Besluit van de Staatssecretaris van Economische Zaken van 16 november 2015, nr. DGAN-PDJNG 15151244, houdende vaststelling van beleidsregels over de kwaliteit van de opvang van beschermde inheemse diersoorten, beschermde uitheemse diersoorten en diersoorten die niet zijn opgenomen (beleidsregels kwaliteit opvang diersoorten)
Gelet op artikel 75, derde en vijfde lid, en 79, eerste lid, van de Flora- en faunawet en op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht;
Besluit:
Artikel 1
Deze beleidsregel geldt voor opvangcentra die dieren van van nature in Nederland in het wild voorkomende soorten of van niet van nature in Nederland in het wild voorkomende soorten opvangen of gaan opvangen, ten aanzien waarvan over het vangen of onder zich houden regels zijn gesteld in afdeling 11.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving, of die dieren opvangen van soorten of categorieën die ingevolge artikel 2.2, eerste lid, van de Wet dieren verboden zijn om te houden, en heeft betrekking op:
- a. het verlenen van een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onderdeel g, van de Omgevingswet, in samenhang met de artikelen 11.46, 11.47 en 11.54 van het Besluit activiteiten leefomgeving;
- b. het stellen van een maatwerkvoorschrift als bedoeld in artikel 11.31 in samenhang met de artikelen 11.93, 11.96 en 11.101 van het Besluit activiteiten leefomgeving;
- c. het verlenen van een ontheffing van het verbod van artikel 2.2, eerste lid, van de Wet dieren.
Deze beleidsregel is niet van toepassing op opvangcentra waarvoor een vergunning als bedoeld in artikel 4.2, eerste lid, van het Besluit houders van dieren, is vereist, of op de opvang van invasieve uitheemse diersoorten.
Deze beleidsregel is gebaseerd op artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onderdeel g, van de Omgevingswet, in samenhang met artikel 4.12 van het Omgevingsbesluit en de artikelen 11.46, eerste lid, 11.47, eerste lid en 11.54, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, op de artikelen 11.25 en 11.31 in samenhang met de artikelen 11.93, 11.96 en 11.101 van het Besluit activiteiten leefomgeving lid, op artikel 10.1, eerste lid, van de Wet dieren, en op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht.
Artikel 2
Een omgevingsvergunning of ontheffing als bedoeld in artikel 1 wordt slechts aan een opvangcentrum verleend en een maatwerkvoorschrift als bedoeld in artikel 1 wordt slechts ten aanzien van een opvangcentrum gesteld, als:
- a. het opvangcentrum van een vereniging of stichting is;
- b. het doel in de statuten van die stichting of vereniging overeenkomt met het doel, opgenomen in artikel 2 van de bijlage bij dit besluit;
- c. het opvangcentrum beschikt over een vakbekwaam dierverzorger; en
- d. het opvangcentrum een register voert overeenkomstig artikel 4.9 van het Besluit houders van dieren.
Artikel 3
Het handelen overeenkomstig het protocol dat is opgenomen in de bijlage bij dit besluit wordt:
- a. als voorschrift verbonden aan een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit en aan een ontheffing als bedoeld in artikel 1; en
- b. gesteld met een maatwerkvoorschrift als bedoeld in artikel 1.
Artikel 4
Vervallen
Artikel 5
Vervallen
Artikel 6
Dit besluit wordt aangehaald als: Beleidsregel kwaliteit opvang diersoorten.
Artikel 7
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2016.
Bijlage. behorend bij de artikelen 2, aanhef en onderdeel b, en 3 van de Beleidsregel kwaliteit opvang diersoorten
Protocol opvang niet-aangewezen diersoorten, van nature in Nederland in het wild voorkomende diersoorten en niet van nature in Nederland in het wild voorkomende diersoorten
Artikel 1. Definities
Artikel 1. Definities
In deze bijlage wordt verstaan onder:
Artikel 2. Doelstellingen
Artikel 3. Beperking activiteiten
Artikel 4. Vastleggen handelwijze
Artikel 5. Diersoorten en/of diercategorieën, en algemene werkwijze
Artikel 6. Samenwerking andere opvangcentra
Artikel 6. Wettelijke vereisten opvang
Artikel 7. Opvangbeleid
Artikel 7. Beheerder
Artikel 8. Medewerkers
Artikel 9. Verblijven
Artikel 10. Huisvesting
Artikel 11. Voorkomen van en handelen na ontsnapping van dieren
Artikel 12. Huisvesting
De handelwijze, bedoeld in artikel 4, eerste lid, aanhef en onderdeel b, bevat een op de soort toegepaste omschrijving van hetgeen als passende huisvesting en verzorging wordt gezien. Daarbij wordt rekening gehouden met:
Artikel 13. Hygiëne
Artikel 14. Voorkomen van voortplanting
Artikel 15. Zoönosen
Artikel 15. Dierverzorging
Artikel 16. Controle
Artikel 17. Verdenking dierziekten, zoönosen en ziekteverschijnselen
Artikel 18. Duur verblijf per soort
Artikel 19. Structurele oplossingen
Artikel 20. Uitzetten van dieren van niet van nature in Nederland in het wild voorkomende diersoorten
Artikel 21. Duur verblijf per soort
Artikel 21. Inzetten dier voor herstel van soortgenoten
Artikel 22. Onderbrengen bij particulieren
Artikel 23. Doden van opgevangen dieren
Artikel 25. Uitwenverblijf voor uit de vrije natuur afkomstige dieren van van nature in Nederland voorkomende beschermde diersoorten
Artikel 24. Overleden dier
Artikel 25. Bereikbaarheid van de opvanginrichting en informatieverstrekking
Artikel 26. Bezoekers
Artikel 27. Register
Artikel 28. Logboek
Ieder opvangcentrum stelt een afwegingskader vast met betrekking tot de keuze voor een structurele oplossing voor een dier. In het afwegingskader dient bij de keuze rekening te worden gehouden met de artikelen 26 tot en met 31. Dit kader wordt vastgelegd in het beleid, bedoeld in artikel 4, eerste lid, aanhef en onderdeel i.
Paragraaf 5. Doden
Artikel 31. Doden
Artikel 32. Overleden dier
Paragraaf 6. Medewerkers
Artikel 33. Beheerder
Artikel 34. Medewerkers
Artikel 35. Operationele continuïteit
In het beleid, bedoeld in artikel 4, eerste lid, aanhef en onderdeel n, wordt vastgelegd hoe de operationele continuïteit wordt gewaarborgd. Daartoe behoren ten minste voorzieningen in geval dat essentiële medewerkers, zoals de beheerder, niet beschikbaar zijn.
Paragraaf 7. Bezoekers
Artikel 36. Bezoekers
Paragraaf 8. Register en logboek
Artikel 37. Register
Artikel 38. Logboek
Paragraaf 9. Slotbepaling
Artikel 39. Afwijkingsmogelijkheid
Indien het opvangcentrum te maken krijgt met een onvoorziene situatie waardoor het zich gedwongen ziet van de voorschriften van dit protocol af te wijken, stelt het onverwijld de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland van het Ministerie van Economische Zaken daarvan op de hoogte.
Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
In dit protocol wordt verstaan onder:
Artikel 2. Doel
Het opvangcentrum heeft in ieder geval als doel:
Als onderdeel van het beleid, bedoeld in artikel 4, eerste lid, aanhef en onderdeel a, stelt het bestuur van het opvangcentrum het volgende vast:
Als onderdeel van het beleid, bedoeld in artikel 4, eerste lid, aanhef en onderdeel b, stelt het bestuur van het opvangcentrum vast op welke wijze wordt gewaarborgd dat:
Het beleid omtrent het voorkomen van en het handelen na ontsnapping, bedoeld in artikel 4, eerste lid, aanhef en onderdeel f, bevat een beschrijving van maatregelen en handelingen over hoe ontsnapping van dieren kan worden voorkomen en een beschrijving van de te treffen maatregelen en uit te voeren handelingen na ontsnapping van dieren van niet van nature in Nederland in het wild voorkomende diersoorten en dieren waarbij sprake is van een dierziekte, zoönose, ziekteverwekker of ziekteverschijnsel die gemeld dient te worden op grond van de artikelen 1.29, 1.30 of 1.31 van het Besluit houders van dieren.
Artikel 12. Voeding
Het beleid, bedoeld in artikel 4, eerste lid, aanhef en onderdeel i, bevat:
Als het oorspronkelijke biotoop van een dier van een niet van nature in Nederland in het wild voorkomende diersoort is te achterhalen, wordt bij de afweging voor de keuze om het dier middels uitzetten in vrijheid uit te zetten als bedoeld in artikel 19, derde lid, aanhef en onderdeel a, in ieder geval rekening gehouden met:
De beheerder en de dierenarts stellen per opgevangen diersoort of diercategorie de werkwijze, bedoeld in artikel 4, eerste lid, aanhef en onderdeel l, vast voor het doden van opgevangen dieren in overeenstemming met hoofdstuk 1, paragraaf 3 van het Besluit houders van dieren.
Artikel 29. Afwijkingsmogelijkheid
Wanneer het opvangcentrum te maken krijgt met een onvoorziene situatie waardoor het zich gedwongen ziet van de voorschriften van dit protocol af te wijken, stelt het onverwijld het bevoegd gezag dat de omgevingsvergunning of ontheffing heeft verleend of het maatwerkvoorschrift heeft gesteld, daarvan op de hoogte.
Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.