Beleidsregels bestuurlijke boetes vervoerswetgeving ACM

Type ZBO-regeling
Publication 2024-07-24
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 45f, eerste lid, aanhef en onder a, van de Loodsenwet, artikel 76, tweede lid, aanhef en onder a, van de Spoorwegwet, de artikelen 8.25h, vierde lid, en 11.24 van de Wet luchtvaart, artikel 96a van de Wet personenvervoer 2000 en artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht;

Besluit:

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

In dit besluit wordt verstaan onder:

Artikel 2. Algemeen uitgangspunt

ACM bepaalt de hoogte van een op te leggen bestuurlijke boete zodanig dat deze, in het kader van specifieke preventie, een overtreder weerhoudt van het begaan van een volgende overtreding en, in het kader van algemene preventie, potentiële andere overtreders weerhoudt van het begaan van een(zelfde) overtreding.

Artikel 3. Wijze van totstandkoming
1.

ACM bepaalt de hoogte van een op te leggen bestuurlijke boete op basis van de boetegrondslag, die per geval wordt vastgesteld.

2.

Na het bepalen van de boetegrondslag, bepaalt ACM de basisboete.

3.

ACM neemt vervolgens boeteverhogende of -verlagende omstandigheden in aanmerking en bepaalt in redelijkheid in hoeverre zulke omstandigheden tot een verhoging of verlaging van de basisboete leiden.

4.

In afwijking van de vorige leden kan ACM een symbolische bestuurlijke boete opleggen wanneer bijzondere omstandigheden naar haar oordeel daartoe aanleiding geven

Artikel 4. Berekening van de boete
1.

ACM bepaalt de boetegrondslag op basis van de jaaromzet van de overtreder in het boekjaar voorafgaande aan de beschikking waarbij zij de bestuurlijke boete oplegt.

2.

ACM gaat daarbij uit van de in Nederland behaalde jaaromzet, tenzij deze naar haar oordeel geen passende beboeting meebrengt.

3.

Bij overtredingen van de Loodsenwet kan ACM de boetegrondslag bepalen op basis van de gezamenlijke jaaromzet van de organisaties, aangewezen krachtens de artikelen 15a, tweede lid, en 15b, eerste lid, van de Scheepvaartverkeerswet.

4.

Bij de geografische afbakening van de jaaromzet, sluit ACM aan bij de mededeling van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 10 juli 2008, getiteld ‘Geconsolideerde mededeling van de Commissie over bevoegdheidskwesties op grond van Verordening (EG) nr. 139/2004 betreffende de controle op concentraties van ondernemingen’ (Pb 2008, C 95, blz. 1–8).

5.

Indien ACM de jaaromzet niet aan de hand van door de overtreder verstrekte informatie kan bepalen, kan zij hiervan een schatting maken.

6.

ACM hanteert als boetegrondslag een bepaald promillage van de jaaromzet. De hoogte van dit promillage is afhankelijk van de categorie waarin de betreffende overtreding is ingedeeld. De Bijlage bij dit besluit vermeldt in welke categorie die overtreding is ingedeeld.

categorie I Boetebandbreedte tussen € 2.500,– en 1,25‰ van de jaaromzet

categorie II Boetebandbreedte tussen € 5.000,– en 3.75‰ van de jaaromzet

categorie III Boetebandbreedte tussen € 10.000,– en 7,5‰ van de jaaromzet

categorie IV Boetbandbreedte tussen € 15.000,– en 12,5‰ van de jaaromzet

categorie V Boetebandbreedte tussen € 25.000,– en 37,5‰ van de jaaromzet

categorie VI Boetebandbreedte tussen € 50.000,– en 75‰ van de jaaromzet

7.

Indien de in het vorige lid bedoelde indeling in een boetecategorie in het concrete geval naar het oordeel van ACM geen passende beboeting toelaat, kan de naast hogere of naast lagere categorie worden toegepast.

8.

De omzet die in aanmerking wordt genomen voor de bepaling van de maximale basisboete wordt als volgt berekend:

Artikel 5. Boeteverhogende of -verlagende omstandigheden
1.

Bij vaststelling van de bestuurlijke boete beziet ACM of sprake is van boeteverhogende of boeteverlagende omstandigheden.

2.

ACM bepaalt in redelijkheid de mate waarin de betrokken omstandigheid leidt tot een verhoging of verlaging van de basisboete.

3.

Boeteverhogende omstandigheden zijn in ieder geval:

4.

In geval van recidive als bedoeld in het derde lid, onder a, verhoogt ACM de basisboete met 100%, tenzij dit gezien de omstandigheden van het concrete geval onredelijk zou zijn.

5.

Boeteverlagende omstandigheden zijn in ieder geval:

Artikel 6. Vaststelling van de hoogte
1.

ACM stelt de hoogte van de op te leggen bestuurlijke boete vast met inachtneming van:

2.

ACM kan van deze beleidsregels afwijken indien onverkorte toepassing ervan tot evidente onbillijkheden leidt.

3.

Indien ACM constateert dat een overtreder meerdere overtredingen heeft begaan, kan zij in plaats van elke overtreding afzonderlijk te beboeten, een bestuurlijke boete opleggen voor deze overtredingen gezamenlijk.

4.

De hoogte van de op te leggen bestuurlijke boete rondt ACM af naar beneden op een veelvoud van € 1.000,–.

Artikel 7. Intrekking eerder besluit

Het besluit ‘Beleidsregels NMa bestuurlijke boetes vervoerswetgeving’ wordt ingetrokken.

Artikel 8. Overgangsbeleid

Op overtredingen waarvan een rapport is opgemaakt voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van deze beleidsregel wordt beslist met toepassing van de Beleidsregels NMa bestuurlijke boetes vervoerswetgeving zoals deze golden onmiddellijk voorafgaand aan dat tijdstip.

Artikel 9. Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: ‘Beleidsregels bestuurlijke boetes vervoerswetgeving ACM’.

Artikel 10. Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van publicatie in de Staatscourant.

Bijlage

I. Inleiding

In artikel 4, zesde lid, van deze beleidsregels is bepaald dat overtredingen waarvoor ACM een bestuurlijke boete kan opleggen op grond van artikel 76, tweede lid, aanhef en onder a, van de Spoorwegwet, de artikelen 8.25h, vierde lid, en 11.24 van de Wet luchtvaart en artikel 45f, eerste lid, aanhef en onder a, van de Loodsenwet, met uitzondering van overtredingen die door natuurlijke personen zijn begaan, worden beboet op basis van een promillage van de jaaromzet van de overtreder. De vaststelling van het promillage vindt plaats aan de hand van zes categorieën die oplopen in hoogte. Deze bijlage geeft aan in welke categorie de vorenbedoelde overtredingen zijn ingedeeld. De bijlage maakt integraal onderdeel uit van de Beleidsregels bestuurlijke boetes vervoerswetgeving ACM.

II. Indeling in categorieën

II. Indeling in categorieën

De overtredingen, bedoeld in artikel 76, tweede lid, aanhef en onder a, van de Spoorwegwet, worden als volgt in categorieën ingedeeld:

2. Wet luchtvaart

2. Spoorwegwet

De overtredingen, bedoeld in artikel 76, tweede lid, aanhef en onder a, van de Spoorwegwet, worden als volgt in categorieën ingedeeld:

3. Uitvoeringswet EU-zeehavenverordening

De overtredingen van Verordening (EU) 2017/352 van het Europees Parlement en de Raad van 15 februari 2017 tot vaststelling van een kader voor het verrichten van havendiensten en gemeenschappelijke regels inzake de financiële transparantie van havens (PbEU 2017, L 057), die op grond van artikel 9, eerste lid, aanhef en onder b, van de Uitvoeringswet EU-zeehavenverordening bestraft kunnen worden met een bestuurlijke boete van maximaal € 900.000 of, indien dat meer is, 10% van de omzet van de overtreder, worden als volgt in categorieën ingedeeld:

Noot:

artikel 69 zoals dat luidde voor de inwerkingtreding van de Wet aanbestedingsvrijheid OV grote steden.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 6a. - Nieuwe grondslag

Dit besluit berust mede op artikel 9, eerste lid, aanhef en onder b, van de Uitvoeringswet EU-zeehavenverordening.

Bijlage

I. Inleiding

In artikel 4, zesde lid, van deze beleidsregels is bepaald dat overtredingen waarvoor ACM een bestuurlijke boete kan opleggen op grond van artikel 45f, eerste lid, aanhef en onder a, van de Loodsenwet, artikel 76, tweede lid, aanhef en onder a, van de Spoorwegwet, artikel 9, eerste lid aanhef en onder b van de Uitvoeringswet EU-zeehavenverordening, de artikelen 8.25h, vierde lid, en 11.24 van de Wet luchtvaart en artikel 96a jo. artikel 30a eerste en derde lid van de Wet personenvervoer 2000, met uitzondering van overtredingen die door natuurlijke personen zijn begaan, worden beboet op basis van een promillage van de jaaromzet van de overtreder. De vaststelling van het promillage vindt plaats aan de hand van zes categorieën die oplopen in hoogte. Deze bijlage geeft aan in welke categorie de vorenbedoelde overtredingen zijn ingedeeld. De bijlage maakt integraal onderdeel uit van de Beleidsregels bestuurlijke boetes vervoerswetgeving ACM.

1. Loodsenwet

De overtredingen, bedoeld in artikel 45f, eerste lid, aanhef en onder a, van de Loodsenwet, die op grond van artikel 45f, tweede lid, van de Loodsenwet bestraft kunnen worden met een bestuurlijke boete van maximaal € 900.000,-, of indien dit meer is, 10% van de gezamenlijke omzet van de organisaties, aangewezen krachtens de artikelen 15a, tweede lid, en 15b, eerste lid, van de Scheepvaartverkeerswet, worden als volgt in categorieën ingedeeld:

4. Wet luchtvaart

5. Wet personenvervoer 2000

De overtredingen bedoeld in artikel 96a eerste en tweede lid jo. artikel 30a eerste en derde lid van de Wet personenvervoer 2000, die op grond van artikel 96a, eerste en tweede lid, van de Wet personenvervoer 2000 bestraft kunnen worden met een bestuurlijke boete van maximaal € 900.000,-, of indien dat meer is, 1% van de omzet van de overtreder worden als volgt in categorieën ingedeeld:

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.