← Geldende tekst · Geschiedenis

Wet van 30 september 2015, houdende regels omtrent de basisregistratie ondergrond (Wet basisregistratie ondergrond)

Geldende tekst a fecha 2019-04-24

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben dat het ter bevordering van een goede vervulling van bepaalde publiekrechtelijke taken en een doelmatig gebruik van beschikbare informatie over de ondergrond wenselijk is om een basisregistratie ondergrond tot stand te brengen;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Artikel 2
1.

Er is een basisregistratie ondergrond, bestaande uit gegevens en modellen met betrekking tot de ondergrond van Nederland en het continentaal plat.

2.

De basisregistratie ondergrond wordt gehouden met als doel het aan een ieder beschikbaar stellen van de gegevens en modellen over de ondergrond die bij of krachtens de in deze wet gestelde regels in de basisregistratie ondergrond zijn opgenomen, ter bevordering van:

Artikel 3

De basisregistratie ondergrond bestaat uit: het register brondocumenten ondergrond, de registratie ondergrond en het register inzake meldingen modellen.

Artikel 4
1.

Onze Minister is houder van de basisregistratie ondergrond.

2.

Onze Minister overlegt periodiek met een representatieve vertegenwoordiging van bronhouders en afnemers over het strategisch beheer van de basisregistratie ondergrond.

Artikel 5
1.

Onze Minister draagt er zorg voor dat de basisregistratie ondergrond zodanig wordt opgezet dat de inhoud daarvan duurzaam wordt bewaard en te allen tijde binnen een redelijke termijn raadpleegbaar en beschikbaar is.

2.

Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gegeven omtrent de technische en administratieve inrichting en de werking, bijhouding en beveiliging van de basisregistratie ondergrond.

Artikel 6
1.

Aan de Organisatie wordt een uitsluitend recht verleend voor het in opdracht van Onze Minister uitvoeren van het operationeel beheer van de basisregistratie ondergrond.

2.

Onze Minister kan mandaat verlenen aan de raad van bestuur van de Organisatie om namens hem een besluit te nemen als bedoeld in de artikelen 33, tweede en derde lid, 34 en 35.

Artikel 7

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Artikel 8
1.

Onze Minister controleert ten minste eens per drie jaar de wijze van uitvoering van het uitsluitend recht, bedoeld in de artikelen 6, eerste lid, en 7, eerste lid.

2.

Onze Minister maakt de resultaten van de controle, bedoeld in het eerste lid, openbaar door publicatie op de website met informatie van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu.

3.

Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gegeven omtrent de elementen en wijze van uitvoering van de controle, bedoeld in het eerste lid.

Hoofdstuk 2. Het register brondocumenten ondergrond

Artikel 9
1.

Een bestuursorgaan dat bij de uitvoering van een wettelijke taak of bij het verrichten van werkzaamheden een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen brondocument ontvangt met betrekking tot de ondergrond van Nederland of het continentaal plat, levert dat brondocument aan Onze Minister.

2.

Onze Minister draagt zorg voor de inschrijving van een krachtens het eerste lid geleverd brondocument in het register brondocumenten ondergrond.

3.

De bronhouder levert een krachtens het eerste lid aangewezen brondocument in elektronische vorm aan Onze Minister binnen twintig werkdagen na:

4.

Bij ministeriële regeling worden nadere regels gegeven over de wijze waarop de levering van een brondocument aan Onze Minister plaatsvindt. Deze regels hebben geen betrekking op een brondocument met betrekking tot een authentiek model.

Artikel 10
1.

Een krachtens artikel 9, eerste lid, aangewezen brondocument dat aan Onze Minister geleverd wordt ter inschrijving in het register brondocumenten ondergrond, vermeldt in ieder geval:

2.

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen in het belang van het goed functioneren van de registratie ondergrond nadere regels worden gegeven ten aanzien van de krachtens artikel 9, eerste lid, aangewezen brondocumenten.

Artikel 11

Het inschrijven van een krachtens artikel 9, eerste lid, aangewezen brondocument in het register brondocumenten ondergrond vindt plaats binnen een werkdag na ontvangst van het brondocument door Onze Minister.

Artikel 12
1.

In afwijking van artikel 11 zendt Onze Minister een brondocument dat niet overeenkomstig de bij of krachtens de in artikel 9, vierde lid, of 10 gestelde eisen is opgesteld of geleverd onder opgaaf van redenen terug naar de bronhouder.

2.

De bronhouder waaraan op grond van het eerste lid een brondocument is teruggezonden, levert binnen vier werkdagen na ontvangst van dat brondocument het document opnieuw aan Onze Minister overeenkomstig de bij of krachtens deartikelen 9, vierde lid, en 10 gestelde eisen.

Artikel 13

Een krachtens artikel 9, eerste lid, aangewezen brondocument dat is ingeschreven in het register brondocumenten ondergrond, wordt daaruit niet verwijderd.

Hoofdstuk 3. De registratie ondergrond

§ 1. Algemeen

Artikel 14
1.

Onze Minister draagt zorg voor de verwerking in de registratie ondergrond van de gegevens en modellen die zijn opgenomen in een brondocument dat in het register brondocumenten ondergrond is ingeschreven.

2.

Het verwerken, bedoeld in het eerste lid, vindt plaats binnen een werkdag nadat een brondocument in het register brondocumenten ondergrond is ingeschreven.

Artikel 15
1.

In de registratie ondergrond wordt een gegeven dat krachtens deze wet als authentiek gegeven wordt aangemerkt door middel van een kenmerk onderscheiden van een in die registratie opgenomen ander gegeven.

2.

In de registratie ondergrond wordt een authentiek gegeven dat is overgenomen uit een andere basisregistratie door middel van een kenmerk onderscheiden van gegevens die authentiek zijn ingevolge deze wet.

Artikel 16
1.

Onze Minister draagt er zorg voor dat de weergave van een krachtens deze wet in de registratie ondergrond opgenomen authentiek gegeven respectievelijk authentiek model overeenstemt met dat gegeven respectievelijk model, opgenomen in het desbetreffende brondocument in het register brondocumenten ondergrond of, ingeval een vorenbedoeld authentiek gegeven of authentiek model wordt afgeleid uit een brondocument, dat dat gegeven respectievelijk model juist en volledig daaruit is afgeleid.

2.

Onze Minister draagt er zorg voor dat voor zover een authentiek gegeven in de registratie ondergrond wordt overgenomen uit een andere basisregistratie, de weergave van dat gegeven in de registratie ondergrond overeenstemt met dat gegeven, opgenomen in die andere basisregistratie.

Artikel 17
1.

Bij ministeriële regeling wordt een catalogus registratie ondergrond vastgesteld.

2.

De catalogus registratie ondergrond, bedoeld in het eerste lid, definieert de gegevens over verkenningen, gebruiksrechten en constructies en de authentieke modellen en de gegevens over authentieke modellen die krachtens deze wet in de registratie ondergrond worden opgenomen.

Artikel 18

Een in de registratie ondergrond opgenomen authentiek gegeven of authentiek model wordt niet uit de registratie ondergrond verwijderd.

§ 2. Inhoud registratie ondergrond

Artikel 19
1.

De registratie ondergrond bevat de volgende gegevens over een verkenning:

2.

De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met f, zijn authentieke gegevens.

Artikel 20

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Artikel 21
1.

De registratie ondergrond bevat de volgende gegevens over een constructie:

2.

De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met f, zijn authentieke gegevens.

Artikel 22

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Artikel 23
1.

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen:

2.

Een algemene maatregel van bestuur op grond van het eerste lid, onderdeel a, wordt slechts vastgesteld, indien:

3.

Een algemene maatregel van bestuur op grond van het eerste lid, onderdeel b, wordt slechts vastgesteld, indien:

Hoofdstuk 4. Inzage, verstrekking en gebruik van gegevens

§ 1. Inzage en verstrekking van gegevens

Artikel 24
1.

Onze Minister verleent aan eenieder inzage in de registratie ondergrond, het register brondocumenten ondergrond en het register inzake meldingen modellen en verstrekt aan eenieder op verzoek de in de registratie ondergrond opgenomen gegevens en authentieke modellen.

2.

Artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur is van overeenkomstige toepassing op de inzage in en het verstrekken van gegevens of authentieke modellen, bedoeld in het eerste lid, met dien verstande dat:

3.

Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gegeven over de inzage in en het verstrekken van gegevens of authentieke modellen, bedoeld in het eerste lid.

Artikel 25
1.

De inzage in en het verstrekken van gegevens of authentieke modellen, bedoeld in artikel 24, eerste lid, vinden plaats door middel van internet. Deze wijze van inzage en verstrekken is kosteloos.

2.

In afwijking van het eerste lid kan het verstrekken van gegevens of authentieke modellen, bedoeld in artikel 24, eerste lid, desgevraagd op een andere wijze plaatsvinden tegen vergoeding van de daarvoor gemaakte kosten. Daarvoor kunnen bij ministeriële regeling tarieven worden vastgesteld.

Artikel 26
1.

Ten aanzien van de verwerking van persoonsgegevens ter uitvoering van deze wet is Onze Minister verwerkingsverantwoordelijke.

2.

Gegevens uit de basisregistratie ondergrond, die kunnen worden herleid tot een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijk persoon, worden niet verstrekt, indien de afnemer die gegevens verwerkt op de grond, genoemd in artikel 6, eerste lid, onderdeel b, van de Algemene verordening gegevensbescherming.

§ 2. Gebruik van gegevens

Artikel 27
1.

Een bestuursorgaan dat bij de vervulling van zijn publiekrechtelijke taak een gegeven nodig heeft dat krachtens deze wet als authentiek gegeven in de registratie ondergrond beschikbaar is, gebruikt dat authentieke gegeven.

2.

Een bestuursorgaan kan een ander gegeven gebruiken dan een authentiek gegeven krachtens deze wet, indien:

Artikel 28

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Artikel 29

Degene aan wie door een bestuursorgaan wordt gevraagd om een gegeven te verstrekken dat krachtens deze wet als authentiek gegeven in de registratie ondergrond beschikbaar is, behoeft dat gegeven niet te verstrekken, behoudens:

Hoofdstuk 5. Wijziging van de in de registratie ondergrond opgenomen gegevens

Artikel 30
1.

Een bestuursorgaan dat gerede twijfel heeft over de juistheid van een in de registratie ondergrond opgenomen authentiek gegeven over een verkenning, gebruiksrecht of constructie of het ontbreken van een dergelijk gegeven in de registratie ondergrond doet daarvan onder opgaaf van redenen melding aan Onze Minister.

2.

Een bestuursorgaan dat gerede twijfel heeft over de schematische weergave van de ondergrond op een bepaalde plaats binnen een in de registratie ondergrond opgenomen authentiek model of over een authentiek gegeven over dat model, doet daarvan onder opgaaf van redenen melding aan Onze Minister. Voor zover de melding betrekking heeft op een authentiek model, kan het bestuursorgaan aan Onze Minister het verzoek doen om het authentiek model tussentijds te actualiseren, indien de noodzaak daartoe dringend aanwezig is.

3.

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gegeven over:

Artikel 31

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Artikel 32
1.

Eenieder die gerede twijfel heeft over de juistheid van een in de registratie ondergrond opgenomen authentiek gegeven over een verkenning, gebruiksrecht of constructie of het ontbreken van een dergelijk gegeven in de registratie ondergrond, kan Onze Minister onder opgaaf van redenen verzoeken dat gegeven te wijzigen respectievelijk op te nemen in de registratie ondergrond.

2.

Dit lid is nog niet in werking getreden.

Artikel 33
1.

Na ontvangst van een melding als bedoeld in artikel 30, eerste lid, onderzoekt Onze Minister onmiddellijk het authentieke gegeven waarop de melding betrekking heeft.

2.

Onze Minister beslist op de melding binnen drie werkdagen na ontvangst van de melding, tenzij Onze Minister daarvoor nader onderzoek door de bronhouder van het desbetreffende authentieke gegeven noodzakelijk acht. In dat geval zendt Onze Minister een afschrift van de melding naar de bronhouder en plaatst hij bij het desbetreffende authentieke gegeven in de registratie ondergrond de aantekening «in onderzoek».

3.

Voor zover dat ingevolge het tweede lid noodzakelijk is, onderzoekt de bronhouder het authentieke gegeven. De bronhouder verstrekt de resultaten van het nader onderzoek zo spoedig mogelijk, maar niet later dan veertien weken na ontvangst van de melding, aan Onze Minister. Op basis van de resultaten van het nader onderzoek door de bronhouder beslist Onze Minister zo spoedig mogelijk op de melding, maar niet later dan zestien weken na ontvangst van de melding.

4.

Onze Minister verwijdert, voor zover van toepassing, de aantekening «in onderzoek» bij het desbetreffende authentieke gegeven tegelijk met de verwerking van de wijziging dan wel opneming van dat gegeven in de registratie ondergrond, of, indien Onze Minister beslist niet tot wijziging of opneming van het desbetreffende authentieke gegeven over te gaan, tegelijk met die beslissing.

5.

Onze Minister maakt zijn beslissing omtrent de wijziging respectievelijk opneming van het desbetreffende authentieke gegeven in de registratie ondergrond onmiddellijk bekend aan het bestuursorgaan dat de melding heeft gedaan.

Artikel 34

Op een verzoek als bedoeld in artikel 32, eerste lid, is artikel 33 van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat Onze Minister de beslissing op het verzoek, in afwijking van artikel 33, vijfde lid, bekend maakt aan de indiener van het verzoek. Indien de verzoeker belanghebbende is, is de beslissing op een zodanig verzoek een besluit.

Artikel 35

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Artikel 36

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Artikel 37

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Artikel 38
1.

Indien tegen een besluit als bedoeld in artikel 34 bezwaar wordt gemaakt of beroep wordt ingesteld, plaatst Onze Minister in de registratie ondergrond bij het desbetreffende authentieke gegeven de aantekening «in onderzoek».

2.

Zodra op het bezwaar of het beroep onherroepelijk is beslist, wijzigt Onze Minister indien nodig het authentieke gegeven of neemt dat gegeven op en verwijdert hij de aantekening «in onderzoek».

Hoofdstuk 6. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 39
1.

Op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip levert de beheerder van de Registratie Data en Informatie Nederlandse Ondergrond dan wel het Bodemkundig Informatie Systeem de actuele gegevens en modellen, bedoeld in de artikelen 19 tot en met 22, die deel uitmaken van de genoemde informatiesystemen, als brondocument aan Onze Minister ter inschrijving in het register brondocumenten ondergrond.

2.

Ten aanzien van een brondocument als bedoeld in het eerste lid blijft artikel 10, eerste lid, buiten toepassing. De artikelen 11, 13 en 14 zijn op een dergelijk brondocument van overeenkomstige toepassing.

3.

Vanaf de inschrijving in het register brondocumenten ondergrond van het brondocument, bedoeld in het eerste lid, is Onze Minister bronhouder van dat brondocument.

Artikel 40
1.

Een bronhouder kan een krachtens artikel 9, eerste lid, aangewezen brondocument dat dateert van vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de hoofdstukken 2 en 3 en de grondslag vormt voor een op dat tijdstip actueel gegeven over een verkenning, gebruiksrecht of constructie als bedoeld in de artikelen 19 tot en met 21 dat vóór dat tijdstip niet was opgenomen in de informatiesystemen, bedoeld in artikel 39, eerste lid, uiterlijk tot vijf jaar na genoemd tijdstip aan Onze Minister ter inschrijving aanbieden. In afwijking van artikel 11 vindt inschrijving van dat brondocument plaats binnen twee werkdagen na ontvangst van het brondocument. Artikel 10, eerste lid, blijft buiten toepassing ten aanzien van een dergelijk brondocument.

2.

In afwijking van artikel 14, tweede lid, vindt de verwerking in de registratie ondergrond van een gegeven als bedoeld in het eerste lid plaats binnen twee werkdagen nadat het desbetreffende brondocument in het register brondocumenten ondergrond is ingeschreven.

Artikel 41

Voor zover een krachtens artikel 9 aangewezen brondocument dat de grondslag vormt voor een gegeven over een verkenning als bedoeld in artikel 19, ontstaat in het kader van de uitvoering of het ontwerp en de uitvoering van een werk waarvoor een bronhouder schriftelijk opdracht heeft verleend vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de krachtens artikel 9 gegeven bepalingen tot aanwijzing van dat brondocument, zijn de verplichtingen, bedoeld in de artikelen 9, 10 en 11, niet van toepassing tot drie jaar na dat tijdstip.

Artikel 42

Onze Minister zendt vier jaar na het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.

Artikel 43

De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen en onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Artikel 44

Deze wet wordt aangehaald als: Wet basisregistratie ondergrond.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 9a

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Hoofdstuk 3. De registratie ondergrond

§ 1. Algemeen

§ 2. Inhoud registratie ondergrond

Hoofdstuk 4. Inzage, verstrekking en gebruik van gegevens

§ 1. Inzage en verstrekking van gegevens

§ 2. Gebruik van gegevens

Hoofdstuk 5. Wijziging van de in de registratie ondergrond opgenomen gegevens

Hoofdstuk 6. Overgangs- en slotbepalingen

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.