← Geldende tekst · Geschiedenis

Regeling van de Minister van Infrastructuur en Milieu, van 18 december 2015, nr. IENM/BSK-2015/246341, houdende regels voor het kunnen aanwijzen en aanmelden van keuringsinstanties voor pleziervaartuigen (Regeling aanwijzen en aanmelden keuringsinstanties Wet pleziervaartuigen)

Geldende tekst a fecha 2015-12-25

Gelet op artikel 8, tweede lid, van de Wet pleziervaartuigen;

Besluit:

§ 1. Begripsbepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

§ 2. Aanvragen aanwijzing keuringsinstantie

Artikel 2
1.

Een aanvraag om te worden aangewezen als keuringsinstantie op grond van artikel 8, eerste lid, van de Wet pleziervaartuigen, vermeldt:

2.

Aanwijzing kan uitsluitend geschieden voor een bepaalde module als geheel.

3.

Een wijziging van de artikelen 20 tot en met 24 van de richtlijn gaat voor de toepassing van deze regeling gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijziging uitvoering moet zijn gegeven.

Artikel 3
1.

Een aanvraag gaat vergezeld van de volgende gegevens en bescheiden:

§ 3. Beoordelingscriteria

Artikel 4
1.

Een aan te wijzen keuringsinstantie is naar Nederlands recht opgericht en in Nederland gevestigd of als in Nederland gevestigde nevenvestiging van een buitenlands bedrijf ingeschreven in het handelsregister.

2.

De aan te wijzen keuringsinstantie is verplicht een verzekering tegen wettelijke aansprakelijkheid te hebben waarvan de verzekerde som ten minste € 2.268.901 per gebeurtenis bedraagt.

Artikel 5
1.

Een aan te wijzen keuringsinstantie voldoet aan de criteria die zijn opgenomen in artikel 30 van de richtlijn.

2.

Een wijziging van artikel 30 van de richtlijn gaat voor de toepassing van deze regeling gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijziging uitvoering moet zijn gegeven.

Artikel 6

Een aan te wijzen keuringsinstantie wordt vermoed te voldoen aan artikel 5 indien zij voor de taken waarvoor aanwijzing wordt gevraagd is geaccrediteerd door de RvA.

Artikel 7

Indien een keuringsinstantie aantoont dat zij voldoet aan de desbetreffende geharmoniseerde normen of delen ervan, waarvan de referenties in het Publicatieblad van de Europese Unie zijn bekendgemaakt, geldt als veronderstelling dat zij voldoet aan de in deze regeling gestelde criteria voor de beoordeling voor zover de toepasselijke geharmoniseerde normen met die criteria overeenkomen.

Artikel 8
1.

Indien een keuringsinstantie, met instemming van de klant, taken in verband met de keuring uitbesteedt of door een dochteronderneming laat uitvoeren, waarborgt zij dat de onderaannemer of dochteronderneming aan de eisen van artikel 30 van de richtlijn voldoet en stelt zij de Minister hiervan in kennis.

2.

De keuringsinstantie is volledig verantwoordelijk voor de taken die door de onderaannemer of dochteronderneming worden uitgevoerd.

3.

De keuringsinstantie houdt alle relevante documenten over de beoordeling van de kwalificaties van de onderaannemer of de dochteronderneming en over de door hen uit hoofde van artikel 19 tot en met 24 uitgevoerde werkzaamheden ter beschikking van de Minister.

§ 4. Keuringen

Artikel 9
1.

Een aangemelde keuringsinstantie voert keuringen uit volgens de keuringsprocedures, bedoeld in de artikelen 19 tot en met 24 van de richtlijn.

2.

De keuringen worden op evenredige wijze uitgevoerd, waarbij wordt voorkomen dat de fabrikant, de gemachtigde, de importeur, de distributeur of de particuliere importeur onnodig worden belast.

3.

Indien een aangemelde keuringsinstantie vaststelt dat een fabrikant of een particuliere importeur niet heeft voldaan aan de eisen van artikel 3, eerste lid, van de wet, bijlage I van de richtlijn of dienovereenkomstige geharmoniseerde normen, verlangt zij van die fabrikant of particuliere importeur dat hij passende corrigerende maatregelen neemt en verleent zij geen certificaat te bewijze van conformiteit aan die eisen.

4.

Indien een aangemelde keuringsinstantie na verlening van een certificaat vaststelt dat een product niet meer conform is, verlangt zij van de fabrikant of particuliere importeur dat hij passende corrigerende maatregelen neemt. Zo nodig schort zij het certificaat op of trekt zij dit in.

5.

Indien de fabrikant of particuliere importeur geen corrigerende maatregelen neemt of de genomen maatregelen niet het vereiste effect hebben, worden de certificaten door de aangemelde keuringsinstantie naargelang het geval beperkt, opgeschort of ingetrokken.

Artikel 10
1.

Een aangemelde keuringsinstantie stelt de Minister in kennis van:

2.

Een aangemelde keuringsinstantie brengt desgevraagd de Minister op de hoogte van de binnen de werkingssfeer van haar aanmelding verrichte keuringsactiviteiten en andere activiteiten, waaronder grensoverschrijdende activiteiten en uitbesteding.

3.

Een aangemelde keuringsinstantie verstrekt de andere uit hoofde van de richtlijn aangemelde keuringsinstanties die soortgelijke keuringsactiviteiten voor dezelfde producten verrichten relevante informatie over negatieve keuringsresultaten en op verzoek ook over positieve keuringsresultaten.

§ 5. Toezicht

Artikel 11

De keuringsinstantie stelt de Minister onverwijld in kennis van:

Artikel 12

Een keuringsinstantie verstrekt de Minister jaarlijks voor 1 maart een schriftelijke rapportage over de in het voorgaande kalenderjaar door haar uitgevoerde keuringen en procedures van overeenstemmingsbeoordeling in het kader van de Wet pleziervaartuigen.

§ 6. Kosten

Artikel 13

Een door de RvA onderzochte aanvrager, dan wel een door de RvA onderzochte keuringsinstantie, vergoedt de RvA de in rekening gebrachte kosten.

§ 6. Slotbepalingen

Artikel 14

De Regeling keuringsinstanties Wet pleziervaartuigen wordt ingetrokken.

Artikel 15

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 16

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling aanwijzen en aanmelden keuringsinstanties Wet pleziervaartuigen.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.