Regeling van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 9 december 2015, 2015-0000304113, tot vaststelling van de specifieke gevallen waarin voor een kind met een ziekte of handicap kan worden afgeweken van de termijn, genoemd in artikel 5, tweede lid, van de Wet kinderbijslagvoorziening BES alsmede tot vaststelling van controlevoorschriften (Regeling kinderbijslagvoorziening BES)

Type Ministeriele Regeling Bes
Publication 2016-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op de artikelen 5, derde lid, en 15, eerste lid, van de Wet kinderbijslagvoorziening BES;

Besluit:

Hoofdstuk 1. Algemene bepaling

Artikel 1. Algemene begrippen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Hoofdstuk 2. Termijn ingezetenschap

Artikel 2. Afwijken termijn ingezetenschap

De minister kan van de termijn van vijf jaar, genoemd in artikel 5, tweede lid, van de wet afwijken, indien het kind:

Hoofdstuk 3. Controlevoorschriften

Artikel 3. Aanvraag
1.

Degene die in aanmerking wenst te komen voor kinderbijslag BES dient het aanvraagformulier, bedoeld in artikel 11, tweede lid, van de wet ondertekend en gedateerd in.

2.

Het aanvraagformulier wordt ingediend bij het kantoor van de minister op het openbaar lichaam waar degene die in aanmerking wenst te komen voor kinderbijslag BES woonachtig is.

Artikel 4. Adreswijziging

De persoon, bedoeld in artikel 15, tweede lid, van de wet stelt de minister onverwijld in kennis van een wijziging in zijn adres of het adres van het kind.

Artikel 5. Verstrekken informatie
1.

Op verzoek van de minister verstrekt de persoon, bedoeld in artikel 15, tweede lid, van de wet binnen een door de minister vastgestelde redelijke termijn en met gebruikmaking van een door de minister ter beschikking gesteld formulier informatie welke van belang kan zijn voor het recht op kinderbijslag BES of het geldend maken van het recht op kinderbijslag BES. De persoon, bedoeld in artikel 15, tweede lid, van de wet overlegt daarbij op verzoek van de minister binnen de door de minister vastgestelde redelijke termijn tevens relevante bewijsstukken.

2.

De persoon, bedoeld in artikel 15, tweede lid, van de wet maakt voor het melden van wijzigingen gebruik van een door de minister ter beschikking gesteld wijzigingsformulier.

Artikel 6. Inzage verstrekken
1.

Op verzoek van de minister geeft de persoon, bedoeld in artikel 15, tweede lid, van de wet op een door de minister vastgesteld tijdstip aan de minister documenten en andere informatiedragers ter inzage.

2.

Op verzoek van de minister toont de persoon, bedoeld in artikel 15, tweede lid, van de wet terstond een geldig identiteitsdocument als bedoeld in artikel 2 van de Wet identificatieplicht BES van zichzelf of het kind aan de minister.

Artikel 7. Verschijnen kantoor

De persoon, bedoeld in artikel 15, tweede lid, van de wet verschijnt na een oproep op het kantoor van de minister op het openbaar lichaam waar de persoon woonachtig is.

Artikel 8. Controle

De persoon, bedoeld in artikel 15, tweede lid, van de wet maakt controle mogelijk door de functionarissen, bedoeld in artikel 26, eerste lid, van de wet.

Artikel 9. Schoolverklaring

Indien het kind geen ingezetene is om onderwijsredenen als bedoeld in artikel 5, tweede lid, van de wet overlegt de persoon, bedoeld in artikel 15, tweede lid, van de wet op verzoek van de minister binnen een door de minister vastgestelde redelijke termijn een door de onderwijsinstelling ingevulde en ondertekende schoolverklaring, waarbij hij gebruik maakt van een door de minister ter beschikking gesteld formulier.

Artikel 10. Verklaring bij ziekte of handicap

Indien het kind geen ingezetene is in verband met een ziekte of handicap als bedoeld in artikel 5, tweede lid, van de wet overlegt de persoon, bedoeld in artikel 15, tweede lid, van de wet op verzoek van de minister binnen een door de minister vastgestelde redelijke termijn een ingevulde en ondertekende verklaring van een buiten het grondgebied van de openbare lichamen gevestigde persoon of rechtspersoon die in het land van vestiging aan het kind zorg verleent in het kader van het in dat land bestaande sociale zekerheidsstelsel, dan wel bij gebreke daarvan overeenkomstig de wetgeving van dat land rechtmatig aan het kind zorg verleent als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Besluit zorgverzekering BES, waaruit blijkt dat het kind geen ingezetene is in verband met een ziekte of handicap als bedoeld in artikel 5, tweede lid, van de wet, waarbij hij gebruik maakt van een door de minister ter beschikking gesteld formulier.

Hoofdstuk 4. Slotbepalingen

Artikel 11. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2016.

Artikel 12. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling kinderbijslagvoorziening BES.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.