Wet van 9 december 2015, houdende bundeling en aanpassing van regels op het terrein van cultureel erfgoed (Erfgoedwet)

Type Wet
Publication 2026-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de wetgeving op het terrein van cultureel erfgoed te bundelen, te structureren en te vereenvoudigen, en tevens om onder meer de omgang met museale collecties wettelijk vorm te geven, het vervreemden van cultuurgoederen in bezit van overheden te regelen en het stelsel van kwaliteitsborging in de archeologie te moderniseren;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1.1. Begripsbepalingen

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Artikel 1.2. Reikwijdte

De bepalingen van hoofdstuk 5 zijn van toepassing in de aansluitende zone, bedoeld in artikel 1 van de rijkswet instelling aansluitende zone.

Artikel 1.3. Rapportage staat van het cultureel erfgoed

Onze Minister brengt ten minste eenmaal in de vier jaar een wetenschappelijk rapport uit, waarin de ontwikkeling van de staat van het cultureel erfgoed in Nederland wordt beschreven.

Hoofdstuk 2. Beheer van collecties

§ 2.1. Museale cultuurgoederen van de Staat

§ 2.2. Taak tot beheer van collecties

Artikel 2.8. Belasten met een taak
1.

Onze Minister kan bij besluit een instelling belasten met de zorg voor het beheer van museale cultuurgoederen van de Staat of andere cultuurgoederen.

2.

Een besluit als bedoeld in het eerste lid is voor onbepaalde tijd.

3.

Een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt genomen met inachtneming van:

Artikel 2.9. Te beheren cultuurgoederen
1.

Het besluit, bedoeld in artikel 2.8, eerste lid, vermeldt op welke cultuurgoederen of verzamelingen het besluit ziet.

2.

Onze Minister kan na overleg met de desbetreffende instelling het besluit wijzigen ten aanzien van de cultuurgoederen of verzamelingen waar het op ziet.

3.

Voor zover het besluit betrekking heeft op museale cultuurgoederen van de Staat worden deze cultuurgoederen voor de tijd dat het besluit daarop betrekking heeft van rechtswege in bruikleen gegeven als bedoeld in artikel 1777 van Boek 7A van het Burgerlijk Wetboek.

4.

Voor zover het besluit betrekking heeft op andere cultuurgoederen of verzamelingen, is paragraaf 2.1 op die cultuurgoederen en verzamelingen van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van artikel 2.6, vierde lid.

Artikel 2.10. Planmatig beleid
1.

Een instelling die is belast met de zorg, bedoeld in artikel 2.8, eerste lid, voert planmatig beleid voor het behoud en beheer van de cultuurgoederen of verzamelingen.

2.

Onze Minister kan nadere regels stellen voor het planmatig beleid of kan daarvoor verplichtingen verbinden aan het besluit, bedoeld in artikel 2.8, eerste lid.

Artikel 2.11. Intrekken taak
1.

Onze Minister kan een besluit als bedoeld in artikel 2.8 intrekken:

2.

Bij toepassing van het eerste lid, onder c, treedt het besluit niet eerder in werking dan vier jaren na dagtekening van het besluit.

Hoofdstuk 3. Aanwijzing als beschermd erfgoed

Hoofdstuk 4. Bescherming van erfgoed

Hoofdstuk 5. Archeologische monumentenzorg

Hoofdstuk 6. Internationale teruggave

Hoofdstuk 7. Financiële bepalingen

§ 7.1. Subsidiegrondslagen

Artikel 7.1. Algemene grondslag

Onze Minister kan ten behoeve van het behoud van cultureel erfgoed subsidie verstrekken.

Artikel 7.2. Beheer collecties

Onze Minister verstrekt subsidie aan een instelling die is belast met een taak als bedoeld in artikel 2.8 voor de zorg voor het beheer van museale cultuurgoederen van de Staat of andere cultuurgoederen.

Artikel 7.3. Instandhouding monumenten
1.

Onze Minister kan op aanvraag meerjarige subsidie verstrekken voor het normale onderhoud van rijksmonumenten.

2.

Onze Minister kan op aanvraag subsidie verstrekken voor de restauratie van rijksmonumenten.

3.

Onze Minister kan op aanvraag subsidie verstrekken in verband met de herbestemming van monumenten.

§ 7.2. Regels voor subsidieverstrekking

Artikel 7.4. Begrotingsvoorbehoud
1.

Een subsidie ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld, wordt verleend onder de voorwaarde, bedoeld in artikel 4:34, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

2.

In geval van het niet vervullen van die voorwaarde worden de verleende subsidiebedragen verlaagd tot het bedrag van de subsidie dat na de vaststelling of goedkeuring van de begroting ter beschikking staat, een en ander naar rato van het aantal subsidieaanvragers aan wie subsidie is verleend en van de hoogte van de verleende subsidiebedragen.

Artikel 7.5. Subsidieplafonds
1.

Onze Minister kan een of meer subsidieplafonds vaststellen voor de verstrekking van subsidies.

2.

Indien Onze Minister een subsidieplafond vaststelt, wordt tegelijkertijd vermeld op welke wijze het beschikbare bedrag wordt verdeeld.

Artikel 7.6. Weigeringsgrond subsidie instandhouding rijksmonument

Onverminderd artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht wordt ten behoeve van een rijksmonument in ieder geval geen subsidie verleend indien voor de werkzaamheden waarvoor subsidie wordt gevraagd een lening op grond van artikel 7.8 is verstrekt en de werkzaamheden waarvoor de lening is verstrekt nog niet zijn afgerond.

Artikel 7.7. Nadere regels
1.

Onze Minister stelt nadere regels voor de verstrekking van subsidies als bedoeld in de artikelen 7.2 en 7.3, eerste en derde lid.

2.

Onze Minister kan nadere regels stellen voor de verstrekking van subsidies als bedoeld in de artikelen 7.1 en 7.3, tweede lid.

3.

Bij de nadere regels kan Onze Minister bepalen dat het verstrekken van gegevens, het indienen van aanvragen daaronder begrepen, uitsluitend via elektronische weg kan geschieden. Daarbij kan worden afgeweken van de artikelen 2:7, tweede lid, en 2:8 van de Algemene wet bestuursrecht.

§ 7.3. Leningen voor de instandhouding van rijksmonumenten

Hoofdstuk 8. Handhaving en toezicht

Hoofdstuk 9. Overgangsrecht

Hoofdstuk 10. Intrekken en wijzigen andere wetten

Hoofdstuk 11. Slotbepalingen

Artikel 11.1. Citeertitel

Deze wet wordt aangehaald als: Erfgoedwet.

Artikel 11.2. Inwerkingtreding

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 2.1. In goede staat houden

Onze Minister wie het aangaat, een college van staat of een instelling zorgt dat museale cultuurgoederen van de Staat in beheer in goede staat zijn.

Artikel 2.2. Toegankelijkheid

Onze Minister wie het aangaat, een college van staat of een instelling bevordert de toegankelijkheid van museale cultuurgoederen van de Staat in beheer.

Artikel 2.3. Veilig stellen
1.

Onze Minister wie het aangaat, een college van staat of een instelling treft maatregelen ter voorkoming van diefstal, verlies, beschadiging of vernietiging van museale cultuurgoederen van de Staat in beheer.

2.

Onze Minister wie het aangaat, een college van staat of een instelling meldt de vermissing of het tenietgaan van een museaal cultuurgoed van de Staat onverwijld aan de inspecteur.

Artikel 2.4. Registratie en administratie

Onze Minister wie het aangaat, een college van staat of een instelling zorgt voor:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.