← Geldende tekst · Geschiedenis

Regeling van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 24 november 2015, nr. 2015-0000293039, houdende vaststelling van de consumentenprijsindexcijfers voor 2016 voor Caribisch Nederland en op basis daarvan wijziging van bedragen van tegemoetkomingen en uitkeringen, van het wettelijk minimumuurloon en het bedrag genoemd in de Regeling Pensioenwet BES, alsmede van premiepercentages van werknemersverzekeringen en volksverzekeringen, van het maximumdagloon voor de Wet ziekteverzekering BES en de Wet ongevallenverzekering BES en de schadeloosstelling voor de bemiddelaar, bedoeld in de Arbeidsgeschillenwet 1946 BES

Geldende tekst a fecha 2016-01-01

In overeenstemming met de Staatssecretaris van Financiën;

Gelet op de artikelen 7b, derde lid, 8a, eerste, tweede en vierde lid, en 27 van de Wet algemene ouderdomsverzekering BES, 12a, eerste, tweede en vierde lid, en 30 van de Wet algemene weduwen- en wezenverzekering BES, 13, eerste, tweede en derde lid, van de Wet minimumlonen BES, 7, vierde lid, van de Cessantiawet BES, 5, negentiende lid, 8, derde lid, van de Wet ongevallenverzekering BES, 5, tweede lid, en 8, vierde lid, van de Wet ziekteverzekering BES, 21, eerste, derde en vierde lid, van het Besluit onderstand BES, 7b, derde lid, van de Pensioenwet BES, en 15 van de Arbeidsgeschillenwet 1946 BES;

Besluit:

Artikel 1. Consumentenprijsindexcijfer Caribisch Nederland
1.

Het consumentenprijsindexcijfer voor 2016 voor de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, bedoeld in de artikelen:

wordt vastgesteld op respectievelijk -0,9%, -0,5% en -0,9%.

2.

Voor belanghebbenden die woonachtig zijn buiten de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, wordt het consumentenprijsindexcijfer voor 2016 vastgesteld op -0,9%.

3.

Het gemiddelde consumentenprijsindexcijfer voor 2016, bedoeld in artikel 7, vierde lid, van de Arbeidsvrederegeling BES, wordt vastgesteld op -0,77%.

Artikel 2. Wet algemene ouderdomsverzekering BES
1.

Het pensioenbedrag, genoemd in artikel 7 van de Wet algemene ouderdomsverzekering BES, wordt vastgesteld op:

per maand.

2.

Het bedrag van de toeslag, genoemd in artikel 7a, eerste lid, van de Wet algemene ouderdomsverzekering BES, wordt vastgesteld op:

3.

Het bedrag van het gezamenlijk inkomen per jaar, genoemd in artikel 7a, derde lid, onderdeel e, van de Wet algemene ouderdomsverzekering BES, wordt vastgesteld op:

4.

De hoogte van de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 7b, eerste lid, van de Wet algemene ouderdomsverzekering BES, wordt voor de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba vastgesteld op respectievelijk USD 0, USD 41 en USD 59.

5.

Het percentage van de premie, bedoeld in artikel 26, eerste lid, van de Wet algemene ouderdomsverzekering BES, wordt voor het jaar 2016 vastgesteld op 25%.

Artikel 3. Wet algemene weduwen- en wezenverzekering BES
1.

Het bedrag van het weduwenpensioen per maand, genoemd in artikel 11, eerste lid, onderdeel a, van de Wet algemene weduwen- en wezenverzekering BES, wordt vastgesteld op:

2.

Het bedrag van het weduwenpensioen per maand, genoemd in artikel 11, eerste lid, onderdeel b, van de Wet algemene weduwen- en wezenverzekering BES, wordt vastgesteld op:

3.

Het bedrag van het weduwenpensioen per maand, genoemd in artikel 11, eerste lid, onderdeel c, van de Wet algemene weduwen- en wezenverzekering BES, wordt vastgesteld op:

4.

Het bedrag van het weduwenpensioen per maand, genoemd in artikel 11, eerste lid, onderdeel d, van de Wet algemene weduwen- en wezenverzekering BES, wordt vastgesteld op:

5.

Het bedrag van het weduwenpensioen per maand, genoemd in artikel 11, derde lid, van de Wet algemene weduwen- en wezenverzekering BES, wordt vastgesteld op:

6.

Het bedrag van het wezenpensioen per maand, genoemd in artikel 12, eerste lid, van de Wet algemene weduwen- en wezenverzekering BES, wordt voor een kind jonger dan 10 jaar vastgesteld op:

en voor een kind van 10 jaar of ouder maar jonger dan 15 jaar op:

7.

Het bedrag van het wezenpensioen per maand, genoemd in artikel 12, tweede lid, van de Wet algemene weduwen- en wezenverzekering BES, wordt voor een kind jonger dan 10 jaar vastgesteld op:

en voor een kind van 10 jaar of ouder maar jonger dan 15 jaar op:

8.

Het bedrag van het wezenpensioen per maand, genoemd in artikel 12, derde lid, van de Wet algemene weduwen- en wezenverzekering BES, wordt voor een kind, bedoeld in artikel 9, vijfde lid, van die wet, voor zover het voldoet aan artikel 9, eerste lid, onderdelen a of b, van die wet, vastgesteld op:

en voor een kind, bedoeld in artikel 9, vijfde lid, van die wet, voor zover het voldoet aan artikel 9, eerste lid, onderdelen c of d, van die wet, op:

9.

Het percentage van de premie, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Wet algemene weduwen- en wezenverzekering BES, wordt voor het jaar 2016 vastgesteld op 1,3%.

Artikel 4. Wet minimumlonen BES

De bedragen van het bruto minimumuurloon, genoemd in artikel 9, eerste lid, onderdelen a, b en c, van de Wet minimumlonen BES, worden vastgesteld op:

Artikel 5. Cessantiawet BES

Het premiepercentage, bedoeld in artikel 7, derde lid, van de Cessantiawet BES, wordt voor het jaar 2016 vastgesteld op 0,2%.

Artikel 6. Wet ongevallenverzekering BES
1.

Het bedrag, bedoeld in artikel 5, negentiende lid, van de Wet ongevallenverzekering BES, wordt vastgesteld:

2.

Het premiepercentage, bedoeld in artikel 8, tweede lid, van de Wet ongevallenverzekering BES, wordt voor het jaar 2016 vastgesteld op 0,5%.

Artikel 7. Wet ziekteverzekering BES
1.

Het bedrag, bedoeld in artikel 5, tweede lid, van de Wet ziekteverzekering BES, wordt vastgesteld:

2.

Het premiepercentage, bedoeld in artikel 8, derde lid, van de Wet ziekteverzekering BES, wordt voor het jaar 2016 vastgesteld op 1,6%.

Artikel 8. Besluit onderstand BES
1.

De basisbedragen van de algemene onderstand, genoemd in artikel 13 van het Besluit onderstand BES, worden vastgesteld op:

2.

De bedragen van de toeslag voor zelfstandig wonen, genoemd in artikel 14 van het Besluit onderstand BES, worden vastgesteld op:

3.

De bedragen van de toeslag voor een gezamenlijke huishouding, genoemd in artikel 15 van het Besluit onderstand BES, worden vastgesteld op:

4.

De bedragen van de kindertoeslag voor het eerste kind, genoemd in artikel 16, eerste lid, van het Besluit onderstand BES, worden vastgesteld op:

5.

De bedragen van de kindertoeslag voor het tweede en derde kind, genoemd in artikel 16, tweede lid, van het Besluit onderstand BES, worden vastgesteld op:

6.

De bedragen van de toeslag bij volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid, genoemd in artikel 17, eerste lid, van het Besluit onderstand BES, worden vastgesteld op:

7.

Het bedrag, genoemd in artikel 17, derde lid, van het Besluit onderstand BES wordt vastgesteld op USD 39.

Artikel 9. Regeling Pensioenwet BES

Wijzigt de Regeling Pensioenwet BES.

Artikel 10. Arbeidsvrederegeling BES

Wijzigt de Arbeidsvrederegeling BES.

Artikel 11. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2016.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.