Regeling van de Minister van Veiligheid en Justitie en de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 11 december 2015, kenmerk 885614-145412-PG, houdende instelling van een commissie voor de beoordeling van gemelde gevallen van late zwangerschapsafbreking en levensbeëindiging bij pasgeborenen (Regeling beoordelingscommissie late zwangerschapsafbreking en levensbeëindiging bij pasgeborenen)

Type Ministeriële regeling
Publication 2024-02-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Besluiten:

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2

Er is een beoordelingscommissie die tot taak heeft:

Artikel 3
1.

De beoordelingscommissie bestaat uit vier artsen, afkomstig uit ter zake doende disciplines, één strafrechtjurist, tevens voorzitter en één deskundige inzake ethische of zingevingvraagstukken. Van de beoordelingscommissie maken tevens deel uit de plaatsvervangende leden van elk van de in de eerste volzin bedoelde leden.

2.

De voorzitter, de andere leden en de plaatsvervangende leden worden door de Ministers benoemd voor de tijd van vier jaar. Herbenoeming kan eenmaal plaatsvinden voor de tijd van vier jaar.

3.

De voorzitter, de andere leden en de plaatsvervangende leden kunnen door de Ministers worden ontslagen op eigen verzoek en wegens ongeschiktheid of onbekwaamheid of op andere zwaarwegende gronden.

4.

De beoordelingscommissie heeft een secretaris en een of meer plaatsvervangend secretarissen, allen rechtsgeleerden, die door de Ministers worden aangewezen. De aanwijzing eindigt van rechtswege met ingang van de datum dat de uitoefening van de functie van secretaris of plaatsvervangend secretaris geen onderdeel meer uitmaakt van de werkzaamheden van de betreffende ambtenaar.

Artikel 4
1.

De beoordelingscommissie stelt een reglement vast, waarin in ieder geval wordt geregeld:

2.

Het reglement wordt ter goedkeuring overgelegd aan de Ministers.

Artikel 5

Binnen drie maanden nadat de late zwangerschapsafbreking of levensbeëindiging bij een pasgeborene of een kind heeft plaatsgevonden, meldt de arts dit bij de beoordelingscommissie.

Artikel 6

In het geval van late zwangerschapsafbreking heeft de arts zorgvuldig gehandeld, indien:

Artikel 7

In het geval van levensbeëindiging bij een pasgeborene heeft de arts zorgvuldig gehandeld, indien:

Artikel 8

Deze regeling wordt tenminste elke vijf jaar geëvalueerd. De Ministers zenden de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze regeling in de praktijk.

Artikel 9

De Regeling centrale deskundigencommissie late zwangerschapsafbreking in een categorie 2-geval en levensbeëindiging bij pasgeborenen (Stcrt. 2007, 51) wordt ingetrokken.

Artikel 10

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 februari 2016.

Artikel 11

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling beoordelingscommissie late zwangerschapsafbreking en levensbeëindiging bij pasgeborenen en kinderen 1–12 jaar.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.