← Geldende tekst · Geschiedenis

Besluit van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie van 20 november 2015 nr. BOACAT2015/065, strekkende tot aanwijzing van buitengewoon opsporingsambtenaren bij regionale eenheid Rotterdam

Geldende tekst a fecha 2018-08-30

Gelezen het verzoek van de plv. politiechef van de regionale eenheid Rotterdam van 31 augustus 2015 en het advies van de hoofdofficier van justitie bij het arrondissementsparket Rotterdam;

Gelet op:

artikel 142, eerste lid, aanhef en onder b en derde lid, van het Wetboek van Strafvordering;

artikel 7, zevende lid, van de Politiewet 2012;

artikel 55b van het Wetboek van Strafvordering

artikel 36, eerste lid, en artikel 41, tweede lid, van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar;

artikel 17, eerste lid, aanhef en onder 2, van de Wet op de economische delicten.

Besluit:

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder buitengewoon opsporingsambtenaar: de persoon als bedoeld in artikel 2.

Artikel 2

Als buitengewoon opsporingsambtenaar worden aangewezen de ambtenaren van politie, bedoeld in artikel 2, onder b, van de Politiewet 2012, die hun werkgebied hebben in de regionale eenheid Rotterdam.

Artikel 3
1.

De buitengewoon opsporingsambtenaar is bevoegd tot het opsporen van de strafbare feiten behorend tot het domein VI, Generieke Opsporing, als genoemd in onderdeel 11.4 van de Beleidsregels Buitengewoon Opsporingsambtenaar.

2.

De opsporingsbevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, geldt voor het grondgebied van Nederland, voor zover noodzakelijk voor een goede vervulling van de aan de functie gerelateerde taken.

3.

De buitengewoon opsporingsambtenaar vermeldt in zijn processen-verbaal en schriftelijke verslagleggingen het in het eerste lid genoemde domein.

Artikel 4

Op grond van dit besluit kunnen maximaal 2000 personen als buitengewoon opsporingsambtenaar worden beëdigd.

Artikel 5
1.

Als toezichthouder als bedoeld in artikel 36 van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de hoofdofficier van justitie bij het arrondissementsparket Rotterdam.

2.

Als direct toezichthouder als bedoeld in artikel 36 van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de korpschef als bedoeld in artikel 27 van de Politiewet 2012.

Artikel 6

De buitengewoon opsporingsambtenaar kan de in artikel 7, eerste, derde en vierde lid, van de Politiewet 2012 omschreven bevoegdheden uitoefenen met gebruikmaking van handboeien.

Artikel 7
1.

De korpschef als bedoeld in artikel 27 van de Politiewet 2012 brengt jaarlijks, voor 1 april, verslag uit over:

2.

Dit verslag wordt toegezonden aan de in artikel 5 bedoelde toezichthouder en direct toezichthouder en aan het Ministerie van Veiligheid en Justitie, dienst Justis, afdeling V&T, postbus 20300, 2500 EH Den Haag.

Artikel 8

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en vervalt vijf jaar na het tijdstip van inwerkingtreding.

De op naam gestelde akten van beëdiging en de overige benoemingsbescheiden, afgegeven mede op basis van de artikel 9 genoemde besluiten worden geacht mede te zijn afgegeven op basis van dit besluit.

Dit artikel brengt geen wijziging in de resterende looptijd van de afgegeven aktes.

Artikel 9

Het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar van de regiopolitie Rotterdam-Rijnmond 2012 van 20 februari 2012, nr. 5725170/Justis/12, wordt ingetrokken.

Het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar van de regiopolitie Zuid-Holland-Zuid 2011 van 11 oktober 2011, nr. 5712984/Justis/11, wordt ingetrokken.

Artikel 10

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar regionale eenheid Rotterdam 2015.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.