Beleidsregels bestuurlijke boetes vervoerswetgeving ACM
Gelet op artikel 45f, eerste lid, aanhef en onder a, van de Loodsenwet, artikel 76, tweede lid, aanhef en onder a, van de Spoorwegwet, de artikelen 8.25h, vierde lid, en 11.24 van de Wet luchtvaart, artikel 96a van de Wet personenvervoer 2000 en artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht;
Besluit:
Artikel 1. Begripsomschrijvingen
In dit besluit wordt verstaan onder:
- a. ACM: de Autoriteit Consument en Markt, genoemd in artikel 2 van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt;
- b. basisboete: het bedrag dat de basis vormt voor het bepalen van de hoogte van een op te leggen bestuurlijke boete, vastgesteld op grond van een binnen de bandbreedte van de aan een overtreding gekoppelde boetecategorie vastgesteld bedrag;
- c. boetegrondslag: een op grond van de jaaromzet vastgesteld bedrag dat de basis vormt voor de hoogte van een op te leggen bestuurlijke boete;
- d. jaaromzet: omzet van de overtreder als bedoeld in artikel 12o van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt.
Artikel 2. Algemeen uitgangspunt
ACM bepaalt de hoogte van een op te leggen bestuurlijke boete zodanig dat deze, in het kader van specifieke preventie, een overtreder weerhoudt van het begaan van een volgende overtreding en, in het kader van algemene preventie, potentiële andere overtreders weerhoudt van het begaan van een(zelfde) overtreding.
Artikel 3. Wijze van totstandkoming
ACM bepaalt de hoogte van een op te leggen bestuurlijke boete op basis van de boetegrondslag, die per geval wordt vastgesteld.
Na het bepalen van de boetegrondslag, bepaalt ACM de basisboete.
ACM neemt vervolgens boeteverhogende of -verlagende omstandigheden in aanmerking en bepaalt in redelijkheid in hoeverre zulke omstandigheden tot een verhoging of verlaging van de basisboete leiden.
In afwijking van de vorige leden kan ACM een symbolische bestuurlijke boete opleggen wanneer bijzondere omstandigheden naar haar oordeel daartoe aanleiding geven
Artikel 4. Berekening van de boete
ACM bepaalt de boetegrondslag op basis van de jaaromzet van de overtreder in het boekjaar voorafgaande aan de beschikking waarbij zij de bestuurlijke boete oplegt.
ACM gaat daarbij uit van de in Nederland behaalde jaaromzet, tenzij deze naar haar oordeel geen passende beboeting meebrengt.
Bij overtredingen van de Loodsenwet kan ACM de boetegrondslag bepalen op basis van de gezamenlijke jaaromzet van de organisaties, aangewezen krachtens de artikelen 15a, tweede lid, en 15b, eerste lid, van de Scheepvaartverkeerswet.
Bij de geografische afbakening van de jaaromzet, sluit ACM aan bij de mededeling van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 10 juli 2008, getiteld ‘Geconsolideerde mededeling van de Commissie over bevoegdheidskwesties op grond van Verordening (EG) nr. 139/2004 betreffende de controle op concentraties van ondernemingen’ (Pb 2008, C 95, blz. 1–8).
Indien ACM de jaaromzet niet aan de hand van door de overtreder verstrekte informatie kan bepalen, kan zij hiervan een schatting maken.
ACM hanteert als boetegrondslag een bepaald promillage van de jaaromzet. De hoogte van dit promillage is afhankelijk van de categorie waarin de betreffende overtreding is ingedeeld. De Bijlage bij dit besluit vermeldt in welke categorie die overtreding is ingedeeld.
categorie I Boetebandbreedte tussen € 2.500,– en 1,25‰ van de jaaromzet
categorie II Boetebandbreedte tussen € 5.000,– en 3.75‰ van de jaaromzet
categorie III Boetebandbreedte tussen € 10.000,– en 7,5‰ van de jaaromzet
categorie IV Boetbandbreedte tussen € 15.000,– en 12,5‰ van de jaaromzet
categorie V Boetebandbreedte tussen € 25.000,– en 37,5‰ van de jaaromzet
categorie VI Boetebandbreedte tussen € 50.000,– en 75‰ van de jaaromzet
Indien de in het vorige lid bedoelde indeling in een boetecategorie in het concrete geval naar het oordeel van ACM geen passende beboeting toelaat, kan de naast hogere of naast lagere categorie worden toegepast.
De omzet die in aanmerking wordt genomen voor de bepaling van de maximale basisboete wordt als volgt berekend:
- a. de jaaromzet tot € 500.000.000 telt voor 100% mee,
- b. de jaaromzet tussen € 500.000.000 en € 1.000.000.000 telt voor 10% mee, en
- c. de jaaromzet boven de € 1.000.000.000 telt voor 1% mee.
Artikel 5. Boeteverhogende of -verlagende omstandigheden
Bij vaststelling van de bestuurlijke boete beziet ACM of sprake is van boeteverhogende of boeteverlagende omstandigheden.
ACM bepaalt in redelijkheid de mate waarin de betrokken omstandigheid leidt tot een verhoging of verlaging van de basisboete.
Boeteverhogende omstandigheden zijn in ieder geval:
- a. de omstandigheid dat ACM of een andere bevoegde autoriteit, waaronder de Europese Commissie of een rechterlijke instantie, reeds onherroepelijk een zelfde of vergelijkbare door de overtreder begane overtreding heeft vastgesteld,
- b. de omstandigheid dat de overtreder het onderzoek van ACM heeft belemmerd,
- c. de omstandigheid dat de overtreder tot de overtreding heeft aangezet of een leidinggevende rol gespeeld heeft bij de uitvoering daarvan,
- d. de omstandigheid dat de overtreder gebruik heeft gemaakt van, of voorzien in, controle- of dwangmiddelen ter handhaving van de te beboeten gedraging.
In geval van recidive als bedoeld in het derde lid, onder a, verhoogt ACM de basisboete met 100%, tenzij dit gezien de omstandigheden van het concrete geval onredelijk zou zijn.
Boeteverlagende omstandigheden zijn in ieder geval:
- a. de omstandigheid dat de overtreder verdergaande medewerking aan ACM heeft verleend dan waartoe hij wettelijk gehouden was,
- b. de omstandigheid dat de overtreder uit eigen beweging degenen aan wie door de overtreding schade is berokkend, schadeloos heeft gesteld.
Artikel 6. Vaststelling van de hoogte
ACM stelt de hoogte van de op te leggen bestuurlijke boete vast met inachtneming van:
- a. het wettelijk boetemaximum;
- b. deze beleidsregels;
- c. de algemene beginselen van behoorlijk bestuur.
ACM kan van deze beleidsregels afwijken indien onverkorte toepassing ervan tot evidente onbillijkheden leidt.
Indien ACM constateert dat een overtreder meerdere overtredingen heeft begaan, kan zij in plaats van elke overtreding afzonderlijk te beboeten, een bestuurlijke boete opleggen voor deze overtredingen gezamenlijk.
De hoogte van de op te leggen bestuurlijke boete rondt ACM af naar beneden op een veelvoud van € 1.000,–.
Artikel 7. Intrekking eerder besluit
Het besluit ‘Beleidsregels NMa bestuurlijke boetes vervoerswetgeving’ wordt ingetrokken.
Artikel 8. Overgangsbeleid
Op overtredingen waarvan een rapport is opgemaakt voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van deze beleidsregel wordt beslist met toepassing van de Beleidsregels NMa bestuurlijke boetes vervoerswetgeving zoals deze golden onmiddellijk voorafgaand aan dat tijdstip.
Artikel 9. Citeertitel
Dit besluit wordt aangehaald als: ‘Beleidsregels bestuurlijke boetes vervoerswetgeving ACM’.
Artikel 10. Inwerkingtreding
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van publicatie in de Staatscourant.
Bijlage
I. Inleiding
In artikel 4, zesde lid, van deze beleidsregels is bepaald dat overtredingen waarvoor ACM een bestuurlijke boete kan opleggen op grond van artikel 76, tweede lid, aanhef en onder a, van de Spoorwegwet, de artikelen 8.25h, vierde lid, en 11.24 van de Wet luchtvaart en artikel 45f, eerste lid, aanhef en onder a, van de Loodsenwet, met uitzondering van overtredingen die door natuurlijke personen zijn begaan, worden beboet op basis van een promillage van de jaaromzet van de overtreder. De vaststelling van het promillage vindt plaats aan de hand van zes categorieën die oplopen in hoogte. Deze bijlage geeft aan in welke categorie de vorenbedoelde overtredingen zijn ingedeeld. De bijlage maakt integraal onderdeel uit van de Beleidsregels bestuurlijke boetes vervoerswetgeving ACM.
II. Indeling in categorieën
II. Indeling in categorieën
De overtredingen, bedoeld in artikel 76, tweede lid, aanhef en onder a, van de Spoorwegwet, worden als volgt in categorieën ingedeeld:
2. Wet luchtvaart
2. Spoorwegwet
De overtredingen, bedoeld in artikel 76, tweede lid, aanhef en onder a, van de Spoorwegwet, worden als volgt in categorieën ingedeeld:
3. Uitvoeringswet EU-zeehavenverordening
De overtredingen van Verordening (EU) 2017/352 van het Europees Parlement en de Raad van 15 februari 2017 tot vaststelling van een kader voor het verrichten van havendiensten en gemeenschappelijke regels inzake de financiële transparantie van havens (PbEU 2017, L 057), die op grond van artikel 9, eerste lid, aanhef en onder b, van de Uitvoeringswet EU-zeehavenverordening bestraft kunnen worden met een bestuurlijke boete van maximaal € 900.000 of, indien dat meer is, 10% van de omzet van de overtreder, worden als volgt in categorieën ingedeeld:
Noot:
artikel 69 zoals dat luidde voor de inwerkingtreding van de Wet aanbestedingsvrijheid OV grote steden.
Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Artikel 6a. - Nieuwe grondslag
Dit besluit berust mede op artikel 9, eerste lid, aanhef en onder b, van de Uitvoeringswet EU-zeehavenverordening.
Bijlage
I. Inleiding
In artikel 4, zesde lid, van deze beleidsregels is bepaald dat overtredingen waarvoor ACM een bestuurlijke boete kan opleggen op grond van artikel 45f, eerste lid, aanhef en onder a, van de Loodsenwet, artikel 76, tweede lid, aanhef en onder a, van de Spoorwegwet, artikel 9, eerste lid aanhef en onder b van de Uitvoeringswet EU-zeehavenverordening, de artikelen 8.25h, vierde lid, en 11.24 van de Wet luchtvaart en artikel 96a jo. artikel 30a eerste en derde lid van de Wet personenvervoer 2000, met uitzondering van overtredingen die door natuurlijke personen zijn begaan, worden beboet op basis van een promillage van de jaaromzet van de overtreder. De vaststelling van het promillage vindt plaats aan de hand van zes categorieën die oplopen in hoogte. Deze bijlage geeft aan in welke categorie de vorenbedoelde overtredingen zijn ingedeeld. De bijlage maakt integraal onderdeel uit van de Beleidsregels bestuurlijke boetes vervoerswetgeving ACM.
1. Loodsenwet
De overtredingen, bedoeld in artikel 45f, eerste lid, aanhef en onder a, van de Loodsenwet, die op grond van artikel 45f, tweede lid, van de Loodsenwet bestraft kunnen worden met een bestuurlijke boete van maximaal € 900.000,-, of indien dit meer is, 10% van de gezamenlijke omzet van de organisaties, aangewezen krachtens de artikelen 15a, tweede lid, en 15b, eerste lid, van de Scheepvaartverkeerswet, worden als volgt in categorieën ingedeeld:
4. Wet luchtvaart
5. Wet personenvervoer 2000
De overtredingen bedoeld in artikel 96a eerste en tweede lid jo. artikel 30a eerste en derde lid van de Wet personenvervoer 2000, die op grond van artikel 96a, eerste en tweede lid, van de Wet personenvervoer 2000 bestraft kunnen worden met een bestuurlijke boete van maximaal € 900.000,-, of indien dat meer is, 1% van de omzet van de overtreder worden als volgt in categorieën ingedeeld:
Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.