Regeling van de Minister van Defensie inzake geluidwerende voorzieningen aan woningen rond militaire luchthavens (Regeling geluidwerende voorzieningen militaire luchthavens 2015)

Type Ministeriële regeling
Publication 2024-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu;

Gelet op artikel 10.24 jo 8.32 van de Wet luchtvaart;

Besluit:

Hoofdstuk 1. Begripsomschrijvingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Hoofdstuk 2. Reikwijdte

Afdeling 1. Algemene bepalingen

Artikel 2
1.

Tenzij in deze regeling anders is bepaald, worden op ’s rijks kosten geluidwerende voorzieningen aangebracht aan geluidsgevoelige ruimten van:

2.

Onverminderd het eerste lid worden op ’s rijks kosten geluidwerende voorzieningen aangebracht aan geluidsgevoelige ruimten van woningen die direct grenzen aan en een ononderbroken gebouweenheid vormen met een of meer woningen als bedoeld in het eerste lid, mits eerstbedoelde woningen een geluidbelasting van niet minder dan 39 Ke ondervinden.

Afdeling 2. Situaties waarin geen geluidwerende voorzieningen aan woningen worden aangebracht

Artikel 3

Geluidwerende voorzieningen worden niet aangebracht aan de in artikel 2, eerste lid, bedoelde woningen, wanneer ten tijde van de bekendmaking van het isolatieprogramma, bedoeld in artikel 8, eerste lid:

Afdeling 3. Situaties waarin onder bepaalde voorwaarden geluidwerende voorzieningen aan woningen worden aangebracht

Artikel 4
1.

Indien uit het onderzoek blijkt dat:

wordt niet tot het van rijkswege aanbrengen van geluidwerende voorzieningen overgegaan voordat bedoelde uitwendige scheidingsconstructie, binnen een door de minister gestelde redelijke termijn, door en op kosten van de eigenaar van de woning in overeenstemming is gebracht met de onder a, bedoelde geluidweringsvoorschriften.

2.

Indien het eerste lid van toepassing is, vinden de werkzaamheden tot het in overeenstemming brengen met de geluidweringsvoorschriften, bedoeld in het eerste lid, onder a, en het van rijkswege aanbrengen van de geluidwerende voorzieningen gelijktijdig plaats indien de eigenaar daarom verzoekt.

3.

Indien uit het onderzoek blijkt dat:

wordt niet tot het van rijkswege aanbrengen van geluidwerende voorzieningen overgegaan, tenzij burgemeester en wethouders op verzoek van de eigenaar ermee hebben ingestemd dat het treffen van de onder a bedoelde voorzieningen en het aanbrengen van de geluidwerende voorzieningen gelijktijdig plaatsvindt.

Artikel 5
1.

Indien uit het onderzoek blijkt dat met betrekking tot de geluidsgevoelige ruimten, bedoeld in artikel 2, eerste lid, of de bereikbaarheid van die ruimten, niet is voldaan aan de technische voorschriften voor bestaande bouw als opgenomen in het Besluit bouwwerken leefomgeving, wordt niet tot het van rijkswege aanbrengen van geluidwerende voorzieningen overgegaan voordat bedoelde ruimten en bereikbaarheid, binnen een door de minister gestelde redelijke termijn, door en op kosten van de eigenaar van de woning in overeenstemming zijn gebracht met die technische voorschriften.

2.

De minister kan het eerste lid buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing, gelet op het belang dat deze regeling beoogt te beschermen, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

3.

Indien uit het onderzoek blijkt dat met betrekking tot de geluidsgevoelige ruimten, bedoeld in artikel 2, eerste lid, sprake is van zichtbare of aantoonbare constructieve gebreken of van achterstallig onderhoud, waaronder niet wordt verstaan aanpassingen die rechtstreeks voortvloeien uit het aanbrengen van de geluidwerende voorzieningen, wordt niet tot het van rijkswege aanbrengen van geluidwerende voorzieningen overgegaan voordat bedoelde gebreken en achterstallig onderhoud, binnen een door de minister gestelde redelijke termijn, door en op kosten van de eigenaar van de woning zijn opgeheven.

4.

Indien het eerste of het derde lid van toepassing is, vinden de werkzaamheden tot het in overeenstemming brengen met de eisen, bedoeld in het eerste lid, alsmede het opheffen van constructieve gebreken en van achterstallig onderhoud, bedoeld in het derde lid, en het van rijkswege aanbrengen van de geluidwerende voorzieningen gelijktijdig plaats indien de eigenaar daarom verzoekt.

5.

Indien uit het onderzoek blijkt dat de kosten van de geluidwerende voorzieningen en het aanbrengen daarvan hoger zijn dan de kostenbegrenzingswaarde, wordt niet tot het van rijkswege aanbrengen van geluidwerende voorzieningen overgegaan, tenzij de eigenaar van de woning het verschil voor zijn rekening neemt.

6.

Indien zich gedurende de uitvoering van de werkzaamheden in verband met het aanbrengen van de geluidwerende voorzieningen aan de woning constructieve gebreken openbaren die tot gevolg hebben dat de geluidwerende voorzieningen niet doelmatig kunnen worden aangebracht, en het Rijk die gebreken redelijkerwijs niet had behoeven te voorzien, worden de kosten in verband met het opheffen van die gebreken in overleg met de eigenaar op billijke wijze verdeeld tussen de eigenaar en het Rijk.

Artikel 6

Indien de kosten van het aanbod, bedoeld in artikel 10, derde lid, hoger zijn dan de kosten bedoeld in artikel 9, derde lid, onderdeel d, wordt niet tot het van rijkswege aanbrengen van geluidwerende voorzieningen overgegaan, tenzij de eigenaar van de woning het verschil voor zijn rekening neemt.

Afdeling 4. Andere geluidsgevoelige gebouwen

Artikel 7

Artikel 3, aanhef en onder a, b, c, e, f en g, artikel 4, artikel 5, eerste tot en met vierde lid en zesde lid, en artikel 6, zijn van overeenkomstige toepassing op de in artikel 2, eerste lid, bedoelde andere geluidsgevoelige gebouwen.

Hoofdstuk 3. Procedure

Afdeling 1. Woningen

§ 1. Isolatieprogramma en deelprojecten

Artikel 8

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.