Omzetbelasting, ontwikkelingswerk; uitvoering van projecten in ontwikkelingslanden
De Staatssecretaris van Financiën heeft het volgende besloten.
1. Inleiding
Dit besluit bevat een goedkeuring onder voorwaarden voor de btw-heffing bij de uitvoering van projecten en werken in ontwikkelingslanden door organisaties werkzaam op het gebied van ontwikkelingssamenwerking.
De relevante inhoudelijke wijzigingen ten opzichte van het besluit VB89/2161 zijn:
1.1. Gebruikte begrippen en afkortingen
2. Projecten in ontwikkelingslanden
Organisaties voeren projecten uit in ontwikkelingslanden. Veelal is het de bedoeling dat, na de voltooiing ervan, het beheer over de gerealiseerde projecten wordt overgedragen aan instanties in het ontwikkelingsland.
Op de volgende drie manieren worden projecten geïnitieerd/gerealiseerd:
3. Ondernemerschap en toepassing btw-nultarief
Hoewel de btw een ruime toepassing kent van het begrip ‘ondernemer’ zullen organisaties tegenover BuZa niet steeds optreden als ondernemer bij de uitvoering van projecten in ontwikkelingslanden. Er is alleen sprake van ondernemerschap als een organisatie met de ontvanger van zijn prestaties een rechtsbetrekking is aangegaan op basis waarvan over en weer (tegen)prestaties worden uitgewisseld en de ontvangen vergoeding daadwerkelijk de tegenwaarde vormt voor de verrichte prestaties (vergelijk HvJ EG 3 maart 1994, Tolsma, C-16/93). Hierbij geldt overigens dat de rechtsvorm of de vestigingsplaats van de ondernemer niet van belang is voor deze toets. Als ter zake een subsidie wordt ontvangen, kan het van belang zijn om vast te stellen of deze subsidie als een vergoeding (de hiervoor bedoelde ‘tegen’prestatie) is aan te merken. Deze beoordeling is voorbehouden aan de belastinginspecteur die bevoegd is voor de desbetreffende organisatie. Als de subsidie niet kwalificeert als een vergoeding en de organisatie ontvangt ook overigens geen vergoedingen in de zin van de wet, dan bestaat er geen twijfel over dat de organisatie ter zake niet optreedt als ondernemer en is toepassing van de goedkeuring niet mogelijk. Op voorhand wordt opgemerkt dat een door BuZa verleende subsidie ter financiering van een door de organisatie uitgevoerd project niet steeds is aan te merken als een vergoeding.
Ik keur met toepassing van artikel 63 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (hardheidsclausule) het volgende goed.
Ik keur onder de volgende voorwaarden goed dat organisaties het btw-nultarief toepassen op diensten die zij verrichten aan Nederlandse ministeries of organisaties. Daarbij gelden de volgende voorwaarden:
De goedkeuring kan bijvoorbeeld van toepassing zijn als BuZa aan een organisatie, die hiervoor is aan te merken als ondernemer, opdracht geeft voorlichting te (doen) geven in een ontwikkelingsland over de uitbraak, verspreiding en gevolgen van tropische ziekten.
Op de volgende diensten kan de goedkeuring bijvoorbeeld geen toepassing vinden omdat het genot van die prestaties niet uitsluitend in het ontwikkelingsland ligt:
Voor alle duidelijkheid wordt nog opgemerkt dat toepassing van het btw-nultarief op de diensten impliceert dat de hieraan toerekenbare voorbelasting in aftrek kan worden gebracht.
4. Samenwerking in alliantieverband
Sinds 2010 werken Nederlandse organisaties intensief samen en gaan zij allianties aan, bijvoorbeeld in het kader van het zogenoemde Medefinancieringsstelsel II. Op basis van een gebundeld projectplan wordt door de penvoerder van de alliantie een gezamenlijk subsidieverzoek ingediend bij BuZa. BuZa geeft aan op welk bedrag elke deelnemer recht heeft en de subsidie wordt dienovereenkomstig door de penvoerder onder de deelnemers van de alliantie verdeeld. Penvoerder en alliantiegenoten leven ieder afzonderlijk de uit de subsidiebeschikking voortvloeiende verplichtingen na en zijn aansprakelijk voor hun deel van het project.
Binnen de hiervoor beschreven alliantiestructuur presteren de penvoerder en de andere alliantiegenoten, ondanks het feit dat de penvoerder als enig aanspreekpunt voor BuZa fungeert, ieder afzonderlijk richting dat ministerie en kunnen zij waar mogelijk ook ieder afzonderlijk een beroep doen op de goedkeuring als bedoeld in onderdeel 3 van dit besluit als aan de daar genoemde voorwaarden wordt voldaan.
5. Ingekochte prestaties
Ondernemers die projecten in ontwikkelingslanden uitvoeren, betrekken voor de uitvoering van die projecten vaak goederen en diensten van andere ondernemers. Dit betreft bijvoorbeeld cursussen ter opleiding en training van personen die in het kader van ontwikkelingswerkprogramma’s worden uitgezonden en het vertalen van documenten. Dergelijke prestaties, die weliswaar een zeker verband houden met de uitvoering van een ontwikkelingswerkprogramma door de afnemer maar die op zichzelf niet de status van ‘ontwikkelingswerk of -project’ hebben, vallen niet onder het bij wijze van goedkeuring verleende btw-nultarief. Wél kan bijvoorbeeld, als is voldaan aan de daartoe gestelde voorwaarden, het verzorgen van de hiervoor bedoelde cursussen vallen onder de btw-onderwijsvrijstelling van artikel 11, eerste lid, onderdeel o, van de wet.
6. Ingetrokken regelingen
Het besluit van 5 januari 1990, nr.VB 89/2161, is ingetrokken met ingang van de inwerkingtreding van dit besluit.
7. Inwerkingtreding
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.
Dit besluit wordt in de Staatscourant gepubliceerd.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.