Besluit van 23 december 2015, houdende identificatie- en rapportagevoorschriften voor rapporterende financiële instellingen met het oog op de automatische uitwisseling van inlichtingen op basis van de Common Reporting Standard (Uitvoeringsbesluit identificatie- en rapportagevoorschriften Common Reporting Standard)

Type AMvB
Publication 2025-12-12
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Financiën van 24 november 2015, nr. DB/2015/408 U;

Gelet op de artikelen 10a, 10b en 10c van de Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen en artikel 8.133a van de Belastingwet BES;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 2 december 2015, nr. W06.15.0416/III);

Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Financiën van 18 december 2015, nr. DB/2015/450;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. Reikwijdte

Dit besluit en de daarop berustende bepalingen geeft uitvoering aan de artikelen 10a, 10b en 10c van de Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen.

Artikel 2. Definities
1.

Dit besluit verstaat onder:

2.

Voor de toepassing van dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt, waar direct of indirect wordt verwezen naar de bepalingen in bijlage I, deel III, onderdeel B, onder 2, 4 en 6, en onderdeel C, onder 5, 8 en 9, deel IV, onderdeel B, deel V, onderdeel D, onder 1, of deel VI, onder 1, onderdeel b, van Richtlijn 2011/16/EU, in de desbetreffende bepalingen onder lidstaat mede verstaan andere deelnemende rechtsgebieden dan de lidstaten. Artikel 2a, vijfde lid, van de wet is hierbij van overeenkomstige toepassing.

3.

Voor de toepassing van dit besluit en de daarop berustende bepalingen hebben, waar direct of indirect wordt verwezen naar de bepalingen in de bijlagen I en II van Richtlijn 2011/16/EU, in de desbetreffende bepalingen de begrippen te rapporteren persoon, te rapporteren rekening en passieve NFE de betekenis die deze hebben volgens artikel 2a van de wet.

Artikel 3. Eigen verklaring
1.

Voor de toepassing van dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt onder een eigen verklaring verstaan een gedagtekende en ondertekende verklaring van een rekeninghouder of van een uiteindelijk belanghebbende van een passieve NFE met daarin opgenomen ten minste de volgende gegevens ten aanzien van de rekeninghouder of de uiteindelijk belanghebbende:

2.

In afwijking van het eerste lid bevat een eigen verklaring niet het fiscale identificatienummer van de rekeninghouder of de uiteindelijk belanghebbende van een passieve NFE indien de fiscale woonstaat van die rekeninghouder, onderscheidenlijk van die uiteindelijk belanghebbende, hem geen fiscaal identificatienummer heeft verstrekt. De vermelding van het fiscale identificatienummer in een eigen verklaring kan verder achterwege blijven in de gevallen waarvoor Onze Minister dit heeft bepaald.

3.

Het eerste en tweede lid zijn ook van toepassing indien op basis van in dit besluit opgenomen verwijzingen naar de bijlagen I en II van Richtlijn 2011/16/EU een eigen verklaring wordt voorgeschreven.

Hoofdstuk 2. Identificatie- en rapportagevoorschriften

Artikel 4. Bestaande rekening van een natuurlijk persoon
1.

Een rapporterende financiële instelling volgt met betrekking tot lagewaarderekeningen, met inachtneming van bijlage II, onder 1, van Richtlijn 2011/16/EU, de procedures die zijn opgenomen in bijlage I, deel III, onderdeel B, van Richtlijn 2011/16/EU om vast te stellen of sprake is van te rapporteren rekeningen.

2.

Een rapporterende financiële instelling volgt met betrekking tot hogewaarderekeningen, met inachtneming van bijlage II, onder 1, van Richtlijn 2011/16/EU, de procedures die zijn opgenomen in bijlage I, deel III, onderdeel C, onder 1 tot en met 5 en onder 7 tot en met 9, van Richtlijn 2011/16/EU om vast te stellen of sprake is van te rapporteren rekeningen.

3.

Een rapporterende financiële instelling volgt met betrekking tot een bestaande rekening die op 31 december 2015 niet een hogewaarderekening is maar die dat wel is op de laatste dag van een volgend kalenderjaar, uiterlijk op 31 december van het kalenderjaar volgend op het jaar waarin de bestaande rekening een hogewaarderekening wordt de procedures die zijn opgenomen in bijlage I, deel III, onderdeel C, onder 1 tot en met 5 en onder 7 tot en met 9, van Richtlijn 2011/16/EU om vast te stellen of sprake is van een te rapporteren rekening.

4.

Een rapporterende financiële instelling die op basis van een wijziging van omstandigheden weet of redenen heeft om te weten dat de fiscale woonstaat van de rekeninghouder is of kan zijn gewijzigd, verkrijgt, in afwijking in zoverre van het eerste en tweede lid, een actuele eigen verklaring van de rekeninghouder dan wel, in het geval eerder een eigen verklaring is verkregen, een redelijke uitleg en, waar nodig, aanvullende bewijsstukken indien deze de juistheid van de laatst verkregen eigen verklaring bevestigen.

5.

Een rapporterende financiële instelling mag nadat zij op basis van een wijziging van omstandigheden weet of redenen heeft om te weten dat de fiscale woonstaat van de rekeninghouder is of kan zijn gewijzigd, nog gedurende 90 dagen uitgaan van de fiscale woonstaat van de rekeninghouder zoals die is vastgesteld vóór de wijziging van omstandigheden.

Artikel 5. Nieuwe rekening van een natuurlijk persoon
1.

Een rapporterende financiële instelling verkrijgt, met inachtneming van bijlage I, deel IV, onderdeel A, van Richtlijn 2011/16/EU, bij het openen van een nieuwe rekening door een natuurlijk persoon een eigen verklaring van de rekeninghouder.

2.

Indien uit de eigen verklaring, bedoeld in het eerste lid, blijkt dat de rekeninghouder een te rapporteren persoon is, wordt de rekening aangemerkt als een te rapporteren rekening.

3.

Een rapporterende financiële instelling die op basis van een wijziging van omstandigheden weet of redenen heeft om te weten dat de laatst verkregen eigen verklaring van de rekeninghouder onjuist of onbetrouwbaar is, verkrijgt een actuele eigen verklaring van de rekeninghouder voor het vaststellen van diens fiscale woonstaat dan wel een redelijke uitleg en, waar nodig, aanvullende bewijsstukken die de juistheid van de laatst verkregen eigen verklaring bevestigen.

4.

Een rapporterende financiële instelling mag nadat zij op basis van een wijziging van omstandigheden weet of redenen heeft om te weten dat de laatst verkregen eigen verklaring van de rekeninghouder onjuist of onbetrouwbaar is, nog gedurende 90 dagen, doch uiterlijk tot de dag waarop een actuele eigen verklaring wordt verkregen, uitgaan van de fiscale woonstaat van de rekeninghouder zoals die is vermeld op de laatst verkregen eigen verklaring. Indien een rapporterende financiële instelling binnen de termijn van 90 dagen, bedoeld in de eerste volzin, geen actuele eigen verklaring of een redelijke uitleg en, waar nodig, aanvullende bewijsstukken als bedoeld in het derde lid heeft verkregen, merkt de rapporterende financiële instelling de rekeninghouder tot het moment waarop alsnog een dergelijke eigen verklaring of redelijke uitleg wordt verkregen aan als fiscaal inwoner van het rechtsgebied dat is vermeld op de laatst verkregen eigen verklaring, bedoeld in het derde lid, alsmede van het rechtsgebied waarin de rekeninghouder als gevolg van de wijziging van omstandigheden fiscaal woonachtig zou kunnen zijn.

5.

Indien een rapporterende financiële instelling met betrekking tot een nieuwe rekening als gevolg van bijzondere omstandigheden niet tijdig een eigen verklaring kan verkrijgen om voor de rapportageperiode waarin die rekening is geopend aan haar verplichtingen op grond van het eerste tot en met vierde lid en de artikelen 10b tot en met 10f van de wet te voldoen, volgt zij met betrekking tot die rekening de procedures die zijn opgenomen in bijlage I, deel III, van Richtlijn 2011/16/EU totdat zij die eigen verklaring heeft verkregen en de juistheid daarvan heeft bevestigd.

Artikel 6. Bestaande entiteitsrekening
1.

Een rapporterende financiële instelling volgt met betrekking tot bestaande entiteitsrekeningen de procedures die zijn opgenomen in bijlage I, deel V, onderdeel D, van Richtlijn 2011/16/EU om, met inachtneming van bijlage I, deel VII, onderdeel C, onder 2, van die richtlijn, vast te stellen of sprake is van te rapporteren rekeningen. Indien een rapporterende financiële instelling bij de toepassing van de procedure, bedoeld in bijlage I, deel V, onderdeel D, onder 2, onderdeel a, van Richtlijn 2011/16/EU, de status van de rekeninghouder als actieve NFE, passieve NFE of financiële instelling niet kan vaststellen, merkt deze de rekeninghouder aan als passieve NFE. Indien een rapporterende financiële instelling bij de toepassing van de procedure, bedoeld in bijlage I, deel V, onderdeel D, onder 2, onderdeel c, onder ii, van Richtlijn 2011/16/EU, geen eigen verklaring van de rekeninghouder of de uiteindelijk belanghebbende verkrijgt, past deze de procedure, bedoeld in bijlage I, deel III, onderdeel B, onder 2, van Richtlijn 2011/16/EU, toe om vast te stellen of de uiteindelijk belanghebbende een te rapporteren persoon is.

2.

Een rapporterende financiële instelling kan er, in afwijking van het eerste lid, voor kiezen om, hetzij voor alle bestaande entiteitsrekeningen tezamen hetzij voor elke duidelijk omschreven groep van bestaande entiteitsrekeningen afzonderlijk, de procedures, bedoeld in het eerste lid, niet toe te passen op bestaande entiteitsrekeningen met een, met inachtneming van bijlage I, deel VII, onderdeel C, onder 2, van Richtlijn 2011/16/EU, totaal saldo of een totale waarde op 31 december 2015 van niet meer dan een in euro’s uitgedrukt bedrag dat overeenstemt met USD 250.000. Indien het totale saldo of de totale waarde van een bestaande entiteitsrekening waarop de procedures, bedoeld in het eerste lid, op basis van de eerste volzin niet zijn toegepast, op 31 december van een volgend kalenderjaar, met inachtneming van bijlage I, deel VII, onderdeel C, onder 2, van Richtlijn 2011/16/EU, hoger is dan een in euro’s uitgedrukt bedrag dat overeenstemt met USD 250.000, volgt een rapporterende financiële instelling uiterlijk op 31 december van het kalenderjaar volgend op het jaar waarin het totale saldo of de totale waarde van die rekening hoger is dan een in euro’s uitgedrukt bedrag dat overeenstemt met USD 250.000, met betrekking tot die rekening de procedures, bedoeld in het eerste lid, om vast te stellen of sprake is van een te rapporteren rekening.

3.

Een rapporterende financiële instelling die op basis van een wijziging van omstandigheden weet of redenen heeft om te weten dat de laatst verkregen eigen verklaring van een rekeninghouder of van een uiteindelijk belanghebbende dan wel andere documentatie die is gebruikt voor het vaststellen of een rekening een te rapporteren rekening is, onjuist of onbetrouwbaar is, volgt opnieuw de procedures die zijn opgenomen in bijlage I, deel V, onderdeel D, van Richtlijn 2011/16/EU om vast te stellen of sprake is van een te rapporteren rekening, met dien verstande dat:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.