Raamwerk Nascholingscursussen Code 95 en ADR/ADN, Stichting Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen

Type ZBO-regeling
Publication 2016-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Hoofdstuk 1. : Toelichting op het raamwerk

Het onderhavige raamwerk is een document als bedoeld in artikel 156s Reglement rijbewijzen. In het raamwerk staan de eisen die worden gesteld aan de certificering van nascholingscursussen en de erkenning van opleidingsinstituten (artikel 156x Reglement rijbewijzen en Hoofdstuk III Regeling vakbekwaamheid bestuurders 2012). Dit raamwerk is van overeenkomstige toepassing op de erkenning als ADR opleidingsinstituut in het kader van de wet vervoer gevaarlijke stoffen, gelet op de Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen, Bijlage 3. Het raamwerk is ook van overeenkomstige toepassing op het toezicht op de ADN herhalingstoetsen.

Dit raamwerk beschrijft hoe de divisie CCV van het CBR (hierna: CCV) toezicht houdt op de naleving van de nascholingseisen en erkenning van opleidingsinstituten en welke bezwaar- en beroepsmogelijkheden er zijn tegen opgelegde maatregelen.

Wijzigingen in het raamwerk worden door CCV vastgesteld en actief gecommuniceerd. Het raamwerk wordt jaarlijks op twee vaste momenten gepubliceerd, namelijk begin januari en begin juli. Uiterlijk zes maanden na iedere publicatie dienen de voor het opleidingsinstituut relevante wijzigingen doorgevoerd te zijn.

In dit raamwerk wordt ingegaan op de positie van CCV, de aanvraagprocedure voor erkenning en certificering, de erkennings- en certificeringseisen, de geldigheidsduur, de wijze waarop het toezicht uitgeoefend wordt en hoe beroep en bezwaar geregeld is en de minimumeisen die gelden voor de verschillende nascholingscursussen.

Hoofdstuk 2. : Positie van de divisie CCV

CCV is aangewezen als exameninstituut dat besluit tot erkenning van opleidingsinstituten voor het uitvoeren van nascholingscursussen en tot certificering van nascholingscursussen. Daarnaast houdt CCV toezicht op de naleving van de eisen die hieraan worden gesteld. Dit gebeurt op basis van de Wegenverkeerswet 1994, het Reglement rijbewijzen en de Regeling vakbekwaamheid bestuurders 2012 en de Wet vervoer gevaarlijke stoffen, gelet op de Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen artikel 2 onder a, juncto Hoofdstuk 8 van het ADR.

Hoofdstuk 3. : Aanvraagprocedure

Alvorens een opleidingsinstituut een erkenning kan aanvragen, dient deze een aparte overeenkomst met CBR te sluiten ten aanzien van de rekening-courant en de geldende voorwaarden daarbij.

Een opleidingsinstituut vraagt een erkenning en certificering aan door het invullen van een aanvraagformulier dat te downloaden is van de CBR website. Het formulier dient volledig en correct ingevuld bij CCV te worden ingediend. CCV neemt een besluit op de aanvraag en informeert het opleidingsinstituut daarover. De kosten van de erkenning en certificering worden afgeboekt van de rekening-courant van het opleidingsinstituut.

Gegevens omtrent afgegeven erkenningen en certificeringen publiceert CCV periodiek op de CBR website. Indien een erkenning en/of certificering wordt geschorst of ingetrokken, dan wordt deze door CCV verwijderd van de website.

Ruim voor het aflopen van de certificeringtermijn, kan het opleidingsinstituut een nieuwe aanvraag indienen bij CCV, indien de opleider een nieuwe certificering wenst. De aanvraagprocedure wordt opnieuw volledig doorlopen.

Na intrekking van een erkenning en/of certificering, kan pas een nieuwe aanvraag ingediend worden op het moment dat de periode waarop de intrekking betrekking heeft is afgelopen.

Bovendien moet het opleidingsinstituut aantonen dat er voldoende maatregelen zijn getroffen die voorkomen dat in de toekomst opnieuw zal worden gehandeld in strijd met de gestelde eisen.

Hoofdstuk 4. : Erkennings- en certificeringseisen

Bij de erkenning van een opleidingsinstituut en de certificering van nascholingscursussen hanteert CCV de volgende eisen:

4.1. Erkenning opleidingsinstituut

Voor het verkrijgen en behouden van de erkenning voor nascholing dient het opleidingsinstituut aan de volgende eisen te voldoen.

4.1.1. Eisen algemeen

Het opleidingsinstituut zorgt ervoor dat:

4.1.2. Eisen locatie

Het opleidingsinstituut zorgt ervoor dat:

4.1.3. Eisen identificatie

Het opleidingsinstituut zorgt ervoor dat:

4.2. Certificering nascholingscursus

Voor het verkrijgen en behouden van de certificering van een nascholingscursus dient het opleidingsinstituut aan de volgende eisen te voldoen.

4.2.1. Eisen algemeen

Het opleidingsinstituut zorgt ervoor dat:

4.2.2. Eisen docenten

Het opleidingsinstituut zorgt ervoor dat:

4.2.3. Eisen Cursusdag

Het opleidingsinstituut zorgt ervoor dat:

Hoofdstuk 5. : Geldigheidsduur

Een erkenning als opleidingsinstituut en certificering van een nascholingscursus hebben een geldigheidsduur van maximaal vijf jaar. Daarbij krijgen varianten op een nascholingscursus dezelfde einddatum als de oorspronkelijke certificering. Een tussentijdse opzegging of het stellen van aanvullende eisen aan een erkenning/certificering door CBR is mogelijk indien de actualiteit of bijzondere omstandigheden daar aanleiding toe geven.

Hoofdstuk 6. : Toezicht

CCV houdt op twee manieren toezicht op de nascholing, namelijk:

Als in strijd met de gestelde eisen en verplichtingen wordt gehandeld, kan CCV de maatregelen opleggen, die in artikel 6.2. zijn genoemd.

Welke maatregel wordt opgelegd is afhankelijk van de zwaarte van de overtreding.

Het resultaat van een steekproef wordt schriftelijk aan het opleidingsinstituut bevestigd.

6.1. Overtredingen

CCV onderscheidt vier categorieën overtredingen. Twee categorieën bij de erkenning van opleidingsinstituten en twee bij de certificering van nascholingscursussen.

Het is mogelijk dat het opleidingsinstituut een overtreding begaat die niet specifiek is benoemd. Dit betekent niet dat er geen maatregel zal worden opgelegd. CCV zal in dat geval de niet benoemde overtreding alsnog categoriseren en sanctioneren.

6.1.1. Categorieën overtredingen erkenning opleidingsinstituut

Categorie A. overtredingen zijn onder meer:

Categorie B. overtredingen zijn onder meer:

6.1.2. Categorieën overtredingen certificering nascholingscursussen

Categorie 1. overtredingen zijn onder meer:

Categorie 2. overtredingen zijn onder meer:

6.2. Sanctionering

Afhankelijk van de categorie van de overtreding en het aantal gepleegde overtredingen wordt een maatregel opgelegd. Het betreft een systeem van in ernst oplopende sancties, waarbij in algemene zin rekening is gehouden met de bedrijfseconomische belangen van de opleidingsinstituten.

Er is sprake van een tweede (en volgende) overtreding, als deze binnen 24 maanden na de eerste overtreding heeft plaatsgevonden.

CCV kan de volgende maatregelen opleggen:

Als uw erkenning en/of certificering is ingetrokken, dient u binnen 12 weken aan te tonen dat er voldoende maatregelen zijn genomen om te voorkomen dat er in de toekomst opnieuw in strijd met het raamwerk gehandeld zal worden. Zolang deze maatregelen niet zijn getroffen blijft de schorsing van kracht.

6.3. Flowchart overtredingen Erkenning opleidingsinstituut

6.4. Flowchart overtredingen Certificering nascholingscursussen

Een intrekking van de erkenning of certificering treedt direct in werking na het genomen besluit. Cursusdagen waarvoor al kandidaten zijn opgevoerd in TOP kunnen nog gegeven worden.

Hoofdstuk 7. : Bezwaar en beroep

7.1. Bezwaar

Op grond van de Algemene wet bestuursrecht kunt u tegen een besluit tot intrekking of schorsing van een erkenning of certificering bezwaar indienen bij de afdeling Juridische Zaken van het CBR. U moet dit doen binnen zes weken na de dag van verzending van het besluit. In uw bezwaarschrift moet u aangegeven waarom u het niet eens bent met de beslissing. Tevens moet u een kopie van de beslissing waartegen u bezwaar maakt meesturen. Onderaan de beslissing vindt u informatie over hoe u in bezwaar kunt gaan.

7.2. Geen bezwaar mogelijk

Tegen een brief met een waarschuwing (met verscherpt toezicht) kunt u geen bezwaarschrift indienen, omdat dit geen besluit betreft in de zin van de Algemene wet bestuursrecht, maar een voorbereidingshandeling.

7.3. Hoorzitting

Als u bezwaar maakt tegen een besluit kunt u worden uitgenodigd voor een hoorzitting om uw bezwaarschrift mondeling toe te lichten. Dit is op het kantoor van het CBR in Rijswijk. Indien u dit wenst kan de hoorzitting ook telefonisch plaatsvinden.

7.4. Schorsende werking

Het indienen van bezwaar en beroep tegen een besluit heeft geen schorsende werking.

7.5. Beroep

Tegen een beslissing op bezwaar kunt u in beroep bij de rechtbank. Onderaan de beslissing staat informatie over hoe in beroep gegaan kan worden.

Hoofdstuk 8. : E-learning

Een deel van de nascholing kan met behulp van E-learning uitgevoerd worden. In dit hoofdstuk zijn de eisen en randvoorwaarden aangegeven die gelden voor E-learning in het kader van nascholing.

8.1. Randvoorwaarden E-learning

Bij het uitvoeren van nascholingscursussen met behulp van E-learning gelden de volgende randvoorwaarden:

8.2. Systeemeisen E-learning

Om te borgen dat bij de inzet van E-learning gebruik gemaakt wordt van een adequaat systeem, zijn er een aantal systeemeisen/criteria opgesteld.

Alleen systemen die aan deze eisen voldoen, kunnen t.b.v. de Nascholing ingezet worden.

8.2.1. Algemeen

Een E-learningsysteem is een online leersysteem, waarin leerstof aan deelnemers wordt aangeboden en deelnemers leerstof kunnen verwerken.

Het online leersysteem bevat:

8.2.2. Inhoudelijk

De E-learning cursus heeft de volgende kenmerken:

8.2.3. Ondersteuning

Het systeem biedt de volgende ondersteuning voor de deelnemers:

8.2.4. Veiligheidsmaatregelen/borging

Het systeem kent de volgende functies, ter borging van een juist gebruik:

8.2.5. Verantwoordelijkheden (rollen)

De eigenaar van het E-learning systeem waarborgt:

De opleider, die E-learning inzet bij de nascholing, is verantwoordelijk voor:

8.2.6. Rapportages

De eigenaar van het E-learning systeem levert per kwartaal de volgende rapportages op aan CCV:

Per opleider en per registratiecode:

CCV krijgt, op haar eerste verzoek, toegang tot het E-learning systeem.

De opleider beschikt over een overzicht per deelnemersgroep met de inlogfrequentie, inlogtijden en (in)actieftijden op deelnemersniveau. Dit overzicht van de betreffende groep is beschikbaar bij de uitvoering van het tweede deel van de nascholing.

Hoofdstuk 9. : Minimumeisen

Zie www.cbr.nl voor de minimumeisen.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.