Wet van 23 december 2015, houdende tegemoetkomingen in de loonkosten van specifieke groepen (Wet tegemoetkomingen loondomein)
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is in het kader van de vereenvoudiging van de processen van de Belastingdienst en het terugdringen van administratieve lasten van werkgevers een instrument te introduceren dat het mogelijk maakt om op basis van reeds bij de overheid beschikbare gegevens geautomatiseerd en zonder de loonaangifteketen te belasten een tegemoetkoming in de loonkosten aan werkgevers te verstrekken en de bestaande premiekortingen voor ouderen en arbeidsgehandicapten te vervangen, mede om de bestaande verzilveringsproblematiek weg te nemen, en voorts een lage-inkomensvoordeel in te voeren voor werkgevers met werknemers aan de onderkant van de arbeidsmarkt;
Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Hoofdstuk I. Algemeen
Artikel 1.1. Algemene begrippen
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- a. werkgever: de inhoudingsplichtige in de zin van de Wet op de loonbelasting 1964 of de werkgever in de zin van de Wet financiering sociale verzekeringen;
- b. werknemer: de werknemer in de zin van de Werkloosheidswet, de Ziektewet, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen of de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering;
- c. loonaangifte: de aangifte voor de loonbelasting, de premie voor de volksverzekeringen, de premies voor de werknemersverzekeringen en de ingevolge de Zorgverzekeringswet over het loon verschuldigde inkomensafhankelijke bijdrage;
- d. aangiftetijdvak: het tijdvak waarover de loonbelasting moet worden betaald;
- e. polisadministratie: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 33 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
- f. loonadministratie: de loonadministratie, bedoeld in artikel28, eerste lid, onderdeel c, van de Wet op de loonbelasting 1964;
- g. verloonde uren: de uren waarover loon is betaald en waarvan door de werkgever ingevolge artikel 28, eerste lid, onderdeel d, van de Wet op de loonbelasting 1964 opgave aan de inspecteur is gedaan;
- h. correctiebericht: het correctiebericht, bedoeld in artikel 28a van de Wet op de loonbelasting 1964;
- i. inspecteur of ontvanger: de functionaris van de rijksbelastingdienst die als zodanig bij wet van Onze Minister van Financiën is aangewezen;
- j. Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen: het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen.
Hoofdstuk II. Tegemoetkomingen loondomein op verzoek van de werkgever
Hoofdstuk III. Tegemoetkoming loondomein zonder doelgroepverklaring
Artikel 3.1. Lage-inkomensvoordeel
Vervallen
Artikel 3.2. Hoogte lage-inkomensvoordeel
Vervallen
Hoofdstuk IIIa. Tegemoetkoming verhoging minimumjeugdloon
Artikel 4.1. Behandeling verzoek en samenloop van verzoeken
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen beoordeelt alle door een werkgever in het kalenderjaar gedane verzoeken om een of meer tegemoetkomingen als bedoeld in artikel 2.1 gezamenlijk, berekent de hoogte van de tegemoetkomingen en stelt de uitkomst beschikbaar aan de inspecteur, waarbij:
- a. het recht op de tegemoetkomingen wordt beoordeeld op basis van de beschikbare gegevens bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of het college van burgemeester en wethouders omtrent de doelgroep en de gegevens in de polisadministratie omtrent de overige voorwaarden; en
- b. de hoogte van de tegemoetkomingen wordt berekend op basis van de gegevens in de polisadministratie.
De in aanmerking te nemen gegevens uit de loonaangifte van de werkgever worden beoordeeld op grond van de loonaangiften over een kalenderjaar zoals die uiterlijk op 1 mei van het daaropvolgende kalenderjaar zijn ingediend alsmede de aanvullingen daarop die uiterlijk op die datum hebben plaatsgevonden.
In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt, indien voor een werknemer recht bestaat op meer dan een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2.1 het totaal berekende bedrag aan tegemoetkomingen voor deze werknemer gemaximeerd op het bedrag van de berekende hoogste tegemoetkoming voor deze werknemer in het desbetreffende kalenderjaar, met dien verstande dat bij gelijke hoogte van alle tegemoetkomingen waar recht op bestaat voor de werknemer uitsluitend de tegemoetkoming wordt verstrekt die als eerste in deze wet wordt genoemd.
De inspecteur verstrekt aan werkgevers een overzicht van de werknemers waarvoor de werkgever een verzoek heeft gedaan en de voorgenomen beoordeling en berekening, bedoeld in het eerste lid, met betrekking tot deze werknemers. De verstrekking van dit overzicht vindt plaats vóór 15 maart volgend op het kalenderjaar waarover de tegemoetkomingen zijn aangevraagd waarbij rekening gehouden wordt met verzoeken die uiterlijk op 31 januari van het jaar volgend op het kalenderjaar waarover de tegemoetkomingen zijn aangevraagd zijn ingediend.
Artikel 4.2. Beslissing
Op alle door de werkgever in het kalenderjaar gedane verzoeken om een of meer tegemoetkomingen als bedoeld in artikel 2.1 gezamenlijk beslist de inspecteur. Bij regeling van Onze Minister van Financiën kunnen, in overeenstemming met Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, nadere regels gesteld worden met betrekking tot de gegevens die op de beschikking vermeld worden.
De beschikking van de inspecteur, bedoeld in het eerste lid, wordt gegeven overeenkomstig de beoordeling en berekening, bedoeld in artikel 4.1, eerste lid.
De beschikking van de inspecteur, bedoeld in het eerste lid, wordt gegeven vóór 1 augustus volgend op het kalenderjaar waarover de tegemoetkoming wordt aangevraagd.
Artikel 4.3. Herziening
De inspecteur is bevoegd de op de voet van artikel 4.2 gegeven beschikking tot vaststelling van een tegemoetkoming te herzien ten nadele van de werkgever of gewezen werkgever indien enig feit grond oplevert voor het vermoeden dat de beschikking is gegeven op grond van onjuiste of onvolledige gegevens. Een herziening is uitsluitend mogelijk indien de onjuistheid van de beschikking een gevolg is van een feit dat aan de werkgever of de gewezen werkgever kan worden toegerekend of de werkgever of de gewezen werkgever redelijkerwijs kenbaar had kunnen zijn. De inspecteur stelt de herziening bij beschikking vast. De bevoegdheid tot herziening vervalt door verloop van 5 jaren na het einde van het kalenderjaar waarop de beschikking tot vaststelling van een tegemoetkoming betrekking heeft.
Beschikkingen van de inspecteur op grond van dit artikel worden gegeven in overeenstemming met het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
Artikel 4.4. Uitbetaling en terugvordering
De uitbetaling van een tegemoetkoming geschiedt door de ontvanger met toepassing van de Invorderingswet 1990 en de Kostenwet invordering rijksbelastingen als ware die tegemoetkoming een terug te geven bedrag aan rijksbelastingen.
Een tegemoetkoming wordt uitbetaald binnen zes weken na de dagtekening van de beschikking, bedoeld in artikel 4.2.
Invordering van een terug te vorderen bedrag geschiedt door de ontvanger met toepassing van de Invorderingswet 1990 en de Kostenwet invordering rijksbelastingen als ware die terugvordering een te betalen bedrag aan rijksbelastingen.
Een terug te vorderen bedrag is invorderbaar zes weken na dagtekening van de herzieningsbeschikking, bedoeld in artikel 4.3.
Artikel 4.5. Bezwaar en beroep
Op het bezwaar, beroep, hoger beroep en beroep in cassatie inzake de beschikkingen, bedoeld in de artikelen 4.2, 4.3 en 4.7, is hoofdstuk V van de Algemene wet inzake rijksbelastingen van overeenkomstige toepassing.
In afwijking van artikel 7:10, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht beslist de inspecteur op het bezwaarschrift binnen 26 weken gerekend vanaf de dag na die waarop de termijn voor het indienen van het bezwaarschrift is verstreken. De inspecteur beslist op het bezwaarschrift inzake de verstrekking van een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2.1 na overleg met het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
Artikel 4.6. Informatiebepaling
De rijksbelastingdienst en het college van burgemeester en wethouders zijn verplicht aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kosteloos de opgaven en inlichtingen te verstrekken die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van deze wet.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen is verplicht aan de rijksbelastingdienst kosteloos de opgaven en inlichtingen te verstrekken die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van deze wet.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en de rijksbelastingdienst zijn bevoegd de gegevens die zij op grond van artikel 33 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen verwerken in de polisadministratie en op grond van artikel 38d van de Wet financiering sociale verzekeringen verwerken in de registratie van arbeidsbeperkten voor zover noodzakelijk tevens te verwerken voor de vaststelling van de tegemoetkomingen, bedoeld in artikel 2.1.
Artikel 4.7. Bestuurlijke boete
Indien de werkgever een verzoek als bedoeld in artikel 2.1 heeft gedaan met betrekking tot een werknemer die niet voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in de artikelen 2.6, 2.10 of 2.14, vormt dit een verzuim waarvoor de inspecteur hem een bestuurlijke boete van ten hoogste € 1.319 per verzoek kan opleggen.
Indien de werkgever in de loonaangifte onjuiste gegevens heeft opgenomen waarvan de juistheid voor de toepassing van deze wet van belang is, vormt dit een verzuim waarvoor de inspecteur hem een bestuurlijke boete van ten hoogste € 1.319 per gegeven per werknemer kan opleggen.
Artikel 67cb van de Algemene wet inzake rijksbelastingen is van overeenkomstige toepassing op het in het eerste lid en tweede lid genoemde bedrag, met dien verstande dat de wijziging van het bedrag voor het eerst plaatsvindt per 1 januari 2020.
Wanneer de werkgever die een verzoek als bedoeld in artikel 2.1 heeft gedaan met betrekking tot een werknemer die niet voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in de artikelen 2.6, 2.10 of 2.14, dit verzoek door middel van een correctiebericht intrekt na de in artikel 4.1, tweede lid, bedoelde datum volgend op het kalenderjaar waarop het verzoek betrekking heeft, maar voordat hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat de inspecteur met de onjuistheid bekend is of bekend zal worden, is dit een omstandigheid die aanleiding geeft tot matiging van de boete.
De inspecteur stelt de bestuurlijke boete bij beschikking vast. De bevoegdheid tot het opleggen van een boete vervalt door verloop van 5 jaren na het einde van het kalenderjaar waarop het verzoek, bedoeld in het eerste lid, betrekking heeft.
Op dit artikel zijn de artikelen 67pa en 67pb van de Algemene wet inzake rijksbelastingen van overeenkomstige toepassing.
Hoofdstuk V. Wijziging van overige wetten
Hoofdstuk V. Wijziging van overige wetten
Artikel 6.1. Aanpassing hoogte
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.