Besluit van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu houdende beleidsregels omtrent personeel als bedoeld in de Spoorwegwet

Type Beleidsregel
Publication 2021-12-17
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 4:81, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht;

Gelet op de artikelen 49 tot en met 54a, 76 en 77 van de Spoorwegwet en de artikelen 3, 13 en 21 van het Besluit spoorwegpersoneel 2011;

Besluit:

Artikel 1
1.

Bij de beoordeling of er voldaan is aan de verplichtingen in artikel 13, tweede, derde en vierde lid, van het Besluit spoorwegpersoneel 2011, tot het vermelden van de spoorvoertuigen en de hoofdspoorweginfrastructuur waarop het bevoegdheidsbewijs betrekking heeft, hanteert de Inspectie Leefomgeving en Transport de voorwaarden die zijn opgenomen in bijlage 1 bij deze beleidsregel.

2.

Indien de Inspectie Leefomgeving en Transport besluit een last onder bestuursdwang of last onder dwangsom op te leggen vanwege overtreding van artikel 13, tweede, derde en vierde lid, van het Besluit spoorwegpersoneel 2011, richt het besluit tot oplegging van die last zich tot degene onder wiens gezag de machinist zijn functie uitoefent.

Artikel 2

Indien gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheid van artikel 13, vijfde lid, van het Besluit spoorwegpersoneel 2011 om de bevoegdheid van rangeerder of wagencontroleur aan te tekenen op het bevoegdheidsbewijs, wordt het bevoegdheidsbewijs van de betreffende machinist voor de uitoefening van zijn werkzaamheden als rangeerder of wagencontroleur door de Inspectie Leefomgeving en Milieu tevens aangemerkt als een bedrijfspas als bedoeld in artikel 51 van de Spoorwegwet.

Artikel 3

Bij de beoordeling of is voldaan aan artikel 50, derde lid, van de Spoorwegwet is het toegestaan om de kennis van de infrastructuur in te laten brengen door een tweede machinist in de cabine, mits is voldaan aan bijlage 2 bij deze beleidsregel.

Artikel 4

Vervallen

Artikel 5

Een ontheffing als bedoeld in artikel 54a van de Spoorwegwet kan op verzoek worden verleend aan een machinist die tot 1 juli 2014 werd aangemerkt als machinist minimaal bevoegd als bedoeld in het Besluit spoorwegpersoneel, indien de betreffende persoon spoorvoertuigen bestuurt op delen van de hoofdspoorweginfrastructuur die functioneel zijn gescheiden van de rest van de hoofdspoorweginfrastructuur.

Artikel 6
1.

Deze beleidsregel wordt met toelichting in de Staatscourant geplaatst.

2.

Deze beleidsregel, uitgezonderd artikel 5, treedt in werking met ingang van 1 juli 2015.

3.

Artikel 5 treedt in werking met ingang van de dag van inwerkingtreding van artikel 54a van de Spoorwegwet.

Artikel 7

De citeertitel van deze beleidsregel is: Beleidsregel personeel Spoorwegwet.

Bijlage 1

Voorwaarden voor verwijzingen

De Inspectie Leefomgeving en Transport hanteert bij het toezicht op de naleving en de handhaving van artikel 13, tweede, derde en vierde lid, van het Besluit spoorwegpersoneel 2011, de volgende voorwaarden:

Bijlage 2

Inbreng van kennis van de infrastructuur door een tweede machinist in de cabine

Het is toegestaan om kennis van de betreffende infrastructuur ‘in te brengen’ door aanwezigheid van een tweede machinist in de cabine, in de volgende situaties:

Het is toegestaan om kennis van de betreffende infrastructuur ‘in te brengen’ door aanwezigheid van een tweede machinist in de cabine, onder de volgende voorwaarden.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.