Regeling van de Minister van Economische Zaken van 12 februari 2016, nr. WJZ/15182455, houdende de aanwijzing van categorieën radio-elektrische zend- en ontvanginrichtingen waarvoor een machtiging niet is vereist en de aanwijzing van de frequenties waar de aangewezen categorieën zendinrichtingen gebruik van mogen maken (Regeling vrijstelling telecommunicatiemachtiging BES 2016)

Type Ministeriele Regeling Bes
Publication 2016-02-17
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 15, tweede lid, onder a, van de Wet telecommunicatievoorzieningen BES en de artikelen 48 en 67 van het Besluit radio-elektrische inrichtingen BES;

Besluit:

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2
1.

Geen machtiging is vereist voor het aanleggen, aanwezig hebben of gebruiken van zend- en ontvanginrichtingen, indien daarbij gebruik wordt gemaakt van de in het tweede lid aangewezen categorieën van inrichtingen.

2.

Als categorieën zend- en ontvanginrichtingen waar op grond van het eerste lid een machtiging niet is vereist, worden aangewezen:

3.

De aanwijzing, bedoeld in het tweede lid, heeft alleen betrekking op zend- en ontvanginrichtingen die voldoen aan het bij of krachtens het Besluit radio-elektrische inrichtingen BES en het Besluit randapparatuur BES bepaalde.

Artikel 3

De Regeling vrijstelling telecommunicatiemachtiging BES wordt ingetrokken.

Artikel 4

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 5

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling vrijstelling telecommunicatiemachtiging BES 2016.

Bijlage 1. behorende bij artikel 2, tweede lid, onderdeel c, van de Regeling vrijstelling telecommunicatie-machtiging BES 2016

Draadloze telefoons

Apparatuur is voorzien van het FCC of CE keurmerk

Bijlage 2. behorende bij artikel 2, tweede lid, onderdeel d, van de Regeling vrijstelling telecommunicatie-machtiging BES 2016

CB-apparatuur

Apparatuur is voorzien van het FCC of CE keurmerk

Bijlage 3. behorende bij artikel 2, tweede lid, onderdeel g, van de Regeling vrijstelling telecommunicatie-machtiging BES 2016

Tetra apparatuur

1 Direct Mode Operation dient uitsluitend plaats te vinden op de door de machtiginghouder aangegeven frequentie(s) die ook in deze band toegekend dien(en) te zijn.

Apparatuur is voorzien van het FCC of CE keurmerk

Bijlage 4. behorende bij artikel 2, tweede lid, onderdeel h, van de Regeling vrijstelling telecommunicatie-machtiging BES 2016

PMR 446-apparatuur (Europees Familie Radio Systeem)

Apparatuur is voorzien van het FCC of CE keurmerk

Familie radio apparatuur (Amerikaans)

Apparatuur is voorzien van het FCC of CE keurmerk

Bijlage 5. behorende bij artikel 2, tweede lid, onderdeel i, van de Regeling vrijstelling telecommunicatie-machtiging BES 2016

Radiozendapparaten die onderdeel uitmaken van, dan wel bestemd zijn voor aansluiting op een basisstation aan boord van vaartuigen.

Mobiel communicatienetwerk aan boord van vaartuigen (basisstations)

1 Basisstations dienen te worden uitgeschakeld op een afstand van minder dan twee zeemijl van de basislijn zoals gedefinieerd in het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee.

2 Voor basisstations aan boord van vaartuigen, de maximale vermogensdichtheid gemeten in externe zones van het vaartuig, gecorrigeerd voor een meetantenne met een antennewinst van 0 dBi.

3 In het bereik tussen twee en twaalf zeemijl van de basislijn mogen alleen binnenantenne(s) bij basisstations aan boord van vaartuigen worden gebruikt.

Bijlage 6. behorende bij artikel 2, tweede lid, onderdeel j, van de Regeling vrijstelling telecommunicatie-machtiging BES 2016

Radiozendapparaten die onderdeel uitmaken van, dan wel bestemd zijn voor aansluiting op een basisstation aan boord van luchtvaartuigen.

Mobiel communicatienetwerk aan boord van luchtvaartuigen (basisstations)

Bijlage 7. behorende bij artikel 2, tweede lid, onderdeel k, van de Regeling vrijstelling telecommunicatie-machtiging BES 2016

Categorie 1. Radiozendapparaten bestemd voor telemetrie, telecommand, alarmering, data in het algemeen, en andere soortgelijke toepassingen

1 Telecommand apparatuur

2 Besturingssignalen met korte duty cycle (Intermittent Control Signals)

3 Gehoor hulpmiddelen (Auditory Assistance Devices)

4 Periodieke signalen (Periodic Transmissions)

5 Algemeen (Any)

6 Voor breedband kanalen is de vermogensdichtheid begrensd op –13 dBm/10 kHz.

7 Een maximum zendvermogen van 10 dBm en een maximum e.i.r.p. spectrum vermogensdichtheid van 13 dBm/MHz.

Apparatuur is voorzien van het FCC of CE keurmerk

Categorie 2. Radiozendapparaten bestemd voor breedband datasystemen

1 100 mW e.i.r.p. en 100 mW/100 kHz e.i.r.p. dichtheid is van toepassing wanneer gebruik wordt gemaakt van frequency-hoppingmodulatie, 10 mW/MHz e.i.r.p. dichtheid is van toepassing wanneer gebruik wordt gemaakt van andere soorten modulatie.

Categorie 3. Radiozendapparaten bestemd voor breedband toegangssystemen (data) inclusief Local Area Netwerken, RLANs

Tabel 3

1 Alleen het gebruik binnenshuis is toegestaan, dat wil zeggen het gebruik in een gebouw met inbegrip van hiermee gelijk te stellen ruimten, zoals vliegtuigen, waarbinnen een signaal normaliter dermate wordt afgeschermd dat in de nodige mitigatie wordt voorzien om frequentiedeling met andere diensten mogelijk te maken.

2 Dit is het maximum gemiddelde e.i.r.p., hiermee wordt het e.i.r.p. bedoeld van een burst uitzending met de hoogste instelling van het uitgangsvermogen van de zender indien een vorm van Transmitter Power Control is geïmplementeerd.

3 Het zendvermogen wordt met TPC (Transmitter Power Control) geregeld, waardoor er gemiddeld een mitigatiefactor wordt verkregen van ten minste 3 dB op het maximale toegestane outputvermogen van een systeem. Indien er geen gebruik van TPC wordt gemaakt, wordt de maximaal toegestane gemiddelde e.i.r.p. en de corresponderende maximale dichtheid van de gemiddelde e.i.r.p. met 3 dB gereduceerd. Er dienen mitigatietechnieken te worden gehanteerd die ten minste dezelfde mate van bescherming geven als de detectie-, operationele- en responsvereisten zoals beschreven in de norm EN 301 893, ten einde een werking te verzekeren die met radiodeterminatiesystemen verenigbaar is.

Apparatuur is voorzien van het FCC of CE keurmerk

Categorie 4. Radiozendapparaten bestemd voor wegtransport en verkeerstelematica

1 Beschikbaar voor ‘voertuig naar voertuig’, ‘voertuig naar infrastructuur’ en ‘infrastructuur naar voertuig’ systemen.

2 Beschikbaar voor voertuig- en infrastructuursystemen.

3 Het gemiddelde vermogen mag maximaal 100 W (50 dBm) e.i.r.p. bedragen en voor een pulserende radar mag het gemiddelde vermogen maximaal 223 mW (23,5 dBm) bedragen.

Apparatuur is voorzien van het FCC of CE keurmerk

Categorie 5. Radiozendapparaten bestemd voor bewegingsdetectie en signalering

Apparatuur is voorzien van het FCC of CE keurmerk

Categorie 6. Radiozendapparaten bestemd voor alarmering

Alarmering voor beveiliging en veiligheid

Sociale Alarmering

Apparatuur is voorzien van het FCC of CE keurmerk

Categorie 7. Radiozendapparaten bestemd voor actieve medische implantaten met een extreem laag vermogen

1 Deze frequentieband is alleen bestemd voor dierimplantaten.

2 Deze frequentieband is bestemd voor medische implantaten om de bloeddruk te meten.

3 Individuele zenders kunnen aangrenzende kanalen combineren voor meer bandbreedte tot maximaal 100 kHz.

4 Technieken om toegang te krijgen tot spectrum en om interferentie te onderdrukken conform internationale standaarden. Eventueel kan ook een maximale duty cycle van 0,1% worden gebruikt.

5 Individuele zenders kunnen aangrenzende kanalen combineren voor meer bandbreedte tot maximaal 300 kHz. Andere technieken om toegang te krijgen tot spectrum of om interferentie te onderdrukken, met inbegrip van bandbreedtes van meer dan 300kHz, kunnen worden gebruikt mits zij een vermogen hebben dat conform International standaarden verenigbaar zijn met andere gebruikers en met name met meteorologische radiosondes.

6 Deze gebruiksbepalingen zijn van toepassing op het radio gedeelte van het actieve medische implantaat.

7 Alleen voor laag vermogen actieve medische implantaten en bijbehorende randapparatuur.

8 Periferie apparatuur mag alleen binnen worden gebruikt.

9 De hele frequentieband mag ook dynamisch worden gebruik als één kanaal voor hoge snelheid data transmissie.

10 Technieken om toegang te krijgen tot spectrum en om interferentie te onderdrukken conform Internationale standaarden Eventueel kan ook een maximale duty cycle van 10% worden gebruikt.

Apparatuur is voorzien van het FCC of CE keurmerk

Categorie 8. Radiozendapparaten bestemd voor draadloze audio-overdracht

Apparatuur is voorzien van het FCC of CE keurmerk

Categorie 9. Radiozendapparaten bestemd voor oproepsystemen

Apparatuur is voorzien van het FCC of CE keurmerk

Categorie 10. Radiozendapparaten bestemd voor laagvermogen draadloze audioverbindingen

1 Voor deze frequentieband geldt een maximale kanaalbreedte van 50 kHz.

2 Frequentie Modulatie (FM) of een vergelijkbare modulatietechniek met een constante draaggolf zoals Gaussian Filtered Minimum Shift Keying (GMSK) of Generalized Tamed Frequency Modulation (GTFM).

Apparatuur is voorzien van het FCC of CE keurmerk

Microfoons voor hulpbehoevenden

Apparatuur is voorzien van het FCC of CE keurmerk

Categorie 11. Radiozendapparaten bestemd voor modelbesturing

1 Het gebruik van deze frequentieband is exclusief voorbehouden aan de besturing van vliegende modellen.

Apparatuur is voorzien van het FCC of CE keurmerk

Categorie 12. Radiozendapparaten bestemd voor inductieve systemen

1 Het vermogen moet worden gereduceerd tot 42 dBµA/m op 10 meter afstand van het radiozendapparaat op de volgende frequenties:

60 kHz +/- 250 Hz

77,5 kHz +/- 250 Hz

129,1 kHz +/- 500 Hz

2 De maximaal toelaatbare veldsterkte voor toepassingen met een bandbreedte groter dan 10 kHz is –5 dBµA/m op een afstand van 10 meter van het radiozendapparaat.

Apparatuur is voorzien van het FCC of CE keurmerk

Categorie 13. Radiozendapparaten bestemd voor identificatie toepassingen (RFID)

1 Alleen binnenshuis. De veldsterkte op 10 m afstand van het gebouw mag niet groter zijn dan de veldsterkte die geproduceerd zou worden door een zendapparaat met 500 mW e.i.r.p. gemonteerd buiten op het gebouw en eveneens gemeten op 10 m afstand. Indien het gebouw bestaat uit diverse panden zoals bijvoorbeeld een winkelcentrum dan wordt de referentie veldsterkte bepaald buiten het pand van de gebruiker.

2 Gemeten over een periode van 200 ms (30 ms aan/170 ms uit).

Apparatuur is voorzien van het FCC of CE keurmerk

Categorie 14. Radiozendapparaten bestemd voor kortbereikradarapparatuur voor motorvoertuigen

1 Dit is de maximum gemiddelde spectrale vermogensdichtheid.

2 De maximum gemiddelde spectrale vermogensdichtheid van 1 korte afstandsradarsysteem is buiten het voertuig begrensd op –9 dBm/MHz e.i.r.p.

3 Uitsluitend bestemd voor het gebruik van het ultrabreedbanddeel van kortbereikradarapparatuur in motorvoertuigen waarin die apparatuur origineel was geïnstalleerd of origineel geïnstalleerde apparatuur vervangt, mits dat voertuig vóór 30 juni 2013 is geregistreerd, op de markt is gebracht of in dienst is gesteld.

4 De piekvermogensdichtheid is maximaal 0 dBm/50 MHz e.i.r.p.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.