Beleidsregel van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 18 januari 2016, 2015-0000291304, tot vaststelling van de nieuwe beleidsregel inzake ontheffing van het verbod van kinderarbeid ten einde deze beter te laten aansluiten bij de praktijk (Beleidsregel inzake ontheffing verbod van kinderarbeid 2016)

Type Beleidsregel
Publication 2016-04-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 3:3, eerste lid, van de Arbeidstijdenwet;

Besluit:

Artikel 1. Ontheffing verbod van kinderarbeid
1.

De verantwoordelijke persoon kan een kind arbeid doen verrichten ter naleving van een overeenkomst of in de commerciële sfeer, mits daarvoor een ontheffing is verleend.

2.

Een ontheffing van het verbod van kinderarbeid, bedoeld in artikel 3:3, eerste lid, van de Arbeidstijdenwet wordt, met inachtneming van de artikelen 3:4 en 3:5, tweede lid, van genoemde wet, op verzoek van de werkgever verleend, indien:

3.

Bij de aanvraag wordt door de werkgever, op een door de toezichthouder aangegeven wijze, de volgende informatie verstrekt:

4.

Indien sprake is van schoolverzuim wordt bij de aanvraag:

5.

Aan een ontheffing als bedoeld in het tweede lid kunnen rekening houdend met de belangen van het kind, nadere voorschriften worden verbonden.

Artikel 2. Kind tot en met 6 jaar

Bij het verlenen van een ontheffing als bedoeld in artikel 1, tweede lid, voor een kind tot en met 6 jaar wordt in acht genomen, dat dat kind:

Artikel 3. Kind van 7 tot en met 12 jaar

Bij het verlenen van een ontheffing als bedoeld in artikel 1, tweede lid, voor een kind van 7 tot en met 12 jaar wordt in acht genomen, dat dat kind:

Artikel 4. Afwijking eindtijd van arbeid bij een kind tot en met 6 jaar

Uitsluitend indien de noodzaak daartoe adequaat wordt aangetoond in een verklaring die met de aanvraag, bedoeld in artikel 1, derde lid, van een ontheffing als bedoeld in artikel 1, tweede lid, door de werkgever wordt ingediend, wordt, in afwijking van artikel 2, aanhef en sub f, in acht genomen, dat dat kind na de arbeid een onafgebroken rusttijd heeft van ten minste 14 uren, waarin de periode tussen 23.00 uur en 08.00 uur is begrepen.

Artikel 5. Repetities
1.

De artikelen 2, aanhef en onderdelen a en e, en 3, aanhef en onderdelen a en e, zijn niet van toepassing op repetities.

2.

Het eerste lid geldt niet voor repetities die in het openbaar plaatsvinden of waarvan audio-, visuele of audio-visuele opnamen worden gemaakt die gebruikt worden voor vertoning in het openbaar.

Artikel 6. Intrekking oude beleidsregel met overgangsrecht
2.

Ontheffingen die door de toezichthouder zijn verleend op basis van de beleidsregels, bedoeld in het eerste lid, blijven gedurende de periode waarvoor deze zijn verleend en de arbeid waarvoor deze zijn verleend van toepassing zolang aan de voorschriften van de verleende ontheffingen wordt voldaan.

Artikel 7. Inwerkingtreding

Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van 1 april 2016.

Artikel 8. Citeertitel

Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel inzake ontheffing verbod van kinderarbeid 2016.

Deze beleidsregel zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.