het bedrijfsgedeelte van het erf rijden zonder gebruik te maken van de hygiënesluis. Een persoon die bedrijfsmatig het bedrijfsgedeelte betreedt is een ieder die per week meerdere veehouderijbedrijven bezoekt en hierbij ook in de stallen – waarin dieren zijn gehuisvest – komt. Hieronder vallen ook personen die op andere bedrijven in stallen komen (bv. buurman melkveehouder). Bedrijfsgedeelte (zie B007): het gedeelte van het perceel waar zich de kalverhouderij bevindt aangevuld met het gedeelte van het perceel waar verkeer van personen en/of transport van kalveren, voer en materialen tussen stallen / afdelingen plaatsvindt. Dit voorschrift is niet van toepassing voor transporteurs van kalveren. IKB Vleeskalveren 2008.
De hygiënesluis is voorzien van een handenwasgelegenheid met warm en koud-, stromend water, zeep / desinfectans, papieren handdoeken en schoon schoeisel en schone bedrijfseigen kleding. De handenwasgelegenheid bevindt zich bij voorkeur in het schone gedeelte van de hygiënesluis en zo dicht mogelijk bij de fysieke barrière. Bedrijfseigen kleding en – schoeisel zijn bijvoorbeeld overalls, laarzen of klompen. IKB Vleeskalveren 2008.
De kalverhouder reinigt minimaal 1x per 4 weken de melkleiding. Controleer via de registratie van de kalverhouder of de melkleidingen minimaal 1x per 4 weken zijn gereinigd met een reinigingsmiddel. In het geval van rosé start / afmest waarbij het melkleidingsysteem niet gebruikt wordt, hoeft het melkleidingsysteem niet gereinigd te worden. Onder melkleiding wordt verstaan elk systeem waarmee melk aan de kalveren wordt gevoerd, zoals melkleidingsystemen, rijdende mengers, voerslangen en drinkautomaten. Bovenwettelijke invulling van Verordening (EG) nr. 852/2004.
De kalverhouder houdt een register bij van de reinigingsbeurten. In het register staan ten minste de datum en het gebruikte reinigingsmiddel vermeld. Gecontroleerd moet worden of in het register ten minste de datum en het gebruikte reinigingsmiddel genoteerd staan. Bovenwettelijke invulling van Verordening (EG) nr. 852/2004.
Als een kalverhouder kalveren opzet, die al op een ander bedrijf zijn gestart, worden deze kalveren aangevoerd van maximaal 4 verschillende UBN’s. Indien niet aan dit voorschrift kan worden voldaan dient aan het hierop volgend voorschrift te worden voldaan. IKB Vleeskalveren 2008.
Als een kalverhouder kalveren opzet, die al op een ander bedrijf zijn gestart, wordt in 1 compartiment eerder gestarte kalveren van maximaal 2 verschillende UBN's gehuisvest. Een compartiment is een ruimte die door vloer, plafond en wanden / muren van vloer tot plafond gescheiden is van andere ruimtes. Het is toegestaan dat in de wand / muur een deur is aangebracht. Deze deur mag slechts geopend zijn tijdens doorgang, zodat de luchtcirculatie van 1 compartiment niet direct verbonden is met een ander compartiment / ruimte waarin kalveren zijn gehuisvest. Indien niet aan dit voorschrift kan worden voldaan dient aan het vorige voorschrift te worden voldaan. IKB Vleeskalveren 2008.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Titel 3.10. Investeringen voor toegevoegde waarde van visserijproducten

Artikel 3.10.1. Subsidiabele activiteiten

Vervallen

Artikel 3.10.2. Aantal aanvragen

Vervallen

Artikel 3.10.3. Indiening aanvraag tot subsidieverlening

Vervallen

Artikel 3.10.4. Verdeling van het subsidieplafond

Vervallen

Artikel 3.10.5. Hoogte van de subsidie

Vervallen

Artikel 3.10.6. Realisatietermijn

Vervallen

Artikel 3.10.7. Afwijzingsgronden

Vervallen

Artikel 3.10.8. Indiening aanvraag tot subsidievaststelling

Vervallen

Artikel 3.10.9. Vervaltermijn

Vervallen

Hoofdstuk 4. Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling

Titel 3.11. Tijdelijk stopzetten van visserijactiviteiten als gevolg van COVID-19

Paragraaf 4.1.1. Algemene bepalingen

Paragraaf 4.1.1. Algemene bepalingen

Paragraaf 4.1.3. Controles en sancties

Titel 4.2. Kwaliteitsregeling voor de kalfsvleessector

Paragraaf 4.2.1. Algemene bepalingen

Paragraaf 4.2.1. Algemene bepalingen

Paragraaf 4.2.4. Controles en sancties

Hoofdstuk 5. Europees Fonds voor regionale ontwikkeling

Paragraaf 4.3.1. Algemene bepalingen

Paragraaf 4.2.3. Voorschriften inzake de subsidieregeling

Paragraaf 4.3.2. Voorschriften inzake de vleeskalverenhouder

Paragraaf 4.4.3. Controles en sancties

Hoofdstuk 6. Overige bepalingen en slotbepalingen

Bijlage 1. behorende bij artikel 1.9 Regeling Europese EZ-subsidies

Procedure als bedoeld in artikel 140, vijfde lid, van verordening 1303/2013

Verordening 1303/2013 maakt het mogelijk kopieën of volledig digitale documenten te accepteren als bewijsstuk. In deze bijlage worden de in artikel 140, vijfde lid, van verordening 1303/2013 bedoelde procedures vastgesteld voor documenten die in het kader van de uitvoering van deze regeling en verantwoording op grond van verordening 1303/2013 kan worden gebruikt.

1. Typen documenten

De volgende documenten worden als bewijsstukken geaccepteerd:

2. Procedure voor het gebruik van de documenten, bedoeld onder 1, onderdelen a, b en c

De in 1 onder a, b en c bedoelde bewijsstukken zijn geconverteerde documenten of gegevensdragers. Bij conversie van het origineel naar het geconverteerde document of gegevensdrager wordt aan de hieronder vermelde voorwaarden voldaan:

Het in samenhang bezien van de verschillende bewijsstukken strekt er mede toe de authenticiteit van het geconverteerde document of de gegevensdrager te waarborgen en dat hierop voor controledoeleinden kan worden vertrouwd.

Als de conversie op de juiste wijze gebeurt, is het in het kader van de verantwoording, niet meer noodzakelijk de bewijsstukken op de originele gegevensdrager te bewaren. Het geconverteerde bewijsstuk mag na conversie niet meer gewijzigd kunnen worden.

3. Procedure voor het bewaren van stukken die uitsluitend in een elektronische versie bestaan, bedoeld in 1, onderdeel d

Indien een subsidieontvanger gebruik maakt van elektronische documenten waarbij uitsluitend een elektronische versie bestaat, worden de geautomatiseerde systemen voorzien van beheers- en beveiligingsmaatregelen die de betrouwbaarheid, authenticiteit en integriteit van de elektronische gegevens gedurende de gehele vereiste bewaartermijn waarborgen. Het is aan de subsidieontvanger om dit aan te tonen. Voor een tweetal veel voorkomende situaties zijn de voorschriften hieronder uitgewerkt:

Bijlage 2. behorende bij artikel 4.2.2, vijfde lid, Regeling Europese EZ-subsidies

Bestaande voorschriften kwaliteitssysteem kalfsvleessector

Voorschrift Interpretatie Bron
Algemeen
Er is een actuele door de certificerende instantie (hierna: ‘CI’) gewaarmerkte plattegrond van het bedrijf aanwezig. De plattegrond geeft voor zover van toepassing alle ruimten, de perceelgrenzen- en toegangen, bedrijfsgedeelte, de situering silo's (inclusief silonummers), mestopslag, opslag en aanbiedingsplaats destructiemateriaal, medicijnopslag, opslag van reinigings-, desinfectie- en ongediertebestrijdingsmiddelen, aggregaat, hygiënesluis, de gebruikelijke loop- en rijroutes, de afmetingen van de stallen en per stal het aantal afdelingen en aantal hokken en de hoeveelheid kalveren die per hok mogen zijn gehuisvest, gebaseerd op 1,8 m2/kalf aan. Indien het bedrijf nuchtere kalveren (nuka’s) opzet tot max. 15 weken (startbedrijf), dan mag een plattegrond op basis van 1,5 m2/kalf worden opgesteld. De totale hoeveelheid kalveren die op het bedrijf mag worden gehuisvest is eveneens aangegeven. Het bedrijfsgedeelte is het gedeelte van het perceel waar zich de kalverhouderij bevindt aangevuld met het gedeelte van het perceel waar verkeer van personen en/of transport van kalveren, voer en materialen tussen stallen / afdelingen plaatsvindt. De plattegrond is aangepast aan de laatste stand van zaken. IKB Vleeskalveren 2008 (www.Kalversector.nl ).
De rapportages en certificaten van de inspecties van de drie voorgaande jaren zijn beschikbaar. IKB Vleeskalveren 2008, Bovenwettelijke invulling van Verordening(EG) nr. 852/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake levensmiddelenhygiëne.
Hygiëneregels en plattegrond (met bedrijfsgedeelte en looproutes) zijn zichtbaar aanwezig in hygiënesluis voor medewerkers en bezoekers en worden toegepast. Op schrift gestelde hygiëneregels, aanwezig in de hygiënesluis bevatten minimaal de volgende meldingen: alleen beroepsmatige betreding van het deel van het bedrijf waar dieren staan, alleen na omkleden in hygiënesluis betreden van het schone (bedrijfs-) gedeelte, alleen bij toestemming eigenaar is betreding mogelijk, voor betreden melden bij eigenaar. U kunt hiervoor het voorbeeld formulier 'Hygiëneregels Kalverhouderij' gebruiken. Dit formulier is te vinden op www.kalversector.nl. IKB Vleeskalveren 2008.
Het bedrijfseigen personeel is adequaat opgeleid. Geldt alleen voor personeel dat in dienst is. Adequaat: ten minste opleiding op minimaal MBO niveau of 1 jaar werkervaring in de intensieve kalverhouderij, of anders onder verantwoordelijkheid van iemand met genoemde kwalificaties. Arbeidsomstandigheden-wet (wetten.overheid.nl).
Het bedrijf verkeert in goede staat van onderhoud. Heeft betrekking op toegangswegen tot bedrijfsgedeelte, dierverblijven en voerkeuken. Goede staat is: geen lekkages, geen zwaar achterstallig onderhoud, bestrating en/of verharding in redelijke staat (geen kuilen), geen open of loshangende elektrische bedrading. Bijlage 2 van Richtlijn 91/629/EEG tot vaststelling van minimumnormen ter bescherming van kalveren. QS (Quality Scheme for food, www.q-s.de).
Materialen in de stal waar de vleeskalveren mee in aanraking komen, zijn niet schadelijk voor de vleeskalveren en kunnen worden gereinigd en ontsmet. Er mag bijvoorbeeld geen sprake zijn van contact van de vleeskalveren met zware metalen (lood, kwik, cadmium). Bijlage 2 van Richtlijn 91/629/EEG.
Het bedrijf maakt een visueel schoon en opgeruimde indruk. Opgeruimde indruk: geen onnodig aanwezige materialen, maar alleen materialen aanwezig van werkzaamheden van desbetreffende werkdag. Visueel schoon: ten minste geen visueel zichtbare restanten aanwezig op bijvoorbeeld koelkast, weegschaal, bureau etc. De hygiënecode kalverhouderij is opgenomen in de regeling IKB Vleeskalveren gebaseerd op de verordening (EG) nr. 852/2004.
Het bedrijfsgedeelte en de stallen met directe toegang tot de dieren kunnen niet zonder meer betreden worden. Niet zonder meer betreden: bijvoorbeeld door borden met de melding ‘geen vrije toegang tot stallen’ bij de ingang of door linten, kettingen, etc. Zodanig dat geen ongehinderde toegang verschaft kan worden. Hygiënecode kalverhouderij.
Om het principe van schone (bedrijfs-) en vuile (externe) gedeelte op het bedrijf toe te kunnen passen is het noodzakelijk dat: – er een duidelijk zichtbare lijn (of gespannen draad) op vloerhoogte van het erf is geplaatst, zodat verkeer van transportmiddelen niet belemmerd wordt; OF – er een zodanig duidelijke aanduiding aanwezig is dat een bezoeker zich dient te melden, en door de hygiënesluis moet, voordat het schone (bedrijfs-) gedeelte betreden wordt; OF – er een fysieke afscheiding (bijv. sloot, heg of hek) aanwezig is op de grens van het schone (bedrijfs-) en / of vuile (externe) gedeelte. IKB Vleeskalveren 2008, \Bovenwettelijke invulling van Verordening (EG) nr. 852/2004.
Er is een bijgehouden bezoekersregister, per locatie, aanwezig met daarin naam, bedrijfsnaam en datum van bezoek. Bezoekers die de stallen betreden dienen in het register te worden opgenomen. Transporteurs die dieren komen laden of lossen kunnen het register tekenen. Transporteurs dienen in plaats van voormelde gegevens de volgende informatie te noteren in het register: – datum transport; – Naam transportonderneming. Hygiënecode kalverhouderij.
Ongediertebestrijding
Ongedierte wordt geweerd en waar nodig bestreden. Indien overlast van ongedierte aanwezig blijft, is een gediplomeerd ongediertebestrijdingsbedrijf ingeschakeld. Ongedierte: ratten, muizen en vliegen. Hygiënecode kalverhouderij.
Er dient op het bedrijf een plattegrond aanwezig te zijn waarop is aangegeven waar lokdozen en bestrijdings-middelen zich bevinden. Dit voorschrift is niet van toepassing als er geen ongedierte aanwezig is en bestrijding niet uitgevoerd wordt. IKB vleeskalveren 2008.
Er zijn alleen toegestane ongediertebestrijdingsmiddelen aanwezig, die in een gesloten kast en apart van dieren, diergeneesmiddelen en voedermiddelen worden opgeslagen. Toegestane ongediertebestrijdingsmiddelen: de meest actuele lijst van toegelaten ongediertebestrijdingsmiddelen zoals opgenomen in de databank van College voor Toelating van Bestrijdingsmiddelen: www.ctb-wageningen.nl. Hygiënecode kalverhouderij.
Het bestrijdingsmiddel voor ratten en muizen wordt in daarvoor geschikte lokdozen aangeboden. Lokdozen dienen gesloten zijn. Hygiënecode kalverhouderij.
De vleeskalveren hebben geen toegang tot bestrijdingsmiddelen. Hygiënecode kalverhouderij.
Op het bedrijf zijn de aankoop en leverbonnen van alle op het bedrijf aanwezige ongediertebestrijdingsmiddelen aanwezig. Hygiënecode kalverhouderij.
Aan- en afvoer van dieren
Alle aanwezige dieren zijn voorzien van 2 oormerken. 1 oormerk is toegestaan. Als er geen oormerk is, dient de aanvraag tot nieuwe oormerken aanwezig te zijn. Regeling identificatie en registratie van dieren (wetten.overheid.nl).
Kalverhouder kan aantonen dat aangevoerde dieren vrij zijn van besmettelijke veeziekten d.m.v. importdocumenten / gezondheidsverklaring. Bij een I&R blokkade dient kalverhouder de reden aan te geven. Hygiënecode kalverhouderij.
I&R administratie is ten minste 3 jaar bewaard. In deze I&R administratie is elke verplaatsing (zoals geboorte, afvoer, aanvoer, dood, import, etc.) opgenomen. Mag aantoonbaar gemaakt worden via digitaal bedrijfsregister, indien daarin tevens historie van 3 jaar bewaard is. Richtlijn 92/102/EEG van de Raad van 27 november 1992 met betrekking tot de identificatie en de registratie van dieren.
Indien een deelnemende kalverhouder startkalveren opzet, controleert die kalverhouder of in voorkomend geval het toeleverende Nederlandse startbedrijf gecertificeerd is. Controleren via het register van de SKV. M.u.v. opzet startkalveren van buitenlandse startbedrijven. IKB Vleeskalveren 2008.
Indien een kalverhouder startkalveren ontvangt, worden de meegeleverde gegevens m.b.t. diergeneesmiddelen-gebruik meegeleverd en ten minste 1 jaar in de administratie bewaard. Deze gegevens omvatten: – de koppelbehandelingen die bij de ontvangen koppel startkalveren uitgevoerd zijn, en; – de individuele behandelingen die bij de ontvangen koppel startkalveren uitgevoerd zijn. De diergeneesmiddelenregistratie moet herleidbaar zijn tot het herkomstbedrijf en de op het afmestbedrijf aanwezige kalveren. Dit geldt zowel voor binnenlandse als buitenlandse kalveren. Bovenwettelijke invulling van Verordening (EG) nr. 852/2004.
Indien een kalverhouder start-kalveren aflevert aan een vleeskalverhouderij voor verdere opfok, worden gegevens m.b.t. diergenees-middelengebruik bij deze startkalveren meegeleverd. Deze gegevens omvatten: – de koppelbehandelingen die bij de ontvangen koppel startkalveren (blank, rosé) uitgevoerd zijn, en; – de individuele behandelingen die bij de ontvangen koppel startkalveren uitgevoerd zijn. Bovenwettelijke invulling van Verordening (EG) nr. 852/2004.
Voer (installaties)
Indien geen transport van voer in eigen beheer plaatsvindt, dan moet voer zijn getransporteerd door GMP erkende transporteurs. Verklaring aangegeven op aflever / vervoersdocumenten. GMP erkende transporteurs zijn te vinden op www.gmpplus.nl. Code Diervoeder (www.gmpplus.org), Bovenwettelijke invulling Verordening (EG) nr. 852/2004.
Al het aanwezige voer is afkomstig van GMP+ gecertificeerde diervoederleveranciers. Aantonen d.m.v. voerbonnen. GMP+ gecertificeerde diervoederleveranciers zijn te vinden op www.gmpplus.nl. Code Diervoeder.
Bij voerleverantie wordt of een ingangscontrole of een controle vóór vervoedering uitgevoerd, hierbij wordt gelet op de volgende punten: – staat van het voer; – houdbaarheidstermijn. In geval van balen en/of kuilvoer is gecontroleerd (visueel / geur) of er geen broei aanwezig is, voer met broei wordt niet vervoederd. In geval van aanvullende mengvoeders wordt gecontroleerd op dat: – per aangekochte partij het type mengvoeder is aangegeven; – per aangekochte partij de houdbaarheidstermijn zichtbaar is; – per type mengvoeder de gebruiksvoorschriften bekend zijn. Staat van het voer: het product mag geen zichtbare schimmels of niet-voederbestanddelen bevatten. Voer mag niet over de houdbaarheidsdatum zijn. Dit voorschrift is niet van toepassing als de leverancier geen uiteindelijke houdbaarheidstermijn heeft aangegeven. Partijen mengvoerder zijn zodanig opgeslagen dat verschillende type mengvoeders herkenbaar zijn. De gebruiksvoorschriften zijn bekend doordat deze in de administratie zijn opgenomen of op de verpakking van het mengvoeder zijn weergegeven. Code Diervoeder.
Voor baal/kuilvoer zijn uitsluitend toegelaten toevoegingsmiddelen gebruikt. Toegelaten overeenkomstig Verordening (EG) Nr. 1831/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2003 betreffende toevoegings-middelen voor diervoeding. Aan te tonen met afleverbonnen van toevoegingsmiddelen. Hygiënecode kalverhouderij.
De kuil (met gras/maïs) is afgedekt (met uitzondering van het snijvlak). Hygiënecode kalverhouderij.
Voer is volgens voorschriften leverancier opgeslagen. Code Diervoeder.
Voer voor verschillende diersoorten is gescheiden en duidelijk herkenbaar opgeslagen. Diervoeder dat is bestemd voor andere diersoorten mag niet kunnen vermengen met het diervoeder dat is bestemd voor de vleeskalveren. Uitzondering: enkelvoudige voeders die buiten de stallen zijn opgeslagen en voor meerdere diersoorten gebruikt kunnen worden. Code Diervoeder.
Voer is niet in dezelfde ruimte waar dieren verblijven opgeslagen. Werkvoorraad is toegestaan. Code Diervoeder.
Voer is duidelijk gescheiden opgeslagen van chemicaliën. Code Diervoeder.
Opgeslagen voeders zijn goed afgedekt of verpakt of overkapt of overdekt. Indien nodig met aanvullende ongediertebestrijding. Verpakking of afdekking of overkapping of overdekking is in onbeschadigde staat. Opgeslagen voeders zijn zodanig afgedekt of verpakt of afgedekt of bedekt dat verontreiniging met uitwerpselen van ongedierte of vogels zo goed mogelijk wordt voorkomen. Indien er ongedierte aanwezig is, moet ongediertebestrijding worden toegepast. Ongedierte: ratten, muizen en vliegen. Code Diervoeder.
Voerinstallaties en waterinstallaties zijn in goede staat van onderhoud. Geen lekkende slangen en / of gebroken kettingen e.d. en geen visueel aanwezige aangekoekte resten van voer of medicijnen. Besluit houders van dieren (wetten.overheid.nl).
Er is geen beschimmeld voer aanwezig in de dierverblijven. Code Diervoeder.
Indien middelen aan het voer zijn toegevoegd, is dit gedaan conform adviezen van leverancier van de toevoegingsmiddelen. Advies leverancier van de toevoegingsmiddelen is aanwezig op het bedrijf. Code Diervoeder.
Het rantsoen bevat ten minste 50 gram vezelhoudend droog-voer per dag per dier van 8 tot 20 weken oud. Het rantsoen bevat ten minste 250 gram vezelhoudend voer per dag per dier vanaf 20 weken oud. Vezelhoudend voer: ruwvoer (maïsproducten, hooi, stro, etc.). Krachtvoer dat vezels bevat mag worden gerekend als vezelhoudend droogvoer. Hierbij moet worden uitgegaan van het gewicht van het verstrekte krachtvoer. Besluit houders van dieren.
Bij beperkte voedering is de voerbaklengte per kalf minimaal 0,40 meter. Besluit houders van dieren.
Bij onbeperkte voedering is het mogelijk dat ten minste 3 dieren tegelijk eten. Minimale voerbaklengte van 1.20m. Besluit houders van dieren.
Alle kalveren krijgen ten minste 2 maal per dag voer en kalveren in groepshokken moeten allemaal tegelijk kunnen eten. N.v.t. bij ad libitum voedering of via automatisch voedersysteem. Besluit houders van dieren.
Alle middelen die, naast voer en diergeneesmiddelen, worden toegediend voldoen aan GMP+, hebben een RegNL nummer of zijn toegelaten homeopathische middelen. Ook enkelvoudig voor humaan gebruik toegelaten homeopathische middelen zijn toegestaan. Toegelaten homeopathische middelen zijn te vinden op: https://www.cbg-meb.nl/dieren IKB Vleeskalveren 2008.
Medicijnmenger verkeert in goede staat van onderhoud. Geen lekkende slangen en / of buizen e.d. en geen visueel aanwezige aangekoekte resten van medicijnen. IKB Vleeskalveren 2008.
Afleverbewijzen van voer en toevoegingsmiddelen van de afgelopen 5 jaar zijn aanwezig. Code Diervoeder.
De dieren hebben onbeperkt de beschikking over drinkwater. Niet noodzakelijk indien melkvoedering wordt gegeven. Bij warm weer (buitentemp > 25˚C) en voor zieke kalveren dient altijd vers drinkwater beschikbaar te zijn en moet het altijd mogelijk zijn om extra watergift te geven. Besluit houders van dieren.
De aan-, afvoer of sterfte van dieren wordt binnen 24 uur na aan-, afvoer of sterfte in het I&R-systeem gemeld. Alle meldingen moeten correct zijn gedaan in het I&R systeem. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s (www.wetten.overheid.nl)
Gewasbeschermingsmiddelen
Er zijn alleen toegestane gewasbeschermingsmiddelen gebruikt. Toegestaan volgens de databank van College voor Toelating van Bestrijdingsmiddelen (CTB) (www.ctb-wageningen.nl). Aan te tonen met afleverbonnen. Hygiënecode kalverhouderij.
Gewasbeschermingsmiddelen zijn, indien aanwezig, in een gesloten kast of ruimte, apart van dieren, diergeneesmiddelen, R&O middelen en voedermiddelen opgeslagen. Hygiënecode kalverhouderij.
Wachttijden van gewasbeschermingsmiddelen zijn in acht genomen. Moet aantoonbaar gemaakt worden aan de hand van de perceeladministratie Hygiënecode kalverhouderij, Bovenwettelijke invulling van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden (www.wetten.overheid.nl).
Aankoop en leverbonnen van gewasbeschermingsmiddelen zijn in de administratie opgenomen. Hygiënecode kalverhouderij.
Huisvesting
In de ruimte waar vleeskalveren gehuisvest zijn, worden geen andere landbouwhuisdieren dan runderen gehouden. Vleesvee, fokkalveren etc. behoren ook tot de categorie 'andere landbouwhuisdieren'. IKB Vleeskalveren 2008.
De stallen / dierverblijven worden geventileerd. Besluit houders van dieren.
De stal is voorzien van licht doorlatende delen die ten minste 2% van het vloeroppervlak van de stal beslaan. Lichtdoorlatend materiaal is schoon. Alle oppervlaktes / delen die licht doorlaten worden meegerekend, tenzij de normale afsluitwijze van dit deel (deur / luik / gordijn) niet lichtdoorlatend is. Delen moeten gelijkmatig over de stal verspreid zijn. Besluit houders van dieren.
Het mestopvangsysteem in de dierverblijven is zodanig dat kalveren schoon blijven. Besluit houders van dieren.
Zieke en gewonde kalveren kunnen indien nodig worden geïsoleerd in adequate lokalen (eenlingbox/ ziekenbox) met indien nodig droog en comfortabel strooisel. De vereiste ruimte beslaat minimaal 1 procent van de kalverplaatsen, met een minimum van 1 plaats. Indien ruimte niet standaard aanwezig is, maar gecreëerd wordt, dan moet dit aantoonbaar zijn. Besluit houders van dieren.
Dierruimtes, voerruimtes, voerkeukens e.d. zijn visueel schoon. Besluit houders van dieren.
Eenlingboxen worden alleen gebruikt voor kalveren niet ouder dan 8 weken of als ziekenboxen op voorschrift van een dierenarts. Niet van toepassing als een dierenarts heeft verklaard dat het kalf in verband met zijn gezondheid of gedrag moet worden geïsoleerd om te worden behandeld. Besluit houders van dieren.
De breedte van de eenlingboxen is minimaal gelijk aan de schofthoogte van het kalf. De schofthoogte wordt gemeten terwijl het kalf rechtop staat. Besluit houders van dieren.
De lengte van een eenlingbox is ten minste 1,1 maal de lengte van het kalf. De lengte van het kalf wordt gemeten van de neuspunt tot aan de achterkant van de zitbeenknobbel. Besluit houders van dieren.
De zijwanden van een eenlingbox zijn opengewerkt zodanig dat dieren elkaar kunnen zien en aanraken. Niet van toepassing op eenlingboxen voor zieke dieren. Besluit houders van dieren.
Indien niet in eenlingboxen gehuisvest is het vloeroppervlak per kalf (levend gewicht) minimaal: bij gewicht < 150 kg: 1,5 m2; bij gewicht > 150 kg; 1,8 m2. Besluit houders van dieren.
Kalveren moeten kunnen liggen op een vloer die is ingestrooid of is voorzien van een kunststof mat, houten latten rooster of rubber toplaag. Voor rosé stierkalveren geldt dit voorschrift tot een leeftijd van 2 maanden. Besluit houders van dieren.
De vloeren zijn stroef, zonder scherpe uitsteeksels. Besluit houders van dieren.
Er is verlichting in de stal aanwezig om de vleeskalveren te allen tijde te kunnen inspecteren. De verlichting moet van zodanige sterkte zijn dat de vleeskalveren goed te zien zijn. Besluit houders van dieren.
Er zijn geen scherpe randen of scherpe uitsteeksels aanwezig in de stallen en/of dierverblijven die kalveren kunnen verwonden (geldt ook voor hekken en wanden die gebruikt worden bij het verplaatsen van de kalveren). Richtlijn 98/58/EG van de Raad van 20 juli 1998 inzake de bescherming van voor landbouwdoeleinden gehouden dieren.
Diergezondheid
Voor de bewaking van de gezondheid van de dieren is een overeenkomst gesloten met een door Geborgde Vleeskalverendierenarts gecertificeerde dierenarts en deze overeenkomst is inzichtelijk via InfoKalf (https://infokalf.skv.info) Kalverhouder heeft met de dierenarts de Overeenkomst kalverhouder, kalvereigenaar en Geborgde Vleeskalverendierenarts (conform Bijlage I van het Reglement Geborgde Vleeskalverendierenarts) gesloten. Er mag slechts één overeenkomst per diersoort, per UBN afgesloten worden. De overeenkomst is digitaal inzichtelijk via InfoKalf. Regeling diergeneesmiddelen (www.overheid.nl).
De kalverhouder heeft ervoor gezorgd dat de dierenarts minimaal 1 maal per kwartaal het bedrijf bezoekt. Het is ook toegestaan om 2x per half jaar de dierenarts het bedrijf te laten bezoeken. Voor een klinische inspectie en bedrijfsbegeleiding (op grond van bijvoorbeeld productiegegevens, AM en PM keuringsresultaten). Aan te tonen door bezoekersrapportage dierenarts. Regeling diergeneesmiddelen.
Zieke dieren zijn, indien nodig, ondergebracht in ruimte voor zieke en gewonde dieren. Ruimte voldoet aan voorwaarden huisvesting. Zieke dieren zijn op verklaring dierenarts (bezoekrapportage), dieren met zware kreupelheden, dieren met zware verwondingen en sterk verzwakte dieren als gevolg van ziekte of anderszins. Besluit houders van dieren.
De kalverhouder bewaakt het hemoglobinegehalte van de blanke vleeskalveren. Bewaken kan door bloedonderzoeken en/of toediening van ijzer. Deelnemer kan dit schriftelijk aantonen via leverbonnen van ijzerpreparaten of de uitslagen van onderzoek. N.v.t. op rosé vleeskalveren. Besluit houders van dieren.
Diergeneesmiddelen
Toediening diergeneesmiddelen gebeurt volgens de bijgeleverde gebruiksvoorschriften (toedieningswijze en duur dosering, wachttijd). Regeling diergeneesmiddelen, Besluit houders van dieren.
Er worden alleen schone en werkende bedrijfseigen hulpmiddelen gebruikt bij het toedienen van diergeneesmiddelen. Indien dierenarts eigen schone hulpmiddelen gebruikt is dit ook toegestaan. Hygiënecode kalverhouderij.
Eventuele niet zichtbare afwijkingen als gevolg van toedienen van diergeneesmiddelen (bv. door een naald) zijn, indien bekend, gemeld aan het slachthuis. Afwijkingen worden gemeld op de afleververklaring met locatie van afwijking plus identificatie dier. IKB Vleeskalveren 2008.
Er is een bedrijfsbehandelplan. Het bedrijfsbehandelplan moet voldoen aan de volgende criteria: - op een duidelijke manier is aangegeven dat het betreffende document bedrijfsbehandelplan heet; - het bedrijfsbehandelplan dient te zijn voorzien van een datum van uitgifte. Besluit houders van dieren.
Er zijn alleen antimicrobiële middelen op het bedrijf aanwezig die staan vermeld in het bedrijfsbehandelplan (BBP) óf er moet een onderbouwing (schriftelijk verslag) aanwezig zijn die door de dierenarts is opgemaakt. Regeling diergeneesmiddelen.
De kalverhouder heeft voorgeschreven UDD-/UDA-diergeneesmiddelen voor de vleeskalveren uitsluitend afgenomen van de dierenarts waarmee hij een overeenkomst heeft gesloten, of van de apotheek van de praktijk van de dierenarts waarmee hij een overeenkomst heeft afgesloten. Indien er bij een spoedgeval een andere dierenarts wordt ingeschakeld, die UDD- / UDA-diergeneesmiddelen afgeeft, moet er een visitebrief aanwezig zijn waarin staat vermeld dat het een spoedconsult betrof. Bovenwettelijke invulling van de Regeling diergeneesmiddelen.
De kalverhouder heeft UDD-diergeneesmiddelen voor de vleeskalveren uitsluitend laten toepassen door de dierenarts waarmee hij een overeenkomst heeft gesloten, of diens vervanger. Onder voorwaarden mogen sommige antibiotica, op voorschrift van de dierenarts, zelf door kalverhouder worden toegepast. Deze voorwaarden zijn minimaal een instructie van de dierenarts (voor tweede keus antibiotica) en / of vermelding in het bedrijfsbehandelplan. Bovenwettelijke invulling van de Regeling diergeneesmiddelen.
Er zijn slechts voor runderen geregistreerde diergeneesmiddelen op het bedrijf aanwezig. Indien sprake is van voorgeschreven middelen volgens de cascaderegeling (incl. buitenlandse diergeneesmiddelen) voor runderen: er is een verklaring van de dierenarts aanwezig voor het toepassen van deze middelen. Indien op het bedrijf meerdere diersoorten worden gehouden mogen diergeneesmiddelen aanwezig zijn die voor deze diersoorten zijn geregistreerd. Deze moeten per diersoort apart worden bewaard. IKB Vleeskalveren 2008, Bovenwettelijke invullingregeling van het Besluit houders van dieren.
De aanwezige URA-diergeneesmiddelen zijn afkomstig van een toegelaten verkoopkanaal. Aantonen met. afleverbonnen. Toegelaten verkoopkanaal: medicijnen zijn afkomstig van de dierenarts zelf, een openbare apotheker of een leverancier met een afleververgunning van gekanaliseerde middelen. Bovenwettelijke invulling van het Besluit houders van dieren en van de Regeling diergeneesmiddelen.
Diergeneesmiddelen zijn in een gesloten kast / ruimte gescheiden van dieren en / of voeders opgeslagen. Kast of ruimte moet met een deur afgesloten of gescheiden zijn. Deze hoeft niet op slot te zijn. In deze kast of ruimte mogen alléén diergeneesmiddelen worden opgeslagen. Hygiënecode kalverhouderij.
Diergeneesmiddelen zijn per diersoort opgeslagen. Diersoort: runderen, varkens, pluimvee, etc. Binnen 1 (koel)kast verschillende compartimenten of planken per diersoort is toegestaan. IKB Vleeskalveren 2008, Bovenwettelijke invulling van het Besluit houders van dieren.
De kalverhouder heeft geen volledige koppelkuur antibiotica op voorraad. Op voorraad: termijn tussen ontvangst koppelkuur en gebruik koppelkuur is maximaal 2 werkdagen. Gebruik is aantoonbaar door recept of/ bezoekersrapportage dierenarts. Bij annulering of wijziging koppelkuur of uitgifte 2 kuren in 1 keer dient de dierenarts waarmee een overeenkomst is getekend in het bezoekersverslag een reden aan te geven. UDD-regeling (Stcrt. 2013, 23390).
De kalverhouder stelt i.s.m. de dierenarts en eventueel vertegenwoordiger van de kalvereigenaar jaarlijks een bedrijfsgezondheidsplan op. Jaarlijks: 1x per kalenderjaar. UDD-regeling.
Het bedrijfsgezondheidsplan is voorzien van de naam en de handtekening van de kalverhouder en de dierenarts en, indien hier sprake van is, de vertegenwoordiger van de kalvereigenaar. UDD-regeling.
Het bedrijfsgezondheidsplan is voorzien van het UBN van het bedrijf. UDD-regeling.
Het bedrijfsgezondheidsplan is voorzien van de datum waarop het bedrijfsgezondheidsplan is opgesteld. UDD-regeling.
Het bedrijfsgezondheidsplan beschrijft welke aspecten van de bedrijfsgezondheid aandachtspunten zijn of verbetermaatregelen nodig hebben. Hierbij worden de volgende aspecten overwogen: – verteringsproblemen tijdens de startperiode; – verteringsproblemen tijdens de mestperiode; – luchtwegaandoeningen tijdens de startperiode; – luchtwegaandoeningen tijdens de mestperiode; – overige aandoeningen die zich op het bedrijf voordoen; – uitval tijdens de startperiode; – uitval tijdens de mestperiode; – groei van de dieren; – achterblijvers of onvolwaardige groei; – medicijngebruik voor individuele behandelingen; – medicijngebruik voor koppelbehandelingen; – vleeskleur; – overige aspecten die relevant zijn voor het bedrijf. Aanvullende bovenwettelijke invulling van de UDD-regeling.
Er is actueel een bedrijfsgezondheidsplan aanwezig. Actueel betekent daterend uit het lopende kalenderjaar of ten minste het voorgaande kalenderjaar. UDD-regeling
De kalverhouder gebruikt geen cefalosporinen voor de behandeling van vleeskalveren. Voorschrift geldt zowel voor individuele behandelingen als koppelbehandelingen. IKB Vleeskalveren 2008.
De kalverhouder heeft geen derde keus middelen antibiotica op het bedrijf op voorraad. Derde keus middelen zijn middelen die zoals genoemd in het document 'Overzicht derde keus middelen' gepubliceerd door de SDa in mei 2012. Op voorraad: termijn tussen ontvangst van een derde keuze middel en het gebruik van het derde keuze middel is maximaal 2 werkdagen. Gebruik is aantoonbaar door recept / bezoekersrapportage dierenarts. Bij annulering / wijziging behandeling: dierenarts waarmee een overeenkomst is getekend dient in bezoekersverslag reden aan te geven. " UDD-regeling.
Bij individuele behandeling (m.i.v. dag 1) na het opzetten van de eerste kalveren van de lopende ronde is ten minste het volgende, per kalf, genoteerd in het logboek: – naam diergeneesmiddel of registratienummer; – Gebruikte hoeveelheid diergeneesmiddel (dosering per dier); – werknummer; – behandeldagen. Het 'Registratieformulier individuele behandelingen'. Dit formulier is te vinden op www.kalversector.nl. Registratie is niet verplicht indien de wachttermijn 0 dagen bedraagt. Werknummer: Of, indien noodzakelijk i.v.m. tracering, ID-code volledig. Bij behandeldagen heeft de kalverhouder de keuze tussen het noteren van de startdatum met het aantal behandeldagen of het noteren van de data van de behandeldagen. Bovenwettelijke invulling van het Besluit houders van dieren en de Regeling diergeneesmiddelen.
Diergeneesmiddelen die verloren gaan op een andere wijze dan door toediening zijn in het logboek geregistreerd. Genoteerd moeten worden: de datum, naam diergeneesmiddel, verloren gegane hoeveelheid en wijze van verloren gaan Regeling diergeneesmiddelen.
Verslagen van dierenartsbezoeken die door de dierenarts worden achtergelaten bij de kalverhouder, worden door de kalverhouder bewaard. Dit mag ook middels een doordruk of een kopie (evt. digitaal). Regeling diergeneesmiddelen.
Overig
Kadavers zijn volgens de geldende regelgeving gemeld bij destructiebedrijf. Geldende regelgeving: Gezondheids- en welzijnswet voor dieren of Wet Dieren. Hygiënecode kalverhouderij, Bovenwettelijke invulling van de Regeling dierlijke bijproducten (wetten.overheid.nl).
Kadavers zijn direct na ontdekken ter destructie aangeboden op de aanbiedingsplaats voor kadavers. Hygiënecode kalverhouderij, Bovenwettelijke invulling van de Regeling dierlijke bijproducten.
Kadaveropslag en aanbiedings-plaats zonder kadavers zijn te allen tijden visueel schoon. Visueel schoon: geen aanwezigheid van dierlijke resten of andere afvalstoffen. Hygiënecode kalverhouderij
Er is een verharde reinigbare aanbiedingsplaats voor kadavers aanwezig. Verhard: klinkers, tegels, asfalt of beton. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s, Bovenwettelijke invulling van de Regeling dierlijke bijproducten.
De aanbiedingsplaats voor kadavers is af te dekken (bv. met de kadaverstolp). Zodanig dat de kadavers niet zichtbaar zijn voor passanten en niet vrij toegankelijk zijn voor vogels, knaagdieren, honden, katten, etc. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s, Bovenwettelijke invulling van de Regeling dierlijke bijproducten.
Restanten van chemicaliën inclusief direct verpakkingsmateriaal worden afgevoerd via de lokale voorzieningen. Chemicaliën: gewasbeschermingsmiddelen, R&O middelen, dierbehandelingsmiddelen, verf, diergeneesmiddelen, enz. Toegestane lokale voorzieningen: afvoer via chemobox, afvoer door afgifte bij gemeentelijke afvalverzamelpunt. Milieuregelgeving (www.ilent.nl), Bovenwettelijke invulling van Verordening (EG) nr. 852/2004.
Op het bedrijf zijn REOB gecertificeerde brandblusmiddelen beschikbaar. De brandblusmiddelen moeten onderhouden worden door REOB gecertificeerde onderhoudsbedrijven voor blusmiddelen. Na iedere onderhoudsbeurt wordt de gele sticker op het brandblusmiddel vervangen. REOB gecertificeerde bedrijven zijn te vinden op: http://cibv.nl/erkende-bedrijven/ of http://www.kiwa.nl/gecertificeerde-bedrijven.aspx. IKB Vleeskalveren 2008.
Bij volledige mechanische ventilatie en afwezigheid mogelijkheid tot natuurlijke ventilatie: Er is een noodstroomaggregaat op het bedrijf aanwezig inclusief werkend alarmsysteem voor stroomuitval. Andere noodvoorziening is ook toegestaan. Besluit houders van dieren.
Calamiteiten en klachten zijn geregistreerd (omschrijving van calamiteit en corrigerende maatregel). Calamiteiten en klachten: uitval ventilatie, brand, water- of bodemvervuiling, achtergebleven naalden, klacht van slachterij over vieze dieren. Hiervoor is een formulier beschikbaar op het bedrijf. Onveilige situaties worden beschreven in Verordening (EG) nr. 178/2002 van 28 januari 2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving. IKB Vleeskalveren 2008.
Bedrijfshygiëne
Voldoende ontsmettingsmiddelen, minimaal halve liter van het middel aanwezig op het bedrijf. Voor de meest actuele lijst van toegelaten ontsmettingsmiddelen (desinfecteermiddelen) voor transportmiddelen wordt verwezen naar de databank van College voor Toelating van Bestrijdingsmiddelen op internet: www.ctbg.nl. Bovenwettelijke invulling van de Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s.
Er is een R&O (Reiniging en Ontsmetting) plaats aanwezig. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s.
De R&O plaats beslaat de gehele lengte van een vervoerseenheid. Vervoerseenheid: uitgaande van een transportmiddel met aanhanger. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s.
Bij de R&O plaats kan voldoende verlicht worden. Onder voldoende verlicht wordt verstaan, zodanig dat te allen tijden R&O uitgevoerd kan worden. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s.
De R&O plaats is zodanig aangelegd dat water en eventueel andere vloeistoffen die bij de reiniging en ontsmetting worden gebruikt, niet in grond- of oppervlakte water terecht kunnen komen. De plaats is voorzien van een zodanige afvoer dat water en eventueel andere vloeistoffen die bij de reiniging en ontsmetting worden gebruikt, niet in het grond- of oppervlaktewater terecht kunnen komen. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s.
Op de R&O plaats kan voldoende water onder druk worden geleverd voor reiniging en ontsmetting van de vervoerseenheid. Er is een werkende hoge druk spuit aanwezig of een werkende pomp die zorgt voor extra waterdruk. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s.
R&O middelen zijn in een gesloten kast of ruimte, apart van dieren, diergeneesmiddelen, gewasbeschermingsmiddelen en voedermiddelen opgeslagen. Bovenwettelijke invulling van Verordening (EG) nr. 852/2004.
Op het bedrijf zijn de aankoop- en afleverbewijzen van R&O middelen aanwezig. Deze voorwaarde is alleen van belang als er geen voorraad R&O middelen aantoonbaar is. Bovenwettelijke invulling van Verordening (EG) nr. 852/2004.
Verbeterplan structureel veel gebruik antibiotica
Kalverhouder dient binnen 3 maanden na de datum genoemd in de berichtgeving dat het bedrijf in de categorie 'Structureel Veelgebruik, fase 1' of 'Structureel Veelgebruik, fase 2' valt een driehoeksoverleg over het BGP te organiseren met de kalverhouder, kalvereigenaar (vertegenwoordiger) en de dierenarts, het bedrijfsgezondheidsplan te vernieuwen en op te sturen naar de CI. Het dossier bevat ten minste: – de opgestelde bedrijfsgezondheidsplannen; – een uitslag van de analyse van een monster uit de melkleiding waaruit blijkt dat minder dan 1.000 kve/ml Enterobacteriacea aanwezig waren in de melkleiding; – de verklaring van de monsternemer dat het monster, behorende bij de bovengenoemde analyse uitslag, op voorgeschreven wijze uit de melkleiding is genomen. Indien van toepassing bevat het dossier: – een of meerdere onderbouwingen voor de antibioticabehandelingen die zijn verstrekt; – bij verstrekking koppelkuur: de verklaring van de dierenarts dat er voldoende individueel is behandeld voordat is overgegaan tot een koppelbehandeling, dan wel dat er sprake is van een progressief ziekteverloop waarbij in de laatste 24 uur sprake was van 4% of meer nieuwe ziektegevallen. IKB Vleeskalveren 2008.
Indien gedurende een aaneengesloten periode van 5 dagen 10% of meer dieren in het koppel ziek wordt, dient de dierenarts een verklaring af te geven dat er voldoende individueel is behandeld en dat een koppelkuur moet worden ingezet. IKB Vleeskalveren 2008.
Indien sprake is van een progressief ziekteverloop waarbij in de laatste 24 uur een toename is van 4% of meer nieuwe ziektegevallen, dient de dierenarts een verklaring af te geven dat er sprake is van een progressief ziekteverloop met een toename van 4% of meer zieke kalveren in de laatste 24 uur. In de bepaling van de toename van het ziekteverloop dienen de kalveren die gedurende deze periode zijn uitgevallen te worden meegenomen. IKB Vleeskalveren 2008.
Bedrijven die meerdere leeftijdsgroepen kalveren houden, dienen binnen 3 maanden na de datum genoemd in de berichtgeving dat het bedrijf in de categorie 'Structureel Veelgebruik, fase 2' valt, nader onderzoek te laten verrichten betreffende (recidiverende) longproblemen. Dit kan door middel van: – een (gepaard) bloedonderzoek van 5 representatieve dieren per leeftijdsgroep, of; – het nemen van neusswabs van 5 representatieve dieren, of; – het laten uitvoeren van sectie bij de Gezondheidsdienst voor Dieren. Onafhankelijk van stal of compartiment. Indien binnen drie maanden geen ziekteverschijnselen worden vertoond, is een verklaring dierenarts over gezondheid koppel verplicht om onderzoek te mogen verschuiven naar eerst volgend moment dat ziekteverschijnselen worden geconstateerd. IKB Vleeskalveren 2008.
Kalverhouder dient binnen 3 maanden na de datum genoemd in de berichtgeving dat het bedrijf in de categorie 'Structureel Veelgebruik, fase 2' valt, een bedrijfsanalyse op te stellen aan de hand van de 'Uitgebreide checklist' en deze op te sturen naar de CI. Deze checklist is te downloaden via www.kalversector.nl. IKB Vleeskalveren 2008.
Transport
Alle aangevoerde in NL geboren nuka's, die niet rechtstreeks van een rundveebedrijf van geboorte zijn aangevoerd, dienen te zijn verzameld op een deelnemend, erkend verzamelcentrum. Alle nuka’s moeten rechtstreeks afkomstig zijn van een Nederlands rundveebedrijf of van een deelnemend, erkend verzamelcentrum. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s
Ieder kalf dient vanaf het moment van opzet tot 3 weken na de opzetdatum gehuisvest te worden in een ruimte met een temperatuur van minimaal 15 °C. De temperatuur in de huisvesting van kalveren tot 3 weken na opzet moet > 15°C is. Indien de buitentemperatuur -5°C of minder bedraagt, dient de temperatuur > 10°C te zijn. Per 200 gehuisveste kalveren moet 1 meting in het midden van een babybox, op hoogte van 25 cm boven een staand kalf verricht worden. Bovenwettelijke invulling van het Besluit houders van dieren.
Alle (deel)koppels met gewicht onder 42 kg dienen tot 2 weken na aanvoer van het kalf 3 maal daags te worden gevoerd (verspreid over een periode van 12 uur of meer). Bovenwettelijke invulling van het Besluit houders van dieren.
Alle personen die bedrijfsmatig op het schone (bedrijfs-) gedeelte en in de stallen – waarin dieren zijn gehuisvest – komen, moeten gebruik maken van de hygiënesluis en schone bedrijfskleding en – schoeisel aantrekken, voordat het schone (bedrijfs-) gedeelte en de stallen betreden worden. Alleen personen behorende bij het transportmiddel, die niet in de stal komen, mogen over het bedrijfsgedeelte van het erf rijden zonder gebruik te maken van de hygiënesluis. Een persoon die bedrijfsmatig het bedrijfsgedeelte betreedt is een ieder die per week meerdere veehouderijbedrijven bezoekt en hierbij ook in de stallen – waarin dieren zijn gehuisvest – komt. Hieronder vallen ook personen die op andere bedrijven in stallen komen (bv. buurman melkveehouder). Bedrijfsgedeelte (zie B007): het gedeelte van het perceel waar zich de kalverhouderij bevindt aangevuld met het gedeelte van het perceel waar verkeer van personen en/of transport van kalveren, voer en materialen tussen stallen / afdelingen plaatsvindt. Dit voorschrift is niet van toepassing voor transporteurs van kalveren. IKB Vleeskalveren 2008.
De hygiënesluis is voorzien van een handenwasgelegenheid met warm en koud-, stromend water, zeep / desinfectans, papieren handdoeken en schoon schoeisel en schone bedrijfseigen kleding. De handenwasgelegenheid bevindt zich bij voorkeur in het schone gedeelte van de hygiënesluis en zo dicht mogelijk bij de fysieke barrière. Bedrijfseigen kleding en – schoeisel zijn bijvoorbeeld overalls, laarzen of klompen. IKB Vleeskalveren 2008.
De kalverhouder reinigt minimaal 1x per 4 weken de melkleiding. Controleer via de registratie van de kalverhouder of de melkleidingen minimaal 1x per 4 weken zijn gereinigd met een reinigingsmiddel. In het geval van rosé start / afmest waarbij het melkleidingsysteem niet gebruikt wordt, hoeft het melkleidingsysteem niet gereinigd te worden. Onder melkleiding wordt verstaan elk systeem waarmee melk aan de kalveren wordt gevoerd, zoals melkleidingsystemen, rijdende mengers, voerslangen en drinkautomaten. Bovenwettelijke invulling van Verordening (EG) nr. 852/2004.
De kalverhouder houdt een register bij van de reinigingsbeurten. In het register staan ten minste de datum en het gebruikte reinigingsmiddel vermeld. Gecontroleerd moet worden of in het register ten minste de datum en het gebruikte reinigingsmiddel genoteerd staan. Bovenwettelijke invulling van Verordening (EG) nr. 852/2004.
Als een kalverhouder kalveren opzet, die al op een ander bedrijf zijn gestart, worden deze kalveren aangevoerd van maximaal 4 verschillende UBN’s. Indien niet aan dit voorschrift kan worden voldaan dient aan het hierop volgend voorschrift te worden voldaan. IKB Vleeskalveren 2008.
Als een kalverhouder kalveren opzet, die al op een ander bedrijf zijn gestart, wordt in 1 compartiment eerder gestarte kalveren van maximaal 2 verschillende UBN's gehuisvest. Een compartiment is een ruimte die door vloer, plafond en wanden / muren van vloer tot plafond gescheiden is van andere ruimtes. Het is toegestaan dat in de wand / muur een deur is aangebracht. Deze deur mag slechts geopend zijn tijdens doorgang, zodat de luchtcirculatie van 1 compartiment niet direct verbonden is met een ander compartiment / ruimte waarin kalveren zijn gehuisvest. Indien niet aan dit voorschrift kan worden voldaan dient aan het vorige voorschrift te worden voldaan. IKB Vleeskalveren 2008.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Titel 4.3. Welzijnsvriendelijke stalvloeren voor vleeskalveren

Artikel 4.3.1. Begripsbepalingen

Vervallen

Paragraaf 4.3.1. Algemene bepalingen

Artikel 4.3.2. Subsidieaanvraag en hoogte subsidie

Vervallen

Artikel 4.3.3. Absolute afwijzingsgronden

Vervallen

Artikel 4.3.4. Subsidieplafond en verdeling

Vervallen

Artikel 4.3.5. Rangschikkingscriteria

Vervallen

Artikel 4.3.6. Niet-subsidiabele kosten

Vervallen

Artikel 4.3.7. Realisatietermijn

Vervallen

Artikel 4.3.8. Indienen aanvraag subsidievaststelling

Vervallen

Paragraaf 4.3.3. Controles en sancties

Artikel 4.3.9. Onregelmatigheden, controles en sancties

Vervallen

Artikel 4.3.10. Vervaldatum

Vervallen

Titel 4.4. Ammoniakreductie in stallen voor vleeskalveren

Artikel 4.4.1. Begripsbepalingen

Vervallen

Paragraaf 4.4.1. Algemene bepalingen

Artikel 4.4.2. Subsidieaanvraag en hoogte subsidie

Vervallen

Artikel 4.4.3. Absolute afwijzingsgronden

Vervallen

Artikel 4.4.4. Subsidieplafond en verdeling

Vervallen

Artikel 4.4.5. Rangschikkingscriteria

Vervallen

Artikel 4.4.6. Niet-subsidiabele kosten

Vervallen

Artikel 4.4.7. Realisatietermijn

Vervallen

Artikel 4.4.8. Indienen aanvraag subsidievaststelling

Vervallen

Artikel 4.4.9. Onregelmatigheden, controles en sancties

Vervallen

Artikel 4.4.10. Vervaldatum

Vervallen

Hoofdstuk 5. Europees Fonds voor regionale ontwikkeling

§ 5.1. Algemene bepalingen

Paragraaf 4.4.1. Algemene bepalingen

§ 5.3. Regels omtrent subsidieverstrekking ten laste van de Rijkscofinanciering

§ 4. Regels omtrent subsidieverstrekking in het kader van Europese territoriale samenwerking

Hoofdstuk 5. Europees Fonds voor regionale ontwikkeling

Bijlage 1. behorende bij artikel 1.9 Regeling Europese EZ-subsidies

Procedure als bedoeld in artikel 140, vijfde lid, van verordening 1303/2013

Verordening 1303/2013 maakt het mogelijk kopieën of volledig digitale documenten te accepteren als bewijsstuk. In deze bijlage worden de in artikel 140, vijfde lid, van verordening 1303/2013 bedoelde procedures vastgesteld voor documenten die in het kader van de uitvoering van deze regeling en verantwoording op grond van verordening 1303/2013 kan worden gebruikt.

Procedure als bedoeld in artikel 140, vijfde lid, van verordening 1303/2013

Verordening 1303/2013 maakt het mogelijk kopieën of volledig digitale documenten te accepteren als bewijsstuk. In deze bijlage worden de in artikel 140, vijfde lid, van verordening 1303/2013 bedoelde procedures vastgesteld voor documenten die in het kader van de uitvoering van deze regeling en verantwoording op grond van verordening 1303/2013 kan worden gebruikt.

1. Typen documenten

De volgende documenten worden als bewijsstukken geaccepteerd:

Het in samenhang bezien van de verschillende bewijsstukken strekt er mede toe de authenticiteit van het geconverteerde document of de gegevensdrager te waarborgen en dat hierop voor controledoeleinden kan worden vertrouwd.

De in 1 onder a, b en c bedoelde bewijsstukken zijn geconverteerde documenten of gegevensdragers. Bij conversie van het origineel naar het geconverteerde document of gegevensdrager wordt aan de hieronder vermelde voorwaarden voldaan:

3. Procedure voor het bewaren van stukken die uitsluitend in een elektronische versie bestaan, bedoeld in 1, onderdeel d

Als de conversie op de juiste wijze gebeurt, is het in het kader van de verantwoording, niet meer noodzakelijk de bewijsstukken op de originele gegevensdrager te bewaren. Het geconverteerde bewijsstuk mag na conversie niet meer gewijzigd kunnen worden.

Bijlage 2. behorende bij artikel 4.2.2, vijfde lid, Regeling Europese EZ-subsidies

Bestaande voorschriften kwaliteitssysteem kalfsvleessector

Voorschrift Interpretatie Bron
Algemeen
Er is een actuele door de certificerende instantie (hierna: ‘CI’) gewaarmerkte plattegrond van het bedrijf aanwezig. De plattegrond geeft voor zover van toepassing alle ruimten, de perceelgrenzen- en toegangen, bedrijfsgedeelte, de situering silo's (inclusief silonummers), mestopslag, opslag en aanbiedingsplaats destructiemateriaal, medicijnopslag, opslag van reinigings-, desinfectie- en ongediertebestrijdingsmiddelen, aggregaat, hygiënesluis, de gebruikelijke loop- en rijroutes, de afmetingen van de stallen en per stal het aantal afdelingen en aantal hokken en de hoeveelheid kalveren die per hok mogen zijn gehuisvest, gebaseerd op 1,8 m2/kalf aan. Indien het bedrijf nuchtere kalveren (nuka’s) opzet tot max. 15 weken (startbedrijf), dan mag een plattegrond op basis van 1,5 m2/kalf worden opgesteld. De totale hoeveelheid kalveren die op het bedrijf mag worden gehuisvest is eveneens aangegeven. Het bedrijfsgedeelte is het gedeelte van het perceel waar zich de kalverhouderij bevindt aangevuld met het gedeelte van het perceel waar verkeer van personen en/of transport van kalveren, voer en materialen tussen stallen / afdelingen plaatsvindt. De plattegrond is aangepast aan de laatste stand van zaken. IKB Vleeskalveren 2008 (www.Kalversector.nl ).
De rapportages en certificaten van de inspecties van de drie voorgaande jaren zijn beschikbaar. IKB Vleeskalveren 2008, Bovenwettelijke invulling van Verordening(EG) nr. 852/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake levensmiddelenhygiëne.
Hygiëneregels en plattegrond (met bedrijfsgedeelte en looproutes) zijn zichtbaar aanwezig in hygiënesluis voor medewerkers en bezoekers en worden toegepast. Op schrift gestelde hygiëneregels, aanwezig in de hygiënesluis bevatten minimaal de volgende meldingen: alleen beroepsmatige betreding van het deel van het bedrijf waar dieren staan, alleen na omkleden in hygiënesluis betreden van het schone (bedrijfs-) gedeelte, alleen bij toestemming eigenaar is betreding mogelijk, voor betreden melden bij eigenaar. U kunt hiervoor het voorbeeld formulier 'Hygiëneregels Kalverhouderij' gebruiken. Dit formulier is te vinden op www.kalversector.nl. IKB Vleeskalveren 2008.
Het bedrijfseigen personeel is adequaat opgeleid. Geldt alleen voor personeel dat in dienst is. Adequaat: ten minste opleiding op minimaal MBO niveau of 1 jaar werkervaring in de intensieve kalverhouderij, of anders onder verantwoordelijkheid van iemand met genoemde kwalificaties. Arbeidsomstandigheden-wet (wetten.overheid.nl).
Het bedrijf verkeert in goede staat van onderhoud. Heeft betrekking op toegangswegen tot bedrijfsgedeelte, dierverblijven en voerkeuken. Goede staat is: geen lekkages, geen zwaar achterstallig onderhoud, bestrating en/of verharding in redelijke staat (geen kuilen), geen open of loshangende elektrische bedrading. Bijlage 2 van Richtlijn 91/629/EEG tot vaststelling van minimumnormen ter bescherming van kalveren. QS (Quality Scheme for food, www.q-s.de).
Materialen in de stal waar de vleeskalveren mee in aanraking komen, zijn niet schadelijk voor de vleeskalveren en kunnen worden gereinigd en ontsmet. Er mag bijvoorbeeld geen sprake zijn van contact van de vleeskalveren met zware metalen (lood, kwik, cadmium). Bijlage 2 van Richtlijn 91/629/EEG.
Het bedrijf maakt een visueel schoon en opgeruimde indruk. Opgeruimde indruk: geen onnodig aanwezige materialen, maar alleen materialen aanwezig van werkzaamheden van desbetreffende werkdag. Visueel schoon: ten minste geen visueel zichtbare restanten aanwezig op bijvoorbeeld koelkast, weegschaal, bureau etc. De hygiënecode kalverhouderij is opgenomen in de regeling IKB Vleeskalveren gebaseerd op de verordening (EG) nr. 852/2004.
Het bedrijfsgedeelte en de stallen met directe toegang tot de dieren kunnen niet zonder meer betreden worden. Niet zonder meer betreden: bijvoorbeeld door borden met de melding ‘geen vrije toegang tot stallen’ bij de ingang of door linten, kettingen, etc. Zodanig dat geen ongehinderde toegang verschaft kan worden. Hygiënecode kalverhouderij.
Om het principe van schone (bedrijfs-) en vuile (externe) gedeelte op het bedrijf toe te kunnen passen is het noodzakelijk dat: – er een duidelijk zichtbare lijn (of gespannen draad) op vloerhoogte van het erf is geplaatst, zodat verkeer van transportmiddelen niet belemmerd wordt; OF – er een zodanig duidelijke aanduiding aanwezig is dat een bezoeker zich dient te melden, en door de hygiënesluis moet, voordat het schone (bedrijfs-) gedeelte betreden wordt; OF – er een fysieke afscheiding (bijv. sloot, heg of hek) aanwezig is op de grens van het schone (bedrijfs-) en / of vuile (externe) gedeelte. IKB Vleeskalveren 2008, \Bovenwettelijke invulling van Verordening (EG) nr. 852/2004.
Er is een bijgehouden bezoekersregister, per locatie, aanwezig met daarin naam, bedrijfsnaam en datum van bezoek. Bezoekers die de stallen betreden dienen in het register te worden opgenomen. Transporteurs die dieren komen laden of lossen kunnen het register tekenen. Transporteurs dienen in plaats van voormelde gegevens de volgende informatie te noteren in het register: – datum transport; – Naam transportonderneming. Hygiënecode kalverhouderij.
Ongediertebestrijding
Ongedierte wordt geweerd en waar nodig bestreden. Indien overlast van ongedierte aanwezig blijft, is een gediplomeerd ongediertebestrijdingsbedrijf ingeschakeld. Ongedierte: ratten, muizen en vliegen. Hygiënecode kalverhouderij.
Er dient op het bedrijf een plattegrond aanwezig te zijn waarop is aangegeven waar lokdozen en bestrijdings-middelen zich bevinden. Dit voorschrift is niet van toepassing als er geen ongedierte aanwezig is en bestrijding niet uitgevoerd wordt. IKB vleeskalveren 2008.
Er zijn alleen toegestane ongediertebestrijdingsmiddelen aanwezig, die in een gesloten kast en apart van dieren, diergeneesmiddelen en voedermiddelen worden opgeslagen. Toegestane ongediertebestrijdingsmiddelen: de meest actuele lijst van toegelaten ongediertebestrijdingsmiddelen zoals opgenomen in de databank van College voor Toelating van Bestrijdingsmiddelen: www.ctb-wageningen.nl. Hygiënecode kalverhouderij.
Het bestrijdingsmiddel voor ratten en muizen wordt in daarvoor geschikte lokdozen aangeboden. Lokdozen dienen gesloten zijn. Hygiënecode kalverhouderij.
De vleeskalveren hebben geen toegang tot bestrijdingsmiddelen. Hygiënecode kalverhouderij.
Op het bedrijf zijn de aankoop en leverbonnen van alle op het bedrijf aanwezige ongediertebestrijdingsmiddelen aanwezig. Hygiënecode kalverhouderij.
Aan- en afvoer van dieren
Alle aanwezige dieren zijn voorzien van 2 oormerken. 1 oormerk is toegestaan. Als er geen oormerk is, dient de aanvraag tot nieuwe oormerken aanwezig te zijn. Regeling identificatie en registratie van dieren (wetten.overheid.nl).
Kalverhouder kan aantonen dat aangevoerde dieren vrij zijn van besmettelijke veeziekten d.m.v. importdocumenten / gezondheidsverklaring. Bij een I&R blokkade dient kalverhouder de reden aan te geven. Hygiënecode kalverhouderij.
I&R administratie is ten minste 3 jaar bewaard. In deze I&R administratie is elke verplaatsing (zoals geboorte, afvoer, aanvoer, dood, import, etc.) opgenomen. Mag aantoonbaar gemaakt worden via digitaal bedrijfsregister, indien daarin tevens historie van 3 jaar bewaard is. Richtlijn 92/102/EEG van de Raad van 27 november 1992 met betrekking tot de identificatie en de registratie van dieren.
Indien een deelnemende kalverhouder startkalveren opzet, controleert die kalverhouder of in voorkomend geval het toeleverende Nederlandse startbedrijf gecertificeerd is. Controleren via het register van de SKV. M.u.v. opzet startkalveren van buitenlandse startbedrijven. IKB Vleeskalveren 2008.
Indien een kalverhouder startkalveren ontvangt, worden de meegeleverde gegevens m.b.t. diergeneesmiddelen-gebruik meegeleverd en ten minste 1 jaar in de administratie bewaard. Deze gegevens omvatten: – de koppelbehandelingen die bij de ontvangen koppel startkalveren uitgevoerd zijn, en; – de individuele behandelingen die bij de ontvangen koppel startkalveren uitgevoerd zijn. De diergeneesmiddelenregistratie moet herleidbaar zijn tot het herkomstbedrijf en de op het afmestbedrijf aanwezige kalveren. Dit geldt zowel voor binnenlandse als buitenlandse kalveren. Bovenwettelijke invulling van Verordening (EG) nr. 852/2004.
Indien een kalverhouder start-kalveren aflevert aan een vleeskalverhouderij voor verdere opfok, worden gegevens m.b.t. diergenees-middelengebruik bij deze startkalveren meegeleverd. Deze gegevens omvatten: – de koppelbehandelingen die bij de ontvangen koppel startkalveren (blank, rosé) uitgevoerd zijn, en; – de individuele behandelingen die bij de ontvangen koppel startkalveren uitgevoerd zijn. Bovenwettelijke invulling van Verordening (EG) nr. 852/2004.
Voer (installaties)
Indien geen transport van voer in eigen beheer plaatsvindt, dan moet voer zijn getransporteerd door GMP erkende transporteurs. Verklaring aangegeven op aflever / vervoersdocumenten. GMP erkende transporteurs zijn te vinden op www.gmpplus.nl. Code Diervoeder (www.gmpplus.org), Bovenwettelijke invulling Verordening (EG) nr. 852/2004.
Al het aanwezige voer is afkomstig van GMP+ gecertificeerde diervoederleveranciers. Aantonen d.m.v. voerbonnen. GMP+ gecertificeerde diervoederleveranciers zijn te vinden op www.gmpplus.nl. Code Diervoeder.
Bij voerleverantie wordt of een ingangscontrole of een controle vóór vervoedering uitgevoerd, hierbij wordt gelet op de volgende punten: – staat van het voer; – houdbaarheidstermijn. In geval van balen en/of kuilvoer is gecontroleerd (visueel / geur) of er geen broei aanwezig is, voer met broei wordt niet vervoederd. In geval van aanvullende mengvoeders wordt gecontroleerd op dat: – per aangekochte partij het type mengvoeder is aangegeven; – per aangekochte partij de houdbaarheidstermijn zichtbaar is; – per type mengvoeder de gebruiksvoorschriften bekend zijn. Staat van het voer: het product mag geen zichtbare schimmels of niet-voederbestanddelen bevatten. Voer mag niet over de houdbaarheidsdatum zijn. Dit voorschrift is niet van toepassing als de leverancier geen uiteindelijke houdbaarheidstermijn heeft aangegeven. Partijen mengvoerder zijn zodanig opgeslagen dat verschillende type mengvoeders herkenbaar zijn. De gebruiksvoorschriften zijn bekend doordat deze in de administratie zijn opgenomen of op de verpakking van het mengvoeder zijn weergegeven. Code Diervoeder.
Voor baal/kuilvoer zijn uitsluitend toegelaten toevoegingsmiddelen gebruikt. Toegelaten overeenkomstig Verordening (EG) Nr. 1831/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2003 betreffende toevoegings-middelen voor diervoeding. Aan te tonen met afleverbonnen van toevoegingsmiddelen. Hygiënecode kalverhouderij.
De kuil (met gras/maïs) is afgedekt (met uitzondering van het snijvlak). Hygiënecode kalverhouderij.
Voer is volgens voorschriften leverancier opgeslagen. Code Diervoeder.
Voer voor verschillende diersoorten is gescheiden en duidelijk herkenbaar opgeslagen. Diervoeder dat is bestemd voor andere diersoorten mag niet kunnen vermengen met het diervoeder dat is bestemd voor de vleeskalveren. Uitzondering: enkelvoudige voeders die buiten de stallen zijn opgeslagen en voor meerdere diersoorten gebruikt kunnen worden. Code Diervoeder.
Voer is niet in dezelfde ruimte waar dieren verblijven opgeslagen. Werkvoorraad is toegestaan. Code Diervoeder.
Voer is duidelijk gescheiden opgeslagen van chemicaliën. Code Diervoeder.
Opgeslagen voeders zijn goed afgedekt of verpakt of overkapt of overdekt. Indien nodig met aanvullende ongediertebestrijding. Verpakking of afdekking of overkapping of overdekking is in onbeschadigde staat. Opgeslagen voeders zijn zodanig afgedekt of verpakt of afgedekt of bedekt dat verontreiniging met uitwerpselen van ongedierte of vogels zo goed mogelijk wordt voorkomen. Indien er ongedierte aanwezig is, moet ongediertebestrijding worden toegepast. Ongedierte: ratten, muizen en vliegen. Code Diervoeder.
Voerinstallaties en waterinstallaties zijn in goede staat van onderhoud. Geen lekkende slangen en / of gebroken kettingen e.d. en geen visueel aanwezige aangekoekte resten van voer of medicijnen. Besluit houders van dieren (wetten.overheid.nl).
Er is geen beschimmeld voer aanwezig in de dierverblijven. Code Diervoeder.
Indien middelen aan het voer zijn toegevoegd, is dit gedaan conform adviezen van leverancier van de toevoegingsmiddelen. Advies leverancier van de toevoegingsmiddelen is aanwezig op het bedrijf. Code Diervoeder.
Het rantsoen bevat ten minste 50 gram vezelhoudend droog-voer per dag per dier van 8 tot 20 weken oud. Het rantsoen bevat ten minste 250 gram vezelhoudend voer per dag per dier vanaf 20 weken oud. Vezelhoudend voer: ruwvoer (maïsproducten, hooi, stro, etc.). Krachtvoer dat vezels bevat mag worden gerekend als vezelhoudend droogvoer. Hierbij moet worden uitgegaan van het gewicht van het verstrekte krachtvoer. Besluit houders van dieren.
Bij beperkte voedering is de voerbaklengte per kalf minimaal 0,40 meter. Besluit houders van dieren.
Bij onbeperkte voedering is het mogelijk dat ten minste 3 dieren tegelijk eten. Minimale voerbaklengte van 1.20m. Besluit houders van dieren.
Alle kalveren krijgen ten minste 2 maal per dag voer en kalveren in groepshokken moeten allemaal tegelijk kunnen eten. N.v.t. bij ad libitum voedering of via automatisch voedersysteem. Besluit houders van dieren.
Alle middelen die, naast voer en diergeneesmiddelen, worden toegediend voldoen aan GMP+, hebben een RegNL nummer of zijn toegelaten homeopathische middelen. Ook enkelvoudig voor humaan gebruik toegelaten homeopathische middelen zijn toegestaan. Toegelaten homeopathische middelen zijn te vinden op: https://www.cbg-meb.nl/dieren IKB Vleeskalveren 2008.
Medicijnmenger verkeert in goede staat van onderhoud. Geen lekkende slangen en / of buizen e.d. en geen visueel aanwezige aangekoekte resten van medicijnen. IKB Vleeskalveren 2008.
Afleverbewijzen van voer en toevoegingsmiddelen van de afgelopen 5 jaar zijn aanwezig. Code Diervoeder.
De dieren hebben onbeperkt de beschikking over drinkwater. Niet noodzakelijk indien melkvoedering wordt gegeven. Bij warm weer (buitentemp > 25˚C) en voor zieke kalveren dient altijd vers drinkwater beschikbaar te zijn en moet het altijd mogelijk zijn om extra watergift te geven. Besluit houders van dieren.
De aan-, afvoer of sterfte van dieren wordt binnen 24 uur na aan-, afvoer of sterfte in het I&R-systeem gemeld. Alle meldingen moeten correct zijn gedaan in het I&R systeem. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s (www.wetten.overheid.nl)
Gewasbeschermingsmiddelen
Er zijn alleen toegestane gewasbeschermingsmiddelen gebruikt. Toegestaan volgens de databank van College voor Toelating van Bestrijdingsmiddelen (CTB) (www.ctb-wageningen.nl). Aan te tonen met afleverbonnen. Hygiënecode kalverhouderij.
Gewasbeschermingsmiddelen zijn, indien aanwezig, in een gesloten kast of ruimte, apart van dieren, diergeneesmiddelen, R&O middelen en voedermiddelen opgeslagen. Hygiënecode kalverhouderij.
Wachttijden van gewasbeschermingsmiddelen zijn in acht genomen. Moet aantoonbaar gemaakt worden aan de hand van de perceeladministratie Hygiënecode kalverhouderij, Bovenwettelijke invulling van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden (www.wetten.overheid.nl).
Aankoop en leverbonnen van gewasbeschermingsmiddelen zijn in de administratie opgenomen. Hygiënecode kalverhouderij.
Huisvesting
In de ruimte waar vleeskalveren gehuisvest zijn, worden geen andere landbouwhuisdieren dan runderen gehouden. Vleesvee, fokkalveren etc. behoren ook tot de categorie 'andere landbouwhuisdieren'. IKB Vleeskalveren 2008.
De stallen / dierverblijven worden geventileerd. Besluit houders van dieren.
De stal is voorzien van licht doorlatende delen die ten minste 2% van het vloeroppervlak van de stal beslaan. Lichtdoorlatend materiaal is schoon. Alle oppervlaktes / delen die licht doorlaten worden meegerekend, tenzij de normale afsluitwijze van dit deel (deur / luik / gordijn) niet lichtdoorlatend is. Delen moeten gelijkmatig over de stal verspreid zijn. Besluit houders van dieren.
Het mestopvangsysteem in de dierverblijven is zodanig dat kalveren schoon blijven. Besluit houders van dieren.
Zieke en gewonde kalveren kunnen indien nodig worden geïsoleerd in adequate lokalen (eenlingbox/ ziekenbox) met indien nodig droog en comfortabel strooisel. De vereiste ruimte beslaat minimaal 1 procent van de kalverplaatsen, met een minimum van 1 plaats. Indien ruimte niet standaard aanwezig is, maar gecreëerd wordt, dan moet dit aantoonbaar zijn. Besluit houders van dieren.
Dierruimtes, voerruimtes, voerkeukens e.d. zijn visueel schoon. Besluit houders van dieren.
Eenlingboxen worden alleen gebruikt voor kalveren niet ouder dan 8 weken of als ziekenboxen op voorschrift van een dierenarts. Niet van toepassing als een dierenarts heeft verklaard dat het kalf in verband met zijn gezondheid of gedrag moet worden geïsoleerd om te worden behandeld. Besluit houders van dieren.
De breedte van de eenlingboxen is minimaal gelijk aan de schofthoogte van het kalf. De schofthoogte wordt gemeten terwijl het kalf rechtop staat. Besluit houders van dieren.
De lengte van een eenlingbox is ten minste 1,1 maal de lengte van het kalf. De lengte van het kalf wordt gemeten van de neuspunt tot aan de achterkant van de zitbeenknobbel. Besluit houders van dieren.
De zijwanden van een eenlingbox zijn opengewerkt zodanig dat dieren elkaar kunnen zien en aanraken. Niet van toepassing op eenlingboxen voor zieke dieren. Besluit houders van dieren.
Indien niet in eenlingboxen gehuisvest is het vloeroppervlak per kalf (levend gewicht) minimaal: bij gewicht < 150 kg: 1,5 m2; bij gewicht > 150 kg; 1,8 m2. Besluit houders van dieren.
Kalveren moeten kunnen liggen op een vloer die is ingestrooid of is voorzien van een kunststof mat, houten latten rooster of rubber toplaag. Voor rosé stierkalveren geldt dit voorschrift tot een leeftijd van 2 maanden. Besluit houders van dieren.
De vloeren zijn stroef, zonder scherpe uitsteeksels. Besluit houders van dieren.
Er is verlichting in de stal aanwezig om de vleeskalveren te allen tijde te kunnen inspecteren. De verlichting moet van zodanige sterkte zijn dat de vleeskalveren goed te zien zijn. Besluit houders van dieren.
Er zijn geen scherpe randen of scherpe uitsteeksels aanwezig in de stallen en/of dierverblijven die kalveren kunnen verwonden (geldt ook voor hekken en wanden die gebruikt worden bij het verplaatsen van de kalveren). Richtlijn 98/58/EG van de Raad van 20 juli 1998 inzake de bescherming van voor landbouwdoeleinden gehouden dieren.
Diergezondheid
Voor de bewaking van de gezondheid van de dieren is een overeenkomst gesloten met een door Geborgde Vleeskalverendierenarts gecertificeerde dierenarts en deze overeenkomst is inzichtelijk via InfoKalf (https://infokalf.skv.info) Kalverhouder heeft met de dierenarts de Overeenkomst kalverhouder, kalvereigenaar en Geborgde Vleeskalverendierenarts (conform Bijlage I van het Reglement Geborgde Vleeskalverendierenarts) gesloten. Er mag slechts één overeenkomst per diersoort, per UBN afgesloten worden. De overeenkomst is digitaal inzichtelijk via InfoKalf. Regeling diergeneesmiddelen (www.overheid.nl).
De kalverhouder heeft ervoor gezorgd dat de dierenarts minimaal 1 maal per kwartaal het bedrijf bezoekt. Het is ook toegestaan om 2x per half jaar de dierenarts het bedrijf te laten bezoeken. Voor een klinische inspectie en bedrijfsbegeleiding (op grond van bijvoorbeeld productiegegevens, AM en PM keuringsresultaten). Aan te tonen door bezoekersrapportage dierenarts. Regeling diergeneesmiddelen.
Zieke dieren zijn, indien nodig, ondergebracht in ruimte voor zieke en gewonde dieren. Ruimte voldoet aan voorwaarden huisvesting. Zieke dieren zijn op verklaring dierenarts (bezoekrapportage), dieren met zware kreupelheden, dieren met zware verwondingen en sterk verzwakte dieren als gevolg van ziekte of anderszins. Besluit houders van dieren.
De kalverhouder bewaakt het hemoglobinegehalte van de blanke vleeskalveren. Bewaken kan door bloedonderzoeken en/of toediening van ijzer. Deelnemer kan dit schriftelijk aantonen via leverbonnen van ijzerpreparaten of de uitslagen van onderzoek. N.v.t. op rosé vleeskalveren. Besluit houders van dieren.
Diergeneesmiddelen
Toediening diergeneesmiddelen gebeurt volgens de bijgeleverde gebruiksvoorschriften (toedieningswijze en duur dosering, wachttijd). Regeling diergeneesmiddelen, Besluit houders van dieren.
Er worden alleen schone en werkende bedrijfseigen hulpmiddelen gebruikt bij het toedienen van diergeneesmiddelen. Indien dierenarts eigen schone hulpmiddelen gebruikt is dit ook toegestaan. Hygiënecode kalverhouderij.
Eventuele niet zichtbare afwijkingen als gevolg van toedienen van diergeneesmiddelen (bv. door een naald) zijn, indien bekend, gemeld aan het slachthuis. Afwijkingen worden gemeld op de afleververklaring met locatie van afwijking plus identificatie dier. IKB Vleeskalveren 2008.
Er is een bedrijfsbehandelplan. Het bedrijfsbehandelplan moet voldoen aan de volgende criteria: - op een duidelijke manier is aangegeven dat het betreffende document bedrijfsbehandelplan heet; - het bedrijfsbehandelplan dient te zijn voorzien van een datum van uitgifte. Besluit houders van dieren.
Er zijn alleen antimicrobiële middelen op het bedrijf aanwezig die staan vermeld in het bedrijfsbehandelplan (BBP) óf er moet een onderbouwing (schriftelijk verslag) aanwezig zijn die door de dierenarts is opgemaakt. Regeling diergeneesmiddelen.
De kalverhouder heeft voorgeschreven UDD-/UDA-diergeneesmiddelen voor de vleeskalveren uitsluitend afgenomen van de dierenarts waarmee hij een overeenkomst heeft gesloten, of van de apotheek van de praktijk van de dierenarts waarmee hij een overeenkomst heeft afgesloten. Indien er bij een spoedgeval een andere dierenarts wordt ingeschakeld, die UDD- / UDA-diergeneesmiddelen afgeeft, moet er een visitebrief aanwezig zijn waarin staat vermeld dat het een spoedconsult betrof. Bovenwettelijke invulling van de Regeling diergeneesmiddelen.
De kalverhouder heeft UDD-diergeneesmiddelen voor de vleeskalveren uitsluitend laten toepassen door de dierenarts waarmee hij een overeenkomst heeft gesloten, of diens vervanger. Onder voorwaarden mogen sommige antibiotica, op voorschrift van de dierenarts, zelf door kalverhouder worden toegepast. Deze voorwaarden zijn minimaal een instructie van de dierenarts (voor tweede keus antibiotica) en / of vermelding in het bedrijfsbehandelplan. Bovenwettelijke invulling van de Regeling diergeneesmiddelen.
Er zijn slechts voor runderen geregistreerde diergeneesmiddelen op het bedrijf aanwezig. Indien sprake is van voorgeschreven middelen volgens de cascaderegeling (incl. buitenlandse diergeneesmiddelen) voor runderen: er is een verklaring van de dierenarts aanwezig voor het toepassen van deze middelen. Indien op het bedrijf meerdere diersoorten worden gehouden mogen diergeneesmiddelen aanwezig zijn die voor deze diersoorten zijn geregistreerd. Deze moeten per diersoort apart worden bewaard. IKB Vleeskalveren 2008, Bovenwettelijke invullingregeling van het Besluit houders van dieren.
De aanwezige URA-diergeneesmiddelen zijn afkomstig van een toegelaten verkoopkanaal. Aantonen met. afleverbonnen. Toegelaten verkoopkanaal: medicijnen zijn afkomstig van de dierenarts zelf, een openbare apotheker of een leverancier met een afleververgunning van gekanaliseerde middelen. Bovenwettelijke invulling van het Besluit houders van dieren en van de Regeling diergeneesmiddelen.
Diergeneesmiddelen zijn in een gesloten kast / ruimte gescheiden van dieren en / of voeders opgeslagen. Kast of ruimte moet met een deur afgesloten of gescheiden zijn. Deze hoeft niet op slot te zijn. In deze kast of ruimte mogen alléén diergeneesmiddelen worden opgeslagen. Hygiënecode kalverhouderij.
Diergeneesmiddelen zijn per diersoort opgeslagen. Diersoort: runderen, varkens, pluimvee, etc. Binnen 1 (koel)kast verschillende compartimenten of planken per diersoort is toegestaan. IKB Vleeskalveren 2008, Bovenwettelijke invulling van het Besluit houders van dieren.
De kalverhouder heeft geen volledige koppelkuur antibiotica op voorraad. Op voorraad: termijn tussen ontvangst koppelkuur en gebruik koppelkuur is maximaal 2 werkdagen. Gebruik is aantoonbaar door recept of/ bezoekersrapportage dierenarts. Bij annulering of wijziging koppelkuur of uitgifte 2 kuren in 1 keer dient de dierenarts waarmee een overeenkomst is getekend in het bezoekersverslag een reden aan te geven. UDD-regeling (Stcrt. 2013, 23390).
De kalverhouder stelt i.s.m. de dierenarts en eventueel vertegenwoordiger van de kalvereigenaar jaarlijks een bedrijfsgezondheidsplan op. Jaarlijks: 1x per kalenderjaar. UDD-regeling.
Het bedrijfsgezondheidsplan is voorzien van de naam en de handtekening van de kalverhouder en de dierenarts en, indien hier sprake van is, de vertegenwoordiger van de kalvereigenaar. UDD-regeling.
Het bedrijfsgezondheidsplan is voorzien van het UBN van het bedrijf. UDD-regeling.
Het bedrijfsgezondheidsplan is voorzien van de datum waarop het bedrijfsgezondheidsplan is opgesteld. UDD-regeling.
Het bedrijfsgezondheidsplan beschrijft welke aspecten van de bedrijfsgezondheid aandachtspunten zijn of verbetermaatregelen nodig hebben. Hierbij worden de volgende aspecten overwogen: – verteringsproblemen tijdens de startperiode; – verteringsproblemen tijdens de mestperiode; – luchtwegaandoeningen tijdens de startperiode; – luchtwegaandoeningen tijdens de mestperiode; – overige aandoeningen die zich op het bedrijf voordoen; – uitval tijdens de startperiode; – uitval tijdens de mestperiode; – groei van de dieren; – achterblijvers of onvolwaardige groei; – medicijngebruik voor individuele behandelingen; – medicijngebruik voor koppelbehandelingen; – vleeskleur; – overige aspecten die relevant zijn voor het bedrijf. Aanvullende bovenwettelijke invulling van de UDD-regeling.
Er is actueel een bedrijfsgezondheidsplan aanwezig. Actueel betekent daterend uit het lopende kalenderjaar of ten minste het voorgaande kalenderjaar. UDD-regeling
De kalverhouder gebruikt geen cefalosporinen voor de behandeling van vleeskalveren. Voorschrift geldt zowel voor individuele behandelingen als koppelbehandelingen. IKB Vleeskalveren 2008.
De kalverhouder heeft geen derde keus middelen antibiotica op het bedrijf op voorraad. Derde keus middelen zijn middelen die zoals genoemd in het document 'Overzicht derde keus middelen' gepubliceerd door de SDa in mei 2012. Op voorraad: termijn tussen ontvangst van een derde keuze middel en het gebruik van het derde keuze middel is maximaal 2 werkdagen. Gebruik is aantoonbaar door recept / bezoekersrapportage dierenarts. Bij annulering / wijziging behandeling: dierenarts waarmee een overeenkomst is getekend dient in bezoekersverslag reden aan te geven. " UDD-regeling.
Bij individuele behandeling (m.i.v. dag 1) na het opzetten van de eerste kalveren van de lopende ronde is ten minste het volgende, per kalf, genoteerd in het logboek: – naam diergeneesmiddel of registratienummer; – Gebruikte hoeveelheid diergeneesmiddel (dosering per dier); – werknummer; – behandeldagen. Het 'Registratieformulier individuele behandelingen'. Dit formulier is te vinden op www.kalversector.nl. Registratie is niet verplicht indien de wachttermijn 0 dagen bedraagt. Werknummer: Of, indien noodzakelijk i.v.m. tracering, ID-code volledig. Bij behandeldagen heeft de kalverhouder de keuze tussen het noteren van de startdatum met het aantal behandeldagen of het noteren van de data van de behandeldagen. Bovenwettelijke invulling van het Besluit houders van dieren en de Regeling diergeneesmiddelen.
Diergeneesmiddelen die verloren gaan op een andere wijze dan door toediening zijn in het logboek geregistreerd. Genoteerd moeten worden: de datum, naam diergeneesmiddel, verloren gegane hoeveelheid en wijze van verloren gaan Regeling diergeneesmiddelen.
Verslagen van dierenartsbezoeken die door de dierenarts worden achtergelaten bij de kalverhouder, worden door de kalverhouder bewaard. Dit mag ook middels een doordruk of een kopie (evt. digitaal). Regeling diergeneesmiddelen.
Overig
Kadavers zijn volgens de geldende regelgeving gemeld bij destructiebedrijf. Geldende regelgeving: Gezondheids- en welzijnswet voor dieren of Wet Dieren. Hygiënecode kalverhouderij, Bovenwettelijke invulling van de Regeling dierlijke bijproducten (wetten.overheid.nl).
Kadavers zijn direct na ontdekken ter destructie aangeboden op de aanbiedingsplaats voor kadavers. Hygiënecode kalverhouderij, Bovenwettelijke invulling van de Regeling dierlijke bijproducten.
Kadaveropslag en aanbiedings-plaats zonder kadavers zijn te allen tijden visueel schoon. Visueel schoon: geen aanwezigheid van dierlijke resten of andere afvalstoffen. Hygiënecode kalverhouderij
Er is een verharde reinigbare aanbiedingsplaats voor kadavers aanwezig. Verhard: klinkers, tegels, asfalt of beton. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s, Bovenwettelijke invulling van de Regeling dierlijke bijproducten.
De aanbiedingsplaats voor kadavers is af te dekken (bv. met de kadaverstolp). Zodanig dat de kadavers niet zichtbaar zijn voor passanten en niet vrij toegankelijk zijn voor vogels, knaagdieren, honden, katten, etc. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s, Bovenwettelijke invulling van de Regeling dierlijke bijproducten.
Restanten van chemicaliën inclusief direct verpakkingsmateriaal worden afgevoerd via de lokale voorzieningen. Chemicaliën: gewasbeschermingsmiddelen, R&O middelen, dierbehandelingsmiddelen, verf, diergeneesmiddelen, enz. Toegestane lokale voorzieningen: afvoer via chemobox, afvoer door afgifte bij gemeentelijke afvalverzamelpunt. Milieuregelgeving (www.ilent.nl), Bovenwettelijke invulling van Verordening (EG) nr. 852/2004.
Op het bedrijf zijn REOB gecertificeerde brandblusmiddelen beschikbaar. De brandblusmiddelen moeten onderhouden worden door REOB gecertificeerde onderhoudsbedrijven voor blusmiddelen. Na iedere onderhoudsbeurt wordt de gele sticker op het brandblusmiddel vervangen. REOB gecertificeerde bedrijven zijn te vinden op: http://cibv.nl/erkende-bedrijven/ of http://www.kiwa.nl/gecertificeerde-bedrijven.aspx. IKB Vleeskalveren 2008.
Bij volledige mechanische ventilatie en afwezigheid mogelijkheid tot natuurlijke ventilatie: Er is een noodstroomaggregaat op het bedrijf aanwezig inclusief werkend alarmsysteem voor stroomuitval. Andere noodvoorziening is ook toegestaan. Besluit houders van dieren.
Calamiteiten en klachten zijn geregistreerd (omschrijving van calamiteit en corrigerende maatregel). Calamiteiten en klachten: uitval ventilatie, brand, water- of bodemvervuiling, achtergebleven naalden, klacht van slachterij over vieze dieren. Hiervoor is een formulier beschikbaar op het bedrijf. Onveilige situaties worden beschreven in Verordening (EG) nr. 178/2002 van 28 januari 2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving. IKB Vleeskalveren 2008.
Bedrijfshygiëne
Voldoende ontsmettingsmiddelen, minimaal halve liter van het middel aanwezig op het bedrijf. Voor de meest actuele lijst van toegelaten ontsmettingsmiddelen (desinfecteermiddelen) voor transportmiddelen wordt verwezen naar de databank van College voor Toelating van Bestrijdingsmiddelen op internet: www.ctbg.nl. Bovenwettelijke invulling van de Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s.
Er is een R&O (Reiniging en Ontsmetting) plaats aanwezig. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s.
De R&O plaats beslaat de gehele lengte van een vervoerseenheid. Vervoerseenheid: uitgaande van een transportmiddel met aanhanger. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s.
Bij de R&O plaats kan voldoende verlicht worden. Onder voldoende verlicht wordt verstaan, zodanig dat te allen tijden R&O uitgevoerd kan worden. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s.
De R&O plaats is zodanig aangelegd dat water en eventueel andere vloeistoffen die bij de reiniging en ontsmetting worden gebruikt, niet in grond- of oppervlakte water terecht kunnen komen. De plaats is voorzien van een zodanige afvoer dat water en eventueel andere vloeistoffen die bij de reiniging en ontsmetting worden gebruikt, niet in het grond- of oppervlaktewater terecht kunnen komen. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s.
Op de R&O plaats kan voldoende water onder druk worden geleverd voor reiniging en ontsmetting van de vervoerseenheid. Er is een werkende hoge druk spuit aanwezig of een werkende pomp die zorgt voor extra waterdruk. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s.
R&O middelen zijn in een gesloten kast of ruimte, apart van dieren, diergeneesmiddelen, gewasbeschermingsmiddelen en voedermiddelen opgeslagen. Bovenwettelijke invulling van Verordening (EG) nr. 852/2004.
Op het bedrijf zijn de aankoop- en afleverbewijzen van R&O middelen aanwezig. Deze voorwaarde is alleen van belang als er geen voorraad R&O middelen aantoonbaar is. Bovenwettelijke invulling van Verordening (EG) nr. 852/2004.
Verbeterplan structureel veel gebruik antibiotica
Kalverhouder dient binnen 3 maanden na de datum genoemd in de berichtgeving dat het bedrijf in de categorie 'Structureel Veelgebruik, fase 1' of 'Structureel Veelgebruik, fase 2' valt een driehoeksoverleg over het BGP te organiseren met de kalverhouder, kalvereigenaar (vertegenwoordiger) en de dierenarts, het bedrijfsgezondheidsplan te vernieuwen en op te sturen naar de CI. Het dossier bevat ten minste: – de opgestelde bedrijfsgezondheidsplannen; – een uitslag van de analyse van een monster uit de melkleiding waaruit blijkt dat minder dan 1.000 kve/ml Enterobacteriacea aanwezig waren in de melkleiding; – de verklaring van de monsternemer dat het monster, behorende bij de bovengenoemde analyse uitslag, op voorgeschreven wijze uit de melkleiding is genomen. Indien van toepassing bevat het dossier: – een of meerdere onderbouwingen voor de antibioticabehandelingen die zijn verstrekt; – bij verstrekking koppelkuur: de verklaring van de dierenarts dat er voldoende individueel is behandeld voordat is overgegaan tot een koppelbehandeling, dan wel dat er sprake is van een progressief ziekteverloop waarbij in de laatste 24 uur sprake was van 4% of meer nieuwe ziektegevallen. IKB Vleeskalveren 2008.
Indien gedurende een aaneengesloten periode van 5 dagen 10% of meer dieren in het koppel ziek wordt, dient de dierenarts een verklaring af te geven dat er voldoende individueel is behandeld en dat een koppelkuur moet worden ingezet. IKB Vleeskalveren 2008.
Indien sprake is van een progressief ziekteverloop waarbij in de laatste 24 uur een toename is van 4% of meer nieuwe ziektegevallen, dient de dierenarts een verklaring af te geven dat er sprake is van een progressief ziekteverloop met een toename van 4% of meer zieke kalveren in de laatste 24 uur. In de bepaling van de toename van het ziekteverloop dienen de kalveren die gedurende deze periode zijn uitgevallen te worden meegenomen. IKB Vleeskalveren 2008.
Bedrijven die meerdere leeftijdsgroepen kalveren houden, dienen binnen 3 maanden na de datum genoemd in de berichtgeving dat het bedrijf in de categorie 'Structureel Veelgebruik, fase 2' valt, nader onderzoek te laten verrichten betreffende (recidiverende) longproblemen. Dit kan door middel van: – een (gepaard) bloedonderzoek van 5 representatieve dieren per leeftijdsgroep, of; – het nemen van neusswabs van 5 representatieve dieren, of; – het laten uitvoeren van sectie bij de Gezondheidsdienst voor Dieren. Onafhankelijk van stal of compartiment. Indien binnen drie maanden geen ziekteverschijnselen worden vertoond, is een verklaring dierenarts over gezondheid koppel verplicht om onderzoek te mogen verschuiven naar eerst volgend moment dat ziekteverschijnselen worden geconstateerd. IKB Vleeskalveren 2008.
Kalverhouder dient binnen 3 maanden na de datum genoemd in de berichtgeving dat het bedrijf in de categorie 'Structureel Veelgebruik, fase 2' valt, een bedrijfsanalyse op te stellen aan de hand van de 'Uitgebreide checklist' en deze op te sturen naar de CI. Deze checklist is te downloaden via www.kalversector.nl. IKB Vleeskalveren 2008.
Transport
Alle aangevoerde in NL geboren nuka's, die niet rechtstreeks van een rundveebedrijf van geboorte zijn aangevoerd, dienen te zijn verzameld op een deelnemend, erkend verzamelcentrum. Alle nuka’s moeten rechtstreeks afkomstig zijn van een Nederlands rundveebedrijf of van een deelnemend, erkend verzamelcentrum. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s
Ieder kalf dient vanaf het moment van opzet tot 3 weken na de opzetdatum gehuisvest te worden in een ruimte met een temperatuur van minimaal 15 °C. De temperatuur in de huisvesting van kalveren tot 3 weken na opzet moet > 15°C is. Indien de buitentemperatuur -5°C of minder bedraagt, dient de temperatuur > 10°C te zijn. Per 200 gehuisveste kalveren moet 1 meting in het midden van een babybox, op hoogte van 25 cm boven een staand kalf verricht worden. Bovenwettelijke invulling van het Besluit houders van dieren.
Alle (deel)koppels met gewicht onder 42 kg dienen tot 2 weken na aanvoer van het kalf 3 maal daags te worden gevoerd (verspreid over een periode van 12 uur of meer). Bovenwettelijke invulling van het Besluit houders van dieren.
Alle personen die bedrijfsmatig op het schone (bedrijfs-) gedeelte en in de stallen – waarin dieren zijn gehuisvest – komen, moeten gebruik maken van de hygiënesluis en schone bedrijfskleding en – schoeisel aantrekken, voordat het schone (bedrijfs-) gedeelte en de stallen betreden worden. Alleen personen behorende bij het transportmiddel, die niet in de stal komen, mogen over het bedrijfsgedeelte van het erf rijden zonder gebruik te maken van de hygiënesluis. Een persoon die bedrijfsmatig het bedrijfsgedeelte betreedt is een ieder die per week meerdere veehouderijbedrijven bezoekt en hierbij ook in de stallen – waarin dieren zijn gehuisvest – komt. Hieronder vallen ook personen die op andere bedrijven in stallen komen (bv. buurman melkveehouder). Bedrijfsgedeelte (zie B007): het gedeelte van het perceel waar zich de kalverhouderij bevindt aangevuld met het gedeelte van het perceel waar verkeer van personen en/of transport van kalveren, voer en materialen tussen stallen / afdelingen plaatsvindt. Dit voorschrift is niet van toepassing voor transporteurs van kalveren. IKB Vleeskalveren 2008.
De hygiënesluis is voorzien van een handenwasgelegenheid met warm en koud-, stromend water, zeep / desinfectans, papieren handdoeken en schoon schoeisel en schone bedrijfseigen kleding. De handenwasgelegenheid bevindt zich bij voorkeur in het schone gedeelte van de hygiënesluis en zo dicht mogelijk bij de fysieke barrière. Bedrijfseigen kleding en – schoeisel zijn bijvoorbeeld overalls, laarzen of klompen. IKB Vleeskalveren 2008.
De kalverhouder reinigt minimaal 1x per 4 weken de melkleiding. Controleer via de registratie van de kalverhouder of de melkleidingen minimaal 1x per 4 weken zijn gereinigd met een reinigingsmiddel. In het geval van rosé start / afmest waarbij het melkleidingsysteem niet gebruikt wordt, hoeft het melkleidingsysteem niet gereinigd te worden. Onder melkleiding wordt verstaan elk systeem waarmee melk aan de kalveren wordt gevoerd, zoals melkleidingsystemen, rijdende mengers, voerslangen en drinkautomaten. Bovenwettelijke invulling van Verordening (EG) nr. 852/2004.
De kalverhouder houdt een register bij van de reinigingsbeurten. In het register staan ten minste de datum en het gebruikte reinigingsmiddel vermeld. Gecontroleerd moet worden of in het register ten minste de datum en het gebruikte reinigingsmiddel genoteerd staan. Bovenwettelijke invulling van Verordening (EG) nr. 852/2004.
Als een kalverhouder kalveren opzet, die al op een ander bedrijf zijn gestart, worden deze kalveren aangevoerd van maximaal 4 verschillende UBN’s. Indien niet aan dit voorschrift kan worden voldaan dient aan het hierop volgend voorschrift te worden voldaan. IKB Vleeskalveren 2008.
Als een kalverhouder kalveren opzet, die al op een ander bedrijf zijn gestart, wordt in 1 compartiment eerder gestarte kalveren van maximaal 2 verschillende UBN's gehuisvest. Een compartiment is een ruimte die door vloer, plafond en wanden / muren van vloer tot plafond gescheiden is van andere ruimtes. Het is toegestaan dat in de wand / muur een deur is aangebracht. Deze deur mag slechts geopend zijn tijdens doorgang, zodat de luchtcirculatie van 1 compartiment niet direct verbonden is met een ander compartiment / ruimte waarin kalveren zijn gehuisvest. Indien niet aan dit voorschrift kan worden voldaan dient aan het vorige voorschrift te worden voldaan. IKB Vleeskalveren 2008.

Bijlage 3. behorende bij artikel 4.3.1. van de Regeling Europese EZ-subsidies

Een welzijnsvriendelijke stalvloer bestaat uit een roostervloer met een indrukbare toplaag die meer ligcomfort biedt dan de gangbare vloeren voor vleeskalveren.

Hierbij bedekt de indrukbare toplaag de (harde) roosterbalken volledig. Voor de stevigheid wordt de toplaag fabrieksmatig verankerd aan de ondervloer of, via knelling of anderszins doelmatig gefixeerd aan de ondervloer, zodanig dat deze niet kan verschuiven of bij gebruik door de kalveren van de ondervloer los kan raken. Bij gebruik van harde bevestigings- materialen zijn deze ten minste 5 mm onder het loopoppervlak verzonken zodat de dieren zich hier niet aan kunnen verwonden. Voor een goede reiniging zijn de mest- en urine afvoerende spleten van de steunvloer en indrukbare toplaag volledig op elkaar afgestemd.

De fabrikant geeft op deze vloer ten minste 5 jaar garantie op slijtage, productiefouten en beschadiging bij normaal gebruik.

• beschadigingen: 0, + of ++
• slijtvastheid: + of ++
• vervormbaarheid: ++
Balkbreedte (inclusief toplaag) mm Effectieve spleetbreedte (inclusief toplaag) mm
Blank vlees & opfok rosé kalf (bij opzet jonger dan 10 weken) 80 – 130 27 – 30
Afmest rosé kalf (bij opzet ouder dan 10 weken) 80 – 140 30 – 35

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 5.4.4. Schakelbepaling

Voor het programma, bedoeld in artikel 5.4.1, tweede lid, is paragraaf 5.2, met uitzondering van de artikelen 5.2.2, 5.2.6, onderdeel b, en 5.2.8, van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor ‘de managementautoriteit’ telkens wordt gelezen: ‘de Minister’.

Artikel 5.4.5. Hoogte van de subsidie

De subsidie, bedoeld in artikel 5.4.1, tweede lid, bedraagt ten hoogste 15 procent van de subsidiabele kosten van het project.

Hoofdstuk 6. Overige bepalingen en slotbepalingen

Bijlage 1. behorende bij artikel 1.9 Regeling Europese EZ-subsidies

2. Procedure voor het gebruik van de documenten, bedoeld onder 1, onderdelen a, b en c

Het in samenhang bezien van de verschillende bewijsstukken strekt er mede toe de authenticiteit van het geconverteerde document of de gegevensdrager te waarborgen en dat hierop voor controledoeleinden kan worden vertrouwd.

3. Procedure voor het bewaren van stukken die uitsluitend in een elektronische versie bestaan, bedoeld in 1, onderdeel d

Indien een subsidieontvanger gebruik maakt van elektronische documenten waarbij uitsluitend een elektronische versie bestaat, worden de geautomatiseerde systemen voorzien van beheers- en beveiligingsmaatregelen die de betrouwbaarheid, authenticiteit en integriteit van de elektronische gegevens gedurende de gehele vereiste bewaartermijn waarborgen. Het is aan de subsidieontvanger om dit aan te tonen. Voor een tweetal veel voorkomende situaties zijn de voorschriften hieronder uitgewerkt:

Bijlage 2. behorende bij artikel 4.2.2, vijfde lid, Regeling Europese EZ-subsidies

Bestaande voorschriften kwaliteitssysteem kalfsvleessector

Voorschrift Interpretatie Bron
Algemeen
Er is een actuele door de certificerende instantie (hierna: ‘CI’) gewaarmerkte plattegrond van het bedrijf aanwezig. De plattegrond geeft voor zover van toepassing alle ruimten, de perceelgrenzen- en toegangen, bedrijfsgedeelte, de situering silo's (inclusief silonummers), mestopslag, opslag en aanbiedingsplaats destructiemateriaal, medicijnopslag, opslag van reinigings-, desinfectie- en ongediertebestrijdingsmiddelen, aggregaat, hygiënesluis, de gebruikelijke loop- en rijroutes, de afmetingen van de stallen en per stal het aantal afdelingen en aantal hokken en de hoeveelheid kalveren die per hok mogen zijn gehuisvest, gebaseerd op 1,8 m2/kalf aan. Indien het bedrijf nuchtere kalveren (nuka’s) opzet tot max. 15 weken (startbedrijf), dan mag een plattegrond op basis van 1,5 m2/kalf worden opgesteld. De totale hoeveelheid kalveren die op het bedrijf mag worden gehuisvest is eveneens aangegeven. Het bedrijfsgedeelte is het gedeelte van het perceel waar zich de kalverhouderij bevindt aangevuld met het gedeelte van het perceel waar verkeer van personen en/of transport van kalveren, voer en materialen tussen stallen / afdelingen plaatsvindt. De plattegrond is aangepast aan de laatste stand van zaken. IKB Vleeskalveren 2008 (www.Kalversector.nl ).
De rapportages en certificaten van de inspecties van de drie voorgaande jaren zijn beschikbaar. IKB Vleeskalveren 2008, Bovenwettelijke invulling van Verordening(EG) nr. 852/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake levensmiddelenhygiëne.
Hygiëneregels en plattegrond (met bedrijfsgedeelte en looproutes) zijn zichtbaar aanwezig in hygiënesluis voor medewerkers en bezoekers en worden toegepast. Op schrift gestelde hygiëneregels, aanwezig in de hygiënesluis bevatten minimaal de volgende meldingen: alleen beroepsmatige betreding van het deel van het bedrijf waar dieren staan, alleen na omkleden in hygiënesluis betreden van het schone (bedrijfs-) gedeelte, alleen bij toestemming eigenaar is betreding mogelijk, voor betreden melden bij eigenaar. U kunt hiervoor het voorbeeld formulier 'Hygiëneregels Kalverhouderij' gebruiken. Dit formulier is te vinden op www.kalversector.nl. IKB Vleeskalveren 2008.
Het bedrijfseigen personeel is adequaat opgeleid. Geldt alleen voor personeel dat in dienst is. Adequaat: ten minste opleiding op minimaal MBO niveau of 1 jaar werkervaring in de intensieve kalverhouderij, of anders onder verantwoordelijkheid van iemand met genoemde kwalificaties. Arbeidsomstandigheden-wet (wetten.overheid.nl).
Het bedrijf verkeert in goede staat van onderhoud. Heeft betrekking op toegangswegen tot bedrijfsgedeelte, dierverblijven en voerkeuken. Goede staat is: geen lekkages, geen zwaar achterstallig onderhoud, bestrating en/of verharding in redelijke staat (geen kuilen), geen open of loshangende elektrische bedrading. Bijlage 2 van Richtlijn 91/629/EEG tot vaststelling van minimumnormen ter bescherming van kalveren. QS (Quality Scheme for food, www.q-s.de).
Materialen in de stal waar de vleeskalveren mee in aanraking komen, zijn niet schadelijk voor de vleeskalveren en kunnen worden gereinigd en ontsmet. Er mag bijvoorbeeld geen sprake zijn van contact van de vleeskalveren met zware metalen (lood, kwik, cadmium). Bijlage 2 van Richtlijn 91/629/EEG.
Het bedrijf maakt een visueel schoon en opgeruimde indruk. Opgeruimde indruk: geen onnodig aanwezige materialen, maar alleen materialen aanwezig van werkzaamheden van desbetreffende werkdag. Visueel schoon: ten minste geen visueel zichtbare restanten aanwezig op bijvoorbeeld koelkast, weegschaal, bureau etc. De hygiënecode kalverhouderij is opgenomen in de regeling IKB Vleeskalveren gebaseerd op de verordening (EG) nr. 852/2004.
Het bedrijfsgedeelte en de stallen met directe toegang tot de dieren kunnen niet zonder meer betreden worden. Niet zonder meer betreden: bijvoorbeeld door borden met de melding ‘geen vrije toegang tot stallen’ bij de ingang of door linten, kettingen, etc. Zodanig dat geen ongehinderde toegang verschaft kan worden. Hygiënecode kalverhouderij.
Om het principe van schone (bedrijfs-) en vuile (externe) gedeelte op het bedrijf toe te kunnen passen is het noodzakelijk dat: – er een duidelijk zichtbare lijn (of gespannen draad) op vloerhoogte van het erf is geplaatst, zodat verkeer van transportmiddelen niet belemmerd wordt; OF – er een zodanig duidelijke aanduiding aanwezig is dat een bezoeker zich dient te melden, en door de hygiënesluis moet, voordat het schone (bedrijfs-) gedeelte betreden wordt; OF – er een fysieke afscheiding (bijv. sloot, heg of hek) aanwezig is op de grens van het schone (bedrijfs-) en / of vuile (externe) gedeelte. IKB Vleeskalveren 2008, \Bovenwettelijke invulling van Verordening (EG) nr. 852/2004.
Er is een bijgehouden bezoekersregister, per locatie, aanwezig met daarin naam, bedrijfsnaam en datum van bezoek. Bezoekers die de stallen betreden dienen in het register te worden opgenomen. Transporteurs die dieren komen laden of lossen kunnen het register tekenen. Transporteurs dienen in plaats van voormelde gegevens de volgende informatie te noteren in het register: – datum transport; – Naam transportonderneming. Hygiënecode kalverhouderij.
Ongediertebestrijding
Ongedierte wordt geweerd en waar nodig bestreden. Indien overlast van ongedierte aanwezig blijft, is een gediplomeerd ongediertebestrijdingsbedrijf ingeschakeld. Ongedierte: ratten, muizen en vliegen. Hygiënecode kalverhouderij.
Er dient op het bedrijf een plattegrond aanwezig te zijn waarop is aangegeven waar lokdozen en bestrijdings-middelen zich bevinden. Dit voorschrift is niet van toepassing als er geen ongedierte aanwezig is en bestrijding niet uitgevoerd wordt. IKB vleeskalveren 2008.
Er zijn alleen toegestane ongediertebestrijdingsmiddelen aanwezig, die in een gesloten kast en apart van dieren, diergeneesmiddelen en voedermiddelen worden opgeslagen. Toegestane ongediertebestrijdingsmiddelen: de meest actuele lijst van toegelaten ongediertebestrijdingsmiddelen zoals opgenomen in de databank van College voor Toelating van Bestrijdingsmiddelen: www.ctb-wageningen.nl. Hygiënecode kalverhouderij.
Het bestrijdingsmiddel voor ratten en muizen wordt in daarvoor geschikte lokdozen aangeboden. Lokdozen dienen gesloten zijn. Hygiënecode kalverhouderij.
De vleeskalveren hebben geen toegang tot bestrijdingsmiddelen. Hygiënecode kalverhouderij.
Op het bedrijf zijn de aankoop en leverbonnen van alle op het bedrijf aanwezige ongediertebestrijdingsmiddelen aanwezig. Hygiënecode kalverhouderij.
Aan- en afvoer van dieren
Alle aanwezige dieren zijn voorzien van 2 oormerken. 1 oormerk is toegestaan. Als er geen oormerk is, dient de aanvraag tot nieuwe oormerken aanwezig te zijn. Regeling identificatie en registratie van dieren (wetten.overheid.nl).
Kalverhouder kan aantonen dat aangevoerde dieren vrij zijn van besmettelijke veeziekten d.m.v. importdocumenten / gezondheidsverklaring. Bij een I&R blokkade dient kalverhouder de reden aan te geven. Hygiënecode kalverhouderij.
I&R administratie is ten minste 3 jaar bewaard. In deze I&R administratie is elke verplaatsing (zoals geboorte, afvoer, aanvoer, dood, import, etc.) opgenomen. Mag aantoonbaar gemaakt worden via digitaal bedrijfsregister, indien daarin tevens historie van 3 jaar bewaard is. Richtlijn 92/102/EEG van de Raad van 27 november 1992 met betrekking tot de identificatie en de registratie van dieren.
Indien een deelnemende kalverhouder startkalveren opzet, controleert die kalverhouder of in voorkomend geval het toeleverende Nederlandse startbedrijf gecertificeerd is. Controleren via het register van de SKV. M.u.v. opzet startkalveren van buitenlandse startbedrijven. IKB Vleeskalveren 2008.
Indien een kalverhouder startkalveren ontvangt, worden de meegeleverde gegevens m.b.t. diergeneesmiddelen-gebruik meegeleverd en ten minste 1 jaar in de administratie bewaard. Deze gegevens omvatten: – de koppelbehandelingen die bij de ontvangen koppel startkalveren uitgevoerd zijn, en; – de individuele behandelingen die bij de ontvangen koppel startkalveren uitgevoerd zijn. De diergeneesmiddelenregistratie moet herleidbaar zijn tot het herkomstbedrijf en de op het afmestbedrijf aanwezige kalveren. Dit geldt zowel voor binnenlandse als buitenlandse kalveren. Bovenwettelijke invulling van Verordening (EG) nr. 852/2004.
Indien een kalverhouder start-kalveren aflevert aan een vleeskalverhouderij voor verdere opfok, worden gegevens m.b.t. diergenees-middelengebruik bij deze startkalveren meegeleverd. Deze gegevens omvatten: – de koppelbehandelingen die bij de ontvangen koppel startkalveren (blank, rosé) uitgevoerd zijn, en; – de individuele behandelingen die bij de ontvangen koppel startkalveren uitgevoerd zijn. Bovenwettelijke invulling van Verordening (EG) nr. 852/2004.
Voer (installaties)
Indien geen transport van voer in eigen beheer plaatsvindt, dan moet voer zijn getransporteerd door GMP erkende transporteurs. Verklaring aangegeven op aflever / vervoersdocumenten. GMP erkende transporteurs zijn te vinden op www.gmpplus.nl. Code Diervoeder (www.gmpplus.org), Bovenwettelijke invulling Verordening (EG) nr. 852/2004.
Al het aanwezige voer is afkomstig van GMP+ gecertificeerde diervoederleveranciers. Aantonen d.m.v. voerbonnen. GMP+ gecertificeerde diervoederleveranciers zijn te vinden op www.gmpplus.nl. Code Diervoeder.
Bij voerleverantie wordt of een ingangscontrole of een controle vóór vervoedering uitgevoerd, hierbij wordt gelet op de volgende punten: – staat van het voer; – houdbaarheidstermijn. In geval van balen en/of kuilvoer is gecontroleerd (visueel / geur) of er geen broei aanwezig is, voer met broei wordt niet vervoederd. In geval van aanvullende mengvoeders wordt gecontroleerd op dat: – per aangekochte partij het type mengvoeder is aangegeven; – per aangekochte partij de houdbaarheidstermijn zichtbaar is; – per type mengvoeder de gebruiksvoorschriften bekend zijn. Staat van het voer: het product mag geen zichtbare schimmels of niet-voederbestanddelen bevatten. Voer mag niet over de houdbaarheidsdatum zijn. Dit voorschrift is niet van toepassing als de leverancier geen uiteindelijke houdbaarheidstermijn heeft aangegeven. Partijen mengvoerder zijn zodanig opgeslagen dat verschillende type mengvoeders herkenbaar zijn. De gebruiksvoorschriften zijn bekend doordat deze in de administratie zijn opgenomen of op de verpakking van het mengvoeder zijn weergegeven. Code Diervoeder.
Voor baal/kuilvoer zijn uitsluitend toegelaten toevoegingsmiddelen gebruikt. Toegelaten overeenkomstig Verordening (EG) Nr. 1831/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2003 betreffende toevoegings-middelen voor diervoeding. Aan te tonen met afleverbonnen van toevoegingsmiddelen. Hygiënecode kalverhouderij.
De kuil (met gras/maïs) is afgedekt (met uitzondering van het snijvlak). Hygiënecode kalverhouderij.
Voer is volgens voorschriften leverancier opgeslagen. Code Diervoeder.
Voer voor verschillende diersoorten is gescheiden en duidelijk herkenbaar opgeslagen. Diervoeder dat is bestemd voor andere diersoorten mag niet kunnen vermengen met het diervoeder dat is bestemd voor de vleeskalveren. Uitzondering: enkelvoudige voeders die buiten de stallen zijn opgeslagen en voor meerdere diersoorten gebruikt kunnen worden. Code Diervoeder.
Voer is niet in dezelfde ruimte waar dieren verblijven opgeslagen. Werkvoorraad is toegestaan. Code Diervoeder.
Voer is duidelijk gescheiden opgeslagen van chemicaliën. Code Diervoeder.
Opgeslagen voeders zijn goed afgedekt of verpakt of overkapt of overdekt. Indien nodig met aanvullende ongediertebestrijding. Verpakking of afdekking of overkapping of overdekking is in onbeschadigde staat. Opgeslagen voeders zijn zodanig afgedekt of verpakt of afgedekt of bedekt dat verontreiniging met uitwerpselen van ongedierte of vogels zo goed mogelijk wordt voorkomen. Indien er ongedierte aanwezig is, moet ongediertebestrijding worden toegepast. Ongedierte: ratten, muizen en vliegen. Code Diervoeder.
Voerinstallaties en waterinstallaties zijn in goede staat van onderhoud. Geen lekkende slangen en / of gebroken kettingen e.d. en geen visueel aanwezige aangekoekte resten van voer of medicijnen. Besluit houders van dieren (wetten.overheid.nl).
Er is geen beschimmeld voer aanwezig in de dierverblijven. Code Diervoeder.
Indien middelen aan het voer zijn toegevoegd, is dit gedaan conform adviezen van leverancier van de toevoegingsmiddelen. Advies leverancier van de toevoegingsmiddelen is aanwezig op het bedrijf. Code Diervoeder.
Het rantsoen bevat ten minste 50 gram vezelhoudend droog-voer per dag per dier van 8 tot 20 weken oud. Het rantsoen bevat ten minste 250 gram vezelhoudend voer per dag per dier vanaf 20 weken oud. Vezelhoudend voer: ruwvoer (maïsproducten, hooi, stro, etc.). Krachtvoer dat vezels bevat mag worden gerekend als vezelhoudend droogvoer. Hierbij moet worden uitgegaan van het gewicht van het verstrekte krachtvoer. Besluit houders van dieren.
Bij beperkte voedering is de voerbaklengte per kalf minimaal 0,40 meter. Besluit houders van dieren.
Bij onbeperkte voedering is het mogelijk dat ten minste 3 dieren tegelijk eten. Minimale voerbaklengte van 1.20m. Besluit houders van dieren.
Alle kalveren krijgen ten minste 2 maal per dag voer en kalveren in groepshokken moeten allemaal tegelijk kunnen eten. N.v.t. bij ad libitum voedering of via automatisch voedersysteem. Besluit houders van dieren.
Alle middelen die, naast voer en diergeneesmiddelen, worden toegediend voldoen aan GMP+, hebben een RegNL nummer of zijn toegelaten homeopathische middelen. Ook enkelvoudig voor humaan gebruik toegelaten homeopathische middelen zijn toegestaan. Toegelaten homeopathische middelen zijn te vinden op: https://www.cbg-meb.nl/dieren IKB Vleeskalveren 2008.
Medicijnmenger verkeert in goede staat van onderhoud. Geen lekkende slangen en / of buizen e.d. en geen visueel aanwezige aangekoekte resten van medicijnen. IKB Vleeskalveren 2008.
Afleverbewijzen van voer en toevoegingsmiddelen van de afgelopen 5 jaar zijn aanwezig. Code Diervoeder.
De dieren hebben onbeperkt de beschikking over drinkwater. Niet noodzakelijk indien melkvoedering wordt gegeven. Bij warm weer (buitentemp > 25˚C) en voor zieke kalveren dient altijd vers drinkwater beschikbaar te zijn en moet het altijd mogelijk zijn om extra watergift te geven. Besluit houders van dieren.
De aan-, afvoer of sterfte van dieren wordt binnen 24 uur na aan-, afvoer of sterfte in het I&R-systeem gemeld. Alle meldingen moeten correct zijn gedaan in het I&R systeem. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s (www.wetten.overheid.nl)
Gewasbeschermingsmiddelen
Er zijn alleen toegestane gewasbeschermingsmiddelen gebruikt. Toegestaan volgens de databank van College voor Toelating van Bestrijdingsmiddelen (CTB) (www.ctb-wageningen.nl). Aan te tonen met afleverbonnen. Hygiënecode kalverhouderij.
Gewasbeschermingsmiddelen zijn, indien aanwezig, in een gesloten kast of ruimte, apart van dieren, diergeneesmiddelen, R&O middelen en voedermiddelen opgeslagen. Hygiënecode kalverhouderij.
Wachttijden van gewasbeschermingsmiddelen zijn in acht genomen. Moet aantoonbaar gemaakt worden aan de hand van de perceeladministratie Hygiënecode kalverhouderij, Bovenwettelijke invulling van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden (www.wetten.overheid.nl).
Aankoop en leverbonnen van gewasbeschermingsmiddelen zijn in de administratie opgenomen. Hygiënecode kalverhouderij.
Huisvesting
In de ruimte waar vleeskalveren gehuisvest zijn, worden geen andere landbouwhuisdieren dan runderen gehouden. Vleesvee, fokkalveren etc. behoren ook tot de categorie 'andere landbouwhuisdieren'. IKB Vleeskalveren 2008.
De stallen / dierverblijven worden geventileerd. Besluit houders van dieren.
De stal is voorzien van licht doorlatende delen die ten minste 2% van het vloeroppervlak van de stal beslaan. Lichtdoorlatend materiaal is schoon. Alle oppervlaktes / delen die licht doorlaten worden meegerekend, tenzij de normale afsluitwijze van dit deel (deur / luik / gordijn) niet lichtdoorlatend is. Delen moeten gelijkmatig over de stal verspreid zijn. Besluit houders van dieren.
Het mestopvangsysteem in de dierverblijven is zodanig dat kalveren schoon blijven. Besluit houders van dieren.
Zieke en gewonde kalveren kunnen indien nodig worden geïsoleerd in adequate lokalen (eenlingbox/ ziekenbox) met indien nodig droog en comfortabel strooisel. De vereiste ruimte beslaat minimaal 1 procent van de kalverplaatsen, met een minimum van 1 plaats. Indien ruimte niet standaard aanwezig is, maar gecreëerd wordt, dan moet dit aantoonbaar zijn. Besluit houders van dieren.
Dierruimtes, voerruimtes, voerkeukens e.d. zijn visueel schoon. Besluit houders van dieren.
Eenlingboxen worden alleen gebruikt voor kalveren niet ouder dan 8 weken of als ziekenboxen op voorschrift van een dierenarts. Niet van toepassing als een dierenarts heeft verklaard dat het kalf in verband met zijn gezondheid of gedrag moet worden geïsoleerd om te worden behandeld. Besluit houders van dieren.
De breedte van de eenlingboxen is minimaal gelijk aan de schofthoogte van het kalf. De schofthoogte wordt gemeten terwijl het kalf rechtop staat. Besluit houders van dieren.
De lengte van een eenlingbox is ten minste 1,1 maal de lengte van het kalf. De lengte van het kalf wordt gemeten van de neuspunt tot aan de achterkant van de zitbeenknobbel. Besluit houders van dieren.
De zijwanden van een eenlingbox zijn opengewerkt zodanig dat dieren elkaar kunnen zien en aanraken. Niet van toepassing op eenlingboxen voor zieke dieren. Besluit houders van dieren.
Indien niet in eenlingboxen gehuisvest is het vloeroppervlak per kalf (levend gewicht) minimaal: bij gewicht < 150 kg: 1,5 m2; bij gewicht > 150 kg; 1,8 m2. Besluit houders van dieren.
Kalveren moeten kunnen liggen op een vloer die is ingestrooid of is voorzien van een kunststof mat, houten latten rooster of rubber toplaag. Voor rosé stierkalveren geldt dit voorschrift tot een leeftijd van 2 maanden. Besluit houders van dieren.
De vloeren zijn stroef, zonder scherpe uitsteeksels. Besluit houders van dieren.
Er is verlichting in de stal aanwezig om de vleeskalveren te allen tijde te kunnen inspecteren. De verlichting moet van zodanige sterkte zijn dat de vleeskalveren goed te zien zijn. Besluit houders van dieren.
Er zijn geen scherpe randen of scherpe uitsteeksels aanwezig in de stallen en/of dierverblijven die kalveren kunnen verwonden (geldt ook voor hekken en wanden die gebruikt worden bij het verplaatsen van de kalveren). Richtlijn 98/58/EG van de Raad van 20 juli 1998 inzake de bescherming van voor landbouwdoeleinden gehouden dieren.
Diergezondheid
Voor de bewaking van de gezondheid van de dieren is een overeenkomst gesloten met een door Geborgde Vleeskalverendierenarts gecertificeerde dierenarts en deze overeenkomst is inzichtelijk via InfoKalf (https://infokalf.skv.info) Kalverhouder heeft met de dierenarts de Overeenkomst kalverhouder, kalvereigenaar en Geborgde Vleeskalverendierenarts (conform Bijlage I van het Reglement Geborgde Vleeskalverendierenarts) gesloten. Er mag slechts één overeenkomst per diersoort, per UBN afgesloten worden. De overeenkomst is digitaal inzichtelijk via InfoKalf. Regeling diergeneesmiddelen (www.overheid.nl).
De kalverhouder heeft ervoor gezorgd dat de dierenarts minimaal 1 maal per kwartaal het bedrijf bezoekt. Het is ook toegestaan om 2x per half jaar de dierenarts het bedrijf te laten bezoeken. Voor een klinische inspectie en bedrijfsbegeleiding (op grond van bijvoorbeeld productiegegevens, AM en PM keuringsresultaten). Aan te tonen door bezoekersrapportage dierenarts. Regeling diergeneesmiddelen.
Zieke dieren zijn, indien nodig, ondergebracht in ruimte voor zieke en gewonde dieren. Ruimte voldoet aan voorwaarden huisvesting. Zieke dieren zijn op verklaring dierenarts (bezoekrapportage), dieren met zware kreupelheden, dieren met zware verwondingen en sterk verzwakte dieren als gevolg van ziekte of anderszins. Besluit houders van dieren.
De kalverhouder bewaakt het hemoglobinegehalte van de blanke vleeskalveren. Bewaken kan door bloedonderzoeken en/of toediening van ijzer. Deelnemer kan dit schriftelijk aantonen via leverbonnen van ijzerpreparaten of de uitslagen van onderzoek. N.v.t. op rosé vleeskalveren. Besluit houders van dieren.
Diergeneesmiddelen
Toediening diergeneesmiddelen gebeurt volgens de bijgeleverde gebruiksvoorschriften (toedieningswijze en duur dosering, wachttijd). Regeling diergeneesmiddelen, Besluit houders van dieren.
Er worden alleen schone en werkende bedrijfseigen hulpmiddelen gebruikt bij het toedienen van diergeneesmiddelen. Indien dierenarts eigen schone hulpmiddelen gebruikt is dit ook toegestaan. Hygiënecode kalverhouderij.
Eventuele niet zichtbare afwijkingen als gevolg van toedienen van diergeneesmiddelen (bv. door een naald) zijn, indien bekend, gemeld aan het slachthuis. Afwijkingen worden gemeld op de afleververklaring met locatie van afwijking plus identificatie dier. IKB Vleeskalveren 2008.
Er is een bedrijfsbehandelplan. Het bedrijfsbehandelplan moet voldoen aan de volgende criteria: - op een duidelijke manier is aangegeven dat het betreffende document bedrijfsbehandelplan heet; - het bedrijfsbehandelplan dient te zijn voorzien van een datum van uitgifte. Besluit houders van dieren.
Er zijn alleen antimicrobiële middelen op het bedrijf aanwezig die staan vermeld in het bedrijfsbehandelplan (BBP) óf er moet een onderbouwing (schriftelijk verslag) aanwezig zijn die door de dierenarts is opgemaakt. Regeling diergeneesmiddelen.
De kalverhouder heeft voorgeschreven UDD-/UDA-diergeneesmiddelen voor de vleeskalveren uitsluitend afgenomen van de dierenarts waarmee hij een overeenkomst heeft gesloten, of van de apotheek van de praktijk van de dierenarts waarmee hij een overeenkomst heeft afgesloten. Indien er bij een spoedgeval een andere dierenarts wordt ingeschakeld, die UDD- / UDA-diergeneesmiddelen afgeeft, moet er een visitebrief aanwezig zijn waarin staat vermeld dat het een spoedconsult betrof. Bovenwettelijke invulling van de Regeling diergeneesmiddelen.
De kalverhouder heeft UDD-diergeneesmiddelen voor de vleeskalveren uitsluitend laten toepassen door de dierenarts waarmee hij een overeenkomst heeft gesloten, of diens vervanger. Onder voorwaarden mogen sommige antibiotica, op voorschrift van de dierenarts, zelf door kalverhouder worden toegepast. Deze voorwaarden zijn minimaal een instructie van de dierenarts (voor tweede keus antibiotica) en / of vermelding in het bedrijfsbehandelplan. Bovenwettelijke invulling van de Regeling diergeneesmiddelen.
Er zijn slechts voor runderen geregistreerde diergeneesmiddelen op het bedrijf aanwezig. Indien sprake is van voorgeschreven middelen volgens de cascaderegeling (incl. buitenlandse diergeneesmiddelen) voor runderen: er is een verklaring van de dierenarts aanwezig voor het toepassen van deze middelen. Indien op het bedrijf meerdere diersoorten worden gehouden mogen diergeneesmiddelen aanwezig zijn die voor deze diersoorten zijn geregistreerd. Deze moeten per diersoort apart worden bewaard. IKB Vleeskalveren 2008, Bovenwettelijke invullingregeling van het Besluit houders van dieren.
De aanwezige URA-diergeneesmiddelen zijn afkomstig van een toegelaten verkoopkanaal. Aantonen met. afleverbonnen. Toegelaten verkoopkanaal: medicijnen zijn afkomstig van de dierenarts zelf, een openbare apotheker of een leverancier met een afleververgunning van gekanaliseerde middelen. Bovenwettelijke invulling van het Besluit houders van dieren en van de Regeling diergeneesmiddelen.
Diergeneesmiddelen zijn in een gesloten kast / ruimte gescheiden van dieren en / of voeders opgeslagen. Kast of ruimte moet met een deur afgesloten of gescheiden zijn. Deze hoeft niet op slot te zijn. In deze kast of ruimte mogen alléén diergeneesmiddelen worden opgeslagen. Hygiënecode kalverhouderij.
Diergeneesmiddelen zijn per diersoort opgeslagen. Diersoort: runderen, varkens, pluimvee, etc. Binnen 1 (koel)kast verschillende compartimenten of planken per diersoort is toegestaan. IKB Vleeskalveren 2008, Bovenwettelijke invulling van het Besluit houders van dieren.
De kalverhouder heeft geen volledige koppelkuur antibiotica op voorraad. Op voorraad: termijn tussen ontvangst koppelkuur en gebruik koppelkuur is maximaal 2 werkdagen. Gebruik is aantoonbaar door recept of/ bezoekersrapportage dierenarts. Bij annulering of wijziging koppelkuur of uitgifte 2 kuren in 1 keer dient de dierenarts waarmee een overeenkomst is getekend in het bezoekersverslag een reden aan te geven. UDD-regeling (Stcrt. 2013, 23390).
De kalverhouder stelt i.s.m. de dierenarts en eventueel vertegenwoordiger van de kalvereigenaar jaarlijks een bedrijfsgezondheidsplan op. Jaarlijks: 1x per kalenderjaar. UDD-regeling.
Het bedrijfsgezondheidsplan is voorzien van de naam en de handtekening van de kalverhouder en de dierenarts en, indien hier sprake van is, de vertegenwoordiger van de kalvereigenaar. UDD-regeling.
Het bedrijfsgezondheidsplan is voorzien van het UBN van het bedrijf. UDD-regeling.
Het bedrijfsgezondheidsplan is voorzien van de datum waarop het bedrijfsgezondheidsplan is opgesteld. UDD-regeling.
Het bedrijfsgezondheidsplan beschrijft welke aspecten van de bedrijfsgezondheid aandachtspunten zijn of verbetermaatregelen nodig hebben. Hierbij worden de volgende aspecten overwogen: – verteringsproblemen tijdens de startperiode; – verteringsproblemen tijdens de mestperiode; – luchtwegaandoeningen tijdens de startperiode; – luchtwegaandoeningen tijdens de mestperiode; – overige aandoeningen die zich op het bedrijf voordoen; – uitval tijdens de startperiode; – uitval tijdens de mestperiode; – groei van de dieren; – achterblijvers of onvolwaardige groei; – medicijngebruik voor individuele behandelingen; – medicijngebruik voor koppelbehandelingen; – vleeskleur; – overige aspecten die relevant zijn voor het bedrijf. Aanvullende bovenwettelijke invulling van de UDD-regeling.
Er is actueel een bedrijfsgezondheidsplan aanwezig. Actueel betekent daterend uit het lopende kalenderjaar of ten minste het voorgaande kalenderjaar. UDD-regeling
De kalverhouder gebruikt geen cefalosporinen voor de behandeling van vleeskalveren. Voorschrift geldt zowel voor individuele behandelingen als koppelbehandelingen. IKB Vleeskalveren 2008.
De kalverhouder heeft geen derde keus middelen antibiotica op het bedrijf op voorraad. Derde keus middelen zijn middelen die zoals genoemd in het document 'Overzicht derde keus middelen' gepubliceerd door de SDa in mei 2012. Op voorraad: termijn tussen ontvangst van een derde keuze middel en het gebruik van het derde keuze middel is maximaal 2 werkdagen. Gebruik is aantoonbaar door recept / bezoekersrapportage dierenarts. Bij annulering / wijziging behandeling: dierenarts waarmee een overeenkomst is getekend dient in bezoekersverslag reden aan te geven. " UDD-regeling.
Bij individuele behandeling (m.i.v. dag 1) na het opzetten van de eerste kalveren van de lopende ronde is ten minste het volgende, per kalf, genoteerd in het logboek: – naam diergeneesmiddel of registratienummer; – Gebruikte hoeveelheid diergeneesmiddel (dosering per dier); – werknummer; – behandeldagen. Het 'Registratieformulier individuele behandelingen'. Dit formulier is te vinden op www.kalversector.nl. Registratie is niet verplicht indien de wachttermijn 0 dagen bedraagt. Werknummer: Of, indien noodzakelijk i.v.m. tracering, ID-code volledig. Bij behandeldagen heeft de kalverhouder de keuze tussen het noteren van de startdatum met het aantal behandeldagen of het noteren van de data van de behandeldagen. Bovenwettelijke invulling van het Besluit houders van dieren en de Regeling diergeneesmiddelen.
Diergeneesmiddelen die verloren gaan op een andere wijze dan door toediening zijn in het logboek geregistreerd. Genoteerd moeten worden: de datum, naam diergeneesmiddel, verloren gegane hoeveelheid en wijze van verloren gaan Regeling diergeneesmiddelen.
Verslagen van dierenartsbezoeken die door de dierenarts worden achtergelaten bij de kalverhouder, worden door de kalverhouder bewaard. Dit mag ook middels een doordruk of een kopie (evt. digitaal). Regeling diergeneesmiddelen.
Overig
Kadavers zijn volgens de geldende regelgeving gemeld bij destructiebedrijf. Geldende regelgeving: Gezondheids- en welzijnswet voor dieren of Wet Dieren. Hygiënecode kalverhouderij, Bovenwettelijke invulling van de Regeling dierlijke bijproducten (wetten.overheid.nl).
Kadavers zijn direct na ontdekken ter destructie aangeboden op de aanbiedingsplaats voor kadavers. Hygiënecode kalverhouderij, Bovenwettelijke invulling van de Regeling dierlijke bijproducten.
Kadaveropslag en aanbiedings-plaats zonder kadavers zijn te allen tijden visueel schoon. Visueel schoon: geen aanwezigheid van dierlijke resten of andere afvalstoffen. Hygiënecode kalverhouderij
Er is een verharde reinigbare aanbiedingsplaats voor kadavers aanwezig. Verhard: klinkers, tegels, asfalt of beton. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s, Bovenwettelijke invulling van de Regeling dierlijke bijproducten.
De aanbiedingsplaats voor kadavers is af te dekken (bv. met de kadaverstolp). Zodanig dat de kadavers niet zichtbaar zijn voor passanten en niet vrij toegankelijk zijn voor vogels, knaagdieren, honden, katten, etc. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s, Bovenwettelijke invulling van de Regeling dierlijke bijproducten.
Restanten van chemicaliën inclusief direct verpakkingsmateriaal worden afgevoerd via de lokale voorzieningen. Chemicaliën: gewasbeschermingsmiddelen, R&O middelen, dierbehandelingsmiddelen, verf, diergeneesmiddelen, enz. Toegestane lokale voorzieningen: afvoer via chemobox, afvoer door afgifte bij gemeentelijke afvalverzamelpunt. Milieuregelgeving (www.ilent.nl), Bovenwettelijke invulling van Verordening (EG) nr. 852/2004.
Op het bedrijf zijn REOB gecertificeerde brandblusmiddelen beschikbaar. De brandblusmiddelen moeten onderhouden worden door REOB gecertificeerde onderhoudsbedrijven voor blusmiddelen. Na iedere onderhoudsbeurt wordt de gele sticker op het brandblusmiddel vervangen. REOB gecertificeerde bedrijven zijn te vinden op: http://cibv.nl/erkende-bedrijven/ of http://www.kiwa.nl/gecertificeerde-bedrijven.aspx. IKB Vleeskalveren 2008.
Bij volledige mechanische ventilatie en afwezigheid mogelijkheid tot natuurlijke ventilatie: Er is een noodstroomaggregaat op het bedrijf aanwezig inclusief werkend alarmsysteem voor stroomuitval. Andere noodvoorziening is ook toegestaan. Besluit houders van dieren.
Calamiteiten en klachten zijn geregistreerd (omschrijving van calamiteit en corrigerende maatregel). Calamiteiten en klachten: uitval ventilatie, brand, water- of bodemvervuiling, achtergebleven naalden, klacht van slachterij over vieze dieren. Hiervoor is een formulier beschikbaar op het bedrijf. Onveilige situaties worden beschreven in Verordening (EG) nr. 178/2002 van 28 januari 2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving. IKB Vleeskalveren 2008.
Bedrijfshygiëne
Voldoende ontsmettingsmiddelen, minimaal halve liter van het middel aanwezig op het bedrijf. Voor de meest actuele lijst van toegelaten ontsmettingsmiddelen (desinfecteermiddelen) voor transportmiddelen wordt verwezen naar de databank van College voor Toelating van Bestrijdingsmiddelen op internet: www.ctbg.nl. Bovenwettelijke invulling van de Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s.
Er is een R&O (Reiniging en Ontsmetting) plaats aanwezig. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s.
De R&O plaats beslaat de gehele lengte van een vervoerseenheid. Vervoerseenheid: uitgaande van een transportmiddel met aanhanger. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s.
Bij de R&O plaats kan voldoende verlicht worden. Onder voldoende verlicht wordt verstaan, zodanig dat te allen tijden R&O uitgevoerd kan worden. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s.
De R&O plaats is zodanig aangelegd dat water en eventueel andere vloeistoffen die bij de reiniging en ontsmetting worden gebruikt, niet in grond- of oppervlakte water terecht kunnen komen. De plaats is voorzien van een zodanige afvoer dat water en eventueel andere vloeistoffen die bij de reiniging en ontsmetting worden gebruikt, niet in het grond- of oppervlaktewater terecht kunnen komen. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s.
Op de R&O plaats kan voldoende water onder druk worden geleverd voor reiniging en ontsmetting van de vervoerseenheid. Er is een werkende hoge druk spuit aanwezig of een werkende pomp die zorgt voor extra waterdruk. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s.
R&O middelen zijn in een gesloten kast of ruimte, apart van dieren, diergeneesmiddelen, gewasbeschermingsmiddelen en voedermiddelen opgeslagen. Bovenwettelijke invulling van Verordening (EG) nr. 852/2004.
Op het bedrijf zijn de aankoop- en afleverbewijzen van R&O middelen aanwezig. Deze voorwaarde is alleen van belang als er geen voorraad R&O middelen aantoonbaar is. Bovenwettelijke invulling van Verordening (EG) nr. 852/2004.
Verbeterplan structureel veel gebruik antibiotica
Kalverhouder dient binnen 3 maanden na de datum genoemd in de berichtgeving dat het bedrijf in de categorie 'Structureel Veelgebruik, fase 1' of 'Structureel Veelgebruik, fase 2' valt een driehoeksoverleg over het BGP te organiseren met de kalverhouder, kalvereigenaar (vertegenwoordiger) en de dierenarts, het bedrijfsgezondheidsplan te vernieuwen en op te sturen naar de CI. Het dossier bevat ten minste: – de opgestelde bedrijfsgezondheidsplannen; – een uitslag van de analyse van een monster uit de melkleiding waaruit blijkt dat minder dan 1.000 kve/ml Enterobacteriacea aanwezig waren in de melkleiding; – de verklaring van de monsternemer dat het monster, behorende bij de bovengenoemde analyse uitslag, op voorgeschreven wijze uit de melkleiding is genomen. Indien van toepassing bevat het dossier: – een of meerdere onderbouwingen voor de antibioticabehandelingen die zijn verstrekt; – bij verstrekking koppelkuur: de verklaring van de dierenarts dat er voldoende individueel is behandeld voordat is overgegaan tot een koppelbehandeling, dan wel dat er sprake is van een progressief ziekteverloop waarbij in de laatste 24 uur sprake was van 4% of meer nieuwe ziektegevallen. IKB Vleeskalveren 2008.
Indien gedurende een aaneengesloten periode van 5 dagen 10% of meer dieren in het koppel ziek wordt, dient de dierenarts een verklaring af te geven dat er voldoende individueel is behandeld en dat een koppelkuur moet worden ingezet. IKB Vleeskalveren 2008.
Indien sprake is van een progressief ziekteverloop waarbij in de laatste 24 uur een toename is van 4% of meer nieuwe ziektegevallen, dient de dierenarts een verklaring af te geven dat er sprake is van een progressief ziekteverloop met een toename van 4% of meer zieke kalveren in de laatste 24 uur. In de bepaling van de toename van het ziekteverloop dienen de kalveren die gedurende deze periode zijn uitgevallen te worden meegenomen. IKB Vleeskalveren 2008.
Bedrijven die meerdere leeftijdsgroepen kalveren houden, dienen binnen 3 maanden na de datum genoemd in de berichtgeving dat het bedrijf in de categorie 'Structureel Veelgebruik, fase 2' valt, nader onderzoek te laten verrichten betreffende (recidiverende) longproblemen. Dit kan door middel van: – een (gepaard) bloedonderzoek van 5 representatieve dieren per leeftijdsgroep, of; – het nemen van neusswabs van 5 representatieve dieren, of; – het laten uitvoeren van sectie bij de Gezondheidsdienst voor Dieren. Onafhankelijk van stal of compartiment. Indien binnen drie maanden geen ziekteverschijnselen worden vertoond, is een verklaring dierenarts over gezondheid koppel verplicht om onderzoek te mogen verschuiven naar eerst volgend moment dat ziekteverschijnselen worden geconstateerd. IKB Vleeskalveren 2008.
Kalverhouder dient binnen 3 maanden na de datum genoemd in de berichtgeving dat het bedrijf in de categorie 'Structureel Veelgebruik, fase 2' valt, een bedrijfsanalyse op te stellen aan de hand van de 'Uitgebreide checklist' en deze op te sturen naar de CI. Deze checklist is te downloaden via www.kalversector.nl. IKB Vleeskalveren 2008.
Transport
Alle aangevoerde in NL geboren nuka's, die niet rechtstreeks van een rundveebedrijf van geboorte zijn aangevoerd, dienen te zijn verzameld op een deelnemend, erkend verzamelcentrum. Alle nuka’s moeten rechtstreeks afkomstig zijn van een Nederlands rundveebedrijf of van een deelnemend, erkend verzamelcentrum. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s
Ieder kalf dient vanaf het moment van opzet tot 3 weken na de opzetdatum gehuisvest te worden in een ruimte met een temperatuur van minimaal 15 °C. De temperatuur in de huisvesting van kalveren tot 3 weken na opzet moet > 15°C is. Indien de buitentemperatuur -5°C of minder bedraagt, dient de temperatuur > 10°C te zijn. Per 200 gehuisveste kalveren moet 1 meting in het midden van een babybox, op hoogte van 25 cm boven een staand kalf verricht worden. Bovenwettelijke invulling van het Besluit houders van dieren.
Alle (deel)koppels met gewicht onder 42 kg dienen tot 2 weken na aanvoer van het kalf 3 maal daags te worden gevoerd (verspreid over een periode van 12 uur of meer). Bovenwettelijke invulling van het Besluit houders van dieren.
Alle personen die bedrijfsmatig op het schone (bedrijfs-) gedeelte en in de stallen – waarin dieren zijn gehuisvest – komen, moeten gebruik maken van de hygiënesluis en schone bedrijfskleding en – schoeisel aantrekken, voordat het schone (bedrijfs-) gedeelte en de stallen betreden worden. Alleen personen behorende bij het transportmiddel, die niet in de stal komen, mogen over het bedrijfsgedeelte van het erf rijden zonder gebruik te maken van de hygiënesluis. Een persoon die bedrijfsmatig het bedrijfsgedeelte betreedt is een ieder die per week meerdere veehouderijbedrijven bezoekt en hierbij ook in de stallen – waarin dieren zijn gehuisvest – komt. Hieronder vallen ook personen die op andere bedrijven in stallen komen (bv. buurman melkveehouder). Bedrijfsgedeelte (zie B007): het gedeelte van het perceel waar zich de kalverhouderij bevindt aangevuld met het gedeelte van het perceel waar verkeer van personen en/of transport van kalveren, voer en materialen tussen stallen / afdelingen plaatsvindt. Dit voorschrift is niet van toepassing voor transporteurs van kalveren. IKB Vleeskalveren 2008.
De hygiënesluis is voorzien van een handenwasgelegenheid met warm en koud-, stromend water, zeep / desinfectans, papieren handdoeken en schoon schoeisel en schone bedrijfseigen kleding. De handenwasgelegenheid bevindt zich bij voorkeur in het schone gedeelte van de hygiënesluis en zo dicht mogelijk bij de fysieke barrière. Bedrijfseigen kleding en – schoeisel zijn bijvoorbeeld overalls, laarzen of klompen. IKB Vleeskalveren 2008.
De kalverhouder reinigt minimaal 1x per 4 weken de melkleiding. Controleer via de registratie van de kalverhouder of de melkleidingen minimaal 1x per 4 weken zijn gereinigd met een reinigingsmiddel. In het geval van rosé start / afmest waarbij het melkleidingsysteem niet gebruikt wordt, hoeft het melkleidingsysteem niet gereinigd te worden. Onder melkleiding wordt verstaan elk systeem waarmee melk aan de kalveren wordt gevoerd, zoals melkleidingsystemen, rijdende mengers, voerslangen en drinkautomaten. Bovenwettelijke invulling van Verordening (EG) nr. 852/2004.
De kalverhouder houdt een register bij van de reinigingsbeurten. In het register staan ten minste de datum en het gebruikte reinigingsmiddel vermeld. Gecontroleerd moet worden of in het register ten minste de datum en het gebruikte reinigingsmiddel genoteerd staan. Bovenwettelijke invulling van Verordening (EG) nr. 852/2004.
Als een kalverhouder kalveren opzet, die al op een ander bedrijf zijn gestart, worden deze kalveren aangevoerd van maximaal 4 verschillende UBN’s. Indien niet aan dit voorschrift kan worden voldaan dient aan het hierop volgend voorschrift te worden voldaan. IKB Vleeskalveren 2008.
Als een kalverhouder kalveren opzet, die al op een ander bedrijf zijn gestart, wordt in 1 compartiment eerder gestarte kalveren van maximaal 2 verschillende UBN's gehuisvest. Een compartiment is een ruimte die door vloer, plafond en wanden / muren van vloer tot plafond gescheiden is van andere ruimtes. Het is toegestaan dat in de wand / muur een deur is aangebracht. Deze deur mag slechts geopend zijn tijdens doorgang, zodat de luchtcirculatie van 1 compartiment niet direct verbonden is met een ander compartiment / ruimte waarin kalveren zijn gehuisvest. Indien niet aan dit voorschrift kan worden voldaan dient aan het vorige voorschrift te worden voldaan. IKB Vleeskalveren 2008.

Bijlage 3. behorende bij artikel 4.3.1. van de Regeling Europese EZ-subsidies

Een welzijnsvriendelijke stalvloer bestaat uit een roostervloer met een indrukbare toplaag die meer ligcomfort biedt dan de gangbare vloeren voor vleeskalveren.

Hierbij bedekt de indrukbare toplaag de (harde) roosterbalken volledig. Voor de stevigheid wordt de toplaag fabrieksmatig verankerd aan de ondervloer of, via knelling of anderszins doelmatig gefixeerd aan de ondervloer, zodanig dat deze niet kan verschuiven of bij gebruik door de kalveren van de ondervloer los kan raken. Bij gebruik van harde bevestigings- materialen zijn deze ten minste 5 mm onder het loopoppervlak verzonken zodat de dieren zich hier niet aan kunnen verwonden. Voor een goede reiniging zijn de mest- en urine afvoerende spleten van de steunvloer en indrukbare toplaag volledig op elkaar afgestemd.

De fabrikant geeft op deze vloer ten minste 5 jaar garantie op slijtage, productiefouten en beschadiging bij normaal gebruik.

• beschadigingen: 0, + of ++
• slijtvastheid: + of ++
• vervormbaarheid: ++
Balkbreedte (inclusief toplaag) mm Effectieve spleetbreedte (inclusief toplaag) mm
Blank vlees & opfok rosé kalf (bij opzet jonger dan 10 weken) 80 – 130 27 – 30
Afmest rosé kalf (bij opzet ouder dan 10 weken) 80 – 140 30 – 35

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 1.4a. Berekening overige subsidiabele kosten

De kosten, bedoeld in artikel 1.3, eerste lid, onderdelen b tot en met d, kunnen worden berekend door de loonkosten, berekend overeenkomstig artikel 1.4, eerste lid, onderdeel a, onder 5°, te vermenigvuldigen met 40%.

Hoofdstuk 2. Regels omtrent subsidieverstrekking door de minister

Hoofdstuk 3. Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij

Titel 3.1. Algemene bepalingen

Titel 3.2. Jonge vissers

Titel 3.3. Aanlandplichtinnovatieprojecten

Titel 3.4. Rendementsverbeteringsprojecten

Titel 3.5. Aquacultuurinnovatieprojecten

Titel 3.6. Afzetbevorderingsprojecten

Titel 3.7. Productie- en afzetprogramma's

Titel 3.8. Innovatieprojecten duurzame visserij

Titel 3.9. Samenwerkingsprojecten wetenschap en visserij

Hoofdstuk 4. Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling

Titel 4.1. Brede weersverzekering

Paragraaf 4.1.2. Voorschriften inzake de landbouwer

Paragraaf 4.1.2. Voorschriften inzake de verzekeraar

Paragraaf 4.1.2. Voorschriften inzake de landbouwer

Titel 4.2. Kwaliteitsregeling voor de kalfsvleessector

Paragraaf 4.2.2. Voorschriften inzake de erkenning van een kwaliteitsregeling

Paragraaf 4.2.3. Voorschriften inzake de subsidieregeling

Paragraaf 4.2.2. Voorschriften inzake de erkenning van een kwaliteitsregeling

Titel 4.3. Welzijnsvriendelijke stalvloeren voor vleeskalveren

Paragraaf 4.3.1. Algemene bepalingen

Paragraaf 4.3.1. Algemene bepalingen

Titel 4.4. Ammoniakreductie in stallen voor vleeskalveren

Paragraaf 4.2.4. Controles en sancties

Paragraaf 4.3.1. Algemene bepalingen

Paragraaf 4.4.1. Algemene bepalingen

Titel 4.5. Pilots toekomstbestendige landbouw nieuw GLB

Artikel 4.5.1. Begripsbepalingen

In deze titel wordt verstaan onder:

Artikel 4.5.2. Subsidieaanvraag
1.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie voor het uitvoeren van een project dat bestaat uit:

2.

Het proefproject bestaat uit het uitproberen van nieuwe maatregelen, en het onderzoeken van de effecten van die maatregelen:

3.

Onverminderd artikel 2.9, vierde lid, bevat het projectplan een omschrijving van:

Artikel 4.5.3. Begunstigden
1.

De subsidie wordt verleend aan:

2.

Samenwerkingsverbanden als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, komen slechts voor subsidie in aanmerking indien:

3.

Indien de subsidie wordt aangevraagd door een samenwerkingsverband als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, is een gecertificeerd agrarisch collectief dat deelneemt aan het samenwerkingsverband penvoerder.

4.

In afwijking van het eerste lid wordt subsidie voor een project dat bijdraagt aan de doelstellingen als bedoeld in artikel 4.5.2, tweede lid, onderdeel a, alleen verleend aan een begunstigde als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, b en c.

Artikel 4.5.4. Hoogte subsidie

De hoogte van de subsidie bedraagt de optelsom van de per product of activiteit, bedoeld in artikel 4.5.2, derde lid, onderdeel a, overeenkomstig bijlage 4, onderdeel A, kolom 3, bepaalde respectievelijk berekende bedragen, vermeerderd met additionele kosten als bedoeld in bijlage 4, onderdeel A, kolom 4.

Artikel 4.5.5. Verdeling subsidieplafond

De minister verdeelt het subsidieplafond op volgorde van rangschikking van de aanvragen.

Artikel 4.5.6. Realisatietermijn

Het project is uiterlijk afgerond op 31 december 2024.

Artikel 4.5.7. Afwijzingsgronden

Onverminderd artikel 2.11 beslist de minister afwijzend op een aanvraag voor subsidieverlening indien:

Artikel 4.5.8. Rangschikkingscriteria
1.

De minister kent aan een aanvraag, op basis van het bijbehorende projectplan, een hoger aantal punten toe naarmate naar verwachting:

2.

Het aantal punten bedraagt per onderdeel van het eerste lid ten hoogste 5.

3.

Voor de rangschikking van een aanvraag met een project dat bijdraagt aan de doelstellingen als bedoeld in artikel 4.5.2, tweede lid, onderdelen a en c, wordt het aantal punten gegeven voor het eerste lid, onderdelen a, b, c en d, vermenigvuldigd met onderscheidenlijk 4, 3, 2 en 1.

4.

Voor de rangschikking van een aanvraag met een project dat bijdraagt aan de doelstelling als bedoeld in artikel 4.5.2, tweede lid, onderdeel b, wordt het aantal punten gegeven voor het eerste lid, onderdelen a, b, c en d, vermenigvuldigd met onderscheidenlijk 2, 1, 1 en 4.

5.

De minister rangschikt de aanvragen waarop niet afwijzend is beslist hoger naarmate in totaal meer punten aan het project zijn toegekend.

6.

Indien aan twee of meer aanvragen met een project dat bijdraagt aan de doelstellingen als bedoeld in artikel 4.5.2, tweede lid, onderdelen a en c, in totaal een gelijk aantal punten is toegekend, rangschikt de minister een aanvraag hoger naarmate meer punten zijn toegekend aan respectievelijk onderdeel a, b, c en d, van het eerste lid.

7.

Indien aan twee of meer aanvragen met een project dat bijdraagt aan de doelstellingen als bedoeld in artikel 4.5.2, tweede lid, onderdeel b, in totaal een gelijk aantal punten is toegekend, rangschikt de minister een aanvraag hoger naarmate meer punten zijn toegekend aan respectievelijk onderdeel d, a, b en c, van het eerste lid.

Artikel 4.5.9. Verplichtingen subsidieontvanger
1.

De subsidieontvanger neemt in het plan op:

2.

De subsidieontvanger spant zich in om samen te werken met andere ontvangers van de subsidie met het oog op het uitwisselen van ervaringen, het ontwikkelen van ideeën en het opstellen van gezamenlijke rapportages.

3.

De subsidieontvanger maakt de resultaten van de activiteit openbaar via het EIP-netwerk, bedoeld in artikel 53 van verordening 1305/2013, en andere geëigende netwerken.

4.

De subsidieontvanger start de uitvoering van de activiteit uiterlijk twee maanden na de dagtekening van de subsidieverlening.

5.

De subsidieontvanger, bedoeld in artikel 4.5.3, eerste lid, onderdeel a, of de penvoerder van een samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 4.5.3, eerste lid, onderdelen b, c en d, dient in voorkomend geval uiterlijk 31 december 2022 een tussenrapportage in bij de minister. Deze tussenrapportage bevat een overzicht van de uitgevoerde activiteiten en de behaalde deelresultaten.

6.

De activiteiten ter uitvoering van proefprojecten voldoen aan de volgende voorwaarden:

7.

De subsidieontvanger verleent gedurende ten hoogste vijf jaar na de datum van de beschikking tot subsidievaststelling medewerking aan een evaluatie van de effecten van de door hem uitgevoerde activiteiten, bedoeld in artikel 4.5.2, derde lid, voor zover deze medewerking redelijkerwijs van hem verlangd kan worden.

Artikel 4.5.10. Voorschotverlening
1.

De minister verleent ten hoogste vier maal per jaar voorschotten.

2.

De subsidieontvanger, bedoeld in artikel 4.5.3, eerste lid, onderdeel a, of de penvoerder van een samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 4.5.3, eerste lid, onderdelen b, c en d, dient een aanvraag voor een voorschot in na afloop van de uitvoering van een product of activiteit, bedoeld in bijlage 4, onderdeel A, kolom 1, ter hoogte van het overeenkomstig bijlage 4, onderdeel A, kolom 3, voor dat product of die activiteit bepaalde respectievelijk berekende bedrag, vermeerderd met additionele kosten als bedoeld in bijlage 4, onderdeel A, kolom 4.

3.

Onverminderd artikel 2.14, eerste lid, bedraagt het voorschot dat wordt verleend aan een subsidieontvanger als bedoeld in artikel 4.5.3, eerste lid, onderdeel a, ten minste € 50.000, en bedraagt de som van de voorschotten die naar aanleiding van een aanvraag worden verleend aan de deelnemers van een samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 4.5.3, eerste lid, onderdelen b, c, en d, ten minste € 50.000.

Artikel 4.5.11. Onregelmatigheden, administratieve controles en controles ter plaatse
1.

De minister geeft in voorkomende gevallen uitvoering aan artikel 54, eerste en derde lid, en artikel 56 van verordening 1306/2013.

2.

De minister verricht de controles, bedoeld in artikel 59 van verordening 1306/2013.

Artikel 4.5.12. Onverschuldigde betalingen, sancties en terugvorderingen
1.

De minister besluit tot het niet betalen dan wel de gehele of gedeeltelijke intrekking van de subsidie overeenkomstig artikel 63, eerste lid, van verordening 1306/2013.

2.

De minister stelt de sancties, bedoeld in artikel 63, tweede lid, van verordening 1306/2013, vast met inachtneming van artikel 64 van verordening 1306/2013.

3.

De minister geeft bij de uitvoering van de bevoegdheden, genoemd in het eerste en tweede lid, toepassing aan artikel 63 van verordening 809/2014.

Artikel 4.5.13. Vervaltermijn

Deze titel en bijlage 4 vervallen met ingang van 31 december 2024, met dien verstande dat deze van toepassing blijven op subsidies die voor die datum zijn verleend.

Titel 4.6. Niet-productieve investeringen agrarisch natuurbeheer leefgebieden weidevogels en akkervogels

Artikel 4.6.1. Begripsbepalingen

In deze titel wordt verstaan onder:

Artikel 4.6.2. Subsidieaanvraag
1.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie voor een gezamenlijk project bestaande uit niet-productieve investeringen die:

2.

De subsidie wordt verleend aan een gecertificeerd agrarisch collectief of een samenwerkingsverband van twee of meer gecertificeerde agrarische collectieven.

3.

Onverminderd artikel 2.9, vierde lid, bevat het projectplan een kaart waarop de locatie van de beoogde niet-productieve investeringen is aangegeven.

4.

De herstelmaatregelen en inrichtingsmaatregelen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, ten behoeve van de leefgebieden van weidevogels zijn uitsluitend:

5.

De herstelmaatregelen en inrichtingsmaatregelen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, ten behoeve van de leefgebieden van akkervogels zijn uitsluitend:

Artikel 4.6.3. Hoogte subsidie

De subsidie bedraagt 100% van de subsidiabele kosten, doch ten hoogste € 1.000.000.

Artikel 4.6.4. Subsidiabele kosten
1.

Voor subsidie komen uitsluitend kosten als bedoeld in artikel 1.3, eerste lid, onderdelen a en d, in aanmerking, voor zover deze bestaan uit:

2.

De kosten, bedoeld in het eerste lid, onderdelen e, f, g en k, bedragen tezamen ten hoogste 15% van de totale kosten.

Artikel 4.6.5. Verdeling subsidieplafond

De minister verdeelt het subsidieplafond op volgorde van rangschikking van de aanvragen.

Artikel 4.6.6. Realisatietermijn

De investering is afgerond op 31 december 2022.

Artikel 4.6.7. Afwijzingsgronden

Onverminderd artikel 2.11 beslist de minister afwijzend op een aanvraag voor subsidieverlening indien:

Artikel 4.6.8. Rangschikkingscriteria
1.

De minister kent aan een aanvraag een hoger aantal punten toe naarmate naar verwachting:

2.

Het aantal punten bedraagt per onderdeel van het eerste lid ten hoogste 5.

3.

Voor de rangschikking wordt het aantal punten gegeven voor het eerste lid, onderdelen a, b, en c, vermenigvuldigd met onderscheidenlijk 3, 2 en 1.

4.

De minister rangschikt de aanvragen waarop niet afwijzend is beslist hoger naarmate in totaal meer punten aan het project zijn toegekend.

5.

Indien aan twee of meer aanvragen in totaal een gelijk aantal punten is toegekend, wordt een aanvraag hoger gerangschikt naarmate meer punten zijn toegekend aan respectievelijk onderdeel a, b, en c, van het eerste lid.

Artikel 4.6.9. Bevoorschotting
1.

De minister verleent ten hoogste vier maal per jaar een voorschot.

2.

Onverminderd artikel 2.14, eerste lid, bedraagt het voorschot ten minste € 25.000.

Artikel 4.6.10. Onregelmatigheden, administratieve controles en controles ter plaatse
1.

De minister geeft in voorkomende gevallen uitvoering aan artikel 54, eerste en derde lid, en artikel 56 van verordening 1306/2013.

2.

De minister verricht de controles, bedoeld in artikel 59 van verordening 1306/2013.

Artikel 4.6.11. Onverschuldigde betalingen, sancties en terugvorderingen
1.

De minister besluit tot het niet betalen dan wel de gehele of gedeeltelijke intrekking van de subsidie overeenkomstig artikel 63, eerste lid, van verordening 1306/2013.

2.

De minister stelt de sancties, bedoeld in artikel 63, tweede lid, van verordening 1306/2013, vast met inachtneming van artikel 64 van verordening 1306/2013.

3.

De minister geeft bij de uitvoering van de bevoegdheden, genoemd in het eerste en tweede lid, toepassing aan artikel 63 van verordening 809/2014.

Artikel 4.6.12. Vervaldatum

Deze titel vervalt met ingang van 31 december 2021, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op subsidies die voor die datum zijn verleend.

Hoofdstuk 5. Europees Fonds voor regionale ontwikkeling

§ 5.1. Algemene bepalingen

§ 5.2. Regels omtrent subsidieverstrekking door de managementautoriteit

§ 5.2. Regels omtrent subsidieverstrekking door de managementautoriteit

§ 4. Regels omtrent subsidieverstrekking in het kader van Europese territoriale samenwerking

Hoofdstuk 6. Overige bepalingen en slotbepalingen

Bijlage 1. behorende bij artikel 1.9 Regeling Europese EZ-subsidies

Procedure als bedoeld in artikel 140, vijfde lid, van verordening 1303/2013

Verordening 1303/2013 maakt het mogelijk kopieën of volledig digitale documenten te accepteren als bewijsstuk. In deze bijlage worden de in artikel 140, vijfde lid, van verordening 1303/2013 bedoelde procedures vastgesteld voor documenten die in het kader van de uitvoering van deze regeling en verantwoording op grond van verordening 1303/2013 kan worden gebruikt.

1. Typen documenten

De volgende documenten worden als bewijsstukken geaccepteerd:

2. Procedure voor het gebruik van de documenten, bedoeld onder 1, onderdelen a, b en c

De in 1 onder a, b en c bedoelde bewijsstukken zijn geconverteerde documenten of gegevensdragers. Bij conversie van het origineel naar het geconverteerde document of gegevensdrager wordt aan de hieronder vermelde voorwaarden voldaan:

Het in samenhang bezien van de verschillende bewijsstukken strekt er mede toe de authenticiteit van het geconverteerde document of de gegevensdrager te waarborgen en dat hierop voor controledoeleinden kan worden vertrouwd.

Als de conversie op de juiste wijze gebeurt, is het in het kader van de verantwoording, niet meer noodzakelijk de bewijsstukken op de originele gegevensdrager te bewaren. Het geconverteerde bewijsstuk mag na conversie niet meer gewijzigd kunnen worden.

3. Procedure voor het bewaren van stukken die uitsluitend in een elektronische versie bestaan, bedoeld in 1, onderdeel d

Indien een subsidieontvanger gebruik maakt van elektronische documenten waarbij uitsluitend een elektronische versie bestaat, worden de geautomatiseerde systemen voorzien van beheers- en beveiligingsmaatregelen die de betrouwbaarheid, authenticiteit en integriteit van de elektronische gegevens gedurende de gehele vereiste bewaartermijn waarborgen. Het is aan de subsidieontvanger om dit aan te tonen. Voor een tweetal veel voorkomende situaties zijn de voorschriften hieronder uitgewerkt:

Bijlage 2. behorende bij artikel 4.2.2, vijfde lid, Regeling Europese EZ-subsidies

Bestaande voorschriften kwaliteitssysteem kalfsvleessector

Voorschrift Interpretatie Bron
Algemeen
Er is een actuele door de certificerende instantie (hierna: ‘CI’) gewaarmerkte plattegrond van het bedrijf aanwezig. De plattegrond geeft voor zover van toepassing alle ruimten, de perceelgrenzen- en toegangen, bedrijfsgedeelte, de situering silo's (inclusief silonummers), mestopslag, opslag en aanbiedingsplaats destructiemateriaal, medicijnopslag, opslag van reinigings-, desinfectie- en ongediertebestrijdingsmiddelen, aggregaat, hygiënesluis, de gebruikelijke loop- en rijroutes, de afmetingen van de stallen en per stal het aantal afdelingen en aantal hokken en de hoeveelheid kalveren die per hok mogen zijn gehuisvest, gebaseerd op 1,8 m2/kalf aan. Indien het bedrijf nuchtere kalveren (nuka’s) opzet tot max. 15 weken (startbedrijf), dan mag een plattegrond op basis van 1,5 m2/kalf worden opgesteld. De totale hoeveelheid kalveren die op het bedrijf mag worden gehuisvest is eveneens aangegeven. Het bedrijfsgedeelte is het gedeelte van het perceel waar zich de kalverhouderij bevindt aangevuld met het gedeelte van het perceel waar verkeer van personen en/of transport van kalveren, voer en materialen tussen stallen / afdelingen plaatsvindt. De plattegrond is aangepast aan de laatste stand van zaken. IKB Vleeskalveren 2008 (www.Kalversector.nl ).
De rapportages en certificaten van de inspecties van de drie voorgaande jaren zijn beschikbaar. IKB Vleeskalveren 2008, Bovenwettelijke invulling van Verordening(EG) nr. 852/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake levensmiddelenhygiëne.
Hygiëneregels en plattegrond (met bedrijfsgedeelte en looproutes) zijn zichtbaar aanwezig in hygiënesluis voor medewerkers en bezoekers en worden toegepast. Op schrift gestelde hygiëneregels, aanwezig in de hygiënesluis bevatten minimaal de volgende meldingen: alleen beroepsmatige betreding van het deel van het bedrijf waar dieren staan, alleen na omkleden in hygiënesluis betreden van het schone (bedrijfs-) gedeelte, alleen bij toestemming eigenaar is betreding mogelijk, voor betreden melden bij eigenaar. U kunt hiervoor het voorbeeld formulier 'Hygiëneregels Kalverhouderij' gebruiken. Dit formulier is te vinden op www.kalversector.nl. IKB Vleeskalveren 2008.
Het bedrijfseigen personeel is adequaat opgeleid. Geldt alleen voor personeel dat in dienst is. Adequaat: ten minste opleiding op minimaal MBO niveau of 1 jaar werkervaring in de intensieve kalverhouderij, of anders onder verantwoordelijkheid van iemand met genoemde kwalificaties. Arbeidsomstandigheden-wet (wetten.overheid.nl).
Het bedrijf verkeert in goede staat van onderhoud. Heeft betrekking op toegangswegen tot bedrijfsgedeelte, dierverblijven en voerkeuken. Goede staat is: geen lekkages, geen zwaar achterstallig onderhoud, bestrating en/of verharding in redelijke staat (geen kuilen), geen open of loshangende elektrische bedrading. Bijlage 2 van Richtlijn 91/629/EEG tot vaststelling van minimumnormen ter bescherming van kalveren. QS (Quality Scheme for food, www.q-s.de).
Materialen in de stal waar de vleeskalveren mee in aanraking komen, zijn niet schadelijk voor de vleeskalveren en kunnen worden gereinigd en ontsmet. Er mag bijvoorbeeld geen sprake zijn van contact van de vleeskalveren met zware metalen (lood, kwik, cadmium). Bijlage 2 van Richtlijn 91/629/EEG.
Het bedrijf maakt een visueel schoon en opgeruimde indruk. Opgeruimde indruk: geen onnodig aanwezige materialen, maar alleen materialen aanwezig van werkzaamheden van desbetreffende werkdag. Visueel schoon: ten minste geen visueel zichtbare restanten aanwezig op bijvoorbeeld koelkast, weegschaal, bureau etc. De hygiënecode kalverhouderij is opgenomen in de regeling IKB Vleeskalveren gebaseerd op de verordening (EG) nr. 852/2004.
Het bedrijfsgedeelte en de stallen met directe toegang tot de dieren kunnen niet zonder meer betreden worden. Niet zonder meer betreden: bijvoorbeeld door borden met de melding ‘geen vrije toegang tot stallen’ bij de ingang of door linten, kettingen, etc. Zodanig dat geen ongehinderde toegang verschaft kan worden. Hygiënecode kalverhouderij.
Om het principe van schone (bedrijfs-) en vuile (externe) gedeelte op het bedrijf toe te kunnen passen is het noodzakelijk dat: – er een duidelijk zichtbare lijn (of gespannen draad) op vloerhoogte van het erf is geplaatst, zodat verkeer van transportmiddelen niet belemmerd wordt; OF – er een zodanig duidelijke aanduiding aanwezig is dat een bezoeker zich dient te melden, en door de hygiënesluis moet, voordat het schone (bedrijfs-) gedeelte betreden wordt; OF – er een fysieke afscheiding (bijv. sloot, heg of hek) aanwezig is op de grens van het schone (bedrijfs-) en / of vuile (externe) gedeelte. IKB Vleeskalveren 2008, \Bovenwettelijke invulling van Verordening (EG) nr. 852/2004.
Er is een bijgehouden bezoekersregister, per locatie, aanwezig met daarin naam, bedrijfsnaam en datum van bezoek. Bezoekers die de stallen betreden dienen in het register te worden opgenomen. Transporteurs die dieren komen laden of lossen kunnen het register tekenen. Transporteurs dienen in plaats van voormelde gegevens de volgende informatie te noteren in het register: – datum transport; – Naam transportonderneming. Hygiënecode kalverhouderij.
Ongediertebestrijding
Ongedierte wordt geweerd en waar nodig bestreden. Indien overlast van ongedierte aanwezig blijft, is een gediplomeerd ongediertebestrijdingsbedrijf ingeschakeld. Ongedierte: ratten, muizen en vliegen. Hygiënecode kalverhouderij.
Er dient op het bedrijf een plattegrond aanwezig te zijn waarop is aangegeven waar lokdozen en bestrijdings-middelen zich bevinden. Dit voorschrift is niet van toepassing als er geen ongedierte aanwezig is en bestrijding niet uitgevoerd wordt. IKB vleeskalveren 2008.
Er zijn alleen toegestane ongediertebestrijdingsmiddelen aanwezig, die in een gesloten kast en apart van dieren, diergeneesmiddelen en voedermiddelen worden opgeslagen. Toegestane ongediertebestrijdingsmiddelen: de meest actuele lijst van toegelaten ongediertebestrijdingsmiddelen zoals opgenomen in de databank van College voor Toelating van Bestrijdingsmiddelen: www.ctb-wageningen.nl. Hygiënecode kalverhouderij.
Het bestrijdingsmiddel voor ratten en muizen wordt in daarvoor geschikte lokdozen aangeboden. Lokdozen dienen gesloten zijn. Hygiënecode kalverhouderij.
De vleeskalveren hebben geen toegang tot bestrijdingsmiddelen. Hygiënecode kalverhouderij.
Op het bedrijf zijn de aankoop en leverbonnen van alle op het bedrijf aanwezige ongediertebestrijdingsmiddelen aanwezig. Hygiënecode kalverhouderij.
Aan- en afvoer van dieren
Alle aanwezige dieren zijn voorzien van 2 oormerken. 1 oormerk is toegestaan. Als er geen oormerk is, dient de aanvraag tot nieuwe oormerken aanwezig te zijn. Regeling identificatie en registratie van dieren (wetten.overheid.nl).
Kalverhouder kan aantonen dat aangevoerde dieren vrij zijn van besmettelijke veeziekten d.m.v. importdocumenten / gezondheidsverklaring. Bij een I&R blokkade dient kalverhouder de reden aan te geven. Hygiënecode kalverhouderij.
I&R administratie is ten minste 3 jaar bewaard. In deze I&R administratie is elke verplaatsing (zoals geboorte, afvoer, aanvoer, dood, import, etc.) opgenomen. Mag aantoonbaar gemaakt worden via digitaal bedrijfsregister, indien daarin tevens historie van 3 jaar bewaard is. Richtlijn 92/102/EEG van de Raad van 27 november 1992 met betrekking tot de identificatie en de registratie van dieren.
Indien een deelnemende kalverhouder startkalveren opzet, controleert die kalverhouder of in voorkomend geval het toeleverende Nederlandse startbedrijf gecertificeerd is. Controleren via het register van de SKV. M.u.v. opzet startkalveren van buitenlandse startbedrijven. IKB Vleeskalveren 2008.
Indien een kalverhouder startkalveren ontvangt, worden de meegeleverde gegevens m.b.t. diergeneesmiddelen-gebruik meegeleverd en ten minste 1 jaar in de administratie bewaard. Deze gegevens omvatten: – de koppelbehandelingen die bij de ontvangen koppel startkalveren uitgevoerd zijn, en; – de individuele behandelingen die bij de ontvangen koppel startkalveren uitgevoerd zijn. De diergeneesmiddelenregistratie moet herleidbaar zijn tot het herkomstbedrijf en de op het afmestbedrijf aanwezige kalveren. Dit geldt zowel voor binnenlandse als buitenlandse kalveren. Bovenwettelijke invulling van Verordening (EG) nr. 852/2004.
Indien een kalverhouder start-kalveren aflevert aan een vleeskalverhouderij voor verdere opfok, worden gegevens m.b.t. diergenees-middelengebruik bij deze startkalveren meegeleverd. Deze gegevens omvatten: – de koppelbehandelingen die bij de ontvangen koppel startkalveren (blank, rosé) uitgevoerd zijn, en; – de individuele behandelingen die bij de ontvangen koppel startkalveren uitgevoerd zijn. Bovenwettelijke invulling van Verordening (EG) nr. 852/2004.
Voer (installaties)
Indien geen transport van voer in eigen beheer plaatsvindt, dan moet voer zijn getransporteerd door GMP erkende transporteurs. Verklaring aangegeven op aflever / vervoersdocumenten. GMP erkende transporteurs zijn te vinden op www.gmpplus.nl. Code Diervoeder (www.gmpplus.org), Bovenwettelijke invulling Verordening (EG) nr. 852/2004.
Al het aanwezige voer is afkomstig van GMP+ gecertificeerde diervoederleveranciers. Aantonen d.m.v. voerbonnen. GMP+ gecertificeerde diervoederleveranciers zijn te vinden op www.gmpplus.nl. Code Diervoeder.
Bij voerleverantie wordt of een ingangscontrole of een controle vóór vervoedering uitgevoerd, hierbij wordt gelet op de volgende punten: – staat van het voer; – houdbaarheidstermijn. In geval van balen en/of kuilvoer is gecontroleerd (visueel / geur) of er geen broei aanwezig is, voer met broei wordt niet vervoederd. In geval van aanvullende mengvoeders wordt gecontroleerd op dat: – per aangekochte partij het type mengvoeder is aangegeven; – per aangekochte partij de houdbaarheidstermijn zichtbaar is; – per type mengvoeder de gebruiksvoorschriften bekend zijn. Staat van het voer: het product mag geen zichtbare schimmels of niet-voederbestanddelen bevatten. Voer mag niet over de houdbaarheidsdatum zijn. Dit voorschrift is niet van toepassing als de leverancier geen uiteindelijke houdbaarheidstermijn heeft aangegeven. Partijen mengvoerder zijn zodanig opgeslagen dat verschillende type mengvoeders herkenbaar zijn. De gebruiksvoorschriften zijn bekend doordat deze in de administratie zijn opgenomen of op de verpakking van het mengvoeder zijn weergegeven. Code Diervoeder.
Voor baal/kuilvoer zijn uitsluitend toegelaten toevoegingsmiddelen gebruikt. Toegelaten overeenkomstig Verordening (EG) Nr. 1831/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2003 betreffende toevoegings-middelen voor diervoeding. Aan te tonen met afleverbonnen van toevoegingsmiddelen. Hygiënecode kalverhouderij.
De kuil (met gras/maïs) is afgedekt (met uitzondering van het snijvlak). Hygiënecode kalverhouderij.
Voer is volgens voorschriften leverancier opgeslagen. Code Diervoeder.
Voer voor verschillende diersoorten is gescheiden en duidelijk herkenbaar opgeslagen. Diervoeder dat is bestemd voor andere diersoorten mag niet kunnen vermengen met het diervoeder dat is bestemd voor de vleeskalveren. Uitzondering: enkelvoudige voeders die buiten de stallen zijn opgeslagen en voor meerdere diersoorten gebruikt kunnen worden. Code Diervoeder.
Voer is niet in dezelfde ruimte waar dieren verblijven opgeslagen. Werkvoorraad is toegestaan. Code Diervoeder.
Voer is duidelijk gescheiden opgeslagen van chemicaliën. Code Diervoeder.
Opgeslagen voeders zijn goed afgedekt of verpakt of overkapt of overdekt. Indien nodig met aanvullende ongediertebestrijding. Verpakking of afdekking of overkapping of overdekking is in onbeschadigde staat. Opgeslagen voeders zijn zodanig afgedekt of verpakt of afgedekt of bedekt dat verontreiniging met uitwerpselen van ongedierte of vogels zo goed mogelijk wordt voorkomen. Indien er ongedierte aanwezig is, moet ongediertebestrijding worden toegepast. Ongedierte: ratten, muizen en vliegen. Code Diervoeder.
Voerinstallaties en waterinstallaties zijn in goede staat van onderhoud. Geen lekkende slangen en / of gebroken kettingen e.d. en geen visueel aanwezige aangekoekte resten van voer of medicijnen. Besluit houders van dieren (wetten.overheid.nl).
Er is geen beschimmeld voer aanwezig in de dierverblijven. Code Diervoeder.
Indien middelen aan het voer zijn toegevoegd, is dit gedaan conform adviezen van leverancier van de toevoegingsmiddelen. Advies leverancier van de toevoegingsmiddelen is aanwezig op het bedrijf. Code Diervoeder.
Het rantsoen bevat ten minste 50 gram vezelhoudend droog-voer per dag per dier van 8 tot 20 weken oud. Het rantsoen bevat ten minste 250 gram vezelhoudend voer per dag per dier vanaf 20 weken oud. Vezelhoudend voer: ruwvoer (maïsproducten, hooi, stro, etc.). Krachtvoer dat vezels bevat mag worden gerekend als vezelhoudend droogvoer. Hierbij moet worden uitgegaan van het gewicht van het verstrekte krachtvoer. Besluit houders van dieren.
Bij beperkte voedering is de voerbaklengte per kalf minimaal 0,40 meter. Besluit houders van dieren.
Bij onbeperkte voedering is het mogelijk dat ten minste 3 dieren tegelijk eten. Minimale voerbaklengte van 1.20m. Besluit houders van dieren.
Alle kalveren krijgen ten minste 2 maal per dag voer en kalveren in groepshokken moeten allemaal tegelijk kunnen eten. N.v.t. bij ad libitum voedering of via automatisch voedersysteem. Besluit houders van dieren.
Alle middelen die, naast voer en diergeneesmiddelen, worden toegediend voldoen aan GMP+, hebben een RegNL nummer of zijn toegelaten homeopathische middelen. Ook enkelvoudig voor humaan gebruik toegelaten homeopathische middelen zijn toegestaan. Toegelaten homeopathische middelen zijn te vinden op: https://www.cbg-meb.nl/dieren IKB Vleeskalveren 2008.
Medicijnmenger verkeert in goede staat van onderhoud. Geen lekkende slangen en / of buizen e.d. en geen visueel aanwezige aangekoekte resten van medicijnen. IKB Vleeskalveren 2008.
Afleverbewijzen van voer en toevoegingsmiddelen van de afgelopen 5 jaar zijn aanwezig. Code Diervoeder.
De dieren hebben onbeperkt de beschikking over drinkwater. Niet noodzakelijk indien melkvoedering wordt gegeven. Bij warm weer (buitentemp > 25˚C) en voor zieke kalveren dient altijd vers drinkwater beschikbaar te zijn en moet het altijd mogelijk zijn om extra watergift te geven. Besluit houders van dieren.
De aan-, afvoer of sterfte van dieren wordt binnen 24 uur na aan-, afvoer of sterfte in het I&R-systeem gemeld. Alle meldingen moeten correct zijn gedaan in het I&R systeem. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s (www.wetten.overheid.nl)
Gewasbeschermingsmiddelen
Er zijn alleen toegestane gewasbeschermingsmiddelen gebruikt. Toegestaan volgens de databank van College voor Toelating van Bestrijdingsmiddelen (CTB) (www.ctb-wageningen.nl). Aan te tonen met afleverbonnen. Hygiënecode kalverhouderij.
Gewasbeschermingsmiddelen zijn, indien aanwezig, in een gesloten kast of ruimte, apart van dieren, diergeneesmiddelen, R&O middelen en voedermiddelen opgeslagen. Hygiënecode kalverhouderij.
Wachttijden van gewasbeschermingsmiddelen zijn in acht genomen. Moet aantoonbaar gemaakt worden aan de hand van de perceeladministratie Hygiënecode kalverhouderij, Bovenwettelijke invulling van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden (www.wetten.overheid.nl).
Aankoop en leverbonnen van gewasbeschermingsmiddelen zijn in de administratie opgenomen. Hygiënecode kalverhouderij.
Huisvesting
In de ruimte waar vleeskalveren gehuisvest zijn, worden geen andere landbouwhuisdieren dan runderen gehouden. Vleesvee, fokkalveren etc. behoren ook tot de categorie 'andere landbouwhuisdieren'. IKB Vleeskalveren 2008.
De stallen / dierverblijven worden geventileerd. Besluit houders van dieren.
De stal is voorzien van licht doorlatende delen die ten minste 2% van het vloeroppervlak van de stal beslaan. Lichtdoorlatend materiaal is schoon. Alle oppervlaktes / delen die licht doorlaten worden meegerekend, tenzij de normale afsluitwijze van dit deel (deur / luik / gordijn) niet lichtdoorlatend is. Delen moeten gelijkmatig over de stal verspreid zijn. Besluit houders van dieren.
Het mestopvangsysteem in de dierverblijven is zodanig dat kalveren schoon blijven. Besluit houders van dieren.
Zieke en gewonde kalveren kunnen indien nodig worden geïsoleerd in adequate lokalen (eenlingbox/ ziekenbox) met indien nodig droog en comfortabel strooisel. De vereiste ruimte beslaat minimaal 1 procent van de kalverplaatsen, met een minimum van 1 plaats. Indien ruimte niet standaard aanwezig is, maar gecreëerd wordt, dan moet dit aantoonbaar zijn. Besluit houders van dieren.
Dierruimtes, voerruimtes, voerkeukens e.d. zijn visueel schoon. Besluit houders van dieren.
Eenlingboxen worden alleen gebruikt voor kalveren niet ouder dan 8 weken of als ziekenboxen op voorschrift van een dierenarts. Niet van toepassing als een dierenarts heeft verklaard dat het kalf in verband met zijn gezondheid of gedrag moet worden geïsoleerd om te worden behandeld. Besluit houders van dieren.
De breedte van de eenlingboxen is minimaal gelijk aan de schofthoogte van het kalf. De schofthoogte wordt gemeten terwijl het kalf rechtop staat. Besluit houders van dieren.
De lengte van een eenlingbox is ten minste 1,1 maal de lengte van het kalf. De lengte van het kalf wordt gemeten van de neuspunt tot aan de achterkant van de zitbeenknobbel. Besluit houders van dieren.
De zijwanden van een eenlingbox zijn opengewerkt zodanig dat dieren elkaar kunnen zien en aanraken. Niet van toepassing op eenlingboxen voor zieke dieren. Besluit houders van dieren.
Indien niet in eenlingboxen gehuisvest is het vloeroppervlak per kalf (levend gewicht) minimaal: bij gewicht < 150 kg: 1,5 m2; bij gewicht > 150 kg; 1,8 m2. Besluit houders van dieren.
Kalveren moeten kunnen liggen op een vloer die is ingestrooid of is voorzien van een kunststof mat, houten latten rooster of rubber toplaag. Voor rosé stierkalveren geldt dit voorschrift tot een leeftijd van 2 maanden. Besluit houders van dieren.
De vloeren zijn stroef, zonder scherpe uitsteeksels. Besluit houders van dieren.
Er is verlichting in de stal aanwezig om de vleeskalveren te allen tijde te kunnen inspecteren. De verlichting moet van zodanige sterkte zijn dat de vleeskalveren goed te zien zijn. Besluit houders van dieren.
Er zijn geen scherpe randen of scherpe uitsteeksels aanwezig in de stallen en/of dierverblijven die kalveren kunnen verwonden (geldt ook voor hekken en wanden die gebruikt worden bij het verplaatsen van de kalveren). Richtlijn 98/58/EG van de Raad van 20 juli 1998 inzake de bescherming van voor landbouwdoeleinden gehouden dieren.
Diergezondheid
Voor de bewaking van de gezondheid van de dieren is een overeenkomst gesloten met een door Geborgde Vleeskalverendierenarts gecertificeerde dierenarts en deze overeenkomst is inzichtelijk via InfoKalf (https://infokalf.skv.info) Kalverhouder heeft met de dierenarts de Overeenkomst kalverhouder, kalvereigenaar en Geborgde Vleeskalverendierenarts (conform Bijlage I van het Reglement Geborgde Vleeskalverendierenarts) gesloten. Er mag slechts één overeenkomst per diersoort, per UBN afgesloten worden. De overeenkomst is digitaal inzichtelijk via InfoKalf. Regeling diergeneesmiddelen (www.overheid.nl).
De kalverhouder heeft ervoor gezorgd dat de dierenarts minimaal 1 maal per kwartaal het bedrijf bezoekt. Het is ook toegestaan om 2x per half jaar de dierenarts het bedrijf te laten bezoeken. Voor een klinische inspectie en bedrijfsbegeleiding (op grond van bijvoorbeeld productiegegevens, AM en PM keuringsresultaten). Aan te tonen door bezoekersrapportage dierenarts. Regeling diergeneesmiddelen.
Zieke dieren zijn, indien nodig, ondergebracht in ruimte voor zieke en gewonde dieren. Ruimte voldoet aan voorwaarden huisvesting. Zieke dieren zijn op verklaring dierenarts (bezoekrapportage), dieren met zware kreupelheden, dieren met zware verwondingen en sterk verzwakte dieren als gevolg van ziekte of anderszins. Besluit houders van dieren.
De kalverhouder bewaakt het hemoglobinegehalte van de blanke vleeskalveren. Bewaken kan door bloedonderzoeken en/of toediening van ijzer. Deelnemer kan dit schriftelijk aantonen via leverbonnen van ijzerpreparaten of de uitslagen van onderzoek. N.v.t. op rosé vleeskalveren. Besluit houders van dieren.
Diergeneesmiddelen
Toediening diergeneesmiddelen gebeurt volgens de bijgeleverde gebruiksvoorschriften (toedieningswijze en duur dosering, wachttijd). Regeling diergeneesmiddelen, Besluit houders van dieren.
Er worden alleen schone en werkende bedrijfseigen hulpmiddelen gebruikt bij het toedienen van diergeneesmiddelen. Indien dierenarts eigen schone hulpmiddelen gebruikt is dit ook toegestaan. Hygiënecode kalverhouderij.
Eventuele niet zichtbare afwijkingen als gevolg van toedienen van diergeneesmiddelen (bv. door een naald) zijn, indien bekend, gemeld aan het slachthuis. Afwijkingen worden gemeld op de afleververklaring met locatie van afwijking plus identificatie dier. IKB Vleeskalveren 2008.
Er is een bedrijfsbehandelplan. Het bedrijfsbehandelplan moet voldoen aan de volgende criteria: - op een duidelijke manier is aangegeven dat het betreffende document bedrijfsbehandelplan heet; - het bedrijfsbehandelplan dient te zijn voorzien van een datum van uitgifte. Besluit houders van dieren.
Er zijn alleen antimicrobiële middelen op het bedrijf aanwezig die staan vermeld in het bedrijfsbehandelplan (BBP) óf er moet een onderbouwing (schriftelijk verslag) aanwezig zijn die door de dierenarts is opgemaakt. Regeling diergeneesmiddelen.
De kalverhouder heeft voorgeschreven UDD-/UDA-diergeneesmiddelen voor de vleeskalveren uitsluitend afgenomen van de dierenarts waarmee hij een overeenkomst heeft gesloten, of van de apotheek van de praktijk van de dierenarts waarmee hij een overeenkomst heeft afgesloten. Indien er bij een spoedgeval een andere dierenarts wordt ingeschakeld, die UDD- / UDA-diergeneesmiddelen afgeeft, moet er een visitebrief aanwezig zijn waarin staat vermeld dat het een spoedconsult betrof. Bovenwettelijke invulling van de Regeling diergeneesmiddelen.
De kalverhouder heeft UDD-diergeneesmiddelen voor de vleeskalveren uitsluitend laten toepassen door de dierenarts waarmee hij een overeenkomst heeft gesloten, of diens vervanger. Onder voorwaarden mogen sommige antibiotica, op voorschrift van de dierenarts, zelf door kalverhouder worden toegepast. Deze voorwaarden zijn minimaal een instructie van de dierenarts (voor tweede keus antibiotica) en / of vermelding in het bedrijfsbehandelplan. Bovenwettelijke invulling van de Regeling diergeneesmiddelen.
Er zijn slechts voor runderen geregistreerde diergeneesmiddelen op het bedrijf aanwezig. Indien sprake is van voorgeschreven middelen volgens de cascaderegeling (incl. buitenlandse diergeneesmiddelen) voor runderen: er is een verklaring van de dierenarts aanwezig voor het toepassen van deze middelen. Indien op het bedrijf meerdere diersoorten worden gehouden mogen diergeneesmiddelen aanwezig zijn die voor deze diersoorten zijn geregistreerd. Deze moeten per diersoort apart worden bewaard. IKB Vleeskalveren 2008, Bovenwettelijke invullingregeling van het Besluit houders van dieren.
De aanwezige URA-diergeneesmiddelen zijn afkomstig van een toegelaten verkoopkanaal. Aantonen met. afleverbonnen. Toegelaten verkoopkanaal: medicijnen zijn afkomstig van de dierenarts zelf, een openbare apotheker of een leverancier met een afleververgunning van gekanaliseerde middelen. Bovenwettelijke invulling van het Besluit houders van dieren en van de Regeling diergeneesmiddelen.
Diergeneesmiddelen zijn in een gesloten kast / ruimte gescheiden van dieren en / of voeders opgeslagen. Kast of ruimte moet met een deur afgesloten of gescheiden zijn. Deze hoeft niet op slot te zijn. In deze kast of ruimte mogen alléén diergeneesmiddelen worden opgeslagen. Hygiënecode kalverhouderij.
Diergeneesmiddelen zijn per diersoort opgeslagen. Diersoort: runderen, varkens, pluimvee, etc. Binnen 1 (koel)kast verschillende compartimenten of planken per diersoort is toegestaan. IKB Vleeskalveren 2008, Bovenwettelijke invulling van het Besluit houders van dieren.
De kalverhouder heeft geen volledige koppelkuur antibiotica op voorraad. Op voorraad: termijn tussen ontvangst koppelkuur en gebruik koppelkuur is maximaal 2 werkdagen. Gebruik is aantoonbaar door recept of/ bezoekersrapportage dierenarts. Bij annulering of wijziging koppelkuur of uitgifte 2 kuren in 1 keer dient de dierenarts waarmee een overeenkomst is getekend in het bezoekersverslag een reden aan te geven. UDD-regeling (Stcrt. 2013, 23390).
De kalverhouder stelt i.s.m. de dierenarts en eventueel vertegenwoordiger van de kalvereigenaar jaarlijks een bedrijfsgezondheidsplan op. Jaarlijks: 1x per kalenderjaar. UDD-regeling.
Het bedrijfsgezondheidsplan is voorzien van de naam en de handtekening van de kalverhouder en de dierenarts en, indien hier sprake van is, de vertegenwoordiger van de kalvereigenaar. UDD-regeling.
Het bedrijfsgezondheidsplan is voorzien van het UBN van het bedrijf. UDD-regeling.
Het bedrijfsgezondheidsplan is voorzien van de datum waarop het bedrijfsgezondheidsplan is opgesteld. UDD-regeling.
Het bedrijfsgezondheidsplan beschrijft welke aspecten van de bedrijfsgezondheid aandachtspunten zijn of verbetermaatregelen nodig hebben. Hierbij worden de volgende aspecten overwogen: – verteringsproblemen tijdens de startperiode; – verteringsproblemen tijdens de mestperiode; – luchtwegaandoeningen tijdens de startperiode; – luchtwegaandoeningen tijdens de mestperiode; – overige aandoeningen die zich op het bedrijf voordoen; – uitval tijdens de startperiode; – uitval tijdens de mestperiode; – groei van de dieren; – achterblijvers of onvolwaardige groei; – medicijngebruik voor individuele behandelingen; – medicijngebruik voor koppelbehandelingen; – vleeskleur; – overige aspecten die relevant zijn voor het bedrijf. Aanvullende bovenwettelijke invulling van de UDD-regeling.
Er is actueel een bedrijfsgezondheidsplan aanwezig. Actueel betekent daterend uit het lopende kalenderjaar of ten minste het voorgaande kalenderjaar. UDD-regeling
De kalverhouder gebruikt geen cefalosporinen voor de behandeling van vleeskalveren. Voorschrift geldt zowel voor individuele behandelingen als koppelbehandelingen. IKB Vleeskalveren 2008.
De kalverhouder heeft geen derde keus middelen antibiotica op het bedrijf op voorraad. Derde keus middelen zijn middelen die zoals genoemd in het document 'Overzicht derde keus middelen' gepubliceerd door de SDa in mei 2012. Op voorraad: termijn tussen ontvangst van een derde keuze middel en het gebruik van het derde keuze middel is maximaal 2 werkdagen. Gebruik is aantoonbaar door recept / bezoekersrapportage dierenarts. Bij annulering / wijziging behandeling: dierenarts waarmee een overeenkomst is getekend dient in bezoekersverslag reden aan te geven. " UDD-regeling.
Bij individuele behandeling (m.i.v. dag 1) na het opzetten van de eerste kalveren van de lopende ronde is ten minste het volgende, per kalf, genoteerd in het logboek: – naam diergeneesmiddel of registratienummer; – Gebruikte hoeveelheid diergeneesmiddel (dosering per dier); – werknummer; – behandeldagen. Het 'Registratieformulier individuele behandelingen'. Dit formulier is te vinden op www.kalversector.nl. Registratie is niet verplicht indien de wachttermijn 0 dagen bedraagt. Werknummer: Of, indien noodzakelijk i.v.m. tracering, ID-code volledig. Bij behandeldagen heeft de kalverhouder de keuze tussen het noteren van de startdatum met het aantal behandeldagen of het noteren van de data van de behandeldagen. Bovenwettelijke invulling van het Besluit houders van dieren en de Regeling diergeneesmiddelen.
Diergeneesmiddelen die verloren gaan op een andere wijze dan door toediening zijn in het logboek geregistreerd. Genoteerd moeten worden: de datum, naam diergeneesmiddel, verloren gegane hoeveelheid en wijze van verloren gaan Regeling diergeneesmiddelen.
Verslagen van dierenartsbezoeken die door de dierenarts worden achtergelaten bij de kalverhouder, worden door de kalverhouder bewaard. Dit mag ook middels een doordruk of een kopie (evt. digitaal). Regeling diergeneesmiddelen.
Overig
Kadavers zijn volgens de geldende regelgeving gemeld bij destructiebedrijf. Geldende regelgeving: Gezondheids- en welzijnswet voor dieren of Wet Dieren. Hygiënecode kalverhouderij, Bovenwettelijke invulling van de Regeling dierlijke bijproducten (wetten.overheid.nl).
Kadavers zijn direct na ontdekken ter destructie aangeboden op de aanbiedingsplaats voor kadavers. Hygiënecode kalverhouderij, Bovenwettelijke invulling van de Regeling dierlijke bijproducten.
Kadaveropslag en aanbiedings-plaats zonder kadavers zijn te allen tijden visueel schoon. Visueel schoon: geen aanwezigheid van dierlijke resten of andere afvalstoffen. Hygiënecode kalverhouderij
Er is een verharde reinigbare aanbiedingsplaats voor kadavers aanwezig. Verhard: klinkers, tegels, asfalt of beton. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s, Bovenwettelijke invulling van de Regeling dierlijke bijproducten.
De aanbiedingsplaats voor kadavers is af te dekken (bv. met de kadaverstolp). Zodanig dat de kadavers niet zichtbaar zijn voor passanten en niet vrij toegankelijk zijn voor vogels, knaagdieren, honden, katten, etc. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s, Bovenwettelijke invulling van de Regeling dierlijke bijproducten.
Restanten van chemicaliën inclusief direct verpakkingsmateriaal worden afgevoerd via de lokale voorzieningen. Chemicaliën: gewasbeschermingsmiddelen, R&O middelen, dierbehandelingsmiddelen, verf, diergeneesmiddelen, enz. Toegestane lokale voorzieningen: afvoer via chemobox, afvoer door afgifte bij gemeentelijke afvalverzamelpunt. Milieuregelgeving (www.ilent.nl), Bovenwettelijke invulling van Verordening (EG) nr. 852/2004.
Op het bedrijf zijn REOB gecertificeerde brandblusmiddelen beschikbaar. De brandblusmiddelen moeten onderhouden worden door REOB gecertificeerde onderhoudsbedrijven voor blusmiddelen. Na iedere onderhoudsbeurt wordt de gele sticker op het brandblusmiddel vervangen. REOB gecertificeerde bedrijven zijn te vinden op: http://cibv.nl/erkende-bedrijven/ of http://www.kiwa.nl/gecertificeerde-bedrijven.aspx. IKB Vleeskalveren 2008.
Bij volledige mechanische ventilatie en afwezigheid mogelijkheid tot natuurlijke ventilatie: Er is een noodstroomaggregaat op het bedrijf aanwezig inclusief werkend alarmsysteem voor stroomuitval. Andere noodvoorziening is ook toegestaan. Besluit houders van dieren.
Calamiteiten en klachten zijn geregistreerd (omschrijving van calamiteit en corrigerende maatregel). Calamiteiten en klachten: uitval ventilatie, brand, water- of bodemvervuiling, achtergebleven naalden, klacht van slachterij over vieze dieren. Hiervoor is een formulier beschikbaar op het bedrijf. Onveilige situaties worden beschreven in Verordening (EG) nr. 178/2002 van 28 januari 2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving. IKB Vleeskalveren 2008.
Bedrijfshygiëne
Voldoende ontsmettingsmiddelen, minimaal halve liter van het middel aanwezig op het bedrijf. Voor de meest actuele lijst van toegelaten ontsmettingsmiddelen (desinfecteermiddelen) voor transportmiddelen wordt verwezen naar de databank van College voor Toelating van Bestrijdingsmiddelen op internet: www.ctbg.nl. Bovenwettelijke invulling van de Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s.
Er is een R&O (Reiniging en Ontsmetting) plaats aanwezig. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s.
De R&O plaats beslaat de gehele lengte van een vervoerseenheid. Vervoerseenheid: uitgaande van een transportmiddel met aanhanger. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s.
Bij de R&O plaats kan voldoende verlicht worden. Onder voldoende verlicht wordt verstaan, zodanig dat te allen tijden R&O uitgevoerd kan worden. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s.
De R&O plaats is zodanig aangelegd dat water en eventueel andere vloeistoffen die bij de reiniging en ontsmetting worden gebruikt, niet in grond- of oppervlakte water terecht kunnen komen. De plaats is voorzien van een zodanige afvoer dat water en eventueel andere vloeistoffen die bij de reiniging en ontsmetting worden gebruikt, niet in het grond- of oppervlaktewater terecht kunnen komen. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s.
Op de R&O plaats kan voldoende water onder druk worden geleverd voor reiniging en ontsmetting van de vervoerseenheid. Er is een werkende hoge druk spuit aanwezig of een werkende pomp die zorgt voor extra waterdruk. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s.
R&O middelen zijn in een gesloten kast of ruimte, apart van dieren, diergeneesmiddelen, gewasbeschermingsmiddelen en voedermiddelen opgeslagen. Bovenwettelijke invulling van Verordening (EG) nr. 852/2004.
Op het bedrijf zijn de aankoop- en afleverbewijzen van R&O middelen aanwezig. Deze voorwaarde is alleen van belang als er geen voorraad R&O middelen aantoonbaar is. Bovenwettelijke invulling van Verordening (EG) nr. 852/2004.
Verbeterplan structureel veel gebruik antibiotica
Kalverhouder dient binnen 3 maanden na de datum genoemd in de berichtgeving dat het bedrijf in de categorie 'Structureel Veelgebruik, fase 1' of 'Structureel Veelgebruik, fase 2' valt een driehoeksoverleg over het BGP te organiseren met de kalverhouder, kalvereigenaar (vertegenwoordiger) en de dierenarts, het bedrijfsgezondheidsplan te vernieuwen en op te sturen naar de CI. Het dossier bevat ten minste: – de opgestelde bedrijfsgezondheidsplannen; – een uitslag van de analyse van een monster uit de melkleiding waaruit blijkt dat minder dan 1.000 kve/ml Enterobacteriacea aanwezig waren in de melkleiding; – de verklaring van de monsternemer dat het monster, behorende bij de bovengenoemde analyse uitslag, op voorgeschreven wijze uit de melkleiding is genomen. Indien van toepassing bevat het dossier: – een of meerdere onderbouwingen voor de antibioticabehandelingen die zijn verstrekt; – bij verstrekking koppelkuur: de verklaring van de dierenarts dat er voldoende individueel is behandeld voordat is overgegaan tot een koppelbehandeling, dan wel dat er sprake is van een progressief ziekteverloop waarbij in de laatste 24 uur sprake was van 4% of meer nieuwe ziektegevallen. IKB Vleeskalveren 2008.
Indien gedurende een aaneengesloten periode van 5 dagen 10% of meer dieren in het koppel ziek wordt, dient de dierenarts een verklaring af te geven dat er voldoende individueel is behandeld en dat een koppelkuur moet worden ingezet. IKB Vleeskalveren 2008.
Indien sprake is van een progressief ziekteverloop waarbij in de laatste 24 uur een toename is van 4% of meer nieuwe ziektegevallen, dient de dierenarts een verklaring af te geven dat er sprake is van een progressief ziekteverloop met een toename van 4% of meer zieke kalveren in de laatste 24 uur. In de bepaling van de toename van het ziekteverloop dienen de kalveren die gedurende deze periode zijn uitgevallen te worden meegenomen. IKB Vleeskalveren 2008.
Bedrijven die meerdere leeftijdsgroepen kalveren houden, dienen binnen 3 maanden na de datum genoemd in de berichtgeving dat het bedrijf in de categorie 'Structureel Veelgebruik, fase 2' valt, nader onderzoek te laten verrichten betreffende (recidiverende) longproblemen. Dit kan door middel van: – een (gepaard) bloedonderzoek van 5 representatieve dieren per leeftijdsgroep, of; – het nemen van neusswabs van 5 representatieve dieren, of; – het laten uitvoeren van sectie bij de Gezondheidsdienst voor Dieren. Onafhankelijk van stal of compartiment. Indien binnen drie maanden geen ziekteverschijnselen worden vertoond, is een verklaring dierenarts over gezondheid koppel verplicht om onderzoek te mogen verschuiven naar eerst volgend moment dat ziekteverschijnselen worden geconstateerd. IKB Vleeskalveren 2008.
Kalverhouder dient binnen 3 maanden na de datum genoemd in de berichtgeving dat het bedrijf in de categorie 'Structureel Veelgebruik, fase 2' valt, een bedrijfsanalyse op te stellen aan de hand van de 'Uitgebreide checklist' en deze op te sturen naar de CI. Deze checklist is te downloaden via www.kalversector.nl. IKB Vleeskalveren 2008.
Transport
Alle aangevoerde in NL geboren nuka's, die niet rechtstreeks van een rundveebedrijf van geboorte zijn aangevoerd, dienen te zijn verzameld op een deelnemend, erkend verzamelcentrum. Alle nuka’s moeten rechtstreeks afkomstig zijn van een Nederlands rundveebedrijf of van een deelnemend, erkend verzamelcentrum. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s
Ieder kalf dient vanaf het moment van opzet tot 3 weken na de opzetdatum gehuisvest te worden in een ruimte met een temperatuur van minimaal 15 °C. De temperatuur in de huisvesting van kalveren tot 3 weken na opzet moet > 15°C is. Indien de buitentemperatuur -5°C of minder bedraagt, dient de temperatuur > 10°C te zijn. Per 200 gehuisveste kalveren moet 1 meting in het midden van een babybox, op hoogte van 25 cm boven een staand kalf verricht worden. Bovenwettelijke invulling van het Besluit houders van dieren.
Alle (deel)koppels met gewicht onder 42 kg dienen tot 2 weken na aanvoer van het kalf 3 maal daags te worden gevoerd (verspreid over een periode van 12 uur of meer). Bovenwettelijke invulling van het Besluit houders van dieren.
Alle personen die bedrijfsmatig op het schone (bedrijfs-) gedeelte en in de stallen – waarin dieren zijn gehuisvest – komen, moeten gebruik maken van de hygiënesluis en schone bedrijfskleding en – schoeisel aantrekken, voordat het schone (bedrijfs-) gedeelte en de stallen betreden worden. Alleen personen behorende bij het transportmiddel, die niet in de stal komen, mogen over het bedrijfsgedeelte van het erf rijden zonder gebruik te maken van de hygiënesluis. Een persoon die bedrijfsmatig het bedrijfsgedeelte betreedt is een ieder die per week meerdere veehouderijbedrijven bezoekt en hierbij ook in de stallen – waarin dieren zijn gehuisvest – komt. Hieronder vallen ook personen die op andere bedrijven in stallen komen (bv. buurman melkveehouder). Bedrijfsgedeelte (zie B007): het gedeelte van het perceel waar zich de kalverhouderij bevindt aangevuld met het gedeelte van het perceel waar verkeer van personen en/of transport van kalveren, voer en materialen tussen stallen / afdelingen plaatsvindt. Dit voorschrift is niet van toepassing voor transporteurs van kalveren. IKB Vleeskalveren 2008.
De hygiënesluis is voorzien van een handenwasgelegenheid met warm en koud-, stromend water, zeep / desinfectans, papieren handdoeken en schoon schoeisel en schone bedrijfseigen kleding. De handenwasgelegenheid bevindt zich bij voorkeur in het schone gedeelte van de hygiënesluis en zo dicht mogelijk bij de fysieke barrière. Bedrijfseigen kleding en – schoeisel zijn bijvoorbeeld overalls, laarzen of klompen. IKB Vleeskalveren 2008.
De kalverhouder reinigt minimaal 1x per 4 weken de melkleiding. Controleer via de registratie van de kalverhouder of de melkleidingen minimaal 1x per 4 weken zijn gereinigd met een reinigingsmiddel. In het geval van rosé start / afmest waarbij het melkleidingsysteem niet gebruikt wordt, hoeft het melkleidingsysteem niet gereinigd te worden. Onder melkleiding wordt verstaan elk systeem waarmee melk aan de kalveren wordt gevoerd, zoals melkleidingsystemen, rijdende mengers, voerslangen en drinkautomaten. Bovenwettelijke invulling van Verordening (EG) nr. 852/2004.
De kalverhouder houdt een register bij van de reinigingsbeurten. In het register staan ten minste de datum en het gebruikte reinigingsmiddel vermeld. Gecontroleerd moet worden of in het register ten minste de datum en het gebruikte reinigingsmiddel genoteerd staan. Bovenwettelijke invulling van Verordening (EG) nr. 852/2004.
Als een kalverhouder kalveren opzet, die al op een ander bedrijf zijn gestart, worden deze kalveren aangevoerd van maximaal 4 verschillende UBN’s. Indien niet aan dit voorschrift kan worden voldaan dient aan het hierop volgend voorschrift te worden voldaan. IKB Vleeskalveren 2008.
Als een kalverhouder kalveren opzet, die al op een ander bedrijf zijn gestart, wordt in 1 compartiment eerder gestarte kalveren van maximaal 2 verschillende UBN's gehuisvest. Een compartiment is een ruimte die door vloer, plafond en wanden / muren van vloer tot plafond gescheiden is van andere ruimtes. Het is toegestaan dat in de wand / muur een deur is aangebracht. Deze deur mag slechts geopend zijn tijdens doorgang, zodat de luchtcirculatie van 1 compartiment niet direct verbonden is met een ander compartiment / ruimte waarin kalveren zijn gehuisvest. Indien niet aan dit voorschrift kan worden voldaan dient aan het vorige voorschrift te worden voldaan. IKB Vleeskalveren 2008.

Bijlage 3. behorende bij artikel 4.3.1. van de Regeling Europese EZ-subsidies

Een welzijnsvriendelijke stalvloer bestaat uit een roostervloer met een indrukbare toplaag die meer ligcomfort biedt dan de gangbare vloeren voor vleeskalveren.

Hierbij bedekt de indrukbare toplaag de (harde) roosterbalken volledig. Voor de stevigheid wordt de toplaag fabrieksmatig verankerd aan de ondervloer of, via knelling of anderszins doelmatig gefixeerd aan de ondervloer, zodanig dat deze niet kan verschuiven of bij gebruik door de kalveren van de ondervloer los kan raken. Bij gebruik van harde bevestigings- materialen zijn deze ten minste 5 mm onder het loopoppervlak verzonken zodat de dieren zich hier niet aan kunnen verwonden. Voor een goede reiniging zijn de mest- en urine afvoerende spleten van de steunvloer en indrukbare toplaag volledig op elkaar afgestemd.

De fabrikant geeft op deze vloer ten minste 5 jaar garantie op slijtage, productiefouten en beschadiging bij normaal gebruik.

• beschadigingen: 0, + of ++
• slijtvastheid: + of ++
• vervormbaarheid: ++
Balkbreedte (inclusief toplaag) mm Effectieve spleetbreedte (inclusief toplaag) mm
Blank vlees & opfok rosé kalf (bij opzet jonger dan 10 weken) 80 – 130 27 – 30
Afmest rosé kalf (bij opzet ouder dan 10 weken) 80 – 140 30 – 35

Bijlage 4. behorende bij de artikelen 4.5.2, derde lid, onderdeel c, en 4.5.4

Vervallen

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Titel 4.1. Brede weersverzekering

Paragraaf 4.1.2. Voorschriften inzake de landbouwer

Titel 4.2. Kwaliteitsregeling voor de kalfsvleessector

Paragraaf 4.1.2. Voorschriften inzake de verzekeraar

Paragraaf 4.2.3. Voorschriften inzake de subsidieregeling

Titel 4.3. Welzijnsvriendelijke stalvloeren voor vleeskalveren

Paragraaf 4.3.2. Voorschriften inzake de vleeskalverenhouder

Paragraaf 4.3.3. Controles en sancties

Titel 4.4. Ammoniakreductie in stallen voor vleeskalveren

Paragraaf 4.4.2. Voorschriften inzake de landbouwer

Paragraaf 4.4.3. Controles en sancties

Titel 4.5. Pilots toekomstbestendige landbouw nieuw GLB

Titel 4.6. Niet-productieve investeringen agrarisch natuurbeheer leefgebieden weidevogels en akkervogels

§ 5.1. Algemene bepalingen

§ 5.2. Regels omtrent subsidieverstrekking door de managementautoriteit

§ 5.3. Regels omtrent subsidieverstrekking ten laste van de Rijkscofinanciering

§ 4. Regels omtrent subsidieverstrekking in het kader van Europese territoriale samenwerking

Hoofdstuk 6. Overige bepalingen en slotbepalingen

Bijlage 1. behorende bij artikel 1.9 Regeling Europese EZ-subsidies

Procedure als bedoeld in artikel 140, vijfde lid, van verordening 1303/2013

Verordening 1303/2013 maakt het mogelijk kopieën of volledig digitale documenten te accepteren als bewijsstuk. In deze bijlage worden de in artikel 140, vijfde lid, van verordening 1303/2013 bedoelde procedures vastgesteld voor documenten die in het kader van de uitvoering van deze regeling en verantwoording op grond van verordening 1303/2013 kan worden gebruikt.

1. Typen documenten

De volgende documenten worden als bewijsstukken geaccepteerd:

2. Procedure voor het gebruik van de documenten, bedoeld onder 1, onderdelen a, b en c

Als de conversie op de juiste wijze gebeurt, is het in het kader van de verantwoording, niet meer noodzakelijk de bewijsstukken op de originele gegevensdrager te bewaren. Het geconverteerde bewijsstuk mag na conversie niet meer gewijzigd kunnen worden.

3. Procedure voor het bewaren van stukken die uitsluitend in een elektronische versie bestaan, bedoeld in 1, onderdeel d

Indien een subsidieontvanger gebruik maakt van elektronische documenten waarbij uitsluitend een elektronische versie bestaat, worden de geautomatiseerde systemen voorzien van beheers- en beveiligingsmaatregelen die de betrouwbaarheid, authenticiteit en integriteit van de elektronische gegevens gedurende de gehele vereiste bewaartermijn waarborgen. Het is aan de subsidieontvanger om dit aan te tonen. Voor een tweetal veel voorkomende situaties zijn de voorschriften hieronder uitgewerkt:

Bijlage 4. behorende bij de artikelen 4.5.2, derde lid, onderdeel c, en 4.5.4

Vervallen

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 3.11.1. Begripsomschrijvingen

Vervallen

Artikel 3.11.2. Subsidiabele activiteiten

Vervallen

Artikel 3.11.3. Hoogte subsidie

Vervallen

Artikel 3.11.4. Verdeling subsidieplafond

Vervallen

Artikel 3.11.5. Afwijzingsgronden

Vervallen

Artikel 3.11.6. Indiening aanvraag tot subsidieverlening

Vervallen

Artikel 3.11.7. Verplichtingen subsidieontvanger

Vervallen

Artikel 3.11.8. Subsidievaststelling

Vervallen

Artikel 3.11.9. Vervaltermijn

Vervallen

Hoofdstuk 4. Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling

Titel 4.1. Brede weersverzekering

Paragraaf 4.1.3. Controles en sancties

Titel 4.2. Kwaliteitsregeling voor de kalfsvleessector

Paragraaf 4.1.3. Controles en sancties

Paragraaf 4.1.3. Controles en sancties

Paragraaf 4.2.4. Controles en sancties

Titel 4.3. Welzijnsvriendelijke stalvloeren voor vleeskalveren

Paragraaf 4.2.4. Controles en sancties

Paragraaf 4.3.2. Voorschriften inzake de vleeskalverenhouder

Titel 4.4. Ammoniakreductie in stallen voor vleeskalveren

Paragraaf 4.3.3. Controles en sancties

Paragraaf 4.4.2. Voorschriften inzake de landbouwer

Titel 4.5. Pilots toekomstbestendige landbouw nieuw GLB

Titel 4.6. Niet-productieve investeringen agrarisch natuurbeheer leefgebieden weidevogels en akkervogels

Hoofdstuk 5. Europees Fonds voor regionale ontwikkeling

§ 5.1. Algemene bepalingen

§ 5.2. Regels omtrent subsidieverstrekking door de managementautoriteit

§ 5.3. Regels omtrent subsidieverstrekking ten laste van de Rijkscofinanciering

§ 5.1. Algemene bepalingen

Hoofdstuk 6. Overige bepalingen en slotbepalingen

Bijlage 1. behorende bij artikel 1.9 Regeling Europese EZ-subsidies

Procedure als bedoeld in artikel 140, vijfde lid, van verordening 1303/2013

Verordening 1303/2013 maakt het mogelijk kopieën of volledig digitale documenten te accepteren als bewijsstuk. In deze bijlage worden de in artikel 140, vijfde lid, van verordening 1303/2013 bedoelde procedures vastgesteld voor documenten die in het kader van de uitvoering van deze regeling en verantwoording op grond van verordening 1303/2013 kan worden gebruikt.

1. Typen documenten

De volgende documenten worden als bewijsstukken geaccepteerd:

2. Procedure voor het gebruik van de documenten, bedoeld onder 1, onderdelen a, b en c

De in 1 onder a, b en c bedoelde bewijsstukken zijn geconverteerde documenten of gegevensdragers. Bij conversie van het origineel naar het geconverteerde document of gegevensdrager wordt aan de hieronder vermelde voorwaarden voldaan:

Het in samenhang bezien van de verschillende bewijsstukken strekt er mede toe de authenticiteit van het geconverteerde document of de gegevensdrager te waarborgen en dat hierop voor controledoeleinden kan worden vertrouwd.

Verordening 1303/2013 maakt het mogelijk kopieën of volledig digitale documenten te accepteren als bewijsstuk. In deze bijlage worden de in artikel 140, vijfde lid, van verordening 1303/2013 bedoelde procedures vastgesteld voor documenten die in het kader van de uitvoering van deze regeling en verantwoording op grond van verordening 1303/2013 kan worden gebruikt.

1. Typen documenten

De volgende documenten worden als bewijsstukken geaccepteerd:

Bijlage 2. behorende bij artikel 4.2.2, vijfde lid, Regeling Europese EZ-subsidies

Bestaande voorschriften kwaliteitssysteem kalfsvleessector

Voorschrift Interpretatie Bron
Algemeen
Er is een actuele door de certificerende instantie (hierna: ‘CI’) gewaarmerkte plattegrond van het bedrijf aanwezig. De plattegrond geeft voor zover van toepassing alle ruimten, de perceelgrenzen- en toegangen, bedrijfsgedeelte, de situering silo's (inclusief silonummers), mestopslag, opslag en aanbiedingsplaats destructiemateriaal, medicijnopslag, opslag van reinigings-, desinfectie- en ongediertebestrijdingsmiddelen, aggregaat, hygiënesluis, de gebruikelijke loop- en rijroutes, de afmetingen van de stallen en per stal het aantal afdelingen en aantal hokken en de hoeveelheid kalveren die per hok mogen zijn gehuisvest, gebaseerd op 1,8 m2/kalf aan. Indien het bedrijf nuchtere kalveren (nuka’s) opzet tot max. 15 weken (startbedrijf), dan mag een plattegrond op basis van 1,5 m2/kalf worden opgesteld. De totale hoeveelheid kalveren die op het bedrijf mag worden gehuisvest is eveneens aangegeven. Het bedrijfsgedeelte is het gedeelte van het perceel waar zich de kalverhouderij bevindt aangevuld met het gedeelte van het perceel waar verkeer van personen en/of transport van kalveren, voer en materialen tussen stallen / afdelingen plaatsvindt. De plattegrond is aangepast aan de laatste stand van zaken. IKB Vleeskalveren 2008 (www.Kalversector.nl ).
De rapportages en certificaten van de inspecties van de drie voorgaande jaren zijn beschikbaar. IKB Vleeskalveren 2008, Bovenwettelijke invulling van Verordening(EG) nr. 852/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake levensmiddelenhygiëne.
Hygiëneregels en plattegrond (met bedrijfsgedeelte en looproutes) zijn zichtbaar aanwezig in hygiënesluis voor medewerkers en bezoekers en worden toegepast. Op schrift gestelde hygiëneregels, aanwezig in de hygiënesluis bevatten minimaal de volgende meldingen: alleen beroepsmatige betreding van het deel van het bedrijf waar dieren staan, alleen na omkleden in hygiënesluis betreden van het schone (bedrijfs-) gedeelte, alleen bij toestemming eigenaar is betreding mogelijk, voor betreden melden bij eigenaar. U kunt hiervoor het voorbeeld formulier 'Hygiëneregels Kalverhouderij' gebruiken. Dit formulier is te vinden op www.kalversector.nl. IKB Vleeskalveren 2008.
Het bedrijfseigen personeel is adequaat opgeleid. Geldt alleen voor personeel dat in dienst is. Adequaat: ten minste opleiding op minimaal MBO niveau of 1 jaar werkervaring in de intensieve kalverhouderij, of anders onder verantwoordelijkheid van iemand met genoemde kwalificaties. Arbeidsomstandigheden-wet (wetten.overheid.nl).
Het bedrijf verkeert in goede staat van onderhoud. Heeft betrekking op toegangswegen tot bedrijfsgedeelte, dierverblijven en voerkeuken. Goede staat is: geen lekkages, geen zwaar achterstallig onderhoud, bestrating en/of verharding in redelijke staat (geen kuilen), geen open of loshangende elektrische bedrading. Bijlage 2 van Richtlijn 91/629/EEG tot vaststelling van minimumnormen ter bescherming van kalveren. QS (Quality Scheme for food, www.q-s.de).
Materialen in de stal waar de vleeskalveren mee in aanraking komen, zijn niet schadelijk voor de vleeskalveren en kunnen worden gereinigd en ontsmet. Er mag bijvoorbeeld geen sprake zijn van contact van de vleeskalveren met zware metalen (lood, kwik, cadmium). Bijlage 2 van Richtlijn 91/629/EEG.
Het bedrijf maakt een visueel schoon en opgeruimde indruk. Opgeruimde indruk: geen onnodig aanwezige materialen, maar alleen materialen aanwezig van werkzaamheden van desbetreffende werkdag. Visueel schoon: ten minste geen visueel zichtbare restanten aanwezig op bijvoorbeeld koelkast, weegschaal, bureau etc. De hygiënecode kalverhouderij is opgenomen in de regeling IKB Vleeskalveren gebaseerd op de verordening (EG) nr. 852/2004.
Het bedrijfsgedeelte en de stallen met directe toegang tot de dieren kunnen niet zonder meer betreden worden. Niet zonder meer betreden: bijvoorbeeld door borden met de melding ‘geen vrije toegang tot stallen’ bij de ingang of door linten, kettingen, etc. Zodanig dat geen ongehinderde toegang verschaft kan worden. Hygiënecode kalverhouderij.
Om het principe van schone (bedrijfs-) en vuile (externe) gedeelte op het bedrijf toe te kunnen passen is het noodzakelijk dat: – er een duidelijk zichtbare lijn (of gespannen draad) op vloerhoogte van het erf is geplaatst, zodat verkeer van transportmiddelen niet belemmerd wordt; OF – er een zodanig duidelijke aanduiding aanwezig is dat een bezoeker zich dient te melden, en door de hygiënesluis moet, voordat het schone (bedrijfs-) gedeelte betreden wordt; OF – er een fysieke afscheiding (bijv. sloot, heg of hek) aanwezig is op de grens van het schone (bedrijfs-) en / of vuile (externe) gedeelte. IKB Vleeskalveren 2008, \Bovenwettelijke invulling van Verordening (EG) nr. 852/2004.
Er is een bijgehouden bezoekersregister, per locatie, aanwezig met daarin naam, bedrijfsnaam en datum van bezoek. Bezoekers die de stallen betreden dienen in het register te worden opgenomen. Transporteurs die dieren komen laden of lossen kunnen het register tekenen. Transporteurs dienen in plaats van voormelde gegevens de volgende informatie te noteren in het register: – datum transport; – Naam transportonderneming. Hygiënecode kalverhouderij.
Ongediertebestrijding
Ongedierte wordt geweerd en waar nodig bestreden. Indien overlast van ongedierte aanwezig blijft, is een gediplomeerd ongediertebestrijdingsbedrijf ingeschakeld. Ongedierte: ratten, muizen en vliegen. Hygiënecode kalverhouderij.
Er dient op het bedrijf een plattegrond aanwezig te zijn waarop is aangegeven waar lokdozen en bestrijdings-middelen zich bevinden. Dit voorschrift is niet van toepassing als er geen ongedierte aanwezig is en bestrijding niet uitgevoerd wordt. IKB vleeskalveren 2008.
Er zijn alleen toegestane ongediertebestrijdingsmiddelen aanwezig, die in een gesloten kast en apart van dieren, diergeneesmiddelen en voedermiddelen worden opgeslagen. Toegestane ongediertebestrijdingsmiddelen: de meest actuele lijst van toegelaten ongediertebestrijdingsmiddelen zoals opgenomen in de databank van College voor Toelating van Bestrijdingsmiddelen: www.ctb-wageningen.nl. Hygiënecode kalverhouderij.
Het bestrijdingsmiddel voor ratten en muizen wordt in daarvoor geschikte lokdozen aangeboden. Lokdozen dienen gesloten zijn. Hygiënecode kalverhouderij.
De vleeskalveren hebben geen toegang tot bestrijdingsmiddelen. Hygiënecode kalverhouderij.
Op het bedrijf zijn de aankoop en leverbonnen van alle op het bedrijf aanwezige ongediertebestrijdingsmiddelen aanwezig. Hygiënecode kalverhouderij.
Aan- en afvoer van dieren
Alle aanwezige dieren zijn voorzien van 2 oormerken. 1 oormerk is toegestaan. Als er geen oormerk is, dient de aanvraag tot nieuwe oormerken aanwezig te zijn. Regeling identificatie en registratie van dieren (wetten.overheid.nl).
Kalverhouder kan aantonen dat aangevoerde dieren vrij zijn van besmettelijke veeziekten d.m.v. importdocumenten / gezondheidsverklaring. Bij een I&R blokkade dient kalverhouder de reden aan te geven. Hygiënecode kalverhouderij.
I&R administratie is ten minste 3 jaar bewaard. In deze I&R administratie is elke verplaatsing (zoals geboorte, afvoer, aanvoer, dood, import, etc.) opgenomen. Mag aantoonbaar gemaakt worden via digitaal bedrijfsregister, indien daarin tevens historie van 3 jaar bewaard is. Richtlijn 92/102/EEG van de Raad van 27 november 1992 met betrekking tot de identificatie en de registratie van dieren.
Indien een deelnemende kalverhouder startkalveren opzet, controleert die kalverhouder of in voorkomend geval het toeleverende Nederlandse startbedrijf gecertificeerd is. Controleren via het register van de SKV. M.u.v. opzet startkalveren van buitenlandse startbedrijven. IKB Vleeskalveren 2008.
Indien een kalverhouder startkalveren ontvangt, worden de meegeleverde gegevens m.b.t. diergeneesmiddelen-gebruik meegeleverd en ten minste 1 jaar in de administratie bewaard. Deze gegevens omvatten: – de koppelbehandelingen die bij de ontvangen koppel startkalveren uitgevoerd zijn, en; – de individuele behandelingen die bij de ontvangen koppel startkalveren uitgevoerd zijn. De diergeneesmiddelenregistratie moet herleidbaar zijn tot het herkomstbedrijf en de op het afmestbedrijf aanwezige kalveren. Dit geldt zowel voor binnenlandse als buitenlandse kalveren. Bovenwettelijke invulling van Verordening (EG) nr. 852/2004.
Indien een kalverhouder start-kalveren aflevert aan een vleeskalverhouderij voor verdere opfok, worden gegevens m.b.t. diergenees-middelengebruik bij deze startkalveren meegeleverd. Deze gegevens omvatten: – de koppelbehandelingen die bij de ontvangen koppel startkalveren (blank, rosé) uitgevoerd zijn, en; – de individuele behandelingen die bij de ontvangen koppel startkalveren uitgevoerd zijn. Bovenwettelijke invulling van Verordening (EG) nr. 852/2004.
Voer (installaties)
Indien geen transport van voer in eigen beheer plaatsvindt, dan moet voer zijn getransporteerd door GMP erkende transporteurs. Verklaring aangegeven op aflever / vervoersdocumenten. GMP erkende transporteurs zijn te vinden op www.gmpplus.nl. Code Diervoeder (www.gmpplus.org), Bovenwettelijke invulling Verordening (EG) nr. 852/2004.
Al het aanwezige voer is afkomstig van GMP+ gecertificeerde diervoederleveranciers. Aantonen d.m.v. voerbonnen. GMP+ gecertificeerde diervoederleveranciers zijn te vinden op www.gmpplus.nl. Code Diervoeder.
Bij voerleverantie wordt of een ingangscontrole of een controle vóór vervoedering uitgevoerd, hierbij wordt gelet op de volgende punten: – staat van het voer; – houdbaarheidstermijn. In geval van balen en/of kuilvoer is gecontroleerd (visueel / geur) of er geen broei aanwezig is, voer met broei wordt niet vervoederd. In geval van aanvullende mengvoeders wordt gecontroleerd op dat: – per aangekochte partij het type mengvoeder is aangegeven; – per aangekochte partij de houdbaarheidstermijn zichtbaar is; – per type mengvoeder de gebruiksvoorschriften bekend zijn. Staat van het voer: het product mag geen zichtbare schimmels of niet-voederbestanddelen bevatten. Voer mag niet over de houdbaarheidsdatum zijn. Dit voorschrift is niet van toepassing als de leverancier geen uiteindelijke houdbaarheidstermijn heeft aangegeven. Partijen mengvoerder zijn zodanig opgeslagen dat verschillende type mengvoeders herkenbaar zijn. De gebruiksvoorschriften zijn bekend doordat deze in de administratie zijn opgenomen of op de verpakking van het mengvoeder zijn weergegeven. Code Diervoeder.
Voor baal/kuilvoer zijn uitsluitend toegelaten toevoegingsmiddelen gebruikt. Toegelaten overeenkomstig Verordening (EG) Nr. 1831/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2003 betreffende toevoegings-middelen voor diervoeding. Aan te tonen met afleverbonnen van toevoegingsmiddelen. Hygiënecode kalverhouderij.
De kuil (met gras/maïs) is afgedekt (met uitzondering van het snijvlak). Hygiënecode kalverhouderij.
Voer is volgens voorschriften leverancier opgeslagen. Code Diervoeder.
Voer voor verschillende diersoorten is gescheiden en duidelijk herkenbaar opgeslagen. Diervoeder dat is bestemd voor andere diersoorten mag niet kunnen vermengen met het diervoeder dat is bestemd voor de vleeskalveren. Uitzondering: enkelvoudige voeders die buiten de stallen zijn opgeslagen en voor meerdere diersoorten gebruikt kunnen worden. Code Diervoeder.
Voer is niet in dezelfde ruimte waar dieren verblijven opgeslagen. Werkvoorraad is toegestaan. Code Diervoeder.
Voer is duidelijk gescheiden opgeslagen van chemicaliën. Code Diervoeder.
Opgeslagen voeders zijn goed afgedekt of verpakt of overkapt of overdekt. Indien nodig met aanvullende ongediertebestrijding. Verpakking of afdekking of overkapping of overdekking is in onbeschadigde staat. Opgeslagen voeders zijn zodanig afgedekt of verpakt of afgedekt of bedekt dat verontreiniging met uitwerpselen van ongedierte of vogels zo goed mogelijk wordt voorkomen. Indien er ongedierte aanwezig is, moet ongediertebestrijding worden toegepast. Ongedierte: ratten, muizen en vliegen. Code Diervoeder.
Voerinstallaties en waterinstallaties zijn in goede staat van onderhoud. Geen lekkende slangen en / of gebroken kettingen e.d. en geen visueel aanwezige aangekoekte resten van voer of medicijnen. Besluit houders van dieren (wetten.overheid.nl).
Er is geen beschimmeld voer aanwezig in de dierverblijven. Code Diervoeder.
Indien middelen aan het voer zijn toegevoegd, is dit gedaan conform adviezen van leverancier van de toevoegingsmiddelen. Advies leverancier van de toevoegingsmiddelen is aanwezig op het bedrijf. Code Diervoeder.
Het rantsoen bevat ten minste 50 gram vezelhoudend droog-voer per dag per dier van 8 tot 20 weken oud. Het rantsoen bevat ten minste 250 gram vezelhoudend voer per dag per dier vanaf 20 weken oud. Vezelhoudend voer: ruwvoer (maïsproducten, hooi, stro, etc.). Krachtvoer dat vezels bevat mag worden gerekend als vezelhoudend droogvoer. Hierbij moet worden uitgegaan van het gewicht van het verstrekte krachtvoer. Besluit houders van dieren.
Bij beperkte voedering is de voerbaklengte per kalf minimaal 0,40 meter. Besluit houders van dieren.
Bij onbeperkte voedering is het mogelijk dat ten minste 3 dieren tegelijk eten. Minimale voerbaklengte van 1.20m. Besluit houders van dieren.
Alle kalveren krijgen ten minste 2 maal per dag voer en kalveren in groepshokken moeten allemaal tegelijk kunnen eten. N.v.t. bij ad libitum voedering of via automatisch voedersysteem. Besluit houders van dieren.
Alle middelen die, naast voer en diergeneesmiddelen, worden toegediend voldoen aan GMP+, hebben een RegNL nummer of zijn toegelaten homeopathische middelen. Ook enkelvoudig voor humaan gebruik toegelaten homeopathische middelen zijn toegestaan. Toegelaten homeopathische middelen zijn te vinden op: https://www.cbg-meb.nl/dieren IKB Vleeskalveren 2008.
Medicijnmenger verkeert in goede staat van onderhoud. Geen lekkende slangen en / of buizen e.d. en geen visueel aanwezige aangekoekte resten van medicijnen. IKB Vleeskalveren 2008.
Afleverbewijzen van voer en toevoegingsmiddelen van de afgelopen 5 jaar zijn aanwezig. Code Diervoeder.
De dieren hebben onbeperkt de beschikking over drinkwater. Niet noodzakelijk indien melkvoedering wordt gegeven. Bij warm weer (buitentemp > 25˚C) en voor zieke kalveren dient altijd vers drinkwater beschikbaar te zijn en moet het altijd mogelijk zijn om extra watergift te geven. Besluit houders van dieren.
De aan-, afvoer of sterfte van dieren wordt binnen 24 uur na aan-, afvoer of sterfte in het I&R-systeem gemeld. Alle meldingen moeten correct zijn gedaan in het I&R systeem. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s (www.wetten.overheid.nl)
Gewasbeschermingsmiddelen
Er zijn alleen toegestane gewasbeschermingsmiddelen gebruikt. Toegestaan volgens de databank van College voor Toelating van Bestrijdingsmiddelen (CTB) (www.ctb-wageningen.nl). Aan te tonen met afleverbonnen. Hygiënecode kalverhouderij.
Gewasbeschermingsmiddelen zijn, indien aanwezig, in een gesloten kast of ruimte, apart van dieren, diergeneesmiddelen, R&O middelen en voedermiddelen opgeslagen. Hygiënecode kalverhouderij.
Wachttijden van gewasbeschermingsmiddelen zijn in acht genomen. Moet aantoonbaar gemaakt worden aan de hand van de perceeladministratie Hygiënecode kalverhouderij, Bovenwettelijke invulling van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden (www.wetten.overheid.nl).
Aankoop en leverbonnen van gewasbeschermingsmiddelen zijn in de administratie opgenomen. Hygiënecode kalverhouderij.
Huisvesting
In de ruimte waar vleeskalveren gehuisvest zijn, worden geen andere landbouwhuisdieren dan runderen gehouden. Vleesvee, fokkalveren etc. behoren ook tot de categorie 'andere landbouwhuisdieren'. IKB Vleeskalveren 2008.
De stallen / dierverblijven worden geventileerd. Besluit houders van dieren.
De stal is voorzien van licht doorlatende delen die ten minste 2% van het vloeroppervlak van de stal beslaan. Lichtdoorlatend materiaal is schoon. Alle oppervlaktes / delen die licht doorlaten worden meegerekend, tenzij de normale afsluitwijze van dit deel (deur / luik / gordijn) niet lichtdoorlatend is. Delen moeten gelijkmatig over de stal verspreid zijn. Besluit houders van dieren.
Het mestopvangsysteem in de dierverblijven is zodanig dat kalveren schoon blijven. Besluit houders van dieren.
Zieke en gewonde kalveren kunnen indien nodig worden geïsoleerd in adequate lokalen (eenlingbox/ ziekenbox) met indien nodig droog en comfortabel strooisel. De vereiste ruimte beslaat minimaal 1 procent van de kalverplaatsen, met een minimum van 1 plaats. Indien ruimte niet standaard aanwezig is, maar gecreëerd wordt, dan moet dit aantoonbaar zijn. Besluit houders van dieren.
Dierruimtes, voerruimtes, voerkeukens e.d. zijn visueel schoon. Besluit houders van dieren.
Eenlingboxen worden alleen gebruikt voor kalveren niet ouder dan 8 weken of als ziekenboxen op voorschrift van een dierenarts. Niet van toepassing als een dierenarts heeft verklaard dat het kalf in verband met zijn gezondheid of gedrag moet worden geïsoleerd om te worden behandeld. Besluit houders van dieren.
De breedte van de eenlingboxen is minimaal gelijk aan de schofthoogte van het kalf. De schofthoogte wordt gemeten terwijl het kalf rechtop staat. Besluit houders van dieren.
De lengte van een eenlingbox is ten minste 1,1 maal de lengte van het kalf. De lengte van het kalf wordt gemeten van de neuspunt tot aan de achterkant van de zitbeenknobbel. Besluit houders van dieren.
De zijwanden van een eenlingbox zijn opengewerkt zodanig dat dieren elkaar kunnen zien en aanraken. Niet van toepassing op eenlingboxen voor zieke dieren. Besluit houders van dieren.
Indien niet in eenlingboxen gehuisvest is het vloeroppervlak per kalf (levend gewicht) minimaal: bij gewicht < 150 kg: 1,5 m2; bij gewicht > 150 kg; 1,8 m2. Besluit houders van dieren.
Kalveren moeten kunnen liggen op een vloer die is ingestrooid of is voorzien van een kunststof mat, houten latten rooster of rubber toplaag. Voor rosé stierkalveren geldt dit voorschrift tot een leeftijd van 2 maanden. Besluit houders van dieren.
De vloeren zijn stroef, zonder scherpe uitsteeksels. Besluit houders van dieren.
Er is verlichting in de stal aanwezig om de vleeskalveren te allen tijde te kunnen inspecteren. De verlichting moet van zodanige sterkte zijn dat de vleeskalveren goed te zien zijn. Besluit houders van dieren.
Er zijn geen scherpe randen of scherpe uitsteeksels aanwezig in de stallen en/of dierverblijven die kalveren kunnen verwonden (geldt ook voor hekken en wanden die gebruikt worden bij het verplaatsen van de kalveren). Richtlijn 98/58/EG van de Raad van 20 juli 1998 inzake de bescherming van voor landbouwdoeleinden gehouden dieren.
Diergezondheid
Voor de bewaking van de gezondheid van de dieren is een overeenkomst gesloten met een door Geborgde Vleeskalverendierenarts gecertificeerde dierenarts en deze overeenkomst is inzichtelijk via InfoKalf (https://infokalf.skv.info) Kalverhouder heeft met de dierenarts de Overeenkomst kalverhouder, kalvereigenaar en Geborgde Vleeskalverendierenarts (conform Bijlage I van het Reglement Geborgde Vleeskalverendierenarts) gesloten. Er mag slechts één overeenkomst per diersoort, per UBN afgesloten worden. De overeenkomst is digitaal inzichtelijk via InfoKalf. Regeling diergeneesmiddelen (www.overheid.nl).
De kalverhouder heeft ervoor gezorgd dat de dierenarts minimaal 1 maal per kwartaal het bedrijf bezoekt. Het is ook toegestaan om 2x per half jaar de dierenarts het bedrijf te laten bezoeken. Voor een klinische inspectie en bedrijfsbegeleiding (op grond van bijvoorbeeld productiegegevens, AM en PM keuringsresultaten). Aan te tonen door bezoekersrapportage dierenarts. Regeling diergeneesmiddelen.
Zieke dieren zijn, indien nodig, ondergebracht in ruimte voor zieke en gewonde dieren. Ruimte voldoet aan voorwaarden huisvesting. Zieke dieren zijn op verklaring dierenarts (bezoekrapportage), dieren met zware kreupelheden, dieren met zware verwondingen en sterk verzwakte dieren als gevolg van ziekte of anderszins. Besluit houders van dieren.
De kalverhouder bewaakt het hemoglobinegehalte van de blanke vleeskalveren. Bewaken kan door bloedonderzoeken en/of toediening van ijzer. Deelnemer kan dit schriftelijk aantonen via leverbonnen van ijzerpreparaten of de uitslagen van onderzoek. N.v.t. op rosé vleeskalveren. Besluit houders van dieren.
Diergeneesmiddelen
Toediening diergeneesmiddelen gebeurt volgens de bijgeleverde gebruiksvoorschriften (toedieningswijze en duur dosering, wachttijd). Regeling diergeneesmiddelen, Besluit houders van dieren.
Er worden alleen schone en werkende bedrijfseigen hulpmiddelen gebruikt bij het toedienen van diergeneesmiddelen. Indien dierenarts eigen schone hulpmiddelen gebruikt is dit ook toegestaan. Hygiënecode kalverhouderij.
Eventuele niet zichtbare afwijkingen als gevolg van toedienen van diergeneesmiddelen (bv. door een naald) zijn, indien bekend, gemeld aan het slachthuis. Afwijkingen worden gemeld op de afleververklaring met locatie van afwijking plus identificatie dier. IKB Vleeskalveren 2008.
Er is een bedrijfsbehandelplan. Het bedrijfsbehandelplan moet voldoen aan de volgende criteria: - op een duidelijke manier is aangegeven dat het betreffende document bedrijfsbehandelplan heet; - het bedrijfsbehandelplan dient te zijn voorzien van een datum van uitgifte. Besluit houders van dieren.
Er zijn alleen antimicrobiële middelen op het bedrijf aanwezig die staan vermeld in het bedrijfsbehandelplan (BBP) óf er moet een onderbouwing (schriftelijk verslag) aanwezig zijn die door de dierenarts is opgemaakt. Regeling diergeneesmiddelen.
De kalverhouder heeft voorgeschreven UDD-/UDA-diergeneesmiddelen voor de vleeskalveren uitsluitend afgenomen van de dierenarts waarmee hij een overeenkomst heeft gesloten, of van de apotheek van de praktijk van de dierenarts waarmee hij een overeenkomst heeft afgesloten. Indien er bij een spoedgeval een andere dierenarts wordt ingeschakeld, die UDD- / UDA-diergeneesmiddelen afgeeft, moet er een visitebrief aanwezig zijn waarin staat vermeld dat het een spoedconsult betrof. Bovenwettelijke invulling van de Regeling diergeneesmiddelen.
De kalverhouder heeft UDD-diergeneesmiddelen voor de vleeskalveren uitsluitend laten toepassen door de dierenarts waarmee hij een overeenkomst heeft gesloten, of diens vervanger. Onder voorwaarden mogen sommige antibiotica, op voorschrift van de dierenarts, zelf door kalverhouder worden toegepast. Deze voorwaarden zijn minimaal een instructie van de dierenarts (voor tweede keus antibiotica) en / of vermelding in het bedrijfsbehandelplan. Bovenwettelijke invulling van de Regeling diergeneesmiddelen.
Er zijn slechts voor runderen geregistreerde diergeneesmiddelen op het bedrijf aanwezig. Indien sprake is van voorgeschreven middelen volgens de cascaderegeling (incl. buitenlandse diergeneesmiddelen) voor runderen: er is een verklaring van de dierenarts aanwezig voor het toepassen van deze middelen. Indien op het bedrijf meerdere diersoorten worden gehouden mogen diergeneesmiddelen aanwezig zijn die voor deze diersoorten zijn geregistreerd. Deze moeten per diersoort apart worden bewaard. IKB Vleeskalveren 2008, Bovenwettelijke invullingregeling van het Besluit houders van dieren.
De aanwezige URA-diergeneesmiddelen zijn afkomstig van een toegelaten verkoopkanaal. Aantonen met. afleverbonnen. Toegelaten verkoopkanaal: medicijnen zijn afkomstig van de dierenarts zelf, een openbare apotheker of een leverancier met een afleververgunning van gekanaliseerde middelen. Bovenwettelijke invulling van het Besluit houders van dieren en van de Regeling diergeneesmiddelen.
Diergeneesmiddelen zijn in een gesloten kast / ruimte gescheiden van dieren en / of voeders opgeslagen. Kast of ruimte moet met een deur afgesloten of gescheiden zijn. Deze hoeft niet op slot te zijn. In deze kast of ruimte mogen alléén diergeneesmiddelen worden opgeslagen. Hygiënecode kalverhouderij.
Diergeneesmiddelen zijn per diersoort opgeslagen. Diersoort: runderen, varkens, pluimvee, etc. Binnen 1 (koel)kast verschillende compartimenten of planken per diersoort is toegestaan. IKB Vleeskalveren 2008, Bovenwettelijke invulling van het Besluit houders van dieren.
De kalverhouder heeft geen volledige koppelkuur antibiotica op voorraad. Op voorraad: termijn tussen ontvangst koppelkuur en gebruik koppelkuur is maximaal 2 werkdagen. Gebruik is aantoonbaar door recept of/ bezoekersrapportage dierenarts. Bij annulering of wijziging koppelkuur of uitgifte 2 kuren in 1 keer dient de dierenarts waarmee een overeenkomst is getekend in het bezoekersverslag een reden aan te geven. UDD-regeling (Stcrt. 2013, 23390).
De kalverhouder stelt i.s.m. de dierenarts en eventueel vertegenwoordiger van de kalvereigenaar jaarlijks een bedrijfsgezondheidsplan op. Jaarlijks: 1x per kalenderjaar. UDD-regeling.
Het bedrijfsgezondheidsplan is voorzien van de naam en de handtekening van de kalverhouder en de dierenarts en, indien hier sprake van is, de vertegenwoordiger van de kalvereigenaar. UDD-regeling.
Het bedrijfsgezondheidsplan is voorzien van het UBN van het bedrijf. UDD-regeling.
Het bedrijfsgezondheidsplan is voorzien van de datum waarop het bedrijfsgezondheidsplan is opgesteld. UDD-regeling.
Het bedrijfsgezondheidsplan beschrijft welke aspecten van de bedrijfsgezondheid aandachtspunten zijn of verbetermaatregelen nodig hebben. Hierbij worden de volgende aspecten overwogen: – verteringsproblemen tijdens de startperiode; – verteringsproblemen tijdens de mestperiode; – luchtwegaandoeningen tijdens de startperiode; – luchtwegaandoeningen tijdens de mestperiode; – overige aandoeningen die zich op het bedrijf voordoen; – uitval tijdens de startperiode; – uitval tijdens de mestperiode; – groei van de dieren; – achterblijvers of onvolwaardige groei; – medicijngebruik voor individuele behandelingen; – medicijngebruik voor koppelbehandelingen; – vleeskleur; – overige aspecten die relevant zijn voor het bedrijf. Aanvullende bovenwettelijke invulling van de UDD-regeling.
Er is actueel een bedrijfsgezondheidsplan aanwezig. Actueel betekent daterend uit het lopende kalenderjaar of ten minste het voorgaande kalenderjaar. UDD-regeling
De kalverhouder gebruikt geen cefalosporinen voor de behandeling van vleeskalveren. Voorschrift geldt zowel voor individuele behandelingen als koppelbehandelingen. IKB Vleeskalveren 2008.
De kalverhouder heeft geen derde keus middelen antibiotica op het bedrijf op voorraad. Derde keus middelen zijn middelen die zoals genoemd in het document 'Overzicht derde keus middelen' gepubliceerd door de SDa in mei 2012. Op voorraad: termijn tussen ontvangst van een derde keuze middel en het gebruik van het derde keuze middel is maximaal 2 werkdagen. Gebruik is aantoonbaar door recept / bezoekersrapportage dierenarts. Bij annulering / wijziging behandeling: dierenarts waarmee een overeenkomst is getekend dient in bezoekersverslag reden aan te geven. " UDD-regeling.
Bij individuele behandeling (m.i.v. dag 1) na het opzetten van de eerste kalveren van de lopende ronde is ten minste het volgende, per kalf, genoteerd in het logboek: – naam diergeneesmiddel of registratienummer; – Gebruikte hoeveelheid diergeneesmiddel (dosering per dier); – werknummer; – behandeldagen. Het 'Registratieformulier individuele behandelingen'. Dit formulier is te vinden op www.kalversector.nl. Registratie is niet verplicht indien de wachttermijn 0 dagen bedraagt. Werknummer: Of, indien noodzakelijk i.v.m. tracering, ID-code volledig. Bij behandeldagen heeft de kalverhouder de keuze tussen het noteren van de startdatum met het aantal behandeldagen of het noteren van de data van de behandeldagen. Bovenwettelijke invulling van het Besluit houders van dieren en de Regeling diergeneesmiddelen.
Diergeneesmiddelen die verloren gaan op een andere wijze dan door toediening zijn in het logboek geregistreerd. Genoteerd moeten worden: de datum, naam diergeneesmiddel, verloren gegane hoeveelheid en wijze van verloren gaan Regeling diergeneesmiddelen.
Verslagen van dierenartsbezoeken die door de dierenarts worden achtergelaten bij de kalverhouder, worden door de kalverhouder bewaard. Dit mag ook middels een doordruk of een kopie (evt. digitaal). Regeling diergeneesmiddelen.
Overig
Kadavers zijn volgens de geldende regelgeving gemeld bij destructiebedrijf. Geldende regelgeving: Gezondheids- en welzijnswet voor dieren of Wet Dieren. Hygiënecode kalverhouderij, Bovenwettelijke invulling van de Regeling dierlijke bijproducten (wetten.overheid.nl).
Kadavers zijn direct na ontdekken ter destructie aangeboden op de aanbiedingsplaats voor kadavers. Hygiënecode kalverhouderij, Bovenwettelijke invulling van de Regeling dierlijke bijproducten.
Kadaveropslag en aanbiedings-plaats zonder kadavers zijn te allen tijden visueel schoon. Visueel schoon: geen aanwezigheid van dierlijke resten of andere afvalstoffen. Hygiënecode kalverhouderij
Er is een verharde reinigbare aanbiedingsplaats voor kadavers aanwezig. Verhard: klinkers, tegels, asfalt of beton. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s, Bovenwettelijke invulling van de Regeling dierlijke bijproducten.
De aanbiedingsplaats voor kadavers is af te dekken (bv. met de kadaverstolp). Zodanig dat de kadavers niet zichtbaar zijn voor passanten en niet vrij toegankelijk zijn voor vogels, knaagdieren, honden, katten, etc. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s, Bovenwettelijke invulling van de Regeling dierlijke bijproducten.
Restanten van chemicaliën inclusief direct verpakkingsmateriaal worden afgevoerd via de lokale voorzieningen. Chemicaliën: gewasbeschermingsmiddelen, R&O middelen, dierbehandelingsmiddelen, verf, diergeneesmiddelen, enz. Toegestane lokale voorzieningen: afvoer via chemobox, afvoer door afgifte bij gemeentelijke afvalverzamelpunt. Milieuregelgeving (www.ilent.nl), Bovenwettelijke invulling van Verordening (EG) nr. 852/2004.
Op het bedrijf zijn REOB gecertificeerde brandblusmiddelen beschikbaar. De brandblusmiddelen moeten onderhouden worden door REOB gecertificeerde onderhoudsbedrijven voor blusmiddelen. Na iedere onderhoudsbeurt wordt de gele sticker op het brandblusmiddel vervangen. REOB gecertificeerde bedrijven zijn te vinden op: http://cibv.nl/erkende-bedrijven/ of http://www.kiwa.nl/gecertificeerde-bedrijven.aspx. IKB Vleeskalveren 2008.
Bij volledige mechanische ventilatie en afwezigheid mogelijkheid tot natuurlijke ventilatie: Er is een noodstroomaggregaat op het bedrijf aanwezig inclusief werkend alarmsysteem voor stroomuitval. Andere noodvoorziening is ook toegestaan. Besluit houders van dieren.
Calamiteiten en klachten zijn geregistreerd (omschrijving van calamiteit en corrigerende maatregel). Calamiteiten en klachten: uitval ventilatie, brand, water- of bodemvervuiling, achtergebleven naalden, klacht van slachterij over vieze dieren. Hiervoor is een formulier beschikbaar op het bedrijf. Onveilige situaties worden beschreven in Verordening (EG) nr. 178/2002 van 28 januari 2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving. IKB Vleeskalveren 2008.
Bedrijfshygiëne
Voldoende ontsmettingsmiddelen, minimaal halve liter van het middel aanwezig op het bedrijf. Voor de meest actuele lijst van toegelaten ontsmettingsmiddelen (desinfecteermiddelen) voor transportmiddelen wordt verwezen naar de databank van College voor Toelating van Bestrijdingsmiddelen op internet: www.ctbg.nl. Bovenwettelijke invulling van de Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s.
Er is een R&O (Reiniging en Ontsmetting) plaats aanwezig. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s.
De R&O plaats beslaat de gehele lengte van een vervoerseenheid. Vervoerseenheid: uitgaande van een transportmiddel met aanhanger. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s.
Bij de R&O plaats kan voldoende verlicht worden. Onder voldoende verlicht wordt verstaan, zodanig dat te allen tijden R&O uitgevoerd kan worden. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s.
De R&O plaats is zodanig aangelegd dat water en eventueel andere vloeistoffen die bij de reiniging en ontsmetting worden gebruikt, niet in grond- of oppervlakte water terecht kunnen komen. De plaats is voorzien van een zodanige afvoer dat water en eventueel andere vloeistoffen die bij de reiniging en ontsmetting worden gebruikt, niet in het grond- of oppervlaktewater terecht kunnen komen. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s.
Op de R&O plaats kan voldoende water onder druk worden geleverd voor reiniging en ontsmetting van de vervoerseenheid. Er is een werkende hoge druk spuit aanwezig of een werkende pomp die zorgt voor extra waterdruk. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s.
R&O middelen zijn in een gesloten kast of ruimte, apart van dieren, diergeneesmiddelen, gewasbeschermingsmiddelen en voedermiddelen opgeslagen. Bovenwettelijke invulling van Verordening (EG) nr. 852/2004.
Op het bedrijf zijn de aankoop- en afleverbewijzen van R&O middelen aanwezig. Deze voorwaarde is alleen van belang als er geen voorraad R&O middelen aantoonbaar is. Bovenwettelijke invulling van Verordening (EG) nr. 852/2004.
Verbeterplan structureel veel gebruik antibiotica
Kalverhouder dient binnen 3 maanden na de datum genoemd in de berichtgeving dat het bedrijf in de categorie 'Structureel Veelgebruik, fase 1' of 'Structureel Veelgebruik, fase 2' valt een driehoeksoverleg over het BGP te organiseren met de kalverhouder, kalvereigenaar (vertegenwoordiger) en de dierenarts, het bedrijfsgezondheidsplan te vernieuwen en op te sturen naar de CI. Het dossier bevat ten minste: – de opgestelde bedrijfsgezondheidsplannen; – een uitslag van de analyse van een monster uit de melkleiding waaruit blijkt dat minder dan 1.000 kve/ml Enterobacteriacea aanwezig waren in de melkleiding; – de verklaring van de monsternemer dat het monster, behorende bij de bovengenoemde analyse uitslag, op voorgeschreven wijze uit de melkleiding is genomen. Indien van toepassing bevat het dossier: – een of meerdere onderbouwingen voor de antibioticabehandelingen die zijn verstrekt; – bij verstrekking koppelkuur: de verklaring van de dierenarts dat er voldoende individueel is behandeld voordat is overgegaan tot een koppelbehandeling, dan wel dat er sprake is van een progressief ziekteverloop waarbij in de laatste 24 uur sprake was van 4% of meer nieuwe ziektegevallen. IKB Vleeskalveren 2008.
Indien gedurende een aaneengesloten periode van 5 dagen 10% of meer dieren in het koppel ziek wordt, dient de dierenarts een verklaring af te geven dat er voldoende individueel is behandeld en dat een koppelkuur moet worden ingezet. IKB Vleeskalveren 2008.
Indien sprake is van een progressief ziekteverloop waarbij in de laatste 24 uur een toename is van 4% of meer nieuwe ziektegevallen, dient de dierenarts een verklaring af te geven dat er sprake is van een progressief ziekteverloop met een toename van 4% of meer zieke kalveren in de laatste 24 uur. In de bepaling van de toename van het ziekteverloop dienen de kalveren die gedurende deze periode zijn uitgevallen te worden meegenomen. IKB Vleeskalveren 2008.
Bedrijven die meerdere leeftijdsgroepen kalveren houden, dienen binnen 3 maanden na de datum genoemd in de berichtgeving dat het bedrijf in de categorie 'Structureel Veelgebruik, fase 2' valt, nader onderzoek te laten verrichten betreffende (recidiverende) longproblemen. Dit kan door middel van: – een (gepaard) bloedonderzoek van 5 representatieve dieren per leeftijdsgroep, of; – het nemen van neusswabs van 5 representatieve dieren, of; – het laten uitvoeren van sectie bij de Gezondheidsdienst voor Dieren. Onafhankelijk van stal of compartiment. Indien binnen drie maanden geen ziekteverschijnselen worden vertoond, is een verklaring dierenarts over gezondheid koppel verplicht om onderzoek te mogen verschuiven naar eerst volgend moment dat ziekteverschijnselen worden geconstateerd. IKB Vleeskalveren 2008.
Kalverhouder dient binnen 3 maanden na de datum genoemd in de berichtgeving dat het bedrijf in de categorie 'Structureel Veelgebruik, fase 2' valt, een bedrijfsanalyse op te stellen aan de hand van de 'Uitgebreide checklist' en deze op te sturen naar de CI. Deze checklist is te downloaden via www.kalversector.nl. IKB Vleeskalveren 2008.
Transport
Alle aangevoerde in NL geboren nuka's, die niet rechtstreeks van een rundveebedrijf van geboorte zijn aangevoerd, dienen te zijn verzameld op een deelnemend, erkend verzamelcentrum. Alle nuka’s moeten rechtstreeks afkomstig zijn van een Nederlands rundveebedrijf of van een deelnemend, erkend verzamelcentrum. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s
Ieder kalf dient vanaf het moment van opzet tot 3 weken na de opzetdatum gehuisvest te worden in een ruimte met een temperatuur van minimaal 15 °C. De temperatuur in de huisvesting van kalveren tot 3 weken na opzet moet > 15°C is. Indien de buitentemperatuur -5°C of minder bedraagt, dient de temperatuur > 10°C te zijn. Per 200 gehuisveste kalveren moet 1 meting in het midden van een babybox, op hoogte van 25 cm boven een staand kalf verricht worden. Bovenwettelijke invulling van het Besluit houders van dieren.
Alle (deel)koppels met gewicht onder 42 kg dienen tot 2 weken na aanvoer van het kalf 3 maal daags te worden gevoerd (verspreid over een periode van 12 uur of meer). Bovenwettelijke invulling van het Besluit houders van dieren.
Alle personen die bedrijfsmatig op het schone (bedrijfs-) gedeelte en in de stallen – waarin dieren zijn gehuisvest – komen, moeten gebruik maken van de hygiënesluis en schone bedrijfskleding en – schoeisel aantrekken, voordat het schone (bedrijfs-) gedeelte en de stallen betreden worden. Alleen personen behorende bij het transportmiddel, die niet in de stal komen, mogen over het bedrijfsgedeelte van het erf rijden zonder gebruik te maken van de hygiënesluis. Een persoon die bedrijfsmatig het bedrijfsgedeelte betreedt is een ieder die per week meerdere veehouderijbedrijven bezoekt en hierbij ook in de stallen – waarin dieren zijn gehuisvest – komt. Hieronder vallen ook personen die op andere bedrijven in stallen komen (bv. buurman melkveehouder). Bedrijfsgedeelte (zie B007): het gedeelte van het perceel waar zich de kalverhouderij bevindt aangevuld met het gedeelte van het perceel waar verkeer van personen en/of transport van kalveren, voer en materialen tussen stallen / afdelingen plaatsvindt. Dit voorschrift is niet van toepassing voor transporteurs van kalveren. IKB Vleeskalveren 2008.
De hygiënesluis is voorzien van een handenwasgelegenheid met warm en koud-, stromend water, zeep / desinfectans, papieren handdoeken en schoon schoeisel en schone bedrijfseigen kleding. De handenwasgelegenheid bevindt zich bij voorkeur in het schone gedeelte van de hygiënesluis en zo dicht mogelijk bij de fysieke barrière. Bedrijfseigen kleding en – schoeisel zijn bijvoorbeeld overalls, laarzen of klompen. IKB Vleeskalveren 2008.
De kalverhouder reinigt minimaal 1x per 4 weken de melkleiding. Controleer via de registratie van de kalverhouder of de melkleidingen minimaal 1x per 4 weken zijn gereinigd met een reinigingsmiddel. In het geval van rosé start / afmest waarbij het melkleidingsysteem niet gebruikt wordt, hoeft het melkleidingsysteem niet gereinigd te worden. Onder melkleiding wordt verstaan elk systeem waarmee melk aan de kalveren wordt gevoerd, zoals melkleidingsystemen, rijdende mengers, voerslangen en drinkautomaten. Bovenwettelijke invulling van Verordening (EG) nr. 852/2004.
De kalverhouder houdt een register bij van de reinigingsbeurten. In het register staan ten minste de datum en het gebruikte reinigingsmiddel vermeld. Gecontroleerd moet worden of in het register ten minste de datum en het gebruikte reinigingsmiddel genoteerd staan. Bovenwettelijke invulling van Verordening (EG) nr. 852/2004.
Als een kalverhouder kalveren opzet, die al op een ander bedrijf zijn gestart, worden deze kalveren aangevoerd van maximaal 4 verschillende UBN’s. Indien niet aan dit voorschrift kan worden voldaan dient aan het hierop volgend voorschrift te worden voldaan. IKB Vleeskalveren 2008.
Als een kalverhouder kalveren opzet, die al op een ander bedrijf zijn gestart, wordt in 1 compartiment eerder gestarte kalveren van maximaal 2 verschillende UBN's gehuisvest. Een compartiment is een ruimte die door vloer, plafond en wanden / muren van vloer tot plafond gescheiden is van andere ruimtes. Het is toegestaan dat in de wand / muur een deur is aangebracht. Deze deur mag slechts geopend zijn tijdens doorgang, zodat de luchtcirculatie van 1 compartiment niet direct verbonden is met een ander compartiment / ruimte waarin kalveren zijn gehuisvest. Indien niet aan dit voorschrift kan worden voldaan dient aan het vorige voorschrift te worden voldaan. IKB Vleeskalveren 2008.

Bijlage 3. behorende bij artikel 4.3.1. van de Regeling Europese EZ-subsidies

Een welzijnsvriendelijke stalvloer bestaat uit een roostervloer met een indrukbare toplaag die meer ligcomfort biedt dan de gangbare vloeren voor vleeskalveren.

Hierbij bedekt de indrukbare toplaag de (harde) roosterbalken volledig. Voor de stevigheid wordt de toplaag fabrieksmatig verankerd aan de ondervloer of, via knelling of anderszins doelmatig gefixeerd aan de ondervloer, zodanig dat deze niet kan verschuiven of bij gebruik door de kalveren van de ondervloer los kan raken. Bij gebruik van harde bevestigings- materialen zijn deze ten minste 5 mm onder het loopoppervlak verzonken zodat de dieren zich hier niet aan kunnen verwonden. Voor een goede reiniging zijn de mest- en urine afvoerende spleten van de steunvloer en indrukbare toplaag volledig op elkaar afgestemd.

De fabrikant geeft op deze vloer ten minste 5 jaar garantie op slijtage, productiefouten en beschadiging bij normaal gebruik.

• beschadigingen: 0, + of ++
• slijtvastheid: + of ++
• vervormbaarheid: ++
Balkbreedte (inclusief toplaag) mm Effectieve spleetbreedte (inclusief toplaag) mm
Blank vlees & opfok rosé kalf (bij opzet jonger dan 10 weken) 80 – 130 27 – 30
Afmest rosé kalf (bij opzet ouder dan 10 weken) 80 – 140 30 – 35

Bijlage 4. behorende bij de artikelen 4.5.2, derde lid, onderdeel c, en 4.5.4

Vervallen

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Titel 3.12. Tijdelijke vermindering van productie of verkoop van aquacultuurdieren als gevolg van COVID-19

Artikel 3.12.1. Begripsomschrijvingen

Vervallen

Artikel 3.12.2. Subsidiabele activiteiten

Vervallen

Artikel 3.12.3. Hoogte subsidie

Vervallen

Artikel 3.12.4. Verdeling subsidieplafond

Vervallen

Artikel 3.12.5. Afwijzingsgronden

Vervallen

Artikel 3.12.6. Subsidieverstrekking

Vervallen

Artikel 3.12.7. Vervaltermijn

Vervallen

Hoofdstuk 4. Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling

Titel 4.1. Brede weersverzekering

Paragraaf 4.1.2. Voorschriften inzake de landbouwer

Paragraaf 4.1.2. Voorschriften inzake de verzekeraar

Titel 4.2. Kwaliteitsregeling voor de kalfsvleessector

Paragraaf 4.2.2. Voorschriften inzake de erkenning van een kwaliteitsregeling

Paragraaf 4.2.3. Voorschriften inzake de subsidieregeling

Titel 4.3. Welzijnsvriendelijke stalvloeren voor vleeskalveren

Paragraaf 4.3.3. Controles en sancties

Titel 4.4. Ammoniakreductie in stallen voor vleeskalveren

Paragraaf 4.4.2. Voorschriften inzake de landbouwer

Paragraaf 4.4.3. Controles en sancties

Titel 4.5. Pilots toekomstbestendige landbouw nieuw GLB

Titel 4.6. Niet-productieve investeringen agrarisch natuurbeheer leefgebieden weidevogels en akkervogels

Hoofdstuk 5. Europees Fonds voor regionale ontwikkeling

§ 5.1. Algemene bepalingen

§ 5.2. Regels omtrent subsidieverstrekking door de managementautoriteit

§ 5.2. Regels omtrent subsidieverstrekking door de managementautoriteit

§ 4. Regels omtrent subsidieverstrekking in het kader van Europese territoriale samenwerking

Hoofdstuk 6. Overige bepalingen en slotbepalingen

Bijlage 1. behorende bij artikel 1.9 Regeling Europese EZ-subsidies

2. Procedure voor het gebruik van de documenten, bedoeld onder 1, onderdelen a, b en c

De in 1 onder a, b en c bedoelde bewijsstukken zijn geconverteerde documenten of gegevensdragers. Bij conversie van het origineel naar het geconverteerde document of gegevensdrager wordt aan de hieronder vermelde voorwaarden voldaan:

2. Procedure voor het gebruik van de documenten, bedoeld onder 1, onderdelen a, b en c

Als de conversie op de juiste wijze gebeurt, is het in het kader van de verantwoording, niet meer noodzakelijk de bewijsstukken op de originele gegevensdrager te bewaren. Het geconverteerde bewijsstuk mag na conversie niet meer gewijzigd kunnen worden.

Het in samenhang bezien van de verschillende bewijsstukken strekt er mede toe de authenticiteit van het geconverteerde document of de gegevensdrager te waarborgen en dat hierop voor controledoeleinden kan worden vertrouwd.

Indien een subsidieontvanger gebruik maakt van elektronische documenten waarbij uitsluitend een elektronische versie bestaat, worden de geautomatiseerde systemen voorzien van beheers- en beveiligingsmaatregelen die de betrouwbaarheid, authenticiteit en integriteit van de elektronische gegevens gedurende de gehele vereiste bewaartermijn waarborgen. Het is aan de subsidieontvanger om dit aan te tonen. Voor een tweetal veel voorkomende situaties zijn de voorschriften hieronder uitgewerkt:

3. Procedure voor het bewaren van stukken die uitsluitend in een elektronische versie bestaan, bedoeld in 1, onderdeel d

Indien een subsidieontvanger gebruik maakt van elektronische documenten waarbij uitsluitend een elektronische versie bestaat, worden de geautomatiseerde systemen voorzien van beheers- en beveiligingsmaatregelen die de betrouwbaarheid, authenticiteit en integriteit van de elektronische gegevens gedurende de gehele vereiste bewaartermijn waarborgen. Het is aan de subsidieontvanger om dit aan te tonen. Voor een tweetal veel voorkomende situaties zijn de voorschriften hieronder uitgewerkt:

Bijlage 4. behorende bij de artikelen 4.5.2, derde lid, onderdeel c, en 4.5.4

1 2 3 4
Product/activiteit Omschrijving resultaat Tarief/berekeningsmethode Mogelijke additionele kosten
1. Projectvoorbereiding 1. Projectvoorbereiding 1. Projectvoorbereiding 1. Projectvoorbereiding
a. projectplan Document met een beschrijving van het uit te voeren project, conform format bij het aanvraagformulier. Vast bedrag: € 7.840 Gebiedsbijeenkomsten ten behoeve van het opstellen van het projectplan, als beschreven in producten 4b en 4c
2. Planvorming 2. Planvorming 2. Planvorming 2. Planvorming
a. plan op het niveau van een gebied of sector Document met een inhoudelijke beschrijving van de uit te voeren activiteiten in een gebied en/of sector, overeenkomstig artikel 4.5.9, eerste lid € 19.040 per plan; minimaal 1 per aanvraag; max. 1 per deelnemend agrarisch collectief of per thema Gebiedsbijeenkomsten (product 4b en 4c) ten behoeve van het opstellen van het plan. Kosten voor onderzoek, analyse en advies ten behoeve van productontwikkeling als beschreven in product 9a
b. deelplan op het niveau van een deelgebied of subsector Document met nadere inhoudelijke uitwerking van het plan voor een afgebakend deel van het projectgebied of van een thema. Het document bevat dezelfde onderdelen als het gebiedsplan, maar dan verder uitgewerkt en gedetailleerd. € 3.360 per deelplan; max. 1 per afgebakend deel van het projectgebied of thema Gebiedsbijeenkomsten (product 4b en 4c) ten behoeve van het opstellen van het plan. Kosten voor onderzoek, analyse en advies ten behoeve van productontwikkeling als beschreven in product 9a
c. deelplan op het niveau van een deelnemend agrarisch bedrijf Document met een beschrijving van de maatregelen of andere inspanningen op een deelnemend bedrijf en de bijdrage die hiermee aan gebiedsplan geleverd wordt. - onderbouwing keuze voor te ontwikkelen doelen en uit te voeren maatregelen - relaties met andere deelnemende bedrijven of partners - indien van toepassing, begroting van de kosten van beheeractiviteiten op basis van de tabel in onderdeel B van deze bijlage - een kaart waar welke beheeractiviteiten mogelijk worden uitgevoerd € 780 per deelplan; 1 per deelnemend agrarisch bedrijf Geen
3. Proefprojecten 3. Proefprojecten 3. Proefprojecten 3. Proefprojecten
a. werven deelnemers Voeren van individuele gesprekken met potentiele deelnemers om te komen tot afspraken over deelname aan het project cq. het opstellen van een bedrijfsplan. Begunstigde maakt lijst met potentiële deelnemers aan de hand van potentiële bijdrage (blijkt uit (deel)gebiedsplan) en getoonde belangstelling (blijkt bij bijeenkomsten of uit het netwerk). Aantonen aan de hand van gespreksverslagen. € 560 per potentiële deelnemer Geen
b. begeleiden deelnemers Begeleiding van deelnemers vanuit de begunstigde bij de uitvoering van het bedrijfsplan. Bepalen aan de hand van uitgevoerde bedrijfsplannen. € 1.120 per deelnemer Geen
c. uitvoeren proefprojecten Vergoedingen voor de activiteiten, bedoeld in kolom 1 van de tabel in onderdeel B van deze bijlage. Berekeningsmethode, bedoeld in kolom 2 van de tabel in onderdeel B van deze bijlage Geen
d. investeringen Indien aantoonbaar noodzakelijk voor het uitvoeren van proefprojecten kunnen investeringen (zoals bouw- of aanlegkosten, inrichtingskosten of machines en apparatuur) nodig zijn. Die investeringen mogen geen aanmerkelijke stijging van de waarde of rentabiliteit van de onderneming tot gevolg hebben. Begunstigde moet in het projectplan onderbouwen dat de investering (kosten derden) noodzakelijk is om aan de innovatie-eis te voldoen. Aantonen aan de hand van offerteverzoek, offerte, opdracht, factuur betaalbewijs Werkelijke kosten op basis van factuur en betaalbewijs Geen
4. Communicatie 4. Communicatie 4. Communicatie 4. Communicatie
a. communicatieplan Document met overkoepelend communicatieplan voor het project – producten – doelgroepen – begroting op basis van de productenlijst – fasering In het plan wordt expliciet aandacht besteed aan nieuwe vormen van samenwerking en de bijdrage die het project levert aan de doelstelling van het project. Vast bedrag: € 4.480 Geen
b. kleine bijeenkomst Bijeenkomst van maximaal 15 personen; voorbereiding, facilitaire zaken en verslaglegging. Aantonen aan de hand van verslag en presentielijst aanwezigen. € 1.220 per bijeenkomst Inhuur externe expertise als beschreven in product 9b Vacatievergoeding voor bijdragen van deelnemers (product 9c)
c. grote bijeenkomst Bijeenkomst van meer dan 15 personen; voorbereiding, facilitaire zaken en verslaglegging Aantonen aan de hand van verslag en bewijsstukken voor presentie van aanwezigen. € 2.440 per bijeenkomst Inhuur externe expertise als beschreven in product 9b Vacatievergoeding voor bijdragen van deelnemers (product 9c)
d. veldbezoek/excursie Bijeenkomst om de uitvoering cq resultaten van het project in het veld te bekijken en bespreken; voorbereiding, facilitaire zaken en verslaglegging. Aantonen aan de hand van verslag en presentielijst deelnemers. € 1.880 per veldbezoek of excursie Inhuur externe expertise als beschreven in product 9b Vacatievergoeding voor gastheer/vrouw van de excursie (= deelnemer project) (product 9c)
e. voorbereiden/produceren professionele folder/video Het voorbereiden/produceren van een folder of video € 2.240 per folder of video Inhuur externe expertise als beschreven in product 9b
f. website Ontwerp en beheer van website of pagina op website van agrarisch collectief (minimaal de website van de penvoerder) met minimaal de volgende informatie over het project: – doel – korte beschrijving – betrokken collectieven en andere partijen – contactgegevens Vast bedrag: € 3.360 Geen
g. artikel/persbericht Artikel of persbericht in vakblad of nieuwsblad; minimaal 500 woorden. Aantonen aan de hand van een print of kopie van de publicatie. € 1.680 per artikel of persbericht Geen
h. Lezing/presentatie Verzorgen van een lezing of presentatie door de begunstigde bij derde partijen (niet direct bij pilot betrokken), over het project en de (voorlopige) resultaten daarvan. Aantonen aan de hand van presentatie en/of berichtgeving (bv. verslag of bericht op website) over de bijeenkomst en de presentatie. € 1.170 per lezing of presentatie Geen
5. Monitoring 5. Monitoring 5. Monitoring 5. Monitoring
a. dataset met gegevens over resultaten project Dataset in format dat is afgestemd met de andere projecten en dat rapportage op het niveau van het project en de regeling mogelijk maakt. Data kunnen kwantitatieve, kwalitatieve, ruimtelijke en niet-ruimtelijke aspecten omvatten. Maximaal 1 per soortgroep, per jaar, per gebied. Data kunnen ook betrekking hebben op sociale, organisatorische en financiële aspecten € 2.800 per dataset; minimaal 1 per aanvraag Inhuur externe expertise als beschreven in product 9b Vrijwilligersvergoeding voor veldwerk tbv inventarisatie van gegevens door inzet vrijwilligers (product 9d)
6. Rapportage 6. Rapportage 6. Rapportage 6. Rapportage
a. tussenrapportage Document met inhoudelijke beschrijving van de voortgang van het project, evaluatie, leerpunten, evt. aanpassingen in het project. € 4.480 per tussenrapportage; minimaal 1 per aanvraag max. 1 per afgebakend deel van het projectgebied of thema Geen
b. eindrapportage Document met inhoudelijke beschrijving van de resultaten van het project, evaluatie en leerpunten. Vast bedrag: € 19.000 Geen
7. Landelijke coördinatie en afstemming 7. Landelijke coördinatie en afstemming 7. Landelijke coördinatie en afstemming 7. Landelijke coördinatie en afstemming
a. landelijk ontwikkelwerk Landelijke coördinatie en het organiseren en bijwonen van landelijke bijeenkomsten ten behoeve van de landelijke afstemming van de projecten (bv. bij aanvang van de uitvoering en na het indienen van de tussenrapportages), het ontwikkelen van methoden en van formats voor datasets en rapportages en de presentatie van (deel)producten Vast bedrag: € 26.900 Geen
b. landelijke tussenrapportage Document met inhoudelijke beschrijving van de voortgang van de projecten, evaluatie, leerpunten en aanbevelingen voor het ontwikkelen van een toekomstig Gemeenschappelijk landbouwbeleid. De tussenrapportage wordt uiterlijk op 31 december 2022 ingediend. Vast bedrag: € 1.680; één per project Geen
c. landelijke eindrapportage Document met inhoudelijke beschrijving van de resultaten van het projecten, evaluatie en leerpunten. Vast bedrag: € 4.920 Geen
8. Projectmanagement 8. Projectmanagement 8. Projectmanagement 8. Projectmanagement
a. projectmanagement Betreft het management en de coördinatie van het project. De werkzaamheden van de begunstigde die wel noodzakelijk zijn om het project goed uit te voeren, maar geen onderdeel zijn van de producten. Wordt berekend over de producten, bedoeld in de onderdelen 1 tot en met 7 en 9a en 9b, van deze tabel. 15% van de vergoeding voor de geleverde producten Geen
9. Kosten derden 9. Kosten derden 9. Kosten derden 9. Kosten derden
a. Productontwikkeling voor innovatieve beleidstoepassingen Voor het opstellen van gebiedsplan of sectorplan kan advies worden ingewonnen ten behoeve van de uitvoerbare beleidstoepassingen die innovatief zijn in Nederland. Begunstigde moet in het projectplan onderbouwen dat het onderwerp waarop het advies betrekking heeft aan de innovatie-eis voldoet. Aantonen aan de hand van offerteverzoek, offerte, opdracht, factuur betaalbewijs Werkelijke kosten op basis van factuur en betaalbewijs Geen
b. Inhuur externe expertise Indien aantoonbaar noodzakelijk kan voor specifieke producten externe expertise ingehuurd worden. Dit kan specialistische of wetenschappelijke kennis zijn ten behoeve van monitoring van effecten/prestaties, kennisdeling of inventarisaties, en kan ook zaken als bemonstering of laboratoriumonderzoek betreffen. Aantonen aan de hand van offerteverzoek, offerte, opdracht, factuur betaalbewijs. Werkelijke kosten op basis van factuur en betaalbewijs Geen
c. vacatievergoedingen Vergoeding voor (vertegenwoordigers van) deelnemende agrarische bedrijven waarvoor een bedrijfsplan is opgesteld, indien het zaken betreft die voortkomen uit het project, maar niet direct met de bedrijfsvoering te maken hebben; met name het uitdragen van opgedane kennis en ervaring aan belangstellenden binnen en buiten het projectgebied. Aantonen aan de hand van declaratie en betaalbewijs. € 105 per dagdeel Geen
d. vrijwilligersvergoeding Betreft de inzet van vrijwilligers voor inventarisaties. Aantonen aan de hand van urenverantwoording en betaalbewijs. € 4,50 per uur Geen
1 2
--- ---
Activiteit Berekeningsmethode
1. Er wordt een rustperiode in acht genomen van datum x tot datum y. Grasland € 2.403,37 per ha
3. Het grasland wordt vanaf 1 maart en vóór de rustperiode niet gemaaid. € 2.027,47 per ha
4. Het grasland is geïnundeerd (volledig drassig). De inundatieperiode loopt van datum x tot datum y. € 2.403,37 per ha
5. Er wordt aantoonbaar gezocht naar nesten. Gevonden nesten en/of kuikens worden beschermd en gevrijwaard van alle landbouwkundige bewerkingen, tenminste via enclaves van minimaal a m2 (alleen op grasland) danwel via een rustperiode van datum x tot datum y, waarbij de vrijwaring tenminste 14 kalenderdagen duurt, of via het plaatsen van nestbeschermers. Gevonden nesten zijn geregistreerd (bijv. op stalkaart of via geo informatie). Voor specifieke soorten kan nestgelegenheid worden geplaatst. € 126,67 per nest plus € 2.426,41 per ha op grasland. Op bouwland € 351,65 per ha
6. Bemesting met ruige stalmest is verplicht € 208,04 per ha
7. Uitsluitend gebruik van chemische onkruidbestrijding op max 10% van de oppervlakte. € 135,83 per ha
8. Beweiding is verplicht vanaf datum x tot datum y met minimale a en maximale veebezetting b (GVE/ha) € 1.947,6 per ha
9. Minimaal f% van de oppervlakte bestaat van datum x tot datum y uit gewas a of meerdere gewassen b of gewasresten c. € 2.796,78 per ha
11. Er wordt gevrijwaard voor beschadiging door vee van datum x tot datum y € 152,25 per ha
16. Watergang heeft (via natuurlijke of kunstmatige voorziening) vrij toegang, na onderlopen wordt er schoongemaakt € 93,16
17. Het gewas wordt jaarlijks minimaal 1 keer gemaaid en afgevoerd. Grasland € 2.403,37 per ha; Bouwland € 2.796,78 per ha
18. Door een tijdelijke, plaatselijke voorziening is het oppervlaktewaterpeil van datum x tot datum y minimaal a cm hoger dan eerste volgende watergang. € 210,10 per ha
19. Minimaal a verschillende indicatorsoorten uit lijst b zijn in transect aanwezig in de periode x tot y Grasland € 2.403,37 per ha; Bouwland € 2.796,78 per ha
20. Het grasland is na datum x tot datum y van het volgende kalenderjaar niet bewerkt € 136,66 per ha
21. Van datum x tot datum y is beweiding toegestaan met maximale veebezetting b (GVE/ha) € 1.947,6 per ha
22. Minimaal f% tot maximaal g% van het leefgebied onder beheer is jaarlijks gesnoeid. € 2.486,80 per ha
23. Minimaal f% tot maximaal g% van het leefgebied onder beheer is jaarlijks geschoond en/of gemaaid € 2.538,64 per ha
24. Snoeiafval is verwijderd of op rillen gelegd in het element en/of maaiafval is verwijderd € 2.692,36 per ha
26. Jaarlijks is op minimaal f% tot maximaal g% van het leefgebied onder beheer bagger vanuit een waterelement op aangrenzende landbouwgrond gespoten € 1.500 per ha
27. De peilscheiding is jaarlijks schoongemaakt en/of onderhouden € 2.026,50 per ha
29. In aangewezen gebieden zijn tussen de aardappelruggen minimaal k drempeltjes van minimaal l cm hoog per m m aanwezig met een minimale afstand van o m onderling € 300 per ha
30. Gewasresten (bijvoorbeeld maaisel, stro), al dan niet opgebracht, zijn ondergewerkt binnen a weken na aanbrengen € 379,80 per ha

Bijlage 3. behorende bij artikel 4.3.1. van de Regeling Europese EZ-subsidies

Een welzijnsvriendelijke stalvloer bestaat uit een roostervloer met een indrukbare toplaag die meer ligcomfort biedt dan de gangbare vloeren voor vleeskalveren.

Hierbij bedekt de indrukbare toplaag de (harde) roosterbalken volledig. Voor de stevigheid wordt de toplaag fabrieksmatig verankerd aan de ondervloer of, via knelling of anderszins doelmatig gefixeerd aan de ondervloer, zodanig dat deze niet kan verschuiven of bij gebruik door de kalveren van de ondervloer los kan raken. Bij gebruik van harde bevestigings- materialen zijn deze ten minste 5 mm onder het loopoppervlak verzonken zodat de dieren zich hier niet aan kunnen verwonden. Voor een goede reiniging zijn de mest- en urine afvoerende spleten van de steunvloer en indrukbare toplaag volledig op elkaar afgestemd.

De fabrikant geeft op deze vloer ten minste 5 jaar garantie op slijtage, productiefouten en beschadiging bij normaal gebruik.

• beschadigingen: 0, + of ++
• slijtvastheid: + of ++
• vervormbaarheid: ++
Balkbreedte (inclusief toplaag) mm Effectieve spleetbreedte (inclusief toplaag) mm
Blank vlees & opfok rosé kalf (bij opzet jonger dan 10 weken) 80 – 130 27 – 30
Afmest rosé kalf (bij opzet ouder dan 10 weken) 80 – 140 30 – 35

Bijlage 4. behorende bij de artikelen 4.5.2, derde lid, onderdeel c, en 4.5.4

1 2 3 4
Product/activiteit Omschrijving resultaat Tarief/berekeningsmethode Mogelijke additionele kosten
1. Projectvoorbereiding 1. Projectvoorbereiding 1. Projectvoorbereiding 1. Projectvoorbereiding
a. projectplan Document met een beschrijving van het uit te voeren project, conform format bij het aanvraagformulier. Vast bedrag: € 7.840 Gebiedsbijeenkomsten ten behoeve van het opstellen van het projectplan, als beschreven in producten 4b en 4c
2. Planvorming 2. Planvorming 2. Planvorming 2. Planvorming
a. plan op het niveau van een gebied of sector Document met een inhoudelijke beschrijving van de uit te voeren activiteiten in een gebied en/of sector, overeenkomstig artikel 4.5.9, eerste lid € 19.040 per plan; minimaal 1 per aanvraag; max. 1 per deelnemend agrarisch collectief of per thema Gebiedsbijeenkomsten (product 4b en 4c) ten behoeve van het opstellen van het plan. Kosten voor onderzoek, analyse en advies ten behoeve van productontwikkeling als beschreven in product 9a
b. deelplan op het niveau van een deelgebied of subsector Document met nadere inhoudelijke uitwerking van het plan voor een afgebakend deel van het projectgebied of van een thema. Het document bevat dezelfde onderdelen als het gebiedsplan, maar dan verder uitgewerkt en gedetailleerd. € 3.360 per deelplan; max. 1 per afgebakend deel van het projectgebied of thema Gebiedsbijeenkomsten (product 4b en 4c) ten behoeve van het opstellen van het plan. Kosten voor onderzoek, analyse en advies ten behoeve van productontwikkeling als beschreven in product 9a
c. deelplan op het niveau van een deelnemend agrarisch bedrijf Document met een beschrijving van de maatregelen of andere inspanningen op een deelnemend bedrijf en de bijdrage die hiermee aan gebiedsplan geleverd wordt. - onderbouwing keuze voor te ontwikkelen doelen en uit te voeren maatregelen - relaties met andere deelnemende bedrijven of partners - indien van toepassing, begroting van de kosten van beheeractiviteiten op basis van de tabel in onderdeel B van deze bijlage - een kaart waar welke beheeractiviteiten mogelijk worden uitgevoerd € 780 per deelplan; 1 per deelnemend agrarisch bedrijf Geen
3. Proefprojecten 3. Proefprojecten 3. Proefprojecten 3. Proefprojecten
a. werven deelnemers Voeren van individuele gesprekken met potentiele deelnemers om te komen tot afspraken over deelname aan het project cq. het opstellen van een bedrijfsplan. Begunstigde maakt lijst met potentiële deelnemers aan de hand van potentiële bijdrage (blijkt uit (deel)gebiedsplan) en getoonde belangstelling (blijkt bij bijeenkomsten of uit het netwerk). Aantonen aan de hand van gespreksverslagen. € 560 per potentiële deelnemer Geen
b. begeleiden deelnemers Begeleiding van deelnemers vanuit de begunstigde bij de uitvoering van het bedrijfsplan. Bepalen aan de hand van uitgevoerde bedrijfsplannen. € 1.120 per deelnemer Geen
c. uitvoeren proefprojecten Vergoedingen voor de activiteiten, bedoeld in kolom 1 van de tabel in onderdeel B van deze bijlage. Berekeningsmethode, bedoeld in kolom 2 van de tabel in onderdeel B van deze bijlage Geen
d. investeringen Indien aantoonbaar noodzakelijk voor het uitvoeren van proefprojecten kunnen investeringen (zoals bouw- of aanlegkosten, inrichtingskosten of machines en apparatuur) nodig zijn. Die investeringen mogen geen aanmerkelijke stijging van de waarde of rentabiliteit van de onderneming tot gevolg hebben. Begunstigde moet in het projectplan onderbouwen dat de investering (kosten derden) noodzakelijk is om aan de innovatie-eis te voldoen. Aantonen aan de hand van offerteverzoek, offerte, opdracht, factuur betaalbewijs Werkelijke kosten op basis van factuur en betaalbewijs Geen
4. Communicatie 4. Communicatie 4. Communicatie 4. Communicatie
a. communicatieplan Document met overkoepelend communicatieplan voor het project – producten – doelgroepen – begroting op basis van de productenlijst – fasering In het plan wordt expliciet aandacht besteed aan nieuwe vormen van samenwerking en de bijdrage die het project levert aan de doelstelling van het project. Vast bedrag: € 4.480 Geen
b. kleine bijeenkomst Bijeenkomst van maximaal 15 personen; voorbereiding, facilitaire zaken en verslaglegging. Aantonen aan de hand van verslag en presentielijst aanwezigen. € 1.220 per bijeenkomst Inhuur externe expertise als beschreven in product 9b Vacatievergoeding voor bijdragen van deelnemers (product 9c)
c. grote bijeenkomst Bijeenkomst van meer dan 15 personen; voorbereiding, facilitaire zaken en verslaglegging Aantonen aan de hand van verslag en bewijsstukken voor presentie van aanwezigen. € 2.440 per bijeenkomst Inhuur externe expertise als beschreven in product 9b Vacatievergoeding voor bijdragen van deelnemers (product 9c)
d. veldbezoek/excursie Bijeenkomst om de uitvoering cq resultaten van het project in het veld te bekijken en bespreken; voorbereiding, facilitaire zaken en verslaglegging. Aantonen aan de hand van verslag en presentielijst deelnemers. € 1.880 per veldbezoek of excursie Inhuur externe expertise als beschreven in product 9b Vacatievergoeding voor gastheer/vrouw van de excursie (= deelnemer project) (product 9c)
e. voorbereiden/produceren professionele folder/video Het voorbereiden/produceren van een folder of video € 2.240 per folder of video Inhuur externe expertise als beschreven in product 9b
f. website Ontwerp en beheer van website of pagina op website van agrarisch collectief (minimaal de website van de penvoerder) met minimaal de volgende informatie over het project: – doel – korte beschrijving – betrokken collectieven en andere partijen – contactgegevens Vast bedrag: € 3.360 Geen
g. artikel/persbericht Artikel of persbericht in vakblad of nieuwsblad; minimaal 500 woorden. Aantonen aan de hand van een print of kopie van de publicatie. € 1.680 per artikel of persbericht Geen
h. Lezing/presentatie Verzorgen van een lezing of presentatie door de begunstigde bij derde partijen (niet direct bij pilot betrokken), over het project en de (voorlopige) resultaten daarvan. Aantonen aan de hand van presentatie en/of berichtgeving (bv. verslag of bericht op website) over de bijeenkomst en de presentatie. € 1.170 per lezing of presentatie Geen
5. Monitoring 5. Monitoring 5. Monitoring 5. Monitoring
a. dataset met gegevens over resultaten project Dataset in format dat is afgestemd met de andere projecten en dat rapportage op het niveau van het project en de regeling mogelijk maakt. Data kunnen kwantitatieve, kwalitatieve, ruimtelijke en niet-ruimtelijke aspecten omvatten. Maximaal 1 per soortgroep, per jaar, per gebied. Data kunnen ook betrekking hebben op sociale, organisatorische en financiële aspecten € 2.800 per dataset; minimaal 1 per aanvraag Inhuur externe expertise als beschreven in product 9b Vrijwilligersvergoeding voor veldwerk tbv inventarisatie van gegevens door inzet vrijwilligers (product 9d)
6. Rapportage 6. Rapportage 6. Rapportage 6. Rapportage
a. tussenrapportage Document met inhoudelijke beschrijving van de voortgang van het project, evaluatie, leerpunten, evt. aanpassingen in het project. € 4.480 per tussenrapportage; minimaal 1 per aanvraag max. 1 per afgebakend deel van het projectgebied of thema Geen
b. eindrapportage Document met inhoudelijke beschrijving van de resultaten van het project, evaluatie en leerpunten. Vast bedrag: € 19.000 Geen
7. Landelijke coördinatie en afstemming 7. Landelijke coördinatie en afstemming 7. Landelijke coördinatie en afstemming 7. Landelijke coördinatie en afstemming
a. landelijk ontwikkelwerk Landelijke coördinatie en het organiseren en bijwonen van landelijke bijeenkomsten ten behoeve van de landelijke afstemming van de projecten (bv. bij aanvang van de uitvoering en na het indienen van de tussenrapportages), het ontwikkelen van methoden en van formats voor datasets en rapportages en de presentatie van (deel)producten Vast bedrag: € 26.900 Geen
b. landelijke tussenrapportage Document met inhoudelijke beschrijving van de voortgang van de projecten, evaluatie, leerpunten en aanbevelingen voor het ontwikkelen van een toekomstig Gemeenschappelijk landbouwbeleid. De tussenrapportage wordt uiterlijk op 31 december 2022 ingediend. Vast bedrag: € 1.680; één per project Geen
c. landelijke eindrapportage Document met inhoudelijke beschrijving van de resultaten van het projecten, evaluatie en leerpunten. Vast bedrag: € 4.920 Geen
8. Projectmanagement 8. Projectmanagement 8. Projectmanagement 8. Projectmanagement
a. projectmanagement Betreft het management en de coördinatie van het project. De werkzaamheden van de begunstigde die wel noodzakelijk zijn om het project goed uit te voeren, maar geen onderdeel zijn van de producten. Wordt berekend over de producten, bedoeld in de onderdelen 1 tot en met 7 en 9a en 9b, van deze tabel. 15% van de vergoeding voor de geleverde producten Geen
9. Kosten derden 9. Kosten derden 9. Kosten derden 9. Kosten derden
a. Productontwikkeling voor innovatieve beleidstoepassingen Voor het opstellen van gebiedsplan of sectorplan kan advies worden ingewonnen ten behoeve van de uitvoerbare beleidstoepassingen die innovatief zijn in Nederland. Begunstigde moet in het projectplan onderbouwen dat het onderwerp waarop het advies betrekking heeft aan de innovatie-eis voldoet. Aantonen aan de hand van offerteverzoek, offerte, opdracht, factuur betaalbewijs Werkelijke kosten op basis van factuur en betaalbewijs Geen
b. Inhuur externe expertise Indien aantoonbaar noodzakelijk kan voor specifieke producten externe expertise ingehuurd worden. Dit kan specialistische of wetenschappelijke kennis zijn ten behoeve van monitoring van effecten/prestaties, kennisdeling of inventarisaties, en kan ook zaken als bemonstering of laboratoriumonderzoek betreffen. Aantonen aan de hand van offerteverzoek, offerte, opdracht, factuur betaalbewijs. Werkelijke kosten op basis van factuur en betaalbewijs Geen
c. vacatievergoedingen Vergoeding voor (vertegenwoordigers van) deelnemende agrarische bedrijven waarvoor een bedrijfsplan is opgesteld, indien het zaken betreft die voortkomen uit het project, maar niet direct met de bedrijfsvoering te maken hebben; met name het uitdragen van opgedane kennis en ervaring aan belangstellenden binnen en buiten het projectgebied. Aantonen aan de hand van declaratie en betaalbewijs. € 105 per dagdeel Geen
d. vrijwilligersvergoeding Betreft de inzet van vrijwilligers voor inventarisaties. Aantonen aan de hand van urenverantwoording en betaalbewijs. € 4,50 per uur Geen
1 2
--- ---
Activiteit Berekeningsmethode
1. Er wordt een rustperiode in acht genomen van datum x tot datum y. Grasland € 2.403,37 per ha
3. Het grasland wordt vanaf 1 maart en vóór de rustperiode niet gemaaid. € 2.027,47 per ha
4. Het grasland is geïnundeerd (volledig drassig). De inundatieperiode loopt van datum x tot datum y. € 2.403,37 per ha
5. Er wordt aantoonbaar gezocht naar nesten. Gevonden nesten en/of kuikens worden beschermd en gevrijwaard van alle landbouwkundige bewerkingen, tenminste via enclaves van minimaal a m2 (alleen op grasland) danwel via een rustperiode van datum x tot datum y, waarbij de vrijwaring tenminste 14 kalenderdagen duurt, of via het plaatsen van nestbeschermers. Gevonden nesten zijn geregistreerd (bijv. op stalkaart of via geo informatie). Voor specifieke soorten kan nestgelegenheid worden geplaatst. € 126,67 per nest plus € 2.426,41 per ha op grasland. Op bouwland € 351,65 per ha
6. Bemesting met ruige stalmest is verplicht € 208,04 per ha
7. Uitsluitend gebruik van chemische onkruidbestrijding op max 10% van de oppervlakte. € 135,83 per ha
8. Beweiding is verplicht vanaf datum x tot datum y met minimale a en maximale veebezetting b (GVE/ha) € 1.947,6 per ha
9. Minimaal f% van de oppervlakte bestaat van datum x tot datum y uit gewas a of meerdere gewassen b of gewasresten c. € 2.796,78 per ha
11. Er wordt gevrijwaard voor beschadiging door vee van datum x tot datum y € 152,25 per ha
16. Watergang heeft (via natuurlijke of kunstmatige voorziening) vrij toegang, na onderlopen wordt er schoongemaakt € 93,16
17. Het gewas wordt jaarlijks minimaal 1 keer gemaaid en afgevoerd. Grasland € 2.403,37 per ha; Bouwland € 2.796,78 per ha
18. Door een tijdelijke, plaatselijke voorziening is het oppervlaktewaterpeil van datum x tot datum y minimaal a cm hoger dan eerste volgende watergang. € 210,10 per ha
19. Minimaal a verschillende indicatorsoorten uit lijst b zijn in transect aanwezig in de periode x tot y Grasland € 2.403,37 per ha; Bouwland € 2.796,78 per ha
20. Het grasland is na datum x tot datum y van het volgende kalenderjaar niet bewerkt € 136,66 per ha
21. Van datum x tot datum y is beweiding toegestaan met maximale veebezetting b (GVE/ha) € 1.947,6 per ha
22. Minimaal f% tot maximaal g% van het leefgebied onder beheer is jaarlijks gesnoeid. € 2.486,80 per ha
23. Minimaal f% tot maximaal g% van het leefgebied onder beheer is jaarlijks geschoond en/of gemaaid € 2.538,64 per ha
24. Snoeiafval is verwijderd of op rillen gelegd in het element en/of maaiafval is verwijderd € 2.692,36 per ha
26. Jaarlijks is op minimaal f% tot maximaal g% van het leefgebied onder beheer bagger vanuit een waterelement op aangrenzende landbouwgrond gespoten € 1.500 per ha
27. De peilscheiding is jaarlijks schoongemaakt en/of onderhouden € 2.026,50 per ha
29. In aangewezen gebieden zijn tussen de aardappelruggen minimaal k drempeltjes van minimaal l cm hoog per m m aanwezig met een minimale afstand van o m onderling € 300 per ha
30. Gewasresten (bijvoorbeeld maaisel, stro), al dan niet opgebracht, zijn ondergewerkt binnen a weken na aanbrengen € 379,80 per ha

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Titel 3.6. Afzetbevorderingsprojecten

Titel 3.7. Productie- en afzetprogramma's

Titel 3.10. Investeringen voor toegevoegde waarde van visserijproducten

Titel 3.12. Tijdelijke vermindering van productie of verkoop van aquacultuurdieren als gevolg van COVID-19

Hoofdstuk 4. Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling

Titel 4.1. Brede weersverzekering

Paragraaf 4.1.1. Algemene bepalingen

Titel 4.2. Kwaliteitsregeling voor de kalfsvleessector

Paragraaf 4.2.1. Algemene bepalingen

Titel 4.3. Welzijnsvriendelijke stalvloeren voor vleeskalveren

Titel 4.4. Ammoniakreductie in stallen voor vleeskalveren

Paragraaf 4.4.3. Controles en sancties

Titel 4.5. Pilots toekomstbestendige landbouw nieuw GLB

Titel 4.6. Niet-productieve investeringen agrarisch natuurbeheer leefgebieden weidevogels en akkervogels

Hoofdstuk 5. Europees Fonds voor regionale ontwikkeling

§ 5.1. Algemene bepalingen

§ 5.3. Regels omtrent subsidieverstrekking ten laste van de Rijkscofinanciering

§ 4. Regels omtrent subsidieverstrekking in het kader van Europese territoriale samenwerking

Hoofdstuk 6. Overige bepalingen en slotbepalingen

Bijlage 1. behorende bij artikel 1.9 Regeling Europese EZ-subsidies

Procedure als bedoeld in artikel 140, vijfde lid, van verordening 1303/2013

Het in samenhang bezien van de verschillende bewijsstukken strekt er mede toe de authenticiteit van het geconverteerde document of de gegevensdrager te waarborgen en dat hierop voor controledoeleinden kan worden vertrouwd.

3. Procedure voor het bewaren van stukken die uitsluitend in een elektronische versie bestaan, bedoeld in 1, onderdeel d

Bijlage 2. behorende bij artikel 4.2.2, vijfde lid, Regeling Europese EZ-subsidies

Bestaande voorschriften kwaliteitssysteem kalfsvleessector

Voorschrift Interpretatie Bron
Algemeen
Er is een actuele door de certificerende instantie (hierna: ‘CI’) gewaarmerkte plattegrond van het bedrijf aanwezig. De plattegrond geeft voor zover van toepassing alle ruimten, de perceelgrenzen- en toegangen, bedrijfsgedeelte, de situering silo's (inclusief silonummers), mestopslag, opslag en aanbiedingsplaats destructiemateriaal, medicijnopslag, opslag van reinigings-, desinfectie- en ongediertebestrijdingsmiddelen, aggregaat, hygiënesluis, de gebruikelijke loop- en rijroutes, de afmetingen van de stallen en per stal het aantal afdelingen en aantal hokken en de hoeveelheid kalveren die per hok mogen zijn gehuisvest, gebaseerd op 1,8 m2/kalf aan. Indien het bedrijf nuchtere kalveren (nuka’s) opzet tot max. 15 weken (startbedrijf), dan mag een plattegrond op basis van 1,5 m2/kalf worden opgesteld. De totale hoeveelheid kalveren die op het bedrijf mag worden gehuisvest is eveneens aangegeven. Het bedrijfsgedeelte is het gedeelte van het perceel waar zich de kalverhouderij bevindt aangevuld met het gedeelte van het perceel waar verkeer van personen en/of transport van kalveren, voer en materialen tussen stallen / afdelingen plaatsvindt. De plattegrond is aangepast aan de laatste stand van zaken. IKB Vleeskalveren 2008 (www.Kalversector.nl ).
De rapportages en certificaten van de inspecties van de drie voorgaande jaren zijn beschikbaar. IKB Vleeskalveren 2008, Bovenwettelijke invulling van Verordening(EG) nr. 852/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake levensmiddelenhygiëne.
Hygiëneregels en plattegrond (met bedrijfsgedeelte en looproutes) zijn zichtbaar aanwezig in hygiënesluis voor medewerkers en bezoekers en worden toegepast. Op schrift gestelde hygiëneregels, aanwezig in de hygiënesluis bevatten minimaal de volgende meldingen: alleen beroepsmatige betreding van het deel van het bedrijf waar dieren staan, alleen na omkleden in hygiënesluis betreden van het schone (bedrijfs-) gedeelte, alleen bij toestemming eigenaar is betreding mogelijk, voor betreden melden bij eigenaar. U kunt hiervoor het voorbeeld formulier 'Hygiëneregels Kalverhouderij' gebruiken. Dit formulier is te vinden op www.kalversector.nl. IKB Vleeskalveren 2008.
Het bedrijfseigen personeel is adequaat opgeleid. Geldt alleen voor personeel dat in dienst is. Adequaat: ten minste opleiding op minimaal MBO niveau of 1 jaar werkervaring in de intensieve kalverhouderij, of anders onder verantwoordelijkheid van iemand met genoemde kwalificaties. Arbeidsomstandigheden-wet (wetten.overheid.nl).
Het bedrijf verkeert in goede staat van onderhoud. Heeft betrekking op toegangswegen tot bedrijfsgedeelte, dierverblijven en voerkeuken. Goede staat is: geen lekkages, geen zwaar achterstallig onderhoud, bestrating en/of verharding in redelijke staat (geen kuilen), geen open of loshangende elektrische bedrading. Bijlage 2 van Richtlijn 91/629/EEG tot vaststelling van minimumnormen ter bescherming van kalveren. QS (Quality Scheme for food, www.q-s.de).
Materialen in de stal waar de vleeskalveren mee in aanraking komen, zijn niet schadelijk voor de vleeskalveren en kunnen worden gereinigd en ontsmet. Er mag bijvoorbeeld geen sprake zijn van contact van de vleeskalveren met zware metalen (lood, kwik, cadmium). Bijlage 2 van Richtlijn 91/629/EEG.
Het bedrijf maakt een visueel schoon en opgeruimde indruk. Opgeruimde indruk: geen onnodig aanwezige materialen, maar alleen materialen aanwezig van werkzaamheden van desbetreffende werkdag. Visueel schoon: ten minste geen visueel zichtbare restanten aanwezig op bijvoorbeeld koelkast, weegschaal, bureau etc. De hygiënecode kalverhouderij is opgenomen in de regeling IKB Vleeskalveren gebaseerd op de verordening (EG) nr. 852/2004.
Het bedrijfsgedeelte en de stallen met directe toegang tot de dieren kunnen niet zonder meer betreden worden. Niet zonder meer betreden: bijvoorbeeld door borden met de melding ‘geen vrije toegang tot stallen’ bij de ingang of door linten, kettingen, etc. Zodanig dat geen ongehinderde toegang verschaft kan worden. Hygiënecode kalverhouderij.
Om het principe van schone (bedrijfs-) en vuile (externe) gedeelte op het bedrijf toe te kunnen passen is het noodzakelijk dat: – er een duidelijk zichtbare lijn (of gespannen draad) op vloerhoogte van het erf is geplaatst, zodat verkeer van transportmiddelen niet belemmerd wordt; OF – er een zodanig duidelijke aanduiding aanwezig is dat een bezoeker zich dient te melden, en door de hygiënesluis moet, voordat het schone (bedrijfs-) gedeelte betreden wordt; OF – er een fysieke afscheiding (bijv. sloot, heg of hek) aanwezig is op de grens van het schone (bedrijfs-) en / of vuile (externe) gedeelte. IKB Vleeskalveren 2008, \Bovenwettelijke invulling van Verordening (EG) nr. 852/2004.
Er is een bijgehouden bezoekersregister, per locatie, aanwezig met daarin naam, bedrijfsnaam en datum van bezoek. Bezoekers die de stallen betreden dienen in het register te worden opgenomen. Transporteurs die dieren komen laden of lossen kunnen het register tekenen. Transporteurs dienen in plaats van voormelde gegevens de volgende informatie te noteren in het register: – datum transport; – Naam transportonderneming. Hygiënecode kalverhouderij.
Ongediertebestrijding
Ongedierte wordt geweerd en waar nodig bestreden. Indien overlast van ongedierte aanwezig blijft, is een gediplomeerd ongediertebestrijdingsbedrijf ingeschakeld. Ongedierte: ratten, muizen en vliegen. Hygiënecode kalverhouderij.
Er dient op het bedrijf een plattegrond aanwezig te zijn waarop is aangegeven waar lokdozen en bestrijdings-middelen zich bevinden. Dit voorschrift is niet van toepassing als er geen ongedierte aanwezig is en bestrijding niet uitgevoerd wordt. IKB vleeskalveren 2008.
Er zijn alleen toegestane ongediertebestrijdingsmiddelen aanwezig, die in een gesloten kast en apart van dieren, diergeneesmiddelen en voedermiddelen worden opgeslagen. Toegestane ongediertebestrijdingsmiddelen: de meest actuele lijst van toegelaten ongediertebestrijdingsmiddelen zoals opgenomen in de databank van College voor Toelating van Bestrijdingsmiddelen: www.ctb-wageningen.nl. Hygiënecode kalverhouderij.
Het bestrijdingsmiddel voor ratten en muizen wordt in daarvoor geschikte lokdozen aangeboden. Lokdozen dienen gesloten zijn. Hygiënecode kalverhouderij.
De vleeskalveren hebben geen toegang tot bestrijdingsmiddelen. Hygiënecode kalverhouderij.
Op het bedrijf zijn de aankoop en leverbonnen van alle op het bedrijf aanwezige ongediertebestrijdingsmiddelen aanwezig. Hygiënecode kalverhouderij.
Aan- en afvoer van dieren
Alle aanwezige dieren zijn voorzien van 2 oormerken. 1 oormerk is toegestaan. Als er geen oormerk is, dient de aanvraag tot nieuwe oormerken aanwezig te zijn. Regeling identificatie en registratie van dieren (wetten.overheid.nl).
Kalverhouder kan aantonen dat aangevoerde dieren vrij zijn van besmettelijke veeziekten d.m.v. importdocumenten / gezondheidsverklaring. Bij een I&R blokkade dient kalverhouder de reden aan te geven. Hygiënecode kalverhouderij.
I&R administratie is ten minste 3 jaar bewaard. In deze I&R administratie is elke verplaatsing (zoals geboorte, afvoer, aanvoer, dood, import, etc.) opgenomen. Mag aantoonbaar gemaakt worden via digitaal bedrijfsregister, indien daarin tevens historie van 3 jaar bewaard is. Richtlijn 92/102/EEG van de Raad van 27 november 1992 met betrekking tot de identificatie en de registratie van dieren.
Indien een deelnemende kalverhouder startkalveren opzet, controleert die kalverhouder of in voorkomend geval het toeleverende Nederlandse startbedrijf gecertificeerd is. Controleren via het register van de SKV. M.u.v. opzet startkalveren van buitenlandse startbedrijven. IKB Vleeskalveren 2008.
Indien een kalverhouder startkalveren ontvangt, worden de meegeleverde gegevens m.b.t. diergeneesmiddelen-gebruik meegeleverd en ten minste 1 jaar in de administratie bewaard. Deze gegevens omvatten: – de koppelbehandelingen die bij de ontvangen koppel startkalveren uitgevoerd zijn, en; – de individuele behandelingen die bij de ontvangen koppel startkalveren uitgevoerd zijn. De diergeneesmiddelenregistratie moet herleidbaar zijn tot het herkomstbedrijf en de op het afmestbedrijf aanwezige kalveren. Dit geldt zowel voor binnenlandse als buitenlandse kalveren. Bovenwettelijke invulling van Verordening (EG) nr. 852/2004.
Indien een kalverhouder start-kalveren aflevert aan een vleeskalverhouderij voor verdere opfok, worden gegevens m.b.t. diergenees-middelengebruik bij deze startkalveren meegeleverd. Deze gegevens omvatten: – de koppelbehandelingen die bij de ontvangen koppel startkalveren (blank, rosé) uitgevoerd zijn, en; – de individuele behandelingen die bij de ontvangen koppel startkalveren uitgevoerd zijn. Bovenwettelijke invulling van Verordening (EG) nr. 852/2004.
Voer (installaties)
Indien geen transport van voer in eigen beheer plaatsvindt, dan moet voer zijn getransporteerd door GMP erkende transporteurs. Verklaring aangegeven op aflever / vervoersdocumenten. GMP erkende transporteurs zijn te vinden op www.gmpplus.nl. Code Diervoeder (www.gmpplus.org), Bovenwettelijke invulling Verordening (EG) nr. 852/2004.
Al het aanwezige voer is afkomstig van GMP+ gecertificeerde diervoederleveranciers. Aantonen d.m.v. voerbonnen. GMP+ gecertificeerde diervoederleveranciers zijn te vinden op www.gmpplus.nl. Code Diervoeder.
Bij voerleverantie wordt of een ingangscontrole of een controle vóór vervoedering uitgevoerd, hierbij wordt gelet op de volgende punten: – staat van het voer; – houdbaarheidstermijn. In geval van balen en/of kuilvoer is gecontroleerd (visueel / geur) of er geen broei aanwezig is, voer met broei wordt niet vervoederd. In geval van aanvullende mengvoeders wordt gecontroleerd op dat: – per aangekochte partij het type mengvoeder is aangegeven; – per aangekochte partij de houdbaarheidstermijn zichtbaar is; – per type mengvoeder de gebruiksvoorschriften bekend zijn. Staat van het voer: het product mag geen zichtbare schimmels of niet-voederbestanddelen bevatten. Voer mag niet over de houdbaarheidsdatum zijn. Dit voorschrift is niet van toepassing als de leverancier geen uiteindelijke houdbaarheidstermijn heeft aangegeven. Partijen mengvoerder zijn zodanig opgeslagen dat verschillende type mengvoeders herkenbaar zijn. De gebruiksvoorschriften zijn bekend doordat deze in de administratie zijn opgenomen of op de verpakking van het mengvoeder zijn weergegeven. Code Diervoeder.
Voor baal/kuilvoer zijn uitsluitend toegelaten toevoegingsmiddelen gebruikt. Toegelaten overeenkomstig Verordening (EG) Nr. 1831/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2003 betreffende toevoegings-middelen voor diervoeding. Aan te tonen met afleverbonnen van toevoegingsmiddelen. Hygiënecode kalverhouderij.
De kuil (met gras/maïs) is afgedekt (met uitzondering van het snijvlak). Hygiënecode kalverhouderij.
Voer is volgens voorschriften leverancier opgeslagen. Code Diervoeder.
Voer voor verschillende diersoorten is gescheiden en duidelijk herkenbaar opgeslagen. Diervoeder dat is bestemd voor andere diersoorten mag niet kunnen vermengen met het diervoeder dat is bestemd voor de vleeskalveren. Uitzondering: enkelvoudige voeders die buiten de stallen zijn opgeslagen en voor meerdere diersoorten gebruikt kunnen worden. Code Diervoeder.
Voer is niet in dezelfde ruimte waar dieren verblijven opgeslagen. Werkvoorraad is toegestaan. Code Diervoeder.
Voer is duidelijk gescheiden opgeslagen van chemicaliën. Code Diervoeder.
Opgeslagen voeders zijn goed afgedekt of verpakt of overkapt of overdekt. Indien nodig met aanvullende ongediertebestrijding. Verpakking of afdekking of overkapping of overdekking is in onbeschadigde staat. Opgeslagen voeders zijn zodanig afgedekt of verpakt of afgedekt of bedekt dat verontreiniging met uitwerpselen van ongedierte of vogels zo goed mogelijk wordt voorkomen. Indien er ongedierte aanwezig is, moet ongediertebestrijding worden toegepast. Ongedierte: ratten, muizen en vliegen. Code Diervoeder.
Voerinstallaties en waterinstallaties zijn in goede staat van onderhoud. Geen lekkende slangen en / of gebroken kettingen e.d. en geen visueel aanwezige aangekoekte resten van voer of medicijnen. Besluit houders van dieren (wetten.overheid.nl).
Er is geen beschimmeld voer aanwezig in de dierverblijven. Code Diervoeder.
Indien middelen aan het voer zijn toegevoegd, is dit gedaan conform adviezen van leverancier van de toevoegingsmiddelen. Advies leverancier van de toevoegingsmiddelen is aanwezig op het bedrijf. Code Diervoeder.
Het rantsoen bevat ten minste 50 gram vezelhoudend droog-voer per dag per dier van 8 tot 20 weken oud. Het rantsoen bevat ten minste 250 gram vezelhoudend voer per dag per dier vanaf 20 weken oud. Vezelhoudend voer: ruwvoer (maïsproducten, hooi, stro, etc.). Krachtvoer dat vezels bevat mag worden gerekend als vezelhoudend droogvoer. Hierbij moet worden uitgegaan van het gewicht van het verstrekte krachtvoer. Besluit houders van dieren.
Bij beperkte voedering is de voerbaklengte per kalf minimaal 0,40 meter. Besluit houders van dieren.
Bij onbeperkte voedering is het mogelijk dat ten minste 3 dieren tegelijk eten. Minimale voerbaklengte van 1.20m. Besluit houders van dieren.
Alle kalveren krijgen ten minste 2 maal per dag voer en kalveren in groepshokken moeten allemaal tegelijk kunnen eten. N.v.t. bij ad libitum voedering of via automatisch voedersysteem. Besluit houders van dieren.
Alle middelen die, naast voer en diergeneesmiddelen, worden toegediend voldoen aan GMP+, hebben een RegNL nummer of zijn toegelaten homeopathische middelen. Ook enkelvoudig voor humaan gebruik toegelaten homeopathische middelen zijn toegestaan. Toegelaten homeopathische middelen zijn te vinden op: https://www.cbg-meb.nl/dieren IKB Vleeskalveren 2008.
Medicijnmenger verkeert in goede staat van onderhoud. Geen lekkende slangen en / of buizen e.d. en geen visueel aanwezige aangekoekte resten van medicijnen. IKB Vleeskalveren 2008.
Afleverbewijzen van voer en toevoegingsmiddelen van de afgelopen 5 jaar zijn aanwezig. Code Diervoeder.
De dieren hebben onbeperkt de beschikking over drinkwater. Niet noodzakelijk indien melkvoedering wordt gegeven. Bij warm weer (buitentemp > 25˚C) en voor zieke kalveren dient altijd vers drinkwater beschikbaar te zijn en moet het altijd mogelijk zijn om extra watergift te geven. Besluit houders van dieren.
De aan-, afvoer of sterfte van dieren wordt binnen 24 uur na aan-, afvoer of sterfte in het I&R-systeem gemeld. Alle meldingen moeten correct zijn gedaan in het I&R systeem. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s (www.wetten.overheid.nl)
Gewasbeschermingsmiddelen
Er zijn alleen toegestane gewasbeschermingsmiddelen gebruikt. Toegestaan volgens de databank van College voor Toelating van Bestrijdingsmiddelen (CTB) (www.ctb-wageningen.nl). Aan te tonen met afleverbonnen. Hygiënecode kalverhouderij.
Gewasbeschermingsmiddelen zijn, indien aanwezig, in een gesloten kast of ruimte, apart van dieren, diergeneesmiddelen, R&O middelen en voedermiddelen opgeslagen. Hygiënecode kalverhouderij.
Wachttijden van gewasbeschermingsmiddelen zijn in acht genomen. Moet aantoonbaar gemaakt worden aan de hand van de perceeladministratie Hygiënecode kalverhouderij, Bovenwettelijke invulling van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden (www.wetten.overheid.nl).
Aankoop en leverbonnen van gewasbeschermingsmiddelen zijn in de administratie opgenomen. Hygiënecode kalverhouderij.
Huisvesting
In de ruimte waar vleeskalveren gehuisvest zijn, worden geen andere landbouwhuisdieren dan runderen gehouden. Vleesvee, fokkalveren etc. behoren ook tot de categorie 'andere landbouwhuisdieren'. IKB Vleeskalveren 2008.
De stallen / dierverblijven worden geventileerd. Besluit houders van dieren.
De stal is voorzien van licht doorlatende delen die ten minste 2% van het vloeroppervlak van de stal beslaan. Lichtdoorlatend materiaal is schoon. Alle oppervlaktes / delen die licht doorlaten worden meegerekend, tenzij de normale afsluitwijze van dit deel (deur / luik / gordijn) niet lichtdoorlatend is. Delen moeten gelijkmatig over de stal verspreid zijn. Besluit houders van dieren.
Het mestopvangsysteem in de dierverblijven is zodanig dat kalveren schoon blijven. Besluit houders van dieren.
Zieke en gewonde kalveren kunnen indien nodig worden geïsoleerd in adequate lokalen (eenlingbox/ ziekenbox) met indien nodig droog en comfortabel strooisel. De vereiste ruimte beslaat minimaal 1 procent van de kalverplaatsen, met een minimum van 1 plaats. Indien ruimte niet standaard aanwezig is, maar gecreëerd wordt, dan moet dit aantoonbaar zijn. Besluit houders van dieren.
Dierruimtes, voerruimtes, voerkeukens e.d. zijn visueel schoon. Besluit houders van dieren.
Eenlingboxen worden alleen gebruikt voor kalveren niet ouder dan 8 weken of als ziekenboxen op voorschrift van een dierenarts. Niet van toepassing als een dierenarts heeft verklaard dat het kalf in verband met zijn gezondheid of gedrag moet worden geïsoleerd om te worden behandeld. Besluit houders van dieren.
De breedte van de eenlingboxen is minimaal gelijk aan de schofthoogte van het kalf. De schofthoogte wordt gemeten terwijl het kalf rechtop staat. Besluit houders van dieren.
De lengte van een eenlingbox is ten minste 1,1 maal de lengte van het kalf. De lengte van het kalf wordt gemeten van de neuspunt tot aan de achterkant van de zitbeenknobbel. Besluit houders van dieren.
De zijwanden van een eenlingbox zijn opengewerkt zodanig dat dieren elkaar kunnen zien en aanraken. Niet van toepassing op eenlingboxen voor zieke dieren. Besluit houders van dieren.
Indien niet in eenlingboxen gehuisvest is het vloeroppervlak per kalf (levend gewicht) minimaal: bij gewicht < 150 kg: 1,5 m2; bij gewicht > 150 kg; 1,8 m2. Besluit houders van dieren.
Kalveren moeten kunnen liggen op een vloer die is ingestrooid of is voorzien van een kunststof mat, houten latten rooster of rubber toplaag. Voor rosé stierkalveren geldt dit voorschrift tot een leeftijd van 2 maanden. Besluit houders van dieren.
De vloeren zijn stroef, zonder scherpe uitsteeksels. Besluit houders van dieren.
Er is verlichting in de stal aanwezig om de vleeskalveren te allen tijde te kunnen inspecteren. De verlichting moet van zodanige sterkte zijn dat de vleeskalveren goed te zien zijn. Besluit houders van dieren.
Er zijn geen scherpe randen of scherpe uitsteeksels aanwezig in de stallen en/of dierverblijven die kalveren kunnen verwonden (geldt ook voor hekken en wanden die gebruikt worden bij het verplaatsen van de kalveren). Richtlijn 98/58/EG van de Raad van 20 juli 1998 inzake de bescherming van voor landbouwdoeleinden gehouden dieren.
Diergezondheid
Voor de bewaking van de gezondheid van de dieren is een overeenkomst gesloten met een door Geborgde Vleeskalverendierenarts gecertificeerde dierenarts en deze overeenkomst is inzichtelijk via InfoKalf (https://infokalf.skv.info) Kalverhouder heeft met de dierenarts de Overeenkomst kalverhouder, kalvereigenaar en Geborgde Vleeskalverendierenarts (conform Bijlage I van het Reglement Geborgde Vleeskalverendierenarts) gesloten. Er mag slechts één overeenkomst per diersoort, per UBN afgesloten worden. De overeenkomst is digitaal inzichtelijk via InfoKalf. Regeling diergeneesmiddelen (www.overheid.nl).
De kalverhouder heeft ervoor gezorgd dat de dierenarts minimaal 1 maal per kwartaal het bedrijf bezoekt. Het is ook toegestaan om 2x per half jaar de dierenarts het bedrijf te laten bezoeken. Voor een klinische inspectie en bedrijfsbegeleiding (op grond van bijvoorbeeld productiegegevens, AM en PM keuringsresultaten). Aan te tonen door bezoekersrapportage dierenarts. Regeling diergeneesmiddelen.
Zieke dieren zijn, indien nodig, ondergebracht in ruimte voor zieke en gewonde dieren. Ruimte voldoet aan voorwaarden huisvesting. Zieke dieren zijn op verklaring dierenarts (bezoekrapportage), dieren met zware kreupelheden, dieren met zware verwondingen en sterk verzwakte dieren als gevolg van ziekte of anderszins. Besluit houders van dieren.
De kalverhouder bewaakt het hemoglobinegehalte van de blanke vleeskalveren. Bewaken kan door bloedonderzoeken en/of toediening van ijzer. Deelnemer kan dit schriftelijk aantonen via leverbonnen van ijzerpreparaten of de uitslagen van onderzoek. N.v.t. op rosé vleeskalveren. Besluit houders van dieren.
Diergeneesmiddelen
Toediening diergeneesmiddelen gebeurt volgens de bijgeleverde gebruiksvoorschriften (toedieningswijze en duur dosering, wachttijd). Regeling diergeneesmiddelen, Besluit houders van dieren.
Er worden alleen schone en werkende bedrijfseigen hulpmiddelen gebruikt bij het toedienen van diergeneesmiddelen. Indien dierenarts eigen schone hulpmiddelen gebruikt is dit ook toegestaan. Hygiënecode kalverhouderij.
Eventuele niet zichtbare afwijkingen als gevolg van toedienen van diergeneesmiddelen (bv. door een naald) zijn, indien bekend, gemeld aan het slachthuis. Afwijkingen worden gemeld op de afleververklaring met locatie van afwijking plus identificatie dier. IKB Vleeskalveren 2008.
Er is een bedrijfsbehandelplan. Het bedrijfsbehandelplan moet voldoen aan de volgende criteria: - op een duidelijke manier is aangegeven dat het betreffende document bedrijfsbehandelplan heet; - het bedrijfsbehandelplan dient te zijn voorzien van een datum van uitgifte. Besluit houders van dieren.
Er zijn alleen antimicrobiële middelen op het bedrijf aanwezig die staan vermeld in het bedrijfsbehandelplan (BBP) óf er moet een onderbouwing (schriftelijk verslag) aanwezig zijn die door de dierenarts is opgemaakt. Regeling diergeneesmiddelen.
De kalverhouder heeft voorgeschreven UDD-/UDA-diergeneesmiddelen voor de vleeskalveren uitsluitend afgenomen van de dierenarts waarmee hij een overeenkomst heeft gesloten, of van de apotheek van de praktijk van de dierenarts waarmee hij een overeenkomst heeft afgesloten. Indien er bij een spoedgeval een andere dierenarts wordt ingeschakeld, die UDD- / UDA-diergeneesmiddelen afgeeft, moet er een visitebrief aanwezig zijn waarin staat vermeld dat het een spoedconsult betrof. Bovenwettelijke invulling van de Regeling diergeneesmiddelen.
De kalverhouder heeft UDD-diergeneesmiddelen voor de vleeskalveren uitsluitend laten toepassen door de dierenarts waarmee hij een overeenkomst heeft gesloten, of diens vervanger. Onder voorwaarden mogen sommige antibiotica, op voorschrift van de dierenarts, zelf door kalverhouder worden toegepast. Deze voorwaarden zijn minimaal een instructie van de dierenarts (voor tweede keus antibiotica) en / of vermelding in het bedrijfsbehandelplan. Bovenwettelijke invulling van de Regeling diergeneesmiddelen.
Er zijn slechts voor runderen geregistreerde diergeneesmiddelen op het bedrijf aanwezig. Indien sprake is van voorgeschreven middelen volgens de cascaderegeling (incl. buitenlandse diergeneesmiddelen) voor runderen: er is een verklaring van de dierenarts aanwezig voor het toepassen van deze middelen. Indien op het bedrijf meerdere diersoorten worden gehouden mogen diergeneesmiddelen aanwezig zijn die voor deze diersoorten zijn geregistreerd. Deze moeten per diersoort apart worden bewaard. IKB Vleeskalveren 2008, Bovenwettelijke invullingregeling van het Besluit houders van dieren.
De aanwezige URA-diergeneesmiddelen zijn afkomstig van een toegelaten verkoopkanaal. Aantonen met. afleverbonnen. Toegelaten verkoopkanaal: medicijnen zijn afkomstig van de dierenarts zelf, een openbare apotheker of een leverancier met een afleververgunning van gekanaliseerde middelen. Bovenwettelijke invulling van het Besluit houders van dieren en van de Regeling diergeneesmiddelen.
Diergeneesmiddelen zijn in een gesloten kast / ruimte gescheiden van dieren en / of voeders opgeslagen. Kast of ruimte moet met een deur afgesloten of gescheiden zijn. Deze hoeft niet op slot te zijn. In deze kast of ruimte mogen alléén diergeneesmiddelen worden opgeslagen. Hygiënecode kalverhouderij.
Diergeneesmiddelen zijn per diersoort opgeslagen. Diersoort: runderen, varkens, pluimvee, etc. Binnen 1 (koel)kast verschillende compartimenten of planken per diersoort is toegestaan. IKB Vleeskalveren 2008, Bovenwettelijke invulling van het Besluit houders van dieren.
De kalverhouder heeft geen volledige koppelkuur antibiotica op voorraad. Op voorraad: termijn tussen ontvangst koppelkuur en gebruik koppelkuur is maximaal 2 werkdagen. Gebruik is aantoonbaar door recept of/ bezoekersrapportage dierenarts. Bij annulering of wijziging koppelkuur of uitgifte 2 kuren in 1 keer dient de dierenarts waarmee een overeenkomst is getekend in het bezoekersverslag een reden aan te geven. UDD-regeling (Stcrt. 2013, 23390).
De kalverhouder stelt i.s.m. de dierenarts en eventueel vertegenwoordiger van de kalvereigenaar jaarlijks een bedrijfsgezondheidsplan op. Jaarlijks: 1x per kalenderjaar. UDD-regeling.
Het bedrijfsgezondheidsplan is voorzien van de naam en de handtekening van de kalverhouder en de dierenarts en, indien hier sprake van is, de vertegenwoordiger van de kalvereigenaar. UDD-regeling.
Het bedrijfsgezondheidsplan is voorzien van het UBN van het bedrijf. UDD-regeling.
Het bedrijfsgezondheidsplan is voorzien van de datum waarop het bedrijfsgezondheidsplan is opgesteld. UDD-regeling.
Het bedrijfsgezondheidsplan beschrijft welke aspecten van de bedrijfsgezondheid aandachtspunten zijn of verbetermaatregelen nodig hebben. Hierbij worden de volgende aspecten overwogen: – verteringsproblemen tijdens de startperiode; – verteringsproblemen tijdens de mestperiode; – luchtwegaandoeningen tijdens de startperiode; – luchtwegaandoeningen tijdens de mestperiode; – overige aandoeningen die zich op het bedrijf voordoen; – uitval tijdens de startperiode; – uitval tijdens de mestperiode; – groei van de dieren; – achterblijvers of onvolwaardige groei; – medicijngebruik voor individuele behandelingen; – medicijngebruik voor koppelbehandelingen; – vleeskleur; – overige aspecten die relevant zijn voor het bedrijf. Aanvullende bovenwettelijke invulling van de UDD-regeling.
Er is actueel een bedrijfsgezondheidsplan aanwezig. Actueel betekent daterend uit het lopende kalenderjaar of ten minste het voorgaande kalenderjaar. UDD-regeling
De kalverhouder gebruikt geen cefalosporinen voor de behandeling van vleeskalveren. Voorschrift geldt zowel voor individuele behandelingen als koppelbehandelingen. IKB Vleeskalveren 2008.
De kalverhouder heeft geen derde keus middelen antibiotica op het bedrijf op voorraad. Derde keus middelen zijn middelen die zoals genoemd in het document 'Overzicht derde keus middelen' gepubliceerd door de SDa in mei 2012. Op voorraad: termijn tussen ontvangst van een derde keuze middel en het gebruik van het derde keuze middel is maximaal 2 werkdagen. Gebruik is aantoonbaar door recept / bezoekersrapportage dierenarts. Bij annulering / wijziging behandeling: dierenarts waarmee een overeenkomst is getekend dient in bezoekersverslag reden aan te geven. " UDD-regeling.
Bij individuele behandeling (m.i.v. dag 1) na het opzetten van de eerste kalveren van de lopende ronde is ten minste het volgende, per kalf, genoteerd in het logboek: – naam diergeneesmiddel of registratienummer; – Gebruikte hoeveelheid diergeneesmiddel (dosering per dier); – werknummer; – behandeldagen. Het 'Registratieformulier individuele behandelingen'. Dit formulier is te vinden op www.kalversector.nl. Registratie is niet verplicht indien de wachttermijn 0 dagen bedraagt. Werknummer: Of, indien noodzakelijk i.v.m. tracering, ID-code volledig. Bij behandeldagen heeft de kalverhouder de keuze tussen het noteren van de startdatum met het aantal behandeldagen of het noteren van de data van de behandeldagen. Bovenwettelijke invulling van het Besluit houders van dieren en de Regeling diergeneesmiddelen.
Diergeneesmiddelen die verloren gaan op een andere wijze dan door toediening zijn in het logboek geregistreerd. Genoteerd moeten worden: de datum, naam diergeneesmiddel, verloren gegane hoeveelheid en wijze van verloren gaan Regeling diergeneesmiddelen.
Verslagen van dierenartsbezoeken die door de dierenarts worden achtergelaten bij de kalverhouder, worden door de kalverhouder bewaard. Dit mag ook middels een doordruk of een kopie (evt. digitaal). Regeling diergeneesmiddelen.
Overig
Kadavers zijn volgens de geldende regelgeving gemeld bij destructiebedrijf. Geldende regelgeving: Gezondheids- en welzijnswet voor dieren of Wet Dieren. Hygiënecode kalverhouderij, Bovenwettelijke invulling van de Regeling dierlijke bijproducten (wetten.overheid.nl).
Kadavers zijn direct na ontdekken ter destructie aangeboden op de aanbiedingsplaats voor kadavers. Hygiënecode kalverhouderij, Bovenwettelijke invulling van de Regeling dierlijke bijproducten.
Kadaveropslag en aanbiedings-plaats zonder kadavers zijn te allen tijden visueel schoon. Visueel schoon: geen aanwezigheid van dierlijke resten of andere afvalstoffen. Hygiënecode kalverhouderij
Er is een verharde reinigbare aanbiedingsplaats voor kadavers aanwezig. Verhard: klinkers, tegels, asfalt of beton. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s, Bovenwettelijke invulling van de Regeling dierlijke bijproducten.
De aanbiedingsplaats voor kadavers is af te dekken (bv. met de kadaverstolp). Zodanig dat de kadavers niet zichtbaar zijn voor passanten en niet vrij toegankelijk zijn voor vogels, knaagdieren, honden, katten, etc. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s, Bovenwettelijke invulling van de Regeling dierlijke bijproducten.
Restanten van chemicaliën inclusief direct verpakkingsmateriaal worden afgevoerd via de lokale voorzieningen. Chemicaliën: gewasbeschermingsmiddelen, R&O middelen, dierbehandelingsmiddelen, verf, diergeneesmiddelen, enz. Toegestane lokale voorzieningen: afvoer via chemobox, afvoer door afgifte bij gemeentelijke afvalverzamelpunt. Milieuregelgeving (www.ilent.nl), Bovenwettelijke invulling van Verordening (EG) nr. 852/2004.
Op het bedrijf zijn REOB gecertificeerde brandblusmiddelen beschikbaar. De brandblusmiddelen moeten onderhouden worden door REOB gecertificeerde onderhoudsbedrijven voor blusmiddelen. Na iedere onderhoudsbeurt wordt de gele sticker op het brandblusmiddel vervangen. REOB gecertificeerde bedrijven zijn te vinden op: http://cibv.nl/erkende-bedrijven/ of http://www.kiwa.nl/gecertificeerde-bedrijven.aspx. IKB Vleeskalveren 2008.
Bij volledige mechanische ventilatie en afwezigheid mogelijkheid tot natuurlijke ventilatie: Er is een noodstroomaggregaat op het bedrijf aanwezig inclusief werkend alarmsysteem voor stroomuitval. Andere noodvoorziening is ook toegestaan. Besluit houders van dieren.
Calamiteiten en klachten zijn geregistreerd (omschrijving van calamiteit en corrigerende maatregel). Calamiteiten en klachten: uitval ventilatie, brand, water- of bodemvervuiling, achtergebleven naalden, klacht van slachterij over vieze dieren. Hiervoor is een formulier beschikbaar op het bedrijf. Onveilige situaties worden beschreven in Verordening (EG) nr. 178/2002 van 28 januari 2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving. IKB Vleeskalveren 2008.
Bedrijfshygiëne
Voldoende ontsmettingsmiddelen, minimaal halve liter van het middel aanwezig op het bedrijf. Voor de meest actuele lijst van toegelaten ontsmettingsmiddelen (desinfecteermiddelen) voor transportmiddelen wordt verwezen naar de databank van College voor Toelating van Bestrijdingsmiddelen op internet: www.ctbg.nl. Bovenwettelijke invulling van de Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s.
Er is een R&O (Reiniging en Ontsmetting) plaats aanwezig. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s.
De R&O plaats beslaat de gehele lengte van een vervoerseenheid. Vervoerseenheid: uitgaande van een transportmiddel met aanhanger. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s.
Bij de R&O plaats kan voldoende verlicht worden. Onder voldoende verlicht wordt verstaan, zodanig dat te allen tijden R&O uitgevoerd kan worden. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s.
De R&O plaats is zodanig aangelegd dat water en eventueel andere vloeistoffen die bij de reiniging en ontsmetting worden gebruikt, niet in grond- of oppervlakte water terecht kunnen komen. De plaats is voorzien van een zodanige afvoer dat water en eventueel andere vloeistoffen die bij de reiniging en ontsmetting worden gebruikt, niet in het grond- of oppervlaktewater terecht kunnen komen. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s.
Op de R&O plaats kan voldoende water onder druk worden geleverd voor reiniging en ontsmetting van de vervoerseenheid. Er is een werkende hoge druk spuit aanwezig of een werkende pomp die zorgt voor extra waterdruk. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s.
R&O middelen zijn in een gesloten kast of ruimte, apart van dieren, diergeneesmiddelen, gewasbeschermingsmiddelen en voedermiddelen opgeslagen. Bovenwettelijke invulling van Verordening (EG) nr. 852/2004.
Op het bedrijf zijn de aankoop- en afleverbewijzen van R&O middelen aanwezig. Deze voorwaarde is alleen van belang als er geen voorraad R&O middelen aantoonbaar is. Bovenwettelijke invulling van Verordening (EG) nr. 852/2004.
Verbeterplan structureel veel gebruik antibiotica
Kalverhouder dient binnen 3 maanden na de datum genoemd in de berichtgeving dat het bedrijf in de categorie 'Structureel Veelgebruik, fase 1' of 'Structureel Veelgebruik, fase 2' valt een driehoeksoverleg over het BGP te organiseren met de kalverhouder, kalvereigenaar (vertegenwoordiger) en de dierenarts, het bedrijfsgezondheidsplan te vernieuwen en op te sturen naar de CI. Het dossier bevat ten minste: – de opgestelde bedrijfsgezondheidsplannen; – een uitslag van de analyse van een monster uit de melkleiding waaruit blijkt dat minder dan 1.000 kve/ml Enterobacteriacea aanwezig waren in de melkleiding; – de verklaring van de monsternemer dat het monster, behorende bij de bovengenoemde analyse uitslag, op voorgeschreven wijze uit de melkleiding is genomen. Indien van toepassing bevat het dossier: – een of meerdere onderbouwingen voor de antibioticabehandelingen die zijn verstrekt; – bij verstrekking koppelkuur: de verklaring van de dierenarts dat er voldoende individueel is behandeld voordat is overgegaan tot een koppelbehandeling, dan wel dat er sprake is van een progressief ziekteverloop waarbij in de laatste 24 uur sprake was van 4% of meer nieuwe ziektegevallen. IKB Vleeskalveren 2008.
Indien gedurende een aaneengesloten periode van 5 dagen 10% of meer dieren in het koppel ziek wordt, dient de dierenarts een verklaring af te geven dat er voldoende individueel is behandeld en dat een koppelkuur moet worden ingezet. IKB Vleeskalveren 2008.
Indien sprake is van een progressief ziekteverloop waarbij in de laatste 24 uur een toename is van 4% of meer nieuwe ziektegevallen, dient de dierenarts een verklaring af te geven dat er sprake is van een progressief ziekteverloop met een toename van 4% of meer zieke kalveren in de laatste 24 uur. In de bepaling van de toename van het ziekteverloop dienen de kalveren die gedurende deze periode zijn uitgevallen te worden meegenomen. IKB Vleeskalveren 2008.
Bedrijven die meerdere leeftijdsgroepen kalveren houden, dienen binnen 3 maanden na de datum genoemd in de berichtgeving dat het bedrijf in de categorie 'Structureel Veelgebruik, fase 2' valt, nader onderzoek te laten verrichten betreffende (recidiverende) longproblemen. Dit kan door middel van: – een (gepaard) bloedonderzoek van 5 representatieve dieren per leeftijdsgroep, of; – het nemen van neusswabs van 5 representatieve dieren, of; – het laten uitvoeren van sectie bij de Gezondheidsdienst voor Dieren. Onafhankelijk van stal of compartiment. Indien binnen drie maanden geen ziekteverschijnselen worden vertoond, is een verklaring dierenarts over gezondheid koppel verplicht om onderzoek te mogen verschuiven naar eerst volgend moment dat ziekteverschijnselen worden geconstateerd. IKB Vleeskalveren 2008.
Kalverhouder dient binnen 3 maanden na de datum genoemd in de berichtgeving dat het bedrijf in de categorie 'Structureel Veelgebruik, fase 2' valt, een bedrijfsanalyse op te stellen aan de hand van de 'Uitgebreide checklist' en deze op te sturen naar de CI. Deze checklist is te downloaden via www.kalversector.nl. IKB Vleeskalveren 2008.
Transport
Alle aangevoerde in NL geboren nuka's, die niet rechtstreeks van een rundveebedrijf van geboorte zijn aangevoerd, dienen te zijn verzameld op een deelnemend, erkend verzamelcentrum. Alle nuka’s moeten rechtstreeks afkomstig zijn van een Nederlands rundveebedrijf of van een deelnemend, erkend verzamelcentrum. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s
Ieder kalf dient vanaf het moment van opzet tot 3 weken na de opzetdatum gehuisvest te worden in een ruimte met een temperatuur van minimaal 15 °C. De temperatuur in de huisvesting van kalveren tot 3 weken na opzet moet > 15°C is. Indien de buitentemperatuur -5°C of minder bedraagt, dient de temperatuur > 10°C te zijn. Per 200 gehuisveste kalveren moet 1 meting in het midden van een babybox, op hoogte van 25 cm boven een staand kalf verricht worden. Bovenwettelijke invulling van het Besluit houders van dieren.
Alle (deel)koppels met gewicht onder 42 kg dienen tot 2 weken na aanvoer van het kalf 3 maal daags te worden gevoerd (verspreid over een periode van 12 uur of meer). Bovenwettelijke invulling van het Besluit houders van dieren.
Alle personen die bedrijfsmatig op het schone (bedrijfs-) gedeelte en in de stallen – waarin dieren zijn gehuisvest – komen, moeten gebruik maken van de hygiënesluis en schone bedrijfskleding en – schoeisel aantrekken, voordat het schone (bedrijfs-) gedeelte en de stallen betreden worden. Alleen personen behorende bij het transportmiddel, die niet in de stal komen, mogen over het bedrijfsgedeelte van het erf rijden zonder gebruik te maken van de hygiënesluis. Een persoon die bedrijfsmatig het bedrijfsgedeelte betreedt is een ieder die per week meerdere veehouderijbedrijven bezoekt en hierbij ook in de stallen – waarin dieren zijn gehuisvest – komt. Hieronder vallen ook personen die op andere bedrijven in stallen komen (bv. buurman melkveehouder). Bedrijfsgedeelte (zie B007): het gedeelte van het perceel waar zich de kalverhouderij bevindt aangevuld met het gedeelte van het perceel waar verkeer van personen en/of transport van kalveren, voer en materialen tussen stallen / afdelingen plaatsvindt. Dit voorschrift is niet van toepassing voor transporteurs van kalveren. IKB Vleeskalveren 2008.
De hygiënesluis is voorzien van een handenwasgelegenheid met warm en koud-, stromend water, zeep / desinfectans, papieren handdoeken en schoon schoeisel en schone bedrijfseigen kleding. De handenwasgelegenheid bevindt zich bij voorkeur in het schone gedeelte van de hygiënesluis en zo dicht mogelijk bij de fysieke barrière. Bedrijfseigen kleding en – schoeisel zijn bijvoorbeeld overalls, laarzen of klompen. IKB Vleeskalveren 2008.
De kalverhouder reinigt minimaal 1x per 4 weken de melkleiding. Controleer via de registratie van de kalverhouder of de melkleidingen minimaal 1x per 4 weken zijn gereinigd met een reinigingsmiddel. In het geval van rosé start / afmest waarbij het melkleidingsysteem niet gebruikt wordt, hoeft het melkleidingsysteem niet gereinigd te worden. Onder melkleiding wordt verstaan elk systeem waarmee melk aan de kalveren wordt gevoerd, zoals melkleidingsystemen, rijdende mengers, voerslangen en drinkautomaten. Bovenwettelijke invulling van Verordening (EG) nr. 852/2004.
De kalverhouder houdt een register bij van de reinigingsbeurten. In het register staan ten minste de datum en het gebruikte reinigingsmiddel vermeld. Gecontroleerd moet worden of in het register ten minste de datum en het gebruikte reinigingsmiddel genoteerd staan. Bovenwettelijke invulling van Verordening (EG) nr. 852/2004.
Als een kalverhouder kalveren opzet, die al op een ander bedrijf zijn gestart, worden deze kalveren aangevoerd van maximaal 4 verschillende UBN’s. Indien niet aan dit voorschrift kan worden voldaan dient aan het hierop volgend voorschrift te worden voldaan. IKB Vleeskalveren 2008.
Als een kalverhouder kalveren opzet, die al op een ander bedrijf zijn gestart, wordt in 1 compartiment eerder gestarte kalveren van maximaal 2 verschillende UBN's gehuisvest. Een compartiment is een ruimte die door vloer, plafond en wanden / muren van vloer tot plafond gescheiden is van andere ruimtes. Het is toegestaan dat in de wand / muur een deur is aangebracht. Deze deur mag slechts geopend zijn tijdens doorgang, zodat de luchtcirculatie van 1 compartiment niet direct verbonden is met een ander compartiment / ruimte waarin kalveren zijn gehuisvest. Indien niet aan dit voorschrift kan worden voldaan dient aan het vorige voorschrift te worden voldaan. IKB Vleeskalveren 2008.

Bijlage 3. behorende bij artikel 4.3.1. van de Regeling Europese EZ-subsidies

Een welzijnsvriendelijke stalvloer bestaat uit een roostervloer met een indrukbare toplaag die meer ligcomfort biedt dan de gangbare vloeren voor vleeskalveren.

Hierbij bedekt de indrukbare toplaag de (harde) roosterbalken volledig. Voor de stevigheid wordt de toplaag fabrieksmatig verankerd aan de ondervloer of, via knelling of anderszins doelmatig gefixeerd aan de ondervloer, zodanig dat deze niet kan verschuiven of bij gebruik door de kalveren van de ondervloer los kan raken. Bij gebruik van harde bevestigings- materialen zijn deze ten minste 5 mm onder het loopoppervlak verzonken zodat de dieren zich hier niet aan kunnen verwonden. Voor een goede reiniging zijn de mest- en urine afvoerende spleten van de steunvloer en indrukbare toplaag volledig op elkaar afgestemd.

De fabrikant geeft op deze vloer ten minste 5 jaar garantie op slijtage, productiefouten en beschadiging bij normaal gebruik.

• beschadigingen: 0, + of ++
• slijtvastheid: + of ++
• vervormbaarheid: ++
Balkbreedte (inclusief toplaag) mm Effectieve spleetbreedte (inclusief toplaag) mm
Blank vlees & opfok rosé kalf (bij opzet jonger dan 10 weken) 80 – 130 27 – 30
Afmest rosé kalf (bij opzet ouder dan 10 weken) 80 – 140 30 – 35

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Titel 4.7. Investeren in groen-economisch herstel

Artikel 4.7.1. Begripsbepalingen

In deze titel wordt verstaan onder:

Artikel 4.7.2. Subsidieaanvraag
1.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie voor een investering, opgenomen in bijlage 5 bij deze regeling, in een van de volgende categorieën:

2.

Per landbouwbedrijf kan een aanvraag voor maximaal twee verschillende investeringen worden gedaan.

3.

Onverminderd artikel 2.9 bevat een aanvraag tot subsidieverlening in ieder geval:

Artikel 4.7.3. Begunstigden
1.

De subsidie wordt verstrekt aan landbouwers.

2.

De voorwaarden die aan een actieve landbouwer worden gesteld in artikel 2.3 van de Uitvoeringsregeling rechtstreekse betalingen GLB zijn van overeenkomstige toepassing op een landbouwer als bedoeld in het eerste lid.

Artikel 4.7.4. Hoogte subsidie
1.

De subsidie bedraagt 40% van de subsidiabele kosten.

2.

De hoogte van de subsidie bedraagt voor de in artikel 4.7.2, eerste lid, genoemde investeringen minimaal € 20.000 en maximaal € 150.000.

Artikel 4.7.5. Niet-subsidiabele kosten

Onverminderd artikel 1.5 en in afwijking van artikel 1.3 komen de volgende kosten niet in aanmerking voor subsidie:

Artikel 4.7.6. Verdeling subsidieplafond
1.

De minister verdeelt het subsidieplafond per categorie, bedoeld in artikel 4.7.2, eerste lid, op volgorde van rangschikking van de aanvragen als bedoeld in de artikelen 2.4, onderdeel b, 2.6 en 2.7.

2.

Indien blijkt dat het totale bedrag van de te verlenen subsidies voor investeringen in één van de categorieën als bedoeld in artikel 4.7.2, eerste lid, lager is dan het daarvoor vastgestelde subsidieplafond, wordt het overblijvende bedrag aan het subsidieplafond voor investeringen in een of meer van de overige categorieën als bedoeld in artikel 4.7.2, eerste lid, toegevoegd.

Artikel 4.7.7. Realisatietermijn

De betaling, levering en installatie van de investering vinden plaats binnen anderhalf jaar na de datum van subsidieverlening en voor het indienen van de aanvraag tot subsidievaststelling, bedoeld in artikel 4.7.10, tweede lid.

Artikel 4.7.8. Afwijzingsgronden

Onverminderd artikel 2.11 beslist de minister afwijzend op een aanvraag voor subsidieverlening indien:

Artikel 4.7.9. Rangschikkingscriteria
1.

De minister kent aan een aanvraag een aantal punten toe op basis van de in bijlage 5 opgenomen lijst van investeringen.

2.

Bij een aanvraag bestaande uit twee investeringen binnen één van de categorieën zoals opgenomen in artikel 4.7.2, eerste lid, wordt voor de rangschikking het aan de investeringen toegekende aantal punten zoals opgenomen in bijlage 5, opgeteld en vervolgens door twee gedeeld.

3.

De minister rangschikt de aanvragen waarop niet afwijzend is beslist hoger naarmate gemiddeld meer punten aan de aanvraag zijn toegekend.

Artikel 4.7.10. Aanvraag subsidievaststelling
1.

Onverminderd artikel 2.20 bevat de aanvraag tot subsidievaststelling:

2.

In afwijking van artikel 2.20 wordt de aanvraag tot subsidievaststelling uiterlijk op 31 december 2024 ingediend.

Artikel 4.7.11. Onregelmatigheden, administratieve controles en controles ter plaatse
1.

De minister geeft in voorkomende gevallen uitvoering aan artikel 54, eerste en derde lid, en artikel 56 van verordening 1306/2013.

2.

De minister verricht de controles, bedoeld in artikel 59 van verordening 1306/2013.

Artikel 4.7.12. Onverschuldigde betalingen, sancties en terugvorderingen
1.

De minister besluit tot het niet betalen dan wel de gehele of gedeeltelijke intrekking van de subsidie overeenkomstig artikel 63, eerste lid, van verordening 1306/2013.

2.

De minister stelt de sancties, bedoeld in artikel 63, tweede lid, van verordening 1306/2013, vast met inachtneming van artikel 64 van verordening 1306/2013.

3.

De minister geeft bij de uitvoering van de bevoegdheden, genoemd in het eerste en tweede lid, toepassing aan artikel 63 van verordening 809/2014.

Artikel 4.7.13. Vervaltermijn

Deze titel en bijlage 5 vervallen met ingang van 31 december 2025, met dien verstande dat deze van toepassing blijven op subsidies die voor die datum zijn verleend.

Titel 4.8. Samenwerken aan groen-economisch herstel

Artikel 4.8.1. Begripsbepalingen

In deze titel wordt verstaan onder:

Artikel 4.8.2. Subsidieaanvraag
1.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie voor een project gericht op toekomstbestendige landbouw, waarvan het projectplan voldoet aan de in het vijfde lid gestelde vereisten.

2.

Het project bestaat uit:

3.

Het project bestaat uit het ontwikkelen van nieuwe, opschaalbare initiatieven die bijdragen aan economisch herstel en aan de transitie naar een duurzame, toekomstbestendige landbouw:

4.

Onverminderd artikel 2.9 bevat de aanvraag de keuze voor de rekenmethode die wordt gebruikt voor de berekening van de subsidiabele kosten, zoals opgenomen in artikel 4.8.5, derde lid.

5.

Onverminderd artikel 2.9, vierde lid, wordt het projectplan ingediend met gebruikmaking van een format, dat door de minister beschikbaar wordt gesteld en bevat het projectplan een beschrijving van:

Artikel 4.8.3. Begunstigden
1.

De subsidie wordt voor een project dat bijdraagt aan de doelstellingen, bedoeld in artikel 4.8.2, derde lid, onderdeel a, alleen verleend aan een samenwerkingsverband, wanneer in het samenwerkingsverband minimaal drie partijen betrokken zijn, waaronder minimaal één landbouwer en één ketenpartner.

2.

De subsidie wordt voor een project dat bijdraagt aan de doelstellingen, bedoeld in artikel 4.8.2, derde lid, onderdelen b en c, alleen verleend aan een samenwerkingsverband dat bestaat uit tenminste één landbouwer samen met andere landbouwers, producentengroeperingen, coöperaties, andere MKB-bedrijven of brancheorganisaties.

3.

De subsidie wordt voor een project dat bijdraagt aan de doelstellingen, bedoeld in artikel 4.8.2, derde lid, onderdeel d, alleen verleend aan een samenwerkingsverband, wanneer het samenwerkingsverband bestaat uit sector-vertegenwoordigende rechtspersonen of andere samenwerkingsverbanden bestaande uit samenwerkende agrariërs.

4.

De subsidie wordt voor een project dat bijdraagt aan de doelstellingen, bedoeld in artikel 4.8.2, derde lid, onderdeel e, alleen verleend aan een samenwerkingsverband, wanneer het samenwerkingsverband bestaat uit minimaal twintig landbouwers en minimaal één coördinator.

Artikel 4.8.4. Hoogte subsidie
1.

De hoogte van de subsidie bedraagt de optelsom van de subsidie per subsidiabale activiteit, gebaseerd op de subsidiabele kosten, bedoeld in artikel 4.8.5.

2.

De hoogte van de subsidie bedraagt voor de in artikel 4.8.2, derde lid, onder a, b, d en e genoemde projecten minimaal € 100.000 en maximaal € 500.000.

3.

De hoogte van de subsidie bedraagt voor de in artikel 4.8.2, derde lid, onder c, genoemde projecten minimaal € 300.000 en maximaal € 2.000.000.

Artikel 4.8.5. Subsidiabele kosten
1.

Voor subsidie komen uitsluitend de kosten, bedoeld in artikel 1.3, eerste lid, onderdelen a, b en d in aanmerking, voor zover deze zien op:

2.

De kosten, bedoeld in het eerste lid, onder a, komen slechts voor subsidie in aanmerking indien deze kosten zijn gemaakt na 7 juli 2021.

3.

In afwijking van de artikelen 1.3, 1.4 en 1.4a worden de subsidiabele kosten berekend met gebruikmaking van één van onderstaande rekenmethodes en door:

4.

Indien gebruik wordt gemaakt van de rekenmethode, genoemd in het derde lid, onder a, worden de kosten, bedoeld in artikel 1.3, eerste lid, onder b, berekend door het aantal uren dat de betrokken persoon ten behoeve van het project of de investering heeft gemaakt te vermenigvuldigen met een vast uurtarief van € 35,–.

5.

De hoogte van de subsidie bedraagt:

Artikel 4.8.6. Verdeling subsidieplafond
1.

De minister verdeelt het subsidieplafond per categorie, bedoeld in artikel 4.8.2., derde lid, op volgorde van rangschikking van de aanvragen.

2.

Indien blijkt dat het totale bedrag van de te verlenen subsidies voor projecten in één van de categorieën als bedoeld in artikel 4.8.2, derde lid, lager is dan het daarvoor vastgestelde subsidieplafond, wordt het overblijvende bedrag aan het subsidieplafond voor projecten in een of meer van de overige categorieën als bedoeld in artikel 4.8.2, derde lid, toegevoegd.

Artikel 4.8.7. Realisatietermijn
1.

Het project is uiterlijk afgerond op 31 december 2024.

2.

In het geval dat voor de uitvoering van een project een fysieke investering

wordt gedaan als bedoeld in artikel 4.8.5, eerste lid, onder c, vindt de aanschaf van de investering plaats na de datum van indiening van de aanvraag tot subsidieverlening, bedoeld in artikel 2.9, en binnen twee jaar na de datum van subsidieverlening.

Artikel 4.8.8. Afwijzingsgronden

Onverminderd artikel 2.11 beslist de minister afwijzend op een aanvraag voor subsidieverlening indien:

Artikel 4.8.9. Rangschikkingscriteria
1.

De minister kent aan een aanvraag, op basis van het bijbehorende projectplan, een hoger aantal punten toe naarmate:

2.

Het aantal punten bedraagt per onderdeel van het eerste lid ten hoogste 5.

3.

Voor de rangschikking van een aanvraag met een project dat bijdraagt aan de doelstellingen als bedoeld in artikel 4.8.2, derde lid, onderdelen a, b, c en d, wordt het aantal punten gegeven voor het eerste lid, onderdelen a, b, c en d, vermenigvuldigd met onderscheidenlijk 4, 3, 1 en 2.

4.

Voor de rangschikking van een aanvraag met een project dat bijdraagt aan de doelstelling als bedoeld in artikel 4.8.2, derde lid, onderdeel e, wordt het aantal punten gegeven voor het eerste lid, onderdelen a, b, c en d, vermenigvuldigd met onderscheidenlijk 4, 3, 2 en 1.

5.

De minister rangschikt de aanvragen waarop niet afwijzend is beslist hoger naarmate in totaal meer punten aan het project zijn toegekend.

6.

Indien aan twee of meer aanvragen in totaal een gelijk aantal punten is toegekend, rangschikt de minister een aanvraag hoger naarmate meer punten zijn toegekend aan respectievelijk onderdeel a, b, d en c, van het eerste lid.

Artikel 4.8.10. Adviescommissie
1.

Er is een Adviescommissie Samenwerken aan groen-economisch herstel, ingesteld overeenkomstig artikel 2.8, die tot taak heeft de minister te adviseren omtrent de rangschikkingscriteria, bedoeld in artikel 4.8.9.

2.

De commissie bestaat uit ten minste vier en ten hoogste twaalf leden.

3.

De voorzitter en de andere leden worden door de minister voor een termijn van ten hoogste drie jaar benoemd.

Artikel 4.8.11. Verplichtingen subsidieontvanger
1.

De subsidieontvanger neemt in het plan op:

2.

De subsidieontvanger maakt de resultaten van het project openbaar via het EIP-netwerk, bedoeld in artikel 53 van verordening 1305/2013, en andere geëigende netwerken.

3.

De subsidieontvanger start de uitvoering van het project uiterlijk twee maanden na de dagtekening van de subsidieverlening.

4.

De subsidieontvanger, bedoeld in artikel 4.8.3, dient in voorkomend geval uiterlijk op 31 december 2023 een voortgangsrapportage in bij de minister. Deze voortgangsrapportage bevat een overzicht van de uitgevoerde activiteiten en de behaalde deelresultaten.

Artikel 4.8.12. Voorschotverlening
1.

De minister verleent ten hoogste twee maal per jaar voorschotten.

2.

De subsidieontvanger, bedoeld in artikel 4.8.3, dient een aanvraag voor een voorschot op basis van gerealiseerde en betaalde kosten in na afloop van de uitvoering van een product of activiteit zoals omschreven in het projectplan, gekoppeld aan een projectfase.

3.

De in het tweede lid genoemde aanvraag dient vergezeld te gaan van een voortgangsraportage.

4.

Onverminderd artikel 2.14, eerste lid, bedraagt het voorschot dat wordt aangevraagd door een subsidieontvanger als bedoeld in artikel 4.8.3, ten minste € 50.000.

Artikel 4.8.13. Onregelmatigheden, administratieve controles en controles ter plaatse
1.

De minister geeft in voorkomende gevallen uitvoering aan artikel 54, eerste en derde lid, en artikel 56 van verordening 1306/2013.

2.

De minister verricht de controles, bedoeld in artikel 59 van verordening 1306/2013.

Artikel 4.8.14. Onverschuldigde betalingen, sancties en terugvorderingen
1.

De minister besluit tot het niet betalen dan wel de gehele of gedeeltelijke intrekking van de subsidie overeenkomstig artikel 63, eerste lid, van verordening 1306/2013.

2.

De minister stelt de sancties, bedoeld in artikel 63, tweede lid, van verordening 1306/2013, vast met inachtneming van artikel 64 van verordening 1306/2013.

3.

De minister geeft bij de uitvoering van de bevoegdheden, genoemd in het eerste en tweede lid, toepassing aan artikel 63 van verordening 809/2014.

Artikel 4.8.15. Vervaltermijn

Deze titel vervalt met ingang van 31 december 2024, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op subsidies die voor die datum zijn verleend.

Hoofdstuk 5. Europees Fonds voor regionale ontwikkeling

§ 5.1. Algemene bepalingen

§ 5.2. Regels omtrent subsidieverstrekking door de managementautoriteit

§ 5.3. Regels omtrent subsidieverstrekking ten laste van de Rijkscofinanciering

§ 4. Regels omtrent subsidieverstrekking in het kader van Europese territoriale samenwerking

Hoofdstuk 6. Overige bepalingen en slotbepalingen

Bijlage 3. behorende bij artikel 4.3.1. van de Regeling Europese EZ-subsidies

Een welzijnsvriendelijke stalvloer bestaat uit een roostervloer met een indrukbare toplaag die meer ligcomfort biedt dan de gangbare vloeren voor vleeskalveren.

Hierbij bedekt de indrukbare toplaag de (harde) roosterbalken volledig. Voor de stevigheid wordt de toplaag fabrieksmatig verankerd aan de ondervloer of, via knelling of anderszins doelmatig gefixeerd aan de ondervloer, zodanig dat deze niet kan verschuiven of bij gebruik door de kalveren van de ondervloer los kan raken. Bij gebruik van harde bevestigings- materialen zijn deze ten minste 5 mm onder het loopoppervlak verzonken zodat de dieren zich hier niet aan kunnen verwonden. Voor een goede reiniging zijn de mest- en urine afvoerende spleten van de steunvloer en indrukbare toplaag volledig op elkaar afgestemd.

De fabrikant geeft op deze vloer ten minste 5 jaar garantie op slijtage, productiefouten en beschadiging bij normaal gebruik.

• beschadigingen: 0, + of ++
• slijtvastheid: + of ++
• vervormbaarheid: ++
Balkbreedte (inclusief toplaag) mm Effectieve spleetbreedte (inclusief toplaag) mm
Blank vlees & opfok rosé kalf (bij opzet jonger dan 10 weken) 80 – 130 27 – 30
Afmest rosé kalf (bij opzet ouder dan 10 weken) 80 – 140 30 – 35

Procedure als bedoeld in artikel 140, vijfde lid, van verordening 1303/2013

Verordening 1303/2013 maakt het mogelijk kopieën of volledig digitale documenten te accepteren als bewijsstuk. In deze bijlage worden de in artikel 140, vijfde lid, van verordening 1303/2013 bedoelde procedures vastgesteld voor documenten die in het kader van de uitvoering van deze regeling en verantwoording op grond van verordening 1303/2013 kan worden gebruikt.

1. Typen documenten

De volgende documenten worden als bewijsstukken geaccepteerd:

2. Procedure voor het gebruik van de documenten, bedoeld onder 1, onderdelen a, b en c

De in 1 onder a, b en c bedoelde bewijsstukken zijn geconverteerde documenten of gegevensdragers. Bij conversie van het origineel naar het geconverteerde document of gegevensdrager wordt aan de hieronder vermelde voorwaarden voldaan:

Het in samenhang bezien van de verschillende bewijsstukken strekt er mede toe de authenticiteit van het geconverteerde document of de gegevensdrager te waarborgen en dat hierop voor controledoeleinden kan worden vertrouwd.

Verordening 1303/2013 maakt het mogelijk kopieën of volledig digitale documenten te accepteren als bewijsstuk. In deze bijlage worden de in artikel 140, vijfde lid, van verordening 1303/2013 bedoelde procedures vastgesteld voor documenten die in het kader van de uitvoering van deze regeling en verantwoording op grond van verordening 1303/2013 kan worden gebruikt.

1. Typen documenten

De volgende documenten worden als bewijsstukken geaccepteerd:

Bijlage 2. behorende bij artikel 4.2.2, vijfde lid, Regeling Europese EZ-subsidies

Bestaande voorschriften kwaliteitssysteem kalfsvleessector

Voorschrift Interpretatie Bron
Algemeen
Er is een actuele door de certificerende instantie (hierna: ‘CI’) gewaarmerkte plattegrond van het bedrijf aanwezig. De plattegrond geeft voor zover van toepassing alle ruimten, de perceelgrenzen- en toegangen, bedrijfsgedeelte, de situering silo's (inclusief silonummers), mestopslag, opslag en aanbiedingsplaats destructiemateriaal, medicijnopslag, opslag van reinigings-, desinfectie- en ongediertebestrijdingsmiddelen, aggregaat, hygiënesluis, de gebruikelijke loop- en rijroutes, de afmetingen van de stallen en per stal het aantal afdelingen en aantal hokken en de hoeveelheid kalveren die per hok mogen zijn gehuisvest, gebaseerd op 1,8 m2/kalf aan. Indien het bedrijf nuchtere kalveren (nuka’s) opzet tot max. 15 weken (startbedrijf), dan mag een plattegrond op basis van 1,5 m2/kalf worden opgesteld. De totale hoeveelheid kalveren die op het bedrijf mag worden gehuisvest is eveneens aangegeven. Het bedrijfsgedeelte is het gedeelte van het perceel waar zich de kalverhouderij bevindt aangevuld met het gedeelte van het perceel waar verkeer van personen en/of transport van kalveren, voer en materialen tussen stallen / afdelingen plaatsvindt. De plattegrond is aangepast aan de laatste stand van zaken. IKB Vleeskalveren 2008 (www.Kalversector.nl ).
De rapportages en certificaten van de inspecties van de drie voorgaande jaren zijn beschikbaar. IKB Vleeskalveren 2008, Bovenwettelijke invulling van Verordening(EG) nr. 852/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake levensmiddelenhygiëne.
Hygiëneregels en plattegrond (met bedrijfsgedeelte en looproutes) zijn zichtbaar aanwezig in hygiënesluis voor medewerkers en bezoekers en worden toegepast. Op schrift gestelde hygiëneregels, aanwezig in de hygiënesluis bevatten minimaal de volgende meldingen: alleen beroepsmatige betreding van het deel van het bedrijf waar dieren staan, alleen na omkleden in hygiënesluis betreden van het schone (bedrijfs-) gedeelte, alleen bij toestemming eigenaar is betreding mogelijk, voor betreden melden bij eigenaar. U kunt hiervoor het voorbeeld formulier 'Hygiëneregels Kalverhouderij' gebruiken. Dit formulier is te vinden op www.kalversector.nl. IKB Vleeskalveren 2008.
Het bedrijfseigen personeel is adequaat opgeleid. Geldt alleen voor personeel dat in dienst is. Adequaat: ten minste opleiding op minimaal MBO niveau of 1 jaar werkervaring in de intensieve kalverhouderij, of anders onder verantwoordelijkheid van iemand met genoemde kwalificaties. Arbeidsomstandigheden-wet (wetten.overheid.nl).
Het bedrijf verkeert in goede staat van onderhoud. Heeft betrekking op toegangswegen tot bedrijfsgedeelte, dierverblijven en voerkeuken. Goede staat is: geen lekkages, geen zwaar achterstallig onderhoud, bestrating en/of verharding in redelijke staat (geen kuilen), geen open of loshangende elektrische bedrading. Bijlage 2 van Richtlijn 91/629/EEG tot vaststelling van minimumnormen ter bescherming van kalveren. QS (Quality Scheme for food, www.q-s.de).
Materialen in de stal waar de vleeskalveren mee in aanraking komen, zijn niet schadelijk voor de vleeskalveren en kunnen worden gereinigd en ontsmet. Er mag bijvoorbeeld geen sprake zijn van contact van de vleeskalveren met zware metalen (lood, kwik, cadmium). Bijlage 2 van Richtlijn 91/629/EEG.
Het bedrijf maakt een visueel schoon en opgeruimde indruk. Opgeruimde indruk: geen onnodig aanwezige materialen, maar alleen materialen aanwezig van werkzaamheden van desbetreffende werkdag. Visueel schoon: ten minste geen visueel zichtbare restanten aanwezig op bijvoorbeeld koelkast, weegschaal, bureau etc. De hygiënecode kalverhouderij is opgenomen in de regeling IKB Vleeskalveren gebaseerd op de verordening (EG) nr. 852/2004.
Het bedrijfsgedeelte en de stallen met directe toegang tot de dieren kunnen niet zonder meer betreden worden. Niet zonder meer betreden: bijvoorbeeld door borden met de melding ‘geen vrije toegang tot stallen’ bij de ingang of door linten, kettingen, etc. Zodanig dat geen ongehinderde toegang verschaft kan worden. Hygiënecode kalverhouderij.
Om het principe van schone (bedrijfs-) en vuile (externe) gedeelte op het bedrijf toe te kunnen passen is het noodzakelijk dat: – er een duidelijk zichtbare lijn (of gespannen draad) op vloerhoogte van het erf is geplaatst, zodat verkeer van transportmiddelen niet belemmerd wordt; OF – er een zodanig duidelijke aanduiding aanwezig is dat een bezoeker zich dient te melden, en door de hygiënesluis moet, voordat het schone (bedrijfs-) gedeelte betreden wordt; OF – er een fysieke afscheiding (bijv. sloot, heg of hek) aanwezig is op de grens van het schone (bedrijfs-) en / of vuile (externe) gedeelte. IKB Vleeskalveren 2008, \Bovenwettelijke invulling van Verordening (EG) nr. 852/2004.
Er is een bijgehouden bezoekersregister, per locatie, aanwezig met daarin naam, bedrijfsnaam en datum van bezoek. Bezoekers die de stallen betreden dienen in het register te worden opgenomen. Transporteurs die dieren komen laden of lossen kunnen het register tekenen. Transporteurs dienen in plaats van voormelde gegevens de volgende informatie te noteren in het register: – datum transport; – Naam transportonderneming. Hygiënecode kalverhouderij.
Ongediertebestrijding
Ongedierte wordt geweerd en waar nodig bestreden. Indien overlast van ongedierte aanwezig blijft, is een gediplomeerd ongediertebestrijdingsbedrijf ingeschakeld. Ongedierte: ratten, muizen en vliegen. Hygiënecode kalverhouderij.
Er dient op het bedrijf een plattegrond aanwezig te zijn waarop is aangegeven waar lokdozen en bestrijdings-middelen zich bevinden. Dit voorschrift is niet van toepassing als er geen ongedierte aanwezig is en bestrijding niet uitgevoerd wordt. IKB vleeskalveren 2008.
Er zijn alleen toegestane ongediertebestrijdingsmiddelen aanwezig, die in een gesloten kast en apart van dieren, diergeneesmiddelen en voedermiddelen worden opgeslagen. Toegestane ongediertebestrijdingsmiddelen: de meest actuele lijst van toegelaten ongediertebestrijdingsmiddelen zoals opgenomen in de databank van College voor Toelating van Bestrijdingsmiddelen: www.ctb-wageningen.nl. Hygiënecode kalverhouderij.
Het bestrijdingsmiddel voor ratten en muizen wordt in daarvoor geschikte lokdozen aangeboden. Lokdozen dienen gesloten zijn. Hygiënecode kalverhouderij.
De vleeskalveren hebben geen toegang tot bestrijdingsmiddelen. Hygiënecode kalverhouderij.
Op het bedrijf zijn de aankoop en leverbonnen van alle op het bedrijf aanwezige ongediertebestrijdingsmiddelen aanwezig. Hygiënecode kalverhouderij.
Aan- en afvoer van dieren
Alle aanwezige dieren zijn voorzien van 2 oormerken. 1 oormerk is toegestaan. Als er geen oormerk is, dient de aanvraag tot nieuwe oormerken aanwezig te zijn. Regeling identificatie en registratie van dieren (wetten.overheid.nl).
Kalverhouder kan aantonen dat aangevoerde dieren vrij zijn van besmettelijke veeziekten d.m.v. importdocumenten / gezondheidsverklaring. Bij een I&R blokkade dient kalverhouder de reden aan te geven. Hygiënecode kalverhouderij.
I&R administratie is ten minste 3 jaar bewaard. In deze I&R administratie is elke verplaatsing (zoals geboorte, afvoer, aanvoer, dood, import, etc.) opgenomen. Mag aantoonbaar gemaakt worden via digitaal bedrijfsregister, indien daarin tevens historie van 3 jaar bewaard is. Richtlijn 92/102/EEG van de Raad van 27 november 1992 met betrekking tot de identificatie en de registratie van dieren.
Indien een deelnemende kalverhouder startkalveren opzet, controleert die kalverhouder of in voorkomend geval het toeleverende Nederlandse startbedrijf gecertificeerd is. Controleren via het register van de SKV. M.u.v. opzet startkalveren van buitenlandse startbedrijven. IKB Vleeskalveren 2008.
Indien een kalverhouder startkalveren ontvangt, worden de meegeleverde gegevens m.b.t. diergeneesmiddelen-gebruik meegeleverd en ten minste 1 jaar in de administratie bewaard. Deze gegevens omvatten: – de koppelbehandelingen die bij de ontvangen koppel startkalveren uitgevoerd zijn, en; – de individuele behandelingen die bij de ontvangen koppel startkalveren uitgevoerd zijn. De diergeneesmiddelenregistratie moet herleidbaar zijn tot het herkomstbedrijf en de op het afmestbedrijf aanwezige kalveren. Dit geldt zowel voor binnenlandse als buitenlandse kalveren. Bovenwettelijke invulling van Verordening (EG) nr. 852/2004.
Indien een kalverhouder start-kalveren aflevert aan een vleeskalverhouderij voor verdere opfok, worden gegevens m.b.t. diergenees-middelengebruik bij deze startkalveren meegeleverd. Deze gegevens omvatten: – de koppelbehandelingen die bij de ontvangen koppel startkalveren (blank, rosé) uitgevoerd zijn, en; – de individuele behandelingen die bij de ontvangen koppel startkalveren uitgevoerd zijn. Bovenwettelijke invulling van Verordening (EG) nr. 852/2004.
Voer (installaties)
Indien geen transport van voer in eigen beheer plaatsvindt, dan moet voer zijn getransporteerd door GMP erkende transporteurs. Verklaring aangegeven op aflever / vervoersdocumenten. GMP erkende transporteurs zijn te vinden op www.gmpplus.nl. Code Diervoeder (www.gmpplus.org), Bovenwettelijke invulling Verordening (EG) nr. 852/2004.
Al het aanwezige voer is afkomstig van GMP+ gecertificeerde diervoederleveranciers. Aantonen d.m.v. voerbonnen. GMP+ gecertificeerde diervoederleveranciers zijn te vinden op www.gmpplus.nl. Code Diervoeder.
Bij voerleverantie wordt of een ingangscontrole of een controle vóór vervoedering uitgevoerd, hierbij wordt gelet op de volgende punten: – staat van het voer; – houdbaarheidstermijn. In geval van balen en/of kuilvoer is gecontroleerd (visueel / geur) of er geen broei aanwezig is, voer met broei wordt niet vervoederd. In geval van aanvullende mengvoeders wordt gecontroleerd op dat: – per aangekochte partij het type mengvoeder is aangegeven; – per aangekochte partij de houdbaarheidstermijn zichtbaar is; – per type mengvoeder de gebruiksvoorschriften bekend zijn. Staat van het voer: het product mag geen zichtbare schimmels of niet-voederbestanddelen bevatten. Voer mag niet over de houdbaarheidsdatum zijn. Dit voorschrift is niet van toepassing als de leverancier geen uiteindelijke houdbaarheidstermijn heeft aangegeven. Partijen mengvoerder zijn zodanig opgeslagen dat verschillende type mengvoeders herkenbaar zijn. De gebruiksvoorschriften zijn bekend doordat deze in de administratie zijn opgenomen of op de verpakking van het mengvoeder zijn weergegeven. Code Diervoeder.
Voor baal/kuilvoer zijn uitsluitend toegelaten toevoegingsmiddelen gebruikt. Toegelaten overeenkomstig Verordening (EG) Nr. 1831/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2003 betreffende toevoegings-middelen voor diervoeding. Aan te tonen met afleverbonnen van toevoegingsmiddelen. Hygiënecode kalverhouderij.
De kuil (met gras/maïs) is afgedekt (met uitzondering van het snijvlak). Hygiënecode kalverhouderij.
Voer is volgens voorschriften leverancier opgeslagen. Code Diervoeder.
Voer voor verschillende diersoorten is gescheiden en duidelijk herkenbaar opgeslagen. Diervoeder dat is bestemd voor andere diersoorten mag niet kunnen vermengen met het diervoeder dat is bestemd voor de vleeskalveren. Uitzondering: enkelvoudige voeders die buiten de stallen zijn opgeslagen en voor meerdere diersoorten gebruikt kunnen worden. Code Diervoeder.
Voer is niet in dezelfde ruimte waar dieren verblijven opgeslagen. Werkvoorraad is toegestaan. Code Diervoeder.
Voer is duidelijk gescheiden opgeslagen van chemicaliën. Code Diervoeder.
Opgeslagen voeders zijn goed afgedekt of verpakt of overkapt of overdekt. Indien nodig met aanvullende ongediertebestrijding. Verpakking of afdekking of overkapping of overdekking is in onbeschadigde staat. Opgeslagen voeders zijn zodanig afgedekt of verpakt of afgedekt of bedekt dat verontreiniging met uitwerpselen van ongedierte of vogels zo goed mogelijk wordt voorkomen. Indien er ongedierte aanwezig is, moet ongediertebestrijding worden toegepast. Ongedierte: ratten, muizen en vliegen. Code Diervoeder.
Voerinstallaties en waterinstallaties zijn in goede staat van onderhoud. Geen lekkende slangen en / of gebroken kettingen e.d. en geen visueel aanwezige aangekoekte resten van voer of medicijnen. Besluit houders van dieren (wetten.overheid.nl).
Er is geen beschimmeld voer aanwezig in de dierverblijven. Code Diervoeder.
Indien middelen aan het voer zijn toegevoegd, is dit gedaan conform adviezen van leverancier van de toevoegingsmiddelen. Advies leverancier van de toevoegingsmiddelen is aanwezig op het bedrijf. Code Diervoeder.
Het rantsoen bevat ten minste 50 gram vezelhoudend droog-voer per dag per dier van 8 tot 20 weken oud. Het rantsoen bevat ten minste 250 gram vezelhoudend voer per dag per dier vanaf 20 weken oud. Vezelhoudend voer: ruwvoer (maïsproducten, hooi, stro, etc.). Krachtvoer dat vezels bevat mag worden gerekend als vezelhoudend droogvoer. Hierbij moet worden uitgegaan van het gewicht van het verstrekte krachtvoer. Besluit houders van dieren.
Bij beperkte voedering is de voerbaklengte per kalf minimaal 0,40 meter. Besluit houders van dieren.
Bij onbeperkte voedering is het mogelijk dat ten minste 3 dieren tegelijk eten. Minimale voerbaklengte van 1.20m. Besluit houders van dieren.
Alle kalveren krijgen ten minste 2 maal per dag voer en kalveren in groepshokken moeten allemaal tegelijk kunnen eten. N.v.t. bij ad libitum voedering of via automatisch voedersysteem. Besluit houders van dieren.
Alle middelen die, naast voer en diergeneesmiddelen, worden toegediend voldoen aan GMP+, hebben een RegNL nummer of zijn toegelaten homeopathische middelen. Ook enkelvoudig voor humaan gebruik toegelaten homeopathische middelen zijn toegestaan. Toegelaten homeopathische middelen zijn te vinden op: https://www.cbg-meb.nl/dieren IKB Vleeskalveren 2008.
Medicijnmenger verkeert in goede staat van onderhoud. Geen lekkende slangen en / of buizen e.d. en geen visueel aanwezige aangekoekte resten van medicijnen. IKB Vleeskalveren 2008.
Afleverbewijzen van voer en toevoegingsmiddelen van de afgelopen 5 jaar zijn aanwezig. Code Diervoeder.
De dieren hebben onbeperkt de beschikking over drinkwater. Niet noodzakelijk indien melkvoedering wordt gegeven. Bij warm weer (buitentemp > 25˚C) en voor zieke kalveren dient altijd vers drinkwater beschikbaar te zijn en moet het altijd mogelijk zijn om extra watergift te geven. Besluit houders van dieren.
De aan-, afvoer of sterfte van dieren wordt binnen 24 uur na aan-, afvoer of sterfte in het I&R-systeem gemeld. Alle meldingen moeten correct zijn gedaan in het I&R systeem. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s (www.wetten.overheid.nl)
Gewasbeschermingsmiddelen
Er zijn alleen toegestane gewasbeschermingsmiddelen gebruikt. Toegestaan volgens de databank van College voor Toelating van Bestrijdingsmiddelen (CTB) (www.ctb-wageningen.nl). Aan te tonen met afleverbonnen. Hygiënecode kalverhouderij.
Gewasbeschermingsmiddelen zijn, indien aanwezig, in een gesloten kast of ruimte, apart van dieren, diergeneesmiddelen, R&O middelen en voedermiddelen opgeslagen. Hygiënecode kalverhouderij.
Wachttijden van gewasbeschermingsmiddelen zijn in acht genomen. Moet aantoonbaar gemaakt worden aan de hand van de perceeladministratie Hygiënecode kalverhouderij, Bovenwettelijke invulling van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden (www.wetten.overheid.nl).
Aankoop en leverbonnen van gewasbeschermingsmiddelen zijn in de administratie opgenomen. Hygiënecode kalverhouderij.
Huisvesting
In de ruimte waar vleeskalveren gehuisvest zijn, worden geen andere landbouwhuisdieren dan runderen gehouden. Vleesvee, fokkalveren etc. behoren ook tot de categorie 'andere landbouwhuisdieren'. IKB Vleeskalveren 2008.
De stallen / dierverblijven worden geventileerd. Besluit houders van dieren.
De stal is voorzien van licht doorlatende delen die ten minste 2% van het vloeroppervlak van de stal beslaan. Lichtdoorlatend materiaal is schoon. Alle oppervlaktes / delen die licht doorlaten worden meegerekend, tenzij de normale afsluitwijze van dit deel (deur / luik / gordijn) niet lichtdoorlatend is. Delen moeten gelijkmatig over de stal verspreid zijn. Besluit houders van dieren.
Het mestopvangsysteem in de dierverblijven is zodanig dat kalveren schoon blijven. Besluit houders van dieren.
Zieke en gewonde kalveren kunnen indien nodig worden geïsoleerd in adequate lokalen (eenlingbox/ ziekenbox) met indien nodig droog en comfortabel strooisel. De vereiste ruimte beslaat minimaal 1 procent van de kalverplaatsen, met een minimum van 1 plaats. Indien ruimte niet standaard aanwezig is, maar gecreëerd wordt, dan moet dit aantoonbaar zijn. Besluit houders van dieren.
Dierruimtes, voerruimtes, voerkeukens e.d. zijn visueel schoon. Besluit houders van dieren.
Eenlingboxen worden alleen gebruikt voor kalveren niet ouder dan 8 weken of als ziekenboxen op voorschrift van een dierenarts. Niet van toepassing als een dierenarts heeft verklaard dat het kalf in verband met zijn gezondheid of gedrag moet worden geïsoleerd om te worden behandeld. Besluit houders van dieren.
De breedte van de eenlingboxen is minimaal gelijk aan de schofthoogte van het kalf. De schofthoogte wordt gemeten terwijl het kalf rechtop staat. Besluit houders van dieren.
De lengte van een eenlingbox is ten minste 1,1 maal de lengte van het kalf. De lengte van het kalf wordt gemeten van de neuspunt tot aan de achterkant van de zitbeenknobbel. Besluit houders van dieren.
De zijwanden van een eenlingbox zijn opengewerkt zodanig dat dieren elkaar kunnen zien en aanraken. Niet van toepassing op eenlingboxen voor zieke dieren. Besluit houders van dieren.
Indien niet in eenlingboxen gehuisvest is het vloeroppervlak per kalf (levend gewicht) minimaal: bij gewicht < 150 kg: 1,5 m2; bij gewicht > 150 kg; 1,8 m2. Besluit houders van dieren.
Kalveren moeten kunnen liggen op een vloer die is ingestrooid of is voorzien van een kunststof mat, houten latten rooster of rubber toplaag. Voor rosé stierkalveren geldt dit voorschrift tot een leeftijd van 2 maanden. Besluit houders van dieren.
De vloeren zijn stroef, zonder scherpe uitsteeksels. Besluit houders van dieren.
Er is verlichting in de stal aanwezig om de vleeskalveren te allen tijde te kunnen inspecteren. De verlichting moet van zodanige sterkte zijn dat de vleeskalveren goed te zien zijn. Besluit houders van dieren.
Er zijn geen scherpe randen of scherpe uitsteeksels aanwezig in de stallen en/of dierverblijven die kalveren kunnen verwonden (geldt ook voor hekken en wanden die gebruikt worden bij het verplaatsen van de kalveren). Richtlijn 98/58/EG van de Raad van 20 juli 1998 inzake de bescherming van voor landbouwdoeleinden gehouden dieren.
Diergezondheid
Voor de bewaking van de gezondheid van de dieren is een overeenkomst gesloten met een door Geborgde Vleeskalverendierenarts gecertificeerde dierenarts en deze overeenkomst is inzichtelijk via InfoKalf (https://infokalf.skv.info) Kalverhouder heeft met de dierenarts de Overeenkomst kalverhouder, kalvereigenaar en Geborgde Vleeskalverendierenarts (conform Bijlage I van het Reglement Geborgde Vleeskalverendierenarts) gesloten. Er mag slechts één overeenkomst per diersoort, per UBN afgesloten worden. De overeenkomst is digitaal inzichtelijk via InfoKalf. Regeling diergeneesmiddelen (www.overheid.nl).
De kalverhouder heeft ervoor gezorgd dat de dierenarts minimaal 1 maal per kwartaal het bedrijf bezoekt. Het is ook toegestaan om 2x per half jaar de dierenarts het bedrijf te laten bezoeken. Voor een klinische inspectie en bedrijfsbegeleiding (op grond van bijvoorbeeld productiegegevens, AM en PM keuringsresultaten). Aan te tonen door bezoekersrapportage dierenarts. Regeling diergeneesmiddelen.
Zieke dieren zijn, indien nodig, ondergebracht in ruimte voor zieke en gewonde dieren. Ruimte voldoet aan voorwaarden huisvesting. Zieke dieren zijn op verklaring dierenarts (bezoekrapportage), dieren met zware kreupelheden, dieren met zware verwondingen en sterk verzwakte dieren als gevolg van ziekte of anderszins. Besluit houders van dieren.
De kalverhouder bewaakt het hemoglobinegehalte van de blanke vleeskalveren. Bewaken kan door bloedonderzoeken en/of toediening van ijzer. Deelnemer kan dit schriftelijk aantonen via leverbonnen van ijzerpreparaten of de uitslagen van onderzoek. N.v.t. op rosé vleeskalveren. Besluit houders van dieren.
Diergeneesmiddelen
Toediening diergeneesmiddelen gebeurt volgens de bijgeleverde gebruiksvoorschriften (toedieningswijze en duur dosering, wachttijd). Regeling diergeneesmiddelen, Besluit houders van dieren.
Er worden alleen schone en werkende bedrijfseigen hulpmiddelen gebruikt bij het toedienen van diergeneesmiddelen. Indien dierenarts eigen schone hulpmiddelen gebruikt is dit ook toegestaan. Hygiënecode kalverhouderij.
Eventuele niet zichtbare afwijkingen als gevolg van toedienen van diergeneesmiddelen (bv. door een naald) zijn, indien bekend, gemeld aan het slachthuis. Afwijkingen worden gemeld op de afleververklaring met locatie van afwijking plus identificatie dier. IKB Vleeskalveren 2008.
Er is een bedrijfsbehandelplan. Het bedrijfsbehandelplan moet voldoen aan de volgende criteria: - op een duidelijke manier is aangegeven dat het betreffende document bedrijfsbehandelplan heet; - het bedrijfsbehandelplan dient te zijn voorzien van een datum van uitgifte. Besluit houders van dieren.
Er zijn alleen antimicrobiële middelen op het bedrijf aanwezig die staan vermeld in het bedrijfsbehandelplan (BBP) óf er moet een onderbouwing (schriftelijk verslag) aanwezig zijn die door de dierenarts is opgemaakt. Regeling diergeneesmiddelen.
De kalverhouder heeft voorgeschreven UDD-/UDA-diergeneesmiddelen voor de vleeskalveren uitsluitend afgenomen van de dierenarts waarmee hij een overeenkomst heeft gesloten, of van de apotheek van de praktijk van de dierenarts waarmee hij een overeenkomst heeft afgesloten. Indien er bij een spoedgeval een andere dierenarts wordt ingeschakeld, die UDD- / UDA-diergeneesmiddelen afgeeft, moet er een visitebrief aanwezig zijn waarin staat vermeld dat het een spoedconsult betrof. Bovenwettelijke invulling van de Regeling diergeneesmiddelen.
De kalverhouder heeft UDD-diergeneesmiddelen voor de vleeskalveren uitsluitend laten toepassen door de dierenarts waarmee hij een overeenkomst heeft gesloten, of diens vervanger. Onder voorwaarden mogen sommige antibiotica, op voorschrift van de dierenarts, zelf door kalverhouder worden toegepast. Deze voorwaarden zijn minimaal een instructie van de dierenarts (voor tweede keus antibiotica) en / of vermelding in het bedrijfsbehandelplan. Bovenwettelijke invulling van de Regeling diergeneesmiddelen.
Er zijn slechts voor runderen geregistreerde diergeneesmiddelen op het bedrijf aanwezig. Indien sprake is van voorgeschreven middelen volgens de cascaderegeling (incl. buitenlandse diergeneesmiddelen) voor runderen: er is een verklaring van de dierenarts aanwezig voor het toepassen van deze middelen. Indien op het bedrijf meerdere diersoorten worden gehouden mogen diergeneesmiddelen aanwezig zijn die voor deze diersoorten zijn geregistreerd. Deze moeten per diersoort apart worden bewaard. IKB Vleeskalveren 2008, Bovenwettelijke invullingregeling van het Besluit houders van dieren.
De aanwezige URA-diergeneesmiddelen zijn afkomstig van een toegelaten verkoopkanaal. Aantonen met. afleverbonnen. Toegelaten verkoopkanaal: medicijnen zijn afkomstig van de dierenarts zelf, een openbare apotheker of een leverancier met een afleververgunning van gekanaliseerde middelen. Bovenwettelijke invulling van het Besluit houders van dieren en van de Regeling diergeneesmiddelen.
Diergeneesmiddelen zijn in een gesloten kast / ruimte gescheiden van dieren en / of voeders opgeslagen. Kast of ruimte moet met een deur afgesloten of gescheiden zijn. Deze hoeft niet op slot te zijn. In deze kast of ruimte mogen alléén diergeneesmiddelen worden opgeslagen. Hygiënecode kalverhouderij.
Diergeneesmiddelen zijn per diersoort opgeslagen. Diersoort: runderen, varkens, pluimvee, etc. Binnen 1 (koel)kast verschillende compartimenten of planken per diersoort is toegestaan. IKB Vleeskalveren 2008, Bovenwettelijke invulling van het Besluit houders van dieren.
De kalverhouder heeft geen volledige koppelkuur antibiotica op voorraad. Op voorraad: termijn tussen ontvangst koppelkuur en gebruik koppelkuur is maximaal 2 werkdagen. Gebruik is aantoonbaar door recept of/ bezoekersrapportage dierenarts. Bij annulering of wijziging koppelkuur of uitgifte 2 kuren in 1 keer dient de dierenarts waarmee een overeenkomst is getekend in het bezoekersverslag een reden aan te geven. UDD-regeling (Stcrt. 2013, 23390).
De kalverhouder stelt i.s.m. de dierenarts en eventueel vertegenwoordiger van de kalvereigenaar jaarlijks een bedrijfsgezondheidsplan op. Jaarlijks: 1x per kalenderjaar. UDD-regeling.
Het bedrijfsgezondheidsplan is voorzien van de naam en de handtekening van de kalverhouder en de dierenarts en, indien hier sprake van is, de vertegenwoordiger van de kalvereigenaar. UDD-regeling.
Het bedrijfsgezondheidsplan is voorzien van het UBN van het bedrijf. UDD-regeling.
Het bedrijfsgezondheidsplan is voorzien van de datum waarop het bedrijfsgezondheidsplan is opgesteld. UDD-regeling.
Het bedrijfsgezondheidsplan beschrijft welke aspecten van de bedrijfsgezondheid aandachtspunten zijn of verbetermaatregelen nodig hebben. Hierbij worden de volgende aspecten overwogen: – verteringsproblemen tijdens de startperiode; – verteringsproblemen tijdens de mestperiode; – luchtwegaandoeningen tijdens de startperiode; – luchtwegaandoeningen tijdens de mestperiode; – overige aandoeningen die zich op het bedrijf voordoen; – uitval tijdens de startperiode; – uitval tijdens de mestperiode; – groei van de dieren; – achterblijvers of onvolwaardige groei; – medicijngebruik voor individuele behandelingen; – medicijngebruik voor koppelbehandelingen; – vleeskleur; – overige aspecten die relevant zijn voor het bedrijf. Aanvullende bovenwettelijke invulling van de UDD-regeling.
Er is actueel een bedrijfsgezondheidsplan aanwezig. Actueel betekent daterend uit het lopende kalenderjaar of ten minste het voorgaande kalenderjaar. UDD-regeling
De kalverhouder gebruikt geen cefalosporinen voor de behandeling van vleeskalveren. Voorschrift geldt zowel voor individuele behandelingen als koppelbehandelingen. IKB Vleeskalveren 2008.
De kalverhouder heeft geen derde keus middelen antibiotica op het bedrijf op voorraad. Derde keus middelen zijn middelen die zoals genoemd in het document 'Overzicht derde keus middelen' gepubliceerd door de SDa in mei 2012. Op voorraad: termijn tussen ontvangst van een derde keuze middel en het gebruik van het derde keuze middel is maximaal 2 werkdagen. Gebruik is aantoonbaar door recept / bezoekersrapportage dierenarts. Bij annulering / wijziging behandeling: dierenarts waarmee een overeenkomst is getekend dient in bezoekersverslag reden aan te geven. " UDD-regeling.
Bij individuele behandeling (m.i.v. dag 1) na het opzetten van de eerste kalveren van de lopende ronde is ten minste het volgende, per kalf, genoteerd in het logboek: – naam diergeneesmiddel of registratienummer; – Gebruikte hoeveelheid diergeneesmiddel (dosering per dier); – werknummer; – behandeldagen. Het 'Registratieformulier individuele behandelingen'. Dit formulier is te vinden op www.kalversector.nl. Registratie is niet verplicht indien de wachttermijn 0 dagen bedraagt. Werknummer: Of, indien noodzakelijk i.v.m. tracering, ID-code volledig. Bij behandeldagen heeft de kalverhouder de keuze tussen het noteren van de startdatum met het aantal behandeldagen of het noteren van de data van de behandeldagen. Bovenwettelijke invulling van het Besluit houders van dieren en de Regeling diergeneesmiddelen.
Diergeneesmiddelen die verloren gaan op een andere wijze dan door toediening zijn in het logboek geregistreerd. Genoteerd moeten worden: de datum, naam diergeneesmiddel, verloren gegane hoeveelheid en wijze van verloren gaan Regeling diergeneesmiddelen.
Verslagen van dierenartsbezoeken die door de dierenarts worden achtergelaten bij de kalverhouder, worden door de kalverhouder bewaard. Dit mag ook middels een doordruk of een kopie (evt. digitaal). Regeling diergeneesmiddelen.
Overig
Kadavers zijn volgens de geldende regelgeving gemeld bij destructiebedrijf. Geldende regelgeving: Gezondheids- en welzijnswet voor dieren of Wet Dieren. Hygiënecode kalverhouderij, Bovenwettelijke invulling van de Regeling dierlijke bijproducten (wetten.overheid.nl).
Kadavers zijn direct na ontdekken ter destructie aangeboden op de aanbiedingsplaats voor kadavers. Hygiënecode kalverhouderij, Bovenwettelijke invulling van de Regeling dierlijke bijproducten.
Kadaveropslag en aanbiedings-plaats zonder kadavers zijn te allen tijden visueel schoon. Visueel schoon: geen aanwezigheid van dierlijke resten of andere afvalstoffen. Hygiënecode kalverhouderij
Er is een verharde reinigbare aanbiedingsplaats voor kadavers aanwezig. Verhard: klinkers, tegels, asfalt of beton. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s, Bovenwettelijke invulling van de Regeling dierlijke bijproducten.
De aanbiedingsplaats voor kadavers is af te dekken (bv. met de kadaverstolp). Zodanig dat de kadavers niet zichtbaar zijn voor passanten en niet vrij toegankelijk zijn voor vogels, knaagdieren, honden, katten, etc. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s, Bovenwettelijke invulling van de Regeling dierlijke bijproducten.
Restanten van chemicaliën inclusief direct verpakkingsmateriaal worden afgevoerd via de lokale voorzieningen. Chemicaliën: gewasbeschermingsmiddelen, R&O middelen, dierbehandelingsmiddelen, verf, diergeneesmiddelen, enz. Toegestane lokale voorzieningen: afvoer via chemobox, afvoer door afgifte bij gemeentelijke afvalverzamelpunt. Milieuregelgeving (www.ilent.nl), Bovenwettelijke invulling van Verordening (EG) nr. 852/2004.
Op het bedrijf zijn REOB gecertificeerde brandblusmiddelen beschikbaar. De brandblusmiddelen moeten onderhouden worden door REOB gecertificeerde onderhoudsbedrijven voor blusmiddelen. Na iedere onderhoudsbeurt wordt de gele sticker op het brandblusmiddel vervangen. REOB gecertificeerde bedrijven zijn te vinden op: http://cibv.nl/erkende-bedrijven/ of http://www.kiwa.nl/gecertificeerde-bedrijven.aspx. IKB Vleeskalveren 2008.
Bij volledige mechanische ventilatie en afwezigheid mogelijkheid tot natuurlijke ventilatie: Er is een noodstroomaggregaat op het bedrijf aanwezig inclusief werkend alarmsysteem voor stroomuitval. Andere noodvoorziening is ook toegestaan. Besluit houders van dieren.
Calamiteiten en klachten zijn geregistreerd (omschrijving van calamiteit en corrigerende maatregel). Calamiteiten en klachten: uitval ventilatie, brand, water- of bodemvervuiling, achtergebleven naalden, klacht van slachterij over vieze dieren. Hiervoor is een formulier beschikbaar op het bedrijf. Onveilige situaties worden beschreven in Verordening (EG) nr. 178/2002 van 28 januari 2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving. IKB Vleeskalveren 2008.
Bedrijfshygiëne
Voldoende ontsmettingsmiddelen, minimaal halve liter van het middel aanwezig op het bedrijf. Voor de meest actuele lijst van toegelaten ontsmettingsmiddelen (desinfecteermiddelen) voor transportmiddelen wordt verwezen naar de databank van College voor Toelating van Bestrijdingsmiddelen op internet: www.ctbg.nl. Bovenwettelijke invulling van de Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s.
Er is een R&O (Reiniging en Ontsmetting) plaats aanwezig. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s.
De R&O plaats beslaat de gehele lengte van een vervoerseenheid. Vervoerseenheid: uitgaande van een transportmiddel met aanhanger. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s.
Bij de R&O plaats kan voldoende verlicht worden. Onder voldoende verlicht wordt verstaan, zodanig dat te allen tijden R&O uitgevoerd kan worden. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s.
De R&O plaats is zodanig aangelegd dat water en eventueel andere vloeistoffen die bij de reiniging en ontsmetting worden gebruikt, niet in grond- of oppervlakte water terecht kunnen komen. De plaats is voorzien van een zodanige afvoer dat water en eventueel andere vloeistoffen die bij de reiniging en ontsmetting worden gebruikt, niet in het grond- of oppervlaktewater terecht kunnen komen. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s.
Op de R&O plaats kan voldoende water onder druk worden geleverd voor reiniging en ontsmetting van de vervoerseenheid. Er is een werkende hoge druk spuit aanwezig of een werkende pomp die zorgt voor extra waterdruk. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s.
R&O middelen zijn in een gesloten kast of ruimte, apart van dieren, diergeneesmiddelen, gewasbeschermingsmiddelen en voedermiddelen opgeslagen. Bovenwettelijke invulling van Verordening (EG) nr. 852/2004.
Op het bedrijf zijn de aankoop- en afleverbewijzen van R&O middelen aanwezig. Deze voorwaarde is alleen van belang als er geen voorraad R&O middelen aantoonbaar is. Bovenwettelijke invulling van Verordening (EG) nr. 852/2004.
Verbeterplan structureel veel gebruik antibiotica
Kalverhouder dient binnen 3 maanden na de datum genoemd in de berichtgeving dat het bedrijf in de categorie 'Structureel Veelgebruik, fase 1' of 'Structureel Veelgebruik, fase 2' valt een driehoeksoverleg over het BGP te organiseren met de kalverhouder, kalvereigenaar (vertegenwoordiger) en de dierenarts, het bedrijfsgezondheidsplan te vernieuwen en op te sturen naar de CI. Het dossier bevat ten minste: – de opgestelde bedrijfsgezondheidsplannen; – een uitslag van de analyse van een monster uit de melkleiding waaruit blijkt dat minder dan 1.000 kve/ml Enterobacteriacea aanwezig waren in de melkleiding; – de verklaring van de monsternemer dat het monster, behorende bij de bovengenoemde analyse uitslag, op voorgeschreven wijze uit de melkleiding is genomen. Indien van toepassing bevat het dossier: – een of meerdere onderbouwingen voor de antibioticabehandelingen die zijn verstrekt; – bij verstrekking koppelkuur: de verklaring van de dierenarts dat er voldoende individueel is behandeld voordat is overgegaan tot een koppelbehandeling, dan wel dat er sprake is van een progressief ziekteverloop waarbij in de laatste 24 uur sprake was van 4% of meer nieuwe ziektegevallen. IKB Vleeskalveren 2008.
Indien gedurende een aaneengesloten periode van 5 dagen 10% of meer dieren in het koppel ziek wordt, dient de dierenarts een verklaring af te geven dat er voldoende individueel is behandeld en dat een koppelkuur moet worden ingezet. IKB Vleeskalveren 2008.
Indien sprake is van een progressief ziekteverloop waarbij in de laatste 24 uur een toename is van 4% of meer nieuwe ziektegevallen, dient de dierenarts een verklaring af te geven dat er sprake is van een progressief ziekteverloop met een toename van 4% of meer zieke kalveren in de laatste 24 uur. In de bepaling van de toename van het ziekteverloop dienen de kalveren die gedurende deze periode zijn uitgevallen te worden meegenomen. IKB Vleeskalveren 2008.
Bedrijven die meerdere leeftijdsgroepen kalveren houden, dienen binnen 3 maanden na de datum genoemd in de berichtgeving dat het bedrijf in de categorie 'Structureel Veelgebruik, fase 2' valt, nader onderzoek te laten verrichten betreffende (recidiverende) longproblemen. Dit kan door middel van: – een (gepaard) bloedonderzoek van 5 representatieve dieren per leeftijdsgroep, of; – het nemen van neusswabs van 5 representatieve dieren, of; – het laten uitvoeren van sectie bij de Gezondheidsdienst voor Dieren. Onafhankelijk van stal of compartiment. Indien binnen drie maanden geen ziekteverschijnselen worden vertoond, is een verklaring dierenarts over gezondheid koppel verplicht om onderzoek te mogen verschuiven naar eerst volgend moment dat ziekteverschijnselen worden geconstateerd. IKB Vleeskalveren 2008.
Kalverhouder dient binnen 3 maanden na de datum genoemd in de berichtgeving dat het bedrijf in de categorie 'Structureel Veelgebruik, fase 2' valt, een bedrijfsanalyse op te stellen aan de hand van de 'Uitgebreide checklist' en deze op te sturen naar de CI. Deze checklist is te downloaden via www.kalversector.nl. IKB Vleeskalveren 2008.
Transport
Alle aangevoerde in NL geboren nuka's, die niet rechtstreeks van een rundveebedrijf van geboorte zijn aangevoerd, dienen te zijn verzameld op een deelnemend, erkend verzamelcentrum. Alle nuka’s moeten rechtstreeks afkomstig zijn van een Nederlands rundveebedrijf of van een deelnemend, erkend verzamelcentrum. Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s
Ieder kalf dient vanaf het moment van opzet tot 3 weken na de opzetdatum gehuisvest te worden in een ruimte met een temperatuur van minimaal 15 °C. De temperatuur in de huisvesting van kalveren tot 3 weken na opzet moet > 15°C is. Indien de buitentemperatuur -5°C of minder bedraagt, dient de temperatuur > 10°C te zijn. Per 200 gehuisveste kalveren moet 1 meting in het midden van een babybox, op hoogte van 25 cm boven een staand kalf verricht worden. Bovenwettelijke invulling van het Besluit houders van dieren.
Alle (deel)koppels met gewicht onder 42 kg dienen tot 2 weken na aanvoer van het kalf 3 maal daags te worden gevoerd (verspreid over een periode van 12 uur of meer). Bovenwettelijke invulling van het Besluit houders van dieren.
Alle personen die bedrijfsmatig op het schone (bedrijfs-) gedeelte en in de stallen – waarin dieren zijn gehuisvest – komen, moeten gebruik maken van de hygiënesluis en schone bedrijfskleding en – schoeisel aantrekken, voordat het schone (bedrijfs-) gedeelte en de stallen betreden worden. Alleen personen behorende bij het transportmiddel, die niet in de stal komen, mogen over het bedrijfsgedeelte van het erf rijden zonder gebruik te maken van de hygiënesluis. Een persoon die bedrijfsmatig het bedrijfsgedeelte betreedt is een ieder die per week meerdere veehouderijbedrijven bezoekt en hierbij ook in de stallen – waarin dieren zijn gehuisvest – komt. Hieronder vallen ook personen die op andere bedrijven in stallen komen (bv. buurman melkveehouder). Bedrijfsgedeelte (zie B007): het gedeelte van het perceel waar zich de kalverhouderij bevindt aangevuld met het gedeelte van het perceel waar verkeer van personen en/of transport van kalveren, voer en materialen tussen stallen / afdelingen plaatsvindt. Dit voorschrift is niet van toepassing voor transporteurs van kalveren. IKB Vleeskalveren 2008.
De hygiënesluis is voorzien van een handenwasgelegenheid met warm en koud-, stromend water, zeep / desinfectans, papieren handdoeken en schoon schoeisel en schone bedrijfseigen kleding. De handenwasgelegenheid bevindt zich bij voorkeur in het schone gedeelte van de hygiënesluis en zo dicht mogelijk bij de fysieke barrière. Bedrijfseigen kleding en – schoeisel zijn bijvoorbeeld overalls, laarzen of klompen. IKB Vleeskalveren 2008.
De kalverhouder reinigt minimaal 1x per 4 weken de melkleiding. Controleer via de registratie van de kalverhouder of de melkleidingen minimaal 1x per 4 weken zijn gereinigd met een reinigingsmiddel. In het geval van rosé start / afmest waarbij het melkleidingsysteem niet gebruikt wordt, hoeft het melkleidingsysteem niet gereinigd te worden. Onder melkleiding wordt verstaan elk systeem waarmee melk aan de kalveren wordt gevoerd, zoals melkleidingsystemen, rijdende mengers, voerslangen en drinkautomaten. Bovenwettelijke invulling van Verordening (EG) nr. 852/2004.
De kalverhouder houdt een register bij van de reinigingsbeurten. In het register staan ten minste de datum en het gebruikte reinigingsmiddel vermeld. Gecontroleerd moet worden of in het register ten minste de datum en het gebruikte reinigingsmiddel genoteerd staan. Bovenwettelijke invulling van Verordening (EG) nr. 852/2004.
Als een kalverhouder kalveren opzet, die al op een ander bedrijf zijn gestart, worden deze kalveren aangevoerd van maximaal 4 verschillende UBN’s. Indien niet aan dit voorschrift kan worden voldaan dient aan het hierop volgend voorschrift te worden voldaan. IKB Vleeskalveren 2008.
Als een kalverhouder kalveren opzet, die al op een ander bedrijf zijn gestart, wordt in 1 compartiment eerder gestarte kalveren van maximaal 2 verschillende UBN's gehuisvest. Een compartiment is een ruimte die door vloer, plafond en wanden / muren van vloer tot plafond gescheiden is van andere ruimtes. Het is toegestaan dat in de wand / muur een deur is aangebracht. Deze deur mag slechts geopend zijn tijdens doorgang, zodat de luchtcirculatie van 1 compartiment niet direct verbonden is met een ander compartiment / ruimte waarin kalveren zijn gehuisvest. Indien niet aan dit voorschrift kan worden voldaan dient aan het vorige voorschrift te worden voldaan. IKB Vleeskalveren 2008.

Bijlage 3. behorende bij artikel 4.3.1. van de Regeling Europese EZ-subsidies

Een welzijnsvriendelijke stalvloer bestaat uit een roostervloer met een indrukbare toplaag die meer ligcomfort biedt dan de gangbare vloeren voor vleeskalveren.

Hierbij bedekt de indrukbare toplaag de (harde) roosterbalken volledig. Voor de stevigheid wordt de toplaag fabrieksmatig verankerd aan de ondervloer of, via knelling of anderszins doelmatig gefixeerd aan de ondervloer, zodanig dat deze niet kan verschuiven of bij gebruik door de kalveren van de ondervloer los kan raken. Bij gebruik van harde bevestigings- materialen zijn deze ten minste 5 mm onder het loopoppervlak verzonken zodat de dieren zich hier niet aan kunnen verwonden. Voor een goede reiniging zijn de mest- en urine afvoerende spleten van de steunvloer en indrukbare toplaag volledig op elkaar afgestemd.

De fabrikant geeft op deze vloer ten minste 5 jaar garantie op slijtage, productiefouten en beschadiging bij normaal gebruik.

• beschadigingen: 0, + of ++
• slijtvastheid: + of ++
• vervormbaarheid: ++
Balkbreedte (inclusief toplaag) mm Effectieve spleetbreedte (inclusief toplaag) mm
Blank vlees & opfok rosé kalf (bij opzet jonger dan 10 weken) 80 – 130 27 – 30
Afmest rosé kalf (bij opzet ouder dan 10 weken) 80 – 140 30 – 35

Bijlage 4. behorende bij de artikelen 4.5.2, derde lid, onderdeel c, en 4.5.4

1 2 3 4
Product/activiteit Omschrijving resultaat Tarief/berekeningsmethode Mogelijke additionele kosten
1. Projectvoorbereiding 1. Projectvoorbereiding 1. Projectvoorbereiding 1. Projectvoorbereiding
a. projectplan Document met een beschrijving van het uit te voeren project, conform format bij het aanvraagformulier. Vast bedrag: € 7.840 Gebiedsbijeenkomsten ten behoeve van het opstellen van het projectplan, als beschreven in producten 4b en 4c
2. Planvorming 2. Planvorming 2. Planvorming 2. Planvorming
a. plan op het niveau van een gebied of sector Document met een inhoudelijke beschrijving van de uit te voeren activiteiten in een gebied en/of sector, overeenkomstig artikel 4.5.9, eerste lid € 19.040 per plan; minimaal 1 per aanvraag; max. 1 per deelnemend agrarisch collectief of per thema Gebiedsbijeenkomsten (product 4b en 4c) ten behoeve van het opstellen van het plan. Kosten voor onderzoek, analyse en advies ten behoeve van productontwikkeling als beschreven in product 9a
b. deelplan op het niveau van een deelgebied of subsector Document met nadere inhoudelijke uitwerking van het plan voor een afgebakend deel van het projectgebied of van een thema. Het document bevat dezelfde onderdelen als het gebiedsplan, maar dan verder uitgewerkt en gedetailleerd. € 3.360 per deelplan; max. 1 per afgebakend deel van het projectgebied of thema Gebiedsbijeenkomsten (product 4b en 4c) ten behoeve van het opstellen van het plan. Kosten voor onderzoek, analyse en advies ten behoeve van productontwikkeling als beschreven in product 9a
c. deelplan op het niveau van een deelnemend agrarisch bedrijf Document met een beschrijving van de maatregelen of andere inspanningen op een deelnemend bedrijf en de bijdrage die hiermee aan gebiedsplan geleverd wordt. - onderbouwing keuze voor te ontwikkelen doelen en uit te voeren maatregelen - relaties met andere deelnemende bedrijven of partners - indien van toepassing, begroting van de kosten van beheeractiviteiten op basis van de tabel in onderdeel B van deze bijlage - een kaart waar welke beheeractiviteiten mogelijk worden uitgevoerd € 780 per deelplan; 1 per deelnemend agrarisch bedrijf Geen
3. Proefprojecten 3. Proefprojecten 3. Proefprojecten 3. Proefprojecten
a. werven deelnemers Voeren van individuele gesprekken met potentiele deelnemers om te komen tot afspraken over deelname aan het project cq. het opstellen van een bedrijfsplan. Begunstigde maakt lijst met potentiële deelnemers aan de hand van potentiële bijdrage (blijkt uit (deel)gebiedsplan) en getoonde belangstelling (blijkt bij bijeenkomsten of uit het netwerk). Aantonen aan de hand van gespreksverslagen. € 560 per potentiële deelnemer Geen
b. begeleiden deelnemers Begeleiding van deelnemers vanuit de begunstigde bij de uitvoering van het bedrijfsplan. Bepalen aan de hand van uitgevoerde bedrijfsplannen. € 1.120 per deelnemer Geen
c. uitvoeren proefprojecten Vergoedingen voor de activiteiten, bedoeld in kolom 1 van de tabel in onderdeel B van deze bijlage. Berekeningsmethode, bedoeld in kolom 2 van de tabel in onderdeel B van deze bijlage Geen
d. investeringen Indien aantoonbaar noodzakelijk voor het uitvoeren van proefprojecten kunnen investeringen (zoals bouw- of aanlegkosten, inrichtingskosten of machines en apparatuur) nodig zijn. Die investeringen mogen geen aanmerkelijke stijging van de waarde of rentabiliteit van de onderneming tot gevolg hebben. Begunstigde moet in het projectplan onderbouwen dat de investering (kosten derden) noodzakelijk is om aan de innovatie-eis te voldoen. Aantonen aan de hand van offerteverzoek, offerte, opdracht, factuur betaalbewijs Werkelijke kosten op basis van factuur en betaalbewijs Geen
4. Communicatie 4. Communicatie 4. Communicatie 4. Communicatie
a. communicatieplan Document met overkoepelend communicatieplan voor het project – producten – doelgroepen – begroting op basis van de productenlijst – fasering In het plan wordt expliciet aandacht besteed aan nieuwe vormen van samenwerking en de bijdrage die het project levert aan de doelstelling van het project. Vast bedrag: € 4.480 Geen
b. kleine bijeenkomst Bijeenkomst van maximaal 15 personen; voorbereiding, facilitaire zaken en verslaglegging. Aantonen aan de hand van verslag en presentielijst aanwezigen. € 1.220 per bijeenkomst Inhuur externe expertise als beschreven in product 9b Vacatievergoeding voor bijdragen van deelnemers (product 9c)
c. grote bijeenkomst Bijeenkomst van meer dan 15 personen; voorbereiding, facilitaire zaken en verslaglegging Aantonen aan de hand van verslag en bewijsstukken voor presentie van aanwezigen. € 2.440 per bijeenkomst Inhuur externe expertise als beschreven in product 9b Vacatievergoeding voor bijdragen van deelnemers (product 9c)
d. veldbezoek/excursie Bijeenkomst om de uitvoering cq resultaten van het project in het veld te bekijken en bespreken; voorbereiding, facilitaire zaken en verslaglegging. Aantonen aan de hand van verslag en presentielijst deelnemers. € 1.880 per veldbezoek of excursie Inhuur externe expertise als beschreven in product 9b Vacatievergoeding voor gastheer/vrouw van de excursie (= deelnemer project) (product 9c)
e. voorbereiden/produceren professionele folder/video Het voorbereiden/produceren van een folder of video € 2.240 per folder of video Inhuur externe expertise als beschreven in product 9b
f. website Ontwerp en beheer van website of pagina op website van agrarisch collectief (minimaal de website van de penvoerder) met minimaal de volgende informatie over het project: – doel – korte beschrijving – betrokken collectieven en andere partijen – contactgegevens Vast bedrag: € 3.360 Geen
g. artikel/persbericht Artikel of persbericht in vakblad of nieuwsblad; minimaal 500 woorden. Aantonen aan de hand van een print of kopie van de publicatie. € 1.680 per artikel of persbericht Geen
h. Lezing/presentatie Verzorgen van een lezing of presentatie door de begunstigde bij derde partijen (niet direct bij pilot betrokken), over het project en de (voorlopige) resultaten daarvan. Aantonen aan de hand van presentatie en/of berichtgeving (bv. verslag of bericht op website) over de bijeenkomst en de presentatie. € 1.170 per lezing of presentatie Geen
5. Monitoring 5. Monitoring 5. Monitoring 5. Monitoring
a. dataset met gegevens over resultaten project Dataset in format dat is afgestemd met de andere projecten en dat rapportage op het niveau van het project en de regeling mogelijk maakt. Data kunnen kwantitatieve, kwalitatieve, ruimtelijke en niet-ruimtelijke aspecten omvatten. Maximaal 1 per soortgroep, per jaar, per gebied. Data kunnen ook betrekking hebben op sociale, organisatorische en financiële aspecten € 2.800 per dataset; minimaal 1 per aanvraag Inhuur externe expertise als beschreven in product 9b Vrijwilligersvergoeding voor veldwerk tbv inventarisatie van gegevens door inzet vrijwilligers (product 9d)
6. Rapportage 6. Rapportage 6. Rapportage 6. Rapportage
a. tussenrapportage Document met inhoudelijke beschrijving van de voortgang van het project, evaluatie, leerpunten, evt. aanpassingen in het project. € 4.480 per tussenrapportage; minimaal 1 per aanvraag max. 1 per afgebakend deel van het projectgebied of thema Geen
b. eindrapportage Document met inhoudelijke beschrijving van de resultaten van het project, evaluatie en leerpunten. Vast bedrag: € 19.000 Geen
7. Landelijke coördinatie en afstemming 7. Landelijke coördinatie en afstemming 7. Landelijke coördinatie en afstemming 7. Landelijke coördinatie en afstemming
a. landelijk ontwikkelwerk Landelijke coördinatie en het organiseren en bijwonen van landelijke bijeenkomsten ten behoeve van de landelijke afstemming van de projecten (bv. bij aanvang van de uitvoering en na het indienen van de tussenrapportages), het ontwikkelen van methoden en van formats voor datasets en rapportages en de presentatie van (deel)producten Vast bedrag: € 26.900 Geen
b. landelijke tussenrapportage Document met inhoudelijke beschrijving van de voortgang van de projecten, evaluatie, leerpunten en aanbevelingen voor het ontwikkelen van een toekomstig Gemeenschappelijk landbouwbeleid. De tussenrapportage wordt uiterlijk op 31 december 2022 ingediend. Vast bedrag: € 1.680; één per project Geen
c. landelijke eindrapportage Document met inhoudelijke beschrijving van de resultaten van het projecten, evaluatie en leerpunten. Vast bedrag: € 4.920 Geen
8. Projectmanagement 8. Projectmanagement 8. Projectmanagement 8. Projectmanagement
a. projectmanagement Betreft het management en de coördinatie van het project. De werkzaamheden van de begunstigde die wel noodzakelijk zijn om het project goed uit te voeren, maar geen onderdeel zijn van de producten. Wordt berekend over de producten, bedoeld in de onderdelen 1 tot en met 7 en 9a en 9b, van deze tabel. 15% van de vergoeding voor de geleverde producten Geen
9. Kosten derden 9. Kosten derden 9. Kosten derden 9. Kosten derden
a. Productontwikkeling voor innovatieve beleidstoepassingen Voor het opstellen van gebiedsplan of sectorplan kan advies worden ingewonnen ten behoeve van de uitvoerbare beleidstoepassingen die innovatief zijn in Nederland. Begunstigde moet in het projectplan onderbouwen dat het onderwerp waarop het advies betrekking heeft aan de innovatie-eis voldoet. Aantonen aan de hand van offerteverzoek, offerte, opdracht, factuur betaalbewijs Werkelijke kosten op basis van factuur en betaalbewijs Geen
b. Inhuur externe expertise Indien aantoonbaar noodzakelijk kan voor specifieke producten externe expertise ingehuurd worden. Dit kan specialistische of wetenschappelijke kennis zijn ten behoeve van monitoring van effecten/prestaties, kennisdeling of inventarisaties, en kan ook zaken als bemonstering of laboratoriumonderzoek betreffen. Aantonen aan de hand van offerteverzoek, offerte, opdracht, factuur betaalbewijs. Werkelijke kosten op basis van factuur en betaalbewijs Geen
c. vacatievergoedingen Vergoeding voor (vertegenwoordigers van) deelnemende agrarische bedrijven waarvoor een bedrijfsplan is opgesteld, indien het zaken betreft die voortkomen uit het project, maar niet direct met de bedrijfsvoering te maken hebben; met name het uitdragen van opgedane kennis en ervaring aan belangstellenden binnen en buiten het projectgebied. Aantonen aan de hand van declaratie en betaalbewijs. € 105 per dagdeel Geen
d. vrijwilligersvergoeding Betreft de inzet van vrijwilligers voor inventarisaties. Aantonen aan de hand van urenverantwoording en betaalbewijs. € 4,50 per uur Geen
1 2
--- ---
Activiteit Berekeningsmethode
1. Er wordt een rustperiode in acht genomen van datum x tot datum y. Grasland € 2.403,37 per ha
3. Het grasland wordt vanaf 1 maart en vóór de rustperiode niet gemaaid. € 2.027,47 per ha
4. Het grasland is geïnundeerd (volledig drassig). De inundatieperiode loopt van datum x tot datum y. € 2.403,37 per ha
5. Er wordt aantoonbaar gezocht naar nesten. Gevonden nesten en/of kuikens worden beschermd en gevrijwaard van alle landbouwkundige bewerkingen, tenminste via enclaves van minimaal a m2 (alleen op grasland) danwel via een rustperiode van datum x tot datum y, waarbij de vrijwaring tenminste 14 kalenderdagen duurt, of via het plaatsen van nestbeschermers. Gevonden nesten zijn geregistreerd (bijv. op stalkaart of via geo informatie). Voor specifieke soorten kan nestgelegenheid worden geplaatst. € 126,67 per nest plus € 2.426,41 per ha op grasland. Op bouwland € 351,65 per ha
6. Bemesting met ruige stalmest is verplicht € 208,04 per ha
7. Uitsluitend gebruik van chemische onkruidbestrijding op max 10% van de oppervlakte. € 135,83 per ha
8. Beweiding is verplicht vanaf datum x tot datum y met minimale a en maximale veebezetting b (GVE/ha) € 1.947,6 per ha
9. Minimaal f% van de oppervlakte bestaat van datum x tot datum y uit gewas a of meerdere gewassen b of gewasresten c. € 2.796,78 per ha
11. Er wordt gevrijwaard voor beschadiging door vee van datum x tot datum y € 152,25 per ha
16. Watergang heeft (via natuurlijke of kunstmatige voorziening) vrij toegang, na onderlopen wordt er schoongemaakt € 93,16
17. Het gewas wordt jaarlijks minimaal 1 keer gemaaid en afgevoerd. Grasland € 2.403,37 per ha; Bouwland € 2.796,78 per ha
18. Door een tijdelijke, plaatselijke voorziening is het oppervlaktewaterpeil van datum x tot datum y minimaal a cm hoger dan eerste volgende watergang. € 210,10 per ha
19. Minimaal a verschillende indicatorsoorten uit lijst b zijn in transect aanwezig in de periode x tot y Grasland € 2.403,37 per ha; Bouwland € 2.796,78 per ha
20. Het grasland is na datum x tot datum y van het volgende kalenderjaar niet bewerkt € 136,66 per ha
21. Van datum x tot datum y is beweiding toegestaan met maximale veebezetting b (GVE/ha) € 1.947,6 per ha
22. Minimaal f% tot maximaal g% van het leefgebied onder beheer is jaarlijks gesnoeid. € 2.486,80 per ha
23. Minimaal f% tot maximaal g% van het leefgebied onder beheer is jaarlijks geschoond en/of gemaaid € 2.538,64 per ha
24. Snoeiafval is verwijderd of op rillen gelegd in het element en/of maaiafval is verwijderd € 2.692,36 per ha
26. Jaarlijks is op minimaal f% tot maximaal g% van het leefgebied onder beheer bagger vanuit een waterelement op aangrenzende landbouwgrond gespoten € 1.500 per ha
27. De peilscheiding is jaarlijks schoongemaakt en/of onderhouden € 2.026,50 per ha
29. In aangewezen gebieden zijn tussen de aardappelruggen minimaal k drempeltjes van minimaal l cm hoog per m m aanwezig met een minimale afstand van o m onderling € 300 per ha
30. Gewasresten (bijvoorbeeld maaisel, stro), al dan niet opgebracht, zijn ondergewerkt binnen a weken na aanbrengen € 379,80 per ha

Bijlage 5. behorende bij artikel 4.7.2 van de Regeling Europese EZK- en LNV-subsidies

Categorie A Precisielandbouw en Smart farming Investeringen in (datagedreven) plaats-, dier of plantspecifieke systemen voor monitoring, behandeling en/of toediening waarmee agrarische bedrijfsprocessen worden ondersteund. Categorie A Precisielandbouw en Smart farming Investeringen in (datagedreven) plaats-, dier of plantspecifieke systemen voor monitoring, behandeling en/of toediening waarmee agrarische bedrijfsprocessen worden ondersteund. Categorie A Precisielandbouw en Smart farming Investeringen in (datagedreven) plaats-, dier of plantspecifieke systemen voor monitoring, behandeling en/of toediening waarmee agrarische bedrijfsprocessen worden ondersteund. Categorie A Precisielandbouw en Smart farming Investeringen in (datagedreven) plaats-, dier of plantspecifieke systemen voor monitoring, behandeling en/of toediening waarmee agrarische bedrijfsprocessen worden ondersteund.
nr Soort investering Wel/niet subsidiabele kosten Punten
A1 Groei en Oogsten Subsidiabel • Systemen ten behoeve van inzicht in oogstvariabelen. Bij akkerbouw groeivariabelen. Bij veehouderij voor grasoogst. • Systemen voor plaatsspecifieke opbrengstmetingen • Systemen om de groei te monitoren, bijvoorbeeld door het gebruik van satelliet- of drones om data te verzamelen. 17
A2 Precisieberegening en -irrigatie Omschrijving Investeringen in gerichte (elektrische) beregeningsbevloeiingssystemen Subsidiabel • Software voor sensor-gestuurde irrigatie • Dripirrigatie/druppelslangen incl. besturing voor beregening/irrigatie • Aanschaf vlaksproeiers (alleen in combinatie met sproeibomen); • Aanschaf sproeibomen; • RWS (Root Watering System); • Laagvolume sproeier ten behoeve van nachtvorstbestrijding. • Elektrische aansturing van deze beregenings-bevloeiingsapparatuur Niet subsidiabel • Reguliere beregeningshaspels en slang • Beregeningsbomen 16
A3 Precisiebemesting Omschrijving • systemen voor het gericht emissiearm, in de juiste dosering, zonder overlapping (= aangestuurd door GPS) in de bodem toedienen van vloeibare stikstofhoudende kunstmeststoffen bij het planten, zaaien, aanaarden of het moment dat het gewas er aantoonbaar om vraagt. Het aantoonbaar erom vragen bestaat alleen voor N-bijbemesting van aardappelen een systeem gebaseerd op sensorwaarnemingen; • systemen om vloeibare meststoffen via druppelslangen in de juiste dosering en op het juiste moment toe te dienen aan het gewas (fertigatie). Systeem is gangbaar in glastuinbouw. In open teelten minder gangbaar; • systemen voor het meten van het stikstofgehalte van de toegediende mest met NIRS indien dit meteen wordt door vertaald in het doseren; • systemen voor rijenbemesting met dierlijke mest; • systemen voor het digitaal meten van opbrengsten voor opbrengstkaarten ten behoeve van plaats specifieke teeltoptimalisatie. Subsidiabel • Systemen die plaats specifiek gewasbemesting kunnen toepassen. • GPS/GIS apparatuur, inclusief bodemkaart voor bovenstaande systemen. De GPS/GIS apparatuur voor deze systemen is alleen subsidiabel in combinatie met aanschaf van bovenstaande systemen. • Bijbehorende installatiekosten. Niet subsidiabel • De tractor waaraan wordt gekoppeld. • Zodebemester • Abonnementen op software updates en servicecontracten. Behalve indien deze onlosmakelijk verbonden zijn aan de investering en het benodigde abonnement noodzakelijk is voor het correct functioneren van de investering. 16
A4 Precisiegewasbescherming Omschrijving • Spuitmachine bestemd voor het toedienen van gewasbeschermingsmiddelen of vloeibare meststoffen aan gewassen in de akkerbouw, bloembollen-, boom-, fruit- of vollegrondsteelt, of bedekte teelt waarbij het ontstaan van restvloeistof in de spuittank wordt voorkomen of met ten minste 50% gereduceerd. • Machine bestemd voor plaatsspecifieke bestrijding van ziekten, plagen of onkruiden in de akkerbouw, bloembollen-, boom-, fruit-, vollegrondsteelt of bedekte teelt zonder gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Of • Investeringen in een spuitmachine met driftreducerende technieken, zoals: driftarme doppen, elektrische kantdoppen, luchtondersteuning, luchtvloeistofmengsystemen sleepdoektechniek; • Investeringen in een spuitmachine met volumereducerende technieken. • Bijbehorende installatiekosten. Subsidiabel • Een spuitmachine met volledig gescheiden vloeistofsystemen voor schoon water en spuitvloeistof • Een spuitmachine waarbij de gewasbeschermingsmiddelen op het laatste moment voor het spuiten op het gewas in de spuitleiding vermengd worden door een selectieve doseringseenheid; • Een spuitmachine met een combinatie van doppen en driftreducerende technieken die zorgt voor een driftreductie van minimaal 90%. • aanleg en aanschaf vloeistofwerende vul- en wasplaats met opvang • Een machine, niet zijnde spuitmachine, waarmee ziekten, plagen of onkruiden mechanisch worden bestreden op basis van plaatsspecifieke waarneming van het doelorganisme of symptomen daarvan. • Autonome systemen of zelfrijders die bijdragen aan de het verminderen van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. • systemen die obv. een taakkaart kunnen spuiten toevoegen, evt. in combinatie met PWM doppen (pulse width modulation) stimuleren in de regeling (dosering is dan flexibel aanpasbaar). • spotspray toepassingen: herkenning van onkruid mbv. camera’s waarna alleen het onkruid bespoten wordt (sterke middelreductie) – deze systemen komen nu op de markt. Systemen zijn bijv. Weed-it, Garford, Ecorobotix • mechanische systemen als alternatief voor bespuitingen m.i. sterker stimuleren: denk aan camera gestuurde schoffelsystemen. • Systemen ter bestrijding van ridderzuring (combi met drone opnames of met camera op de spuitboom). • Systemen die obv. een taakkaart kunnen spuiten. Idem voor spotspraying. Let op: het percentage restvloeistofreductie of driftreductie moet worden vermeld in het projectplan en op de offerte bij het betaalverzoek. Niet subsidiabel • De tractor waaraan wordt gekoppeld • kosten voor gebruik van drift reducerende additieven 16
A5 Variabel zaaien en poten Subsidiabel • (Autonome) Machines voor het uitvoeren van een grondbewerking en dit combineren met variabel zaaien/poten/planten. • GPS/GIS apparatuur in combinatie met een investering in een machine voor spitten en zaaien/poten/planten tegelijk. • Bijbehorende installatiekosten. • Bijbehorende installaties die meststoffen en/of gewasbeschermingsmiddelen kunnen toedienen. 14
Categorie B Digitalisering ’Investeringen in datagedreven sensorsystemen, analysesystemen zoals beslissingsondersteunende modellen of AI, robotica en/of autonome mechanisatie waar agrarische (bedrijfs-)processen worden ondersteund.’ Categorie B Digitalisering ’Investeringen in datagedreven sensorsystemen, analysesystemen zoals beslissingsondersteunende modellen of AI, robotica en/of autonome mechanisatie waar agrarische (bedrijfs-)processen worden ondersteund.’ Categorie B Digitalisering ’Investeringen in datagedreven sensorsystemen, analysesystemen zoals beslissingsondersteunende modellen of AI, robotica en/of autonome mechanisatie waar agrarische (bedrijfs-)processen worden ondersteund.’ Categorie B Digitalisering ’Investeringen in datagedreven sensorsystemen, analysesystemen zoals beslissingsondersteunende modellen of AI, robotica en/of autonome mechanisatie waar agrarische (bedrijfs-)processen worden ondersteund.’
--- --- --- ---
nr Soort investering Wel/niet subsidiabele kosten Punten
B1 Digitale voorzieningen voor weidegang Subsidiabel • Systemen die (verschillende) diergerelateerde zaken kunnen registreren en monitoren, zoals locatie, vruchtbaarheid en gezondheid. • Automatische weide-selectiepoorten voor koeien voor toegang richting de weide • Aanschaf van software behorend bij een selectiepoort/GPS systeem voor koeien. • Bijbehorende installatiekosten. Niet subsidiabel • Hardware zoals laptops/ computers, tablets etc. voor het ontvangen/ invoeren/sturen van GPS gegevens. • Abonnementen op software updates en servicecontracten. Behalve indien deze onlosmakelijk verbonden zijn aan de investering en het benodigde abonnement noodzakelijk is voor het correct functioneren van de investering. 19
B2 Beslissingsondersteunende (software-)systemen voor de land- en tuinbouw Omschrijving Softwaresystemen voor beslissingsondersteuning en vergroting inzicht teelt en bedrijfsvoering zolang dit bijdraagt aan duurzaamheidsopdrachten. Subsidiabel • Beslissingsondersteunende modellen en/of systemen voor: – weersextremen; – gewasbescherming; – bemesting; – oogstraming; • emissiearm uitrijden van mest op basis van weersomstandigheden1 • Software voor het meest optimale technieken spuitmoment; • Planningssystemen voor teeltmaatregelen, zaaien/planten/poten en oogsten; • Bodem-, gewas-, watersensoren en -systemen, met name gericht op EC • Managementpakket voor de landbouw (o.a. Agromanager e.d.); Niet subsidiabel • Apparatuur benodigd voor het aflezen van de ICT en sensor techniek waaronder computers, laptops, tablets en smartphones. Abonnementen op software updates en servicecontracten. Behalve indien deze onlosmakelijk verbonden zijn aan de investering en het benodigde abonnement noodzakelijk is voor het correct functioneren van de investering. 19
B3 Robotisering -duurzame bestrijding Omschrijving Autonome systemen voor het herkennen en bestrijden van ziekten/plagen/onkruiden. Subsidiabel • Robots die ziekten/plagen/onkruiden herkennen en op duurzame wijze bestrijden • Drones ten behoeve van de duurzame bestrijding van schadelijke insecten 19
B4 Software ten behoeve van korte ketens Subsidiabel • Aanschaf software t.b.v ketentransparantie (RFID-tags op oogstkisten) • Digitaal communicatiemateriaal zoals websites Niet subsidiabel Abonnementen op software updates en servicecontracten. Behalve indien deze onlosmakelijk verbonden zijn aan de investering en het benodigde abonnement noodzakelijk is voor het correct functioneren van de investering. 18
B5 Robotisering – akker- en weidevogels Subsidiabel Drones ten behoeve van het geautomatiseerd ontwijken van nestlocaties akker- en weidevogels 14
B6 EC meters en monitoringssensoren Omschrijving Investeringen in meet- en monitoringsapparatuur voor het meten van onder andere de dikte en diepte van de waterlens en meten van bodemverdichting. Subsidiabel • EC meters en monitoringssystemen voor het bepalen van vocht-, zuur- en zoutgehalte • Beslissingsondersteuning op basis van sensordata en monitoring • Meet- en monitoringsapparatuur voor het meten van onder andere de dikte en diepte van de waterlens, meten van bodemverdichting, PH meters, continuemeters, penetrometers. Bij aanschaf kan ook de bijbehorende software ten behoeve van interpretatie worden gesubsidieerd. • Continuemeters • Grondwatermeters • Oppervlaktewatermeters bij beregening uit oppervlaktewaters. • Penetrometers • PH meters • Vochtsensoren • Fosfaat- en nitraatmeter Niet subsidiabel Abonnementen op software updates en servicecontracten. Behalve indien deze onlosmakelijk verbonden zijn aan de investering en het benodigde abonnement noodzakelijk is voor het correct functioneren van de investering. 10

1 https://www.dlvadvies.nl/innovaties/precisiebemesting?dossier_id=26

Categorie C Water, droogte, verzilting ‘Investeringen in een verbeterde omgang met grondwater, oppervlaktewatergebruik en met de waterhuishouding van het eigen bedrijf die bijdragen aan de verhoging van de waterkwaliteit, verbetering van de waterhuishouding, het tegengaan van verdroging en/of het tegengaan van verzilting van de bodem.’ Categorie C Water, droogte, verzilting ‘Investeringen in een verbeterde omgang met grondwater, oppervlaktewatergebruik en met de waterhuishouding van het eigen bedrijf die bijdragen aan de verhoging van de waterkwaliteit, verbetering van de waterhuishouding, het tegengaan van verdroging en/of het tegengaan van verzilting van de bodem.’ Categorie C Water, droogte, verzilting ‘Investeringen in een verbeterde omgang met grondwater, oppervlaktewatergebruik en met de waterhuishouding van het eigen bedrijf die bijdragen aan de verhoging van de waterkwaliteit, verbetering van de waterhuishouding, het tegengaan van verdroging en/of het tegengaan van verzilting van de bodem.’ Categorie C Water, droogte, verzilting ‘Investeringen in een verbeterde omgang met grondwater, oppervlaktewatergebruik en met de waterhuishouding van het eigen bedrijf die bijdragen aan de verhoging van de waterkwaliteit, verbetering van de waterhuishouding, het tegengaan van verdroging en/of het tegengaan van verzilting van de bodem.’
Soort investering Wel/niet subsidiabele kosten Punten
C1 Materieel voor bewerking van percelen om kans op perceelafspoeling te reduceren Omschrijving Gericht op vermindering perceelafspoeling. Subsidiabel • Drempelmachine voor ruggenteelten • Greppel/sleuvenfreesmachine 17
C2 Klimaat-adaptieve, peilgestuurde drainage Subsidiabel • Aanleg klimaat adaptieve, peilgestuurde, regelbare drainage • Aanpassing van bestaande peilgestuurde (regelbare) drainage met een extra ontluchtingsdrain Let op! • Om voor definitieve subsidievaststelling in aanmerking te komen is het mogelijk dat een vergunning via het Waterschap/beheerder toegekend moet zijn. • In geval u vergunningsplichtig bent, moet een bewijsstuk van de start van de vergunningsprocedure worden meegezonden met de subsidieaanvraag. • In geval u vergunningsplichtig bent, dan dient u voor vaststelling, de vergunningen via het Waterschap/beheerder toegekend te hebben gekregen. 16
C3 Waterbeheervoorzieningen ter verlaging van risico’s van verontreiniging door erfafspoeling bij een veehouderij of door afvalwater uit de veehouderij, akkerbouw, bloembollen-, boom-, fruit-, vollegronds- of bedekte teelt Subsidiabel • Aanleg van overdekte verharde, vloeistofdichte vul- en wasplaats voor spuitmachines, inclusief een voorziening voor opvang en opslag en zuivering of verdamping van waswater. • Biologisch of ander zuiveringssysteem voor was- en spoelwater van spuitmachines (dat wil zeggen de aanschaf en aanleg van een vloeistofdicht biologisch zuiveringssysteem of de aanschaf van zuiveringssystemen die werken op basis van onder andere ozon of UV). • Systemen voor de verdamping van was- en spoelwater van spuitmachines. • Aanleg en inrichting van een erf waarbij erfwater wordt opgevangen voor afvoer of verwerking middels zuiveren of verdampen (gesloten erf voor gewasbeschermingsmiddelen) • Kistenwasser inclusief opvang restwater voor afvoer of verwerking (zuiveren of verdampen) • Een waterdichte opvangput waarmee verontreinigd afvalwater van het bedrijf gescheiden blijft van regulier rioolsysteem. Inclusief de buizen, goten, richels voor afvoer; • Aanvullende erf-en zuiveringsvoorzieningen voor de bollenteelt met spoelwater. • Waterveegmachine met opvangbak erfafspoeling of bedrijfsafvalwater. • Veegmachine voor het schoonhouden van het erf ter voorkoming van erfafspoeling bij regen. • Opvang- en afvoersysteem van perssappen (onder sleufsilo’s). • Bijbehorende installatiekosten Niet subsidiabel • Systemen voor het lozen van drain- of afvalwater vanuit kassen. • Overkapping voor een voederopslag; • Overkapping voor een mestopslag; • Kosten voor herinrichting van het erf; • Erfverharding; • Hemelwatersysteem waaronder dakgoten, buizen voor afvoer en reguliere riolering; • Spoelplaats (voor materieel anders dan een spuitmachine e.d.) • Kuilplaten; • installaties of machines voor opvang van perssap of percolaat indien een overloopvoorziening is of wordt aangebracht naar het reguliere riool, de bodem of het oppervlaktewater; Waterzuiveringsinstallatie 15
C4 Ondergrondse waterberging en bovengrondse wateropvang (inclusief hemelwateropvang) Subsidiabel • Waterbassins ten behoeve van hemelwateropvang inclusief bijbehorende pijpleidingen, voorzieningen ten behoeve van de opvang van hemelwater van daken, bijbehorende installatiekosten, hekwerk, taludbescherming, graafwerk en de aanleg van een opvangput voor het verdund uitrijden van mest in het kader van stikstofemissiereductie en waterbesparing. • Voorzieningen voor ondergrondse wateropslag waaronder freshmaker, kreekrug-infilstratiesystemen en diepdraininfiltratie. Let op! Om voor definitieve subsidievaststelling in aanmerking te komen moeten de vergunningen via het Waterschap/beheerder toegekend zijn. Een bewijsstuk van de start van de vergunningsprocedure moet worden meegezonden met de subsidieaanvraag. 15
C5 Stuwen Subsidiabel • Aanschaf en aanleg van: – Waterconserveringsstuw; – Knijpstuw; – Zoete stuw; Let op! Om voor subsidie in aanmerking te komen is toestemming vanuit het waterschap/beheerder verplicht. Een bewijsstuk moet worden meegezonden met de aanvraag 14
C6 Omgekeerde osmose Omschrijving Het verminderen van het waterverbruik van biologische luchtwassers met ten minste 60%, door met omgekeerde osmose het spuiwater te zuiveren, waarna het gezuiverde spuiwater opnieuw wordt gebruikt in de biologische luchtwasser en het resterende concentraat nuttig wordt toegepast. Subsidiabel • Een omgekeerde osmose-eenheid. • Een opslagvoorziening voor het concentraat. • Een opslagvoorziening voor het te recirculeren waswater. • Voorzieningen om het behandelde spuiwater geschikt te maken voor hergebruik. Niet subsidiabel • Luchtwasser • Spuiwateropslag en waswateropslag 12
Categorie D Duurzame bedrijfsvoering ‘Investeringen in aanpassingen aan bedrijfsgebouwen, machines, installaties en apparatuur, die bijdragen aan klimaatmitigatie, klimaatadaptatie en het verbeteren van de biodiversiteit en bodemkwaliteit’ Categorie D Duurzame bedrijfsvoering ‘Investeringen in aanpassingen aan bedrijfsgebouwen, machines, installaties en apparatuur, die bijdragen aan klimaatmitigatie, klimaatadaptatie en het verbeteren van de biodiversiteit en bodemkwaliteit’ Categorie D Duurzame bedrijfsvoering ‘Investeringen in aanpassingen aan bedrijfsgebouwen, machines, installaties en apparatuur, die bijdragen aan klimaatmitigatie, klimaatadaptatie en het verbeteren van de biodiversiteit en bodemkwaliteit’ Categorie D Duurzame bedrijfsvoering ‘Investeringen in aanpassingen aan bedrijfsgebouwen, machines, installaties en apparatuur, die bijdragen aan klimaatmitigatie, klimaatadaptatie en het verbeteren van de biodiversiteit en bodemkwaliteit’
--- --- --- ---
Soort investering Wel/niet subsidiabele kosten Punten
D1 Elektrische voertuigen of met waterstof aangedreven, gericht op het uitoefenen van landbouwgerichte activiteiten Omschrijving Elektrische of hybride aangedreven mobiele machine bestemd voor het verrichten van werkzaamheden in de land- en tuinbouw, waarbij de aandrijving is voorzien van een elektromotor, waarbij voor de opslag van energie een of meerdere accu’s worden toegepast. Subsidiabel • Elektrische machines/werktuigen gericht op het uitoefenen van landbouwgerichte activiteiten. • Oplaadpunt voor elektrische of hybride aangedreven mobiele machines, bestemd voor het verrichten van werkzaamheden op het bedrijf, voor het elektrisch laden van accu’s van eigen elektrische of hybride aangedreven mobiele machines, die zijn voorzien van een geheel of gedeeltelijke elektrische hoofdaandrijving, waarbij het oplaadpunt is opgesteld op het eigen bedrijfsterrein. • Een oplaadsysteem en al dan niet de volgende onderdelen: een ontlaadsysteem, een meet- en regelsysteem, een lockerkast met een stroomafnamepunt per locker en een stekkerherkenningssysteem. • Bijbehorende aanleg en installatiekosten. Niet subsidiabel • Elektrische auto’s, fietsen of andere vervoersmiddelen voor personen • Mestschuiven 19
D2 Klimaatbestendige fruitteelt Omschrijving Investeringen voor klimaatbestendig telen Subsidiabel • Hagelnetten boven fruit • Regenkappen kersen en bessen Let op!bovenstaande maatregelingen zijn alleen subsidiabel indien de eventueel benodigde vergunningen aanwezig zijn voor indiening van het project. Bij de aanschaf van anti hagelsystemen moet worden voldaan aan de wettelijke eisen die worden gesteld vanuit de gemeente. 16
D3 Aanpassing klimaatverandering Subsidiabel • aanschaf en installatie nachtvorst propeller • constructie en aanschaf hagelnetten; • constructie en aanschaf regenkappen; • meerkosten van aanschaf van gehard glas voor gebruik in bestaande of nieuwe kassen; Niet subsidiabel • (nieuw)bouw van een kas. Let op! bovenstaande maatregelingen zijn alleen subsidiabel indien de eventueel benodigde vergunningen aanwezig zijn voor indiening van het project. Bij de aanschaf van anti hagelsystemen moet worden voldaan aan de wettelijke eisen die worden gesteld vanuit de gemeente. 16
D4 Mestvergistingsinstallaties Omschrijving Het gaat hierbij om kleinschalige bedrijfsvergisters, die passen in het terugbrengen van de emissies van methaan en ammoniak op veehouderijbedrijven, doordat emissies niet ontstaan, worden afgevangen en verwaard en weer teruggebracht worden in de kringloop. Subsidiabel • Maximale omvang vergisters is 25.000 ton mest • Voor Stikstof: Mono/Mestvergister per se met stikstofstripper; • Alle mestverwerkingsinstallaties voor de verdere verwerking van de vergiste mest waaronder stikstofstrippers tot een kunstmestvervanger en/of hoogwaardige meststoffen zoals compost, korrels, vloeibare stikstofhoudende kunstmeststoffen, etc. zodat de afzetmogelijkheden van het eindproduct worden vergroot. Deze kosten van de mestverwerkingsinstallatie zijn niet subsidiabel zonder daadwerkelijke aanschaf van een mestvergisting-installatie; • Bijbehorende installatiekosten. Niet subsidiabel Een mogelijk ook aan te sluiten mestscheidingsinstallatie hoort hier niet bij, dat is een aparte investering. Let op!De opgewekte energie moet gebruikt worden door de eigen landbouwonderneming. Het worden van (netto) energieleverancier door deze investering is niet subsidiabel. 16
D5 Mestopslag en mestaanwending Omschrijving Investeringen voor bovenwettelijke mestopslag (>7 maanden < 10 maanden) en mestaanwending die emissiereductie voor methaan en ammoniak realiseren. 15
D6 Aanpassen huisvesting en bedrijfsvoering Omschrijving Invulling conform goedgekeurde technieken, zoals vermeld op de meeste recente milieulijst of de milieulijst van 2021(MIA Vamil). Potstallen zijn subsidiabel vanwege de toepassing van de mest als bodemverbeteraar. Subsidiabel • Potstallen, bijvoorbeeld de gehele potstal, of een overdekte opslag en/of een beluchting/sproei-installatie voor de bodembedekker • Bijbehorende aanleg- en installatiekosten. Niet subsidiabel • Fundering waarop vloer ligt • Mestkelder • Muren en dak stal • Mestkanaal • Sloopkosten oude vloer • Let op: maximum opslagcapaciteit bij bv. Potstal is 600m3. 15
D7 Potafdekinstallatie boom-, vaste planten- of sierteelt Omschrijving Bestemd voor het in de boom-, vaste planten- of sierteelt tegengaan van de groei van onkruid in de potten, door het machinaal strooien van een afdeklaag bestaande uit los organisch materiaal op de bovenzijde van het substraat. Subsidiabel • Een elevator • Doseersysteem • Transportbanden en een trilsysteem. 12
D8 Mechanische mestscheidingsinstallatie Omschrijving Het eindproduct zorgt voor toegenomen bruikbaarheid van de stromen in bijv. de akkerbouw. Subsidiabel • Mechanische mestscheidingsapparatuur zodat de ruwe mest door de mechanische bewerking wordt gescheiden in een dikke fractie en een dunne fractie. • Bijbehorende installatiekosten. 10
D9 Machines die dunne fractie van digestaat tot 70% kunnen verdampen Omschrijving Voor biogasinstallaties ontstaan er problemen met de afzet van digestaat, terwijl de verduurzaming van stroom en gas wel door moeten gaan. Er zijn machines op de markt welke de dunne fractie van digestaat tot 70% van het totaal kunnen verdampen. De investering moet gepaard gaan met afzuiging en reiniging van de lucht 6
Categorie E Natuurinclusieve landbouw en Kringlooplandbouw ‘Investeringen in machines, installaties voor opslag en verwerking en opslag- en verwerkingsplaatsen waardoor optimaal gebruik kan worden gemaakt van de natuurlijke omgeving (‘natuurlijk kapitaal’) die worden geïntegreerd in de bedrijfsvoering en daarmee bijdraagt aan de kwaliteit van diezelfde natuurlijke omgeving en waardoor negatieve effecten op water, bodem en lucht kan worden verkleind’ Categorie E Natuurinclusieve landbouw en Kringlooplandbouw ‘Investeringen in machines, installaties voor opslag en verwerking en opslag- en verwerkingsplaatsen waardoor optimaal gebruik kan worden gemaakt van de natuurlijke omgeving (‘natuurlijk kapitaal’) die worden geïntegreerd in de bedrijfsvoering en daarmee bijdraagt aan de kwaliteit van diezelfde natuurlijke omgeving en waardoor negatieve effecten op water, bodem en lucht kan worden verkleind’ Categorie E Natuurinclusieve landbouw en Kringlooplandbouw ‘Investeringen in machines, installaties voor opslag en verwerking en opslag- en verwerkingsplaatsen waardoor optimaal gebruik kan worden gemaakt van de natuurlijke omgeving (‘natuurlijk kapitaal’) die worden geïntegreerd in de bedrijfsvoering en daarmee bijdraagt aan de kwaliteit van diezelfde natuurlijke omgeving en waardoor negatieve effecten op water, bodem en lucht kan worden verkleind’ Categorie E Natuurinclusieve landbouw en Kringlooplandbouw ‘Investeringen in machines, installaties voor opslag en verwerking en opslag- en verwerkingsplaatsen waardoor optimaal gebruik kan worden gemaakt van de natuurlijke omgeving (‘natuurlijk kapitaal’) die worden geïntegreerd in de bedrijfsvoering en daarmee bijdraagt aan de kwaliteit van diezelfde natuurlijke omgeving en waardoor negatieve effecten op water, bodem en lucht kan worden verkleind’
--- --- --- ---
Soort investering Wel/niet subsidiabele kosten Punten
E1 Vergistingsinstallaties Subsidiabel • Plantaardige vergister; • Bijbehorende verwerkingsinstallaties voor de verdere verwerking van zodat de afzetmogelijkheden van het eindproduct worden vergroot. Deze kosten van de verwerkingsinstallatie zijn niet subsidiabel zonder daadwerkelijke aanschaf van een vergistingsinstallatie; • Bijbehorende installatiekosten; Niet subsidiabel In deze categorie zijn mestvergistingsinstallaties niet subsidiabel. Let op!De opgewekte energie moet gebruikt worden door de eigen landbouwonderneming. Het worden van (netto) energieleverancier door deze investering is niet subsidiabel. 17
E2 Mengteelten zoals strokenteelt/pixelteelt/ agroforestry en nieuwe teelten zoals eiwitten Omschrijving (Aangepaste) machines voor strokenteelt/pixelteelt en agroforestry en nieuwe teelten zoals eiwitten Subsidiabel • Aangepaste zaaimachines t.b.v. genoemde mengteelten • strokenfrees of strokenploeg • Oogstmachines of andere aangepaste machines voor gewasmanagement voor mengteelten en/of eiwitgewassen • Zelfrijdende machines voor strokenteelt Niet subsidiabel: Trekkers 17
E3 Vermindering bodemverdichting door ondiepe, niet kerende grondbewerking, vaste rijpaden en mechanische onkruidbestrijding Omschrijving Systemen, machines, werktuigen die gericht zijn op niet kerende, ondiepe bodembewerking en het oppervlakkig vermengen van gewasresten (eventueel in combinatie met direct zaaien, poten of planten) Subsidiabel • Spit-zaai, grondfrees-zaai; rotoreg-zaai, schoffel-zaai combinaties; • Grondwoelers • Schijveneggen; • Cultivatoren; • Schoffels; • Wiedrobots; • Schoffeltuig eventueel met camera besturing en of vingerwieders of torsiwieders. • Rijenfrees voor onkruidbestrijding in het gewas, wiedeg, wiedbed, onkruidbrander, onkruidsnijder. • mechanische loofsnijder of mechnische wortelsnijder of looftrekker • Ecoploeg of andersoortige ondiepe bewerkingen (maximale diepte van 18 cm). • Machines voor inwerken groenbemesters, ruige mest en gewasresten (schijveneg) • Machines, hulpmiddelen of aanpassingskosten voor het overschakelen op een teeltsysteem met vaste rijpaden, waarbij onbereden bedden ontstaan met een breedte van tenminste 280 cm. • Rupsbanden voor onder tractor of (zelfrijdende) oogstmachine. • Luchtdrukwisselsystemen met een zodanige capaciteit dat de banden binnen 5 minuten op 2 bar kunnen worden gebracht. inclusief installatie kosten. Subsidiabel zijn maximaal vier banden (die zeer geschikt zijn voor zeer lage druk) per aangeschaft systeem. Door aanpassing van bandendruk aan omstandigheden kan structuurschade worden verminderd. • GPS/GIS of aanpassingen aan de apparatuur i.c.m. bovenstaande investeringen • bij de aanschaf van een van de bovenstaande systemen/werktuigen kan ook een wildredder gesubsidieerd worden. Niet subsidiabel • Grotere zwaardere machines die bodemverdichting verergeren en daarmee achteruitgang van bodembiologie en dus organisch stofverlies. • Trekkers • banden en wielen • Abonnementen • ploegen en spitmachines (krukas en roterend) • Afleverkosten 16
E4 Zaaimachines of zaaimachine-aanpassingen voor vanggewassen en groenbemesters Omschrijving Zaaiapparatuur die gewas rechtstreeks in de groenbemester of gras kan zaaien, ter voorkoming van een extra werkgang of doodspuiten. Subsidiabel • Zaaimachines voor inzaaien voor ‘onder gewassen’ zoals gras bij mais • machines voor onderzaai in mais 15
E5 Verwerken enkelvoudig (gerst, tarwe, mineralenmengels) krachtvoer Subsidiabel • machines of installaties om producten mee te bewerken zoals malen, pletten en snijden. Niet subsidiabel • voermengwagen of machines voor het uitkuilen of verwerken van ruwvoer. • opslag zoals sleufsilos en kuilplaten en silosmachines of systemen om krachtvoer te verstrekken. 15
E6 Machine voor het combineren van grondbewerking, spitten en/of zaaien en poten/planten Omschrijving Deze investering draagt bij aan een betere basis voor bodemleven – biodiversiteit, en draagt bij aan het voorkomen van uitspoelen door het voorkomen van bodemverdichting. Let op! Maximale gewicht, banden, asdruk, breedte Subsidiabel • Machines die werkgangen combineren door tegelijk te spitten én te zaaien/poten/planten; • Machines voor het uitvoeren van een grondbewerking en dit combineren met zaaien/poten/planten. • GPS/GIS apparatuur in combinatie met een investering in een machine voor spitten en zaaien/poten/planten tegelijk. • Bijbehorende installatiekosten. • Bijbehorende installaties die meststoffen en/of gewasbeschermingsmiddelen kunnen toedienen. Let op! bij aanschaf van een van de bovenstaande machines kan een wildredder mee worden gesubsidieerd. 15
E7 Hooidrooginstallatie Omschrijving Installatie voor het drogen en gecontroleerd bewaren van hooi. Subsidiabel • Droogvlakken • Droger • Verdelgrijper 14
E8 Verwerken en toepassen van organisch restmateriaal Omschrijving Investeringen die specifiek bedoeld zijn voor de verwerking van organisch restmateriaal (niet zijnde mest op bedrijfsniveau) met als doel het verhogen van bodemkwaliteit. Zoals: materieel voor het maaien en ophalen van slootkanten, het verwerken en toepassen van gewasresten, maaisel van slootkanten, bermen of natuurterreinen, slootbagger of compost hiervan. Subsidiabel • Machines en werktuigen voor het inwerken of onderwerken van gewasresten, ruige mest, vaste mest en groenbemester met behulp van schijven(eg), rollen, tanden of snijders of hakselaars • Materiaal om specifiek voor maaien van slootkanten en maaisel op de kant te kunnen deponeren en ophalen voor verdere verwerking. • Materieel voor het verwerken van organisch restmaterieel • Baggerspuit voor het verspreiden van slootbagger over het perceel • Machines/installaties voor het composteren of het maken van bokashi. • Werktuigen voor het snijden of hakselen en gelijkmatig uitstrooien van beheergras, bermmaaisel, slootmaaisel of gewasresten over landbouwgrond. • GPS i.c.m. bovenstaande investeringen Niet subsidiabel • Grasmaaier die behalve voor het maaien van bermen ook gebruikt kan worden voor ander maaiwerk • Vergistingsinstallaties waarin mest of restmateriaal van buiten het bedrijf gebruikt wordt • Afleverkosten en abonnementen • Kiepwagens, silagewagens en opraapwagens • Indien gangbaar materieel beschikbaar is, dat nog bruikbaar is voor hetzelfde doel, dan is de ‘klimaatwinst’ negatief. 14
E9 Raffinage installatie voor groene agrarische stromen Subsidiabel Mobiele installatie voor de raffinage van groene plantaardige (rest) stromen zoals gras en groenresten van snijbedrijven. 13
E10 Niet digitale voorzieningen voor weidegang Subsidiabel: • Aanleg van een oversteekplaats, zoals veeroosters en/of een koetunnel) • Bijbehorende aanleg- en installatiekosten • Mobiele melkrobot Niet subsidiabel • Hardware zoals laptops/ computers, tablets etc. voor het ontvangen/ invoeren/sturen van GPS gegevens. • Kavelpaden • Abonnementen op software updates en servicecontracten. 13
E11 Opslagplaatsen ten behoeve van verwerking organische materiaal tot compost en/of bokashi Omschrijving Investeringen in opslag van gewasresten, vaste mest of compost hiervan, niet zijnde drijfmest, met als doel het verhogen van bodemkwaliteit (organische stofgehalte en bodemstructuur) Subsidiabel Opslagplaatsen van vaste mest, compost, bokashi voor langere termijn (meer dan 9 maanden) zodat op de goede momenten de mest/compost toegepast kan worden en de kwaliteit behouden blijft. 12
E12 Bokashi-fermenteerinstallatie Omschrijving Fermenteerinstallaties ter vermindering gebruik van kunstmest, gewasbeschermingsmiddelen en ter verbetering van de bodemkwaliteit. 9

Bijlage 6. behorende bij artikel 4.7.2 van de Regeling Europese EZK- en LNV-subsidies

Bijlage 6 Bijlage 6 Bijlage 6 Bijlage 6 Bijlage 6 Bijlage 6
Categorie Soort investering Specificatie concrete investering Eenheidsprijs Punten
A3 Precisielandbouw en Smartfarming Precisiebemesting Fertigatie unit met automatische regeling (controller) en (mest)dosseersysteem voor precisiebemesting via druppelslangen. Let op! Moet in combinatie met bovengrondse of ondergrondse fertigatie druppelslang. Let op! Montagekosten, behuizing en graafwerk zijn niet subsidiabel bij deze investering. € 13.200,– 16
A3 Precisielandbouw en Smartfarming Precisiebemesting Drukgecompenseerde fertigatie druppelslang per meter, inclusief afsluiters, koppelstukken, bevestigingsmateriaal en overig aanverwant kleinmateriaal. Let op! Montagekosten en graafwerk zijn niet subsidiabel bij deze investering € 0,71 16
A3 Precisielandbouw en Smartfarming Precisiebemesting Ondergrondse drukgecompenseerde fertigatie druppelslang per meter, inclusief afsluiters, koppelstukken, bevestigingsmateriaal en overig aanverwant kleinmateriaal. Let op! Montagekosten en graafwerk zijn niet subsidiabel bij deze investering € 1,01 16
A3 Precisielandbouw en Smartfarming Precisiebemesting Weerstation inclusief windmeter, regenmeter, thermo-hygrosensor voor registratie en analyse van verschillende soorten weerdata + bodemvochtsensoren. Let op! Moet in combinatie van Fertigatie unit Let op! Montagekosten en graafwerk zijn niet subsidiabel bij deze investering € 2.180,– 16
D1 Duurzame Bedrijfsvoering Elektrische voertuigen of waterstof Elektrische heftruck met elektromotor van 48V, maximale hefcapaciteit van ten minste 2.000 kg en accupakket van ten minste 625Ah, inclusief de lader € 29.750,– 19
E3 Natuurinclusieve landbouw en Kringlooplandbouw Vermindering bodemverdichting NKG, vaste rijpaden en mech. onkruidbestrijding Ecoploeg met 7 scharen voor ondiepe bewerkingen (maximale diepte van 18 cm) € 19.350,– 16
E3 Natuurinclusieve landbouw en Kringlooplandbouw Vermindering bodemverdichting NKG, vaste rijpaden en mech. onkruidbestrijding Ecoploeg met 8 scharen voor ondiepe bewerkingen (maximale diepte van 18 cm) € 23.400,– 16
E3 Natuurinclusieve landbouw en Kringlooplandbouw Vermindering bodemverdichting NKG, vaste rijpaden en mech. onkruidbestrijding Ecoploeg met 9 of 10 scharen voor ondiepe bewerkingen (maximale diepte van 18 cm) € 28.000,– 16

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Titel 4.7. Investeringsregeling POP3+ 2022

Titel 4.8. Samenwerken aan groen-economisch herstel

Hoofdstuk 5. Europees Fonds voor regionale ontwikkeling

§ 5.3. Regels omtrent subsidieverstrekking ten laste van de Rijkscofinanciering

§ 4. Regels omtrent subsidieverstrekking in het kader van Europese territoriale samenwerking

Hoofdstuk 6. Overige bepalingen en slotbepalingen

Bijlage 1. behorende bij artikel 1.9 Regeling Europese EZ-subsidies

Procedure als bedoeld in artikel 140, vijfde lid, van verordening 1303/2013

Verordening 1303/2013 maakt het mogelijk kopieën of volledig digitale documenten te accepteren als bewijsstuk. In deze bijlage worden de in artikel 140, vijfde lid, van verordening 1303/2013 bedoelde procedures vastgesteld voor documenten die in het kader van de uitvoering van deze regeling en verantwoording op grond van verordening 1303/2013 kan worden gebruikt.

1. Typen documenten

De volgende documenten worden als bewijsstukken geaccepteerd:

2. Procedure voor het gebruik van de documenten, bedoeld onder 1, onderdelen a, b en c

De in 1 onder a, b en c bedoelde bewijsstukken zijn geconverteerde documenten of gegevensdragers. Bij conversie van het origineel naar het geconverteerde document of gegevensdrager wordt aan de hieronder vermelde voorwaarden voldaan:

Het in samenhang bezien van de verschillende bewijsstukken strekt er mede toe de authenticiteit van het geconverteerde document of de gegevensdrager te waarborgen en dat hierop voor controledoeleinden kan worden vertrouwd.

Als de conversie op de juiste wijze gebeurt, is het in het kader van de verantwoording, niet meer noodzakelijk de bewijsstukken op de originele gegevensdrager te bewaren. Het geconverteerde bewijsstuk mag na conversie niet meer gewijzigd kunnen worden.

3. Procedure voor het bewaren van stukken die uitsluitend in een elektronische versie bestaan, bedoeld in 1, onderdeel d

Indien een subsidieontvanger gebruik maakt van elektronische documenten waarbij uitsluitend een elektronische versie bestaat, worden de geautomatiseerde systemen voorzien van beheers- en beveiligingsmaatregelen die de betrouwbaarheid, authenticiteit en integriteit van de elektronische gegevens gedurende de gehele vereiste bewaartermijn waarborgen. Het is aan de subsidieontvanger om dit aan te tonen. Voor een tweetal veel voorkomende situaties zijn de voorschriften hieronder uitgewerkt:

Bijlage 2. behorende bij artikel 4.2.2, vijfde lid, Regeling Europese EZ-subsidies

Vervallen

Bijlage 4. behorende bij de artikelen 4.5.2, derde lid, onderdeel c, en 4.5.4

1 2 3 4
Product/activiteit Omschrijving resultaat Tarief/berekeningsmethode Mogelijke additionele kosten
1. Projectvoorbereiding 1. Projectvoorbereiding 1. Projectvoorbereiding 1. Projectvoorbereiding
a. projectplan Document met een beschrijving van het uit te voeren project, conform format bij het aanvraagformulier. Vast bedrag: € 7.840 Gebiedsbijeenkomsten ten behoeve van het opstellen van het projectplan, als beschreven in producten 4b en 4c
2. Planvorming 2. Planvorming 2. Planvorming 2. Planvorming
a. plan op het niveau van een gebied of sector Document met een inhoudelijke beschrijving van de uit te voeren activiteiten in een gebied en/of sector, overeenkomstig artikel 4.5.9, eerste lid € 19.040 per plan; minimaal 1 per aanvraag; max. 1 per deelnemend agrarisch collectief of per thema Gebiedsbijeenkomsten (product 4b en 4c) ten behoeve van het opstellen van het plan. Kosten voor onderzoek, analyse en advies ten behoeve van productontwikkeling als beschreven in product 9a
b. deelplan op het niveau van een deelgebied of subsector Document met nadere inhoudelijke uitwerking van het plan voor een afgebakend deel van het projectgebied of van een thema. Het document bevat dezelfde onderdelen als het gebiedsplan, maar dan verder uitgewerkt en gedetailleerd. € 3.360 per deelplan; max. 1 per afgebakend deel van het projectgebied of thema Gebiedsbijeenkomsten (product 4b en 4c) ten behoeve van het opstellen van het plan. Kosten voor onderzoek, analyse en advies ten behoeve van productontwikkeling als beschreven in product 9a
c. deelplan op het niveau van een deelnemend agrarisch bedrijf Document met een beschrijving van de maatregelen of andere inspanningen op een deelnemend bedrijf en de bijdrage die hiermee aan gebiedsplan geleverd wordt. - onderbouwing keuze voor te ontwikkelen doelen en uit te voeren maatregelen - relaties met andere deelnemende bedrijven of partners - indien van toepassing, begroting van de kosten van beheeractiviteiten op basis van de tabel in onderdeel B van deze bijlage - een kaart waar welke beheeractiviteiten mogelijk worden uitgevoerd € 780 per deelplan; 1 per deelnemend agrarisch bedrijf Geen
3. Proefprojecten 3. Proefprojecten 3. Proefprojecten 3. Proefprojecten
a. werven deelnemers Voeren van individuele gesprekken met potentiele deelnemers om te komen tot afspraken over deelname aan het project cq. het opstellen van een bedrijfsplan. Begunstigde maakt lijst met potentiële deelnemers aan de hand van potentiële bijdrage (blijkt uit (deel)gebiedsplan) en getoonde belangstelling (blijkt bij bijeenkomsten of uit het netwerk). Aantonen aan de hand van gespreksverslagen. € 560 per potentiële deelnemer Geen
b. begeleiden deelnemers Begeleiding van deelnemers vanuit de begunstigde bij de uitvoering van het bedrijfsplan. Bepalen aan de hand van uitgevoerde bedrijfsplannen. € 1.120 per deelnemer Geen
c. uitvoeren proefprojecten Vergoedingen voor de activiteiten, bedoeld in kolom 1 van de tabel in onderdeel B van deze bijlage. Berekeningsmethode, bedoeld in kolom 2 van de tabel in onderdeel B van deze bijlage Geen
d. investeringen Indien aantoonbaar noodzakelijk voor het uitvoeren van proefprojecten kunnen investeringen (zoals bouw- of aanlegkosten, inrichtingskosten of machines en apparatuur) nodig zijn. Die investeringen mogen geen aanmerkelijke stijging van de waarde of rentabiliteit van de onderneming tot gevolg hebben. Begunstigde moet in het projectplan onderbouwen dat de investering (kosten derden) noodzakelijk is om aan de innovatie-eis te voldoen. Aantonen aan de hand van offerteverzoek, offerte, opdracht, factuur betaalbewijs Werkelijke kosten op basis van factuur en betaalbewijs Geen
4. Communicatie 4. Communicatie 4. Communicatie 4. Communicatie
a. communicatieplan Document met overkoepelend communicatieplan voor het project – producten – doelgroepen – begroting op basis van de productenlijst – fasering In het plan wordt expliciet aandacht besteed aan nieuwe vormen van samenwerking en de bijdrage die het project levert aan de doelstelling van het project. Vast bedrag: € 4.480 Geen
b. kleine bijeenkomst Bijeenkomst van maximaal 15 personen; voorbereiding, facilitaire zaken en verslaglegging. Aantonen aan de hand van verslag en presentielijst aanwezigen. € 1.220 per bijeenkomst Inhuur externe expertise als beschreven in product 9b Vacatievergoeding voor bijdragen van deelnemers (product 9c)
c. grote bijeenkomst Bijeenkomst van meer dan 15 personen; voorbereiding, facilitaire zaken en verslaglegging Aantonen aan de hand van verslag en bewijsstukken voor presentie van aanwezigen. € 2.440 per bijeenkomst Inhuur externe expertise als beschreven in product 9b Vacatievergoeding voor bijdragen van deelnemers (product 9c)
d. veldbezoek/excursie Bijeenkomst om de uitvoering cq resultaten van het project in het veld te bekijken en bespreken; voorbereiding, facilitaire zaken en verslaglegging. Aantonen aan de hand van verslag en presentielijst deelnemers. € 1.880 per veldbezoek of excursie Inhuur externe expertise als beschreven in product 9b Vacatievergoeding voor gastheer/vrouw van de excursie (= deelnemer project) (product 9c)
e. voorbereiden/produceren professionele folder/video Het voorbereiden/produceren van een folder of video € 2.240 per folder of video Inhuur externe expertise als beschreven in product 9b
f. website Ontwerp en beheer van website of pagina op website van agrarisch collectief (minimaal de website van de penvoerder) met minimaal de volgende informatie over het project: – doel – korte beschrijving – betrokken collectieven en andere partijen – contactgegevens Vast bedrag: € 3.360 Geen
g. artikel/persbericht Artikel of persbericht in vakblad of nieuwsblad; minimaal 500 woorden. Aantonen aan de hand van een print of kopie van de publicatie. € 1.680 per artikel of persbericht Geen
h. Lezing/presentatie Verzorgen van een lezing of presentatie door de begunstigde bij derde partijen (niet direct bij pilot betrokken), over het project en de (voorlopige) resultaten daarvan. Aantonen aan de hand van presentatie en/of berichtgeving (bv. verslag of bericht op website) over de bijeenkomst en de presentatie. € 1.170 per lezing of presentatie Geen
5. Monitoring 5. Monitoring 5. Monitoring 5. Monitoring
a. dataset met gegevens over resultaten project Dataset in format dat is afgestemd met de andere projecten en dat rapportage op het niveau van het project en de regeling mogelijk maakt. Data kunnen kwantitatieve, kwalitatieve, ruimtelijke en niet-ruimtelijke aspecten omvatten. Maximaal 1 per soortgroep, per jaar, per gebied. Data kunnen ook betrekking hebben op sociale, organisatorische en financiële aspecten € 2.800 per dataset; minimaal 1 per aanvraag Inhuur externe expertise als beschreven in product 9b Vrijwilligersvergoeding voor veldwerk tbv inventarisatie van gegevens door inzet vrijwilligers (product 9d)
6. Rapportage 6. Rapportage 6. Rapportage 6. Rapportage
a. tussenrapportage Document met inhoudelijke beschrijving van de voortgang van het project, evaluatie, leerpunten, evt. aanpassingen in het project. € 4.480 per tussenrapportage; minimaal 1 per aanvraag max. 1 per afgebakend deel van het projectgebied of thema Geen
b. eindrapportage Document met inhoudelijke beschrijving van de resultaten van het project, evaluatie en leerpunten. Vast bedrag: € 19.000 Geen
7. Landelijke coördinatie en afstemming 7. Landelijke coördinatie en afstemming 7. Landelijke coördinatie en afstemming 7. Landelijke coördinatie en afstemming
a. landelijk ontwikkelwerk Landelijke coördinatie en het organiseren en bijwonen van landelijke bijeenkomsten ten behoeve van de landelijke afstemming van de projecten (bv. bij aanvang van de uitvoering en na het indienen van de tussenrapportages), het ontwikkelen van methoden en van formats voor datasets en rapportages en de presentatie van (deel)producten Vast bedrag: € 26.900 Geen
b. landelijke tussenrapportage Document met inhoudelijke beschrijving van de voortgang van de projecten, evaluatie, leerpunten en aanbevelingen voor het ontwikkelen van een toekomstig Gemeenschappelijk landbouwbeleid. De tussenrapportage wordt uiterlijk op 31 december 2022 ingediend. Vast bedrag: € 1.680; één per project Geen
c. landelijke eindrapportage Document met inhoudelijke beschrijving van de resultaten van het projecten, evaluatie en leerpunten. Vast bedrag: € 4.920 Geen
8. Projectmanagement 8. Projectmanagement 8. Projectmanagement 8. Projectmanagement
a. projectmanagement Betreft het management en de coördinatie van het project. De werkzaamheden van de begunstigde die wel noodzakelijk zijn om het project goed uit te voeren, maar geen onderdeel zijn van de producten. Wordt berekend over de producten, bedoeld in de onderdelen 1 tot en met 7 en 9a en 9b, van deze tabel. 15% van de vergoeding voor de geleverde producten Geen
9. Kosten derden 9. Kosten derden 9. Kosten derden 9. Kosten derden
a. Productontwikkeling voor innovatieve beleidstoepassingen Voor het opstellen van gebiedsplan of sectorplan kan advies worden ingewonnen ten behoeve van de uitvoerbare beleidstoepassingen die innovatief zijn in Nederland. Begunstigde moet in het projectplan onderbouwen dat het onderwerp waarop het advies betrekking heeft aan de innovatie-eis voldoet. Aantonen aan de hand van offerteverzoek, offerte, opdracht, factuur betaalbewijs Werkelijke kosten op basis van factuur en betaalbewijs Geen
b. Inhuur externe expertise Indien aantoonbaar noodzakelijk kan voor specifieke producten externe expertise ingehuurd worden. Dit kan specialistische of wetenschappelijke kennis zijn ten behoeve van monitoring van effecten/prestaties, kennisdeling of inventarisaties, en kan ook zaken als bemonstering of laboratoriumonderzoek betreffen. Aantonen aan de hand van offerteverzoek, offerte, opdracht, factuur betaalbewijs. Werkelijke kosten op basis van factuur en betaalbewijs Geen
c. vacatievergoedingen Vergoeding voor (vertegenwoordigers van) deelnemende agrarische bedrijven waarvoor een bedrijfsplan is opgesteld, indien het zaken betreft die voortkomen uit het project, maar niet direct met de bedrijfsvoering te maken hebben; met name het uitdragen van opgedane kennis en ervaring aan belangstellenden binnen en buiten het projectgebied. Aantonen aan de hand van declaratie en betaalbewijs. € 105 per dagdeel Geen
d. vrijwilligersvergoeding Betreft de inzet van vrijwilligers voor inventarisaties. Aantonen aan de hand van urenverantwoording en betaalbewijs. € 4,50 per uur Geen
1 2
--- ---
Activiteit Berekeningsmethode
1. Er wordt een rustperiode in acht genomen van datum x tot datum y. Grasland € 2.403,37 per ha
3. Het grasland wordt vanaf 1 maart en vóór de rustperiode niet gemaaid. € 2.027,47 per ha
4. Het grasland is geïnundeerd (volledig drassig). De inundatieperiode loopt van datum x tot datum y. € 2.403,37 per ha
5. Er wordt aantoonbaar gezocht naar nesten. Gevonden nesten en/of kuikens worden beschermd en gevrijwaard van alle landbouwkundige bewerkingen, tenminste via enclaves van minimaal a m2 (alleen op grasland) danwel via een rustperiode van datum x tot datum y, waarbij de vrijwaring tenminste 14 kalenderdagen duurt, of via het plaatsen van nestbeschermers. Gevonden nesten zijn geregistreerd (bijv. op stalkaart of via geo informatie). Voor specifieke soorten kan nestgelegenheid worden geplaatst. € 126,67 per nest plus € 2.426,41 per ha op grasland. Op bouwland € 351,65 per ha
6. Bemesting met ruige stalmest is verplicht € 208,04 per ha
7. Uitsluitend gebruik van chemische onkruidbestrijding op max 10% van de oppervlakte. € 135,83 per ha
8. Beweiding is verplicht vanaf datum x tot datum y met minimale a en maximale veebezetting b (GVE/ha) € 1.947,6 per ha
9. Minimaal f% van de oppervlakte bestaat van datum x tot datum y uit gewas a of meerdere gewassen b of gewasresten c. € 2.796,78 per ha
11. Er wordt gevrijwaard voor beschadiging door vee van datum x tot datum y € 152,25 per ha
16. Watergang heeft (via natuurlijke of kunstmatige voorziening) vrij toegang, na onderlopen wordt er schoongemaakt € 93,16
17. Het gewas wordt jaarlijks minimaal 1 keer gemaaid en afgevoerd. Grasland € 2.403,37 per ha; Bouwland € 2.796,78 per ha
18. Door een tijdelijke, plaatselijke voorziening is het oppervlaktewaterpeil van datum x tot datum y minimaal a cm hoger dan eerste volgende watergang. € 210,10 per ha
19. Minimaal a verschillende indicatorsoorten uit lijst b zijn in transect aanwezig in de periode x tot y Grasland € 2.403,37 per ha; Bouwland € 2.796,78 per ha
20. Het grasland is na datum x tot datum y van het volgende kalenderjaar niet bewerkt € 136,66 per ha
21. Van datum x tot datum y is beweiding toegestaan met maximale veebezetting b (GVE/ha) € 1.947,6 per ha
22. Minimaal f% tot maximaal g% van het leefgebied onder beheer is jaarlijks gesnoeid. € 2.486,80 per ha
23. Minimaal f% tot maximaal g% van het leefgebied onder beheer is jaarlijks geschoond en/of gemaaid € 2.538,64 per ha
24. Snoeiafval is verwijderd of op rillen gelegd in het element en/of maaiafval is verwijderd € 2.692,36 per ha
26. Jaarlijks is op minimaal f% tot maximaal g% van het leefgebied onder beheer bagger vanuit een waterelement op aangrenzende landbouwgrond gespoten € 1.500 per ha
27. De peilscheiding is jaarlijks schoongemaakt en/of onderhouden € 2.026,50 per ha
29. In aangewezen gebieden zijn tussen de aardappelruggen minimaal k drempeltjes van minimaal l cm hoog per m m aanwezig met een minimale afstand van o m onderling € 300 per ha
30. Gewasresten (bijvoorbeeld maaisel, stro), al dan niet opgebracht, zijn ondergewerkt binnen a weken na aanbrengen € 379,80 per ha

Bijlage 5. behorende bij artikel 4.7.2 van de Regeling Europese EZK- en LNV-subsidies

Categorie A Precisielandbouw en Smart farming Investeringen in (datagedreven) plaats-, dier of plantspecifieke systemen voor monitoring, behandeling en/of toediening waarmee agrarische bedrijfsprocessen worden ondersteund. Categorie A Precisielandbouw en Smart farming Investeringen in (datagedreven) plaats-, dier of plantspecifieke systemen voor monitoring, behandeling en/of toediening waarmee agrarische bedrijfsprocessen worden ondersteund. Categorie A Precisielandbouw en Smart farming Investeringen in (datagedreven) plaats-, dier of plantspecifieke systemen voor monitoring, behandeling en/of toediening waarmee agrarische bedrijfsprocessen worden ondersteund. Categorie A Precisielandbouw en Smart farming Investeringen in (datagedreven) plaats-, dier of plantspecifieke systemen voor monitoring, behandeling en/of toediening waarmee agrarische bedrijfsprocessen worden ondersteund.
nr Soort investering Wel/niet subsidiabele kosten Punten
A1 Groei en Oogsten Subsidiabel • Systemen ten behoeve van inzicht in oogstvariabelen. Bij akkerbouw groeivariabelen. Bij veehouderij voor grasoogst. • Systemen voor plaatsspecifieke opbrengstmetingen • Systemen om de groei te monitoren, bijvoorbeeld door het gebruik van satelliet- of drones om data te verzamelen. 17
A2 Precisieberegening en -irrigatie Omschrijving Investeringen in gerichte (elektrische) beregeningsbevloeiingssystemen Subsidiabel • Software voor sensor-gestuurde irrigatie • Dripirrigatie/druppelslangen incl. besturing voor beregening/irrigatie • Aanschaf vlaksproeiers (alleen in combinatie met sproeibomen); • Aanschaf sproeibomen; • RWS (Root Watering System); • Laagvolume sproeier ten behoeve van nachtvorstbestrijding. • Elektrische aansturing van deze beregenings-bevloeiingsapparatuur Niet subsidiabel • Reguliere beregeningshaspels en slang • Beregeningsbomen 16
A3 Precisiebemesting Omschrijving • systemen voor het gericht emissiearm, in de juiste dosering, zonder overlapping (= aangestuurd door GPS) in de bodem toedienen van vloeibare stikstofhoudende kunstmeststoffen bij het planten, zaaien, aanaarden of het moment dat het gewas er aantoonbaar om vraagt. Het aantoonbaar erom vragen bestaat alleen voor N-bijbemesting van aardappelen een systeem gebaseerd op sensorwaarnemingen; • systemen om vloeibare meststoffen via druppelslangen in de juiste dosering en op het juiste moment toe te dienen aan het gewas (fertigatie). Systeem is gangbaar in glastuinbouw. In open teelten minder gangbaar; • systemen voor het meten van het stikstofgehalte van de toegediende mest met NIRS indien dit meteen wordt door vertaald in het doseren; • systemen voor rijenbemesting met dierlijke mest; • systemen voor het digitaal meten van opbrengsten voor opbrengstkaarten ten behoeve van plaats specifieke teeltoptimalisatie. Subsidiabel • Systemen die plaats specifiek gewasbemesting kunnen toepassen. • GPS/GIS apparatuur, inclusief bodemkaart voor bovenstaande systemen. De GPS/GIS apparatuur voor deze systemen is alleen subsidiabel in combinatie met aanschaf van bovenstaande systemen. • Bijbehorende installatiekosten. Niet subsidiabel • De tractor waaraan wordt gekoppeld. • Zodebemester • Abonnementen op software updates en servicecontracten. Behalve indien deze onlosmakelijk verbonden zijn aan de investering en het benodigde abonnement noodzakelijk is voor het correct functioneren van de investering. 16
A4 Precisiegewasbescherming Omschrijving • Spuitmachine bestemd voor het toedienen van gewasbeschermingsmiddelen of vloeibare meststoffen aan gewassen in de akkerbouw, bloembollen-, boom-, fruit- of vollegrondsteelt, of bedekte teelt waarbij het ontstaan van restvloeistof in de spuittank wordt voorkomen of met ten minste 50% gereduceerd. • Machine bestemd voor plaatsspecifieke bestrijding van ziekten, plagen of onkruiden in de akkerbouw, bloembollen-, boom-, fruit-, vollegrondsteelt of bedekte teelt zonder gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Of • Investeringen in een spuitmachine met driftreducerende technieken, zoals: driftarme doppen, elektrische kantdoppen, luchtondersteuning, luchtvloeistofmengsystemen sleepdoektechniek; • Investeringen in een spuitmachine met volumereducerende technieken. • Bijbehorende installatiekosten. Subsidiabel • Een spuitmachine met volledig gescheiden vloeistofsystemen voor schoon water en spuitvloeistof • Een spuitmachine waarbij de gewasbeschermingsmiddelen op het laatste moment voor het spuiten op het gewas in de spuitleiding vermengd worden door een selectieve doseringseenheid; • Een spuitmachine met een combinatie van doppen en driftreducerende technieken die zorgt voor een driftreductie van minimaal 90%. • aanleg en aanschaf vloeistofwerende vul- en wasplaats met opvang • Een machine, niet zijnde spuitmachine, waarmee ziekten, plagen of onkruiden mechanisch worden bestreden op basis van plaatsspecifieke waarneming van het doelorganisme of symptomen daarvan. • Autonome systemen of zelfrijders die bijdragen aan de het verminderen van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. • systemen die obv. een taakkaart kunnen spuiten toevoegen, evt. in combinatie met PWM doppen (pulse width modulation) stimuleren in de regeling (dosering is dan flexibel aanpasbaar). • spotspray toepassingen: herkenning van onkruid mbv. camera’s waarna alleen het onkruid bespoten wordt (sterke middelreductie) – deze systemen komen nu op de markt. Systemen zijn bijv. Weed-it, Garford, Ecorobotix • mechanische systemen als alternatief voor bespuitingen m.i. sterker stimuleren: denk aan camera gestuurde schoffelsystemen. • Systemen ter bestrijding van ridderzuring (combi met drone opnames of met camera op de spuitboom). • Systemen die obv. een taakkaart kunnen spuiten. Idem voor spotspraying. Let op: het percentage restvloeistofreductie of driftreductie moet worden vermeld in het projectplan en op de offerte bij het betaalverzoek. Niet subsidiabel • De tractor waaraan wordt gekoppeld • kosten voor gebruik van drift reducerende additieven 16
A5 Variabel zaaien en poten Subsidiabel • (Autonome) Machines voor het uitvoeren van een grondbewerking en dit combineren met variabel zaaien/poten/planten. • GPS/GIS apparatuur in combinatie met een investering in een machine voor spitten en zaaien/poten/planten tegelijk. • Bijbehorende installatiekosten. • Bijbehorende installaties die meststoffen en/of gewasbeschermingsmiddelen kunnen toedienen. 14
Categorie B Digitalisering ’Investeringen in datagedreven sensorsystemen, analysesystemen zoals beslissingsondersteunende modellen of AI, robotica en/of autonome mechanisatie waar agrarische (bedrijfs-)processen worden ondersteund.’ Categorie B Digitalisering ’Investeringen in datagedreven sensorsystemen, analysesystemen zoals beslissingsondersteunende modellen of AI, robotica en/of autonome mechanisatie waar agrarische (bedrijfs-)processen worden ondersteund.’ Categorie B Digitalisering ’Investeringen in datagedreven sensorsystemen, analysesystemen zoals beslissingsondersteunende modellen of AI, robotica en/of autonome mechanisatie waar agrarische (bedrijfs-)processen worden ondersteund.’ Categorie B Digitalisering ’Investeringen in datagedreven sensorsystemen, analysesystemen zoals beslissingsondersteunende modellen of AI, robotica en/of autonome mechanisatie waar agrarische (bedrijfs-)processen worden ondersteund.’
--- --- --- ---
nr Soort investering Wel/niet subsidiabele kosten Punten
B1 Digitale voorzieningen voor weidegang Subsidiabel • Systemen die (verschillende) diergerelateerde zaken kunnen registreren en monitoren, zoals locatie, vruchtbaarheid en gezondheid. • Automatische weide-selectiepoorten voor koeien voor toegang richting de weide • Aanschaf van software behorend bij een selectiepoort/GPS systeem voor koeien. • Bijbehorende installatiekosten. Niet subsidiabel • Hardware zoals laptops/ computers, tablets etc. voor het ontvangen/ invoeren/sturen van GPS gegevens. • Abonnementen op software updates en servicecontracten. Behalve indien deze onlosmakelijk verbonden zijn aan de investering en het benodigde abonnement noodzakelijk is voor het correct functioneren van de investering. 19
B2 Beslissingsondersteunende (software-)systemen voor de land- en tuinbouw Omschrijving Softwaresystemen voor beslissingsondersteuning en vergroting inzicht teelt en bedrijfsvoering zolang dit bijdraagt aan duurzaamheidsopdrachten. Subsidiabel • Beslissingsondersteunende modellen en/of systemen voor: – weersextremen; – gewasbescherming; – bemesting; – oogstraming; • emissiearm uitrijden van mest op basis van weersomstandigheden1 • Software voor het meest optimale technieken spuitmoment; • Planningssystemen voor teeltmaatregelen, zaaien/planten/poten en oogsten; • Bodem-, gewas-, watersensoren en -systemen, met name gericht op EC • Managementpakket voor de landbouw (o.a. Agromanager e.d.); Niet subsidiabel • Apparatuur benodigd voor het aflezen van de ICT en sensor techniek waaronder computers, laptops, tablets en smartphones. Abonnementen op software updates en servicecontracten. Behalve indien deze onlosmakelijk verbonden zijn aan de investering en het benodigde abonnement noodzakelijk is voor het correct functioneren van de investering. 19
B3 Robotisering -duurzame bestrijding Omschrijving Autonome systemen voor het herkennen en bestrijden van ziekten/plagen/onkruiden. Subsidiabel • Robots die ziekten/plagen/onkruiden herkennen en op duurzame wijze bestrijden • Drones ten behoeve van de duurzame bestrijding van schadelijke insecten 19
B4 Software ten behoeve van korte ketens Subsidiabel • Aanschaf software t.b.v ketentransparantie (RFID-tags op oogstkisten) • Digitaal communicatiemateriaal zoals websites Niet subsidiabel Abonnementen op software updates en servicecontracten. Behalve indien deze onlosmakelijk verbonden zijn aan de investering en het benodigde abonnement noodzakelijk is voor het correct functioneren van de investering. 18
B5 Robotisering – akker- en weidevogels Subsidiabel Drones ten behoeve van het geautomatiseerd ontwijken van nestlocaties akker- en weidevogels 14
B6 EC meters en monitoringssensoren Omschrijving Investeringen in meet- en monitoringsapparatuur voor het meten van onder andere de dikte en diepte van de waterlens en meten van bodemverdichting. Subsidiabel • EC meters en monitoringssystemen voor het bepalen van vocht-, zuur- en zoutgehalte • Beslissingsondersteuning op basis van sensordata en monitoring • Meet- en monitoringsapparatuur voor het meten van onder andere de dikte en diepte van de waterlens, meten van bodemverdichting, PH meters, continuemeters, penetrometers. Bij aanschaf kan ook de bijbehorende software ten behoeve van interpretatie worden gesubsidieerd. • Continuemeters • Grondwatermeters • Oppervlaktewatermeters bij beregening uit oppervlaktewaters. • Penetrometers • PH meters • Vochtsensoren • Fosfaat- en nitraatmeter Niet subsidiabel Abonnementen op software updates en servicecontracten. Behalve indien deze onlosmakelijk verbonden zijn aan de investering en het benodigde abonnement noodzakelijk is voor het correct functioneren van de investering. 10

1 https://www.dlvadvies.nl/innovaties/precisiebemesting?dossier_id=26

Categorie C Water, droogte, verzilting ‘Investeringen in een verbeterde omgang met grondwater, oppervlaktewatergebruik en met de waterhuishouding van het eigen bedrijf die bijdragen aan de verhoging van de waterkwaliteit, verbetering van de waterhuishouding, het tegengaan van verdroging en/of het tegengaan van verzilting van de bodem.’ Categorie C Water, droogte, verzilting ‘Investeringen in een verbeterde omgang met grondwater, oppervlaktewatergebruik en met de waterhuishouding van het eigen bedrijf die bijdragen aan de verhoging van de waterkwaliteit, verbetering van de waterhuishouding, het tegengaan van verdroging en/of het tegengaan van verzilting van de bodem.’ Categorie C Water, droogte, verzilting ‘Investeringen in een verbeterde omgang met grondwater, oppervlaktewatergebruik en met de waterhuishouding van het eigen bedrijf die bijdragen aan de verhoging van de waterkwaliteit, verbetering van de waterhuishouding, het tegengaan van verdroging en/of het tegengaan van verzilting van de bodem.’ Categorie C Water, droogte, verzilting ‘Investeringen in een verbeterde omgang met grondwater, oppervlaktewatergebruik en met de waterhuishouding van het eigen bedrijf die bijdragen aan de verhoging van de waterkwaliteit, verbetering van de waterhuishouding, het tegengaan van verdroging en/of het tegengaan van verzilting van de bodem.’
Soort investering Wel/niet subsidiabele kosten Punten
C1 Materieel voor bewerking van percelen om kans op perceelafspoeling te reduceren Omschrijving Gericht op vermindering perceelafspoeling. Subsidiabel • Drempelmachine voor ruggenteelten • Greppel/sleuvenfreesmachine 17
C2 Klimaat-adaptieve, peilgestuurde drainage Subsidiabel • Aanleg klimaat adaptieve, peilgestuurde, regelbare drainage • Aanpassing van bestaande peilgestuurde (regelbare) drainage met een extra ontluchtingsdrain Let op! • Om voor definitieve subsidievaststelling in aanmerking te komen is het mogelijk dat een vergunning via het Waterschap/beheerder toegekend moet zijn. • In geval u vergunningsplichtig bent, moet een bewijsstuk van de start van de vergunningsprocedure worden meegezonden met de subsidieaanvraag. • In geval u vergunningsplichtig bent, dan dient u voor vaststelling, de vergunningen via het Waterschap/beheerder toegekend te hebben gekregen. 16
C3 Waterbeheervoorzieningen ter verlaging van risico’s van verontreiniging door erfafspoeling bij een veehouderij of door afvalwater uit de veehouderij, akkerbouw, bloembollen-, boom-, fruit-, vollegronds- of bedekte teelt Subsidiabel • Aanleg van overdekte verharde, vloeistofdichte vul- en wasplaats voor spuitmachines, inclusief een voorziening voor opvang en opslag en zuivering of verdamping van waswater. • Biologisch of ander zuiveringssysteem voor was- en spoelwater van spuitmachines (dat wil zeggen de aanschaf en aanleg van een vloeistofdicht biologisch zuiveringssysteem of de aanschaf van zuiveringssystemen die werken op basis van onder andere ozon of UV). • Systemen voor de verdamping van was- en spoelwater van spuitmachines. • Aanleg en inrichting van een erf waarbij erfwater wordt opgevangen voor afvoer of verwerking middels zuiveren of verdampen (gesloten erf voor gewasbeschermingsmiddelen) • Kistenwasser inclusief opvang restwater voor afvoer of verwerking (zuiveren of verdampen) • Een waterdichte opvangput waarmee verontreinigd afvalwater van het bedrijf gescheiden blijft van regulier rioolsysteem. Inclusief de buizen, goten, richels voor afvoer; • Aanvullende erf-en zuiveringsvoorzieningen voor de bollenteelt met spoelwater. • Waterveegmachine met opvangbak erfafspoeling of bedrijfsafvalwater. • Veegmachine voor het schoonhouden van het erf ter voorkoming van erfafspoeling bij regen. • Opvang- en afvoersysteem van perssappen (onder sleufsilo’s). • Bijbehorende installatiekosten Niet subsidiabel • Systemen voor het lozen van drain- of afvalwater vanuit kassen. • Overkapping voor een voederopslag; • Overkapping voor een mestopslag; • Kosten voor herinrichting van het erf; • Erfverharding; • Hemelwatersysteem waaronder dakgoten, buizen voor afvoer en reguliere riolering; • Spoelplaats (voor materieel anders dan een spuitmachine e.d.) • Kuilplaten; • installaties of machines voor opvang van perssap of percolaat indien een overloopvoorziening is of wordt aangebracht naar het reguliere riool, de bodem of het oppervlaktewater; Waterzuiveringsinstallatie 15
C4 Ondergrondse waterberging en bovengrondse wateropvang (inclusief hemelwateropvang) Subsidiabel • Waterbassins ten behoeve van hemelwateropvang inclusief bijbehorende pijpleidingen, voorzieningen ten behoeve van de opvang van hemelwater van daken, bijbehorende installatiekosten, hekwerk, taludbescherming, graafwerk en de aanleg van een opvangput voor het verdund uitrijden van mest in het kader van stikstofemissiereductie en waterbesparing. • Voorzieningen voor ondergrondse wateropslag waaronder freshmaker, kreekrug-infilstratiesystemen en diepdraininfiltratie. Let op! Om voor definitieve subsidievaststelling in aanmerking te komen moeten de vergunningen via het Waterschap/beheerder toegekend zijn. Een bewijsstuk van de start van de vergunningsprocedure moet worden meegezonden met de subsidieaanvraag. 15
C5 Stuwen Subsidiabel • Aanschaf en aanleg van: – Waterconserveringsstuw; – Knijpstuw; – Zoete stuw; Let op! Om voor subsidie in aanmerking te komen is toestemming vanuit het waterschap/beheerder verplicht. Een bewijsstuk moet worden meegezonden met de aanvraag 14
C6 Omgekeerde osmose Omschrijving Het verminderen van het waterverbruik van biologische luchtwassers met ten minste 60%, door met omgekeerde osmose het spuiwater te zuiveren, waarna het gezuiverde spuiwater opnieuw wordt gebruikt in de biologische luchtwasser en het resterende concentraat nuttig wordt toegepast. Subsidiabel • Een omgekeerde osmose-eenheid. • Een opslagvoorziening voor het concentraat. • Een opslagvoorziening voor het te recirculeren waswater. • Voorzieningen om het behandelde spuiwater geschikt te maken voor hergebruik. Niet subsidiabel • Luchtwasser • Spuiwateropslag en waswateropslag 12
Categorie D Duurzame bedrijfsvoering ‘Investeringen in aanpassingen aan bedrijfsgebouwen, machines, installaties en apparatuur, die bijdragen aan klimaatmitigatie, klimaatadaptatie en het verbeteren van de biodiversiteit en bodemkwaliteit’ Categorie D Duurzame bedrijfsvoering ‘Investeringen in aanpassingen aan bedrijfsgebouwen, machines, installaties en apparatuur, die bijdragen aan klimaatmitigatie, klimaatadaptatie en het verbeteren van de biodiversiteit en bodemkwaliteit’ Categorie D Duurzame bedrijfsvoering ‘Investeringen in aanpassingen aan bedrijfsgebouwen, machines, installaties en apparatuur, die bijdragen aan klimaatmitigatie, klimaatadaptatie en het verbeteren van de biodiversiteit en bodemkwaliteit’ Categorie D Duurzame bedrijfsvoering ‘Investeringen in aanpassingen aan bedrijfsgebouwen, machines, installaties en apparatuur, die bijdragen aan klimaatmitigatie, klimaatadaptatie en het verbeteren van de biodiversiteit en bodemkwaliteit’
--- --- --- ---
Soort investering Wel/niet subsidiabele kosten Punten
D1 Elektrische voertuigen of met waterstof aangedreven, gericht op het uitoefenen van landbouwgerichte activiteiten Omschrijving Elektrische of hybride aangedreven mobiele machine bestemd voor het verrichten van werkzaamheden in de land- en tuinbouw, waarbij de aandrijving is voorzien van een elektromotor, waarbij voor de opslag van energie een of meerdere accu’s worden toegepast. Subsidiabel • Elektrische machines/werktuigen gericht op het uitoefenen van landbouwgerichte activiteiten. • Oplaadpunt voor elektrische of hybride aangedreven mobiele machines, bestemd voor het verrichten van werkzaamheden op het bedrijf, voor het elektrisch laden van accu’s van eigen elektrische of hybride aangedreven mobiele machines, die zijn voorzien van een geheel of gedeeltelijke elektrische hoofdaandrijving, waarbij het oplaadpunt is opgesteld op het eigen bedrijfsterrein. • Een oplaadsysteem en al dan niet de volgende onderdelen: een ontlaadsysteem, een meet- en regelsysteem, een lockerkast met een stroomafnamepunt per locker en een stekkerherkenningssysteem. • Bijbehorende aanleg en installatiekosten. Niet subsidiabel • Elektrische auto’s, fietsen of andere vervoersmiddelen voor personen • Mestschuiven 19
D2 Klimaatbestendige fruitteelt Omschrijving Investeringen voor klimaatbestendig telen Subsidiabel • Hagelnetten boven fruit • Regenkappen kersen en bessen Let op!bovenstaande maatregelingen zijn alleen subsidiabel indien de eventueel benodigde vergunningen aanwezig zijn voor indiening van het project. Bij de aanschaf van anti hagelsystemen moet worden voldaan aan de wettelijke eisen die worden gesteld vanuit de gemeente. 16
D3 Aanpassing klimaatverandering Subsidiabel • aanschaf en installatie nachtvorst propeller • constructie en aanschaf hagelnetten; • constructie en aanschaf regenkappen; • meerkosten van aanschaf van gehard glas voor gebruik in bestaande of nieuwe kassen; Niet subsidiabel • (nieuw)bouw van een kas. Let op! bovenstaande maatregelingen zijn alleen subsidiabel indien de eventueel benodigde vergunningen aanwezig zijn voor indiening van het project. Bij de aanschaf van anti hagelsystemen moet worden voldaan aan de wettelijke eisen die worden gesteld vanuit de gemeente. 16
D4 Mestvergistingsinstallaties Omschrijving Het gaat hierbij om kleinschalige bedrijfsvergisters, die passen in het terugbrengen van de emissies van methaan en ammoniak op veehouderijbedrijven, doordat emissies niet ontstaan, worden afgevangen en verwaard en weer teruggebracht worden in de kringloop. Subsidiabel • Maximale omvang vergisters is 25.000 ton mest • Voor Stikstof: Mono/Mestvergister per se met stikstofstripper; • Alle mestverwerkingsinstallaties voor de verdere verwerking van de vergiste mest waaronder stikstofstrippers tot een kunstmestvervanger en/of hoogwaardige meststoffen zoals compost, korrels, vloeibare stikstofhoudende kunstmeststoffen, etc. zodat de afzetmogelijkheden van het eindproduct worden vergroot. Deze kosten van de mestverwerkingsinstallatie zijn niet subsidiabel zonder daadwerkelijke aanschaf van een mestvergisting-installatie; • Bijbehorende installatiekosten. Niet subsidiabel Een mogelijk ook aan te sluiten mestscheidingsinstallatie hoort hier niet bij, dat is een aparte investering. Let op!De opgewekte energie moet gebruikt worden door de eigen landbouwonderneming. Het worden van (netto) energieleverancier door deze investering is niet subsidiabel. 16
D5 Mestopslag en mestaanwending Omschrijving Investeringen voor bovenwettelijke mestopslag (>7 maanden < 10 maanden) en mestaanwending die emissiereductie voor methaan en ammoniak realiseren. 15
D6 Aanpassen huisvesting en bedrijfsvoering Omschrijving Invulling conform goedgekeurde technieken, zoals vermeld op de meeste recente milieulijst of de milieulijst van 2021(MIA Vamil). Potstallen zijn subsidiabel vanwege de toepassing van de mest als bodemverbeteraar. Subsidiabel • Potstallen, bijvoorbeeld de gehele potstal, of een overdekte opslag en/of een beluchting/sproei-installatie voor de bodembedekker • Bijbehorende aanleg- en installatiekosten. Niet subsidiabel • Fundering waarop vloer ligt • Mestkelder • Muren en dak stal • Mestkanaal • Sloopkosten oude vloer • Let op: maximum opslagcapaciteit bij bv. Potstal is 600m3. 15
D7 Potafdekinstallatie boom-, vaste planten- of sierteelt Omschrijving Bestemd voor het in de boom-, vaste planten- of sierteelt tegengaan van de groei van onkruid in de potten, door het machinaal strooien van een afdeklaag bestaande uit los organisch materiaal op de bovenzijde van het substraat. Subsidiabel • Een elevator • Doseersysteem • Transportbanden en een trilsysteem. 12
D8 Mechanische mestscheidingsinstallatie Omschrijving Het eindproduct zorgt voor toegenomen bruikbaarheid van de stromen in bijv. de akkerbouw. Subsidiabel • Mechanische mestscheidingsapparatuur zodat de ruwe mest door de mechanische bewerking wordt gescheiden in een dikke fractie en een dunne fractie. • Bijbehorende installatiekosten. 10
D9 Machines die dunne fractie van digestaat tot 70% kunnen verdampen Omschrijving Voor biogasinstallaties ontstaan er problemen met de afzet van digestaat, terwijl de verduurzaming van stroom en gas wel door moeten gaan. Er zijn machines op de markt welke de dunne fractie van digestaat tot 70% van het totaal kunnen verdampen. De investering moet gepaard gaan met afzuiging en reiniging van de lucht 6
Categorie E Natuurinclusieve landbouw en Kringlooplandbouw ‘Investeringen in machines, installaties voor opslag en verwerking en opslag- en verwerkingsplaatsen waardoor optimaal gebruik kan worden gemaakt van de natuurlijke omgeving (‘natuurlijk kapitaal’) die worden geïntegreerd in de bedrijfsvoering en daarmee bijdraagt aan de kwaliteit van diezelfde natuurlijke omgeving en waardoor negatieve effecten op water, bodem en lucht kan worden verkleind’ Categorie E Natuurinclusieve landbouw en Kringlooplandbouw ‘Investeringen in machines, installaties voor opslag en verwerking en opslag- en verwerkingsplaatsen waardoor optimaal gebruik kan worden gemaakt van de natuurlijke omgeving (‘natuurlijk kapitaal’) die worden geïntegreerd in de bedrijfsvoering en daarmee bijdraagt aan de kwaliteit van diezelfde natuurlijke omgeving en waardoor negatieve effecten op water, bodem en lucht kan worden verkleind’ Categorie E Natuurinclusieve landbouw en Kringlooplandbouw ‘Investeringen in machines, installaties voor opslag en verwerking en opslag- en verwerkingsplaatsen waardoor optimaal gebruik kan worden gemaakt van de natuurlijke omgeving (‘natuurlijk kapitaal’) die worden geïntegreerd in de bedrijfsvoering en daarmee bijdraagt aan de kwaliteit van diezelfde natuurlijke omgeving en waardoor negatieve effecten op water, bodem en lucht kan worden verkleind’ Categorie E Natuurinclusieve landbouw en Kringlooplandbouw ‘Investeringen in machines, installaties voor opslag en verwerking en opslag- en verwerkingsplaatsen waardoor optimaal gebruik kan worden gemaakt van de natuurlijke omgeving (‘natuurlijk kapitaal’) die worden geïntegreerd in de bedrijfsvoering en daarmee bijdraagt aan de kwaliteit van diezelfde natuurlijke omgeving en waardoor negatieve effecten op water, bodem en lucht kan worden verkleind’
--- --- --- ---
Soort investering Wel/niet subsidiabele kosten Punten
E1 Vergistingsinstallaties Subsidiabel • Plantaardige vergister; • Bijbehorende verwerkingsinstallaties voor de verdere verwerking van zodat de afzetmogelijkheden van het eindproduct worden vergroot. Deze kosten van de verwerkingsinstallatie zijn niet subsidiabel zonder daadwerkelijke aanschaf van een vergistingsinstallatie; • Bijbehorende installatiekosten; Niet subsidiabel In deze categorie zijn mestvergistingsinstallaties niet subsidiabel. Let op!De opgewekte energie moet gebruikt worden door de eigen landbouwonderneming. Het worden van (netto) energieleverancier door deze investering is niet subsidiabel. 17
E2 Mengteelten zoals strokenteelt/pixelteelt/ agroforestry en nieuwe teelten zoals eiwitten Omschrijving (Aangepaste) machines voor strokenteelt/pixelteelt en agroforestry en nieuwe teelten zoals eiwitten Subsidiabel • Aangepaste zaaimachines t.b.v. genoemde mengteelten • strokenfrees of strokenploeg • Oogstmachines of andere aangepaste machines voor gewasmanagement voor mengteelten en/of eiwitgewassen • Zelfrijdende machines voor strokenteelt Niet subsidiabel: Trekkers 17
E3 Vermindering bodemverdichting door ondiepe, niet kerende grondbewerking, vaste rijpaden en mechanische onkruidbestrijding Omschrijving Systemen, machines, werktuigen die gericht zijn op niet kerende, ondiepe bodembewerking en het oppervlakkig vermengen van gewasresten (eventueel in combinatie met direct zaaien, poten of planten) Subsidiabel • Spit-zaai, grondfrees-zaai; rotoreg-zaai, schoffel-zaai combinaties; • Grondwoelers • Schijveneggen; • Cultivatoren; • Schoffels; • Wiedrobots; • Schoffeltuig eventueel met camera besturing en of vingerwieders of torsiwieders. • Rijenfrees voor onkruidbestrijding in het gewas, wiedeg, wiedbed, onkruidbrander, onkruidsnijder. • mechanische loofsnijder of mechnische wortelsnijder of looftrekker • Ecoploeg of andersoortige ondiepe bewerkingen (maximale diepte van 18 cm). • Machines voor inwerken groenbemesters, ruige mest en gewasresten (schijveneg) • Machines, hulpmiddelen of aanpassingskosten voor het overschakelen op een teeltsysteem met vaste rijpaden, waarbij onbereden bedden ontstaan met een breedte van tenminste 280 cm. • Rupsbanden voor onder tractor of (zelfrijdende) oogstmachine. • Luchtdrukwisselsystemen met een zodanige capaciteit dat de banden binnen 5 minuten op 2 bar kunnen worden gebracht. inclusief installatie kosten. Subsidiabel zijn maximaal vier banden (die zeer geschikt zijn voor zeer lage druk) per aangeschaft systeem. Door aanpassing van bandendruk aan omstandigheden kan structuurschade worden verminderd. • GPS/GIS of aanpassingen aan de apparatuur i.c.m. bovenstaande investeringen • bij de aanschaf van een van de bovenstaande systemen/werktuigen kan ook een wildredder gesubsidieerd worden. Niet subsidiabel • Grotere zwaardere machines die bodemverdichting verergeren en daarmee achteruitgang van bodembiologie en dus organisch stofverlies. • Trekkers • banden en wielen • Abonnementen • ploegen en spitmachines (krukas en roterend) • Afleverkosten 16
E4 Zaaimachines of zaaimachine-aanpassingen voor vanggewassen en groenbemesters Omschrijving Zaaiapparatuur die gewas rechtstreeks in de groenbemester of gras kan zaaien, ter voorkoming van een extra werkgang of doodspuiten. Subsidiabel • Zaaimachines voor inzaaien voor ‘onder gewassen’ zoals gras bij mais • machines voor onderzaai in mais 15
E5 Verwerken enkelvoudig (gerst, tarwe, mineralenmengels) krachtvoer Subsidiabel • machines of installaties om producten mee te bewerken zoals malen, pletten en snijden. Niet subsidiabel • voermengwagen of machines voor het uitkuilen of verwerken van ruwvoer. • opslag zoals sleufsilos en kuilplaten en silosmachines of systemen om krachtvoer te verstrekken. 15
E6 Machine voor het combineren van grondbewerking, spitten en/of zaaien en poten/planten Omschrijving Deze investering draagt bij aan een betere basis voor bodemleven – biodiversiteit, en draagt bij aan het voorkomen van uitspoelen door het voorkomen van bodemverdichting. Let op! Maximale gewicht, banden, asdruk, breedte Subsidiabel • Machines die werkgangen combineren door tegelijk te spitten én te zaaien/poten/planten; • Machines voor het uitvoeren van een grondbewerking en dit combineren met zaaien/poten/planten. • GPS/GIS apparatuur in combinatie met een investering in een machine voor spitten en zaaien/poten/planten tegelijk. • Bijbehorende installatiekosten. • Bijbehorende installaties die meststoffen en/of gewasbeschermingsmiddelen kunnen toedienen. Let op! bij aanschaf van een van de bovenstaande machines kan een wildredder mee worden gesubsidieerd. 15
E7 Hooidrooginstallatie Omschrijving Installatie voor het drogen en gecontroleerd bewaren van hooi. Subsidiabel • Droogvlakken • Droger • Verdelgrijper 14
E8 Verwerken en toepassen van organisch restmateriaal Omschrijving Investeringen die specifiek bedoeld zijn voor de verwerking van organisch restmateriaal (niet zijnde mest op bedrijfsniveau) met als doel het verhogen van bodemkwaliteit. Zoals: materieel voor het maaien en ophalen van slootkanten, het verwerken en toepassen van gewasresten, maaisel van slootkanten, bermen of natuurterreinen, slootbagger of compost hiervan. Subsidiabel • Machines en werktuigen voor het inwerken of onderwerken van gewasresten, ruige mest, vaste mest en groenbemester met behulp van schijven(eg), rollen, tanden of snijders of hakselaars • Materiaal om specifiek voor maaien van slootkanten en maaisel op de kant te kunnen deponeren en ophalen voor verdere verwerking. • Materieel voor het verwerken van organisch restmaterieel • Baggerspuit voor het verspreiden van slootbagger over het perceel • Machines/installaties voor het composteren of het maken van bokashi. • Werktuigen voor het snijden of hakselen en gelijkmatig uitstrooien van beheergras, bermmaaisel, slootmaaisel of gewasresten over landbouwgrond. • GPS i.c.m. bovenstaande investeringen Niet subsidiabel • Grasmaaier die behalve voor het maaien van bermen ook gebruikt kan worden voor ander maaiwerk • Vergistingsinstallaties waarin mest of restmateriaal van buiten het bedrijf gebruikt wordt • Afleverkosten en abonnementen • Kiepwagens, silagewagens en opraapwagens • Indien gangbaar materieel beschikbaar is, dat nog bruikbaar is voor hetzelfde doel, dan is de ‘klimaatwinst’ negatief. 14
E9 Raffinage installatie voor groene agrarische stromen Subsidiabel Mobiele installatie voor de raffinage van groene plantaardige (rest) stromen zoals gras en groenresten van snijbedrijven. 13
E10 Niet digitale voorzieningen voor weidegang Subsidiabel: • Aanleg van een oversteekplaats, zoals veeroosters en/of een koetunnel) • Bijbehorende aanleg- en installatiekosten • Mobiele melkrobot Niet subsidiabel • Hardware zoals laptops/ computers, tablets etc. voor het ontvangen/ invoeren/sturen van GPS gegevens. • Kavelpaden • Abonnementen op software updates en servicecontracten. 13
E11 Opslagplaatsen ten behoeve van verwerking organische materiaal tot compost en/of bokashi Omschrijving Investeringen in opslag van gewasresten, vaste mest of compost hiervan, niet zijnde drijfmest, met als doel het verhogen van bodemkwaliteit (organische stofgehalte en bodemstructuur) Subsidiabel Opslagplaatsen van vaste mest, compost, bokashi voor langere termijn (meer dan 9 maanden) zodat op de goede momenten de mest/compost toegepast kan worden en de kwaliteit behouden blijft. 12
E12 Bokashi-fermenteerinstallatie Omschrijving Fermenteerinstallaties ter vermindering gebruik van kunstmest, gewasbeschermingsmiddelen en ter verbetering van de bodemkwaliteit. 9

Bijlage 6. behorende bij artikel 4.7.2 van de Regeling Europese EZK- en LNV-subsidies

Bijlage 6 Bijlage 6 Bijlage 6 Bijlage 6 Bijlage 6 Bijlage 6
Categorie Soort investering Specificatie concrete investering Eenheidsprijs Punten
A3 Precisielandbouw en Smartfarming Precisiebemesting Fertigatie unit met automatische regeling (controller) en (mest)dosseersysteem voor precisiebemesting via druppelslangen. Let op! Moet in combinatie met bovengrondse of ondergrondse fertigatie druppelslang. Let op! Montagekosten, behuizing en graafwerk zijn niet subsidiabel bij deze investering. € 13.200,– 16
A3 Precisielandbouw en Smartfarming Precisiebemesting Drukgecompenseerde fertigatie druppelslang per meter, inclusief afsluiters, koppelstukken, bevestigingsmateriaal en overig aanverwant kleinmateriaal. Let op! Montagekosten en graafwerk zijn niet subsidiabel bij deze investering € 0,71 16
A3 Precisielandbouw en Smartfarming Precisiebemesting Ondergrondse drukgecompenseerde fertigatie druppelslang per meter, inclusief afsluiters, koppelstukken, bevestigingsmateriaal en overig aanverwant kleinmateriaal. Let op! Montagekosten en graafwerk zijn niet subsidiabel bij deze investering € 1,01 16
A3 Precisielandbouw en Smartfarming Precisiebemesting Weerstation inclusief windmeter, regenmeter, thermo-hygrosensor voor registratie en analyse van verschillende soorten weerdata + bodemvochtsensoren. Let op! Moet in combinatie van Fertigatie unit Let op! Montagekosten en graafwerk zijn niet subsidiabel bij deze investering € 2.180,– 16
D1 Duurzame Bedrijfsvoering Elektrische voertuigen of waterstof Elektrische heftruck met elektromotor van 48V, maximale hefcapaciteit van ten minste 2.000 kg en accupakket van ten minste 625Ah, inclusief de lader € 29.750,– 19
E3 Natuurinclusieve landbouw en Kringlooplandbouw Vermindering bodemverdichting NKG, vaste rijpaden en mech. onkruidbestrijding Ecoploeg met 7 scharen voor ondiepe bewerkingen (maximale diepte van 18 cm) € 19.350,– 16
E3 Natuurinclusieve landbouw en Kringlooplandbouw Vermindering bodemverdichting NKG, vaste rijpaden en mech. onkruidbestrijding Ecoploeg met 8 scharen voor ondiepe bewerkingen (maximale diepte van 18 cm) € 23.400,– 16
E3 Natuurinclusieve landbouw en Kringlooplandbouw Vermindering bodemverdichting NKG, vaste rijpaden en mech. onkruidbestrijding Ecoploeg met 9 of 10 scharen voor ondiepe bewerkingen (maximale diepte van 18 cm) € 28.000,– 16

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Titel 4.9. Pilots gezonde kalverketen

Artikel 4.9.1. Begripsbepalingen

In deze titel wordt verstaan onder:

Artikel 4.9.2. Subsidieaanvraag
1.

De Minister verstrekt op aanvraag subsidie voor het uitvoeren van een project dat bestaat uit:

2.

Het proefproject moet bijdragen aan één van de vier volgende thema’s:

Artikel 4.9.3. Begunstigden

De subsidie wordt verleend aan een samenwerkingsverband dat bestaat uit tenminste één melkveehouder, slachter en afzetkanaal, waar nodig aangevuld met andere partijen uit de kalverketen.

Artikel 4.9.4. Hoogte subsidie

De subsidie bedraagt ten minste € 75.000 en ten hoogste € 1.000.000 per proefproject.

Artikel 4.9.5. Subsidiabele kosten
1.

Voor subsidie komen uitsluitend de kosten, bedoeld in artikel 1.3, eerste lid, onderdelen a, b, c en d, in aanmerking, overeenkomstig het tweede tot en met vierde lid.

2.

Voor de oprichting van een projectmatig samenwerkingsverband en het gezamenlijk formuleren van een projectplan, wordt in afwijking van artikel 2.11, tweede lid, onderdeel c, tot een jaar voor de datum van indienen van de aanvraag tot subsidieverlening, 100% subsidie verstrekt voor de volgende kosten:

3.

Voor de uitvoering van een proefproject wordt 100% subsidie verstrekt voor de volgende kosten:

4.

Indien voor de uitvoering van een proefproject een fysieke investering wordt gedaan, wordt 40% subsidie verstrekt voor de volgende kosten:

5.

In afwijking van de artikelen 1.3, eerste lid, onderdeel a, en 1.4, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 1 en 2, worden de loonkosten berekend door een per medewerker bepaald individueel uurtarief, berekend op basis van bruto jaarloon, vermeerderd met een opslag van 43,5% voor werkgeverslasten waarna over dat bedrag 15% aan overheadkosten wordt berekend en dat bedrag vervolgens wordt gedeeld door 1.720 uur op basis van een 40-urige werkweek, te vermenigvuldigen met het aantal aan het project of de investering bestede uren.

6.

In afwijking van artikel 1.4, tweede lid, worden indien gebruik wordt gemaakt van de rekenmethode, bedoeld in het vijfde lid, de kosten van de door een subsidieontvanger verrichte eigen arbeid, bedoeld in artikel 69, eerste lid, onderdeel e, van verordening 1303/2013, berekend door het aantal uren dat de betrokken persoon ten behoeve van het project of de investering heeft gemaakt te vermenigvuldigen met een vast uurtarief van € 35,–.

7.

Overeenkomstig artikel 69, derde lid, onderdeel b, van verordening 1303/2013, zijn kosten voor de aankoop van niet-bebouwde en bebouwde grond subsidiabel tot een bedrag van maximaal 10% van de totale subsidiabele uitgaven van het project.

Artikel 4.9.6. Verdeling subsidieplafond
1.

Het subsidieplafond voor deze regeling bedraagt € 10.000.000.

2.

De Minister verdeelt het subsidieplafond, bedoeld in het eerste lid, per thema, als bedoeld in artikel 4.9.2, tweede lid, op volgorde van rangschikking van de aanvragen, bedoeld in de artikelen 2.4, onderdeel b, en 2.6.

2.

Na rangschikking overeenkomstig artikel 4.9.9 worden de aanvragen gecategoriseerd in een van de vier thema’s, bedoeld in artikel 4.9.2, tweede lid. In elke categorie worden allereerst de projecten met de hoogste scores gehonoreerd, daarna de projecten in de rangen daaropvolgend. Als er in een of meer categorieën geen aanvragen meer zijn, worden in de overige categorieën de aanvragen met dezelfde rangorde binnen de verschillende categorieën gehonoreerd.

Artikel 4.9.7. Realisatietermijn
1.

De start van het proefproject vindt plaats na de datum van indiening van de aanvraag tot subsidieverlening, bedoeld in artikel 2.9, en uiterlijk binnen twee maanden na de datum van subsidieverlening

2.

De afronding van het proefproject vindt plaats binnen twee jaar na de datum van subsidieverlening en voor het indienen van de aanvraag tot subsidievaststelling, bedoeld in artikel 2.20. Indien het proefproject is afgerond, dient de subsidieontvanger overeenkomstig artikel 2.20 zijn aanvraag tot subsidievaststelling in binnen 13 weken doch uiterlijk op 1 april 2025.

Artikel 4.9.8. Afwijzingsgronden

Onverminderd artikel 2.11 beslist de Minister afwijzend op een aanvraag voor subsidieverlening indien:

Artikel 4.9.9. Rangschikkingscriteria
1.

De Minister kent aan een aanvraag, op basis van het bijbehorende projectplan, een hoger aantal punten toe naarmate naar verwachting:

2.

Het aantal punten bedraagt per onderdeel van het eerste lid ten hoogste 4.

3.

Voor de rangschikking van een aanvraag wordt het aantal punten gegeven voor het eerste lid, onderdelen a, b, c en d, vermenigvuldigd met onderscheidenlijk 3, 2, 2 en 2.

5.

De Minister rangschikt de aanvragen waarop niet afwijzend is beslist hoger naarmate in totaal meer punten aan het proefproject zijn toegekend.

6.

Indien aan twee of meer aanvragen een gelijk aantal punten is toegekend, rangschikt de Minister een aanvraag hoger naarmate meer punten zijn toegekend aan onderdeel a van het eerste lid. Hierna stelt de Minister de onderlinge rangschikking van aanvragen die bij de beoordeling gelijk zijn gerangschikt vast door middel van loting.

Artikel 4.9.10. Verplichtingen subsidieontvanger
1.

Onverminderd artikel 2.9, vierde lid, neemt de subsidieontvanger in het projectplan op:

2.

Het projectplan wordt opgesteld overeenkomstig een door de Minister ter beschikking gesteld model.

3.

De subsidieontvanger maakt de resultaten van de activiteit openbaar via het EIP-netwerk, bedoeld in artikel 53 van verordening 1305/2013, en andere geëigende netwerken.

4.

De penvoerder van een samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 4.9.3, dient uiterlijk een jaar na subsidieverlening een tussenrapportage in bij de Minister. Deze tussenrapportage bevat een overzicht van de uitgevoerde activiteiten en de behaalde deelresultaten.

5.

De subsidieontvanger verleent gedurende ten hoogste vijf jaar na de datum van de beschikking tot subsidievaststelling medewerking aan een evaluatie van de effecten van de door hem uitgevoerde activiteiten, bedoeld in artikel 4.9.2, eerste lid, voor zover deze medewerking redelijkerwijs van hem verlangd kan worden.

6.

De subsidieontvanger voldoet aan artikel 80 van Verordening 1305/2013.

7.

De in het samenwerkingsverband samenwerkende partijen werken mee aan een door de Minister voorgeschreven wijze van monitoring met betrekking tot de gezondheid en het welzijn van kalveren.

Artikel 4.9.11. Voorschotverlening
1.

De Minister verleent ten hoogste tweemaal per jaar voorschotten. De aanvrager kan maximaal tweemaal per jaar een betaalverzoek indienen.

2.

Onverminderd artikel 2.14, eerste lid, bedraagt de som van de voorschotten ten minste € 50.000 of ten minste 25% van het verleende subsidiebedrag.

Artikel 4.9.12. Onregelmatigheden, administratieve controles en controles ter plaatse
1.

De Minister geeft in voorkomende gevallen uitvoering aan artikel 54, eerste en derde lid, en artikel 56 van verordening 1306/2013.

2.

De Minister verricht de controles, bedoeld in artikel 59 van verordening 1306/2013.

Artikel 4.9.13. Onverschuldigde betalingen, sancties en terugvorderingen
1.

De Minister besluit tot het niet betalen dan wel de gehele of gedeeltelijke intrekking van de subsidie overeenkomstig artikel 63, eerste lid, van verordening 1306/2013.

2.

De Minister stelt de sancties, bedoeld in artikel 63, tweede lid, van verordening 1306/2013, vast met inachtneming van artikel 64 van verordening 1306/2013.

3.

De Minister geeft bij de uitvoering van de bevoegdheden, genoemd in het eerste en tweede lid, toepassing aan artikel 63 van verordening 809/2014.9

Artikel 4.9.14. Vervaltermijn

Deze titel vervalt met ingang van 31 december 2025, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op subsidies die voor die datum zijn verleend.

Titel 4.10. Kennisoverdracht ten behoeve van een samenwerkingsverband van landbouwondernemingen

Artikel 4.10.1. Subsidieaanvraag
1.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een onderneming voor de uitvoering van trainingen, workshops, coaching, voorlichtingsactiviteiten en demonstratieactiviteiten ten behoeve van een samenwerkingsverband, bestaande uit landbouwondernemingen.

2.

De activiteiten, bedoeld in het eerste lid, hebben voor een samenwerkingsverband als bedoeld in het eerste lid, een of meer van de volgende onderwerpen:

Artikel 4.10.2. Subsidiabele kosten
1.

Voor subsidie komen in aanmerking kosten van de organisatie en uitvoering van trainingen, workshops, coaching, voorlichtingsacties en demonstratieactiviteiten als bedoeld in artikel 14, vierde lid, van de Verordening 1305/2013.

2.

Voor subsidie komen niet in aanmerking kosten voor de ontwikkeling van middelen ten behoeve van de kennisoverdracht.

3.

In afwijking van de artikelen 1.3, eerste lid, onderdeel a, en 1.4, eerste lid, worden de loonkosten berekend door een per medewerker bepaald individueel uurtarief, berekend op basis van bruto jaarloon, vermeerderd met een opslag van 43,5% voor werkgeverslasten waarna over dat bedrag 15% aan overheadkosten wordt berekend en dat bedrag vervolgens wordt gedeeld door 1.720 uur op basis van een 40-urige werkweek, te vermenigvuldigen met het aantal aan het project of de investering bestede uren.

4.

In afwijking van artikel 1.4, tweede lid, worden de kosten van de door een subsidieontvanger verrichte eigen arbeid, bedoeld in artikel 69, eerste lid, onderdeel e, van verordening 1303/2013, berekend door het aantal uren dat de betrokken persoon ten behoeve van het project of de investering heeft gemaakt te vermenigvuldigen met een vast uurtarief van € 35,–.

Artikel 4.10.3. Begunstigden
1.

De begunstigde van de subsidie is degene die de opleiding of andere vormen van kennisoverdracht of voorlichting verstrekt.

2.

De in het kader van deze maatregel verstrekte subsidie komt ten goede aan samenwerkingsverbanden als bedoeld in artikel 4.10.1 eerste lid.

Artikel 4.10.4. Hoogte subsidie en verdeling subsidieplafond
1.

De subsidie bedraagt ten hoogste 80% van de subsidiabele kosten.

2.

De subsidie bedraagt ten minste € 50.000,- en ten hoogste € 200.000,- per project.

3.

De minister verdeelt per openstelling het subsidieplafond op volgorde van rangschikking van de aanvragen.

4.

Indien blijkt dat het totale bedrag van de te verlenen subsidies voor projecten als bedoeld in artikel 4.10.1, tweede lid,https://wetten.overheid.nl/BWBR0035474/2021-05-17 - Hoofdstuk2_Titeldeel2.4_Paragraaf2.4.6_Artikel2.4.24 onderdeel a, subonderdeel a, lager is dan het daarvoor vastgestelde subsidieplafond, wordt het overblijvende bedrag zo nodig aan het subsidieplafond toegevoegd voor overige projecten als bedoeld in artikel 4.10.1, tweede lid.

5.

Indien blijkt dat het totale bedrag van de te verlenen subsidies voor projecten als bedoeld in artikel 4.10.1, tweede lid, onderdeel a, subonderdelen b tot en met f, en onderdeel b, lager is dan het daarvoor vastgestelde subsidieplafond, wordt het overblijvende bedrag zo nodig toegevoegd voor projecten als bedoeld in artikel 4.10.1, tweede lid, onderdeel a, subonderdeel a.

Artikel 4.10.5. Realisatietermijn
1.

De realisatie van de activiteiten vindt plaats binnen twee jaar na de datum van subsidieverlening en voor het indienen van de aanvraag tot subsidievaststelling, bedoeld in artikel 2.20.

2.

Indien de activiteiten zijn afgerond, dient de subsidieontvanger overeenkomstig artikel 2.20 binnen 13 weken doch uiterlijk op 1 april 2025 zijn aanvraag tot subsidievaststelling in.

Artikel 4.10.6. Afwijzingsgronden

De minister beslist afwijzend op een aanvraag indien:

Artikel 4.10.7. Rangschikkingscriteria
1.

De minister kent aan een aanvraag, op basis van het bijhorende projectplan, een hoger aantal punten toe naarmate naar verwachting:

2.

Het aantal punten bedraagt per onderdeel van het eerste lid ten hoogste vijf punten.

3.

Voor de rangschikking wordt het aantal punten gegeven voor het eerste lid, onderdeel a, vermenigvuldigd met twee.

4.

De minister rangschikt de aanvragen waarop niet afwijzend is beslist hoger naarmate in totaal meer punten aan het project zijn toegekend.

Artikel 4.10.8. Verplichtingen subsidieontvanger
1.

Onverminderd in artikel 2.9, bevat een aanvraag voor subsidie als bedoeld in artikel 4.10.1 ten minste:

2.

De subsidieontvanger stelt een projectplan op waarin in ieder geval worden opgenomen de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd, de doelstellingen van het project, de start- en einddatum, de samenstelling van het samenwerkingsverband, de totale kosten, de omvang van de gevraagde subsidie en een samenvatting van het project.

3.

Het projectplan wordt opgesteld overeenkomstig een door de minister ter beschikking gesteld model.

4.

De aanvrager werkt eraan mee dat informatie over de projecten, waaraan subsidie als bedoeld in artikel 4.10.1 wordt verstrekt, wordt gedeeld op Groen Kennisnet.

Artikel 4.10.9. Voorschotverlening
1.

Overeenkomstig artikel 2.14, wordt een voorschot ten hoogste twee maal per jaar op aanvraag verstrekt door de minister.

2.

Onverminderd artikel 2.14, eerste lid, bedraagt de som van de voorschotten die naar aanleiding van een aanvraag worden verleend aan de begunstigden ten minste 25% van het verleende subsidiebedrag.

Artikel 4.10.10. Verrekening netto inkomsten gedurende uitvoering

De netto inkomsten die tijdens de uitvoering van de activiteit gegenereerd worden, als bedoeld in artikel 65, achtste lid, van verordening 1303/2013, worden overeenkomstig genoemd artikel in mindering gebracht op de subsidiabele kosten.

Artikel 4.10.11. Administratieve controles en controles ter plaatse

De minister verricht de controles, bedoeld in artikel 59 van verordening 1306/2013.

Artikel 4.10.12. Onverschuldigde betalingen, sancties en terugvorderingen
1.

De minister besluit tot het niet betalen dan wel de gehele of gedeeltelijke intrekking van de subsidie overeenkomstig artikel 63, eerste lid, van verordening 1306/2013.

2.

De minister stelt de sancties, bedoeld in artikel 63, tweede lid, van verordening 1306/2013, vast met inachtneming van artikel 64 van verordening 1306/2013.

3.

De minister geeft bij de uitvoering van de bevoegdheden, genoemd in het eerste en tweede lid, toepassing aan artikel 63 van verordening 809/2014.

Artikel 4.10.13. Vervaltermijn

Deze titel vervalt met ingang van 31 december 2025, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op subsidies die voor die datum zijn verleend.

Hoofdstuk 5. Europees Fonds voor regionale ontwikkeling

§ 5.1. Algemene bepalingen

§ 5.2. Regels omtrent subsidieverstrekking door de managementautoriteit

§ 5.3. Regels omtrent subsidieverstrekking ten laste van de Rijkscofinanciering

§ 4. Regels omtrent subsidieverstrekking in het kader van Europese territoriale samenwerking

Hoofdstuk 6. Overige bepalingen en slotbepalingen

Bijlage 2. behorende bij artikel 4.2.2, vijfde lid, Regeling Europese EZ-subsidies

Vervallen

Procedure als bedoeld in artikel 140, vijfde lid, van verordening 1303/2013

Verordening 1303/2013 maakt het mogelijk kopieën of volledig digitale documenten te accepteren als bewijsstuk. In deze bijlage worden de in artikel 140, vijfde lid, van verordening 1303/2013 bedoelde procedures vastgesteld voor documenten die in het kader van de uitvoering van deze regeling en verantwoording op grond van verordening 1303/2013 kan worden gebruikt.

1. Typen documenten

De volgende documenten worden als bewijsstukken geaccepteerd:

2. Procedure voor het gebruik van de documenten, bedoeld onder 1, onderdelen a, b en c

De in 1 onder a, b en c bedoelde bewijsstukken zijn geconverteerde documenten of gegevensdragers. Bij conversie van het origineel naar het geconverteerde document of gegevensdrager wordt aan de hieronder vermelde voorwaarden voldaan:

Het in samenhang bezien van de verschillende bewijsstukken strekt er mede toe de authenticiteit van het geconverteerde document of de gegevensdrager te waarborgen en dat hierop voor controledoeleinden kan worden vertrouwd.

Als de conversie op de juiste wijze gebeurt, is het in het kader van de verantwoording, niet meer noodzakelijk de bewijsstukken op de originele gegevensdrager te bewaren. Het geconverteerde bewijsstuk mag na conversie niet meer gewijzigd kunnen worden.

3. Procedure voor het bewaren van stukken die uitsluitend in een elektronische versie bestaan, bedoeld in 1, onderdeel d

Indien een subsidieontvanger gebruik maakt van elektronische documenten waarbij uitsluitend een elektronische versie bestaat, worden de geautomatiseerde systemen voorzien van beheers- en beveiligingsmaatregelen die de betrouwbaarheid, authenticiteit en integriteit van de elektronische gegevens gedurende de gehele vereiste bewaartermijn waarborgen. Het is aan de subsidieontvanger om dit aan te tonen. Voor een tweetal veel voorkomende situaties zijn de voorschriften hieronder uitgewerkt:

Bijlage 2. behorende bij artikel 4.2.2, vijfde lid, Regeling Europese EZ-subsidies

Vervallen

Bijlage 3. behorende bij artikel 4.3.1. van de Regeling Europese EZ-subsidies

Vervallen

Bijlage 4. behorende bij de artikelen 4.5.2, derde lid, onderdeel c, en 4.5.4

1 2 3 4
Product/activiteit Omschrijving resultaat Tarief/berekeningsmethode Mogelijke additionele kosten
1. Projectvoorbereiding 1. Projectvoorbereiding 1. Projectvoorbereiding 1. Projectvoorbereiding
a. projectplan Document met een beschrijving van het uit te voeren project, conform format bij het aanvraagformulier. Vast bedrag: € 7.840 Gebiedsbijeenkomsten ten behoeve van het opstellen van het projectplan, als beschreven in producten 4b en 4c
2. Planvorming 2. Planvorming 2. Planvorming 2. Planvorming
a. plan op het niveau van een gebied of sector Document met een inhoudelijke beschrijving van de uit te voeren activiteiten in een gebied en/of sector, overeenkomstig artikel 4.5.9, eerste lid € 19.040 per plan; minimaal 1 per aanvraag; max. 1 per deelnemend agrarisch collectief of per thema Gebiedsbijeenkomsten (product 4b en 4c) ten behoeve van het opstellen van het plan. Kosten voor onderzoek, analyse en advies ten behoeve van productontwikkeling als beschreven in product 9a
b. deelplan op het niveau van een deelgebied of subsector Document met nadere inhoudelijke uitwerking van het plan voor een afgebakend deel van het projectgebied of van een thema. Het document bevat dezelfde onderdelen als het gebiedsplan, maar dan verder uitgewerkt en gedetailleerd. € 3.360 per deelplan; max. 1 per afgebakend deel van het projectgebied of thema Gebiedsbijeenkomsten (product 4b en 4c) ten behoeve van het opstellen van het plan. Kosten voor onderzoek, analyse en advies ten behoeve van productontwikkeling als beschreven in product 9a
c. deelplan op het niveau van een deelnemend agrarisch bedrijf Document met een beschrijving van de maatregelen of andere inspanningen op een deelnemend bedrijf en de bijdrage die hiermee aan gebiedsplan geleverd wordt. - onderbouwing keuze voor te ontwikkelen doelen en uit te voeren maatregelen - relaties met andere deelnemende bedrijven of partners - indien van toepassing, begroting van de kosten van beheeractiviteiten op basis van de tabel in onderdeel B van deze bijlage - een kaart waar welke beheeractiviteiten mogelijk worden uitgevoerd € 780 per deelplan; 1 per deelnemend agrarisch bedrijf Geen
3. Proefprojecten 3. Proefprojecten 3. Proefprojecten 3. Proefprojecten
a. werven deelnemers Voeren van individuele gesprekken met potentiele deelnemers om te komen tot afspraken over deelname aan het project cq. het opstellen van een bedrijfsplan. Begunstigde maakt lijst met potentiële deelnemers aan de hand van potentiële bijdrage (blijkt uit (deel)gebiedsplan) en getoonde belangstelling (blijkt bij bijeenkomsten of uit het netwerk). Aantonen aan de hand van gespreksverslagen. € 560 per potentiële deelnemer Geen
b. begeleiden deelnemers Begeleiding van deelnemers vanuit de begunstigde bij de uitvoering van het bedrijfsplan. Bepalen aan de hand van uitgevoerde bedrijfsplannen. € 1.120 per deelnemer Geen
c. uitvoeren proefprojecten Vergoedingen voor de activiteiten, bedoeld in kolom 1 van de tabel in onderdeel B van deze bijlage. Berekeningsmethode, bedoeld in kolom 2 van de tabel in onderdeel B van deze bijlage Geen
d. investeringen Indien aantoonbaar noodzakelijk voor het uitvoeren van proefprojecten kunnen investeringen (zoals bouw- of aanlegkosten, inrichtingskosten of machines en apparatuur) nodig zijn. Die investeringen mogen geen aanmerkelijke stijging van de waarde of rentabiliteit van de onderneming tot gevolg hebben. Begunstigde moet in het projectplan onderbouwen dat de investering (kosten derden) noodzakelijk is om aan de innovatie-eis te voldoen. Aantonen aan de hand van offerteverzoek, offerte, opdracht, factuur betaalbewijs Werkelijke kosten op basis van factuur en betaalbewijs Geen
4. Communicatie 4. Communicatie 4. Communicatie 4. Communicatie
a. communicatieplan Document met overkoepelend communicatieplan voor het project – producten – doelgroepen – begroting op basis van de productenlijst – fasering In het plan wordt expliciet aandacht besteed aan nieuwe vormen van samenwerking en de bijdrage die het project levert aan de doelstelling van het project. Vast bedrag: € 4.480 Geen
b. kleine bijeenkomst Bijeenkomst van maximaal 15 personen; voorbereiding, facilitaire zaken en verslaglegging. Aantonen aan de hand van verslag en presentielijst aanwezigen. € 1.220 per bijeenkomst Inhuur externe expertise als beschreven in product 9b Vacatievergoeding voor bijdragen van deelnemers (product 9c)
c. grote bijeenkomst Bijeenkomst van meer dan 15 personen; voorbereiding, facilitaire zaken en verslaglegging Aantonen aan de hand van verslag en bewijsstukken voor presentie van aanwezigen. € 2.440 per bijeenkomst Inhuur externe expertise als beschreven in product 9b Vacatievergoeding voor bijdragen van deelnemers (product 9c)
d. veldbezoek/excursie Bijeenkomst om de uitvoering cq resultaten van het project in het veld te bekijken en bespreken; voorbereiding, facilitaire zaken en verslaglegging. Aantonen aan de hand van verslag en presentielijst deelnemers. € 1.880 per veldbezoek of excursie Inhuur externe expertise als beschreven in product 9b Vacatievergoeding voor gastheer/vrouw van de excursie (= deelnemer project) (product 9c)
e. voorbereiden/produceren professionele folder/video Het voorbereiden/produceren van een folder of video € 2.240 per folder of video Inhuur externe expertise als beschreven in product 9b
f. website Ontwerp en beheer van website of pagina op website van agrarisch collectief (minimaal de website van de penvoerder) met minimaal de volgende informatie over het project: – doel – korte beschrijving – betrokken collectieven en andere partijen – contactgegevens Vast bedrag: € 3.360 Geen
g. artikel/persbericht Artikel of persbericht in vakblad of nieuwsblad; minimaal 500 woorden. Aantonen aan de hand van een print of kopie van de publicatie. € 1.680 per artikel of persbericht Geen
h. Lezing/presentatie Verzorgen van een lezing of presentatie door de begunstigde bij derde partijen (niet direct bij pilot betrokken), over het project en de (voorlopige) resultaten daarvan. Aantonen aan de hand van presentatie en/of berichtgeving (bv. verslag of bericht op website) over de bijeenkomst en de presentatie. € 1.170 per lezing of presentatie Geen
5. Monitoring 5. Monitoring 5. Monitoring 5. Monitoring
a. dataset met gegevens over resultaten project Dataset in format dat is afgestemd met de andere projecten en dat rapportage op het niveau van het project en de regeling mogelijk maakt. Data kunnen kwantitatieve, kwalitatieve, ruimtelijke en niet-ruimtelijke aspecten omvatten. Maximaal 1 per soortgroep, per jaar, per gebied. Data kunnen ook betrekking hebben op sociale, organisatorische en financiële aspecten € 2.800 per dataset; minimaal 1 per aanvraag Inhuur externe expertise als beschreven in product 9b Vrijwilligersvergoeding voor veldwerk tbv inventarisatie van gegevens door inzet vrijwilligers (product 9d)
6. Rapportage 6. Rapportage 6. Rapportage 6. Rapportage
a. tussenrapportage Document met inhoudelijke beschrijving van de voortgang van het project, evaluatie, leerpunten, evt. aanpassingen in het project. € 4.480 per tussenrapportage; minimaal 1 per aanvraag max. 1 per afgebakend deel van het projectgebied of thema Geen
b. eindrapportage Document met inhoudelijke beschrijving van de resultaten van het project, evaluatie en leerpunten. Vast bedrag: € 19.000 Geen
7. Landelijke coördinatie en afstemming 7. Landelijke coördinatie en afstemming 7. Landelijke coördinatie en afstemming 7. Landelijke coördinatie en afstemming
a. landelijk ontwikkelwerk Landelijke coördinatie en het organiseren en bijwonen van landelijke bijeenkomsten ten behoeve van de landelijke afstemming van de projecten (bv. bij aanvang van de uitvoering en na het indienen van de tussenrapportages), het ontwikkelen van methoden en van formats voor datasets en rapportages en de presentatie van (deel)producten Vast bedrag: € 26.900 Geen
b. landelijke tussenrapportage Document met inhoudelijke beschrijving van de voortgang van de projecten, evaluatie, leerpunten en aanbevelingen voor het ontwikkelen van een toekomstig Gemeenschappelijk landbouwbeleid. De tussenrapportage wordt uiterlijk op 31 december 2022 ingediend. Vast bedrag: € 1.680; één per project Geen
c. landelijke eindrapportage Document met inhoudelijke beschrijving van de resultaten van het projecten, evaluatie en leerpunten. Vast bedrag: € 4.920 Geen
8. Projectmanagement 8. Projectmanagement 8. Projectmanagement 8. Projectmanagement
a. projectmanagement Betreft het management en de coördinatie van het project. De werkzaamheden van de begunstigde die wel noodzakelijk zijn om het project goed uit te voeren, maar geen onderdeel zijn van de producten. Wordt berekend over de producten, bedoeld in de onderdelen 1 tot en met 7 en 9a en 9b, van deze tabel. 15% van de vergoeding voor de geleverde producten Geen
9. Kosten derden 9. Kosten derden 9. Kosten derden 9. Kosten derden
a. Productontwikkeling voor innovatieve beleidstoepassingen Voor het opstellen van gebiedsplan of sectorplan kan advies worden ingewonnen ten behoeve van de uitvoerbare beleidstoepassingen die innovatief zijn in Nederland. Begunstigde moet in het projectplan onderbouwen dat het onderwerp waarop het advies betrekking heeft aan de innovatie-eis voldoet. Aantonen aan de hand van offerteverzoek, offerte, opdracht, factuur betaalbewijs Werkelijke kosten op basis van factuur en betaalbewijs Geen
b. Inhuur externe expertise Indien aantoonbaar noodzakelijk kan voor specifieke producten externe expertise ingehuurd worden. Dit kan specialistische of wetenschappelijke kennis zijn ten behoeve van monitoring van effecten/prestaties, kennisdeling of inventarisaties, en kan ook zaken als bemonstering of laboratoriumonderzoek betreffen. Aantonen aan de hand van offerteverzoek, offerte, opdracht, factuur betaalbewijs. Werkelijke kosten op basis van factuur en betaalbewijs Geen
c. vacatievergoedingen Vergoeding voor (vertegenwoordigers van) deelnemende agrarische bedrijven waarvoor een bedrijfsplan is opgesteld, indien het zaken betreft die voortkomen uit het project, maar niet direct met de bedrijfsvoering te maken hebben; met name het uitdragen van opgedane kennis en ervaring aan belangstellenden binnen en buiten het projectgebied. Aantonen aan de hand van declaratie en betaalbewijs. € 105 per dagdeel Geen
d. vrijwilligersvergoeding Betreft de inzet van vrijwilligers voor inventarisaties. Aantonen aan de hand van urenverantwoording en betaalbewijs. € 4,50 per uur Geen
1 2
--- ---
Activiteit Berekeningsmethode
1. Er wordt een rustperiode in acht genomen van datum x tot datum y. Grasland € 2.403,37 per ha
3. Het grasland wordt vanaf 1 maart en vóór de rustperiode niet gemaaid. € 2.027,47 per ha
4. Het grasland is geïnundeerd (volledig drassig). De inundatieperiode loopt van datum x tot datum y. € 2.403,37 per ha
5. Er wordt aantoonbaar gezocht naar nesten. Gevonden nesten en/of kuikens worden beschermd en gevrijwaard van alle landbouwkundige bewerkingen, tenminste via enclaves van minimaal a m2 (alleen op grasland) danwel via een rustperiode van datum x tot datum y, waarbij de vrijwaring tenminste 14 kalenderdagen duurt, of via het plaatsen van nestbeschermers. Gevonden nesten zijn geregistreerd (bijv. op stalkaart of via geo informatie). Voor specifieke soorten kan nestgelegenheid worden geplaatst. € 126,67 per nest plus € 2.426,41 per ha op grasland. Op bouwland € 351,65 per ha
6. Bemesting met ruige stalmest is verplicht € 208,04 per ha
7. Uitsluitend gebruik van chemische onkruidbestrijding op max 10% van de oppervlakte. € 135,83 per ha
8. Beweiding is verplicht vanaf datum x tot datum y met minimale a en maximale veebezetting b (GVE/ha) € 1.947,6 per ha
9. Minimaal f% van de oppervlakte bestaat van datum x tot datum y uit gewas a of meerdere gewassen b of gewasresten c. € 2.796,78 per ha
11. Er wordt gevrijwaard voor beschadiging door vee van datum x tot datum y € 152,25 per ha
16. Watergang heeft (via natuurlijke of kunstmatige voorziening) vrij toegang, na onderlopen wordt er schoongemaakt € 93,16
17. Het gewas wordt jaarlijks minimaal 1 keer gemaaid en afgevoerd. Grasland € 2.403,37 per ha; Bouwland € 2.796,78 per ha
18. Door een tijdelijke, plaatselijke voorziening is het oppervlaktewaterpeil van datum x tot datum y minimaal a cm hoger dan eerste volgende watergang. € 210,10 per ha
19. Minimaal a verschillende indicatorsoorten uit lijst b zijn in transect aanwezig in de periode x tot y Grasland € 2.403,37 per ha; Bouwland € 2.796,78 per ha
20. Het grasland is na datum x tot datum y van het volgende kalenderjaar niet bewerkt € 136,66 per ha
21. Van datum x tot datum y is beweiding toegestaan met maximale veebezetting b (GVE/ha) € 1.947,6 per ha
22. Minimaal f% tot maximaal g% van het leefgebied onder beheer is jaarlijks gesnoeid. € 2.486,80 per ha
23. Minimaal f% tot maximaal g% van het leefgebied onder beheer is jaarlijks geschoond en/of gemaaid € 2.538,64 per ha
24. Snoeiafval is verwijderd of op rillen gelegd in het element en/of maaiafval is verwijderd € 2.692,36 per ha
26. Jaarlijks is op minimaal f% tot maximaal g% van het leefgebied onder beheer bagger vanuit een waterelement op aangrenzende landbouwgrond gespoten € 1.500 per ha
27. De peilscheiding is jaarlijks schoongemaakt en/of onderhouden € 2.026,50 per ha
29. In aangewezen gebieden zijn tussen de aardappelruggen minimaal k drempeltjes van minimaal l cm hoog per m m aanwezig met een minimale afstand van o m onderling € 300 per ha
30. Gewasresten (bijvoorbeeld maaisel, stro), al dan niet opgebracht, zijn ondergewerkt binnen a weken na aanbrengen € 379,80 per ha

Bijlage 5. behorende bij artikel 4.7.2 van de Regeling Europese EZK- en LNV-subsidies

Categorie A Precisielandbouw en Smart farming Investeringen in (datagedreven) plaats-, dier of plantspecifieke systemen voor monitoring, behandeling en/of toediening waarmee agrarische bedrijfsprocessen worden ondersteund. Categorie A Precisielandbouw en Smart farming Investeringen in (datagedreven) plaats-, dier of plantspecifieke systemen voor monitoring, behandeling en/of toediening waarmee agrarische bedrijfsprocessen worden ondersteund. Categorie A Precisielandbouw en Smart farming Investeringen in (datagedreven) plaats-, dier of plantspecifieke systemen voor monitoring, behandeling en/of toediening waarmee agrarische bedrijfsprocessen worden ondersteund. Categorie A Precisielandbouw en Smart farming Investeringen in (datagedreven) plaats-, dier of plantspecifieke systemen voor monitoring, behandeling en/of toediening waarmee agrarische bedrijfsprocessen worden ondersteund.
nr Soort investering Wel/niet subsidiabele kosten
A1 Groei en Oogsten Subsidiabel • Digitale systemen ten behoeve van inzicht in oogstvariabelen. Bij akkerbouw groeivariabelen. Bij veehouderij voor grasoogst. • Digitale systemen voor plaatsspecifieke opbrengstmetingen. • Digitale systemen om de groei te monitoren, bijvoorbeeld door het gebruik van satelliet- of drones om data te verzamelen. 17
A2 Precisieberegening en -irrigatie Omschrijving Investeringen in gerichte (elektrische) beregenings- en bevloeiingssystemen. Investeringen kunnen in combinatie met B4 worden ingediend. Subsidiabel • Software voor sensor-gestuurde irrigatie. • Dripirrigatie/druppelslangen incl. besturing. • Wortelbewateringsystemen (Root Watering System). • Laagvolume sproeier ten behoeve van nachtvorstbestrijding. • Elektrische aansturing van deze beregenings- en bevloeiingsapparatuur. Niet subsidiabel • Reguliere beregeningshaspels en slang. • Sproeibomen voor gewasbescherming. 17
A3 Precisiebemesting Omschrijving • Systemen voor het gericht emissiearm, in de juiste dosering, zonder overlapping (= aangestuurd door GPS) in de bodem toedienen van vloeibare stikstofhoudende (kunst)meststoffen bij het planten, zaaien, aanaarden of het moment dat het gewas er aantoonbaar om vraagt. Het aantoonbaar erom vragen bestaat alleen voor N-bijbemesting van aardappelen een systeem gebaseerd op sensorwaarnemingen. • Systemen om vloeibare meststoffen via druppelslangen in de juiste dosering en op het juiste moment toe te dienen aan het gewas (fertigatie). Systeem is gangbaar in glastuinbouw. In open teelten minder gangbaar. • Systemen voor het meten van het stikstofgehalte van de toegediende mest met NIRS indien dit meteen wordt door vertaald in het doseren. • Systemen voor rijenbemesting met dierlijke mest. • Systemen voor het digitaal meten van opbrengsten voor opbrengstkaarten ten behoeve van plaats specifieke teeltoptimalisatie. Investeringen kunnen in combinatie met A1 of B4 worden ingediend. Subsidiabel • Systemen die plaatsspecifiek gewasbemesting kunnen toepassen. • GPS/GIS apparatuur, inclusief bodemkaart voor bovenstaande systemen. De GPS/GIS apparatuur voor deze systemen is alleen subsidiabel in combinatie met aanschaf van bovenstaande systemen. • Bijbehorende installatiekosten. Niet subsidiabel • De tractor waaraan wordt gekoppeld. • Zodebemester. • Abonnementen op software updates en servicecontracten. Behalve indien deze onlosmakelijk verbonden zijn aan de investering en het benodigde abonnement noodzakelijk is voor het correct functioneren van de investering. 17
A4 Precisiegewasbescherming Omschrijving • Spuitmachine bestemd voor het toedienen van gewasbeschermingsmiddelen of vloeibare meststoffen aan gewassen in de akkerbouw, bloembollen-, boom-, fruit- of vollegrondsteelt, of bedekte teelt waarbij het ontstaan van restvloeistof in de spuittank wordt voorkomen of met ten minste 50% gereduceerd. • Machine bestemd voor plaatsspecifieke bestrijding van ziekten, plagen of onkruiden in de akkerbouw, bloembollen-, boom-, fruit-, vollegrondsteelt of bedekte teelt zonder gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Of • Investeringen in een spuitmachine met driftreducerende technieken, zoals: driftarme doppen, elektrische kantdoppen, luchtondersteuning, luchtvloeistofmengsystemen sleepdoektechniek. • Investeringen in een spuitmachine met volumereducerende technieken. • Bijbehorende installatiekosten. Subsidiabel • Een spuitmachine met volledig gescheiden vloeistofsystemen voor schoon water en spuitvloeistof. • Een spuitmachine waarbij de gewasbeschermingsmiddelen op het laatste moment voor het spuiten op het gewas in de spuitleiding vermengd worden door een selectieve doseringseenheid. • Een spuitmachine met een combinatie van doppen en driftreducerende technieken die zorgt voor een driftreductie van minimaal 95%. • aanleg en aanschaf vloeistofwerende vul- en wasplaats met opvang. • Een machine, niet zijnde spuitmachine, waarmee ziekten, plagen of onkruiden mechanisch worden bestreden op basis van plaatsspecifieke waarneming van het doelorganisme of symptomen daarvan. • Autonome systemen die bijdragen aan de het verminderen van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. • Systemen die obv. een taakkaart kunnen spuiten, evt. in combinatie met PWM doppen (pulse width modulation). • Spotspray toepassingen: herkenning van onkruid mbv. camera’s waarna alleen het onkruid bespoten wordt (sterke middelreductie). Systemen zijn bijv. Weed-it, Garford, Ecorobotix. • Mechanische systemen als alternatief voor bespuitingen, zoals via camera gestuurde schoffelsystemen. • Systemen ter bestrijding van ridderzuring (combi met drone opnames of met camera op de spuitboom). Let op: het percentage restvloeistofreductie of driftreductie moet worden vermeld in het projectplan en op de offerte bij het betaalverzoek. Niet subsidiabel • De tractor waaraan wordt gekoppeld. • kosten voor gebruik van drift reducerende additieven. 18
A5 Variabel zaaien en poten Subsidiabel • (Autonome) machines voor het uitvoeren van een grondbewerking en dit combineren met variabel zaaien/poten/planten. • GPS/GIS apparatuur in combinatie met een investering in een machine voor spitten en zaaien/poten/planten tegelijk. • Bijbehorende installatiekosten. • Bijbehorende installaties die meststoffen en/of gewasbeschermingsmiddelen kunnen toedienen. 15
Categorie B Digitalisering ’Investeringen in datagedreven sensorsystemen, analysesystemen zoals beslissingsondersteunende modellen of AI, robotica en/of autonome mechanisatie waar agrarische (bedrijfs-)processen worden ondersteund.’ Categorie B Digitalisering ’Investeringen in datagedreven sensorsystemen, analysesystemen zoals beslissingsondersteunende modellen of AI, robotica en/of autonome mechanisatie waar agrarische (bedrijfs-)processen worden ondersteund.’ Categorie B Digitalisering ’Investeringen in datagedreven sensorsystemen, analysesystemen zoals beslissingsondersteunende modellen of AI, robotica en/of autonome mechanisatie waar agrarische (bedrijfs-)processen worden ondersteund.’ Categorie B Digitalisering ’Investeringen in datagedreven sensorsystemen, analysesystemen zoals beslissingsondersteunende modellen of AI, robotica en/of autonome mechanisatie waar agrarische (bedrijfs-)processen worden ondersteund.’
--- --- --- ---
nr Soort investering Wel/niet subsidiabele kosten
B1 Digitale voorzieningen voor weidegang Subsidiabel • Systemen ten behoeve van weidegang die (verschillende) diergerelateerde zaken kunnen registreren en monitoren, zoals locatie, vruchtbaarheid en gezondheid. • Automatische weide-selectiepoorten voor toegang richting de weide. • Aanschaf van software behorend bij een selectiepoort/GPS systeem. • Bijbehorende installatiekosten. Bovenstaande investeringen moeten aantoonbaar bijdragen aan weidegang. Niet subsidiabel • Hardware zoals laptops/ computers, tablets etc. voor het ontvangen/ invoeren/sturen van GPS gegevens. • Abonnementen op software updates en servicecontracten. Behalve indien deze onlosmakelijk verbonden zijn aan de investering en het benodigde abonnement noodzakelijk is voor het correct functioneren van de investering. 18
B2 Beslissingsondersteunende (software-)systemen voor de land- en tuinbouw Omschrijving Softwaresystemen voor beslissingsondersteuning en vergroting inzicht teelt en bedrijfsvoering zolang dit bijdraagt aan duurzaamheidsopdrachten. Subsidiabel • Beslissingsondersteunende modellen en/of systemen voor: – weersextremen; – gewasbescherming; – bemesting; – oogstraming. • emissiearm uitrijden van mest op basis van weersomstandigheden.¹ • Software voor het meest optimale technieken spuitmoment. • Bodem-, gewas-, watersensoren en -systemen, met name gericht op EC. Niet subsidiabel • Apparatuur benodigd voor het aflezen van de ICT en sensor techniek waaronder computers, laptops, tablets en smartphones. • Abonnementen op software updates en servicecontracten. Behalve indien deze onlosmakelijk verbonden zijn aan de investering en het benodigde abonnement noodzakelijk is voor het correct functioneren van de investering. 18
B3 Robotisering -duurzame bestrijding Omschrijving Autonome systemen voor het herkennen en bestrijden van ziekten/plagen/onkruiden. Subsidiabel • Robots die ziekten/plagen/onkruiden herkennen en op duurzame wijze bestrijden. • Drones ten behoeve van de duurzame bestrijding van schadelijke insecten. 19
B4 EC meters en monitoringssensoren Omschrijving Investeringen in meet- en monitoringsapparatuur voor het meten van onder andere de dikte en diepte van de waterlens en meten van bodemverdichting. Aanvragen voor deze investeringen moeten in combinatie van investeringen onder A2 of A3 worden ingediend. Subsidiabel • EC meters en monitoringssystemen voor het bepalen van vocht-, zuur- en zoutgehalte. • Beslissingsondersteuning op basis van sensordata en monitoring. • Meet- en monitoringsapparatuur voor het meten van onder andere de dikte en diepte van de waterlens, meten van bodemverdichting, PH meters, continuemeters, penetrometers. Bij aanschaf kan ook de bijbehorende software ten behoeve van interpretatie worden gesubsidieerd. • Continuemeters. • Grondwatermeters. • Oppervlaktewatermeters bij beregening uit oppervlaktewaters. • Penetrometers. • PH meters. • Vochtsensoren. • Fosfaat- en nitraatmeter. Niet subsidiabel Abonnementen op software updates en servicecontracten. Behalve indien deze onlosmakelijk verbonden zijn aan de investering en het benodigde abonnement noodzakelijk is voor het correct functioneren van de investering 14

¹ https://www.dlvadvies.nl/innovaties/precisiebemesting?dossier_id=26

Categorie C Water, droogte, verzilting ‘Investeringen in een verbeterde omgang met grondwater, oppervlaktewatergebruik en met de waterhuishouding van het eigen bedrijf die bijdragen aan de verhoging van de waterkwaliteit, verbetering van de waterhuishouding, het tegengaan van verdroging en/of het tegengaan van verzilting van de bodem.’ Categorie C Water, droogte, verzilting ‘Investeringen in een verbeterde omgang met grondwater, oppervlaktewatergebruik en met de waterhuishouding van het eigen bedrijf die bijdragen aan de verhoging van de waterkwaliteit, verbetering van de waterhuishouding, het tegengaan van verdroging en/of het tegengaan van verzilting van de bodem.’ Categorie C Water, droogte, verzilting ‘Investeringen in een verbeterde omgang met grondwater, oppervlaktewatergebruik en met de waterhuishouding van het eigen bedrijf die bijdragen aan de verhoging van de waterkwaliteit, verbetering van de waterhuishouding, het tegengaan van verdroging en/of het tegengaan van verzilting van de bodem.’ Categorie C Water, droogte, verzilting ‘Investeringen in een verbeterde omgang met grondwater, oppervlaktewatergebruik en met de waterhuishouding van het eigen bedrijf die bijdragen aan de verhoging van de waterkwaliteit, verbetering van de waterhuishouding, het tegengaan van verdroging en/of het tegengaan van verzilting van de bodem.’
Soort investering Wel/niet subsidiabele kosten
C1 Klimaat-adaptieve, peilgestuurde drainage Subsidiabel • Aanleg klimaat adaptieve, peilgestuurde, regelbare drainage. • Aanpassing van bestaande peilgestuurde (regelbare) drainage met een extra ontluchtingsdrain. Let op! • Om voor definitieve subsidievaststelling in aanmerking te komen is het mogelijk dat een vergunning via het Waterschap toegekend moet zijn. Aanvrager dient contact op te nemen met het lokale waterschap. • In geval u vergunningsplichtig bent, moet een bewijsstuk van de start van de vergunningsprocedure worden meegezonden met de subsidieaanvraag. • In geval u vergunningsplichtig bent, dan dient u voor vaststelling, de vergunningen via het Waterschap toegekend te hebben gekregen. 17
C2 Waterbeheervoorzieningen ter verlaging van risico’s van verontreiniging door erfafspoeling bij een veehouderij of door afvalwater uit de veehouderij, akkerbouw, bloembollen-, boom-, fruit-, vollegronds- of bedekte teelt Subsidiabel • Aanleg van overdekte verharde, vloeistofdichte vul- en wasplaats voor spuitmachines, inclusief een voorziening voor opvang en opslag en zuivering of verdamping van waswater. • Biologisch of ander zuiveringssysteem voor was- en spoelwater van spuitmachines (dat wil zeggen de aanschaf en aanleg van een vloeistofdicht biologisch zuiveringssysteem of de aanschaf van zuiveringssystemen die werken op basis van onder andere ozon of UV). • Systemen voor de verdamping van was- en spoelwater van spuitmachines. • Aanleg en inrichting van een erf waarbij erfwater wordt opgevangen voor afvoer of verwerking middels zuiveren of verdampen (gesloten erf voor gewasbeschermingsmiddelen). • Kistenwasser inclusief opvang restwater voor afvoer of verwerking (zuiveren of verdampen). • Een waterdichte opvangput waarmee verontreinigd afvalwater van het bedrijf gescheiden blijft van regulier rioolsysteem. Inclusief de buizen, goten, richels voor afvoer. • Aanvullende erf-en zuiveringsvoorzieningen voor de bollenteelt met spoelwater. • Opvang- en afvoersysteem van perssappen (onder sleufsilo’s). • Bijbehorende installatiekosten. Niet subsidiabel • Systemen voor het lozen van drain- of afvalwater vanuit kassen. • Overkapping voor een voederopslag. • Overkapping voor een mestopslag. • Kosten voor herinrichting van het erf. • Erfverharding. • Hemelwatersysteem waaronder dakgoten, buizen voor afvoer en reguliere riolering. • Spoelplaats (voor materieel anders dan een spuitmachine e.d.). • Kuilplaten. • installaties of machines voor opvang van perssap of percolaat indien een overloopvoorziening is of wordt aangebracht naar het reguliere riool, de bodem of het oppervlaktewater. • Waterzuiveringsinstallatie. 16
C3 Ondergrondse waterberging, bovengrondse wateropvang (inclusief hemelwateropvang) en stuwen Subsidiabel • Waterbassins en -silo’s. • Bijbehorende pijpleidingen. • Bijbehorende installatiekosten en graafwerk. • Voorzieningen voor ondergrondse wateropslag waaronder freshmaker, kreekrug-infilstratiesystemen en diepdraininfiltratie. • De aanleg van een (water-)opvangput voor het verdund uitrijden van mest in het kader van stikstof emissiereductie en waterbesparing. • Aanschaf en aanleg van: ○ Waterconserveringsstuw; ○ Knijpstuw; ○ Zoete stuw. Let op! Om voor definitieve subsidievaststelling in aanmerking te komen moeten de vergunningen via het Waterschap toegekend zijn. Een bewijsstuk van de start van de vergunningsprocedure moet worden meegezonden met de subsidieaanvraag. 17
Categorie D Duurzame bedrijfsvoering ‘Investeringen in aanpassingen aan bedrijfsgebouwen ten behoeve van het gebruik van mestvergistingsinstallaties en mechanische mestafscheiding, machines, installaties en apparatuur, die bijdragen aan klimaatmitigatie, klimaatadaptatie en het verbeteren van de biodiversiteit en bodemkwaliteit’ Categorie D Duurzame bedrijfsvoering ‘Investeringen in aanpassingen aan bedrijfsgebouwen ten behoeve van het gebruik van mestvergistingsinstallaties en mechanische mestafscheiding, machines, installaties en apparatuur, die bijdragen aan klimaatmitigatie, klimaatadaptatie en het verbeteren van de biodiversiteit en bodemkwaliteit’ Categorie D Duurzame bedrijfsvoering ‘Investeringen in aanpassingen aan bedrijfsgebouwen ten behoeve van het gebruik van mestvergistingsinstallaties en mechanische mestafscheiding, machines, installaties en apparatuur, die bijdragen aan klimaatmitigatie, klimaatadaptatie en het verbeteren van de biodiversiteit en bodemkwaliteit’ Categorie D Duurzame bedrijfsvoering ‘Investeringen in aanpassingen aan bedrijfsgebouwen ten behoeve van het gebruik van mestvergistingsinstallaties en mechanische mestafscheiding, machines, installaties en apparatuur, die bijdragen aan klimaatmitigatie, klimaatadaptatie en het verbeteren van de biodiversiteit en bodemkwaliteit’
--- --- --- ---
Soort investering Wel/niet subsidiabele kosten
D1 Elektrische voertuigen of met waterstof aangedreven, gericht op het uitoefenen van landbouwgerichte activiteiten Omschrijving Volledig elektrisch aangedreven mobiele machine bestemd voor het verrichten van werkzaamheden in de land- en tuinbouw, waarbij de aandrijving is voorzien van een elektromotor, waarbij voor de opslag van energie een of meerdere accu’s worden toegepast. Op waterstof of waterstof/hybride aangedreven mobiele machine bestemd voor het verrichten van werkzaamheden in de land- en tuinbouw. Op biogas aangedreven mobiele machine bestemd voor het verrichten van werkzaamheden in de land- en tuinbouw. Subsidiabel • Volledig elektrisch aangedreven zelfrijdende tractoren en volledig elektrisch zelfrijdende zaai-, bewerkings- en oogstmachines zoals combines, of aardappelrooier. • Op waterstof of waterstof/hybride aangedreven machines/werktuigen gericht op het uitoefenen van landbouwgerichte activiteiten. • Op biogas aangedreven mobiele machine bestemd voor het verrichten van werkzaamheden in de land- en tuinbouw. • Oplaadpunt voor elektrisch of hybride aangedreven mobiele machines, bestemd voor het verrichten van landbouwactiviteiten voor het elektrisch laden van accu’s van eigen elektrisch of hybride aangedreven mobiele machines, die zijn voorzien van een geheel of gedeeltelijke elektrische hoofdaandrijving, waarbij het oplaadpunt is opgesteld op het eigen bedrijfsterrein. • Oplaadpunt voor op biogas aangedreven mobiele machines, bestemd voor het verrichten van landbouwactiviteiten, voor het laden van accu’s van op biogas aangedreven mobiele machines, waarbij het oplaadpunt is opgesteld op het eigen bedrijfsterrein, voor eigen gebruik. Een oplaadsysteem en al dan niet de volgende onderdelen: een ontlaadsysteem, een meet- en regelsysteem, een lockerkast met een stroomafnamepunt per locker en een stekkerherkenningssysteem. • Bijbehorende aanleg- en installatiekosten. Niet subsidiabel • Elektrische auto’s, fietsen of andere vervoersmiddelen voor personen. • Mest- en voerschuiven. • Heftrucks, shovels. • Grasmaaiers. • PV-systemen (zonnepanelen, fotovoltaïsch). 19
D2 Monomestvergistingsinstallaties Omschrijving Het gaat hierbij om kleinschalige bedrijfsvergisters, die passen in het terugbrengen van de emissies van methaan (en ammoniak) op veehouderijbedrijven, doordat emissies niet ontstaan, worden afgevangen en verwaard en weer teruggebracht worden in de kringloop. Subsidiabel • Maximale omvang vergisters is 25.000 ton mest. • Een aardgasleiding of biogasleiding langer dan 1 km. Gerekend vanaf de aansluiting van een vergistingsinstallatie of via een biogashub vanaf iedere vergistingsinstallatie. • Installaties voor het drogen, opschonen en comprimeren van het gas uit eigen installatie. • het opslaan van gecomprimeerd biogas uit eigen installatie in flessen/containers voor mobiel transport, ten bate van eigen gebruik. • Alle mestverwerkingsinstallaties voor de verdere verwerking van de vergiste mest, waaronder stikstofstrippers, tot een hoogwaardige meststof zoals compost, korrels, vloeibare stikstofhoudende kunstmeststoffen, etc. zodat de afzetmogelijkheden / toepasbaarheid van het eindproduct worden vergroot. Deze kosten van de mestverwerkingsinstallatie zijn niet subsidiabel zonder daadwerkelijke aanschaf van een mestvergisting-installatie. • Bijbehorende installatiekosten. Let op! De opgewekte energie moet gebruikt worden door de eigen landbouwonderneming. Het worden van (netto) energieleverancier door deze investering is niet subsidiabel. Niet subsidiabel Een mogelijk ook aan te sluiten mestscheidingsinstallatie hoort hier niet bij, dat is een aparte investering. N.B. Aanvragers komen slechts in aanmerking voor subsidie voor monomestvergistingsinstallaties indien er niet ook een aanvraag gedaan is voor de SDE++ regeling. 17
D3 Bovenwettelijke mestopslag Omschrijving Investeringen voor bovenwettelijke mestopslag (>7 maanden < 10 maanden) en mestaanwending die emissiereductie voor methaan en ammoniak realiseren. 17
D4 Potafdekinstallatie boom-, vaste planten- of sierteelt Omschrijving Bestemd voor het in de boom-, vaste planten- of sierteelt tegengaan van de groei van onkruid in de potten, door het machinaal strooien van een afdeklaag bestaande uit los organisch materiaal op de bovenzijde van het substraat. Subsidiabel • Een elevator. • Doseersysteem. • Transportbanden en een trilsysteem. 12
D5 Mechanische mestscheidingsinstallatie Omschrijving Machine om ruwe mest te scheiden naar twee fracties. Het eindproduct moet uit twee delen bestaan, een dikke en een dunne fractie. Subsidiabel • Mechanische mestscheidingsapparatuur zodat de ruwe mest door de mechanische bewerking wordt gescheiden in een dikke fractie en een dunne fractie. • Bijbehorende installatiekosten. 11
D6 Machines die dunne fractie van digestaat (tot 70%) kunnen verdampen Omschrijving Regionaal zijn er overschotten aan mest / digestaat, waar dat op grotere schaal niet zo is. Transport is hierbij de beperkende factor, door digestaat in te dampen (water verdampen) kan efficiënter getransporteerd worden. Subsidiabel Machines welke de dunne fractie van digestaat (tot 70%) van het totaal kunnen verdampen. 6
Categorie E Natuurinclusieve landbouw en Kringlooplandbouw ‘Investeringen in machines, plant- en zaaigoed, installaties voor opslag en verwerking en opslag- en verwerkingsplaatsen waardoor optimaal gebruik kan worden gemaakt van de natuurlijke omgeving (‘natuurlijk kapitaal’) die worden geïntegreerd in de bedrijfsvoering en daarmee bijdraagt aan de kwaliteit van diezelfde natuurlijke omgeving en waardoor negatieve effecten op water, bodem en lucht kan worden verkleind’ Categorie E Natuurinclusieve landbouw en Kringlooplandbouw ‘Investeringen in machines, plant- en zaaigoed, installaties voor opslag en verwerking en opslag- en verwerkingsplaatsen waardoor optimaal gebruik kan worden gemaakt van de natuurlijke omgeving (‘natuurlijk kapitaal’) die worden geïntegreerd in de bedrijfsvoering en daarmee bijdraagt aan de kwaliteit van diezelfde natuurlijke omgeving en waardoor negatieve effecten op water, bodem en lucht kan worden verkleind’ Categorie E Natuurinclusieve landbouw en Kringlooplandbouw ‘Investeringen in machines, plant- en zaaigoed, installaties voor opslag en verwerking en opslag- en verwerkingsplaatsen waardoor optimaal gebruik kan worden gemaakt van de natuurlijke omgeving (‘natuurlijk kapitaal’) die worden geïntegreerd in de bedrijfsvoering en daarmee bijdraagt aan de kwaliteit van diezelfde natuurlijke omgeving en waardoor negatieve effecten op water, bodem en lucht kan worden verkleind’ Categorie E Natuurinclusieve landbouw en Kringlooplandbouw ‘Investeringen in machines, plant- en zaaigoed, installaties voor opslag en verwerking en opslag- en verwerkingsplaatsen waardoor optimaal gebruik kan worden gemaakt van de natuurlijke omgeving (‘natuurlijk kapitaal’) die worden geïntegreerd in de bedrijfsvoering en daarmee bijdraagt aan de kwaliteit van diezelfde natuurlijke omgeving en waardoor negatieve effecten op water, bodem en lucht kan worden verkleind’
--- --- --- ---
Soort investering Wel/niet subsidiabele kosten
E1 Vergistingsinstallaties Subsidiabel • Plantaardige vergister. • Bijbehorende verwerkingsinstallaties voor de verdere verwerking van zodat de afzetmogelijkheden van het eindproduct worden vergroot. Deze kosten van de verwerkingsinstallatie zijn niet subsidiabel zonder daadwerkelijke aanschaf van een vergistingsinstallatie. • Bijbehorende installatiekosten. Niet subsidiabel In deze categorie zijn mestvergistingsinstallaties niet subsidiabel. Let op! De opgewekte energie moet gebruikt worden door de eigen landbouwonderneming. Het worden van (netto) energieleverancier door deze investering is niet subsidiabel. 16
E2 Mengteelten zoals strokenteelt/pixelteelt en nieuwe teelten zoals eiwitten Omschrijving (Aangepaste) machines voor strokenteelt/pixelteelt en nieuwe teelten zoals eiwitten. Subsidiabel • Zaaimachines voor inzaaien voor "onder gewassen" zoals gras bij mais. • Strokenfrees of strokenploeg. • Oogstmachines of andere aangepaste machines voor gewasmanagement, zoals onkruidbestrijding, voor mengteelten en/of eiwitgewassen. • Zelfrijdende machines voor strokenteelt. • Integratie zonnepanelen in de teelt. Niet subsidiabel: Trekkers. 17
E3 Agroforestry en meerjarig kruidenrijk grasland (niet op veengrond) Omschrijving Teelt van houtige gewassen (bomen en struiken) gecombineerd met veeteelt, groenteteelt of akkerbouw op hetzelfde perceel landbouwgrond. De houtige gewassen zijn bedoeld voor de productie van o.a. fruit, noten en bessen. En Aanleg van kruidenrijk grasland, bestaande uit grasland met ten minste 45% meerjarige kruiden of vlinderbloemigen, waarbij geen gewasbeschermingsmiddelen gebruikt worden. Subsidiabel • (Aangepaste) machines voor gewasmanagement van houtige gewassen die gecombineerd worden met akkerbouw, groenteteelt of grasland (voor veehouderij), waaronder oogstmachines en materiaal voor boombescherming. • Plantgoed van houtige, meerjarige gewassen (bomen en struiken) ten behoeve van fruit- of nootproductie van het bedrijf en die bewust gemengd worden met akkerbouw, groenteteelt of grasland (voor veehouderij) op hetzelfde landbouwperceel. • Plantgoed van houtige, meerjarige gewassen (bomen en struiken) ten behoeve van een perceel voedselbos op landbouwgrond (gewascode 1940), waarbij bomen en struiken binnen afzienbare termijn voor eetbare producten zorgen. • Zaaizaad van grasland (minimaal 50% grassoorten) met minimaal 45 procent meerjarige kruiden en/of vlinderbloemigen. • Kosten voor grondbewerking en aanplant/inzaaien. Niet subsidiabel: • Windsingels. • Aanplant van houtige, meerjarige gewassen (bomen en struiken) ten behoeve van kweekgoed (o.a. kerstbomen). • Bomen voor hakhout met korte omlooptijd. • Snelgroeiende bomen voor energieproductie (biomassa). • Meer dan 100 bomen/ha en meer dan 40% van het aantal struiken van een gangbare teelt (uitgezonderd voedselbos met gewascode 1940). • Grondbewerking en inzaaien van kruidenrijk grasland met (1) een lager percentage kruiden en/of vlinderbloemigen of (2) op veengrond (grond met de aanduiding veen in de perceelsregistratie). 16
E4 Vermindering bodemverdichting door ondiepe, niet kerende grondbewerking, vaste rijpaden en mechanische onkruidbestrijding Omschrijving Systemen, machines, werktuigen die gericht zijn op en gebruikt worden voor niet kerende, ondiepe bodembewerking en het oppervlakkig vermengen van gewasresten (eventueel in combinatie met direct zaaien, poten of planten). Subsidiabel • Spit-zaai, grondfrees-zaai; rotoreg-zaai, schoffel-zaai combinaties. • Schijveneggen. • Wiedrobots. • Schoffeltuig met camera besturing; en vingerwieders of torsiwieders. • Mechanische loofsnijder of mechnische wortelsnijder of looftrekker. • Ecoploeg (maximale diepte van 18 cm). • Machines voor inwerken groenbemesters, ruige mest en gewasresten (schijveneg). • Machines, hulpmiddelen of aanpassingskosten voor het overschakelen op een teeltsysteem met vaste rijpaden, waarbij onbereden bedden ontstaan met een breedte van tenminste 280 cm. • Rupsbanden voor onder tractor of (zelfrijdende) oogstmachine. • Luchtdrukwisselsystemen met een zodanige capaciteit dat de banden binnen 5 minuten op 2 bar kunnen worden gebracht. inclusief installatie kosten. Subsidiabel zijn maximaal vier banden (die zeer geschikt zijn voor zeer lage druk) per aangeschaft systeem. Door aanpassing van bandendruk aan omstandigheden kan structuurschade worden verminderd. • GPS/GIS of aanpassingen aan de apparatuur i.c.m. bovenstaande investeringen • bij de aanschaf van een van de bovenstaande systemen/werktuigen kan ook een wildredder gesubsidieerd worden. Niet subsidiabel • Grotere zwaardere machines en daarmee verdichting (dan helpt wat minder druk in banden niet meer, evt wel nog rupsbanden) en daarmee achteruitgang van bodembiologie en dus organisch stofverlies. • Trekkers • Banden en wielen • Abonnementen • Ploegen en spitmachines (krukas en roterend) • Afleverkosten 18
E5 Verwerken enkelvoudig (gerst, tarwe,) krachtvoer Subsidiabel • Machines of installaties om producten mee te bewerken zoals malen, pletten en snijden. • Toepassingen om (gras)klaver toe te verwerken zodat deze bruikbaar is als kunstmest- en krachtvoervervanger, op voorwaarde dat dit gebeurt met hernieuwbare energie (bijvoorbeeld drogen, persen, pelleteren en opslaan). Niet subsidiabel • Voermengwagen of machines voor het uitkuilen of verwerken van ruwvoer. • Opslag zoals sleufsilos en kuilplaten en silos machines of systemen om krachtvoer te verstrekken. Let op: • Alleen machines voor eerstegraad bewerking van gerst en tarwe zijn subsidiabel 16
E6 Verwerken en toepassen van organisch restmateriaal Omschrijving Investeringen die specifiek bedoeld zijn voor de verwerking van organisch restmateriaal (niet zijnde mest op bedrijfsniveau) met als doel het verhogen van bodemkwaliteit. Zoals: materieel voor het maaien en ophalen van slootkanten, het verwerken en toepassen van gewasresten, maaisel van slootkanten, bermen of natuurterreinen, slootbagger of compost hiervan. Subsidiabel • Machines en werktuigen voor het inwerken of onderwerken van gewasresten, ruige mest, vaste mest en groenbemester met behulp van schijven(eg), rollen, tanden of snijders. • Mestverwerkingsinstallaties voor de verdere verwerking van de (vergiste) mest waaronder stikstofstrippers tot een kunstmestvervanger en/of hoogwaardige meststoffen zoals compost, korrels, etc. zodat de afzetmogelijkheden van het eindproduct worden vergroot. • Materiaal om specifiek voor maaien van slootkanten en maaisel op de kant te kunnen deponeren en ophalen voor verdere verwerking. • Materieel voor het verwerken van organisch restmaterieel • Baggerspuit voor het verspreiden van slootbagger over het perceel. • Werktuigen voor het snijden of hakselen en gelijkmatig uitstrooien van beheergras, bermmaaisel, slootmaaisel of gewasresten over landbouwgrond. • GPS i.c.m. bovenstaande investeringen. Niet subsidiabel • Grasmaaier die behalve voor het maaien van bermen ook gebruikt kan worden voor ander maaiwerk. • Vergistingsinstallaties waarin mest of restmateriaal van buiten het bedrijf gebruikt wordt. • Afleverkosten en abonnementen. • Kiepwagens, silagewagens en opraapwagens. Indien gangbaar materieel beschikbaar is, dat nog bruikbaar is voor hetzelfde doel, dan is de “klimaatwinst” negatief. 14
E7 Niet digitale voorzieningen voor weidegang Subsidiabel: • Aanleg van een oversteekplaats, zoals veeroosters en/of een koetunnel). • Bijbehorende aanleg- en installatiekosten. • Mobiele melkrobot. • Schuilmogelijkheden. Niet subsidiabel • Hardware zoals laptops/ computers, tablets etc. voor het ontvangen/ invoeren/sturen van GPS gegevens. • Kavelpaden. • Abonnementen op software updates en servicecontracten. 14
E8 Opslagplaatsen ten behoeve van verwerking organische materiaal tot compost Omschrijving Investeringen in opslag van gewasresten, vaste mest of compost hiervan, niet zijnde drijfmest, met als doel het verhogen van bodemkwaliteit (organische stofgehalte en bodemstructuur). Subsidiabel Opslagplaatsen van vaste mest of compost voor langere termijn (meer dan 9 maanden) zodat op de goede momenten de mest/compost toegepast kan worden en de kwaliteit behouden blijft. 11

Bijlage 1. behorende bij artikel 1.9 Regeling Europese EZ-subsidies

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Titel 4.11. Niet-productieve investeringen voor landbouw- en veenweidegebieden

Artikel 4.11.1. Begripsbepalingen

In deze titel wordt verstaan onder:

Artikel 4.11.2. Subsidieverstrekking
1.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een grondeigenaar voor het zelfstandig of in een samenwerkingsverband van grondeigenaren uitvoeren van een investeringsproject betreffende een niet-productieve investering of combinatie van niet-productieve investeringen als bedoeld in artikel 17, eerste lid, onderdeel d, van verordening 1305/2013, die bestemd is respectievelijk zijn voor:

2.

Een investering als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, betreft de aanschaf, het plaatsen en, voor zover van toepassing, het afrasteren van een of meer van de volgende producten:

3.

Een investering als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 1°, betreft de aanschaf en het plaatsen van één of meer grondwaterpeilbuizen, waarbij per 50 hectare veengrond die de grondeigenaar, bedoeld in het eerste lid, in eigendom heeft ten hoogste één grondwaterpeilbuis geplaatst wordt.

4.

Een investering als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2°, betreft de aanschaf en het plaatsen van waterinfiltratiesystemen, waaronder uitsluitend begrepen onderwaterdrainage- of drukdrainage systemen, op veengrond die de grondeigenaar, bedoeld in het eerste lid, in eigendom heeft, waarmee:

5.

Per investeringsproject kan slechts één aanvraag tot subsidieverlening worden ingediend.

Artikel 4.11.3. Aanvraag tot subsidieverlening
1.

Onverminderd artikel 2.9, derde lid, bevat een aanvraag tot subsidieverlening voor een investeringsproject als bedoeld in artikel 4.11.2, eerste lid, ten minste:

2.
3.

Voor de berekening van de verwachte reductie van emissie van CO2, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, subonderdeel 2°, wordt gebruik gemaakt van het rekenmodel SOMERS 1.0 zoals dat beschikbaar is via www.nobveenweiden.nl tijdens de openstellingsperiode waarin de aanvraag tot subsidieverlening is ingediend.

Artikel 4.11.4. Hoogte subsidie
1.

De subsidie bedraagt 100% van de subsidiabele kosten.

2.

De subsidie bedraagt ten hoogste € 500.000:

Artikel 4.11.5. Subsidiabele kosten

Voor subsidie komen uitsluitend in aanmerking de kosten als bedoeld in artikel 1.3, eerste lid, onderdeel d, voor zover deze betrekking hebben op de subsidiabele activiteiten, bedoeld in artikel 4.11.2, tweede, derde of vierde lid.

Artikel 4.11.6. Verdeling subsidieplafond

De minister verdeelt het subsidieplafond op volgorde van rangschikking van de aanvragen.

Artikel 4.11.7. Start- en realisatietermijn
1.

Met de uitvoering van een op grond van deze titel gesubsidieerd investeringsproject wordt gestart binnen twee maanden na de subsidieverlening.

2.

De termijn, bedoeld in artikel 2.11, tweede lid, onderdeel b, loopt af op 1 oktober 2024.

Artikel 4.11.8. Afwijzingsgronden

Onverminderd artikel 2.11 beslist de minister afwijzend op een aanvraag tot subsidieverlening:

Artikel 4.11.9. Rangschikkingscriteria
1.

De minister kent aan een aanvraag de volgende punten toe:

2.

Indien de subsidieaanvraag een investeringsproject betreft dat betrekking heeft op:

3.

De minister rangschikt de aanvragen waarop niet afwijzend is beslist hoger naarmate in totaal meer punten aan het investeringsproject zijn toegekend.

Artikel 4.11.10. Verplichtingen subsidieontvanger
1.

Bij de aanleg en het beheer van een investering maakt de subsidieontvanger geen gebruik van meststoffen of gewasbeschermingsmiddelen, voor zover de investering betrekking heeft op een natuurvriendelijke oever, een natuurvriendelijke overhoek, een natuurvriendelijke sloot, een poel of een meerjarige bloemrijke akkerrand of kruidenrijke akkerrand als bedoeld in artikel 4.11.2, tweede lid, onderdelen a, b, c, d en e.

2.

Vanaf het moment van aanleg meet de subsidieontvanger met de grondwaterpeilbuizen, bedoeld in artikel 4.11.2, derde lid, het effect van de hoogte van de grondwaterstand, bedoeld in artikel 4.11.2, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 1°.

3.

De subsidieontvanger verstrekt vanaf het jaar van de aanleg van de grondwaterpeilbuizen jaarlijks een document met de data die verkregen wordt met de metingen, bedoeld in het tweede lid, met gebruikmaking van een door de minister beschikbaar gesteld middel.

4.

De subsidieontvanger draagt zorg voor een adequaat onderhoud van de aangelegde waterinfiltratiesystemen, bedoeld in artikel 4.11.2, derde lid.

5.

De verplichtingen, gesteld in dit artikel, gelden gedurende vijf jaar na de datum van de beschikking tot subsidievaststelling.

6.

Artikel 2.18 is niet van toepassing op deze titel.

Artikel 4.11.11. Onregelmatigheden, administratieve controles en controles ter plaatse
1.

De minister geeft in voorkomende gevallen uitvoering aan artikel 54, eerste en derde lid, en artikel 56 van verordening 1306/2013.

2.

De minister verricht de controles, bedoeld in artikel 59 van verordening 1306/2013.

Artikel 4.11.12. Onverschuldigde betalingen, sancties en terugvorderingen
1.

De minister besluit tot het niet betalen dan wel de gehele of gedeeltelijke intrekking van de subsidie overeenkomstig artikel 63, eerste lid, van verordening 1306/2013.

2.

De minister stelt de sancties, bedoeld in artikel 63, tweede lid, van verordening 1306/2013, vast met inachtneming van artikel 64 van verordening 1306/2013.

3.

De minister geeft bij de uitvoering van de bevoegdheden, genoemd in het eerste en tweede lid, toepassing aan artikel 63 van verordening 809/2014.

Artikel 4.11.13. Indiening aanvraag tot subsidievaststelling
1.

Onverminderd artikel 2.20, eerste lid, dient de subsidieontvanger zijn aanvraag tot subsidievaststelling in uiterlijk op 1 januari 2025.

2.

Onverminderd artikel 2.20, vierde en vijfde lid, gaat de aanvraag tot subsidievaststelling vergezeld van:

3.

Voor de toelichting op het gebruik van een hoog scenario of medium scenario, bedoeld in het tweede lid, onderdeel c, subonderdeel 4°, wordt gebruik gemaakt van de uitgangspunten uit het rekenmodel SOMERS 1.0 zoals dat beschikbaar is via www.nobveenweiden.nl tijdens de periode waarin de aanvraag tot subsidievaststelling is ingediend.

Artikel 4.11.14. Vervaldatum

Deze titel vervalt met ingang van 31 december 2025, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op subsidies die voor die datum zijn verleend.

Hoofdstuk 5. Europees Fonds voor regionale ontwikkeling

§ 5.1. Algemene bepalingen

§ 4. Regels omtrent subsidieverstrekking in het kader van Europese territoriale samenwerking

§ 5.3. Regels omtrent subsidieverstrekking ten laste van de Rijkscofinanciering

§ 4. Regels omtrent subsidieverstrekking in het kader van Europese territoriale samenwerking

Hoofdstuk 6. Overige bepalingen en slotbepalingen

Procedure als bedoeld in artikel 140, vijfde lid, van verordening 1303/2013

Verordening 1303/2013 maakt het mogelijk kopieën of volledig digitale documenten te accepteren als bewijsstuk. In deze bijlage worden de in artikel 140, vijfde lid, van verordening 1303/2013 bedoelde procedures vastgesteld voor documenten die in het kader van de uitvoering van deze regeling en verantwoording op grond van verordening 1303/2013 kan worden gebruikt.

1. Typen documenten

De volgende documenten worden als bewijsstukken geaccepteerd:

2. Procedure voor het gebruik van de documenten, bedoeld onder 1, onderdelen a, b en c

De in 1 onder a, b en c bedoelde bewijsstukken zijn geconverteerde documenten of gegevensdragers. Bij conversie van het origineel naar het geconverteerde document of gegevensdrager wordt aan de hieronder vermelde voorwaarden voldaan:

Het in samenhang bezien van de verschillende bewijsstukken strekt er mede toe de authenticiteit van het geconverteerde document of de gegevensdrager te waarborgen en dat hierop voor controledoeleinden kan worden vertrouwd.

Als de conversie op de juiste wijze gebeurt, is het in het kader van de verantwoording, niet meer noodzakelijk de bewijsstukken op de originele gegevensdrager te bewaren. Het geconverteerde bewijsstuk mag na conversie niet meer gewijzigd kunnen worden.

3. Procedure voor het bewaren van stukken die uitsluitend in een elektronische versie bestaan, bedoeld in 1, onderdeel d

Indien een subsidieontvanger gebruik maakt van elektronische documenten waarbij uitsluitend een elektronische versie bestaat, worden de geautomatiseerde systemen voorzien van beheers- en beveiligingsmaatregelen die de betrouwbaarheid, authenticiteit en integriteit van de elektronische gegevens gedurende de gehele vereiste bewaartermijn waarborgen. Het is aan de subsidieontvanger om dit aan te tonen. Voor een tweetal veel voorkomende situaties zijn de voorschriften hieronder uitgewerkt:

Bijlage 2. behorende bij artikel 4.2.2, vijfde lid, Regeling Europese EZ-subsidies

Vervallen

Bijlage 3. behorende bij artikel 4.3.1. van de Regeling Europese EZ-subsidies

Vervallen

Bijlage 4. behorende bij de artikelen 4.5.2, derde lid, onderdeel c, en 4.5.4

1 2 3 4
Product/activiteit Omschrijving resultaat Tarief/berekeningsmethode Mogelijke additionele kosten
1. Projectvoorbereiding 1. Projectvoorbereiding 1. Projectvoorbereiding 1. Projectvoorbereiding
a. projectplan Document met een beschrijving van het uit te voeren project, conform format bij het aanvraagformulier. Vast bedrag: € 7.840 Gebiedsbijeenkomsten ten behoeve van het opstellen van het projectplan, als beschreven in producten 4b en 4c
2. Planvorming 2. Planvorming 2. Planvorming 2. Planvorming
a. plan op het niveau van een gebied of sector Document met een inhoudelijke beschrijving van de uit te voeren activiteiten in een gebied en/of sector, overeenkomstig artikel 4.5.9, eerste lid € 19.040 per plan; minimaal 1 per aanvraag; max. 1 per deelnemend agrarisch collectief of per thema Gebiedsbijeenkomsten (product 4b en 4c) ten behoeve van het opstellen van het plan. Kosten voor onderzoek, analyse en advies ten behoeve van productontwikkeling als beschreven in product 9a
b. deelplan op het niveau van een deelgebied of subsector Document met nadere inhoudelijke uitwerking van het plan voor een afgebakend deel van het projectgebied of van een thema. Het document bevat dezelfde onderdelen als het gebiedsplan, maar dan verder uitgewerkt en gedetailleerd. € 3.360 per deelplan; max. 1 per afgebakend deel van het projectgebied of thema Gebiedsbijeenkomsten (product 4b en 4c) ten behoeve van het opstellen van het plan. Kosten voor onderzoek, analyse en advies ten behoeve van productontwikkeling als beschreven in product 9a
c. deelplan op het niveau van een deelnemend agrarisch bedrijf Document met een beschrijving van de maatregelen of andere inspanningen op een deelnemend bedrijf en de bijdrage die hiermee aan gebiedsplan geleverd wordt. - onderbouwing keuze voor te ontwikkelen doelen en uit te voeren maatregelen - relaties met andere deelnemende bedrijven of partners - indien van toepassing, begroting van de kosten van beheeractiviteiten op basis van de tabel in onderdeel B van deze bijlage - een kaart waar welke beheeractiviteiten mogelijk worden uitgevoerd € 780 per deelplan; 1 per deelnemend agrarisch bedrijf Geen
3. Proefprojecten 3. Proefprojecten 3. Proefprojecten 3. Proefprojecten
a. werven deelnemers Voeren van individuele gesprekken met potentiele deelnemers om te komen tot afspraken over deelname aan het project cq. het opstellen van een bedrijfsplan. Begunstigde maakt lijst met potentiële deelnemers aan de hand van potentiële bijdrage (blijkt uit (deel)gebiedsplan) en getoonde belangstelling (blijkt bij bijeenkomsten of uit het netwerk). Aantonen aan de hand van gespreksverslagen. € 560 per potentiële deelnemer Geen
b. begeleiden deelnemers Begeleiding van deelnemers vanuit de begunstigde bij de uitvoering van het bedrijfsplan. Bepalen aan de hand van uitgevoerde bedrijfsplannen. € 1.120 per deelnemer Geen
c. uitvoeren proefprojecten Vergoedingen voor de activiteiten, bedoeld in kolom 1 van de tabel in onderdeel B van deze bijlage. Berekeningsmethode, bedoeld in kolom 2 van de tabel in onderdeel B van deze bijlage Geen
d. investeringen Indien aantoonbaar noodzakelijk voor het uitvoeren van proefprojecten kunnen investeringen (zoals bouw- of aanlegkosten, inrichtingskosten of machines en apparatuur) nodig zijn. Die investeringen mogen geen aanmerkelijke stijging van de waarde of rentabiliteit van de onderneming tot gevolg hebben. Begunstigde moet in het projectplan onderbouwen dat de investering (kosten derden) noodzakelijk is om aan de innovatie-eis te voldoen. Aantonen aan de hand van offerteverzoek, offerte, opdracht, factuur betaalbewijs Werkelijke kosten op basis van factuur en betaalbewijs Geen
4. Communicatie 4. Communicatie 4. Communicatie 4. Communicatie
a. communicatieplan Document met overkoepelend communicatieplan voor het project – producten – doelgroepen – begroting op basis van de productenlijst – fasering In het plan wordt expliciet aandacht besteed aan nieuwe vormen van samenwerking en de bijdrage die het project levert aan de doelstelling van het project. Vast bedrag: € 4.480 Geen
b. kleine bijeenkomst Bijeenkomst van maximaal 15 personen; voorbereiding, facilitaire zaken en verslaglegging. Aantonen aan de hand van verslag en presentielijst aanwezigen. € 1.220 per bijeenkomst Inhuur externe expertise als beschreven in product 9b Vacatievergoeding voor bijdragen van deelnemers (product 9c)
c. grote bijeenkomst Bijeenkomst van meer dan 15 personen; voorbereiding, facilitaire zaken en verslaglegging Aantonen aan de hand van verslag en bewijsstukken voor presentie van aanwezigen. € 2.440 per bijeenkomst Inhuur externe expertise als beschreven in product 9b Vacatievergoeding voor bijdragen van deelnemers (product 9c)
d. veldbezoek/excursie Bijeenkomst om de uitvoering cq resultaten van het project in het veld te bekijken en bespreken; voorbereiding, facilitaire zaken en verslaglegging. Aantonen aan de hand van verslag en presentielijst deelnemers. € 1.880 per veldbezoek of excursie Inhuur externe expertise als beschreven in product 9b Vacatievergoeding voor gastheer/vrouw van de excursie (= deelnemer project) (product 9c)
e. voorbereiden/produceren professionele folder/video Het voorbereiden/produceren van een folder of video € 2.240 per folder of video Inhuur externe expertise als beschreven in product 9b
f. website Ontwerp en beheer van website of pagina op website van agrarisch collectief (minimaal de website van de penvoerder) met minimaal de volgende informatie over het project: – doel – korte beschrijving – betrokken collectieven en andere partijen – contactgegevens Vast bedrag: € 3.360 Geen
g. artikel/persbericht Artikel of persbericht in vakblad of nieuwsblad; minimaal 500 woorden. Aantonen aan de hand van een print of kopie van de publicatie. € 1.680 per artikel of persbericht Geen
h. Lezing/presentatie Verzorgen van een lezing of presentatie door de begunstigde bij derde partijen (niet direct bij pilot betrokken), over het project en de (voorlopige) resultaten daarvan. Aantonen aan de hand van presentatie en/of berichtgeving (bv. verslag of bericht op website) over de bijeenkomst en de presentatie. € 1.170 per lezing of presentatie Geen
5. Monitoring 5. Monitoring 5. Monitoring 5. Monitoring
a. dataset met gegevens over resultaten project Dataset in format dat is afgestemd met de andere projecten en dat rapportage op het niveau van het project en de regeling mogelijk maakt. Data kunnen kwantitatieve, kwalitatieve, ruimtelijke en niet-ruimtelijke aspecten omvatten. Maximaal 1 per soortgroep, per jaar, per gebied. Data kunnen ook betrekking hebben op sociale, organisatorische en financiële aspecten € 2.800 per dataset; minimaal 1 per aanvraag Inhuur externe expertise als beschreven in product 9b Vrijwilligersvergoeding voor veldwerk tbv inventarisatie van gegevens door inzet vrijwilligers (product 9d)
6. Rapportage 6. Rapportage 6. Rapportage 6. Rapportage
a. tussenrapportage Document met inhoudelijke beschrijving van de voortgang van het project, evaluatie, leerpunten, evt. aanpassingen in het project. € 4.480 per tussenrapportage; minimaal 1 per aanvraag max. 1 per afgebakend deel van het projectgebied of thema Geen
b. eindrapportage Document met inhoudelijke beschrijving van de resultaten van het project, evaluatie en leerpunten. Vast bedrag: € 19.000 Geen
7. Landelijke coördinatie en afstemming 7. Landelijke coördinatie en afstemming 7. Landelijke coördinatie en afstemming 7. Landelijke coördinatie en afstemming
a. landelijk ontwikkelwerk Landelijke coördinatie en het organiseren en bijwonen van landelijke bijeenkomsten ten behoeve van de landelijke afstemming van de projecten (bv. bij aanvang van de uitvoering en na het indienen van de tussenrapportages), het ontwikkelen van methoden en van formats voor datasets en rapportages en de presentatie van (deel)producten Vast bedrag: € 26.900 Geen
b. landelijke tussenrapportage Document met inhoudelijke beschrijving van de voortgang van de projecten, evaluatie, leerpunten en aanbevelingen voor het ontwikkelen van een toekomstig Gemeenschappelijk landbouwbeleid. De tussenrapportage wordt uiterlijk op 31 december 2022 ingediend. Vast bedrag: € 1.680; één per project Geen
c. landelijke eindrapportage Document met inhoudelijke beschrijving van de resultaten van het projecten, evaluatie en leerpunten. Vast bedrag: € 4.920 Geen
8. Projectmanagement 8. Projectmanagement 8. Projectmanagement 8. Projectmanagement
a. projectmanagement Betreft het management en de coördinatie van het project. De werkzaamheden van de begunstigde die wel noodzakelijk zijn om het project goed uit te voeren, maar geen onderdeel zijn van de producten. Wordt berekend over de producten, bedoeld in de onderdelen 1 tot en met 7 en 9a en 9b, van deze tabel. 15% van de vergoeding voor de geleverde producten Geen
9. Kosten derden 9. Kosten derden 9. Kosten derden 9. Kosten derden
a. Productontwikkeling voor innovatieve beleidstoepassingen Voor het opstellen van gebiedsplan of sectorplan kan advies worden ingewonnen ten behoeve van de uitvoerbare beleidstoepassingen die innovatief zijn in Nederland. Begunstigde moet in het projectplan onderbouwen dat het onderwerp waarop het advies betrekking heeft aan de innovatie-eis voldoet. Aantonen aan de hand van offerteverzoek, offerte, opdracht, factuur betaalbewijs Werkelijke kosten op basis van factuur en betaalbewijs Geen
b. Inhuur externe expertise Indien aantoonbaar noodzakelijk kan voor specifieke producten externe expertise ingehuurd worden. Dit kan specialistische of wetenschappelijke kennis zijn ten behoeve van monitoring van effecten/prestaties, kennisdeling of inventarisaties, en kan ook zaken als bemonstering of laboratoriumonderzoek betreffen. Aantonen aan de hand van offerteverzoek, offerte, opdracht, factuur betaalbewijs. Werkelijke kosten op basis van factuur en betaalbewijs Geen
c. vacatievergoedingen Vergoeding voor (vertegenwoordigers van) deelnemende agrarische bedrijven waarvoor een bedrijfsplan is opgesteld, indien het zaken betreft die voortkomen uit het project, maar niet direct met de bedrijfsvoering te maken hebben; met name het uitdragen van opgedane kennis en ervaring aan belangstellenden binnen en buiten het projectgebied. Aantonen aan de hand van declaratie en betaalbewijs. € 105 per dagdeel Geen
d. vrijwilligersvergoeding Betreft de inzet van vrijwilligers voor inventarisaties. Aantonen aan de hand van urenverantwoording en betaalbewijs. € 4,50 per uur Geen
1 2
--- ---
Activiteit Berekeningsmethode
1. Er wordt een rustperiode in acht genomen van datum x tot datum y. Grasland € 2.403,37 per ha
3. Het grasland wordt vanaf 1 maart en vóór de rustperiode niet gemaaid. € 2.027,47 per ha
4. Het grasland is geïnundeerd (volledig drassig). De inundatieperiode loopt van datum x tot datum y. € 2.403,37 per ha
5. Er wordt aantoonbaar gezocht naar nesten. Gevonden nesten en/of kuikens worden beschermd en gevrijwaard van alle landbouwkundige bewerkingen, tenminste via enclaves van minimaal a m2 (alleen op grasland) danwel via een rustperiode van datum x tot datum y, waarbij de vrijwaring tenminste 14 kalenderdagen duurt, of via het plaatsen van nestbeschermers. Gevonden nesten zijn geregistreerd (bijv. op stalkaart of via geo informatie). Voor specifieke soorten kan nestgelegenheid worden geplaatst. € 126,67 per nest plus € 2.426,41 per ha op grasland. Op bouwland € 351,65 per ha
6. Bemesting met ruige stalmest is verplicht € 208,04 per ha
7. Uitsluitend gebruik van chemische onkruidbestrijding op max 10% van de oppervlakte. € 135,83 per ha
8. Beweiding is verplicht vanaf datum x tot datum y met minimale a en maximale veebezetting b (GVE/ha) € 1.947,6 per ha
9. Minimaal f% van de oppervlakte bestaat van datum x tot datum y uit gewas a of meerdere gewassen b of gewasresten c. € 2.796,78 per ha
11. Er wordt gevrijwaard voor beschadiging door vee van datum x tot datum y € 152,25 per ha
16. Watergang heeft (via natuurlijke of kunstmatige voorziening) vrij toegang, na onderlopen wordt er schoongemaakt € 93,16
17. Het gewas wordt jaarlijks minimaal 1 keer gemaaid en afgevoerd. Grasland € 2.403,37 per ha; Bouwland € 2.796,78 per ha
18. Door een tijdelijke, plaatselijke voorziening is het oppervlaktewaterpeil van datum x tot datum y minimaal a cm hoger dan eerste volgende watergang. € 210,10 per ha
19. Minimaal a verschillende indicatorsoorten uit lijst b zijn in transect aanwezig in de periode x tot y Grasland € 2.403,37 per ha; Bouwland € 2.796,78 per ha
20. Het grasland is na datum x tot datum y van het volgende kalenderjaar niet bewerkt € 136,66 per ha
21. Van datum x tot datum y is beweiding toegestaan met maximale veebezetting b (GVE/ha) € 1.947,6 per ha
22. Minimaal f% tot maximaal g% van het leefgebied onder beheer is jaarlijks gesnoeid. € 2.486,80 per ha
23. Minimaal f% tot maximaal g% van het leefgebied onder beheer is jaarlijks geschoond en/of gemaaid € 2.538,64 per ha
24. Snoeiafval is verwijderd of op rillen gelegd in het element en/of maaiafval is verwijderd € 2.692,36 per ha
26. Jaarlijks is op minimaal f% tot maximaal g% van het leefgebied onder beheer bagger vanuit een waterelement op aangrenzende landbouwgrond gespoten € 1.500 per ha
27. De peilscheiding is jaarlijks schoongemaakt en/of onderhouden € 2.026,50 per ha
29. In aangewezen gebieden zijn tussen de aardappelruggen minimaal k drempeltjes van minimaal l cm hoog per m m aanwezig met een minimale afstand van o m onderling € 300 per ha
30. Gewasresten (bijvoorbeeld maaisel, stro), al dan niet opgebracht, zijn ondergewerkt binnen a weken na aanbrengen € 379,80 per ha

Bijlage 5. behorende bij artikel 4.7.2 van de Regeling Europese EZK- en LNV-subsidies

Categorie A Precisielandbouw en Smart farming Investeringen in (datagedreven) plaats-, dier of plantspecifieke systemen voor monitoring, behandeling en/of toediening waarmee agrarische bedrijfsprocessen worden ondersteund. Categorie A Precisielandbouw en Smart farming Investeringen in (datagedreven) plaats-, dier of plantspecifieke systemen voor monitoring, behandeling en/of toediening waarmee agrarische bedrijfsprocessen worden ondersteund. Categorie A Precisielandbouw en Smart farming Investeringen in (datagedreven) plaats-, dier of plantspecifieke systemen voor monitoring, behandeling en/of toediening waarmee agrarische bedrijfsprocessen worden ondersteund. Categorie A Precisielandbouw en Smart farming Investeringen in (datagedreven) plaats-, dier of plantspecifieke systemen voor monitoring, behandeling en/of toediening waarmee agrarische bedrijfsprocessen worden ondersteund.
nr Soort investering Wel/niet subsidiabele kosten
A1 Groei en Oogsten Subsidiabel • Digitale systemen ten behoeve van inzicht in oogstvariabelen. Bij akkerbouw groeivariabelen. Bij veehouderij voor grasoogst. • Digitale systemen voor plaatsspecifieke opbrengstmetingen. • Digitale systemen om de groei te monitoren, bijvoorbeeld door het gebruik van satelliet- of drones om data te verzamelen. 17
A2 Precisieberegening en -irrigatie Omschrijving Investeringen in gerichte (elektrische) beregenings- en bevloeiingssystemen. Investeringen kunnen in combinatie met B4 worden ingediend. Subsidiabel • Software voor sensor-gestuurde irrigatie. • Dripirrigatie/druppelslangen incl. besturing. • Wortelbewateringsystemen (Root Watering System). • Laagvolume sproeier ten behoeve van nachtvorstbestrijding. • Elektrische aansturing van deze beregenings- en bevloeiingsapparatuur. Niet subsidiabel • Reguliere beregeningshaspels en slang. • Sproeibomen voor gewasbescherming. 17
A3 Precisiebemesting Omschrijving • Systemen voor het gericht emissiearm, in de juiste dosering, zonder overlapping (= aangestuurd door GPS) in de bodem toedienen van vloeibare stikstofhoudende (kunst)meststoffen bij het planten, zaaien, aanaarden of het moment dat het gewas er aantoonbaar om vraagt. Het aantoonbaar erom vragen bestaat alleen voor N-bijbemesting van aardappelen een systeem gebaseerd op sensorwaarnemingen. • Systemen om vloeibare meststoffen via druppelslangen in de juiste dosering en op het juiste moment toe te dienen aan het gewas (fertigatie). Systeem is gangbaar in glastuinbouw. In open teelten minder gangbaar. • Systemen voor het meten van het stikstofgehalte van de toegediende mest met NIRS indien dit meteen wordt door vertaald in het doseren. • Systemen voor rijenbemesting met dierlijke mest. • Systemen voor het digitaal meten van opbrengsten voor opbrengstkaarten ten behoeve van plaats specifieke teeltoptimalisatie. Investeringen kunnen in combinatie met A1 of B4 worden ingediend. Subsidiabel • Systemen die plaatsspecifiek gewasbemesting kunnen toepassen. • GPS/GIS apparatuur, inclusief bodemkaart voor bovenstaande systemen. De GPS/GIS apparatuur voor deze systemen is alleen subsidiabel in combinatie met aanschaf van bovenstaande systemen. • Bijbehorende installatiekosten. Niet subsidiabel • De tractor waaraan wordt gekoppeld. • Zodebemester. • Abonnementen op software updates en servicecontracten. Behalve indien deze onlosmakelijk verbonden zijn aan de investering en het benodigde abonnement noodzakelijk is voor het correct functioneren van de investering. 17
A4 Precisiegewasbescherming Omschrijving • Spuitmachine bestemd voor het toedienen van gewasbeschermingsmiddelen of vloeibare meststoffen aan gewassen in de akkerbouw, bloembollen-, boom-, fruit- of vollegrondsteelt, of bedekte teelt waarbij het ontstaan van restvloeistof in de spuittank wordt voorkomen of met ten minste 50% gereduceerd. • Machine bestemd voor plaatsspecifieke bestrijding van ziekten, plagen of onkruiden in de akkerbouw, bloembollen-, boom-, fruit-, vollegrondsteelt of bedekte teelt zonder gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Of • Investeringen in een spuitmachine met driftreducerende technieken, zoals: driftarme doppen, elektrische kantdoppen, luchtondersteuning, luchtvloeistofmengsystemen sleepdoektechniek. • Investeringen in een spuitmachine met volumereducerende technieken. • Bijbehorende installatiekosten. Subsidiabel • Een spuitmachine met volledig gescheiden vloeistofsystemen voor schoon water en spuitvloeistof. • Een spuitmachine waarbij de gewasbeschermingsmiddelen op het laatste moment voor het spuiten op het gewas in de spuitleiding vermengd worden door een selectieve doseringseenheid. • Een spuitmachine met een combinatie van doppen en driftreducerende technieken die zorgt voor een driftreductie van minimaal 95%. • aanleg en aanschaf vloeistofwerende vul- en wasplaats met opvang. • Een machine, niet zijnde spuitmachine, waarmee ziekten, plagen of onkruiden mechanisch worden bestreden op basis van plaatsspecifieke waarneming van het doelorganisme of symptomen daarvan. • Autonome systemen die bijdragen aan de het verminderen van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. • Systemen die obv. een taakkaart kunnen spuiten, evt. in combinatie met PWM doppen (pulse width modulation). • Spotspray toepassingen: herkenning van onkruid mbv. camera’s waarna alleen het onkruid bespoten wordt (sterke middelreductie). Systemen zijn bijv. Weed-it, Garford, Ecorobotix. • Mechanische systemen als alternatief voor bespuitingen, zoals via camera gestuurde schoffelsystemen. • Systemen ter bestrijding van ridderzuring (combi met drone opnames of met camera op de spuitboom). Let op: het percentage restvloeistofreductie of driftreductie moet worden vermeld in het projectplan en op de offerte bij het betaalverzoek. Niet subsidiabel • De tractor waaraan wordt gekoppeld. • kosten voor gebruik van drift reducerende additieven. 18
A5 Variabel zaaien en poten Subsidiabel • (Autonome) machines voor het uitvoeren van een grondbewerking en dit combineren met variabel zaaien/poten/planten. • GPS/GIS apparatuur in combinatie met een investering in een machine voor spitten en zaaien/poten/planten tegelijk. • Bijbehorende installatiekosten. • Bijbehorende installaties die meststoffen en/of gewasbeschermingsmiddelen kunnen toedienen. 15
Categorie B Digitalisering ’Investeringen in datagedreven sensorsystemen, analysesystemen zoals beslissingsondersteunende modellen of AI, robotica en/of autonome mechanisatie waar agrarische (bedrijfs-)processen worden ondersteund.’ Categorie B Digitalisering ’Investeringen in datagedreven sensorsystemen, analysesystemen zoals beslissingsondersteunende modellen of AI, robotica en/of autonome mechanisatie waar agrarische (bedrijfs-)processen worden ondersteund.’ Categorie B Digitalisering ’Investeringen in datagedreven sensorsystemen, analysesystemen zoals beslissingsondersteunende modellen of AI, robotica en/of autonome mechanisatie waar agrarische (bedrijfs-)processen worden ondersteund.’ Categorie B Digitalisering ’Investeringen in datagedreven sensorsystemen, analysesystemen zoals beslissingsondersteunende modellen of AI, robotica en/of autonome mechanisatie waar agrarische (bedrijfs-)processen worden ondersteund.’
--- --- --- ---
nr Soort investering Wel/niet subsidiabele kosten
B1 Digitale voorzieningen voor weidegang Subsidiabel • Systemen ten behoeve van weidegang die (verschillende) diergerelateerde zaken kunnen registreren en monitoren, zoals locatie, vruchtbaarheid en gezondheid. • Automatische weide-selectiepoorten voor toegang richting de weide. • Aanschaf van software behorend bij een selectiepoort/GPS systeem. • Bijbehorende installatiekosten. Bovenstaande investeringen moeten aantoonbaar bijdragen aan weidegang. Niet subsidiabel • Hardware zoals laptops/ computers, tablets etc. voor het ontvangen/ invoeren/sturen van GPS gegevens. • Abonnementen op software updates en servicecontracten. Behalve indien deze onlosmakelijk verbonden zijn aan de investering en het benodigde abonnement noodzakelijk is voor het correct functioneren van de investering. 18
B2 Beslissingsondersteunende (software-)systemen voor de land- en tuinbouw Omschrijving Softwaresystemen voor beslissingsondersteuning en vergroting inzicht teelt en bedrijfsvoering zolang dit bijdraagt aan duurzaamheidsopdrachten. Subsidiabel • Beslissingsondersteunende modellen en/of systemen voor: – weersextremen; – gewasbescherming; – bemesting; – oogstraming. • emissiearm uitrijden van mest op basis van weersomstandigheden.¹ • Software voor het meest optimale technieken spuitmoment. • Bodem-, gewas-, watersensoren en -systemen, met name gericht op EC. Niet subsidiabel • Apparatuur benodigd voor het aflezen van de ICT en sensor techniek waaronder computers, laptops, tablets en smartphones. • Abonnementen op software updates en servicecontracten. Behalve indien deze onlosmakelijk verbonden zijn aan de investering en het benodigde abonnement noodzakelijk is voor het correct functioneren van de investering. 18
B3 Robotisering -duurzame bestrijding Omschrijving Autonome systemen voor het herkennen en bestrijden van ziekten/plagen/onkruiden. Subsidiabel • Robots die ziekten/plagen/onkruiden herkennen en op duurzame wijze bestrijden. • Drones ten behoeve van de duurzame bestrijding van schadelijke insecten. 19
B4 EC meters en monitoringssensoren Omschrijving Investeringen in meet- en monitoringsapparatuur voor het meten van onder andere de dikte en diepte van de waterlens en meten van bodemverdichting. Aanvragen voor deze investeringen moeten in combinatie van investeringen onder A2 of A3 worden ingediend. Subsidiabel • EC meters en monitoringssystemen voor het bepalen van vocht-, zuur- en zoutgehalte. • Beslissingsondersteuning op basis van sensordata en monitoring. • Meet- en monitoringsapparatuur voor het meten van onder andere de dikte en diepte van de waterlens, meten van bodemverdichting, PH meters, continuemeters, penetrometers. Bij aanschaf kan ook de bijbehorende software ten behoeve van interpretatie worden gesubsidieerd. • Continuemeters. • Grondwatermeters. • Oppervlaktewatermeters bij beregening uit oppervlaktewaters. • Penetrometers. • PH meters. • Vochtsensoren. • Fosfaat- en nitraatmeter. Niet subsidiabel Abonnementen op software updates en servicecontracten. Behalve indien deze onlosmakelijk verbonden zijn aan de investering en het benodigde abonnement noodzakelijk is voor het correct functioneren van de investering 14

¹ https://www.dlvadvies.nl/innovaties/precisiebemesting?dossier_id=26

Categorie C Water, droogte, verzilting ‘Investeringen in een verbeterde omgang met grondwater, oppervlaktewatergebruik en met de waterhuishouding van het eigen bedrijf die bijdragen aan de verhoging van de waterkwaliteit, verbetering van de waterhuishouding, het tegengaan van verdroging en/of het tegengaan van verzilting van de bodem.’ Categorie C Water, droogte, verzilting ‘Investeringen in een verbeterde omgang met grondwater, oppervlaktewatergebruik en met de waterhuishouding van het eigen bedrijf die bijdragen aan de verhoging van de waterkwaliteit, verbetering van de waterhuishouding, het tegengaan van verdroging en/of het tegengaan van verzilting van de bodem.’ Categorie C Water, droogte, verzilting ‘Investeringen in een verbeterde omgang met grondwater, oppervlaktewatergebruik en met de waterhuishouding van het eigen bedrijf die bijdragen aan de verhoging van de waterkwaliteit, verbetering van de waterhuishouding, het tegengaan van verdroging en/of het tegengaan van verzilting van de bodem.’ Categorie C Water, droogte, verzilting ‘Investeringen in een verbeterde omgang met grondwater, oppervlaktewatergebruik en met de waterhuishouding van het eigen bedrijf die bijdragen aan de verhoging van de waterkwaliteit, verbetering van de waterhuishouding, het tegengaan van verdroging en/of het tegengaan van verzilting van de bodem.’
Soort investering Wel/niet subsidiabele kosten
C1 Klimaat-adaptieve, peilgestuurde drainage Subsidiabel • Aanleg klimaat adaptieve, peilgestuurde, regelbare drainage. • Aanpassing van bestaande peilgestuurde (regelbare) drainage met een extra ontluchtingsdrain. Let op! • Om voor definitieve subsidievaststelling in aanmerking te komen is het mogelijk dat een vergunning via het Waterschap toegekend moet zijn. Aanvrager dient contact op te nemen met het lokale waterschap. • In geval u vergunningsplichtig bent, moet een bewijsstuk van de start van de vergunningsprocedure worden meegezonden met de subsidieaanvraag. • In geval u vergunningsplichtig bent, dan dient u voor vaststelling, de vergunningen via het Waterschap toegekend te hebben gekregen. 17
C2 Waterbeheervoorzieningen ter verlaging van risico’s van verontreiniging door erfafspoeling bij een veehouderij of door afvalwater uit de veehouderij, akkerbouw, bloembollen-, boom-, fruit-, vollegronds- of bedekte teelt Subsidiabel • Aanleg van overdekte verharde, vloeistofdichte vul- en wasplaats voor spuitmachines, inclusief een voorziening voor opvang en opslag en zuivering of verdamping van waswater. • Biologisch of ander zuiveringssysteem voor was- en spoelwater van spuitmachines (dat wil zeggen de aanschaf en aanleg van een vloeistofdicht biologisch zuiveringssysteem of de aanschaf van zuiveringssystemen die werken op basis van onder andere ozon of UV). • Systemen voor de verdamping van was- en spoelwater van spuitmachines. • Aanleg en inrichting van een erf waarbij erfwater wordt opgevangen voor afvoer of verwerking middels zuiveren of verdampen (gesloten erf voor gewasbeschermingsmiddelen). • Kistenwasser inclusief opvang restwater voor afvoer of verwerking (zuiveren of verdampen). • Een waterdichte opvangput waarmee verontreinigd afvalwater van het bedrijf gescheiden blijft van regulier rioolsysteem. Inclusief de buizen, goten, richels voor afvoer. • Aanvullende erf-en zuiveringsvoorzieningen voor de bollenteelt met spoelwater. • Opvang- en afvoersysteem van perssappen (onder sleufsilo’s). • Bijbehorende installatiekosten. Niet subsidiabel • Systemen voor het lozen van drain- of afvalwater vanuit kassen. • Overkapping voor een voederopslag. • Overkapping voor een mestopslag. • Kosten voor herinrichting van het erf. • Erfverharding. • Hemelwatersysteem waaronder dakgoten, buizen voor afvoer en reguliere riolering. • Spoelplaats (voor materieel anders dan een spuitmachine e.d.). • Kuilplaten. • installaties of machines voor opvang van perssap of percolaat indien een overloopvoorziening is of wordt aangebracht naar het reguliere riool, de bodem of het oppervlaktewater. • Waterzuiveringsinstallatie. 16
C3 Ondergrondse waterberging, bovengrondse wateropvang (inclusief hemelwateropvang) en stuwen Subsidiabel • Waterbassins en -silo’s. • Bijbehorende pijpleidingen. • Bijbehorende installatiekosten en graafwerk. • Voorzieningen voor ondergrondse wateropslag waaronder freshmaker, kreekrug-infilstratiesystemen en diepdraininfiltratie. • De aanleg van een (water-)opvangput voor het verdund uitrijden van mest in het kader van stikstof emissiereductie en waterbesparing. • Aanschaf en aanleg van: ○ Waterconserveringsstuw; ○ Knijpstuw; ○ Zoete stuw. Let op! Om voor definitieve subsidievaststelling in aanmerking te komen moeten de vergunningen via het Waterschap toegekend zijn. Een bewijsstuk van de start van de vergunningsprocedure moet worden meegezonden met de subsidieaanvraag. 17
Categorie D Duurzame bedrijfsvoering ‘Investeringen in aanpassingen aan bedrijfsgebouwen ten behoeve van het gebruik van mestvergistingsinstallaties en mechanische mestafscheiding, machines, installaties en apparatuur, die bijdragen aan klimaatmitigatie, klimaatadaptatie en het verbeteren van de biodiversiteit en bodemkwaliteit’ Categorie D Duurzame bedrijfsvoering ‘Investeringen in aanpassingen aan bedrijfsgebouwen ten behoeve van het gebruik van mestvergistingsinstallaties en mechanische mestafscheiding, machines, installaties en apparatuur, die bijdragen aan klimaatmitigatie, klimaatadaptatie en het verbeteren van de biodiversiteit en bodemkwaliteit’ Categorie D Duurzame bedrijfsvoering ‘Investeringen in aanpassingen aan bedrijfsgebouwen ten behoeve van het gebruik van mestvergistingsinstallaties en mechanische mestafscheiding, machines, installaties en apparatuur, die bijdragen aan klimaatmitigatie, klimaatadaptatie en het verbeteren van de biodiversiteit en bodemkwaliteit’ Categorie D Duurzame bedrijfsvoering ‘Investeringen in aanpassingen aan bedrijfsgebouwen ten behoeve van het gebruik van mestvergistingsinstallaties en mechanische mestafscheiding, machines, installaties en apparatuur, die bijdragen aan klimaatmitigatie, klimaatadaptatie en het verbeteren van de biodiversiteit en bodemkwaliteit’
--- --- --- ---
Soort investering Wel/niet subsidiabele kosten
D1 Elektrische voertuigen of met waterstof aangedreven, gericht op het uitoefenen van landbouwgerichte activiteiten Omschrijving Volledig elektrisch aangedreven mobiele machine bestemd voor het verrichten van werkzaamheden in de land- en tuinbouw, waarbij de aandrijving is voorzien van een elektromotor, waarbij voor de opslag van energie een of meerdere accu’s worden toegepast. Op waterstof of waterstof/hybride aangedreven mobiele machine bestemd voor het verrichten van werkzaamheden in de land- en tuinbouw. Op biogas aangedreven mobiele machine bestemd voor het verrichten van werkzaamheden in de land- en tuinbouw. Subsidiabel • Volledig elektrisch aangedreven zelfrijdende tractoren en volledig elektrisch zelfrijdende zaai-, bewerkings- en oogstmachines zoals combines, of aardappelrooier. • Op waterstof of waterstof/hybride aangedreven machines/werktuigen gericht op het uitoefenen van landbouwgerichte activiteiten. • Op biogas aangedreven mobiele machine bestemd voor het verrichten van werkzaamheden in de land- en tuinbouw. • Oplaadpunt voor elektrisch of hybride aangedreven mobiele machines, bestemd voor het verrichten van landbouwactiviteiten voor het elektrisch laden van accu’s van eigen elektrisch of hybride aangedreven mobiele machines, die zijn voorzien van een geheel of gedeeltelijke elektrische hoofdaandrijving, waarbij het oplaadpunt is opgesteld op het eigen bedrijfsterrein. • Oplaadpunt voor op biogas aangedreven mobiele machines, bestemd voor het verrichten van landbouwactiviteiten, voor het laden van accu’s van op biogas aangedreven mobiele machines, waarbij het oplaadpunt is opgesteld op het eigen bedrijfsterrein, voor eigen gebruik. Een oplaadsysteem en al dan niet de volgende onderdelen: een ontlaadsysteem, een meet- en regelsysteem, een lockerkast met een stroomafnamepunt per locker en een stekkerherkenningssysteem. • Bijbehorende aanleg- en installatiekosten. Niet subsidiabel • Elektrische auto’s, fietsen of andere vervoersmiddelen voor personen. • Mest- en voerschuiven. • Heftrucks, shovels. • Grasmaaiers. • PV-systemen (zonnepanelen, fotovoltaïsch). 19
D2 Monomestvergistingsinstallaties Omschrijving Het gaat hierbij om kleinschalige bedrijfsvergisters, die passen in het terugbrengen van de emissies van methaan (en ammoniak) op veehouderijbedrijven, doordat emissies niet ontstaan, worden afgevangen en verwaard en weer teruggebracht worden in de kringloop. Subsidiabel • Maximale omvang vergisters is 25.000 ton mest. • Een aardgasleiding of biogasleiding langer dan 1 km. Gerekend vanaf de aansluiting van een vergistingsinstallatie of via een biogashub vanaf iedere vergistingsinstallatie. • Installaties voor het drogen, opschonen en comprimeren van het gas uit eigen installatie. • het opslaan van gecomprimeerd biogas uit eigen installatie in flessen/containers voor mobiel transport, ten bate van eigen gebruik. • Alle mestverwerkingsinstallaties voor de verdere verwerking van de vergiste mest, waaronder stikstofstrippers, tot een hoogwaardige meststof zoals compost, korrels, vloeibare stikstofhoudende kunstmeststoffen, etc. zodat de afzetmogelijkheden / toepasbaarheid van het eindproduct worden vergroot. Deze kosten van de mestverwerkingsinstallatie zijn niet subsidiabel zonder daadwerkelijke aanschaf van een mestvergisting-installatie. • Bijbehorende installatiekosten. Let op! De opgewekte energie moet gebruikt worden door de eigen landbouwonderneming. Het worden van (netto) energieleverancier door deze investering is niet subsidiabel. Niet subsidiabel Een mogelijk ook aan te sluiten mestscheidingsinstallatie hoort hier niet bij, dat is een aparte investering. N.B. Aanvragers komen slechts in aanmerking voor subsidie voor monomestvergistingsinstallaties indien er niet ook een aanvraag gedaan is voor de SDE++ regeling. 17
D3 Bovenwettelijke mestopslag Omschrijving Investeringen voor bovenwettelijke mestopslag (>7 maanden < 10 maanden) en mestaanwending die emissiereductie voor methaan en ammoniak realiseren. 17
D4 Potafdekinstallatie boom-, vaste planten- of sierteelt Omschrijving Bestemd voor het in de boom-, vaste planten- of sierteelt tegengaan van de groei van onkruid in de potten, door het machinaal strooien van een afdeklaag bestaande uit los organisch materiaal op de bovenzijde van het substraat. Subsidiabel • Een elevator. • Doseersysteem. • Transportbanden en een trilsysteem. 12
D5 Mechanische mestscheidingsinstallatie Omschrijving Machine om ruwe mest te scheiden naar twee fracties. Het eindproduct moet uit twee delen bestaan, een dikke en een dunne fractie. Subsidiabel • Mechanische mestscheidingsapparatuur zodat de ruwe mest door de mechanische bewerking wordt gescheiden in een dikke fractie en een dunne fractie. • Bijbehorende installatiekosten. 11
D6 Machines die dunne fractie van digestaat (tot 70%) kunnen verdampen Omschrijving Regionaal zijn er overschotten aan mest / digestaat, waar dat op grotere schaal niet zo is. Transport is hierbij de beperkende factor, door digestaat in te dampen (water verdampen) kan efficiënter getransporteerd worden. Subsidiabel Machines welke de dunne fractie van digestaat (tot 70%) van het totaal kunnen verdampen. 6
Categorie E Natuurinclusieve landbouw en Kringlooplandbouw ‘Investeringen in machines, plant- en zaaigoed, installaties voor opslag en verwerking en opslag- en verwerkingsplaatsen waardoor optimaal gebruik kan worden gemaakt van de natuurlijke omgeving (‘natuurlijk kapitaal’) die worden geïntegreerd in de bedrijfsvoering en daarmee bijdraagt aan de kwaliteit van diezelfde natuurlijke omgeving en waardoor negatieve effecten op water, bodem en lucht kan worden verkleind’ Categorie E Natuurinclusieve landbouw en Kringlooplandbouw ‘Investeringen in machines, plant- en zaaigoed, installaties voor opslag en verwerking en opslag- en verwerkingsplaatsen waardoor optimaal gebruik kan worden gemaakt van de natuurlijke omgeving (‘natuurlijk kapitaal’) die worden geïntegreerd in de bedrijfsvoering en daarmee bijdraagt aan de kwaliteit van diezelfde natuurlijke omgeving en waardoor negatieve effecten op water, bodem en lucht kan worden verkleind’ Categorie E Natuurinclusieve landbouw en Kringlooplandbouw ‘Investeringen in machines, plant- en zaaigoed, installaties voor opslag en verwerking en opslag- en verwerkingsplaatsen waardoor optimaal gebruik kan worden gemaakt van de natuurlijke omgeving (‘natuurlijk kapitaal’) die worden geïntegreerd in de bedrijfsvoering en daarmee bijdraagt aan de kwaliteit van diezelfde natuurlijke omgeving en waardoor negatieve effecten op water, bodem en lucht kan worden verkleind’ Categorie E Natuurinclusieve landbouw en Kringlooplandbouw ‘Investeringen in machines, plant- en zaaigoed, installaties voor opslag en verwerking en opslag- en verwerkingsplaatsen waardoor optimaal gebruik kan worden gemaakt van de natuurlijke omgeving (‘natuurlijk kapitaal’) die worden geïntegreerd in de bedrijfsvoering en daarmee bijdraagt aan de kwaliteit van diezelfde natuurlijke omgeving en waardoor negatieve effecten op water, bodem en lucht kan worden verkleind’
--- --- --- ---
Soort investering Wel/niet subsidiabele kosten
E1 Vergistingsinstallaties Subsidiabel • Plantaardige vergister. • Bijbehorende verwerkingsinstallaties voor de verdere verwerking van zodat de afzetmogelijkheden van het eindproduct worden vergroot. Deze kosten van de verwerkingsinstallatie zijn niet subsidiabel zonder daadwerkelijke aanschaf van een vergistingsinstallatie. • Bijbehorende installatiekosten. Niet subsidiabel In deze categorie zijn mestvergistingsinstallaties niet subsidiabel. Let op! De opgewekte energie moet gebruikt worden door de eigen landbouwonderneming. Het worden van (netto) energieleverancier door deze investering is niet subsidiabel. 16
E2 Mengteelten zoals strokenteelt/pixelteelt en nieuwe teelten zoals eiwitten Omschrijving (Aangepaste) machines voor strokenteelt/pixelteelt en nieuwe teelten zoals eiwitten. Subsidiabel • Zaaimachines voor inzaaien voor "onder gewassen" zoals gras bij mais. • Strokenfrees of strokenploeg. • Oogstmachines of andere aangepaste machines voor gewasmanagement, zoals onkruidbestrijding, voor mengteelten en/of eiwitgewassen. • Zelfrijdende machines voor strokenteelt. • Integratie zonnepanelen in de teelt. Niet subsidiabel: Trekkers. 17
E3 Agroforestry en meerjarig kruidenrijk grasland (niet op veengrond) Omschrijving Teelt van houtige gewassen (bomen en struiken) gecombineerd met veeteelt, groenteteelt of akkerbouw op hetzelfde perceel landbouwgrond. De houtige gewassen zijn bedoeld voor de productie van o.a. fruit, noten en bessen. En Aanleg van kruidenrijk grasland, bestaande uit grasland met ten minste 45% meerjarige kruiden of vlinderbloemigen, waarbij geen gewasbeschermingsmiddelen gebruikt worden. Subsidiabel • (Aangepaste) machines voor gewasmanagement van houtige gewassen die gecombineerd worden met akkerbouw, groenteteelt of grasland (voor veehouderij), waaronder oogstmachines en materiaal voor boombescherming. • Plantgoed van houtige, meerjarige gewassen (bomen en struiken) ten behoeve van fruit- of nootproductie van het bedrijf en die bewust gemengd worden met akkerbouw, groenteteelt of grasland (voor veehouderij) op hetzelfde landbouwperceel. • Plantgoed van houtige, meerjarige gewassen (bomen en struiken) ten behoeve van een perceel voedselbos op landbouwgrond (gewascode 1940), waarbij bomen en struiken binnen afzienbare termijn voor eetbare producten zorgen. • Zaaizaad van grasland (minimaal 50% grassoorten) met minimaal 45 procent meerjarige kruiden en/of vlinderbloemigen. • Kosten voor grondbewerking en aanplant/inzaaien. Niet subsidiabel: • Windsingels. • Aanplant van houtige, meerjarige gewassen (bomen en struiken) ten behoeve van kweekgoed (o.a. kerstbomen). • Bomen voor hakhout met korte omlooptijd. • Snelgroeiende bomen voor energieproductie (biomassa). • Meer dan 100 bomen/ha en meer dan 40% van het aantal struiken van een gangbare teelt (uitgezonderd voedselbos met gewascode 1940). • Grondbewerking en inzaaien van kruidenrijk grasland met (1) een lager percentage kruiden en/of vlinderbloemigen of (2) op veengrond (grond met de aanduiding veen in de perceelsregistratie). 16
E4 Vermindering bodemverdichting door ondiepe, niet kerende grondbewerking, vaste rijpaden en mechanische onkruidbestrijding Omschrijving Systemen, machines, werktuigen die gericht zijn op en gebruikt worden voor niet kerende, ondiepe bodembewerking en het oppervlakkig vermengen van gewasresten (eventueel in combinatie met direct zaaien, poten of planten). Subsidiabel • Spit-zaai, grondfrees-zaai; rotoreg-zaai, schoffel-zaai combinaties. • Schijveneggen. • Wiedrobots. • Schoffeltuig met camera besturing; en vingerwieders of torsiwieders. • Mechanische loofsnijder of mechnische wortelsnijder of looftrekker. • Ecoploeg (maximale diepte van 18 cm). • Machines voor inwerken groenbemesters, ruige mest en gewasresten (schijveneg). • Machines, hulpmiddelen of aanpassingskosten voor het overschakelen op een teeltsysteem met vaste rijpaden, waarbij onbereden bedden ontstaan met een breedte van tenminste 280 cm. • Rupsbanden voor onder tractor of (zelfrijdende) oogstmachine. • Luchtdrukwisselsystemen met een zodanige capaciteit dat de banden binnen 5 minuten op 2 bar kunnen worden gebracht. inclusief installatie kosten. Subsidiabel zijn maximaal vier banden (die zeer geschikt zijn voor zeer lage druk) per aangeschaft systeem. Door aanpassing van bandendruk aan omstandigheden kan structuurschade worden verminderd. • GPS/GIS of aanpassingen aan de apparatuur i.c.m. bovenstaande investeringen • bij de aanschaf van een van de bovenstaande systemen/werktuigen kan ook een wildredder gesubsidieerd worden. Niet subsidiabel • Grotere zwaardere machines en daarmee verdichting (dan helpt wat minder druk in banden niet meer, evt wel nog rupsbanden) en daarmee achteruitgang van bodembiologie en dus organisch stofverlies. • Trekkers • Banden en wielen • Abonnementen • Ploegen en spitmachines (krukas en roterend) • Afleverkosten 18
E5 Verwerken enkelvoudig (gerst, tarwe,) krachtvoer Subsidiabel • Machines of installaties om producten mee te bewerken zoals malen, pletten en snijden. • Toepassingen om (gras)klaver toe te verwerken zodat deze bruikbaar is als kunstmest- en krachtvoervervanger, op voorwaarde dat dit gebeurt met hernieuwbare energie (bijvoorbeeld drogen, persen, pelleteren en opslaan). Niet subsidiabel • Voermengwagen of machines voor het uitkuilen of verwerken van ruwvoer. • Opslag zoals sleufsilos en kuilplaten en silos machines of systemen om krachtvoer te verstrekken. Let op: • Alleen machines voor eerstegraad bewerking van gerst en tarwe zijn subsidiabel 16
E6 Verwerken en toepassen van organisch restmateriaal Omschrijving Investeringen die specifiek bedoeld zijn voor de verwerking van organisch restmateriaal (niet zijnde mest op bedrijfsniveau) met als doel het verhogen van bodemkwaliteit. Zoals: materieel voor het maaien en ophalen van slootkanten, het verwerken en toepassen van gewasresten, maaisel van slootkanten, bermen of natuurterreinen, slootbagger of compost hiervan. Subsidiabel • Machines en werktuigen voor het inwerken of onderwerken van gewasresten, ruige mest, vaste mest en groenbemester met behulp van schijven(eg), rollen, tanden of snijders. • Mestverwerkingsinstallaties voor de verdere verwerking van de (vergiste) mest waaronder stikstofstrippers tot een kunstmestvervanger en/of hoogwaardige meststoffen zoals compost, korrels, etc. zodat de afzetmogelijkheden van het eindproduct worden vergroot. • Materiaal om specifiek voor maaien van slootkanten en maaisel op de kant te kunnen deponeren en ophalen voor verdere verwerking. • Materieel voor het verwerken van organisch restmaterieel • Baggerspuit voor het verspreiden van slootbagger over het perceel. • Werktuigen voor het snijden of hakselen en gelijkmatig uitstrooien van beheergras, bermmaaisel, slootmaaisel of gewasresten over landbouwgrond. • GPS i.c.m. bovenstaande investeringen. Niet subsidiabel • Grasmaaier die behalve voor het maaien van bermen ook gebruikt kan worden voor ander maaiwerk. • Vergistingsinstallaties waarin mest of restmateriaal van buiten het bedrijf gebruikt wordt. • Afleverkosten en abonnementen. • Kiepwagens, silagewagens en opraapwagens. Indien gangbaar materieel beschikbaar is, dat nog bruikbaar is voor hetzelfde doel, dan is de “klimaatwinst” negatief. 14
E7 Niet digitale voorzieningen voor weidegang Subsidiabel: • Aanleg van een oversteekplaats, zoals veeroosters en/of een koetunnel). • Bijbehorende aanleg- en installatiekosten. • Mobiele melkrobot. • Schuilmogelijkheden. Niet subsidiabel • Hardware zoals laptops/ computers, tablets etc. voor het ontvangen/ invoeren/sturen van GPS gegevens. • Kavelpaden. • Abonnementen op software updates en servicecontracten. 14
E8 Opslagplaatsen ten behoeve van verwerking organische materiaal tot compost Omschrijving Investeringen in opslag van gewasresten, vaste mest of compost hiervan, niet zijnde drijfmest, met als doel het verhogen van bodemkwaliteit (organische stofgehalte en bodemstructuur). Subsidiabel Opslagplaatsen van vaste mest of compost voor langere termijn (meer dan 9 maanden) zodat op de goede momenten de mest/compost toegepast kan worden en de kwaliteit behouden blijft. 11

Bijlage 6. behorende bij artikel 4.7.2 van de Regeling Europese EZK- en LNV-subsidies

Vervallen

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

§ 5.2. Regels omtrent subsidieverstrekking door de managementautoriteit

§ 5.3. Regels omtrent subsidieverstrekking ten laste van de Rijkscofinanciering

Hoofdstuk 6. Overige bepalingen en slotbepalingen

Bijlage 1. behorende bij artikel 1.9 Regeling Europese EZ-subsidies

Procedure als bedoeld in artikel 140, vijfde lid, van verordening 1303/2013

2. Procedure voor het gebruik van de documenten, bedoeld onder 1, onderdelen a, b en c

De in 1 onder a, b en c bedoelde bewijsstukken zijn geconverteerde documenten of gegevensdragers. Bij conversie van het origineel naar het geconverteerde document of gegevensdrager wordt aan de hieronder vermelde voorwaarden voldaan:

Het in samenhang bezien van de verschillende bewijsstukken strekt er mede toe de authenticiteit van het geconverteerde document of de gegevensdrager te waarborgen en dat hierop voor controledoeleinden kan worden vertrouwd.

Als de conversie op de juiste wijze gebeurt, is het in het kader van de verantwoording, niet meer noodzakelijk de bewijsstukken op de originele gegevensdrager te bewaren. Het geconverteerde bewijsstuk mag na conversie niet meer gewijzigd kunnen worden.

3. Procedure voor het bewaren van stukken die uitsluitend in een elektronische versie bestaan, bedoeld in 1, onderdeel d

Indien een subsidieontvanger gebruik maakt van elektronische documenten waarbij uitsluitend een elektronische versie bestaat, worden de geautomatiseerde systemen voorzien van beheers- en beveiligingsmaatregelen die de betrouwbaarheid, authenticiteit en integriteit van de elektronische gegevens gedurende de gehele vereiste bewaartermijn waarborgen. Het is aan de subsidieontvanger om dit aan te tonen. Voor een tweetal veel voorkomende situaties zijn de voorschriften hieronder uitgewerkt:

Bijlage 3. behorende bij artikel 4.3.1. van de Regeling Europese EZ-subsidies

Vervallen

Bijlage 4. behorende bij de artikelen 4.5.2, derde lid, onderdeel c, en 4.5.4

1 2 3 4
Product/activiteit Omschrijving resultaat Tarief/berekeningsmethode Mogelijke additionele kosten
1. Projectvoorbereiding 1. Projectvoorbereiding 1. Projectvoorbereiding 1. Projectvoorbereiding
a. projectplan Document met een beschrijving van het uit te voeren project, conform format bij het aanvraagformulier. Vast bedrag: € 7.840 Gebiedsbijeenkomsten ten behoeve van het opstellen van het projectplan, als beschreven in producten 4b en 4c
2. Planvorming 2. Planvorming 2. Planvorming 2. Planvorming
a. plan op het niveau van een gebied of sector Document met een inhoudelijke beschrijving van de uit te voeren activiteiten in een gebied en/of sector, overeenkomstig artikel 4.5.9, eerste lid € 19.040 per plan; minimaal 1 per aanvraag; max. 1 per deelnemend agrarisch collectief of per thema Gebiedsbijeenkomsten (product 4b en 4c) ten behoeve van het opstellen van het plan. Kosten voor onderzoek, analyse en advies ten behoeve van productontwikkeling als beschreven in product 9a
b. deelplan op het niveau van een deelgebied of subsector Document met nadere inhoudelijke uitwerking van het plan voor een afgebakend deel van het projectgebied of van een thema. Het document bevat dezelfde onderdelen als het gebiedsplan, maar dan verder uitgewerkt en gedetailleerd. € 3.360 per deelplan; max. 1 per afgebakend deel van het projectgebied of thema Gebiedsbijeenkomsten (product 4b en 4c) ten behoeve van het opstellen van het plan. Kosten voor onderzoek, analyse en advies ten behoeve van productontwikkeling als beschreven in product 9a
c. deelplan op het niveau van een deelnemend agrarisch bedrijf Document met een beschrijving van de maatregelen of andere inspanningen op een deelnemend bedrijf en de bijdrage die hiermee aan gebiedsplan geleverd wordt. - onderbouwing keuze voor te ontwikkelen doelen en uit te voeren maatregelen - relaties met andere deelnemende bedrijven of partners - indien van toepassing, begroting van de kosten van beheeractiviteiten op basis van de tabel in onderdeel B van deze bijlage - een kaart waar welke beheeractiviteiten mogelijk worden uitgevoerd € 780 per deelplan; 1 per deelnemend agrarisch bedrijf Geen
3. Proefprojecten 3. Proefprojecten 3. Proefprojecten 3. Proefprojecten
a. werven deelnemers Voeren van individuele gesprekken met potentiele deelnemers om te komen tot afspraken over deelname aan het project cq. het opstellen van een bedrijfsplan. Begunstigde maakt lijst met potentiële deelnemers aan de hand van potentiële bijdrage (blijkt uit (deel)gebiedsplan) en getoonde belangstelling (blijkt bij bijeenkomsten of uit het netwerk). Aantonen aan de hand van gespreksverslagen. € 560 per potentiële deelnemer Geen
b. begeleiden deelnemers Begeleiding van deelnemers vanuit de begunstigde bij de uitvoering van het bedrijfsplan. Bepalen aan de hand van uitgevoerde bedrijfsplannen. € 1.120 per deelnemer Geen
c. uitvoeren proefprojecten Vergoedingen voor de activiteiten, bedoeld in kolom 1 van de tabel in onderdeel B van deze bijlage. Berekeningsmethode, bedoeld in kolom 2 van de tabel in onderdeel B van deze bijlage Geen
d. investeringen Indien aantoonbaar noodzakelijk voor het uitvoeren van proefprojecten kunnen investeringen (zoals bouw- of aanlegkosten, inrichtingskosten of machines en apparatuur) nodig zijn. Die investeringen mogen geen aanmerkelijke stijging van de waarde of rentabiliteit van de onderneming tot gevolg hebben. Begunstigde moet in het projectplan onderbouwen dat de investering (kosten derden) noodzakelijk is om aan de innovatie-eis te voldoen. Aantonen aan de hand van offerteverzoek, offerte, opdracht, factuur betaalbewijs Werkelijke kosten op basis van factuur en betaalbewijs Geen
4. Communicatie 4. Communicatie 4. Communicatie 4. Communicatie
a. communicatieplan Document met overkoepelend communicatieplan voor het project – producten – doelgroepen – begroting op basis van de productenlijst – fasering In het plan wordt expliciet aandacht besteed aan nieuwe vormen van samenwerking en de bijdrage die het project levert aan de doelstelling van het project. Vast bedrag: € 4.480 Geen
b. kleine bijeenkomst Bijeenkomst van maximaal 15 personen; voorbereiding, facilitaire zaken en verslaglegging. Aantonen aan de hand van verslag en presentielijst aanwezigen. € 1.220 per bijeenkomst Inhuur externe expertise als beschreven in product 9b Vacatievergoeding voor bijdragen van deelnemers (product 9c)
c. grote bijeenkomst Bijeenkomst van meer dan 15 personen; voorbereiding, facilitaire zaken en verslaglegging Aantonen aan de hand van verslag en bewijsstukken voor presentie van aanwezigen. € 2.440 per bijeenkomst Inhuur externe expertise als beschreven in product 9b Vacatievergoeding voor bijdragen van deelnemers (product 9c)
d. veldbezoek/excursie Bijeenkomst om de uitvoering cq resultaten van het project in het veld te bekijken en bespreken; voorbereiding, facilitaire zaken en verslaglegging. Aantonen aan de hand van verslag en presentielijst deelnemers. € 1.880 per veldbezoek of excursie Inhuur externe expertise als beschreven in product 9b Vacatievergoeding voor gastheer/vrouw van de excursie (= deelnemer project) (product 9c)
e. voorbereiden/produceren professionele folder/video Het voorbereiden/produceren van een folder of video € 2.240 per folder of video Inhuur externe expertise als beschreven in product 9b
f. website Ontwerp en beheer van website of pagina op website van agrarisch collectief (minimaal de website van de penvoerder) met minimaal de volgende informatie over het project: – doel – korte beschrijving – betrokken collectieven en andere partijen – contactgegevens Vast bedrag: € 3.360 Geen
g. artikel/persbericht Artikel of persbericht in vakblad of nieuwsblad; minimaal 500 woorden. Aantonen aan de hand van een print of kopie van de publicatie. € 1.680 per artikel of persbericht Geen
h. Lezing/presentatie Verzorgen van een lezing of presentatie door de begunstigde bij derde partijen (niet direct bij pilot betrokken), over het project en de (voorlopige) resultaten daarvan. Aantonen aan de hand van presentatie en/of berichtgeving (bv. verslag of bericht op website) over de bijeenkomst en de presentatie. € 1.170 per lezing of presentatie Geen
5. Monitoring 5. Monitoring 5. Monitoring 5. Monitoring
a. dataset met gegevens over resultaten project Dataset in format dat is afgestemd met de andere projecten en dat rapportage op het niveau van het project en de regeling mogelijk maakt. Data kunnen kwantitatieve, kwalitatieve, ruimtelijke en niet-ruimtelijke aspecten omvatten. Maximaal 1 per soortgroep, per jaar, per gebied. Data kunnen ook betrekking hebben op sociale, organisatorische en financiële aspecten € 2.800 per dataset; minimaal 1 per aanvraag Inhuur externe expertise als beschreven in product 9b Vrijwilligersvergoeding voor veldwerk tbv inventarisatie van gegevens door inzet vrijwilligers (product 9d)
6. Rapportage 6. Rapportage 6. Rapportage 6. Rapportage
a. tussenrapportage Document met inhoudelijke beschrijving van de voortgang van het project, evaluatie, leerpunten, evt. aanpassingen in het project. € 4.480 per tussenrapportage; minimaal 1 per aanvraag max. 1 per afgebakend deel van het projectgebied of thema Geen
b. eindrapportage Document met inhoudelijke beschrijving van de resultaten van het project, evaluatie en leerpunten. Vast bedrag: € 19.000 Geen
7. Landelijke coördinatie en afstemming 7. Landelijke coördinatie en afstemming 7. Landelijke coördinatie en afstemming 7. Landelijke coördinatie en afstemming
a. landelijk ontwikkelwerk Landelijke coördinatie en het organiseren en bijwonen van landelijke bijeenkomsten ten behoeve van de landelijke afstemming van de projecten (bv. bij aanvang van de uitvoering en na het indienen van de tussenrapportages), het ontwikkelen van methoden en van formats voor datasets en rapportages en de presentatie van (deel)producten Vast bedrag: € 26.900 Geen
b. landelijke tussenrapportage Document met inhoudelijke beschrijving van de voortgang van de projecten, evaluatie, leerpunten en aanbevelingen voor het ontwikkelen van een toekomstig Gemeenschappelijk landbouwbeleid. De tussenrapportage wordt uiterlijk op 31 december 2022 ingediend. Vast bedrag: € 1.680; één per project Geen
c. landelijke eindrapportage Document met inhoudelijke beschrijving van de resultaten van het projecten, evaluatie en leerpunten. Vast bedrag: € 4.920 Geen
8. Projectmanagement 8. Projectmanagement 8. Projectmanagement 8. Projectmanagement
a. projectmanagement Betreft het management en de coördinatie van het project. De werkzaamheden van de begunstigde die wel noodzakelijk zijn om het project goed uit te voeren, maar geen onderdeel zijn van de producten. Wordt berekend over de producten, bedoeld in de onderdelen 1 tot en met 7 en 9a en 9b, van deze tabel. 15% van de vergoeding voor de geleverde producten Geen
9. Kosten derden 9. Kosten derden 9. Kosten derden 9. Kosten derden
a. Productontwikkeling voor innovatieve beleidstoepassingen Voor het opstellen van gebiedsplan of sectorplan kan advies worden ingewonnen ten behoeve van de uitvoerbare beleidstoepassingen die innovatief zijn in Nederland. Begunstigde moet in het projectplan onderbouwen dat het onderwerp waarop het advies betrekking heeft aan de innovatie-eis voldoet. Aantonen aan de hand van offerteverzoek, offerte, opdracht, factuur betaalbewijs Werkelijke kosten op basis van factuur en betaalbewijs Geen
b. Inhuur externe expertise Indien aantoonbaar noodzakelijk kan voor specifieke producten externe expertise ingehuurd worden. Dit kan specialistische of wetenschappelijke kennis zijn ten behoeve van monitoring van effecten/prestaties, kennisdeling of inventarisaties, en kan ook zaken als bemonstering of laboratoriumonderzoek betreffen. Aantonen aan de hand van offerteverzoek, offerte, opdracht, factuur betaalbewijs. Werkelijke kosten op basis van factuur en betaalbewijs Geen
c. vacatievergoedingen Vergoeding voor (vertegenwoordigers van) deelnemende agrarische bedrijven waarvoor een bedrijfsplan is opgesteld, indien het zaken betreft die voortkomen uit het project, maar niet direct met de bedrijfsvoering te maken hebben; met name het uitdragen van opgedane kennis en ervaring aan belangstellenden binnen en buiten het projectgebied. Aantonen aan de hand van declaratie en betaalbewijs. € 105 per dagdeel Geen
d. vrijwilligersvergoeding Betreft de inzet van vrijwilligers voor inventarisaties. Aantonen aan de hand van urenverantwoording en betaalbewijs. € 4,50 per uur Geen
1 2
--- ---
Activiteit Berekeningsmethode
1. Er wordt een rustperiode in acht genomen van datum x tot datum y. Grasland € 2.403,37 per ha
3. Het grasland wordt vanaf 1 maart en vóór de rustperiode niet gemaaid. € 2.027,47 per ha
4. Het grasland is geïnundeerd (volledig drassig). De inundatieperiode loopt van datum x tot datum y. € 2.403,37 per ha
5. Er wordt aantoonbaar gezocht naar nesten. Gevonden nesten en/of kuikens worden beschermd en gevrijwaard van alle landbouwkundige bewerkingen, tenminste via enclaves van minimaal a m2 (alleen op grasland) danwel via een rustperiode van datum x tot datum y, waarbij de vrijwaring tenminste 14 kalenderdagen duurt, of via het plaatsen van nestbeschermers. Gevonden nesten zijn geregistreerd (bijv. op stalkaart of via geo informatie). Voor specifieke soorten kan nestgelegenheid worden geplaatst. € 126,67 per nest plus € 2.426,41 per ha op grasland. Op bouwland € 351,65 per ha
6. Bemesting met ruige stalmest is verplicht € 208,04 per ha
7. Uitsluitend gebruik van chemische onkruidbestrijding op max 10% van de oppervlakte. € 135,83 per ha
8. Beweiding is verplicht vanaf datum x tot datum y met minimale a en maximale veebezetting b (GVE/ha) € 1.947,6 per ha
9. Minimaal f% van de oppervlakte bestaat van datum x tot datum y uit gewas a of meerdere gewassen b of gewasresten c. € 2.796,78 per ha
11. Er wordt gevrijwaard voor beschadiging door vee van datum x tot datum y € 152,25 per ha
16. Watergang heeft (via natuurlijke of kunstmatige voorziening) vrij toegang, na onderlopen wordt er schoongemaakt € 93,16
17. Het gewas wordt jaarlijks minimaal 1 keer gemaaid en afgevoerd. Grasland € 2.403,37 per ha; Bouwland € 2.796,78 per ha
18. Door een tijdelijke, plaatselijke voorziening is het oppervlaktewaterpeil van datum x tot datum y minimaal a cm hoger dan eerste volgende watergang. € 210,10 per ha
19. Minimaal a verschillende indicatorsoorten uit lijst b zijn in transect aanwezig in de periode x tot y Grasland € 2.403,37 per ha; Bouwland € 2.796,78 per ha
20. Het grasland is na datum x tot datum y van het volgende kalenderjaar niet bewerkt € 136,66 per ha
21. Van datum x tot datum y is beweiding toegestaan met maximale veebezetting b (GVE/ha) € 1.947,6 per ha
22. Minimaal f% tot maximaal g% van het leefgebied onder beheer is jaarlijks gesnoeid. € 2.486,80 per ha
23. Minimaal f% tot maximaal g% van het leefgebied onder beheer is jaarlijks geschoond en/of gemaaid € 2.538,64 per ha
24. Snoeiafval is verwijderd of op rillen gelegd in het element en/of maaiafval is verwijderd € 2.692,36 per ha
26. Jaarlijks is op minimaal f% tot maximaal g% van het leefgebied onder beheer bagger vanuit een waterelement op aangrenzende landbouwgrond gespoten € 1.500 per ha
27. De peilscheiding is jaarlijks schoongemaakt en/of onderhouden € 2.026,50 per ha
29. In aangewezen gebieden zijn tussen de aardappelruggen minimaal k drempeltjes van minimaal l cm hoog per m m aanwezig met een minimale afstand van o m onderling € 300 per ha
30. Gewasresten (bijvoorbeeld maaisel, stro), al dan niet opgebracht, zijn ondergewerkt binnen a weken na aanbrengen € 379,80 per ha

Bijlage 5. behorende bij artikel 4.7.2 van de Regeling Europese EZK- en LNV-subsidies

Categorie A Precisielandbouw en Smart farming Investeringen in (datagedreven) plaats-, dier of plantspecifieke systemen voor monitoring, behandeling en/of toediening waarmee agrarische bedrijfsprocessen worden ondersteund. Categorie A Precisielandbouw en Smart farming Investeringen in (datagedreven) plaats-, dier of plantspecifieke systemen voor monitoring, behandeling en/of toediening waarmee agrarische bedrijfsprocessen worden ondersteund. Categorie A Precisielandbouw en Smart farming Investeringen in (datagedreven) plaats-, dier of plantspecifieke systemen voor monitoring, behandeling en/of toediening waarmee agrarische bedrijfsprocessen worden ondersteund. Categorie A Precisielandbouw en Smart farming Investeringen in (datagedreven) plaats-, dier of plantspecifieke systemen voor monitoring, behandeling en/of toediening waarmee agrarische bedrijfsprocessen worden ondersteund.
nr Soort investering Wel/niet subsidiabele kosten
A1 Groei en Oogsten Subsidiabel • Digitale systemen ten behoeve van inzicht in oogstvariabelen. Bij akkerbouw groeivariabelen. Bij veehouderij voor grasoogst. • Digitale systemen voor plaatsspecifieke opbrengstmetingen. • Digitale systemen om de groei te monitoren, bijvoorbeeld door het gebruik van satelliet- of drones om data te verzamelen. 17
A2 Precisieberegening en -irrigatie Omschrijving Investeringen in gerichte (elektrische) beregenings- en bevloeiingssystemen. Investeringen kunnen in combinatie met B4 worden ingediend. Subsidiabel • Software voor sensor-gestuurde irrigatie. • Dripirrigatie/druppelslangen incl. besturing. • Wortelbewateringsystemen (Root Watering System). • Laagvolume sproeier ten behoeve van nachtvorstbestrijding. • Elektrische aansturing van deze beregenings- en bevloeiingsapparatuur. Niet subsidiabel • Reguliere beregeningshaspels en slang. • Sproeibomen voor gewasbescherming. 17
A3 Precisiebemesting Omschrijving • Systemen voor het gericht emissiearm, in de juiste dosering, zonder overlapping (= aangestuurd door GPS) in de bodem toedienen van vloeibare stikstofhoudende (kunst)meststoffen bij het planten, zaaien, aanaarden of het moment dat het gewas er aantoonbaar om vraagt. Het aantoonbaar erom vragen bestaat alleen voor N-bijbemesting van aardappelen een systeem gebaseerd op sensorwaarnemingen. • Systemen om vloeibare meststoffen via druppelslangen in de juiste dosering en op het juiste moment toe te dienen aan het gewas (fertigatie). Systeem is gangbaar in glastuinbouw. In open teelten minder gangbaar. • Systemen voor het meten van het stikstofgehalte van de toegediende mest met NIRS indien dit meteen wordt door vertaald in het doseren. • Systemen voor rijenbemesting met dierlijke mest. • Systemen voor het digitaal meten van opbrengsten voor opbrengstkaarten ten behoeve van plaats specifieke teeltoptimalisatie. Investeringen kunnen in combinatie met A1 of B4 worden ingediend. Subsidiabel • Systemen die plaatsspecifiek gewasbemesting kunnen toepassen. • GPS/GIS apparatuur, inclusief bodemkaart voor bovenstaande systemen. De GPS/GIS apparatuur voor deze systemen is alleen subsidiabel in combinatie met aanschaf van bovenstaande systemen. • Bijbehorende installatiekosten. Niet subsidiabel • De tractor waaraan wordt gekoppeld. • Zodebemester. • Abonnementen op software updates en servicecontracten. Behalve indien deze onlosmakelijk verbonden zijn aan de investering en het benodigde abonnement noodzakelijk is voor het correct functioneren van de investering. 17
A4 Precisiegewasbescherming Omschrijving • Spuitmachine bestemd voor het toedienen van gewasbeschermingsmiddelen of vloeibare meststoffen aan gewassen in de akkerbouw, bloembollen-, boom-, fruit- of vollegrondsteelt, of bedekte teelt waarbij het ontstaan van restvloeistof in de spuittank wordt voorkomen of met ten minste 50% gereduceerd. • Machine bestemd voor plaatsspecifieke bestrijding van ziekten, plagen of onkruiden in de akkerbouw, bloembollen-, boom-, fruit-, vollegrondsteelt of bedekte teelt zonder gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Of • Investeringen in een spuitmachine met driftreducerende technieken, zoals: driftarme doppen, elektrische kantdoppen, luchtondersteuning, luchtvloeistofmengsystemen sleepdoektechniek. • Investeringen in een spuitmachine met volumereducerende technieken. • Bijbehorende installatiekosten. Subsidiabel • Een spuitmachine met volledig gescheiden vloeistofsystemen voor schoon water en spuitvloeistof. • Een spuitmachine waarbij de gewasbeschermingsmiddelen op het laatste moment voor het spuiten op het gewas in de spuitleiding vermengd worden door een selectieve doseringseenheid. • Een spuitmachine met een combinatie van doppen en driftreducerende technieken die zorgt voor een driftreductie van minimaal 95%. • aanleg en aanschaf vloeistofwerende vul- en wasplaats met opvang. • Een machine, niet zijnde spuitmachine, waarmee ziekten, plagen of onkruiden mechanisch worden bestreden op basis van plaatsspecifieke waarneming van het doelorganisme of symptomen daarvan. • Autonome systemen die bijdragen aan de het verminderen van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. • Systemen die obv. een taakkaart kunnen spuiten, evt. in combinatie met PWM doppen (pulse width modulation). • Spotspray toepassingen: herkenning van onkruid mbv. camera’s waarna alleen het onkruid bespoten wordt (sterke middelreductie). Systemen zijn bijv. Weed-it, Garford, Ecorobotix. • Mechanische systemen als alternatief voor bespuitingen, zoals via camera gestuurde schoffelsystemen. • Systemen ter bestrijding van ridderzuring (combi met drone opnames of met camera op de spuitboom). Let op: het percentage restvloeistofreductie of driftreductie moet worden vermeld in het projectplan en op de offerte bij het betaalverzoek. Niet subsidiabel • De tractor waaraan wordt gekoppeld. • kosten voor gebruik van drift reducerende additieven. 18
A5 Variabel zaaien en poten Subsidiabel • (Autonome) machines voor het uitvoeren van een grondbewerking en dit combineren met variabel zaaien/poten/planten. • GPS/GIS apparatuur in combinatie met een investering in een machine voor spitten en zaaien/poten/planten tegelijk. • Bijbehorende installatiekosten. • Bijbehorende installaties die meststoffen en/of gewasbeschermingsmiddelen kunnen toedienen. 15
Categorie B Digitalisering ’Investeringen in datagedreven sensorsystemen, analysesystemen zoals beslissingsondersteunende modellen of AI, robotica en/of autonome mechanisatie waar agrarische (bedrijfs-)processen worden ondersteund.’ Categorie B Digitalisering ’Investeringen in datagedreven sensorsystemen, analysesystemen zoals beslissingsondersteunende modellen of AI, robotica en/of autonome mechanisatie waar agrarische (bedrijfs-)processen worden ondersteund.’ Categorie B Digitalisering ’Investeringen in datagedreven sensorsystemen, analysesystemen zoals beslissingsondersteunende modellen of AI, robotica en/of autonome mechanisatie waar agrarische (bedrijfs-)processen worden ondersteund.’ Categorie B Digitalisering ’Investeringen in datagedreven sensorsystemen, analysesystemen zoals beslissingsondersteunende modellen of AI, robotica en/of autonome mechanisatie waar agrarische (bedrijfs-)processen worden ondersteund.’
--- --- --- ---
nr Soort investering Wel/niet subsidiabele kosten
B1 Digitale voorzieningen voor weidegang Subsidiabel • Systemen ten behoeve van weidegang die (verschillende) diergerelateerde zaken kunnen registreren en monitoren, zoals locatie, vruchtbaarheid en gezondheid. • Automatische weide-selectiepoorten voor toegang richting de weide. • Aanschaf van software behorend bij een selectiepoort/GPS systeem. • Bijbehorende installatiekosten. Bovenstaande investeringen moeten aantoonbaar bijdragen aan weidegang. Niet subsidiabel • Hardware zoals laptops/ computers, tablets etc. voor het ontvangen/ invoeren/sturen van GPS gegevens. • Abonnementen op software updates en servicecontracten. Behalve indien deze onlosmakelijk verbonden zijn aan de investering en het benodigde abonnement noodzakelijk is voor het correct functioneren van de investering. 18
B2 Beslissingsondersteunende (software-)systemen voor de land- en tuinbouw Omschrijving Softwaresystemen voor beslissingsondersteuning en vergroting inzicht teelt en bedrijfsvoering zolang dit bijdraagt aan duurzaamheidsopdrachten. Subsidiabel • Beslissingsondersteunende modellen en/of systemen voor: – weersextremen; – gewasbescherming; – bemesting; – oogstraming. • emissiearm uitrijden van mest op basis van weersomstandigheden.¹ • Software voor het meest optimale technieken spuitmoment. • Bodem-, gewas-, watersensoren en -systemen, met name gericht op EC. Niet subsidiabel • Apparatuur benodigd voor het aflezen van de ICT en sensor techniek waaronder computers, laptops, tablets en smartphones. • Abonnementen op software updates en servicecontracten. Behalve indien deze onlosmakelijk verbonden zijn aan de investering en het benodigde abonnement noodzakelijk is voor het correct functioneren van de investering. 18
B3 Robotisering -duurzame bestrijding Omschrijving Autonome systemen voor het herkennen en bestrijden van ziekten/plagen/onkruiden. Subsidiabel • Robots die ziekten/plagen/onkruiden herkennen en op duurzame wijze bestrijden. • Drones ten behoeve van de duurzame bestrijding van schadelijke insecten. 19
B4 EC meters en monitoringssensoren Omschrijving Investeringen in meet- en monitoringsapparatuur voor het meten van onder andere de dikte en diepte van de waterlens en meten van bodemverdichting. Aanvragen voor deze investeringen moeten in combinatie van investeringen onder A2 of A3 worden ingediend. Subsidiabel • EC meters en monitoringssystemen voor het bepalen van vocht-, zuur- en zoutgehalte. • Beslissingsondersteuning op basis van sensordata en monitoring. • Meet- en monitoringsapparatuur voor het meten van onder andere de dikte en diepte van de waterlens, meten van bodemverdichting, PH meters, continuemeters, penetrometers. Bij aanschaf kan ook de bijbehorende software ten behoeve van interpretatie worden gesubsidieerd. • Continuemeters. • Grondwatermeters. • Oppervlaktewatermeters bij beregening uit oppervlaktewaters. • Penetrometers. • PH meters. • Vochtsensoren. • Fosfaat- en nitraatmeter. Niet subsidiabel Abonnementen op software updates en servicecontracten. Behalve indien deze onlosmakelijk verbonden zijn aan de investering en het benodigde abonnement noodzakelijk is voor het correct functioneren van de investering 14

¹ https://www.dlvadvies.nl/innovaties/precisiebemesting?dossier_id=26

Categorie C Water, droogte, verzilting ‘Investeringen in een verbeterde omgang met grondwater, oppervlaktewatergebruik en met de waterhuishouding van het eigen bedrijf die bijdragen aan de verhoging van de waterkwaliteit, verbetering van de waterhuishouding, het tegengaan van verdroging en/of het tegengaan van verzilting van de bodem.’ Categorie C Water, droogte, verzilting ‘Investeringen in een verbeterde omgang met grondwater, oppervlaktewatergebruik en met de waterhuishouding van het eigen bedrijf die bijdragen aan de verhoging van de waterkwaliteit, verbetering van de waterhuishouding, het tegengaan van verdroging en/of het tegengaan van verzilting van de bodem.’ Categorie C Water, droogte, verzilting ‘Investeringen in een verbeterde omgang met grondwater, oppervlaktewatergebruik en met de waterhuishouding van het eigen bedrijf die bijdragen aan de verhoging van de waterkwaliteit, verbetering van de waterhuishouding, het tegengaan van verdroging en/of het tegengaan van verzilting van de bodem.’ Categorie C Water, droogte, verzilting ‘Investeringen in een verbeterde omgang met grondwater, oppervlaktewatergebruik en met de waterhuishouding van het eigen bedrijf die bijdragen aan de verhoging van de waterkwaliteit, verbetering van de waterhuishouding, het tegengaan van verdroging en/of het tegengaan van verzilting van de bodem.’
Soort investering Wel/niet subsidiabele kosten
C1 Klimaat-adaptieve, peilgestuurde drainage Subsidiabel • Aanleg klimaat adaptieve, peilgestuurde, regelbare drainage. • Aanpassing van bestaande peilgestuurde (regelbare) drainage met een extra ontluchtingsdrain. Let op! • Om voor definitieve subsidievaststelling in aanmerking te komen is het mogelijk dat een vergunning via het Waterschap toegekend moet zijn. Aanvrager dient contact op te nemen met het lokale waterschap. • In geval u vergunningsplichtig bent, moet een bewijsstuk van de start van de vergunningsprocedure worden meegezonden met de subsidieaanvraag. • In geval u vergunningsplichtig bent, dan dient u voor vaststelling, de vergunningen via het Waterschap toegekend te hebben gekregen. 17
C2 Waterbeheervoorzieningen ter verlaging van risico’s van verontreiniging door erfafspoeling bij een veehouderij of door afvalwater uit de veehouderij, akkerbouw, bloembollen-, boom-, fruit-, vollegronds- of bedekte teelt Subsidiabel • Aanleg van overdekte verharde, vloeistofdichte vul- en wasplaats voor spuitmachines, inclusief een voorziening voor opvang en opslag en zuivering of verdamping van waswater. • Biologisch of ander zuiveringssysteem voor was- en spoelwater van spuitmachines (dat wil zeggen de aanschaf en aanleg van een vloeistofdicht biologisch zuiveringssysteem of de aanschaf van zuiveringssystemen die werken op basis van onder andere ozon of UV). • Systemen voor de verdamping van was- en spoelwater van spuitmachines. • Aanleg en inrichting van een erf waarbij erfwater wordt opgevangen voor afvoer of verwerking middels zuiveren of verdampen (gesloten erf voor gewasbeschermingsmiddelen). • Kistenwasser inclusief opvang restwater voor afvoer of verwerking (zuiveren of verdampen). • Een waterdichte opvangput waarmee verontreinigd afvalwater van het bedrijf gescheiden blijft van regulier rioolsysteem. Inclusief de buizen, goten, richels voor afvoer. • Aanvullende erf-en zuiveringsvoorzieningen voor de bollenteelt met spoelwater. • Opvang- en afvoersysteem van perssappen (onder sleufsilo’s). • Bijbehorende installatiekosten. Niet subsidiabel • Systemen voor het lozen van drain- of afvalwater vanuit kassen. • Overkapping voor een voederopslag. • Overkapping voor een mestopslag. • Kosten voor herinrichting van het erf. • Erfverharding. • Hemelwatersysteem waaronder dakgoten, buizen voor afvoer en reguliere riolering. • Spoelplaats (voor materieel anders dan een spuitmachine e.d.). • Kuilplaten. • installaties of machines voor opvang van perssap of percolaat indien een overloopvoorziening is of wordt aangebracht naar het reguliere riool, de bodem of het oppervlaktewater. • Waterzuiveringsinstallatie. 16
C3 Ondergrondse waterberging, bovengrondse wateropvang (inclusief hemelwateropvang) en stuwen Subsidiabel • Waterbassins en -silo’s. • Bijbehorende pijpleidingen. • Bijbehorende installatiekosten en graafwerk. • Voorzieningen voor ondergrondse wateropslag waaronder freshmaker, kreekrug-infilstratiesystemen en diepdraininfiltratie. • De aanleg van een (water-)opvangput voor het verdund uitrijden van mest in het kader van stikstof emissiereductie en waterbesparing. • Aanschaf en aanleg van: ○ Waterconserveringsstuw; ○ Knijpstuw; ○ Zoete stuw. Let op! Om voor definitieve subsidievaststelling in aanmerking te komen moeten de vergunningen via het Waterschap toegekend zijn. Een bewijsstuk van de start van de vergunningsprocedure moet worden meegezonden met de subsidieaanvraag. 17
Categorie D Duurzame bedrijfsvoering ‘Investeringen in aanpassingen aan bedrijfsgebouwen ten behoeve van het gebruik van mestvergistingsinstallaties en mechanische mestafscheiding, machines, installaties en apparatuur, die bijdragen aan klimaatmitigatie, klimaatadaptatie en het verbeteren van de biodiversiteit en bodemkwaliteit’ Categorie D Duurzame bedrijfsvoering ‘Investeringen in aanpassingen aan bedrijfsgebouwen ten behoeve van het gebruik van mestvergistingsinstallaties en mechanische mestafscheiding, machines, installaties en apparatuur, die bijdragen aan klimaatmitigatie, klimaatadaptatie en het verbeteren van de biodiversiteit en bodemkwaliteit’ Categorie D Duurzame bedrijfsvoering ‘Investeringen in aanpassingen aan bedrijfsgebouwen ten behoeve van het gebruik van mestvergistingsinstallaties en mechanische mestafscheiding, machines, installaties en apparatuur, die bijdragen aan klimaatmitigatie, klimaatadaptatie en het verbeteren van de biodiversiteit en bodemkwaliteit’ Categorie D Duurzame bedrijfsvoering ‘Investeringen in aanpassingen aan bedrijfsgebouwen ten behoeve van het gebruik van mestvergistingsinstallaties en mechanische mestafscheiding, machines, installaties en apparatuur, die bijdragen aan klimaatmitigatie, klimaatadaptatie en het verbeteren van de biodiversiteit en bodemkwaliteit’
--- --- --- ---
Soort investering Wel/niet subsidiabele kosten
D1 Elektrische voertuigen of met waterstof aangedreven, gericht op het uitoefenen van landbouwgerichte activiteiten Omschrijving Volledig elektrisch aangedreven mobiele machine bestemd voor het verrichten van werkzaamheden in de land- en tuinbouw, waarbij de aandrijving is voorzien van een elektromotor, waarbij voor de opslag van energie een of meerdere accu’s worden toegepast. Op waterstof of waterstof/hybride aangedreven mobiele machine bestemd voor het verrichten van werkzaamheden in de land- en tuinbouw. Op biogas aangedreven mobiele machine bestemd voor het verrichten van werkzaamheden in de land- en tuinbouw. Subsidiabel • Volledig elektrisch aangedreven zelfrijdende tractoren en volledig elektrisch zelfrijdende zaai-, bewerkings- en oogstmachines zoals combines, of aardappelrooier. • Op waterstof of waterstof/hybride aangedreven machines/werktuigen gericht op het uitoefenen van landbouwgerichte activiteiten. • Op biogas aangedreven mobiele machine bestemd voor het verrichten van werkzaamheden in de land- en tuinbouw. • Oplaadpunt voor elektrisch of hybride aangedreven mobiele machines, bestemd voor het verrichten van landbouwactiviteiten voor het elektrisch laden van accu’s van eigen elektrisch of hybride aangedreven mobiele machines, die zijn voorzien van een geheel of gedeeltelijke elektrische hoofdaandrijving, waarbij het oplaadpunt is opgesteld op het eigen bedrijfsterrein. • Oplaadpunt voor op biogas aangedreven mobiele machines, bestemd voor het verrichten van landbouwactiviteiten, voor het laden van accu’s van op biogas aangedreven mobiele machines, waarbij het oplaadpunt is opgesteld op het eigen bedrijfsterrein, voor eigen gebruik. Een oplaadsysteem en al dan niet de volgende onderdelen: een ontlaadsysteem, een meet- en regelsysteem, een lockerkast met een stroomafnamepunt per locker en een stekkerherkenningssysteem. • Bijbehorende aanleg- en installatiekosten. Niet subsidiabel • Elektrische auto’s, fietsen of andere vervoersmiddelen voor personen. • Mest- en voerschuiven. • Heftrucks, shovels. • Grasmaaiers. • PV-systemen (zonnepanelen, fotovoltaïsch). 19
D2 Monomestvergistingsinstallaties Omschrijving Het gaat hierbij om kleinschalige bedrijfsvergisters, die passen in het terugbrengen van de emissies van methaan (en ammoniak) op veehouderijbedrijven, doordat emissies niet ontstaan, worden afgevangen en verwaard en weer teruggebracht worden in de kringloop. Subsidiabel • Maximale omvang vergisters is 25.000 ton mest. • Een aardgasleiding of biogasleiding langer dan 1 km. Gerekend vanaf de aansluiting van een vergistingsinstallatie of via een biogashub vanaf iedere vergistingsinstallatie. • Installaties voor het drogen, opschonen en comprimeren van het gas uit eigen installatie. • het opslaan van gecomprimeerd biogas uit eigen installatie in flessen/containers voor mobiel transport, ten bate van eigen gebruik. • Alle mestverwerkingsinstallaties voor de verdere verwerking van de vergiste mest, waaronder stikstofstrippers, tot een hoogwaardige meststof zoals compost, korrels, vloeibare stikstofhoudende kunstmeststoffen, etc. zodat de afzetmogelijkheden / toepasbaarheid van het eindproduct worden vergroot. Deze kosten van de mestverwerkingsinstallatie zijn niet subsidiabel zonder daadwerkelijke aanschaf van een mestvergisting-installatie. • Bijbehorende installatiekosten. Let op! De opgewekte energie moet gebruikt worden door de eigen landbouwonderneming. Het worden van (netto) energieleverancier door deze investering is niet subsidiabel. Niet subsidiabel Een mogelijk ook aan te sluiten mestscheidingsinstallatie hoort hier niet bij, dat is een aparte investering. N.B. Aanvragers komen slechts in aanmerking voor subsidie voor monomestvergistingsinstallaties indien er niet ook een aanvraag gedaan is voor de SDE++ regeling. 17
D3 Bovenwettelijke mestopslag Omschrijving Investeringen voor bovenwettelijke mestopslag (>7 maanden < 10 maanden) en mestaanwending die emissiereductie voor methaan en ammoniak realiseren. 17
D4 Potafdekinstallatie boom-, vaste planten- of sierteelt Omschrijving Bestemd voor het in de boom-, vaste planten- of sierteelt tegengaan van de groei van onkruid in de potten, door het machinaal strooien van een afdeklaag bestaande uit los organisch materiaal op de bovenzijde van het substraat. Subsidiabel • Een elevator. • Doseersysteem. • Transportbanden en een trilsysteem. 12
D5 Mechanische mestscheidingsinstallatie Omschrijving Machine om ruwe mest te scheiden naar twee fracties. Het eindproduct moet uit twee delen bestaan, een dikke en een dunne fractie. Subsidiabel • Mechanische mestscheidingsapparatuur zodat de ruwe mest door de mechanische bewerking wordt gescheiden in een dikke fractie en een dunne fractie. • Bijbehorende installatiekosten. 11
D6 Machines die dunne fractie van digestaat (tot 70%) kunnen verdampen Omschrijving Regionaal zijn er overschotten aan mest / digestaat, waar dat op grotere schaal niet zo is. Transport is hierbij de beperkende factor, door digestaat in te dampen (water verdampen) kan efficiënter getransporteerd worden. Subsidiabel Machines welke de dunne fractie van digestaat (tot 70%) van het totaal kunnen verdampen. 6
Categorie E Natuurinclusieve landbouw en Kringlooplandbouw ‘Investeringen in machines, plant- en zaaigoed, installaties voor opslag en verwerking en opslag- en verwerkingsplaatsen waardoor optimaal gebruik kan worden gemaakt van de natuurlijke omgeving (‘natuurlijk kapitaal’) die worden geïntegreerd in de bedrijfsvoering en daarmee bijdraagt aan de kwaliteit van diezelfde natuurlijke omgeving en waardoor negatieve effecten op water, bodem en lucht kan worden verkleind’ Categorie E Natuurinclusieve landbouw en Kringlooplandbouw ‘Investeringen in machines, plant- en zaaigoed, installaties voor opslag en verwerking en opslag- en verwerkingsplaatsen waardoor optimaal gebruik kan worden gemaakt van de natuurlijke omgeving (‘natuurlijk kapitaal’) die worden geïntegreerd in de bedrijfsvoering en daarmee bijdraagt aan de kwaliteit van diezelfde natuurlijke omgeving en waardoor negatieve effecten op water, bodem en lucht kan worden verkleind’ Categorie E Natuurinclusieve landbouw en Kringlooplandbouw ‘Investeringen in machines, plant- en zaaigoed, installaties voor opslag en verwerking en opslag- en verwerkingsplaatsen waardoor optimaal gebruik kan worden gemaakt van de natuurlijke omgeving (‘natuurlijk kapitaal’) die worden geïntegreerd in de bedrijfsvoering en daarmee bijdraagt aan de kwaliteit van diezelfde natuurlijke omgeving en waardoor negatieve effecten op water, bodem en lucht kan worden verkleind’ Categorie E Natuurinclusieve landbouw en Kringlooplandbouw ‘Investeringen in machines, plant- en zaaigoed, installaties voor opslag en verwerking en opslag- en verwerkingsplaatsen waardoor optimaal gebruik kan worden gemaakt van de natuurlijke omgeving (‘natuurlijk kapitaal’) die worden geïntegreerd in de bedrijfsvoering en daarmee bijdraagt aan de kwaliteit van diezelfde natuurlijke omgeving en waardoor negatieve effecten op water, bodem en lucht kan worden verkleind’
--- --- --- ---
Soort investering Wel/niet subsidiabele kosten
E1 Vergistingsinstallaties Subsidiabel • Plantaardige vergister. • Bijbehorende verwerkingsinstallaties voor de verdere verwerking van zodat de afzetmogelijkheden van het eindproduct worden vergroot. Deze kosten van de verwerkingsinstallatie zijn niet subsidiabel zonder daadwerkelijke aanschaf van een vergistingsinstallatie. • Bijbehorende installatiekosten. Niet subsidiabel In deze categorie zijn mestvergistingsinstallaties niet subsidiabel. Let op! De opgewekte energie moet gebruikt worden door de eigen landbouwonderneming. Het worden van (netto) energieleverancier door deze investering is niet subsidiabel. 16
E2 Mengteelten zoals strokenteelt/pixelteelt en nieuwe teelten zoals eiwitten Omschrijving (Aangepaste) machines voor strokenteelt/pixelteelt en nieuwe teelten zoals eiwitten. Subsidiabel • Zaaimachines voor inzaaien voor "onder gewassen" zoals gras bij mais. • Strokenfrees of strokenploeg. • Oogstmachines of andere aangepaste machines voor gewasmanagement, zoals onkruidbestrijding, voor mengteelten en/of eiwitgewassen. • Zelfrijdende machines voor strokenteelt. • Integratie zonnepanelen in de teelt. Niet subsidiabel: Trekkers. 17
E3 Agroforestry en meerjarig kruidenrijk grasland (niet op veengrond) Omschrijving Teelt van houtige gewassen (bomen en struiken) gecombineerd met veeteelt, groenteteelt of akkerbouw op hetzelfde perceel landbouwgrond. De houtige gewassen zijn bedoeld voor de productie van o.a. fruit, noten en bessen. En Aanleg van kruidenrijk grasland, bestaande uit grasland met ten minste 45% meerjarige kruiden of vlinderbloemigen, waarbij geen gewasbeschermingsmiddelen gebruikt worden. Subsidiabel • (Aangepaste) machines voor gewasmanagement van houtige gewassen die gecombineerd worden met akkerbouw, groenteteelt of grasland (voor veehouderij), waaronder oogstmachines en materiaal voor boombescherming. • Plantgoed van houtige, meerjarige gewassen (bomen en struiken) ten behoeve van fruit- of nootproductie van het bedrijf en die bewust gemengd worden met akkerbouw, groenteteelt of grasland (voor veehouderij) op hetzelfde landbouwperceel. • Plantgoed van houtige, meerjarige gewassen (bomen en struiken) ten behoeve van een perceel voedselbos op landbouwgrond (gewascode 1940), waarbij bomen en struiken binnen afzienbare termijn voor eetbare producten zorgen. • Zaaizaad van grasland (minimaal 50% grassoorten) met minimaal 45 procent meerjarige kruiden en/of vlinderbloemigen. • Kosten voor grondbewerking en aanplant/inzaaien. Niet subsidiabel: • Windsingels. • Aanplant van houtige, meerjarige gewassen (bomen en struiken) ten behoeve van kweekgoed (o.a. kerstbomen). • Bomen voor hakhout met korte omlooptijd. • Snelgroeiende bomen voor energieproductie (biomassa). • Meer dan 100 bomen/ha en meer dan 40% van het aantal struiken van een gangbare teelt (uitgezonderd voedselbos met gewascode 1940). • Grondbewerking en inzaaien van kruidenrijk grasland met (1) een lager percentage kruiden en/of vlinderbloemigen of (2) op veengrond (grond met de aanduiding veen in de perceelsregistratie). 16
E4 Vermindering bodemverdichting door ondiepe, niet kerende grondbewerking, vaste rijpaden en mechanische onkruidbestrijding Omschrijving Systemen, machines, werktuigen die gericht zijn op en gebruikt worden voor niet kerende, ondiepe bodembewerking en het oppervlakkig vermengen van gewasresten (eventueel in combinatie met direct zaaien, poten of planten). Subsidiabel • Spit-zaai, grondfrees-zaai; rotoreg-zaai, schoffel-zaai combinaties. • Schijveneggen. • Wiedrobots. • Schoffeltuig met camera besturing; en vingerwieders of torsiwieders. • Mechanische loofsnijder of mechnische wortelsnijder of looftrekker. • Ecoploeg (maximale diepte van 18 cm). • Machines voor inwerken groenbemesters, ruige mest en gewasresten (schijveneg). • Machines, hulpmiddelen of aanpassingskosten voor het overschakelen op een teeltsysteem met vaste rijpaden, waarbij onbereden bedden ontstaan met een breedte van tenminste 280 cm. • Rupsbanden voor onder tractor of (zelfrijdende) oogstmachine. • Luchtdrukwisselsystemen met een zodanige capaciteit dat de banden binnen 5 minuten op 2 bar kunnen worden gebracht. inclusief installatie kosten. Subsidiabel zijn maximaal vier banden (die zeer geschikt zijn voor zeer lage druk) per aangeschaft systeem. Door aanpassing van bandendruk aan omstandigheden kan structuurschade worden verminderd. • GPS/GIS of aanpassingen aan de apparatuur i.c.m. bovenstaande investeringen • bij de aanschaf van een van de bovenstaande systemen/werktuigen kan ook een wildredder gesubsidieerd worden. Niet subsidiabel • Grotere zwaardere machines en daarmee verdichting (dan helpt wat minder druk in banden niet meer, evt wel nog rupsbanden) en daarmee achteruitgang van bodembiologie en dus organisch stofverlies. • Trekkers • Banden en wielen • Abonnementen • Ploegen en spitmachines (krukas en roterend) • Afleverkosten 18
E5 Verwerken enkelvoudig (gerst, tarwe,) krachtvoer Subsidiabel • Machines of installaties om producten mee te bewerken zoals malen, pletten en snijden. • Toepassingen om (gras)klaver toe te verwerken zodat deze bruikbaar is als kunstmest- en krachtvoervervanger, op voorwaarde dat dit gebeurt met hernieuwbare energie (bijvoorbeeld drogen, persen, pelleteren en opslaan). Niet subsidiabel • Voermengwagen of machines voor het uitkuilen of verwerken van ruwvoer. • Opslag zoals sleufsilos en kuilplaten en silos machines of systemen om krachtvoer te verstrekken. Let op: • Alleen machines voor eerstegraad bewerking van gerst en tarwe zijn subsidiabel 16
E6 Verwerken en toepassen van organisch restmateriaal Omschrijving Investeringen die specifiek bedoeld zijn voor de verwerking van organisch restmateriaal (niet zijnde mest op bedrijfsniveau) met als doel het verhogen van bodemkwaliteit. Zoals: materieel voor het maaien en ophalen van slootkanten, het verwerken en toepassen van gewasresten, maaisel van slootkanten, bermen of natuurterreinen, slootbagger of compost hiervan. Subsidiabel • Machines en werktuigen voor het inwerken of onderwerken van gewasresten, ruige mest, vaste mest en groenbemester met behulp van schijven(eg), rollen, tanden of snijders. • Mestverwerkingsinstallaties voor de verdere verwerking van de (vergiste) mest waaronder stikstofstrippers tot een kunstmestvervanger en/of hoogwaardige meststoffen zoals compost, korrels, etc. zodat de afzetmogelijkheden van het eindproduct worden vergroot. • Materiaal om specifiek voor maaien van slootkanten en maaisel op de kant te kunnen deponeren en ophalen voor verdere verwerking. • Materieel voor het verwerken van organisch restmaterieel • Baggerspuit voor het verspreiden van slootbagger over het perceel. • Werktuigen voor het snijden of hakselen en gelijkmatig uitstrooien van beheergras, bermmaaisel, slootmaaisel of gewasresten over landbouwgrond. • GPS i.c.m. bovenstaande investeringen. Niet subsidiabel • Grasmaaier die behalve voor het maaien van bermen ook gebruikt kan worden voor ander maaiwerk. • Vergistingsinstallaties waarin mest of restmateriaal van buiten het bedrijf gebruikt wordt. • Afleverkosten en abonnementen. • Kiepwagens, silagewagens en opraapwagens. Indien gangbaar materieel beschikbaar is, dat nog bruikbaar is voor hetzelfde doel, dan is de “klimaatwinst” negatief. 14
E7 Niet digitale voorzieningen voor weidegang Subsidiabel: • Aanleg van een oversteekplaats, zoals veeroosters en/of een koetunnel). • Bijbehorende aanleg- en installatiekosten. • Mobiele melkrobot. • Schuilmogelijkheden. Niet subsidiabel • Hardware zoals laptops/ computers, tablets etc. voor het ontvangen/ invoeren/sturen van GPS gegevens. • Kavelpaden. • Abonnementen op software updates en servicecontracten. 14
E8 Opslagplaatsen ten behoeve van verwerking organische materiaal tot compost Omschrijving Investeringen in opslag van gewasresten, vaste mest of compost hiervan, niet zijnde drijfmest, met als doel het verhogen van bodemkwaliteit (organische stofgehalte en bodemstructuur). Subsidiabel Opslagplaatsen van vaste mest of compost voor langere termijn (meer dan 9 maanden) zodat op de goede momenten de mest/compost toegepast kan worden en de kwaliteit behouden blijft. 11

Bijlage 6. behorende bij artikel 4.7.2 van de Regeling Europese EZK- en LNV-subsidies

Vervallen

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.