Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, van 8 februari 2016, nr. 694813, houdende vaststelling van een gezamenlijke kaderregeling voor subsidieverstrekking (Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS)
Gelet op de artikelen 3, derde lid, 4, eerste en tweede lid, en 5 van de Wet overige OCW-subsidies, de artikelen 70, 116, eerste en tweede lid, 123, eerste lid, en 164a, tweede lid, van de Wet op het primair onderwijs, de artikelen 67, 69, 98, eerste en tweede lid, 103, eerste lid, en 130, tweede lid, van de Wet op het primair onderwijs BES, de artikelen 71, 113, eerste en tweede lid, 120, eerste lid, en 146a, tweede lid, van de Wet op de expertisecentra, de artikelen 74, 85a, eerste lid, 89, eerste lid, en 104a, tweede lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs, de artikelen 125, 150, 155, eerste lid, 157, eerste lid, en 185, tweede lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs BES, de artikelen 1.5.1, vierde lid, 2.2.3, 2.2a.3, 2.4.2, 2.7 en 7.4.7, zevende lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, de artikelen 1.5.1, vierde lid, 2.2.3, 2.4.1 en 3.5 van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES, artikel 2.18 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, artikel 2, tweede lid, artikel 3, tweede en derde lid, en artikel 7 van de Wet subsidiëring landelijke onderwijsondersteunende activiteiten 2013, artikel 7.1 van de Erfgoedwet, de artikelen 3, eerste lid, en 5 van de Kaderwet SZW-subsidies en de artikelen 3, eerste en tweede lid, en 5 van de Kaderwet VWS-subsidies;
Besluiten:
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1.1. Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
- accountant: accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek onderscheidenlijk de deskundige, bedoeld in artikel 121, zesde lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek BES,
- activiteitenplan: activiteitenplan als bedoeld in artikel 3.4,
- activiteitenverslag: verslag waarvan de inrichting voor zover van toepassing overeenkomt met de inrichting van het activiteitenplan en dat:
- a. een overzicht bevat van de gerealiseerde activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt,
- b. de aard, omvang, duur en wijze van uitvoering beschrijft van de gerealiseerde activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt,
- c. de met de activiteiten gerealiseerde doelstellingen, resultaten of producten beschrijft,
- d. voor zover van toepassing, beschrijft in hoeverre is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen, en
- e. voor zover van toepassing, een vergelijking bevat van de gerealiseerde activiteiten en doelstellingen en de in het activiteitenplan voorgenomen activiteiten en nagestreefde doelstellingen en een toelichting op de verschillen geeft,
- bijdragen van derden: bijdragen die de subsidieontvanger van een ander dan de minister voor de te subsidiëren of gesubsidieerde activiteit ontvangt en die de subsidieontvanger aanwendt voor de te subsidiëren of gesubsidieerde activiteit,
- egalisatiereserve: egalisatiereserve als bedoeld in paragraaf 8.5,
- eigen bijdrage: bijdrage van de subsidieontvanger zelf voor de te subsidiëren of gesubsidieerde activiteit,
- financieel verslag: verslag dat:
- a. volgens normen die in het maatschappelijk verkeer als aanvaardbaar worden beschouwd, een zodanig inzicht geeft dat een verantwoord oordeel kan worden gevormd omtrent de kosten en opbrengsten per gerealiseerde activiteit waarvoor de subsidie is verleend en die werkelijk zijn verricht,
- b. aansluit bij de begroting en de nodige informatie geeft om de subsidie vast te stellen,
- c. per post is voorzien van een toelichting, en
- d. vergezeld gaat van een controleverklaring, opgesteld door een accountant overeenkomstig een door de minister vastgesteld model met inachtneming van een door de minister vastgesteld accountantsprotocol, bekend gemaakt op de website www.rijksoverheid.nl,
- instelling :privaatrechtelijke rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid of een rechtspersoon die krachtens publiekrecht is ingesteld,
- instellingssubsidie: subsidie voor dezelfde of in hoofdzaak dezelfde voortdurende, structurele activiteiten van een instelling,
- jaarrekening: jaarrekening als bedoeld in artikel 361 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek onderscheidenlijk artikel 120 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek BES,
- kosten: kosten van de subsidieontvanger voor zover die samenhangen met de te subsidiëren of gesubsidieerde activiteit,
- minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap onderscheidenlijk Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid onderscheidenlijk Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, ieder voor zover het betreft het beleidsterrein waarvoor hij verantwoordelijk is, met dien verstande dat voor de toepassing van hoofdstuk 9 onder minister wordt verstaan: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, en dat voor de toepassing van hoofdstuk 10 onder minister wordt verstaan: Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
- opbrengsten: eigen bijdrage en bijdragen van derden, voor zover die samenhangen met de te subsidiëren of gesubsidieerde activiteiten alsmede de aangevraagde of verleende subsidie,
- projectsubsidie: subsidie voor activiteiten aan een instelling of een natuurlijk persoon die anders dan als instellingssubsidie wordt verstrekt,
- subsidie: instellingssubsidie of projectsubsidie,
- verklaring inzake werkelijke kosten en opbrengsten: de verklaring waarin de subsidieontvanger aantoont:
- a. dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verstrekt zijn verricht, voorzien van een korte toelichting,
- b. dat aan de aan de verleende subsidie verbonden verplichtingen is voldaan,
- c. wat het totale bedrag van de gerealiseerde kosten van de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend en die werkelijk verricht zijn is,
- d. wat het totale bedrag van de gerealiseerde opbrengsten is, en
- e. wat het totale bedrag van de gerealiseerde eigen bijdrage is.
Artikel 1.2. Grondslag en reikwijdte
De minister kan subsidie verstrekken voor activiteiten die passen binnen het beleid op de terreinen, genoemd in artikel 2 van de Wet overige OCW-subsidies, artikel 2 van de Kaderwet SZW-subsidies en artikel 2 van de Kaderwet VWS-subsidies.
Deze regeling is niet van toepassing op het verstrekken van financiële middelen, bedoeld in artikel 9 van de Kaderwet SZW-subsidies.
Artikel 1.3. Nader bepalen activiteiten
De minister kan in een ministeriële regeling of in een beleidsregel de activiteiten waarvoor en de voorwaarden waaronder subsidie kan worden verstrekt, nader bepalen.
Artikel 1.4. Begrotingsvoorwaarde
Een subsidie ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld, wordt verleend onder de voorwaarde dat voldoende gelden ter beschikking worden gesteld.
Artikel 1.5. Subsidieverstrekking
De minister verstrekt uitsluitend:
- a. indien de subsidie minder dan € 25.000 bedraagt:
- 1°. een subsidie die zonder voorafgaande verlening direct wordt vastgesteld op een bedrag waarvan de hoogte door de minister bij de vaststelling wordt genoemd, of
- 2°. een subsidie die ambtshalve wordt vastgesteld tot ten hoogste het bedrag waarvan de hoogte door de minister bij de verlening is genoemd,
- b. indien de subsidie € 25.000 of meer bedraagt en de te subsidiëren activiteiten uit meetbare prestatie-eenheden bestaan: een subsidie die wordt vastgesteld op een bedrag per gerealiseerde prestatie-eenheid waarvan de hoogte door de minister bij de verlening is genoemd, voor ten hoogste het maximum aantal prestatie-eenheden dat door de minister bij de verlening is genoemd,
- c. indien de subsidie € 25.000 of meer bedraagt, doch minder dan € 125.000, en de te subsidiëren activiteiten niet uit meetbare prestatie-eenheden bestaan:
- 1°. indien naar het oordeel van de minister voldoende zekerheid bestaat over de kosten en opbrengsten: een subsidie waarbij op basis van een activiteitenverslag wordt aangetoond dat de te subsidiëren activiteiten hebben plaatsgevonden overeenkomstig de aan de verleende subsidie verbonden verplichtingen,
- 2°. indien naar het oordeel van de minister onvoldoende zekerheid bestaat over de kosten en opbrengsten: een subsidie waarbij op basis van een verklaring inzake werkelijke kosten en opbrengsten wordt aangetoond dat de te subsidiëren activiteiten hebben plaatsgevonden overeenkomstig de aan de verleende subsidie verbonden verplichtingen,
- d. indien de subsidie € 125.000 of meer bedraagt, en de te subsidiëren activiteiten niet uit meetbare prestatie-eenheden bestaan: een subsidie waarbij wordt aangetoond dat de te subsidiëren activiteiten hebben plaatsgevonden overeenkomstig de aan de verleende subsidie verbonden verplichtingen, en waarbij tevens rekening en verantwoording wordt afgelegd omtrent de met de gesubsidieerde activiteiten samenhangende kosten en opbrengsten.
Artikel 1.6. Afwijking bij beschikking
In bijzondere gevallen kan bij beschikking worden afgeweken van de bedragen en de wijze van verstrekking, bedoeld in artikel 1.5.
Artikel 1.7. Kostenberekening
De kosten worden berekend op basis van een controleerbare methode, die is gebaseerd op bedrijfseconomische grondslagen en normen die in het maatschappelijk verkeer als aanvaardbaar worden beschouwd en die door de subsidieontvanger stelselmatig worden toegepast.
De afschrijving van materiële vaste activa wordt berekend op basis van historische aanschafprijzen, tenzij door de minister anders is bepaald.
Toevoegingen aan voorzieningen en reserveringen komen niet in aanmerking voor subsidie, tenzij de minister met deze toevoegingen schriftelijk heeft ingestemd.
Artikel 1.8. Kosten terugvordering en wettelijke rente
Bij terugvordering van ten onrechte betaalde subsidiebedragen of voorschotten kan de minister de subsidieontvanger verplichten de met de terugvordering verband houdende kosten te voldoen. Daarbij kan de minister de verschuldigde wettelijke rente vorderen.
Hoofdstuk 2. Subsidieplafond en wijze van verdeling
Artikel 2.1. Subsidieplafond
De minister kan een subsidieplafond vaststellen.
Voor subsidies die worden verstrekt door de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, wordt het subsidieplafond vastgesteld met inachtneming van artikel 5 van de Kaderwet SZW-subsidies.
Artikel 2.2. Wijze van verdeling
De minister verdeelt het ingevolge het subsidieplafond beschikbare bedrag:
- a. op volgorde van binnenkomst van de aanvragen,
- b. na onderlinge afweging van de aanvragen,
- c. evenredig over de ingediende aanvragen, of
- d. op een in een ministeriële regeling of in een beleidsregel aangegeven andere wijze.
Artikel 2.3. Uitwerking wijze van verdeling
Indien het ingevolge het subsidieplafond beschikbare bedrag op volgorde van binnenkomst van de aanvragen wordt verdeeld:
- a. geldt, als de aanvraag krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht is aangevuld, bij de verdeling de dag waarop de volledig aangevulde aanvraag is ontvangen, als de datum van ontvangst, en
- b. stelt de minister, als het subsidieplafond wordt bereikt, de onderlinge rangschikking van aanvragen die op hetzelfde tijdstip zijn ontvangen, door middel van loting vast.
Indien het ingevolge het subsidieplafond beschikbare bedrag na onderlinge afweging van de aanvragen wordt verdeeld, geeft de minister die aanvragen voorrang die naar verwachting meer geschikt zijn om bij te dragen aan de doelstellingen van de subsidieverstrekking.
Hoofdstuk 3. Aanvraag tot verlening van subsidie
Artikel 3.1. Formulier subsidieaanvraag
Voor een aanvraag tot verlening van een subsidie wordt een door de minister vastgesteld modelformulier gebruikt dat is bekend gemaakt op de website www.rijksoverheid.nl.
Artikel 3.2. Aanvraag vóór aanvang subsidieperiode
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.