Statuten Stichting Nederlands Fonds voor de Film

Type ZBO-regeling
Publication 2015-09-25
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Statuten

Begripsbepalingen

Artikel 1

In de statuten wordt verstaan onder:

Naam en zetel

Artikel 2
1.

De stichting draagt de naam: Stichting Nederlands Fonds voor de Film

2.

Zij heeft haar zetel in de gemeente: Amsterdam

Doel en middelen

Artikel 3
1.

De stichting heeft ten doel:

2.

De stichting tracht deze doelen onder meer te bereiken door:

3.

De stichting beoogt niet het maken van winst.

Vermogen

Artikel 4
1.

Het vermogen van de stichting wordt gevormd door:

2.

Het vermogen van de stichting dient ter verwezenlijking van het doel.

Bestuur: samenstelling, benoeming en defungeren

Artikel 5
1.

Het bestuur van de stichting bestaat uit een door de raad van toezicht vast te stellen aantal van ten minste één en ten hoogste twee natuurlijke personen. Een niet-voltallig bestuur behoudt zijn bevoegdheden. In ontstane vacatures wordt zo spoedig mogelijk voorzien.

2.

De raad van toezicht stelt in overleg met de Minister een profielschets op voor de omvang van en samenstelling van het bestuur, rekening houdend met de aard van de stichting, haar activiteiten en de gewenste deskundigheid van de bestuurders.

3.

De functie van bestuurder is, behoudens ontheffing door de raad van toezicht, onverenigbaar met de functie van directeur dan wel bestuurder of het lidmaatschap van de raad van toezicht van instellingen op het gebied van de filmwereld, met uitzondering van die functies die zij qualitate qua bekleden.

4.

De bestuurders worden, met inachtneming van de profielschets als bedoeld in het tweede lid van dit artikel, op voordracht van de raad van toezicht benoemd door de Minister.

5.

De Minister wijst op voordracht van de raad van toezicht bij meer dan één bestuurslid een voorzitter van het bestuur aan.

6.

Iedere bestuurder kan, te allen tijde door de Minister worden geschorst en ontslagen.

7.

Bestuurders worden benoemd voor de tijd van maximaal tien jaar. De eerste benoeming van een bestuurder betreft een tijd van ten hoogste vijf jaren. Bestuurders treden af volgens een door de raad van toezicht vast te stellen rooster van aftreden; een volgens het rooster aftredende bestuurder is onmiddellijk herbenoembaar tot het maximum van tien jaar is bereikt.

8.

Een bestuurder defungeert:

9.

De raad van toezicht stelt binnen de daarvoor geldende wettelijke kaders de bezoldiging en verdere arbeidsvoorwaarden van de bestuurders vast.

Bestuur: taak en bevoegdheden

Artikel 6
1.

Het bestuur is belast met het besturen van de stichting en met het beheer van en de beschikking over het vermogen van de stichting binnen de grenzen van haar doel en binnen de grenzen van een door de raad van toezicht goed te keuren bestuursreglement en onverminderd het bepaalde in artikel 9.

2.

Het bestuur is bevoegd onder zijn verantwoordelijkheid bepaalde onderdelen van zijn taak te doen uitvoeren door (adhoc) adviseurs en filmconsulenten die door het bestuur worden benoemd en ontslagen. De adviseurs en filmconsulenten worden benoemd op basis van een profielschets.

3.

Het bestuur is bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen, en tot het aangaan van overeenkomsten waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een ander verbindt en tot vertegenwoordiging van de stichting ter zake van deze handelingen. De in de vorige volzin omschreven besluiten zijn onderworpen aan de voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht als bedoeld in artikel 9.

4.

Bestuurders doen aan de raad van toezicht opgaven van hun nevenfuncties, waaronder bestuursfuncties, commissariaten en adviseurschappen. Een bestuurder dient melding te doen van zakelijke banden tussen de stichting en een andere rechtspersoon of onderneming waarmee de betreffende bestuurder, direct dan wel indirect, persoonlijk is betrokken.

5.

Het bestuur stelt de volgende plannen op, welke plannen de goedkeuring van de raad van toezicht behoeven, en herziet deze zo nodig:

Bestuur: vertegenwoordiging

Artikel 7
1.

Het bestuur vertegenwoordigt de stichting.

2.

In geval er meerdere bestuursleden zijn, komt de vertegenwoordigingsbevoegdheid ook aan iedere bestuurder individueel toe.

3.

In geval van ontstentenis of belet van alle leden of het enige lid van het bestuur berust het bestuur tijdelijk bij een lid van de raad van toezicht. In dat geval treedt dit lid voor die periode uit de raad van toezicht.

4.

Het bestuur kan besluiten tot het verlenen van volmacht aan een of meer derden, om de stichting binnen de grenzen van die volmacht te vertegenwoordigen.

5.

In alle gevallen waarin de stichting een tegenstrijdig belang heeft met één of meer bestuurders, blijft het bepaalde in het eerste tot en met het vijfde lid van dit artikel onverkort van kracht. Een besluit van het bestuur tot het verrichten van een rechtshandeling die een tegenstrijdig belang met één of meer bestuurders in privé betreft, is onderworpen aan de goedkeuring van de raad van toezicht, maar het ontbreken van zodanige goedkeuring tast de vertegenwoordigingsbevoegdheid van het bestuur of de bestuurders niet aan.

Bestuur: besluitvorming en taakverdeling

Artikel 8
1.

In geval er meerdere bestuursleden zijn stelt het bestuur een bestuursreglement op en legt dit ter goedkeuring voor aan de raad van toezicht. Hierin regelt het bestuur zijn besluitvorming, wanneer toestemming van de raad van toezicht is vereist en de werkwijze, waarin begrepen de informatievoorziening aan de raad van toezicht. In dat kader wordt bepaald met welke taak iedere bestuurder zal zijn belast.

2.

Besluiten van het bestuur kunnen te allen tijde schriftelijk worden genomen mits het betreffende voorstel aan alle in functie zijnde bestuursleden is voorgelegd en geen van hen zich tegen deze wijze van besluitvorming verzet. Schriftelijke besluitvorming geschiedt door middel van schriftelijke verklaringen van alle in functie zijnde bestuursleden.

3.

In alle gevallen waarin door verschil van mening over een bepaald onderwerp niet tot een bestuursbesluit kan worden gekomen, kan op eerste verzoek van een bestuurslid de raad van toezicht bindend over het betreffende onderwerp advies worden gevraagd. De bestuursleden nemen conform het bindend advies een besluit.

Goedkeuring besluiten van het bestuur

Artikel 9
1.

Onverminderd het elders in deze statuten bepaalde, zijn aan de goedkeuring van de raad van toezicht onderworpen de besluiten van het bestuur omtrent:

2.

Besluiten van het bestuur tot de verstrekking van een subsidie welke een bedrag van één miljoen euro (€ 1.000.000,00) te boven gaan, treden niet in werking, dan nadat zij ter goedkeuring aan de raad van toezicht zijn voorgelegd en een termijn van twee weken is verstreken na de dag van voorlegging.

3.

De raad van toezicht kan bepalen dat een in het eerste lid bedoeld besluit niet aan zijn goedkeuring is onderworpen, indien het daarmee gemoeide belang een door de raad van toezicht te bepalen en schriftelijk aan het bestuur op te geven waarde niet te boven gaat. Evenmin is een besluit aan de goedkeuring onderworpen wanneer dit voortvloeit uit een van de goedgekeurde plannen genoemd in artikel 6, vijfde lid.

4.

De raad van toezicht is bevoegd ook andere besluiten dan die in dit artikel zijn genoemd aan zijn goedkeuring te onderwerpen. Deze besluiten dienen duidelijk omschreven te worden en schriftelijk aan het bestuur te worden meegedeeld.

5.

Het ontbreken van goedkeuring van de raad van toezicht voor een besluit als bedoeld in dit artikel tast de vertegenwoordigingsbevoegdheid van het bestuur of de bestuurders niet aan.

Verlenen van subsidie

Artikel 10

Het bestuur beslist over het verlenen van subsidie met inachtneming van het bepaalde in artikel 9 lid 2 en met inachtneming van een door het bestuur vast te stellen reglement als bedoeld in artikel 16.

Raad van toezicht

Artikel 11
1.

De stichting heeft een raad van toezicht, bestaande uit een door de Minister vast te stellen aantal van ten minste drie en ten hoogste zeven natuurlijke personen. In ontstane vacatures wordt zo spoedig mogelijk voorzien.

2.

De raad van toezicht stelt, in overleg met de Minister, een profielschets voor zijn omvang en samenstelling vast rekening houdend met de aard van de stichting, haar activiteiten en de gewenste deskundigheid en achtergrond van de leden van de raad van toezicht. Deze profielschets vermeldt dat slechts één voormalig bestuurder of andere beleidsbepalende functionaris van de stichting deel mag uitmaken van de raad van toezicht. Deze profielschets wordt periodiek geëvalueerd door de raad van toezicht en de Minister maar in ieder geval wanneer een vacature vervuld dient te worden.

3.

Leden van de raad van toezicht kunnen, behoudens ontheffing door de Minister, geen directeur of bestuurder zijn van, of lid van de raad van toezicht, of het lidmaatschap van een toezichthoudend orgaan bekleden van een instelling die eenzelfde of een gelijksoortig doel heeft als de stichting. De Minister kan bepalen dat deze ontheffing slechts geldig is voor een bepaalde door de Minister vast te stellen periode.

4.

Het lidmaatschap van de raad van toezicht is onverenigbaar met de functie van bestuurder of werknemer van de stichting.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.