Richtlijn voor strafvordering sociale zekerheidsfraude
Beschrijving
In deze richtlijn is als uitgangspunt genomen het brutobedrag dat ten onrechte ten laste van uitvoerende instanties is gekomen. Dit brutobedrag wordt ‘nadeel’ genoemd en is uitgesplitst over twee categorieën, te weten:
Voor deze twee categorieën is in de Aanwijzing sociale zekerheidsfraude bepaald of en zo ja, onder welke voorwaarden een strafrechtelijke reactie moet volgen.
In zaken van categorie II (een nadeel groter of gelijk aan € 50.000,–) wordt al snel de oplegging van een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf gevorderd in verband met de ernst van de feiten. De officier van justitie behoudt uiteraard de mogelijkheid om werkstraffen te vorderen, naast al dan niet een (onvoorwaardelijke) vrijheidsstraf en/of elektronisch toezicht.
Uitgangspunt bij het opleggen of vorderen van een geldboete is, dat 100% van het schadebedrag als boete wordt opgelegd of gevorderd. In de categorie I-zaken wordt door het bestuur 100% van het schadebedrag als boete opgelegd. Wanneer een zaak in het strafrecht met een boete bestraft zou moeten worden, behoort daarom hetzelfde uitgangspunt te gelden.
Bijzonderheden
Let op: de overtredingen in 447c en 447d Sr kennen een stafmaximum van hechtenis van ten hoogste zes maanden of geldboete van de derde categorie. Aanbevolen wordt hier alleen een taakstraf op te leggen of ter zitting taakstraf of hechtenis te vorderen.
Strafverzwarend onder andere:
Medeplegen
Recidive binnen 5 jaar
– 1 maal: + 50%
– meermalen: + 100% én dagvaarden
Legenda: GB = geldboete TS = taakstraf GS = gevangenisstraf
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.