Besluit van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie van 22 juli 2015 nr. BOACAT2015/033, strekkende tot aanwijzing van buitengewoon opsporingsambtenaren bij de afdeling Stadstoezicht van de gemeente Leeuwarden

Type Ministeriële regeling
Publication 2016-04-14
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelezen het verzoek van de manager van Stadstoezicht van de gemeente Leeuwarden van 25 juni 2015 en de adviezen van de hoofdofficier van justitie Noord-Nederland en de korpschef als bedoeld in artikel 27 van de Politiewet 2012;

Gelet op:

artikel 142, eerste lid, aanhef en onder b en derde lid, van het Wetboek van Strafvordering;

artikel 7, zevende lid, van de Politiewet 2012;

artikel 55b van het Wetboek van Strafvordering;

artikel 36, eerste lid, en artikel 41, tweede lid, van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar;

artikel 17, eerste lid, aanhef en onder 2, van de Wet op de economische delicten.

Besluit:

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder buitengewoon opsporingsambtenaar: de persoon als bedoeld in artikel 2.

Artikel 2

De personen, werkzaam in de functie van ‘Manager Stadstoezicht’, ‘Juridisch beleidsadviseur’, ‘Coördinator handhaving’, ‘Senior integraal handhaver’, ‘Inspecteur buitenruimte’, ‘Integraal handhaver’, ‘Tactisch leidinggevende II’, ‘Medewerker ontwikkeling IIIa’, ‘Medewerker handhaving III’ of ‘Medewerker handhaving IV’, in dienst van de afdeling Stadstoezicht van de gemeente Leeuwarden, zijn aangewezen als buitengewoon opsporingsambtenaar.

Artikel 3
1.

De buitengewoon opsporingsambtenaar is bevoegd tot het opsporen van de strafbare feiten behorend tot het domein I Openbare Ruimte, van bijlage A-I van de Beleidsregels Buitengewoon Opsporingsambtenaar.

2.

De opsporingsbevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, geldt voor het grondgebied van Nederland, voor zover noodzakelijk voor een goede vervulling van de aan de functie gerelateerde taken.

3.

De buitengewoon opsporingsambtenaar vermeldt in zijn processen-verbaal en schriftelijke verslagleggingen het in het eerste lid genoemde domein.

Artikel 4

Op grond van dit besluit kunnen maximaal 50 personen als buitengewoon opsporingsambtenaar worden beëdigd.

Artikel 5
1.

Als toezichthouder als bedoeld in artikel 36 van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de hoofdofficier van justitie Noord-Nederland.

2.

Als direct toezichthouder als bedoeld in artikel 36 van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de korpschef als bedoeld in artikel 27 van de Politiewet 2012.

Artikel 6

De buitengewoon opsporingsambtenaar kan de in artikel 7, eerste en derde lid, van de Politiewet 2012 omschreven bevoegdheden uitoefenen met gebruikmaking van handboeien.

Artikel 7
1.

De Manager Stadstoezicht van de gemeente Leeuwarden brengt jaarlijks, voor 1 april, verslag uit over:

2.

Dit verslag wordt toegezonden aan de in artikel 5 bedoelde toezichthouder en direct toezichthouder en aan het Ministerie van Veiligheid en Justitie, dienst Justis, afdeling V&T, postbus 20300, 2500 EH Den Haag.

Artikel 8

De op naam gestelde akten van beëdiging en de overige benoemingsbescheiden, afgegeven mede op basis van het in artikel 8 genoemde besluit, worden geacht mede te zijn afgegeven op basis van dit besluit.

Dit artikel brengt geen wijziging in de resterende looptijd van de afgegeven aktes.

Artikel 9

Het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Openbare Ruimte, gemeente Leeuwarden 2010 van 7 september 2010, nr. 5663006/Justis/10, wordt ingetrokken.

Artikel 10

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en vervalt vijf jaar na het tijdstip van inwerkingtreding.

Artikel 11

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Stadstoezicht gemeente Leeuwarden, domein I Openbare Ruimte 2015.

Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.