← Geldende tekst · Geschiedenis

Regeling van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 25 november 2015, kenmerk 839984-141498-Z, houdende bepalingen omtrent de in de Zorgverzekeringswet bedoelde vereveningsbijdrage voor het jaar 2016 (Regeling risicoverevening 2016)

Geldende tekst a fecha 2015-12-05

Hoofdstuk 1. Definities en algemene bepalingen

Hoofdstuk 1. Definities en algemene bepalingen

Hoofdstuk 3. Regels ten behoeve van de vaststelling van de vereveningsbijdrage (ex post) ten behoeve van een zorgverzekeraar

Hoofdstuk 4. Aanvullingen op de vereveningsbijdrage aan een zorgverzekeraar

Hoofdstuk 5. Betaling van de vereveningsbijdrage aan zorgverzekeraar door het Zorginstituut

Hoofdstuk 6. Wijziging van de Regeling risicoverevening 2015

Artikel 20

Wijzigt de Regeling risicoverevening 2015.

Hoofdstuk 7. Slotbepalingen

Bijlage 1. behorende bij artikel 6 en artikel 11, tweede lid

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Bijlage 2. behorende bij artikel 6 en artikel 11, tweede lid

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Bijlage 3. behorende bij artikel 9, tweede lid

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Gelet op artikel 32, vierde lid, van de Zorgverzekeringswet en de artikelen 1, onderdelen i, j, k en aa, 3.1, derde lid, 3.2, eerste en tweede lid, 3.4, derde lid, 3.5, tweede lid, 3.6, derde lid, 3.7, derde lid, 3.7a, derde lid, 3.8, 3.10, tweede lid, 3.11, zesde lid, 3.13, 3.14, 3.15, 3.17, 3.19, tweede lid, en 3.22, tweede lid, van het Besluit zorgverzekering;

Besluit:

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2
1.

Het macro-prestatiebedrag voor het jaar 2016 bedraagt € 42.804,1 miljoen.

2.

Het macro-prestatiebedrag is opgebouwd uit de volgende macro-deelbedragen:

Artikel 3
1.

De opbrengst van de nominale rekenpremie wordt voor het jaar 2016 geraamd op € 17.390,6 miljoen.

2.

De opbrengst van het verplicht eigen risico wordt voor het jaar 2016 geraamd op € 3.194,8 miljoen.

Artikel 4

De beschikbare middelen voor het verstrekken van de bijdragen aan zorgverzekeraars, bedoeld in artikel 32, vierde lid, onderdeel a, van de Zorgverzekeringswet, omvatten voor het jaar 2016, naast de middelen, bedoeld in § 1.5 van hoofdstuk 3 van het Besluit zorgverzekering, een bedrag van € 22.218,7 miljoen.

Hoofdstuk 2. Regels ten behoeve van de toekenning van de vereveningsbijdrage (ex ante) aan een zorgverzekeraar

Artikel 5
1.

De verdeling van het macro-deelbedrag variabele zorgkosten, bedoeld in artikel 3.4 van het Besluit zorgverzekering, geschiedt ten behoeve van het vereveningsjaar 2016 mede aan de hand van de verzekerdenaantallen per zorgverzekeraar verdeeld naar FGG, VGG en GGG.

2.

De verdeling van het macro-deelbedrag kosten van verpleging en verzorging, bedoeld in artikel 3.7 van het Besluit zorgverzekering, geschiedt ten behoeve van het vereveningsjaar 2016 mede aan de hand van de verzekerdenaantallen per zorgverzekeraar verdeeld naar FGG, VGG en GGG.

3.

De verdeling van het macro-deelbedrag langdurige geestelijke gezondheidszorg, bedoeld in artikel 3.7a van het Besluit zorgverzekering, geschiedt ten behoeve van het vereveningsjaar 2016 mede aan de hand van de verzekerdenaantallen per zorgverzekeraar verdeeld naar IGG.

Artikel 6

De klassen en gewichten, bedoeld in de artikelen 3.4, 3.6, 3.7 en 3.7a van het Besluit zorgverzekering, en de klassen en gewichten die aan de criteria, bedoeld in artikel 5 worden toegekend, zijn vermeld in de bijlagen 1 en 2.

Artikel 7

In afwijking van artikel 6 en bijlage 1, tabellen 1.2, 1.3, 1.4, 1.9, 1.10 en 1.11, en bijlage 2, tabellen 2.2, 2.3 en 2.9, wordt een verzekerde die in het buitenland woont ingedeeld in de klassen ‘Geen FKG’, DKG ‘0’, ‘Geen HKG’, ’Geen FGG’, ‘Geen VGG’, ‘Geen GGG’, ‘Geen FKG psychische aandoeningen’, DKG-klasse psychische aandoeningen '0' en ‘Geen IGG’ waarbij voor hem het gewicht van die klassen door het Zorginstituut wordt vastgesteld op een percentage van de gewichten van de desbetreffende klassen zoals deze op grond van de genoemde tabellen voor in Nederland wonende verzekerden gelden.

Artikel 8
1.

De nominale rekenpremie per jaar bedraagt € 1.288 per zorgverzekering waarvoor premie moet worden betaald.

2.

Het Zorginstituut raamt de opbrengst van de nominale rekenpremie per zorgverzekeraar, bedoeld in artikel 3.10, tweede lid, van het Besluit zorgverzekering, door het geraamde aantal zorgverzekeringen waarvoor premie moet worden betaald te vermenigvuldigen met de nominale rekenpremie.

3.

Het Zorginstituut raamt het aantal zorgverzekeringen waarvoor premie moet worden betaald, bedoeld in het tweede lid, door het geraamde aantal zorgverzekeringen van verzekerden van achttien jaar en ouder bij een zorgverzekeraar, te verminderen met het geraamde aantal zorgverzekeringen van verzekerden, bedoeld in artikel 24 van de wet.

Artikel 9
1.

Het Zorginstituut raamt de opbrengst van het verplicht eigen risico per zorgverzekeraar, bedoeld in artikel 3.10, tweede lid, van het Besluit zorgverzekering, door het geraamde aantal verzekerden van achttien jaar en ouder, te verminderen met het geraamde aantal verzekerden, bedoeld in artikel 24 van de Zorgverzekeringswet, en het resultaat te vermenigvuldigen met de gefbesluitraamde opbrengst van het verplicht eigen risico per verzekerde.

2.

Het Zorginstituut gaat voor de bepaling van de geraamde opbrengst per verzekerde, bedoeld in het eerste lid, voor verzekerden van achttien jaar of ouder die zowel onder de klasse ‘Geen FKG’, als onder de klassen ‘DKG 0’, ‘HKG 0’ en ‘Geen MHK’ vallen, uit van verzekerdenaantallen onderverdeeld in klassen naar leeftijd en geslacht, aard van het inkomen, en regio en de in bijlage 3 genoemde gewichten. Hierbij wordt de in de bijlage 3 aangegeven klassenindeling van de criteria aangehouden.

3.

De geraamde opbrengst per verzekerde, bedoeld in het eerste lid, bedraagt € 355,10 voor verzekerden van achttien jaar of ouder waarop het tweede lid niet van toepassing is.

Hoofdstuk 3. Regels ten behoeve van de vaststelling van de vereveningsbijdrage (ex post) ten behoeve van een zorgverzekeraar

Artikel 10
1.

Een verzekerde die slechts gedurende een deel van het vereveningsjaar bij een zorgverzekeraar verzekerd was, telt voor het vaststellen van de vereveningsbijdrage voor die zorgverzekeraar mee in een mate die bepaald wordt door het aantal dagen dat hij in dat jaar bij die zorgverzekeraar verzekerd was te delen door het aantal dagen in dat jaar.

2.

Indien een verzekerde gedurende een aantal dagen van het vereveningsjaar bij meer dan één zorgverzekeraar verzekerd was, telt hij voor het vaststellen van de vereveningsbijdrage over die periode mee in een mate die bepaald wordt door het getal 1 te delen door het aantal zorgverzekeraars waarbij hij in die periode

verzekerd was.

Artikel 11
1.

Nadat het Zorginstituut de gerealiseerde kosten op de in de artikelen 12 tot en met 15 beschreven wijze heeft toegedeeld, herberekent het Zorginstituut voor de clusters ‘variabele zorgkosten’, ‘kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg’, ‘kosten van verpleging en verzorging’ en ‘kosten van langdurige geestelijke gezondheidszorg’ de relevante deelbedragen.

2.

Het Zorginstituut gaat bij de herberekening, bedoeld in het eerste lid, uit van de gerealiseerde kosten voor elk van de in het eerste lid genoemde clusters van prestaties en van gerealiseerde aantallen verzekerden per klasse van ieder vereveningscriterium. Voor de herberekening van de vereveningsbijdrage voor de clusters ‘variabele zorgkosten’ en ‘kosten van verpleging en verzorging’ past het Zorginstituut de gewichten in de tabellen van bijlage 1 toe. Voor de herberekening van de vereveningsbijdrage voor de clusters ‘kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg’ en ‘kosten van langdurige geestelijke gezondheidszorg’ past het Zorginstituut de gewichten in de tabellen van bijlage 2 toe.

3.

De gerealiseerde aantallen verzekerden per klasse van ieder vereveningscriterium worden voor de hiernavolgende criteria aan de hand van realisatiecijfers over de volgende jaren berekend:

4.

In afwijking van het tweede en derde lid herberekent het Zorginstituut het gewicht van de klasse ‘Geen MHK’, het gewicht van de klasse ‘GGZ-MHK 3 jaar geen kosten‘ en het gewicht van de klasse ‘Geen IGG’ zodanig dat de per criterium gesommeerde resultaten van de vermenigvuldiging van de gewichten met het gerealiseerde aantal verzekerden, macro per saldo nul bedraagt;

5.

Het Zorginstituut deelt bij de criteria FGG, VGG en GGG verzekerden met kosten op de percentielgrens naar rato in bij de betreffende klassen;

6.

Indien de percentielgrens gelijk is aan nul euro deelt het Zorginstituut, in afwijking van het voorgaande lid, verzekerden met kosten op de percentielgrens in bij respectievelijk de klassen ‘Geen FGG’, ‘Geen VGG’ of ‘Geen GGG’.

Artikel 12
1.

Het Zorginstituut merkt kosten als bedoeld in artikel 3.13 van het Besluit zorgverzekering voor prestaties van grensoverschrijdende zorg die zodanig zijn gespecificeerd, dat:

2.

Het Zorginstituut merkt kosten voor prestaties van grensoverschrijdende zorg die gemaakt zijn met toepassing van internationale regelingen inzake sociale zekerheid, voor 90 procent aan als kosten van het cluster ‘variabele zorgkosten’ en voor 10 procent aan als kosten van het cluster ‘verpleging en verzorging’.

Artikel 13
1.

Met uitzondering van betalingen uit hoofde van een verplicht of vrijwillig eigen risico, deelt het Zorginstituut zorgkosten die voor rekening komen van de verzekerden niet toe aan een cluster van prestaties.

2.

Het Zorginstituut deelt renteheffingskosten niet toe aan een cluster van prestaties.

Artikel 14
1.

Het Zorginstituut merkt de kosten van prestaties, geleverd door instellingen die meedoen aan experimenten in de zin van de Wet marktordening gezondheidszorg, voor een door hem per instelling vast te stellen percentage aan als kosten van het cluster ‘variabele zorgkosten’.

2.

Het Zorginstituut merkt de kosten van de Stichting Kinderoncologie Nederland en van de Nederlandse Transplantatiestichting voor 75 procent aan als kosten van het cluster ‘variabele zorgkosten’.

Artikel 15
1.

Het Zorginstituut baseert de herberekening per zorgverzekeraar van het deelbedrag voor het cluster ‘vaste zorgkosten’ op de gerealiseerde aantallen verzekerden per zorgverzekeraar.

2.

Het Zorginstituut merkt de kosten van prestaties, geleverd door instellingen die meedoen aan experimenten in de zin van de Wet marktordening gezondheidszorg, voor een door hem per instelling voor medisch-specialistisch zorg vast te stellen percentage aan als kosten van het cluster ‘vaste zorgkosten’.

3.

Het percentage per instelling, bedoeld in het tweede lid, is gelijk aan 100 minus het percentage, bedoeld in artikel 14, eerste lid.

4.

Het Zorginstituut merkt de kosten van de Stichting Kinderoncologie Nederland en van de Nederlandse Transplantatiestichting voor 25 procent aan als kosten van het cluster ‘vaste zorgkosten’.

5.

Het Zorginstituut merkt de kosten voor de Stichting Kwaliteitsgelden Medisch Specialisten, de Stichting Kwaliteitsontwikkeling GGZ, de stichting kwaliteitsgelden patiënten consument en de Projectgelden ten behoeve van de gezamenlijke inhoudelijke agenda zoals benoemd in het Bestuurlijk Akkoord Eerste lijn 2014–2017 aan als kosten van het cluster ‘vaste zorgkosten’.

6.

Het Zorginstituut merkt de kosten van geneesmiddelen met ingang van het tijdstip waarop ze ophouden dure intramurale geneesmiddelen te zijn tot en met 31 december van het daaropvolgende kalenderjaar aan als kosten van het cluster ‘vaste zorgkosten’.

7.

Het Zorginstituut calculeert 100 procent na op het verschil tussen de kosten van het cluster ‘vaste zorgkosten’, vastgesteld ingevolge het tweede tot en met zesde lid enerzijds, en het herberekende deelbedrag ‘vaste zorgkosten’ na toepassing van artikel 3.15, tweede lid van het Besluit zorgverzekering.

Artikel 16
1.

Het bedrag en het percentage bedoeld in artikel 3.17, eerste lid, van het Besluit zorgverzekering zijn: € 17,50 en 75 procent.

2.

Het bedrag en het percentage bedoeld in artikel 3.17, tweede lid, van het Besluit zorgverzekering zijn: € 15 en 75 procent.

3.

Het bedrag en het percentage bedoeld in artikel 3.17, derde lid, van het Besluit zorgverzekering zijn: € 5 en 100 procent.

Artikel 17
1.

De opbrengst van de nominale rekenpremie, bedoeld in artikel 3.19, tweede lid, van het Besluit zorgverzekering, wordt berekend overeenkomstig artikel 8, met dien verstande, dat wordt uitgegaan van het gerealiseerde aantal zorgverzekeringen waarvoor premie moest worden betaald.

2.

De opbrengst van het verplicht eigen risico, bedoeld in artikel 3.19, tweede lid, van het Besluit zorgverzekering, wordt berekend overeenkomstig artikel 9, met dien verstande, dat wordt uitgegaan van de gerealiseerde aantallen van de in dat artikel bedoelde verzekerden.

Hoofdstuk 4. Aanvullingen op de vereveningsbijdrage aan een zorgverzekeraar

Artikel 18

Het in artikel 3.22, tweede lid, van het Besluit zorgverzekering bedoelde bedrag per verzekerde bedraagt € 43.

Hoofdstuk 5. Betaling van de vereveningsbijdrage aan zorgverzekeraar door het Zorginstituut

Artikel 19

De betaling van de bijdrage geschiedt overeenkomstig door het Zorginstituut te stellen beleidsregels, waarin een betaalschema is opgenomen dat rekening houdt met declaratiepatronen van zorgaanbieders.

Hoofdstuk 6. Wijziging van de Regeling risicoverevening 2015

Hoofdstuk 7. Slotbepalingen

Artikel 21
1.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

2.

Deze regeling werkt terug tot en met 30 september 2015 met uitzondering van artikel 20 dat terugwerkt tot en met 30 september 2014.

Artikel 22

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling risicoverevening 2016.

Bijlage 1. behorende bij artikel 6 en artikel 11, tweede lid

De bijlage betreft kosten van zorg behorende tot de clusters ‘variabele zorgkosten’ en ‘verpleging en verzorging’.

De in deze bijlage genoemde klassen en gewichten zijn bedoeld voor de ex ante berekening van het normatieve bedrag ten behoeve van een zorgverzekeraar (art. 6) en vormen de basis voor de herberekening van de gewichten ten behoeve van de ex post berekening van het normatieve bedrag ten behoeve van een zorgverzekeraar (art. 11, tweede lid).

Variabele zorgkosten Kosten van verpleging en verzorging
Mannen 0 jaar 5.040,63 206,60
1–4 jaar 1.824,02 224,26
5–9 jaar 1.642,81 200,47
10–14 jaar 1.536,83 183,96
15–17 jaar 1.575,82 162,33
18–24 jaar 1.387,90 148,79
25–29 jaar 1.371,96 157,36
30–34 jaar 1.378,18 161,18
35–39 jaar 1.474,21 160,95
40–44 jaar 1.563,09 164,11
45–49 jaar 1.706,46 163,08
50–54 jaar 1.881,30 164,10
55–59 jaar 2.207,61 165,23
60–64 jaar 2.472,21 163,33
65–69 jaar 3.075,19 154,18
70–74 jaar 3.480,76 177,98
75–79 jaar 3.860,87 247,11
80–84 jaar 4.011,98 494,02
85–89 jaar 3.940,30 962,29
90+ jaar 3.956,22 1.872,43
Vrouwen 0 jaar 4.465,26 199,60
1–4 jaar 1.580,31 214,22
5–9 jaar 1.517,35 190,47
10–14 jaar 1.511,44 181,97
15–17 jaar 1.711,78 163,75
18–24 jaar 1.724,35 148,51
25–29 jaar 2.231,35 158,08
30–34 jaar 2.389,41 159,04
35–39 jaar 2.045,83 159,78
40–44 jaar 1.766,09 160,53
45–49 jaar 1.826,92 162,80
50–54 jaar 1.935,61 161,03
55–59 jaar 2.072,70 157,25
60–64 jaar 2.217,71 165,24
65–69 jaar 2.650,31 158,36
70–74 jaar 2.893,82 177,38
75–79 jaar 3.155,51 289,91
80–84 jaar 3.311,10 594,88
85–89 jaar 3.307,51 1.082,45
90+ jaar 3.261,44 1.992,52
Variabele zorgkosten Kosten van verpleging en verzorging
--- --- ---
Geen FKG –243,41 –13,06
Glaucoom 145,59 9,45
Schildklieraandoeningen 38,94 1,34
Psychose, Alzheimer en verslaving –73,83 –3,10
Depressie 91,26 41,60
Chronische pijn exclusief opioïden 768,13 35,79
Neuropathische pijn complex 1.424,47 64,76
Hoog cholesterol 100,22 –26,36
Diabetes type II zonder hypertensie 458,09 40,11
COPD/Zware astma 1813,57 144,37
Astma 493,29 33,39
Diabetes type II met hypertensie 829,40 45,45
Epilepsie 829,83 –16,46
Ziekte van Crohn/Colitis Ulcerosa 1.073,39 26,72
Hartaandoeningen 1.546,32 238,30
Auto-immuunziekten o.b.v. add-on 1.3313,88 –29,43
Reuma 941,03 4,88
Parkinson 1.713,51 569,87
Diabetes type I 1.476,76 139,94
Transplantaties 822,65 –249,60
Cystic fibrosis/pancreasenzymen 4.220,41 –27,13
Aandoeningen hersenen/ruggenmerg: multiple sclerose 1.253,75 –874,98
Aandoeningen hersenen/ruggenmerg: overig 243,55 455,68
Kanker 1.637,50 –84,66
Hormoongevoelige tumoren 824,49 205,31
HIV/AIDS 3.234,08 –529,73
Nieraandoeningen 6.761,02 0,52
Psoriasis 368,79 23,50
Pulmonale arteriële hypertensie 20.145,95 –928,30
Kanker o.b.v. add-on 9.456,26 110,22
Groeistoornissen o.b.v. add-on 1.301,44 –591,09
Variabele zorgkosten Kosten van verpleging en verzorging
--- --- ---
0 –269,63 –9,85
1 737,68 –44,05
2 505,52 –9,32
3 1.145,54 –37,35
4 2.006,88 16,84
5 1.860,77 169,98
6 2.850,10 39,36
7 4.482,91 464,95
8 4.815,12 488,05
9 9.631,69 698,99
10 9.158,01 775,30
11 1.3958,91 1.972,57
12 2.1931,43 840,49
13 25.383,53 7.642,20
14 48.705,94 –602,14
15 68.359,10 –1.018,47
Variabele zorgkosten Kosten van verpleging en verzorging
--- --- ---
Geen HKG –15,72 –3,84
Insuline infuuspompen 1.019,19 –83,93
Katheters/urine-opvangzakken 1.230,11 479,86
Stoma’s 2.063,83 194,25
Tracheo-stoma’s 5.995,54 4.460,16
Variabele zorgkosten Kosten van verpleging en verzorging
--- --- --- ---
0–17 jaar 0,00 0,00
65+ jaar 0,00 0,00
Duurzaam en volledig 18–34 jaar 1.929,88 –146,57
arbeidsongeschikten 35–44 jaar 1.829,30 –209,63
(IVA) 45–54 jaar 1.612,86 –27,07
55–64 jaar 942,72 –32,77
Arbeidsongeschikten 18–34 jaar 474,55 –286,90
excl. IVA 35–44 jaar 682,65 -119,96
45–54 jaar 634,29 97,27
55–64 jaar 503,58 –68,47
Bijstandsgerechtigden 18–34 jaar 260,66 –5,51
35–44 jaar 281,31 –19,52
45–54 jaar 363,72 –23,66
55–64 jaar 235,80 –9,54
Studenten 18–34 jaar –233,77 16,45
Zelfstandigen 18–34 jaar –111,83 8,09
35–44 jaar –173,90 3,23
45–54 jaar –253,91 5,08
55–64 jaar –324,14 3,83
Hoogopgeleiden 18–34 jaar –37,38 13,27
Referentiegroep 18–34 jaar 30,46 13,98
35–44 jaar –43,91 8,60
45–54 jaar –61,93 9,69
55–64 jaar –84,63 11,85
Variabele zorgkosten Kosten van verpleging en verzorging
--- --- ---
1 65,99 –0,77
2 51,69 –2,21
3 16,41 –1,54
4 15,00 –1,50
5 –1,24 –1,65
6 –6,05 1,12
7 –19,05 0,01
8 –24,33 1,43
9 –45,24 2,51
10 –49,86 2,45
Variabele zorgkosten
--- --- --- ---
SES 0 (> 15 bewoners) 0–17 jaar 242,23
Blijvend 18–64 jaar –135,56
65+ jaar –1.197,03
Instromend 18–64 jaar 792,30
65+ jaar 2.850,92
SES 1 (zeer laag) 0–17 jaar 83,33
18–64 jaar 29,92
65+ jaar 274,89
SES 2 (laag) 0–17 jaar 33,64
18–64 jaar 28,18
65+ jaar 89,59
SES 3 (midden) 0–17 jaar –14,99
18–64 jaar 14,51
65+ jaar –43,71
SES 4 (hoog) 0–17 jaar –65,07
18–64 jaar –56,11
65+ jaar –169,71
Variabele zorgkosten Kosten van verpleging en verzorging
--- --- ---
Geen MHK –251,36 –13,63
MHK 2 voorafgaande jaren hoge kosten in de top 10 procent 2.276,95 85,61
MHK 3 jaar hoge kosten in top 15 procent 2.144,02 66,01
MHK 3 jaar hoge kosten in top 10 procent 3.478,96 156,82
MHK 3 jaar hoge kosten in top 7 procent 5.484,18 290,32
MHK 3 jaar hoge kosten in top 4 procent 9.332,55 596,86
MHK 3 jaar hoge kosten in top 1,5 procent 26.132,79 2.469,97
Variabele zorgkosten Kosten van verpleging en verzorging
--- --- ---
Geen FGG –10,91 1,34
FGG 20 jaar en ouder en kosten in top 2,0 procent 536,05 –65,94
Variabele zorgkosten Kosten van verpleging en verzorging
--- --- ---
Geen VGG –29,29 –137,99
VGG kosten in top 2,5 procent 1.109,19 1.333,92
VGG kosten in top 1,5 procent 1.415,00 5.527,42
VGG kosten in top 0,5 procent 1.337,64 11.225,84
VGG kosten in top 0,25 procent 1.923,73 24.619,71
Variabele zorgkosten Kosten van verpleging en verzorging
--- --- ---
Geen GGG 1,21 –2,59
GGG kosten in top 0,275 procent –515,30 1.098,49
Variabele zorgkosten Kosten van verpleging en verzorging
--- --- --- ---
Geen morbiditeit 65– jaar –54,59 8,44
65+ jaar –198,18 –26,77
Wel morbiditeit 65– jaar 243,25 –37,63
65+ jaar 111,21 15,02

Bijlage 2. behorende bij artikel 6 en artikel 11, tweede lid

De bijlage betreft de kosten van zorg behorende tot de clusters ‘kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg’ en ‘kosten van langdurige geestelijke gezondheidszorg’.

De in deze bijlage genoemde vereveningscriteria zijn van toepassing voor verzekerden van achttien jaar en ouder; de klassen en gewichten zijn bedoeld voor de ex ante berekening van het normatieve bedrag ten behoeve van een zorgverzekeraar (artikel 6) en vormen de basis voor de herberekening van de gewichten ten behoeve van de ex post berekening van het normatieve bedrag ten behoeve van een zorgverzekeraar (artikel 11, tweede lid).

Kosten van geneeskundige GGZ Kosten van langdurige GGZ
Mannen 18–24 jaar 357,12 17,65
25–29 jaar 315,88 17,65
30–34 jaar 314,48 17,65
35–39 jaar 304,58 17,65
40–44 jaar 266,19 17,65
45–49 jaar 257,09 17,65
50–54 jaar 245,19 17,65
55–59 jaar 240,05 17,65
60–64 jaar 233,23 17,65
65–69 jaar 217,45 14,29
70–74 jaar 223,48 14,29
75–79 jaar 223,75 14,29
80–84 jaar 228,16 14,29
85–89 jaar 212,76 14,29
90+ jaar 212,76 14,29
Vrouwen 18–24 jaar 398,77 17,65
25–29 jaar 318,69 17,65
30–34 jaar 314,48 17,65
35–39 jaar 267,98 17,65
40–44 jaar 265,65 17,65
45–49 jaar 246,06 17,65
50–54 jaar 245,19 17,65
55–59 jaar 233,23 17,65
60–64 jaar 233,23 17,65
65–69 jaar 212,76 14,29
70–74 jaar 218,86 14,29
75–79 jaar 212,76 14,29
80–84 jaar 212,76 14,29
85–89 jaar 212,76 14,29
90+ jaar 212,76 14,29
Kosten van geneeskundige GGZ Kosten van langdurige GGZ
--- --- ---
Geen FKG psychische aandoeningen –31,72 0,00
FKG psychose 1.988,67 0,00
FKG psychose depot 5.107,31 0,00
FKG chronische stemmingsstoornissen 311,35 0,00
FKG verslaving 1.237,57 0,00
FKG bipolair regulier 858,27 0,00
FKG bipolair complex 1.677,65 0,00
FKG ADHD 267,67 0,00
Kosten van geneeskundige GGZ Kosten van langdurige GGZ
--- --- ---
0 –71,89 –1,01
1 1.331,69 –1,01
2 5.092,13 –1,01
3 9.943,11 963,59
4 16.071,31 24,98
5 23.091,72 –1,01
Kosten van geneeskundige GGZ Kosten van langdurige GGZ
--- --- --- ---
65+ jaar 0,00 0,00
Duurzaam en volledig 18–34 jaar 593,80 0,00
arbeidsongeschikten 35–44 jaar 109,68 0,00
(IVA) 45–54 jaar –17,81 0,00
55–64 jaar –5,86 0,00
Arbeidsongeschikten 18–34 jaar 660,90 0,00
excl IVA 35–44 jaar 330,12 0,00
45–54 jaar 116,98 0,00
55–64 jaar 26,26 0,00
Bijstandsgerechtigden 18–34 jaar 397,98 0,00
35–44 jaar 275,60 0,00
45–54 jaar 143,34 0,00
55–64 jaar 35,08 0,00
Studenten 18–34 jaar –87,10 0,00
Zelfstandigen 18–34 jaar –87,10 0,00
35–44 jaar –38,27 0,00
45–54 jaar –17,81 0,00
55–64 jaar –5,86 0,00
Hoogopgeleiden 18–34 jaar –87,10 0,00
Referentiegroep 18–34 jaar –20,52 0,00
35–44 jaar –33,07 0,00
45–54 jaar –17,81 0,00
55–64 jaar –5,86 0,00
Kosten van geneeskundige GGZ Kosten van langdurige GGZ
--- --- ---
1 53,22 0,00
2 7,31 0,00
3 1,86 0,00
4 –8,96 0,00
5 –8,96 0,00
6 –8,96 0,00
7 –8,96 0,00
8 –8,96 0,00
9 –8,96 0,00
10 –8,96 0,00
Kosten van geneeskundige GGZ
--- --- --- ---
SES 0 (> 15 bewoners) Blijvend 18–64 jaar 756,77
65+ jaar –3,85
Instromend 18–64 jaar 4.002,40
65+ jaar 490,96
SES 1 (zeer laag) 18–64 jaar 25,97
65+ jaar –3,85
SES 2 (laag) 18–64 jaar –18,46
65+ jaar 1,16
SES 3 (midden) 18–64 jaar –18,46
65+ jaar –3,85
SES 4 (hoog) 18–64 jaar –18,46
65+ jaar –3,85
Kosten van geneeskundige GGZ Kosten van langdurige GGZ
--- --- ---
Niet –14,44 0,00
Wel 67,96 0,00
Kosten van geneeskundige GGZ Kosten van langdurige GGZ
--- --- ---
GGZ-MHK 3 jaar geen kosten –81,90 –0,63
GGZ-MHK in 3 jaar ten minste 1x kosten 507,18 –0,63
GGZ-MHK 3 jaar hoge kosten in top 12,5 promille 2.549,60 –0,63
GGZ-MHK 3 jaar hoge kosten in top 5 promille 8.111,07 784,87
Kosten van langdurige GGZ
--- --- ---
Geen IGG –11,71
IGG Gebruik intramurale gGGZ > 252 zorgdagen 22.017,08
IGG Gebruik intramurale lGGZ 75.247,50

Bijlage 3. behorende bij artikel 9, tweede lid

De bijlage betreft het eigen risico.

De in deze bijlage genoemde klassen en gewichten zijn bedoeld voor de berekening van de specifiek voor de zorgverzekeraar geraamde opbrengst van het verplicht eigen risico (artikel 9, tweede lid) en vormen de basis voor de herberekening van de geraamde opbrengst van het verplicht eigen risico ten behoeve van de vaststelling van de vereveningsbijdrage van een zorgverzekeraar (artikel 17, tweede lid).

Eigen betaling ten gevolge van verplicht eigen risico
Mannen 18–24 jaar 127,63
25–29 jaar 122,03
30–34 jaar 124,48
35–39 jaar 132,16
40–44 jaar 138,75
45–49 jaar 148,77
50–54 jaar 160,64
55–59 jaar 186,28
60–64 jaar 205,96
65–69 jaar 227,01
70–74 jaar 252,93
75–79 jaar 277,09
80–84 jaar 293,37
85–89 jaar 300,37
90+ jaar 301,73
Vrouwen 18–24 jaar 189,89
25–29 jaar 196,94
30–34 jaar 202,69
35–39 jaar 194,31
40–44 jaar 187,21
45–49 jaar 192,05
50–54 jaar 203,54
55–59 jaar 215,26
60–64 jaar 225,47
65–69 jaar 242,28
70–74 jaar 265,87
75–79 jaar 286,59
80–84 jaar 296,95
85–89 jaar 295,93
90+ jaar 284,18
Eigen betaling ten gevolge van verplicht eigen risico
--- --- ---
65+ jaar 0,00
Duurzaam en volledig 18–34 jaar 119,02
arbeidsongeschikten 35–44 jaar 117,76
(IVA) 45–54 jaar 105,24
55–64 jaar 71,94
Arbeidsongeschikten 18–34 jaar 77,05
excl. IVA 35–44 jaar 85,53
45–54 jaar 72,96
55–64 jaar 47,30
Bijstandsgerechtigden 18–34 jaar 56,01
35–44 jaar 56,90
45–54 jaar 49,42
55–64 jaar 20,57
Studenten 18–34 jaar –16,84
Zelfstandigen 18–34 jaar –7,02
35–44 jaar –10,78
45–54 jaar –14,35
55–64 jaar –17,14
Hoogopgeleiden 18–34 jaar –13,28
Referentiegroep 18–34 jaar 1,48
35–44 jaar –4,96
45–54 jaar –4,63
55–64 jaar –4,18
Eigen betaling ten gevolge van verplicht eigen risico
--- ---
1 9,83
2 5,93
3 3,98
4 3,09
5 1,00
6 –0,31
7 –2,02
8 –3,57
9 –6,21
10 -9,85

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst