Besluit van 8 maart 2016, houdende regels inzake de informatieverschaffing bij en ten behoeve van rampenbestrijding en crisisbeheersing, inzake de bedrijfsbrandweerplicht van inrichtingen, alsmede inzake rampbestrijdingsplannen voor inrichtingen en luchtvaartterreinen in de openbare lichamen Bonaire, Sint-Eustatius en Saba

Type Amvb Bes
Publication 2016-07-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Op de voordracht van Onze Minister van Veiligheid en Justitie van 9 november 2015, nr. 699459;

Gelet op de artikelen 40, 45, 49, 50 en 57 van de Veiligheidswet BES;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 15 januari 2016, nr. W03.15.0386/II);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Veiligheid en Justitie van 3 maart 2016, nr. 737377;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel 1

In dit besluit en de daarop gebaseerde regelgeving wordt verstaan onder:

Artikel 2
1.

Voor een aanwijzing als bedoeld in artikel 40, eerste lid, van de wet komen in aanmerking inrichtingen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van het Besluit grote inrichtingen milieubeheer BES.

2.

Alvorens tot een aanwijzing over te gaan, verzoekt het bestuurscollege het hoofd of de bestuurder van een inrichting, waarvan het college redelijkerwijs kan vermoeden dat deze valt onder artikel 2, eerste lid, van het Besluit grote inrichtingen milieubeheer BES, om binnen drie maanden na ontvangst van het daartoe strekkend verzoek, een rapport over te leggen, dat de volgende gegevens bevat:

3.

Indien de gegevens bedoeld in het tweede lid reeds zijn opgenomen in een veiligheidsrapport als bedoeld in artikel 8.6, eerste lid, van de Wet volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en milieubeheer BES, kan in het rapport volstaan worden met een verwijzing naar de desbetreffende gegevens.

4.

Het bestuurscollege kan het hoofd of de bestuurder van de inrichting verzoeken om aanvullende gegevens te verschaffen.

5.

Het bestuurscollege stelt als het een aanwijzing op grond van artikel 40, eerste lid, van de wet geeft, een termijn waarbinnen de inrichting over een bedrijfsbrandweer dient te beschikken.

6.

Na wijziging of uitbreiding van een aangewezen inrichting dan wel verandering van de daarin gebezigde processen die in betekenende mate consequenties hebben voor de inhoud van het rapport bedoeld in het tweede lid, overlegt het hoofd of de bestuurder van die inrichting aan het bestuurscollege zo spoedig mogelijk een dienovereenkomstig gewijzigd rapport.

7.

Indien het gewijzigde rapport daartoe aanleiding geeft, kan het bestuurscollege de aanwijzing intrekken dan wel de bij de aanwijzing gestelde eisen wijzigen.

8.

Het bestuurscollege bepaalt bij het vaststellen van gewijzigde eisen op grond van het zevende lid, een termijn waarbinnen aan die eisen moet zijn voldaan.

Artikel 3
1.

Op een aanwijzing die Onze Minister geeft op grond van artikel 40, tweede lid, van de wet is artikel 2 van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat Onze Minister tevens een exemplaar van het rapport zendt aan Onze Minister van Defensie en het bestuurscollege.

2.

Onze Minister zendt een rapport aan het bestuurscollege nadat hij het rapport zodanig heeft bewerkt dat de gegevens waarvoor geheimhouding geboden is, daarin niet voorkomen of daaruit niet kunnen worden afgeleid.

Artikel 4
1.

De gezaghebber stelt een rampbestrijdingsplan vast voor inrichtingen als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van het Besluit grote inrichtingen milieubeheer BES.

2.

Het rampbestrijdingsplan bedoeld in het eerste lid, bevat in ieder geval:

Artikel 5
1.

De gezaghebber stelt, na overleg met de exploitant van een burgerluchthaven, een rampbestrijdingsplan vast voor een vliegtuigongeval op een luchthaven binnen het openbare lichaam, dat op grond van onderdeel 9.2.5. en tabel 9-1 in bijlage 14, volume 1 van het op 7 december 1944 te Chicago tot stand gekomen Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart (Trb. 1973, 109) is ingedeeld in brandrisicoklasse 3 of hoger. Het rampbestrijdingsplan ziet mede op de onmiddellijke omgeving van een luchthaven. De gezaghebber stelt, na overleg met de exploitant van een burgerluchthaven, vast welk gebied tot de onmiddellijke omgeving wordt gerekend.

2.

Het rampbestrijdingsplan bedoeld in het eerste lid, bevat in ieder geval:

Artikel 6
1.

De gezaghebber publiceert een rampbestrijdingsplan voorafgaand aan de vaststelling in het publicatieblad van het openbaar lichaam. De bevolking heeft gedurende zes weken na publicatie de gelegenheid hierop te reageren.

2.

Bij het voornemen tot significante wijzigingen in een reeds vastgesteld rampbestrijdingsplan, is het eerste lid van overeenkomstige toepassing.

3.

De gezaghebber maakt een besluit op grond van artikel 45, vierde lid, van de wet, bekend in het publicatieblad van het openbaar lichaam.

Artikel 7
1.

De gezaghebber draagt er zorg voor dat periodiek doch ten minste één maal per drie jaar, gezamenlijk door het brandweerkorps, politiekorps, de betreffende gezondheidsdiensten en, indien het een rampbestrijdingsplan als bedoeld in artikel 5, eerste lid, betreft, de exploitant van de burgerluchthaven, een multidisciplinaire oefening wordt gehouden waarbij het rampbestrijdingsplan op juistheid, volledigheid en bruikbaarheid wordt getoetst.

2.

De gezaghebber beziet met passende tussenpozen doch ten minste één maal per drie jaar of het rampbestrijdingsplan moet worden herzien. Hij houdt daarbij rekening met veranderingen die zich in de inrichting of op de luchthaven, dan wel in de omgeving daarvan, hebben voorgedaan, alsmede met veranderingen in de organisatie en taken van bij de bestrijding van rampen betrokken diensten en organisaties, met nieuwe technische kennis en met inzichten omtrent de bij rampen te nemen maatregelen.

Artikel 8

Onze Minister kan regels stellen over de organisatie van de rampenbestrijding en de crisisbeheersing.

Artikel 9
1.

De informatie die het bestuurscollege over mogelijke rampen en crises aan de bevolking verschaft, omvat in ieder geval:

2.

De informatie wordt door het bestuurscollege in de meest passende vorm verschaft.

3.

Het bestuurscollege verschaft de informatie bedoeld in het eerste lid, onderdelen b en c, tenminste één maal per jaar en voorts telkens wanneer de informatie is geactualiseerd. De informatie bedoeld in de overige onderdelen van het eerste lid wordt door het bestuurscollege ten minste één maal per vijf jaar verschaft en voorts telkens wanneer de informatie is geactualiseerd.

Artikel 10
1.

Eenieder die op grond van 56, tweede lid, van de wet verplicht is de gezaghebber te informeren verschaft in ieder geval de volgende gegevens:

2.

Indien uit nader onderzoek nieuwe gegevens naar voren komen die in de informatie of de daaruit getrokken conclusies wijziging brengen, stelt degene die de gezaghebber eerder heeft geïnformeerd hem van deze wijziging op de hoogte.

3.

De gezaghebber verschaft de bevolking bij een mogelijke ramp in een inrichting in ieder geval:

Artikel 11

Het verschaffen van de informatie, bedoeld in artikel 50, derde lid, van de wet, door het bestuurscollege aan de bij rampenbestrijding en crisisbeheersing betrokken personen geschiedt schriftelijk.

Artikel 12

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 juli 2016.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.