Beleidsregel van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 3 juli 2015, nr. WJZ/785850 (10601), over het erkennen van buiten Nederland gelegen monumenten die verband houden met het Nederlands cultureel erfgoed en die voldoen aan de criteria voor aanwijzing als rijksmonument, in verband met aftrek van uitgaven voor die monumenten in de inkomstenbelasting (Beleidsregel erkenning tot het Nederlands cultureel erfgoed behorende monumenten gelegen buiten Nederland)

Type Beleidsregel
Publication 2016-07-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 4:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht en het besluit van 7 september 2009, nr. 2009/1290M, laatstelijk gewijzigd bij besluit van juli 2015, nr. BLKB 2015/762M;

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze beleidsregel wordt verstaan onder:

Artikel 2. Reikwijdte

De minister kan op aanvraag van een eigenaar van een onroerend monument dat gelegen is op het grondgebied van een andere lidstaat van de Europese Unie of een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, een erkenning verstrekken inhoudende dat:

Artikel 3. Voorwaarden

De minister verstrekt een erkenning alleen indien de aanvrager aantoont dat het monument voldoet aan de criteria, bedoeld in artikel 4.

Artikel 4. Beoordelingscriteria
1.

Een monument komt slechts in aanmerking voor erkenning indien het monument:

2.

Het criterium, bedoeld in het eerste lid, onder a, wordt voor monumenten gelegen op het grondgebied van een andere lidstaat van de Europese Unie of een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte aan de hand van de volgende elementen getoetst:

3.

Een op het grondgebied van een andere lidstaat van de Europese Unie of een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte gelegen monument komt in ieder geval niet voor erkenning in aanmerking indien het niet voldoet aan een van de waarden, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a of b, onder i of ii.

Artikel 5. In te dienen documenten
1.

Voor het doen van een aanvraag kan de minister een aanvraagformulier vaststellen.

2.

Een aanvraag voor erkenning gaat in ieder geval vergezeld van:

3.

De aanvrager verstrekt de minister op diens verzoek een door een beëdigde vertaler gemaakte vertaling van de ingediende documenten.

Artikel 6. Beslistermijn

De minister beslist op een aanvraag binnen een redelijke termijn als bedoeld in artikel 4:13, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 7. Inwerkingtreding

Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 8. Citeertitel

Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel erkenning tot het Nederlands cultureel erfgoed behorende monumenten gelegen buiten Nederland.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.