← Geldende tekst · Geschiedenis

Besluit van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie van 25 november 2015 nr. BOACAT2015/055, strekkende tot aanwijzing van buitengewoon opsporingsambtenaren bij de Belastingdienst

Geldende tekst a fecha 2015-12-17

Gelezen het verzoek van de Algemeen directeur Belastingen van 15 oktober 2015 en het advies van de Directeur-generaal Belastingdienst;

Gelet op:

artikel 142, eerste lid, aanhef en onder b en derde lid, van het Wetboek van Strafvordering;

artikel 36, eerste lid, en artikel 41, tweede lid, van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar;

artikel 17, eerste lid, aanhef en onder 2, van de Wet op de economische delicten.

Besluit:

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

Artikel 2

De personen werkzaam in de functie van verbalisant of fraudecoördinator in dienst bij de Belastingdienst zijn aangewezen als buitengewoon opsporingsambtenaar.

Artikel 3
1.

De buitengewoon opsporingsambtenaar is bevoegd tot het opsporen van de strafbare feiten behorend tot het domein V, Werk, Inkomen en Zorg, als genoemd in onderdeel 10.3 van de Beleidsregels Buitengewoon Opsporingsambtenaar.

2.

De opsporingsbevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, geldt voor het grondgebied van Nederland, voor zover noodzakelijk voor een goede vervulling van de aan de functie gerelateerde taken.

3.

De buitengewoon opsporingsambtenaar vermeldt in zijn processen-verbaal en schriftelijke verslagleggingen het in het eerste lid genoemde domein.

4.

De buitengewoon opsporingsambtenaar bij de Belastingdienst draagt bij uitoefening van zijn taak als buitengewoon opsporingsambtenaar bij zich het legitimatiebewijs vastgesteld in de bekendmaking model legitimatiebewijs Belastingdienst (d.d. 11 juni 2014, Staatscourant nr. 15855 van 11 juni 2014).

Artikel 4

Op grond van dit besluit kunnen maximaal 200 personen als buitengewoon opsporingsambtenaar worden beëdigd.

Artikel 5
1.

Als toezichthouder als bedoeld in artikel 36 van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de hoofdofficier van justitie bij het arrondissementsparket Den Haag.

2.

Als direct toezichthouder als bedoeld in artikel 36 van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de Directeur-generaal Belastingdienst.

Artikel 6
1.

Aan de buitengewoon opsporingsambtenaar die slechts belast is met het opmaken van processen-verbaal, waarbij hij geen verklaringen van verdachten of getuigen behoeft op te nemen, wordt ontheffing verleend van het bepaalde in artikel 16, eerste lid, van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar.

2.

Aan de overige buitengewoon opsporingsambtenaren wordt ontheffing verleend van het bepaalde in artikel 16, eerste lid, van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar, onder de voorwaarden gesteld in het onderdeel semi-permanente ontheffing van bijlage H, van de Beleidsregels Buitengewoon Opsporingsambtenaar.

Artikel 7
1.

De Algemeen directeur Belastingen brengt jaarlijks, voor 1 april, verslag uit over:

2.

Dit verslag wordt toegezonden aan de in artikel 5 bedoelde toezichthouder en direct toezichthouder en aan het Ministerie van Veiligheid en Justitie, dienst Justis, afdeling V&T, postbus 20300, 2500 EH Den Haag.

Artikel 8

De op naam gestelde akten van beëdiging en de overige benoemingsbescheiden, afgegeven mede op basis van het in artikel 9 genoemde besluit, worden geacht mede te zijn afgegeven op basis van dit besluit.

Dit artikel brengt geen wijziging in de resterende looptijd van de afgegeven aktes.

Artikel 9

Het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Belastingdienst 2010 van 9 december 2010 nr. 5675480/Justis/10 zal vervallen op 17 december 2015.

Dit besluit treedt in werking met ingang van 17 december 2015 en vervalt met ingang van 17 december 2020.

Het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Belastingdienst/Bureau Economische Handhaving 2013 van 15 mei 2013, wordt ingetrokken.

Artikel 10

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Belastingdienst 2015.

Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst.