Regeling Model Jaarverslaggeving 2015 CAK
februari 2016
1. Verantwoordingsstructuur
1.1. Inleiding
Dit hoofdstuk beschrijft de jaarlijkse verantwoordingsplicht van het CAK over de uitvoering van de Ouderbijdrage Jeugdwet (ObJw), Afgifte Schengen en Engelstalige verklaringen, de Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten (Wtcg), de Wet langdurige zorg (Wlz), de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ), de Compensatieregeling eigen risico (CER) als onderdeel van de Zorgverzekeringswet (Zvw) en de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Het CAK is in het kader van bovengenoemde wetten belast met het uitvoeren van publiekrechtelijke werkzaamheden. Ook beschrijft dit hoofdstuk welke verantwoordingsdocumenten het CAK jaarlijks moet aanleveren bij het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa).
De NZa en VWS hebben een samenwerkingsprotocol1Zie hiervoor www.nza.nl opgesteld over het toezicht op het CAK. Onderdeel van dit samenwerkingsprotocol zijn de afspraken tussen beide partijen over samenwerking, coördinatie en informatie-uitwisseling.
Het CAK is een publiekrechtelijk zelfstandig bestuursorgaan met een maatschappelijke verantwoordelijkheid. Het CAK heeft in dit kader te maken met wet- en regelgeving en volgt zover van toepassing de Code Goed Bestuur Publieke Dienstverleners van de Handvestgroep Publiek Verantwoorden van september 2011.2Zie hiervoor www.publiekverantwoorden.nl De Regeling bezoldiging en beheerskosten bestuursorganen volksgezondheid 2011 en de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen maken hier onderdeel van uit en zijn van toepassing op het CAK. Nadere afspraken tussen het CAK en VWS over de samenwerking en afstemming op het gebied van sturing, verantwoording en toezicht liggen vast in het Governance arrangement tussen VWS en het CAK.
1.2. Taken onder toezicht van VWS
1.2.1. Beheerskosten van het CAK
De beheerskosten betreffen de kosten die het CAK maakt voor de uitvoering van de publiekrechtelijke taken. De beheerskosten worden door de minister van VWS toegekend en vastgesteld. Binnen de publiekrechtelijke taken maakt het CAK onderscheid tussen taken in het kader van de Jeugdwet, de Wlz, de AWBZ, de Wmo, de Schengen- en Engelstalige verklaringen, de CER en de tegemoetkomingsregeling Wtcg.
De minister van VWS houdt op grond van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen toezicht op de rechtmatige en doelmatige uitvoering van de beheerskosten. De methodiek voor de toerekening van de beheerskosten aan de publiekrechtelijke taken moet plaatsvinden volgens bedrijfseconomische grondslagen, een bestendige gedragslijn en op basis van consistente verdeelsleutels. Het verschil tussen de gerealiseerde baten en lasten van de activiteiten komt ten gunste dan wel ten laste van een specifiek benoemde egalisatiereserve. De egalisatiereserve (zie artikel 33 Kaderwet zelfstandige bestuursorganen) bedraagt ten hoogste vijf procent van het budget, zoals bedoeld in artikel 12 van de Regeling bezoldiging en beheerskosten bestuursorganen volksgezondheid 2011. Het meerdere wordt teruggevorderd door VWS.
Het CAK verantwoordt zich in haar bestuurlijke verantwoording over de beheerskosten.
1.2.2. Wtcg
De werkzaamheden van het CAK voor wat betreft de Wtcg zijn vastgelegd in hoofdstuk 2, paragraaf 2.1, artikel 3 van de Wtcg. Dit betreft het verrichten van de in het eerste en tweede lid van artikel 3 genoemde taken met betrekking tot de tegemoetkomingsregeling Wtcg:
Met ingang van 2014 is de tegemoetkoming op basis van de Wtcg afgeschaft. Gedurende het kalenderjaar 2015 is het CAK nog wettelijk bevoegd om beschikkingen af te geven over 2013. Met ingang van 1 januari 2016 mag het CAK geen nieuwe beschikkingen meer afgeven. Het CAK dient nog wel betalingen op al geslagen beschikkingen uit te voeren. Ook kunnen met ingang van 2016 geen nieuwe aanvragen meer worden ingediend. De secundaire processen en bezwaar en beroep komen voort uit het algemeen bestuursrecht en lopen nog wel door in 2016 en verder.
De minister van VWS houdt op grond van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen toezicht op de rechtmatige en doelmatige uitvoering van de tegemoetkomingsregeling Wtcg door het CAK, en de beheerskosten.
De kortingsregeling Wtcg is verankerd in regelgeving gebaseerd op de AWBZ en de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo), waardoor het toezicht op de kortingsregeling valt onder de taken van de NZa. Gelijktijdig met het afschaffen van de tegemoetkoming Wtcg is ook de korting van de extramurale eigen bijdrage per 1 januari 2015 afgeschaft. De korting op de intramurale eigen bijdrage was reeds per 1 januari 2014 afgeschaft. Aangezien het hier een korting betreft, is dit geen separate post die in het kader van de afwikkeling opgenomen hoeft te worden.
Ten aanzien van de rechtmatigheid van de Wtcg-uitgaven wordt in opdracht van VWS door een externe accountant een steekproefonderzoek uitgevoerd. Dit steekproefonderzoek is sinds medio 2012 verankerd in wet- en regelgeving.3Regeling bezoldiging en beheerskosten bestuursorganen volksgezondheid 2011, artikel 17a.
De externe accountant rapporteert hierover door middel van een rapport van feitelijke bevindingen aan VWS. Op basis van dit rapport vormt VWS zich een oordeel over de rechtmatigheid van de Wtcg-uitgaven. Dit oordeel wordt door de Audit Dienst Rijk (ADR) beoordeeld in het kader van de wettelijke taak betreffende de jaarrekening van VWS.
Hiertoe wordt door de ADR een review uitgevoerd op de werkzaamheden van de externe accountant die het steekproefonderzoek heeft uitgevoerd. De bevindingen uit de review worden door de ADR gerapporteerd aan VWS en de externe accountant. Indien de ADR het niet eens is met het oordeel van VWS over de rechtmatigheid van de Wtcg-uitgaven, komt dit tot uitdrukking in de verantwoording van VWS, vooral in de bedrijfsvoeringsparagraaf. Indien de ADR het eens is met het oordeel, wordt er niets opgenomen in de bedrijfsvoeringsparagraaf. Dit is een impliciete akkoordbevinding.
VWS deelt het oordeel betreffende de rechtmatigheid van de Wtcg-uitgaven mee aan het CAK door middel van een brief, waarin ook de bevindingen van de review van de ADR tot uitdrukking komen. Het CAK neemt dit oordeel onverkort over. Indien dit oordeel voor 28 februari van een kalenderjaar wordt ontvangen, wordt dit opgenomen in de bestuurlijke verantwoording van het voorgaande kalenderjaar. Indien het oordeel na 28 februari wordt ontvangen, wordt dit opgenomen in de bestuurlijke verantwoording van het huidige kalenderjaar.
Het CAK verantwoordt zich in haar bestuurlijke rechtmatigheidsverantwoording door aan te geven welke maatregelen zij heeft getroffen en wat de uitkomsten zijn uit de processen, zoals vastgelegd in het Model Jaarverslaggeving 2015 CAK. Hierin beschrijft het CAK enkel wat binnen haar verantwoordelijkheidsgebied ligt, zoals uiteengezet in dit Model Jaarverslaggeving 2015 CAK. Daarnaast schrijft het CAK onverkort het oordeel van de minister van VWS uit in de bestuurlijke verantwoording, inclusief alle bevindingen, zoals opgenomen in de brief van VWS. De directie van het CAK draagt behoudens voornoemde overname van gegevens geen inhoudelijke verantwoordelijkheid voor dit gedeelte van de verantwoording.
De externe accountant van het CAK voert zijn controle uit ten aanzien van de bestuurlijke verantwoording en voorziet deze van een verklaring, zoals vastgelegd in het Model Jaarverslaggeving 2015 CAK en het Protocol Accountantsonderzoek 2015 CAK. Dit protocol beschrijft de werkzaamheden die de externe accountant moet uitvoeren. De accountant stelt enkel vast dat het CAK zich over het totaaloordeel van de Wtcg heeft verantwoord volgens bovenstaande werkwijze, maar de inhoudelijke toets wordt hiervan uitgesloten voor zover het gaat over de steekproefresultaten.
1.2.3. Ouderbijdrage Jeugdwet
Sinds 1 januari 2015 voert het CAK de ObJw uit op grond van artikel 8.2.3, eerste lid, van de Jeugdwet en het Besluit aanwijzing CAK als bestuursorgaan (vaststelling en inning ouderbijdrage in het kader van de Jeugdwet).
De ouderbijdrageregeling die is opgenomen in de nieuwe Jeugdwet is ter vervanging van de ouderbijdrageregeling op grond van de voormalige Wet op de jeugdzorg. De inning van de ouderbijdrage vond tot en met 2014 plaats door het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen (LBIO). De overheid heeft de jeugdhulp met ingang van 1 januari 2015 bij gemeenten ondergebracht. Om dit mogelijk te maken is de nieuwe Jeugdwet opgesteld. De wet regelt een nieuw jeugdstelsel waarin gemeenten bestuurlijk en financieel verantwoordelijk zijn voor alle jeugdhulp, de uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering. In deze wet wordt het wettelijk recht op zorg vervangen door een jeugdhulpplicht voor gemeenten, vergelijkbaar met de huidige compensatieplicht in de Wmo.
In de Jeugdwet wordt bepaald dat voor jeugdhulp een ouderbijdrage is verschuldigd voor kinderen die buiten het gezin hulp ontvangen. De gemeenten leggen de ouderbijdrage op. Het vaststellen en innen van de ouderbijdrage is bij het CAK belegd. Het toezicht hierop is overeenkomstig artikel 9.2 Jeugdwet belegd bij de door VWS en VenJ aangewezen ambtenaren. Via het Aanwijzingsbesluit toezichthoudende ambtenaren Jeugdwet en Wmo 2015 is dit nader geconcretiseerd.
De ouderbijdragen op basis van de Jeugdwet is gedurende 2015 onderwerp van discussie tussen gemeenten en het Rijk geweest. Gemeenten hebben niet in alle gevallen de ouderbijdragen opgelegd. Als gevolg van de discussie tussen gemeenten en het Rijk heeft het ministerie van VWS afspraken gemaakt met het CAK over de invulling van hun taak om de ouderbijdragen in het kader van de Jeugdwet vast te stellen en te innen. Deze afspraken worden momenteel vastgelegd in een brief van het ministerie van VWS aan het CAK. Het CAK zal zich op basis van de brief van VWS verantwoorden over deze geldstroom.
Het CAK verantwoordt zich over de geldstroom en de uitvoering van de ouderbijdrage Jeugdwet in de bestuurlijke verantwoording. De beheerskosten voor de uitvoering van deze taak worden verantwoord onder de geldstroom beheerskosten in de bestuurlijke verantwoording van het CAK.
Door de bijzondere context waarbinnen het CAK zijn taak rond de vaststelling en inning van de ouderbijdragen Jeugdwet heeft moeten invullen heeft het ministerie van VWS ermee ingestemd dat het CAK zich niet via een Third Party Mededeling (TPM) aan de gemeenten over deze taak hoeft te verantwoorden. Dit maakt onderdeel uit van de tussen het ministerie van VWS en het CAK gemaakte afspraken.
1.2.4. Schengen- en Engelstalige verklaringen
Per 1 januari 2015 geeft het CAK de Schengenverklaringen af in opdracht van VWS. Op 14 maart 2014, heeft het CAK van het ministerie van VWS de opdracht gekregen om met ingang van 1 januari 2015 zelfstandig de Schengen- en, voor buiten het Schengengebied, Engelstalige medische verklaringen af te geven. Indien een burger reist binnen het Schengengebied en medicijnen bij zich heeft die onder de Opiumwet vallen, is de burger verplicht een zogenaamde Schengenverklaring bij zich te dragen.
Het CAK verantwoordt zich over deze werkzaamheden in het onderdeel beheerskosten van de bestuurlijke verantwoording.
1.2.5. Interest geldmiddelen beheerskosten
Op de publieke geldmiddelen beheerskosten wordt door het CAK interest ontvangen. Deze interest wordt door het CAK verrekend in het kader van de afrekening van de beheerskosten met VWS.
Het CAK verantwoordt zich in haar bestuurlijke verantwoording over de interest van de geldmiddelen beheerskosten.
De minister van VWS houdt op basis van de Kaderwet Zelfstandige Bestuursorganen toezicht op deze geldstroom.
1.3. Taken onder toezicht van NZa
1.3.1. Wet langdurige zorg
Met ingang van 1 januari 2015 is de Wlz van kracht geworden. De taken van het CAK zijn geregeld in artikel 6.1.2 van de Wlz. Het CAK is in het kader van de Wlz belast met het uitvoeren van publiekrechtelijke werkzaamheden:
Het Besluit langdurige zorg (Blz) en de Regeling langdurige zorg (Rlz) geven een omschrijving en opsomming van alle zorg die onder de Wlz valt.
Het verrichten van het hiervoor genoemd deel van de administratie door het CAK worden in het Blz en Rlz uitgewerkt voor de volgende taken:
De taken kunnen tot twee deelgebieden betreffende de Wlz worden samengevoegd:
De NZa houdt op grond van artikel 16 sub d Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg) toezicht op de rechtmatige en doelmatige uitvoering van de Wlz door het CAK.
Om toezicht te kunnen uitoefenen, moet de NZa over informatie beschikken. Artikel 6.2.6 van de Wlz wijst de verantwoordingsdocumenten en de accountantsproducten (financieel verslag en uitvoeringsverslag) aan die jaarlijks door het CAK bij de NZa moeten worden ingediend. De artikelen 4.3.1, derde lid (financieel verslag), en 4.3.2, tweede lid (uitvoeringsverslag) van de Wlz geven aan dat het mogelijk is bij ministeriële regeling voorschriften te stellen aan de inhoud van de in te dienen verantwoordingsdocumenten. Deze ministeriële regeling is nog niet opgesteld. Tot die tijd worden de verantwoordingsdocumenten opgesteld conform de voormalige Regeling Verslaglegging AWBZ. Dit is door VWS bevestigd in een brief d.d. 15 juli 2015 met kenmerk 794520-139125-Z. De te stellen regels voor het accountantsverslag en het daaraan ten grondslag liggende onderzoek zijn op dit moment geregeld in een brief van VWS d.d. 4 september 2015 met kenmerk 826652-140674-Z.
Het Model Jaarverslaggeving 2015 CAK vormt een uitwerking van de hiervoor genoemde afspraken. De regels voor de accountantscontrole en de op te leveren accountantsproducten heeft de NZa vastgelegd in het Protocol Accountantsonderzoek 2015 CAK. De te stellen regels voor het accountantsverslag en het daaraan ten grondslag liggende onderzoek zijn op dit moment geregeld in een brief van VWS d.d. 4 september 2015 met kenmerk 826652-140674-Z.
1.3.2. AWBZ
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.